Een bezoek aan de Santa Maria in Trastevere (III)

Regelmatig krijgen we een vraag over de Santa Maria in Trastevere, één van de mooiste en oudste kerken van Rome. Over deze kerk, de geschiedenis ervan en de vele bezienswaardigheden in het gebouw, valt echter zoveel te vertellen dat vijftien opeenvolgende artikels wellicht niet voldoende zouden zijn. Dat zou wat teveel van het goede zijn. Daarom brengen we in verschillende afleveringen, gespreid in de tijd, nu en dan een bijdrage over een aantal opmerkelijke aspecten of bijzondere bezienswaardigheden van deze kerk. Vandaag deel III.

Het ontstaan van de Santa Maria in Trastevere

Op de plaats van de huidige Santa Maria in Trastevere werd volgens de overlevering door paus Calixtus (217-222) de allereerste kerk in Rome gebouwd die officieel voor de christelijke cultus bestemd was.

Volgens de inwoners van Trastevere is het de oudste openbare kerk van Rome en tevens de eerste waar openbaar de eucharistieviering werd opgedragen. Een bezoek aan deze fraaie basiliek is voor al wie in Rome komt een absolute must.

In de vroege keizertijd bevond zich op deze plek de taberna Meritoria, een hospitium voor veteranen. In de gang naar de sacristie kan je nog een stukje zien van de originele vloermozaïek van deze verblijfplaats voor gepensioneerde soldaten.

trasbegin2

In 38 v. Chr., volgens andere bronnen op de geboortedag van Christus, ontsprong op deze plaats plotseling een bron die gedurende een dag een voor de Romeinen onbekende olieachtige smurrie bleef spuiten, wellicht petroleum.

Dat lijkt een vreemd verhaal, maar het is toch merkwaardig dat in de twintigste eeuw nabij de kerk proefboringen werden uitgevoerd waarbij beperkte hoeveelheden gas werden ontdekt. Olie is dan meestal niet veraf. De mogelijke aanwezigheid van petroleum is dus niet helemaal ondenkbaar, maar werd nooit gestaafd met harde bewijzen.

Deze mysterieuze gebeurtenis kreeg de Latijnse naam fons olei (‘oliebron’ of ‘oliefontein’). Eusebius van Caesarea, de biograaf van Constantijn, schreef tijdens de vierde eeuw ‘dat de olie opspoot bij de taberna Meritoria’ en van daar ‘de hele dag naar de Tiber stroomde’ .

Ook de heilige Hiëronymus vermeldt de gebeurtenis. In verschillende oude kronieken is het verhaal te lezen hoe de olie ‘ons voor de duur van één dag en een nacht bereikte als een brede rivier die naar de Tiber vloeit’.

In de daaropvolgende jaren werden allerlei magische en religieuze betekenissen aan het ontstaan van de tijdelijke bron gehecht. Volgens de vroegchristelijke versie was het wellicht de voorspelling van de geboorte van Christus. Vooral de joden die hier destijds talrijk in de buurt aanwezig waren, zagen de gebeurtenis als een teken dat de Messias op komst was.

Het ontspringen van de vermeende oliebron zou later dan ook als een wonder worden beschouwd. Het verhaal van de wonderlijke bron zou het intussen flink toegenomen aantal christenen er in de vierde eeuw ook toe gebracht hebben om paus Julius (337-352) ertoe te bewegen om de oorspronkelijke huiskerk van zijn voorganger Calixtus om te bouwen tot een grotere basilica.

De naam fons olei kan echter ook gewoon een verbastering zijn van de uitdrukking fons olidus, wat zoveel betekent als ‘vuile bron’ of ‘vervuilde fontein’. In die tijd bevond zich in Trastevere de naumachia van Augustus.

Om deze arena, voor het naspelen van zeeslagen, met water te vullen werd een nieuw aquaduct gebouwd, de Aqua Alsietina, dat water uit het meer van Martignano (toen het Lacus Alsietinus) in het noordwesten van Rome naar de stad bracht.

Dat water was niet drinkbaar en werd ook gebruikt om tuinen te irrigeren. Dergelijk water, afkomstig van een vervuilde bron, werd in het Latijn fons olidus genoemd. Evenzeer is het mogelijk dat een breuk in het aquaduct modderig en vervuild water tijdelijk op een onverwachte plek liet stromen.

fonsolei

Voor wie liever de legendarische versie van het verhaal gelooft, bevindt zich net onder het altaar in de Santa Maria in Trastevere, op de plek waar de olie zou zijn uitgestroomd, een inscriptie die herinnert aan de gebeurtenis.

fonsolei2

Ook bij de beroemde mozaïeken met bijbelse verhalen in de apsis, toont het paneel met de geboorte van Christus duidelijk de oude Taberna Meritoria en een stroom olie die de Tiber bereikt. Het is een rechtstreekse verwijzing naar het verhaal.

fonsolei3

In het begin van de derde eeuw werd het hospitium van de veteranen gesloten en volgens de geschiedschrijver Aelius Lampridius ontstond er een ruzie tussen de lokale middenstand die wilde dat er hier een herberg bleef en de christenen, geleid door de toenmalige bisschop van Rome, Calixtus, die er een ‘ecclesia domestica’ wilde inrichten gewijd aan het mirakel van de oliebron.

Merkwaardig is dat ook keizer Severus Alexander (222-235) er geen probleem mee had om de plaats toe te wijzen aan de christenen. Zijn argument was naar verluidt ‘dat een huis toegewijd aan een god, welke god dat ook zou mogen zijn, voor de lokale gemeenschap nuttiger was dan een huis gewijd aan wijn’.

Hoe dan ook werd door het initiatief van Calixtus en de komst van de huiskerk de herinnering aan de spuitende oliebron lange tijd levendig gehouden.

Een eeuw nadat Calixtus aan zijn einde kwam doordat hij in een put werd geworpen (die zich vandaag in de San Callisto bevindt, op het hier vlakbij gelegen Piazza di San Callisto), werd naast zijn woonhuis een eerste echte basilica gebouwd door de voormelde paus Julius I van wie de relieken zich logischerwijze in de Santa Maria in Trastevere bevinden.

In de door het concilie van 499 opgestelde lijst wordt ze ‘titulus Juli et Callisti’ genoemd. In de muren van het portaal van de kerk werden een heleboel oude fragmenten en restanten ingemetseld. Die artefacten werden gerecupereerd uit de catacomben, de vroegchristelijke begraafplaatsen.

trasbegin1

Volgens sommige bronnen klopt het niet dat paus Julius de nieuwe kerk in zijn tijd al meteen toewijdde aan Maria. Dat zou pas gebeurd zijn na 595, al is niet duidelijk waarom. In ieder geval werd ze pas vanaf toen de ‘kerk van de moeder Gods in de titulus van Calixtus’ genoemd.

Paus Adrianus (772-795) veranderde de eenschepige kerk in een drieschepige. In de negende eeuw voegde paus Gregorius V een crypte toe waarin de resten werden ondergebracht van verscheidene heiligen, onder andere van de pausen Calixtus (217-222) en Cornelius (251-253).

trasbegin3

Tussen 1130 en 1143 kwam er een totale nieuwbouw die net als de San Clemente en de Santi Quattro Coronati behoorde tot de, als we het zo kunnen uitdrukken, de ‘twaalfde-eeuwse renaissance van de christelijke oudheid’.

Bij de bouw werd gebruik gemaakt van stenen uit de Thermen van Caracalla. Het project werd mee gefinancierd met geld van een herstelbetaling door de Duitse koning Lotharius.

De bouw gebeurde in opdracht van tegenpaus Anacletus II (1130-1138), de achterkleinzoon van een bekeerde jood die regulier tot paus werd verkozen, maar uiteindelijk toch niet werd opgenomen in de officiële lijst der pausen.

trasbegin4

De Kerk beschouwt als rechtmatige paus in die periode de in Trastevere geboren Innocentius II (1130-1143) die eigenlijk zelf de tegenpaus van Anacletus was, maar die erin slaagde deze rollen om te draaien.

Daarom wordt Innocentius II vaak vermeld als opdrachtgever voor de bouw van deze basilica, wat dus fout is. Innocentius II schonk de Santa Maria in Trastevere wel de prachtige mozaïeken waarover we het in één van de volgende bijdragen over de Santa Maria in Trastevere zullen hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.