Archive for 4 juli 2021

Rome keurt nieuwe anti-alcoholverordening goed

4 juli 2021

De stad Rome lanceert met onmiddellijke ingang een nieuwe anti-alcoholverordening. Minstens tot 15 september is het verboden om ’s avonds en ‘ nachts rond te lopen met dranken in een glazen recipiënt. Ook de verkoop van drank in glas wordt verboden.

Met de nieuwe verordening wil Rome het vandalisme in het nachtleven bestrijden dat In verschillende delen van Rome regelmatig opduikt.

Tevens wil men, om virusbesmettingen tegen te gaan, ook vermijden dat grotere groepen feestvierders bij elkaar komen. Lege flesjes worden ook regelmatig gebruikt om de politie bij interventies te bekogelen.

alcohol

Het verbod op de verkoop van alcohol door buurtwinkels en via automaten gaat in vanaf 18 uur ’s avonds en blijft gelden tot 7 uur ’s ochtends. In die periode is het ook niet meer mogelijk om alcoholische dranken zoals bier, wijn of sterke drank in glazen te nuttigen op het openbare domein.

Verder is het van 20 uur en tot 7 uur verboden om alcoholische dranken in glazen verpakkingen mee te nemen uit eet- en drinkgelegenheden of ermee rond te lopen.

Er zijn verschillende beschamende uitspattingen in het nachtleven geweest. We hebben geluisterd naar de burgercomités en de handelaars. Met deze bepaling proberen we het wilde nachtleven wat in te dammen en te zorgen voor meer veiligheid, zeker nu de landelijke regelgeving tegen het coronavirus minder streng begint te worden, aldus burgemeester Virginia Raggi.

Een bezoek aan de Santa Maria in Trastevere (VI)

4 juli 2021

Regelmatig krijgen we een vraag over de Santa Maria in Trastevere, één van de mooiste en oudste kerken van Rome. Over deze basilica, de geschiedenis ervan en de vele bezienswaardigheden in het gebouw, valt echter zoveel te vertellen dat vijftien opeenvolgende nieuwsbrieven wellicht niet voldoende zouden zijn.

Dat zou wat teveel van het goede zijn. Daarom brengen we in verschillende afleveringen, gespreid in de tijd, nu en dan een bijdrage over een aantal opmerkelijke aspecten of bijzondere bezienswaardigheden van deze kerk. Vandaag deel VI.

Een eerste verkenning van de Santa Maria in Trastevere

In een vorige aflevering maakten we al even vluchtig kennis met het interieur van de Santa Maria in Trastevere. Vandaag zetten we de verkenning van deze fraaie basilica geleidelijk voort. De kerk heeft een klassiek basilicaal plan. De 21 antieke granieten zuilen in het schip van de kerk dragen Ionische en Korinthische kapitelen. Het onpare aantal is te wijten aan het feit dat de achterste zuil rechts werd ingemetst in de muur van de campanile.

De zuilen hebben verschillende diktes en de kapitelen waren vroeger versierd met figuren van Egyptische goden, waarvan een groot deel in 1860 werden verwijderd.

De grijze zuilen zijn gemaakt in graniet uit de Mons Claudianus in Egypte, en de roze zuilen uit graniet van Assouan. De sokkels en kapitelen zijn in kalksteen. De zuilen dragen een horizontale entablatuur in plaats van bogen.

tramaint(11)

Op het niveau boven de zuilen zien we 16 fresco’s uit de 19° eeuw die in veel betere staat verkeren dan hun tegenhangers op de voorgevel. Ze stellen heiligen voor en werden in 1865-1866 door verschillende kunstenaars uitgevoerd in opdracht van Pius IX.

De drie glas-in-loodramen boven de ingang dateren eveneens van de negentiende eeuw. Ze tonen – van links naar rechts – de pausen Julius, Calixtus en Cornelius.

Hoewel sprake is van een getrouwe kopie van de originele dertiende-eeuwse cosmatenvloer, is de huidige vloer eveneens het werk van kunstenaars uit de negentiende eeuw: de oorspronkelijke vloer werd toen gerestaureerd en herlegd.

Vooral in de ochtend, als het zonlicht de kerk binnenkomt via de ramen in de gevel, geeft de vloer een schitterende indruk.Tegen een zuil aan de linker kant, halfweg de basiliek, bevindt zich de achttiende-eeuwse preekstoel.

tramaint(10)

Domenichino (1581-1641) maakte in 1617 het prachtige vergulde cassettenplafond en schilderde ook het centrale tafereel dat ‘de Hemelvaart van Maria’ voorstelt. Het was kardinaal Pietro Aldobrandini (1571-1621) die hiertoe de opdracht gaf.

Het is het laatste houten kerkplafond dat in Rome werd gemaakt. Voortaan vervaardigde men gewelven die met illusionistische fresco’s werden versierd.

De Italiaanse kunstenaar Domenico Zampiere, bijgenaamd Domenichino omwille van zijn kleine gestalte, werkte aanvankelijk samen met Ludovico Carracci in zijn geboortestad Bologna, en vanaf 1602 met Annibale Carracci in het Palazzo Farnese te Rome. Met Guido Reni was Domenichino de belangrijkste schilder onder de Carracci-navolgers.

Werp zeker ook een blik op het mooie muurkastje waarin de heilige olie (olea sancta) wordt bewaard. Dit kan men vinden aan het begin van het middenschip, tegen de rechtermuur nabij de hoofdingang [J].

tramaint(9)
Op de lijst onderaan is de naam van de kunstenaar gebeiteld: ‘opus Mini’ (werk van Mino), en dat leidt ertoe dat experts het toeschrijven aan de renaissance-beeldhouwer Mino da Fiesole (ca. 1429-1484), die vooral bekend staat om zijn fraaie bustes en altaren.

Het geheel is in marmer en bladgoud uitgevoerd en heeft de opzet van een tempelfront. Ook hier is de vondst van de oliebron uitgebeeld. Pausen en heiligen dragen in het midden onder het toeziend oog van Christus een paneel met de tekst olea sancta, ‘heilige olie’.

In de vroege renaissance kwamen Florentijnse kunstenaars doorgaans niet in Rome, maar van Mino da Fiesole is bekend dat hij twee keer gedurende een aantal jaren in de stad werkzaam is geweest.tramaint(8)

Nabij de ingang van de basiliek lezen we een inscriptie met de dedicatie van de kerk:

Dei Matri Virginiq[ue] Mariae, in caelum Assumptae, Petrus Card[inalis] Aldobrandinus S[anctae] R[omanae] E[cclesiae] Camer[arius] d[ono] d[edit] Anno MDCXVII

‘Pietro Aldobrandini, Kardinaal en Camerlengo van de Heilige Roomse Kerk, gaf [deze kerk] als een geschenk aan de Moeder van God en Maagd Maria,
opgenomen in de hemel, in het jaar 1617′.

Op het corresponderende epigraaf, wat verderop in de richting van de apsis van de kerk, lezen we:

In hac prima Dei Matris aede, taberna olim meritoria, olei fons e solo erumpens, Christi ortum portendit

Op deze plaats van de eerste tempel van de Moeder van God, eertijds een taverne,
ontsprong een oliefontein als aankondiging van de geboorte van Christus

Zoals we al eerder vertelden ontsprong op deze plaats volgens de overlevering in 38 v. Chr. (volgens andere bronnen op de geboortedag van Christus) plotseling een bron die gedurende een dag een voor de Romeinen onbekende olieachtige smurrie bleef spuiten, wellicht petroleum.

Dat lijkt een vreemd verhaal, maar het is toch merkwaardig dat in de twintigste eeuw nabij de kerk proefboringen werden uitgevoerd waarbij beperkte hoeveelheden gas werden ontdekt. Olie is dan meestal niet veraf.

Intussen is duidelijk geworden dat zich in de streek rond Rome inderdaad meerdere kleine olievelden bevinden. Het grootste ervan werd ontdekt in Ripi, zo’n 70 km van Rome.

Het ontstaan van een echte tijdelijke oliefontein in Rome lijkt geologisch gezien dus wel mogelijk, al kan het spontaan opborrelen van olie in Trastevere zoals dat volgens het verhaal gebeurde, niet meer worden gestaafd met harde bewijzen.

Deze mysterieuze gebeurtenis kreeg de Latijnse naam fons olei (‘oliebron’ of ‘oliefontein’). Eusebius van Caesarea, de biograaf van Constantijn, schreef tijdens de vierde eeuw ‘dat de olie opspoot bij de taberna Meritoria’ en van daar de hele dag naar de Tiber stroomde’ .

tramaint

Het hoofdaltaar [1] dateert uit de twaalfde eeuw, en is gemaakt met antieke marmeren platen. De voorzijde draagt thans een moderne icoon van het ‘Heilig Gezicht’, vervaardigd in de aloude Byzantijnse stijl, en is nu gekend als de ‘Mandylion’. Een mandylion is een relikwie waarop het gezicht van Jezus te zien is.

Het baldakijn (baldacchino) boven het hoofdaltaar werd hier toegevoegd tijdens de negentiende-eeuwse restauratie. Het is vervaardigd in pseudo-middeleeuwse stijl met vier Korinthische porfieren zuilen (maar niet het antieke keizerlijke porfier uit Egypte, dat al sinds de vierde eeuw niet meer werd opgegraven) met vergulde kapitelen.

Onder het altaar bevindt zich de confessio of ondergrondse kamer, met daarin de relieken van de heiligen Calixtus, Cornelius, Julius en Calepodius. Ze werden naar hier overgebracht vanuit de catacomben van Calepodius omstreeks 790, waarvoor deze confessio speciaal werd gemaakt.

In tegenstelling met vele andere kerken in Rome, kan men deze confessio vandaag niet meer bezoeken. Oorspronkelijk waren hiervoor waarschijnlijk trappen voorzien vanuit de beide uiteinden van het transept.

De twaalfde-eeuwse bisschopstroon [2] in de apsis is gemaakt uit grijs-gestreepte cipollino-marmer uit het eiland Euboea in Griekenland. Hij is neergezet op een veelkleurige marmerblok uit Turkije, en is geflankeerd door de houten zetels van het priestercollege van deze kerk, die hier werden geplaatst tijdens de negentiende-eeuwse restauratie.

Rechts van het altaar staat de paaskandelaar uit de dertiende eeuw [4], vervaardigd door de Cosmaten-familie. [3] Tussen deze kandelaar en de baldacchino is er, bij de trap naar het altaar, een finistrella, dat volgens de traditie de plaats aanwijst van de voormelde ‘fons olei’, de oliebron die daar ontsproot.

tramaint(7)

Vlak daarvoor zien we een vloerinscriptie:

Hinc oleum fluxit, cum Christus Virgine luxit.
Hic et donatur venia, a quocumque rogatur.
Nascitur hic oleum Deus ut de Virgine, utroque terrarum est oleo Roma sacrata caput. Versus qui olim legebantur ad fontem olei

Van hieruit vloeide de olie, wanneer Christus de Maagd belichtte.
Hier werd ook vergiffenis geschonken voor iedereen die erom vroeg.
Hier ontsproot de olie als God uit de Maagd, en daardoor
maakte de olie Rome tot het heilige hoofd van alle landen

Had je graag alle foto’s gezien die bij dit bericht horen? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R.

Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid

Met dank aan JOHAN VANHECKE
voor deze bijdrage en het ontwerp
van
de grondplannetjes