Tempel van Vesta op het Forum Romanum wordt gerestaureerd

Op het Forum Romanum in Rome wordt momenteel de Tempel van Vesta gerestaureerd. Onder leiding van archeologe en docente Francesca Caprioli worden de restanten opgeknapt van het monument waar de Vestaalse maagden in de oudheid het ‘heilige vuur’ bewaakten dat altijd moest blijven branden. Het was een symbool van de gemeenschap en de staat. Net zoals de hutten die in het prille begin van Rome de eerste woningen vormden op de Palatijn, had ook de Tempel van Vesta aan ronde vorm en een centrale opening in het plafond langs waar de rook kon ontsnappen.

vestatempel(13)

De Tempel van Vesta, één van de oudste en belangrijkste heiligdommen van het oude Rome, heeft in het verleden te kampen gehad met verschillende branden en verwoestingen. De laatste grote brand dateert van 191 na Chr., waarna de tempel werd gerestaureerd in opdracht van Julia Domna (170-217), de vrouw van keizer Septimius Severus (193-211) en de moeder van de latere keizers Geta en Caracalla.

In 394 volgde een nieuwe belangrijke restauratie, dus een hele tijd na de invoering van het christendom als staatsgodsdienst. Maar in datzelfde jaar werd de tempelcultus door een decreet van keizer Theodosius (378-395) opgeheven. Het heilige vuur werd gedoofd en de Vestaalse orde werd definitief ontbonden. Dat maakte een einde aan een rituele handeling die, toen al, vele eeuwen had geduurd.

Omstreeks het midden van de achtste eeuw v. Chr. werd in het centrale deel van het Velabrum een ontmoetingsplaats ingericht: het Forum, gelegen buiten de bewoonde kern en buiten de rituele muren, omdat het een neutrale zone voorstelde.

Het uitgekozen terrein was begrensd en verdeeld in twee sanctuaria, verbonden aan het vuur, dit van Vesta ten oosten (de zetel van het heilige vuur van de stad, in de buurt waarvan het nieuwe huis van de koning stond) en dit van Vulcanal (een heiligdom ter ere van de Vulcanus, de Romeinse god van het vuur) ten westen, op de hellingen van de Capitolijnse heuvel, waar de volksvergadering in wapendracht bijeenkwam en waar de koning zijn raadszittingen zou hebben gehouden.

De twee sanctuaria waren verbonden door de Sacra Via, die van het sacellum Streniae naar de voet van de Arx leidde, waarbij hij het dal tussen de Palatijn en de Velia doorliep en de noordelijke grens van het Forum raakte.

Het Capitool, dat ook buiten de bewoonde kern lag, werd uitgekozen om een belangrijke burgercultus onderdak te geven, die van Jupiter Feretrius op de zuidelijke top, terwijl op de Arx het auguraculum van de stad werd ingericht, toegeschreven aan Numa Pompilius.

De Tempel van Vesta bevond zich vlak naast het Huis van de Vestaalse Maagden, het Atrium Vestae. Vestaalse Maagden, de sacerdotes Vestales, waren priesteressen van de Romeinse godin Vesta. Zij moesten het eeuwige vuur bij de aedes Vestae, de tempel van Vesta, brandend houden.

Het Vestaalse vuur mocht nooit doven, dat zou catastrofale gevolgen hebben voor de staat. Een andere belangrijke taak was het halen van water uit de heiige bron van de nimf Egeria. Dat water werd uitsluitend gebruikt voor het reinigen van de tempel.

vestatempel(12)

De zes meisjes (later zeven) die de belangrijke taak van het permanent brandend houden van het vuur kregen, begonnen hiermee op een leeftijd van zes tot tien jaar. Aanvankelijk duurde hun dienst slechts vijf jaar, later werd die uitgebreid tot dertig jaar.

De Vestaalse Maagden waren de belangrijkste vrouwen van Rome. Zo mochten ze bijvoorbeeld bij de wagenrennen of in het theater plaatsnemen op de zetels die gereserveerd waren voor de senatoren. Er is veel te vertellen over de privileges, rechten en plichten van de Vestaalse dames, maar dat zou ons hier te ver leiden.

Volgens Ovidius (43 v. Chr.-17 na Chr.) werd in de tijd dat het voor de mens moeilijk was om vuur te maken, in het dorp op de Palatijn in een ronde hut een vuur brandende gehouden ten behoeve van de gemeenschap.

Volgens de legende werd het eerste vuur zelfs door Aeneas uit Troje meegebracht, dat was een heilige vlam die natuurlijk nooit gedoofd mocht worden. De hut had volgens de overlevering dezelfde vorm als de herdershutten die de oudste bewoners van deze streek bouwden en waarvan onder meer op de Palatijn restanten zijn teruggevonden.

Omstreeks 700 v. Chr. ontwikkelde zich rond dit brandend gehouden vuur een cultus gewijd aan Vesta, de godin van het vuur en de huiselijke haard. Vermoedelijk was de eerste plek ter verering van Vesta in de prille Romeinse tijd dus ook gevestigd in een klassieke ronde hut, gebouwd met takken en stro.

De oorspronkelijke tempelhut werd in de loop der eeuwen echter steeds luxueuzer herbouwd. De eerste, nog vrij eenvoudige stenen tempel, werd opgetrokken tussen het einde van de zesde en de vierde eeuw v. Chr. Die tempel had dezelfde ronde vorm als de archaïsche hut en in het midden bevond zich geen beeld van de godin, maar wel het eeuwige vuur dat de godin personifieerde.

vestatempel(9)

Het uiterlijk van de tempel zoals die eruitzag in de vroege keizertijd is bekend gebleven van vele Romeinse munten waarop deze afgebeeld werd. Tijdens de grote brand van 64 na Christus, die een aanzienlijk deel van de stad vernietigde, werden ook het Huis van de Vestaalse Maagden en de Tempel van Vesta verwoest. Keizer Nero liet ze allebei snel herbouwen.

Keizer Trajanus (98-117) liet de tempel aan het begin van de tweede eeuw restaureren, maar bij de volgende grote brand, in 191, ging het gebouw opnieuw grotendeels verloren. Hierna werd het monument zoals eerder vermeld voor de laatste keer heropgebouwd door Julia Domna, de vrouw van Septimius Severus.

vestatempel(6)

Tot de renaissance bleef de Tempel van Vesta bleef redelijk intact. In 1549 werd het gebouw echter zo goed als volledig afgebroken, zodat het marmer hergebruikt kon worden voor de bouw van kerken en pauselijke paleizen.

Bij opgravingen aan het einde van de negentiende eeuw werden een aantal restanten van de tempel uit 191 teruggevonden. Alleen de ronde betonnen fundering en een klein deel van het podium waren op dat moment nog intact.

In de jaren ’30 van de vorige eeuw voelde ook Mussolini zich aangesproken door het idee van een tempel met een brandende vlam die de stad Rome beschermde. Wat volgde was puzzelwerk.

Met een aantal teruggevonden originele fragmenten die in de directe omgeving van de tempel werden opgegraven en aangevuld met vele nieuwe blokken travertijn, werd in 1930 een klein deel van de bovenbouw gereconstrueerd. Dit is het stukje van de Tempel van Vesta zoals we die vandaag op het Forum Romanum zien staan en dat momenteel dus wordt gerestaureerd.

Wie vandaag naar het bouwwerk kijkt, krijgt de indruk dat de ronde tempel van Vesta maar een klein gebouw was, maar dat is een verkeerde indruk. Als je vanaf de Palatijnse heuvel naar beneden kijkt, heb je een prachtig uitzicht op het voormalige Vestaalse complex, en dan wordt het duidelijk dat ook de tempel best wel een behoorlijke omvang had.

vestatempel(7)

De oorspronkelijke stenen tempel was een rond gebouw dat volledig uit wit marmer bestond en was neergezet op een betonnen fundering. De tempel had een diameter van 14,8 m. De ingang was naar het oosten gericht en de tempel bevond zich binnen de muren die het huis van de Vestaalse Maagden omringde.

vestatempel(8)

De tempel zelf was omringd door twintig Korinthische zuilen van 4,45 m hoog op eigen sokkels. De tussenruimte werd gevuld met marmeren blokken. De zuilen ondersteunden de eveneens cirkelvormige cella aan de binnenzijde waar zich een podium bevond. Dat was de plek waar het heilige vuur permanent kon branden.

In het midden van het kegelvormige dak bevond zich een opening voor de afvoer van de rook. De rond het gebouw lopende fries was versierd met basreliëfs waarop offertaferelen waren afgebeeld. Het dak van de tempel was bekleed met brons.

Opmerkelijk is dat hier geen simulacrum of beeltenis van de godin werd bewaard. Er wordt aangenomen dat er een standbeeld van de godheid was opgenomen in de aedicula die zich bij de ingang van het Huis van de Vestaalse Maagden bevindt. Zekerheid hierover is er niet.

vestatempel(11)

In de trapeziumvormige holte die in het podium was uitgehakt, en die alleen toegankelijk was vanuit de cella, bevond zich waarschijnlijk de Penus Vestae, een afgeschermd en geheim deel van de tempel en de plek waar de pignora civitatis werden bewaard.

Dat waren heilige voorwerpen waarmee het lot van Rome verbonden was en die van levensbelang waren voor de voorspoed in het Romeinse rijk. Alleen de Vestaalse Maagden hadden toegang tot deze plek en mochten deze objecten zien.

vestatempel(5)

Het allerheiligste en meest waardevolle voorwerp was het palladium, een beeld van de godin Pallas Athena (Minerva), dat Aeneas volgens de legende uit Troje zou hebben gered en daarna had meegebracht naar Rome.

Alleen al omwille van dit mytische geloof was de tempel van Vesta voor Rome bijzonder belangrijk. Het complex was dus heel wat meer dan een plek waar regelmatig een vuurtje werd gestookt, zoals we eens een gids hoorden vertellen. De heilige voorwerpen hebben ook alle branden overleefd en konden telkens worden gered, wat nogmaals het belang bewijst dat de Romeinen eraan hechtten.

Vandaag kunnen we ons onmogelijk het mythische aspect van het begrip ‘palladium’ voorstellen. Er was een tijd dat elke stad, die naam waardig, zijn eigen palladium had. Men kan het beschouwen als de beschermgod of -godin van een stad, een soort fetisj die elke stad ergens binnen haar muren vereerde en waarvan de veilige bewaring ook garant stond voor het behoud en de veiligheid van de stad.

De beschermende goddelijke macht was in oorsprong naamloos en werd algemeen als ‘stedenmaagd’ aangeduid. Pallas zou meisje betekend hebben, zodat palladium zou staan voor kleine Pallas of klein meisje. Zo bewaarden de inwoners van Athene een primitief houten beeldje dat hun stedenmaagd voorstelde, Pallas Athena.

De bekende Griekse stad Troje, koesterde volgens de overlevering een beschermbeeldje dat ooit uit de hemel gevallen omdat Zeus het van de Olympus had gegooid. Pas toen het door Odysseus en Diomedes (de koning van Argos) geroofd werd, was het lot van de stad bezegeld. Later ontstond grote onenigheid over wat er precies met het Trojaanse palladium gebeurd was. Verschillende Griekse steden beweerden het in hun bezit te hebben.

Naarmate de Griekse wereld veroverd werd door Rome, eigenden de veroveraars zich behalve het land en de kunstwerken, ook het verleden toe. Er werd botweg gesteld dat de oorsprong van het Romeinse volk niet in Italië lag, maar in het oosten, namelijk in het heroïsche Troje. Romulus werd daarom voorgesteld als een afstammeling van Aeneas, de Trojaanse prins die met de hulp der goden was ontsnapt aan de verovering en vernietiging van zijn stad.

En zo was ook het Trojaanse palladium in Rome terechtgekomen, want Aeneas had dat natuurlijk meegebracht. Het is dit palladium dat eeuwenlang zou bewaard geweest zijn in de Tempel van Vesta. Overigens haalde ook Julius Caesar graag het Trojaanse verleden van zijn voorvaders aan.

Een palladium was dus voor iedere stad zeer belangrijk, maar voor de Romeinen vormde het Trojaanse palladium bovendien ook nog de schakel met een groots verleden dat onmetelijk veel rijker en ouder was dan dat van de Romeinen zelf. Volgens Livius omvatte het palladium tevens ‘een belofte van de Voorzienigheid dat het rijk nooit ten onder zou gaan’.

Er wordt verondersteld dat keizer Constantijn bij de stichting van Constantinopel op 11 mei 330, het palladium uit Rome zou hebben meegenomen. Het meest waardevolle reliek dat volgens de legende ooit uit de vlammen van Troje was ontsnapt en het meest beloftevolle voor de toekomst van de nieuwe stad, is er voor zover bekend echter nooit publiekelijk tentoongesteld.

Midden op het forum dat Constantijn in de stad had laten aanleggen, stond een hoge porfieren zuil met daarop zijn eigen beeld als stichter van de stad, door de zon gekroond met zeven glinsterende stralen. Vele eeuwen lang deed het verhaal de ronde dat er diep onder het voetstuk van deze zuil een zeer oud houten beeldje begraven was. Dat zou het Trojaanse/Romeinse palladium geweest zijn. Waarheid of legende, we weten het niet.

Toch nog even dit. Op het oude Forum Boarium, vandaag Piazza Bocca della Verità, bevinden zich twee mooie tempelgebouwen uit de oudheid, namelijk de tempel van Portunus en de tempel van Hercules Invictus of Hercules Olivarius.

vestatempel(3)

Deze laatste tempel wordt erg vaak en onterecht, ook in en door (reis)gidsen, omschreven als de Tempel van Vesta. De ronde vorm van het gebouw doet een beetje denken aan de oorspronkelijke Vestatempel op het Forum Romanum, maar daarmee houdt elke gelijkenis op.

Die vorm is echter de reden dat ooit verwarring over de benaming ontstaan is en die gaandeweg, tot vandaag, een eigen leven is gaan leiden. Vertel het vooral voort: dit is dus niet de Tempel van Vesta.

Filmpje over de Tempel van Vesta

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.