Archive for 10 juli 2021

Een bezoek aan de Santa Maria in Trastevere (VII)

10 juli 2021

Regelmatig krijgen we een vraag over de Santa Maria in Trastevere, één van de mooiste en oudste kerken van Rome. Over deze basilica, de geschiedenis ervan en de vele bezienswaardigheden in het gebouw, valt echter zoveel te vertellen dat enkele nieuwsbrieven niet voldoende zouden zijn.

Daarom brengen we in verschillende afleveringen, gespreid in de tijd, nu en dan een bijdrage over een aantal opmerkelijke aspecten of bijzondere bezienswaardigheden van deze kerk. Vandaag deel VII.

De Cappella di Santa Maria di Strada Cupa

Deze kapel in de Santa Maria in Trastevere, ook bekend als de Capella del coro, wordt ook weleens ‘Kapel van het Winterkoor’ geheten, omdat de priesters hier het koorgebed uitvoerden tijdens de winter, op momenten dat het in de kerk zelf te koud werd. Deze kapel is voorbehouden voor mensen die bidden, zodat toeristen hier niet toegelaten worden. Men vraagt ook om hier geen foto’s te maken.

tramaint(8)

De kapel werd ingericht door paus Urbanus VIII – Barberini (1623-1644) om er een populair Maria-icoon onder te brengen, de Madonna di Strada Cupa, die in 1624 werd gevonden in de Strada Cupa, een – nu verdwenen – straat aan de voet van de Janiculusheuvel.

In de zeventiende eeuw was het icoon erg populair omwille van de miraculeuze krachten die het zou bezitten. Maar wegens gebrek aan financiële middelen werd de pas in aanbouw zijnde kapel in 1627 verkocht aan de familie Cecchini, die moest instaan voor de voltooiing en de decoratie ervan.

trascap(2)

Benedetto Cecchini gaf opdracht aan Domenichino (1581-1641) uit Bologna om de werken te starten maar Benedetto overleed het jaar daarop plots op 39-jarige leeftijd. Domenichino vertrok daarna naar Napels zodat de kapel onafgewerkt bleef.

Meer dan een eeuw later werden de werkzaamheden eindelijk hervat en de kapel werd ingericht als koorkapel in opdracht van Henry Stuart (1725-1807), de broer van de verbannen Engelse troonpretendent Charles Edward Stuart (Bonnie Prince Charlie), toen hij in 1747 op 22-jarige leeftijd kardinaal werd.

Henry Stuart werd kardinaal-titularis van de Santa Maria in Trastevere in 1759 en in 1761 bisschop van Frascati, waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht.

trascap(1)

Henry Stuart gaf Zenobio del Rosso opdracht voor een nieuw altaar voor het miraculeuze Maria-icoon, en voor de koorbanken aan weerszijden die zijn wapenschild dragen.

Op het altaar lezen we de bandvormige tekst:

HENRICUS EP · TUSCULANUS S · R · E · CARDINALIS DUX
EBORACEN · BASILICAE COMMENDATARIUS EREXIT ET
CONSECRAVIT XVIII · KALEND · DECEMBRIS MDCCLXII

Henricus, Bisschop van Frascati – Sanctae Romanae Ecclesiae (van de Heilige Roomse Kerk) en Kardinaal Hertog van York, Commendataris van de basiliek, bouwde en wijdde [dit altaar], 14 november 1762

trascap(3)

Het schilderij aan de rechtermuur toont Johannes de Doper en wordt toegeschreven aan Antonio Carracci (1583-1618). Boven de ingang naar deze kapel is het Britse koninklijke wapenschild te zien.

Links van de Cappella del Coro bevindt zich het polychrome grafmonument voor de Poolse kardinaal Stanislaus Hosius (1504-1579). Zijn Poolse naam is Stanislaw Hozjusz.

Hosius was een van de meest invloedrijke leden van de Curie en raadgever van de pausen Pius V en Gregorius XIII. Hij was ook een belangrijk persoon van de Contrareformatie in de strijd tegen de protestanten in Polen en Bohemen.

De twee inscripties op het voetstuk verwijzen naar zijn strijd voor de ware Kerk:

HAEC SCRIPIS VOBIS DE IIS QVI SEDVCVNT VOS

ik heb dit geschreven over hen die u willen verleiden

CATHOLICVS NON EST QVI A ROMANA ECCLESIA
IN FIDEI DOCTRINA DISCORDAT

hij is geen katholiek die niet akkoord gaat met de doctrines van de Romeinse Kerk betreffende het geloof

Kort voor zijn dood werd Hosius titulair kardinaal van de Santa Maria in Trastevere. Hij werd hier in zijn titelkerk begraven.

Op zijn portretbuste staat hij met een volle baard, toen in de mode bij geestelijken (de laatste paus met een baard was Innocentius XII, Antonio Pignatelli, pontificaat 1691-1700).

trascap(4)

Wie het monument heeft gemaakt is onduidelijk, maar volgens een nota die op zijn testament in de marge werd bijgeschreven zouden het drie Vlamingen zijn:

“Item dedimus tribus Flandribus statuariis scutos monetae ducentos quinquaginta in duplonib(us) italicis centu(m) sex pro quibus debent parare sepultura(m) il(ustrissimo D(omino) Car(dinali) S(anctae) mem(oriae) ut in contractu qui remanet in manibus R(everendi) D(omini) Rescii…”

De buitenmuur van het rechtertransept is volledig bezet door het enorme wit-marmeren Armellini-monument uit 1524 (toegeschreven aan de school van Andrea Sansovino en/of aan Michelangelo Senese, een leerling van Baldassare Peruzzi).

Het is gemaakt in opdracht van Francesco Armellini Pantalissi de’Medici voor hemzelf en voor zijn vader Benvenuto Pantalissi, hoewel Francesco als kardinaal de San Callisto als titelkerk had en niet de Santa Maria in Trastevere.

Francesco is afgebeeld links, en zijn vader rechts, liggend op hun sarcofaag. Boven elk staat de Heilige Maagd in een tondo.

trascap(5)

In het middelste paneel zien we we heiligen Laurentius en Franciscus van Assisi met erboven God de Vader. De kardinaal zou zelf het ontwerp gemaakt hebben.

Francesco Pantalissi (1470-1527) was de zoon van de rijke koopman Benvegnate (of Benvenuto) Pantalissi uit Perugia, van wie hij een aanzienlijk fortuin erfde. Toen ook een oom hem aanstelde als enige erfgenaam besloot hij diens achternaam Armellini aan zijn naam toe te voegen.

Na zijn studies werkte Francesco als advocaat in Rome en bekleedde hij hoge functies in de Curie. Zijn inzicht in het opleggen en innen van belastingen trok de aandacht van paus Leo X (Giovanni de’Medici, pontificaat 1513-1521), die uit dankbaarheid voor zijn hulp Francesco adopteerde binnen de de’Medici familie, een naam die Francesco eveneens toevoegde aan zijn familienamen.

tramaint

Hij vergaarde snel een enorm fortuin, maar was alles behalve populair bij de Romeinse bevolking omwille van zijn hebzucht en grote rijkdom en omdat hij belastingen op wijnen had ingevoerd.

In 1517 werd hij door Paulus III (Alessandro Farnese, pontificaat 1534-1549) kardinaal gecreëerd. Tijdens de beruchte Plundering van Rome (‘Sacco di Roma’) van 1527 verloor kardinaal Francesco Armellini al zijn bezittingen en moest hij samen met paus Clemens VII onderduiken in de Engelenburcht, waar hij in oktober van dat jaar overleed. Hij werd begraven in de Santa Maria in Trastevere.

Met dank aan
JOHAN VANHECKE
voor deze bijdrage
en de afbeeldingen