De zaak Gimio

Avonturen met opschriften – XXV

Oftewel Een krans voor Schrijver dezes!

Bijna drie jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen).

Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de 25ste bijdrage in deze reeks, waarvoor we de auteur graag bedanken met een digitale lauwerkrans!

25krans

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval.

Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 25. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

Deze bijdrage is opgedragen aan de herinnering
aan Tante Saar en Leen uit Kamperland.

* * * * *

Schrijver dezes is moe. Schrijver dezes is het beu. Schrijver dezes kan zijn dagelijks panorama van twee parkings en de achtergevels van de achterburen niet meer zíen! Schrijver dezes hunkert naar vrijheid, naar lucht. En daarom trotseerde Schrijver dezes alle virologische banvloeken en alle maatregelen die de dag vóór zijn vertrek nog ineens werden afgekondigd en – zoals zou blijken: vooral – de elementen en trok naar Zeeland, meer bepaald het noordwesten van het eiland Noord-Beveland.

Daar, ver van al het geroes en geraas, van alle drukte, zocht hij een moment verpozing in de eenzaamheid van het Zeeuwse strand van eind november. Het waaide en het hagelde en het miek er zo koud, maar Schrijver dezes hield moedig stand. En toen, daar op de noordoever van Noord-Beveland, waar eens, lang geleden, in het pre-coronatijdperk, een tempel voor de godin Nehalennia gestaan had, daar …

Laat ons eerst even duidelijk zijn: Schrijver dezes heeft al over Nehalennia geschreven en u hebt dat in oktober 2019 al gelezen. En ook over Viradecdis heeft Schrijver dezes al geschreven en dat hebt u het afgelopen jaar gelezen.

Maar dat deert niet, want DIT IS DE 25ste AFLEVERING VAN ‘AVONTUREN MET OPSCHRIFTEN’ en in een jubileumaflevering mag men al eens terugblikken! Een krans dus voor Schrijver dezes die u al zo vele afleveringen van mysterie naar mysterie meeneemt, meetroont, meesleurt! Een zilveren krans!

Het lijkt te veel de goden te tarten om de laatste zin in het Latijn te vertalen. Schrijver dezes tart alleen de elementen, geen goden, dus hij blijft voor één keer strikt vernaculair.

zee_michiel (3)

Keren we op onze schreden terug. Schrijver dezes stond daar op het strand van Noord-Beveland en dacht wat weemoedig aan de vakanties van zijn lagereschooltijd en zijn verjaardagen uit die periode die hij vrijwel altijd hier doorbracht (Schrijver dezes is een zomerkindje), hij herinnerde zich aan de zoele zilte zomerse zeelucht die door zijn haren streek, terwijl hij met zijn broers en speelkameraadjes, met name de Cammeltjes, andermaal een vesting tegen het opkomend getij probeerde op te werpen, hij zag weer hoe hij met zijn vader en broers de destijds nog toegankelijke hoge duin beklom op avonturentocht.

zee_michiel (4)

En net op dat moment, dat hij in zijn priemende geest het begrip ‘avonturentocht’ liet weerklinken, voelde hij dat er iets op til was. Hij werd wakker uit zijn rêverie en keek op, recht de woelige baren in, die met schuimkoppen aan kwamen zetten. Toen zag hij haar. Nehalennia! De godin leek te zweven boven het golvende water, haar korte manteltje om de schouders en met een schaal vruchten in haar hand. En net op dat moment trof hem het ergste dat een mens kan treffen.

zee_michiel (1)

Ondanks alles wat de media en de virologen en de politici ons wijsmaken is het ergste dat een mens kan treffen NIET een coronabesmetting. Schrijver dezes is braaf ingeënt, dus vreest hij dat allemaal niet meer zo. Nee, het ergste dat een mens kan treffen is een IDEE, en daar bestaat geen vaccin tegen. Ineens zag hij de samenhang die iedereen tot nog toe was ontgaan. De samenhang die u nu als eerste zult vernemen.

Laat ons even recapituleren. Net als bij het Walcherse Domburg bevond zich nabij Colijnsplaat in wat nu de Oosterschelde is een heiligdom voor Nehalennia, een inheems-Romeinse godin die ons enkel uit deze twee heiligdommen bekend is.

Nehalennia werd o.m. (of zelfs met name, wie zal het zeggen) vereerd door handelaren en schippers die tussen het Rijn- en Moezelland, de huidige Zeeuwse kust en Brittannia pendelden. Gezien de risico’s van een dergelijke overtocht legde menigeen een gelofte af dat de godin na geslaagde oversteek en terugkeer een votiefaltaar zou worden gewijd. Van deze altaren zijn er tientallen teruggevonden, zodat het geheel van deze teksten het belangrijkste corpus Romeinse opschriften uit de Nederlanden vormt.

De teksten hebben meestal een stereotiepe structuur: deae Nehalenniae ‘voor de godin Nehalennia’ als begin, de naam van de dedicant, soms voorzien van herkomst of beroep, de formule V S L M = u(otum) s(oluit) l(ibens) m(erito) ‘heeft zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden’. Niet meteen literair proza, maar van poëzie word je niet rijk en het gaat uiteindelijk om commerçanten.

Een voorbeeld. Om uw geheugen op te frissen:

DEAE
NEHALENNIAE
VARAVSIVS
AHVCCONIS
V S L M

Deae / Nehalenniae / Varausius / Ahucconis / u(otum) s(oluit) l(ibens) m(erito).

‘Voor de godin Nehalennia heeft Varausius, zoon van Ahucco, zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden.’

De stenen bevatten ofwel alleen de tekst van het opschrift ofwel ook nog een voorstelling van de godin gezeten of staand, met naast zich een hond en een mand vruchten. Op de zijkant is vaak een hoorn des overvloeds aangebracht of een voorstelling van Hercules of Neptunus, terwijl bovenop een paar vruchten zijn gebeeldhouwd. De meeste stenen zijn in kalk- of zandsteen uit het Rijnland of het huidige Noordoost-Frankrijk.

De meeste. U vermoedt het al: hier zijn uitzonderingen. Het zou ook eens niet zo zijn, uiteindelijk. De klassieke studies zijn erger dan coronamaatregelen: er zijn altijd uitzonderingen op de uitzonderingen zodat het geheel een onontwarbaar kluwen is waarbij het coronageklungel maar armetierig afsteekt. Enkel ware grootheden zijn in staat alles te doorzien en van dit kaliber (zoals – u dacht het al – de Grote Speurder) zijn er maar weinig. Nog een geluk ook, wellicht.

Uitzonderingen dus. Er is een kleine groep stenen uit Colijnsplaat bekend met sterk afwijkende kenmerken. Om te beginnen gaat het om altaren die veel minder ‘vierkant’ zijn dan de andere, maar vaak meer ogen als een hoge rechthoekige pijler. Op de zijkanten zijn in deze groep nooit afbeeldingen te vinden en bovenop liggen er geen vruchten: de top is ofwel vlak ofwel (soms) in de vorm van een lege schaal.

Ook in de tekst zijn er vaak afwijkingen te constateren. Zo bijvoorbeeld in het altaar van Exomnius:

DE AE
NEHALAENNIAE
EXOMNIVS
ISAVRICI FIL
ARAM POSV
IT EX IVSSV

Deae / Nehalaenniae / Exomnius / Isaurici fil(ius) / aram posu/it ex iussu.

‘Voor de godin Nehalennia heeft Exomnius, zoon van Isauricus, op bevel dit altaar geplaatst.’

nehalennia__2_

Afgezien van de vreemde woordsplitsing DE AE noteren we de spelling Nehalaenniae met ae i.p.v. e in de derde lettergreep. Maar dat is nog maar klein grut. Opvallender is dat Exomnius juist niet V S L M’t.

Integendeel, hij vermeldt expliciet aram posuit ‘dat hij het altaar heeft geplaatst’ en nog wel ex iussu ‘op bevel’. Dat laatste komt nog vaker voor en duidt ofwel op een verschijning van de godin aan de dedicant (zoals Schrijver dezes er ook een had dus) ofwel op een min of meer dwingende instructie dan wel advies door een van de priesters die aan het tempelcomplex verbonden waren.

Ook Freio posuit aram:

DEAE
NEHALAEN
NIAE FREIO
PALVSONIS
POSVIT ARAM
DE SVO V S L M

Deae / Nehalaen/niae Freio / Palusonis / posuit aram / de suo; u(otum) s(oluit) l(ibens) m(erito).

‘Voor de godin Nehalennia heeft Freio, zoon van Paluso, van zijn eigen geld (dit) altaar geplaatst (en) zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden.

Freio voegde eraan toe dat hij zelf de kosten voor het altaar gedragen had (de suo ‘uit zijn eigen bezit, van zijn eigen geld’), wat wel de vraag opwerpt of niet iedereen zelf zijn altaar betaald heeft?

Bovendien merkte Freio al gaande dat hij toch ook moest V S L M’en en voegde hij dus op het eind de beroemde vier letters toe. Klein probleem: de formule die anders zo mooi het hoofdwerkwoord bevat, hangt hier wat werkeloos bij, want het eigenlijke hoofdwerkwoord is uiteraard posuit.

Een ander probleem: de meeste altaren hebben een lettertype dat aanleunt bij de vorm van de klassieke kapitalen uit de 1ste en 2de eeuw. Freio niet. Hij kliedert. Zijn letters lijken hard ingekapt en hebben schuine schreven.

Schuine schreven: u probeert zich dat voor te stellen. Als in een L, waarbij de onderste balk niet in een rechte hoek van 90° naar rechts reikt, maar eerder een hoek maakt van 120° en daardoor schuin naar rechts afzakt. Bovendien zijn zijn schreven veel korter.

Freio deed niet onduidelijk, hij deed eigenlijk modern: de letters op zijn altaar hebben iets weg van de capitalis rustica, het boekschrift van de 2de-3de eeuw, al wiebelt en waggelt een beetje rustica-schreef meer dan Freio doet. Opmerkelijk is opnieuw de spelling van de naam van de godin met ae in de derde lettergreep. Afwijkend dialect, zou men zeggen.

freio

Het bekendste opschrift in deze groep is dat van Gimio. En Gimio is een geval. Om te beginnen is hij beschadigd: de rechterbovenhoek is weg. Dat is jammer, want nu missen we net de derde lettergreep van de godin:

DEAE NEHA[
NIAE
GIMIO GA[
NVENT CONS
V S L M

Deae Neha[len]/niae / Gimio Ga/nuent(ae) cons(istens) / u(otum) s(oluit) l(ibens) m(erito).

‘Voor de godin Nehalennia heeft Gimio, verblijvend in Ganuenta, zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden.’

Gimio V S L M’t braaf, maar de voorlaatste regel is werkelijk uniek. CONS wordt gezien als een afkorting van consist(ens), waarbij consistere de betekenis heeft van ‘verblijven’, vooral als de plaats waar men verblijft niet de plaats van herkomst is. GA[..?..]/NVENT wordt dan de plaats waar Gimio verblijft.

Als we nu gokken 1) dat er na GA niets (of niet veel) verloren is gegaan (wat mogelijk is), en 2) dat we na NVENT ‘gewoon’ een uitgang -ae krijgen/maken van de locatief van de eerste declinatie (die op -a, voor wie dit allemaal wat ver zit), krijgen we dus een lezing Ganuentae, waarvan de bijbehorende nominatief Ganuenta zou zijn.

Evenmin als Nehalennia buiten de aan haar gewijde altaren uit Domburg en Colijnsplaat bekend is, is ook Ganuenta dat niet. Vandaar dat men geopperd heeft dat Ganuenta de naam van de nederzetting bij de tempel zou kunnen zijn geweest. Deze nederzetting omvatte vermoedelijk niet alleen de tempel, maar ook een overslaghaven waar goederen uit het Rijnland uit de gammele en fragiele rivierbootjes werden overgeladen in steviger schepen.

Helemaal sluitend is dit argument uiteraard niet. Als u in Rome een opschrift tegenkomt:

MICHAEL PRATENSIS OIRSCHOTANVS LOVANII CONSISTENS HIC FVIT,

dan volgt daar niet noodzakelijkerwijs uit dat de plaats waar u deze formule tegenkomt, Louanium heet. Toegegeven, Rome is beter in de bronnen betuigd dan Ganuenta of Colijnsplaat. For obvious reasons.

Overigens: als u in Rome naar bovenstaand opschrift gaat zoeken, kunt u lang bezig zijn: tot nog toe heeft Schrijver dezes zich nooit aan het graveren bezondigd. Het kan zijn dat hij ooit iets dergelijks in een Gulden Boek heeft neergepend (wat ethisch dus wél correct is), maar Schrijver dezes schrijft zo veel (zoals u weet) dat hij zich dat niet meer kan herinneren.

gimio

Terug naar Gimio, want we zijn nog niet klaar. Er is nog iets wat opvalt bij hem en dat geldt ook voor Freio en Exomnius en eigenlijk voor elke steen uit deze groep: er zitten geen Latijnse namen bij. In geen enkel geval zien we de tria nomina, de klassieke drie namen die wel zeker in het Nehalenniacorpus voorkomen (Marcus Exgingius Agricola bijvoorbeeld).

Het gaat steeds om inheemse namen, vermoedelijk Keltisch, maar Schrijver dezes is geen kei in vreemde talen, dus daar houdt hij zich wat op de vlakte. In ieder geval, niemand van deze groep heeft de sociale stijging gemaakt tot de positie van Romeins burger.

Maar daarmee zijn we er nog lang niet. We zijn er bijna, maar nog niet helemaal, zoals het liedje zegt. Schrijver dezes herinnert zich dat op zijn allereerste uitstapje, op de kleuterschool, naar de speeltuin in de wijk de Pullen, amper 500 m van de school verwijderd, de klas dit liedje al begon te zingen nog voordat men de speelplaats had verlaten. Schrijver dezes herinnert zich overigens ook nog dat hij leverpastei op zijn boterhammetjes had. Schrijver dezes herinnert zich heel veel, vooral vreemde zaken.

Hét mysterie zit namelijk in de steen. Alle bovengenoemde kenmerken hebben ertoe geleid dat men ervan uitgaat dat de stenen van deze groep kant en klaar van elders zijn aangevoerd en zeker niet lokaal in Ganuenta / Colijnsplaat zijn vervaardigd en gekapt. Dat wordt bevestigd door de steensoort: de altaren uit deze groep zijn nl. in hardsteen of kolenkalksteen.

Nu zijn er in een wijde straal rond Colijnsplaat maar twee plaatsen waar deze hardsteen wordt gewonnen, nl. bij Tornacum of Doornik en bij Namurcum of Namen. Eerst dachten de archeologen dat de steen wel uit Doornik zou komen: dat was eenvoudig voorstelbaar: de boot hoeft maar de Schelde te volgen en komt vanzelf bij de mainport van het moment, Colijnsplaat. (Niemand zou ooit vermoeden dat deze vredige vissershaven de voorloper van Antwerpen en Rotterdam was…)

Voortschrijdend inzicht (ai, daar is het onwoord: in dit geval is het in ieder geval écht voortschrijdend inzicht) heeft echter aangetoond dat de steensoort die van Namen is. Het gaat om Namense steen zoals die ook in de kapitelen en zuilen van de Sint-Pieter in Oirschot is gebruikt.

Eerlijk gezegd, wist Schrijver dezes eigenlijk niet beter dan dat hardsteen gewoon uit Namen kwam. Al zullen enkele lieden uit Dendermonde wijzen (en terecht) op hun doopvont in Doornikse steen. Maasbekken en Scheldebekken dus.

Maar met dit voortschrijdend inzicht verandert het hele plaatje. Want zo komen wij uit het territorium van de Ciuitas Menapiorum in dat van de Ciuitas Tungrorum. En daarmee komen we bij een ander probleem. Men heeft namelijk geconstateerd dat er in Nehalennialand iets ontbrak: er zit geen enkele Tunger bij.

We hebben Menapiërs, Keulenaars, Treviren, een enkele Sequaan zelfs, maar de grootste Romeinse stad der Lage Landen, Atuatuca Tungrorum, ontbreekt ten enen male. Vandaar dat men geopperd heeft dat deze altaren gesticht zijn door Tungri en dat ze dus in Tongeren zouden zijn vervaardigd en bekapt.

En nu volgt het schokkende: Schrijver dezes is daar niet van overtuigd.

….

(Tijd om dit te verwerken.)

Schrijver dezes is daar niet van overtuigd. En wel om een aantal redenen. De belangrijkste daarvan is dat Tongeren vooral een lokaal centrum was in een landbouwgebied. Het surplus van de productie ging met name naar de legioenen aan de Rijn, de Wacht am Rhein (maar dan in omgekeerde richting), maar niet naar Brittannia. Er is geen enkele Nehalenniasteen die wijst op graantransport.

Tongeren had bovendien geen uitgebreide ambachtelijke nijverheid, zoals Keulen die wel had. Tungri komen voor op een aantal plaatsen aan de limes in garnizoen, maar veel minder in de handel. Daar komt nog bij (met het risico dat Schrijver dezes nu enkele Limburgse tenen plet) dat Tongeren weliswaar aan een rivier ligt, maar dat de Jeker nu eenmaal niet een eersteklas waterweg is.

Tongeren is vooral een kruispunt van landwegen (zie hierover het recente boek van Robert Nouwen). Vergeleken met de Maas is de Jeker goed geprobeerd, maar toch maar een beetje, enfin, u begrijpt dat wel. Schrijver dezes moet nog lezers over houden…

nehalennia__1_

Er is nog iets en dat was de eerste influistering van de godin daar op het strand van Kamperland: de stad Tongeren valt niet samen met de ciuitas. Deze laatste is bijzonder uitgestrekt en gaat van het huidige Bergen op Zoom op een flinke steenworp van Ganuenta zelf en Cuijk (het Romeinse Ceuclum), beide in Noord-Brabant, tot diep in de Ardennen en omvat derhalve de stamgebieden van de Tungri, ja, maar ook van de Texuandri en van de Condrusi en nog zo wat.

Niet elke Tunger is een Tunger, of – iets minder mysterieus: niet elke Tunger is dus een Tongernaar. Schrijver dezes is dus een Texuander en daardoor Tungrisch burger, maar hij komt echt niet uit Tongeren. Tot spijt van wie het benijdt.

Nu komen we (eindelijk) aan het grote IDEE dat Schrijver dezes bij het zien van Nehalennia boven de zee bij Noord-Beveland overviel. Als de hardsteen afkomstig is uit het Maasdal tussen Namen en Amay, waarom zouden we de oorsprong van de stenen zelf dan ook daar niet zoeken? De streek wemelt van de Romeinse dingen.

En bovendien: in een andere Nieuwsbrief, een zestal maanden geleden gewijd aan een krans voor eenzame godinnen, heeft Schrijver dezes ook al over die streek geschreven. Uiteindelijk is dit het land van de Condrusi die we destijds zijn tegengekomen als vereerders van en oprichters van altaren voor de godin Viradecdis.

Schrijver dezes heeft toen drie altaren behandeld, één uit het Schotse Birrens, opgericht door een cohors Condrusiërs aldaar aan de uithoeken van de beschaafde wereld, één uit de kerk van Strées aan de Maas in het hart van Condrusië en één uit Fectio of Vechten, een andere uithoek van de beschaafde wereld, waar een groep Tongerse burgers huisde:

DEAE
[VIR]ADECD[I]
[CIV]ES TVNGRI
[…] NAVTAE
[QV]I FECTIONE
[C]ONSISTVNT
V S L M

Deae / [Vir]adecd[i] / [ciu]es Tungri / [et] nautae / [qu]i Fectione / [c]onsistunt / u(otum) s(oluerunt) l(ibentes) m(erito).

‘Voor de godin Viradecdis hebben de burgers van de Tungri [en] de schippers die te Fectio = Vechten verblijven, hun gelofte ingelost, gaarne en met reden.’

U hebt het ongetwijfeld herkend: consistunt… Dat de dedicanten zich ciues Tungri betitelen, hoeft geen verbazing te wekken, want de Condrusi waren net als de Texuandri Tongerse burgers. Behalve dan dat ze geen etnische Tungri waren, maar administratieve.

Beersiani en Spordoncani zijn ook administratieve Oirschotani en geen etnische, en Heverlee ligt ook mooi waar het ligt, maar Schrijver dezes consistit tenminste echt in Leuven, zoals hij overigens ooit aan toenmalig burgemeester Louis Tobback verklaarde. Deze was het er trouwens niet helemaal mee eens.

nehalennia__3_

Blijkbaar waren de Condrusi vrij actief, zowel militair als commercieel. En in ieder geval waren zij als bewoners van het Maasdal betere kandidaten om als schipper, vrachtvaarder, reder, handelaar op te treden dan de stads-Tungri.

En omdat zij niet in een stedelijk wespennest huisden, waren ze minder geïnteresseerd in een plaatselijke ambtelijke loopbaan of het statuut van Romeins burger, zodat ook de afwezigheid van Romeinse namen beter in deze regio past dan in de grote stad die Tongeren destijds inderdaad was.

Zou het dan niet mogelijk zijn dat Gimio, Exomnius en Freio uit het Maasdal kwamen? En zich in het typische Nehalennia-oord Ganuenta / Colijnsplaat niet tot hun eigen stamgodin Viradecdis hebben gewend, maar tot de godin die ter plaatse verering genoot en die – blijkens de talrijke votiefaltaren – behoorlijk effectief optrad?

Schrijver dezes huiverde. De wind stond strak en een nieuwe hagelbui vloog hem om de oren en verdreef elk beeld van Gimio, Exomnius en Freio. Hij keek nogmaals over de zee. Vaag meende hij nog de schim van Nehalennia te zien en hij prevelde:

DEAE
NEHALENNIAE
MICHAEL TEXVANDER
AVCTOR HVIVS
V S L M

En hij fluisterde: ‘Dank u, Nehalennia, dank u voor de ingeving, dank u dat u weer opdook toen ik hier mijn zomervakanties doorbracht, dank u dat u daardoor mij in de richting van de klassieke talen en oudheid gestuurd hebt, dank u dat u mij nu het idee voor mijn Zilveren Nieuwsbrief hebt gegeven.’

Ja, een krans voor Nehalennia!

En een krans voor Schrijver dezes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.