Archive for 11 februari 2021

Standbeelden in de boognissen van het Colosseum

11 februari 2021

Wie deze dagen langs het Colosseum in Rome wandelt, merkt dat er beelden staan in de ruimte tussen de bogen van het Flavische amfitheater. Tenminste, dat lijkt zo.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling Pompeii – Una storia romana, hebben de organisatoren een simulatie gemaakt van hoe het (misschien) oorspronkelijk is geweest.

colosseo2

Ditmaal niet met lichtprojecties of andere technologie zoals die in het verleden al wel vaker op Romeinse monumenten werd toegepast, maar heel eenvoudig met een reeks zwarte zeildoeken waarop telkens de foto van een beeld staat. Het strakke zwart zorgt voor de achtergrond, zodat het van veraf lijkt alsof de boognissen vol beelden staan.

Er wordt vermoed dat er ooit 154 beelden in de openingen tussen de bogen van het Colosseum hebben gestaan. Echte dan. Of dat werkelijk zo was, is een theorie waarvan niet iedereen overtuigd is.

Onder meer architect-scenograaf Carlo Lucangeli, die in het begin van de negentiende eeuw een houten maquette van het Colosseum maakte zonder beelden,  twijfelde daaraan.

colosseo

Lucangeli werkte tussen 1790 en 1812 aan het schaalmodel. Na zijn overlijden in 1812 werd de maquette afgewerkt door Paolo Dalbono. Die plaatste wel beelden in de boognissen.

Ook archeoloog Giuseppe Lugli (1890-1967), die gespecialiseerd was in bouwtechnologie in Italië tijdens het eerste millennium v. Chr. was er niet zeker van of  het Colosseum aan de buitenzijde ooit versierd was met indrukwekkende beelden.

colosseo1

Zo meent hij dat in de oudheid, om de hypothese te versterken dat de beelden in het Colosseum echt bestonden, twee munten (sestertiën) zijn uitgegeven, tijdens en na het bewind van keizer Titus. Dat zou dan keizerlijke propaganda geweest zijn.

Het probleem is dat we het niet zeker weten, maar met deze actie tonen we hoe het er mogelijk ooit heeft uitgezien. Misschien zijn er nooit beelden geweest, maar het is eigenlijk wel mooi en zeker suggestief, aldus de organisatoren van de tentoonstelling.

In talrijke boekjes en brochures zie je afbeeldingen van het Colosseum met beelden in de verschillende boogvormige openingen.

colosseo4

Waarom gaat een mens naar Rome?

11 februari 2021

door Michiel Verweij

Ik kan niet tegen de winter. Het donkere grijs – dat op het moment dat ik dit schrijf al dagen overheerst alsof elk licht definitief is uitgebannen -, de kou, de nattigheid. Ik kan niet tegen de winter. Als middel tegen deze wintermoeheid ga ik al jaren aan het prille begin van de lente, begin maart, enkele dagen naar Rome. Dit jaar zal het er niet van komen. Helaas, ik zal het missen. Maar de tijd staat het niet toe. Ik zal niet mopperen.

Waarom gaat een mens steeds weer naar Rome?

Natuurlijk, ik ben classicus, latinist. Voor mij is Rome de basis van mijn vak. Een vak dat ook altijd iets van een idylle heeft, de wereld van de klassieke poëzie, Vergilius, Horatius, Ovidius. Een idylle die tastbaarder is in een omgeving waar zuilen oprijzen tussen cipressen en pijnbomen waar de zon in speelt, dan in streken waar de wind wolk na wolk aanwaait en de hemel zo vaak grijs kleurt.

Maar er is meer. Nederland komt vaak op mij over als vlak, ééndimensionaal. Soms lijkt iedereen precies hetzelfde te praten. Het verleden wordt meteen onder een stolp gezet. Gemusealiseerd. Wat tien jaar oud is, wordt vaak meewarig bekeken als niet meer van deze tijd. Wat ik mis is reliëf, nuance.

België is dan al heel wat meervormiger, gelaagder. Al was het alleen al door de taal. Als ik (onder normale omstandigheden) in Brussel ben, wissel ik weet niet hoeveel keer per dag van taal, soms zelfs in één gesprek.

Rome is het archetypische voorbeeld van meervormigheid en gelaagdheid. Barokke paleizen staan naast kerken met romaanse campaniles, vroeg-gotische vloeren, renaissance fresco’s, barokke graven en 19de-eeuwse grafopschriften, terwijl naast de zijgevel klassieke zuilen half uit de grond oprijzen en hedendaagse scooters en auto’s daartegen geparkeerd staan.

rome_trajanus

Nil perit unquam, niets gaat ooit teloor. Van alle perioden is wel iets blijven hangen. Geen bestaan is ongeweest. En dat geeft hoop en gemoedsrust. Rome is niet te vangen dan juist in die gelaagdheid, dat door elkaar wemelen van tijden, stijlen, ideeën, beelden, wezens.

Eenvormigheid is dwingend, het hecht op je als een mondkapje en ontneemt je je identiteit. De gelaagdheid van het Romeinse straatbeeld voel ik in mijzelf. Ik ben niet alleen wie ik op dit moment ben of lijk te zijn. Ik ben tegelijk ook het kind uit Oirschot, de gymnasiast uit Boxtel, de student uit Leuven enzovoort. Dat zijn geen fasen uit het verleden, dat zijn geen afgesloten hoofdstukken, dat zijn delen van mijzelf. Nil perit unquam, niets gaat ooit teloor.

rome_alg

Men zegt wel eens dat Rome de bezoeker niet alleen tevreden laat zijn met de stad, maar ook met zichzelf. Temidden van de chaos, de gelaagdheid, het heen en weer geslingerd worden tussen tijdperken voel ik me ineens thuis en verbonden met dat alles. Vrij. Mezelf. Meer dan ik in het noorden kan. Meervormigheid maakt vrij. Nil perit unquam.

In Rome zijn zoveel dingen die ons hebben getekend, zoveel dichterbij. Het is in de Kempen of in het bijna exclusief 20ste- en 21ste-eeuwse Eindhoven (bijna exclusief!, met de nadruk op: bijna, dus) moeilijk om je Ovidius, Horatius of Vergilius voor te stellen. Maar ook het vroege christendom is in Rome zoveel dichterbij, tastbaar. Het lijkt in Rome zoveel gemakkelijker, zoveel reëler, zoveel werkelijker.

Sint-Pieter_OirschotDe Sint-Pieter in Oirschot

Ik heb onder de Sint-Pieter het graf van Petrus gezien, iets wat in de Oirschotse Sint-Pieter onvoorstelbaar ver weg lijkt. En dan is Oirschot nog gelaagder dan veel andere plaatsen. Ik ben in het huis van Augustus geweest waar hij de volkstelling bevolen heeft, die wij allemaal zo goed kennen uit de Kerstnacht.

Sint-Pietersbasiliek

En zo loop ik dan vrij en dichtbij wat ons zo sterk mede heeft bepaald, door de stad alsof ik er mijn hele leven gewoond heb. Mensen vragen mij de weg, toeristen en Italianen. Alsof ik daar thuis hoor. Geborgen in de omvangende veelvormigheid kom ik dichter tot mezelf.

En zo struin ik soms uren over het Forum Romanum rond, lees de opschriften van graven van mensen die ik nooit zal kennen, dwaal door de stad langs kerken en paleizen.

En ga naar de Via Appia waar cipressen en pijnbomen de rechte weg omzomen tussen het schaarse puin van graven, waar diep onder de grond de gangen van de catacomben zich eindeloos uitstrekken. De Via Appia is een icoon van de klassieke idylle. Daar ga ik dan, moe gewandeld, zitten op een stuk onidentificeerbare steen, en lees in de Latijnse dichters. En heradem. Geborgen in de veelvormigheid en de idylle. De Via Appia is mij dierbaar.

Via Appia

Net vóór de splitsing van de Via Appia en de weg naar Ardea is de ingang naar de catacomben van Callixtus. Daar tegenover staat een klein kerkje met de wonderlijke naam Domine quo vadis. Volgens de legende werd Petrus door een engel uit de gevangenis bevrijd en vluchtte hij uit de stad om aan de vervolging te ontkomen. De Sint-Pieter in Oirschot is eigenlijk gewijd aan Sint Petrus’ Banden, aan de relikwie van de ketens die Petrus hier in de gevangenis boeiden.

sancallisto

Op zijn vlucht kwam Petrus tot hier, waar nu dit kerkje staat. Op dat moment zag hij uit de tegenoverliggende richting iemand naderen, iemand die hij meteen herkende, en hij riep uit (in goed Latijn uiteraard): Domine, quo vadis?, Heer, waar gaat u heen? En Christus (want die was het) antwoordde (ook in het Latijn): Naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden. Petrus begreep, draaide om, keerde terug en stierf de marteldood aan het kruis in het circus van Caligula op de heuvel van het Vaticaan. De voetafdruk van Christus kunt u in de S. Sebastiano nog zien, een kopie is in de Domine quo vadis aanwezig.

Een legende, zeker, ongetwijfeld, maar een mooie legende. En in Rome zijn ook de legenden tastbaarder en naderbij. Het is niet zo moeilijk om hier op een bepaalde manier deze legenden te geloven.

En u zult wel glimlachen, maar soms, als ik op de Via Appia wandel en ik langs dit kerkje en deze plaats kom, heb ik soms het gevoel dat ik dit zie, zie ik bijna Christus van de andere kant komen.

Daarom gaat een mens naar Rome.

Deze bijdrage van clublid Michiel Verweij, die trouwe lezers kennen van zijn reeksen ‘Avonturen met opschriften’ en de ‘Manuscript Mysteries’, verscheen eerder in de Kerk-krant van de Geloofsgemeenschap Augustinus in Eindhoven (Nederland).