Archive for juli, 2022

Een bezoek aan de catacombe van Commodilla

19 juli 2022

De catacombe van Commodilla die, zoals je gisteren kon lezen, na een langdurige restauratie wordt opengesteld voor bezoekers, ontstond in het begin van de vierde eeuw en situeert zich op drie niveaus.

Het oudste en meest interessante niveau vanuit archeologisch oogpunt, is het middelste gedeelte, dat werd uitgebouwd in een puzzolaangroeve. Hier bevinden zich de graven van de martelaren in een kleine ondergrondse basiliek. Het is ook vanaf dit niveau dat de overige delen van de catacombe zich ontwikkelden.

Bovengronds zijn er geen monumenten of restanten meer die wijzen op het bestaan van de catacombe. Wie het niet weet, wandelt door het Giovannipoli-park zonder ook maar even te denken aan een catacombe.

Het belangrijkste niveau heeft een zeer brede doorgang waarvan dus verondersteld wordt dat het een originele tunnel van de voormalige puzzolaangroeve is geweest.

De tunnel begint als een eenvoudige opening in de zijkant van een heuvel en vertakt vervolgens in een netwerk van andere gangen die vermoedelijk eveneens werden uitgegraven in de tijd dat de groeve nog in bedrijf was.

Pas in de tweede helft van de vierde eeuw werden nieuwe bijkomende tunnels gegraven omdat de begraafplaats steeds voller geraakte. In die periode werd ook de oorspronkelijke ingang ommuurd en werd er een toegangstrap aangelegd die direct naar het belangrijkste heiligdom leidde. Dit is de ingang die nog steeds in gebruik is.

commodilla (20)

Opvallend aan deze catacombe zijn de verschillende lucinaria of lichtschachten. Die waren bedoeld om zowel licht als lucht in de muffe grafkamers te brengen. Dat gebeurde in principe enkel voor de belangrijke kamers zoals die van heiligen, die frequent werden bezocht door pelgrims of gelovigen.

In die periode was er in de catacomben van Rome een grote vraag naar nieuwe begraafplekken. De vloeren van de bredere gangen werden verdiept om plaats te bieden aan nog meer loculi aan beide zijden van de aldus ontstane ‘loopgraven’.

Een eigenaardigheid waarmee de catacombe van Commodilla zich onderscheidt van andere Romeinse catacomben, is de aanwezigheid van de zogenaamde putgraven, diepe putten waar in de wanden tot twintig nissen werden uitgehakt om er doden in op te bergen.

commodilla(23)

Dezelfde manier van werken is enkel te zien in de nabijgelegen catacombe di Santa Tecla (foto boven) aan de Via Silvio D’Amico, dichtbij het metrostation Marconi. Ook deze dateert uit de vierde eeuw.

De gelijkenis in de manier van opbouw is soms zo treffend dat zelfs wordt vermoed dat beide begraafplaatsen lange tijd werden beheerd door dezelfde persoon of instantie.

commodilla(25)

Archeologen weten nog altijd niet waarom in deze catacomben niet gewoon bijkomende nieuwe niveaus werden uitgegraven. Vooral in de catacombe van Commodilla was er duidelijk plaatsgebrek, maar er werd nooit werk gemaakt van een echt structurele uitbreiding.

In de plaats daarvan bleef men vele jaren bijna krampachtig proberen zoveel mogelijk overledenen onder te brengen in de bestaande ruimtes, zelfs in putgraven. Er kwamen nauwelijks nieuwe gangen bij. Bestond toen al de vrees voor aardverschuivingen? Was er een gebrek aan geld of middelen om dieper te graven? Het is niet duidelijk.

Eveneens uit de late vierde eeuw dateert de herinrichting van het graf van de beide heiligen, Felix en Adauctus. Dat werk was in gang gezet door paus Damasus (366-394) en werd voltooid door zijn opvolger paus Siricius (384-399).

De verfraaiing van het heiligdom omvatte de verbreding van het einde van de tunnel, waardoor een soort grote crypte ontstond. Door een instorting raakte de ruimte eeuwenlang afgesloten, waardoor archeologen deze in de moderne tijd volledig intact hebben teruggevonden.

In vergelijking met andere ondergrondse begraafplaatsen wordt de catacombe van Commodilla ook gekenmerkt door een extreme architectonische, epigrafische en iconografische armoede. Opgravingen in de vorige eeuw maakten duidelijk dat de catacombe niet alleen overvol was, maar ook duidelijk bestemd was voor arme mensen.

Het eerste niveau bevat geen cubicula (kleine afzonderlijke grafkamers) of arcosolia (nisgraven met erboven een boog), alleen loculi, eenvoudige grafnissen. De grafschriften zijn doorgaans ook van slechte kwaliteit, bevatten spelfouten of ontbreken soms helemaal. Het lijkt erop dat de ‘klanten’ van deze catacombe mensen uit de lagere klasse waren met niet al teveel geld om aan de overledenen te besteden.

Het tweede deel van de catacombe van Commodilla dateert uit het einde van de vierde eeuw en het begin van de vijfde eeuw, en bevat wel enkele graven van mensen uit de hogere klasse. Er zijn zelfs enkele cubicula aanwezig.

De catacomben van Commodilla waren tot de zesde eeuw in gebruik als begraafplek, hoewel ze daarna nog druk bezocht zouden worden. Op een bepaald moment werd bovengronds ook een kleine basiliek gebouwd, gewijd aan de heiligen Felix en Adauctus. Dat gebeurde op de plek van een nog oudere bovengrondse begraafplaats waarvan geweten is dat die reeds vóór de catacombe bestond.

De overgebleven fresco’s in het belangrijkste heiligdom getuigen eveneens van verschillende renovaties. Het werk dat vandaag nog te zien is dateert voornamelijk uit de zesde eeuw. Er werd mogelijk voor het laatst aan gewerkt in opdracht van paus Johannes I (523-526). Eén frescopaneel heeft echter een opschrift dat het werk dateert in de periode van keizer Constantijn IV (668-685).

Het begraafcomplex van Commodilla werd vermoedelijk volledig buiten gebruik gesteld tijdens het bewind van paus Leo IV (847-855), die de relikwieën van Felix en Adauctus schonk aan Irmgard, de vrouw van keizer Lotharius I (795-855).

Zij schonk de resten van de heiligen op haar beurt aan een nonnenklooster in Eschau in de Elzas. Van daaruit werden ze volgens de overlevering in 1361 naar de Stephansdom in Wenen gebracht. Zeker is dat niet.

Marcantonio Boldetti (1663-1749) beschrijft in 1720 de herontdekking van de catacombe van Commodilla. Hij heeft het dan duidelijk over het niveau met het heiligdom.

Een zoveelste nieuwe aardverschuiving in de vorige eeuw zorgde ervoor dat de catacombe gedurende lange tijd ontoegankelijk was. Niet meteen een nadeel, want zo was ze ook relatief veilig voor plunderaars.

commodilla(24)

In de late negentiende eeuw voerden Giovanni Battista De Rossi en Henry Stevenson een diepgaand onderzoek uit naar de catacombe. Zij identificeerden in 1897 ook met zekerheid de plek als de catacombe die in geschriften bekendstond als deze van Commodilla.

De eerste grote archeologische opgraving die goed werd gedocumenteerd gebeurde in 1903, onder de auspiciën van de Pontificia Commissione di Archeologia Sacra. Die beperkte zich tot het eerste niveau en de heiligdommen van de martelaren.

Bij die gelegenheid werd ook het bestaan ontdekt van een nog lagere verdieping. Het was op de basis van die bevindingen dat Bellarmino Bagatti ongeveer dertig jaar later, in het begin van de jaren ’30 van de vorige eeuw, nieuwe opgravingen uitvoerde. Daaruit ontstond zijn bekende proefschrift Il Cimitero di Commodilla o dei Martiri Felice e Adautto sulla via delle sette chiese, dat in 1934 werd gepubliceerd.

Andere delen van de catacomben werden vanaf 1953 door Antonio Ferrua verkend. De resultaten van dat onderzoek publiceerde hij in 1958. Deze campagne leidde onder meer tot de ontdekking van andere cubicula.

Publiek was er zelden welkom, al zal dat vooral met de veiligheid te maken hebben gehad. De jongste decennia werd de catacombe tijdens speciale archeologiedagen weleens opengesteld voor een bezoek. Maar dat waren grote uitzonderingen.

De bovenkant van de toegangstrap wordt beschermd door een klein gebouwtje van gepleisterde baksteen dat in het gisteren beschreven Parco di Commodilla staat, vandaag een aangename en rustige open ruimte met zitbanken en speelruimte voor kinderen.

Door de aanwezigheid van het park is er in recentere tijden nooit bovenop de catacombe gebouwd. Wel bevond zich op deze plek zoals gisteren verteld gedurende lange tijd een wijngaard, de Vigna Serafini. Aan het begin van de twintigste eeuw stonden hier nog wijnstokken.

Die wijngaard lijkt echter wel gezorgd te hebben voor de verwijdering en vernietiging van alle oppervlakte-restanten van oude bouwsels. Zo zijn ook de fundamenten van de basilica (die vaak wordt verward met de ondergrondse crypte) nooit teruggevonden.

Wellicht heeft de eerste wijnboer toen hij zijn domein begon te cultiveren systematisch alle stenen uit de grond gehaald en opgeruimd. Als dat zo is, heeft hij het in ieder geval grondig gedaan.

De huidige trap waarlangs je afdaalt in de catacombe van Commodilla volgt de originele trap die gemaakt werd toen de begraafplaats in de vierde eeuw voor het eerst systematisch werd aangelegd. De doorgang komt uit in de crypte.

Tegenover het martelarengraf in de crypte, aan de rechterkant, is in 1903 de niet geplunderde zijgang ontdekt, met volledig intacte loculi, inclusief de persoonlijke voorwerpen waarmee de overledenen destijds werden begraven.

Bij de verbouwing van de crypte in de vijfde eeuw en door het optrekken van nieuwe muren raakte de toegang tot deze zijgang afgesloten en vergeten. Daardoor bleef die vele eeuwen verborgen en dus ongeschonden.

De crypte is een grote ruimte met een onregelmatig grondplan, vandaag verstevigd met modernere gewelven in baksteen. Er zijn twee arcosolia en twee ronde apsisnissen, waarvan één erg hoge aan de rechterkant van het hoofdgraf. Misschien bevatte deze nis ooit beeldhouwwerken.

De crypte was destijds volledig beschilderd, maar veel hiervan is vergaan en vrijwel onzichtbaar. Er zijn echter enkele interessante werken bewaard gebleven en er zijn aanwijzingen dat zich onder de bestaande schilderingen nog oudere werken bevinden.

Zo werden in de crypte toen deze nog in gebruik was in verschillende periodes decoratiewerken uitgevoerd. Sommige delen werden meermaals overschilderd.

commodilla (22)

Het belangrijkste arcosolium (een nisgraf met bovenaan een boog), dat opengebroken werd gevonden en met moderne middelen werd gerepareerd, toont een fresco van de twee heiligen in het timpaan. Het timpaan van het tweede arcosolium heeft een zesde-eeuws fresco van Christus die de sleutels aan Sint-Pieter geeft.

Christus zit op een wereldbol, die zijn universele macht symboliseert, en de heilige Petrus bevindt zich aan de linkerkant. De apostel heeft zijn handen in zijn tuniek gewikkeld, protocol voor wanneer een hoveling iets kreeg van de keizer.

Aan de rechterkant zien we de heiige Paulus, die op dezelfde manier een doos met kaarsen vasthoudt. De andere afgebeelde heiligen zijn Emerita, Felix, Adauctus en Stefanus, de eerste martelaar van het christendom.

Rechts van het hoofdgraf staat een goed bewaard gebleven fresco-icoon van Sint- Lucas. Hij houdt een kleine handtas vast, die wordt beschouwd als een dokterstas. Dit is naar verluidt het vroegst bekende voorbeeld van dit attribuut.

Dit is de lijst die het voormelde opschrift bevat dat het werk dateert uit de periode van keizer Constantijn IV (668-685). Het moet toegevoegd zijn nadat de begravingen in de catacombe al gestopt waren.

commodilla(12)

De linkerzijmuur toont het goed bewaard gebleven fresco van Turtura. In 1971 werd het ernstig beschadigd door een vandaal die in de gesloten catacombe was binnengedrongen. De muurschildering kon later echter nauwkeurig worden hersteld.

Het fresco toont een afbeelding van de Madonna met het kind, geflankeerd door de heiligen Felix en Adauctus, die Turtura als smekelinge presenteren. Onze-Lieve-Vrouw wordt afgebeeld als een keizerin, gekleed in paars en gezeten op een scharlaken kussen op een vergulde troon versierd met parels.

Ze houdt het Christuskind vast, gekleed in gouden stof. Onder het fresco staat een lang grafschrift, samengesteld door Turtura’s zoon Obas, dat biografische informatie geeft. Turtura (de naam betekent ‘tortelduif’, zoals het grafschrift duidelijk maakt) leefde zesendertig jaar als weduwe en voedde haar zoon op als alleenstaande moeder.

commodilla(3)

Paus Damasus liet voor de twee heiligen een grafschrift maken waarvan archeologen slechts een klein origineel fragment terugvonden. Gelukkig werd de tekst in de vroege middeleeuwen getranscribeerd. Er staat:

O semel atque iterum vero de nomine Felix qui, intemerata fide, contempto principe mundi, confessus Christum coelestia regna petisti. O vera pretiosa fides, cognoscite, fratris qua ad coelum victor pariter properavit Adauctus. Presbyter his verus, Damaso rectore iubente, composuit tumulum sanctorum limina adornans.

Onze expert Michiel Verweij, die iedereen inmiddels kent van zijn vele avonturen met Latijnse opschriften en manuscripten, vertaalt dat als volgt:

Oh Felix, met één, ja twee maal juiste naam,
Die met onbevlekt geloof de vorst der wereld verachtte,
Christus beleed en het hemels rijk verwierf!
O waarlijk kostbaar geloof van een broeder, verneem het!,
Waarmee Adauctus op dezelfde wijze als overwinnaar naar de hemel haastte.
Priester Verus bouwde voor hen op last van paus Damasus
Een tombe, versierde de ingang van de heiligen.

Aangenomen wordt dat de fictieve romantiek van de heiligenlegende op dit grafschrift is gebaseerd. Volgens de overlevering werd Felix naar het schavot geleid om onthoofd te worden, toen een onbekende christen uit de massa toeschouwers naar voor stapte en zich vrijwillig bij hem voegde en verkondigde dat hij op dezelfde manier wilde sterven. Dat gebeurde, en na zijn dood kreeg hij de naam Adauctus, wat zoveel betekend als ‘gewijd om te offeren’.

Marcantonio Boldetti beweerde in de achttiende eeuw dat hij in de catacombe van Commodilla het heiligdom en graf van de heilige martelares Emerita had ontdekt, op enige afstand van de crypte. Hij merkte op dat het timpaan van het arcosolium een fresco van een jonge vrouw had en dat zich in de onmiddellijke nabijheid bijzonder veel graven bevonden.

Het was volgens hem duidelijk een populaire plek, overleden gelovigen hadden hun laatste rustplaats immers graag zo dicht mogelijk bij een heilige. Emerita, de zus van de heilige Lucius, leek een geschikte kandidate. Hoe Boldetti bij die naam kwam is niet duidelijk. Er is nooit enige verwijzing naar Emerita gevonden.

De redenering van Boldetti was dus niet alleen uiterst zwak, maar raakte kant noch wal. Het verhaal bleef echter sluimeren. Het werd na verloop van tijd zelfs geloofd omdat er elders nooit een spoor is gevonden van Emerita.

De relieken van de vermeende heilige werden uiteindelijk zelfs overgebracht naar de San Marcello al Corso, waar ze zich vandaag nog steeds bevinden.

commodilla (21)

Terwijl de overgrote meerderheid van de overledenen in deze catacombe zonder twijfel arm was, is het cubiculum van Leonis dan weer duidelijk bestemd voor iemand met een zeer hoge status. Het had zelfs een eigen afzonderlijke toegang. Het dateert uit het einde van de vierde eeuw of net erna.

De vrij kleine kamer heeft drie arcosolia en is volledig bedekt met fresco’s, gemaakt met veel dure scharlakenrode verf van cinnaber. De muren tonen scènes uit het Nieuwe Testament en het leven van Paulus, maar het belangrijkste werk bevindt zich bovenaan.

commodilla(4)

Het toont Christus als een majestueuze man met een baard. Dit fresco is het eerste bekende voorbeeld van dit iconografische motief, dat zeer bekend is geworden in de religieuze kunst. Traditioneel werd Christus afgebeeld als een jonge man zonder baard.

commodilla(13)

Dichtbij het cubiculum bevindt zich ook nog een arcosolium met een timpaanfresco waarin Christus als het Lam van God de manden met broden zegent (foto boven).

Catacombe van Commodilla
Via delle Sette Chiese 42, Rome

Een bezoek is via e-mail aan te vragen bij de Pontificia Commissione Archeologia Sacra, minstens tien dagen vóór het bezoek en met vermelding van de datum van het gewenste bezoek en het aantal personen (maximum 15).

E-mail: protocol@arcsacra.va
Tel: +39 064465610
Tel. +39 064467601

http://www.catacombeditalia.va/

Catacombe van Commodilla opent voor bezoekers

18 juli 2022

De laatste restauratiefase in de catacombe van Commodilla in het zuiden van Rome is achter de rug. Kardinaal Gianfranco Ravasi, het hoofd van de Pontificia Commissione Archeologia Sacra, de pauselijke commissie die instaat voor het beheer en het onderhoud van de Romeinse catacomben, heeft een inauguratieceremonie gehouden ter gelegenheid van de restauratie van de fresco’s in de catacombe.

Er werden de voorbije paar jaren ook werken uitgevoerd om een veilige toegang te garanderen, want de begraafplek kreeg in het verleden regelmatig af te rekenen met aardverschuivingen. Die onveilige toestand was ook de reden dat ze jarenlang gesloten bleef. Binnenkort is het pubiek er weer welkom. De site bevindt zich in het Parco di Villa Giovannipoli, langs de Via delle Sette Chiese.

De restauratie werd betaald door de Hejdar Alijev-stichting, een liefdadigheidsinstelling onder leiding van Mehriban Aliyeva, de vrouw van president Ilham Alijev van Azerbeidzjan. De stichting is genoemd naar de vader van de huidige president en financierde eerder al andere restauraties in de Romeinse catacomben.

Een gedeelte van de catacombe van Commodilla werd enkele jaren reeds opgeknapt. Toen ging het om de zogenaamde basilichetta of kleine basiliek, een ruimte die gewijd is aan de martelaren Felix en Adauctus, in het Italiaans Felice en Adautto.

Beiden zouden omstreeks 303 tijdens de vervolgingen door keizer Diocletianus onthoofd zijn, al werd er in het verleden meermaals aan getwijfeld of dat verhaal wel klopt. Het voornaamste herstelwerk dat het voorbije jaar werd uitgevoerd, had betrekking op de verschillende muurschilderingen.

commodilla(15)

De catacombe van Commodilla werd in 1720 herontdekt en bevindt zich in het Parco di Commodilla, bij de Romeinen ook bekend als het Parco (di Villa) Giovannipoli. Dat is een openbaar park in de Garbatella-wijk tussen de Via delle Sette Chiese en de Via Giovannipoli, ongeveer 600 m van de pauselijke basiliek San Paolo fuori le Mura (Sint-Paulus buiten de Muren).

Waar nu het park is, bevond zich vroeger een wijngaard, de Vigna Serafini. Tot in de twintigste eeuw groeiden hier wijnstokken. De laatste keer dat we de catacombe van Commodilla bezochten was in 2010 en het park was toen slecht onderhouden. Sindsdien kreeg het groengebied echter een flinke opknapbeurt en werden er onder meer speelzones voor kinderen ingericht.

Aan de oppervlakte, in het park dus, is de lay-out van de ondergrondse structuur gedeeltelijk gereproduceerd met ruw gemetste blokken travertijn die duidelijk maken hoever de tunnels zich uitstrekken onder de parkheuvel.

commodilla(16)

De catacombe van Commodilla is vooral bekend van de eerste bekende afbeelding van Christus met een baard. De traditie was nochtans om Jezus te tonen als een jonge, baardloze man.

De voornaamste opgravingen werden uitgevoerd door archeoloog Bellarmino Bagatti (1905-1990), een pater van de orde der franciscanen. Hij studeerde in 1934 af aan de Pontificia Accademia Romana di Archeologia, de Pauselijke Romeinse Academie voor Archeologie.

Dat gebeurde met een nog steeds belangrijk proefschrift over de catacombe van Commodilla, de site waar hij toen al twee jaar aan het werk was geweest.

Bagatti zou de rest van zijn leven wijden aan de archeologie. Hij specialiseerde zich in bijbelse archeologie en was verantwoordelijk voor talrijke opgravingscampagnes in Italië, Palestina, Israël en Jordanië. Hij leverde een enorme bijdrage aan de wetenschap.

commodilla(12)

De catacombe van Commodilla bevond zich in de oudheid vlakbij de oude Via Ostiensis. Dat de begraafplaats in de buurt van het graf van de apostel Paulus werd opgericht is uiteraard geen toeval. Voor de eerste christenen was het belangrijk om na hun dood zelf zo dicht mogelijk bij de belangrijke heilige martelaar eeuwige rust te vinden.

De nabijheid van de basiliek van San Paolo fuori le Mura bleek vooral in de vroege middeleeuwen lucratief, omdat zowat alle pelgrims die langs de Via Ostiensis naar de basiliek trokken, onvermijdelijk ook voorbij de catacombe van Commodilla kwamen.

Men kan zich levendig voorstellen hoe de nieuwsgierige, naar heiligheid verlangende pelgrims hier werden binnengelokt voor een bezoek. Andere catacomben in de buurt waren onder meer de ondergrondse Tomba di San Timoteo en de Catacomba di Santa Tecla. Wat verderop bevindt zich ook de Catacombe di San Ciriaco.

commodilla(25)

Op de plek van de catacombe van Commodilla bevond zich in de oudheid een puzzolaangroeve. Interessant om weten is dat de ondergrondse groeve nog in bedrijf was toen de eerste doden hier al werden bijgezet.

Vermoedelijk gebeurde dat in een gedeelte van de ondergrondse gangen en ruimtes waar niemand meer kwam en die al buiten gebruik waren gesteld. Het gebeurde wel vaker dat een catacombe ontstond op de plek van een oude groeve, al was die meestal wel uitgeput en volledig buiten bedrijf.

Het is verleidelijk om te denken dat de eigenaars van dergelijke sites het fantastisch vonden dat ze dankzij de begrafenisrituelen van de christenen nog wat winst uit hun nutteloze oude groeve konden halen, louter door ze ter beschikking te stellen en de oude gangen gaandeweg in begraafruimtes te veranderen.

Al zal dat minstens even vaak ook gebeurd zijn uit sympathie voor de christenen of omdat de eigenaar zelf een gelovige was. In dit geval heette de eigenares van de grond (of de vrouw van de eigenaar) waar de oorspronkelijke catacombe werd ingericht Commodilla.

commodilla(2)

Het valt op dat het vaak vrouwen waren die het initiatief namen voor het oprichten van een nieuwe begraafplek, die dan vaak uitgroeide tot een catacombe waar na verloop van tijd duizenden overledenen werden bijgezet.

Verspreid over het grondgebied van Rome bevinden zich meer dan zestig catacomben, waarvan vele niet toegankelijk zijn voor het publiek. Zelfs nu nog gebeurt het nog weleens dat er een nieuwe begraafplek wordt ontdekt.

De grootste en waarschijnlijk ook de meest bekende, zijn de catacomben van San Callisto, San Sebastiano en Santa Domitilla, allemaal aan of vlakbij de Via Appia Antica.

Ook de catacombe van Sant’Agnese aan de Via Nomentana en de catacombe van Priscilla (Via Salaria) worden graag bezocht door toeristen.

Een bezoek aan Rome is eigenlijk onvolledig zonder een kijkje te nemen in een catacombe. De begraafplaatsen horen onlosmakelijk bij de geschiedenis van de stad.

Morgen brengen we een bezoek aan de catacombe van Commodilla, waarvoor de belangstelling na de heropening ongetwijfeld weer zal groeien.

Catacombe van Commodilla
Via delle Sette Chiese 42, Rome

Een bezoek is via e-mail aan te vragen bij de Pontificia Commissione Archeologia Sacra, minstens tien dagen vóór het bezoek en met vermelding van de datum van het gewenste bezoek en het aantal personen (maximum 15).

E-mail: protocol@arcsacra.va
Tel: +39 064465610
Tel. +39 064467601

http://www.catacombeditalia.va/

Taxistaking op 20 en 21 juli

16 juli 2022

Wie op woensdag 20 of donderdag 21 juli van of naar de luchthaven wil met een taxi, voorziet beter privévervoer of kiest voor de trein of bus.

De taxisector kondigt een tweedaagse nationale staking aan. De taxichauffeurs protesteren tegen de mededingingswet van de regering. Die zet de deuren open voor concurrenten zoals Uber.

taxiroma

De taxivakbonden zijn tegen de plannen van de regering om hun sector te liberaliseren. Ze beweren dat deregulering multinationals zou bevoordelen boven onafhankelijke chauffeurs.

De staking volgt na een dagenlang protest van de taxichauffeurs die de Via del Corso, vlakbij Palazzo Chigi waar de regering zetelt, uitkozen als actieterrein.

Stakingen aangekondigd bij Ryanair

15 juli 2022

Het boordpersoneel en de piloten van Ryanair in Italië leggen op zondag 17 juli het werk neer. De vakbondsactie is al de derde in een maand tijd.

De Belgische piloten van Ryanair kondigen eveneens een nieuwe staking aan op 23 en 24 juli. Dat weekend staken ook de Franse piloten van Ryanair. Ook elders in Europa zijn er de komende dagen acties gepland door Ryanair-personeel.

Er wordt geprotesteerd tegen de arbeidsvoorwaarden en -contracten van de luchtvaartmaatschappij. De onvrede is groot omdat de directie niet ingaat op de vragen van het personeel.

ryanair

De staking krijgt zware kritiek van Italiaanse consumentenverenigingen. Het is geen probleem dat werknemers opkomen voor hun rechten, maar het is onaanvaardbaar om in het volle zomerseizoen vliegtuigreizen onmogelijk te maken zodat reizigers niet op hun vakantiebestemmingen geraken. Die zijn andermaal de dupe en verliezen onterecht vakantiedagen en geld, klinkt het bij Assoutenti.

Ook de consumentenrechtenorganisatie Codacons hekelt de onverantwoordelijke staking, waarbij burgers als gijzelaars worden gebruikt tijdens de zomervakantie.

De consumentenverenigingen wijzen ook op de gevolgen voor de toeristische sector die nog lang niet hersteld is van de zware klappen als gevolg van de coronacrisis. Dit kunnen we echt wel missen, klinkt het.

De Italiaanse burgerluchtvaartautoriteit ENAC herinnert eraan dat een minimale dienstverlening verplicht is en dat tijdens stakingen vluchten moeten gegarandeerd worden van 7 tot 10 uur en van 18 tot 21 uur.

President Mattarella weigert ontslag van premier Mario Draghi

15 juli 2022

President Sergio Mattarella weigert het ontslag van premier Mario Draghi nadat de Vijfsterrenbeweging (MoVimento 5 Stelle, M5S) weigerde een belangrijke vertrouwensstemming te steunen. De M5S is de op één na grootste coalitiepartner in de regering.

De president heeft aan Mario Draghi gevraagd om de balans op te maken van de politieke situatie en te bekijken of de regering nog voldoende steun heeft om mogelijk toch nog door te gaan. Woensdag moet de premier verslag uitbrengen bij Mattarella.

Draghi maakte informeel al duidelijk dat hij er eigenlijk meer dan genoeg van heeft, hoewel er nog veel werk wacht. Zo moet de nieuwe begroting nog worden opgemaakt en goedgekeurd.

palazzo_chigi

De M5S, geleid door voormalig premier Giuseppe Conte, weigerde in de Senaat goedkeuring te geven aan een pakket steunmaatregelen voor gezinnen en ondernemers ter waarde van 26 miljard euro. Volgens Conte was dat niet sociaal genoeg.

Ook de plannen voor een afvalverbrandingsoven in Rome werden tegengewerkt door de M5S. Een oplossing voor het enorme afvalprobleem waarmee Rome vooral in de buitenwijken te maken heeft, is nochtans dringend nodig.

Eerder was Conte ook tegen het sturen van meer militaire hulp en wapens aan Oekraïne. Conte beweert dat de regering heeft geweigerd te luisteren naar voorstellen van de M5S.

Uiteindelijk won Draghi gisteren toch de vertrouwensstemming, die werd aangenomen met 172 stemmen vóór en 39 tegen. De premier had echter eerder gewaarschuwd dat hij niet zou regeren zonder de steun van de M5S en vertrok meteen naar Palazzo del Quirinale om zijn ontslag aan president Mattarella aan te bieden.

mario_draghi (1)

Draghi’s brede coalitie, die begin 2021 werd gevormd na de ineenstorting van de regering van Giuseppe Conte, kreeg toen de steun van alle grote partijen in het parlement, met uitzondering van de Fratelli d’Italia (FdI).

Ook de Lega-partij van Matteo Salvini had al eerder gedreigd de regering te verlaten als de M5S de belangrijke stemming zou boycotten.

Enrico Letta, de leider van de centrumlinkse Partito Democratico (PD) liet weten dat vervroegde verkiezingen logisch zijn als de regering het vertrouwen van sommige coalitiepartners verliest.

Giorgia Meloni van de Fratelli d’Italia, die aan de leiding staat in opiniepeilingen, riep alvast op tot onmiddellijke verkiezingen. In principe trekt Italië pas in het voorjaar van 2023 naar de stembus.

De steun voor de Vijfsterrenbeweging is het voorbije jaar sterk afgenomen en onlangs werd de partij gesplitst nadat minister van Buitenlandse Zaken en voormalig leider Luigi Di Maio ontslag nam uit de partij en daarbij de steun kreeg van een zestigtal parlementsleden.

Als coalitiepartner de regering niet steunen is een ernstige zaak. Een regeringscrisis uitlokken midden in een oorlog getuigt van onverantwoordelijkheid en veroordeelt het land tot de afgrond, verklaarde Luigi Di Maio.

Een straat voor een dame

15 juli 2022

Avonturen met opschriften – XXVIII

Ruim drie jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze clubleden, maar die uiteraard ook bijzonder leerrijk zijn voor alle anderen.

Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de 28ste bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval.

Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 28. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

Het is gelukt! Schrijver dezes is na meer dan twee jaar onderbreking eindelijk weer naar Rome gegaan. En, zoals te verwachten is, was zowat zijn eerste gang meteen naar zijn favoriete hoek, de opschriftentuin van de Thermen van Diocletianus. Inderdaad de plaats, waar hij u de vorige maal ook al mee naar toe genomen had. Schrijver dezes is een simpele ziel: hij gaat graag terug naar waar hij al geweest is.

Zo kwam hij nu opnieuw menig menselijk drama tegen dat zich in een opschrift gestold heeft. Dat is het fascinerende van het lezen van opschriften. Schrijver dezes weet even goed als u en ieder ander dat al deze opschriften wetenschappelijk zijn getranscribeerd, uitgegeven, bestudeerd en wat weet hij niet allemaal meer, maar daar gaat het niet om: het is net de persoonlijke poging tot lectuur die u als lezer bij de gebeurtenissen van toen brengt, die u doet nadenken over de inhoud en de achtergrond. Zo ook nu weer.

Als u de Giardino vooraan de Thermen van Diocletianus binnengaat, komt u al snel een grote grafsteen tegen. De letters zijn fraaie kapitalen. Beschadigingen zijn er niet. De tekst is als volgt:

DIS MANIBVS
SACRVM
VALGIA SILVILLA
SIBI ET
TI CLAVDIO AVXIMO
CONIVGI SVO
BENEMERENTI ET
LIBERTIS LIBERTABVS
QVE SVIS ET AVXIMI
POSTERISQ EORVM

Dis Manibus / sacrum. / Valgia Siluilla / sibi et / Ti(berio) Claudio Auximo / coniugi suo / benemerenti et / libertis libertabus/que suis et Auximi / posterisq(ue) eorum.

‘Gewijd aan de goden van de onderwereld. Valgia Silvilla voor haarzelf en voor Tiberius Claudius Auximus, haar echtgenoot die dit wel verdiend heeft, en de vrijgelatenen van haar en van Auximus en hun nakomelingen.’

straat_dame (3)

Nu kan Schrijver dezes doen als Sherlock Holmes en u gewoon totaal overbluffen om vervolgens zijn redenering te laten volgen, waarna u denkt: ‘zo kan ik het ook!’. Alleen valt dat dan vaak vies tegen (in alle bescheidenheid). Maar laat ons toch maar op de vertrouwde wijze werken…

Om te beginnen de datering. De letters zijn zeer klassiek van vorm en suggereren een vroege datum. Anderzijds is de formule Dis Manibus (Sacrum) ‘gewijd aan de goden van de onderwereld’ vooral vanaf de Flavische periode in gebruik. Vandaar dat een datering in de tweede helft van de 1ste eeuw of het begin van de 2de eeuw n.Chr. voor de hand ligt, zelfs al geven de bekende repertoria de eerste helft van de 1ste eeuw n.Chr. op. Schrijver dezes ligt nu eenmaal altijd dwars en weet het altijd beter (zoals u al vaak zult hebben verzucht).

Opvallend is dat het initiatief uitgaat van Valgia Silvilla. Van een vrouw dus. Niet bepaald wat overeenstemt met ons klassieke beeld van de brave onderworpen vrouw die thuis zat te spinnen en te weven. Cato de Oude zou er wellicht van hebben gegruwd, maar hem vragen we niet om zijn mening.

Valgia Silvilla treedt zelfbewust voor het voetlicht. Dit grafmonument heeft zij (bij haar leven: al staat dat er niet bij, het lijkt toch het meest voor de hand te liggen) opgericht voor zichzelf én voor haar man Tiberius Claudius Auximus. Blijkbaar is de laatste al overleden, want anders zou daar niet zo mooi de klassieke formule aan zijn toegevoegd coniugi suo benemerenti ‘voor haar echtgenoot die dit wel verdiend heeft’. Dat laatste is altijd riskant als de persoon nog leeft.

Vraag maar aan Plinius. De Jonge in dit geval. Die heeft eens een pleidooi gehouden in een proces aangespannen door Attia Viriola. Haar vader was op 80-jarige leeftijd (!) hertrouwd (!) en binnen twee weken (!) had hij zijn eigenlijke dochter uit een eerder huwelijk onterfd. De stiefmoeder wordt in dit geval niet met naam genoemd en we hebben geen idee of zij een gold digger was, maar Attia zal blij zijn geweest dat ze niet alvast een grafsteen had laten kappen patri benemerenti ‘voor haar vader die het zo verdiende’.

Helaas vertelt Plinius niet hoe het verder afgelopen is, of vader en dochter nog ooit met elkaar gesproken hebben, of de stiefmoeder haar man heeft vergiftigd (of haar stiefdochter), enz. Het enige dat we weten is dat Plinius lang heeft staan pleiten en dat hij zo tevreden was met zijn redevoering dat hij deze meteen en zonder omwegen naar een vriend van hem heeft gestuurd, met begeleidende brief waaruit blijkt dat hij zelf erg over zijn oratie te spreken was.

Enfin, u leest alle details maar in het hoofdstuk over de Basilica Iulia van het fraaie nieuwe boek over het Forum Romanum van ene Guido Cuyt en ene Michiel Verweij (beiden overigens vage en duistere lieden, vooral de laatste, maar dat doet nu niet ter zake; overigens wordt over de laatste door sommige kwaadwillende tongen beweerd dat hij aan opschriften krabt, wat hierbij ten stelligste wordt tegengesproken en ontkend: hij tast met zijn fijngevoelige vingertoppen het oppervlak van een opschrift af, zoals alle meesters dat doen, inclusief Schrijver dezes).

Auximus was dus dood. Maar dat is niet het verrassende. Noch dat Valgia Silvilla een grafsteen aan hem wijdde en tegelijk voor zichzelf bestemde. Wel de volgorde, want normaal geeft men eerst de naam van de overledene en dan degene die de steen heeft laten oprichten. Dat kan eventueel nog worden gevolgd door enkele nadere aanduidingen van het type benemerenti, dulcissimae of castissimae, waarvan het epigrafische Rome wemelt, zodanig dat men eigenlijk niet anders zou kunnen besluiten dan dat alles in het oude Rome werkelijk koek en ei moet zijn geweest. Quod non. Maar over de doden niets dan goeds.

Of Valgia Silvilla zo ook dacht over Auximus weten we niet. Wel dat zij duidelijk het initiatief nam en niet bezwaard door valse bescheidenheid zichzelf als eerste plaatste. Nu doen we dat in het Latijn sowieso wel gemakkelijker, waar de moderne Europese talen het ‘ik’ op de laatste plaats zetten: ego et frater ‘mijn broer en ik’. Dat oogt heel bescheiden, maar wie weet hoe de wereld in elkaar zit, weet maar al te goed dat deze bescheidenheid weliswaar voorkomt, doch in beperkte mate. Nee, dan die Romeinse eerlijkheid die gewoon met het belangrijkste begint.

En dat zal Valgia Silvilla ook gedacht hebben…

straat_dame

Auximus draagt een verdachte praenomen en nomen gentilicium, die ontleend lijken aan de keizers (en andere leden) van de Julisch-Claudische dynastie. Omdat deze (behalve Augustus zelf die uiteindelijk Imperator Caesar Augustus heette) allemaal (maar dan ook werkelijk állemaal) Tiberius Claudius Drusus Nero heetten, is het nagenoeg onmogelijk om te bepalen wie Auximus deze namen heeft toegekend. Of een voorvader, want dat kan uiteraard ook.

Ook blijft onduidelijk of Auximus een vrijgelatene is of dat hij deze namen gekregen heeft op het moment dat hij het Romeinse burgerrecht verkreeg. Of zijn voorvader natuurlijk, want dat kan ook. Valgia Silvilla zwijgt in alle toonaarden en alle talen over het verleden van haar man.

Op één ding na: het echtpaar moet pas op latere leeftijd getrouwd zijn. Daarvoor pleiten twee dingen. Ten eerste zijn er geen kinderen, al is dat nog geen afdoende bewijs. Ten tweede blijkt uit het vervolg dat Valgia Silvilla het graf ook openstelt voor haar eigen vrijgelatenen én die van Auximus. Op zich is dat heel gewoon, evenals de daarop volgende bepaling waarbij ook de afstammelingen van deze vrijgelatenen nog bedacht worden.

Het opvallende zit in de expliciete ontdubbeling van de vrijgelatenen in die van haarzelf én die van Auximus. Dat betekent dat Auximus zelf vrijgelatenen moet hebben gehad die hij als slaaf níet met Valgia Silvilla gedeeld had, die dus niet tot hun gezamenlijke huishouden behoord hebben. Met andere woorden: beiden hadden een leven geleid vóór het huwelijk dat aan de basis ligt van deze grafsteen. Als ze samen slaven hadden vrijgelaten was elke bijkomende vermelding bijkomstig en overbodig.

Als het huwelijk pas op latere leeftijd tot stand gekomen is, kan dat een zakelijke transactie, een joint venture, zijn geweest, maar even goed kan het inderdaad een goed huwelijk zijn geweest. Laat ons het laatste hopen…

Maar hiermee is het verhaal nog niet uit. De titel van deze bijdrage luidt ‘Een straat voor een dame’ en al kunt u nu wel vermoeden dat de dame in kwestie Valgia Silvilla zal zijn, dat gedeelte van die straat is u nog volstrekt onduidelijk.

Perverse geesten (want, helaas, die zullen er ook wel in het lezerspubliek vertegenwoordigd zijn) zullen mogelijk met de gedachte hebben gespeeld dat Valgia Silvilla zelf een dame van de straat was of was geweest, doch Schrijver dezes verzekert u dat er niets, maar dan ook niets is wat daarop in de verste verte wijst. Valgia Silvilla was voor zover wij weten, een respectabele dame. Of ze sympathiek was, weten we niet, maar respectabel was ze wel.

Ze was zelfs zo respectabel dat ze een straat naar zich genoemd kreeg. Ongelovig trekt u nu uw wenkbrauwen op: een straat? Jawel, er bestaat een via Valgia Silvilla. Het gaat om een zijstraatje van de via Tuscolana in het quartiere Tuscolano. Dat is ver uit het centrum en Schrijver dezes zal er niet snel komen (en u ook niet, vermoedt hij), maar van de andere kant zitten we daar met het feit dat er nog steeds geen straat in Rome heet via Scrittore di questo of via Eric Claes om een andere notoire bezoeker van de Eeuwige Stad te noemen. Maar dus wel een via Valgia Silvilla.

Wat heeft Valgia Silvilla dan gedaan om een straat naar zich benoemd te krijgen? U zult het nooit geloven: zij heeft een opschrift opgesteld. Echt waar.

Dat is niet het opschrift dat we zonet hebben besproken, maar een ander dat ingemetseld zat in het (toenmalige?) nummer 155 van de via Tuscolana, hier vlakbij. Inmiddels is de steen overgebracht naar het Museo Nazionale Romano, maar dat mag ons niet bedrukken:

SACRVM
BONAE DEAE
CASTRENSIS
FECIT
VALGIA SILVILLA

Sacrum / Bonae deae / Castrensis / fecit / Valgia Silvilla

‘Gewijd aan de Goede Godin (Bona Dea) van het kamp. Valgia Silvilla heeft dit gemaakt.’

straat_dame (2)

Omdat het om een tamelijk eenvoudige steen gaat (en niet om een die tot eindeloos ver slepen nodigt), gaat men er van uit dat dit opschrift in de buurt zal zijn gevonden. Wanneer weet niemand. De steen zat daar sinds mensenheugenis.

Ook de grafsteen is ergens in deze zelfde buurt opgedoken, nabij de Porta Furba. Wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn, is verder niet duidelijk. De Klassieke filologie zit (net als de archeologie) vol met onduidelijkheden waarvan iedereen toegeeft dat het onduidelijkheden zijn. De rest bestaat uit strijdpunten waarover men elkaar het leven zuur maakt. Echt iets weten doen we blijkbaar niet vaak.

En dat geldt ook hier. Alles in dit opschrift lijkt duidelijk, op één ding na. Laten we eerst meteen stellen waarom we hier tevergeefs op Auximus zitten te wachten. Het kan zijn dat Auximus nog niet als getrouwde partner in zicht was, het kan zijn dat hij al dood en begraven was, het kan zijn dat hij zodanig onder de plak zat dat hij nergens bij vermeld zou worden: dat doet allemaal niet ter zake, want Auximus zou nooit ofte nimmer in dit opschrift zijn vermeld. Om de eenvoudige reden dat de cultus van de Bona Dea alleen voor vrouwen openstond. Auximus had daar niets te zoeken.

Maar wat is er dan onduidelijk?

Castrensis.

Dat betekent ‘van het (leger)kamp’. Maar in een legerkamp waren geen vrouwen en bij de cultus van de Bona Dea geen mannen. Ja goed, er was ooit eens één man van wie we weten dat hij, in vrouwenkleren zelfs, bij het feest voor de Bona Dea in het huis van de pontifex maximus is doorgedrongen. Maar dat was niet als spion, maar om de vrouw van Caesar het hof te maken. Of zij daar ook zo over dacht, weten we niet, maar Caesar (en hij was de pontifex maximus) vond dat de vrouw van Caesar zelfs niet verdacht mocht zijn en liet zich meteen van haar scheiden. Of Clodius (dat was de snoodaard die zo driest verkleed was binnengedrongen) nog iets met haar geprobeerd heeft, vertelt de geschiedenis niet.

Dus: wat doet Castrensis nu in dit opschrift? De meest voor de hand liggende verklaring is dat er diverse heiligdommen van de Bona Dea waren en dat deze (in ieder geval in de volksmond) genoemd werden naar de wijk, naar een persoon die daar woonde, naar een monument in de buurt. Net zoals er nu in Rome geen Santa Maria is, maar een hele massa kerken die aan OLV zijn toegewijd, alle met een fraaie precisering. Dell’Anima, Sopra Minerva, in Trastevere, della Quercia enz.

Dat lijkt niet onredelijk als verklaring, maar werpt meteen de volgende vraag op: welk kamp was dat dan? Het best bekende kamp in Rome was natuurlijk dat van de Praetoriaanse garde, de Castra Praetoria, maar dat ligt hier veel te ver vandaan. Waarschijnlijk moeten de archeologen hier in de buurt eens ernstig gaan wroeten om dat kamp te vinden…

Tegelijk bestaan er nog drie andere opschriften waarin van een Bona Dea Castrensis sprake is. Althans, zo willen het de corpora. Een daarvan is in Aquileia gevonden, dus het is uitgesloten dat dat iets met onze Castrensis te maken heeft. Van de twee andere die beide in Rome zijn gevonden (dat punt hebben we dus binnen), ontbreekt in één de aanhef.

De tekst begint pas met ]nsi dat in een geniale inval door de dienstdoende epigrafist is aangevuld tot: [Bonae Deae Castre]nsi. Kijk, zo kan iedereen het. Dit bewijst vooral dat het niets bewijst. Blijft dus één ander getuigenis waarin de naam tenminste compleet is. Maar waarvan niemand weet waar het gevonden is…

Zalige wetenschap, de epigrafie!

Laat ons het erop houden dat Valgia Silvilla op een of andere wijze met dit stuk van het Romeinse buitengebied verbonden was, ook al kunnen we dat niet nader preciseren…

Weten we nog meer? Nee en ja. Over Valgia Silvilla weten we verder niets meer. Het is wachten op nieuwe opschriften over (of van) haar of over Auximus. Maar de familie waartoe ze behoorde, de Valgii, is wel verder bekend.

Zo weten we van ene Valgius Rufus. Wie zijn Horatius uit het hoofd kent, springt meteen op en roept uit dat Horatius zijn Carmina, II, 9 aan deze Valgius Rufus heeft opgedragen. Ook in de Panegyricus Messallae uit het Corpus Tibullianum wordt hij genoemd. Blijkbaar was Valgius een dichter van elegieën en epigrammen, maar de acht verzen die er in totaal van hem bewaard zijn, staan ons niet toe veel over zijn talent te zeggen. Wel weten we dat hij in 12 v.Chr. consul suffectus was. Hij hoorde daarmee zeker tot de aanzienlijke personen van zijn tijd.

Valgia Silvilla kan familie van hem zijn geweest. Als de datering van Schrijver dezes juist is, moet Valgia Silvilla twee of drie generaties jonger zijn geweest dan Valgius Rufus. Als de anderen gelijk hebben, zat ze er nog dichter bij. Verder kunnen we bij gebrek aan nadere inlichtingen niet komen, maar de gens Valgia waartoe onze Silvilla behoorde, was in ieder geval een vooraanstaande familie.

En dat wordt weerspiegeld in de opschriften van Valgia Silvilla die in hun verzorgde vorm verraden dat hier zowel geld als smaak als zelfbewustzijn aan de orde zijn.

Valgia Silvilla plaatste zichzelf niet geheel ten onrechte vooraan. En die straatnaam heeft ze ook niet geheel ten onrechte, ook al is haar voornaamste (bekende) prestatie het oprichten van een opschrift. Waar opschriften allemaal niet goed voor zijn…

En Auximus? Och, dat zat wel goed.

Het wordt nog warmer in Rome

14 juli 2022

Het is al een hele tijd broeierig heet in Rome, maar vanaf overmorgen wordt het nog warmer. Een nieuw Afrikaans hogedrukgebied stuwt tropische temperaturen richting Italië.

Op 16 juli bereiken die de regio Lazio en Rome. Vanaf dan spreken we over echt verzengende hitte, met minima van 36 tot 38° C.

thermometer

Hoe heet het precies zal worden valt nog niet te voorspellen, maar het kwik zal de volgende dagen wellicht hoger klimmen dan 40° C.

De overheid roept op om geen zware inspanningen te doen in de buitenlucht en voldoende water te drinken.

De aanhoudende droogte betekent vooral een ramp voor de landbouw. Van regen is voorlopig nog geen sprake.

Beeld van Marcus Aurelius uit Sagalassos is waarschijnlijk van een andere keizer

14 juli 2022

Prof. Jeroen Poblome (KU Leuven) meldt groot nieuws uit Sagalassos. Het kolossale beeld van de Romeinse keizer Marcus Aurelius, dat in augustus 2008 werd ontdekt tijdens de opgravingen op de site van Sagalassos in Turkije, is meer dan waarschijnlijk dat van een andere keizer.

Nieuw onderzoek door prof. Jane Fejfer, verbonden aan het Saxo Instituut van de Universiteit van Kopenhagen en lid van het Sagalassos Project, toont aan dat het hier hoogstwaarschijnlijk keizer Lucius Septimius Severus betreft, die over het Romeinse rijk regeerde van 193 tot 211 na Chr.

De beeltenis van de keizer werd gevonden tijdens de opgravingen van 2008 in het grote badgebouw van Sagalassos. Het beeld stond opgesteld in één van de grootste en opulent versierde ruimtes van dit Bad-Gymnasium complex, en maakte deel uit van een gallerij van beelden van keizers en keizerinnen. Elk staand beeld was wellicht meer dan 5 m hoog.

marcus_severusDe beeltenis van het in 2008 ontdekte keizerbeeld,
vandaag te zien in het Museum van Burdur.
(Foto: Jeroen Poblome / Sagalassos Project).

Er zijn delen bewaard van minstens zes beelden. Dergelijke vondsten zijn best wel als zeldzaam te beschouwen in de Romeinse archeologie. Bovendien zijn de beelden van Sagalassos van een uitstekende kwaliteit. Dat genereert blijvende aandacht voor de site en trekt zo ook internationale specialisten aan, zoals Jane Fejfer.

De beelden waren opgebouwd uit verschillende materialen en technieken, waarbij typisch de armen, hoofden en benen waren uitgewerkt in het fijne, gepolijste witte marmer van Dokimeion. Deze groeves liggen op ongeveer 250 km ten noorden van Sagalassos.

De lichamen waren dan weer uitgevoerd in verguld brons, bevestigd op een houten kern. Hoewel die recycleerbare materialen verdwenen zijn, zijn er duidelijke aanhechtingsporen merkbaar op de bewaarde mameren onderdelen.

Deze techniek had de bedoeling om de beelden te doen opvallen en zo het belang en de status van de afgebeelde personen in de verf te zetten, in vergelijking met standbeelden die volledig uit steen werden opgetrokken. Deze traditie gaat al terug tot de oude Griekse godenbeelden.

Twee van de drie bewaarde hoofden werden onmiddellijk geïdentificeerd als dat van keizer Hadrianus (117-138 na Chr.) en keizerin Faustina Maior (overleden in 140 na Chr.), de echtgenote van keizer Antoninus Pius (138-161 na Chr.).

De ideale stijl van beide portretten suggereert dat de beelden gemaakt zijn geweest onder Antoninus Pius, nadat Hadrianus en Faustina gestorven en vergoddelijkt waren. Dat overkomt je inderdaad als keizer.

Waar deze beelden oorspronkelijk stonden, blijft een open vraag. De identificatie van het derde portret, van een man op rijpere leeftijd met een lange baard was minder zeker. Hier werd lange tijd keizer Marcus Aurelius (161-180 na Chr.) vooropgesteld, maar daar komt men nu dus op terug.

Hoe gaat de identificatie van een keizerportret nu feitelijk in zijn werk? In totaal zijn er iets meer dan 2.000 portretten van Romeinse keizers bewaard gebleven. Dit is vanzelfsprekend maar een fractie van wat er oorspronkelijk gemaakt en opgesteld geweest is in het Romeinse Rijk.

Er zijn geen geschreven bronnen die ons uitleggen hoe het bedenken, het maken en het verspreiden van beeltenissen van Romeinse keizers gebeurde. We kunnen ons daarvoor enkel baseren op de overgebleven portretten.

Doorgaans gebeurt een identificatie door de driedimensionele beeltenissen te vergelijken met portretten op munten, die vanzelfsprekend vlak zijn. Op munten staat heel vaak de beeltenis van de keizer, begeleid door zijn naam en titulatuur. Van eenzelfde keizer zijn er steevast ook verschillende muntportretten of een bepaald aantal types, die nogal goed overeenkomen met marmeren hoofden.

In die zin zijn de portretten op munten of in marmer geen unieke creaties, maar kopieën van centraal gedefinieerde types, die niet de bedoeling hadden het gezicht van de keizer in elk detail waarheidsgetrouw weer te geven. Het gaat eerder om het tonen van kenmerken die de man in kwestie keizerwaardig maken, met nadruk op zijn militair kunnen, zijn verantwoordelijkheid als staatsman en ook wel wat zijn charisma. Doorsnee politici van vandaag doen nog steeds niet veel anders.

marcus_severus (2)

Het keizerbeeld van Sagalassos in profiel.
(Foto: Jeroen Poblome / Sagalassos Project).

Nieuwe types werden in de hoofdstad Rome bepaald, om bijvoorbeeld de troonsbestijging te vieren of het opnemen van een belangrijk ambt. Voorname ateliers in Rome gingen hier mee aan de slag, in de hoop de keizer ook wel wat te vleien.

Een commissie van beelden of munten door het paleis betekende natuurlijk enorm veel voor deze ateliers, die kans maakten dat ze vele plaatsen in het Rijk zouden mogen voorzien van beelden. Een lokaal atelier, zoals in Dokimeion of in Sagalassos, kon dan het initiatief nemen om een kopie van een beeltenis zoals die was bepaald in Rome te maken, en daarbij zelf het materiaal, de uitvoering en de grootte te kiezen.

Het kan daarbij zijn dat de lokale workshop geen goed driedimensioneel voorbeeld van het hoofd van de keizer ter beschikking had, maar het moest doen met een of een paar typevoorbeelden op zijn munten, samen met eventueel verouderde beeltenissen of zelfs die van vorige keizers. Zo ontstonden eerder hybride portretten.

Voeg daar nog een laag van lokale artistieke interpretatie en kunde aan toe, bijvoorbeeld om de keizer als god te willen voorstellen, en dan begrijp je dat dergelijke portretten niet noodzakelijk overeenkomen met de ideale types die vanuit Rome verspreid werden. Op die manier lijken identificaties eenvoudig, maar ze zijn dat vaak niet.

Zo ook dus met de Marcus Aurelius beeltenis van Sagalassos. Deze beeltenis is aan de voorzijde heel fijn uitgewerkt, terwijl de achterzijde ruwer is gelaten. In deze werd rekening gehouden met de opstelling ervan, waarbij de achterzijde weinig zichtbaar zou zijn.

Enkel de punt van de baard is licht beschadigd, terwijl er twee lange, smalle snedes merkbaar zijn aan de zijkanten van de baard. Die zouden kunnen te maken hebben met een eventuele verplaatsing van het beeld, waarbij de schade moest worden hersteld.

In elk geval is de haar- en baardsnit kort en krullend, en volgen die de vorm van het hoofd. Op het voorhoofd is de haarlijn gebogen, met een scherpe hoek voorbij de ogen. Het hoofdhaar gaat over in de baard, maar laat de oren vrij.

Zijn gezicht is vrij lang en in profiel komen de kaken wat naar voor, verder geaccentueerd door een volle onderlip. Zo’n positie zouden ze nu graag met een beugel corrigeren. De neus komt duidelijk uit het gezicht, de ogen zijn groot, staan open en hebben sterk gebogen wenkbrauwen. Ook de kaakbeenderen zijn sterk benadrukt.

De portretten van Marcus Aurelius kunnen in vier types worden onderverdeeld, die de keizer op verschillende leeftijden weergeven van jongeling zonder baard tot een rijpe man. De beide volwassen types tonen Marcus Aurelius met een karakteristiek lang gezicht, als een wat vermoeide man met kleine ogen en wat neergeslagen oogleden, en een zeer volle haardos en baard, die typisch de oren bedekt.

Heel veel gezichtskenmerken van deze beide types komen niet overeen met het beeld dat in 2008 werd gevonden in Sagalassos. Die details komen eigenlijk beter overeen met het eerste portrettype van keizer Septimius Severus.
septimius_severus

Een denarius uit 193 na Chr. van Septimius Severus.

Let wel, ook in dit geval zijn er veel verschillen met het ideale type, en met de drie andere portrettypes van Septimius. Het lange gezicht kan bijvoorbeeld verwijzen naar Marcus Aurelius. Daarbij is het goed om weten dat Septimius zichzelf als zoon verklaard heeft van Marcus Aurelius, maar dat gewoon niet was.

Het wat vooruitstekende onderste deel van het gezicht komt dan weer overeen met de fysionomie van mensen met Afrikaanse etniciteit, tevens de herkomst van Septimius Severus. Strikt genomen komt het hoofd van Sagalassos niet overeen met gelijk welk ideaaltype van een Romeinse keizer. Waren de uitvoering en de kwaliteit niet wat ze zijn, dan hadden vele specialisten wellicht zelfs getwijfeld of dit wel een keizersportret was.

De uitvoering is in elk geval innovatief en gemaakt door een ervaren ambachtsman met zelfvertrouwen. Het is een historisch feit dat keizer Septimius Severus in 194 na Chr. een tijdlang in het Turkse Taurusgebergte heeft verbleven, in zijn strijd tegen opponent Prescennius Niger. Niet zo ver van Sagalassos dus.

In de bergen blijven verhalen vaak langer hangen. Het is voorts ook zo dat zeker Klein-Azië heel wat eerder unieke keizersportretten heeft opgeleverd.

marcus_aurelius (4)Marcus Aurelius

Het portret van Sagalassos zal nu verder voorwerp van onderzoek uitmaken over hoe en met welke middelen de lokale opdrachtgevers en de kunstenaar tewerk zijn gegaan, om hun eigen visie op deze keizer af te beelden, en waarom ze dat gedaan hebben.

Tenslotte blijft het nog een raadsel waar deze keizersbeelden oorspronkelijk stonden opgesteld in Sagalassos. Met Septimius Severus die geen lid is van de Antonijnse dynastie, valt wellicht zelfs de logica weg dat deze groep van keizers en hun echtgenotes oorspronkelijk samen waren opgesteld.

Tekst: Prof. Jeroen Poblome,
Sagalassos Project, KU Leuven

https://www.arts.kuleuven.be/sagalassos/nl

Kinderen ontdekken het verleden met prikkelende geurtocht in Gallo-Romeins Museum

13 juli 2022

Deze zomer kunnen families met kinderen een geurtocht maken door de permanente tentoonstelling van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.

Onderweg zijn er speelse opdrachten. Om ze tot een goed einde te brengen moeten de deelnemers hun neus gebruiken. Het is een verrassende manier om de wereld van het verre verleden te leren kennen.µ

Bovendien nodigt het programma de kinderen uit tot het leggen van boeiende linken met onze maatschappij vandaag.

Met deze educatieve geurtocht bezoeken de deelnemers de permanente tentoonstelling ‘Van neanderthaler tot Gallo-Romein’.

Ze houden halt bij een vijftiental fascinerende voorwerpen die het museum selecteerde: van tienduizend jaar oude kookstenen en een vuurstenen bijl uit de tijd van de eerste boerengemeenschappen tot een Romeins olielampje en parfumflesje.

geurtocht_grmFoto: Gallo-Romeins Museum Tongeren.

Wat ze gemeen hebben? Ze leiden ons allemaal naar de geuren uit lang vervlogen tijden. Aan bod komen onder andere de geur in een prehistorische tent, de geur van vers gehakt hout en graanpap, de geur die vrijkomt bij het branden van wierook of fijnstampen van kruiden, enz.

Centraal staat de vraag: wat deden de mensen ooit met al die dingen? Hoe belangrijk waren ze in het dagelijkse leven? En welke voorwerpen gebruiken we vandaag om water aan de kook te brengen, bossen te rooien of sfeer te brengen in huis?

Kortom: hoe verschilt onze leefwereld met die van de neanderthalers, Kelten en Romeinen?

Bij elk voorwerp hoort een opdracht. De uitdaging bestaat er in om de geuren te herkennen. Sommige brengen de deelnemers naar de wereld van het verre verleden, andere zijn onmiskenbaar hedendaags.

Zowel de permanente tentoonstelling – met deze geurtocht – als de nieuwe tijdelijke expo Imperium Romanum – met het spel ‘Zoom In!’ – lenen zich uitstekend om samen met kinderen te bezoeken.’

De geurtocht is er de hele zomervakantie lang, tot en met 31 augustus. Hij is geschikt voor kinderen tussen 7 en 12 jaar. Ook voor jongere deelnemers, mits begeleiding. De deelname is inbegrepen in de gewone toegangsprijs van het museum.

Gallo-Romeins Museum
Kielenstraat 15
3700 Tongeren (België)
www.galloromeinsmuseum.be

Portus Itius – De vergeten haven van Caesar

12 juli 2022

Waar bevond zich de mysterieuze vertrekhaven Portus Itius? Vanaf de middeleeuwen tot enkele decennia geleden zijn tientallen pogingen ondernomen om de plaats van de uiterst belangrijke haven van Caesar terug te vinden.

Een hele reeks mogelijke havens is beschreven, van Gent tot Dieppe. Maar telkens was er iets wat niet strookte met de gegevens van Caesar. De afstand tussen Portus Itius en zijn landingsplaats in Groot-Brittannië klopte bijvoorbeeld niet. En waar was die tweede haven op acht Romeinse mijlen van Portus Itius?

Van jongs af aan was Ghislain Beeuwsaert geboeid door de overtochten van Julius Caesar naar Groot-Brittannië. Gefascineerd door het raadsel rond Portus Itius, begreep hij later dat hij het probleem moest benaderen vanuit het oogpunt van de zeiler.

portus

In de loop van zijn Gallische oorlogen viel Julius Caesar Groot-Brittannië twee keer binnen, namelijk in 55 en 54 voor Christus. Bij de eerste gelegenheid nam Caesar slechts twee legioenen met zich mee en bereikte weinig meer dan een landing op de kust van Kent.

De tweede invasie gebeurde met veel meer manschappen en materieel. Caesar drong uiteindelijk Middlesex binnen en stak de Theems over, waardoor de Britse krijgsheer Cassivellaunus gedwongen werd zich over te geven als een schatplichtige aan Rome.

Hoewel Caesar geen gebied veroverde, had zijn overzeese uitstapje toch invloed op de geschiedenis van de regio, menen de historici. Doordat hij een Romeinse vazal in het zadel hielp, kon Zuidoost-Engeland honderd jaar later gemakkelijker worden veroverd door de latere keizer Claudius.

Caesar nam verslagen van beide invasies op in zijn Commentarii de Bello Gallico, met de eerste belangrijke beschrijvingen uit de eerste hand van de mensen, de cultuur en de geografie van het eiland. Dit is in feite het begin van de geschreven geschiedenis, of in ieder geval de protohistorie, van Groot-Brittannië.

portus_bello_gallico

Het slagen van Caesars invasie van Gallië werd niet alleen bepaald door veldslagen, maar ook door schepen. Vroeger werd met dit belangrijke aspect weinig rekening gehouden. Wat wisten de Romeinen over de getijden in de Noordzee? Hoe konden ze rekening houden met het weer? Waarom waren ze zo bang van de zee?

Uiteindelijk besliste de auteur, zelf een ervaren zeiler, met de tekst van de Commentarii de Bello Gallico in de hand, alles grondig te onderzoeken. Het werd een lang verhaal, waarvan dit boek over de vergeten haven van Caesar het resultaat is.

De zoektocht naar de locatie van Portus Itius is al sinds de middeleeuwen aan de gang en leidde tot vele theorieën. Ook voor wat betreft de Romeinse vaarroutes, rekening houdend met de beperkte vaartechnieken en met de kustlijn van toen, die inmiddels met honderden meters landinwaarts is geërodeerd.

Als bronmateriaal bevatten de teksten van Caesar en de Griekse historicus Strabo interessante gegevens. Als ervaren zeiler ging Ghislain Beeuwsaert alle mogelijke zeevaartroutes bestuderen die mogelijk bruikbaar waren voor de Romeinse vaartuigen van toen, om vanuit Portus Itius de Engelse kust te bereiken.

Portus (3)

Portus Itius situeerde zich in de streek van Bonen (Boulogne-sur-Mer) en was oorspronkelijk een haven van de Morini. Caesar meldt dat Portus Itius op 30 mijl (44 km) van de Engelse kust lag. Strabo heeft het over omgerekend 57 km.

De Romeinen vertrokken vanuit Portus Itius voor de invasie van Groot-Brittannië. Voor de eerste expeditie in 55 v. Chr. was er sprake van 80 schepen en 10.200 manschappen. Een jaar later moest men plaats vinden voor 800 schepen en 25.000 manschappen.

Het is onmogelijk dat een vloot van zulke omvang in één haven terechtkon. Dit kon enkel in een baai of golf. Mogelijk ging het om twee verschillende plaatsen in de omgeving van Bonen.

Ghislain Beeuwsaert onderzocht de vallei van het riviertje de Slack, op twaalf kilometer ten noorden van Bonen. Hij had, na jaren studies en opzoekingen ter plaatse, goede redenen om aan te nemen dat de havenplaats Bazingem (Bazinghen) het antieke Portus Itius van de Romeinen was.

Beeuwsaert toetste de ligging van Bazingem aan de beschrijving van Caesar die vertelde wat hij vanaf het kamp zag en ook de afstand tussen de binnenhaven en de buitenhaven van Portus Itius. Enkel hier was er voldoende ruimte om 800 schepen te bouwen in een veilige omgeving.

Portus (2)

De Slack is nu gekanaliseerd, maar geologische boringen tonen aan dat het in de tijd van Caesar een zeearm vormde. De baai ging 5 km diep het land in zoals blijkt uit bodemonderzoek uitgevoerd door de de Universiteit Gent.

De analyse van de sedimenten bevestigt dat de baai onder invloed van getijdenbewegingen stond en schepen met een diepgang van 1,5 m toeliet.

Het legerkamp was, aldus Caesar, een mijl in het vierkant. Ook dat stemt overeen met de locatie van Bazingem. De omtrekken van het kamp kon men nog duidelijk traceren met de hulp van infraroodluchtfotografie.

De afstand tussen Bazingem en Dover bedraagt 30 mijl of 44,3 km. Dat is precies de afstand die Caesar meldde tussen Portus Itius en de kust van Brittannië.

Portus Itius – De vergeten haven van Caesar
Auteur: Ghislain Beeuwsaert
Aantal pagina’s: 212
Met illustraties
Afmetingen: 24,1 x 17,1 x 1,3 cm
Gewicht: 571 g
Uitgever: Aspekt
EAN 9789464249842
Prijs: 29,95 euro