Archive for juni, 2021

Neem deel aan de tweede S.P.Q.R.-fotowedstrijd

30 juni 2021

Ook jij hebt wellicht heel wat foto’s van Rome waar je terecht fier op bent. Neem dan zeker deel aan de tweede fotowedstrijd die wordt georganiseerd door onze Facebookgroep. Hierna lees je het reglement.

fotowedstrijd-2

1. Ditmaal is het THEMA van de fotowedstrijd ‘dieren in de kunst’. Dus geen levende dieren, maar dieren in beeldhouwwerken, fonteinen, schilderijen, fresco’s, mozaïeken, …

2. Selecteer rond dat thema één van jouw foto’s die aan de volgende VOORWAARDEN beantwoordt:

– Je foto kadert in het thema “dieren in de kunst”. Op je foto moeten één of meer dieren te zien zijn: geen levende dieren, maar artistieke creaties..

– Jij hebt die foto zelf gemaakt, maar je mag zelf niet op de foto staan. Geen selfies dus.

– De foto is gemaakt in Roma Capitale of in Vaticaanstad. Kijk zo nodig op deze webpagina.

– Je mag geen tekst (elektronisch) aanbrengen op je foto, ook niet jouw naam. Als je camera het tijdstip van opname automatisch heeft aangebracht, hoef je dat niet te verwijderen.

– Je mag de foto elektronisch verbeteren, bv. helderheid, contrast en/of kleuren bijregelen, of een gedeelte van de foto bijsnijden. Maar je mag geen elementen van een andere foto toevoegen.

– Je foto mag niet omkaderd of “gevignetteerd” zijn (vignetteren is de buitenranden vervagen om het centrum te accentueren).

– Het fotobestand moet minder dan 10 MB groot zijn, omdat de spamfilter ze anders zou kunnen tegenhouden.

fotowedstrijd2

3. HOE DEELNEMEN:

– Geef je foto liefst jouw (Facebook-)naam als bestandnaam.

– Stuur ze uiterlijk op zaterdag 10 juli 2021 via mail naar hugo@spqr.be.

– Vermeld in je mail bondig waar je die foto hebt genomen (maximaal 10 tot 15 woorden), maar zonder gegevens waaruit je naam kan worden afgeleid: de foto’s worden anoniem beoordeeld.

– Zorg dat je mail minder dan 10 MB zwaar is.

– Na ontvangst bevestigen we jou binnen de 48 uur dat je foto is toegekomen. Indien je binnen die tijd nog geen reactie hebt gekregen, stuur dan een berichtje zonder foto: ofwel naar hetzelfde mailadres hugo@spqr.be ofwel via Messenger naar Romequiz.

– We gaan ervan uit dat onze vereniging S.P.Q.R. jouw foto achteraf mag gebruiken en publiceren. Als je dat niet wenst, kan je dat expliciet vermelden bij jouw inzending.

4. JURERING

– Op zondag 11 juli publiceren we alle foto’s in één bericht in de Facebook-groep, en wel in volgorde van ontvangst op het hoger vermelde mailadres.

– Alle leden van de groep zullen dan met likes kunnen aanduiden welke foto’s ze appreciëren.

– De foto’s worden anoniem gepubliceerd voor de beoordeling: ze zullen enkel een volgnummer krijgen en vergezeld zijn van de vermelding van de locatie die je ons hebt gemeld. Pas na de bekendmaking van de winnaars worden de namen van de auteurs toegevoegd.

– De Facebook-technologie reduceert automatisch de resolutie van de gepubliceerde foto’s sterk, bv. van een paar MB naar een honderdtal kB. Dat gaat vaak ten koste van de scherpte, maar daar kan niemand aan verhelpen.

5. PRIJZEN

– S.P.Q.R. schenkt aan de inzenders van de drie meest gelikete foto’s elk een boekenbon ter waarde van 25 euro bij een (naar keuze) Belgische, Nederlandse of Italiaanse boekhandel.

We kijken uit naar jullie inzendingen!

Voor alle vragen en verdere informatie kan je terecht bij hugo@spqr.be.

Aansluiten bij de Facebookgroep: hier even aanmelden.

Vaticaan brengt rechthoekige Caravaggio-munt uit

30 juni 2021

Voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie wordt een rechthoekige euromunt uitgegeven. Het gaat om een speciale uitgave van het Vaticaan die gewijd is aan de schilder Caravaggio (1571-1610). De nieuwe munt is vervaardigd uit zilver en heeft een monetaire waarde van 25 euro.

caravaggiomunt1

De munt bevat een kleurenafbeelding van het beroemde schilderij De graflegging van Christus dat in 1603 of 1604 door Caravaggio werd geschilderd als altaarstuk voor de familiekapel van Girolamo Vittrice in de Santa Maria in Vallicella in Rome, beter bekend als de Chiesa Nuova. Het originele doek kwam later terecht in de Vaticaanse musea, in de Chiesa Nuova hangt vandaag een kopie.

De nieuwe munt wordt uitgegeven ter gelegenheid van de 450ste geboortedag van de kunstenaar Michelangelo Merisi da Caravaggio die op 29 september 1571 in de provincie Bergamo werd geboren. Met dergelijke uitgaven wordt vooral gemikt op verzamelaars.

Het muntstuk kan vanaf 25 juni bij het Vaticaans Bureau voor Filatelie en Numismatiek worden gekocht als onderdeel van een set, samen met enkele andere munten en postzegels, voor de prijs van 139 euro.

Met De Graflegging van Christus toonde Caravaggio zich een opvolger van Michelangelo en Rafaël, twee voorgangers die deze scène ook hadden afgebeeld (Michelangelo met zijn beroemde Pietà, Rafaël met zijn Graflegging).

Caravaggio schilderde het doek in de periode 1602-1604 voor de familiekapel van Girolamo Vittrici in de Chiesa Nuova in Rome, die officieel de Santa Maria in Vallicella heet. Het schilderij diende aanvankelijk als altaarstuk voor deze kapel, maar bevindt zich tegenwoordig in de Pinacotheek van de Vaticaanse Musea.

caravaggiomunt2

Paus Gregorius XIII die goed bevriend was met Girolamo Vittrici, had een aflaat ingesteld voor het bidden in zijn kapel in de Chiesa Nuova.Een aflaat betekende de kwijtschelding voor God van tijdelijke straffen voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden. Het feit dat je door een gebedsronde in deze kapel een aflaat kon verdienen, zorgde ervoor dat de Cappella Vittrici erg populair werd bij de gelovigen en pelgrims.

Girolamo Vittrici stierf echter onverwacht en de kapel met het altaar werd pas na zijn dood voltooid. De paus stond er echter op dat het toegekende privilege van de aflaat gehandhaafd bleef. De Santa Maria in Vallicella heeft in totaal twaalf altaarstukken in de kapellen bij de zijbeuken. Deze altaarstukken vormen één doorlopend verhaal over de kruisweg. In elk altaarstuk is tussen de andere figuren Maria te zien.

De twee aangrenzende kapellen van de Vittrici-kapel hebben altaarstukken waar de Kruisiging en de Hemelvaart worden afgebeeld. De Graflegging van Christus die Caravaggio voor de kapel van Vittrici maakte, past hier perfect tussen. Toen Caravaggio aan zijn altaarstuk begon, waren vele schilderijen boven de andere altaren al voltooid. Daardoor kon Caravaggio zijn werk uitstekend laten aansluiten met dat van zijn collega’s.

Zo sluit De Kruisiging van de schilder Scipione Pulzone (ook bekend als Il Gaetano) haast perfect aan met het werk van Caravaggio. Niet alleen het verhaal sluit goed aan, ook de stijl van enkele figuren en hun kleding wordt voortgezet. Zo neemt Caravaggio ook het rode en het groene kleed over.

Het originele schilderij van Caravaggio kan je in deze kapel dus niet meer vinden, in de plaats ervan hangt een kopie. Nadat Caravaggio het schilderij voltooide bleef het in de Vittrici-kapel tot 1797. Toen werd het naar aanleiding van het Verdrag van Tolentino (tussen Frankrijk en de Pauselijke Staten in het kader van de Napoleontische oorlogen) uit de kapel verwijderd.

caramunt(2)

Paus Pius VI werd door de aanwezigheid van troepen onder het bevel van Napoleon Bonaparte, gedwongen tot sterke economische en territoriale concessies ten voordele van de Fransen. Het Verdrag bepaalde ook dat de paus een aantal kunstwerken moest afstaan, waarbij de Fransen het recht hadden om in alle gebouwen uit te zoeken wat hen interesseerde.

Zo verdwenen in die periode meer dan honderd beelden en schilderijen vanuit Rome naar Parijs. Niet alle werken keerden later terug naar Rome, het doek van Caravaggio wel. Het kwam echter nooit meer terecht in de Chiesa Nuova maar werd in 1816 ondergebracht in de Vaticaanse Musea.

Het majestueuze schilderij werd volgens de Romeinse schilder en kunstenaarsbiograaf Giovanni Baglione (1566-1643) door tijdgenoten beschouwd als Caravaggio’s allerbeste werk. Het doek is inderdaad bijzonder expressief. Het lichaam van Christus schittert tegen de donkere achtergrond, waarin de toegang tot het graf nog net zichtbaar is.

caramunt(3)

Zijn bovenlichaam rust op de rechterarm die Johannes om hem heen heeft geslagen. Nicodemus heft het onderlichaam op. Met beide armen heeft hij de knieën van Christus vastgepakt, zijn handen ineen om de grip te vergroten.

Achter hen bevinden zich drie vrouwen. Maria’s vermoeide, trieste blik is naar beneden gericht. De mooie Maria Magdalena dept met gesloten ogen haar tranen. Maria Cleophas richt haar blik juist naar boven terwijl ze haar armen ten hemel spreidt en haar mond heeft geopend in een wanhopige schreeuw. Hoog verheven op de grote dekplaat van het graf waarop hij zal worden gezalfd en in doeken zal worden gewikkeld tonen zij ons, toeschouwers, Christus.

In 2018 verliet het originele schilderij zeer uitzonderlijk het Vaticaan om getoond te worden in Nederland. Het Centraal Museum in Utrecht organiseerde toen van 16 december 2018 tot en met 24 maart 2019 de tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa. Eén van de topstukken was De graflegging van Christus, dat op de expo te zien was tot 14 januari 2019.

www.vaticanstate.va

www.museivaticani.va

Brussels Airport lanceert nieuwe tool voor vertrekkende passagiers

29 juni 2021

Overmorgen begint de zomervakantie officieel en dat is te merken aan de passagiersaantallen die op Brussels Airport naar ongeveer 40.000 reizigers per dag zullen stijgen. Covid-19 lijkt plots ver weg.

Om passagiers te helpen om hun reis te plannen en zonder stress aan hun vakantie te beginnen, heeft Brussels Airport de Welkom Terug-toepassing ontwikkeld. Op basis van je vluchtgegevens kan je met deze tool nakijken hoe laat je best naar de luchthaven komt voor je vlucht.

brussels-airport-tool

Nadat vorig weekend, voor het eerst sinds de start van de pandemie, in Brussel nog eens de kaap van 30.000 passagiers per dag werd gehaald, stijgt het aantal verwachte passagiers de komende dagen verder in de richting van 40.000 reizigers per dag.

In normale tijden zijn er dat dagelijks 90.000., meer dan het dubbele dus. Toch worden er in juli en augustus in totaal toch al ongeveer 2,5 miljoen passagiers verwacht op Brussels Airport.

luchthaven_checkin

Om de passagiers nog beter te helpen hun reis te plannen en het aantal reizigers op de luchthaven nog beter te spreiden, heeft Brussels Airport een nieuwe toepassing ontwikkeld. Met het Welkom Terug-advies kan elke passagier op basis van zijn of haar vluchtgegevens opvragen hoe laat men best naar de luchthaven komt.

Rekening houdend met de openingstijden van de check-in, de drukte op de luchthaven op dat moment en de specificaties van de vlucht, krijgt men zo een advies op maat. Daarnaast kan men zich ook inschrijven op notificaties die de passagier de meest recente updates over de vlucht bezorgen tot het moment van vertrek.

corona-zetels-luchthaven

De bestemmingen met het grootste aantal vluchten deze zomermaanden zijn Italië (Rome), Spanje (Barcelona, Madrid, Malaga en Alicante) en Portugal (Lissabon). Op de luchthaven blijven de coronamaatregelen gelden. Zo moet de onderlinge fysieke afstand gerespecteerd worden en moet altijd een mondmasker worden gedragen.

https://www.brusselsairport.be/nl/passengers/slot-advice

Viroviacum Romanum maakt Mulsum Vino Viro

29 juni 2021

Mulsum, een Romeinse kruidenwijn uit de oudheid, was het eerste Romeinse product dat de vzw Viroviacum Romanum uit Wervik (in 2013 de winnaar van onze jaarlijkse Romulusprijs) presenteerde tijdens hun tweejaarlijkse Gallo-Romeins Weekend en dit al vanaf de eerste editie in 1996.

Aanvankelijk werden commerciële producten aangeboden, maar vanaf 2010 rijpte het idee om zelf mulsum te maken. Nu is het zover. Het product werd zopas tussen de wijnranken voorgesteld in gepaste klederdracht.

mulsum-wervik (2)

Wie zelf mulsum wil maken op een grotere schaal dan voor eigen gebruik, botst op een paar grote obstakels, zoals de nodige apparatuur om dit veilig en gezond te doen, maar ook de administratieve kant, zoals accijnzen en dergelijke. Het idee werd in de koelkast geplaatst.

In 2017 vond bloemenkweker Dirk Talpe de tijd rijp om zijn droom te realiseren en begon hij met het aanplanten van een wijngaard op de Amerikaberg in Wervik. Zo ontstond wijndomein Ravenstein.

Dankzij zijn passie, maar ook een beetje geholpen door een paar goede zomers kon hij al vlug met verkoopbare, kwaliteitsvolle wijnen op de markt komen.

Vanuit Viroviacum Romanum werd gevraagd of hij het zag zitten om te helpen een mulsum op de markt te brengen.

mulsum-wervik (3)

Hoewel er geen uniek recept bestaat voor mulsum kon de vzw Viroviacum Romanum niet zomaar lukraak aan een avontuur beginnen. Men ging op zoek, zowel in boeken als op het internet, naar mogelijke formules.

Dankzij een gouden tip kwam de vereniging in contact met dr. Dimitri Van Limbergen, archeoloog en docent aan de UGent, gespecialiseerd in o.a. antieke wijnen.

In het voorjaar van 2019 werd brainstorming georganiseerd op wijndomein Ravenstein bij Dirk Talpe. Waren aanwezig: Patrick Biesbrouck, voorzitter Viroviacum Romanum en bezieler van het initiatief, Dirk Talpe, wijnbouwer, Dimitri Van Limbergen, archeoloog en historicus Steven Masil, diensthoofd Cel Vrije Tijd Wervik en verantwoordelijk voor het Erfgoedcentrum.

mulsum-wervik (1)

De piste om met een goedkope wijn mulsum te maken werd algauw verlaten. Vertrekkende vanuit de vraag ‘Als Romeinen hier mulsum wilden maken, zouden ze dan plaatselijke kruiden gebruiken?’ werd besloten om te gaan voor een kwaliteitsvolle mulsum.

Het Romeinse basisrecept voor mulsum, namelijk witte wijn van het domein Ravenstein (oogst 2019), honing van plaatselijke imkers, peper, tijm, laurier en salie en aangevuld met plaatselijke kruiden uit de natuur en die zeer waarschijnlijk ook al in de Romeinse tijd groeiden en die het geheim blijven van de initiatiefnemer Patrick Biesbrouck en de wijnmaker Dirk Talpe.

mulsum-wervik (13)

Op de veertiende editie van het Gallo-Romeins Weekend in oktober 2019 organiseerde de vereniging een proeverij van vijf mogelijke versies. Dat leverde een duidelijke winnaar op, maar wat vooral belangrijk was: de proevers vonden het lekker.

Nu is de eerste mulsum klaar voor het grote publiek. Er moest dit voorjaar alleen nog een passende naam gezocht worden voor het product. Eigenlijk bevond die zich vlakbij.

Op de Peutingerkaart wordt Wervik Virovino genoemd en daarin vinden we het woord vino (wijn in het Italiaans, de opvolger van het Latijnse vinum) terug. Door de volgorde om te keren krijgen we Vino Viro, wat voor de consument duidelijk naar wijn moet verwijzen.

Een paar tips vooraleer mulsum te schenken. De mulsum wordt best koel geserveerd en is, in tegenstelling tot sommige andere soortgelijke producten op de markt, minder zoet en dus beter geschikt als aperitief. Het is best om eens met de fles te schudden vooraleer het drankje uitgeschonken wordt.

mulsum-wervik (16)

De voorraad voor dit jaar bedraagt 200 liter en die is te verkrijgen in flesjes van een halve liter. Een fles kost 17 euro. Je steunt er uiteraard de vereniging mee.

HOE VERKRIJGEN?

De mulsum wordt in principe alleen verkocht bij Patrick Biesbrouck, Molenstraat 4 in Wervik of bij Jo Vansteenkiste, Ieperstraat 38 in Geluwe.

Je kan de mulsum per mail bestellen (info@viroviacum.be) en dan afhalen.

Mits het betalen van de verzendingskosten kan de mulsum ook worden opgestuurd. In België en Nederland bedraagt de verzendingskost 15 euro. Voor dit bedrag kunnen maximum drie flessen opgestuurd worden. Zijn in de prijs begrepen: verpakking, verzendkosten en verzekering.

Opsturen naar andere landen binnen de Europese Unie is eveneens mogelijk. Hier bedraagt de verzendingskost 20 euro, eveneens voor maximum drie flessen.

Vzw Viroviacum Romanun
Oude Beselarestraat 179/1, 8940 Wervik
info@viroviacum.be
www.viroviacum.be

mulsum-wervik (14)
VIROVIACUM ROMANUM – GALLO-ROMEINS WEEKEND

WIJNDOMEIN RAVENSTEIN

ACHTERGROND

Precies 25 jaar geleden, in 1996, hebben enkele Wervikanen de vzw Viroviacum Romanum (het Romeinse Wervik), opgericht. Met deze vereniging wilden ze het oudste, gekende verleden van hun West-Vlaamse stad, terug in het daglicht stellen.

Tijdens en voor het Interbellum kon men in de geschiedenisboeken van het lager onderwijs lezen dat Tongeren en Wervik oude Romeinse steden waren. Na Wereldoorlog II werd Wervik wat vergeten in die geschiedenisboeken en eerlijk gezegd, de plaatselijke overheid lag er ook niet wakker van. Tot 1968, want dan kwam Wervik naar buiten met het thema: Wervik 2000 in 1968.

mulsum-wervik (3)

Maar wie hoopte dat men die oude geschiedenis verder zou uitwerken kwam bedrogen uit. Dit thema werd al gauw terug naar de vergeethoek gestuurd.

Behalve enkele succesvolle archeologische campagnes en een paar privé- initiatieven van o.a. de Stedelijke Oudheidkundige Commissie wees niets erop dat Wervik in de IJzertijd en de Romeinse tijd misschien wel een zeer belangrijke pleisterplaats was.

Een bewijs daarvan is de Peutingerkaart, een middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart uit de tweede of de derde eeuw na Christus waar Wervik en Tongeren als enige Vlaamse steden staan vermeld.

mulsum-wervik (15)

In 1996 werd, zoals gezegd, de vzw Viroviacum Romanum opgericht. Officieus gebeurde dit eigenlijk al in 1995 en zo hadden de initiatiefnemers de tijd om tijdens het eerste weekend van oktober 1996 een Gallo-Romeins Weekend (GRW) te organiseren.

Een eerste, toch wel voor die periode, groots project, waarbij de toeschouwers kennis konden maken met het soldaten- en burgerleven tijdens de IJzertijd en de Romeinse tijd. Ondanks een heel beperkt budget werd het een succes.

Er kwamen ongeveer 750 bezoekers opdagen. Het internationale podium bestond uit Kelten uit het Waalse Aubechies en Engeland, Romeinen uit Nederland en glasblazers van Romeins glaswerk uit Engeland.

mulsum-wervik (8)

De toon was gezet. Er werd gekozen voor een zo historisch mogelijk correcte aanpak en dat viel o.a. in de smaak van scholen die, ondanks het feit dat het GRW tijdens het weekend plaatsvindt, toch hun leerlingen kunnen motiveren om in klasverband, op een vrije weekenddag, het evenement te bezoeken.

Het GRW werd een succes en ontving met iedere editie meer reënactors en bezoekers. Naast het ‘historisch correct terrein’ werd ook tussenruimte gecreëerd waar plaats is voor infostandjes rond het thema ‘de Oudheid’ zonder dat de personen in de kraampjes historisch correct gekleed zijn.

mulsum-wervik (5)

Ondanks het feit dat het weer een grote rol speelt wat betreft het aantal bezoekers lokte het evenement de vier voorbije edities telkens meer dan 5.000 bezoekers waaronder 500 tot 750 leerlingen in klasverband.

Wij zijn bijzonder fier dat we scholen hebben die al edities lang heel trouwe bezoekers zijn. Het gaat trouwens niet alleen om scholen uit de buurt maar tot zelfs uit de verre Kempen. Bij ons gewone publiek tellen we ook heel wat Fransen, Nederlanders en Duitsers.

Het GRW is ondertussen uitgegroeid tot één van de gekendste Gallo-Romeinse evenementen in Europa en is zeker het grootste in zijn soort in de Benelux. En het is zeer waarschijnlijk ook het enige dat volledig door vrijwilligers wordt gedragen, aldus voorzitter Patrick Biesbrouck, voorzitter van Viroviacum Romanum.

mulsum-wervik (9)

Omdat de organisatie van een dergelijk evenement heel veel vraagt aan fysieke maar ook psychische inspanning werd besloten na de editie 2017 om de organisatie door te geven aan een jonge ploeg. Niet zomaar wildvreemden, maar jongeren die al een aantal edities meedraaiden als vrijwilliger.

Er werd om diverse redenen een dochter-vzw opgericht, de vzw Galloromeinsweekend, die zich uitsluitend focust op het GRW. De vuurproef was de organisatie van de veertiende editie tijdens het eerste weekend van oktober 2019.

Niet zomaar een vuurproef, want er kwam een moeilijkheid bij: de verhuis van het stadsdomein Oosthove naar het natuurdomein De Balokken. Na afloop was iedereen gerustgesteld: het GRW is in goede handen.

mulsum-wervik (7)

Beide vzw’s werken zeer nauw samen, maar zijn verantwoordelijk binnen hun eigen terrein. Met Viroviacum Romanum krijgen we nu echter meer tijd om ondersteunende activiteiten te organiseren in de periode tussen twee GRW’s, legt Patrick Biesbrouck uit.

Eerst en vooral is er de Via Romana ‘Castellum Menapiorum – Viroviacum’. Dit is een dagmars van een 52-tal kilometers tussen het Frans-Vlaamse Cassel en Wervik, het vermoedelijke traject van de Romeinse heirbaan volgend. De deelnemers worden om 6 uur per bus vanuit Wervik naar Cassel gevoerd. Om 7 uur beginnen ze te voet aan de terugtocht naar Wervik.

Deze mars vindt plaats op de eerste zaterdag van oktober in het jaar dat er geen Gallo-Romeins Weekend is. Door corona is de editie 2020 geschrapt en de volgende gaat door in 2023, door het verschuiven van het GRW.

Oorspronkelijk een organisatie van Viroviacum, is nu vtbKultuur hoofdverantwoordelijke van dit gebeuren dat verloopt in samenwerking met de vzw Viroviacum Romanum en de Wervikse Wandelsport Vereniging.

Daarnaast zullen weer lezingen worden georganiseerd, maar ook daguitstappen naar archeologische en historische sites. We zijn echter niet van plan dit alleen te doen, Wervikse verenigingen die willen samenwerken zijn altijd welkom.

Zo hebben we al contacten met de Stedelijke Oudheidkundige Commissie, met vtbKultuur, het Davidsfonds en anderen. Natuurlijk zullen we ook nauw samenwerken met het Wervikse Erfgoedcentrum, onder leiding van Steven Masil. Samen kunnen we meer volk bereiken en sensibiliseren, aldus Van Biesbrouck.

mulsum-wervik (4)

Ook gaan we, met de nodige aandacht, de volgende archeologische campagnes in eigen stad volgen. Dit deden we al in het verleden. Zo brachten we een lezing met en door archeologe Arne Verbrugge, die vertelde over de vondsten op het terrein van het nieuwe voetbalveld en de atletiekpiste, vervolgt de voorzitter.

mulsum-wervik (10)

Na het verschijnen van het verslag in december over de gevonden pottenbakkersovens op de site van Het Volksbelang in de Duivenstraat volgt vermoedelijk begin volgend jaar een lezing met de hoofdarcheoloog.

Andere activiteiten zijn het organiseren van workshops, zowel ambachtelijke als culinaire. Naast effectieve kookworkshops kon de vzw een aantal plaatselijke voedingsprofessionals motiveren om Romeinse hapjes te vertalen naar hedendaagse producten. Niet dat er iets mis is met de authenticiteit, alleen zijn de gemiddelde smaakpapillen van vandaag niet meer aangepast aan de smaken van toen.

Zo maakte een lokale bakker Romeins brood volgens een recept en met ingrediënten zoals beschreven door de Romein Apicius, de auteur van het oudst gekende kookboek. Een vishandelaar maakte opgevulde inktvis.

Later volgden Romeinse braadworst, Romeinse paté, een Romeinse gerookte worst, tapenades naar Romeinse recepten en nu wordt dus de kruidenwijn mulsum gepresenteerd.

Ondertussen zijn er ook gesprekken met restaurants om eventueel een Romeins menuutje aan te bieden. Net vóór corona was het de bedoeling om alle producenten bij elkaar te brengen om samen met de stadsdiensten te onderzoeken in hoeverre het mogelijk was om die producten op regelmatige basis aan het grote publiek aan te bieden en niet alleen tijdens de periode van een Gallo-Romeins Weekend. Er wordt later dit jaar een poging gedaan om dit initiatief alsnog voort te zetten.

ravenstein

Het wijndomein Ravenstein is te bezoeken. Groepen vanaf tien personen kunnen een rondleiding aanvragen in de wijngaard en de wijnkelder met een degustatie op maat van de klant. Op zaterdag 3 en zondag 4 juli worden samenwerking met Vintage Heuvelland open wijngaardfeesten georganiseerd. Van 8 juli tot 15 augustus kan je op donderdag, vrijdag en zaterdag ook terecht in de pop-up wijnbar van het domein.

Op zaterdag 28 en zondag 29 augustus vindt de tweede Ravenstein Winetrail plaats. Dat is een wandel- en wijnproef-event dat doorgaat op het wijndomein Ravenstein in Kruiseke-Wervik. Je wandelt, grotendeels op onverharde wegen langs heen de glooiingen van de Amerikaberg en de Hoge Bossen. Je kiest voor een afstand van 6 of 10 km.

Tijdens de wandeling kijk je op de contouren van de Heuvellandse getuigenheuvels en stap je dwars door de wijngaarden. Onderweg proef je in primeur een aantal Ravensteinwijnen. Na inspanning volgt ontspanning met een Ravensteinwijntje van je keuze op het wijnterras. Vooraf inschrijven is verplicht.

Tentoonstelling I Marmi Torlonia verlengd tot 9 januari 2022

28 juni 2021

De fraaie tentoonstelling I Marmi Torlonia (The Torlonia Marbles) die normaal op 29 juni zou eindigen wordt verlengd tot 9 januari 2022. Dat is erg goed nieuws voor wie deze expo de komende maanden alsnog wil bezoeken.

Deze tentoonstelling werd twee jaar geleden terecht aangekondigd als één van de culturele topevenementen van het jaar, maar de opening op 4 april 2020 moest na de uitbraak van het coronavirus al meteen worden uitgesteld. Italië zat toen al in volledige lockdown.

Ook nadien ondervond de tentoonstelling nog veel hinder van de viruscrisis. Niet alleen werd ze na een uitgestelde heropening opnieuw een hele tijd gesloten, er moest ook worden geschoven met de openingsdata en dagelijks waren slechts een beperkt aantal bezoekers toegelaten.

Bovendien hebben vele geïnteresseerde buitenlandse bezoekers door het stilvallen van het toerisme de tentoonstelling niet kunnen zien. Dat wordt nu, met de ruime verlenging van de einddatum, dus goedgemaakt.

torloniamarbles

De tentoonstelling laat een klein deel zien van de beroemde Torlonia-collectie, door velen beschouwd als ’s werelds belangrijkste privécollectie van oude marmeren sculpturen. Ze is ondergebracht in Palazzo Caffarelli, de twee jaar geleden gerestaureerde exporuimte in de Capitolijnse Musea van Rome (ingang langs de Via delle Tre Pile, aan de rechterkant vanaf Piazza del Campidoglio).

De privécollectie die in de periode tussen de vijftiende en de negentiende eeuw door de familie Torlonia bij elkaar werd gebracht, bevat een onschatbare verzameling van in totaal, hou je even vast, 620 schitterende marmeren sculpturen uit de oudheid.

Het waren er ooit nog meer, maar een deel ervan raakte doorheen de eeuwen verspreid of werd verkocht. De wereldberoemde collectie staat internationaal bekend als The Torlonia Marbles.

Op de tentoonstelling in Rome worden, verspreid over veertien zalen, in totaal 92 objecten getoond, een fractie van de volledige verzameling dus, maar zelfs in die beperktheid meer dan de moeite waard. Als er dit jaar nog één tentoonstelling is die je moet gezien hebben, is het wel deze.

Het gaat zowel om bustes, reliëfs, beelden, vazen, sarcofagen als decoratieve elementen uit het oude Rome. De meeste kunstvoorwerpen zijn van marmer, al zijn er ook enkele werken uit brons en albast te zien.

De reden dat met zoveel belangstelling wordt uitgekeken naar deze tentoonstelling, is dat de marmeren objecten zeer lange tijd verborgen bleven. Ze zijn intussen al meer dan zeventig jaar niet meer getoond aan het publiek.

Dat kwam zo. In 1875 opende prins Alessandro Torlonia een privémuseum, het Museo Torlonia, in een oud graanpakhuis aan de Via della Lungara, tussen Porta Settimiana en Palazzo Corsini in Trastevere.

De man had eigenlijk vooral ruimte nodig om de enorme verzameling die zijn familie doorheen de eeuwen had verworven op te slaan en alles onderbrengen in een museum leek een goede oplossing. Zo had het publiek er ook iets aan en verdiende de familie er nog een centje mee, redeneerde de prins.

Maar na de Tweede Wereldoorlog bleef het museum gesloten voor gewone bezoekers. Toegang tot de enorme familiecollectie, die verspreid was over liefst 77 kamers, werd slechts uitzonderlijk verleend aan experts, wetenschappers, belangrijke politici of bezoekende binnen- of buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.

In 1976 sloot het museum in Trastevere definitief de deuren en moest de collectie weggehaald worden om plaats te maken voor de bouw van een complex met 93 luxe-appartementen.
De enorme verzameling werd noodgedwongen verplaatst naar de kelders van Villa Albani, die eveneens eigendom is van de aristocratische familie Torlonia.

Daar bleef de onschatbare collectie marmeren kunstwerken meer dan vier decennia opgeslagen, zorgvuldig stofvrij verpakt, maar dus onzichtbaar voor het publiek.
Al krijg je bij een bezoek aan Villa Albani meer dan genoeg andere kunstwerken te zien. Naar verluidt zouden zich in de villa alles samen meer dan duizend beelden, schilderijen en andere kunstvoorwerpen bevinden.

Pogingen van opeenvolgende regeringen en stadsbesturen om de adellijke familie te overtuigen om de kunstwerken openbaar tentoon te stellen of de collectie desnoods te verkopen, haalden niets uit.

De aankoop van een dergelijke verzameling in haar geheel zou trouwens geen optie geweest zijn. Er is vermoedelijk geen enkel museum of overheidsorgaan dat voldoende geld op tafel kan leggen om deze fantastische verzameling volledig te kunnen verwerven.

Alleen al de waarde van wat nu wordt getoond in Palazzo Caffarelli wordt voorzichtig geraamd op minstens 125 tot 150 miljoen euro, en dat is dus nog geen zesde deel van de volledige collectie. Indien de kunstvoorwerpen afzonderlijk zouden geveild worden, brengen ze vermoedelijk nog veel meer op.

De onwil van de familie Torlonia om de kunstwerken te tonen, had ook veel te maken met het feit dat het stadsbestuur van Rome bij de sluiting van het museum in Trastevere in 1976 had ontdekt dat het Museo Torlonia destijds was verbouwd zonder bouwvergunning. De stad was zo inhalig om de familie Torlonia daarvoor alsnog een flinke boete aan te smeren.

Dat leidde niet alleen tot een langdurig juridisch gevecht tussen de familie en de stad, maar ook tot veel boosheid en wrevel. De familie Torlonia verweet de stad alleen maar te denken aan geld en geen waardering te hebben voor het feit dat Rome jarenlang had kunnen genieten van een unieke verzameling kunstwerken in een privémuseum dat de overheid helemaal niets had gekost. Kortom, de relaties waren meer dan verzuurd.

Na langdurige gesprekken tussen de Italiaanse minister van Cultuur Dario Franceschini en de Fondazione Torlonia, de stichting die sinds enkele jaren de bezittingen van de familie beheert, werd op 16 maart 2016 toch een overeenkomst getekend met de overheid.

Daarin werd bepaald dat een deel van de verzameling gedurende enige tijd aan het publiek mocht worden getoond, dit op voorwaarde dat de organiserende overheid alle kosten op zich nam en ook de gigantische verzekeringspolis betaalde.

Als gevolg daarvan worden nu, jaren na de overeenkomst, voor het eerst in zeventig jaar 92 topstukken uit de verzameling-Torlonia worden tentoongesteld. Na Rome vertrekt de tentoonstelling voor een uitgebreide reis langs een aantal buitenlandse steden.

Waar de tentoonstelling overal zal halt houden en hoe lang die wereldtournee zal duren, is nog niet bekend. In plaats van stof te verzamelen in een kelder of opslagplaats, zullen de kunstwerken de komende jaren alleszins door heel wat mensen kunnen gezien worden. Wereldwijd zal het publiek in de toekomst voor het eerst kunnen kennismaken met de ongelooflijk mooie Torlonia-sculpturen.

Er zijn geruchten dat de collectie na afloop van de buitenlandse avonturen wellicht een vaste plek in Rome zou kunnen krijgen, waar ze dan permanent aan het publiek kan worden getoond. Onder meer het vandaag compleet verwaarloosde en nog te restaureren Palazzo Rivaldi aan het Forum Romanum wordt genoemd als mogelijke locatie.

De Capitolijnse Musea staan als eerste in de rij om de verzameling in bruikleen te verwerven, maar zover is het dus nog lang niet. Het is al een mirakel dat de familie Torlonia na de jarenlange vete met het stadsbestuur kon overgehaald worden om een aantal topstukken vrij te geven voor een tijdelijke tentoonstellling.

Alsof het al niet bijzonder is dat deze unieke en eeuwenoude verzameling weer het daglicht ziet, werden alle tentoongestelde werken de voorbije jaren netjes gerestaureerd. Dat enorme project werd gefinancierd door het luxe juweliershuis Bulgari, waarmee de familie Torlonia al vele jaren een goede relatie onderhoudt.

Anna Maria Carruba, die toezicht hield op de restauratie van de sculpturen, ontdekte op een marmeren reliëf van een Romeins haventafereel sporen van de kleuren waarmee het oorspronkelijk was beschilderd.

Het is nog maar eens een (zeldzaam) bewijs van het feit dat de marmeren sculpturen in de oudheid werden versierd en levendiger gemaakt met verf. Eén van de tentoongestelde stukken, een Grieks beeld van een rustende geit, werd de laatste keer gerestaureerd door niemand minder dan Gian Lorenzo Bernini.

Veel tentoongestelde stukken maken overigens duidelijk waar fantastische beeldhouwers zoals Bernini, Michelangelo en Canova hun inspiratie hebben gehaald. Net als de onbekende kunstenaars uit de oudheid, wisten ook zij hun figuren ongelooflijk levensecht uit te beelden.

torloniamarbles2

Wat is er nu zo bijzonder aan deze verzameling marmeren voorwerpen? Het gaat zonder meer om de mooiste en best bewaarde objecten uit de oudheid die vandaag nog ergens te vinden zijn. Hier zie je geen beelden zonder handen, afgehakte armen, verdwenen benen of preuts verwijderde penissen.

Wie deze verzameling bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat de familie Torlonia altijd vooraan in de rij stond en de eerste keus kreeg wanneer een voorwerp werd ontdekt of te koop werd aangeboden. Vermoedelijk was dat ook zo.

Wereldwijd zijn zowat alle musea jaloers op deze privécollectie, die, mits permanent en in zijn geheel tentoongesteld, een gigantische trekpleister zou vormen.

De Capitolijnse Musea in Rome en en de Vaticaanse Musea, toch absolute toppers als het gaat om hun collectie artefacten uit het oude Rome, zouden er veel voor over hebben om deze topstukken permanent binnen hun muren te hebben.

De Torlonia-collectie is doorheen de eeuwen steeds aangevuld met nieuwe aanwinsten. Als ze de kans zag, kocht de familie ook belangrijke particuliere verzamelingen op en haalde er vervolgens de allerbeste stukken uit. In die zin is de volledige 620 beelden tellende collectie eigenlijk een verzameling van verzamelingen.

Zo verwierf ze de mooiste stukken uit de verzameling van de adellijke familie Albani en kon ze de hand leggen op de belangrijke verzameling van de beeldhouwer en restaurateur Bartolomeo Cavaceppi (1716-1799) die ook een goede vriend en tipgever was van Johann Winckelmann.

De familie Torlonia wist ook het mooiste deel van de collectie van markies Vincenzo Giustiniani (1564-1637), een rijke bankier en verzamelaar van antieke kunst, binnen te halen.

De overige stukken van de markies bevinden zich vandaag nog steeds in het Palazzo Giustiniani vlakbij het Pantheon, dat deel uitmaakt van de Senaat van Rome en onder meer plaats biedt aan de kantoren van de senaatsvoorzitter en de senatoren.

Daarnaast werd de ongeëvenaarde Torlonia-collectie verder uitgebreid dankzij opgravingen die de voorbije eeuwen gebeurden op de uitgestrekte landgoederen die de schatrijke familie in de omgeving van Rome in haar bezit had.

Zo werden schitterende artefacten bovengehaald aan de Via Latina, in de omgeving van de Villa di Massenzio en de Villa dei Quintili aan de Via Appia, maar ook in Sabina en Tuscia.
De antieke kunstwerken hebben in het verleden verschillende van de talrijke woningen van de familie gesierd en verhuisden onderling regelmatig van locatie.

In haar totaliteit geeft de collectie Torlonia in ieder geval een zeer representatieve en bevoorrechte dwarsdoorsnede van de geschiedenis van het verzamelen van oudheden in Rome van de vijftiende tot de negentiende eeuw.

De tentoonstelling vertelt dus eigenlijk ook het ontstaan en de geleidelijke vorming van deze bijzondere privéverzameling die wereldwijd haar gelijke niet kent.

De in Palazzo Caffarelli tentoongestelde voorwerpen zijn niet alleen schitterende voorbeelden van antieke beeldhouwkunst, maar tevens een weerspiegeling van een cultureel proces waarmee de meeste belangrijke collecties in de loop der eeuwen te maken kregen: de cruciale overgang van een verzameling familiestukken naar een museum, een proces waarin de stad Rome en bij uitbreiding heel Italië een onbetwistbare rol hebben gespeeld.

I Marmi Torlonia. Collezionare Capolavori
The Torlonia Marbles. Collecting Masterpieces
Musei Capitolini
Palazzo Caffarelli
Tot 9 januari 2022

Hier kan je een sfeerfilmpje over de tentoonstelling zien.

Een filmpje met uitleg over de tentoonstelling kan je hier bekijken.

ALLE INFO EN BOEKINGEN: www.torloniamarbles.it

Website Capitolijnse Musea

De catalogus (320 pagina’s, kostprijs 37,05 euro) wordt uitgegeven door Electa.

Website Stichting Torlonia

torloniamarblesverlenging

Een krans voor eenzame godinnen

27 juni 2021

Avonturen met opschriften – XX

Twee jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de twintigste bijdrage in deze reeks.

* * * * *

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Vandaag deel XIX. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

De coronapandemie is vooral een tijd van beperking, van contacten, van reismogelijkheden. Van thuiswerk, van angstvallig tellen hoeveel mensen zich in uw bubbel persen. Het is een tijd van binnen blijven en isolatie. Van eenzaamheid ook. Deze nieuwsbrief wil de eenzamen een krans bieden, want van hen wordt veel gevraagd. Het wordt een krans voor eenzame godinnen.

Ons geliefde Rome ligt nog altijd buiten bereik, zodat we andermaal de blikken richten op wat dichterbij was. U herinnert zich wellicht Nehalennia nog wel. Die had geen last van eenzaamheid. Van heinde en verre dromden de mensen op haar tempelterreinen bij Domburg en Colijnsplaat. Ganuenta zoals dat laatste vermoedelijk heette.

nehal5Foto: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Maar er zijn andere godinnen die minder geluk hadden. Vier passeren hier de revue. Vier eenzamen. Viradecdis, Burorina, Hurstrga, Sandraudiga. Oefent u deze namen maar eens goed. Daar is geen woord Latijn bij. Dit is Keltisch of Germaans. Afhankelijk van de deskundige. Want daar wordt een bittere taalstrijd gestreden over de herkomst, toeschrijving en betekenis van deze namen. Schrijver dezes is wars van alles wat Erasmus destijds tumultus heette: hij hult zich dan ook in een diep stilzwijgen wat de namen betreft.

De Nederlanden in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Een gedeelte was redelijk goed in cultuur gebracht. De Ardennen waren wat ze nu nog zijn. De kuststrook was onherkenbaar, een zone van wadden, slikken, schorren, strandwallen, waarvan enkel delen van de Waddeneilanden nog een indruk kunnen geven.

Ook het Zwin bij Knokke en Cadzand is te klein om echt nog de verlaten woestheid van die tijden op te roepen. De zandgronden waren deels heide, onvruchtbare stuifgrond, deels bosjes. In feite is het na 2000 jaar ontginnen en ruilverkavelen onmogelijk nog iets daarvan terug te vinden. Enkele stukjes beekdal misschien.

Maar toch moet u dat landschap voor ogen houden, want in die wijde wereld, die ontoegankelijke verlatenheid, huizen deze godinnen, de goddelijke krachten die de Menapiërs, Marsaci, Morini, Texuandri, Frisiavones, Tungri, Condrusi, Bataven, Caninefaten, Chamaven, Tubanten, Amsivariërs, Friezen, Bructeren en al wat er verder nog aan Keltisch en Germaans hier huisde, vereerden, huldigden, aanbaden. De geheimzinnige godinnen, zoals Viradecdis, Burorina, Hurstrga, Sandraudiga.

Burorina is ons uit één enkel opschriftje bekend. Een steen van net 27 cm. hoog. U kunt dat bijna in uw hand houden. In 1756 werd de steen ontdekt, ingemetseld in een huis tegenover de kerk van Domburg, amper enkele honderden meters van de plaats waar in 1647 en 1651 altaren voor Nehalennia waren gevonden.

Het lijkt voor de hand te liggen dat ook deze steen van die vindplaats afkomstig is. Maar waarom komt Burorina dan nooit voor in de publicaties die in het midden van de 17de eeuw aan Nehalennia waren gewijd? Zoals de geschiedenis van Vlaanderen van de Bruggeling Olivier Vredius? Waarom was de vondst dan niet samen met de andere altaren in de kerk van Domburg opgesteld?

Goed, toegegeven, het is een kleine steen die gemakkelijk aan de aandacht kon ontsnappen, maar het blijft mysterieus. Vooral ook omdat de tekst in nagenoeg niets lijkt op wat we bij Nehalennia hebben gezien. Hier geen handelaars die hun gelofte aan de godin na behaald succes, hebben ingelost, gaarne en met reden. Nee. De tekst is eerlijk gezegd nogal beschadigd, vooral in het centrale gedeelte. Men leest over het algemeen:

DEAE
BVRORI
NE QVOD
VOTVM
[F]ECIT LAE
[T]VS PRO S[E]
[E]T SVIS P

Deae / Burori/ne quod / uotum / [f]ecit lae/[t]us pro s[e] / [e]t suis p(osuit).

Voor de godin Burorina, welke gelofte deed blij voor zichzelf en de zijnen plaatste.’

Dat is geen goed Nederlands. Wanhoop niet, nee, Schrijver dezes is niet aan geestesverwarring ten prooi. Maar waar het Latijn niet grammaticaal is, moet het Nederlands dat ook niet per se willen zijn. De P op het eind hoort tot het standaardrepertoire van de epigrafische afkortingen en staat voor posuit ‘heeft geplaatst’. Maar er stond al een persoonsvorm in fecit ‘heeft gemaakt’. Dat is er over.

Wie overigens dit opschrift gaat proberen te zoeken in de grote corpora of databases, zal het wellicht niet vinden. Dat komt omdat Schrijver dezes het beter weet. Dat wist u ongetwijfeld al, maar in deze tijden waarin de deskundigen in de vorm van virologen, epidemiologen, statistische types en weet ik wat de coronapandemie nog meer heeft opgeleverd en dat even welig tiert als in de verlaten velden eertijds de godinnen met exotische namen, doorlopend om uw aandacht vragen en over elkaar heen buitelen in het beter weten, hebt u er recht op te weten waarom Schrijver dezes het beter weet. Liever Viracdis dan Vlieghe en liever Hurstrga dan Van Ranst, maar: waarom?

Dit opschrift staat wel zeker in de corpora en databases, maar met de ‘gecorrigeerde’ vorm Burorin(a)e, om duidelijk te maken dat de uitgever zijn Geerebaert goed heeft gestudeerd en weet hoe de a-declinatie in elkaar zit. Alles goed en wel, maar er staat niet Burorinae, er staat Burorine en net dat verschil is van belang.

Het toont ons hoe de Latijnse taal aan het bewegen was, hoe de tweeklank aai die men in de 1ste eeuw v.Chr. spelde met ae, opschoof naar een e. Daarom zeggen de Italianen nog altijd le donne en niet illae dominae zoals 2000 jaar geleden. De ‘verkeerde spelling’ in dit opschrift geeft een blik van de levende taal.

De opsteller heeft nooit Geerebaert bestudeerd. En evenmin Cicero. Hij sprak het Latijn van zijn omgeving. En bij ontstentenis van een Unio linguistica of Taalunie kon hij spellen zoals hij wilde. Laat ons Caesar geven wat aan Caesar toebehoort en spellen zoals op de steen staat, want dat is op zich ook al een historische bron. En als we het doen omdat onze archeologen, oud-historici en classici geen Latijn meer kennen, dan hoeft het nog niet.

cicero

De infantilisering en het altijd gemakkelijk maken voor die arme bloedjes van studenten en wetenschappers mag ook wel eens ophouden. Als ze geen Latijn meer kennen, dat ze het dan maar eens leren! Schrijver dezes vreest dat hij steeds reactionairder wordt. Maar goed: laat ons dus spellen zoals de opsteller gespeld heeft en het Latijn gebruiken dat hij gebruikte.

Hij: dat is het enige wat in dit geval zeker is. Het opschrift leest laetus ‘blij’ en dat is mannelijk. Dat lijkt zozeer op de uitgebreide formule V S L L M (voor de niet-epigrafen onder u: u(otum) s(oluit) l(aetus) l(ibens) m(erito) ‘heeft zijn gelofte ingelost, blij, gaarne en met reden’), dat men er altijd dat laetus van blij in heeft herkend.

Maar dat is bizar, want nu ontbreekt er een naam. De lezing is niet helemaal zeker, toegegeven, en verscheidene uitgevers hebben dan ook andere vormen voorgesteld die meer naamachtig waren, maar de communis opinio houdt vast aan laetus. En als laetus nu eens Laetus was? Met hoofdletter? En dus de gezochte eigennaam?

Waarom niet? Dan heeft de zin ineens meer zin. Maar Laetus lost zijn gelofte niet in gaarne en met reden, doch voor zich en de zijnen. Die variant is absoluut on-Nehalennisch. Het altaartje zou trouwens in het niet verzinken tussen de andere altaren die toch zeker een meter hoog zijn, zo niet meer.

Waar kwam het altaartje dan vandaan? Toch uit het tempeldomein van Nehalennia? Van het strand bij Vrouwenpolder – Oostkapelle / Oranjezon, waar een Romeinse versterking heeft gestaan? Elders? Het binnenland van Zeeland was woest en ledig, alleen op de strandwallen was er echt bewoning.

Was Burorina een godin van de Menapiërs of de Marsaci die hier allebei huisden? Of kwam ze toch van elders? We weten het niet.

Burorina, zij gegroet! Een krans voor u gevlochten!

Hurstrga dan. Eerst die naam maar eens flink oefenen. Toen keer achter elkaar uitspreken, met rollende r zoals dat in die tijd klonk. Haar geschiedenis is al even mysterieus. Ook zij duikt op op één enkele altaarsteen, gevonden in het Bataafse rivierenland, ver van grote centra, ver van de grote stad. Nu ja, groot, zo groot was Ulpia Noviomagus natuurlijk ook weer niet. Het was geen Tongeren. Toch is er over Hurstrga (nog even en dan gaat het echt vanzelf, gelooft u maar) meer duidelijkheid dan over Burorina. Kijken we naar de tekst van het opschrift:

DEAE
HVRSTRGE
EX P EIVS
VAL SILVESTE[R]
DEC M BA[T]
POS L M

Deae / Hurstrge / ex p(raecepto) eius / Val(erius) Silueste[r] / dec(urio) m(unicipii) Bat(auorum) / pos(uit l(ibens) m(erito).

‘Voor de godin Hurstrga heeft op haar aanwijzen Valerius Siluester, decurio van het municipium der Bataven, (dit altaar) geplaatst, gaarne en met reden.

Wat voor Burorine gold, geldt ook voor Hurstrige: dit is de vorm zoals die op de steen te vinden is. De naam van de dedicant is niet helemaal te lezen: de letters SILV zijn zodanig afgesleten dat Schrijver dezes de andere ontcijferaars maar gelooft, maar echt gezien heeft hij het niet. Valerius Siluester was decurio, stadsmagistraat, van Municipium Batauorum, de stad der Bataven.

Dat kan alleen maar Nijmegen zijn. Schrijver dezes heeft genoeg Nijmeegs bloed door zijn overigens Brabantse aderen vloeien om dat te weten. Onlangs is hij er zelfs achter gekomen dat hij in 1944 al bij een bombardement is omgekomen. Twintig jaar voor zijn geboorte: doe dat maar eens na!

Valerius Siluester dus: hij vormt met dit opschrift meteen een bron, een historische bron, want het is een van de getuigenissen dat Nijmegen inderdaad een municipium was. Tot spijt van wie het benijdt, die van Maastricht vooral. Dat betwist Nijmegens aanspraak op de titel oudste stad van Nederland.

Maar in Maastricht zeggen ze wel meer. Dat het een Limburgse stad is bijvoorbeeld, terwijl het een Brabants-Luiks condominium was. U ziet op het Vrijthof op het Spaans gouvernement nog levensgroot het Brabantse wapen om te laten zien wie er de baas was.

maastricht

En nu we het toch over Maastricht hebben: schrijf alstublieft niet, zoals men de laatste tijd steeds vaker ziet: Mosa Traiectum als Latijnse naam. Zelfs op Wikipedia staat het zo. De vorm komt niet in onze bronnen uit de oudheid voor, maar ook in de middeleeuwen en daarna kende men genoeg Latijn om te weten dat twee substantieven nooit zomaar naast elkaar kunnen staan, maar dat daar altijd een verband moet worden uitgedrukt. Mosae Traiectum met genitief dus of Traiectum ad Mosam, met een voorzetselconstructie.

Maar één waanwijs iemand is begonnen om Mosa Traiectum te schrijven, want hij kende geen Latijn en snapte niet wat die e daar ineens te zoeken had en het hek is van de dam, want apen apen apen na en mensen ook.

Tongeren lijkt ineens zo oneindig veel maal simpeler…

Hurstrga dus. Het echte mysterie van Hurstrga zit elders. Als dit altaar nu in Nijmegen gevonden was, maar u hebt het al door: quod non. Deze steen is gevonden middenin de velden nabij de Waal, iets te westen van Tiel in Kapel-Avezaath. Ver van de grote stad. In een gebied van moerasbos en traag stromende rivieren, drassige gronden, een plaats waar geen mensen huizen, maar alleen Hurstrga. Numen inest in loco ‘er huist een godheid op deze plaats’. En dat zij daar huisde blijkt uit de tekst, want ex praecepto eius ‘op haar voorschrift’ kan alleen maar op Hurstrga slaan.

Valerius Siluester kende genoeg Latijn om te weten dat se en suus reflexief waren en ‘zich’ resp. ‘van hemzelf’ betekenen, terwijl eius op al het andere behalve het onderwerp wijst. Het praeceptum ‘voorschrift’ moet dus van de godin komen. Waarom wilde Hurstrga, de Bataafse godin, dat juist hier een altaar aan haar werd gewijd? Wat had Valerius Siluester gedaan dat de godin hem aanwees hier dat altaar te wijden? We weten het niet.

Hurstrga, gegroet! Een krans zij u gewijd! Godin van het drassige stroomgebied!

Laat ons zuidwaarts gaan. Alhoewel. Viradecdis zit overal. Voor haar zijn drie altaren bekend. Eerst dook er een op in het noorden van Groot-Brittannnië:

Deae Viradecthi pagus Condrustis, mili[t(ans)] in coh(orte) II Tungro(rum) sub S[i]lu[i]o [A]uspice prae[f(ecto)]

‘Aan de godin Viradecthis de gouw van de Condrusi die dient in de tweede cohort der Tungri onder prefect Silvius Auspex’

Tongeren! Althans de ciuitas, want de Condroz hoorde daar even goed toe als de wijde Kempische vlakten van de Texuandri.

Later vond men in Vechten aan de Rijn een tweede altaar:

DEAE
[VIR]ADECD[I]
[CIV]ES TVNGRI
[…] NAVTAE
[QV]I FECTIONE
[C]ONSISTVNT
V S L M

Deae / [Vir]adecd[i] / [ciu]es Tungri / [et] nautae / [qu]i Fectione / [c]onsistunt / u(otum) s(oluerunt) l(ibentes) m(erito).

‘Voor de godin Viradecdis hebben de burgers van de Tungri en de schippers die te Fectio = Vechten verblijven, hun gelofte ingelost, gaarne en met reden.’

Aan de hand van het Britse opschrift was de naam van de godin aan te vullen. Blijkbaar bevonden zich in Vechten, een vlootstation aan de limes, ook lieden uit de ciuitas der Tungri die als schipper actief waren. Consistere wordt hier begrepen als ‘verblijven zonder er echt te wonen’. Zo heeft Schrijver dezes in Rome geconsisteerd, lang geleden.

Maar het verhaal is nog niet ten einde, want in 1967 kwam er een derde opschrift boven de grond, toen men in Strées bij Hoei het altaar van de kerk ging verplaatsen. Waar Vaticanum II allemaal toe kan leiden. Bij het wegschuiven kwam namelijk onder het altaar een ouder altaar te voorschijn:

IN H D D
D VIRATHE
THI SVPE
RINA SVP
PONIS
V S L M

In h(onorem) d(omus) d(iuinae) / d(eae) Virathe/thi Supe/rina Sup/ponis / u(otum) s(oluit) l(ibens) m(erito).

‘Ter ere van het goddelijk huis. Voor de godin Virathethis heeft Superina, dochter van Suppo, haar gelofte ingelost, gaarne en met reden.’

De formule uit de eerste regel plaatst het opschrift aan het begin van de 3de eeuw. Virathethis is misschien een lokale of variante vorm. Laat ons er voorlopig maar niet van uitgaan dat het een andere godin is: de wereld is al rijk genoeg aan eenzame godinnen. Superina, dochter van Suppo, was haar in ieder geval dankbaar, ook al ontsnapt ons, zoals meestal, de concrete achtergrond.

Dat is het eeuwige probleem: wij duiden die opschriften historisch, maken er statistieken van, herleiden de individuen tot delen van een groep, maar achter elk opschrift zit een individueel verhaal, het verhaal van deze persoon die, man of vrouw, slaaf, vrijgelatene of burger, inheems, Romeins of exotisch, een reden had om dit bepaalde opschrift te maken. En wij weten niet waarom! Dat blijft het geheim tussen de mens en de godheid.

Het ziet er naar uit dat Viradecdis een godin was van de Condrusi aan de Maas. Sommige Condrusi maakten carrière in het Romeinse leger, andere in de scheepvaart. Wellicht brachten zij het Haspengouwse graan naar de limesforten. Dat is uiteraard het probleem van Tongeren. De Jeker is nu echt niet om over naar huis te schrijven als vaarweg. Tongeren ligt aan de landweg, maar niet aan een vaarweg. Het waren de Maasbewoners die de boot namen.

En alsof het toeval er mee speelt: de kerk van Strées is gewijd aan H. Nicolaas, de patroon van de schippers. Toeval? Het lijkt te mooi om waar te zijn om hier nog een verband te gaan zoeken. Laat ons voorzichtig zijn en Viradecdis eer bewijzen. Als je altaren zo ver zijn uitgezwermd als Schotland, Vechten en Strées, dan blijf je toch wat eenzaam achter.

Viradecdis, gegroet!, een krans zij u gewijd!

Als we dan van de boorden der Maas weer naar het noorden gaan en na de dalen van Dijle en Demer de zandige Kempen in schieten, dan komen we in het land van de Texuandri. En daar werd in 1812 bij wegwerkzaamheden tussen Breda en Antwerpen nog net op het huidig Nederlands grondgebied (destijds was het allemaal Frans uiteindelijk) in wat nu Noord-Brabant heet, maar toen het département des Deux Nèthes was, een altaar steen gevonden voor Sandraudiga:

DEAE
SANDRAVDIGAE
CVLTORES
TEMPLI

Deae / Sandraudigae / cultores / templi.

‘Aan de godin Sandraudiga de vereerders van de tempel.

Het lijkt zo simpel allemaal. En toch: wie waren die cultores templi? En waar stond die tempel? De formule cultores templi is maar van één ander opschrift bekend, van een altaar ergens in Moesia op de Balkan, dat in 2005 boven aarde kwam. In dat opschrift gaat het om de cultores templi Herculis. Hier weten we veel minder.

Sandraudiga is verder volstrekt onbekend en een tempel is er in het westen van Noord-Brabant of in Antwerpen ook (nog) niet gevonden. De tempels aan de Maas bij Kessel en Empel zijn veel te ver weg. Er zijn grenzen aan de afstand dat iemand met zware altaren zeult. Er moet dus toch ergens in de buurt een heiligdom zijn geweest. misschien geen groot bouwwerk, maar templum hoeft ook niet per se op een stenen constructie te wijzen.

Verder lost dat geen enkele vraag op. Wie die cultores templi zijn geweest en waarom ze gezamenlijk dit altaar aan Sandraudiga hebben gewijd, blijft een mysterie. Maar ze is een Texandrische godin en dat laat mij als Texandriër niet onberoerd.

Sandraudiga, gegroet! Een krans zij u gewijd!

Verder naar het oosten ligt het land van de Beerze en de Dommel, lentas dum flauens Dummela mittit aquas ‘terwijl de gele Dommel haar trage wateren stuwt’, zoals de dichter het zegt. Daar stroomt, ondanks alle ruilverkavelingen, rechttrekkingen, saneringen nog altijd een deel van de Beerze zoals het hoort, in haar eigen natuurlijke bedding.

eik2

En daar, ver weg van menselijke bewoning, vloeit de Beerze door een bosrijk land en daar, ver weg van menselijke bewoning waar de Beerze door bosrijk land stroomt, staat een witte kapel op de oevers van de stroom. Een kapel die een oudere kapel vervangt, die ook al een oudere kapel verving. Een kapel gebouwd naast een eik. Het verhaal gaat, zo vertelt het Petrus Vladeraccus (1571-1618), dat aan het begin van de 15de eeuw herders een beeldje van Maria met kind vonden op de oever van de rivier. Ze plaatsten het in een eik en vereerden het. En het bracht meteen genezing.

De inwoners van het nabijgelegen Oostelbeers of Middelbeers (niemand heeft ooit geweten waar de snoodaards vandaan kwamen) haalden het beeldje uit de eik en brachten het naar hun parochiekerk. Maria had smaak en de volgende ochtend stond het beeldje weer in de eik. Toen bracht men het beeldje naar de parochiekerk van Oirschot en daar staat het nog steeds. Tegenwoordig vertelt men het verhaal wat anders. Nu vinden de herders het beeldje terwijl het – net als fiere Margriet in Leuven – stroomopwaarts drijft en het avontuur met de Beersenaren vindt tweemaal plaats.

Maar het eind is hetzelfde, want het beeldje staat nog steeds in de Sint-Petrusbasiliek en het graf van Petrus Vladeraccus ligt daar vlak bij. En Schrijver dezes maakte van de tekst van Petrus Vladeraccus zijn eerste wetenschappelijke publicatie. En durfde vervolgens drie dagen het tijdschrift waarin het artikel verschenen was, niet open te doen.

eik1

Twee dingen onderscheiden Onze Lieve Vrouw van den Heiligen Eik (want zo heet ze, met verbindings-n) van haar eenzame collega’s: er bestaat geen opschrift voor haar en er komt nog steeds veel volk, zodat ze niet bepaald eenzaam is. Maar voor de plaats waar de kapel staat en de legende zich afspeelt, geldt evengoed: numen inest in loco ‘er huist een goddelijke macht op deze plaats’.

Men wordt hier gemakkelijk verleid om een voor-christelijke oorsprong aan te nemen, een cultus zoals voor Sandraudiga, Viradecdis, Hurstrga en Burorina, maar dan gekerstend en van nieuwe zin voorzien. Een zin die bestaat in de ontmoeting van de mens met het omvangende mysterie en in het zich opgenomen weten in dat omvangend geheel.

En waarom steken mensen een kaarsje op voor Maria? Toch om dezelfde reden als waarom Valerius Siluester, Laetus (?), Superina en de cultores templi hun geloften deden en hun altaren wijdden? Daarom,

Onze Lieve Vrouw van den heiligen Eik, gegroet!, een krans zij u gewijd!

Rome wil zich kandidaat stellen voor Wereldexpo 2030

26 juni 2021

De voornaamste kandidaten die momenteel in Rome strijden voor de titel van burgemeester hebben in een gezamenlijke nota aan premier Mario Draghi gevraagd om Rome te nomineren als kandidaat-gaststad voor de Wereldtentoonstelling van 2030.

Dat is een opmerkelijk initiatief. Doorgaans verloopt de verkiezingsstrijd in Rome eerder bits. Dat politieke rivalen in volle verkiezingsmodus samen een voorstel indienen is zelden vertoond.

De titelvoerende burgemeester Virginia Raggi, schreef samen met de kandidaat-burgemeesters Carlo Calenda, Roberto Gualtieri en Enrico Michetti dat Expo 2030 een geweldige kans kan zijn voor de definitieve herlancering van Rome als een belangrijke internationale metropool.

Volgens het viertal kan Rome door in 2030 de Wereldexpo te organiseren tonen dat de stad in staat is om belangrijke investeringen aan te trekken en grote innovatieve, duurzame en  architecturale stadsvernieuwingsprojecten aan de wereld voor te stellen.

ExpoMilano (1)

Expo 2030 zou het toerisme, de werkgelegenheid en de economie in Italië een enorme boost geven. Daarom vragen we aan premier Mario Draghi en de hele regering om Italië met Rome als gaststad te nomineren om de Wereldtentoonstelling in 2030 te organiseren, schrijven de vier Romeinse politici.

We hebben de mogelijkheid om twee uitzonderlijke evenementen na elkaar te lanceren, namelijk het Vaticaanse Jubeljaar in 2025 (dat slechts om de 25 jaar plaatsvindt) en de Expo in 2030. Dat is een unieke kans die we eigenlijk niet mogen missen.

ExpoMilano (2)

Daarvoor is echter samenwerking nodig. Alle politieke sociale en productieve krachten van het land moeten verenigd worden om een degelijke en solide kandidaat voor te stellen die Italië en Rome kan presenteren als modellen voor de toekomstige ontwikkeling van hedendaagse steden en samenlevingen, met het oog op duurzaamheid. en inclusie, aldus de kandidaten voor het burgemeesterschap van Rome.

ExpoMilano (3)

De kans dat Italië voor de tweede keer in vrij korte tijd gastland mag zijn voor een universele wereldtentoonstelling is niet zo groot, hoewel natuurlijk veel afhangt van de sterkte van het ingediende dossier.

Er zijn altijd wel verschillende landen die zich kandidaat stellen om de Wereldtentoonstelling naar hun grondgebied te halen. Dat zal voor Expo 2030 niet anders zijn.

expo2015Milaan

In 2015 werd de Wereldexpo echter ook al in Italië gehouden. Milaan ontving toen op zes maanden tijd meer dan twintig miljoen bezoekers uit de hele wereld. Er namen 145 landen en dertien organisaties deel, die zich elk met een eigen paviljoen voorstelden aan het publiek.

expo2020Dubai

De 35ste universele wereldtentoonstelling, Expo 2020, werd door de virusperikelen een jaar uitgesteld en vindt dit jaar plaats in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) van 1 oktober 2021 tot 31 maart 2022. De daaropvolgende Wereldtentoonstelling is in 2025 gepland in Osaka, Japan.

Expo2025Osaka

Forum Romanum pakt uit met zomers literair Dante Festival

25 juni 2021

Deze zomer wordt van 1 tot 20 juli in de basiliek van Maxentius op het Forum Romanum een literair festival georganiseerd naar aanleiding van de 700ste verjaardag van de dood van Dante Alighieri. De toegang tot Dante Assoluto is gratis mits voorafgaande reservatie.

Gedurende zeven avonden zullen Italiaanse auteurs, maar ook mensen uit de theater-, film- en muziekwereld hulde brengen aan Dante met niet eerder gepubliceerde teksten die op een of andere manier werden geïnspireerd door een vers of een personage uit de Goddelijke Komedie of een ander werk van de dichter.

De bedoeling is om een getuigenis te brengen van de verscheidenheid, de inhoudelijke diepgang en de blijvende relevantie van Dantes werk, dat niet alleen een onvermijdelijke referentie is voor de Italiaanse taalkundige en culturele identiteit, maar dat ook de hedendaagse gevoeligheid en creativiteit blijft stimuleren.

dantaforum2

De nalatenschap van Dante is nog steeds een broedplaats voor literaire, historische, wetenschappelijke, ethische, juridische, politieke, psychologische en artistieke reflecties.

Het publiek zal onder meer kunnen kennismaken met werk van de auteurs Roberto Saviano, Piero Trellini, Giulio Leoni, Javier Cercas, Melania Mazzucco, Alessandro Piperno, Aldo Cazzullo, Fabio Stassi, Edoardo Albinati, Stefania Auci, Nicola Lagioia; de wetenschappers Lina Bolzoni, Giulio Ferroni en Franco Cardini en de dichters Valerio Magrelli, Ana Blandiana, Daniela Attanasio, Silvia Bre, Nicola Bultrini, Claudio Damiani, Simone Di Biaso en Sara Ventroni. Actrice Monica Guerritore presenteert een zelf geschreven theatrale tekst.

Alle avonden worden opgeluisterd met livemuziek, gebracht door de muzikanten Francesco De Gregori, Murubutu en Claver Gold, Cristiano Godano, HER, Giovanni Succi, Fulminacci, Riccardo Manzi, Erica Scherl, Pierpaolo Ranieri, Alessandra Celletti, Rita Marcotulli, Andrea Damiano, Sandra Castellano, Alessandra Bossa, Alessandro Gwis, Michele Rabbia en het Italiaans volksorkest onder leiding van Ambrogio Sparagna.

dantaforum1

De literaire avonden zijn gratis toegankelijk mits voorafgaandelijke reservatie via het Eventbrite-platform. De reservaties zijn mogelijk vanaf de tiende dag vóór elke avond en dit zolang er plaatsen beschikbaar zijn.

Het festival, onder artistieke leiding van Maria Ida Gaeta, verloopt in samenwerking met het Dante 700-comité en de FUIS (Federazione Unitaria Italiana Scrittori), de Italiaanse federatie van auteurs. De organisatie is in handen van het Parco Archeologico del Colosseo.

Dante Assoluto
Forum Romanum (basiliek van Maxentius)
Van 1 tot 20 juli 2021

Het volledige programma kan je hier downloaden.

Beleef de geschiedenis van de grotesken in nieuwe tentoonstelling Raffaello e la Domus Aurea

24 juni 2021

Gisteren opende in Nero’s Domus Aurea de langverwachte tentoonstelling Raffaello e la Domus Aurea. L’invenzione delle grottesche. Deze interactieve en met multimedia-technieken verrijkte expo is gewijd aan de kunstschilder Raffaello Sanzio en het thema van de grotesken. De tentoonstelling is te bezoeken tot 7 januari 2022.

De tentoonstelling vertelt het uitzonderlijke verhaal van de oude Romeinse schilderkunst die eeuwenlang was begraven onder een dikke laag aarde en die werd herontdekt toen artiesten zoals Rafaël afdaalden in wat men toen beschouwde als ‘grotten’, maar die later kamers van het Gouden Huis (Domus Aurea) van keizer Nero bleken te zijn.

De grillige figuren en bladmotieven die de kunstenaars ontdekten, resulteerden in een nieuwe schilderstijl die de komende drie eeuwen de interieurdecoratie in talrijke adellijke huizen zou beïnvloeden.

De tentoonstelling had vorig jaar reeds moeten openen tijdens het Raffaello-jaar, maar door de coronatoestanden werd ook deze expo al een paar keer uitgesteld. Vanaf morgen is het dus eindelijk zover.

grotesken-domus-aurea

De Domus Aurea kreeg intussen niet alleen een nieuw verlichtingssyteem, maar er kwam speciaal voor deze tentoonstelling ook een nieuwe ingang voor het publiek. Voor het eerst zal ook een tentoonstelling plaatsvinden in de zogenaamde Sala Ottagona, de bekende achthoekige kamer in het Gouden Huis.

De geschiedenis van de herontdekking van de ‘grotesken’ begint omstreeks 1480, toen enkele schilders (Pinturicchio, Filippino Lippi en Signorelli) met touwen afdaalden in de grote gaten die door ondergrondse verzakkingen waren ontstaan in de Colle Oppio.

Naarmate ze zich dieper in de heuvel lieten zakken, zagen ze bij fakkellicht de talrijke picturale versieringen waarmee de grote ruimtes waren uitgerust. De kunstenaars dachten dat ze de fresco’s van de Thermen van Titus hadden gevonden.

Zonder dat ze het toen beseften hadden ze echter de vergeten ruïnes van het enorme keizerlijke paleis van Nero ontdekt. De keizer had zijn Domus Aurea laten bouwen na de beruchte brand in 64 na Chr.

Het idee om rond dit gegeven een tentoonstelling te organiseren ontstond in de aanloop naar het Raffaello-jaar dat in 2020 zou worden gehouden ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van het overlijden van de beroemde schilder.

Maar net zoals zoveel andere tentoonstellingen, activiteiten en evenementen, moest ook dit plan door de komst van het Covid-19-virus tijdelijk worden opgeborgen. Het Raffaello-jaar werd wel gevierd, maar verliep eigenlijk grotendeels in mineur.

De herdenking van de kunstschilder kende zeker niet het succes en de uitstraling die men ervan had verwacht. Iets waarover niemand zich hoeft te verwonderen, gezien het feit dat het toerisme in Italië gedurende lange tijd werd stilgelegd.

Achter de schermen werd de Domus Aurea-tentoonstelling echter gewoon verder voorbereid. In de loop van vorig jaar was de beslissing gevallen dat die expo er hoe dan ook moest komen.

De organisatie is in handen van het PArCo, samengesteld door Vincenzo Farinella, Alfonsina Russo, Stefano Borghini en Alessandro D’Alessio en geproduceerd door uitgeverij Electa die er ook een boek over uitbracht. De interactieve snufjes en de multimedia-installatie werden ontworpen door designer Dotdotdot uit Milaan.

De tentoonstelling situeert zich in de Sala Ottagona en de omringende kamers. Er werd een speciaal meeslepend multimedia-pad ontwikkeld en het bekende ontwerpkantoor Stefano Boeri Architetti uit Milaan (onder meer bekend van het Bosco Verticale) creëerde voor deze eerste grote tentoonstelling een speciale toegang voor de Domus Aurea.

grotesken-domus-aurea2

Bezoekers krijgen zo reeds bij het binnenkomen de kans om de gelaagdheid van de ondergrondse omgeving te ontdekken en worden via een lichtpad rechtstreeks naar het hart van het gebouw geleid.

In de achthoekige zaal worden op de koepel astrologische beelden geprojecteerd die zijn afgeleid van de wereld, zoals die wordt ondersteund door de beroemde Atlas van Farnese, die knielt onder het gewicht van de hemelbol op zijn schouders.

De afbeeldingen van de sterrenbeelden en de tekens van de dierenriem worden afgewisseld met de projectie van neervallende rozenblaadjes, zoals dit volgens het verhaal van Suetonius gebeurde tijdens de banketten van de keizer.

Lange tijd werd ook gedacht dat zich in deze ruimte de befaamde coenatio rotunda bevond, de draaiende eetzaal van keizer Nero, maar die wordt intussen elders op de Palatijn gesitueerd.

Het eerste deel van de tentoonstelling presenteert fantastische dieren, half mens en half plantaardig, fytomorfe motieven, harpijen en muziekinstrumenten, vazen met kralen, palmetten, enz. Je krijgt zowat alle decoratieve motieven te zien die zich in de Domus Aurea bevonden en die in de vijftiende eeuw door de nieuwsgierige kunstenaars werden herontdekt.

De bezoekers zetten zelf het verhaal in gang. Door de bewegingen van hun eigen lichaam en de simulatie van de fakkelverlichting, zie je de weerkaatsing van de eerste grotesken op de muren. Een volgende deel van de tentoonstelling is gewijd aan de studie en de herinterpretatie van de grotesken die Rafaël maakte.

Een spectaculair extraatje bij dit deel van de tentoonstelling is dat dankzij een overeenkomst met de Vaticaanse Musea, een multimedia-reproductie kon worden gemaakt van de Stufetta van kardinaal Bibbiena.

Deze kleine ruimte, destijds de privébadkamer van de kardinaal, bevindt zich op de derde verdieping van het Apostolisch Paleis in het Vaticaan en is versierd met een cyclus van erotische fresco’s die in 1516 werden geschilderd door Rafaël en zijn leerlingen.

De schilderingen zijn gebaseerd op de grotesken van de Domus Aurea. Op de tentoonstelling worden deze grotesken om beurten uitvergroot waardoor schaaleffecten ontstaan die de belangrijkste details van de hele decoratieve cyclus benadrukken.

Het derde deel van de expo presenteert de bezoeker het verhaal van de gedenkwaardige ontdekking van de Laocoön, de beeldengroep die op 14 januari 1506 in de omgeving van het Gouden Huis werd gevonden.

Dat gebeurde door wijnbouwer Felis de Fredis, terwijl hij een ingestorte kelder onder zijn wijngaard aan het uitgraven was.

Michelangelo en Giuliano da Sangallo werden er door de paus op uitgestuurd om de ontdekking van de wijnbouwer te bekijken en zij identificeerden het kunstwerk meteen als een beeldengroep die al door Plinius de Oudere werd beschreven. Vandaag is de Laocoöngroep één van de topstukken van de Vaticaanse Musea.

In het vierde deel van de tentoonstelling kunnen de bezoekers een interactieve reis maken naar talrijke bekende en minder bekende plekken en interieurs in Italië en elders in Europa die tussen de zestiende en de negentiende eeuw werden ingericht in de intussen erg populair geworden groteske stijl.

In een laatste deel komen ook de grotesken aan bod die de grote kunstenaars van de twintigste eeuw hebben gefascineerd en geïnspireerd, waaronder Victor Brauner, Salvador Dalì, Max Ernst, Joan Miró en Yves Tanguy.

Een groteske is een van oorsprong oud-Romeins ornament, samengesteld uit sierlijke bladranken met zonderlinge menselijke, dierlijke of fabelfiguren, vaak met architectonische en vaasvormige elementen. De versieringen werden dus voor het eerst herontdekt op de muren van de vele kamers van het enorme complex.

Het nieuws van deze ontdekking verspreidde zich vlug over heel kunstminnend Europa. De gefascineerde zestiende-eeuwse kunstenaars groeven zich een weg dwars door de ruïnes van de Thermen van Trajanus naar de onderliggende ruimtes van het paleis van Nero.

Onder hen Michelangelo, Rafaël (die ze kopieerde), maar ook de markies de Sade en Casanova daalden af in de ‘grotten’ en krasten hun naam op de beschimmelde muren.

Nederlandse schilders zoals Herman Posthumus, Maarten van Heemskerck en Lambert Sustris hebben in 1536 hun namen eveneens achtergelaten op de wanden van de ‘volta nera’ (het zwarte gewelf).

De eerste fiammingho die ter plaatse de Romeinse versieringen kopieerde was Karel van Mander (1548-1606) die tussen 1573 en 1577 in Rome verbleef.

Omdat de ondergrondse duistere ruimtes van het Domus Aurea aan grotten deden denken, werden de versieringen op de muren ‘grotteschi’ genoemd, later vernederlandst tot ‘grotesken’.

Ze kenden een immens succes in de schilderkunst, de beeldhouwkunst en de architectuur maar ook in de toegepaste kunsten. Putti, maskers, guirlandes, kandelabers, vogels, dolfijnen, hoornen des overvloeds, chimères en draken verschenen op architecturale onderdelen van paleizen en kerken, maar ook op graftombes.

Deze versieringen beantwoordden niet langer aan de imitatie van de natuur, maar voldeden wel aan het verlangen de antieken na te volgen. In feite vormden de grotesken het meest systematische aspect van het zoeken naar een grotere artistieke vrijheid en van de opbloei van het fantastische dat onder de naam ‘maniërisme’ de zestiende-eeuwse kunst zou blijven kenmerken. Pinturicchio en het atelier van Rafaël hebben de groteskenstijl naar een hoogtepunt gevoerd.

Alle details voor een bezoek aan deze tentoonstelling (met verplichte begeleiding) vind je op de nieuwe website www.raffaellodomusaurea.it

Raffaello e la Domus Aurea.
L’invenzione delle grottesche
Van 23 juni 2021 tot 7 januari 2022
Via della Domus Aurea / Viale Serapide nel parco del colle Oppio
www.raffaellodomusaurea.it

Bekijk hier het promofilmpje van Dotdotdot

Had je graag alle foto’s gezien die bij dit bericht horen en ook al kennisgemaakt met de simulatiebeelden van Stefano Boeri Architetti en multimedia-designer Dotdotdot uit Milaan? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R.

Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid

Nederlander in Rome gekozen tot voorzitter van de FAO Raad

23 juni 2021

De Nederlandse topambtenaar Hans Hoogeveen is in Rome gekozen tot voorzitter van de FAO Raad, het belangrijkste uitvoerende en adviserende orgaan van de wereldwijde voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties.

De benoeming geldt voor twee jaar, met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging met nog eens twee jaar.

hans-hoogeveen

Hoogeveen is sinds 2016 de permanente Nederlandse vertegenwoordiger bij de VN-instellingen die in Rome gevestigd zijn: de FAO (Food and Agriculture Organization), het WFP (World Food Programme) en de IFAD (International Fund for Agricultural Development).

Daarvoor was Hoogeveen in Den Haag werkzaam in diverse functies bij de Ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Zo was hij onder meer de hoogste ambtenaar op Landbouw, als directeur-generaal Agro en Natuur. Binnen de FAO heeft hij reeds verschillende voorzitterschappen vervuld.