Archive for 23 januari 2022

Het hypogeum van de Via Dino Compagni

23 januari 2022

Gisteren kon je een stukje lezen over de toevallige ontdekking van de restanten van drie kleine mausolea in de Via Luigi Tosti. Dat gebeurde tijdens werken aan de waterleiding.

Enkele tientallen meters van deze vindplaats, gebeurde in de periode 1954-1956 tijdens het uitgraven van de funderingen voor een nieuw gebouw een bijzonder spectaculaire ontdekking van een niveau dat zelfs in Rome maar zelden wordt aangetroffen.

Het hypogeum van de Via Dino Compagni, zoals de ontdekking toen werd gedoopt, is één van de beroemdste monumenten van het late oude Rome, niet alleen vanwege de architecturale verscheidenheid van de kamers, maar vooral vanwege de buitengewone picturale decoratie. Deze kunstgalerij uit de oudheid zoals ze weleens wordt omschreven, bevat meer dan honderd goed bewaarde fresco’s.

Het is zonder meer één van de spectaculairste en rijkst versierde begraafplekken in heel Rome. Veel mooier en grootser ga je ze in de stad niet vinden. De muurschilderingen nemen vrijwel elk stukje vrije ruimte in het hypogeum in. Een dergelijke manifestatie van de maatschappelijke status van de eigenaars moet extreem duur geweest zijn.

hypogeum_dino_compagni (9)

Auteur Leonella De Santis schreef in zijn boek over de catacomben van Rome (1997) het volgende:

In de kelder is de sfeer magnetisch, de emotie is groot. De felle kleuren omhullen de bezoeker met warme rode, bruine en paarse tinten, met heldere gele, oker, oranje penseelstreken en levendige blauwe, groene en grijze accenten.

De geschilderde scènes, meer dan honderd, stuiteren van de ene muur naar de andere, waardoor een kleurrijke en bonte caleidoscoop ontstaat. Wetenschappers definiëren het als ‘een vierde-eeuwse kunstgalerij’.

Het goed bewaarde complex was duidelijk bedoeld voor een kleine elitaire groep mensen, vermoedelijk één familie, uit het vierde-eeuwse Rome, waarvan de leden nog niet allemaal christenen waren.

Dat is de reden dat hier kamers, nissen en muurschilderingen terug te vinden zijn met zowel heidense als christelijke en bijbelse onderwerpen. Samen vormen ze één van de mooiste en meest unieke verzamelingen van funeraire decoraties die in Rome te vinden zijn.

In 1954 waren arbeiders aan het graven om de fundamenten van een nieuw gebouw aan te leggen, toen ze op een kamer botsten waarvan de rijkelijke versieringen meteen duidelijk maakten dat het om een bijzondere ontdekking ging.

Wat er vervolgens gebeurde, was typerend voor de manier waarom Rome in die tijd omging met archeologische vondsten.

In dezelfde periode werd in Rome ook de metrolijn B (Laurentina-Rebibbia) aangelegd en ook bij de graafwerken voor dat enorme project zijn toen onzettend veel archeologische verwoestingen aangericht.

Het, toen nog onbekende hypogeum van de Via Dino Compagni, ontsnapte gelukkig aan vernietiging, maar de werkzaamheden voor het nieuwe gebouw werden gewoon voortgezet tot het vrijwel voltooid was.

Pas toen informeerde de verantwoordelijke ingenieur de Pontificia Commissione di archeologia sacra dat er “misschien wel iets interessants was gevonden”.

Het Vaticaan stuurde pater Antonio Ferrua ter plaatse voor een archeologisch onderzoek. Het complex was toen al vrijwel onbereikbaar.

De pater-archeoloog moest zich vanuit een kelderruimte in het nieuwe gebouw met een touw laten zakken tot in de eerste kamer van het hypogeum. Ferrua zag meteen dat het om een ontdekking van onschatbare waarde ging en liet het complex veiligstellen.

Ergens mogen we natuurlijk dankbaar zijn dat het complex door de bouwingenieur niet zonder meer werd afgesloten. Als de vondst niet was gemeld, was deze site waarschijnlijk voor altijd onbekend gebleven.

Niettemin hebben de moderne bouwwerkzaamheden ernstige schade aangericht. Sommige kamers zijn zodanig beschadigd dat ze erg moeilijk te onderzoeken zijn.

Tijdens de bouwwerken werden ook diepe betonnen funderingspalen in de grond geheid, die zowel het gewelfde plafond als de vloer van de onderliggende kamers doorboorden. Als gevolg hiervan zijn gedeeltes van het hypogeum ingestort. In sommige gedeeltes werd gewapend beton gestort.

De nieuwbouw heeft hoe dan ook een heleboel archeologische informatie vernietigd. Ook de oorspronkelijke ingang van het mausoleum is verdwenen.

Daar hebben zich vermoedelijk opschriften of informatie over het hypogeum bevonden, of misschien wel een overzicht van wie er in het complex werd begraven. Die mogelijke overblijfselen zijn dus allemaal verdwenen.

hypogeum_dino_compagni (4)

Het complex werd gebouwd in vier verschillende fasen tussen ongeveer 320 en 360 na Christus. Het zou ons te ver leiden om elke kamer van dit behoorlijk uitgestrekte complex te beschrijven, we beperken ons daarom tot een bondig overzicht.

De oorspronkelijke ingang wordt nu dus geblokkeerd door een overhangende en recente constructie. Het hypogeum is toegankelijk via een mangat in het trottoir, direct naast de weg. Omdat de bouwwerken in de jaren ’50 de oorspronkelijke toegang hebben vernietigd, leidt deze naar een moderne trap die de bezoekers uiteindelijk naar een galerij met twee grafruimtes brengt.

Deze is versierd met taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament. De ingangsmuur toont onder meer De erfzonde van Adam en Eva en Daniël in de leeuwenkuil.

Aan het einde van de galerij kom je in twee andere met zuilen gestutte kamers terecht. Hier zien we figuratieve muurschilderingen met thema’s uit het Oude Testament, waaronder een vermoedelijke voorstelling van de zondvloed, Simson die de leeuw wurgt, de droom van Jozef, Mozes gered uit de wateren, Adam en Eva samen met Kaïn en Abel, de passage van de Rode Zee, enz.

Later, in een derde fase, werd hier nogmaals een galerij bijgebouwd. Die leidt naar een vestibule waarop twee andere kamers uitkomen. In één van deze ruimtes vinden we schilderingen met heidense thema’s, terwijl de in de andere weer christelijke thema’s voorkomen, zoals Simson die de Filistijnen met een ezelskaak doodt.

De indeling van het complex maakt duidelijk dat hier ook refrigeria of herdenkingsmaaltijden ter ere van de doden werden gehouden. Deze maaltijden werden gehouden op de dag van de begrafenis, vervolgens op de negende dag na de begrafenis en daarna jaarlijks. Vroege christenen brachten voedsel naar graven van familieleden, maar ook ter ere van christelijke martelaren.

Vanuit een andere vestibule vertrekken eveneens twee galerijen, waarvan eentje de bezoekers naar een gang brengt die via een vrij lange en uit de rotsen gehouwen trap naar beneden leidt om te eindigen in een putkamer die nog steeds water bevat.

Het waterniveau is sinds de oudheid wel gestegen. De trap heeft aan elke kant een richel die als leuning fungeert. Dergelijke putten zijn gebruikelijk in Romeinse catacomben.

Romantici uit vorige eeuwen dachten dat ze werden gebruikt voor dooprituelen. Dat klopt echter niet. In openbare catacomben werden dergelijke putten voornamelijk gebruikt om water te leveren voor het cement dat nodig was om de graven te verzegelen.

In dit hypogeum lijkt het werk dat nodig was om de trap tot hier te bouwen, nogal buitensporig voor de relatief beperkte hoeveelheid water die nodig was voor de toch niet zo talrijke puur familiale begrafenissen die hier plaatsvonden. Daarom werd geconcludeerd dat deze put waarschijnlijk water leverde voor de begrafenisfeesten die hier werden gehouden.

hypogeum_dino_compagni (5)

In de vierde en laatste bouwfase werd in het hypogeum nog een kooromgang naar het westen gebouwd die leidt naar een zeshoekige vestibule met hoekkolommen en een geribbeld gewelf. Twee kamers en een arcosolium (een gewelfde nis met in de bodem een uitsparing voor het lijk) komen uit op deze vestibule.

Een andere vestibule leidt naar drie andere kamertjes, waar we fresco’s zien met niet-christelijke thema’s (Hercules, Ceres, dieren, bloemen, danseressen, …). De taferelen wisselen af met scènes uit het christelijke repertoire (Romeinse soldaten en Jezus, Job met zijn vrouw, …).

Het symmetrische karakter van het hypogeum laat zien dat het complex het resultaat was van één groot project dat, zoals verteld, in vier verschillende bouwfasen werd afgewerkt.

Zolang het complex in gebruik is geweest, heeft het vermoedelijk slechts één of twee families als eigenaar gehad. Wel hebben hier doorheen de jaren heel wat verschillende kunstenaars gewerkt, maar wellicht telkens voor één opdrachtgever, de pater familias.

Een verleidelijke theorie is dat het gewoon één groot grafcomplex was, louter bestemd voor een weliswaar vrij grote familie die het gedurende zowat een halve eeuw heeft gebruikt.

Maar bij gebrek aan epigrafische bronnen is dit hypogeum niet toe te schrijven aan één (of meer) specifieke familie(s). Er is ook geen enkele literaire of andere bron uit de oudheid die verwijst naar dit hypogeum.

De toevallige ontdekking midden de jaren ’50 van vorige eeuw was een complete verrassing. Ook archeologisch onderzoek leverde geen gegevens op voor wat betreft de eigenaars of gebruikers van dit hypogeum. Het valt niet meer te achterhalen wie hier werd begraven.

Toch is het vrijwel ondenkbaar dat de oorspronkelijke eigenaar, zeker na het aanbrengen van de extreme rijke versieringen met fresco’s van dit schitterende complex, destijds geen namen of opschriften zouden aangebracht hebben. Daarvoor was dit hypogeum te groots en te pronkzuchtig opgezet.

Er zijn slechts enkele (fragmenten van) epigraafplaten teruggevonden, meestal flink beschadigd en achteloos in een hoek geworpen door (vermoedelijk) plunderaars. Enkele namen zijn leesbaar, maar deze zijn niet meer terug te leiden naar de oorspronkelijke begraafplek en geven evenmin informatie over de identiteit van de familie.

De teruggevonden opschriften zijn vandaag bevestigd aan de moderne gemetselde structuren die de stabiliteit van het complex en de bovenliggende woning moeten verzekeren.

Het meest interessante in dit hypogeum is dat sommige van de begraafplaatsen werden versierd met fresco’s die christelijke onderwerpen hebben, terwijl andere volledig heidens zijn. Het grafcomplex is duidelijk gebouwd voor christenen, maar werd dus eveneens gebruikt door niet-christenen.

Dit heeft in het verleden tot enige wetenschappelijke verlegenheid geleid. Lange tijd leefde immers het idee dat vroege christenen niet samen met heidenen wilden begraven worden. Door deze vondst hebben archeologen dat idee moeten herzien, want dat gebeurde hier overduidelijk wel.

Sommige archeologen hebben beweerd dat de heidense thema’s occulte christelijke betekenissen hadden, of dat de heidense begrafenissen hier opnieuw werden geïntroduceerd tijdens het bewind van keizer Julianus II (de Afvallige), ook bekend als Julianus Apostata (361-363), toen de oude cultussen weer opleefden.

Een eenvoudiger en logischer uitleg is dat de leden van deze onbekende maar rijke en uitgebreide Romeinse familie, zowel heidenen en christenen, er in het begin van de vierde eeuw gewoon geen probleem mee hadden om in hetzelfde familiecomplex te worden begraven.

In de loop der tijd zijn door het uithakken van een aantal arcosolia sommige freco’s vernield. Dat is volgens archeologen op deze plek een beetje vreemd. Een arcosolium, meervoud arcosolia, is een gewelfde uitsparing die wordt gebruikt als een graftombe.

Vroege arcosolia werden in catacomben uit de rots gehouwen. Aan de voorkant werd een lage muur gebouwd, waardoor een cubiculum of kleine ruimte overbleef om het lichaam in te plaatsen. Een platte stenen plaat bedekte de kamer met de dode en sloot ze af. De stenen plaat diende af en toe ook als altaar voor de christenen, die er de mis op vierden.

Het nonchalante en nogal minachtend gebruik, waarbij soms veel oudere afbeeldingen, opschriften zonder meer werden vernield om plaats te maken voor nieuwe begraafplekken, was gebruikelijk in openbare catacomben, maar volgens archeologen op deze duidelijk particuliere begraafplek heel vreemd.

Wellicht maakte de familie die de eigenaar was van het hypogeum moeilijke tijden door en ontbraken in latere tijden de middelen voor een passende begrafenis of een verdere uitbreiding van het complex.

hypogeum_dino_compagni (10)

Een andere mogelijkheid is dat het hypogeum in een bepaalde periode te lijden had van krakers of grafrovers. Die hebben vooral in de periode tussen de vierde en de vijfde eeuw behoorlijk wat vernielingen aangericht terwijl ze in de grafplaatsen naar kostbaarheden zochten.

Het illegaal betreden van dergelijke complexen stopte in de vijfde eeuw, onder meer omdat het daarna moeilijk was om nog aan olijfolie voor lampen te komen. Bovendien raakte ondergronds begraven uit de mode en raakten sommige hypogea stilaan vergeten.

De theorie dat ook in dit rijke hypogeum ooit grafrovers opdaagden is aannemelijk omdat de eerste archeologen die het complex verkenden heel wat opengebroken loculi of nissen vonden. Aan de menselijke resten was echter niet geraakt.

De loculi in de zijgangen werden doorgaans ongemoeid gelaten. Het lijkt er dus op dat op zeker moment een poging is gedaan om te kijken of in de rijkst versierde graven geen sieraden zoals ringen, armbanden of andere kostbaarheden te vinden waren.

Het hypogeum van de Via Dino Compagni staat onder toezicht van en wordt beheerd door de Pontificia Commissione di Archeologia Sacra. Het is niet toegankelijk voor het publiek en kan slechts uitzonderlijk en met toestemming worden bezocht. Hiervoor moet je een voorafgaande aanvraag indienen.

Ipogeo di Via Dino Compagni
Via Latina 258, Rome

Het hypogeum is gesloten voor publiek bezoek.

Rondleidingen kunnen via e-mail of telefonisch worden aangevraagd bij de pauselijke commissie en na het invullen van het document dat je hier kan downloaden. Een aanvraag betekent niet dat de toestemming automatisch wordt verleend.

Tel.: +39 064465610 of +39 064467601

protocollo@arcsacra.va of pcas@arcsacra.va

Regolamento per la visita delle catacombe chiuse al pubblico

Een virtuele wandeling doorheen het complex kan je hier maken

Had jij ook graag alle foto’s van dit prachtige hypogeum gezien die dit nieuwsbericht illustreren? Dat is voorbehouden aan clubleden van S.P.Q.R. Die konden deze beelden reeds eerder bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link