Grootste thermopolium in Pompeï kan nu worden bezocht

Het Parco Archeologico di Pompei heeft de voorbije zomer het twee jaar geleden ontdekte thermopolium, één van de grootste die ooit op de site werden aangetroffen, geopend voor het publiek. Dat had al in het voorjaar moeten gebeuren, maar ook hier was het coronavirus spelbreker.

Een thermopolium zou jr kunnen beschouwen als een vroege versie van de tavole calde. Er werd kant-en-klaar voedsel verkocht. Dergelijke eethuisjes waren erg populair bij de arbeiders en de armere bevolking die zich geen eigen keuken konden veroorloven.

Het recent opengestelde thermopolium is opmerkelijk goed bewaard gebleven en fraai versierd met kleurrijke fresco’s met afbeeldingen van dieren, waaronder ganzen, een haan en een hond.

thermopolium_pompeii (1)

In het thermopolium werden ook de skeletten van twee mannen en een hond opgegraven. Zij waren samen met de rest van de stad begraven in de vulkanische as en puimsteen tijdens de vulkaanuitbarsting in 79 na Chr. Misschien waren het wel de laatste klanten van het thermopolium.

Archeologen ontdekten ook een ingelegde vloer van polychroom marmer, aardewerken potten en konden zelfs nagaan wat er op de dag van de vulkaanuitbarsting op het menu stond.

Die dagschotel blijkt een paella-achtig gerecht geweest te zijn, een soort hutsepot bestaande uit zowel vlees, vis als weekdieren. De ingrediënten konden geïdentificeerd worden als afkomstig van ‘zoogdieren, vogels, vissen en slakken’.

In de loop der jaren hebben archeologen in Pompei meer dan tachtig thermopolia opgegraven, zowel kleine als grotere etablissementen.

Het nu opengestelde eethuis bevindt zich in de zogenaamde regio V en is één van de grootste die ooit in Pompei werden ontdekt. Archeologen vermoeden dat men op minstens honderdvijftig verschillende plekken in het complex kant-en-klare maaltijden kon verkrijgen.

Het complex bleef zoals verteld bijzonder goed bewaard en is gebouwd in de typische dubbele L-vorm met cilindervormige gaten erin. Daarin werden potten gezet waarin voedsel, sauzen en warme dranken of soep werden bewaard.

Een thermopolium was eigenlijk alleen het tooggedeelte aan de straatkant en maakte vaak deel uit van een tabernae. Net zoals wij nu beschikken over verschillende soorten horeca (snackbars, tavernes, frituren, fastfood, restaurants, eetcafés, …) hadden ook de Romeinen in de oudheid keuze uit diverse soorten bars en restaurants voor een hapje en een drankje.

pompei (1)

Een thermopolium had een open voorkant naar de straat. De ingang naar de straat werd ’s nachts afgesloten met houten schuifdeuren. De klanten stonden aan de toog om hen toe te laten een snelle hap te nuttigen. Vaak was er een klein keukentje of een oven om voedsel op te warmen of warm te houden.

De gasten die graag zittend van hun eten wilden genieten konden soms in het eetgedeelte plaatsnemen als dat beschikbaar was. De meesten zagen een dergelijke bar echter vooral als afhaalgelegenheid, zij aten hun voedsel aan de toog op, buiten, rechtstaand, al pratend met vrienden.

Een caupona had achter het thermopolium tafeltjes en stoelen. Hier kon je iets drinken met eventueel wat kleine hapjes erbij. Een popina kwam wellicht het dichtst in de buurt van wat wij vandaag onder een eetgelegenheid verstaan. Dan had je nog een hospitium, een hotel of gastverblijf, waaraan meestal ook een popina verbonden was.

Ten slotte konden klanten ook terecht in een diversorium, zaken die een minder goede reputatie hadden omdat bij deze eetgelegenheden ook een bordeel hoorde. De klanten konden dan vanuit de gelagzaal even naar de meisjes op de eerste verdieping.

thermopolium_pompeii (2)

Door de plotse vulkaanuitbarsting bleef in verschillende thermopolia heel wat materiaal intact. De dolia (voorraadpotten) hadden een capaciteit van 200 tot 300 liter maar grotere hadden een inhoud van 1.500 tot zelfs 2.000 liter.

Ze werden vaak gedeeltelijk ingegraven om de inhoud koel te houden. In Pompeï maar ook in andere oude Romeinse steden zijn er meerdere voorbeelden van dergelijke eetgelegenheden te vinden.

Het thermopolium waarover we het hier hebben bevindt zich in de hoofdstraat, de Via dell’Abbondanza (de straat van de overvloed). Inwoners van Pompeï kwamen er een snack of lichte lunch nuttigen.

Op de buitenmuren van de snackbar staan nog slogans om stemmen te sprokkelen voor Vetutius Placidus, de eigenaar van de zaak die zich net als verschillende concurrenten verkiesbaar had gesteld voor een openbaar ambt.

In één van de gaten in de bar hebben archeologen een heleboel munten gevonden, naar schatting minstens de dagopbrengst van de zaak. Waarschijnlijk heeft de eigenaar die daar nog vlug verstopt toen ook hij moest vluchten voor de vernietigende kracht van de Vesuvius.

De vulkaan barstte officieel uit op 24 augustus in het jaar 79, al wijzen recente bevindingen uit dat de uitbarsting in werkelijkheid een paar maanden later plaatsvond. Veel inwoners van de stad kwamen om bij de ramp. De vondst maakte duidelijk dat dergelijke eethuizen aardig wat geld opbrachten, want de dag was nog lang niet ten einde toen de vulkaan lava begon te spuwen.

pompei (3)

Sommige voedselpotten bleven met inhoud en al bewaard. Het voedsel dat geserveerd werd, bevatte veel granen, groente, kaas en vis. Vlees kwam weinig voor. Het dessert werd gevuld met honing of ricotta. Zo waren er schalen met olijven, eieren, noten, bonen, haverkoeken, vis, dadels, kaas, worst, brood en veel fruit. Wijn werd nooit onverdund gedronken, dat vond men echt wel zonde en werd bestempeld als een barbaarse daad.

Er waren steeds verschillende soorten wijn beschikbaar, van zeer goedkoop tot peperduur. De kruiken stonden op de grond of in rekken aan de muur. Gezien de enorme natuurlijke voorraden in deze omgeving (op de zeer vruchtbare vulkanische grond waren er drie oogsten per jaar mogelijk en bovendien bevond de zee zich vlakbij) moet het voedselaanbod in Pompeï groot en gevarieerd geweest zijn.

pompei (2)

Hoewel de opkomst van de openbare eethuizen het risico op branden – vooral in Rome – tot een minimum herleidde omdat er steeds vaker centraal werd gekookt, zagen sommige keizers in de tabernae een potentieel broeinest voor opstanden.

Er kwamen naar hun zin soms te veel mensen bij elkaar en bovendien werd op die samenkomsten doorgaans ook nog aardig wat alcohol gedronken.

Zo wilde keizer Tiberius dat er geen gekookte etenswaren verkocht werden, Claudius wilde de zaken gewoon allemaal sluiten en zowel Nero als Vespasianus wilden dat er alleen gekookte groenten verkocht werden.

Maar de meeste Romeinen hadden geen eigen keuken en moesten dus wel hierheen voor hun warme (afhaal)maaltijd. Genetisch moet er van die gewoonte om buitenhuis te eten iets blijven hangen zijn, want ook vandaag nog zijn veel Romeinen niet echt gelukkig wanneer ze niet minstens één keer per dag een hapje kunnen nuttigen in een bar of trattoria!

Een kort filmpje over het thermopolium in Pompeï

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.