Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Manuscript Mysteries V – Vermist in Leuven: Cornelius Nepos

26 november 2020

Manuscript Mysteries V

Zonder de middeleeuwse handschriften zouden we maar bitter weinig van de klassieke Romeinse schrijvers weten. In de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) wordt een schat aan minder bekende handschriften bewaard. En ieder handschrift vertelt een eigen verhaal, een verhaal dat soms tot Rome of Italië reikt.

Vandaag aflevering 5 van Manuscript Mysteries met voor één keer niet een Brussels handschrift in de aandacht, maar een Leuvens, althans eentje dat zich ooit in Leuven bevond: Vermist in Leuven: Cornelius Nepos.

Deze reeks, waarvan je nu en dan een aflevering te lezen krijgt, wordt verzorgd door dr. Michiel Verweij (afdeling Oude en kostbare drukken) van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de vijfde bijdrage in de Manuscript Mysteries, waarin Rome nooit ver weg is. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

‘Men is de Grote Speurder of men is het niet,’ zei de Grote Speurder. Echt bescheiden klonk het niet. Maar er is nu eenmaal één Grote Speurder (en dat is eerlijk gezegd ook ruim voldoende).

Er zijn van die gelegenheden dat de Grote Speurder tot zelfs voor zijn doen zeldzame hoogten reikt. Dit was een van die gelegenheden. Adriaantje, het trouwe beestje, kon alleen maar in bewondering toekijken. Een handschrift beschrijven kan iedereen of men kan het in ieder geval leren. In detail een handschrift beschrijven dat er niet meer ís en waarvan ook geen goede beschrijving voorhanden is, dát is een kunst die alleen de Grote Speurder beheerst.

Op 19 juli 64 brandde Rome en volgens sommige kwaadwillende geruchten zong Nero bij die gelegenheid over de brand van Troje. 1850 jaar, 1 maand en 6 dagen later stookten de bezettende Duitse troepen een groot deel van Leuven af, waaronder de Universiteitsbibliotheek. Of de Duitse soldateska daarbij zong, is niet overgeleverd.

Na enkele dagen restte er van de Universiteitsbibliotheek niets dan de zwartgeblakerde muren, terwijl her en der enkele verkoolde boeken te vinden waren en snippers papier tot in het huidige Waals-Brabant door de lucht fladderden. Ook de catalogus was verbrand zodat niemand precies weet wat er allemaal verloren is gegaan.

In 1918 publiceerde Edouard de Moreau een boekje waarin hij een lijst opnam van oude boeken en handschriften waarover hij nog iets had kunnen vinden. Het is de enige ‘catalogus’ van de bibliotheek van vóór 1914 die we hebben.

nepo(1)

De ereplaats bij de handschriften uit de verloren Leuvense collectie, zeker voor de handschriften van klassieke Latijnse literatuur, kwam toe aan een volume met de Levens van Cornelius Nepos (ca. 100 – ca. 25 v.Chr.). Nepos stamde uit Noord-Italië. Hij bleef ver van de politiek (wat zeer verstandig was in die dagen), maar concentreerde zich op zijn literaire activiteit.

Zijn Chronica in drie boeken ging reddeloos verloren, maar van zijn uitgebreide verzameling biografieën bleef één boek bewaard. In deze verzameling had hij steeds korte levensbeschrijvingen per type activiteit samengebracht, zoals de historici of de veldheren.

Bovendien had hij afwisselend een boek over Romeinse vertegenwoordigers en niet-Romeinse (meestal Griekse) samengesteld. Bewaard bleef het boek over de niet-Romeinse veldheren, met o.m. Miltiades, Themistocles, Alcibiades, maar ook Hannibal.

‘Hannibal’, dacht de Grote Speurder en een vlaag van melancholie overviel hem. Ooit, lang geleden, zo leek het, toen hij Latijn leerde op school, in de 5de klas, had hij het leven van Hannibal als wekelijkse huistaak moeten vertalen. Waar zouden ze zijn, zijn medeleerlingen van toen?

Henk Rooijackers, Elise Merks, Astrid Spijkers, Luc Stevens, Kitty Daamen, Idith Beljaars, Peter van den Hurk, Annemarie den Ouden, Claudia Schimanofsky, Christiane van de Pas, Erica Beerens, Monique Bottema, Jolande Wilms. En pater Elfrink, de leraar. Die altijd ‘een paar vormen’ vroeg. De Grote Speurder glimlachte. ‘Hannibal…’

Dat de Grote Speurder juist Nepos als (eerste) huistaak kreeg, was niets bijzonders. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw was Nepos erg in trek als eerste lectuur op de Latijnse school door de combinatie van zijn eenvoudige, onopgesmukte stijl en correcte taal en de morele lessen die uit de reeks portretten getrokken konden worden.

nepo(4)

Nepos bleef tot diep in de twintigste eeuw op deze benijdenswaardige positie, tot de leraren hem beu waren en de kritiek op de arme auteur steeds sterker werd. ‘Anekdotisch, onbeduidend’. Nepos verdween van het schooltoneel.

In de middeleeuwen werd hij echter amper gelezen. Men heeft het altijd over één handschrift uit de abdij van Fleury aan de Loire (nu: Saint-Benoît-sur-Loire), vermoedelijk uit de twaalfde eeuw. In de zestiende eeuw verdween dat in de collectie van de lokale baljuw Pierre Daniel. En daarna verdween het helemaal. In feite heeft niemand dit handschrift ooit echt gezien: in een volgende aflevering kom ik hier nog op terug…

Men kent drie handschriften die kopieën van deze codex zouden zijn. Een ervan, eind twaalfde eeuw, zit in Wolffenbüttel (ms. Gud. lat. 166) en is de vader van alle Italiaanse handschriften van Nepos (waaronder het Brusselse ms. 14635-37), maar de kwaliteit van deze kopie staat ver ten achter bij de andere twee, ook al zijn die veel jonger.

nepo(7)

Een hiervan zit nog altijd in de Leidse Universiteitsbibliotheek (ms. BPL 2011, derde kwart vijftiende eeuw, uit de Nederlanden of westelijk Duitsland). Het andere was het volume dat in 1914 in Leuven verbrandde. U raadt het al: juist dat laatste gold als de beste kopie en dus als het belangrijkste handschrift van Nepos na het verdwijnen van de zgn. codex Danielis zelf.

Het Leuvense handschrift staat bekend als de codex Parcensis, omdat het in 1829 uit die bibliotheek voor de universiteitsbibliotheek verworven werd. De bibliotheek van Park had Jozef II en de Fransen overleefd, maar in 1829 was er een ernstig geldtekort en een deel van de bibliotheek werd toen verkocht. De Bibliothèque de Bourgogne, de voorloper van de huidige Koninklijke Bibliotheek van België, en de Britse bibliofiel Thomas Phillipps waren de grootste kopers, maar Leuven wist ook een en ander te bemachtigen.

Waaronder de Nepos. Alleen: niemand wist dat Nepos in dat handschrift zat. Het was een zogenaamde convoluut waarin verschillende teksten samengebracht zijn, en de codex was eigenlijk alleen bekend vanwege het eerste deel met de Preken van de vierde-eeuwse Syrische kerkvader Ephrem.

Pas in 1851 ontdekte de Zwitserse classicus K.L. Roth het tweede gedeelte met Nepos. Hij vergeleek het handschrift met zijn eigen editie (hij ‘collationeerde’ het, zoals de technische term luidt). Dit exemplaar bestaat nog en wordt in de Bazelse universiteitsbibliotheek bewaard.

Bovendien publiceerde Roth in 1853 in het Rheinisches Museum für Philologie een artikel over het handschrift met elementen van een beschrijving. Opvallend ontbreken hier de afmetingen: Roth volstaat met de aanduiding ‘Quarto’.

Het artikel van Roth is nog steeds (al bijna 170 jaar dus!) het belangrijkste over dit handschrift. Het is dus echt niet zo dat alleen het meest recente telt. Hoe lang dit nog zal zijn, is een andere zaak, want nu de Grote Speurder in actie is geschoten, valt niet uit te sluiten dat binnenkort het definitieve laatste woord over dit handschrift gezegd wordt. (Er circuleren inmiddels hardnekkige geruchten dat er inderdaad iets op komst is…).

nepo(3)

Men moet de Grote Speurder niet onderschatten. Roth trouwens ook niet, maar dat is nu niet meteen ter zake. Buiten de collatie en het artikel van Roth is er welgeteld één foto van het handschrift bekend, van een blad uit het leven van de Spartaanse koning Agesilaus (hoofdstuk 7, §3 – hoofdstuk 8, §4), en wel in het album La paléographie des classiques latins van E. Châtelain (Paris, 1884-1900).

Roth is natuurlijk nergens heel duidelijk. Zo zegt hij dat de band een afgekrabd wapen vertoont. Hij geeft geen afmetingen, al zegt hij wel dat het handschrift uit 57 folia van perkament bestaat, die samen zeven quaterniones vormen + één los blad. Hij heeft het over initialen met miniaturen. Dat is het zo’n beetje.

U zult het niet geloven, maar dat volstaat om een globale beschrijving van het handschrift te geven en het zo een beetje te reconstrueren. Althans … voor de Grote Speurder.

Om te beginnen verraadt het afgekrabde wapen dat het om een typische boekband van Park gaat. Alle handschriften van die abdij hebben in principe dezelfde band uit de achttiende eeuw: karton, bedekt met lichtbruin leer, met goudgestempelde ribben en versiering op de rug, met een goudgestempeld randje op voor- en achterplatten en met het wapen van de abdij dat in alle gevallen is afgekrabd.

De vermelding van de quaterniones laat toe de structuur van de katernen (als het ware de innerlijke opbouw van het handschrift) te reconstrueren. Die miniaturen moeten we met een flinke zak zout nemen. Om te beginnen hebben handschriften van klassieke Latijnse schrijvers zelden miniaturen in de zin van mooi geschilderde tafereeltjes. Zeker niet in onze contreien.

Vijftiende-eeuwse luxe-exemplaren uit Italië willen nog wel eens een auteursportret in de eerste initiaal hebben (bijv. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, ms. 12172 met de eerste decade van Livius), maar in Noordwest-Europa vind je die dingen gewoon niet.

De foto bij Châtelain toont ook een vrij eenvoudige uitvoering en het lijkt gewoon uitgesloten dat daar miniaturen bij passen. Waar het over gaat is wellicht de versiering van de initialen met het gebruikelijke penwerk. Uit de foto valt ook het aantal regels af te leiden. En het type schrift: een gotische hybrida om de technische term te gebruiken.

nepo(5)

Voor de rest moet je de Grote Speurder zijn. Want: ‘Dat lijkt wel op onze Diederik’, zei de Grote Speurder. Hilvarenbeek ligt weliswaar 15 km van Oirschot, maar het blijft de Kempen, dus alle reden om hem als ‘onze’ te betitelen.

Inderdaad, het type schrift doet sterk denken aan dat in enkele andere handschriften uit de abdij van Park, met name aan de codices met Caesars De bello Gallico (Brussel, ms. 17937) en Quintilianus’ Institutio oratoria (Brussel, ms. II 2219; zie ook aflevering 1 van Manuscript Mysteries).

En dat heeft grote gevolgen. Want: daardoor hebben we een idee van de grootte van de letters (ca. 2 mm). En daarmee kunnen we de hoogte van de bladspiegel en van het blad zelf berekenen. Kijk, daarom is de Grote Speurder de Grote Speurder…

Meer nog, niet alleen kunnen we aan de hand van alles wat we rechtstreeks bij Roth vinden, wat we op de foto kunnen aflezen en wat we uit deze gegevens kunnen afleiden, een vrij gedetailleerde beschrijving geven van dit handschrift dat niemand al meer dan een eeuw lang heeft gezien, we kunnen het ook duiden.

De verwantschap met de genoemde andere handschriften van klassieke auteurs uit de abdij van Park laat ons toe ook de Neposcodex in verband te brengen met de vroeg-humanistische belangstelling van abt Van Thulden (afkomstig uit het Noord-Brabantse Hilvarenbeek) die uiteindelijk tot in 1462 in Rome had gezeten als procurator van de Norbertijnenorde.

Ook tijdens zijn lange abbatiaat (1462-1494) keerde hij nog naar Rome terug, waar hij de pausen Nicolaas V en Sixtus IV persoonlijk kende. Niet toevallig twee pausen die nauw met de Vaticaanse bibliotheek verbonden zijn. Daarmee wordt de Neposcodex van Park dus meteen een uiting van het prille Humanisme in Leuven en omgeving.

Duidelijk eerder dan aan de universiteit, waar deze stroming vanaf 1490-1500 zo’n grote rol zou spelen met Erasmus en Lipsius dat de historische reputatie van de universiteit voor eeuwig daarmee verbonden is.

nepo(6)

En met de studie van het Humanisme zoals door Jozef IJsewijn (1932-1998) in gang gezet werd, de hoogleraar die het eerste congres ter wereld over de Latijnse literatuur vanaf de middeleeuwen organiseerde, het eerste handboek over deze ‘Neolatijnse’ literatuur schreef en het eerste tijdschrift leidde. Een van de beste latinisten ook. En een groot vriend van Rome.

‘Als we daar niet meer naar toe kunnen gaan’, had IJsewijn eens tegenover de Grote Speurder verzucht, want, ja, het hoge woord moet eruit, de Grote Speurder had zijn doctoraat onder begeleiding van deze IJsewijn gemaakt. Kortom, de Neposcodex van Park was niet alleen een belangrijke getuige van de tekst van het werk van Nepos, het was ook een cultuurhistorisch belangrijk stuk voor Leuven zelf, ook al heeft niemand dat tot nog toe beseft.

Met andere woorden: een stuk dat de volle aandacht van iemand van het kaliber van de Grote Speurder meer dan verdient…

Laten we dan nu de Meester zelf aan het woord. Met kennersblik slaat hij Châtelain open op het juiste blad (plaat CLXXXII als u het na wilt kijken). En dan decreteert hij:

‘Convoluut. Band van het type van de Parkabdij; 18de eeuw (karton, lichtbruin leer, goudgestempelde decoratie). Totaal: (i) schutblad + 183 folia + (i) schutblad. Twee onderdelen die sterk verschillen en derhalve het resultaat van een afzonderlijke productie zijn, zodat het ook niet mogelijk is om gegevens voor het een op het ander over te dragen.

‘Goed. Deel I: 126 folia van papier, 20 x 14 cm volgens de opgave bij E. de Moreau in 1918, onversierde rode initialen, lopende titels in rood. Bevat de Latijnse vertaling van de Preken van Ephrem. 15de eeuw.

‘Interessanter: deel II: 57 folia van perkament, zegt Roth. Afmetingen: ca. 16,5 x ca. 11 cm met een bladspiegel van ca. 14,4 x 8,6 cm, zeg ik met dank aan het lettertype (gotische hybrida, ca. 2 mm). 1 kolom van 28 regels (in de eerste katern blijkbaar 29, zegt Roth). Katernstructuur: zeven katernen van steeds 8 folia + een los blad, dat maakt: i-vi8 vii9(8+1). Altijd leuk die technische formules.

Gedecoreerde initialen met penwerk. Er waren een incipit-formule en een explicitformule voor het hele werk, maar niet voor de afzonderlijke levens die op de ‘normale’ manier begonnen met het leven van Miltiades.

Achteraan stond ook nog het leven van Cato de Oude, maar dat van Atticus ontbrak. De eerste letters van afzonderlijke zinnen of zinsdelen waren opgehoogd door aanstreping in rood, tenminste als ik de foto correct interpreteer. Kortom: typisch product uit de Parkabdij, zeggen we 1460-1490.’

(Stilte.)

(Nog meer stilte.)

Het is alsof de verbrande codex herleeft en daar vóór ons ligt. Nooit eerder vertoond. Nooit eerder is iemand er in geslaagd om de Leuvense Neposcodex zo gedetailleerd te beschrijven.

Men is de Grote Speurder of men is het niet,’ zei de Grote Speurder. Echt bescheiden klonk het niet. Maar er is nu eenmaal één Grote Speurder. Zo is het.

nepo(2)

Voor wie de literatuur over dit handschrift wil raadplegen: K.L. Roth, ‘Der Codex Parcensis des Aemilius Probus’, Rheinisches Museum für Philologie, 8 (1853), 626-639; L. Roersch, ‘Notes critiques sur Cornélius Nepos’, Revue de l’instruction publique en Belgique, nr. 7, juli 1861, 233-257; E. Chatelain, La paléographie des classiques latins (Paris, 1884-1900), plaat CLXXXII; E. de Moreau, La Bibliothèque de l’Université de Louvain “1636 – 1914” (Louvain, 1918), p. 52, nr. 10b; P.K. Marshall, The manuscript tradition of Cornelius Nepos, Bulletin of the Institute of Classical Studies, Supplement 37 (London, 1977), pp. 26-30. Een nieuw artikel ‘The lost manuscripts of Cornelius Nepos. An attempt at reconstruction of the Leuven volume and a new perspective on the codex Danielis’ is inmiddels aangeboden aan Les Études classiques.

Met dank voor deze bijdrage aan
Dr. Michiel Verweij
Oude en kostbare drukken
Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel

Amerikaanse toeriste stuurt gestolen marmerblok terug naar Rome

25 november 2020

Ze keken maandagochtend vreemd op in het kantoor van het Museo Nazionale Romano (Terme di Diocleziano) toen een koerier met vereende krachten een omvangrijk pakket naar binnen sleurde. De zware zending was zeer zorgvuldig ingepakt en werd voorzichtig geopend. Het pak bleek een grote blok marmer te bevatten. Een begeleidende met de hand geschreven brief zorgde voor verduidelijking.

De schrijfster van de brief, een zekere Jess, toonde berouw. Ze had het marmeren blok, vermoedelijk van het Forum Romanum of de Palatijn, na haar vakantie in Rome meegenomen naar huis. Op de steen bevond zich ook nog de opvallende tekst: ‘To Sam’, met een getekend hartje en daaronder ‘Jess, Rome, 2017’.

briefje_toeriste

Vergeef me alsjeblieft dat ik iets meenam dat niet van mij was. Ik voel me vreselijk slecht omdat ik dit item niet alleen van zijn rechtmatige plaats heb meegenomen, maar er ook wat op geschreven heb. Dat was helemaal fout van mij en ik realiseer me vandaag, nu ik volwassen ben, hoe respectloos dat was. Ik heb vele uren geprobeerd het opschrift eraf te schrobben en de steen schoon te maken, maar dat is niet gelukt. Aldus Jess die zichzelf terloops omschrijft als een “American asshole”.

Het postpakket komt uit de stad Atlanta. Stéphane Verger, de directeur van het Museo Nazionale Romano die  nog maar sinds september in dienst is, was aangenaam verrast. Hij vertelt dat uit het briefje en de steen af te leiden valt dat de jonge vrouw in 2017 als toeriste naar Rome gekomen is en erin slaagde om de steen mee te smokkelen, blijkbaar als geschenk voor haar vriend. Vandaar ook het opschrift. Ongetwijfeld kreeg ze intussen spijt van die daad en heeft ze de steen daarom teruggestuurd.

marmerensteen

Het verhaal doet denken aan dat van de Canadese toeriste Nicole, die vorige maand enkele artefacten terugstuurde naar een reisbureau in Pompei. Die had ze jaren geleden meegenomen van de archeologische site, maar hadden volgens haar sindsdien niets dan ongeluk gebracht. Ze beschouwde de voorwerpen als vervloekt en zag geen andere oplossing meer dan ze terug te sturen naar de plek waar ze waren gestolen.

Het is mogelijk dat de Amerikaanse Jess door dit verhaal op het idee is gekomen om haar blok marmer eveneens terug te sturen naar Rome. Het teruggestuurde object heeft overigens weinig waarde. Het marmer is afkomstig uit Klein-Azië. Dergelijk gesteente was zeer wijdverspreid in het Romeinse rijk.

Waarom precies het museum werd uitgekozen om het pakket te ontvangen is niet duidelijk. De dame heeft waarschijnlijk gezocht naar een Romeins museum en er ons toevallig uitgekozen, denkt Verger, die het wel waardeert dat de vrouw tot inkeer gekomen is en duidelijk respect voor erfgoed gekregen heeft.

Winkeliers in Rome proberen te overleven

25 november 2020

Precies drie maanden geleden, op 24 augustus, brachten we een nieuwsbrief over de problemen van de Romeinse winkeliers. Vandaag zijn we exact drie maanden verder. Hoe is het nu gesteld met het winkellandschap in Rome? Nog steeds even slecht, zo blijkt.

De winkeliers kampen met hetzelfde probleem als hun collega’s in de horeca: geen toeristen en dus ook veel minder inkomsten. Het is een algemene trend, zowel in de goedkopere als in de peperdure wijken. Daarnaast hakken de recente nieuwe veiligheidsmaatregelen er economisch weer flink in. Rome heeft dan nog het geluk momenteel niet ingekleurd te zijn als rode zone.

Eén lichtpuntje: sinds een paar weken komen de Romeinen zelf weer talrijker op straat om de winkeletalages af te speuren, wellicht op zoek naar vroege eindejaarsgeschenken. Er wordt echter vooral veel gekeken en weinig gekocht.

En in de echt dure zaken waar rijke toeristen weleens het geld laten rollen, stappen locals al helemaal niet binnen. Bovendien neemt het stadsbestuur sinds een paar weken extra maatregelen om te vermijden dat er teveel mensen in de winkelstraten rondlopen. Zo hebben de winkeliers alweer pech.

handel(5)

In de bekende en populaire winkelstraat Via Frattina (een straat die van de Via del Corso naar Piazza di Spagna leidt) zijn inmiddels al 23 winkels gesloten. Het is nu al duidelijk dat sommigen nooit meer zullen opengaan.

Bij de gesloten zaken in de straat horen ook een paar winkels die reisartikelen en lederwaren verkopen zoals trolley’s, koffers, tassen, rugzakken, enz. Dergelijke winkels krijgen nog eens een extra opdoffer, want er wordt momenteel nauwelijks gereisd.

Tijdens de eerste lockdown werd natuurlijk helemaal niets verkocht, maar ook na de heropening van de winkels op 18 mei hadden weinig mensen behoefte om zich een nieuwe reiskoffer aan te schaffen.

In dit soort zaken, waarvan Rome er heel wat telt, zijn er dagen dat er letterlijk niemand over de vloer komt. Een sluiting is voor sommigen uiteindelijk onvermijdelijk. Het kan immers nog een hele tijd duren vooraleer de reissector zich enigszins herstelt en mensen weer volop beginnen reizen. Voor heel wat detailhandelaars zal dat hoe dan ook te laat zijn.

Volgens een rondvraag van de Federazione Italiana Pubblici Esercizi (Fipe) – Confcommercio, blijven de vooruitzichten somber. De huidige toestand is niet alleen nefast voor de economie, maar ook voor het imago van Rome. Duizenden winkels en restaurants zijn de hele dag open (restaurants tot 18 uur) om als beloning nauwelijks inkomsten te ontvangen.

Het enige dat sinds het uitbreken van het Covid-19-virus niet is veranderd, zijn de exorbitante huurprijzen. Die blijven duizelingwekkend, terwijl vele handelaars zelfs niet genoeg geld hebben om hun nieuwe kledingcollecties te kunnen betalen. Als je weet dat sommige zaken in de duurdere winkelstraten huurprijzen van 15.000 tot 20.000 euro per maand betalen, is de rekening gauw gemaakt.

In normale omstandigheden komen er voldoende toeristen over de vloer en wordt er genoeg gekocht om die hoge huurprijzen te kunnen betalen. Nu is dat gewoon onmogelijk want er zijn veel minder klanten, verklaart Fipe-commissaris Giancarlo Deidda.

Het volstaat om eens door de straten in de omgeving van de Tridente te lopen om te zien dat van een echt economisch herstel in Rome geen sprake is. De zogenaamde Tridente wordt gevormd door de drie straten (Via del Corso, de Via del Babuino en de Via di Ripetta) die vanaf Piazza del Popolo als een soort drietand uitwaaieren naar het stadscentrum.

De hele zone tussen deze straten is een bijzonder populair winkelgebied, vooral voor toeristen maar ook de Romeinen zelf slenteren hier graag rond.

De weinige voedingswinkels in de wijk doen het nog relatief goed, maar het grootste probleem is dat dit stadsdeel van Rome jaren geleden al is getransformeerd tot een soort Disneyland waar hoofdzakelijk toeristen komen winkelen. In de duurdere zaken zijn vooral Chinezen, Arabieren en Amerikanen goede klanten. Die zijn momenteel dus ver weg.

handel(2)

Nu de buitenlandse bezoekers grotendeels verdwenen zijn, zien we hier alleen nog lokale inwoners voorbijwandelen die vooral naar de etalages kijken maar niet binnenkomen. Soms zien we ook wat spelende kinderen in de rustige straten. Zonder de snelle terugkeer van de toeristen zijn vele zelfstandige zaken in onze wijk ten dode opgeschreven. Heel lang moet die situatie niet meer blijven duren, zegt Gianni Battistoni, de voorzitter van de lokale handelsvereniging.

De handelaars hopen dat de komst van de aangekondigde Apple Megastore in het enorme Palazzo Marignoli aan de Via del Corso (met ingang aan Piazza di San Silvestro), de wijk weer wat zal doen heropleven en opnieuw wat mensen naar het stadscentrum zal lokken.

De Apple Megastore had dit voorjaar al moeten openen, maar het project werd door het losbarsten van de viruscrisis opgeschoven tot dit najaar. Sinds vorige week moeten echter alle winkelcentra en winkels met een oppervlakte groter dan 2.500 m² in het weekend dicht blijven.

De handelaars in de buurt hadden tot voor kort verwacht dat Apple zou proberen om de lucratieve maand december zeker mee te pikken, maar nu ziet het er voorlopig naar uit dat de megawinkel dit jaar niet meer opent. Al kan het natuurlijk nog.

Dat een dergelijke grote of bekende zaak voor een handelswijk echt wel een verschil kan maken, bewijst bijvoorbeeld de nieuwe Rinascente die drie jaar geleden opende op de hoek van de Via dei Due Macelli en de Via dei Tritone.

Vóór die tijd was deze laatste straat op economisch vlak een beetje in slaap gesukkeld. Na de komst van de gigantische Rinascente-winkel (foto hieronder) met ruim 1.300 bekende modemerken onder één dak, kwam de straat weer tot leven en openden in de omgeving zelfs nieuwe winkels.

handel(11)

De 23 winkels die gesloten zijn in de Via Frattina zijn overigens niet alleen familiezaken. Ook bij winkels van bekende merken is het rolluik naar beneden. In de parallelle Via della Vite is het niet veel beter gesteld. Daar gingen de voorbije maanden al vijftien winkels dicht.

In deze straat blijven nu alleen nog een paar restaurants en enkele winkels over. Hetzelfde verhaal zie je in de Via del Gambero, waar de voorbije drie maanden op honderd meter van elkaar drie winkels ermee ophielden.

Maar zelfs in het centrale deel van de populaire Via del Corso, tussen Largo Chigi en Largo Goldoni, zijn vijf grote winkels dicht. Voor de ramen hebben vastgoedbedrijven bordjes met ‘te huur’ gehangen, maar de kans dat die vrije plekken snel worden ingenomen is bijzonder klein.

Wandel maar eens rond in de buurt, je zal hier vele tientallen winkels zien met neergelaten luiken. De meesten zullen nooit meer openen. Het gebrek aan toeristen en de 400.000 potentiële lokale klanten die normaal in Rome werken maar nu allemaal thuis telewerk verrichten, hebben de doodsteek gegeven, zegt David Sermoneta, voorzitter van Confcommercio Centro Storico.

Verschillende winkels die nu gesloten zijn maken deel uit van grotere gestructureerde ketens. Die hebben meestal wel voldoende financiële middelen, maar omdat ze zien dat de viruscrisis nog een hele tijd zal duren, hebben ze hun activiteiten stopgezet en het pand verlaten. Het verbreken van hun huurcontract is voor hen goedkoper dan openblijven. Bovendien weten ze dat ze hier na de crisis in de buurt weer snel een plekje kunnen veroveren.

handel(4)

Alleen multinationals en de echt grote merken, en dat zijn er toch nogal wat, houden hun zaak momenteel nog open. Voor hen fungeert dit gedeelte van Rome letterlijk als een etalage voor hun topmerk. Ondanks het gebrek aan buitenlandse kopers weten ze dat ze open moeten blijven, alleen al voor het imago en de zichtbaarheid, en ook wel uit schrik om hun gunstige ligging kwijt te spelen indien ze zouden stoppen.

Daarom zijn de meeste winkels aan de Via dei Condotti op dit moment nog open. Ondanks de enorme huurprijzen in deze straat is er een lange wachtlijst met kandidaat-huurders. Een pand dat vrijkomt zou zeer snel weer worden ingenomen. De luxemerken kunnen dus eigenlijk niet weg omdat ze anders hun winkelplek kwijt zijn.

Maar de enkele familiebedrijfjes die zich hier nog bevinden hebben die luxe niet omdat ze meestal niet over voldoende financiële middelen beschikken. Bovendien moeten ook de lonen van het personeel en de leveranciers worden betaald en dat is nogal moeilijk als er amper een euro binnenkomt.

Hier is het vooral een kwestie van prestige en van aanwezig te willen zijn in het straatbeeld. Omzet wordt hier momenteel nauwelijks gedraaid, laat staan winst gemaakt, vertelt Gianni Battistoni, die zelf aan de Via dei Condotti 61 een zaak in herenkleding heeft die zijn naam draagt.

handel(10)

In het historische centrum en de belangrijkste centrale winkelgebieden hebben verschillende vastgoedmakelaars en eigenaars de huurprijzen de voorbije maanden met gemiddeld 20 procent verlaagd. De verwachting is dat die prijzen de eerstvolgende maanden stabiel zullen blijven en niet opnieuw zullen stijgen.

Winkeliers kunnen wat dit betreft inderdaad alleen maar rekenen op de goodwill van de vastgoedverhuurders. Dat zijn zelden particulieren, maar meestal grote instellingen, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen of investeringsfondsen. Ook buitenlandse financiële groepen verhuren behoorlijk wat vastgoed in Rome.

We verwachten dat ook zij in deze moeilijke tijden hun steentje tot het algemene herstel zullen bijdragen. Het kwijtschelden of fors verminderen van de huurgelden tot de toeristen terugkeren zou een mooi gebaar zijn. Dat is natuurlijk niet evident, maar het moet voor iedereen toch duidelijk zijn dat niemand rekeningen kan betalen zonder geld binnen te krijgen, zegt Fipe-commissaris Giancarlo Deidda.

Eigenaars die voet bij stuk houden en toch hun gewone huurgelden blijven eisen, zullen merken dat talrijke huurders het binnenkort zullen opgeven. En ik kan nu al voorspellen dat die panden in de huidige omstandigheden niet snel opnieuw zullen worden verhuurd.

Als de vastgoedeigenaars liever een paar jaar leegstand tegemoet zien, in plaats van nu een beetje solidair te zijn met hun huurders, het zij zo. Maar dan moeten ze nadien niet komen klagen over de gedaalde waarde van hun pand omdat de helft van de winkels in de straat leegstaan, vindt Deidda.

Een fenomeen dat zich wel voordoet is dat winkeliers proberen een nieuw en interessanter contract te sluiten, vaak met een clausule die voorziet dat de huur ingeval van een lockdown volledig wordt opgeschort.

De winkelvastgoedsector in Rome verwacht pas in het derde kwartaal van 2021 een omzetherstel van 10 tot 15%. Zolang de toeristen niet massaal terugkeren blijft de toekomst er voor de gemiddelde winkelier somber uitzien.

Nieuw archeologisch boek onthult oorsprong van de stad Antwerpen

24 november 2020

Vandaag werd een nieuwe publicatie voorgesteld over de vroegste geschiedenis van Antwerpen. Wie benieuwd is naar de oorsprong van de stad, hoe lang ze al bestaat, op welke manier ze ontstond en hoe het zit met het Gallo-Romeinse verleden van Antwerpen, vindt dat boeiende verhaal in Antwerpen. Een archeologische kijk op het ontstaan van de stad. Het boek werd geschreven door stadsarcheoloog Tim Bellens en is vanaf nu te koop !n de boekenwinkel.

Over de ontstaansgeschiedenis van de Scheldestad was tot voor kort bijzonder weinig  bekend. De opgravingen van de voorbije jaren brachten daar verandering in en vormden de aanzet voor deze nieuwe publicatie, die teruggaat tot de geboorte van Antwerpen.

Stadsarcheoloog Tim Bellens neemt de lezer mee langs een aantal belangrijke opgravingen in het Antwerpse stadscentrum. Voor deze publicatie heb ik oude en recente opgravingen geïnterpreteerd. Dat heeft nieuwe inzichten over het ontstaan van de stad gegeven. Daarnaast kleur ik het verhaal ook in door opgravingsbeelden, bijzondere artefacten, reconstructietekeningen en gesprekken met specialisten, aldus Bellens.

De auteur gidst de lezer vanuit de prille prehistorie langs graven uit de bronstijd nabij de Meir, de Gallo-Romeinse bewoners en duistere Merovingers, naar de Karolingische versterkte nederzetting. Die omwalde nederzetting vormt de uitvalsbasis voor ambachtslui en handelaars, drie eeuwen vóór Antwerpen stadsrechten verkrijgt.

Immpact

Het verhaal eindigt bij de burchtmuur aan het Steen, een eenzame herinnering aan het Ottoonse markgraafschap Antwerpen. Bijzondere vondsten tonen de rijkdom van de Antwerpse bodem en wat we er uit kunnen leren.

Het boek belicht naast de vroegste geschiedenis van Antwerpen ook tal van archeologische methoden en technieken, eigen aan de stadsarcheologie. De lezer krijgt een nieuwe kijk op het oudste verleden van de stad, door de ogen van archeologen. De auteur werkte samen met specialisten uit het binnen- en buitenland die bij een aantal onderwerpen meer duiding geven.

Behalve heel wat wetenschappelijke informatie in klare taal, bevat het boek vele verhelderende beelden. Twee hoogtepunten uit de ontstaansgeschiedenis van Antwerpen in het eerste millennium werden gevisualiseerd in artist impressions. Het boek bevat ook heel wat fraaie foto’s van bodemvondsten.

Het boek kwam tot stand dankzij een samenwerking tussen het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid, de stad Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel.

Het boek is uitgegeven door Pandora Publishers en verkrijgbaar in het Nederlands (19,95 euro) en het Engels (23,95 euro) bij de boekhandel of als e-book (9,99 euro).

Italiaanse skipistes blijven voorlopig zeker gesloten

24 november 2020

De skipistes in Italië zullen de komende weken zeker gesloten blijven. Dat maakte premier Giuseppe Conte in Rome bekend. Een wintersportvakantie zit er volgens hem niet meteen in, daarvoor zijn de besmettingscijfers in Italië nog te slecht. Gisteren overschreed Italië de kaap van 50.000 dodelijke slachtoffers die worden toegeschreven aan het Covid-19-virus.

De regering zal de officiële beslissing pas  4 december nemen, maar de premier liet zich nu al ontvallen dat skiliefhebbers zich niet teveel illusies moeten maken.

In principe blijven de Italiaanse wintersportcentra tot minstens eind januari dicht. Daarna kan de toestand geëvalueerd worden, zodat misschien toch nog een paar maanden skiplezier mogelijk is. Alles hangt af van het feit in hoeverre het virus tegen dan enigszins onder controle is.

Italië is ook nog niet vergeten dat de eerste grote virusuitbraak in februari begonnen is in de skigebieden. De feestjes die er ’s avonds na het skiën plaatsvonden bleken voor het virus een ideale voedingsbodem om zich voort te planten. Vervolgens kon het zich verspreiden door mee te reizen met de vertrekkende vakantiegangers. Dat wil Giuseppe Conte geen twee keer meemaken.

skigebied

De premier dringt er wel op aan dat ook andere landen hun skigebieden dichthouden en waarschuwt voor een derde virusgolf wanneer dat niet gebeurt. Frankrijk bijvoorbeeld heeft ook nog geen beslissing genomen en zal pas binnen een tiental dagen laten weten of de Franse skigebieden in de kerstperiode open kunnen.

De uitspraken van de premier zijn niet naar de zin van de vele uitbaters van skicentra in de Italiaanse wintersportregio’s. Die hadden recent nog gepleit voor een snelle heropening van de skigebieden om toch nog iets van het toeristenseizoen te kunnen redden. Als de pistes gesloten moeten blijven, moet dat voor heel Europa gelden,  liet ook het bestuur van de regio Veneto weten in een reactie op de uitspraken van premier Conte.

Nieuwe game: Imperator Rome – Premium Edition

24 november 2020

Goed nieuws voor de fervente gamers onder ons. Vandaag verschijnt Imperator Rome – Premium Edition (bestemd voor pc, blue ray-schijfje, Windows,  Engels of Frans), een strategisch spel dat werd ontwikkeld door Paradox Development Studio. Het nieuwe spel kost 39,99 euro.

imperatorrome

Imperator: Rome, dat zich afspeelt in de eeuwen van Alexanders rijk in het oosten tot de oprichting van het Romeinse rijk, nodigt je uit om het spektakel en de uitdagingen van het opbouwen van een keizerrijk in het klassieke tijdperk opnieuw te beleven. Beheer je bevolking, let op verraad en blijf vertrouwen in je goden.

Alexander, Hannibal, Caesar, Deze grote mannen en tientallen anderen vormden het lot van een continent. Machtige koningen, slimme generaals en wannabee-goden drukten hun stempel op het gebied rond de Middellandse Zee.

Hechte naties testten hun moed en deugd tegen elkaar in felle gevechten, waarbij hun culturele en politieke erfenis nu onafscheidelijk is van wat wij als de westerse beschaving beschouwen. Maar niets was gegarandeerd. Kun jij de loop van de geschiedenis veranderen in Imperator: Rome?

Enkele nieuwe spelmogelijkheden:

  • Er worden nieuwe en meer menselijke personages geïntroduceerd. Een wereld van mensen met verschillende vaardigheden en eigenschappen die in de loop van de tijd zullen veranderen. Zij zullen je land leiden, je provincies en legers besturen.
  • Burgers, stamleden en slaven – elke bevolking met zijn eigen cultuur en religie. Of ze nu je leger aanvullen, je schatkist spekken of in je kolonieën gaan wonen, hou hun geluk in de gaten. Het succes van de speler hangt af van hun tevredenheid.
  • Gevechtstactieken: kies je aanpak vooraleer je gaat vechten om de strategie van je vijanden voor te zijn.
  • Militaire tradities: elke cultuur heeft een unieke manier om oorlog te voeren. Romeinen en Kelten hebben verschillende opties tot hun beschikking. Je kan bonussen, vaardigheden en eenheden ontgrendelen.
  • Verschillende soorten overheden: leid de senaat in de republiek, hou je hof samen in een monarchie of leg verantwoording af aan de clans in een tribaal systeem.
  • Barbaren en opstanden: migrerende barbaren kunnen je land plunderen of vernietigen, terwijl ontrouwe gouverneurs of generaals zich tegen je kunnen keren en hun legers kunnen meenemen.
  • Handel: goederen leveren bonussen op voor hun thuisprovincie. Ga je profiteren van voorraden voor lokale kracht of overtollige goederen verhandelen om de rijkdom te verspreiden?
  • Provinciale verbetering: investeer in gebouwen, wegen en verdedigingswerken om je koninkrijk sterker en rijker te maken.

Bekijk hier de trailer van de nieuwe game

Italië overschrijdt de kaap van 50.000 Covid-19-doden

23 november 2020

Italië heeft vandaag een droevige grens overschreden. Er zijn in het land nu al meer dan 50.000 sterfgevallen die officieel worden toegeschreven aan het Covid-19-virus.

De voorbije 24 uur stierven 630 mensen aan het longvirus, waardoor de teller de kaap van de 50.000 doden overschreed. Dat werd gemeld door het Ministerie van Volksgezondheid in Rome.

virusteller221120

Gisteren werden in heel Italië bijna 23.000 nieuwe besmettingen vastgesteld. Het aantal coronapatiënten in ziekenhuizen steeg met 418 naar bijna 35.000. In de kamers voor intensieve zorgen liggen momenteel 3.810 mensen. Italië neemt inzake overlijdens door Covid-19 wereldwijd de zesde plaats in.

Politie neemt 27 miljoen euro in beslag van Romeinse topcrimineel

23 november 2020

De voormalige extreemrechtse terrorist en supermisdadiger Massimo Carminati uit Rome, bijgenaamd Il Guercio (de eenogige), en zijn belangrijkste handlangers zijn ongeveer 27 miljoen euro armer. De politie heeft een heleboel waardevolle bezittingen in beslag genomen na een uitspraak van het Italiaanse hooggerechtshof in één van de onderzoeken die tegen hem lopen.

De politie legde onder meer beslag op auto’s, onroerend goed en kostbare kunstwerken. Carminati zelf speelde ongeveer 10 miljoen euro kwijt, waaronder zijn villa in Sacrofano in het noorden van Rome en enkele kunstwerken. Carminati (62) werd na een jarenlange carrière in de misdaad in 2014 samen met 36 handlangers gearresteerd.

In 2017 werd hij veroordeeld tot twintig jaar celstraf in het spectaculaire corruptieproces tegen de zogenoemde Mafia Capitale, de hoofdstedelijke maffia. Die bende zou met steekpenningen lucratieve contracten hebben verworven voor bedrijven waarvan er verschillende in  handen waren van Carminati.

De zaak leidde tot een enorm schandaal omdat ze leidde tot de arrestaties van tientallen ondernemers, ambtenaren en politici, waaronder Gianni Alemanno, de toenmalige burgemeester van Rome. Deze laatste zag onlangs zijn veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf in beroep bevestigd.

maffia

Vorig jaar werden bepaalde aanklachten tegen kopstuk Carminati echter ingetrokken. Wat later werd zijn straf verlaagd en vervolgens zelfs vernietigd. In juni werd Carminati in afwachting van een nieuw vonnis vrijgelaten. De verwachting is dat hij zal terugkeren naar de gevangenis zodra het nieuwe proces is afgerond, maar ondertussen loopt de man dus vrij rond.

Dat is opmerkelijk, want de man heeft een zeer zwaar crimineel verleden. Hij was lid van de Nuclei Armati Rivoluzionari (NAR), een terroristische organisatie die actief was van 1977 tot november 1981. De groep pleegde minstens 33 moorden in vier jaar tijd en smeedde in die periode ook plannen om onder meer de toenmalige minister-president Francesco Cossiga (die later president van Italië zou worden) en parlementsvoorzitter Gianfranco Fini te vermoorden.

De groep was vermoedelijk ook betrokken bij de bomaanslag op het station van Bologna in 1980, waarbij 85 doden en 200 gewonden vielen, al heeft ze die betrokkenheid altijd ontkend.

Carminati maakte ook deel uit van de Banda della Magliana, een in Rome gevestigde en erg actieve criminele organisatie die in de jaren ’70 en ’80 in Rome opereerde. Carminati was er onder meer actief als huurmoordenaar.

De Banda della Magliana leverde tevens logistieke steun aan de Nuclei Armati Rivoluzionari en voorzag leden van de terroristische groep van logies, valse papieren, wapens en bommen. In november 1981 werd ontdekt dat de Bende van Magliana een opslagplaats voor wapens en munitie had ingericht in de kelders van het Ministerie van Volksgezondheid.

In dat regeringsgebouw lagen ook bommen en granaten die waren gestolen door een kopstuk van de NAR. De gestolen partij munitie bevatte ook een aantal dozen met een zeldzaam type kogels die konden gelinkt worden aan degene waarmee de Italiaanse journalist Carmine Pecorelli in 1979 in Rome was doodgeschoten.

maffia2

Dat gebeurde een jaar na de ontvoering en moord op de Italiaanse premier Aldo Moro, een zaak die Pecorelli onderzocht en waarover hij ook publiceerde. Pecorelli had goede contacten met kopstukken van de regering, de loge en de geheime diensten.

Hij legde onder meer een verband tussen Operatie Gladio, de achterblijvende anti-communistische organisatie van de NAVO (waarvan het bestaan in oktober 1990 door premier Giulio Andreotti voor het eerst publiekelijk werd erkend ) en de dood van Aldo Moro. Dat kostte Pecorelli vermoedelijk het leven.

Voormalig premier Giulio Andreotti werd later zelf voor het gerecht gebracht wegens medeplichtigheid aan de moord op journalist Pecorelli, maar werd uiteindelijk samen met zijn medeverdachten, waaronder Massimo Carminati, na verscheidene herzieningen door het Hooggerechtshof definitief vrijgesproken.

Ondanks zijn zware gerechtelijke verleden liep Carminati vreemd genoeg nooit ernstige veroordelingen op. In de jaren ’80 kreeg hij vier jaar gevangenisstraf voor een kraak op een aantal kluisjes van de Banca di Roma. Carminati werd toen beschouwd als het brein achter die inbraak.

De politie heeft altijd vermoed dat een of meer van die kluisjes compromitterend materiaal over belangrijke figuren bevatte. Die gegevens zou Carminati gebruikt hebben of nog steeds gebruiken om dossiers op te stellen waarmee kopstukken uit de politiek en het bedrijfsleven konden worden gemanipuleerd en gechanteerd.

Het is inderdaad opvallend dat de man sinds die tijd vrijwel van de gerechtelijke radar verdween. Alleen in 2012 dook zijn naam nog eens op in een onderzoek naar gemanipuleerde voetbaluitslagen, een geliefde praktijk van de gokmaffia waarmee miljoenen worden binnengehaald.

Tot eind 2014 dus, toen bleek dat Carminati ook één van de leidende figuren was in de Mafia Capitale-zaak. Die was toen al vele jaren aan de gang en heeft het stadsbestuur van Rome vermoedelijk miljarden euro’s gekost. Het precieze bedrag dat gedurende al die tijd in de zakken van de criminelen verdween is niet meer te achterhalen.

Piazza Borghese vanaf nu volledig autovrij

23 november 2020

Piazza Borghese, een prachtig plein in hartje Rome, wordt voortaan gevrijwaard van geparkeerde auto’s. Hoewel het plein in een voetgangersgebied ligt en signalisatie duidelijk aangeeft dat dit niet mag, werd er toch dag en nacht geparkeerd op het plein. Verbaliseren haalde niets uit.

Buurtbewoners klagen de situatie al jaren aan. Stadsarbeiders hebben het plein nu afgesloten met vijftien stevige zuilen in travertijn die met elkaar verbonden zijn door kettingen. Daardoor zal het plein nu eindelijk ook in de praktijk enkel voorbehouden zijn aan voetgangers.

piazzaborghese2

Het plein wordt al jaren ontsierd door tientallen wild geparkeerde auto’s. De plek is weliswaar voorzien van de nodige bewegwijzering en is voor het grootste deel ook begrensd door trottoirs. Maar tot nu toe was het toch nog altijd mogelijk om met de auto tot op het plein te geraken.

Ook personeel van de naburige ambassade (de eerste verdieping van Palazzo Borghese maakt sinds 1947 deel uit van de  Spaanse ambassade in Italië) parkeerde er regelmatig. De politie mag auto’s met een diplomatieke nummerplaat wel verbaliseren, maar de ambassade is niet verplicht om de boete te betalen. De agenten besparen zich dus doorgaans de moeite. De parkeermogelijkheid wordt nu dus uitgeschakeld door de plaatsing van extra verkeerspaaltjes.

piazzaborghese1

Op Piazza Borghese, vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de Spaanse trappen met de Trinita dei Monti, wordt dagelijks tussen 10 en 19 uur de interessante Mercato dell’ Antiquariato of de Mercato delle Stampe gehouden. In zeventien kleine kraampjes worden etsen, gravures, landkaarten, prenten, medailles, muntjes, oude boeken en andere snuisterijen te koop aangeboden.

Luchtvaartmaatschappijen verlengen mogelijkheid om reizen gratis om te boeken

22 november 2020

De luchtvaartmaatschappijen Brussels Airlines en Ryanair verlengen beiden de mogelijkheid om reizen gratis om te boeken. Bij Brussels Airlines is dat al tot eind februari, bij Ryanair tot eind januari. Zolang de vraag naar vliegtickets niet aantrekt, blijft de onzekere toestand in de luchtvaartsector duren.

vliegtuig1

Het vliegtuigverkeer is wereldwijd volledig ingestort en dat is in Belgenland niet anders. Brussels Airlines vervoerde dit jaar 73 procent minder passagiers. In de eerste drie kwartalen werd een recordverlies van 233 miljoen euro geboekt. De federale regering kwam het bedrijf financieel te hulp met 290 miljoen euro.

Ryanair ging van maart tot en met september bijna 200 miljoen euro in het rood. De Ierse maatschappij vervoerde in die periode 17 miljoen reizigers, dat zijn er 80 procent minder dan een jaar eerder. Daardoor boekte Ryanair voor het eerst in 30 jaar verlies in het zomerseizoen.