Bodemonderzoek op Circo Massimo afgerond

Op het terrein van het Circo Massimo werden recent nieuwe bodemonderzoeken uitgevoerd om de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten en artefacten in de diepere ondergrond te identificeren.

Het immense terrein in het hartje van de stad was in de Romeinse oudheid de plek waar de wagenrennen werden gehouden. Afhankelijk van de seizoenen lijkt het voormalige Circus Maximus vandaag op een grasvlakte of een zanderig stukje steppe.

circus_maximus (2)

Tijdens het bodemonderzoek werden voor analyses bodemmonsters genomen via een exploratieboring die diep in de grond gaat.

Het resultaat is een stratigrafisch representatieve steekproef van de verschillende bodemlagen die niet verstoord zijn.

Het onderzoeksproject werd uitgevoerd door de stad Rome in samenwerking met het Istituto Superiore per la Protezione e la Ricerca Ambientale (ISPRA).

De verkregen data zullen niet alleen nieuwe gegevens opleveren over het Circus Maximus, maar ook informatie verstrekken over de huidige omstandigheden en de stabiliteit van de bodem.

Dit is nodig om na te gaan of er structurele interventies nodig zijn met het oog op de toekomstige evenementen en concerten die regelmatig op het terrein plaatsvinden.

circus_maximus (1)

Wat we vandaag zien stemt niet volledig overeen met het vroegere Circus Maximus. De huidige hellingen zijn niet deze van twintig eeuwen geleden, en de ‘arena’ was destijds dieper.

Toch geeft de huidige aanblik een goed idee van wat de Romeinen hier zagen in het prille begin van hun geschiedenis. Dit is het laagste gedeelte van de Vallis Murcia, de vallei tussen de Palatijn, de heuvel van de zegevierende Romulus en de Aventijn, de heuvel van de verliezende Remus.

Eeuwenlang was het Circus Maximus niet meer dan een lang grasveld in de schaduw van de Palatijnse heuvel in Rome. Lang na de val van het Romeinse rijk werden op het Circus Maximus boomgaarden aangelegd.

Er werden zelfs molens, pakhuizen en een fabriek gebouwd, waarvan het laatste gebouw pas werd gesloopt in 1911.

De natuur heeft dit dal als het ware een voorbestemde vorm gegeven, waardoor de plek perfect geschikt was voor het organiseren van wagenrennen, de ‘circenses’ vanwaar ons woord ‘circus’ komt.

In deze natuurlijke vallei, en later in het hier aangelegde stadion, werden in de Romeinse tijd rennen gehouden voor wagens met twee (biges), drie (triges) of vier (quadriges) paarden, later zelfs tot tien paarden.

Het 500 m lange dal was door de sponsachtige zachtheid van de bodem uiterst geschikt voor paardenrennen omdat valpartijen hier minder ernstige gevolgen hadden. De ruimte voor de toeschouwers, de cavea, werd aanvankelijk gevormd door de natuurlijke hellingen van het dal.

Volgens de legende zou Romulus zelf met de rennen gestart zijn bij de viering na de al even legendarische Sabijnse maagdenroof die hier plaatsvond.

circus_maximus (3)

Legende of niet, het is in ieder geval historisch zeker dat hier reeds renwedstrijden werden georganiseerd ten tijde van de Etruskische koning Tarquinus Superbus (534-509).

Zonder twijfel was het Circus Maximus het oudste van Rome, maar ook het grootste (620 x 180 m) van de antieke wereld en het beroemdste. Nooit was er in de wereld een groter, permanent sportcomplex. De eigenlijke piste was ongeveer 1.200 m lang.

Tijdens de vierde eeuw v. Chr. begon men de wedstrijden beter te organiseren. Het dal werd in de lengte in twee stroken verdeeld door een overlangse wal, de spina of ruggegraat, die beide metae of draaipunten met elkaar verbond.

Met haar 214 m bepaalde de spina het te volgen circuit, waarvan de variabele breedte, 87 m tot de meta prima en 84 m tot de meta secunda, het afleggen van de rondes over een parkoers van in totaal 568 m riskanter maakte.

Gaandeweg werd de spina versierd met beelden van goden die, soms vanuit kleine tempeltjes, met welgevallen moesten toezien op de wedstrijden.

Aan de oostelijke korte zijde, de kant van de San Gregorio Magno, bevond zich een monumentale poort, die tijdens de tweede eeuw v. Chr. eerst werd vervangen door de boog van Lucius Stertinius en omstreeks 81 na Chr. door een triomfboog met drie poorten.

circus_maximus (4)

Bij Livius (XXXIII, 27) lezen we dat Lucius Stertinius in 196 v. Chr. na een overwinning in Spanje geen verzoek om een triomftocht indiende bij de Senaat, maar twee bogen oprichtte op het Forum Boarium vóór de tempels van Fortuna en Mater Matuta en één in het Circus Maximus.

Het zijn de restanten van deze boog waarvan tijdens opgravingen een gedeelte is teruggevonden. Doorheen deze triomfboog, waarmee Domitianus de overwinning van zijn broer Titus op de joden wilde herdenken, trok vóór het begin der wedstrijden, de processie van de ‘pompa circensis’, de plechtige circusparade of optocht.

Foto’s:
Sovrintendenza Capitolina ai Beni Culturali

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.