Archive for 15 juli 2022

Stakingen aangekondigd bij Ryanair

15 juli 2022

Het boordpersoneel en de piloten van Ryanair in Italië leggen op zondag 17 juli het werk neer. De vakbondsactie is al de derde in een maand tijd.

De Belgische piloten van Ryanair kondigen eveneens een nieuwe staking aan op 23 en 24 juli. Dat weekend staken ook de Franse piloten van Ryanair. Ook elders in Europa zijn er de komende dagen acties gepland door Ryanair-personeel.

Er wordt geprotesteerd tegen de arbeidsvoorwaarden en -contracten van de luchtvaartmaatschappij. De onvrede is groot omdat de directie niet ingaat op de vragen van het personeel.

ryanair

De staking krijgt zware kritiek van Italiaanse consumentenverenigingen. Het is geen probleem dat werknemers opkomen voor hun rechten, maar het is onaanvaardbaar om in het volle zomerseizoen vliegtuigreizen onmogelijk te maken zodat reizigers niet op hun vakantiebestemmingen geraken. Die zijn andermaal de dupe en verliezen onterecht vakantiedagen en geld, klinkt het bij Assoutenti.

Ook de consumentenrechtenorganisatie Codacons hekelt de onverantwoordelijke staking, waarbij burgers als gijzelaars worden gebruikt tijdens de zomervakantie.

De consumentenverenigingen wijzen ook op de gevolgen voor de toeristische sector die nog lang niet hersteld is van de zware klappen als gevolg van de coronacrisis. Dit kunnen we echt wel missen, klinkt het.

De Italiaanse burgerluchtvaartautoriteit ENAC herinnert eraan dat een minimale dienstverlening verplicht is en dat tijdens stakingen vluchten moeten gegarandeerd worden van 7 tot 10 uur en van 18 tot 21 uur.

President Mattarella weigert ontslag van premier Mario Draghi

15 juli 2022

President Sergio Mattarella weigert het ontslag van premier Mario Draghi nadat de Vijfsterrenbeweging (MoVimento 5 Stelle, M5S) weigerde een belangrijke vertrouwensstemming te steunen. De M5S is de op één na grootste coalitiepartner in de regering.

De president heeft aan Mario Draghi gevraagd om de balans op te maken van de politieke situatie en te bekijken of de regering nog voldoende steun heeft om mogelijk toch nog door te gaan. Woensdag moet de premier verslag uitbrengen bij Mattarella.

Draghi maakte informeel al duidelijk dat hij er eigenlijk meer dan genoeg van heeft, hoewel er nog veel werk wacht. Zo moet de nieuwe begroting nog worden opgemaakt en goedgekeurd.

palazzo_chigi

De M5S, geleid door voormalig premier Giuseppe Conte, weigerde in de Senaat goedkeuring te geven aan een pakket steunmaatregelen voor gezinnen en ondernemers ter waarde van 26 miljard euro. Volgens Conte was dat niet sociaal genoeg.

Ook de plannen voor een afvalverbrandingsoven in Rome werden tegengewerkt door de M5S. Een oplossing voor het enorme afvalprobleem waarmee Rome vooral in de buitenwijken te maken heeft, is nochtans dringend nodig.

Eerder was Conte ook tegen het sturen van meer militaire hulp en wapens aan Oekraïne. Conte beweert dat de regering heeft geweigerd te luisteren naar voorstellen van de M5S.

Uiteindelijk won Draghi gisteren toch de vertrouwensstemming, die werd aangenomen met 172 stemmen vóór en 39 tegen. De premier had echter eerder gewaarschuwd dat hij niet zou regeren zonder de steun van de M5S en vertrok meteen naar Palazzo del Quirinale om zijn ontslag aan president Mattarella aan te bieden.

mario_draghi (1)

Draghi’s brede coalitie, die begin 2021 werd gevormd na de ineenstorting van de regering van Giuseppe Conte, kreeg toen de steun van alle grote partijen in het parlement, met uitzondering van de Fratelli d’Italia (FdI).

Ook de Lega-partij van Matteo Salvini had al eerder gedreigd de regering te verlaten als de M5S de belangrijke stemming zou boycotten.

Enrico Letta, de leider van de centrumlinkse Partito Democratico (PD) liet weten dat vervroegde verkiezingen logisch zijn als de regering het vertrouwen van sommige coalitiepartners verliest.

Giorgia Meloni van de Fratelli d’Italia, die aan de leiding staat in opiniepeilingen, riep alvast op tot onmiddellijke verkiezingen. In principe trekt Italië pas in het voorjaar van 2023 naar de stembus.

De steun voor de Vijfsterrenbeweging is het voorbije jaar sterk afgenomen en onlangs werd de partij gesplitst nadat minister van Buitenlandse Zaken en voormalig leider Luigi Di Maio ontslag nam uit de partij en daarbij de steun kreeg van een zestigtal parlementsleden.

Als coalitiepartner de regering niet steunen is een ernstige zaak. Een regeringscrisis uitlokken midden in een oorlog getuigt van onverantwoordelijkheid en veroordeelt het land tot de afgrond, verklaarde Luigi Di Maio.

Een straat voor een dame

15 juli 2022

Avonturen met opschriften – XXVIII

Ruim drie jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze clubleden, maar die uiteraard ook bijzonder leerrijk zijn voor alle anderen.

Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de 28ste bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval.

Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 28. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

Het is gelukt! Schrijver dezes is na meer dan twee jaar onderbreking eindelijk weer naar Rome gegaan. En, zoals te verwachten is, was zowat zijn eerste gang meteen naar zijn favoriete hoek, de opschriftentuin van de Thermen van Diocletianus. Inderdaad de plaats, waar hij u de vorige maal ook al mee naar toe genomen had. Schrijver dezes is een simpele ziel: hij gaat graag terug naar waar hij al geweest is.

Zo kwam hij nu opnieuw menig menselijk drama tegen dat zich in een opschrift gestold heeft. Dat is het fascinerende van het lezen van opschriften. Schrijver dezes weet even goed als u en ieder ander dat al deze opschriften wetenschappelijk zijn getranscribeerd, uitgegeven, bestudeerd en wat weet hij niet allemaal meer, maar daar gaat het niet om: het is net de persoonlijke poging tot lectuur die u als lezer bij de gebeurtenissen van toen brengt, die u doet nadenken over de inhoud en de achtergrond. Zo ook nu weer.

Als u de Giardino vooraan de Thermen van Diocletianus binnengaat, komt u al snel een grote grafsteen tegen. De letters zijn fraaie kapitalen. Beschadigingen zijn er niet. De tekst is als volgt:

DIS MANIBVS
SACRVM
VALGIA SILVILLA
SIBI ET
TI CLAVDIO AVXIMO
CONIVGI SVO
BENEMERENTI ET
LIBERTIS LIBERTABVS
QVE SVIS ET AVXIMI
POSTERISQ EORVM

Dis Manibus / sacrum. / Valgia Siluilla / sibi et / Ti(berio) Claudio Auximo / coniugi suo / benemerenti et / libertis libertabus/que suis et Auximi / posterisq(ue) eorum.

‘Gewijd aan de goden van de onderwereld. Valgia Silvilla voor haarzelf en voor Tiberius Claudius Auximus, haar echtgenoot die dit wel verdiend heeft, en de vrijgelatenen van haar en van Auximus en hun nakomelingen.’

straat_dame (3)

Nu kan Schrijver dezes doen als Sherlock Holmes en u gewoon totaal overbluffen om vervolgens zijn redenering te laten volgen, waarna u denkt: ‘zo kan ik het ook!’. Alleen valt dat dan vaak vies tegen (in alle bescheidenheid). Maar laat ons toch maar op de vertrouwde wijze werken…

Om te beginnen de datering. De letters zijn zeer klassiek van vorm en suggereren een vroege datum. Anderzijds is de formule Dis Manibus (Sacrum) ‘gewijd aan de goden van de onderwereld’ vooral vanaf de Flavische periode in gebruik. Vandaar dat een datering in de tweede helft van de 1ste eeuw of het begin van de 2de eeuw n.Chr. voor de hand ligt, zelfs al geven de bekende repertoria de eerste helft van de 1ste eeuw n.Chr. op. Schrijver dezes ligt nu eenmaal altijd dwars en weet het altijd beter (zoals u al vaak zult hebben verzucht).

Opvallend is dat het initiatief uitgaat van Valgia Silvilla. Van een vrouw dus. Niet bepaald wat overeenstemt met ons klassieke beeld van de brave onderworpen vrouw die thuis zat te spinnen en te weven. Cato de Oude zou er wellicht van hebben gegruwd, maar hem vragen we niet om zijn mening.

Valgia Silvilla treedt zelfbewust voor het voetlicht. Dit grafmonument heeft zij (bij haar leven: al staat dat er niet bij, het lijkt toch het meest voor de hand te liggen) opgericht voor zichzelf én voor haar man Tiberius Claudius Auximus. Blijkbaar is de laatste al overleden, want anders zou daar niet zo mooi de klassieke formule aan zijn toegevoegd coniugi suo benemerenti ‘voor haar echtgenoot die dit wel verdiend heeft’. Dat laatste is altijd riskant als de persoon nog leeft.

Vraag maar aan Plinius. De Jonge in dit geval. Die heeft eens een pleidooi gehouden in een proces aangespannen door Attia Viriola. Haar vader was op 80-jarige leeftijd (!) hertrouwd (!) en binnen twee weken (!) had hij zijn eigenlijke dochter uit een eerder huwelijk onterfd. De stiefmoeder wordt in dit geval niet met naam genoemd en we hebben geen idee of zij een gold digger was, maar Attia zal blij zijn geweest dat ze niet alvast een grafsteen had laten kappen patri benemerenti ‘voor haar vader die het zo verdiende’.

Helaas vertelt Plinius niet hoe het verder afgelopen is, of vader en dochter nog ooit met elkaar gesproken hebben, of de stiefmoeder haar man heeft vergiftigd (of haar stiefdochter), enz. Het enige dat we weten is dat Plinius lang heeft staan pleiten en dat hij zo tevreden was met zijn redevoering dat hij deze meteen en zonder omwegen naar een vriend van hem heeft gestuurd, met begeleidende brief waaruit blijkt dat hij zelf erg over zijn oratie te spreken was.

Enfin, u leest alle details maar in het hoofdstuk over de Basilica Iulia van het fraaie nieuwe boek over het Forum Romanum van ene Guido Cuyt en ene Michiel Verweij (beiden overigens vage en duistere lieden, vooral de laatste, maar dat doet nu niet ter zake; overigens wordt over de laatste door sommige kwaadwillende tongen beweerd dat hij aan opschriften krabt, wat hierbij ten stelligste wordt tegengesproken en ontkend: hij tast met zijn fijngevoelige vingertoppen het oppervlak van een opschrift af, zoals alle meesters dat doen, inclusief Schrijver dezes).

Auximus was dus dood. Maar dat is niet het verrassende. Noch dat Valgia Silvilla een grafsteen aan hem wijdde en tegelijk voor zichzelf bestemde. Wel de volgorde, want normaal geeft men eerst de naam van de overledene en dan degene die de steen heeft laten oprichten. Dat kan eventueel nog worden gevolgd door enkele nadere aanduidingen van het type benemerenti, dulcissimae of castissimae, waarvan het epigrafische Rome wemelt, zodanig dat men eigenlijk niet anders zou kunnen besluiten dan dat alles in het oude Rome werkelijk koek en ei moet zijn geweest. Quod non. Maar over de doden niets dan goeds.

Of Valgia Silvilla zo ook dacht over Auximus weten we niet. Wel dat zij duidelijk het initiatief nam en niet bezwaard door valse bescheidenheid zichzelf als eerste plaatste. Nu doen we dat in het Latijn sowieso wel gemakkelijker, waar de moderne Europese talen het ‘ik’ op de laatste plaats zetten: ego et frater ‘mijn broer en ik’. Dat oogt heel bescheiden, maar wie weet hoe de wereld in elkaar zit, weet maar al te goed dat deze bescheidenheid weliswaar voorkomt, doch in beperkte mate. Nee, dan die Romeinse eerlijkheid die gewoon met het belangrijkste begint.

En dat zal Valgia Silvilla ook gedacht hebben…

straat_dame

Auximus draagt een verdachte praenomen en nomen gentilicium, die ontleend lijken aan de keizers (en andere leden) van de Julisch-Claudische dynastie. Omdat deze (behalve Augustus zelf die uiteindelijk Imperator Caesar Augustus heette) allemaal (maar dan ook werkelijk állemaal) Tiberius Claudius Drusus Nero heetten, is het nagenoeg onmogelijk om te bepalen wie Auximus deze namen heeft toegekend. Of een voorvader, want dat kan uiteraard ook.

Ook blijft onduidelijk of Auximus een vrijgelatene is of dat hij deze namen gekregen heeft op het moment dat hij het Romeinse burgerrecht verkreeg. Of zijn voorvader natuurlijk, want dat kan ook. Valgia Silvilla zwijgt in alle toonaarden en alle talen over het verleden van haar man.

Op één ding na: het echtpaar moet pas op latere leeftijd getrouwd zijn. Daarvoor pleiten twee dingen. Ten eerste zijn er geen kinderen, al is dat nog geen afdoende bewijs. Ten tweede blijkt uit het vervolg dat Valgia Silvilla het graf ook openstelt voor haar eigen vrijgelatenen én die van Auximus. Op zich is dat heel gewoon, evenals de daarop volgende bepaling waarbij ook de afstammelingen van deze vrijgelatenen nog bedacht worden.

Het opvallende zit in de expliciete ontdubbeling van de vrijgelatenen in die van haarzelf én die van Auximus. Dat betekent dat Auximus zelf vrijgelatenen moet hebben gehad die hij als slaaf níet met Valgia Silvilla gedeeld had, die dus niet tot hun gezamenlijke huishouden behoord hebben. Met andere woorden: beiden hadden een leven geleid vóór het huwelijk dat aan de basis ligt van deze grafsteen. Als ze samen slaven hadden vrijgelaten was elke bijkomende vermelding bijkomstig en overbodig.

Als het huwelijk pas op latere leeftijd tot stand gekomen is, kan dat een zakelijke transactie, een joint venture, zijn geweest, maar even goed kan het inderdaad een goed huwelijk zijn geweest. Laat ons het laatste hopen…

Maar hiermee is het verhaal nog niet uit. De titel van deze bijdrage luidt ‘Een straat voor een dame’ en al kunt u nu wel vermoeden dat de dame in kwestie Valgia Silvilla zal zijn, dat gedeelte van die straat is u nog volstrekt onduidelijk.

Perverse geesten (want, helaas, die zullen er ook wel in het lezerspubliek vertegenwoordigd zijn) zullen mogelijk met de gedachte hebben gespeeld dat Valgia Silvilla zelf een dame van de straat was of was geweest, doch Schrijver dezes verzekert u dat er niets, maar dan ook niets is wat daarop in de verste verte wijst. Valgia Silvilla was voor zover wij weten, een respectabele dame. Of ze sympathiek was, weten we niet, maar respectabel was ze wel.

Ze was zelfs zo respectabel dat ze een straat naar zich genoemd kreeg. Ongelovig trekt u nu uw wenkbrauwen op: een straat? Jawel, er bestaat een via Valgia Silvilla. Het gaat om een zijstraatje van de via Tuscolana in het quartiere Tuscolano. Dat is ver uit het centrum en Schrijver dezes zal er niet snel komen (en u ook niet, vermoedt hij), maar van de andere kant zitten we daar met het feit dat er nog steeds geen straat in Rome heet via Scrittore di questo of via Eric Claes om een andere notoire bezoeker van de Eeuwige Stad te noemen. Maar dus wel een via Valgia Silvilla.

Wat heeft Valgia Silvilla dan gedaan om een straat naar zich benoemd te krijgen? U zult het nooit geloven: zij heeft een opschrift opgesteld. Echt waar.

Dat is niet het opschrift dat we zonet hebben besproken, maar een ander dat ingemetseld zat in het (toenmalige?) nummer 155 van de via Tuscolana, hier vlakbij. Inmiddels is de steen overgebracht naar het Museo Nazionale Romano, maar dat mag ons niet bedrukken:

SACRVM
BONAE DEAE
CASTRENSIS
FECIT
VALGIA SILVILLA

Sacrum / Bonae deae / Castrensis / fecit / Valgia Silvilla

‘Gewijd aan de Goede Godin (Bona Dea) van het kamp. Valgia Silvilla heeft dit gemaakt.’

straat_dame (2)

Omdat het om een tamelijk eenvoudige steen gaat (en niet om een die tot eindeloos ver slepen nodigt), gaat men er van uit dat dit opschrift in de buurt zal zijn gevonden. Wanneer weet niemand. De steen zat daar sinds mensenheugenis.

Ook de grafsteen is ergens in deze zelfde buurt opgedoken, nabij de Porta Furba. Wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn, is verder niet duidelijk. De Klassieke filologie zit (net als de archeologie) vol met onduidelijkheden waarvan iedereen toegeeft dat het onduidelijkheden zijn. De rest bestaat uit strijdpunten waarover men elkaar het leven zuur maakt. Echt iets weten doen we blijkbaar niet vaak.

En dat geldt ook hier. Alles in dit opschrift lijkt duidelijk, op één ding na. Laten we eerst meteen stellen waarom we hier tevergeefs op Auximus zitten te wachten. Het kan zijn dat Auximus nog niet als getrouwde partner in zicht was, het kan zijn dat hij al dood en begraven was, het kan zijn dat hij zodanig onder de plak zat dat hij nergens bij vermeld zou worden: dat doet allemaal niet ter zake, want Auximus zou nooit ofte nimmer in dit opschrift zijn vermeld. Om de eenvoudige reden dat de cultus van de Bona Dea alleen voor vrouwen openstond. Auximus had daar niets te zoeken.

Maar wat is er dan onduidelijk?

Castrensis.

Dat betekent ‘van het (leger)kamp’. Maar in een legerkamp waren geen vrouwen en bij de cultus van de Bona Dea geen mannen. Ja goed, er was ooit eens één man van wie we weten dat hij, in vrouwenkleren zelfs, bij het feest voor de Bona Dea in het huis van de pontifex maximus is doorgedrongen. Maar dat was niet als spion, maar om de vrouw van Caesar het hof te maken. Of zij daar ook zo over dacht, weten we niet, maar Caesar (en hij was de pontifex maximus) vond dat de vrouw van Caesar zelfs niet verdacht mocht zijn en liet zich meteen van haar scheiden. Of Clodius (dat was de snoodaard die zo driest verkleed was binnengedrongen) nog iets met haar geprobeerd heeft, vertelt de geschiedenis niet.

Dus: wat doet Castrensis nu in dit opschrift? De meest voor de hand liggende verklaring is dat er diverse heiligdommen van de Bona Dea waren en dat deze (in ieder geval in de volksmond) genoemd werden naar de wijk, naar een persoon die daar woonde, naar een monument in de buurt. Net zoals er nu in Rome geen Santa Maria is, maar een hele massa kerken die aan OLV zijn toegewijd, alle met een fraaie precisering. Dell’Anima, Sopra Minerva, in Trastevere, della Quercia enz.

Dat lijkt niet onredelijk als verklaring, maar werpt meteen de volgende vraag op: welk kamp was dat dan? Het best bekende kamp in Rome was natuurlijk dat van de Praetoriaanse garde, de Castra Praetoria, maar dat ligt hier veel te ver vandaan. Waarschijnlijk moeten de archeologen hier in de buurt eens ernstig gaan wroeten om dat kamp te vinden…

Tegelijk bestaan er nog drie andere opschriften waarin van een Bona Dea Castrensis sprake is. Althans, zo willen het de corpora. Een daarvan is in Aquileia gevonden, dus het is uitgesloten dat dat iets met onze Castrensis te maken heeft. Van de twee andere die beide in Rome zijn gevonden (dat punt hebben we dus binnen), ontbreekt in één de aanhef.

De tekst begint pas met ]nsi dat in een geniale inval door de dienstdoende epigrafist is aangevuld tot: [Bonae Deae Castre]nsi. Kijk, zo kan iedereen het. Dit bewijst vooral dat het niets bewijst. Blijft dus één ander getuigenis waarin de naam tenminste compleet is. Maar waarvan niemand weet waar het gevonden is…

Zalige wetenschap, de epigrafie!

Laat ons het erop houden dat Valgia Silvilla op een of andere wijze met dit stuk van het Romeinse buitengebied verbonden was, ook al kunnen we dat niet nader preciseren…

Weten we nog meer? Nee en ja. Over Valgia Silvilla weten we verder niets meer. Het is wachten op nieuwe opschriften over (of van) haar of over Auximus. Maar de familie waartoe ze behoorde, de Valgii, is wel verder bekend.

Zo weten we van ene Valgius Rufus. Wie zijn Horatius uit het hoofd kent, springt meteen op en roept uit dat Horatius zijn Carmina, II, 9 aan deze Valgius Rufus heeft opgedragen. Ook in de Panegyricus Messallae uit het Corpus Tibullianum wordt hij genoemd. Blijkbaar was Valgius een dichter van elegieën en epigrammen, maar de acht verzen die er in totaal van hem bewaard zijn, staan ons niet toe veel over zijn talent te zeggen. Wel weten we dat hij in 12 v.Chr. consul suffectus was. Hij hoorde daarmee zeker tot de aanzienlijke personen van zijn tijd.

Valgia Silvilla kan familie van hem zijn geweest. Als de datering van Schrijver dezes juist is, moet Valgia Silvilla twee of drie generaties jonger zijn geweest dan Valgius Rufus. Als de anderen gelijk hebben, zat ze er nog dichter bij. Verder kunnen we bij gebrek aan nadere inlichtingen niet komen, maar de gens Valgia waartoe onze Silvilla behoorde, was in ieder geval een vooraanstaande familie.

En dat wordt weerspiegeld in de opschriften van Valgia Silvilla die in hun verzorgde vorm verraden dat hier zowel geld als smaak als zelfbewustzijn aan de orde zijn.

Valgia Silvilla plaatste zichzelf niet geheel ten onrechte vooraan. En die straatnaam heeft ze ook niet geheel ten onrechte, ook al is haar voornaamste (bekende) prestatie het oprichten van een opschrift. Waar opschriften allemaal niet goed voor zijn…

En Auximus? Och, dat zat wel goed.