Archive for oktober, 2022

Poggio Bracciolini, De varietate fortunae (II)

31 oktober 2022

VERTAALFEUILLETON – EPISODE 2

Een viertal weken geleden kon je lezen wat het plan is: een vertaling van boek I – minstens gedeeltelijk – van het werk De varietate fortunae van humanist Poggio Bracciolini. Samengevat: naar Rome in de jaren 1400! In de eerste episode kon je lezen hoe Poggio z’n werk heeft opgedragen aan paus Nicolaas V: eloquent, en een tikje brutaal.

poggio4

Vandaag gaan we dus naar Rome. Zoals aangegeven, vertelt Poggio na het voorwoord hoe zijn toenmalige baas – paus Martinus V – om gezondheidsredenen de stad had verlaten, en dat hij die vrije tijd benutte om samen met Antonio Loschi door Rome te dwalen.

Eerder voegde ik daaraan toe: ‘En dan start Poggio zijn indrukwekkende en gedetailleerde beschrijving van de monumenten van het oude Rome, zoals ze te zien waren in de 15de eeuw.’ Maar voor hij echt concreet wordt, laat hij zijn personages – Antonio en hijzelf – er nog even op los filosoferen, al zitten ze wel zeer concreet op de Capitoolheuvel. Als humanisten kruiden ze hun dialoog met antieke citaten en beelden. Dichter Vergilius komt aan bod, politicus Marius, (mogelijks) schrijver Libanios.

Poggio herhaalt zichzelf regelmatig, zij het met vele variaties. In mijn vertaling heb ik gepoogd om even gevarieerd te zijn, maar dat neemt niet weg dat het punt – de punten eigenlijk – erg duidelijk gemaakt worden. Aangezien het om belangrijke boodschappen gaat, nemen we het hem niet kwalijk.

En het gaat er heftig aan toe: Rome ‘ligt neergeworpen op de grond, als een gigantisch bedorven kadaver, dat van alle kanten is aangevreten’. Een appetijtelijk beeld. De val van Rome (stad en rijk) is voor deze humanisten het ultieme bewijs van de wispelturigheid van het Lot. En ze zijn ook niet wars van wat overdrijving: ‘Alleen haar ruïnes getuigen van haar vroegere waardigheid en grootsheid.’

poggio2 (2)

Over ruïnes gesproken: Poggio en Antonio zitten ‘op de ruïnes van de Tarpeïsche burcht, achter de enorme marmeren drempel van een poort van een tempel’. Welke? We raadplegen de uitgevers.

Volgens Boriaud zou het kunnen gaan om de tempel van Jupiter, waarvan er in die tijd ‘misschien nog resten zichtbaar waren’. Ook Merisalo laat deze mogelijkheid open. Volgens D’Onofrio lijken ze zich te bevinden ‘bij kolossale resten van de tempel van Jupiter Optimus Maximus, waarop het kerkje S. Salvatore in Maximis of Maximinis gebouwd was’, met ‘een weids uitzicht over de stad, richting Palatijn, Aventijn en Trastevere’. De kerk zal u vandaag tevergeefs zoeken: ze werd afgebroken in de 16de eeuw.

Niet alleen de welluidende naam is fluïde (naast ‘in Max…’ vind je eveneens ‘de Max…’); ook voor het jaartal van destructie en de locatie geeft de literatuur verschillende mogelijkheden. Een artikel waard?

De tempeldrempel in kwestie maakt in ieder geval deel uit van de ‘ruïnes van de Tarpeïsche burcht’: volgens Boriaud ‘Tarpeïsche citadel’, bij D’Onofrio ‘Tarpeïsche rots’. En volgens Merisalo kan ‘Tarpeïsche burcht’ gebruikt worden als pars pro toto voor de hele Capitoolheuvel. Daar zitten die twee dus, aan het begin van deel 1 van De varietate fortunae. Laten we hen gezelschap houden. Veel leesplezier!

DEEL EEN

I. Niet zo lang geleden ging paus Martinus, kort voor zijn dood, uit Rome naar de Colli Albani, omwille van zijn gezondheid. Wij waren daardoor vrij van werkverplichtingen, en bezochten daarom dikwijls de verlaten stukken van de stad – de zeer befaamde Antonio Loschi en ik. We zagen er de oude grootsheid van de ingestorte gebouwen en de weidse ruïnes van de antieke stad, we zagen er de enorme val van zo’n groot rijk … en we waren overmand door ontzag voor de volstrekt verbluffende en betreurenswaardige wispelturigheid van het Lot.

Toen we eens de Capitoolheuvel hadden beklommen, snakte Antonio, moe van het paardrijden, naar rust – en ikzelf ook. We stegen af van onze paarden, en gingen zitten op de ruïnes zelf van de Tarpeïsche burcht, achter de enorme marmeren drempel van een poort, naar ik meen, van een tempel. Overal in het rond lagen er zeer vele gebroken zuilen. Van daar hadden we een weids uitzicht over de stad. Antonio liet zijn ogen een hele tijd van hier naar daar dwalen, en zei toen zuchtend, een beetje verbouwereerd: ‘Hoe ver, Poggio, staat deze Capitoolheuvel af van die, die de grote dichter Vergilius heeft bezongen: ‘Nu van goud, vroeger ruig door dichte begroeiing.’

We zouden het vers misschien beter omdraaien: ‘Ooit van goud, nu woest door doorns en struiken.’ Het doet mij denken aan die beroemde Marius. Ooit was hij een grondlegger van de heerschappij van de stad. Maar hij werd verbannen uit het vaderland, voortvluchtig en behoeftig, en belandde in Afrika. Men zegt dat hij daar op de ruïnes van Carthago ging zitten, en vol verwondering nadacht over zijn eigen noodlot en dat van Carthago. Hij vergeleek ze met elkaar, en vroeg zich af welk van beide voor het grootste spektakel had gezorgd.

poggio2 (3)

Maar ik kan de enorme val van deze stad met geen enkele andere vergelijken. Deze ramp overtreft immers alle andere, of ze nu door de natuur veroorzaakt zijn, of door de mens zijn aangericht. En al lees je alle geschiedenisboeken, al onderzoek je uitvoerig alle gedenkschriften, al doorzoek je alle historische annalen, nooit heeft het Lot een groter voorbeeld van haar wispelturigheid getoond dan de stad Rome, de mooiste en de schitterendste van alle steden die er ooit geweest zijn of ooit zullen zijn.

Aan een vriend die verlangde Rome te zien, omschreef de zeer geleerde Griekse schrijver Libanios Rome niet als een stad, maar als een deel van de hemel. Het is dus des te meer verbijsterend, des te bitterder om te zien, dat het wrede Lot haar zozeer van vorm en uitzicht heeft doen veranderen: ze is nu beroofd van elke bekoorlijkheid, ze ligt neergeworpen op de grond, als een gigantisch bedorven kadaver, dat van alle kanten is aangevreten. Er is dus zeker reden tot huilen.

Ooit was deze stad de kraamkamer van zovele schitterende mannen en bevelhebbers. Ze was de voedster van zovele generaals, van zovele uitstekende keizers. Ze was de verwekker van zovele en zo grote deugden, de moeder van zovele schone kunsten. Hier ontsprongen de krijgskunst, de basis voor een zedelijk bestaan, de artikels van de wetten, de voorbeelden van alle deugden en de kunst om goed te leven. Ze heerste over de wereld.

Maar het Lot, dat onverbiddelijk alles op zijn kop zet, heeft haar beroofd van haar macht en majesteit, en zelfs onderworpen aan een zeer lage slavernij, lelijk, verachtelijk. Alleen haar ruïnes getuigen van haar vroegere waardigheid en grootsheid.

poggio2 (1)

En laat ons even vergeten dat het rijk verdwenen is, dat koninkrijken zich hebben losgescheurd, dat provincies verloren zijn gegaan. Het is in zekere zin haar goed recht dat Fortuna zulke zaken geeft en neemt. Maar het komt des te harder aan dat het Lot zo bandeloos tekeer is gegaan binnen de muren van Rome, met verwoestingen en vernielingen.

Mocht een van die beroemde oude Romeinen weer tot leven komen, hij zou zweren dat hij geen Romeinen zag, dat hij in een heel andere stad terecht was gekomen. Ze is zo door elkaar gegooid, tot en met de bodem zelf, dat hij bijna niets zou herkennen wat aan de oude stad doet denken.

En ja: koninkrijken veranderen, keizerrijken vervormen, landen vallen uit elkaar, volkeren schikken zich naar de wil van het Lot; want het ligt in de aard van het beestje om altijd nieuwe dingen na te streven. Het zou dus helemaal niet zo gek lijken dat deze zaken aan haar oordeel gehoorzamen.

II. Maar de gebouwen van deze stad, publieke en private … men dacht dat ze boven de krachten van het Lot verheven waren; ze konden met de onsterfelijkheid zelf wedijveren … Nu zijn ze deels grondig verwoest, deels ingestort en omvergeworpen, en er is heel weinig over dat aan de vroegere grootsheid herinnert.

De kracht en de wispelturigheid van het Lot zijn werkelijk verbijsterend. Ze heeft die massieve gebouwen, volgens de oprichters immuun voor het noodlot, grondig vernietigd; ze liet amper iets over van zo’n grote zaken. Heeft de wereld ooit iets opzienbarenders meegemaakt?

Zovele gebouwen van Rome – tempels, zuilengangen, badhuizen, theaters, aquaducten, kunstmatige havens, paleizen – vernietigd door het noodlot; van zo’n grote hoeveelheid schitterende zaken blijft er niets of bijna niets over.’

poggio2 (1)

‘Niets of bijna niets’? Hyperbool of realiteit?

Volgende keer gaan we op monumentenjacht!

Bruno Vantomme
brunovantomme@hotmail.com

Titus Livius tussen handschrift en gedrukt boek

30 oktober 2022

Titus Livius tussen handschrift en gedrukt boek. Lectuur van de beroemdste Romeinse historicus in de 15de en begin 16de eeuw.

Dat is de titel van ee lezing die classicus Michiel Verweij geeft op zaterdag 28 januari 2023 van 11 tot 12.30 uur in zaal Concert, Kunstberg 28 in 1000 Brussel.

De toegangsprijs bedraagt 5 euro, gratis toegang op vertoning van een studentenkaart. Tickets kunnen nu reeds worden gekocht via deze link.

ab_urbe_condita_titus_livius

Titus Livius is – samen met Tacitus – de grootste Romeinse geschiedschrijver. Zijn beroemde ‘Ab Urbe Condita’ verhaalt de geschiedenis van Rome vanaf het begin tot 9 v. Chr., maar slechts een kwart van het geheel bleef bewaard.

In deze lezing wordt ingegaan op de handschriften en vroegste drukken uit de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR), die (delen van) Livius’ werk hebben overgeleverd, in het Latijn en in vertaling.

Michiel Verweij is classicus en werkt sinds 2004 als wetenschappelijk medewerker bij de KBR. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het humanisme in de Nederlanden en is auteur van talrijke publicaties waaronder het boek ‘Ovidius. Het verhaal van een dichter’.

Spaanse Trappen werden door de Fransen gebouwd

29 oktober 2022

We maakten er gisteren al even terloops melding van, maar het is een ironische speling van de geschiedenis dat de beroemde Spaanse Trappen in Rome eigenlijk niets met Spanje te maken hebben. De naam zou eigenlijk Franse Trappen moeten zijn.

Reeds in de zeventiende eeuw wilden de Fransen de Trinità dei Monti-kerk en de hogerop gelegen Pincio verbinden met het plein beneden.

Pas in 1723 vertrouwde paus Innocentius XIII dat project toe aan de Italiaanse architect Francesco de Sanctis, die samen met Alessandro Specchi een ontwerp presenteerde dat zowel voor de Fransen als de paus aanvaardbaar was.

spaansetrappen

Maar al meteen na de voltooiing van de monumentale trappenpartij, begonnen de Romeinen de nieuwe verbindingsweg te omschrijven als de Spaanse Trappen omdat die naar het plein beneden, in de richting van de Spaanse ambassade bij de Heilige Stoel voerde.

Het linkerdeel van het plein aan de voet van de trappen (kant richting Piazza del Popolo) heette destijds zelfs Piazza di Francia. Het smallere rechtergedeelte van het plein (zuidelijk, rechts van de trap) werd, onder meer omwille van de aanwezigheid van de ambassade, Piazza di Spagna geheten.

Op een of andere manier maakten de Romeinen destijds, na de bouw van de trap, veel vlugger de link naar Spanje dan naar Frankrijk, zodat de Fransen al gauw moesten vaststellen dat hun trapverbinding, waarvoor ze zoveel moeite hadden gedaan, door iedereen werd (en tot vandaag nog steeds wordt) toegeschreven aan de Spanjaarden.

Kardinaal Jules Mazarin moet zich dagelijks in zijn graf omdraaien, wordt weleens gezegd. Het oorspronkelijke plan voor een trap is immers van hem.

Mazarin, die eigenlijk Giulio Mazarini (1602-1661) heette, was geen Fransman van geboorte. Hij volgde in 1642 Richelieu op als eerste minister van Lodewijk XIII en daarna van Lodewijk XIV.

Hij wilde van de trap het symbool maken van de glorie van de Franse monarchie. Boven een machtige trappenpartij voorzag hij bovendien een ruiterstandbeeld van de Franse zonnekoning, maar dit plan botste op verzet van de paus.

spaanse_trappen (2)

Pas onder paus Innocentius XIII (1721-1724) kwam er uiteindelijk een akkoord over een Italiaans ontwerp, weliswaar zonder ruiterstandbeeld, van de hand van Francesco de Sanctis (1679-1731), de architect van de Orde der Miniemen (Ordo Minimorum) die eigenaar van het terrein waren.

Het ontwerp vertrok vanuit een nooit uitgevoerd project van Gian Lorenzo Bernini, die omstreeks 1660 ook al plannen had voor een monumentale, hellende weg, die zou fungeren als verbinding tussen de piazza en de erboven liggende kerk.

De trap werd uiteindelijk gebouwd tussen 1723 en 1726, met geld van de Franse ambassadeur Etienne Gueffier, die in 1661 een bedrag van 24.000 scudi naliet.

Omdat Rome een stad van heuvels is, is het ook een stad van trappen en steile straten, maar de Spaanse trappen zijn de statigste en spectaculairste van allemaal. Ze vormen het enige grote rococomonument in Rome.

De trappenpartij bestaat uit 138 treden en drie terrassen. Het geheel is verdeeld in tien groepjes treden met golvende leuningen, zodat de indruk zowel sierlijk als groots is.

In een bewaard gebleven verslag van de architect vermeldt de Sanctis heel fier de sterke punten van zijn plan.

Vooreerst waardeerde hij de algehele opbouw omdat de trap vanop enige afstand goed te overzien is, want, zo schrijft hij, de paters van de Trinità dei Monti hadden hem verwittigd dat vele koppeltjes onwelvoeglijkheden pleegden in de bosjes op de helling.

Een tweede waarderingspunt was de verdeling in drie trappen met bordessen, een verwijzing naar de Trinità dei Monti (Drievuldigheid van de bergen), de kerk waarheen de trap leidt. Ten derde loofde de architect de goede bruikbaarheid voor wandelaars en feestelijkheden.

spaanse_trappen (8)

Ten slotte onderstreepte hij ook het efficiente afvoerstelsel dat ervoor borg staat dat zelfs bij een Romeinse wolkbreuk, de trap niet onder water komt te staan. Kortom, de man was best wel tevreden met zichzelf.

Terecht. Want de trap is inderdaad uiterst elegant en harmonisch, hoewel hij niet symmetrisch is. Men zou zo’n trappenpartij eerder verwachten in een paleis of in een operagebouw dan hier in open lucht.

Helaas. Het meesterwerk maakte echter ook een einde aan de carrière van de architect, want reeds in 1728, twee jaar na de realisatie, stortte het bovenste gedeelte van de trap in als gevolg van een combinatie van ondeugdelijk bouwwerk en extreem zware regenval.

spaanse_trappen (7)

Hoewel de schade vlug werd hersteld en de ramp helemaal niet de schuld van de Sanctis was, werd zijn naam geassocieerd met de verzakking en kreeg hij vanaf dan geen opdrachten meer. De Sanctis stierf kort daarna, in 1731. Hij werd amper 52.

Onderaan de trap staan aan beide zijden op de bollen, zowel Franse lelies (buitenste paar) afgebeeld als de adelaars uit het wapen van paus Innocentius XIII.

Bij het begin van de lente wordt de trap versierd met kleurige azalea’s. Toch is deze flora is lang niet zo schilderachtig als de ‘fauna’ die vroeger de trap sierde.

De voet van de trap was immers het trefpunt van kunstenaarsmodellen die in hun kleurige klederdracht probeerden de aandacht te trekken van Engelse toeristen met artistieke pretenties.

Henry James (1843-1916), schrijver van onder andere ‘The Aspern papers’ en ‘The portrait of a Lady’, schreef over hen: ‘… all vanished eyes and daggered hair and swathed legs and peaked hats’.

Naar deze dames werd zelfs een straat genoemd, de ‘Vicolo dei Modelli’, rechts van de barokkerk Santi Vincenzo e Anastasio, vlakbij de Trevifontein.

In 1876 beschreef de scherpzinnige Nederlandse literaire criticus Conrad Busken Huet (1826-1886) hen knorrig als ‘gespuis, waaronder nog weinige jaren geleden schilders hunne levende modellen kwamen kiezen’. Charles Dickens vond de modellen dan weer ‘mightily amusing’.

De Nederlandse auteur Leo Van Egeraat (1923-1991), auteur van onder meer ‘Een gids voor Rome’, wiens verhalende reisgidsen over Rome en Italië meer dan een halve eeuw geleden werden gepubliceerd, maar die ook vandaag nog altijd boeiend en leerrijk zijn, zag er tijdens de jaren ’60 van de vorige eeuw existentialisten zitten: ‘ze zijn te herkennen aan hun onverzorgde baard, zij zijn nooit om een gesprek en altijd om geld verlegen’.

spaanse_trappen (4)

Tegenwoordig worden de Spaanse Trappen ook jaarlijks gebruikt voor een mediatieke modeshow, de ‘Donne sotto le Stelle’ waarbij de mannequins heen en weer paraderen in de laatste creaties van de Italiaanse modeontwerpers.

Maar regelmatig vormen de trappen ook het decor voor gewone fotoshoots. Recent hield het modehuis Valentino er nog een grote zomershow. Tijdens de kerstperiode wordt halfweg de trap een mooie kerststal opgericht, een historische evocatie van de achttiende eeuw.

Oudste ambassade ter wereld viert 400ste verjaardag

28 oktober 2022

Recent werd de 400ste verjaardag gevierd van de oprichting van de Spaanse ambassade bij de Heilige Stoel. De ambassade van Spanje voor Vaticaanstad bevindt zich sinds 1657 in Palazzo di Spagna, aan Piazza di Spagna 57.

Omdat de ambassade vandaag nog altijd op dezelfde plaats is gevestigd, wordt ze beschouwd als de oudste permanente diplomatieke missie ter wereld. Het gebouw dateert uit de zeventiende eeuw, maar werd meermaals verbouwd. De huidige gevel dateert uit de negentiende eeuw.

ambaspagna1

In 1622 huurde de toenmalige Spaanse ambassadeur in Rome een klein stadspaleis van de familie Monaldeschi op Piazza della Trinità.

In 1647 kocht koning Filips IV van Spanje het gebouw om als Spaanse ambassade in Rome te dienen.

Na de korte Franse overheersing van Rome, waarbij het gebouw tijdelijk werd bezet door Napoleon, vond een ingrijpende renovatie van de gevel plaats door de Spaanse architect Antonio Celles.

Het gebouw kreeg in 1857 een nieuwe neoklassieke gevel, compleet met loggia, zodat paus Pius IX op 8 december 1857 van daaruit de Colonna dell’Immacolata, de zuil van het Dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, die net vóór de ambassade staat, kon onthullen en zegenen.

ambaspagna2

In het Palazzo di Spagna verbleef ooit Diego Velázquez(1599-1660), de hofschilder van Filips IV en de grootste schilder van de Spaanse ‘Siglo de Oro’ of de Gouden Eeuw.

Tijdens zijn eerste bezoek in 1630, georganiseerd op aansturen van Rubens, schilderde hij er onder andere het beroemde doek ‘De smidse van Vulcanus’, vandaag te zien in het Museo Nacional del Prado in Madrid.

Van de talrijke werken die Velázquez hier tijdens zijn tweede verblijf schilderde, bevinden zich vandaag in Rome enkel nog zijn zelfportret in de pinacotheek van de Capitolijnse musea en het beroemde portret van paus Innocentius X in de galleria Doria Pamphili aan de Via del Corso.

Velázquez kreeg in Rome ook de mogelijkheid om naakten te schilderen, wat in Madrid ondenkbaar was. Slechts één ervan bleef bewaard, de peinzend starende ‘Venus met de spiegel’ uit 1648, nu te zien in de National Gallery in London en ook wel gekend als de Rokeby-Venus.

ambaspagna_velasquez

Het model ontmoette Velázquez op straat, vlak voor de deur van Palazzo di Spagna. Haar slanke, mooie lichaam zou één van de meest aanbedene worden in de hele kunstgeschiedenis en was wellicht het eerste naakt door een Spaans meester.

Een andere beroemde gast die ooit in het Palazzo di Spaga logeerde, was de avonturier Giacomo Casanova (1725-1798).

Hij verbleef en werkte in dit paleis gedurende enkele maanden als secretaris tot hij liefdesperikelen kreeg met een meisje dat aan de overkant van het plein woonde.

Wat hij precies met de vrouw heeft uitgespookt is niet duidelijk, maar kort nadien moest hij Rome onmiddellijk verlaten.

Het beroemde Piazza di Spagna ontleende zijn naam aan de Spaanse ambassade bij de Heilige Stoel, net als de nog beter bekende Spaanse Trappen, een monumentale trappenpartij die eigenlijk door de Fransen werd aangelegd. Dat heeft in het verleden bij de Fransen de nodige frustraties opgeleverd. We komen daar morgen nog even op terug.

ambaspagna7

Het terras bovenaan, waar nu de kerk Trinità dei Monti staat, de helling met de huidige trap en een deel van het huidige plein, heeft sinds de vijftiende eeuw, toen een Franse koning de grond kocht, altijd een link met Frankrijk gehad.

Maar de ernaast gelegen ruimte, tussen de Via dei Condotti (tegenover de trap), de Via del Corso en de Via delle Mercede (zuidelijk evenwijdig met de via dei Condotti) werd door de Spanjaarden als hun grondgebied beschouwd.

Daarom noemde men het linkerdeel van het plein (kant richting Piazza del Popolo) Piazza di Francia, en het smallere rechtergedeelte van het plein (zuidelijk, rechts van de trap) Piazza di Spagna.

Er bestond natuurlijk rivaliteit tussen Fransen en Spanjaarden, die toen de machtigste naties van Europa waren. Die tweestrijd uitte zich in Rome vooral in overdadige feesten.

Na de lange wedijver tussen Frankrijk en Spanje volgde de eeuw van de Britten. Tijdens de achttiende eeuw stond de hele wijk gekend als ‘il ghetto del’ Inglesi’.

ambaspagna3

Al waren voor de Romeinen alle buitenlanders zonder onderscheid Engelsen, en alle Engelsen ‘milordi, pelabili clienti’, vrij te vertalen als ‘lords, goede klanten om te plukken’. Pelare betekent zoveel als schillen, kaal knippen, kaal plukken,….

Reeds bij het begin van de zeventiende eeuw was het plein met zijn belendende straten maar toen nog zonder trap, hét toeristische hart van Rome.

De trap zelf dateert van 1723-1726 en verhoogde zo mogelijk nog meer de aantrekkingskracht van de omgeving.

Tijdens de daaropvolgende eeuwen is er nauwelijks een buitenlander van enige naam geweest die hier niet in de nabijheid gelogeerd heeft. Liszt, Wagner, Balzac, Gogol, Lamartine, Angelica Kauffmann, Hans Christiaan Andersen, het zijn slechts enkele namen van de velen die hier in de buurt hebben verbleven.

Ook vandaag nog oefenen het plein en de trappenpartij een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op bezoekers en toeristen.

Een monument voor een kind

27 oktober 2022

Avonturen met opschriften – XXIX

Meer dan drie jaar geleden begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze clubleden, maar die uiteraard ook bijzonder leerrijk zijn voor alle anderen.

Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de 29ste bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval.

Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard.

Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 29. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

Schrijver dezes heeft soms merkwaardige kronkelingen in zijn brein. Kronkelingen die hij zelf niet eens snapt. Zo werd hij onlangs gegrepen door een nauwelijks stilbaar verlangen om te zien welke Latijnse opschriften er in Griekenland te vinden zijn. Merkwaardig. Niet productief. Zonder enige connectie met wat Schrijver dezes bezig houdt of met wat hij van plan is, want hij koestert op dit moment geen plannen om naar het oosten en zuiden te gaan.

Nee, uit voorzichtigheid en wantrouwen over eventueel opnieuw opduikende coronagolven en (vooral) bijbehorende maatregelen, trok hij deze maand weer naar het noorden. Samen met de Grote Speurder. Gezellig. Enfin, wat daar uit kan voortkomen, zult u later mogelijk nog wel eens onder ogen krijgen.

Hoe dan ook, Schrijver dezes zocht dus naar Latijnse opschriften in Griekenland en hij vond het volgende juweeltje:

D M
SPENIS VIXIT ANN
VI M VIIII D XXIIX DOMI
NI ET PARENTES PRIMITI
VVS ET SOTIRA DOLENTES
FECERVNT

ΘΕΟΙΣ ∙ ΚΑΤΑΧΘΟΝΙΟΙΣ
ΣΠΗΝΙΣ ΕΖΗΣΕΝ ΕΤΗ
Ϛʹ ΜΗΝ Θʹ ΗΜ ΚΗʹ ΟΙ ΚΥΡΙ
ΟΙ ΚΑΙ ΓΟΝΕΙΣ ΠΡΕΙΜΙΤΕΙ
ΒΟΣ ΚΑΙ ΣΩΤΕΙΡΑ ΠΟΝΟΥΝ
ΤΕΣ ΕΠΟΙΗΣΑΝ

D(is) M(anibus) / Spenis uixit ann(os) / VI m(enses) VIIII d(ies) XXIIX domi/ni et parentes Primiti/uus et Sotira dolentes fecerunt.

Θεοῖς ∙ Καταχθονίοις / Σπῆνις ἔζησεν ἔτη / ϛʹ μῆν(ας) θʹ ἡμ(έρας) κηʹ οἱ κύρι/οι καὶ γονεῖς Πρειμιτεῖ/βος καὶ Σωτείρα πονοῦν/τες ἐποίησαν.

‘Voor de goden van de onderwereld van Spenis die 6 jaar, 9 maanden en 28 dagen leefde, hebben haar meesters en ouders Primitivus en Sotira dit in hun verdriet gemaakt.’

Arme Spenis. En arme Primitivus en Sotira. Dat de kindersterfte hoog was in de oudheid weten we, maar elke keer als we zo’n opschrift onder ogen krijgen, wordt het toch even stil. Was het echt minder erg voor de ouders, omdat het een frequent voorkomend fenomeen was? Er zijn genoeg grafschriften voor kinderen bewaard en teruggevonden die suggereren dat het nooit écht wende.

Ook Schrijver dezes was ontroerd toen hij deze tekst onder ogen kreeg. En toen keek hij nog eens beter en zag heel wat. Want wat kunnen we eigenlijk allemaal te weten komen uit dit opschrift? Wie waren Primitivus, Sotira en Spenis?

Eerste merkwaardigheid: in dit volledig Griekstalige gebied hebben we een tweetalig opschrift, waarvan het eerste gedeelte in het Latijn is. Dat is opmerkelijk. Nog opmerkelijker is dat de twee teksten volledig identiek zijn, met andere woorden dat de ene een vertaling van de andere is. In het oosten van het Romeinse rijk heeft het Latijn zich nooit echt door kunnen zetten. De drie eeuwen die het Grieks als voorsprong had uitgebouwd, zijn te veel gebleken.

Het Romeinse rijk was tweetalig. Zelfs Rome was tweetalig Latijn-Grieks in de Keizertijd en deed daarbij wellicht verrassend Brussels aan. Net zoals daar het Frans de taal was van de hogere bourgeoisie en adel (waarna zich dat als een model heeft doorgezet bij de kleinere bourgeoisie) en van de inwijkelingen van buitenaf, klonk in Rome met zijn talrijke slaven en vrijgelatenen, zijn hogere klassen die tweetalig waren maar het prestigieuzere Grieks vaak de voorkeur gaven, wellicht heel wat Grieks op straat. Buiten Rome was de tweetaligheid minder prominent: het westen sprak Latijn en het oosten Grieks.

thessalonica (5)

Het oosten sprak dus Grieks en het Latijn was daar niet in zwang. Anders gezegd: het was met de kennis van het Latijn in het oosten droevig gesteld. Ook de intellectuele elite deed niet aan Latijn. Of Plutarchus, de biograaf van zoveel vooraanstaande Romeinen en Grieken, een man die diverse malen in Rome heeft verbleven, voldoende Latijn kende om zijn Romeinse bronnen te raadplegen en te begrijpen, is nog maar de vraag. Hetzelfde geldt voor menige andere Griekse auteur uit de Keizertijd.

Al deze uitweidingen over taalperikelen hebben maar één doel: u te overtuigen van het uitzonderlijk karakter van het grafschrift voor Spenis, tweetalig, maar met het Latijn als eerste. Nog sterker: als u het opschrift leest en Schrijver dezes vraagt u (en u hebt inmiddels door zijn toedoen wel enige ervaring met Latijnse opschriften): wat valt u op?, dan is de kans aanzienlijk dat u helemaal niets opvalt.

Dat is het nu net. The curious indicent of the dog at nighttime. Leest uw Sherlock Holmes nog maar eens. Het opschrift voor Spenis is volkomen Latijns en Romeins. Daar is geen woord Grieks bij. Zelfs niet in het Griekse gedeelte.

De tekst begint met de wijding aan de Di Manes, de goden van de onderwereld. Wij, Romeinen, hadden die, de Grieken niet. Maar toch leest ook het Griekse opschrift: Θεοῖς Καταχθονίοις ‘Aan de goden van de onderwereld’. De tekst gaat door en vermeldt na de naam van Spenis haar leeftijd. Tot op de dag nauwkeurig. Dat doen de Grieken niet, maar wij, Romeinen, wel. Tot op de dag nauwkeurig.

En dan sluit de tekst af met de vermelding van wie het grafmonument heeft opgericht, inclusief het trieste woord dolentes ‘treurend, met verdriet’. Klassiek-Griekse grafstèles beperken zich tot de naam van de overledene met eventueel de naam van de vader om de dode beter te identificeren.

Het vermelden van wie het graf(schrift) heeft opgesteld is schering en inslag aan de Latijnse kant en de uiting van verdriet is eveneens stereotiep Romeins, al neemt dat vaker de vorm aan van een vermelding dat de overledene carissimus of piissima was enzovoort.

We hebben dus een grafschrift dat tweetalig is en waarbij het Latijn als eerste taal gebruikt wordt, maar dat ook qua geest volledig Latijns en Romeins is. In de hoofdstad van Macedonia (zonder actuele politieke bijbedoelingen: hier gaat het om de Romeinse provincienaam!) valt deze tekst hoe dan ook uit de toon. Want ook de meeste ‘Romeinse’ opschriften uit Thessalonica zijn in het Grieks.

thessalonica (7)

Maar Schrijver dezes heeft nog niet gedaan. Wat had u gedacht. Hij gaat verder. Wie was Spenis? Wie waren Primitivus en Sotira?

Het is u wellicht niet ontgaan dat alle drie betrokken personen slechts één naam dragen. En die naam is geen gewoon praenomen, geen nomen gentilicium, nee, hoogstens een cognomen. We hebben een sjiek tweetalig opschrift en de personen gebruiken slechts één naam. Dat is onwaarschijnlijk.

Uiteindelijk – dat hebt u als trouwe lezer van deze bijdragen onderhand echt wel door – een grafschrift dient in de Romeinse tijd ook om de balans op te maken en om eens goed uit te pakken met de persoonlijkheid van de overledene én van degene die het monument heeft laten oprichten. Alleen opschriften uit ‘lagere’ delen van de bevolking geven meestal maar één naam, evenals graven van slaven. Die laatsten hadden er ook maar één.

Maar de grafschriften van deze lagen van de bevolking zijn vaak tamelijk primitief. In een taal die nogal wat afwijkingen vertoont tegenover het taaleigen van een Cicero en Caesar. En hier hebben we een tweetalig, volstrekt klassiek en taalkundig volkomen correct grafschrift. Daar wringt iets.

Laat Schrijver dezes het dan maar meteen zeggen: gezien de soort namen is hij ervan overtuigd dat Primitivus en Sotira en dientengevolge ook Spenis slaven waren. En hij is zich er terdege van bewust dat die stelling vloekt met de kenmerken die hij net over dit opschrift heeft opgesomd.

Is Schrijver dezes dan het stuur bijster? Raaskalt hij?

Nee. Wees gerust: het antwoord is nee.

En waarom?

Omwille van drie woorden: domini et parentes ‘heren en ouders’. Waarbij ‘heren’ ook ‘meesters’ zou kunnen zijn.

Schrijver dezes werd door deze woordgroep getroffen. In de duizenden en duizenden opschriften die ons uit de klassieke oudheid bewaard zijn gebleven, blijken de woorden domini en parentes maar vijftien keer samen voor te komen. En in diezelfde duizenden en duizenden opschriften is er maar één (1!) opschrift waarin de woorden zo dicht bij elkaar staan. En dat ene opschrift is het grafschrift voor Spenis.

Het probleem is dat als we deze woorden letterlijk nemen, we lezen dat Primitivus en Sotira de meesters en de ouders van Spenis zouden zijn. Maar: om een slaaf te hebben, moet je zelf vrij zijn. En een kind van vrijen is vrij, net zoals een kind van slaven een slaaf is. Zouden haar eigen ouders dan Spenis als slaaf hebben gehouden?

Dat lijkt niet alleen heel onwaarschijnlijk, dat is het ook.

En als iets onwaarschijnlijk is, dan moeten we een andere oplossing zoeken.

En die is er. Want de zonet vermelde moeilijkheid doet zich alleen voor indien de domini gelijk zijn aan de parentes. Vanaf het moment dat we ervanuit gaan dat het NIET om dezelfde personen gaat, wordt alles ineens anders. En duidelijk.

thessalonica (8)

Want dan blijven Primitivus en Sotira uiteraard de ouders van Spenis, maar ze zijn niet langer de domini. Die domini blijken dan niet met naam genoemd te worden: het zijn anonieme meesters die wél aan het grafmonument hebben bijgedragen. De anonieme meesters treden niet op de voorgrond. En gezien de hardnekkige neiging van Romeinen – en zeker van de Romeinse elite – om zich bij een gelegenheid als deze nadrukkelijk op de voorgrond te plaatsen en om elke kans om zich met naam en toenaam te manifesteren aan te grijpen, getuigt de anonimiteit van deze domini van een bijna roerend respect. Tegelijk bevestigt de aanwezigheid van deze domini de veronderstelling van Schrijver dezes dat Primitivus en Sotira slaven waren.

Maar dan doet zich een volgende merkwaardigheid voor. We hebben dus een grafmonument voor een jong meisje, dochter van twee slaven, waaraan ook de meesters hebben bijgedragen, een grafmonument dat tweetalig, maar met het Latijn als eerste taal en volledig in Romeinse trant is opgesteld. Waarom zouden die meesters zo betrokken zijn geweest?

Romeinen staan niet bekend om hun overdreven sentimentaliteit. Het leven was vroeger hard. Niet dat ze geen gevoel hádden – de adjectieven carissimae en dulcissimo in tal van grafschriften suggereren dat de Romeinen wel degelijk gevoelens hadden en deze ook vermeldden – maar sentimenteel werden ze niet snel. Als we een uiting van gevoel bemerken of vermoeden, is er meestal toch iets bijzonders aan de hand. Zeker in een context als deze.

Als we in deze interpretatie ervanuit gaan dat de domini de eigenaars waren van Primitivus, Sotira en Spenis, dan heeft dat alleen zin in een situatie dat deze meesters deze slaven inderdaad persoonlijk kenden én voldoende waardeerden, zodanig zelfs dat ze meehielpen bij de oprichting van een graf voor het slavenmeisje.

Die situatie doet zich maar in enkele gevallen voor. Zo kan het gaan om een kleine familia, bijv. bij een winkelier of iets dergelijks, waarbij de slaven in continue nabijheid van de meester waren en werkten. In zo’n geval wordt de afstand klein en is het denkbaar dat de meesters zich direct betrokken voelden bij de lotgevallen van het dochtertje van hun slaven.

Maar: Thessalonica was een Griekse stad. Hoeveel Romeinse en Latijnstalige winkeliers zouden daar zijn geweest?

Een andere mogelijkheid is dat de domini tot de elite hoorden. Thessalonica was, zoals gezegd, de hoofdstad van de prouincia Macedonia (geen wonder ook dat er al snel een christelijke gemeente was en dat de apostel Paulus een brief aan die gemeente schreef). En in een provinciehoofdstad verblijven nu eenmaal meer hoge Romeinen. Ambtenaren, magistraten, eventueel groothandelaren. Kortom, lieden die meestal heel rijk waren en die veel te veel slaven hadden.

Hier lijkt een ander bezwaar op te doemen, nl. dat er juist door dit aantal slaven minder of geen kans bestond dat er een meer intieme band tussen slaaf en meester zou kunnen ontstaan, zoals vereist voor het oprichten van een grafmonument met een tekst als deze.

Tenzij natuurlijk als de slaven in kwestie heel dicht bij hun meesters stonden. In de onmiddellijke omgeving in huis, als persoonlijke slaaf voor de verzorging, een rechterhand in de uitvoering van de taken van de meester des huizes. Zoiets.

Als we nu alle gegevens samenbrengen, zien we het volgende:

We hebben een grafschrift voor het zesjarige dochtertje van twee slaven, tweetalig, met Latijn als eerste taal al is het monument opgericht in een Griekstalige provinciehoofdstad, en met volledig Romeinse vormen, zodanig dat de Latijnse tekst als eerste geconcipieerd moet zijn en de Griekse daarvan de letterlijke vertaling is. Bovendien verschijnen naast de bedroefde ouders ook anoniem gebleven meesters op het toneel, die daarbij weliswaar aanwezig zijn, maar tegelijk heel bescheiden op de achtergrond blijven.

Dit laatste suggereert dat de meesters Spenis hebben gekend en misschien ook wel enige droefheid hebben gevoeld. Genoeg om mee te helpen bij de oprichting van het graf. Want of Primitivus en Sotira daarvoor voldoende financiële middelen hadden, is niet bij voorbaat zeker.

Deze situatie is het gemakkelijkst voorstelbaar als we aannemen dat het gaat om Romeinen van een zekere maatschappelijke rang, hoge ambtenaren of grote kooplieden, en dat Primitivus en Sotira weliswaar slaaf waren, maar in een verhouding van vertrouwen en persoonlijk meeleven stonden, als slaaf in de onmiddellijke omgeving van de meesters, thuis of in verband met de zaken. En het veronderstelt uiteraard ook dat deze anonieme meesters enige menselijkheid en inlevingsvermogen moeten hebben bezeten. Het kan heel goed zijn dat dolentes ‘in treurnis’ niet alleen op de ouders slaat. En tegelijk dat ze zoveel respect hadden dat ze zichzelf in deze context niet op de voorgrond werkten.

Onze analyse heeft ons ver gevoerd. Het drama dat zich in Thessalonica ergens in de 2de of 3de eeuw heeft afgespeeld, neemt contouren aan. In stilte, dat wel.

Spenis heeft het allemaal niet gebaat. Zij was een van de vele kinderen die jong stierven en die de 10 niet haalden. Maar blijkbaar werd ze tijdens haar korte leventje omringd door mensen die om haar gaven. Haar verscheiden vond niet onopgemerkt plaats.

Ook niet zoveel eeuwen later door Schrijver dezes.

Vaticaan geeft drie mummies terug aan Peru

26 oktober 2022

Anima Mundi, de etnologische afdeling van de Vaticaanse Musea, heeft na tien jaar voorbereidend werk drie eeuwenoude mummies teruggegeven aan Peru.

De Peruaanse minister van Buitenlandse Zaken Cesar Rodrigo Landa Arroyo was voor de overdrachtsceremonie naar het Vaticaan gereisd. Hij werd ook in audiëntie ontvangen door paus Franciscus. Dat schrijft KerkNet op basis van een bericht in Vatican News.

De etnologische afdeling van Vaticaanse Musea werd in 1925 opgericht door Pius XI, in een periode dat er vanuit alle delen van de wereld geschenken werden gestuurd naar de paus.

Ook Peru bezorgde op die manier enkele artefacten die representatief zijn voor de geschiedenis en de cultuur van het land.

Daarbij waren ook drie mummies. Ze zijn enkele eeuwen oud, maar hun exacte datum is onbekend. Na hun terugkeer in Peru zal er een gedetailleerd onderzoek volgen om het tijdstip van herkomst van de mummies te bepalen.

vaticaanse_musea

De plaats van herkomst is wel bekend. De mummies werden destijds gevonden op een hoogte van drieduizend meter in de Peruviaanse Andes langs de Ucayali-rivier, een zijrivier van de Amazone.

In 2010 startte pater Nicola Mapelli, directeur van Anima Mundi, in samenwerking met de toenmalige directeur van de Vaticaanse Musea, Antonio Paolucci, een project om menselijke resten aan de landen van herkomst terug te geven.

De terugkeer werd mogelijk dankzij de samenwerking van de Vaticaanse Musea met wetenschappelijke en culturele instellingen in Peru.

Volgens de Vaticaanse Musea drukt de teruggave van deze en andere artefacten het respect uit voor de identiteit van elk volk en elke cultuur, in de geest van paus Franciscus.

Andy Warhol in de nieuwe exporuimte La Vaccheria

25 oktober 2022

Als je nog eens een aantal topstukken van de bekende Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol wil zien, kan je tot 6 januari 2023 terecht in de gloednieuwe tentoonstellingsruimte La Vaccheria.

De nieuwe expozaal is ondergebracht in de historische boerderij van Castellaccio in de EUR-wijk. Het gebouw is volledig gerenoveerd en omgevormd tot een culturele hotspot die ook de archeologische artefacten die werden gevonden in het zuiden van Rome zal huisvesten.

warhol_vaccheria (6)

La Vaccheria wil een referentie voor kunst en cultuur worden, zowel voor Romeinen als toeristen. De historische boerderij die vandaag La Vaccheria huisvest, werd enkele jaren geleden gekocht door de stad Rome.

Er volgden langdurige restauratie- en herontwikkelingswerken, die uiteindelijk resulteerden in een gloednieuwe fraaie tentoonstellingsruimte van ongeveer 1.800 m².

warhol_vaccheria (8)

De boerderij bestaat uit een groot centraal gebouw met een oppervlakte van ruim 1.500 m², met een vergaderruimte, een eethoek en een boekwinkel.

Een kleiner gebouw met twee verdiepingen biedt onderdak aan kantoren en het management. Nog een ander gebouw is ingericht als laboratorium voor onderzoek en aanverwante diensten.

warhol_vaccheria (7)

Andy Warhol bijt de spits af met een tentoonstelling die een overzicht brengt van zijn belangrijkste werk. In totaal gaat het om een tachtigtal kunstwerken, waaronder zeefdrukken, litho’s, tekeningen, prenten, objecten, platen- en tijdschriftomslagen.

Ook iconische en wereldberoemde werken, zoals het beroemde Campbell soepblik en de foto’s van Liza Minelli, Marilyn Monroe, Elvis en Mick Jagger zijn in Rome te zien. De tentoonstelling werd samengesteld door Giuliano Gasparotti en Francesco Mazzei en is gratis te bezoeken.

warhol_vaccheria (3)

Het popart-icoon Andy Warhol (1928-1987) is bij velen bekend, ook bij degenen die niet meteen van zijn werk houden. De in Pittsburgh geboren beeldende kunstenaar, fotograaf en filmmaker Andy Warhol heette eigenlijk Andrew Warhola en was een zoon van Slowaakse immigranten.

Hij kreeg een tekenopleiding aan het Carnegie Institute of Technology (1945-1949) en trok vervolgens naar New York, waar hij tekeningen maakte (onder meer voor het blad Glamour) en advertenties ontwierp.

warhol_vaccheria (4)

In het begin van de jaren ’60 van de vorige eeuw begon hij te schilderen en kreeg hij grote bekendheid als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de popart.

Koel en zonder commentaar presenteerde Andy Warhol brokstukken van de moderne westerse samenleving, waarbij door vergroting en herhaling van de voorstelling het effect wordt versterkt en vermenigvuldigd.

Heel bekend zijn de door middel van zeefdruk in duizenden exemplaren verspreide series dollarbiljetten, series dozen van het zeepmerk Brillo, series soepblikjes van Campbell, enz.

warhol_vaccheria (5)

Het enige verschil met opeengestapelde artikelen in warenhuizen ligt in het feit dat Warhol ze elke functionaliteit heeft ontnomen.

Hij maakte ook tweedimensionale werken, in de objectiverende, mechanische zeefdruktechniek, met motieven die op zichzelf wel emotioneel geladen zijn, maar geneutraliseerd door veelvuldig gebruik in pers en televisie.

warhol_vaccheria (2)

Daaronder portretten van bekende figuren zoals Marilyn Monroe, Jackie Kennedy, Elvis Presley en Mao, maar ook van gezochte misdadigers, de elektrische stoel, auto-ongelukken en zelfmoord.

Ook deze beelden worden reusachtig vergroot of herhaald en geïsoleerd weergegeven tegen een lege achtergrond in vaak schrille kleuren, waardoor zij een sterke intensiteit krijgen, die eveneens een ‘neutraliserend’ effect heeft.

warhol_vaccheria (9)

In zijn films werkte Andy Warhol eveneens puur registrerend en gebruikmakend van de herhaling. Hij maakte of produceerde in zijn Factory in New York honderden (underground)films. Daarin experimenteerde hij onder andere met het element tijd, om een minutieuzere observatie dan in de werkelijkheid mogelijk te maken.

Zo is Sleep een zes uur durende opname van een slapende man. Sommige van de door hem geproduceerde films raakten in de bioscoop, zoals de deels door zijn medewerker Paul Morrissey gemaakte films Blue movie (1968), Flesh (1970), Trash (1972) en Heat (1972).

Warhol maakte ook films opgebouwd uit series gefilmde portretten van vrouwen, fotomodellen, vrienden, … zoals ’13 Most beautiful women’ (1964-1965) en ‘Chelsea girls’ (1966). In 1969 richtte hij het tijdschrift Interview op, waarin hij zijn foto’s publiceerde.

warhol_vaccheria (13)

Het zijn altijd foto’s van mensen (ook zelfportretten) uit de – op publiciteit gerichte – kringen waarin hij verkeerde: de jetset, filmsterren, sportlieden, politici, travestieten, …

Van de foto werd vaak een zeefdruk gemaakt. Deze werd door Warhol beschilderd en ten slotte werd daarvan nogmaals een nieuwe zeefdruk gemaakt. Andy Warhol was tevens een begaafde tekenaar.

Warhol & the Cow
Tot 6 januari 2023
La Vaccheria
Via Giovanni l’Eltore, 35-37 (Rome, EUR)
Dinsdag, woensdag, donderdag van 9 tot 13 uur
Vrijdag, zaterdag en zondag van 9 tot 19 uur
Maandag gesloten
Telefoon: 06 696 122 21

Toneelvoorstelling Novecento bij Dante Leuven

24 oktober 2022

Twaalf jaar na zijn eerste voorstelling in België brengt Massimo Zamboni in Theater De Koelisse (Alma 3) zijn monoloog Novecento opnieuw op de planken, dit in het Italiaans, naar het gelijknamige boek van Alessandro Baricco. De regie is in handen van Herman Boets.

Er zijn twee voorstellingen gepland, op 26 en 27 oktober. Die beginnen telkens om 19 uur. De opvoering duurt anderhalf uur. Kaarten kosten 12 euro voor leden van Dante Alighieri en studenten tot 26 jaar, 14 euro voor niet-leden.

Om tickets te reserveren klik hier. Voor groepsreserveringen stuur je een mailtje naar carmen.sirocchi@kuleuven.be.

novecento

De Virginian was een stoomschip dat tussen Europa en Amerika pendelde in het interbellum met aan boord miljardairs, emigranten en gewone mensen. Het verhaal gaat dat Danny Boodman T.D. Lemon Novecento, de grootste pianist die ooit op de oceaan speelde, vroeger optrad op de Virginian.

Een pianist met een verbazingwekkende techniek, in staat om prachtige muziek te spelen, muziek die nog nooit eerder was gehoord, muziek die niet bestond voordat hij ze speelde. Men zegt dat zijn verhaal gek was, dat hij op dat schip was geboren en er nooit afkwam.

Novecento
Met Massimo Zamboni
Regie: Herman Boets
25 en 26 oktober om 19 uur
Theater De Koelisse (Alma 3)
Steengroevenlaan 3 in 3001 Heverlee

Gennaro Sangiuliano is de nieuwe minister van Cultuur

24 oktober 2022

Dario Francheschini, de langstzittende Italiaanse minister van Cultuur ooit, is met de komst van een volkomen andere regeringscoalitie zijn postje kwijt.

Francheschini was minister van Cultuur, Toerisme en Erfgoed van februari 2014 tot juni 2018 en opnieuw van september 2019 tot vorig weekend.

Hij wordt opgevolgd door de zestigjarige Gennaro Sangiuliano, die net als zijn nieuwe collega’s het voorbije weekend de eed aflegde bij president Sergio Mattarella.

gennaro_sangiuliano
Gennaro Sangiuliano werd geboren in Napels. Hij studeerde rechten en economie en heeft een verleden in de mediawereld. Van 1995 tot 1997 was hij chef van de persdienst van de regionale televisiezender Italia Sette-Canale Otto in zijn geboortestreek Campanië.

Daarna werd hij directeur van de krant Roma di Napoli, en vervolgens onderdirecteur van de krant Libero. Hij werkte ook mee aan de bladen Il Foglio, l’Espresso en Il Sole 24 Ore.

Later werd hij directeur van de school voor journalistiek aan de universiteit van Salerno (Scuola di Giornalismo dell’Università di Salerno) en hoogleraar economische geschiedenis bij de Libera Università Internazionale degli Studi Sociali (LUISS) Guido Carli.

Vanaf 2003 bouwde hij een carrière bij de Rai en TGR, tot hij in 2009 overstapte naar Tg1 om er vice-directeur te worden. In 2018 werd hij benoemd tot directeur van Tg2.

· ·

Colosseum, Forum Romanum en Palatijn tijdelijk gesloten

23 oktober 2022

Wie momenteel in Rome op citytrip is en plannen heeft om op dinsdag 25 oktober het Colosseum, het Forum Romanum of de Palatijn te bezoeken, riskeert voor gesloten deuren te staan.

Het  Colosseum is dinsdag de hele dag niet toegankelijk. Het Forum Romanum en de Palatijn gaan uitzonderlijk dicht om 13 uur. De laatste toegang tot de archeologische parken is om 11.30 uur.

colosseum (4)

De reden voor de sluiting van het Colosseum en de vervroegde sluiting van de omliggende archeologische zones, is de komst van paus Franciscus, die samen met andere religieuze leiders in het amfitheater een vredesgebed heeft gepland.

Het evenement zal ’s middags ook leiden tot wegafsluitingen en verkeershinder in de omgeving van het Colosseum.

Tickets voor de drie sites die de dag ervoor verkocht zijn, zullen 48 uur geldig blijven in plaats van 24 uur.