Archive for januari, 2023

Italië haalt gestolen artefacten ter waarde van 18,4 miljoen euro terug uit Amerika

27 januari 2023

Italië heeft zestig kostbare gestolen artefacten gerecupereerd uit de Verenigde Staten. Daaronder een fresco uit de eerste eeuw, afkomstig van de archeologische site van Herculaneum. De lading heeft een waarde van 20 miljoen dollar, omgerekend ongeveer 18,4 miljoen euro.

De archeologische schatten, die uit Italië waren gesmokkeld en illegaal in de Verenigde Staten waren verkocht, werden recent gepresenteerd op het hoofdkantoor van het Ministerie van Cultuur in Rome.

De artefacten waren in Italië geplunderd door grafrovers of schattenjagers, de zogenaamde tombaroli, en kwamen, al dan niet met vervalste certificaten, terecht in zowel privécollecties als musea en bij veilinghuizen.

artefacten_micFoto: Ministero della Cultura

Er is veel geld gemoeid met de smokkel en handel in dergelijke roofkunst. Als gevolg van het strafrechtelijke onderzoek kreeg een belangrijke kunsthandelaar een levenslang verbod om antiquiteiten te kopen of te verkopen.

De gestolen kunstvoorwerpen werden teruggevonden dankzij de samenwerking tussen de officier van justitie van New York County en het Comando Carabinieri Tutela Patrimonio Culturale (TPC).

Dat is een gespecialiseerde eenheid van de Italiaanse politie die zich bezighoudt met misdaden die te maken hebben met kunst en de illegale handel in en opgravingen van archeologische voorwerpen.

De Italiaanse minister van Cultuur, Gennaro Sangiuliano, omschreef de repatriëringsoperatie als een groot succes en loofde de inspanningen van het team om de illegale handel in nationaal erfgoed te bestrijden.

salvata

Vorig jaar opende in Rome het Museo dell’Arte Salvata (Museum van geredde kunst), dat in afwisselende collecties kunstvoorwerpen en archeologische schatten toont die door de Italiaanse politie werden gerecupereerd uit het buitenland.

Het Museo dell’Arte Salvata is ondergebracht in de Aula Ottogona, de achthoekige hal in de Thermen van Diocletianus, beter bekend als het voormalige Planetarium van de stad Rome, niet ver van het treinstation Termini.

Het museum maakt deel uit van het netwerk van het Museo Nazionale Romano dat naast de Thermen van Diocletianus ook nog de Crypta Balbi, het Palazzo Altemps en het Palazzo Massimo omvat.

De getoonde collectie wijzigt regelmatig. Het principe is immers dat elk werk moet terugkeren naar zijn plek van herkomst of naar een museum in de buurt ervan.

Museo dell’Arte Salvata
Aula Ottagona del Museo Nazionale Romano
Via Giuseppe Romita 8, Rome
https://museonazionaleromano.beniculturali.it/

Sint-Pietersbasiliek opent kunstnijverheidsschool voor opleiding jonge ambachtslieden

26 januari 2023

De Fabbrica di San Pietro of kerkfabriek van de Sint-Pietersbasiliek in Rome, de instelling die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het gebouw en ook toeziet op de restauratie en decoraties van de basiliek, opent een kunstnijverheidsschool.

De eerste lichting cursisten, twaalf jonge mannen en acht vrouwen afkomstig uit Italië, Peru, Duitsland en Wit-Rusland, zullen in de nieuwe school voor ambachten worden opgeleid door de beste vakmensen van de Sint-Pietersbasiliek.

koepelsanpietro(3)

Jonge steenhouwers, marmerbewerkers, stukadoors, decorateurs en timmerlieden kunnen er in kortere of langere opleidingen alle vaardigheden leren die nodig zijn om de Vaticaanse basiliek te onderhouden en te behouden.

De selectie van de kandidaten gebeurde door middel van een test en een individueel interview. Er werd ook rekening gehouden met persoonlijke motivaties. Alle deelnemers wilden zich trainen in oude beroepen, die tegenwoordig voor veel van hun leeftijdsgenoten onaantrekkelijk lijken.

De opleidingen duren gemiddeld zes maanden en zijn gratis. Het bijwonen van zowel de theoretische en praktische lessen is verplicht.

Leerlingen krijgen er de kans om onder leiding van ervaren ambachtslui de stiel te leren. Ze krijgen ook de kans om vertrouwd te raken met de modernste technologieën. Het aantal studenten wordt beperkt tot maximaal 20.

sanpietro (2)

Gedurende de gehele duur van de cursus logeren de studenten in de residentiële Villa Aurelia van de Congregatie van de Priesters van het Heilig Hart, niet ver van de basiliek.

De cursisten hebben allemaal een diploma van de middelbare school en een achtergrond in technisch of artistiek onderwijs. De jongsten kozen voor de Fabbrica di San Pietro School of Arts and Crafts voordat ze op zoek gaan naar een job of beginnen aan universitaire studies.

Anderen zijn universiteitsstudenten die, op advies van hun professoren, hebben gevraagd om een opleiding te krijgen van de Vaticaanse specialisten.

sanpietro

De praktische opleiding van de aspirant-ambachtslieden zal gebeuren in de ateliers van de Fabbrica di San Pietro, waar ze samen met de ervaren vakmensen van de Sint-Pietersbasiliek kunnen oefenen.

Informatie over de inschrijving voor de volgende selectie kan worden verkregen door te schrijven naar de secretaris van de school: scuola.artiemestieri@fsp.va of artiemestieri@fsp.va.

Al meer dan vijf eeuwen is de Fabbrica di San Pietro een centrum van zeer gespecialiseerde kennis, in staat om de creativiteit en vaardigheid te stimuleren van kunstenaars en ambachtslieden die zich voortdurend inzetten om te voldoen aan de specifieke behoeften van een uniek gebouw zoals de Sint-Pietersbasiliek, verklaarde kardinaal Mauro Gambetti, de voorzitter van de Fabbrica di San Pietro.

koepelsanpietro(8)

Uit de archieven weten we dat de Fabbrica di San Pietro 250 jaar geleden reeds een gespecialiseerd opleidingscentrum oprichtte. Sinds het einde van de achttiende eeuw werden daar gratis lessen gegeven aan jonge ambachtslieden uit heel Rome.

De school was ’s nachts en op feestdagen geopend om de cursisten de kans te geven om overdag nog wat te werken. Zo kregen verschillende generaties ambachtslieden een schat aan technische kennis en vaardigheden overgeleverd van de oudere medewerkers. Vandaag kiest de school ervoor om de overdracht van deze praktische kennis opnieuw te versterken.

Het archief van de Fabbrica di San Pietro werd nog niet zo heel lang geleden opengesteld voor onderzoekers en wetenschappers. Het archief bestaat uit meer dan honderd kasten met talloze documenten. Naast elkaar geplaatst, bezetten ze een ruimte van ongeveer 2 km lang.

sanpietro (1)

De papieren omvatten duizenden contracten, bonnetjes, plannen, aanvragen, getuigenissen, aantekeningen, projecten, kwitanties en correspondentie van talrijke kunstenaars die ooit meewerkten aan de basiliek, zoals Michelangelo en Rafaël en die een schat aan informatie opleveren over het praktische dagelijkse leven van de betrokken kunstenaars.

Het archief bevindt zich sinds 1984 in de basiliek. Van de zestiende eeuw tot heden, is het vele malen van locatie veranderd. Het bevond zich eerst in de oude sacristie, werd vervolgens ondergebracht in de basiliek, toen zelfs buiten het Vaticaan, in een poging het te redden van Napoleontische plunderingen en keerde dan terug naar de basiliek.

Tussen 1960 en 1982 slaagde abt Cipriano Cipriani er met veel geduld in om het archief te inventariseren. De eerste inventaris, waaraan hij meer dan twintig jaar heeft gewerkt, werd vervolgens enkele keren herzien en uitgebreid en vormde uiteindelijk de basis voor de huidige digitale zoektools.

Definitief groen licht voor metrolijn tussen Colosseum en Piazza Venezia

25 januari 2023

Er gingen heel veel discussies aan vooraf, er waren talrijke financiële problemen en lange tijd zag het ernaar uit dat de nog steeds in aanbouw zijnde metrolijn C niet verder zou geraken dan het Colosseum. Tot de plannen weer uit de koelkast werden gehaald en de discussies werden voortgezet.

Recent was al duidelijk geworden dat burgemeester Gualtieri gewonnen was voor de voortzetting van de C-lijn en nu is ook de regering overtuigd. Het Ministerie van Transport keurde zopas het project en het economische kader definitief goed.

In de begroting is 2 miljard euro ingeschreven om het Romeinse metroproject voort te zetten. Daardoor belet niets meer de komst van de derde metrolijn tot in het hart van de stad.

Ook het verdere traject van metro C is nu voorlopig veiliggesteld. Volgens de planning zou de C-lijn na Piazza Venezia, ook nog haltes en stations moeten krijgen aan de Chiesa Nuova (Santa Maria in Vallicella), San Pietro, Risorgimento, Ottaviano (een knooppunt met lijn A) en aan het eindpunt, Clodio-Mazzini.

metropo(6)

Aan de derde metrolijn van Rome wordt al vele jaren gebouwd. Het project liep veel vertraging op, vooral door onverwachte belangrijke archeologische vondsten, maar ook door administratieve en financiële problemen.

Roma Metropolitane ging in vereffening. Het budget werd halfweg het traject al met meer dan een miljard euro overschreden. Daardoor hing de toekomst van de halte en het metrostation Venezia jarenlang aan een zijden draadje.

De in maart vorig jaar aangestelde buitengewone commissaris Maria Lucia Conti die in het metrodossier orde op zaken moet stellen, tekende op 9 december al een verordening waarmee hij een gewijzigd ontwerp voor het nieuwe station Colosseo goedkeurde.

Dat zou volgens de al vaak opgeschoven planning moeten openen in februari 2025. Rome wil het station in ieder geval klaar hebben vóór het komende Vaticaase Jubeljaar in 2025. Dat had men ook graag gezien voor het station Venezia, maar dat zal onmogelijk zijn.

Inmiddels is ook beslist dat de (lange) naam van het nieuwe station Colosseo-Fori Imperiali (of Fori Imperiali-Colosseo) er niet komt. De nieuwe halte zal in de toekomst gewoon Colosseo heten, net zoals vandaag.

veneziametro(2)

De voorbereidingen van het metroproject begonnen reeds in 1990, al zou de aanbesteding voor de bouw van de C-lijn uiteindelijk pas volgen in februari 2006. Niet alleen de aanloop naar het project, ook de werken zelf kenden veel problemen, en niet alleen door de vertragingen omwille van de voortdurende archeologische vondsten.

Er waren vooral discussies over de financiering en de enorme budgetoverschrijdingen. Sinds het bouwproject in gang werd gezet, zijn de kosten gestegen van 1,9 miljard euro (het oorspronkelijke ramingsbedrag) naar meer dan 5 miljard euro. Bovendien is het is het project nog lang niet voltooid.

In 2014 beschuldigde de Italiaanse Rekenkamer het consortium dat de metro aanlegt van verregaande en onverantwoorde budgetoverschrijdingen die waren gebeurd bij de aanleg van het gedeelte Pantano-Centocelle.

Het was maar één van de vele onregelmatigheden die later aan het licht zouden komen. De rechtbank oordeelde dat tussen 2006 en 2010 meer dan 360 miljoen euro aan overheidsgeld werd verspild en dat het systeem blijkbaar bedoeld was om vertragingen te belonen.

De voorzitter van de rechtbank omschreef de aanleg van de nieuwe metrolijn als het duurste en langzaamste project voor openbare werken ter wereld. Op dit moment is ongeveer 19 km van de nieuwe C-lijn in gebruik. Ze wordt bediend met zelfrijdende metrotreinen en omvat 22 stations.

Titus Livius tussen handschrift en gedrukt boek

24 januari 2023

Titus Livius tussen handschrift en gedrukt boek. Lectuur van de beroemdste Romeinse historicus in de 15de en begin 16de eeuw.

Dat is de titel van een lezing die classicus Michiel Verweij geeft op zaterdag 28 januari 2023 van 11 tot 12.30 uur in zaal Concert, Kunstberg 28 in 1000 Brussel.

De toegangsprijs bedraagt 5 euro, gratis toegang op vertoning van een studentenkaart. Tickets kunnen nu reeds worden gekocht via deze link.

ab_urbe_condita_titus_livius

Titus Livius is – samen met Tacitus – de grootste Romeinse geschiedschrijver. Zijn beroemde ‘Ab Urbe Condita’ verhaalt de geschiedenis van Rome vanaf het begin tot 9 v. Chr., maar slechts een kwart van het geheel bleef bewaard.

In deze lezing wordt ingegaan op de handschriften en vroegste drukken uit de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR), die (delen van) Livius’ werk hebben overgeleverd, in het Latijn en in vertaling.

Michiel Verweij is classicus en werkt sinds 2004 als wetenschappelijk medewerker bij de KBR. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het humanisme in de Nederlanden en is auteur van talrijke publicaties waaronder het boek ‘Ovidius. Het verhaal van een dichter’.

Op regelmatige basis verzorgt hij voor onze vereniging S.P.Q.R. de bij classici zeer populaire nieuwsbrief ‘Avonturen met opschriften’.

Italiaanse tankstations sluiten op 25 en 26 januari

24 januari 2023

Opgelet voor wie met de wagen onderweg is naar Italië of de komende dagen door het land wil rijden. Vanavond om 19 uur beginnen de uitbaters van tankstations in Italië aan een twee dagen durende staking.

De meeste benzinestations blijven dicht uit protest tegen recente maatregelen waarmee de regering de gestegen brandstofprijzen wil bestrijden.

Ook zelfbedieningspompen worden tijdelijk buiten werking gesteld. Tankstations die de oliemaatschappijen zelf exploiteren blijven open.

diesel_benzine_tankstation

De Guardia di Finanza moet van de regering meer toezicht houden op de recente prijsverhogingen aan de benzinepomp. Die zijn volgens de overheid soms buiten proporties.

Uitbaters zijn op straffe van een boete ook verplicht om de gemiddelde nationale benzine- en dieselprijs per liter te tonen naast de prijzen die ze aanrekenen. Pompstations langs snelwegen moeten zich ook houden aan een maximumprijs.

De overheid wil met de maatregelen de transparantie van de brandstofprijzen vergroten en de speculatieve prijsverhogingen stoppen.

diesel_benzine_tankstation2

De benzine- en dieselprijzen zijn deze maand fors gestegen nadat de kortingen op de brandstofaccijnzen werden afgeschaft die de regering van (toen nog) Mario Draghi vorig jaar in maart had ingevoerd.

Draghi wilde daarmee de hoge inflatie bestrijden en de stijging van de brandstofprijzen beperken. Volgens de regering rekenden sommige benzinepomphouders na het afschaffen van de korting abnormaal hoge prijzen aan.

Volgens de verschillende vakbonden en beroepsverenigingen van de brandstofsector lossen de maatregelen van de regering het probleem van de hoge brandstofprijzen niet op en viseren ze louter de uitbaters van de tankstations. Die voelen zich het doelwit van wat zij omschrijven als ‘een moddercampagne van de regering’.

Romeins legerkamp Aquis Querquennis eindelijk volledig in kaart gebracht

24 januari 2023

In Spanje verbergt het waterbekken van As Conchas het grootste deel van het jaar één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Romeinse oorsprong in Galicië.

Dat is het Romeinse fort Aquis Querquennis, in Galicië ook wel bekend als ‘A Cidá’, wat ‘de stad’ betekent. Aquis Querquennis ligt aan de rivier Limia in de huidige gemeente Bande in de Spaanse autonome regio Galicië.

Het legerkamp werd gebouwd in de periode tussen 69 en 79 na Christus om soldaten te huisvesten die de Via XVIII of de Via Nova bouwden. Die weg verbond de steden Bracara Augusta (het huidige Braga) en Asturica Augusta (het huidige Astorga) met elkaar over een afstand van ongeveer 330 km.

Het fort werd gebruikt door het derde cohort van de Legio VII Gemina totdat die eenheid in 120 na Chr. naar Dacia werd gestuurd. Daarna werd de kampplaats verlaten.

Querquennis1

Dit Romeinse erfgoed is het grootste deel van het jaar niet te bezoeken of te onderzoeken omdat het onder water ligt. Maar door de droogte van de vorige zomer, waarbij het waterniveau daalde tot op minder dan de helft van de capaciteit, is het Romeinse complex de voorbije maanden helemaal onderzocht en in kaart gebracht. Jarenlang beperkte het onderzoek zich vooral tot luchtfotografie.

De site werd voor het eerst ontdekt in de jaren ’20 van de vorige eeuw. De eerste opgravingen gebeurden door Florentino López Cuevillas. Toen de Spaanse burgeroorlog uitbrak in 1936 werden alle opgravingen in het gebied opgeschort.

In 1947 kwam het terrein in handen van het energiebedrijf Unión Fenosa, dat in de rivier de stuwdam Encoro das Conchas aanlegde. Twee jaar later kwam de site onder water te staan door de aanleg van het As Conchas-reservoir.

Pas in 1975, het jaar dat Franco stierf, gaf het bedrijf toestemming voor nieuwe opgravingen en werd het archeologische onderzoek van Aquis Querquennis weer hervat.

Archeoloog Antonio Rodríguez Colmenero onderzocht de site gedurende bijna twintig jaar, waarbij hij zich vooral concentreerde op de noordwestelijke hoek van het terrein.

Degelijk onderzoek is moeilijk omdat grote delen van de site alleen zichtbaar worden als het waterpeil daalt. De voorbije zomer deed zich dus een buitenkans voor en werden de restanten voor het eerst volledig zichtbaar.

Querquennis6

Het legerkamp, vermoedelijk het grootste van het Iberisch schiereiland, is 3 hectare groot en heeft de klassieke vorm van een castra. Het is rechthoekig en wordt doorsneden door twee wegen die elkaar kruisen: de Via Principalis en de Via Praetoria.

In Aquis Querquennis is de Via Principalis 4 m breed. De buitenmuur is 3,20 m hoog en heeft afgeronde hoeken. Hij is opgetrokken uit kleine brokken graniet in een bouwstijl die opus vittatum genoemd wordt.

De schietgaten hebben de vorm van een halve cilinder, en zijn bedekt door torentjes die 10 cm naar buiten en 30 cm naar binnen steken. Tussen de buitenmuur en de gebouwen binnen het kamp bevindt zich een intervallum van 11 m.

Querquennis3

Aan de buitenkant van de muur bevindt zich een gracht in de vorm van een V, met een breedte van 4 m en een diepte van 3 m. Van de vier poorten zijn de porta principalis sinistra en de porta decumana opgegraven.

De weg gaat in twee weghelften door de porta principalis sinistra; deze zijn gescheiden door een pilaar. De porta decumana heeft slechts één opening.

Het centrale gebouw was waarschijnlijk het hoofdkwartier (praetorium). Dit gebouw is rechthoekig, met een breedte van 34,8 m en een diepte van 32,1 m. Het bestaat uit een voorhof (vestibulum), dat omgeven is door een omgang (deambulatorium) die overdekt is, en open naar de buitenkant.

Querquennis2

Na het voorhof is er een rechthoekige binnenplaats, in de vorm van een peristilium met zuilengalerijen aan drie kanten. Daarna is er een basilica. Deze heeft een grote centrale ingang en twee smallere ingangen aan de zijkanten.

Aan de achterkant bevinden zich de tempelgebouwen van de officieren. Deze bestaan uit de centrale tempel (aedes), die omgeven is door vijf gebouwen: twee aan de noodkant en drie aan de zuidkant. Mogelijk bevonden zich hier de archieven.

De vloer van de tempelgebouwen is van grof zand, de andere gebouwen van het praetorium hebben een kleivloer.

Er zijn drie barakken gevonden, die zich bevinden rondom een centraal plein met een cisterne. Deze barakken zijn 3 bij 3 m groot en hebben een zandvloer. Ze bevatten twee ruimten en hadden een haard. De deur was naar het zuiden gericht. In elke barak verbleven acht soldaten.

Querquennis4

Er zijn tevens twee rechthoekige graanschuren. Deze zijn opgetrokken op rijen van stenen palen. De muren zijn dik en hebben steunberen. Hierdoor denkt men dat deze gebouwen door een gewelf overdekt waren.

Verder is er een bijna rechthoekig gebouwencomplex waarvan men vermoedt dat dit het valetudinarium (ziekenkamer) is. Het bestaat uit verschillende vierkante gebouwen rondom een centraal plein met een impluvium. Mogelijk had dit plein houten zuilen die op een lage stenen muur rustten.

(Bron beschrijving Aquis Querquennis: Wikipedia)

Luc Devoldere spreekt over Le Ceneri di Gramsci van Pasolini

23 januari 2023

In het kader van de Week van de Poëzie in Vlaanderen wijdt de Società Dante Alighieri Leuven op vrijdag 27 januari om 19.30 uur in Aula A13, Romaanse Poort (Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven) een avond aan het magnum opus van Pier Paolo Pasolini, Le Ceneri di Gramsci.

Luc Devoldere, classicus, essayist en gepassioneerd vertaler van Pasolini (De As van Gramsci, 2012) geeft een lezing over het belang van dit gedicht voor de auteur, voor een tijdperk en voor zijn nalatenschap.

Tijdens de avond zal het mogelijk zijn om met de spreker over het gedicht van gedachten te wisselen. Je vindt de tekst hier. De voertaal van de avond is het Nederlands, met een korte inleiding in het Italiaans.

De toegang is gratis voor de leden van de Società Dante Alighieri en S.P.Q.R. Niet-leden betalen 5 euro. Graag vooraf inschrijven via info@danteleuven.be.

Gramsci_Pasolini2

Le Ceneri di Gramsci (1956), uit de gelijknamige bundel die in 1957 verscheen, is een cruciaal gedicht om Pasolini’s leven en werk te begrijpen, om de disperata vitalità aan te voelen die hij zelf als zijn dichterlijk en existentieel handelsmerk in de strijd wierp.

De inzet is hoog. Hier is een ambitieus en zelfbewust intellectueel aan het woord die midden in zijn tijd staat en het jargon van die tijd hanteert, maar tegelijk op hoogst persoonlijke wijze zijn eenzame positie in die tijd bepaalt, met gebruik van alle taalmiddelen.

Het is wellicht het hoogtepunt van zijn poëzie waarop niets echt meer kon volgen. Niet alleen het einde van de geschiedenis, maar ook van de eigen poëzie wordt in dit gedicht aangekondigd. Leven wordt voortaan overleven. Met passie, zeker. Zelfs met esthetische passie. Maar verslagen.

Gramsci_Pasolini

Per trein van Rome naar Milaan in 2 uur en 45 minuten

23 januari 2023

Vanaf vandaag zet Trenitalia een nieuwe hogesnelheidstrein in tussen Rome en Milaan. De nieuwe Frecciarossa van Trenitalia stelt de reistijd tussen beide steden nog scherper en overbrugt de afstand in 2 uur en 45 minuten.

frecciarossa (2)

De nieuwe verbinding vermijdt de stations Roma Termini en Milano Centrale. De trein vertrekt om 05.30 uur vanuit Roma Tiburtina en arriveert om 08.15 uur in het station Rogoredo in Milaan.

Omgekeerd vertrekt de trein om 20.44 uur in Milaan Rogoredo en komt om 23.29 uur aan in Rome Tiburtina. Beide stations zijn gemakkelijk te bereiken met bus en metro.

De nieuwe trein brengt het aantal dagelijkse Frecciarossa-verbindingen tussen Rome en Milaan op 90.

Daarbij horen zeven rechtstreekse diensten tussen Roma Termini en Milano Centrale, met een reistijd van 2 uur en 59 minuten.

De 81 andere ritten gebeuren van en naar dezelfde stations, maar met tussenstops en reistijden vanaf 3 uur en 8 minuten.

frecciarossa (1)

Poggio Bracciolini, De varietate fortunae (VI)

23 januari 2023

Vertaalfeuilleton – Episode 6 – ‘Badhuizen, part I’

Wanneer clublid Bruno Vantomme geen romans schrijft – zoals over de dochter van keizer Augustus (Rome en Julia) – of in (de trein naar) Rome zit, geeft hij Latijn in Leuven, of presenteert hij hier – ook in 2023 – een vertaalfeuilleton, over het werk De varietate fortunae van humanist Poggio Bracciolini.

poggio4

Ter gelegenheid van het nieuwe jaar spreek ik u meteen rechtstreeks aan, om u het beste te wensen. In september 2022 ging dit vertaalfeuilleton van start; de eerdere afleveringen vindt u hier.

Door examens en andere wereldse festiviteiten ligt er iets meer tijd dan gewoonlijk tussen deze episode en de vorige. In dit trimester zullen de intervallen, behalve door de gebruikelijke werkzaamheden, dan weer bepaald worden door de voorbereiding van een Romereis in april.

Maar ook Poggio zelf doet een duit in het zakje. Na de uitdagende identificering van een twaalftal ‘tempels’, leken de badhuizen een gemakkelijk te wassen varkentje, mogelijk zelfs te combineren met – ik zeg maar wat – triomfbogen en/of aquaducten.

Wat een koud kunstje leek, werd – toepasselijk dezer dagen – een koude douche: niet als in ‘een desillusie’, maar wel een verfrissende en breintintelende heuristische ervaring, die het wenselijk maakt niet één maar zelfs twee episodes te wijden aan de thermen. De tekst is nochtans kort, lijkt eenvoudig, rechttoe rechtaan:

Vertaling

We weten dat er zeven openbare badhuizen zijn gebouwd – ‘wasplaatsen’ voor het volk, ‘groot als provincies’, zoals Ammianus Marcellinus het schrijft. Hun vroegere uitzicht is zo vervormd, gestript van elke versiering, dat er niets overblijft waarvan je met zekerheid kan zeggen waarvoor het gediend heeft.

De Thermen van Diocletianus en van Severus Antoninus behouden tot vandaag de naam van hun oprichters, en hun gigantische resten, die minder aangetast zijn dan de overige badhuizen, maken een niet te onderschatten indruk op wie ze bekijkt.

En men vraagt zich verbaasd af: voor zoiets banaals als baden bouwde men zulke gigantische gebouwen, sleepte men zo vele en grote zuilen aan, zo’n veelkleurige marmeren versiering?

poggioVI_1

Van de Thermen van Constantijn, op de Quirinaalheuvel, zijn de overblijfselen veel minder indrukwekkend dan van de voorgaande. Dat ze het werk van Constantijn waren, blijkt uit een opschrift: we lezen dat stadsprefect Petronius Perpenna ze heeft laten herstellen.

We weten dat de Thermen van Alexander Severus dicht bij het Pantheon van M. Agrippa stonden; er blijven nog meerdere delen over, en indrukwekkende funderingen.

Van de Thermen van Domitianus zijn dan weer zeer weinige overblijfselen te zien. Dat ze op de plaats stonden waar nu de kerk van Silvester is, kwam ik te weten uit het boek over het leven van de pausen.

Van de overige badhuizen heeft de duistere vergetelheid niets zekers overgelaten, zelfs geen hint, over waar ze zich bevonden. Zozeer heeft de lange tijd hun naam uitgewist, terwijl er zo’n grote kosten zijn gemaakt, zoveel energie in is gekropen om ze te bouwen. Ik herinner mij dat ik in de boeken over de martelaars heb gelezen dat er, toen de Thermen van Diocletianus gebouwd werden – de meest verbeten vijand van ons christelijk geloof -, gedurende meerdere jaren 140.000 christenen als slaaf werden ingezet voor dat werk.

Duiding: ‘zeven badhuizen’

Groot is Poggio’s stelligheid omtrent het aantal badhuizen: zeven. In andere middeleeuwse en renaissancistische teksten vindt men alternatieve aantallen: tien, elf, twaalf … Maar Poggio houdt het graag bij zeven.

De Thermen van Diocletianus (ca. 300) gaven, zoals u weet, hun naam aan Stazione Termini, en wie de hele Piazza dei Cinquecento oversteekt – opgepast voor de bussen – komt er uiteindelijk bij uit. Wie bezocht nog niet het museum, met z’n exquise epigrafische collectie? Wie bezocht nog niet het karthuizerklooster, waarvan de kloostergang een oase van rust is in dit meest hectische van alle Romeinse stadsdelen?

poggioVI_2

Wie mocht nog nooit alle rugzakjes van leerlingen één per één droppen in de vestiaire, voor een blitsbezoek van twintig minuten? Wie stond nog niet in bewondering onder en over de gewelven van de kerk Santa Maria degli Angeli, die zich, net als het klooster, nestelde op de fundamenten van de Thermen, en wel iets heeft van een sacraal badhuis?

Met de Thermen ‘van Severus Antoninus’ bedoelt Poggio de Thermen van Caracalla (begin derde eeuw). Hier meent D’Onofrio iets te stellig: ‘aan wie de naam ‘Severus’ niet toebehoort’. Ooit ging de man wel degelijk door het leven als ‘Caesar Marcus Aurelius Severus Antoninus Pius Augustus’, en het gebouw stond bekend als ‘Thermae Antoninianae’. Poggio is duidelijk onder de indruk van de bouwwerken ‘voor zoiets banaals als baden’. Het Latijn is hier misschien nog wat peioratiever: ‘ad tam vilem usum’.

Merisalo stipt aan dat het marmer van beide badhuizen in Poggio’s tijd nog in situ was, en dat de Thermen van Caracalla vooral onder Paulus III (zestiende eeuw) gereduceerd zijn tot het skelet van vandaag, dat nog steeds erg imposant is en een bezoek volledig rechtvaardigt. Wie heeft daar nog nooit de namenlijst van zijn (leerlingen)groep meticuleus weten controleren? (Tot zover de anticiperende reminiscenties aan Romereizen, die potentieel eindeloos zijn.)

poggioVI_3

Van de Thermen van Constantijn (begin vierde eeuw) zijn zelfs geen ruïnes meer over. Ze zouden misschien ook wat in de weg staan, bij die statige Piazza del Quirinale. Voor de liefhebbers: de inscriptie heeft in het Corpus Inscriptionum Latinarum nummer VI 1750, en verwijst naar een restauratie onder prefect Petronius Perpenna Magnus Quadratianus (vijfde eeuw).

De Thermen van Alexander Severus – eigenlijk Severus Alexander – dateren uit het begin van de derde eeuw. Ze kwamen op en in de plaats van de oudere Thermen van Nero (eerste eeuw), tussen het Pantheon en de huidige Piazza Navona. Poggio zag nog ‘meerdere delen’, en ‘indrukwekkende funderingen’. Die laatste zijn vast wel onder de grond te vinden; bovengronds zijn er nu amper sporen van het badcomplex.

Poggio besluit zijn opsomming met de ‘Thermen van Domitianus’. Daarvan ‘zijn dan weer zeer weinige overblijfselen te zien’. De vraag is: hebben ze ooit bestaan? Ik kom er nog op terug. De humanist vervolgt: ‘Van de overige badhuizen heeft de duistere vergetelheid niets zekers overgelaten, zelfs geen hint, over waar ze zich bevonden. Zozeer heeft de lange tijd hun naam uitgewist, terwijl er zo’n grote kosten zijn gemaakt, zoveel energie in is gekropen om ze te bouwen.’ In dat opzicht hebben de badhuizen hun plaats in De varietate fortunae zeker verdiend. In wat volgt duiken we nog dieper in de tekst. Zoals de Romeinen begonnen in het caldarium, starten we bij het begin.

Wasplaatsen groot als provincies

Poggio opent zijn stukje over de thermen met een citaat van Ammianus Marcellinus: ‘‘wasplaatsen’ voor het volk, ‘groot als provincies’, zoals Ammianus Marcellinus het schrijft.’ Laten we, zoals de humanisten, ad fontes gaan. Waar komt het citaat vandaan? Volgens Boriaud gaat het om ‘Ammien Marcellin, 16, 10, 4’, volgens D’Onofrio om ‘Rerum gestarum, XIV [sic], 10, 14’; volgens Merisalo ‘Amm. 16.10.14’. Cerca trova, zou Vasari schilderen; Merisalo wint de zegepalm.

Even veelzijdig zijn de variante schrijfwijzen in de handschriften: historicus Ammianus (vierde eeuw) is er ook ‘Ancuanus’, ‘Annianus’ en ‘Anninanus’. Die heeft natuurlijk veel meer geschreven dan dat ene zinnetje over de thermen: in het slot van deze episode nodig ik u graag uit op een beloftevol zijpad, dat uiteraard naar Rome leidt – en zelfs in triomf.

poggioVI_4

Over handschriften gesproken, en met wat overdrijving: zonder Poggio hadden we misschien niet eens een tekst van Ammianus gehad. Zeker: Poggio’s herontdekking van Lucretius’ De rerum natura is in de loop der tijden met de pluimen gaan lopen (Greenblatt, The Swerve ...), en daar zijn argumenten voor te vinden.

Maar in hetzelfde jaar 1417 duikelde de handschriftenjager in Fulda een manuscript op van Ammianus’ Res Gestae, bracht het naar Italië, en daar rust het nog steeds in de Vaticaanse bibliotheek, als Vat. lat. 1873 (= V), nu ook digitaal. Zo zag Poggio zo’n 600 jaar geleden de tekst! De ‘lavacra in modum provinciarum’ vindt u op fol. 32r – al staat daar toch wel echt ‘prvinciarum’. (En welke snode humanist heeft er hier in de kantlijn geschreven? Cf. volgende episode.)

Vat. lat. 1873 (V) is overigens het enige middeleeuwse handschrift van Ammianus dat de tijden nog enigszins respectabel heeft doorstaan. Dat is relatief: van de Res Gestae hebben we enkel nog boeken 14 t.e.m. 31.

Tekstoverlevering kan meedogenloos zijn. In Hersfeld bevond zich bijvoorbeeld nog een ander manuscript (M) uit de 9de eeuw. In de jaren 1530 was het uitgeleend aan een uitgever in Bazel, en gebruikt voor een uitgave. Zo was een stuk Griekse tekst – de vertaling van hiërogliefen (!) op één van de Romeinse obelisken (boek 17.4) – enkel in dat handschrift te vinden.

Wat er dan gebeurde, vertaal ik uit een artikel van G. Kelly en J. Stover: ‘geen enkele geleerde zag het opnieuw tot zes min of meer volledige bladen van boeken 23, 28 en 30 herontdekt en gepubliceerd werden in 1876. Het handschrift was in de late zestiende eeuw uit elkaar gehaald; de bladen die werden teruggevonden, waren gebruikt om kasboeken te binden in het kasteel van Friedewald, zeven mijl van het klooster van Hersfeld.’ Gelukkig had een aantal varianten in het handschrift de weg naar een uitgever gevonden – al betekende dat misschien ook de dood van het manuscript.

Dank dus aan alle tekstoverleveraars, en al zeker aan Poggio, voor het volgende fragment. In boek 16.10 gaat het over het bezoek dat keizer Constantius II, de opvolger van Constantijn de Grote, in 357 aan Rome bracht. Doorgaans bevond hij zich immers in het oosten van het nog-niet-definitief-gesplitste rijk. Hij ‘koesterde’ immers, volgens Ammianus, in de vertaling van D. den Hengst, ‘de vurige wens Rome te bezoeken’. Wie niet?

In Constantius’ geval was het wel om een – volgens A.M. ongepaste – triomftocht te houden, iets waar SPQR-leden zich ongetwijfeld niet aan bezondigen. ‘Zijn enige bedoeling was om voor het volk, dat in pais en vree leefde en niet verwachtte of zelfs maar hoopte ooit iets dergelijks te zien, te pronken met een eindeloos lange optocht’.

Ammianus is eindeloos citeerbaar, maar ik zal me beperken tot wat het hart van Rome-liefhebbers, dus ook van Poggio, sneller doet slaan. Mogelijk is de beschrijving u al bekend, en dan zal u die graag opnieuw lezen; anders deel ik ze graag met u, met herhaalde lof aan vertaler D. den Hengst:

‘Toen hij de stad Rome naderde, nam hij de eerbewijzen van de senaat in ontvangst en bezag hij met onbewogen gelaat de eerbiedwaardige aanblik der patricische geslachten. Hij meende […] dat hij zich in het hart van de hele wereld bevond. Nadat hij zich vervolgens tot het volk had gewend, stond hij er versteld van in welke dichtheid heel het mensdom van overal ter wereld in Rome was samengestroomd.’ De triomftocht was zonder weerga. ‘De keizer werd met heilwensen als Augustus begroet, maar bleef onaangedaan door het daverend gejuich dat door heuvels en oevers weerkaatst werd’. (Bij Ammianus blinkt Constantius uit in een aan hooghartigheid grenzende zelfbeheersing.)

poggioVI_5

En dan, het moment suprème: ‘Vervolgens ging hij Rome binnen, de bakermat van het rijk en de maatstaf van alle dingen. Aangekomen bij het Spreekgestoelte, het symbool bij uitstek van Romes oeroude macht, was hij met stomheid geslagen. Waar hij ook keek, aan alle kanten werd hij verblind door de dicht opeen staande monumenten.’ Hoort u Poggio’s hart tekeergaan?

‘Hij hield een rede in de senaatszaal en tot het volk vanaf het Spreekgestoelte. Onder veelvuldige toejuichingen werd hij in het paleis ontvangen en hij verlustigde zich in de blijde stemming waarop hij gehoopt had. […] Daarna bezichtigde hij de wijken van de stad op de hellingen en de vlakke gedeelten tussen de hoogten van de zeven heuvels en de buitenwijken.

Telkens wanneer hij iets gezien had, dacht hij dat dát wel al het andere zou overtreffen: de tempel van Jupiter op het Capitool […] als de hemel boven het aardse; de baden die de omvang hadden van provincies, het reusachtige amfitheater aaneengevoegd uit blokken travertijn, waar het menselijk oog ternauwernood tot de bovenrand reikt, het Pantheon, dat wel een ronde stadswijk lijkt die is overwelfd door een schitterende hoge koepel, de hoog oprijzende zuilen die men vanbinnen langs wenteltrappen kan beklimmen en die de beelden dragen van vroegere keizers, de tempel van de Stad, het plein van de Vrede, het theater van Pompeius, het Odeon, het Stadion en nog andere sieraden van de stad.’

poggioVI

Een verpletterende indruk maakte het Forum van Trajanus: ‘een bouwwerk dat in alle hemelstreken zijn gelijke niet kent, en dat, naar wij menen, zelfs naar het eenstemmige oordeel der goden bewondering verdient.’ Constantius ‘stond sprakeloos als aan de grond genageld en liet het gigantische bouwwerk op zich inwerken, dat zich niet laat beschrijven en waarmee geen sterveling ooit meer zal kunnen wedijveren.’

Constantius was overdonderd en ‘klaagde, diep onder de indruk van het vele dat hij gezien had, over het onvermogen of de afgunst van de faam, omdat die altijd alles overdrijft, maar tekortschiet als het erom gaat te beschrijven wat zich in Rome bevindt. Na lang nadenken besloot hij de stad een nieuw monument te schenken door op de nabijgelegen Circus Maximus een obelisk op te richten’. Liefhebbers van obelisken, hiërogliefen en egyptologie in het algemeen, verwijzen we dus graag naar Ammianus, 17.4. (Met een bijzondere dank aan de kopiist van manuscript M., cf. supra. :-)) Ook bij Poggio komen de obelisken nog aan bod, en dus zeker in een latere episode.

We naderen het einde van deze aflevering. Zijn uiteenzetting over de badhuizen besluit Poggio als volgt: ‘Ik herinner mij dat ik in de boeken over de martelaars heb gelezen dat er, toen de Thermen van Diocletianus gebouwd werden – de meest verbeten vijand van ons christelijk geloof -, gedurende meerdere jaren 140.000 christenen als slaaf werden ingezet voor dat werk.’

In de volgende episode plaatsen we die informatie voor het voetlicht. De gevolgen zijn niet te onderschatten. Maar dat is nog niets in vergelijking met de kwestie van de ‘Thermen van Domitianus’: een historisch-filologische nachtmerrie. En dus ook droom? Tot dan!

Bruno Vantomme
brunovantomme@hotmail.com

Rome uitgeroepen tot beste eetbestemming ter wereld

22 januari 2023

Rome staat op de eerste plaats in de categorie Best Food Destinations in the World bij de Travellers’ Choice Best of the Best Destination Awards 2023.

Dat is een jaarlijkse lijst die wordt samengesteld door de reisbeoordelingssite Tripadvisor.

foodmix

Bovendien bevindt Rome zich ook op de vierde plaats in het lijstje van de meest populaire bestemmingen ter wereld. Dat is twee plaatsen hoger dan vorig jaar.

De ranglijst is gebaseerd op de miljoenen reisbeoordelingen en aanbevelingen die in 2022 op het Tripadvisor-platform zijn ingediend.

travel_bestofthebest

Tripadvisor beschrijft Rome vol enthousiasme als ‘een real-life collage van pleinen, openluchtmarkten en verbazingwekkende historische bezienswaardigheden’.

Daarna volgt deze aanbeveling: ‘geniet hier zeker ook van enkele van de meest memorabele maaltijden van je leven, van verse pasta tot sappige gebakken artisjokken of een malse ossenstaartstoofpot’.

pastamix