Poggio Bracciolini, De varietate fortunae (I)

VERTAALFEUILLETON – EPISODE 1

Een tweetal weken geleden kon je lezen wat het plan is: een vertaling van boek I – minstens gedeeltelijk – van het werk De varietate fortunae van humanist Poggio Bracciolini. Samengevat: naar Rome in de jaren 1400!

poggio4

De titel wordt als volgt vertaald: Over de wispelturigheid van het Lot. Ik heb ervoor gekozen om ‘Lot’ met een hoofdletter te schrijven; Poggio gaat immers redelijk ver in de personificatie. In het Nederlands is ‘het Lot’ natuurlijk onzijdig, maar vaak lijkt Poggio het te hebben over Fortuna, als in ‘Vrouwe’. Ik zal dus ook wel eens naar het Lot verwijzen met ‘haar’ in plaats van ‘zijn’: La donna è mobile! (Dat geldt uiteraard enkel voor Fortuna.) De vertaling is gebaseerd op de Latijnse kritische editie door Jean-Yves Boriaud (1999).

Zoals gezegd begint Poggio met een voorwoord aan Nicolaas V, paus van 1447 tot 1455. Poggio kende hem al goed toen hij nog gewoon Tommaso Parentucelli heette (°1397). De varietate fortunae was al een hele tijd in wording, maar rond 1448 verscheen het boek ook ‘voor echt’. Interessante vraag: wat vond de paus ervan?

Outi Merisalo – auteur van een eerdere kritische editie – vindt het opmerkelijk hoe weinig Poggio aan zelfpromotie deed – althans voor dit werk – en ze geeft daarvoor een intrigerende verklaring: ‘Zelfs als de correspondentie tussen Poggio en Nicolaas geen blijk geeft van een verkilling van hun verhouding, en zeker niet van een echt conflict, lijkt het niet waarschijnlijk dat de tekst […] erg bevallen kan hebben aan de bestemmeling.’ Als dat zo was, ‘was het misschien beter om er niet te veel ruchtbaarheid aan te geven, vooral als Poggio de deuren wilde openhouden voor een eventuele terugkeer naar de Curia.’ (Merisalo, p. 20-21).

Paus_Nicolaas_V_door_Peter_Paul_Rubens

Eerder dan over de onmiskenbare kwaliteit van het werk, leek Nicolaas te struikelen over de inhoud, bijvoorbeeld over de rol van de pausen, en zijn eigen rol. Merisalo: ‘Zelfs het voorwoord […] wordt gekenmerkt door een toon die – al is hij zonder twijfel gebaseerd op de vriendschapsband tussen de twee mannen – misschien niet meer strookte met de nieuwe waardigheid van de bestemmeling.’ Oordeel vooral zelf over die toon. Zou u dit aan uw baas zeggen, zeker als uw baas de paus was? (Niet: zich waande.)

Het voorwoord kunnen we als volgt samenvatten. Geschiedschrijving is onmisbaar, en al zeker Poggio’s eigen boek. Velen streven immers naar de gunsten van het Lot, en Poggio waarschuwt voor de gevaren. Machtige mensen werden in groten getale slachtoffer van het Lot, zoals al bleek uit een eerder werk van hem. Dat had hij destijds opgedragen aan Tommaso Parentucelli, intussen paus Nicolaas V, die Poggio steeds tot schrijven heeft aangespoord. En zelfs een paus kan iets leren, bijvoorbeeld van onvoorzichtige voorgangers. Nadat Poggio de vier delen van zijn werk aangestipt heeft, geeft hij de paus nog een subtiele hint. Het loont de moeite om die woorden hier al te citeren. Zelfs na zo’n 600 jaar zijn ze actueel – zeker voor wie schrijft en/of vertaalt:

‘Wijze mensen schrijven wel eens dat de deugd volstaat als bescherming en beloning. Maar zoals wijnstokken een ondersteuning nodig hebben om overvloedigere vruchten te dragen, zo hebben ook intellectuelen subsidies nodig, waardoor ze, vrij van zorg en beslommering, vrij zijn om zich te wijden aan het schrijven. Het slechtste van alle kwaden – zo menen wijze mensen zeer terecht – is de ondankbaarheid. Die is maar al te vaak aanwezig in de huizen van de heersers, verbant zeker mensen uit de burcht van de rede, en verhindert het om de diensten van goede mensen te benutten. Die ondeugd heeft u altijd gemeden als een verderfelijke pest. Daarom ben ik zeker dat u dergelijk verzuim van anderen zeker niet zal nabootsen.’

Mocht u foutjes ontdekken – als zelfs Poggio niet onfeilbaar is, wie wel? – dan ben ik u er heel dankbaar voor als u die signaleert via brunovantomme@hotmail.com. Ook andere commentaar is welkom. In elk geval: veel leesplezier!

line
POGGIO BRACCIOLINI UIT FIRENZE

GESCHIEDENIS VAN DE WISPELTURIGHEID VAN HET LOT

DEEL EEN

VOORWOORD AAN PAUS NICOLAAS V

Heel lang geleden drukte Ninus, de beroemde koning van de Assyriërs, zijn stempel op de geschiedenis: dat weten we. Maar ook vóór hem gebeurden er memorabele zaken, in vredes- en in oorlogstijd. Alleen: er waren geen geschiedschrijvers om die dingen aan ons over te leveren. Ze zijn door hun ouderdom verduisterd.

Daarna kwamen er dus gelukkig verlichtere tijden: door het licht van de literatuur schitteren ze ook nu nog. Neem het dus van mij aan: de geschiedschrijving is erg nuttig voor de mensheid, een kostbaar goed. Ze zorgt ervoor dat de woorden en de daden van onze voorouders niet begraven en vergeten raken: ze leven voor een groot deel door tot vandaag. De geschiedschrijving is de enige echte zorgvuldige behoedster en betrouwbare bron van het verleden. Alleen zij richt onze blik op de daden en deugden van beroemde mensen, zodat we hen kunnen volgen. Zij verfoeit ondeugden, en leert wat je moet vermijden. Ze stelt ons het verleden voor ogen. Wat van ouderdom zou verdwijnen, geeft ze een echte verjongingskuur.

Want niemand zou de lang vervlogen acties van historische rolmodellen kennen, als de literatuur en de geschiedschrijving hen niet voor het voetlicht zouden plaatsen. Dat we ze ons herinneren, is te danken aan het werk en de ijver van de schrijvers, die ze van de vergetelheid redden.

Antonello_da_Messina

En als er één geschiedenisboek aanbevelenswaardig is, dan toch wel dit boek van mij. Het gaat over de onstabiele gunst van het Lot, ‘Vrouwe Fortuna’, die hardnekkig alles omverwerpt wat ze net heeft opgetild.

Ja, bijna iedereen streeft naar zogezegd grote en mooie geschenken van het Lot. Al hun ijver en werk gaat daaraan op; al het goede moet wijken, ook kunst en cultuur. Als blinden lopen ze achter die dingen, waarvan is aangetoond – voorbeelden genoeg – dat ze fake en bedrieglijk zijn.

Die wijdverspreide loze ambitie, die waanzinnige begeerte naar macht … daarvoor wil ik graag wat tegengewicht bieden. Daarom ga ik in dit boek de gevarieerde en onverwachte lotgevallen beschrijven van verschillende mensen: het spel van het Lot wíl dat dit geweten is. Wie het leest, zal nog eens nadenken alvorens zich in de armen van het Lot te gooien. Want we zullen zien hoe het Lot velen aan de top heeft gebracht, als sterren op een podium, om hen meteen te laten vallen.

De natuur heeft ons niets beters gegeven dan de wijsheid, niets hoogstaanders dan de deugd. Zelfs het Lot, dat er nochtans boven staat, heeft er geen vat op. Maar de machtigen, gedopeerd door Fortuna’s gunsten, hebben nogal de neiging om de deugd te versmaden, als iets zonder waarde … En zo betreden ze dus het theater van het Lot, en bieden aan het gewone volk schitterende spektakels van wat Fortuna hen ‘gunt’ … Want eerst koestert ze hen, maar dan stort zij hen – en dat is haar goed recht – naar beneden, en onthult hun dwaasheid. Ze trekt de sokkel weg, waarop ze hen had geplaatst – ze stonden er te kijk als acteurs in toneelkleren – en maakt hen belachelijk en bespottelijk. Dan moeten ze eindelijk hun dwaasheid bekennen, wanneer het te laat is om die ongedaan te maken. De onnozele projecten waar ze zich een heel leven mee bezig hebben gehouden, moeten op de schop. Op dat moment gaan ze ook de schuld steken op de vleiers, de valse trouw van al wie hen naar beneden haalt.

Giovanni_Domenico_Tiepolo

Dit geschiedenisboek leek mij wel goed aan te sluiten bij een eerder werk van mij – Over het ongeluk van de heersers – dat ik ooit aan u heb opgedragen. Daarom vond ik het gepast om ook dit boek aan u te schenken: aan dezelfde mens, maar onder een andere naam, aangezien u nu het hoogste van alle ambten bekleedt. Ik moet bekennen dat ik bij u in het krijt sta; u hebt mij altijd aangespoord en aangezet om te schrijven. In uw eentje heeft u ervoor gezorgd dat ik de Cyropaedia van Xenophon in het Latijn heb vertaald. Als ik de lezers daarmee enig genoegen heb bezorgd, dan moet die verdienste aan u toegeschreven worden: ik heb het dankzij u geschreven.

God heeft gewild dat het verheven pauselijke ambt niet onderhevig is aan het Lot. Maar pausen bezítten wel zaken die onderworpen zijn aan het Lot … We hebben gezien dat enkele van hen – ze komen aan bod in mijn boeken – daardoor toch de speelbal van het Lot zijn geworden. Natuurlijk bent u buiten categorie, zowel qua religiositeit als qua levenswandel, met een uitzonderlijke kennis die gepaard gaat met de hoogste wijsheid. Uw wijsheid is van dien aard dat u alle krachten van het Lot met bedachtzaamheid en intelligentie de baas kan. Toch zal u nog voorzichter zijn, als u de lotgevallen en belevenissen kent van voorgangers, die slachtoffer werden van het geweld van het Lot.

Wees dus zo goed om dit boek van mij met een welwillende geest te aanvaarden. Het eerste deel gaat over de val van het Romeinse Rijk en de stad Rome, en wat er hier overblijft van antieke gebouwen. Dan wordt besproken wat het Lot precies is, en wordt de gevangenschap besproken van de Turkse sultan. In het tweede deel komen vele mensen aan bod, die in onze tijd onder de grillen van het Lot hebben geleden, tot aan het overlijden van paus Martinus. Het derde deel behandelt de periode van paus Eugenius tot het begin van uw pontificaat. Dan volgt een vierde deel, dat informatie geeft over de Indiërs en de Ethiopiërs; het zal de lezers zeker interesseren.

Kortom: geen boek om in de kast te laten staan. Hoe verstandig u ook bent, het bevat ook voor u een waarschuwing: het is aangewezen om zich met mate in te laten met zaken waarop het Lot meer invloed heeft dan de rede of het verstand.

Tot slot zou ik u aan het volgende willen herinneren. Wijze mensen schrijven wel eens dat de deugd volstaat als bescherming en beloning. Maar zoals wijnstokken een ondersteuning nodig hebben om overvloedigere vruchten te dragen, zo hebben ook intellectuelen subsidies nodig, waardoor ze, vrij van zorg en beslommering, vrij zijn om zich te wijden aan het schrijven. Het slechtste van alle kwaden – zo menen wijze mensen zeer terecht – is de ondankbaarheid. Die is maar al te vaak aanwezig in de huizen van de heersers, verbant zeker mensen uit de burcht van de rede, en verhindert het om de diensten van goede mensen te benutten. Die ondeugd heeft u altijd gemeden als een verderfelijke pest. Daarom ben ik zeker dat u dergelijk verzuim van anderen zeker niet zal nabootsen.’

Zoals eerder gezegd: mecenassen mogen zich melden ;-). (Dat mogen ook katten uit Arezzo zijn.) En volgende keer gaan we naar Rome!

Bruno Vantomme
brunovantomme@hotmail.com

Gaio

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.