Manuscript Mysteries VIII – Metamorfose

Zonder de middeleeuwse handschriften zouden we maar bitter weinig van de klassieke Romeinse schrijvers weten. In de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) wordt een schat aan minder bekende handschriften bewaard. En ieder handschrift vertelt een eigen verhaal, een verhaal dat soms tot Rome of Italië reikt.

Vandaag aflevering 8 van Manuscript Mysteries: Metamorfose.

Deze reeks, waarvan je nu en dan een aflevering te lezen krijgt, wordt verzorgd door dr. Michiel Verweij (afdeling Oude en kostbare drukken) van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Dit is de achtste bijdrage in de Manuscript Mysteries, waarin Rome nooit ver weg is. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

Dit artikel is opgedragen aan Katharina Smeyers en Nathalie Roland, in herinnering aan en dank voor alle hulp bij de tentoonstelling Ovidius in metamorfose (Leuven, 21 november 2019 – 16 februari 2020) .

* * * * *

‘Dit klopt nu eens helemaal,’ zei de Grote Speurder, ‘en dat komt maar zelden voor.’

De geduldige lezers van deze bijdragen hebben inmiddels allang door dat onder deze woorden een diepzinnige waarheid schuilgaat, maar dat het ons nu eenmaal niet gegeven is – eenvoudige stervelingen als we zijn – om ook maar bij benadering te kunnen gissen waar het eigenlijk over gaat.

‘Ovidius, natuurlijk,’ zei de Grote Speurder, ‘Dat is toch vanzelfsprekend!’

Ik laat het maar rusten. Eigenlijk had ik deze bijdrage helemaal niet hoeven te schrijven, want u hebt allemaal de prachtige tentoonstelling Ovidius in metamorfose in de Leuvense Universiteitsbibliotheek bezocht en u hebt ook allemaal het boek Ovidius. Het verhaal van een dichter (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2018) gelezen. U zou dus eigenlijk in staat moeten zijn om de gedachtesalto’s van de Grote Speurder te volgen.

meta1

Maar voor die enkeling die er niet toe gekomen is deze tentoonstelling te gaan zien en voor al wie dit al wat verder is weggezakt nu het nieuws sinds het einde van de tentoonstelling alleen maar gedomineerd lijkt te worden door het coronavirus, loont het misschien toch de moeite dit verhaal te vertellen. Vooral omdat – bij uitzondering – dit betoog niet over een handschrift gaat, maar over een oude druk, een incunabel uit 1484.

Publius Ovidius Naso werd geboren op 20 maart 43 v.Chr., één jaar en vijf dagen na de moord op Julius Caesar, in Sulmo in de Apennijnen. Hij studeerde in Rome, maar had meer belangstelling voor de literaire kringen daar dan voor de ambtelijke loopbaan die hem anders had toebehoord.

Ovidius was boven alles een dichter van elegieën, meer bepaald van het type van de subjectieve erotische elegie die zich net in zijn jeugd in Rome ontwikkeld had en waarvan hij de laatste vertegenwoordiger zou zijn.

Een eerste deel van zijn oeuvre hoort helemaal in dit genre thuis, waarbij hij na zijn eerste bundels ‘echte’ elegieën in de Amores op het genre ging variëren met zijn Heroides, Ars amatoria (niet zoals men meestal zegt een leerdicht of een parodie daarop, maar een echt elegisch werk) en de Remedia amoris.

meta(2)

Daarna schakelde hij over op de mythologie in zijn meeslepende Metamorphoses en de wat minder bekende Fasti die de Romeinse kalender behandelen. In 8 n.Chr. werd hij om ons nog altijd duistere redenen naar Tomi aan de Zwarte Zee verbannen.

meta(4)

Daar stierf hij in 17 of 18, nadat hij vanuit zijn ballingsoord nog een aantal gedichten had gestuurd waarin hij zijn lot als balling beklaagde en probeerde naar Rome terug te mogen keren. Het heeft niet zo mogen zijn.

Ovidius’ werk zou in de middeleeuwen heel populair zijn. Ruim 100 handschriften van de Heroides en 300 van de Metamorphoses geven dat al aan. Vooral in de 12de eeuw had hij een groot aandeel in het ontstaan van de minnelyriek van de troubadours, trouvères en Minnesänger.

meta(8)

Van zijn Metamorphoses werd in Frankrijk in de 14de eeuw een allegoriserende bewerking gemaakt, de Ovide moralisé. Vanaf de renaissance zou dit werk het standaardwerk bij uitstek worden voor de klassieke mythologie, zodanig zelfs dat de Metamorphoses tot de vijf meest invloedrijke literaire werken uit de klassieke oudheid horen.

Ovidius werd ook al snel gedrukt, want de Italiaanse humanisten zaten te vlassen op zijn werken. De eerste editie van zijn volledige werken dateert van 1471. Eigenlijk zijn het twee edities, een uit Bologna en een uit Rome, amper vier jaar nadat het eerste boek in Italië gedrukt werd, en twee jaar voordat Dirk Martens dat in Aalst het eerste boek in de (Zuidelijke) Nederlanden zou drukken. Tot zover niets bijzonders, niets ook wat enig ingrijpen van de Grote Speurder nodig zou maken.

meta(5)

Rome mag dan de primeur hebben van de eerste gedrukte editie van Ovidius, de Lage Landen bij de Zee hebben een andere. Het gaat hier overigens om de wel zeer Lage Landen, want we moeten ons vanuit het erudiete Leuven verplaatsen naar het westen, meer bepaald naar Brugge. U had het nooit verwacht, maar de allereerste geïllustreerde editie van Ovidius’ Metamorphoses rolde juist in Brugge van de pers…

Bruggelingen zijn – dat weet u – absoluut niet chauvinistisch. Evenmin als Antwerpenaars dat zijn. Dat is enkel het idee van naijverige buren die niet in de schaduw van Belfort of Onze-Lieve-Vrouwentoren kunnen staan. De laatste is een hendiadys en is toepasselijk op beide steden. Althans dat is de visie van de inwoners van deze twee steden. De rest van de wereld blijkt daar minder van overtuigd.

Maar voor de Bruggelingen onder het lezerspubliek van deze nieuwsbrieven nu zwellend van trots langs de reien gaan, moet deze stelling wel genuanceerd worden. Uit vrees om etnische minderheden (zoals die van de Reiestad) te kwetsen en uit schroom politiek niet voldoende correct over te komen, verschuil ik me liever achter de autoriteit van de Grote Speurder die als een Roma locuta, causa finita het verdict velt: ‘Brugge mag wel de eer hebben de eerste geïllustreerde druk van Ovidius’ Metamorphoses te hebben zien verschijnen, maar eigenlijk waren het niet Ovidius’ Metamorphoses.’

Kijk, dat kan tellen. Zijn ze in het westen dan blij gemaakt met een dode mus (of – misschien beter, in Brugse context – met een dode zwaan)? Of is dit weer zo’n paradox of oxymoron waarin iemand als de Grote Speurder een speciaal behagen vindt?

De Grote Speurder daalde af naar de krochten van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, naar de -4, het eerste magazijn van de Oude en kostbare drukken. Behoedzaam om zich heen kijkend of er geen verdachte sujetten stonden die deze schatkamer op illegale wijze wilden binnendringen, opende hij de deur. Volstrekte duisternis strekte zich voor ons uit, doch met welgerichte vingerdruk op het knopje floepte het licht aan.

De geur van papier kwam ons tegemoet. Duizenden boeken van voor 1830 in één ruimte bijeengebracht. ‘En dan klagen ze nog dat ík veel boeken heb’, mopperde de Grote Speurder. ‘Vergeleken met wat hier staat, heb ik gewoon helemaal niets!’

We liepen langs een lang boekenrek. ‘LP, riep hij uit, ‘Eigenaanwinsten, sinds 1958!’ Toen kwamen we in een bredere gang tussen de rekken. Met een brede zwaai van zijn arm wees de Grote Speurder: ‘LP, FS, E-formaten van II en III, VB, VH en INC. Een kind kan de was doen!’ Ik ben niet helemaal zeker of u dit alles kunt begrijpen, maar aangezien het hier om staatsgeheimen gaat, is het beter niet aan te dringen. ‘Enfin, hier links, bij de INC-tjes! Naar de C-formaten!’

Boeken staan namelijk in een bibliotheekmagazijn niet zomaar op nummer, van 1 tot ik weet niet hoeveel, nee, ze staan op formaat en binnen zo’n formaat op nummer. Bij de gedrukte boeken zijn de A’s de kleine formaten (10-15 cm) en dan steeds groter: tot de E’s die 50 cm hoog zijn en daarom plat in het rek liggen. Bij de handschriften is het net andersom: daar zijn de A’s ca. 50 cm, de B’s ca. 40 cm, de C’s 30, de D’s 25 en kleiner en de kleinste geen E’s, maar Dx’jes. Maar bij de Handschriften doen ze altijd anders.

meta(6)

De Grote Speurder is al enkele passen vooruit. Ineens dook hij een gang in en keerde na even triomfantelijk terug met een zwaar volume in zijn hand. ‘Dit is de INC C 367, het Brusselse exemplaar van die Brugse druk, een van de ruim 20 die er wereldwijd nog zijn. In de Stadsbibliotheek in Brugge hebben ze er ook een.’

De Grote Speurder legde het volume op tafel. ‘Ingebonden door Josse Schavye, de man die ook verantwoordelijk was voor het boekje dat in mensenhuid is ingebonden.’ De Grote Speurder verwees naar zijn televisieoptreden voor Canvas-Curiosa. Nog nooit had hij zoveel belangstelling van de pers gehad als toen…

‘Wel, wat valt het eerst op?’ Op zo’n vraag is natuurlijk elk antwoord fout, zeker als de Grote Speurder ze stelt. ‘Het ding is groot en dik en zwaar. Pak dan maar eens een Italiaanse editie uit die tijd vast: die zijn handzaam. Maar met dit exemplaar ga je echt niet op wandel in de natuur om langs beemd of beek eens even wat te gaan lezen. En dat is een deel van wat er aan de hand is.

‘Kijk,’ en hij vloog een ander rek in om met een kleiner boek terug te komen. ‘Dit is een typische Italiaanse incunabel: ligt goed in de hand, niet al te zwaar, Latijnse tekst die soms verstopt zit tussen het overvloedige commentaar. Kortom, wat heb je nog meer nodig als geleerde Latijnlezer?’

Niets natuurlijk, behalve dat er nu niet meer zo heel veel geleerde Latijnlezers zijn. Ja, toegegeven, de Grote Speurder wil nog wel eens met een Latijnse editie van Ovidius of Tibullus of een van hun kornuiten langs de Via Appia gaan zitten lezen, maar dat is toch eerder een uitzondering.

‘Verder zijn die Italiaanse edities in romein gedrukt, een mooi, elegant, gemakkelijk leesbaar lettertype. Een waar genot om te lezen!’ Je zag hem aan dat de Grote Speurder even overwoog, in een moment van zwakte, om die incunabel mee te nemen op zijn volgende wandeling, maar hij herpakte zich snel, zij het met een diepe zucht. ‘En met één kolom! Let daar op!’

meta(7)

Toen sloeg hij voorzichtig het Brugse volume open. ‘Wel, wat is het verschil?’ Dat was eigenlijk de vraag niet: een betere vraag zou zijn wat de overeenkomsten waren, want die waren heel wat minder talrijk.

‘Dit Brugse volume dat Colard Mansion in 1484 bij de Sint-Donaas op de Burg uitbracht, heeft de tekst op twee kolommen, in een gotische letter, zonder commentaar en met houtsneden aan het begin van elk boek. En het is in het Frans.’

Ik boog me voorover. Inderdaad. Niet dat ik een moment zou twijfelen aan de waarheid van wat de Grote Speurder vertelde, maar zien is weten, uiteindelijk. ‘Dat is geen toeval uiteraard!’, hernam de Grote Speurder.

Hij keek me een ogenblik aan. Doet deze Brugse druk je niet aan iets denken?’ Ik staarde een ogenblik voor me uit, tot vaag, uit de verte, een vermoeden van een antwoord kwam, uit de herinnering aan tentoonstellingen en het nieuwe museum van de Bibliotheek, en ik probeerde: ‘Bourgondische handschriften?’ (Dit is geheimtaal voor: handschriften van de hertogen van Bourgondië en hun omgeving.)

‘Inderdaad’ riep de Grote Speurder uit. Deze editie lijkt op die onhandelbare dingen. Die zijn ook groot, dik, zwaar, in het Frans, versierd, op twee kolommen en in dezelfde gotische letter als deze.’ Kortom, dit is een druk die een Bourgondisch handschrift nabootst. Net zoals de Italiaanse edities Italiaanse humanistische handschriften nabootsen.

Men zegt vaak dat de boekdrukkunst in het begin het handschrift imiteert en dat is juist. Maar het is eigenlijk juister dan men zou denken, want de druk volgt bepaalde typen handschrift na, zoals die zich in de 15de eeuw hadden ontwikkeld. En die typen hangen af van taal en publiek.

‘Colard Mansion had zich gevestigd in de boekenstad bij uitstek in de 15de eeuw, Brugge. Antwerpen zou pas in de 16de eeuw opkomen en Leuven, ach Leuven, dat zijn van die academici, aardig, maar zonder veel praktisch verstand: Leuven had geen kans tegen die Antwerpse commerçanten.

Mansion hield zich bezig met handschriften, maar ook met de boekdrukkunst: hij heeft een klein assortiment op de markt gebracht. En allemaal waren het boeken van hetzelfde type: in het Frans, geïllustreerd, vrij groot, in dezelfde Bourgondische bastarda die men ook in de handschriften vindt. Kortom, Mansion imiteerde het Bourgondische handschrift omdat hij zich richtte op het publiek dat dergelijke handschriften bestelde.

Precies zoals de Italiaanse drukkers in Rome, Firenze en Venetië zich richtten op een humanistische lezerskring en ervoor zorgden dat hún edities zo veel mogelijk leken op die van de humanistische handschriften. Hoogstens nog wat geleerder doordat er een rijk commentaar aan werd toegevoegd. Dat laatste was aan die Bourgondiërs niet besteed. Maar zij verwachtten wel plaatjes.

meta(10)

‘Nu ja, plaatjes. Anders dan men meestal zegt, zijn middeleeuwse handschriften helemaal niet echt geïllustreerd. De miniaturen waar iedereen altijd de mond van vol heeft, vormen een deel in een keten van verschillende typen decoratie, die begint met de initialen.

Dat hele systeem van decoratie dient om de tekst en het handschrift te structureren, veel meer dan om het de illustreren of te versieren. Vandaar dat je – net als in deze editie – die miniaturen aan het begin van een boek of een hoofdstuk vindt. Nooit zo maar, als een echt plaatje, zoals wij nu doen. Wie dat punt over het hoofd ziet, heeft niets van die middeleeuwse handschriften begrepen.

‘Alleen kon Mansion natuurlijk nog niet over verfijnde technieken beschikken. Vandaar dat de miniaturen hier de vorm hebben gekregen van enigszins ruwe houtsneden. Maar het is het idee dat telt.

‘Het Bourgondische publiek waar Mansion op doelde, was helemaal niet geïnteresseerd in de klassieke teksten zelf. Dat dacht – anders dan hun Italiaanse tegenvoeters – nog helemaal in middeleeuwse trant. Elke suggestie van Humanisme in dit boekbedrijf of aan het hof van Bourgondië is volkomen naast de kwestie. En ieder die anders beweert, heeft er – al weer – niets van begrepen!’

‘Vandaar dat de tekst die Mansion hier drukte, ook niet de volledige tekst van Ovidius is, zij het in vertaling, maar een compilatie uit de 14de-eeuwse Ovide moralisé. En dat is niet hetzelfde! Tekst, vorm van het boek en type van de druk zijn helemaal op het Bourgondische publiek afgestemd dat zich dit soort luxeboeken kon veroorloven.

meta(9)

‘Pronken was een essentieel deel van deze boekbeleving, laten zien dat je een mooi boek had. Vandaar ook dat elk boek na het eigenlijke drukken een gepersonaliseerde afwerking kreeg.

Al naar gelang de wensen van de koper kon deze allerlei vormen van decoratie laten aanbrengen: initialen, randversiering, kleur. In het Brugse exemplaar is er randversiering aangebracht, in het Brusselse niet, maar daarentegen zijn in het Brusselse de houtsneden achteraf ingekleurd, terwijl die in het Brugse maagdelijk wit zijn gebleven.’

meta(16)

‘En nog meer! Want Mansion had de titels van de boeken en de onderdelen weliswaar met rode inkt laten afdrukken, maar in ons Brusselse exemplaar is met de hand overal een lopende titel aangebracht. Nu ja, titel: het blijft beperkt tot het nummer van het desbetreffende boek.

Maar het is in een veel feller en levendiger rood dan de wat fletse drukinkt! Ook de initialen zijn achteraf met de hand versierd. Kortom, men heeft alles op alles gezet om het boek niet alleen mooier te maken, maar om het nóg meer op een echt handschrift te doen lijken!

‘En weet je nu wat het summum hiervan is?’ De Grote Speurder keek me met verwachting aan. Ik zag het niet. Schuchter wachtte ik tot de Meester zelf het antwoord zou geven.

meta(12)

‘Kijk eens goed. Wat zie je nog meer op elk blad van de meer dan 750 pagina’s die dit volume telt?’ Toen zag ik iets schemeren: die rode lijnen? ‘Inderdaad!’ triomfeerde de Grote Speurder. ‘En waartoe dienen die rode lijnen?’ Ik bleef weer aarzelend het antwoord schuldig. Maar toen de Grote Speurder mij de waarheid in het gezicht slingerde, was dat een hele schok.

‘Tot niets! Helemaal niets! Bij het voorbereiden van een vel perkament of papier om dat te beschrijven, trekt men lijnen, met behulp van prikgaatjes zodat het hele katern evenveel regels heeft. Vandaar ook dat middeleeuwse handschriften zo uniform evenveel regels hebben over het hele boek. vervolgens schrijft men de tekst tussen de regels (ertussen, niet: erop! ).

Dat heeft zin, dat is logisch. Maar waarom die lijnen trekken en dus regels maken nadat het boek al gedrukt is? Dat heeft maar één doel: zoveel mogelijk proberen om een echt handschrift te imiteren en de indruk te wekken dat je dus een handschrift hebt, in plaats van zo’n massaproduct als een druk.

‘Daarmee is dit dus een druk die probeert een handschrift te zijn. Een boek in identiteitscrisis! Typisch voor een metamorfose van Ovidius, want is Daphne nu een nimf of een laurierstruik? Is Narcissus nu een op zichzelf verdwaasde jongeling of een bloem? En Midas met zijn ezelsoren? Wie weet eigenlijk wat men is in dit meesterwerk?

meta(11)

‘Kortom: metamorfose op alle fronten. Verandering van de Latijnse tekst in een Franse door de vertaling, maar tegelijk ook door de allegoriserende twist die eraan gegeven wordt, een metamorfose van de poëtische Latijnse tekst in iets anders.

Metamorfose van het handschrift in een druk, maar met de intentie zoveel mogelijk het andere te zijn: de Italiaanse drukken lijken dus op Quattrocento-handschriften, de Franse drukken voor het Bourgondische publiek lijken op de Bourgondische prachtcodices. Metamorfose ook van het publiek: in plaats van de geleerde humanisten de Bourgondische hovelingen. Metamorfose der metamorfosen, alles is metamorfose!

meta(15)

De Grote Speurder kreeg schitterende ogen, hij begon wat door te slaan, hij leek dringend aan vakantie toe. Maar hoe dan ook, ook al zijn het gemetamorfoseerde Metamorphoses, Brugge heeft toch de eer de eerste geïllustreerde gedrukte editie van dit meesterwerk uit de Romeinse letterkunde te hebben voortgebracht. Ook al is de Métamorphose van Mansion bepaald niet hetzelfde als wat zijn Italiaanse collega’s drukten.

Misschien wist Mansion dat zelf ook wel. Wat er precies gebeurd is, weten we niet, maar kort nadat Mansion de Métamorphose op de markt gebracht had, verdwijnt elk spoor van hem. Mansion lijkt in nevelen opgelost.

Er is nog één aantekening in een Brugs archiefstuk: fugit ‘hij is gevlucht’. Het raadsel van zijn verdwijning is nog steeds niet opgelost. Of zou Mansion zelf gemetamorfoseerd zijn? In een walm drukinkt?

Met dank voor deze bijdrage aan
Dr. Michiel Verweij
Oude en kostbare drukken
Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.