Friese waarheid

Avonturen met opschriften – XVI

Vorig jaar begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de zestiende bijdrage in deze reeks.

* * * * *

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel XVI. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen. Deze bijdrage is opgedragen aan mijn vrienden en gastheren Jan en Joke Benjamins te Anloo.

* * * * *

Schrijver dezes is een moedig man. In alle bescheidenheid. Moe van het zitten op zijn appartement met uitzicht op twee parkings aan de ene kant en voorbijrazende bussen aan de andere kant en dorstend naar een beetje groen, zocht hij zich een bestemming uit waar hij even zou kunnen ademen, coronaproof, dat spreekt.

Het Middellandse-Zeegebied en ons geliefde Rome waren buiten bereik. Dus trok hij de andere kant op, naar het noorden, over de Rijn, naar het land buiten de oude grenzen van het Imperium Romanum. En zoals u weet: daar wonen de Germanen en die zijn woest en wild.

friezen(11)

Maar Schrijver dezes is een moedig man: hij trotseerde de baren van de Waddenzee om tot het toen nog steeds (!) coronavrije Schiermonnikoog te raken, waar hij het wad bezag en door de duinen en over het strand sjokte. Daarna vertoefde hij nog enkele dagen op het Drentse platteland, waar hij achter grafheuvels, hunebedden, verdwenen hunebedden, strubben en elfenbankjes aan hobbelde. Het enige dat ontbrak, was, jawel, een Latijns opschrift.

Noord-Nederland is maar heel kort Romeins gebied geweest. Ook al zijn er tal van Romeinse voorwerpen in de Friese terpen en Groninger wierden gevonden en kent men Drentse muntschatten uit Beilen en Anloo, om nog maar niet te spreken van de mysterieuze ‘emmer van Anloo’ uit een graf op de Gasterse heide, toch hebben de Frisii (daarom nog niet de directe voorgangers van de huidige Friezen!) niet zoveel sporen nagelaten in de Romeinse geschiedenis.

anlooAnloo

Onderworpen door Drusus, opstand in 28, definitief buiten de rijksgrenzen in 47. En dan het bezoek van Verritus en Malorix ten tijde van Nero. Daar hebben ze een keer goed mee gelachen in Rome. Die barbaartjes toch, altijd schattig. Er is nog de Hludana-steen (maar dat is eerder een verdwaalde Nederrijnse godin dan een Friese aangelegenheid) en het wastafeltje van Tolsum (maar niemand weet wat daar op stond en, helaas, de Grote Speurder blijkt ook al op vakantie).

Terwijl Schrijver dezes door de duinen en bossen ploeterde, dacht hij daarom ineens aan de Friezenkerk in Rome. Die bevat verschillende opschriften, waarover heel wat discussie bestaat (wat had u gedacht). Het zijn wel middeleeuwse inscripties, maar, zoals gezegd, noch de discussie noch de middeleeuwen schrikken Schrijver dezes, onverstoorbaar op de woelige baren, af.

friezen(1)Trap naar de Friezenkerk

Wie de Friezenkerk zoekt, vindt eerst een trap, links van de colonnade van Bernini op het Sint-Pietersplein. De trap komt uit op een pleintje, dat voor de kerk ligt. De gracieuze campanile is van hier af bijna niet te zien.

De Friezenkerk of S. Michele dei Frisoni of SS. Michele e Magno is sinds enkele decennia de nationale kerk van Nederland in Rome, ook parochiekerk van de Nederlandse gemeenschap in de stad, en heeft een respectabel verleden.

friezen(8)

In de achtste eeuw werd op deze locatie de schola van de net bekeerde Friezen gevestigd, tussen de scholae van de Angelsaksen (sinds 1198: hospitaal S. Spirito in Sassia) en van de Franken (waarvan het Campo Santo Teutonico nog rest). Heel veel bekend over deze schola en eerste kerk is er niet.

Toen paus Leo III in 799 uit Paderborn terugkwam en toen Karel de Grote een jaar later in Rome tot keizer gekroond werd, gaven ze acte de présence. Toen de Saracenen in de jaren 840 Rome overvielen ook (om de stad te verdedigen wel te verstaan, niet om ze mee te plunderen). Daarna verdwijnen de Friezen in de mist.

In feite is er maar één ding in de huidige kerk dat echt aan de oude schola herinnert of daaruit afkomstig is, het grafschrift voor Hebus, zwaar beschadigd en in twee stukken gebroken die eigenlijk naast elkaar gelezen moeten worden (en dus niet onder elkaar zoals ze nu in de kerk hangen).

friezen(9)

De datering loopt uiteen van 899 (op basis van een zestiende-eeuwse transcriptie) en 1004 (op basis van een interpretatie van de steen zelf). Ik geef hier een transcriptie met een vertaling van die gedeelten die volledig duidelijk zijn:

Eerste fragment

HIC EST [
B]ONE MEMOR[
? VX. N. PLVS M.[
AN. II DEPOST? ES[T
] ORATE PRO ME IN [
ABE ANAATIEM.D.[

Tweede fragment

TV]MVLVS VBI RE?ESCI[T
] ?ETIS HEBI GENE FRISONO.[
R]T? M. IIII TEPORIB. D.[
]L (uitgesleten)

? staat hierbij voor qui. VX is de afkorting voor vixit ‘leefde’ De dwarsstrepen boven de klinkers (hier E en V) staan meestal voor een m of n. De spelling is middeleeuws: ae wordt als e geschreven. Links van ] en rechts van [ bevinden zich letters die niet langer meer leesbaar zijn of slechts gedeeltelijk bewaard zijn gebleven.

In deze transcriptie is geen poging gedaan om het opschrift nader aan te vullen dan wat half leesbaar is. Dat geeft meteen een goede indruk van het fragmentarisch en dus moeilijk karakter van deze tekst.

De twee fragmenten sluiten (met wegvallen van enkele letters) op elkaar aan als linker- en rechterhelft. Het eerste fragment ziet er uit als het meest linkse stuk van het oorspronkelijke opschrift: er lijkt niets verloren aan de linkerkant.

Poging tot vertaling:

Eerste fragment

Dit is
van goede herinnering
die leefde (?) meer (?)
werd neergelegd in het tweede jaar
bidt voor mij in [?
Vervloekt zij [

Tweede fragment

het graf waar rust
]? van Hebus van het volk der Friezen
]? vier maanden in de tijd van (ons) heer [

Vermoedelijk moet als onderwerp van de zin corpus ‘lichaam’ worden bijgevoegd: dat verklaart dan zowel de genitief Hebi als het onzijdig depositum. Aan het einde bevond zich een vervloekingsformule voor wie het graf verstoorde, maar dit gedeelte is nogal ‘barbaars’ uitgewerkt: bedoeld wordt de wending anathema sit, gebruikelijke formule om tot ketter te verklaren wie een bepaalde daad stelde of opinie verkondigde.

friezen(10)

Er blijven nog heel wat vragen open rond dit opschrift, zoals ook de datering. Het enige dat echt zeker is dat in de Friezenschola een Fries met de naam Hebus (Latijnse vorm) begraven werd, mogelijk in de negende of de tiende eeuw.

Als we deze beschadigde tekst met grafschriften uit de oudheid vergelijken, merken we op dat er hier geen melding gemaakt wordt van degene die het grafmonument heeft opgericht, maar wel van de (beschadigde en daardoor niet meer te interpreteren) datum van overlijden.

Nu wordt het pas echt gevaarlijk, want tot nog toe is iedereen het ongeveer eens. Schrijver dezes is echter onverschrokken en hij gaat voort. In de tiende eeuw worden Europa en de kerk getroffen door een zware crisis. Gevolg daarvan is ook dat het aantal pelgrimstochten afneemt en als gevolg daarvan neemt het belang van deze scholae af.

De kaper op de kust is het kapittel van de Sint-Pieter dat probeert de controle over alle kerkjes in de omgeving te krijgen. Controle wil ook zeggen: inkomsten, uiteraard. Als reactie op de crisis ontwikkelt zich een hervorming van de kerk die begint in het Bourgondische Cluny en die in Rome haar meest tot de verbeelding sprekende vertegenwoordiger vindt in paus Gregorius VII.

Inzet was het benoemingsrecht van abten en bisschoppen. In het Duitse keizerrijk had de keizer die aan zich getrokken om zo zeker te zijn van betrouwbare vazallen in de verschillende delen van zijn rijk. Doel van de hervorming van Cluny en Gregorius VII was om de kerkelijke benoemingen weer door de kerk te laten plaatsvinden. Dit is de investituurstrijd.

friezen(5)

En zo stonden in 1083 paus Gregorius VII en keizer Hendrik IV lijnrecht tegenover elkaar. De keizer belegerde Rome en veroverde een deel van de stad, maar de paus kreeg hulp. Nu ja, hulp: het is maar hoe je het noemt, want Robert Guiscard, koning van de Noormannen in Apulië, heeft zijn sporen in Rome wel nagelaten.

Brandsporen vooral: de S. Clemente en de SS. Quattro Coronati moesten nadien herbouwd worden. Maar ook in de Borgo bij de Sint-Pieter brandschatte Robert flink. Een van de slachtoffers was de Friezenkerk die officieel aan de H. Michael was toegewijd.

Bijna 60 jaar later (60!) werd de Friezenkerk heropgebouwd: de huidige kerk is wezenlijk deze herbouw. In 1141 werd ze opnieuw ingewijd en bij die gelegenheid werd er een opschrift in de kerk geplaatst waarin zoals te doen gebruikelijk was, de verschillende relieken die deze kerk rijk was, worden opgesomd. We hebben alleen het onderste stuk, met ook de namen van de aanwezige hoge geestelijken. Dat is het tweede historische opschrift:

]S. MARIE S[emper virginis
BEATI NICOLAI QUAT[uor corona
TOR? E (t) S(an)C(t)O(rum) XLTA E(t) S. D[amasi
P(re)SENTIBVS VEN(er)ABILIB[us
DOMNO AIMERIGO CAN[cellario
ET GERARDO CARDINALI S. CRV[cis
E(t) G(re)G(orio) S. MAR(ie) ET OCTAVIANO SCI. NI[co
LAI RANE(r)IO S. PRISSCE OTTONE S.
GEORGII HEC E(t) CET(er)A STVDIO ET INDV
STRIA DOMNI STEPHANI VEN(er)ABI
LIS ARCHIP(res)B(ite)RI IBIDE P(re)SIDENTE
FACTA S(un)T

‘Van H. Maria [altijd maagd…
van de H. Nicolaas, van de vier [gekroonden (= de SS. Coronati)
en de HH. … en Damasus
in aanwezigheid van de eerwaarde heren
Aimerigus kanselier
en Gerardus, kardinaal van S. Croce
en Gregorius van S. Mar[ia] et Octavianus van S. Nicolà,
Ranerius van S. Prisca, Otto van S.
Giorgio (in Velabro) is dit alles en nog andere dingen door de ijver
en de zorg van de eerwaarde heer Stephanus
aartspriester die bij die plechtigheid de leiding had,
gedaan.’

friezen(4)

Nu wordt het gevaarlijk. Schrijver dezes noteert nu dat hier geen enkele Friese naam bij zit: het gaat steeds om hoge kerkelijke dignitarissen. En waar de Friezen zijn, weet niemand.

Ho: in de Friezenkerk vertelt men een ander verhaal. Volgens wat men daar zegt, is de Friezenkerk nog steeds het centrum van de Friese gemeenschap in Rome en huis voor pelgrims uit het Hoge Noorden (zoals de Groningse monnik Emo, volgens de auteurs en uitgevers van zijn reisverslag tenminste, al is dit vooral annotatie en interpretatie, want Emo zelf spreekt heel opvallend niet over de Friezenkerk). Dat in dit tweede opschrift geen Fries te bekennen valt, ligt dan wat moeilijk, maar over dit probleem walst men stilzwijgend heen. Altijd een goede oplossing voor een probleem.

Maar het kan nog erger. Er is nóg een steen, de steen ‘die alles vertelt’, zoals het in de Friezenkerk heet. En deze steen is vooral een probleem, want waar gaat het eigenlijk over en wat staat er nu precies?

Laat ons de steen eerst eens bekijken. Het gaat om een mooie rechthoekige steen waarin de letters keurig op een rij gekapt zijn. Daarmee geeft deze steen een heel ander beeld dan de twee eerdere opschriften die om het eufemistisch te zeggen eerder slordig waren: schots en scheef staande letters, oplopende of dalende per definitie niet evenwijdige regels. Deze derde steen is geen graf- of bouwopschrift zoals nummers 1 en 2, het is een heel verhaal:

IN NO(mine) D(omi)NI TEMPORE LEONIS IIII P(a)P(e) I(m)P(er)A(n)TE CARVLO MAGNO I(m)P(er)ATORE EO TE(m)PORE QVO PETRI BASILICA A SARRACENIS CAPTA FUERAT, TVNC /
DENIQ(ue) P(ro) TOTIVS MVNDI CAPITE TVRBATO TOTVS MVNDVS TVRBATVS OM(n)IS GALLIA CV(m) REGE CARVLO AD TVENDV(m) ILLA(m) VENERVNT. VNDE C(o)NTRA INIMICOS D(omi)NI BELLA /
D(omi)NI DECERTANDO Q(ui)DAM MORTVI S(unt) ET IN CRIPTA IVXTA NERONIS PALATIVM SEPVLTI, EODD(em) TE(m)PORE A LEONE P(a)P(e) ET REGE K(arolo) AD HONORE(m) MICHAELIS ARC(han)G(e)LI SUP(er) ILLOS FACTA /
EST ECCL(esi)A. HIS ITA P(er)ACTIS REX APVLIA(m) ABIIT EA(m)Q(ue) BEATO PETRO ET ROME SVBIVGAVIT. P(er) IDE(m) TE(m)PVS EXERCITV GALLIA REVERTENTE TRES ILLORV(m) MILITES DE FRISIA /
ILDERADO DE GRONINGA ET LEOMOT DE STAVERA ET HIARO ET CELDVI ANCILLA DEI DE SLINGA. HI BEATI MAGNI CORPVS IN LOCO /
Q(ui) DICIT(ur) FVNDI INVENER(unt). QVO INVENTO IN ILLORV(m) P(ro)VINCIA PORTARE ET C(on*)DIRE DECREVER(unt) SED DIVINA GR(ati)A COHOP(er)ANTE POSTQVA(m) AD SVTRINAS PARTES VENT(um) E(st) A(m)PLIVS /
DEFERRE N(on) P(er)VALVER(unt) Q(ui)A BIS ET TER TERRITI ET P(er) SO(m)NIV(m) MONITI ROMA(m) REVERTENTES S(an)C(t)VM CORP(us) SECV(m) TVLER(unt) VNDE FACTV(m) E(st) QVOD ILLORV(m) DEVO-/
TIONIS CAVSA PARTE(m) BRACHII A SE SEGREGARI AB ILLIS P(er)MISIT. PARTES AVTE(m) CETERE IN CRIPTA P(re)FATA REMANSER(unt) SUP(er) QVA(m) SICUT DICTV(m) EST /
ECCL(esi)A IA(m) FVERAT FACTA DEINDE OMNI ANNO SIMVL BENEFICIV(m) OPTIMV(m) DARI IBI DECREVER(unt) SCILICET TRECENTAS MARCAS /
ARGENTI P(ro) ILLORV(m) ET VBIQ(ue) REQ(ui)ESCENTIV(m) REDE(m)PTIONE ET IM PERPETVV(m) SEV DIVITES SIVE PAVPERES IN EADE(m) SVPRA /
DICTI ARCHANGELI BASILICA ET BEATI MAGNI ECCL(esi)A IVXTA EA(m) AB EISDE(m) CONSTRVCTA HOSPITALIA QVANDO A SVIS /
PARTIBVS VENIRENT AGERENT. IDCIRCO N(ost)ROR(um) ALIORV(m)Q(ue) OM(n)IB(us) PATEAT SI IPSI VEL Q(ui)CV(m)Q(ue) HOC DECRETV(m) RV(m)PE(re) TE(m)PTAVERINT /
SCIANT SE P(er)PETVO DA(m)PNATOS ET MALEDICTOS ET PREDICTI PONTIFICIS ANATHEMATIS VINCVLIS IN INFERNO NISI /
RESIPVERINT CV(m) DIABOLO C(on)LIGATOS, IN HAC AVTE(m) VITA MISEROS PAVP(er)ES ET DISP(er)SOS ET ITERV(m) DE LIBRO VITE CELESTIS DELETOS /
ET DE REGNO XR(Christ)I DEIECTOS.. CONFIRMATORIB(us) FAVTORIB(us) HVI(us) DECRETI EC TR (et cetera) SIT BENEDIC(tio) XR(christ)I ET FRVANT(ur) VTRIVSQ(ue) VITE GAVDIIS AM(en)

friezen(2)

‘In naam des Heren. In de tijd van paus Leo IV toen keizer Karel de Grote keizer was, in die tijd toen de basiliek van Petrus door de Saracenen ingenomen was, toen /
tenslotte vanwege het feit dat het hoofd der wereld in verwarring gebracht was, de hele wereld in verwarring gebracht was, kwam geheel Gallië met koning Karel om haar te beschermen. Toen enkelen bij het vechten van de oorlog van de Heer tegen de vijanden /
van de Heer stierven en in een crypte naast het paleis van Nero werden begraven, werd in dezelfde tijd door paus Leo en koning Karel ter ere van de aartsengel Michael boven hen een kerk gebouwd./
Toen dit alles verricht was, trok de koning naar Apulië en ondrewierp dat aan de H. Petrus en Rome. In dezelfde tijd, toen het leger naar Gallië terugkeerde vonden drie soldaten uit Friesland, /
Ilderado van Groningen, Leomot van Stavoren en Hiaro en de dienstmaagd des Heren Celdui van Slinga, het lichaam van de H. Magnus in de plaats die Fundi heet. Toen ze dit gevonden hadden, beslisten ze om dit naar hun gewest te dragen en daar te begraven, maar door de hulp van Gods wil konden ze, nadat ze in de buurt van Sutri waren gekomen, /
(het lichaam) niet verder vervoeren. Zij werden twee, drie keer verschrikt en in een droom gewaarschuwd, keerden ze naar Rome terug en brachten het lichaam met zich mee. Hierom stond (de heilige) hun toe vanwege hun devotie /
dat ze een deel van zijn arm van het lichaam scheidden. De overige delen echter bleven in de bovengenoemde crypte boven welke zoals gezegd is /
al een kerk gebouwd was. Vervolgens beslisten ze dat elk jaar een zeer goede weldaad zou worden gegeven, nl. driehonderd mark /
zilver voor de verlossing van henzelf en voor wie daar rustten en zodat voor eeuwig rijk of arm in bovengenoemde /
basiliek van de aartsengel en kerk van de H. Magnus in het door hen daarnaast gebouwde hospitaal zouden verblijven wanneer ze uit hun /
streken zouden komen. Daarom zij voor ons allen en voor ieder ander duidelijk dat als zij zelf of iemand anders probeert dit besluit te breken, /
zij moeten weten dat zij voor eeuwig veroordeeld en vervloekt en door het anathema van bovengenoemde paus met boeien in de hel/
samen met de duivel zullen zitten, tenzij ze bij hun verstand komen, en in dit leven ellendig, arm en verspreid en uit het boek van het hemelse leven gedelgd /
en uit het rijk van Christus uitgestoten zullen zijn. Voor wie dit decreet bevestigt en begunstigt etc. zij Christus’ zegen en mogen zij genieten van de vreugden van beide levens. Amen.’

(Enkele noten: l. 4: Gallia: moet gelezen worden als: Galliam, l. 6: provincia: moet gelezen worden: provinciam).

friezen(3)

In de Friezenkerk vertelt men dat deze steen uit de dertiende eeuw of zelfs rond 1300 moet dateren en bewijst dat er toen nog steeds een Friese gemeenschap was. Anderen opteren voor een datering tussen 1000 en 1060. Omdat de datering rond 1300 beter uitkomt voor het historisch discours dat men in de Friezenkerk vertelt, geeft men aan deze datum de voorkeur, zonder overigens argumenten aan te halen.

Nu blijkt des Schrijvers grote moed. Hij stelt zich te weer tegen het algemeen discours en bindt de strijd aan met open vizier en zonder masker.

De tekst is een typische translatio, het verhaal over de overdracht van relieken. In de hagiografie kent men verschillende soorten teksten. Een passio beschrijft het lijden van een martelaar, een vita het hele leven, terwijl een translatio de overbrenging van de zichtbare overblijfselen van de heilige van de ene naar de andere plaats verhaalt.

Dat laatste gaat uiteraard gepaard met tal van wonderen, waarbij de keuze van de heilige voor een bepaalde plaats om juist daar vereerd te worden geregeld opduikt. Tot slot zijn er nog de bundels wonderen of miracula, waartoe ook de beschrijvingen van de Mariabeelden van Halle en Scherpenheuvel door de beroemde latinist Justus Lipsius (1547-1606) horen.

Magnus is, zoals meer vroege heiligen, obscuur. Dat is het minste dat je van hem kunt zeggen. Het zou gaan om een bisschop van het Zuid-Italiaanse Trani die op weg naar Rome in Fondi (Zuid-Latium) gemarteld en gedood zou zijn. Zijn relieken werden in eerste instantie, in de negende eeuw, naar Anagni overgebracht.

Bovenstaand opschrift situeert het gebeuren ook in de negende eeuw, toen Karel de Grote keizer en Leo IV paus was. Helaas is dat nooit tegelijkertijd het geval geweest: Karel de Grote stierf in 814, terwijl Leo IV regeerde van 847 tot 855. Hij was o.m. verantwoordelijk voor de bouw van de muur om de Borgo en het Vaticaan, waarvan nog altijd grote stukken overeind staan, o.m. het gedeelte waar de passetto, de pauselijke vluchtgang naar de Engelenburcht, overheen loopt.

Karel de Grote was een tijdgenoot van paus Leo III, ruim 30 jaar eerder dus. Dit betekent dus ook dat de inhoud die ons wordt meegedeeld, in deze vorm nooit historisch waar kan zijn. Karel de Grote is de hele middeleeuwen legendarisch geweest en kwam uit het Noorden.

Leo IV had een duidelijke band met het stadsgedeelte waar de Friezenkerk lag: er was dus wel een reden om hem te noemen. Het paleis van Nero is een allusie op de circus van Nero waarvan de obelisk nog rest. De conclusie moet dan ook zijn dat de tekst nooit bij benadering contemporain kan zijn met het verhaalde.

De kern van het verhaal is de translatio van de relieken van Magnus. Middeleeuwse pelgrims kwamen niet naar Rome om de paus te zien, daar hadden ze geen boodschap aan, dat is typisch iets voor de 19de-21ste eeuw. Middeleeuwse pelgrims kwamen voor de relieken van de apostelen Petrus en Paulus en van al die andere heiligen die in Rome vereerd worden. Vandaar ook dat er in tal van Romeinse kerken bijzondere relieken te vinden zijn, zoals de geselkolom in de S. Prassede of de Kerstkribbe in de S. Maria Maggiore. Enz., enz., enz.

friezenkerk

In de Friezenkerk worden zo bewaard het altaar waarop Abraham zijn zoon Isaac wilde offeren en de steen waarop Jezus zou zijn besneden, maar deze komen allebei uit (verdwenen) kerkjes in de buurt. De Friezenkerk was toegewijd aan de aarstengel Michael en engelen laten als onstoffelijke wezens nu eenmaal geen materiële resten na.

Dat is dus een probleem vanuit het reliekenstandpunt, want relieken (die genezing kunnen brengen en andere wonderen doen) betekenen pelgrims en pelgrims betekenen inkomsten. Dat hoeft u niet per se negatief te duiden als winzucht: uiteindelijk heeft een kerk bepaalde onkosten voor het functioneren, en die moeten bestreden worden door inkomsten.

In de Friezenkerk heeft men in dit kader dan zijn toevlucht genomen tot de relieken van Magnus, ook al had die eigenlijk geen connectie met Rome. Vandaar het dubbele patrocinium van deze kerk: SS. Michele e Magno. De tekst situeert de translatio overigens op een moment dat er al een kerk was. Dat kan kloppen met de datering van de stichting van de Friezenschola in de achtste eeuw, terwijl de historisch bekende translatio van Magnusrelieken van Fondi naar Anagni in de negende eeuw valt.

Als u dacht dat het tot nu toe al moeilijk was, vergist u zich: nu wordt het pas echt ingewikkeld. Schrijver dezes gaat namelijk onvervaard door, waar anderen stoppen. Niet de tekst is van belang, maar de vorm waarin de tekst tot ons is gekomen. En die is eigenlijk onmogelijk. U moet nl. een onderscheid maken tussen het gebeuren dat verhaald wordt, de tekst én de tekstdrager.

Nu is de steen, zoals Schrijver dezes niet zonder reden boven al gezegd heeft, heel netjes en regelmatig gekapt. In vergelijking met de twee andere opschriften uit de tiende en elfde eeuw lijkt het onwaarschijnlijk dat deze steen inderdaad uit die vroege periode stamt.

Goed, heeft men dan in de Friezenkerk gelijk met de datering en de interpretatie van deze tekst, nl. dat deze tekst aantoont dat er rond 1300 nog altijd een Friezenschola was en dat er dus eeuwen van continuïteit zijn tussen de oorspronkelijke stichting van de Friezenschola en de huidige nationale kerk van Nederland?

Ja en nee. Dat wil zeggen: mogelijk ja voor zover het de datering van de steen betreft. Voor de rest is het volgens Schrijver dezes onverbiddelijk nee. En daarmee vertoont Schrijver dezes andermaal grote moed. De laatste maal dat hij de Friezenkerk bezocht, in 2014, net voordat hij in de Magnuskerk in Anloo de allereerste Magnuslezing zou geven (waarin hij later gevolgd werd door Herman Pleij en Freek de Jonge; u ziet, u moet Schrijver dezes niet onderschatten!), werd hem diets gemaakt dat hij maar even moest luisteren naar de historische uiteenzetting door de gids, dat was heel nuttig.

Het was vooral heel fantasierijk: nu is Schrijver dezes niet voor een kleintje vervaard, maar zo ver komt hij in zijn pover streven niet. In de Friezenkerk wordt namelijk naast de religieuze dogma’s ook een historisch dogma gekoesterd: de eeuwig doorlopende continuïteit tussen de achtste-eeuwse schola en de huidige nationale kerk. Geen wonder ook dat alle Nederlanders gelijk worden gesteld met de Friezen, ook al zijn de bij uitstek katholieke provincies Noord-Brabant en Limburg nooit ofte nimmer Fries geweest, maar altijd Frankisch of Romeins of Eburoons.

Toen dezelfde gids Schrijver dezes toevoegde ‘Uw en mijn voorouders waren Friezen’ en daarbij overtuigd en geestdriftig knikte, sprak Schrijver dezes, rechtstreeks afstammeling van de Eburonen en Toxandri, de historische woorden: ‘De mijne niet.’ De goede man wist niet wat hij daarop moest zeggen: gedurende een volle minuut stond hij daar met open mond. Nog nooit had iemand het gewaagd om dit te weerspreken. Maar zo is Schrijver dezes nu eenmaal. Ongemaskerd. Overigens, toen Schrijver dezes dit tijdens zijn lezing in Anloo voor een volle kerk Drenten herhaalde, barstte er een stevig gelach uit. Ik weet niet of Freek de Jonge daar in geslaagd is, maar een kerk lachende Drenten is een ervaring om nooit te vergeten.

Maar wat is er dan wel met dit opschrift aan de hand? Er is een anomalie tussen de regelmatigheid en de vorm van de letters aan de ene kant en het grote aantal ligaturen aan de andere kant. Ligaturen zijn letters die in één teken samengevloeid zijn. Wij gebruiken zo nog steeds &, zonder te beseffen dat dit inderdaad is samengesteld uit een E en een T.

Deze ligaturen zagen wij overvloedig in het Hebusopschrift en in de wijdingstekst. Het is een kenmerk van veel opschriften rond het jaar 1000 (‘rond’ heel breed genomen). Maar in de dertiende eeuw vindt men deze ligaturen eigenlijk nauwelijks meer en al helemaal niet in de frequentie van dit derde opschrift in de Friezenkerk.

friezen

Dat betekent dus dat we een steen hebben die tegelijk materiële kenmerken heeft van de elfde en van de dertiende eeuw. Hoe kunnen we dat nu met elkaar verzoenen? Toen bewees dat Schrijver dezes van zijn ontmoeting met de Grote Speurder iets geleerd had, iets had meegenomen.

Op zich is er nl. een heel eenvoudige oplossing voor dit raadsel: tenzij dat de huidige steen toch uit de periode rond 1000 stamt en dus een eerder ongewoon net opschrift met keurige regels uit die periode zou zijn, blijft over dat de huidige steen een dertiende-eeuwse kopie van een ouder opschrift kan zijn dat zelf uit de elfde eeuw stamt, eventueel met een aantal wijzigingen of correcties. Daarmee krijgen we een soort drietrapsdatering: het gebeuren valt in de negende eeuw, de tekst stamt uit de tiende of elfde en de huidige steen mogelijk uit de dertiende. Materieel is dan alles in orde.

Het betekent dus ook dat de tekst in de dertiende eeuw zeker nog belang had voor de kerk, alleen niet zoals de Friezenkerk het zelf vertelt. Nogmaals: de tekst is eerst en vooral een translatio-legende en adverteert (in de u bekende betekenis!) de aanwezigheid van een bijzondere reliek in de Friezenkerk. Dat is en blijft het hoofddoel van de tekst.

Maar wat te denken van de vermelding van de stichting van de Friezenschola, want die staat overduidelijk ook in deze tekst te lezen? Op zich is dat geen probleem als men aanneemt dat de oorspronkelijke tekst inderdaad van rond 1000 (of zelfs iets eerder) dateert: toen was de Friezenschola nog (net) in bedrijf.

Maar ook rond 1300 wist men nog van dit verleden: de vermelding dient ook op dat moment nog een doel, want dit geeft een sfeer van authenticiteit aan het translatio-verhaal. Het belang is dus van dezelfde orde als dat van de Scala Santa die men (in navolging van en concurrentie met de S. Giovanni in Laterano) aan de Friezenkerk toevoegde: het gaat om het aanlokken van pelgrims.

Echt succesvol is al dat streven niet geweest. Vanaf de late middeleeuwen diende de Friezenkerk voornamelijk als zetel van enkele broederschappen zoals dat van de Sanpietrini, in dit geval niet de Romeinse straatstenen maar de mensen die instaan voor het bouwtechnisch onderhoud van de Sint-Pieter.

De kerk bevat tal van monumenten die vooral een allegaartje zijn, een Syrische bisschop uit Jeruzalem, een Armeense bisschop, de schilder Mengs (18de eeuw). Maar van de Friezen is er, behalve in het geval van Hebus, geen spoor. Geen wonder ook: de Friezenschola was niet meer actief, zeker niet meer na de verwoesting door Robert Guiscard en mogelijk al even daarvoor ook niet meer. Het is toch onwaarschijnlijk dat een handjevol Friese boeren in staat zou zijn een pelgrimskerk in Rome te onderhouden, terwijl de Engelse koningen hun Saksenschola in de handen van het Sint-Pieterskapittel zagen overgaan?

Laat ons eerlijk zijn: de Friezenkerk is een ideale plaats voor de Nederlandse nationale kerk in Rome, maar daarvoor is het niet nodig de geschiedenis te verdraaien en te martelen: de Friezen zijn niet de automatische voorouders van de Nederlanders en er was geen eeuwenlange continuïteit tussen de Friezenschola en het huidige gebruik van de kerk. En dat is ook niet nodig.

Er rest nog één punt: u hebt in bovenstaande gelezen over een Magnuslezing en een Magnuskerk in Anloo, maar dat is toch … Drenthe en dus geen Friesland? Wat doet Magnus daar dan? Drenthe was vanaf ca. 1020 onder het gezag van de bisschoppen van Utrecht geplaatst. In het gebied van dit graafschap Drenthe had de bisschop verschillende uithoven die als vanzelf de regionale centra werden, kerkelijk én wereldlijk.

Zo onderscheidt men zes oude dingspelen. De oudste parochiekerken van de provincie zijn juist in de hoofdplaatsen van deze dingspelen te vinden, zo voor Noorderveld de Bonifaciuskerk in Vries, voor Rolderdingspil de kerk van Cosmas en Damianus in Rolde, voor Dieverderdingspil de Pancratiuskerk in Diever en voor Oostermoer de Magnuskerk in Anloo. Wat bij al deze patrocinia opvalt is dat ze op zijn minst merkwaardig zijn.

De Bonifacius van Vries is niet de Britse evangelieprediker wiens hoofd in 754 door de Friezen bij Dokkum werd ingeslagen (u ziet dat Schrijver dezes inderdaad over enige moed moest beschikken om zich tegen de Friezen te weer te stellen!), maar de vroeg-christelijke martelaar Bonifacius van Tarsus die ook vereerd wordt in de SS. Alessio e Bonifacio op de Aventijn.

Zo herkent u de patronen van Diever en Rolde in de S. Pancrazio in de buurt van de Villa Pamfilij en de SS. Cosma e Damiano met haar mooie mozaïek. En voor Anloo dus de SS. Michele e Magno of Friezenkerk.

anlookerkKerk van Anloo

Wat Schrijver dezes nu voorstelt, is enkel hypothese, een vraag, want bewijs heeft ook hij verder niet, maar het zou mogelijk zijn dat de bisschop van Utrecht in zijn Drentse kerken, in bisschoppelijke uithoven gevestigd, bij de wijding relieken in het altaar heeft aangebracht die hij uit Rome had meegebracht of ontvangen. Enig direct verband met de Friezenkerk als kerk van de Friezen is daarvoor in het geval van Anloo niet nodig: in Drenthe (en de stad Groningen) woonden/wonen (Neder)Saksen, geen Friezen.

Schrijver dezes knikte. De Drentse kerken brachten een hele schat aan Romeinse beelden voor zijn oog. Hij groette eerbiedig het hunebed van Loon en van Rolde, van Eext en van Anloo zelf, en hij keerde terug naar de Rijngrens om weer het territorium van het oude Imperium Romanum te betreden en hij verliet nog net op tijd Drenthe, voordat ook dat tot rode zone en bestemming werd uitgeroepen. Onverschrokken. Ontsnapt aan Friezen en aan quarantaine.

hunebed_LoonHunebed van Loon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.