Restauratiespecialist Gianluigi Colalucci (92) overleden in Rome

In Rome is Gianluigi Colalucci overleden. Hij werd 92 jaar oud. Zijn naam zal misschien niet meteen bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar Colalucci was de hoofdrolspeler in wat in Rome nog steeds bekend staat als ‘het restauratieproject van de eeuw’. In de hedendaagse Romeinse kunstwereld was hij één van de meest opmerkelijke figuren.

Van 1980 tot 1994 restaureerde Colalucci in de Sixtijnse kapel de fresco’s van Michelangelo, waarbij hij met speciale zelf uitgevonden middelen en eigenzinnige procédés de kunstwereld op zijn kop zette en wereldwijd een storm van kritiek moest trotseren.

Maar Colalucci triomfeerde en deed alle kritiek verstommen toen de ongelooflijke kleuren en talloze verborgen details van het kunstwerk na eeuwen weer tevoorschijn kwamen waardoor Het Laatste Oordeel eruitzag alsof het pas was geschilderd. De dood van Colalucci werd bekendgemaakt door de Vaticaanse Musea.

colalucci(4)

Behalve Michelangelo zelf, heeft zich waarschijnlijk niemand ter wereld ooit zo langdurig zo dicht bij de beroemdste schilderingen ter wereld bevonden.

Colalucci heeft de delicate restauratie persoonlijk uitgevoerd, een karwei waar hij bijna vijftien van zijn leven aan besteedde terwijl hij ongefundeerde kritiek moest verduren. Uiteindelijk moest zelfs paus Johannes-Paulus II persoonlijk bemiddelen in een conflict.

De voornaamste ingreep was de zorgvuldige verwijdering van het vele vuil dat zich de voorgaande eeuwen had afgezet op de fresco’s. Die vervuiling was vooral veroorzaakt door de rook van kaarsen en roet.

Colalucci werd in 1929 geboren in Rome in een familie van advocaten. Hij studeerde af aan het befaamde Istituto Centrale per il Restauro (ICR) in Rome, onder leiding van Cesare Brandi en begon zijn professionele activiteit in het Laboratorio di Restauro della Galleria Nazionale di Sicilia waar hij een groot aantal kunstwerken restaureerde en veel ervaring opdeed.

Later ging hij aan de slag op Kreta in in Padua. In 1960 kwam Colalucci terecht bij het Laboratorio di Restauro Dipinti e Materiali lignei van de Vaticaanse Musea en in 1979 werd hij benoemd tot hoofd van die afdeling.

Zijn carrière nam een grote en belangrijke wending toen hij kort daarna, in 1980, werd benoemd tot verantwoordelijke voor de binnenrestauratie van de Sixtijnse kapel. Een dergelijke belangrijke restauratie van een eeuwenoud kunstwerk was nooit eerder uitgevoerd.

colalucci(7)

Het stond al van bij het begin vast dat het project enorm veel geld zou gaan kosten, gezien de tijd die de restauratie zou opslorpen. Maar Johannes-Paulus II maakte tijdens een pastorale reis naar Japan kennis met een interessante sponsor. De paus regelde een deal met de Nippon Television Network Corporation.

Nippon Televison, een zender die in de jaren ‘80 vooral bekendstond voor quizprogramma’s en verslagen van baseballwedstrijden, had zich tot dan niet veel beziggehouden met cultuur of religie.

Een uitzondering was de jaarlijkse markt van oude kunstboeken in Tokio, waarvan de zender telkens een soort hitparade bracht van de best verkochte schilder. Dat was bijna onveranderlijk Brueghel.

Talrijke Japanners dweepten ook met de Europese schilderijen uit de renaissance. Een eenvoudig bericht over een doek zoals de Mona Lisa kon in die tijd dagenlang het Japanse nieuws beheersen.

Met dit in gedachten kwam een medewerkster op het idee om de paus te vragen of Nippon Television de restauratie van de Sixtijnse Kapel mocht bekostigen in ruil voor de exclusieve beelden.

De paus ging daarmee akkoord. Het mediabedrijf zou de volledige restauratie betalen. In ruil daarvoor kregen ze de exclusieve film- en reproductierechten van de Sixtijnse kapel voor de duur van de restauratiewerken en tot vier jaar daarna. Ze mochten tijdens de werkzaamheden ook als enige documentaires of reportages over de vorderingen van het project de wereld insturen.

De deal met de paus bleek een geniale zet. Het bedrijf heeft naar verluidt destijds een goede zaak gedaan met die overeenkomst. De restauratie kostte uiteindelijk 4,2 miljoen dollar, omgerekend (volgens de koers van vandaag) ongeveer 3,58 miljoen euro. In die tijd was dat toch een behoorlijk hoog bedrag.

colalucci(5)

Nochtans reageerde de nationale en internationale kunstwereld niet bijster enthousiast toen ze zagen dat de paus het meende met de restauratie en dat medewerkers van de Vaticaanse Musea en bouwarbeiders stellingen begonnen te bouwen in de Sixtijnse kapel.

Bovendien werd de kapel, ook toen al één van de grote blikvangers van de Vaticaanse Musea, voor minstens vier jaar gesloten voor bezoekers. Het project zou iets langer duren dan verwacht.

De interventie van Colalucci groeide uit tot een langdurig en complex proces. De restaurateur bracht met onvoorstelbaar engelengeduld de losgekomen pigmentdeeltjes weer aan na de vele donkere gedeeltes van het kunstwerk zeer zorgvuldig te hebben ‘gewassen’ met propjes papier gedrenkt in speciale zelf samengestelde oplosmiddelen en gedistilleerd water.

Het product zou onder meer ammonium bicarbonaat, natrium bicarbonaat en het antischimmel-middel Desogen bevatten. Waarom de restauratiespecialist die producten gebruikte of waar hij die techniek had ontwikkeld is nooit echt duidelijk geworden.

Maar zijn aanpak werkte en de glans en kleuren van Michelangelo’s meesterwerk keerden zeer geleidelijk terug. Al kreeg Colalucci vooraleer het zover was veel kritiek te verwerken voor zijn eigenzinnige werkwijze.

colalucci(6)

In de kunst- en academische wereld barstte de kritiek los toen in een exclusieve reportage van Nippon Television werd getoond waarmee Colalucci bezig was en hoe hij werkte. Vooral in de Verenigde Staten verzette het academische milieu zich massaal tegen wat men omschreef als ‘de ramp van de eeuw in de kunstgeschiedenis’.

Amerikaanse kranten aarzelden niet om de restauratie van Michelangelo’s werk te vergelijken met ‘the space shuttle disaster’, verwijzend naar het NASA-ruimteveer Challenger dat toen (in 1986) pas ontploft was en te schrijven over het ‘artistieke equivalent van Tsjernobyl’, refererend aan de kernramp die in datzelfde jaar plaatsvond.

James Beck, een kunsthistoricus en hoogleraar aan de Columbia University, publiceerde een vrije tribune in de Italiaanse krant La Repubblica waarin hij beweerde dat de duidelijk onbekwame restaurateur Colalucci, die de werkzaamheden in de Sixtijnse kapel leidde, waarschijnlijk een soort ‘Benetton Michelangelo’ zou te voorschijn toveren.

Volgens de Amerikaan waren de kaarsenwalmen die vijf eeuwen lang tegen het plafond en de muren waren gedreven, uiteindelijk ook een bescherming gaan bieden tegen de tand des tijds. De donkere vlakken op het kunstwerk moest men er maar bij nemen.

De professor meende ook dat Michelangelo achteraf een vernislaag van dierlijk vet op zijn werk zou hebben aangebracht, precies om het te beschermen tegen rook en roet.

Toen uiteindelijk ook een groep kunstenaars, onder wie Christo en Robert Rauschenberg, een brief naar Johannes Paulus II schreven – mede ondertekend door ‘de geest van Andy Warhol’ – met de vraag om de restauratie van de Sixtijnse kapel meteen stop te zetten, ontstak Colalucci in een vlammende woede.

De Italiaanse restauratiespecialist noemde de Amerikaanse kunsthistorici barbaren voor wie de kennis van religieuze kunst ophield met het filmverhaal De tien geboden van Cecil B. DeMille.

Wie anders dan een Amerikaan zou zich kunnen voorstellen dat een renaissancekunstenaar de schitterende kleuren van zijn werk achteraf zou verbergen onder dierlijk vet? fulmineerde Colalucci die dreigde ermee op te houden als de kritiek op zijn persoon niet stopte.

De paus moest persoonlijk bemiddelen in de kunsthistorische discussie waar intussen de halve wereld zich mee moeide. Johannes-Paulus II liet uiteindelijk een internationaal team van kritische en gespecialiseerde kunsthistorici naar Rome komen die Colalucci letterlijk een tijdje op de vingers mochten kijken. Ze konden niet anders dan vaststellen dat de Italiaanse specialist fantastische resultaten boekte.

colalucci(9)

Colalucci was er zelfs in geslaagd om de kleverige en smerige harslaag te verwijderen die twee Griekse restaurateurs, vader en zoon Mazzuolis, tussen 1710 en 1713 onwetend en zonder besef van de gevolgen hadden aangebracht op de schilderingen.

colalucci(8)

De specialisten die Colalucci een tijdlang in de gaten moesten houden, hadden geen idee hoe de specialist dat had klaargespeeld. Al gauw verstomde de kritiek en Colalucci werkte rustig verder.

Gaandeweg onthulde het fresco een overweldigende hoeveelheid frisse kleuren en onbekende details die eeuwenlang niet waren gezien. Net als zijn voorganger destijds bij Michelangelo deed, kwam de paus regelmatig een kijkje nemen om te zien wat Colalucci nu weer had ontdekt.

Sommige kunsthistorici verklaarden dat het voornaamste resultaat van de restauratie is dat zowat elk boek over Michelangelo en de Sixtijnse Kapel moest worden herschreven.

Alleen James Beck (1930-2007) bleef volharden in zijn kritiek. De man richtte zelfs ArtWatch International op, een drukkingsgroep die er een sport van maakte om op zowat alle belangrijke restauratieprojecten kritiek te geven. Dat leverde hem regelmatig een proces wegens smaad op, zaken die hij soms won, dan weer verloor.

Hij schreef ook het boek Art Restoration: The Culture, the Business and the Scandal, een regelrechte aanval op de kunstrestauratie. Later werd duidelijk dat het belangrijk klinkende ArtWatch International, dat onder de naam ArtWatch UK ondertussen ook actief was in Engeland, slechts uit een paar personen bestond.

Een verantwoordelijke van de St. Paul’s Cathedral in Londen die het doelwit van kritiek was geworden, verklaarde in de pers ‘dat Artwatch UK weliswaar heel groots en belangrijk klinkt, maar dat het eigenlijk een bezigheidsproject van één persoon is’.

Colalucci trok zich de kritiek van de gefrustreerde Beck in ieder geval niet langer aan en werkte met goedkeuring van de paus rustig verder aan zijn project.

In 1991 (de restauratie was toen nog niet voltooid, maar het resultaat was inmiddels in het kunstmilieu na het verspreiden van de eerste beelden al met veel enthousiasme verwelkomd) ontving Colalucci een eredoctoraat van de New York University.

In 1995 kreeg hij er ook eentje van de Polytechnische Universiteit van Valencia, een instituut waar hij eerder vier jaar lang docent was. Colalucci doceerde daarna nog aan andere vooraanstaande universiteiten en instituten in Europa, de Verenigde Staten, Australië en Japan.

Tijdens zijn professionele carrière heeft hij gewerkt aan de restauratie van kunstwerken van zowat alle belangrijke kunstenaars, waaronder Rafaël, Giotto, Leonardo da Vinci, Guido Reni, Lorenzo Lotto, Tiziano, Andrea Mantegna, Caravaggio, Guercino, Perino del Vaga, Dosso Dossi en vele anderen.

colalucci(2)

Hij publiceerde ook verschillende wetenschappelijke teksten over zijn projecten en is de auteur van verschillende boeken over het grootste restauratieproject van zijn leven, waaronder Michelangelo. Il Giudizio universale (Giunti, 1997), La Cappella Sistina. Il Giudizio restaurato (De Agostini Editore, 1998) en Io e Michelangelo. Fatti, persone, sorprese e scoperte del cantiere di restauro della Sistina (Edizioni 24 Ore Cultura, 2015). De boeken zijn ook vertaald in het Engels en nog enkele andere talen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.