Archive for 4 januari 2022

Een kennismaking met het Palazzo Lateranense

4 januari 2022

Gisteren kon je het goede nieuws vernemen dat het Palazzo Lateranense voortaan toegankelijk is voor bezoekers. Vandaag gaan we een beetje dieper in op de geschiedenis van dit indrukwekkende gebouw.

Het palazzo bevindt zich aan Piazza di San Giovanni in Laterano, naast de obelisk en de basilliek van Sint-Jan van Lateranen. Dit gedeelte van het plein kreeg in 2013 een nieuwe naam: Piazza Giovanni Paolo II.

Het Palazzo Lateranense, formeel het Apostolisch Paleis van Lateranen (Palatium Apostolicum Lateranense) dat in 1586 door Domenico Fontana werd gebouwd, is een vierkant gebouw in renaissancestijl naar het voorbeeld van het Palazzo Farnese.

Het heeft drie verdiepingen met gelijkvormige reeksen ramen. In het midden van elk van de drie gevels bevindt zich een door zware zuilen geflankeerde ingang met het pauselijke wapen van Sixtus V erboven.

Het palazzo is gebouwd rond een grote binnenkoer. Op het dak staat een belvédère-toren. De hier vlakbij gelegen Scala Santa (Heilige Trap), het Triclinio Leonino en het Baptisterium maakten destijds deel uit van het oorspronkelijke Lateraanse paleis.

lateranense (2)

Het Domus Laterani, waaruit het gebouwencomplex ontstaan is, was in de Romeinse oudheid het huis van de familie Plautii Laterani. Keizer Constantijn schonk het gebouw in de vierde eeuw aan de bisschop van Rome. Daarna deed het dienst als pauselijke residentie, tot de verhuis van de pausen naar Avignon in 1309.

Het palazzo grenst aan de Sint-Jan van Lateranenbasiliek, de officiële zetel van de paus als bisschop van Rome. Op 11 februari 1929 werd in dit paleis het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en het (toenmalige) koninkrijk Italië gesloten.

Op de plek waar vandaag de basiliek en het palazzo staan, bevond zich in de oudheid eveneens een enorm paleis. Dat behoorde toe aan de schatrijke familie Laterani, die zich bezighield met scheepsbouw.

De familie was ook actief als reder en als dusdanig ook verantwoordelijk voor het transport van grote hoeveelheden goederen en levensmiddelen naar Rome. Ze importeerden ook wilde dieren, bestemd voor de circusspelen en om te gebruiken in de arena.

De Romeinen voldoende voeding bezorgen en daarnaast ook nog hun honger naar bloedige gevechten stillen, waren twee bezigheden die bijzonder winstgevend waren.

Het nieuw stulpje dat de familie Laterani in de eerste eeuw liet bouwen mocht dan ook wel iets kosten. Het moet een ongelooflijk luxueus gebouw geweest zijn, dat bij velen jaloezie opwekte.

Toen een telg van de familie, Plautius Lateranus, deelnam aan de samenzwering van Piso tegen keizer Nero, liet Nero hem terechtstellen in 64 na Chr. (Tacitus, Annales XV, 60, 1).

Los van het feit dat de samenzweerders moesten gestraft worden, kwam dat Nero goed uit, want nu had hij een goede reden om ook de bezittingen van de familie Laterani, duidelijk staatsvijanden, in beslag te nemen (Juvenalis X, 17).

Nero heeft er natuurlijk niet zo lang plezier van gehad, maar voortaan was het palazzo van de familie Laterani en het grote landgoed er omheen dus eigendom van de keizer.

lateranense (3)

In 197 bouwde keizer Septimius Severus hier zijn ruiterkazerne. Keizerin Flavia Maxima Fausta (289-326), de tweede vrouw van keizer Constantijn de Grote, heeft op deze plek gewoond, in haar eigen Domus Faustae.

Na het Edict van Milaan in 313 schonk Constantijn het landgoed aan paus Miltiades (310-314). Vanaf toen werd het de residentie van de pausen tot zij in 1309 naar Avignon vertrokken.

Het paleis bestond onder meer uit een aantal privé-vertrekken en een hal waarin verscheidene belangrijke concilies, waaronder de synode van Lateranen, zijn gehouden. Het paleis zou uitgroeien tot het bestuurscentrum van de Katholieke Kerk.

Het Lateraans complex werd in die tijd het Patriarchium, het patriarchaat, genoemd. Tijdens het concilie van Nicea in 325, het huidige Iznik in Turkije, werd namelijk beslist om de bisdommen van Rome, Alexandrië en Antiochië ‘patriarchaten’ te noemen en hun bisschop als ‘patriarch’ te betitelen (de joden gebruikten de naam reeds voor bijvoorbeeld Abraham, in de betekenis van aartsvader, stamvader).

Deze beslissing gebeurde tot groot ongenoegen van de bisschop van Jeruzalem en later ook van de bisschop van Constantinopel, die vonden dat hun bisdom ook wel een patriarchaat mocht zijn.

De zelfbewuste paus Damasus I (366-384) ergerde zich aan dit ongenoegen en de ambities van beide bisschoppen. Hij stelde dat het uitzonderlijk gezag van onder andere zijn zetel niet steunde op een concilaire beslissing maar op de eeuwige woorden waarmee Christus Petrus tot de ‘rots van de Kerk’ had aangesteld. Beide misnoegde bisdommen kregen uiteindelijk in 451 toch hun zin.

lateranense (4)

De benaming paus, afkomstig van het Oudgriekse pappas, later gelatiniseerd tot papa, in de betekenis van vader, als aanduiding van de bisschop van Rome, dateert slechts uit de negende eeuw. Daarvoor werden alle bisschoppen met papa aangesproken, vaak ook de gewone priesters als teken van respect.

Het oorspronkelijke, nu verdwenen Lateranenpaleis met zijn twee grote binnenpleinen, bevond zich tussen de basiliek en de Via Domenico Fontana, de straat links van de Scala Santa.

Een vleugel van het paleis omvatte een reeks eetzalen, triclinia, waar op specifieke dagen de gelovigen een maaltijd kregen aangeboden. We weten niet heel precies waar het paleis zich bevond en hoe ver het zich uitstrekte.

Een vaak gehoorde theorie is dat het werd gebouwd op de structuren van het voormelde domus Faustae. Zeker is dat niet, in de buurt zijn heel wat restanten van woningen en gebouwen uit de oudheid gevonden. Niet alle structuren konden met zekerheid worden geïdentificeerd.

Tijdens het pontificaat van Zacharias (741-752) begonnen uitbreidings- en verfraaiingswerken. Er werden onder meer een nieuw triclinium en een versterkte toren gebouwd. Op het einde van de achtste eeuw voegde paus Leo III (795-816) er nog een ruimte aan toe, bedoeld als eet- en ontvangstzaal voor bezoekende vorsten.

De bedoeling was dat het palazzo kon wedijveren met de keizerlijke residenties in Constantinopel. De nieuwe zaal was net op tijd klaar voor de aankomst van Karel de Grote ter gelegenheid van zijn, officieel niet geplande, kroning tot Imperator Romanorum.

Daarna bleef het oorspronkelijke Lateranenpaleis eeuwenlang ongewijzigd, tot paus Bonifatius VIII in 1300 een versierde loggia liet aanbrengen, bij de ‘aula concilii’ waar de pausen werden verkozen.

lateranense (1)

Het paleis van Lateranen heeft niet altijd een goede naam en faam gehad. Over het losbandige leven van Johannes XII (955-963) is heel wat geschreven.

Hij was de buitenechtelijke zoon van Alberik II, de hertog van Spoleto die Rome gedurende 23 jaar bestuurde en ervoor gezorgd had dat zijn bastaardzoon Octavianus werd verkozen tot paus.

Bij zijn verkiezing was hij net 17 jaar geworden. In plaats van met bestuurszaken hield Johannes XII zich veel liever bezig met vrouweijk schoon. Volgens de verhalen zou hij het Lateraans paleis in een bordeel herschapen hebben.

‘Geen fatsoenlijke vrouw waagt het nog om een bedevaart naar Rome te ondernemen, uit angst in handen van de paus te vallen’ meldden boodschappers aan de Duitse keizer Otto I (936-973) die na zijn keizerskroning in Rome Johannes XII meteen afzette, ook al omdat deze achter zijn rug betrekkingen probeerde aan te knopen met zijn vijanden.

Johannes XII speelde het echter klaar om later opnieuw als paus de macht in handen te krijgen. Hij zou aan zijn einde komen in het bed van één van zijn vele minnaressen, vermoord door haar jaloerse echtgenoot.

Toen de pausen in de veertiende eeuw het Lateraanse paleis verlieten om zich in Avignon te vestigen (1309-1377), verloor het patriarchaat haar reden van bestaan.

Het paleis werd niet meer gebruikt en werd het slachtoffer van vandalisme en plundering. Een grote brand vernielde een flink deel van het complex dat niet hersteld werd.

Toen paus Gregorius XI in 1377 eindelijk uit Avignon terugkeerde, ging hij om politieke, praktische en strategische redenen in het Vaticaan wonen. Vanaf dan zou het Vaticaan de plek worden waar de paus zou verblijven en zijn taken vervulde.

Niemand bekommerde zich nog om het vroegere Lateraanse paleis dat stilaan het statuut van ruïne had bereikt.

De stedelijke herontwikkeling van het huidge complex vond plaats in opdracht van paus Sixtus V (1585-1590), die tijdens de vijf jaar van zijn pontificaat een reeks herstructureringen en bouwwerkzaamheden in de omgeving en in de hele stad uitvoerde.

In het kader van een omvangrijk programma van stadsvernieuwing gaf Sixtus V architect Domenico Fontana de opdracht naast de basiliek van Sint-Jan van Lateranen een nieuw paleis te bouwen (1586-1589).

De toch al niet meer zo talrijke restanten van het oude paleis die nog overeind stonden, werden daarbij volledig afgebroken. Een onherstelbaar verlies voor de geschiedenis.

Uiteindelijk slaagde Sixtus V er echter in om, ondanks alle geleverde bouwkundige inspanningen, slechts één jaar op Lateranen te blijven. Al zijn opvolgers kozen daarna weer het Vaticaan als hun officiële thuis.

Slechts drie delen van het oude patriarchaat bleven behouden. Dat is één van de apsissen van het triclinium uit de achtste eeuw waar Karel de Grote dineerde na zijn kroning, en dat vandaag gekend is als het Triclinium Leoniano. Daar komen we morgen nog even op terug.

triclinium (4)

Ook de private kapel van de pausen, nu gekend als het Sanctum Sanctorum bleef bewaard, net als de grote trap van het paleis, die we vandaag kennen als de Scala Santa.

Van deze drie behouden delen bleef enkel de pauselijke kapel op zijn oorspronkelijke plaats. De trap werd verplaatst zodat deze voortaan naar de private kapel leidde.

De apsis van de eetzaal werd verhuisd naar een zijmuur van het gebouw dat rond de pauselijke kapel werd gebouwd. Zo kwam de apsis uit de achtste eeuw in open lucht te staan, daar waar ze vroeger behoorde tot het triclinium.

Deze drie delen, de apsis, trap en kapel, werden gespaard om hun grote politieke en religieuze betekenis. De apsis als een verwijzing naar Karel de Grote, de kapel omdat de pausen daar gedurende eeuwen de belangrijkste riten van de Christenheid hadden uitgevoerd en de belangrijkste oudchristelijke relieken bevatte.

De trap werd behouden wegens het overgeleverde idee dat hij afkomstig was uit Jeruzalem en deel had uitgemaakt van het paleis van Pontius Pilatus. De Kerk besliste tijdens de zestiende eeuw dat het om de originele trap was waarop Jezus had gelopen en die beslissing werd nooit meer herroepen.

Domenico Fontana (1543-1607) liet dus het oude ‘Patriarchio’ slopen en bouwde naast de noordmuur van de basiliek een paleis rond één grote binnenplaats. Het ontwerp was duidelijk geïnspireerd op het Palazzo Farnese. Het resultaat is iets minder mooi, maar geeft toch een plechtige en machtige indruk.

Vooral de omlijsting van de toegangen is mooi. Het gebouw was oorspronkelijk bedoeld als zomerresidentie voor de paus omdat het Vaticaan beschouwd werd als een ongezonde plek.

Uiteindelijk zou niet het Lateraanse paleis maar het Palazzo del Quirinale vanaf 1592 die functie krijgen. Vandaag is Castel Gandolfo de officiële zomerresidentie van de pausen, al heeft de huidige paus Franciscus het tot dusver nog niet gebruikt. Integendeel, een aanzienlijk deel van het complex is onder impuls van Franciscus tegenwoordig eveneens toegankelijk voor bezoekers.

Het nieuwe Palazzo Lateranense werd voor verschillende doeleinden gebruikt tot het in 1843 een museum werd. Tegenwoordig zetelt in het paleis het Vicariato, de kantoren van het aartsbisdom Rome. De paus is tevens de bisschop van Rome en daardoor werd ook het Patriarchium behouden. Zodra een paus plaatsneemt op de pauselijke troon, neemt hij ook de Lateraanse site in bezit.

Een paus die erg gehecht was aan deze plek en de eraan verbonden geschiedenis, was Johannes XXIII (1958-1963). Hij heeft op het punt gestaan om opnieuw in het Palazzo Lateranense te gaan wonen, maar dat is er door zijn vrij korte pontificaat niet van gekomen.

Ten slotte nog een kleine anekdote. De wat oudere Romebezoekers herinneren zich zeker nog de bomaanslag die de Siciliaanse maffia, de Cosa Nostra, op 28 juli 1993 pleegde op de San Giorgio in Velabro. Die aanslag richtte enorme schade aan.

Vreemd genoeg bleef het iets minder in het collectieve geheugen hangen dat slechts enkele minuten eerder een soortgelijke autobom ontplofte aan het Palazzo Lateranense en de San Giovanni-basiliek. Ook dat was het werk van de maffia.

De zij-ingang, de loggia’s erboven en een deel van de gevel van het palazzo raakten door de aanslag ernstig beschadigd. De schade kon vrij snel worden hersteld. Sinds die tijd is de omgeving om veiligheidsredenen onderworpen aan verkeersbeperkingen en een parkeer- en stopverbod.

Palazzo Lateranense – Casa del Vescovo di Roma
Piazza di S. Giovanni in Laterano, Rome

www.palazzolateranense.com

info@palazzolateranense.com

Had jij ook graag alle foto’s gezien die dit nieuwsbericht illustreren? Dat is voorbehouden aan clubleden van S.P.Q.R. Die konden deze beelden reeds op 13 december bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link

MORGEN:

De verdwenen eetzaal van paus Leo III