Archive for augustus, 2021

Vaticaan maakte vorig jaar 66,3 miljoen euro verlies

31 augustus 2021

De Heilige Stoel sloot het vorige boekjaar af met een nettoverlies van ongeveer 66,3 miljoen euro. In 2019 bedroeg het tekort 11,1 miljoen euro. De directe oorzaak is uiteraard de viruscrisis. Vooral de sluiting van de Vaticaanse Musea hakt flink in de inkomsten.

Ook de inkomsten uit vastgoedbeleggingen vielen met 19 procent terug. De commerciële activiteiten zoals de verkoop van boeken en souvenirs in de museumwinkels leverde het Vaticaan 11,6 miljoen euro minder op dan een jaar eerder.

vaticaanstad (6)

Toch relativeert jezuïet Juan Antonio Guerrero Alves, de prefect van het Secretariaat voor de Economie van het Vaticaan, het verlies.

Zonder de besparingen die paus Franciscus vorig jaar doorvoerde waren de verliezen nog heel wat groter geweest. Ook de controle op contracten en aanbestedingen werd aangescherpt.

De verschillende afdelingen van het Vaticaan gaven samen 26 miljoen euro minder uit dan het jaar voordien. De uitgaven van alle diensten samen werden teruggeschroefd tot 314,7 miljoen euro.

Goed nieuws voor de Heilige Stoel is dat de donaties van gelovigen en van bisdommen over de hele wereld lichtjes gestegen zijn, van 55,8 miljoen euro in 2019 naar 56,2 miljoen euro in 2020. In landen die het zwaarst door de pandemie werden getroffen kreeg de Kerk vorig jaar meer financiële steun.

De viruscrisis had ook een grote impact op de jaarrekening over 2020 van de Amministrazione del Patrimonio della Sede Apostolica (A.P.S.A.), de instelling die sinds haar oprichting in 1967 de investeringen en het onroerend goed van het Vaticaan beheert.

apsa

Mgr. Nunzio Galantino, de directeur van de A.P.S.A., hoopte op meer vertrouwen en transparantie in de toekomst.

Hij verwees daarmee indirect naar de recente financiële schandalen, het gesjoemel met gelden en de duistere buitenlandse vastgoedinvesteringen die onder meer kardinaal Angelo Becciu zijn functie al hebben gekost. Een proces tegen de betrokkenen is momenteel aan de gang.

De jaarrekening van de A.P.S.A., die voor het eerst in het ontstaan van de instelling werd gepubliceerd, noteert een bedrijfsresultaat van 21,99 miljoen euro, dat is een daling met 51,2 miljoen euro in vergelijking met 2019.

De beleggingen leverden de Heilige Stoel 15,29 miljoen euro op, ongeveer 27 miljoen euro minder dan in 2019. Mgr. Galantino wijst er op dat de huur voor de commerciële panden die eigendom zijn van het Vaticaan tijdens de crisis met de helft werd verlaagd.

Jubilerende vriendenvereniging RoMeO koopt collectie voor het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden

30 augustus 2021

RoMeO, de vriendenvereniging van het Rijksmuseum van Oudheden, bestaat 25 jaar en viert dat met de aankoop voor het museum van een opmerkelijke verzameling Nederlandse bodemvondsten.

Het gaat om 36 voorwerpen waarvan het merendeel is gevonden in (de omgeving van) Maastricht. De nieuwe collectie omvat onder meer prehistorische werktuigen, bijzonder aardewerk en Romeins glas. Vijftien topstukken uit deze verzameling zijn tot 19 december te zien in de centrale hal van het museum

De aangekochte stukken behoorden tot een privéverzameling die in de jaren 1960-1980 in Limburg bijeen is gebracht. Toen deze verzameling eerder dit jaar op een veiling werd aangeboden, waren het museum en de vriendenvereniging het erover eens dat de gekozen voorwerpen een prachtige aanvulling zouden zijn voor de museumcollectie.

rmo_aanwinsten (2)

Er gebeurde een herkomstonderzoek en in overleg met onder meer de stad Maastricht werd beslist deze voorwerpen op te nemen in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden. Zo blijven ze voor Nederland behouden en kan het verhaal van de Limburgse geschiedenis beter worden verteld.

Van de 36 stukken zijn er 25 middeleeuws. Daaronder zijn verschillende topstukken zoals een gouden schijffibula met vogelkoppen uit de zevende eeuw, een paar vergulde oorringen met almandijn, een bronzen gesp, riemdecoratie van been en diverse kralenkettingen van kostbaar barnsteen, amethist en bergkristal.

rmo_aanwinsten (3)

Sommige vroegmiddeleeuwse vondsten zijn afkomstig van het Vrijthof, het hart van de eeuwenoude binnenstad. De kralensnoeren, sieraden en gespen met edelstenen en granaat uit India laten de rijkdom van de regio zien en het wereldwijde handelsnetwerk in die tijd.

Daarnaast zijn er eenvoudigere gebruiksvoorwerpen zoals een bronzen sleutel en een wierrookschaal. Zes voorwerpen zijn afkomstig uit de Romeinse tijd, waaronder een volledig intacte glazen kan uit de eerste of de tweede eeuw na Chr. Het oudste artefact is een aardewerken urn uit de periode van de Bandkeramiek, zowat 7000 jaar geleden.

rmo_aanwinsten (1)

RoMeO, de vriendenvereniging van het Rijksmuseum van Oudheden, financiert deze aankoop ter gelegenheid van haar 25-jarige jubileum. De vereniging werd in 1996 opgericht en telt inmiddels meer dan 1.500 leden. De vrienden dragen met enige regelmaat financieel bij aan nieuwe aankopen en publicaties.

RoMeO heeft als doel de liefhebbers van archeologie, verre verledens en het museum in het bijzonder nader tot elkaar te brengen. Door de leden actief bij het wel en wee van het museum te betrekken, hoopt RoMeO het draagvlak voor het museum te vergroten.

In dit filmpje vertelt conservator Annemarieke WIllemsen meer over de pas verworven collectie.

Piazza di Sant’Agostino wordt volledig autovrij

29 augustus 2021

Piazza di Sant’Agostino, het pleintje voor de imposante en niet te missen Sant’Agostino-basiliek, wordt volledig autovrij. De stad Rome zet daarmee onverminderd haar plannen voort om de kleinere buurtpleintjes systematisch om te vormen tot voetgangerszone. Niet elke Romein vindt dat prettig.

Hoewel Piazza Sant’Agostino in hartje Rome, vlakbij de veel grotere Piazza Navona, slechts een klein pleintje is, slagen de creatieve autorijdende Romeinen er toch in om hier vrijwel permanent 25 tot 30 wagens te parkeren.

Nu het stadsbestuur bezig is om de vaak verwaarloosde en rommelige pleintjes in Rome geleidelijk te transformeren in autovrije zones, stijgt het verzet bij vele buurtbewoners die in een snel tempo hun parkeerplaatsen zien verdwijnen.

pagost(3)

Een stad zonder auto’s is natuurlijk prettig voor toeristen en voor wie geen auto heeft. Maar de burgemeester lijkt te vergeten dat in Rome ook nog andere mensen wonen.

Velen hebben hun auto nodig om naar het werk te rijden. Parkeergarages zijn dun gezaaid en als je er al eentje in je woonomgeving vindt, moet er niet alleen nog een plaatsje vrij zijn, je moet die plek ook nog kunnen betalen, reageert een buurtbewoner.

Het stadsbestuur reageert dat dergelijke kleinere pleintjes in het historische centrum systematisch autovrij gemaakt worden. In dit geval om het historische, monumentale en religieuze belang van de basilica te beschermen.

De stad zegt dat het plan werd opgesteld in samenspraak met en goedgekeurd werd door de Soprintendente Belle Arti Archeologia e Paesaggio di Roma.

Wat Piazza Sant’Agostino betreft, wordt ook een gedeelte van de aangrenzende Via dei Pianellari autovrij gemaakt.

De aanbesteding voor de werken wordt binnenkort uitgeschreven, waardoor de uitvoering van het project vermoedelijk dit jaar nog kan starten.

Het is vandaag misschien moeilijk te geloven maar het straatje dat voor de Sant’Agostino loopt, de Via Sant’Agostino, behoorde tot de belangrijke pelgrimsroute die van Piazza del Popolo, de toegangspoort tot Rome, naar het Vaticaan liep.

De ontelbare pelgrims die na een maandenlange en vaak levensgevaarlijke tocht de Eeuwige Stad bereikten, volgden de Via del Corso tot Piazza Colonna, daar gingen ze naar rechts (westen) langs de via delle Coppelle waarvan het verlengde net voor de trappen van de Sant’Agostinokerk loopt.

Zo bereikten ze de Via dei Coronati, staken via de Engelenbrug de Tiber over om na enkele straatjes uiteindelijk te knielen voor de Sint Pietersbasiliek. Ook de pas verkozen paus gebruikte de Via Sant’Agostino die deel uitmaakte van de via Papalis.

Komende van het Lateraan op weg naar het Vaticaan wrong de treno papale, de paus met zijn hele gevolg, zich hier voorbij de Sant’Agostino.

De allereerste pauselijke kroningsprocessie, de ordo , zou gehouden zijn op 26 september 1143 ter ere van Celestinus II. De terugweg van de paus en zijn latere opvolgers richting Lateraan, liep iets meer ten zuiden.

De absoluut niet te missen, in 1420 gestichte Sant’Agostino, is in Rome de enige die gewijd is aan de belangrijkste kerkvader, de heilige Augustinus van Hippo.

Oorspronkelijk stond op deze plaats slechts een eenvoudige gebouw, maar op initiatief van kardinaal d’Estouteville, aartsbisschop van Rouen, werd het tussen 1479 en 1483 door Giacomo da Pietrasanta (actief 1452-1495) in een vroegrenaissancestijl herbouwd en vergroot.

Behalve het Belvedère dat nu deel uitmaakt van de Vaticaanse musea, is dit het enige werk van deze architect in Rome.

Een verheven mysterie

28 augustus 2021

Avonturen met opschriften – deel XXI

Ruim twee jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de 21ste bijdrage in deze reeks.

* * * * *

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Vandaag deel XVII. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

Deze nieuwsbrief draag ik op aan Joke, Nathalie, Alex en Eric als dank voor de morele ondersteuning tijdens de coronaballingschap.

* * * * *

Er zijn vele mysteries in het leven. Op de tentoonstelling Ovidius in Metamorfose die van 21 november 2019 tot 16 februari 2020 in de Leuvense Universiteitsbibliotheek te zien was, net vóór de coronapandemie alles lam legde, stond in de eerste zaal een portretkop van Augustus, een afgietsel. Uit een ‘privéverzameling’ in Leuven.

Daar schiet de fanatieke etikettenlezer niet heel veel mee op. Schrijver dezes zal u een bekentenis doen: de Augustusbuste is zíjn eigendom. Híj was die mysterieuze privébezitter. En dat is niet het enige mysterie dat in deze aflevering ontrafeld zal worden.

verheven_mysterie (7)

Augustus heeft er alles aan gedaan om in de nagedachtenis van de mensheid te blijven voortleven. En ieder van ons denkt eenendertig dagen per jaar aan de eerste Romeinse keizer, want – maar dat weet u allemaal – de maand augustus heet naar de princeps.

Al in een vroeg stadium heeft Augustus een passend grafmonument laten bouwen, zijn mausoleum, dat onlangs is gerestaureerd en voor het publiek is opengesteld. Schrijver dezes is er om de u bekende reden nog niet geweest.

verheven_mysterie (9)

Tegenover het mausoleum staat het museum-voor-één-kunstwerk dat de Ara Pacis herbergt. Schrijver dezes komt daar graag. Zijn favoriet is de dreumes die aan de kant van het mausoleum in de stoet mee stapt.

In een veel te grote toga met de bulla die er uit bungelt, aan de veilige hand van zijn moeder. Hij zou mee gaan, hij móest mee gaan, maar hij was er toch wat ontdaan van. Realisme in een uiterst klassieke vormgeving, het momentane werkelijk vereeuwigd.

verheven_mysterie (4)

Bij de vernieuwing van het museum een goede 20 jaar geleden is een deel van het oude gebouw behouden, de onderkant van de wand aan de straatkant tegenover het mausoleum. Een muur met een lang stuk tekst. Vrees niet: ik ga u die tekst niet in extenso citeren.

En al is de tekst wel oud, de inscriptie zelf is het niet. De tekst was deel van de enscenering die Mussolini in deze hoek van de stad liet doorvoeren rond het mausoleum van Augustus.

De Piazza Augusto Imperatore moest de burgers van de nieuwe fascistische staat aan de glorie van het Keizerrijk herinneren De platen van de Ara Pacis werden op ingenieuze wijze onder een palazzo vandaan gehaald en hier weer in elkaar gezet tot meerdere eer en glorie van Augustus én Mussolini zelf natuurlijk.

verheven_mysterie (2)

Daar hoorde de tekst op de muur ook bij, want dat was het autobiografische verslag van zijn daden dat Augustus zelf had geredigeerd en op bronzen tafels had laten griffen die op twee zuilen vóór het mausoleum moesten komen te staan. Brons is bruikbaar.

Bronzen opschriften die de eeuwen doorstaan hebben, zijn er maar weinig in getal. Brons is niet zo duurzaam, wat Horatius er verder ook van dacht. Kortom, het opschrift was verloren, ook al wist men in de 15de en 16de eeuw wel zeker dat deze tekst bestaan had, want Suetonius vermeldt het in zijn biografie van Augustus (101, 4):

altero indicem rerum a se gestarum, quem vellet incidi in aeneis tabulis, quae ante Mausoleum statuerentur

‘in een tweede boekrol (liet Augustus na) een overzicht van zijn verrichtingen dat volgens zijn wil op bronzen tafels moest worden gegrift die vóór het mausoleum moesten worden opgesteld.’

verheven_mysterie (3)

Op dat punt begint ons eigenlijke verhaal, een verhaal dat onze contreien voor één keer in het hart van de klassieke wereld plaatst. Het begon allemaal met Augerius Ghislenius Busbequius (1522-1592), een duizendpoot die net over de huidige Belgisch-Franse grens geboren is. Een begaafd man die in dienst van het hof in Wenen trad en daar tot ambassadeur bij de Verheven Porte werd benoemd.

En op dit moment verandert ons toneel en verlaten wij de cipressenbekroonde resten van het mausoleum van Augustus en de Ara Pacis voor de stad aan de Bosporus, waar nu de minaretten boven de moskeeën rijzen en waar de roep van de muezzin op gezette stonden klinkt: Byzantium, Constantinopel, Istanboel…

Maar Busbequius bleef niet aan de Bosporus, hij reisde rond en ontdekte daar het een na het ander. De tulp bijvoorbeeld. Hij stuurde de eerste tulpen naar zijn vriend Carolus Clusius, botanicus, en lokte daarmee een en ander uit. ‘Tulpen uit Ankara’ werden ‘Tulpen uit Amsterdam’ en Nederland ontleent dit ene nationale symbool aan Turkije.

Trouwens de windmolen komt ook uit het Middellandse Zeegebied en de dynastie uit Duitsland. Net als die van België trouwens terwijl de aardappelen voor de friet en de cacao voor de chocolade uit Amerika en de hop voor het bier uit Bohemen komen: wat zijn onze nationale symbolen eigenlijk waard als ze allemaal uit verre oorden stammen?

Maar Busbequius liet het niet bij tulpen. Hij kwam ook op de Krim, toen nog niet betwist tussen Oekraïne en Rusland, maar gewoon Turks. Daar hoorde hij enkele mensen praten en kwam tot de ontdekking dat hij enkele woorden gewoon herkende uit zijn West-Vlaams.

Hij stuurde een lijstje naar een andere vriend en de linguïstiek is hem nog steeds dankbaar voor de ontdekking van het Krim-Gotisch, een verre nazaat van het Gotisch waarin Ulfilas (of Wulfila) in de 4de eeuw de Bijbel vertaalde: Atta unsar thu in himinam, weihnai namo thein!

Excuus, Schrijver dezes kon het niet laten. U mag nog blij zijn dat hij de Angelsaksische Beowulf nu niet begint te reciteren, althans die drie verzen die hij daaruit nog uit zijn hoofd kent, waarom is ook een mysterie.

verheven_mysterie (10)

Dat Busbequius (afbeelding hierboven) het Krim-Gotisch verstond wijst ook op het tamelijk archaïsch karakter van het West-Vlaams. Dit is nu niet als een sneer bedoeld, want Schrijver dezes mag het graag horen, maar het is nu eenmaal zo dat het West-Vlaams van alle Nederlandse dialecten nog het dichtst bij het Middelnederlands staat.

Maar Busbequius liet het niet bij tulpen en Goten, hij kwam ook in Ankara. En daar ontdekte hij op een vervallen gebouw, nee, wacht, laten we hem zelf aan het woord, zoals hij het vertelt in een van zijn Litterae Turcicae of Turkse brieven:

Hic pulcherrimam vidimus inscriptionem et tabularum illarum quibus indicem rerum a se gestarum complexus est Augustus exemplum. id, quatenus legi potuit, per nostros homines transcribendum curavimus. exstat incisum aedificii, quod olim fortasse praetorium fuerat, diruti et tecto carentis marmoreis parietibus, ita ut dimidia pars intrantibus ad dextram dimidia ad sinistram occurrat. suprema capita fere integra sunt. media lacunis laborare incipiunt. infima vero clavarum et securium ictibus ita lacerata, ut legi non possint. quod sane rei literariae non mediocre damnum est a doctis merito deplorandum: idque eo magis quod urbem illam ab Asiae communitate Augusto dicatam fuisse constet.

‘Hier zagen wij een heel mooi opschrift, een kopie van de platen waarop Augustus een overzicht van zijn verrichtingen gegeven heeft. Voor zover het mogelijk was om de tekst te lezen, hebben wij ervoor gezorgd dat onze mannen er een transcriptie van maakten. Het opschrift is ingekapt op de marmeren wanden van een gebouw dat vroeger misschien het praetorium was, nu verwoest en van zijn dak beroofd, en wel zo dat de helft voor wie binnenkomt op de rechterzijde en de andere helft op de lonkerzijde staat. De bovenste hoofdstukken zijn in hun geheel bewaard, het middenstuk begint leemten te vertonen, terwijl het onderste gedeelte door de slagen van knuppels en bijlen zodanig is verminkt dat het niet meer leesbaar is. Dit is voor de wetenschap zeker een buitengewoon ongeluk dat de geleerden terecht mogen beklagen. En wel te meer omdat het vaststaat dat die stad door de gemeenschap van Asia aan Augustus werd toegewijd.’

Busbequius was niet alleen. Er werden op dat moment verschillende afschriften gemaakt. Tot ons geluk. Overigens viel het met die slagen van knuppels en bijlen wel mee, maar het is een feit dat de onderste zone nogal lacuneus is en grote gaten vertoont.

Busbequius keerde terug naar Wenen, publiceerde zijn brieven en deed verder niets. De eerste die reageerde was Stephanus Pighius uit Kampen (1520-1604), oud-student van (wat dacht u?) Leuven, reiziger naar (wat dacht u?) Rome, neef van Albertus Pighius, medewerker van paus Adrianus VI, én iemand die geen opschrift ongetranscribeerd kon laten.

Herkent u het patroon? Behalve dan dat Schrijver dezes dus geen neef van Albertus Pighius is (over wie hij overigens wél geschreven heeft, maar Schrijver dezes schrijft over van alles en nog wat en – erger nog – vergeet meteen weer dat hij daarover heeft geschreven), herkent Schrijver dezes in Pighius een verwante ziel. Maar desondanks slaagde Pighius er niet in een afschrift van het opschrift dat naar de vindplaats Monumentum Ancyranum heet, te verwerven.

Dat lukte wel aan het laatste licht van Antwerpen, Andreas Schottus (1552-1629). Een groot filoloog die wellicht te veel in de schaduw van Justus Lipsius staat. Schottus verbleef een tijd in Spanje, doceerde Grieks in Salamanca, keerde via Rome terug naar Antwerpen en werd daar uiteindelijk jezuïet.

Hij was verantwoordelijk voor diverse uiterst belangrijke tekstedities en voor een belangrijk deel van het Brusselse handschriftenbezit. Dat laatste komt doordat hij zijn boeken en handschriften aan zijn orde schonk of naliet en toen kwam Jozef II, die de jezuïeten niet mocht lijden, ze ophief en hun boeken liet overbrengen, o.m. naar de toenmalige Koninklijke Bibliotheek (de voorloper van de huidige). De meeste Griekse handschriften in Brussel komen van Schottus, om maar iets te zeggen.

verheven_mysterie (1)

Maar in 1579 was Schottus nog jong, 26, 27 jaar oud. Een filoloog op zoek om een naam te maken. Wat doet men dan? Juist, men publiceert een geruchtmakende editie.

Dat deed Schottus dan ook in dat jaar toen zijn editie van Aurelius Victor verscheen bij Plantin. Aurelius Victor maakte carrière in de tweede helft van de 4de eeuw (n.Chr. voor alle duidelijkheid): in 389 was hij praefectus urbi. Op zijn naam staat een corpus van drie werken, waarvan twee zeker niet van hemzelf zijn.

Die drie delen zijn Origo urbis Romae over de Koningstijd, De viris illustribus over de Republiek en Liber de Caesaribus over de Keizertijd. Het laatste is het werk van Aurelius Victor.

Het werk heeft een vreemd succes gekend. Dat wil zeggen: eigenlijk geen succes. Er zijn van het corpus maar twee handschriften op de hele planeet, een in Oxford uit ca. 1453 (afkomstig uit Italië en nog eigendom geweest van kardinaal Bessarion) en een iets jonger handschrift in, jawel, Brussel. En het is dit ms. 9755-63 dat Schottus gebruikt heeft voor zijn editie.

Schrijver dezes voelt zich op dit moment ietwat een indringer. Hij kijkt voorzichtig op, want hij waagt zich in het domein van een ander, u weet wel, u vreest misschien ook, jawel: de Grote Speurder.

Maar de Grote Speurder was in een joviale bui. Hij wuifde al van verre en riep: ‘Kom! Hier moeten we samen de schouders onder zetten!’ Opgelucht naderde Schrijver dezes de tafel van de Grote Speurder die (hoe weet hij dat van tevoren?) het handschrift voor zich had liggen.

‘Het watermerk in het papier en de stijl van het handschrift wijzen op een datering rond 1480. Maar echt intrigerend is het eigenaarsmerk dat het handschrift toeschrijft aan een zekere Johannes Loemel. Dat doet uiteraard meteen denken aan Johannes Huybrechts van Lommel, een kanunnik in Luik en Antwerpen, die in 1466 of daaromtrent in Lommel geboren werd en overleed in de Scheldestad in 1532.’

Ze hebben elkaar dus nooit echt ontmoet, of anders was Schottus wel heel erg jong, merkte Schrijver dezes voorzichtig op. ‘Ja,’ zei de Grote Speurder, ‘vermoedelijk heb je gelijk. Al weet je natuurlijk nooit met die genieën. Hoe dan ook, laat ons er van uit gaan dat ze elkaar niet hebben gekend. In het geleerd milieu van Antwerpen zou zo’n handschrift toch niet lang onbekend blijven.’

Johannes Huybrechts is een van die prebendenverzamelaars die een hele reeks kerkelijke posten met inkomsten wisten te vergaren. En daar zit dus een probleem, want in ms. 9755-63 wordt Johannes Loemel kapelaan van de Saint-Denis in Luik genoemd.

‘En daar is’, zo sprak de Grote Speurder, ‘nu net niets van de man te vinden.’ De Grote Speurder had met hulp van NR (een Slimme Historica) tijdens de hoogdagen van de corona-epidemie het archief in Luik kunnen naspeuren en daar was niets te vinden in Saint-Denis dat over een Johannes Loemel spreekt.

‘Natuurlijk,’ vervolgde hij, ‘een beneficie als kapelaan is zo ongeveer het begin. Als dat gevolgd wordt door hogere en interessantere prebenden, dan ruil je dat en dan verdwijn je ook uit het zicht. En in 1480-1490 was onze Johannes Huyberechts natuurlijk nog erg jong.’ Bij gebrek aan beter houden we dus nog even de identificatie van de Johannes Loemel met de prelaat Johannes Huybrechts vast…

Ook al zijn er ongetwijfeld nog andere Jannen uit Lommel geweest. De vraag is alleen hoe Johannes Loemel aan deze tekst kwam. In Leuven begon het humanisme pas net door te dringen, maar Luik had een ander soort contacten met Rome en in Luik bleek net al eerder dan in Leuven sprake van humanistische belangstelling. In die zin is het dus niet helemaal verwonderlijk als deze bijna unieke tekst via Luik in onze contreien is beland.

Maar daar is het einde nog niet mee bereikt. Ms. 9755-63 bevat als enige, samen met het handschrift in Oxford (dat Schottus niet kende), het volledige corpus, maar één deel, De viris illustribus, het stuk over de Republiek, circuleerde in de middeleeuwen ook als een aparte tekst en is tot ons gekomen in ruim 150 handschriften. Dat is een succes.

Daarentegen is de Origo urbis Romae alleen uit de twee handschriften in Brussel en Oxford bekend. Dat geldt ook voor de Liber de Caesaribus. Althans… Juist: daar zit een adder onder het gras. Er bestaat nl. naast de tekst zoals die ons bekend is in de twee handschriften ook een enigszins verkorte vorm die zich presenteert als een epitome of samenvatting onder de titel De vita et moribus imperatorum Romanorum. En deze verkorte versie is overgeleverd in ca. 20 handschriften en werd voor het eerst gedrukt in 1504 in Fano.

Wie niet meer kan volgen, zij gewaarschuwd: het wordt nog ingewikkelder. Aarzel niet, haal diep adem en lees bovenstaande rustig opnieuw.

verheven_mysterie (3)

Terug naar de Res gestae van keizer Augustus. De wetenschappelijke literatuur zegt eensluidend (en het is iets buitengewoons als de wetenschappelijke literatuur iets eensluidend zegt!) dat Schottus als eerste de tekst van de Res gestae publiceerde als een noot in zijn editie van Aurelius Victor.

Schrijver dezes haastte zich met de Grote Speurder naar een ander Brussels magazijn, dat van de Oude en kostbare drukken, op het niveau -4. Warempel, daar stond het boekje. Een klein dingetje, net 13 cm hoog. Uit de collectie van Karel Van Hulthem (1764-1832).

‘Natuurlijk, zou ik bijna zeggen’, sprak de Grote Speurder, ‘die man had bijna alles!’ Vol spanning sloegen Schrijver dezes en de Grote Speurder het kleine volume open (VH 17.035 A 1). En bladerden het door. En keken ongelovig naar het titelblad. Maar: ‘Het staat er niet in!’, zei de Grote Speurder en hij keek heel bedenkelijk.

Wat is dit nu? Het boek was goed, Schrijver dezes controleerde het andermaal. De titelpagina liet er geen twijfel over bestaan. Maar hoe je het ook wendt of keert: de editio princeps van Aurelius Victor bevat – ondanks de beweringen van de voltallige wetenschappelijke literatuur – NIET de Res gestae van keizer Augustus.

Verslagen keken Schrijver dezes en de Grote Speurder elkaar aan. Toen bladerde de Grote Speurder verder. Daaraan herken je de meester: verder speuren. Tot het bittere eind.

Maar het eind was niet bitter. Want het volume was een convoluut, d.w.z. een volume waarin verschillende uitgaven samen zitten ingebonden. Zo bevat VH 17.035 A eigenlijk drie oude edities. De laatste is een editie van de historicus Eutropius, een tijdgenoot van Aurelius Victor.

De eerste is de editio princeps van Aurelius Victor zelf. En de tweede is … een editie van de epitome De vita et moribus imperatorum Romanorum die zogezegd ontleend is aan het werk van Aurelius Victor, de verkorte versie die al eerder bekend was. En deze editie is eveneens het werk van, jawel, Andreas Schottus, en deze editie was ook verschenen in Antwerpen, bij Christophe Plantin, in 1579.

En toen sloeg de Grote Speurder triomfantelijk op tafel, zodat het dreunde door het hele magazijn: ‘Eccolo!’. Voor alle duidelijkheid: hij sloeg NIET met het boek, maar met zijn hand. Maar hij had reden om tevreden te zijn, want, inderdaad, in de noten aan het eind van de editie van de epitome, op pp. 70-77, stond de tekst van de Res gestae.

En het werd nog beter, want deze editie bevatte een dedicatiebrief van Schottus, gericht aan niemand minder dan Busbequius. En die brief was gedateerd 16 februari 1579 in Parijs, in aedibus tuis ‘in uw huis’. Kortom, Schottus kende Busbequius persoonlijk, verbleef zelfs tijdelijk bij hem in huis.

Dat loste meteen een ander raadsel op, want er werd wel gezegd dat Schottus de transcriptie van Busbequius had gebruikt voor zijn editie, maar hoe dat precies in zijn werk was gegaan, wist niemand te vertellen.

Blijkbaar heeft Busbequius dus niet zijn kostbare transcriptie naar Schottus gestuurd, maar heeft deze bij Busbequius aan huis diens transcriptie gebruikt en overgenomen. Daarmee bevatte ook deze editie van de al langer bekende verkorte versie een editio princeps, want zo mag je deze editie van de Res gestae toch ook wel betitelen.

De tekst bij Schottus vertoont vele gaten. Het is misschien goed om, zonder veel verdere uitleg, gewoon de eerste pagina, met het begin van het opschrift uit Ankara, te laten volgen:

Ancyrae in suburbio.
Series I.

RERVM GESTARVM DIVI AVGVSTI QUI-
BVS ORBEM TERRARVM IMPERIO PO-
PVLI ROMANI SVBIECIT ET IMPENSA-
RVM QVAS IN REMPVBLICAM POPV-
LVMQ . ROMANVM . FECIT . INCISARVM .
IN . DVABVS . AHAENEIS . PILIS . QVAE .
SVNT . ROMAE . POSITAE . EXEMPLAR .
SVBIECTVM .

ANNOS . VNDEVIGINTI . NATVS . EXER-
CITVM . PRIVATO . CONSILIO . ET . PRI-
VATA . IMPENSA . COMPARAVI . TERQVE .
M . . . . . FACTIONIS . OPPRESSAM . IN .
LIBERTATEM . VINDICAVI . . . . .
DECRETIS . HONORIFICIS . ORDINEM .
SVVM . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . Desunt quaedam. . . . . . . .

Dat noem je dus een ‘gedeeltelijk overgeleverde tekst’. Andere filologen zoals de onvermijdelijke Justus Lipsius, beten er hun tanden ook op stuk. De echte doorbraak kwam toen men het gebouw naast de ruïne in Ankara afbrak.

verheven_mysterie (8)

Toen bleek dat dit tegen het gebouw uit de oudheid was aangebouwd en wel zo dat de hele zijwand werd bedekt. En op die zijwand stond een Griekse vertaling van de Res gestae.

Later, veel later, heeft men op nog twee plaatsen in Klein-Azië andere stukken van de Griekse vertaling ontdekt en aan de hand van die vertaling heeft men de Latijnse tekst gereconstrueerd. Zo luidt de aanhef in wetenschappelijke edities nu:

Rerum gestarum divi Augusti, quibus orbem terra[rum] imperio populi Rom(ani) subiecit, et inpensarum, quas in rem publicam populumque Ro[ma]num fecit, incisarum in duabus aheneis pilis, quae su[n]t Romae positae, exemplar sub[i]ectum.

1 Annos undeviginti natus exercitum privato consilio et privata impensa comparavi, per quem rem publicam [do]minatione factionis oppressam in libertatem vindica[vi. Quas ob res sen]atus decretis honor[ifi]cis in ordinem suum m[e adlegit C. Pansa A. Hirti]o consulibu[s, c]on[sula]rem locum s[ententiae dicendae simul dans, et im]perium mihi dedit. Res publica n[e quid detrimenti caperet, me] pro praetore simul cum consulibus pro[videre iussit. Populus] autem eodem anno me consulem, cum [consul uterque bello ceci]disset, et trium virum rei publicae constituend[ae creavit.]

‘ Kopie van de verrichtingen van de Goddelijke Augustus, waarmee hij de wereld aan de macht van het Romeinse volk heeft onderworpen, en van de onkosten, die hij ten bate van de gemeenschap en het Romeinse volk heeft gedaan, ingekapt op twee bronzen zuilen in Rome.

1 Toen ik 19 jaar was, heb ik me op eigen beraad en met eigen geld een leger bezorgd waarmee ik de staat die door de overheersing van een partij onderdrukt werd, bevrijd heb. Hierom nam de senaat tijdens het consulaat van Caius Pansa en Aulus Hirtius mij met erebesluiten op in zijn orde, gaf mij tegelijkertijd een plaats als van een consul om mijn mening te uiten en kende mij het imperium toe. Hij droeg mij ook op als propraetor samen met de consuls ervoor te zorgen dat de staat geen onheil overkwam. Het volk evenwel koos mij in hetzelfde jaar, nadat beide consuls in de oorlog waren gevallen, tot consul en tot lid van het driemanschap om de staat te organiseren.’

verheven_mysterie (11)

Dat Augustus’ actie volstrekt illegaal was, vermeldt de princeps natuurlijk niet.
Kom, nog een stukje, over de buitenlandse oorlogen (26):

26 Omnium prov[inciarum populi Romani], quibus finitimae fuerunt gentes quae n[on parerent imperio nos]tro, fines auxi. Gallias et Hispanias provi{n}cia[s et Germaniam qua inclu]dit Oceanus a Gadibus ad ostium Albis flum[inis pacavi. Alpes a re]gione ea, quae proxima est Hadriano mari, [ad Tuscum pacari fec]i nulli genti bello per iniuriam inlato. Cla[ssis mea per Oceanum] ab ostio Rheni ad solis orientis regionem usque ad fi[nes Cimbroru]m navigavit, quo neque terra neque mari quisquam Romanus ante id tempus adit, Cimbrique et Charydes et Semnones et eiusdem tractus alii Germanorum popu[l]i per legatos amicitiam meam et populi Romani petierunt. Meo iussu et auspicio ducti sunt [duo] exercitus eodem fere tempore in Aethiopiam et in Ar[a]biam, quae appel[latur] eudaimon, [maxim]aeque hos[t]ium gentis utr[iu]sque cop[iae] caesae sunt in acie et [c]om[plur]a oppida capta. In Aethiopiam usque ad oppidum Nabata pervent[um] est, cui proxima est Meroe. In Arabiam usque in fines Sabaeorum pro[cess]it exerc[it]us ad oppidum Mariba.

’26 Ik heb het territorium van alle provincies van het Romeinse volk, waaraan volken grenzen die ons gezag niet gehoorzamen, vergroot. De provincies van Gallië en Spanje alsmede Germanië heb ik vanaf Cadíz tot aan de monding van de Elbe tot vrede gebracht. De Alpen heb ik tot vrede laten brengen vanaf de Adriatische Zee tot aan de Tyrrheense zonder dat enig volk in onrecht de oorlog werd aangedaan. Mijn vloot is over de oceaan vanaf de monding van de Rijn naar het oosten gevaren tot aan het gebied van de Cimbri, waar voordien noch te land noch ter zee ooit een Romein was gekomen en de Cimbri, de Charydes, de Semnones en de andere Germaanse volken van die streek hebben door gezanten mijn vriendschap en die van het Romeinse volk gevraagd. Op mijn bevel en gezag zijn op ongeveer hetzelfde moment twee legers geleid naar Aethiopia en naar Arabia Felix en een groat aantal vijanden van beide volken is gedood en verscheidene steden zijn ingenomen. In Aethiopia is men doorgedrongen tot aan de stad Nabata waar dichtbij Meroe gelegen is. In Arabië is het leger opgerukt tot aan het gebied van de Sabaei bij de stad Mariba.’

Hier wordt gezinspeeld op de expedities van Tiberius in 5 n.Chr. naar Jutland en Sleeswijk-Holstein, van Aelius Gallus in 25-24 v.Chr. naar Jemen (!) en van Caius Petronius in 24-23 v.Chr. naar het rijk van Meroë aan de Nijl in het tegenwoordige Soedan. Aethiopia is bij klassieke auteurs de naam voor Afrika ten zuiden van de Sahara.

Wellicht is het nuttig de chronologie even te herhalen.

verheven_mysterie (6)

In 14 wordt Augustus’ autobiografisch overzicht op bronzen tafels gegrift in Rome vóór het mausoleum van de eerste keizer geplaatst. Kopieën hiervan worden elders in het rijk opgesteld. Suetonius vermeldt dit document in het begin van de 2de eeuw in zijn biografie van de keizer.

In 1555 ontdekt Busbequius met zijn gezelschap een kopie van deze tekst op de tempel van Augustus en Roma in Ankara. De expeditie maakt hiervan een transcriptie, in één enkele dag. Busbequius beseft meteen (of vrij snel) het belang van de tekst.

Terug in West-Europa werkt de jeugdige Antwerpse filoloog Andreas Schottus aan zijn reputatie. In 1579 publiceert hij de editio princeps of eerste editie van het volledige corpus dat op naam staat van Aurelius Victor, waarvoor hij een handschrift gebruikt dat Johannes van Lommel (waarschijnlijk Johannes Huybrechts van Lommel) had verworven en mee naar Antwerpen had gebracht.

In hetzelfde jaar 1579 publiceert Schottus een editie van de verkorte versie van de reeks keizerbiografieën van Aurelius Victor. Bij de noten aan het eind publiceert hij de Res gestae van Augustus voor de eerste keer, editio princeps.

In 2021 ontdekt de Grote Speurder dat de eerste editie van de Res gestae niet (zoals tot nog toe was aangenomen) in de editio princeps van Aurelius Victor staat, maar in de editie van de al eerder bekende epitome De vita et moribus imperatorum Romanorum die op naam van Aurelius Victor is overgeleverd.

En dat begon allemaal met de buste van keizer Augustus in de woonkamer van Schrijver dezes.

(Met dank aan de Grote Speurder en aan NR, de Slimme Historica, die de archieven in Luik doorsnuffelde, en aan onze collega P. Ovidius Naso, zonder wie Schrijver dezes uiteindelijk nooit de bewuste buste van Augustus had aangeschaft.)

Rome grijpt naast de organisatie van het songfestival in 2022

27 augustus 2021

Hoewel Måneskin, de winnaars van het jongste songfestival in Rotterdam, allemaal Romeinen zijn en de stad Rome zich meteen had aangemeld als gaststad voor de organisatie van de liedjeswedstrijd van volgend jaar, is Rome niet opgenomen in de shortlist van de Italiaanse steden die kans maken om het 66ste Eurovisiesongfestival in 2022 te organiseren.

Behalve Rome hadden nog tien andere steden zich kandidaat gesteld. Op de shortlist staan enkel nog Milaan, Bologna, Rimini, Pesaro en Turijn.

Enkele uren nadat de band Måneskin, samengesteld uit voormalige straatmuzikanten van Rome, het songfestival in Rotterdam won met het nummer Zitti e buoni, liet burgemeester Virginia Raggi al weten dat Rome de perfecte gaststad zou zijn voor de organisatie van het volgende festival.

rome_alg(5)

De kandidaat-steden moeten aan een aantal eisen voldoen. De organiserende stad moet een internationale luchthaven binnen een afstand van 90 minuten hebben en minstens 2.000 hotelkamers in de buurt van de locatie kunnen aanbieden. De festivallocatie moet overdekt zijn, beschikken over airconditioning en een capaciteit kunnen aanbieden van 8.000 tot 10.000 toeschouwers.

Nu blijkt dat de European Broadcasting Union (EBU) en de Italiaanse staatsomroep RAI de kandidatuur van Rome amper in overweging hebben genomen. Waarom precies is niet duidelijk, want Rome kan in principe moeiteloos voldoen aan de gestelde criteria.

Burgemeester Raggi krijgt intussen uit verschillende hoeken zware kritiek dat ze er niet in geslaagd is de kandidatuur van Rome te verzilveren. Hoewel daar nog geen bewijs voor is, wordt gesteld dat Rome een zwak of onvolledig dossier indiende, waardoor de stad afviel als kandidaat-gaststad.

Het is de zoveelste opdoffer voor de burgemeester die zichzelf binnenkort wil opvolgen maar in een keiharde verkiezingsstrijd verwikkeld is. Begin oktober vinden in Rome gemeenteraadsverkiezingen plaats en Raggi kan er niet veel slechte nieuwsjes meer bij hebben als ze ook maar enige kans wil maken om herkozen te worden.

Rome_italia (2)
De naam van de stad die het komende songfestival mag organiseren zal binnenkort worden bekendgemaakt. Milaan en Turijn worden beschouwd als favorieten, op basis van de voormelde Eurovisie-eisen en de aanwezigheid van RAI-televisiestudio’s in beide steden. Milaan bewees met de organisatie van Expo 2015 grote massa’s bezoekers moeiteloos aan te kunnen.

De editie van 1991 van het Eurovisie Songfestival werd gehouden in de Cinecittà filmstudio’s in Rome, terwijl bij de enige andere gelegenheid dat Italië de liedjeswedstrijd organiseerde, het festival plaatsvond in het Centro RAI in Napels.

Kasseien Via Nazionale maken plaats voor asfalt

26 augustus 2021

Zoals vaak in Rome duurt het soms allemaal wat langer dan gepland, maar nu worden de kasseien in de Via Nazionale vervangen door veel minder luidruchtig asfalt.

De ingreep maakt deel uit van het zogenaamde ‘kasseienplan’ dat in juni 2019 werd aangekondgid en waarbij in 68 drukke straten in Rome de kasseien worden weggehaald.

De sanpietrieni of kasseistenen worden gerecupereerd en tijdelijk opgeslagen. De weggehaalde kasseien zullen later gebruikt worden voor de herbekleding van 113 andere en kleinere straten, meestal in de voetgangersgebieden van het historische centrum.

nationalevia(1)

De drukke wegen zoals de Via Nazionale, de Via XXIV Maggio, de Via Milano, de Viale Aventino, de Via Quattro Novembre, enz. krijgen een asfaltlaag in de plaats.

Het drukke auto- en busverkeer zorgt voor een hels lawaai op de kasseistenen. Het aanhoudende verkeer veroorzaakt op sommige plaatsen zelfs zoveel trillingen dat gebouwen beschadigd geraken.

Daar komt nu dus een einde aan. De Via Nationale, één van de drukste straten in het historische centrum, krijgt ook een fietsbaan. Volgens het stadsbestuur zal fietsen er op een veilige manier kunnen gebeuren.

nationalevia(4)

Het zogeheten sampietrini-plan is een initiatief van burgemeester Virginia Raggi die de traditionele bestrating van de historische straten in Rome weer in ere wil herstellen.

Het is vooral de bedoeling dat bepaalde stedelijke weefsels die in het verleden werden geschonden door ze bijvoorbeeld zonder meer te asfalteren, opnieuw op uniforme wijze met elkaar zullen worden verbonden.

Het plan is het resultaat van een langdurig overleg waarbij behalve het kabinet van de burgemeester, ook allerlei diensten zoals Openbare Werken, Archeologie en Mobiliteit betrokken waren.

nationalevia(5)

De typische Romeinse straatbekleding in kassei, de zogenaamde sampietrini of sanpietrini, wordt al eeuwenlang gebruikt.

Het eerste gedocumenteerde gebruik in Rome dateert van tijdens het bewind van paus Pius V (1566-1572), maar het was paus Sixtus V (1585-1590) die de harde stenen massaal inzette voor het effenen van de belangrijkste straten van Rome.

Dat was een betere oplossing dan de andere verhardingen op dat moment, toen vooral de doorvoer van rijtuigen belangrijk was. Vervoer doorheen Rome moest vooral voor de elite op een zo vlot mogelijke en comfortabele manier verlopen.

Ook paus Sixtus IV (1471-1484) zou zowat honderd jaar eerder al hebben geëxperimenteerd met het verharden van de straten. Hij liet eerst bakstenen gebruiken, maar zou al snel hebben ingezien dat kasseistenen veel duurzamer zijn.

nationalevia(2)

In de loop van de volgende twee eeuwen zouden stenen van porfier of basalt worden gebruikt om de hoofdstraten van Rome systematisch te plaveien omwille van de duurzame en superieure kwaliteiten van deze steensoorten. Kasseien waren door hun gladdere en sterkere oppervlak ook beter geschikt voor rijtuigen.

Bovendien wordt het straatoppervlak door kasseien niet volledig bedekt, waardoor regenwater gemakkelijker kan wegsijpelen. Kasseien passen zich ook gemakkelijk aan de ongelijkheden van de straat aan. Bij werkzaamheden zijn de steentjes vrij vlot te verwijderen, in tegenstelling tot asfalt dat altijd moet worden kapot gebroken.

nationalevia(3)
Negatieve punten zijn dat de ondergrond na verloop van tijd onregelmatig wordt, zeker nadat de kasseilaag een paar keer werd opgebroken (bv. om leidingen te leggen of herstellingen uit te voeren) en dat de kasseitjes bij regenweer zeer glad kunnen zijn. Mede daardoor zijn sampietrini eigenlijk niet geschikt voor straten waar het verkeer met hoge snelheid rijdt.

In Rome is dat dus nog in heel wat straten het geval. Reeds in juli 2005 verklaarde Walter Veltroni, de toenmalige burgemeester van Rome, dat de sampietrini-bestrating verschillende problemen veroorzaakte en op bepaalde plaatsen hinderlijk was voor het verkeer.

Door het slordig terugplaatsen van de kasseien tijdens wegenwerken werd het grondoppervlak bovendien steeds gevaarlijker, vooral voor gebruikers van scooters en bromfietsen.

Het slechte wegenonderhoud van de jongste jaren heeft de problemen uiteraard niet opgelost. Veltroni besliste in zijn tijd al om de sampietrini in de drukke straten zoveel mogelijk te verwijderen, maar dat is er in vele gevallen nooit van gekomen. Ook zijn opvolgers slaagden daar niet echt in.

Dat had veel te maken met de praktijken van de zogenaamde Mafia Capitale, een maffieuze groep bestaande uit corrupte politici, omgekochte ambtenaren, ondernemers met gangsterallures en zelfs voormalige terroristen. Ze maakten deel uit van een systeem waardoor de stadskas jarenlang werd geplunderd door te frauderen met aanbestedingen en het toewijzen van opdrachten.

Stedelijke overheidsopdrachten werden na het betalen van smeergeld vaak gegund aan bevriende bedrijven die de werken doorgaans zeer gebrekkig uitvoerden of soms zelfs helemaal niet.

Het is de voornaamste reden waarom het openbare domein in Rome vandaag op vele plaatsen in erbarmelijke staat verkeert.

Het complot waaruit de jarenlange oplichting was ontstaan, werd na lang speurwerk ontrafeld en er volgden talrijke veroordelingen. Ook de toenmalige burgemeester van Rome vloog zes jaar in de cel.

Foto’s: Sovrintendenza Capitolina

Monumentaal graf ontdekt in Pompei

25 augustus 2021

Voor een interessante archeologische ontdekking die te maken heeft met de Romeinse oudheid verlaten we graag even onze hoofdstad. Opnieuw gebeurde er in het archeologische park van Pompeii nabij Napels een belangrijke ontdekking. Ditmaal werd een monumentaal graf blootgelegd met daarin het half gemummificeerde lichaam van een zekere Marcus Venerius Secundio.

tombepom(4)

Het gaat om één van de best bewaarde skeletten die ooit in de antieke Romeinse stad gevonden zijn. Zelfs de haren van de overledene zijn nog zichtbaar evenals een stuk oor.

Er werden ook een aantal grafgiften teruggevonden. Uit een eerste analyse blijkt dat de man meer dan 60 jaar oud was toen hij stierf.

tombepom(7)

De ontdekking vond plaats buiten de necropolis van Porta Sarno, ten oosten van het oude stedelijke centrum van Pompeii en één van de belangrijke toegangspunten tot de stad. Het graf dateert uit de laatste decennia van het bestaan van Pompeii.

Op de marmeren plaat die op het fronton van het grafmonument is geplaatst, bevindt zich een herdenkings-inscriptie die duidelijk maakt dat de overledene een theaterevenement organiseerde, zowel in het Latijn als het Grieks. Er wordt verwezen naar Griekse en Latijnse ludi, opvoeringen die vier dagen hebben geduurd.

tombepom(5)

Een dergelijke ontdekking gebeurde niet eerder in Pompeii. Het is het eerste zekere bewijs dat in Pompeii theatervoorstellingen gebeurden in de Griekse taal. Dat werd in het verleden wel verondersteld, maar tot dusver bestond daarvoor geen bewijs.

tombepom(6)

Het gebruik van het Grieks naast het Latijn maakt ook duidelijk dat de Romeinse samenleving in de vroege keizertijd multi-etnisch was. Het feit dat voorstellingen ook in het Grieks werden georganiseerd, getuigt van het levendige en open culturele klimaat dat het oude Pompeii kenmerkte.

tombepom(8)

De grafstructuur bestaat uit een omheind monumentale tombe waarop sporen van een schildering bewaard zijn gebleven. Er zijn nog groene planten te zien op een blauwe achtergrond.

Marcus Venerius Secundio, een naam die ook voorkomt in het archief van wastabletten van de Pompeiaanse bankier Cecilio Giocondo, was eigenaar van de gelijknamige domus aan de Via Vesuvio.

tombepom(12)

De overledene was een vrijgelatene, een voormalige slaaf, die tijdens zijn latere leven zonder twijfel een belangrijke sociale en economische status in de Romeinse samenleving had bereikt. Hij werd ook rijk. Daarvan getuigen alleen al het monumentale graf en zijn woning.

Als slaaf was hij mee verantwoordelijk voor de bewaking van de tempel van Venus. Eenmaal vrijgelaten werd hij volgens de inscriptie lid van het college van priesters gewijd aan de keizercultus.

tombepom(11)

De overledene werd begraven in een kleine celvormige ruimte van 1,6 x 2,4 m die zich achter de voorgevel bevond en hermetisch was afgesloten.

In het resterende deel werden twee crematieresten in urnes gevonden. Eén van de urnes is vervaardigd uit prachtig glas en behoorde toe aan een vrouw met de naam Novia Amabilis.

tombepom(1)

Dat Marcus Venerius begraven werd is daarom hoogst ongebruikelijk. Het is ook nog niet duidelijk of de overledene gedeeltelijk gemummificeerd is als gevolg van een opzettelijke behandeling of door een natuurlijke oorzaak.

tombepom(13)

tombepom(14)

Uit bronnen weten we dat de Romeinen weleens bepaalde stoffen zoals asbest gebruikten voor het balsemen. Analyse van het weefsel moet hierover meer informatie opleveren.

tombepom(2)

De menselijke en organische overblijfselen die werden gevonden in de grafruimte werden overgebracht naar het Laboratorio di Ricerche Applicate op de archeologische site, waar ze nader onderzocht worden.

tombepom(9)

De directie van het archeologische park nam ook een aantal veiligheidsmaatregelen om het ontdekte graf te beschermen in afwachting van een latere restauratie en conservatie.

De necropolis kan momenteel niet worden bezocht omdat deze zich in het gebied van de Circumvesuviana-spoorlijn bevindt. Er is inmiddels wel een haalbaarheidsstudie gestart om deze zone in de toekomst op te nemen in het gebied dat toegankelijk is voor het publiek.

tombepom(10)

De opgravingscampagne waarbij het graf werd ontdekt, werd uitgevoerd door het Parco Archeologico di Pompei in samenwerking met de Europese Universiteit van Valencia.

De coördinatie was in handen van prof. Llorenç Alapont van de afdeling Prehistorie en Archeologie, terwijl Luana Toniolo (archeoloog), Teresa Argento (restauratietechniek) en de Valeria Amoretti (archeoloog) de campagne volgden namens het archeologische park.

Afbeeldingen van het skelet gemaakt door een laserscanner

http://pompeiisites.org/

Foto’s: Parco Archeologico di PompeI

tombepom(3)

Een bezoek aan de Santa Maria in Trastevere (VIII)

24 augustus 2021

Regelmatig krijgen we een vraag over de Santa Maria in Trastevere, één van de mooiste en oudste kerken van Rome. Over deze basilica, de geschiedenis ervan en de vele bezienswaardigheden in het gebouw, valt echter zoveel te vertellen dat we in verschillende afleveringen, gespreid in de tijd, nu en dan een bijdrage brengen over een aantal opmerkelijke aspecten of bijzondere bezienswaardigheden van deze kerk. Vandaag deel VIII.

De Altemps kapel

Mark Sittich von Hohenems (in een volgende bijdrage maken we nader kennis met deze figuur) was kardinaal-priester van de Santa Maria in Trastevere van 1580 tot zijn dood in 1595.

altemps-santamariatrastevere (4)

Zijn oom, paus Pius IV (Giovanni Angelo de’ Medici, pontificaat 1559-1565), is alomtegenwoordig in de Altemps kapel. Dat is niet verwonderlijk: Altemps’ moeder, Chiara de’ Medici, was de zuster van de paus.

altemps-santamariatrastevere (5)

Deze Medici behoren echter niet tot de roemrijke Florentijnse de’ Medici-familie, ondanks de heraldische ‘palle’ die zij in hun wapenschild voerden. De zuster van Chiara, Margerita, was gehuwd met Gilberto Borromeus, de graaf van Arona.

altemps-santamariatrastevere (6)

Daardoor was Mark Sittich een neef van de belangrijke kerkhervormer Carolus Borromeus, die een van de kopstukken is van de katholieke Contrareformatie en in 1610 heilig werd verklaard.

Het stadje Hohenems bevindt zich in het uiterste westen van Oostenrijk (Vorarlberg) dicht bij de Bodensee en de Zwitserse grens. Ten oosten ervan kan men tegenwoordig op een hoogte nog de ruïnes van de familieburcht Alt-Ems van de Hohenems bezichtigen.

altemps-santamariatrastevere (3)

In de stad zelf is er nog het renaissancepaleis Schloss Hohenems, dat de Italiaanse architect Martinus Longi daar heeft gebouwd in opdracht van kardinaal Altemps.

Toen hij in Rome arriveerde italianiseerde Mark Sittich Hohenems zijn naam tot Marco Sittico Altemps. De kardinaal verkoos te worden begraven onder de vloer van de kapel die hij had opgericht, liever dan in een monumentale graftombe.

altemps-santamariatrastevere (1)

De wapenschilden van de kardinaal (met de geit als familiesymbool) en van Pius IV (met de vijf Medici-bollen) zijn te zien boven de ingang. Hun portretten staan in een nis boven het altaar.

Aan de muren van de kapel bevinden zich grote fresco’s van Pasquale Cati (ca. 1550 – ca.1620). Rechts zien we Pius IV en kardinaal Altemps. De linkerzijde toont de slotzitting van het Concilie van Trente (1545-1563).

Op het fresco kan je het pauselijke wapen zien achter de kardinalen, links. De naam van paus Pius IV, die de laatste sessie van het Concilie voorzat, wordt gespeld als ‘PIVS IIII’. De vrouw op de voorgrond rechts met de tiara stelt ‘de triomferende Kerk’ voor.

altemps-santamariatrastevere (2)

De Italiaanse maniëristische schilder Pasquale Cati is afkomstig uit Jesi (nabij Ancona) maar was vooral actief in Rome. Hij was een navolger, misschien zelfs een leerling van Michelangelo.

Hij schilderde fresco’s in de San Luigi dei Francesi, in de San Lorenzo in Panisperna en dus ook in deze kapel in de Santa Maria in Trastevere.

Onder paus Gregorius XIII (1572-1585) werkte hij bovendien mee aan de plafonddecoratie van de Galleria Geografica in het Vaticaan. Ook werkte hij in het Palazzo Quirinale en in de Villa Medici.

De fresco’s op het plafond tonen taferelen uit het leven van de Heilige Maagd, met in de centrale tondo ‘de Hemelvaart van Maria’. Vier kleinere tondo’s tonen de Evangelisten.

altemps-santamariatrastevere (8)

De Altemps-kapel is echter nog beroemder vanwege de aanwezigheid van een icoon dat bekend staat als de Madonna della Clemenza. Dit is zeker, samen met de apsis-mozaïeken, het belangrijkste kunstwerk van de kerk. Het is tevens één van de belangrijkste werken van de westerse vroegchristelijke kunst in Rome.

Helaas is het icoon op bepaalde plekken sterk verweerd. Dit ongewoon grote (164 x 116 cm) icoon is heel oud. Het dateert vermoedelijk uit de late zevende of vroege achtste eeuw, hoewel er ook enkele experts zijn die denken dat het zelfs vijfde-eeuws zou kunnen zijn.

Het is in elk geval een van de oudste iconen die in het Westen bewaard zijn. Sommigen menen dat het in Rome werd geschilderd, mogelijk in opdracht van een paus.

altemps-santamariatrastevere (7)

De stijl is een interessante combinatie van Byzantijnse iconografie met een zeker realisme. In het midden zit Maria op een troon, met Jezus op haar schoot. Het kleed en de juwelen die Maria draagt zijn identiek als deze van de Byzantijnse keizerin Theodora op de mozaïeken in Ravenna.

Rechts en links van Maria staat een engel, en iemand knielt aan haar voeten. Hier ontbreekt een aanzienlijk deel van het fresco, maar de smekeling aan de voeten van de Maagd zou de paus kunnen zijn die het icoon bestelde.

De naam van paus Johannes VII (705-707) wordt in dit verband vaak gesuggereerd, omdat het kleed van Maria erg gelijkt op dit van andere kunstwerken die in opdracht van deze paus werden uitgevoerd.

Johannes VII was afkomstig uit Griekenland en stimuleerde vooral de mozaïekkunst in Rome. Alle kunstwerken die deze paus tijdens zijn driejarige pontificaat liet uitvoeren, houden verband met de Mariaverering en tonen een combinatie van westerse en oosterse stilistische kenmerken. Ook wordt deze kerkvader er telkens zelf op afgebeeld.

Het icoon is een zogenaamd ‘acheiropoieton’, een afbeelding die niet door mensenhanden zou zijn gemaakt, maar miraculeus tot stand is gekomen. Acheiropoieta zijn bijzonder talrijk in oosterse kerken, maar ook in Rome zijn verschillende dergelijke ‘bovennatuurlijke’ afbeeldingen gekend.

Dikwijls worden engelen of de Heilige Lucas aangeduid als diegenen die ze hebben geschilderd of vervaardigd. Vaak worden aan deze kunstwerken ook miraculeuze gaven toegekend.

Ook het doek van Veronica in Rome (Sint-Pietersbasiliek) en de lijkwade van Turijn worden als acheiropoieta aanzien.

Met dank aan
JOHAN VANHECKE
voor deze bijdrage
en de afbeeldingen

Aantal bezoekers Colosseum blijft ver onder het normale gemiddelde

23 augustus 2021

Het toerisme in Rome komt slechts zeer langzaam op gang. Dat leren we uit de relatief beperkte boekingen die de sectorvereniging Federalberghi Roma vaststelt in de hotels (waarvan er trouwens nog steeds honderden gesloten zijn), de schaarse opbrengst van de toeristentaks die de stad Rome in het eerste halfjaar binnenhaalde en het aantal vliegtuigpassagiers dat momenteel arriveert in de Romeinse luchthavens Fiumicino en Ciampino.

Een goede maatstaf voor het aantal toeristen zijn ook de bezoekersaantallen van het Colosseum. Momenteel ontvangt het Flavische amfitheater gemiddeld zevenduizend tot achtduizend bezoekers per dag.

colosseum_arena

Dat lijkt behoorlijk veel, maar die cijfers liggen nog ver onder het dagelijkse gemiddelde dat in pre-Covid-tijden werd genoteerd. Vóór het coronavirus losbrak bezochten dagelijks 20.000 tot 25.000 toeristen het Colosseum.

Twee jaar geleden behoorde het Colosseum in Rome nog bij de meest bezochte archeologische sites ter wereld. In Italië was het amfitheater de populairste bezienswaardigheid. In 2019 kwamen ongeveer 7,5 miljoen mensen er een kijkje nemen.

In datzelfde jaar werd het Colosseum uitgeroepen tot de populairste toeristische attractie ter wereld, dit op basis van boekingsgegevens die werden verzameld door TripAdvisor.

Vorig jaar was er omwille van de ons inmiddels bekende reden, een enorme terugval met 75 procent van het aantal bezoekers. Het is uiteraard wel prettiger om bepaalde bezienswaardigheden te kunnen bezoeken als er weinig andere bezoekers zijn. Maar in Rome zorgt de terugval vooral voor financiële zorgen.

colosseum (1)

Het Parco Archaeologico del Colosseo, dat naast het amfitheater ook het Forum Romanum, de Palatijn en het Gouden Huis van Nero (Domus Aurea) omvat, verloor in 2020 door de pandemie liefst 51 miljoen euro aan inkomsten.

Dit jaar zal het inkomstenverlies minder dramatisch zijn, maar nog steeds hoger dan de directie van het Parco had gehoopt. Hoopgevend is wel dat de bezoekersaantallen de voorbije paar maanden steeds lichtjes bleven stijgen.

Men rekent erop dat het najaar financieel nog iets kan goedmaken, indien er tenminste geen nieuwe virusvarianten opduiken of alweer extra veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen.

Door de nooit eindigende restauraties en het voortdurend noodzakelijke onderhoud van de vele monumenten in Rome is iedere euro die bij de stad Rome of de Italiaanse staat binnenkomt, meer dan welkom.

colosseum_intern1

Het overgrote deel van de toeristen in Rome zijn op dit moment overwegend Europeanen, vooral Spanjaarden, Duitsers, Fransen en Britten. Over Belgen en Nederlanders wordt in de mededeling niet gesproken.

Bezienswaardigheden zoals het Colosseum moeten het echter vooral hebben van Chinese, Japanse en Amerikaanse toeristen, die gek zijn op het monument.

Maar het zijn precies de toeristen uit de Aziatische landen en de Verenigde Staten die we in Rome al zowat anderhalf jaar nauwelijks hebben gezien. Daardoor kan het financiële verlies dat ook in 2021 zal worden opgetekend, onmogelijk nog worden goedgemaakt.

Puur financieel-economisch is het voor de musea en archeologische sites in Rome andermaal een verloren jaar, zij het minder dramatisch dan in 2020.

gelatocolosseo

Vaticaan onthult details over meer dan 5.000 eigendommen

22 augustus 2021

Het was officieus al veel langer bekend dat de Heilige Stoel ruim 5.000 eigendommen bezit, gaande van appartementsgebouwen tot woningen en handelspanden.

Nu heeft het Vaticaan dat voor het eerst ook officieel toegegeven door informatie vrij te geven over de onroerende goederen die de ministaat elders in eigendom heeft.

Rond de eigendommen van het Vaticaan zweeft al vele jaren een mysterieus stilzwijgen. Het was een onderwerp waarover tot nu nooit werd gecommuniceerd.

vaticaanstad

Het financiële memorandum, dat werd voorgesteld samen met de allereerste openbare begroting voor het beheer van het erfgoed van de Heilige Stoel ooit, telt meer dan vijftig pagina’s en geeft heel wat informatie vrij over de financiële positie van het Vaticaan, vooral dan wat betreft het eigen vastgoed.

Van de meer dan 5.000 eigendommen zijn er 4.051 in Italië gelegen en ongeveer 1.120 in andere landen. Het vastgoed is voornamelijk terug te vinden in dure wijken van onder meer Parijs, Genève, Lausanne en Londen.

Slechts 14% van de eigendommen van het Vaticaan in Italië wordt verhuurd tegen marktconforme tarieven. De rest van het vastgoed wordt verhuurd met (soms aanzienlijke) kortingen, vooral aan mensen die betrokken zijn bij de Kerk.

Niet alle eigendommen zijn residentieel. Ongeveer 40 procent van het patrimonium omvat scholen, kloosters en ziekenhuizen.

De recente publicatie van het financiële memorandum kwam er naar aanleiding van een proces tegen een tiental mensen die betrokken waren bij de omstreden aankoop van een luxueus appartementsgebouw in Londen.

Dat gebouw werd in 2014 door het Vaticaanse Staatssecretariaat gekocht als investering. De huurprijs van een appartement bedraagt 30.000 Britse pond per week, omgerekend is dat ongeveer 35.000 euro.

becciu-1

Later bleek dat de Heilige Stoel bij de hele Londense vastgoedoperatie een aanzienlijk verlies had geboekt, maar dat anderen er blijkbaar wel rijk van geworden waren. Ook zouden miljoenen euro’s gebruikt zijn als bemiddelingsvergoeding voor bepaalde tussenpersonen.

Het luxueuze appartementsgebouw van 9.000 m² met een grote tuin en zelfs een binnenzwembad trok al eerder de aandacht van de Britse politie na aanhoudende klachten over hels lawaai en regelmatige luidruchtige evenementen waarbij ook dj’s betrokken waren.

De politie ontdekte al snel wie de eigenaar was van het gebouw en de zaak werd gemeld aan de pauselijke nuntius in Londen, zeg maar de ambassadeur van de Heilige Stoel. Zo raakte het bestaan van het pand bekend tot in de hoogste pauselijke kringen.

Onderzoek wees uit dat het gebouw in 2014 samen met nog andere luxe eigendommen in Londen werd gekocht tijdens een transactie die onder toezicht stond van kardinaal Giovanni Angelo Becciu. De affaire kostte de kardinaal inmiddels al zijn functie.

becciu-4

Momenteel is een proces tegen een aantal betrokkenen aan de gang. Becciu is de eerste kardinaal in de moderne tijd die door het Vaticaan wordt aangeklaagd voor financiële misdrijven.

De andere investeringen die in het verleden onder toezicht van Becciu gebeurden, maken eveneens deel uit van een internationaal onderzoek en worden allemaal bestudeerd.

Paus Franciscus zou er persoonlijk vooral zwaar aan tillen dat Becciu voor de aankoop van het gebouw in Londen geld zou gebruikt hebben dat afkomstig was van liefdadigheidsdonaties die bestemd waren voor de armen en behoeftigen. Het Vaticaan wil het gebouw in Londen verkopen.