Wisselgeld

Avonturen met opschriften – XXIII

Meer dan twee jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de 23ste bijdrage in deze reeks.

* * * * *

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval.

Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 23. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

Schrijver dezes – dat weet u inmiddels wel – is een man van beperkte intelligentie. De afgelopen weken, maanden zelfs, worstelt hij bij voortduren om iets te kunnen blijven volgen van de steeds weer snel evoluerende coronaregels en het lukt hem niet. Hij snapt er steeds minder van.

Hij moet het afleggen tegen de gemeenschappelijke inspanning van voorschrijvende instanties en experts van allerlei nooit eerder vermoede pluimage die elkaar dan ook nog vaak in de openbaarheid bestrijden. Kortom, hij heeft de moed opgegeven, zowel dat hij er ooit iets van zal snappen, als zonder meer.

Het was niet de eerste keer in de geschiedenis dat het quasi onmogelijk was om bij te blijven met de ontwikkelingen. Schrijver dezes troost zich met die gedachte. Niet dat er in het verhaal dat hij vandaag gaat vertellen, iets van troost te vinden is. Integendeel zelfs: dit is een verhaal van moord en doodslag met de vereiste drie moorden van elke zichzelf respecterende Britse detective.

arco (10)

Alleen is het in dit geval niet nodig beroep te doen op illustere figuren als Sherlock Holmes, Hercule Poirot (zoals u weet niet echt een Brit…), Inspector Morse of Inspector Barnaby. Zelfs de Grote Speurder hoeft er vandaag niet voor uit zijn geheime residentie op een al even geheim vakantieadres te komen. Nee, de dader is bekend. En dat is net deel van het probleem. Want er lijkt weinig tegen deze persoon te beginnen.

Laat ons beginnen bij het begin. De locatie. In de zomer van 1993 – luttele weken voordat Schrijver dezes op 17 september voor het eerst zijn voet in Rome zette – pleegt de maffia een bomaanslag op de portiek van de kleine kerk S. Giorgio in Velabro. Wie die nog niet bezocht heeft, heeft iets gemist. Of eigenlijk: heeft niets gemist, want er is weinig in die kerk te zien.

arco (8)
En dat is net het aantrekkelijke ervan: het is een plaats van rust en stilte, een 12de-eeuws tabernakel, een fresco uit het einde van de 13de eeuw, het hoofd van de Heilige Joris (althans een ervan, want net als Johannes de Doper beschikte Joris over verscheidene hoofden, altijd handig), scheve muren in de zijbeuken die van de hoofdbeuk gescheiden zijn door een reeks klassieke zuilen. Een kerk uit de 7de eeuw met een 12de-eeuwse portiek en campanile. En daar begint het.

Terwijl er zich voor de Bocca della Verità enkele tientallen meters verderop weer een lange file vormt, zult u hier quasi alleen zijn. Eindelijk rust. Denkt u. Dénkt u…

De campanile leunt links op een vreemde constructie. Een vierkant ding. Met reliëfwerk. Eerder slordig, lijkt het, want er is nogal wat zonder reliëf gebleven. Juist: u weet het al: dat is het probleem.

Het monument in kwestie staat bekend onder de naam van de Arco degli Argentari, de Boog van de geldwisselaars, en werd opgericht in 204. Vermoedelijk is het de toegang tot het Forum Boarium, de veemarkt (in Oirschot hebben we zo ook een Koestraat), vanaf een kleine straat die nu geen deel meer van het wegenplan uitmaakt, maar die nog vermoed kan worden langs de zijgevel van de S. Giorgio.

arco (1)

Een boog is het eigenlijk niet, want er boogt niets. Een beetje boog is gewelfd, halfrond: Schrijver dezes is bepaald geen groot wiskundige, maar zelfs hij ziet met één oogopslag dat hier niets boogachtigs te vinden is. De bovenkant is zo recht als maar zijn kan.

Aan de zijkanten duiken twee rechte muren de diepte in. Het lijkt een akelig klein ding dat niet zozeer tot veel hoofdbrekens, als wel tot veel hoofdstotens aanleiding zal hebben gegeven. Al kan dat uiteraard tot breken leiden.

Schijn bedriegt. In de oudheid lag het straatniveau een stuk lager. De zijmuren gaan zeker anderhalve meter de grond in voordat ze op het toenmalige straatniveau stoten. De boog is dus aanzienlijk slanker en van betere proporties geweest dan hij nu oogt. Het onderste gedeelte is vlak en zonder reliëfversiering gehouden.

arco (7)

Die geldwisselaars en andere handelaars van het Forum Boarium die deze boog hebben opgericht, waren slim, gewiekst: ze wisten dat reliëfs snel beschadigd raken als er dag in dag uit zenuwachtige runderen en andere beesten hun rug tegen schuren.

Dus lieten ze beneden een goed stuk vrij en begonnen hun overdadige versiering pas halverwege. Een versiering met offerscènes door de verschillende leden van de keizerlijke familie, het gezin van Septimius Severus.

arco (6)

We hebben al eerder met de activiteiten van deze familie kennis gemaakt. Eerlijk gezegd, Schrijver dezes is blij dat het geen familie van hém is. Hij is een nazaat van Adrianus van de Ven, op zijn manier een invloedrijk man in het Oirschot van rond 1900, jarenlang gemeenteraadslid en wethouder (schepen), rijke boer (voor Kempische begrippen althans), oprichter van de coöperatieve zuivelfabriek.

Dat is tenminste iemand op wie je trots kunt zijn. Schrijver dezes bezit nog drie dingen van hem: zijn wandelstok, zijn zegel als wethouder en het bos van de Hedingen dat Adrianus samen met heel wat andere grondstukken in de jaren 1870 heeft aangekocht.

arco (2)

Heeft deze uitweiding belang? Nee, maar het toont wel aan dat er ook andere familiesoorten bestaan dan die van de Severi. Families waarop je echt kunt bouwen. Want daar gingen onze geldwisselaars en andere handelaars van het Forum Boarium de mist in. Zij dachten slim te zijn door via deze boog hun trouw aan de dynastie duidelijk voor iedereen zichtbaar te maken. Dat wás misschien ook slim, maar ze hadden buiten de waard gerekend.

En die waard heette destijds niet coronavirus en rode/oranje/groene zone of te bereiken vaccinatiegraad van 150%, maar Caracalla. En Caracalla was erger dan alle virologen en andere experts samen, wat dacht u!

arco (4)

Denkt u zich eens in. U bent geldwisselaar/bankier of handelaar en u hebt net met uw collega’s een ereboog voor de dynastie opgericht. Keizer Septimius Severus met zijn vrouw Iulia Domna (foto hieronder) en zijn twee zoons Caracalla en Geta en zijn schoondochter Plautilla (gehuwd met Caracalla) en haar vader Plautianus.

De boog is mooi bedekt met reliëfs met portretten van de hele familie. U bent terecht trots op uw werk en hoopt stiekem op enig publicitair profijt. Uiteindelijk, net als met het WK wielrennen in Leuven waarbij het stadsbestuur hoopt op massa’s nieuwsgierige toeristen die willen zien waar deze of gene uit de bocht gevlogen is in de stad, moet ieder die langs de boog komt, toch wel even een gedachte wijden aan de geldwisselaars cum handelaars van het Forum Boarium. Met excuses voor de sluikreclame die Schrijver dezes nu al de hele tijd maakt.
arco (2)

Het was 204. Mooie zomer, stralend najaar, zachte winter (althans in Rome: weten we dat?: uiteraard niet, maar de kans is groot dat we er niet ver naast zitten als we dit weertype aannemen). En het werd 205. En toen begon het.

Plautilla was ongedurig. Ze kreeg het op haar heupen. Ze begon samen te zweren. En Caracalla ontdekte dat. Scheiding, de ex naar een eiland in de Middellandse Zee. En de schoonvader omgebracht. Men moet grondig zijn in dat soort dingen.

En daar sta je dan als geldwisselaar etc. Wat te doen? De botte bijl erin! En daar gingen de reliëfs van Plautilla en Plautianus. Lelijke open plekken waren het gevolg. En de tekst van het opschrift dat ik nog steeds niet heb gegeven, werd natuurlijk ook aangepast.

Enfin, de rust keert weer. Septimius Severus gaat naar Brittannia om de Picten en de Scoten te beoorlogen en de rust te herstellen. Omdat alles Romeins Rijk was, waren er geen rode/oranje/groene zones en hoefde je nergens een coronapas te laten zien en klaagde niemand over mensen die hun vakantie in het buitenland gingen doorbrengen zoals Schrijver dezes op dit moment doet.

Het buitenland bestond uit de woestijn in het zuiden, de oceaan in het westen, de steppen in het oosten en de bossen in het noorden en daar woonden Gaetuli, Parthen en Germanen en die waren allemaal woest en wild, dus daar ging niemand heen voor toeristische doeleinden. Kortom, Septimius Severus kwam heerlijk ongecoronastresst in Noord-Engeland en overleed daar in York. Dat laatste was niet bedoeld, maar things happen.

arco (12)

Een beetje dynastie heeft haar zaakjes op orde en dat gold zeker voor Septimius Severus. Hij had zich al jaren geleden laten vergezellen door zoontje Caracalla en iets later ook nog door ander zoontje Geta. Twee keizers voor de prijs van één. Septimius had beter moeten weten.

Dat ging dus niet. Caracalla zag eerst zijn kans schoon om zijn ex Plautilla op haar eiland te laten vermoorden. Goed, dachten de handelaars, die stond er toch al niet meer op.

En ze wreven zich in hun handen, want weldra kwamen de keizers weer naar Rome en dan konden ze beiden zien hoe goed de geldwisselaars en handelaars van het Forum Boarium aan hen gedacht hadden.

Alles ging goed, tot … ha nee hè: Caracalla laat Geta vermoorden. De arme jongen vlucht dodelijk gewond in de armen van zijn moeder en broertje Caracalla staat erbij te kijken terwijl Geta de laatste adem uitblaast. ‘k Zag twee beren broodjes smeren, zoiets dus.

En de geldwisselaars en handelaars van het Forum Boarium weer aan het kappen. Eerst bang!, het portret van Geta eraf. Dan nog maar eens het opschrift aangepast.

arco (11)

Het gevolg van al dat aanpassen is dat het opschrift enkele vreemde dingen vertoont. Laat ons de tekst eens bekijken (eindelijk!):

[..]P CAES L SEPTIMIO SEVERO PIO PERTINACI AVG A[.]ABICO ADIABENIC PARTH MAX FORTISSIMO FELICISSIMO
PONTIF MAX TRIB POTEST XII IMP XI COS III PATRI PATRIAE ET
IMP CAES M AVRELIO ANTONINO PIO FELICI AVG TRIB POTEST VII COS III P P PROCOS FORTISSIMO FELICISSIMOQVE PRINCIPI ET
IVLIAE AVG MATRI AVG N ET CASTRORVM ET SENATVS ET PATRIAE ET IMP CAES M AVRELI ANTONINI PII FELICIS AVG
P A R T H I C I M A X I M I B R I T T A N N I C I M A X I M I
ARGENTARI ET NEGOTIANTES BOARI HVIVS LOCI QVI / INVEHENT DEVOTE NVMINI EORVM.

Im]p(eratori) Caes(ari) L(ucio) Septimio Severo Pio Pertinaci Aug(usto) A[r]abico Adiabenic(o) Parth(ico) Max(imo) fortissimo felicissimo / Pontif(ici) max(imo) trib(unicia) potest(ate) XII imp(eratori) XI co(n)s(uli) III patri patriae et / Imp(eratori) Caes(ari) M(arco) Aurelio Antonino Pio Felici Aug(usto) trib(unicia) potest(ate) VII co(n)s(uli)III. p(atri) p(atriae) proco(n)s(uli) fortissimo felicissimoque principi et / Iuliae Aug(ustae) matri aug(usti) n(ostri) et castrorum et senatus et patriae et imp(eratoris) Caes(aris) M(arci) Aureli Antonini Pii Felicis Aug(usti) / Parthici Maximi Brittannici maximi / Argentari et negotiantes Boari huius loci qui / invehent devote numini eorum.

‘Voor Imperator Caesar Lucius Septimius Severus Pius Pertinax Augustus Arabicus Adiabenicus en Parthicus Maximus, de zeer sterke en gelukkige, opperpriester, voor de 12de maal met de tribunicia potestas bekleed, voor de 11de maal imperator, voor de derde maal consul, vader des vaderlands, en voor Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Pius Felix Augustus, voor de zevende maal met de tribunicia potestas bekleed, voor de derde maal consul, vader des vaderlands, proconsul, zeer sterke en gelukkige prins, en voor Iulia Augusta, moeder van onze keizer, van het legerkamp, van de senaat, van het vaderland en van Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Pius Felix Augustus Parthicus Maximus Brittannicus Maximus, hebben de geldwisselaars en de handelaars van dit (Forum) Boarium (deze boog) geplaatst.’

arco (14)

Net als de opschriften die Schrijver dezes eens lang geleden voor u uit de doeken deed en die op de triomfboog op het Forum Romanum, de porticus van Octavia en het Pantheon aan de Severi herinneren, zijn de regels ellenlang. Alle titels moesten er op.

En die waren nu eenmaal lang, zeer lang. De Severi hielden daar blijkbaar van. De gustibus non disputandum. Maar het ergste is dat dat niet op een moderne pagina past, zodat de transcriptie u eigenlijk net niet de goede indruk van het uitzicht van de tekst geeft.

Maar eigenlijk is geen enkele vorm van transcriptie in staat om een adequaat beeld te geven van de tekst, want ook hier is een en ander weggekapt en uitgevlakt, zoals blijkt uit de dieper liggende regels 4 (rechterdeel) en 5. En daar blijft het niet bij, want in l. 5 zijn de letters kleiner dan elders (altijd een veeg teken) en staan ze ook verder uit elkaar dan in de andere regels.

De top van deze bizarrerieën evenwel is dat in l. 6 het oorspronkelijke woord FORI (aansluitend bij BOARI) vervangen is door twee boven elkaar geplaatste woorden die in een veel kleiner lettertype zeggen: LOCI QVI / INVEHENT. Waarom nu juist het woord FORI er aan moest geloven, ontgaat Schrijver dezes ten enenmale, maar zoals al gezegd: zo intelligent is hij nu ook weer niet.

En daar blijft het niet bij. Nee, Caracalla slaat toe! Hoeveel keer denkt u dat hij in deze tekst vermeld wordt?

Nee, niet verder scrollen. Eerst lezen en nadenken. Dat laatste zijn we aan het verleren met al onze elektronische hulpmiddeltjes, maar Google zal u het antwoord niet geven.

De uitslag hangt af van het onderscheid tussen impliciet en expliciet. Uiteindelijk staat C er drie keer op. Dat was veilig genoeg, dachten de geldwisselaars en de handelaars van het Forum Boarium waarschijnlijk. De eerste keer is op zijn ‘normale plaats’, na papa Septimius. Goed, daar hoort hij. Dat stamt nog uit de eerste fase.

arco (5)

Dan wordt hij genoemd in de titulatuur van zijn moeder Iulia Domna (170-217 – foto hierboven). Een uitzonderlijke vrouw en zowat de enige die overeind is gebleven.

Dat doet me denken aan de uitspraak van (ik dacht) Ciano over de Belgische prinses Marie-José, echtgenote van Umberto II en een maand koningin van Italië: ‘Zij is de enige man in het huis van Savoia.’ Dat kan tellen.

Iulia Domna wordt betiteld als ‘moeder van onze keizer, van het legerkamp, van de senaat, van het vaderland en van Caracalla’ (met opnieuw zijn volledige naam).

Maar u weet dat zij niet de moeder van Septimius Severus was, zodat ‘onze keizer’ wel op … Caracalla moet slaan. Die even verder ook nog nominatim genoemd wordt. Overdaad schaadt niet, dachten de geldwisselaars en handelaars van het Forum Boarium, zeker niet in dynastieke aangelegenheden.

Dus we hebben: de eerste fase van de oorspronkelijke tekst, de versie na schrapping en delging van Plautilla en Plautianus (weet u nog?) en de versie na de eliminatie van Geta. Maar is dat alles? Drie momenten?

arco (13)

U raadt het al. Nee, dat is misschien niet alles. De titels mater senatus en mater patriae die Iulia Domna draagt, dateren pas uit 211, zeven jaar ná de oprichting van de boog in 204, opnieuw een aanwijzing voor een bewerking van de tekst.

Vermoedelijk valt deze wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de titels op hetzelfde moment als de delging van Geta. Uiteindelijk betekende ieder stukje dat weg moest, tegelijk dat er ergens een stukje bíj moest komen. Anders viel het te veel op. En het reliëf was toch al zo pokdalig aan het worden.

Dat wisten de geldwisselaars en de handelaren van het Forum Boarium ook. Ze waren voldoende intelligent om te beseffen dat ze hun kaarten beter zetten op Caracalla en Caracalla alleen. En Iulia Domna: de moeder des keizers leek voldoende veilig als investering.

De tekstueel meest opvallende kenmerken van het opschrift, nl. de uitgebreide titulatuur van Iulia Domna en het steeds vaker opduiken van Caracalla als een duvel uit een doosje, getuigen ook van een zeker gebrek aan inspiratie om de steeds opnieuw wegvallende namen te vervangen. De ontmoediging begon toe te slaan.

arco (3)

Hebben we enig idee van wat er oorspronkelijk gestaan heeft? Het antwoord luidt eenvoudig en kort: nee. Op de Septimiusboog op het Forum Romanum is het mogelijk de oorspronkelijke tekst te lezen omdat daar bronzen letters zijn gebruikt die in de ingekapte letters werden bevestigd. We zien nog de gaten van die bevestiging.

Maar de boog van de geldwisselaars was een privé-initiatief en bronzen letters waren gewoon te duur. Men hakte dus eenvoudig een strook marmer weg en kerfde daarin de nieuwe tekst. Zonder dat er een spoor van de eerdere versie overbleef.

In 216 wordt Caracalla vermoord. Ene Macrinus volgt hem op. Vermoedelijk kwam die nooit naar het Forum Boarium, want de geldwisselaars en handelaars van het Forum Boarium hebben niets meer aan hun boog veranderd. Ze waren mismoedig en teleurgesteld in hun verwachtingen en deden geen moeite meer om het nog allemaal te volgen. Net als Schrijver dezes dus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.