Archive for mei, 2021

Grootste Apple-winkel van Italië opent in piekfijn gerestaureerde Palazzo Marignoli

31 mei 2021

In hartje Rome opende vorige week een nieuwe Apple-winkel, een zogenaamde ‘flagship store’. Op zich geen bijzonder nieuws, ware het niet dat het om één van de grootste ter wereld gaat.

Bovendien is het enorme Palazzo Marignoli waarin de nieuwe megawinkel is ondergebracht, zo mooi gerestaureerd dat ook wie zich helemaal niet voor de speeltjes van Apple interesseert, hier zeker eens een kijkje moet komen nemen.

Talrijke handelaars in het centrum keken al maanden uit naar de (lang uitgestelde) opening van de nieuwe Apple-vestiging. Ze rekenen erop dat die vanuit de periferie van Rome een heleboel extra klanten naar het stadscentrum zal lokken.

apple(2)

Dat de technologie-gigant eindelijk neerstrijkt in Palazzo Marignoli, begrensd door de Via del Corso, de Via delle Convertite, de Via di San Claudio en Piazza San Silvestro, was gisteren in Rome groot nieuws.

De ervaring in andere grote steden leert inderdaad dat deze zogenaamde ‘flagship stores’ talrijke kooplustigen lokken, wat dus ook goed is voor de handelaars in de omgeving.

De kans om extra klanten over de vloer te krijgen is iets wat elke handelaar in de binnenstad van Rome momenteel van harte zal toejuichen. Daarom werd al maanden met meer dan gewone belangstelling uitgekeken naar de komst van de nieuwe winkel.

Die had er eigenlijk vorig najaar al moeten zijn, maar de opening werd uitgesteld omdat toen in Rome als gevolg van de coronamaatregelen nauwelijks iemand op straat rondliep.

De hoofdingangen van de nieuwe locatie bevinden zich zowel langs de Via del Corso als aan Piazza San Silvestro. De officiële naam luidt echter Apple Via del Corso. Het is de zeventiende megawinkel van Apple in Italië en tevens de grootste.

apple(14)

De nieuwe winkel is volgens het bedrijf voorbestemd om één van de belangrijkste Apple-verkooppunten van de wereld te worden, vergelijkbaar met andere prestigieuze Apple Stores zoals Carnegie Library in Washington DC, Champs Élysées in Parijs en Covent Garden in Londen.

Voor de nieuwe vestiging waren meer dan honderd nieuwe vacatures beschikbaar. De Apple-vestiging in het winkelcentrum RomaEst wordt gesloten. Het personeel kreeg de kans om de overstap te maken naar de nieuwe winkel of naar een andere vestiging.

In Apple Via del Corso zullen in totaal ongeveer 200 mensen in dienst zijn. Velen van hen zijn meertalig. Apple behoudt wel de lokale verkooppunten in de winkelcentra Porta di Roma en Euroma2, maar verwacht dat de aantrekkingskracht van de nieuwe locatie bij de fans enorm zal zijn.

apple(1)

De restauratie van Palazzo Marignoli is een eerbetoon aan de rijke artistieke en culturele geschiedenis van Rome. Volgens Apple was het één van de grootste en belangrijkste restauratieprojecten die het bedrijf ooit heeft uitgevoerd.

Het project werd begeleid door Foster + Partners, het architectenbureau van de wereldberoemde Britse architect Norman Foster. Dezelfde architecten hebben vier jaar geleden ook de komst van de Apple-winkel aan Piazza del Liberty in Milaan begeleid.

Architectuur is altijd belangrijk geweest voor Apple. Dat is te merken aan hun hoofdkantoor in Californië, maar ook aan de talrijke lokale vestigingen. Als er ergens een nieuwe Apple-winkel opent is de kans groot dat het om een architecturale parel gaat.

De Apple Store in Singapore is zelfs geïnspireerd op het Pantheon in Rome. Het is een soort drijvende koepel die vanaf het water uitkijkt op de skyline van de Aziatische metropool.

Net als in het Pantheon zorgt een oculus aan de bovenkant van de koepel (die uit 114 glazen delen bestaat) ervoor dat er een lichtstraal doorheen kan vallen. Opmerkelijk is dat het grootste gedeelte van het gebouw zich onder het wateroppervlak bevindt.

apple(3)

De restauratie van Palazzo Marignoli in Rome werd nauwgezet gevolgd door de erfgoeddiensten van de stad. Iedere ingreep moest door experts afzonderlijk worden goedgekeurd.

Apple was verplicht om gebruik te maken van speciale of originele materialen voor de inrichting en bekleding van de muren en vloeren. Zelfs de keuze van de binnenverlichting werd mee bepaald door de erfgoedspecialisten.

De komst van Apple naar het centrum van Rome is ook gekoppeld aan een aantal strenge regels. Zo mogen er geen reclameborden, vlaggen of banners aan de buitenzijde van het gebouw worden aangebracht. Ook de buitenverlichting is streng gereglementeerd.

Die regels gelden trouwens voor alle bedrijven en bewoners en zijn heel verklaarbaar als je weet dat het historisch stadscentrum van Rome zich op de Werelderfgoedlijst van de Unesco bevindt.

Eenmaal binnen botsen de bezoekers op een verbluffend strak interieur dat grotendeels uit Carrara-marmer bestaat. De originele monumentale trap dateert uit 1888 en is eveneens volledig gerestaureerd.

apple(13)Foto: Apple

Het gebouw krijgt veel natuurlijk licht binnen door de grote glazen ramen die uitkijken op de Via del Corso. Op de eerste verdieping geven vier deuren toegang tot een buitenterras, versierd met jasmijn- en olijfbomen.

Deze plek is geïnspireerd op de klassieke Romeinse terrassen en kijkt uit over de binnenplaats. Bezoekers kunnen er elkaar ontmoeten of met iemand afspreken.

Apple verdeelde het pand in verschillende ruimtes. Zo is er het Forum. Markies Marignoli gebruikte deze ruimte ooit als balzaal. De zogenaamde ‘supportruimte’ wordt bevolkt door gespecialiseerd personeel dat je bijstaat wanneer je hulp nodig hebt bij technologische problemen.

De kamer met de Genius Bar valt vooral op door het prachtige handgeschilderde plafond. Restaurateurs hebben er duizenden uren aan gewerkt om de originele geometrische patronen te herstellen.

De restauratieteams zijn er ook in geslaagd om twee grote plafondschilderingen uit het begin van de vorige eeuw te herstellen. Het zijn werken van de Romeinse kunstschilders Fabio Cipolla (1852-1935) en Ettore Ballerini (1868-1942).

Het geheel slingert zich rond een elegante binnenplaats met bomen. Dit is het groene hart van het gebouw dat een beetje doet denken aan een historische kloostertuin, wat gezien de geschiedenis van het gebouw geen toeval is. Daarover zo meteen meer.

apple(7)

Apple Via del Corso wil de winkel in Rome ook gebruiken als begeleidingscentrum voor Romeinse artistieke jongeren die actief bezig zijn met muziek, kunst, design en video.

Een eerste groep van veertig lokale jongeren is al geselecteerd en die zullen in de toekomst, zodra het coronavirus een vage herinnering is, gratis speciale sessies kunnen volgen in fotografie, kunst, digitale effecten, enz.

Het is de eerste keer dat Apple experimenteert met een dergelijk initiatief. De Today at Apple -sessies zullen plaatsvinden in de Forumzaal. Naast technologieworkshops wil Apple ook regelmatig muzikale live-optredens organiseren.

Het reusachtige palazzo werd in opdracht van de familie Marignoli gebouwd tussen 1873 en 1888 volgens een ontwerp van architect Salvatore Bianchi.

Een paar jaar later moest het gloednieuwe gebouw echter al worden aangepast om de uitbreiding van de Via del Corso mogelijk te maken.

De gevel moest worden afgebroken en werd heropgebouwd. Dit project werd begeleid en afgewerkt door architect Giulio Podesti die in Rome een indrukwekkend aantal gebouwen op zijn naam heeft staan.

Het gebouw werd opgetrokken op de plaats van de Santa Lucia alla Colonna al Corso waarvan de oorsprong wordt toegeschreven aan paus Honorius I (625-638) en het naastgelegen klooster.

In de vijftiende eeuw werkten en leefden veel prostituees op straat tussen de Via del Corso en Piazza di Spagna. In 1520 gaf de Broederschap van San Girolamo della Carità, op initiatief van kardinaal Giulio de ‘Medici, opdracht tot de bouw van een klooster voor berouwvolle prostituees die hun zonden wilden ‘betalen’ door middel van een kloosterleven en dus voortaan wilden leven als ‘bekeerde vrouwen’.

Het vrouwenklooster werd gebouwd naast de kerk die in 1585 zijn naam veranderde in Santa Maria Maddalena delle Convertite. Het klooster werd op 19 mei 1520 canoniek ingewijd door paus Leo X de’ Medici (1513-1521).

Een brand maakte het klooster in 1617 met de grond gelijk maar het werd herbouwd door kardinaal Pietro Aldobrandini en paus Paulus V Borghese (1605-1621). In 1798 werd het klooster in de Via del Corso opgeheven.

apple(6)

Palazzo Marignoli was lange tijd de residentie van markies en senator Filippo Marignoli, de bouwer van het pand. Het bood van 1886 tot 1955 ook onderdak aan het legendarische Caffè Aragno.

Dat was in de eerste decennia van de vorige eeuw één van de belangrijkste ontmoetingsplaatsen in Rome voor kunstenaars, schrijvers en acteurs.

De schrijvers vertoefden graag in de zogenaamde derde kamer, die de journalist, fotograaf en schrijver Orio Vergani (1898-1960) in 1938 omschreef als het ‘heilige der heiligen van de literatuur, kunst en journalistiek ’.

apple(5)

Vincenzo Cardarelli, Roberto Bracco, Antonio Baldini, F. T. Marinetti, Bragaglia, Mario Pannunzio en Leonardo Sinisgalli waren stamgasten in Caffè Aragno.

In de Galleria Nazionale di Arte Moderna e Contemporanea di Roma bevindt zich een schilderij uit 1930 van Amerigo Bartoli met als titel ‘Gli amici al caffè’ (De vrienden in het café).

Daarop staan afgebeeld: Emilio Cecchi, Vincenzo Cardarelli, Carlo Socrate, Ardengo Soffici, Antonio Baldini, Pasqualina Spadini, Giuseppe Ungaretti, Mario Broglio, Armando Ferri, Quirino Ruggeri, Roberto Longhi, Riccardo Francalancia, Aurelio Saffi en Bruno Barilli, naast de schilder zelf die blijkbaar aan het werk is. De vijftiende man op de foto is de ober die een drankje brengt.

apple(18)

Verschillende kunstwerken die zich destijds in Caffè Aragno bevonden zijn zorgvuldig gerestaureerd en vervolgens opnieuw geïntegreerd in het nieuwe ontwerp van de Apple-winkel. Daaronder verschillende panelen die in 1950 werden gemaakt door de Italiaanse schilder Afro Basaldella (1912-1976).

In 1955 wijzigde de zaak zijn naam in Caffè Alemagna. Vanaf 1977 werd het gebouw gehuurd door de groep Autogrill SpA die er zelf een zaak openden. Op 8 juni 2014 sloot Autogrill voorgoed de deuren in de Via del Corso.

Een gedeelte van het pand werd nadien verhuurd aan de Italiaanse kledinggroep Diesel. Maar de rest van het pand bleef leegstaan. Het kledingwarenhuis Rinascente gebruikte een deel ervan als opslagplaats.

apple(4)

Het gebouw was lange tijd ook de hoofdzetel van de verzekeringsmaatschappij Riunione Adriatica di Sicurtà, die sinds 2007 opgegaan is in Allianz.

In opdracht van de verzekeraar werd het pand de voorbije jaren grondig gerestaureerd door l’Impresa Pasqualucci Costruzioni. De aannemer had er omwille van de centrale ligging van het gebouw geen gemakkelijke klus aan.

Met het Amerikaanse Apple als nieuwe huurder is de toekomst van het gerestaureerde palazzo weer voor een heleboel jaren verzekerd.

Apple Via del Corso
Palazzo Marignoli
Via del Corso 184

Had je graag alle foto’s van het interieur van deze gloednieuwe winkel en het resultaat van de restauratie gezien die bij dit bericht horen? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R.

Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid

apple(15)

ATAC Rome controleert na meer dan een jaar opnieuw op zwartrijden

30 mei 2021

De controleurs van de Romeinse vervoersmaatschappij ATAC die steekproefgewijs in bussen, trams en metro’s zwartrijders proberen te betrappen, zijn sinds een paar weken weer actief. Ze hebben meer dan een jaar niet gewerkt uit vrees dat ze besmet zouden raken met het coronavirus. Reizigers hadden natuurlijk snel door dat het risico op controle tot nul was herleid.

Hoewel het door de viruscrisis moeilijker is om de reizigersaantallen met eerdere jaren te vergelijken, kan ATAC niet anders dan vaststellen dat vorig jaar in Rome gigantisch veel zwartrijders hebben rondgetoerd. Op de bussen wordt in de nabije toekomst ook een betalingsssyteem geïnstalleerd voor wie “vergeet” een ticketje aan een kiosk te kopen.

Toegang krijgen tot de metrotreinen is al moeilijker zonder ticket, maar vooral in bussen proberen dagelijks talrijke mensen gratis te reizen. Vóór de viruscrisis waren er frequent en op alle lijnen zeer regelmatig controles, maar die waren kort na het uitbreken van de viruscrisis fel verminderd.

atac2

Tot ze uiteindelijk helemaal stilvielen. Uit vrees voor besmetting weigerden controleurs zich nog tussen de reizigers te begeven. Er volgden zeer lange onderhandelingen tussen de directie en de vakbonden van het transportbedrijf. De controleurs eisten veiligheidsgaranties vooraleer ze weer aan het werk wilden.

Er werd nu een nieuw protocol opgesteld waarbij de veiligheid van zowel de klanten als de controleurs wordt gewaarborgd. Om alle burgers en gebruikers te informeren over de hervatting van de controledienst, lanceerde ATAC een communicatiecampagne.

Vanaf nu kan je de controleurs dus weer ontmoeten als je in Rome gebruik maakt van het openbaar vervoer. De directie van ATAC noemt het een belangrijke stap die ook de veiligheid van de klanten verhoogt en reizigers tot het beter naleven van de veiligheidsregels aanzet.

Het is ook een daad van respect voor al de klanten die het voorbije jaar hun tickets wel netjes hebben betaald. Niet iedereen heeft dat gedaan, wat voor ons onaanvaardbaar en zelfs immoreel is, aldus directeur Giovanni Mottura.

atacticket(11)

ATAC noemt de strijd tegen zwartrijders een actie tegen belastingontduiking. Iedereen eist voortdurend dat ATAC in zowat alles moet verbeteren. Maar zonder de opbrengst van de vervoerstickets wordt dat erg moeilijk, aldus nog Mottura.

De stakingsactie van de controleurs, want dat was het in feite, heeft het vervoersbedrijf veel geld gekost. Nochtans kan ATAC iedere euro goed gebruiken: het bedrijf flirt al een hele tijd met het faillissement en sleept een schuldenlast van 1,4 miljard euro mee.

In 2019 werden ongeveer 4 miljoen reizigers gecontroleerd, 38% meer dan in 2018 en 61% meer dan in 2017. In totaal werden in 2019 bijna 190.000 voertuigen aan de kant gezet, waarna de passagiers werden gecontroleerd, dat zijn er 31% meer dan in 2018 en 43% ten opzichte van 2017.

Ongeveer 229.000 reizigers kregen in 2019 een boete. Dat komt neer op een gemiddelde van 630 uitgeschreven boetes per dag, een stijging met 34% vergeleken met 2018.

Twee jaar geleden werden jaarlijks ‘nog maar’ 2,8 miljoen reizigers gecontroleerd en werden ‘slechts’ 170.000 boetes uitgeschreven. De meeste boetes werden binnen de vijf dagen betaald.

Als je in Rome op een tram of bus stapt moet je zelf je vervoersbewijs nog even aan een machine ‘ontwaarden’ zoals dat heet. De machine stempelt een code en een datum op je ticket dat vanaf dan nog slechts een beperkte tijd geldig is. In principe is dat tot 100 minuten na de afstempeling.

atac-busticket (2)

Ook voordat je in Italië op een trein stapt moet je zelf je ticketje afstempelen in de daartoe bestemde machine. Bij de metro gebeurt de toegangscontrole automatisch omdat je daar in principe altijd langs een draaihek moet passeren om het perron te bereiken.

Vooral bij korte ritten in bussen of trams is de verleiding soms groot om het ticketje niet af te stempelen en zo 1,5 euro (de basisprijs) uit te sparen. De tickets zijn immers onbeperkt geldig en je kan ze dan gewoon op een ander moment gebruiken. Maar vergis je niet: de pakkans in Rome is behoorlijk groot.

We kennen inderdaad mensen die zelden of nooit een controleur hebben gezien. Maar we kennen er ook heel wat die tijdens een controleactie tegen de lamp gelopen zijn.

Het is een kwestie van geluk (of pech), maar de kans dat je tijdens enkele dagen Rome een controleur ontmoet wanneer je frequent gebruik maakt van het openbaar vervoer, is veel groter dan je kans om de lotto te winnen.

atac-busticket (3)

Controleurs stappen altijd in groep en op willekeurige momenten op de bus. De deuren gaan daarna dicht zodat ontsnappen onmogelijk is. Wie geen geldig of geen recent afgestempeld vervoersbewijs op zak heeft, mag bij een eerste overtreding meteen 50 euro boete betalen. Bij een volgende overtreding ligt dat bedrag al veel hoger.

Tegenpruttelen dat je toerist bent of dat je identiteitsbewijs nog in je hotel iigt helpt niet: dan mag je het gaan uitleggen aan de politie. Tegenwoordig kan je de boete ook meteen elektronisch betalen, het argument dat je geen cash bij hebt, helpt dus ook niet meer.

ATAC besliste een paar jaar geleden al dat het aantal controles moest worden opgevoerd om zwartrijden tegen de gaan en de inkomsten op te drijven. Het was één van de maatregelen die werden genomen om de voormelde schuldenberg van 1,4 miljard euro wat kleiner te maken.

De cijfers die ATAC recent bekendmaakte tonen aan dat die aanpak resultaten opleverde. Maar de viruscrisis draaide al die goede bedoelingen dus weer achteruit. Nadat een jaar lang amper werd gecontroleerd, schieten de controleurs nu dus weer in actie.

Zoals hierboven verteld: de pakkans voor zwartrijders is in Rome toch behoorlijk groot wanneer de controleurs op de baan zijn. Stempel dus zeker dat ticketje af op bus en tram.

Bovendien kan je sinds een jaar een Roma Tourist Ticket aanschaffen, waarbij je met slechts enkele muisklikken en met je krediet- of bankkaart (Visa, MasterCard of Maestro) biljetten voor het Romeinse openbaar vervoersnet reeds vóór je vertrek thuis kan kopen.

atacticket(17)

Dat kan bijvoorbeeld handig zijn voor grotere groepen die in Rome willen gebruik maken van het openbaar vervoer. De bedoeling is vooral om wachttijden te vermijden en de afleveringstijd van grotere hoeveelheden tickets te versnellen.

ATAC wil ook de Tap & go-technologie, die al op de tourniquets van de metro is geïnstalleerd, versneld uitrollen aan boord van trams en bussen. In een eerste fase zouden 2.340 hightech validatiemachines worden geïnstalleerd. Binnen de vijf jaar moet de volledige vloot zo’n machine hebben. In totaal gaat het om 6.100 toestellen.

De machines moeten het kopen van tickets gemakkelijker maken. Nu moeten die vooraf gekocht worden in kiosken, aan een loket, via een automaat of in winkels. Aan boord van een bus of metro of bij de chauffeur kan je geen tickets kopen. De schaarse automaten die je vroeger soms toch eens in een bus kon aantreffen, zijn vrijwel allemaal kapot of weggehaald.

atac-busticket (1)

Het nieuwe Tap & go-systeem biedt de mogelijkheid om met je (contactloze) creditcard meteen te betalen. Een venstertje toont de mogelijkheden en het aantal ritten.

Bij een enkele reis wordt net als bij een gewoon ticket 1,50 euro in rekening gebracht. Door die vlottere betaalmogelijkheid hoopt ATAC het aantal zwartrijders eveneens wat terug te dringen.

Schedel van Bernini duikt op in Dresden

29 mei 2021

In Duitsland is een zeer realistische en op ware grootte uit Carrara-marmer gebeeldhouwde schedel herontdekt. Het gaat om een werk van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) die het kunstwerk maakte voor paus Alexander VII Chigi (1655-1667).


ĶDie bestelde het opmerkelijke object meteen na zijn verkiezing tot paus om het op zijn bureau te leggen. De marmeren schedel die zo realistisch gemaakt is dat ze nauwelijks verschilt van een echt exemplaar, moest de paus permanent herinneren aan de sterfelijkheid van de mens en aan het hiernamaals.

schedel-bernini

Er bestaat ook een schilderij van Guido Ubaldo Abbatini (1600-1656) dat de paus samen met de schedel toont. Het schilderij werd in 1655-1656 gemaakt en is eigendom van de Soevereine Militaire Orde van Malta in Rome. Abbatini was een leerling van Bernini.

alexandervii

Zowel de originele schedel als het schilderij zijn tot 5 september te zien op een kleine tentoonstelling in de Semperbau in Dresden met als titel Bernini, der Papst und der Tod (Bernini, de paus en de dood).

bernini-dresden

De schedel maakte oorspronkelijk deel uit van de collectie van de familie Chigi in Rome, waarvan August II (de Sterke) van Polen, keurvorst van Saksen en grootvorst van Litouwen in 1728 een deel verwierf via kunstinkoper baron Raymond Le Plat. De verzameling omvatte 164 sculpturen uit de oudheid en vier barokke werken.

De schedel kwam vervolgens terecht in de archeologische collectie van de Staatliche Kunstsammlungen Dresden, een museum dat uit verschillende vestigingen bestaat. Daar bleef het kunstwerk lange tijd vrijwel onopgemerkt.

Tijdens nieuwe en recente onderzoekingen in het archief werd de correspondentie teruggevonden die werd gevoerd tussen de koning en Raymond Le Plat uit de tijd dat het object werd aangekocht.

De schedel werd daarin omschreven als Una celebre testa di Morto, opera del Cav[alie]r Bernini.

bernini-dresden2

Het onderzoek heeft nu aangetoond dat het beeldhouwwerk in de collectie hetzelfde is als het object dat in 1728 naar Dresden kwam en dat het om een origineel werk van Bernini gaat.

De schedel van Bernini bracht de paus in het begin van zijn aantreden niet veel geluk. Vlak nadat Alexander VII de pauselijke troon besteeg, brak de pest uit in Rome. Veel van de maatregelen die deze paus destijds introduceerde, klinken ons vandaag allemaal vertrouwd in de oren: het dragen van maskers en het instellen van quarantaines en lockdowns.

Openbaar vervoer in Rome staakt op dinsdag 1 juni

28 mei 2021

In Rome is alweer een 24-urenstaking van het openbaar vervoer op komst. Op dinsdag 1 juni rijden de bussen, trams, metro en regionale treinen van ATAC en Cotral niet uit tussen 8.30 uur en 17 uur en vanaf 20 uur tot het einde van de dienst. Ook de nachtbussen vallen dus weg.

De staking wordt georganiseerd door de vakbonden Filt Cgil, Fit Cisl, Uil Trasporti, Ugl Fna en Faisa Cisal. Ditmaal draait de discussie over de verlenging van bepaalde arbeidscontracten. Aan Porta Pia wordt tussen 10 en 13 uur ook betoogd.

staking_rome

Romeinen reageren schamper op de geplande actie omdat die plaatsvindt net vóór de Dag van de Republiek op 2 juni. Het Festa della Repubblica is een officiële feestdag in Italië waarop sowieso niet wordt gewerkt.

Stakers die maandag één vakantiedag opnemen kunnen dus genieten van vijf opeenvolgende vrije dagen. De stakingsdag op dinsdag komt sommigen dus wel heel goed uit, klinkt het.

Grote kunsttentoonstelling in openlucht in Villa Borghese

28 mei 2021

Het uitgestrekte park Villa Borghese vormt sinds deze week het decor van Back to Nature 2021, een tentoonstellingsproject met moderne kunstinstallaties die worden getoond in openlucht. Tegelijk, en verbonden met het openluchtproject, loopt in het Museo Carlo Bilotti de tentoonstelling Arte e Natura waar werken uit de oudheid worden gecombineerd met hedendaagse kunst.

Het is de tweede editie van Back to Nature, dat voor het eerst in Rome plaatsvond in de herfst van vorig jaar. Het nieuwe tentoonstellingsproject bouwt voort op hetzelfde stramien.

Op een aantal strategische plekken in het park staan moderne kunstinstallaties opgesteld die volgens de kunstenaars allemaal reflecteren op de toekomst van de wereld en de noodzaak om een nieuwe relatie met de natuur op te bouwen.

Iedereen die het park bezoekt kan de kunstinstallaties gratis bewonderen. De openluchttentoonstelling loopt nog tot 25 juli.

backtonature

In het park zijn werken te zien van internationaal bekende kunstenaars zoals Loris Cecchini, Leandro Erlich, Giuseppe Gallo, Marzia Migliora, Michelangelo Pistoletto, Pietro Ruffo, Tomás Saraceno, Marinella Senatore en het collectief Accademia di Aracne.

De kunstwerken gaan in dialoog met het park, met de planten en bomen, de meertjes, de fonteinen, de brede lanen,… maar vallen natuurlijk ook op in de omgeving.

De meeste werken bevinden zich in de omgeving van het Parco dei Daini en ook Piazza di Siena maakt deel uit van het circuit.

Piazza di Siena komt pas half juni echt tot leven dankzij Michelangelo Pistoletto’s Third Paradise. Op het enorme grasveld worden dan honderd banken geplaatst, waarvan het de bedoeling is dat die worden gesponsord.

Samen moeten ze een nog geheim gehouden symbool vormen dat de kunstenaar heeft bedacht als teken van een nieuwe sociale dimensie, waarin de relatie tussen man, vrouw en natuur zal terugkeren naar de harmonie die nodig is om een mogelijke toekomst op te bouwen.

Door een wandeling in het park te maken kunnen bezoekers op een geheel nieuwe manier kennismaken met moderne kunst die ze anders wellicht nooit te zien zouden krijgen.

Het grootste pluspunt is dat de werken erg gevarieerd zijn. Je hebt de spectaculaire installaties van Leandro Erlich, die subtiel op de grens tussen het mogelijke en onmogelijke spelen.

Er zijn de elementen van Loris Cecchini die de takken van een boom omarmen en deze lijken te vermenigvuldigen. De installaties geven de openbare groene ruimte een nieuwe identiteit.

Marinella Senatore biedt het publiek als het ware een podium om op te treden, terwijl Marzia Migliora het idee van vlucht en vrijheid suggereert.

Dat gebeurt dankzij een werk dat is bedacht in samenwerking met vrouwelijke gedetineerden uit de Romeinse Rebibbia-gevangenis.

Het thema vrijheid, hoop en opkomst is ook verbonden met de sculptuur van Pietro Ruffo. Het is bijna een tekening die in de lucht werd gemaakt en die beweegt, net zoals de reusachtige stoelen van Giuseppe Gallo. De stoelpoten werden uitgewerkt in de vorm van boomtakken.

De vier kleurrijke bomen, gewikkeld in het breiwerk van de Aracne Academy en die ook aanwezig waren op de eerste editie van Back to Nature, zijn teruggekeerd naar Rome, terwijl ook het digitale project van Tomás Saraceno weer naar Rome kwam.

Dit fascinerende concert, dat werd uitgewerkt door het samplen van allerlei universele geluiden, is een act die eerder al de Romeinse feestvierders op oudejaarsavond kon verbluffen.

Het hele kunstevenement in openlucht is opgevat als een soort openluchtfestival waarin ook muzikale optredens en artistieke voorstellingen aan bod komen.

Die zijn er allemaal op gericht om het al dan niet toevallig aanwezige publiek spontaan bij de actie te betrekken. De argeloze parkbezoeker wordt als het ware geconfronteerd met kunst en muziek.

backtonature2

Het Carlo Bilotti Museum in de Orangerie van Villa Borghese maakt eveneens deel uit van de Back to Nature 2021-route. Voor de gelegenheid is er de tentoonstelling Arte e Natura te zien.

Deze tentoonstelling bevat zowel artefacten uit de Capitolijnse collecties als hedendaagse kunst, te beginnen van de eerste decennia van de twintigste eeuw tot nu. Deze tentoonstelling is eveneens gratis te bezoeken en dit tot 19 september .

De tentoonstelling biedt een selectie met werken van onder meer Gianfranco Baruchello, Claudio Palmieri, Giancarlo Limoni, Marilù Eustachio, Giosetta Fioroni, Alfredo Jaar, Oscar Turco, Daniela Perego, Felice Levini, Marina Ballo Charmet, Olivo Barbieri, Lorenzo Durantini, Guendalina Salini, Giulia Napoleone en Alberto Vannetti.

Opmerkelijke items zijn een oosters landschap van Isabella Ducrot, de weergave van oneindigheid door Maria Lai, de kosmische visioenen van Giulio Turcato en Alberto Di Fabio en het uitzicht op het Parco dei Daini in Villa Borghese door Alessandra Giovannoni.

De gewone kunstwerken aan de muren worden afgewisseld met driedimensionale werken, zoals de installaties van de kunstenaars Ana Rewakowicz, Renato Mambor, Piero Fogliati en Ines Fontenla.

Het gemeenschappelijke thema in het werk van de videokunstenaars Elisa Sighicelli, Goldiechiari en Silvia Stucky is water, een fundamenteel product dat wordt beschouwd als onlosmakelijk verbonden met het lot van onze planeet.

Back to Nature 2021
Arte contemporanea a Villa Borghese
Piazza di Siena – Parco dei Daini
Gratis
Tot 25 juli

Arte e Natura
Museo Carlo Bilotti (Aranciera di Villa Borghese)
Via Fiorello La Guardia
Gratis
Tot 19 september

Had je graag ook de foto’s van deze opmerkelijke kunstwerken gezien die bij dit bericht horen? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R.

Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid

MAXXI Rome opent tweede museum in L’Aquila

27 mei 2021

In L’Aquila, de hoofdstad van de regio Abruzzo, opent morgen het langverwachte MAXXI L’Aquila, een museum voor hedendaagse kunst dat zal worden beheerd door het MAXXI in Rome.

Het nieuwe Museo Nazionale delle Arti del XXI secolo wordt gehuisvest in Palazzo Ardinghelli dat na de verwoestende aardbeving die de regio in april 2009 teisterde volledig werd gerestaureerd.

Dat gebeurde dankzij financiering door Rusland. Het gebouw was vroeger de thuisbasis van het ministerie van Cultuur.

Minister van Cultuur Dario Franceschini opent morgen het nieuwe museum, waarna van 31 mei tot en met 2 juni de lokale bevolking de kans krijgt om het museum gratis te bezoeken. De algemene officiële opening vindt plaats op 3 juni.

maxxi-aquila

De inhuldiging wordt van 12.30 tot 13 uur live gestreamd op de sociale kanalen van het museum terwijl de Italiaanse staatsomroep RAI 5 later op de avond, vanaf 21.15, een reportage zal wijden aan het nieuwe MAXXI.

Giovanna Melandri van MAXXI Rome omschrijft de heropening van Palazzo Ardinghelli als het symbool van een dubbele wederopstanding: na de aardbeving, maar ook na de voorbije lockdowns, toen de werkzaamheden aan het museum lange tijd stil lagen.

De openingstentoonstelling, Punto di Equilibrio. Pensiero spazio luce da Toyo Ito a Ettore Spalletti, zal acht installaties bevatten, afkomstig uit de MAXXI-collectie.

In de vroege ochtenduren van 6 april 2009 trof een aardbeving met een kracht van 6,3 op de schaal van Richter de stad L’Aquila, waarbij 309 mensen omkwamen, 70.000 daklozen achterbleven en meer dan vijftig dorpen in de regio Abruzzo werden verwoest.

MAXXI L’Aquila
Piazza Santa Maria Paganica 17
67100 L’Aquila
maxxilaquila.art

Vlamingen (en nog wat meer)

27 mei 2021

Avonturen met opschriften – XIX

Twee jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de negentiende bijdrage in deze reeks.

* * * * *

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Vandaag deel XIX. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

Deze nieuwsbrief is opgedragen aan pater HUGO VANERMEN, uit dank voor alle gastvrijheid.

* * * * *

Corona slaat toe. Gelukkig niet fysiek (het strikte isolement van Schrijver dezes en zijn kluizenaarsbestaan, om nog maar te zwijgen van de aanblik van zijn lange haren, vormen voldoende garantie tegen een besmetting, beter dan mondmaskerdictatuur of dat soort capriolen), maar wel mentaal.

U bent al eerder slachtoffer geweest van zijn uitingen van mismoedigheid: nu begint ook een gebrek aan inspiratie een rol te spelen. Hoe kan Schrijver dezes over Romeinse opschriften schrijven als hij er geen meer onder ogen krijgt? Als er geen vers epigrafisch bloed door de aderen kan stuwen? Schrijver dezes schudt mismoedig (daar hebt u het weer!) het hoofd en zucht: ‘Maar wat moet ik dan?’

Gelukkig herinnert hij zich nog net op tijd (hij had al bijna de uitknop van zijn computer ingedrukt) dat hij de moed gehad had om over dingen dichter bij huis te schrijven, over Friezen en Brabanders.

vlagiu(10)

En hij herinnerde zich toen ineens dat kleine, wat donkere zijstraatje in het hart van Rome, de Via del Sudario, en het kleine, maar zo fijne barokkerkje dat in dat straatje ligt, toegewijd aan de H. Julianus.

En hij herinnerde zich aan de keren dat hij de afscheidnemende rector van die kerk, pater Hugo Vanermen, had ontmoet en door deze gastvrij was onthaald, dat hij daar twee lezingen had gegeven en dat hij zich over het Broederschapsboek had gebogen.

En hij wist dat dat kerkje bezaaid was met opschriften. Dus: ja, weer (in de geest) naar Rome!, maar opnieuw de nieuwere tijden. En: na het noorden en het centrum der Lage Landen, nu het westen en het zuiden… Op naar de Vlamingen dus (en nog wat meer…)!

Laat ons beginnen met de feiten en ons aan de feiten houden, want (net als over de Friezenkerk) worden er ook over San Giuliano dei Fiamminghi nogal wat (vrome?) legenden verteld.

vlagiu(11)

Wie de stichting laat opklimmen tot de 8ste eeuw, ziet over het hoofd dat de pelgrimshuizen destijds in de buurt van de Sint-Pieter lagen en niet in de binnenstad en vooral dat er toen nog helemaal geen graafschap Vlaanderen was en dus ook geen Vlamingen waren.

Een andere overlevering wil dat graaf Robrecht II van Vlaanderen aan het hospitaal gul geschonken heeft: men vergeet alleen te vertellen op welke bronnen dat steunt. Robrecht II is overigens inderdaad in Rome geweest toen hij op weg was naar Jeruzalem tijdens de Eerste Kruistocht, maar veel meer is daar verder niet over bekend.

vlagiu(3)

Echte zekerheid over de stichting hebben we pas in de eerste helft van de 15de eeuw, na het einde van de Babylonische ballingschap der pausen en het Groot Westers schisma. Dan blijkt men bezig om de kapel te repareren en van dat moment, in 1444, dateert ook het reglement van het gasthuis.

Dat document is bekend uit een kopie uit 1574 in het Broederschapsboek, toen men de zaken met het oog op het jubeljaar van 1575 groots aan wilde pakken. Het reglement is in het Middelnederlands (wat in Rome uiteraard uitzonderlijk is) en leert ons van alles.

Zo weten we dat arme pelgrims drie dagen in het gasthuis mochten blijven, priesters zelfs acht, maar dan moesten ze wel enkele missen opdragen, waaronder een requiemmis.

Mannen en vrouwen sliepen uiteraard apart, behalve als het om een echtpaar ging. Daar is trouwens iets eigenaardigs aan de hand. Vrouwen sliepen in een aparte zaal, goed, maar – zo leest men tallen kante – mannen sliepen in de tuin bij de klokkentoren.

Dit is uiteraard nonsens, maar je moet (weer…) uit Oirschot komen om dat in te zien. De term in de tekst is beyaert. Dat betekent in modern Nederlands (‘beiaard’) uiteraard ‘klokkenspel’ of ‘carillon’.

Maar: in het Middelnederlands had het woord nog een andere betekenis, nl. ‘pelgrimsverblijf’. Zo staat er in Oirschot nog steeds een huis met de naam De Beyert , dat deel uitmaakte van het daar ter stede door Agnes van Kleef en Rogier van Leefdaal in 1333 gestichte Sint-Jorisgasthuis.

Kortom, de mannen werden niet in een hoek van de tuin blootgesteld aan weer en wind, ze sliepen ook binnen…

vlagiu(2)

Nog zo’n legende: de tekst in het Broederschapsboek zou gekopieerd zijn door ene Jan de Witte, zo staat in menige publicatie te lezen. Welnu, Jan de Witte is een spook, het spook van Sint-Juliaan.

Die man heeft nooit bestaan (althans niet in deze vorm, als deze persoon, want ik wil niet ontkennen dat er geen Jan de Wittes zijn): het handschrift leest heel duidelijk: Giouani de Withem, Jan van Witthem.

Bovendien identificeert hij zich in de tekst onmiddellijk onder zijn naam. Het gaat om de heer van Beersel en Boutersem die in 1588 overleed. Het is de enige Brabander in het gezelschap en wat voor een: de Van Witthems stamden af van een bastaard van het Hertogelijke Huis van Brabant.

Daarom ook voelde Jan zich gedrongen om zijn naam zo dicht mogelijk bij die van Karel V te zetten, die net in de aanhefalinea genoemd wordt als inspiratiebron voor (hopelijk) nieuwe inschrijvingen.

U slaat in uw eigen bibliotheek na het lezen van deze nieuwsbrief maar eens die klassieker van Suske en Wiske, De schat van Beersel, na: Filippeke die daar ijverig het zwaard wil hanteren (en de katapult), was de overgrootvader van onze Jan. Nu u!

schat

Laat die Jan de Witte dus alstublieft vallen: dat is een eclatante leesfout. Een spook. En die zijn er al genoeg zonder dat we er nog bij moeten maken.

Terug naar de kern van ons verhaal. In de Statuten blijkt ook duidelijk dat de stichting alleen bedoeld is voor Vlamingen. Maar: wat zijn dat?

Juist. Nu wordt het spannend. We zitten in de middeleeuwen. Op dat moment waren Vlamingen alleen inwoners van het graafschap Vlaanderen, ongeacht de taal die ze spraken (want in Rijsel spraken ze altijd al Frans en dat was toch ook Vlaanderen). Lieden uit Leuven, Antwerpen en Brussel waren Brabanders en zeker geen Vlamingen: dat zijn lieden van de overkant van de Schelde, best aardig, zolang ze tenminste aan de overkant blijven.

vlagiu(1)

Die Vlamingen slaan elkaar in hun talrijke burgerveten en -oorlogen de kop in met hun goedendag, dat doen wij Brabanders niet, wij slaan alleen niet-Brabanders de kop in. Dat maakt toch een heel verschil. Dus ook Antwerpenaars zijn (behalve even in de 14de eeuw) geen Vlamingen. Zo, nu u (bis).

De tekst van het reglement is ook heel duidelijk, want steeds wordt herhaald: de Vlamingen die uit Vlaanderen zijn. Brabanders en Luikenaars (waar dus de huidige Limburgers onder vallen, althans de Belgische, want de Nederlandse zijn Geldersen, Overmasiërs en nog wat kleiner spul: Horners en Thorners en zo) zijn dus niet welkom in San Giuliano, althans toen niet: zij huizen in de Santa Maria dell’Anima.

Het begrip ‘Vlaming’ heeft inderdaad een hele evolutie gekend. Van de oorspronkelijke betekenis ‘inwoner van het graafschap Vlaanderen’ is het in Spanje en Italië gaan wijzen op ‘iemand uit de Nederlanden’, waarvandaan ook: los Flamencos, I Fiamminghi.

vlagiu(9)

Pas met de splitsing van de Nederlanden gaat het woord (altijd in het buitenland, want intern bleven we Vlamingen, Brabanders, Namenaars, Henegouwenaars, Luxemburgers, Doornikenaars en Mechelaars) meer specifiek ‘inwoner van de Zuidelijke Nederlanden’ betekenen, naast de ‘Hollanders’ uit de Noordelijke Nederlanden.

Pas na het ontstaan van het koninkrijk België in 1830 krijgt het woord zijn huidige betekenis ‘Nederlandstalige inwoner van België’.

Met andere woorden: San Giuliano is een Vlaamse kerk, maar het is geen Vlaamse kerk, d.w.z. het is een kerk van de inwoners van het graafschap Vlaanderen (en dus ‘Vlaams’ in de oorspronkelijke betekenis), maar het is nooit specifiek voor Vlaanderen in de huidige betekenis geweest en is dus volgens modern woordgebruik geen Vlaamse kerk (maar een Belgische, want historisch – tweede betekenis – zijn alle Belgen in Rome Vlamingen (‘Fiamminghi‘).

vlagiu(8)

Integendeel zelfs (als het u nu nog niet duizelt), want we zien dat in de 16de eeuw, ondanks de bepalingen in het reglement voor het gasthuis, in de broederschap ook personen opduiken uit het toenmalige nieuwe aartsbisdom Kamerijk (Cambrai): het gaat om inwoners van Artesië (Artois), Frans-Vlaanderen (maar die zaten er al, want dat zijn Vlamingen), Henegouwen en Namen.

Kortom: in deze ‘Vlaamse’ kerk duiken ineens allerlei ‘Walen’ op. Het gaat daarbij wel om de West-Walen, want de Oost-Walen (de Luikenaars dus) zitten gewoon in de Anima. Kortom, de Zuidelijke Nederlanden zijn in Rome gesplitst, maar volgens een noord-zuidlijn in Westerlingen (Vlamingen en West-Walen) en Oosterlingen (Brabanders en Luikenaars in de breedste zin).

vlagiu(15)

Wie dacht dat het surrealisme een recente uitvinding was, zal daar nu wel op terugkomen, vrees ik. Het wordt nog leuker, want op dit moment doet de taalstrijd haar intrede. Ha! Daar zaten we op te wachten!

Walen buiten!? Nee dus, al bevat het reglement inderdaad zowat de oudste taalwet uit de ‘Belgische’ geschiedenis. Artikel 5 luidt namelijk: ‘Item de Meesters voirzeydt zullen alle de zaken voirseydt int vlae(m)sche scriuen zo dat elckerlyck verstaen mach ende lesen.’

Dat lijkt duidelijk, dus toch ‘Walen buiten’? Nee, want het gaat niet over onze Waalse vrienden (Schrijver dezes heeft zelf veel te veel Henegouwse en Luikse collega’s om niet enige voorzichtigheid te betrachten), het gaat over iets anders. Nog afgezien van het feit dat er in 1444 nog niemand aan dacht om Waal te zijn, zeker niet in de huidige betekenis.

Waarom insisteert het reglement op het gebruik van het Vlaams? Heel eenvoudig: wat was het alternatief? Niet het Frans. In Rome? Daar sprak niemand Frans. Nederlands ook niet. Wat sprak men daar wel? Italiaans en … Latijn. En men schreef voornamelijk Latijn en Italiaans (in die volgorde). En wie sprak er Latijn? De geestelijkheid.

vlagiu(14)

En zo komen we bij de echte reden: als het werd toegestaan dat het Latijn de schrijftaal van de broederschap werd, konden de ‘gewone’ leden dat niet meer lezen, alleen de clerici. Met als gevolg dat de clerus de broederschap naar zich toe zou gaan trekken en dat de ‘gewone’ leden niets meer te zeggen hadden.

De tekst van het reglement is er sterk op bedacht om te verhinderen dat de controle over de broederschap (en de fondsen) in andere handen (lees met name: de clerus) zou vallen, maar dat men zelf de zaak in eigen hand zou houden.

Bij de inschrijvingen in het Broederschapsboek valt ook op dat de Franstalige leden zich niet in het Frans, maar in het Italiaans inschreven: wellicht was dat de gangbare taal op vergaderingen, want dat sprak iedereen. Het heeft overigens wel gewerkt, want de broederschap is tot aan het begin van de 19de eeuw inderdaad in handen van leken gebleven.

vlagiu(7)

Het wordt tijd voor een opschrift. Laat ons eens origineel doen en beginnen met een Zeeuw. Geen Vlaming dus. Livinus Pels uit Zierikzee:

D O M
BIS DVO CVM FVERANT
LOETO MIHI LVSTRA PERAOTA
INFAVSTO PATRIVM
SIDERE LINQVO SOLVM
ROMAM ADEO NONVM VIX
LVNA REPLEVERAT ORBEM
MORS NIMIVM PROPERANS
ME RAPIT HIC IACEO

[wapenschild: van zilver met een zeshoekige toren van keel]

LIVINO PELS EX OPTIMATIBVS
SIRIXEE INSIGNIS SELANDIE
OPPIDI PROGNATO QVIESSEDESIIT
XXVI LVLII M D XX

Het eerste deel verbergt ondanks de woordschikking een grafdicht van twee elegische disticha (maar de Grote Speurder hoeft er niet bij te komen, want Schrijver dezes had dat al door!).

Er staan twee fouten in de gekapte tekst. Zo is PERAOTA natuurlijk PERACTA, terwijl QVIESSEDESIIT wel erg lang is en eigenlijk QVI ESSE DESIIT is. De tekst in ‘editievorm’ (met stilzwijgende correctie van de twee vergissingen van de steenkapper) wordt dan:

D(eo) O(ptimo) M(aximo)

Bis duo cum fuerant loeto mihi lustra peracta,
Infausto patrium sidere linquo solum:
Romam adeo. Nonum uix luna repleuerat orbem,
Mors nimium properans me rapit. Hic iaceo.

Liuino Pels ex optimatibus / Sirixee insignis Selandie / oppidi prognato qui esse desiit / XXVI iulii M D XX

‘Voor God, de Beste en Hoogste.

Toen voor mij tweemaal twee lustra gelukkig verlopen waren,
Verliet ik onder ongelukkig gesternte de vaderlandse grond:
Naar Rome ging ik. De maan maakte nauwelijks haar negende ronde,
Of de al te haastige dood roofde me weg: hier lig ik.

Voor Lieven Pels, geboren uit een patricische familie in Zierikzee, een befaamde stad in Zeeland, die ophield te zijn op 26 juli 1520.’

Livinus Pels moet geboren zijn in 1498 of 1499 of 1500. Hij was de zoon van Jan Pels († 1508) die in 1506 genoemd wordt als raad van Filips de Schone; van 1493 tot 1500 was hij gecommitteerd ontvanger van Beoosterschelde. Van zoon Lieven weten we verder nauwelijks iets.

Hij verschijnt niet in de inschrijvingsregisters van de Leuvense universiteit. Als zijn reis naar Rome niet een bedevaart (maar dan een van negen maanden?) was, dan kan het zijn dat hij hoopte op een carrière aan de Curie: dat was niet ongewoon. Hoe dan ook, het liep niet goed af.

vlagiu(6)

Waarom Lieven Pels in San Giuliano begraven werd, is niet helemaal duidelijk: Zeeland was natuurlijk in die tijd nog erg ‘Vlaams’ en sloot cultureel nauw bij het zuidelijke graafschap aan, maar het kan ook zijn dat de bouwwerken in en aan de Santa Maria dell’Anima de reden waren.

Of het het slecht karakter van Schrijver dezes is, weet ik niet (het is anders een brave jongen, eigenlijk veel te braaf), maar het tweede opschrift is ook al niet voor een Vlaming, maar voor een Henegouwer, Jean Museur, 55 jaar lang provisor en rector van San Giuliano. Het opschrift is tegen de muur aangebracht en bevindt zich onder een afbeelding van een zerk en het portret van de overledene:

D O M
IOANNES MVSEVR
GENTE BELGA DOMO CAMERACENSIS
H S E
VIR SI AETATEM SPECTES EMERITVS PLVRA MERITVS SI VIRTVTEM
HVIVS ECCLESIAE ET DOMVS SANCTI IVLIANI
ANNIS LV RECTOREM EGIT
HOC EST
FIDE TVTOREM CVRA PATRONVM AMORE PERPETVO PATREM
TESTES APELLO TESTAMENTI TABVLAS
QVIBVS IPSE NON ALIVM HAEREDEM
NISI ILLAM
QVAM VIVENS SEMPER DEFENDIT PROMOVIT AMAVIT
MORIENS SCRIPSIT
HAEC EIVS PER ANNOS LXXXII ACTA VITA
HAEC ANNO DNI M D C L XVIIII OBITA MORS FVIT
VTRIVSQVE
HOC MONVMENTVM
LOCI ADMINISTRATORES
OPTIME MERITO
P P

D(eo) O(ptimo) M(aximo)
Ioannes Museur / gente Belga domo Cameracensis / h(ic) s(epultus) e(st), / uir si aetatem spectes emeritus, plura meritus si uirtutem. / Huius ecclesiae et domus Sancti Iuliani / annis LV rectorem egit, / hoc est: / fide tutorem, cura patronum, amore perpetuo patrem. / Testes apello testamenti tabulas / quibus ipse non alium haeredem / nisi illam / quam uiuens semper defendit promouit amauit / moriens scripsit. / Haec eius per annos LXXXII acta uita, / haec anno D(omi)ni MDCLXVIIII obita mors fuit: / utriusque / hoc monumentum / loci administratores / optime merito / P(osuerunt).

‘Voor God, de Beste en Hoogste.
Jean Museur, Belg van afkomst, uit het Kamerijkse, ligt hier begraven, een man die als je naar zijn leeftijd kijkt uitgediend was, maar die meer verdiende als je naar zijn deugden kijkt. Gedurende 55 jaar was hij rector van deze kerk en van dit huis van S. Giuliano, dat wil zeggen: een voogd in vertrouwen, een patroon in zorg, een vader in eeuwige liefde. Als getuige roep ik zijn testament op waarin hij stervend geen andere erfgenaam neerschreef dan diegene die hij bij zijn leven altijd verdedigde, begunstigde, liefhad. Dit was zijn leven van 82 jaar, dit was zijn dood die hem in het jaar 1669 toeviel: voor beide hebben de beheerders van deze plaats dit monument geplaatst.’

‘Belg’ van afkomst (gente Belga) vraagt om toelichting, voordat het lezen van deze nieuwsbrief tot massale politieke actie leidt (wat niet tot des Schrijvers oogmerken behoort).

Het Latijnse woord Belga betekent in de oudheid natuurlijk gewoon wat wij nu ‘Oude Belg’ noemen. Vanaf het Humanisme werd het de Latijnse aanduiding voor de inwoners van de Nederlanden, allemaal, met andere woorden het was (in het buitenland) het Latijnse equivalent van het Italiaanse I Fiamminghi. Belgae zijn dus ‘Vlamingen’ in de tweede betekenis.

De splitsing van de Nederlanden in en door de Tachtigjarige Oorlog had hier eigenlijk geen gevolgen voor. De Franstalige editie van de in Amsterdam verschenen Grand Atlas van Joannes Blaeu (deel IV) titelt La Belgique royale voor ‘het koninklijke België’, d.w.z. de Nederlanden die onder de koning stonden, dus de Spaanse = de Zuidelijke Nederlanden.

De titel La Belgique fédérée ‘het federale België’ wijst op de Verenigde Nederlanden, dus de Republiek. De Nederlanders waren toen dus gefedereerde Belgen…

Om het werk af te maken (en u een volledige zenuwinzinking te bezorgen): in het Nederlands en het Duits gebruikte men termen als Neder-Duitsland of Nederlanden. Opnieuw werden die voor het ongedeelde geheel van ons territorium gebruikt. Het Frans sloot zich hier later, zeker in de 18de eeuw, bij aan.

In die tijd vond de feitelijke staatkundige toestand soms wel uitdrukking in de eigenaardige keuze dat men Hollande had naast Les Païs-Bas: het laatste slaat dus op de Oostenrijkse Nederlanden…

Pas na 1830 hebben de termen hun huidige, beperkte betekenis en zijn Nederlanders dus Nederlanders en Belgen Belgen (en Vlamingen, Walen, Brusselaars en Oost-Belgen).

vlagiu(13)

Als (om terug te keren tot San Giuliano) we dus in het opschrift op het grafmonument voor de gravin de Celles, echtgenote van de Nederlandse ambassadeur bij de Heilige Stoel tijdens de periode van het verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I lezen: Guilielmi I Belgarum regis, dan betekent dat niet: ‘Willem, koning der Belgen’, maar wel zeker, zoals het dat al enkele eeuwen deed: ‘Willem, koning der Nederlanden’.

Pas vanaf 1831 zijn de Belgae exclusief ‘Belgen’. En moeten de Nederlanders op zoek naar een nieuwe Latijnse naam (meestal Batavi, soms Nederlandici of zoiets, maar eigenlijk heeft men nooit zo iets moois gevonden als het oude Belgae).

Het opschrift voor Museur vertoont overigens duidelijk de invloed van het barokke taalgebruik met zijn herhaalde opsommingen in drievoud of zijn complexe woordspelingen met emeritus en meritus. Eerlijk gezegd had de auteur van de tekst het wel eens eenvoudiger kunnen doen…

Kom, Schrijver dezes heeft u genoeg gesard. Het wordt tijd voor een echte Vlaming volgens betekenis 1, 2 én 3. Carolus van Huerne, edelman uit Gent, is de aangewezen vrijwilliger:

D O M
CAROLO VAN HUERNE
NOBILI GANDENSI IVR V DOCTORI
QVI DVM EX APHRICA REVERSVS
IN PATRIAM REDITVM PARARET
FEBRI CORREPTVS IN VRBE
MORITVR 26 SEPT AN 1576

[wapenschild: beladen met een hartschild en daarboven faasgewijs drie merletten]

O FALLAX HOMINU SPES O FIDVCIA VANA
REBVS IN HVMANIS FIGERE VELLE PEDEM
MENS HOMINV POSITO METITVR TEMPORA FINE
SED DEVS ARBITRIO TEMPERAT ILLA SVO
VIXIT ANNOS 23 D 29

D(eo) O(ptimo) M(aximo)
Carolo van Huerne / nobili Gandensi iur(is) u(triusque) doctori / qui dum ex Aphrica reversus / in patriam reditum pararet / febri correptus in Urbe / moritur 26 sept(embris) an(no) 1576

O fallax hominu(m) spes, o fiducia uana
Rebus in humanis figere uelle pedem!
Mens hominu(m) posito metitur tempora fine,
Sed Deus arbitrio temperat illa suo

Vixit annos 23 d(ies) 29

Voor God, de Beste en Hoogste.
Voor Karel van Huerne, een edele Gentenaar, doctor in de beide rechten, die, toen hij uit Afrika terugkeerde en zijn reis naar het vaderland voorbereidde, door koorts bevangen werd en in de Stad overleed op 26 september 1576.

O bedrieglijke hoop der mensen, o ijdel vertrouwen
Dat in menselijke zaken een voet vastzetten wil!
Der mensen geest meet de tijd, legt vast een einde,
Maar God bepaalt dat zoals hij beslist.

Hij leefde 23 jaar en 29 dagen.’

Deze steen bevindt zich in een ruimte naast de kerk en is de enige originele steen uit de oudere kerk: de andere zijn kopieën die bij de herbouw uit het begin van de 18de eeuw zijn gemaakt om beter in het nieuwe vloerpatroon te passen.

vlagiu(14)

Net als bij Livinus Pels gaat het om een zeer jong iemand. Blijkbaar een persoon vol ambities en al met een vol leven achter de rug: ondanks zijn 23 jaar was hij al doctor in de beide rechten. Van welke universiteit is onbekend: het inschrijvingsregister van Leuven (eigenlijk toch de enige échte universiteit) voor de periode 1565-1616 ontbreekt.

23 lijkt wel erg jong voor die graad, maar kan waarschijnlijk net: rechten was de kortste studie, terwijl de theologen er zo’n elf jaar over deden. Wat Carolus in Afrika is gaan doen weten we ook niet.

Het gaat waarschijnlijk om Tunesië en/of aangrenzend gebied dat volgens de klassieke traditie het echte Africa is. Bekend is uit Gent een Christophorus van Huerne (1550-1629), zoon van Augustin van Huerne (1519-1586).

Net als bij Lieven Pels staat ook hier een moraliserend vers in elegische disticha op de steen. Schrijver dezes heeft daar weinig aan toe te voegen: moraliseren over een moralisatie gaat hem net iets te ver.

Er zijn meer graven voor jonge mensen uit onze streken. In de Santa Maria dell’Anima zo onder meer voor Adrianus Vryburch uit Alkmaar in Noord-Holland (maar die had wel een duel uitgevochten, dus hij telt maar ten dele mee) en Charles Micault uit Brussel die in 1577 stierf, met ook al elegische disticha op zijn steen. Reizen was (is?) ongezond, zoals de virologen ons duidelijk proberen te maken.

Maar Livinus of Carolus zijn niet de jongste personen aan wie in San Giuliano dei Fiamminghi een grafsteen herinnert. Die twijfelachtige eer komt toe aan Pompeo Hiele, een Fiammingo die nooit in de Nederlanden is geweest.

vlagiu(5)

Dat kan ook nog: hij was het zoontje van de Gentenaar Petrus Hiele of Hielius (1537-1595) die zelf overigens in de Santa Maria dell’Anima begraven is en dat ondanks het feit dat Petrus provisor van San Giuliano was. Probeer dit niet te begrijpen, dat is tijdverlies. Kijk liever naar het sobere en daardoor ontroerende grafschrift dat heel klassiek van vorm is:

D O M
POMPEO HIELE IMMATVRA
MORTE PREREPTO VIXIT
MENS XVII DIES XV
OBIIT DIE XXIII
OCTOBR MDLXXIII
PETRUS HIELE
MODERNVS PROVISOR
HVIVS HOSPITALIS
FILIO CHARISSIMO
P C

D(eo) O(ptimo) M(aximo)
Pompeo Hiele immatura / morte prerepto. Vixit / mens(es) XVII dies XV. / Obiit die XXIII / octobr(is) MDLXXIII. / Petrus Hiele / modernus prouisor / huius hospitalis / filio charissimo / p(onendum) c(urauit).

‘Voor God de Beste en Hoogste.
Voor Pompeius Hiele die door een te vroege dood werd weggerukt. Hij leefde 17 maanden en 15 dagen. Hij stierf op 24 oktober 1573. Petrus Hiele, huidig provisor van dit hospitaal heeft dit voor zijn zeer geliefd zoontje laten plaatsen.’

Kom, laat ons stil zijn en Petrus alleen laten met zijn verdriet. Dag, Pompeo, en dag, S. Giuliano dei Fiamminghi: zonder gekkigheid, je bent Schrijver dezes dierbaar…

[Wie het nu nog niet beu is, kan het artikel ‘Het Broederschapsboek van San Giuliano dei Fiamminghi en de Statuten uit 1444’ (In Monte Artium. Journal of the Royal Library of Belgium, 5 (2°12), 169-214) door dezelfde auteur nalezen (in open access)]:

https://doi.org/10.1484/J.IMA.1.103006

Mozaïekenfeest in de Centrale Montemartini

26 mei 2021

Met nauwelijks toeristen in Rome durven we weleens vergeten dat de tentoonstellingskalender in de stad gewoon voortloopt. Dat probeert men tenminste zo goed mogelijk te doen, al heeft het jojo-effect waarbij sommige tentoonstellingen het voorbije jaar tot drie keer moesten sluiten en weer heropenen, ongetwijfeld een aantal curatoren meermaals tot wanhoop gedreven.

Zo zijn er momenteel enkele tentoonstellingen aan de gang die vooral focussen op de recente of oudere geschiedenis en het ontstaan van Rome of Italië in het algemeen.

We hadden het al eerder over Roma. Nascita di una capitale 1870-1915 (te bezoeken tot 26 september) en zopas is in Rome nog een grote enigszins verwante expo gestart waarover we het één van de komende dagen zullen hebben.

Puur educatief is een bezoek aan enigszins gespecialiseerde leerrijke tentoonstellingen van dit niveau sterk aanbevolen aan elke Romeliefhebber (m/v) en we hopen samen met jullie dat de betreffende expo’s lang genoeg lopen zodat je de komende maanden nog de kans krijgt om ze te bezoeken.

ColorideiRomani_MICNews_1050x545

Vandaag nemen we een kijkje bij de tentoonstelling Colori dei Romani. I mosaici dalle Collezioni Capitoline. Die expo is eind april begonnen in de Centrale Montemartini en is nog te bezoeken tot 15 september.

In het algemeen is dat de maand waarin de meeste grotere voorjaarstentoonstellingen eindigen en tevens de periode waarin de nieuwe grote najaarsexpo’s zich voorbereiden om in de loop van oktober de deuren te openen voor alweer een nieuw publiek.

Colori dei Romani toont een brede selectie Romeinse mozaïeken die werden gemaakt tussen de eerste eeuw v. Chr. en de vierde eeuw na Chr. Ze bevat een heleboel meesterwerken uit de Capitolijnse Musea die in vele gevallen nauwelijks bekend zijn bij het publiek.

Een aantal mozaïeken die nu in de Centrale Montemartini te zien zijn, werden reeds in 2019 gepresenteerd op een zeer succesvolle drievoudige buitenlandse tentoonstelling op drie verschillende locaties: in Sofia (Bulgarije), in Jerevan (Armenië) en in Tbilisi (Georgië).

De samenstellers gebruiken de fragmenten om telkens een stukje geschiedenis van de stad Rome te vertellen.

Naast de mozaïeken worden ook fresco’s, ornamenten en sculpturen tentoongesteld die in de oudheid het interieur van Romeinse woningen hebben verfraaid.

colmoz(8)

Deze wanddecoratie en de iconografische afbeeldingen bieden een boeiend inzicht in de smaak en de gewoontes van de Romeinse samenleving.

De Capitolijnse Musea doken ook in hun rijke archieven om de tentoongestelde fragmenten te illustreren en te documenteren met historische foto’s, aquarellen en tekeningen.

Dit archiefmateriaal toont op zijn beurt de omstandigheden waarin de artefacten destijds werden ontdekt of opgegraven.

Zo krijg je tegelijk het verhaal van de stedelijke transformaties en vooral van de bouwlust waarmee Rome in de laatste decennia van de negentiende eeuw te maken kreeg.

De tentoonstelling in de Centrale Montemartini is verdeeld in vier thematische secties.

Het eerste deel vertelt de geschiedenis van de mozaïekkunst en leert ons meer over de technieken die de Romeinen gebruikten om hun kunstige decoratieve vloeren en muren te ontwerpen.

Je komt meer te weten over de gebruikte materialen, de kleuren, de decoratieve motieven, enz.

colmoz(3)

De evolutie van de mozaïekkunst biedt een overzicht van het meest eenvoudige decoratieve mozaïek tot de meest verfijnde figuren die de Romeinen met veel technisch vernuft en artistieke inspiratie wisten te maken.

Deel twee werpt een blik op de woningen in Rome tussen het einde van de Republikeinse tijd en de late oudheid. Zowel luxewoningen als eenvoudige verblijven komen aan bod.

Hier zijn het vooral de mozaïeken uit de luxueuze woningen uit de Republikeinse tijd die de aandacht trekken. Een opmerkelijk kunstwerk is de grote polychrome cassettemozaïek die werd ontdekt in de Villa Casali al Celio.

Het topstuk van dit deel van de tentoonstelling is echter het buitengewone muurmozaïek die het vertrek van een schip uit de haven verbeeldt.

colmoz(1)

Het gaat om een zeer kostbaar ornament uit de domus van Claudius Claudianus, een residentie die reeds in de tweede helft van de tweede eeuw na Chr. werd gebouwd op de Quirinaal-heuvel.

Het derde gedeelte van de tentoonstelling is gewijd aan de basilica Hilariana en de onderliggende cultusplek van Cybele en Attis.

De eerste archeologische overblijfselen uit de Romeinse tijd werden op deze site pas ontdekt tussen 1889 en 1890, toen er graafwerken begonnen voor de bouw van het militaire hospitaal op de Celio.

montemartini

Deze bij het publiek nauwelijks bekende site bevindt zich op een terrein dat eigendom is van de Policlinico militare.

Toen men aan het einde van de negentiende eeuw begon te graven in en rond de oude cultusplaats onder de basiliek, bleek deze een ware schatkamer waar men een heleboel prachtige artefacten ontdekte die buitengewoon goed bewaard bleken te zijn.

Bij de belangrijkste vondsten uit die tijd horen twee mozaïeken die eveneens te zien zijn op de tentoonstelling.

colmoz(6)

De basiliek werd destijds gebouwd door Manius Poblicius Hilarus, een rijke parelhandelaar die zijn naam gaf aan het gebouw waar zich op de drempel een mozaïek-inscriptie in het Latijn bevindt, hierna vrij vertaald door een Chinese vrijwilliger: ‘Dat voor wie hier binnenkomt de goden welwillend zijn (wens ik) evenals voor de basilica van Hilarus’

Het gezicht van de genereuze weldoener staat eveneens afgebeeld op een mozaïek dat zich op de voet van zijn standbeeld bevond en dat ontdekt werd aan de ingang van het gebouw.

Een vierde en laatste deel van de expo in de Centrale Montemartini schenkt aandacht aan de vele mozaïeken die aangetroffen zijn in graven en necropolissen buiten de stad.

colmoz(2)

Opvallend is dat de versieringen, eender of het nu figuratieve thema’s of mythologische onderwerpen betreft, er altijd op gericht zijn om de kwaliteiten van de overledene te benadrukken en te versterken.

De getoonde artefacten komen voornamelijk uit de periode tussen de tweede en de derde eeuw na Chr. en komen allemaal uit funeraire vindplaatsen in de buitenwijken van Rome.

Een opvallend kunstwerk hier is het achthoekige kleurige mozaïek met pauwen, een emblematisch voorbeeld van een decoratief motief vol eschatologische en heilzame betekenissen.

colmoz(4)

De pauw, een vogel die heilig is voor Dionysus, verliest elk jaar de veren van zijn staart, maar die groeien tegen de lente weer aan, net als de bloemen die in dit seizoen ontluiken.

De pauw zinspeelt op de wedergeboorte na de dood. Dit mozaïek vormde het centrale deel van de vloer van een rijk familiegraf langs de Via Appia.

Colori dei Romani. I mosaici dalle Collezioni Capitoline
Tot 15 september 2021
Centrale Montemartini

Via Ostiense 106
Van dinsdag tot en met zondag van 9 tot 19 uur

www.centralemontemartini.org
info.centralemontemartini@comune.roma.it

Online tickets kan je hier kopen

Rome organiseert wereldkampioenschap skateboarden

25 mei 2021

In het sportcomplex Foro Italico in Rome vindt van zondag 30 mei tot zondag 6 juni het wereldkampioenschap skateboarden plaats.

Het evenement doet dienst als de officiële kwalificatieproef voor de Olympische Spelen die deze zomer in Tokio worden gepland en waar skateboarden zijn debuut zal maken als Olympische sportdiscipline.

Tenzij de Spelen worden uitgesteld of geannuleerd, wat niet ondenkbaar is nu zelfs een officiële sponsor (de krant Asahi Shimbun) bedenkingen heeft om het evenement in het allesbehalve virusvrije Japan te laten plaatsvinden.

skateboarden2

In Rome zullen 200 atleten uit 40 landen strijden om zes deelnamepasjes te bemachtigen voor de Olympische Spelen.

De finale wordt gehouden op 6 juni, wanneer de drie beste mannelijke en drie vrouwelijke skateboarders zich zullen kwalificeren door ofwel een podiumplaats te veroveren, of door voldoende punten te verzamelen op de Olympische ranglijst.

Rome opende eerder dit jaar een gloednieuw skatepark op de Colle Oppio, vlakbij het Colosseum. Ook in Ostia werd recent een nieuw skatepark geïnstalleerd.

Rome zal vanaf 2022 tot minstens 2025 ook het jaarlijkse Open Street Skateboard-evenement organiseren.

skateboarden

Een bezoek aan de Santa Maria in Trastevere (IV)

25 mei 2021

Regelmatig krijgen we een vraag over de Santa Maria in Trastevere, één van de mooiste en oudste kerken van Rome. Over deze kerk, de geschiedenis ervan en de vele bezienswaardigheden in het gebouw, valt echter zoveel te vertellen dat vijftien opeenvolgende artikels wellicht niet voldoende zouden zijn. Dat zou wat teveel van het goede zijn. Daarom brengen we in verschillende afleveringen, gespreid in de tijd, nu en dan een bijdrage over een aantal opmerkelijke aspecten of bijzondere bezienswaardigheden van deze kerk. Vandaag deel IV.

De portiek van Carlo Fontana

In een vorige bijdrage maakten we al heel even kennis met de narthex (het atrium of de voorhal) van de Santa Maria in Trastevere. Johan Vanhecke gaat vandaag een beetje dieper in op wat daar allemaal te zien is. De portiek is het werk van Carlo Fontana (1634/38-1714), de architect die ook de fontein op het plein voor de kerk ontwierp.

De balustrade boven de portiek, in 1702 eveneens ontworpen door Carlo Fontana, wordt bekroond door vier barokke beelden van de pausen Callixtus I († 222), Cornelius († 253), Julius I († 352), en de martelaar Calepodius († 232).

narthex(10)

De beelden zijn vervaardigd respectievelijk door Jean Baptiste Théodon (1645-1713), Michel Maille (1643-1703), Lorenzo Ottoni (1648-1736), en Vincenzo Felice (1657-1715).

Deze heiligen worden ook nog afgebeeld binnen in de basiliek, met name op de mozaïeken van de apsis. De relieken van deze vier personen zijn eveneens in deze basiliek begraven.

narthex(11)

De voorgevel van de portico heeft vijf gelijke bogen en vier ionische zuilen die een entablatuur (hoofdgestel) dragen.

Een entablatuur (of hoofdgestel of tafelement) is een breed horizontaal lijstwerk dat rust op zuilen of hun kapitelen, een deel van een antiek gebouw.

Het wordt gewoonlijk onderverdeeld in drie segmenten: architraaf, fries en kroonlijst. Het hoofdgestel rust met de architraaf op de kapitelen van de onderliggende zuilen.

narthex(13)

Voor de volledigheid: een pediment is een gevelbekroning, oorspronkelijk driehoekig, maar deze kan ook halfrond zijn.

Een fronton is een driehoekig of boogvormig, door lijsten omsloten vlak dat een gevel bekroont, meestal van een gebouw in classicistische stijl. Het timpaan of binnenvlak is dikwijls versierd met beeld- of schilderwerk.

Een cavetto (hollijst, hollat, keellijst) is een kwartrond profiel dat aan de onderkant hol is, en wordt meestal gebruikt als overgangselement, bv. tussen muur en plafond.

narthex(12)

Het typische effect van een cavetto is dat het bijvoorbeeld als bovenste profiel van een architraaf een schaduw geeft die van boven naar beneden steeds lichter wordt.

In de portiek van de Santa Maria in Trastevere bevindt zich een groot aantal heidense en vroegchristelijke (derde eeuw) inscripties – veel ervan komen uit de catacomben en uit de Basilica Iulia – en enkele fragmenten van negende-eeuwse sculpturen en middeleeuwse fresco’s. Er zijn ook enkele sarcofagen, en sterk verweerde vloertegels uit de renaissance-periode.

Tegen een pilaar bevindt zich de begrafenisherinnering van paus Innocentius II (1130-1143), bouwer van de twaalfde-eeuwse basiliek. De daarin gegraveerde datum van 1148 heeft betrekking op het jaar waarin zijn stoffelijk overschot naar hier werd overgebracht vanuit de basiliek van Sint-Jan van Lateranen.

Op de rechter muur van de portiek bevindt zich een opmerkelijke tekst : een grafinscriptie van een Romein, een zekere Marcus Cocceius Ambrosius, die trots verklaart dat hij 45 jaar en 11 dagen met zijn vrouw getrouwd is geweest zonder ooit ruzie te hebben gemaakt: “ … SINE VLLA QVEREL[A] … ”.

Dit lijkt wel een fameuze prestatie, maar eigenlijk gaat het hier om een veelvuldig voorkomende formulering op Romeinse grafmonumenten: uit het ganse gebied van het vroegere Romeinse Rijk zijn zo’n 493 opschriften gekend met dergelijk (of gelijkaardig, maar minder frequent voorkomend: “sine ulla contumelia”, “sine discordia”, “sine ulla offensa”…) opschrift.

(zie hiervoor: TYCHE, Beitrage zur Alten Geschichte, Papyrologie und Epigraphik, Band 27, 2012, pag. 1-46; & Charles Pietri, Inscriptions funéraires latines, pag. 1417).

narthex(1)

In het midden van deze wand zien we een ingekaderde herdenkingsplaat van Clemens XI.

Een andere inscriptie (uiterst links, op halve hoogte):

D(is) · M(anibus) · A(ulus) · LARCIVS ADIVTOR · FECIT
MONVMENTVM SIBI · ET · SVIS · LIBERTIS ·
LIBERTABVSQVE · POSTERISQVE EORVM · HOC M(onumentum) VETO · VENIRI · VETO DONARI

“Aan de Goddelijke Schimmen, Aulus Larcius Adiutor, maakte [dit] monument voor zichzelf en voor zijn vrije mannen en vrouwen en hun afstammelingen. Ik verbied dat dit monument wordt verkocht, ik verbied dat dit wordt weggegeven.”

D · M · = Dis Manibus. (of: D · M · S = Dis Manibus Sacrum).

Een Romeins grafschrift begint bijna altijd met die formule. De ‘Manes’ zijn de onsterfelijke geesten (zielen/schimmen) van de afgestorvenen en/of de voorouders.
Dus vrij vertaald: D · M · = ‘aan de doden-geesten’.

narthex(2)

ADIUTOR is een veel voorkomende Romeinse naam, maar kan ook wijzen op een functie of titel (‘helper’). In dit geval wordt hier niet vermeld van wie of wat hij helper zou geweest zijn.

In de muren van het portaal van de kerk werden een heleboel oude fragmenten en restanten ingemetseld. Die artefacten werden gerecupereerd uit de catacomben, de vroegchristelijke begraafplaatsen.

narthex(4)
De onderkant van de muren zijn bekleed met gesculpteerde marmeren platen, plutei genoemd. Het kunnen antieke platen zijn ofwel werden ze vervaardigd voor de eerste kerk en zijn ze in recentere tijden hier geplaatst.

narthex(3)

Opmerkelijk is een reliëf dat twee pauwen voorstelt die drinken uit een kelk, een typisch vroegchristelijk symbool.

narthex(5)

De drie ingangsdeuren van de kerk zijn omringd door stenen lijsten uit de Keizertijd en komen waarschijnlijk uit de thermen van Caracalla.

Tegenwoordig geven de twee zijdeuren toegang tot de zijbeuken, maar vóór de zestiende eeuw waren deze naast elkaar geplaatst en leidden ze naar het middenschip.

narthex(6)

De kardinaal die verantwoordelijk is voor deze wijziging is Marco Sittico Altemps (1534-1591), zoals te lezen is op een inscriptie boven de zijdeuren: “Marcus Syticus Card[inalis] ab Altemps, huius basil[icae] tit[ularis]”. Zijn oorspronkelijke naam was Marc Sittich von Hohenems.

Boven de centrale deur is een tondo met de Griekse letters MPTY, wat staat voor “Moeder van God”.

Tussen de middelste en rechterdeur bevindt zich eveneens een inscriptie:

BRVMASIAE FILI(a)E DVLCISSIM(a)E BENEME
RENTI QV(a)E VIXIT ANN I M(e)N(sibus) VIIII IN PACE

Aan Brumasia, beminde dochter, die [deze inscriptie] wel verdient,
Zij leefde 1 jaar en 9 maanden. [Zij rust in] vrede

De duif en de uitdrukking IN PACE tonen aan dat het hier om een christelijke tekst gaat.

narthex(7)

De rechter zijdeur komt uit op de onderste etage van de campanile, waar een groot houten kruis en twee herinneringsplaten te zien zijn van jubileumjaren, deze van 1900 en 2000.

Tegen de linkermuur van de narthex staan twee sarcofagen.

Op de sarcofaag rechts bevindt zich een zeer realistische leeuw. Het is de heraldische leeuw van de Papareschi-familie waartoe ook paus Innocentius II behoorde.

narthex(9)

De sarcofaag dateert vermoedelijk uit de twaalfde eeuw, de tijd waarin deze paus leefde. Op de sokkel waarop de sarcofaag is geplaatst staat een inscriptie die enkele middeleeuwse kardinalen vernoemt. De sarcofaag links dateert uit de vierde eeuw.

Boven de deur in de linker muur zien we een vijftiende-eeuws fresco dat de Annunciatie voorstelt, een thema dat herhaald wordt op een paneel aan de linker kant van de voorste kerkmuur.

narthex(8)
In de volgende bijdragen over de Santa Maria in Trastevere zullen we eindelijk onze eerste stappen zetten in deze bijzonder mooie kerk. Voor wie het gebouw niet kent of er nooit eerder is geweest, zal dan een onvoorstelbare wereld opengaan, een combinatie van kunst, schoonheid, archeologie en devotie.

Tekst en foto’s:
Johan Vanhecke