Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Italiaanse tankstations sluiten op 25 en 26 januari

24 januari 2023

Opgelet voor wie met de wagen onderweg is naar Italië of de komende dagen door het land wil rijden. Vanavond om 19 uur beginnen de uitbaters van tankstations in Italië aan een twee dagen durende staking.

De meeste benzinestations blijven dicht uit protest tegen recente maatregelen waarmee de regering de gestegen brandstofprijzen wil bestrijden.

Ook zelfbedieningspompen worden tijdelijk buiten werking gesteld. Tankstations die de oliemaatschappijen zelf exploiteren blijven open.

diesel_benzine_tankstation

De Guardia di Finanza moet van de regering meer toezicht houden op de recente prijsverhogingen aan de benzinepomp. Die zijn volgens de overheid soms buiten proporties.

Uitbaters zijn op straffe van een boete ook verplicht om de gemiddelde nationale benzine- en dieselprijs per liter te tonen naast de prijzen die ze aanrekenen. Pompstations langs snelwegen moeten zich ook houden aan een maximumprijs.

De overheid wil met de maatregelen de transparantie van de brandstofprijzen vergroten en de speculatieve prijsverhogingen stoppen.

diesel_benzine_tankstation2

De benzine- en dieselprijzen zijn deze maand fors gestegen nadat de kortingen op de brandstofaccijnzen werden afgeschaft die de regering van (toen nog) Mario Draghi vorig jaar in maart had ingevoerd.

Draghi wilde daarmee de hoge inflatie bestrijden en de stijging van de brandstofprijzen beperken. Volgens de regering rekenden sommige benzinepomphouders na het afschaffen van de korting abnormaal hoge prijzen aan.

Volgens de verschillende vakbonden en beroepsverenigingen van de brandstofsector lossen de maatregelen van de regering het probleem van de hoge brandstofprijzen niet op en viseren ze louter de uitbaters van de tankstations. Die voelen zich het doelwit van wat zij omschrijven als ‘een moddercampagne van de regering’.

Romeins legerkamp Aquis Querquennis eindelijk volledig in kaart gebracht

24 januari 2023

In Spanje verbergt het waterbekken van As Conchas het grootste deel van het jaar één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Romeinse oorsprong in Galicië.

Dat is het Romeinse fort Aquis Querquennis, in Galicië ook wel bekend als ‘A Cidá’, wat ‘de stad’ betekent. Aquis Querquennis ligt aan de rivier Limia in de huidige gemeente Bande in de Spaanse autonome regio Galicië.

Het legerkamp werd gebouwd in de periode tussen 69 en 79 na Christus om soldaten te huisvesten die de Via XVIII of de Via Nova bouwden. Die weg verbond de steden Bracara Augusta (het huidige Braga) en Asturica Augusta (het huidige Astorga) met elkaar over een afstand van ongeveer 330 km.

Het fort werd gebruikt door het derde cohort van de Legio VII Gemina totdat die eenheid in 120 na Chr. naar Dacia werd gestuurd. Daarna werd de kampplaats verlaten.

Querquennis1

Dit Romeinse erfgoed is het grootste deel van het jaar niet te bezoeken of te onderzoeken omdat het onder water ligt. Maar door de droogte van de vorige zomer, waarbij het waterniveau daalde tot op minder dan de helft van de capaciteit, is het Romeinse complex de voorbije maanden helemaal onderzocht en in kaart gebracht. Jarenlang beperkte het onderzoek zich vooral tot luchtfotografie.

De site werd voor het eerst ontdekt in de jaren ’20 van de vorige eeuw. De eerste opgravingen gebeurden door Florentino López Cuevillas. Toen de Spaanse burgeroorlog uitbrak in 1936 werden alle opgravingen in het gebied opgeschort.

In 1947 kwam het terrein in handen van het energiebedrijf Unión Fenosa, dat in de rivier de stuwdam Encoro das Conchas aanlegde. Twee jaar later kwam de site onder water te staan door de aanleg van het As Conchas-reservoir.

Pas in 1975, het jaar dat Franco stierf, gaf het bedrijf toestemming voor nieuwe opgravingen en werd het archeologische onderzoek van Aquis Querquennis weer hervat.

Archeoloog Antonio Rodríguez Colmenero onderzocht de site gedurende bijna twintig jaar, waarbij hij zich vooral concentreerde op de noordwestelijke hoek van het terrein.

Degelijk onderzoek is moeilijk omdat grote delen van de site alleen zichtbaar worden als het waterpeil daalt. De voorbije zomer deed zich dus een buitenkans voor en werden de restanten voor het eerst volledig zichtbaar.

Querquennis6

Het legerkamp, vermoedelijk het grootste van het Iberisch schiereiland, is 3 hectare groot en heeft de klassieke vorm van een castra. Het is rechthoekig en wordt doorsneden door twee wegen die elkaar kruisen: de Via Principalis en de Via Praetoria.

In Aquis Querquennis is de Via Principalis 4 m breed. De buitenmuur is 3,20 m hoog en heeft afgeronde hoeken. Hij is opgetrokken uit kleine brokken graniet in een bouwstijl die opus vittatum genoemd wordt.

De schietgaten hebben de vorm van een halve cilinder, en zijn bedekt door torentjes die 10 cm naar buiten en 30 cm naar binnen steken. Tussen de buitenmuur en de gebouwen binnen het kamp bevindt zich een intervallum van 11 m.

Querquennis3

Aan de buitenkant van de muur bevindt zich een gracht in de vorm van een V, met een breedte van 4 m en een diepte van 3 m. Van de vier poorten zijn de porta principalis sinistra en de porta decumana opgegraven.

De weg gaat in twee weghelften door de porta principalis sinistra; deze zijn gescheiden door een pilaar. De porta decumana heeft slechts één opening.

Het centrale gebouw was waarschijnlijk het hoofdkwartier (praetorium). Dit gebouw is rechthoekig, met een breedte van 34,8 m en een diepte van 32,1 m. Het bestaat uit een voorhof (vestibulum), dat omgeven is door een omgang (deambulatorium) die overdekt is, en open naar de buitenkant.

Querquennis2

Na het voorhof is er een rechthoekige binnenplaats, in de vorm van een peristilium met zuilengalerijen aan drie kanten. Daarna is er een basilica. Deze heeft een grote centrale ingang en twee smallere ingangen aan de zijkanten.

Aan de achterkant bevinden zich de tempelgebouwen van de officieren. Deze bestaan uit de centrale tempel (aedes), die omgeven is door vijf gebouwen: twee aan de noodkant en drie aan de zuidkant. Mogelijk bevonden zich hier de archieven.

De vloer van de tempelgebouwen is van grof zand, de andere gebouwen van het praetorium hebben een kleivloer.

Er zijn drie barakken gevonden, die zich bevinden rondom een centraal plein met een cisterne. Deze barakken zijn 3 bij 3 m groot en hebben een zandvloer. Ze bevatten twee ruimten en hadden een haard. De deur was naar het zuiden gericht. In elke barak verbleven acht soldaten.

Querquennis4

Er zijn tevens twee rechthoekige graanschuren. Deze zijn opgetrokken op rijen van stenen palen. De muren zijn dik en hebben steunberen. Hierdoor denkt men dat deze gebouwen door een gewelf overdekt waren.

Verder is er een bijna rechthoekig gebouwencomplex waarvan men vermoedt dat dit het valetudinarium (ziekenkamer) is. Het bestaat uit verschillende vierkante gebouwen rondom een centraal plein met een impluvium. Mogelijk had dit plein houten zuilen die op een lage stenen muur rustten.

(Bron beschrijving Aquis Querquennis: Wikipedia)

Luc Devoldere spreekt over Le Ceneri di Gramsci van Pasolini

23 januari 2023

In het kader van de Week van de Poëzie in Vlaanderen wijdt de Società Dante Alighieri Leuven op vrijdag 27 januari om 19.30 uur in Aula A13, Romaanse Poort (Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven) een avond aan het magnum opus van Pier Paolo Pasolini, Le Ceneri di Gramsci.

Luc Devoldere, classicus, essayist en gepassioneerd vertaler van Pasolini (De As van Gramsci, 2012) geeft een lezing over het belang van dit gedicht voor de auteur, voor een tijdperk en voor zijn nalatenschap.

Tijdens de avond zal het mogelijk zijn om met de spreker over het gedicht van gedachten te wisselen. Je vindt de tekst hier. De voertaal van de avond is het Nederlands, met een korte inleiding in het Italiaans.

De toegang is gratis voor de leden van de Società Dante Alighieri en S.P.Q.R. Niet-leden betalen 5 euro. Graag vooraf inschrijven via info@danteleuven.be.

Gramsci_Pasolini2

Le Ceneri di Gramsci (1956), uit de gelijknamige bundel die in 1957 verscheen, is een cruciaal gedicht om Pasolini’s leven en werk te begrijpen, om de disperata vitalità aan te voelen die hij zelf als zijn dichterlijk en existentieel handelsmerk in de strijd wierp.

De inzet is hoog. Hier is een ambitieus en zelfbewust intellectueel aan het woord die midden in zijn tijd staat en het jargon van die tijd hanteert, maar tegelijk op hoogst persoonlijke wijze zijn eenzame positie in die tijd bepaalt, met gebruik van alle taalmiddelen.

Het is wellicht het hoogtepunt van zijn poëzie waarop niets echt meer kon volgen. Niet alleen het einde van de geschiedenis, maar ook van de eigen poëzie wordt in dit gedicht aangekondigd. Leven wordt voortaan overleven. Met passie, zeker. Zelfs met esthetische passie. Maar verslagen.

Gramsci_Pasolini

Per trein van Rome naar Milaan in 2 uur en 45 minuten

23 januari 2023

Vanaf vandaag zet Trenitalia een nieuwe hogesnelheidstrein in tussen Rome en Milaan. De nieuwe Frecciarossa van Trenitalia stelt de reistijd tussen beide steden nog scherper en overbrugt de afstand in 2 uur en 45 minuten.

frecciarossa (2)

De nieuwe verbinding vermijdt de stations Roma Termini en Milano Centrale. De trein vertrekt om 05.30 uur vanuit Roma Tiburtina en arriveert om 08.15 uur in het station Rogoredo in Milaan.

Omgekeerd vertrekt de trein om 20.44 uur in Milaan Rogoredo en komt om 23.29 uur aan in Rome Tiburtina. Beide stations zijn gemakkelijk te bereiken met bus en metro.

De nieuwe trein brengt het aantal dagelijkse Frecciarossa-verbindingen tussen Rome en Milaan op 90.

Daarbij horen zeven rechtstreekse diensten tussen Roma Termini en Milano Centrale, met een reistijd van 2 uur en 59 minuten.

De 81 andere ritten gebeuren van en naar dezelfde stations, maar met tussenstops en reistijden vanaf 3 uur en 8 minuten.

frecciarossa (1)

Poggio Bracciolini, De varietate fortunae (VI)

23 januari 2023

Vertaalfeuilleton – Episode 6 – ‘Badhuizen, part I’

Wanneer clublid Bruno Vantomme geen romans schrijft – zoals over de dochter van keizer Augustus (Rome en Julia) – of in (de trein naar) Rome zit, geeft hij Latijn in Leuven, of presenteert hij hier – ook in 2023 – een vertaalfeuilleton, over het werk De varietate fortunae van humanist Poggio Bracciolini.

poggio4

Ter gelegenheid van het nieuwe jaar spreek ik u meteen rechtstreeks aan, om u het beste te wensen. In september 2022 ging dit vertaalfeuilleton van start; de eerdere afleveringen vindt u hier.

Door examens en andere wereldse festiviteiten ligt er iets meer tijd dan gewoonlijk tussen deze episode en de vorige. In dit trimester zullen de intervallen, behalve door de gebruikelijke werkzaamheden, dan weer bepaald worden door de voorbereiding van een Romereis in april.

Maar ook Poggio zelf doet een duit in het zakje. Na de uitdagende identificering van een twaalftal ‘tempels’, leken de badhuizen een gemakkelijk te wassen varkentje, mogelijk zelfs te combineren met – ik zeg maar wat – triomfbogen en/of aquaducten.

Wat een koud kunstje leek, werd – toepasselijk dezer dagen – een koude douche: niet als in ‘een desillusie’, maar wel een verfrissende en breintintelende heuristische ervaring, die het wenselijk maakt niet één maar zelfs twee episodes te wijden aan de thermen. De tekst is nochtans kort, lijkt eenvoudig, rechttoe rechtaan:

Vertaling

We weten dat er zeven openbare badhuizen zijn gebouwd – ‘wasplaatsen’ voor het volk, ‘groot als provincies’, zoals Ammianus Marcellinus het schrijft. Hun vroegere uitzicht is zo vervormd, gestript van elke versiering, dat er niets overblijft waarvan je met zekerheid kan zeggen waarvoor het gediend heeft.

De Thermen van Diocletianus en van Severus Antoninus behouden tot vandaag de naam van hun oprichters, en hun gigantische resten, die minder aangetast zijn dan de overige badhuizen, maken een niet te onderschatten indruk op wie ze bekijkt.

En men vraagt zich verbaasd af: voor zoiets banaals als baden bouwde men zulke gigantische gebouwen, sleepte men zo vele en grote zuilen aan, zo’n veelkleurige marmeren versiering?

poggioVI_1

Van de Thermen van Constantijn, op de Quirinaalheuvel, zijn de overblijfselen veel minder indrukwekkend dan van de voorgaande. Dat ze het werk van Constantijn waren, blijkt uit een opschrift: we lezen dat stadsprefect Petronius Perpenna ze heeft laten herstellen.

We weten dat de Thermen van Alexander Severus dicht bij het Pantheon van M. Agrippa stonden; er blijven nog meerdere delen over, en indrukwekkende funderingen.

Van de Thermen van Domitianus zijn dan weer zeer weinige overblijfselen te zien. Dat ze op de plaats stonden waar nu de kerk van Silvester is, kwam ik te weten uit het boek over het leven van de pausen.

Van de overige badhuizen heeft de duistere vergetelheid niets zekers overgelaten, zelfs geen hint, over waar ze zich bevonden. Zozeer heeft de lange tijd hun naam uitgewist, terwijl er zo’n grote kosten zijn gemaakt, zoveel energie in is gekropen om ze te bouwen. Ik herinner mij dat ik in de boeken over de martelaars heb gelezen dat er, toen de Thermen van Diocletianus gebouwd werden – de meest verbeten vijand van ons christelijk geloof -, gedurende meerdere jaren 140.000 christenen als slaaf werden ingezet voor dat werk.

Duiding: ‘zeven badhuizen’

Groot is Poggio’s stelligheid omtrent het aantal badhuizen: zeven. In andere middeleeuwse en renaissancistische teksten vindt men alternatieve aantallen: tien, elf, twaalf … Maar Poggio houdt het graag bij zeven.

De Thermen van Diocletianus (ca. 300) gaven, zoals u weet, hun naam aan Stazione Termini, en wie de hele Piazza dei Cinquecento oversteekt – opgepast voor de bussen – komt er uiteindelijk bij uit. Wie bezocht nog niet het museum, met z’n exquise epigrafische collectie? Wie bezocht nog niet het karthuizerklooster, waarvan de kloostergang een oase van rust is in dit meest hectische van alle Romeinse stadsdelen?

poggioVI_2

Wie mocht nog nooit alle rugzakjes van leerlingen één per één droppen in de vestiaire, voor een blitsbezoek van twintig minuten? Wie stond nog niet in bewondering onder en over de gewelven van de kerk Santa Maria degli Angeli, die zich, net als het klooster, nestelde op de fundamenten van de Thermen, en wel iets heeft van een sacraal badhuis?

Met de Thermen ‘van Severus Antoninus’ bedoelt Poggio de Thermen van Caracalla (begin derde eeuw). Hier meent D’Onofrio iets te stellig: ‘aan wie de naam ‘Severus’ niet toebehoort’. Ooit ging de man wel degelijk door het leven als ‘Caesar Marcus Aurelius Severus Antoninus Pius Augustus’, en het gebouw stond bekend als ‘Thermae Antoninianae’. Poggio is duidelijk onder de indruk van de bouwwerken ‘voor zoiets banaals als baden’. Het Latijn is hier misschien nog wat peioratiever: ‘ad tam vilem usum’.

Merisalo stipt aan dat het marmer van beide badhuizen in Poggio’s tijd nog in situ was, en dat de Thermen van Caracalla vooral onder Paulus III (zestiende eeuw) gereduceerd zijn tot het skelet van vandaag, dat nog steeds erg imposant is en een bezoek volledig rechtvaardigt. Wie heeft daar nog nooit de namenlijst van zijn (leerlingen)groep meticuleus weten controleren? (Tot zover de anticiperende reminiscenties aan Romereizen, die potentieel eindeloos zijn.)

poggioVI_3

Van de Thermen van Constantijn (begin vierde eeuw) zijn zelfs geen ruïnes meer over. Ze zouden misschien ook wat in de weg staan, bij die statige Piazza del Quirinale. Voor de liefhebbers: de inscriptie heeft in het Corpus Inscriptionum Latinarum nummer VI 1750, en verwijst naar een restauratie onder prefect Petronius Perpenna Magnus Quadratianus (vijfde eeuw).

De Thermen van Alexander Severus – eigenlijk Severus Alexander – dateren uit het begin van de derde eeuw. Ze kwamen op en in de plaats van de oudere Thermen van Nero (eerste eeuw), tussen het Pantheon en de huidige Piazza Navona. Poggio zag nog ‘meerdere delen’, en ‘indrukwekkende funderingen’. Die laatste zijn vast wel onder de grond te vinden; bovengronds zijn er nu amper sporen van het badcomplex.

Poggio besluit zijn opsomming met de ‘Thermen van Domitianus’. Daarvan ‘zijn dan weer zeer weinige overblijfselen te zien’. De vraag is: hebben ze ooit bestaan? Ik kom er nog op terug. De humanist vervolgt: ‘Van de overige badhuizen heeft de duistere vergetelheid niets zekers overgelaten, zelfs geen hint, over waar ze zich bevonden. Zozeer heeft de lange tijd hun naam uitgewist, terwijl er zo’n grote kosten zijn gemaakt, zoveel energie in is gekropen om ze te bouwen.’ In dat opzicht hebben de badhuizen hun plaats in De varietate fortunae zeker verdiend. In wat volgt duiken we nog dieper in de tekst. Zoals de Romeinen begonnen in het caldarium, starten we bij het begin.

Wasplaatsen groot als provincies

Poggio opent zijn stukje over de thermen met een citaat van Ammianus Marcellinus: ‘‘wasplaatsen’ voor het volk, ‘groot als provincies’, zoals Ammianus Marcellinus het schrijft.’ Laten we, zoals de humanisten, ad fontes gaan. Waar komt het citaat vandaan? Volgens Boriaud gaat het om ‘Ammien Marcellin, 16, 10, 4’, volgens D’Onofrio om ‘Rerum gestarum, XIV [sic], 10, 14’; volgens Merisalo ‘Amm. 16.10.14’. Cerca trova, zou Vasari schilderen; Merisalo wint de zegepalm.

Even veelzijdig zijn de variante schrijfwijzen in de handschriften: historicus Ammianus (vierde eeuw) is er ook ‘Ancuanus’, ‘Annianus’ en ‘Anninanus’. Die heeft natuurlijk veel meer geschreven dan dat ene zinnetje over de thermen: in het slot van deze episode nodig ik u graag uit op een beloftevol zijpad, dat uiteraard naar Rome leidt – en zelfs in triomf.

poggioVI_4

Over handschriften gesproken, en met wat overdrijving: zonder Poggio hadden we misschien niet eens een tekst van Ammianus gehad. Zeker: Poggio’s herontdekking van Lucretius’ De rerum natura is in de loop der tijden met de pluimen gaan lopen (Greenblatt, The Swerve ...), en daar zijn argumenten voor te vinden.

Maar in hetzelfde jaar 1417 duikelde de handschriftenjager in Fulda een manuscript op van Ammianus’ Res Gestae, bracht het naar Italië, en daar rust het nog steeds in de Vaticaanse bibliotheek, als Vat. lat. 1873 (= V), nu ook digitaal. Zo zag Poggio zo’n 600 jaar geleden de tekst! De ‘lavacra in modum provinciarum’ vindt u op fol. 32r – al staat daar toch wel echt ‘prvinciarum’. (En welke snode humanist heeft er hier in de kantlijn geschreven? Cf. volgende episode.)

Vat. lat. 1873 (V) is overigens het enige middeleeuwse handschrift van Ammianus dat de tijden nog enigszins respectabel heeft doorstaan. Dat is relatief: van de Res Gestae hebben we enkel nog boeken 14 t.e.m. 31.

Tekstoverlevering kan meedogenloos zijn. In Hersfeld bevond zich bijvoorbeeld nog een ander manuscript (M) uit de 9de eeuw. In de jaren 1530 was het uitgeleend aan een uitgever in Bazel, en gebruikt voor een uitgave. Zo was een stuk Griekse tekst – de vertaling van hiërogliefen (!) op één van de Romeinse obelisken (boek 17.4) – enkel in dat handschrift te vinden.

Wat er dan gebeurde, vertaal ik uit een artikel van G. Kelly en J. Stover: ‘geen enkele geleerde zag het opnieuw tot zes min of meer volledige bladen van boeken 23, 28 en 30 herontdekt en gepubliceerd werden in 1876. Het handschrift was in de late zestiende eeuw uit elkaar gehaald; de bladen die werden teruggevonden, waren gebruikt om kasboeken te binden in het kasteel van Friedewald, zeven mijl van het klooster van Hersfeld.’ Gelukkig had een aantal varianten in het handschrift de weg naar een uitgever gevonden – al betekende dat misschien ook de dood van het manuscript.

Dank dus aan alle tekstoverleveraars, en al zeker aan Poggio, voor het volgende fragment. In boek 16.10 gaat het over het bezoek dat keizer Constantius II, de opvolger van Constantijn de Grote, in 357 aan Rome bracht. Doorgaans bevond hij zich immers in het oosten van het nog-niet-definitief-gesplitste rijk. Hij ‘koesterde’ immers, volgens Ammianus, in de vertaling van D. den Hengst, ‘de vurige wens Rome te bezoeken’. Wie niet?

In Constantius’ geval was het wel om een – volgens A.M. ongepaste – triomftocht te houden, iets waar SPQR-leden zich ongetwijfeld niet aan bezondigen. ‘Zijn enige bedoeling was om voor het volk, dat in pais en vree leefde en niet verwachtte of zelfs maar hoopte ooit iets dergelijks te zien, te pronken met een eindeloos lange optocht’.

Ammianus is eindeloos citeerbaar, maar ik zal me beperken tot wat het hart van Rome-liefhebbers, dus ook van Poggio, sneller doet slaan. Mogelijk is de beschrijving u al bekend, en dan zal u die graag opnieuw lezen; anders deel ik ze graag met u, met herhaalde lof aan vertaler D. den Hengst:

‘Toen hij de stad Rome naderde, nam hij de eerbewijzen van de senaat in ontvangst en bezag hij met onbewogen gelaat de eerbiedwaardige aanblik der patricische geslachten. Hij meende […] dat hij zich in het hart van de hele wereld bevond. Nadat hij zich vervolgens tot het volk had gewend, stond hij er versteld van in welke dichtheid heel het mensdom van overal ter wereld in Rome was samengestroomd.’ De triomftocht was zonder weerga. ‘De keizer werd met heilwensen als Augustus begroet, maar bleef onaangedaan door het daverend gejuich dat door heuvels en oevers weerkaatst werd’. (Bij Ammianus blinkt Constantius uit in een aan hooghartigheid grenzende zelfbeheersing.)

poggioVI_5

En dan, het moment suprème: ‘Vervolgens ging hij Rome binnen, de bakermat van het rijk en de maatstaf van alle dingen. Aangekomen bij het Spreekgestoelte, het symbool bij uitstek van Romes oeroude macht, was hij met stomheid geslagen. Waar hij ook keek, aan alle kanten werd hij verblind door de dicht opeen staande monumenten.’ Hoort u Poggio’s hart tekeergaan?

‘Hij hield een rede in de senaatszaal en tot het volk vanaf het Spreekgestoelte. Onder veelvuldige toejuichingen werd hij in het paleis ontvangen en hij verlustigde zich in de blijde stemming waarop hij gehoopt had. […] Daarna bezichtigde hij de wijken van de stad op de hellingen en de vlakke gedeelten tussen de hoogten van de zeven heuvels en de buitenwijken.

Telkens wanneer hij iets gezien had, dacht hij dat dát wel al het andere zou overtreffen: de tempel van Jupiter op het Capitool […] als de hemel boven het aardse; de baden die de omvang hadden van provincies, het reusachtige amfitheater aaneengevoegd uit blokken travertijn, waar het menselijk oog ternauwernood tot de bovenrand reikt, het Pantheon, dat wel een ronde stadswijk lijkt die is overwelfd door een schitterende hoge koepel, de hoog oprijzende zuilen die men vanbinnen langs wenteltrappen kan beklimmen en die de beelden dragen van vroegere keizers, de tempel van de Stad, het plein van de Vrede, het theater van Pompeius, het Odeon, het Stadion en nog andere sieraden van de stad.’

poggioVI

Een verpletterende indruk maakte het Forum van Trajanus: ‘een bouwwerk dat in alle hemelstreken zijn gelijke niet kent, en dat, naar wij menen, zelfs naar het eenstemmige oordeel der goden bewondering verdient.’ Constantius ‘stond sprakeloos als aan de grond genageld en liet het gigantische bouwwerk op zich inwerken, dat zich niet laat beschrijven en waarmee geen sterveling ooit meer zal kunnen wedijveren.’

Constantius was overdonderd en ‘klaagde, diep onder de indruk van het vele dat hij gezien had, over het onvermogen of de afgunst van de faam, omdat die altijd alles overdrijft, maar tekortschiet als het erom gaat te beschrijven wat zich in Rome bevindt. Na lang nadenken besloot hij de stad een nieuw monument te schenken door op de nabijgelegen Circus Maximus een obelisk op te richten’. Liefhebbers van obelisken, hiërogliefen en egyptologie in het algemeen, verwijzen we dus graag naar Ammianus, 17.4. (Met een bijzondere dank aan de kopiist van manuscript M., cf. supra. :-)) Ook bij Poggio komen de obelisken nog aan bod, en dus zeker in een latere episode.

We naderen het einde van deze aflevering. Zijn uiteenzetting over de badhuizen besluit Poggio als volgt: ‘Ik herinner mij dat ik in de boeken over de martelaars heb gelezen dat er, toen de Thermen van Diocletianus gebouwd werden – de meest verbeten vijand van ons christelijk geloof -, gedurende meerdere jaren 140.000 christenen als slaaf werden ingezet voor dat werk.’

In de volgende episode plaatsen we die informatie voor het voetlicht. De gevolgen zijn niet te onderschatten. Maar dat is nog niets in vergelijking met de kwestie van de ‘Thermen van Domitianus’: een historisch-filologische nachtmerrie. En dus ook droom? Tot dan!

Bruno Vantomme
brunovantomme@hotmail.com

Rome uitgeroepen tot beste eetbestemming ter wereld

22 januari 2023

Rome staat op de eerste plaats in de categorie Best Food Destinations in the World bij de Travellers’ Choice Best of the Best Destination Awards 2023.

Dat is een jaarlijkse lijst die wordt samengesteld door de reisbeoordelingssite Tripadvisor.

foodmix

Bovendien bevindt Rome zich ook op de vierde plaats in het lijstje van de meest populaire bestemmingen ter wereld. Dat is twee plaatsen hoger dan vorig jaar.

De ranglijst is gebaseerd op de miljoenen reisbeoordelingen en aanbevelingen die in 2022 op het Tripadvisor-platform zijn ingediend.

travel_bestofthebest

Tripadvisor beschrijft Rome vol enthousiasme als ‘een real-life collage van pleinen, openluchtmarkten en verbazingwekkende historische bezienswaardigheden’.

Daarna volgt deze aanbeveling: ‘geniet hier zeker ook van enkele van de meest memorabele maaltijden van je leven, van verse pasta tot sappige gebakken artisjokken of een malse ossenstaartstoofpot’.

pastamix

Duizenden kandidaten voor 77 vacatures in Romeinse musea en bibliotheken

22 januari 2023

Rome werft 77 medewerkers aan voor de stedelijke musea en de bibliotheken. Het gaat om deeltijdse jobs. Voor de musea worden 67 mensen gezocht, voor de bibliotheken 10.

Een tweetal weken vóór de deadline waarop de sollicitaties moeten ingediend zijn, ontving het stedelijke cultuurbedrijf Zètema Progetto Cultura reeds 12.000 kandidaturen. De verwachting is dat dit aantal zal stijgen tot minstens 15.000.

Rome hanteert sinds 2015 een personeelsstop. Het is dus acht jaar geleden dat mensen nog een kans kregen om een plekje als zaalmedewerker in de stadsmusea of aan de balie van stadsbibliotheken te verwerven.

museum_capitolino

Kandidaten moeten minstens in het bezit zijn van een beroeps- of middelbare schooldiploma. Je moet ook het Italiaanse staatsburgerschap of het staatsburgerschap van een andere lidstaat van de Europese Unie hebben.

Aanmelden kan tot 31 januari door de procedure te volgen op deze pagina die ook alle details bevat. De selectie, uitgevoerd door een speciale commissie, vindt plaats door middel van een schriftelijk examen, de evaluatie van de onderwijskwalificaties en beroepservaringen en een sollicitatiegesprek.

De sollicitanten die door de selectie geraken, kunnen rekenen op een contract van onbepaalde duur onder de collectieve arbeidsovereenkomst Federculture CCNL.

Nieuwe tentoonstelling Arte Liberata in de Scuderie del Quirinale

21 januari 2023

In de Scuderie del Quirinale in Rome is de grote tentoonstelling Arte Liberata 1937-1947. Capolavori salvati dalla guerra aan de gang. De expo is te bezoeken tot 10 april 2023.

Ze toont een selectie van meer dan honderd meesterwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit de handen van de nazi’s konden worden gehouden of die later werden gerecupereerd.

Sommige topstukken werden jarenlang op een geheime plek bewaard of maakten als gevolg van hun roof of inbeslagname een ongelooflijke reis vooraleer terug te keren naar Italië.

Samen met de tentoongestelde kunstwerken, biedt de tentoonstelling de bezoeker ook een breed en interessant documentair overzicht, zowel fotografisch als met audiofragmenten. Kunstliefhebbers zullen een schat aan informatie en achtergrondverhalen ontdekken.

liberata (1)

Dankzij de medewerking van veertig musea en instituten kan de Scuderie del Quirinale voor vrijwel al de geselecteerde kunstwerken uitpakken met een boeiend, spannend en soms dramatisch verhaal.

Sommige verhalen zijn al eerder verteld, andere zijn vergeten en zullen dankzij deze tentoonstelling weer in de belangstelling komen.

In ieder geval zijn heel wat heroïsche verhalen achter de geschiedenis van sommige eeuwenoude kunstwerken bij het publiek nauwelijks of niet bekend. Sommige anekdotes en gebeurtenissen lijken nochtans rechtstreeks uit een spannende film of boek te komen. Alleen zijn ze waargebeurd.

De tentoonstelling is samengesteld door Luigi Gallo en Raffaella Morselli en wordt georganiseerd door de Scuderie del Quirinale zelf in samenwerking met de Galleria Nazionale delle Marche, het Istituto Centrale Catalogo Documentazione (ICCD) uit Rome en het archief van het Istituto Luce Cinecittà.

liberata (10)

De samenstellers omschrijven de tentoonstelling als een plichtsgetrouw eerbetoon aan de vrouwen en mannen die er tijdens de dramatische oorlogsomstandigheden alles aan deden om het Italiaanse erfgoed te redden en in veiligheid te brengen.

Ze waren zich bewust van de dreiging die boven de kunstwerken hing en beseften ook dat ze een grote verantwoordelijkheid droegen.

liberata (8)

De vele meesterwerken hadden niet alleen een grote educatieve en gemeenschapswaarde, ze vormden als het ware ook een stukje van de identiteit en de geschiedenis van de Italianen.

Talrijke mensen die in de kunstwereld actief waren, ontdekten na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog al snel dat er maatregelen moesten worden genomen om zoveel mogelijk van het nationale erfgoed uit handen van de vijand te houden. Ze hebben dat ook gedaan, zonder wapens en vaak met beperkte middelen.

liberata (3)

Centraal in de tentoonstelling staat het vooruitziende optreden van de vele soprintendenti, conservatoren en ambtenaren van musea en andere kunstinstellingen, vooral in het noorden van Italië.

Bijgestaan door kunsthistorici en vertegenwoordigers van het Vaticaan, werden uiteindelijk verschillende operaties opgezet om het artistieke en culturele erfgoed te beschermen.

Maar zonder de vele individuele acties zou de Italiaanse erfgoedteller vandaag heel wat lager staan en zouden heel wat topstukken wellicht voorgoed vermist geraakt zijn.

Gemakkelijk was het niet. De betrokkenen werden vaak gedwongen met pensioen gestuurd nadat ze weigerden lid te worden van de Repubblica Sociale Italiana (RSI), ook bekend als de Republiek van Salò.

Dat was een fascistische marionettenstaat en een collaborerend regime van nazi-Duitsland, gevestigd in het noorden van Italië.

liberata (2)

De RSI werd in 1943 opgericht na de capitulatie van het Koninkrijk Italië. Op 25 april 1945 verliet Mussolini Salò, op de vlucht voor de geallieerden.

Dit wordt over het algemeen als het einde van de Italiaanse Sociale Republiek gezien. Drie dagen later werd Mussolini die op de vlucht was, door de partizanen aangehouden en geëxecuteerd. Op 2 mei capituleerden de laatste Duitse en Italiaanse troepen in Italië.

liberata (6)

Zo maken we tijdens de tentoonstelling kennis met Giulio Carlo Argan, Palma Bucarelli, Emilio Lavagnino, Vincenzo Moschini, Fernanda Wittgens, Noemi Gabrielli, Aldo de Rinaldis, Bruno Molajoli, Francesco Arcangeli, Jole Bovio en Pasquale Rotondi.

Aan deze laatste is zaal 2 gewijd. Pasquale Rotondi was sinds 1939 in dienst bij de Gallerie delle Marche. Rotondi kreeg na het uitbreken van de oorlog, net als de andere soprintendenti, al snel de opdracht om het artistieke erfgoed binnen zijn expertise veilig te stellen.

liberata (9)

Oorspronkelijk wilden zijn oversten de kunstwerken opbergen in Urbino. Men rekende erop dat de stad veilig was dankzij het grote rode kruis dat op het dak van het hertogelijk paleis was geschilderd, het gevolg van een overeenkomst tussen de Duitsers en de geallieerden.

Rotondi realiseerde zich echter het potentiële gevaar van een spoorwegtunnel die toen in aanbouw was tussen Urbino en de parochie van Schieti. De tunnel werd door de nazi’s gebruikt om wapens en munitie op te slaan.

liberata (4)

Pasquale Rotondi vreesde dat de Duitsers de tunnel zouden opblazen als ze in het nauw gedreven werden en zich moesten terugtrekken. Door de ligging aan de voet van het historische centrum zou een explosie het hele bovenliggende dorp verwoest hebben. Daardoor was Urbino te onveilig om de kostbare kunstwerken onder te brengen.

Rotondi koos dan voor het naburige Rocca di Sassocorvaro, een kasteel dat ook bekendstaat als La Rocca Ubaldinesca di Sassocorvaro. In het grootste geheim werden hier ongeveer tienduizend kunstwerken van onschatbare waarde verborgen.

Daaronder schilderijen van onder meer Giorgione, Rafaël, Piero della Francesca, Paolo Uccello, Titiaan, Mantegna en vele anderen. Nog steeds staat het kasteel, vandaag een museum en een toeristische trekpleister, bekend als de ‘Ark van de kunst’.

liberata (11)

De tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale zet ook kunsthistoricus Rodolfo Siviero in de kijker, die ook actief was als geheim agent en talrijke kunstwerken heeft gered en gerecupereerd.

De redding van de Annunciatie van San Giovanni Valdarno, een werk van Beato (Fra) Angelico (vandaag in de basiliek van Santa Maria delle Grazie in San Giovanni Valdarno) was wellicht de belangrijkste actie die Siviero tijdens de Duitse bezetting uitvoerde.

In 1944 werden ook de Italiaanse kloosters en kerken systematisch geplunderd. Duitse soldaten liepen voortdurend rond met grote platte kisten, waarmee ze alweer een schilderij of een ander kostbaar werk wegbrachten.

liberata (15)

Rodolfo Siviero kwam erachter dat Hermann Göring, na Hitler de nummer twee in Duitsland, zijn oog had laten vallen op een aantal kunstwerken, waaronder ook de Annunciazione van San Giovanni Valdarno.

Met de hulp van twee monniken slaagde Siviero erin om het beroemde werk te verbergen vooraleer de Duitse troepen het konden transporteren.

liberata

Tijdens de Duitse bezetting redde Siviero ook schilderijen van Giorgio de Chirico die onder valse voorwendselen uit zijn villa in Fiesole waren gehaald nadat De Chirico en zijn vrouw door Duitse repressie waren gedwongen te vluchten. Al deze schilderijen werden tijdelijk verborgen in een pakhuis van de Soprintendenza.

Op 3 juli 1944 brachten Duitse soldaten meer dan 200 schilderijen van de Uffizi in Firenze naar Zuid-Tirol (Alto Adige).

liberata (14)

Enkele weken later, van 25 juli tot 11 augustus van dat jaar, werden ook talrijke sculpturen uit dezelfde Uffizi, het Museo dell’Opera del Duomo en andere musea naar het kasteel van Taufers in Zuid-Tirol vervoerd.

Informanten van Rodolfo Siviero volgden het transport van al die kunstwerken, waarna hij die informatie kon doorgeven aan de geallieerden. Dat leidde reeds in 1945 tot de terugkeer van alle kunstvoorwerpen die toen gestolen waren.

In 1947 slaagde Siviero erin om talrijke kunstwerken te recupereren die in 1943 door de Duitsers uit de kunst- en archeologische musea in Napels waren gehaald en in de abdij van Monte Cassino waren verborgen.

Daaronder bevond zich de Danaë van Titiaan die uit het Museo di Capodimonte was geroofd en dat bestemd was als verjaardagsgeschenk voor Göring. Andere bekende werken waren de Apollo uit Pompeii en de Hermes van Lysippus.

liberata (18)

Rodolfo Siviero zorgde in 1948 ook voor de terugkeer naar Italië van 36 kunstwerken die tussen 1937 en 1943 met medeplichtigheid van het Italiaanse fascistische regime vanuit Italië naar Duitsland waren getransporteerd.

Daaronder de beroemde discuswerper van Lancellotti, de Leda van Tintoretto en het Ruiterportret van Giovanni Carlo Doria van Peter Paul Rubens en 36 andere topstukken. Siviero vond in 1947 ook het spoor terug van de Madonna met kind van Masaccio.

Op 16 december 1953 sloot Siviero in Bonn een akkoord met Friedrich Jantz waardoor hij alle tijdens de Tweede Wereldoorlog door Duitsland geroofde werken naar Italië kon terughalen.

liberata (12)

Daarna ging Siviero op zoek in het buitenland. In 1963 wist hij twee schilderijen van Antonio del Pollaiolo (of Pollaiuolo) op te sporen in Los Angeles.

Die hoorden bij de reeks werken die jaren geleden naar Zuid-Tirol waren getransporteerd. Na de oorlog bleken ze echter spoorloos verdwenen. Rodolfo Siviero ontdekte dat de schilderijen destijds waren verstopt door Duitse soldaten die ze vervolgens naar de Verenigde Staten hadden gesmokkeld.

Arte Liberata 1937-1947.
Capolavori salvati dalla guerra
Tot 10 april 2023
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16, Rome

PRAKTISCHE INFORMATIE EN ONLINE TICKETS:

https://www.scuderiequirinale.it/pagine/biglietti-e-orari

liberata (17)

Ontwerpwedstrijd voor Wetenschapsmuseum in Rome

20 januari 2023

Het stadsbestuur van Rome lanceerde vorig jaar een internationale ontwerpwedstrijd voor het nieuwe Museo della Scienza di Roma, het Wetenschapsmuseum van Rome.

Architecten en ontwerpteams hebben nog enkele dagen, tot uiterlijk 23 januari, om een project in te dienen.

Op 7 februari worden vijf finalisten gekozen en uit die voorstellen wordt op 19 mei een definitieve ontwerper geselecteerd. Die wordt drie dagen later bekendgemaakt. De bedoeling is om de eerste steen in 2025 te leggen en in 2027 het nieuwe museum te openen.

Dat zal worden gebouwd op het terrein van het vroegere Stabilimento Militare Materiali Elettrici di Precisione, aan de Via Guido Reni in de wijk Flaminio, tegenover het MAXXI, het Museo nazionale delle arti del XXI secolo.

wetenschapsmuseum (9)

De kostprijs van de bouw wordt geraamd op 75 miljoen euro. Zowel de bouwplanning als de uitvoering duren in Rome doorgaans altijd heel wat langer dan voorzien. Ook het uiteindelijke kostenplaatje is meestal flink hoger dan geraamd.

Aan de komst van het Museo della Scienza zijn tientallen jaren en talloze debatten vooraf gegaan. Het was dan ook een fiere burgemeester Roberto Gualtieri die op een druk bijgewoonde persconferentie in het stadhuis de ontwerpwedstrijd voorstelde.

Dat gebeurde in aanwezigheid van onder meer Nobelprijswinnaar Giorgio Parisi, hieronder op de foto met burgemeester Gualtieri (l.). Parisi, een natuurkundige, is tevens de voorzitter van het wetenschappelijke comité dat het museum praktisch zal moeten uitbouwen.

Ook aanwezig waren de schepenen / wethouders Maurizio Veloccia (Stedenbouw), Miguel Gotor (Cultuur) en Alessandro Panci, de voorzitter van de Orde van Architecten van Rome.

wetenschapsmuseum (1)

De ontwerpwedstrijd staat open voor Italiaanse en buitenlandse ontwerpers. In een eerste fase moeten de deelnemers focussen op de architecturale creativiteit van hun voorstel. De inzendingen gebeuren anoniem.

De vijf ontwerpteams die de finale halen, worden geselecteerd door een professionele jury. Dat vijftal moet vervolgens ook de technische en economische haalbaarheid van hun project verduidelijken. De winnaar ontvangt 150.000 euro, de vier overige finalisten krijgen een onkostenvergoeding van 20.000 euro.

De totale oppervlakte van het museum zal ruim 19.000 m² groot zijn, waarvan 9.000 m² bestemd is voor tentoonstellingsruimtes allerhande en 1.100 m² voor onderzoeksruimtes.

Het museum krijgt ook een auditorium van 800 m², een restaurant (600 m²), een boekwinkel (400 m²), technische en dienstruimtes en 2.000 m² groen.

Het terrein van het voormalige militaire complex, de Stabilimento Militare Materiali Elettrici di Precisione, is ongeveer 55.000 m² groot. 27.000 tot 35.000 m² van die oppervlakte wordt bestemd voor de bouw van enkele honderden nieuwe woningen, waarvan 6.000 m² specifiek voor sociale woningbouw.

Ongeveer 7.000 m² wordt gereserveerd voor de bouw van een hotel en 3.000 m² is voorbehouden aan nieuwe buurtwinkels. Op de site komen ook een bibliotheek, een cultureel centrum en ondergrondse parkeergarages. De omgeving wordt heraangelegd met groen en een paar nieuwe wegen.

Op het totaalproject werd enkele jaren geleden al een prijskaartje van 350 miljoen euro gekleefd. Het is nog maar de vraag of alle plannen voor deze site ooit zullen worden uitgevoerd, want de stadskas van Rome is er voorlopig nog niet veel beter aan toe dan destijds.

wetenschapsmuseum (1)

In de omgeving van het vroegere militaire terrein bevinden zich nog andere oude opslagplaatsen, kazernes en een oud kwartier van de Carabinieri.

Ook hier worden in de toekomst nieuwe hotels, winkels en woonprojecten voorzien, wat op termijn ook het aantal toeristen in de buurt sterk moet doen toenemen.

Het masterplan voor de hele omgeving, het Progetto Flaminio, werd in 2015 ontworpen door het Milanese architectenbureau Studio Paola Viganò. Dat kantoor werd toen als winnaar van een internationale architectuurwedstrijd aangeduid. Aan die ontwerpwedstrijd namen 246 ontwerpkantoren uit 20 landen deel.

Het Wetenschapsmuseum moet uitgroeien tot een centrum van internationaal belang, waar het publiek kennis kan opdoen omtrent wetenschap en technologie in al hun evoluties en gedaantes. Het wil wetenschappelijke kennis voor een groot publiek bevorderen, verspreiden en laten ervaren.

Een Wetenschapsmuseum in Rome is volgens Gualtieri nodig om de inhoud van de verschillende wetenschappelijke disciplines, hun geschiedenis en hun toekomst weer te geven. Enthousiasme overbrengen voor wetenschap is de uitdaging.

De bedoeling is om de technisch-wetenschappelijke cultuur in al zijn verschijningsvormen door het buitengewone wetenschappelijke erfgoed dat al in Rome bestaat, met elkaar te verbinden en die kennis ook te verspreiden, aldus de burgemeester.

wetenschapsmuseum (7)

In Rome en de directe omgeving zijn vandaag talrijke onderzoeksinstellingen, universiteiten, academies en wetenschappelijke verenigingen gevestigd.

Toch heeft de stad vandaag geen wetenschappelijk centrum. Het is de bedoeling om het Museo della Scienza te laten samenwerken met andere Italiaanse en internationale wetenschapsmusea.

Het formidabele en gelaagde archeologische, historisch-artistieke en, meer in het algemeen, humanistische erfgoed van Rome verbergt een andere stad, eentje van wetenschappelijke kennis, die niet meteen in het oog springt, alsof ze wordt overschaduwd door de eerste. En toch heeft Rome ook op dit gebied een leidende rol, stelt schepen / wethouder Miguel Gotor.

Rome is onder meer de stad waar één van de eerste echte astronomische observatoria in Europa werd gebouwd, de Torre dei Venti in het Vaticaan, waar de Accademia dei Lincei werd geboren in 1603.

Rome is ook de stad waar talrijke geleerden hun activiteiten ontplooiden, zoals Atanasius Kircher, Stanislao Cannizzaro, Guglielmo Marconi, Enrico Fermi, Nazareno Strampelli, Vito Volterra, Edoardo Amaldi en Rita Levi Montalcini, om er maar enkele te vermelden.

wetenschapsmuseum (2)

Rome telt vandaag al heel wat musea die je als wetenschappelijk zou kunnen omschrijven, al richten ze zich vaak enkel op bepaalde disciplines. We geven hierna een willekeurige en lang niet volledige greep uit het aanbod:

Het Museo di Storia della Medicina, het Museo Storico delle Poste e delle Telecomunicazioni, het Museo di Geologia, het Museo Anatomico E. Morelli, de Musei di storia naturale, het Museo di Antropologia G. Sergi, het Museo di Chimica Primo Levi, de Collezioni Paleontologiche del Servizio Geologico d’Italia, het Museo di Anatomia Comparata B. Grassi, het Museo della Strumentazione e Informazione Cristallografica en het Museo Storico delle Poste e delle Telecomunicazioni.

Daarnaast zijn er verschillende kleine wetenschapsmusea (musei della scienza), die werden uitgebouwd door universiteiten of andere kennisinstellingen. Ook de permanente expo rond (de machines van) Leonardo da Vinci in de Cancelleria, heeft een wetenschappelijk raakvlak.

Museo della Scienza di Roma
In ontwerpfase
Via Guido Reni 7, Rome

wetenschapsmuseum (6)

De reis van Aeneas. Van Troje naar Rome

19 januari 2023

In Rome is de interessante tentoonstelling Il Viaggio di Enea. Da Troia a Roma (De reis van Aeneas. Van Troje naar Rome) aan de gang.

De expo is bedacht en georganiseerd door het Parco archeologico del Colosseo in samenwerking met de Associazione Rotta di Enea (Aeneas Route Association) om de kennis van de mythe van Aeneas en de culturele route Rotta di Aeneas te promoten en te verspreiden. Vorig jaar werd deze route gecertificeerd door de Raad van Europa.

De tentoonstelling werd samengesteld door Alfonsina Russo, directeur van het Parco archeologico del Colosseo, Roberta Alteri, Nicoletta Cassieri, Daniele Fortuna en Sandra Gatti. De expo is tot 10 april 2023 te bezoeken in de Tempel van Romulus (Tempio di Romolo) op het Forum Romanum.

enea_viaggio (4)

De tentoonstelling vertelt de reis en de mythe van Aeneas aan de hand van 24 kostbare archeologische vondsten. Sommige artefacten werden nooit eerder getoond aan het publiek.

De expo is vooral een manier om meer te weten te komen over de geschiedenis van een legendarische route waarvan de wortels teruggaan tot in het verre verleden en die al vroeg ging deel uitmaken van de oudste mythes van Rome.

De onafhankelijke vereniging Rotta di Enea (met hoofdzetel in Rome) fungeert als een operationeel instrument voor de promotie, de ondersteuning en de coördinatie van de huidige en toekomstige initiatieven die deel (zullen) uitmaken van de culturele Aeneas-route.

enea_viaggio (7)

De vereniging kan rekenen op een prestigieus internationaal wetenschappelijk comité en een groot internationaal netwerk van verenigingen en instanties die coördinerende steun verlenen en op lokaal vlak instaan voor de praktische uitbouw en planning van de route.

Het promoten van de gemeenschappelijke Europese wortels, die werden gevormd door de reizen en uitwisselingen die plaatsvonden in het oude Middellandse Zeegebied, zoals blijkt uit de prachtige vondsten die in de tentoonstelling worden getoond, is een fundamentele missie van de vereniging.

enea_viaggio (2)

De mythe van Aeneas, overgeleverd door Vergilius in de Aeneis, is diep doorgedrongen in de Europese cultuur. Het verlaten van de verwoeste stad Troje, de held die wegtrekt uit zijn land en begint aan een lange reis naar het westen om een nieuw thuisland te bereiken voor de overlevende Trojanen om uiteindelijk het leven te schenken aan een adellijk geslacht waaruit de legendarische Romulus, de stichter van Rome en de eerste koning, zou geboren zijn. Het is een haast onweerstaanbare vertelling.

Aeneas verpersoonlijkt de waarden van de Romeinse traditie, zoals loyaliteit, een gevoel van verbondenheid met de gemeenschap, respect voor het gezin, voor de staat en voor de goden.

enea_viaggio (8)

De tentoonstelling, die de medewerking kreeg van het Museum en de archeologische site van Troje, presenteert het verhaal van Aeneas aan de hand van 24 unieke archeologische artefacten, waarvan de oudste dateren uit de zevende eeuw voor Christus. Ze werden uitgeleend door twaalf verschillende musea en instellingen.

De werken worden voorgesteld volgens thema. We herkennen de afbeeldingen van Aeneas, zijn vader Anchises en zijn moeder, de godin Aphrodite, afbeeldingen van de Trojaanse oorlog, Palladio als talisman van redding, eerst van Troje en daarna van Rome.

enea_viaggio (9)

Ten slotte is er de aankomst in Italië en de stichting van Lavinium, waar archeologische vondsten eveneens voeding hebben gegeven aan de legende van de Trojaanse held.

Onder de kostbare vondsten die worden tentoongesteld, bevindt zich ook het bekende keramieken meesterwerk, ontdekt in Puglia en gedateerd in de periode 370-360 v. Chr., en dat de vernietiging van het lichaam van de Trojaanse prins Hector door Achilles toont.

enea_viaggio (6)

Een fresco dat werd gevonden in Pompeï, stelt een zeldzame afbeelding voor van het Trojaanse paard dat de stad in wordt gesleept.

Van groot belang zijn de terracotta beelden uit het heiligdom van Minerva in Lavinium, de stad die volgens de overlevering werd gesticht door Aeneas nadat hij arriveerde aan de Italiaanse kust.

enea_viaggio (13)

Deze terracotta artefacten uit de vijfde en de derde eeuw v. Chr. zijn een belangrijk voorbeeld van laat-archaïsche en mid-republikeinse kunst, waarvan er verschillende voor het eerst aan het publiek worden getoond.

enea_viaggio (11)

Tijdens de tentoonstellingsperiode, van december 2022 tot begin april 2023, zal het Parco archeologico del Colosseo tevens een reeks conferenties organiseren over de mythe van Aeneas en zijn legendarische reis.

enea_viaggio (10)

In dezelfde periode zal het ook mogelijk zijn om deel te nemen aan thematische rondleidingen langs de route die Aeneas in in Vergilius’ verhaal aflegt. van het Forum Boarium naar de Porta Carmentale, naar de Asylum (tussen Arx en Capitolium), naar de Lupercale, omhoog naar het Argiletum en de Campidoglio en dan, door de vallei van het toekomstige Forum Romanum, nogmaals omhoog naar het dorp op de Palatijn, waar de nederige verblijfplaats van de koning zich bevindt, wat samenvalt met de plek waar het huis van Romulus zal verrijzen en, eeuwen later, de residentie van Augustus. Een haast mytische wandeling die terugblikt naar wat er was, voorafgaand aan de toekomstige stad Rome.

Il Viaggio di Enea. Da Troia a Roma
Van 15 december 2022 tot 10 april 2023
Tempel van Romulus (Tempio di Romolo), Forum Romanum
Van 9.30 uur tot 16 uur (laatste toegang om 15.45 uur)
Gesloten op 25 december, open op 1 januari
https://parcocolosseo.it/visita/orari-e-biglietti/

enea_viaggio (1)

AENEAS – ACHTERGROND

De ontstaansgeschiedenis van Rome is duister. Toen de stad machtig werd, ontstonden sagen omtrent de stichting en oorsprong van de stad en haar rijk.

De officiële versie werd dat Aeneas, zoon van Aphrodite, uit Troje naar Latium kwam. Zijn zoon Ascanius stichtte Alba Longa. Ten slotte stichtten Romulus en Remus, tweelingzonen van Mars en Rhea Silvia, de dochter van de koning van Alba Longa, de stad Rome. Het stichtingsjaar werd vastgesteld op 752 v. C.

Aeneas (Aineias in het Grieks), is een mythologische Trojaanse held die reeds voorkomt in de epen van Homerus, maar vooral in de Romeinse wereld belangrijk werd als de indirecte stichter van Rome en stamvader van het Julische keizershuis waartoe Augustus en diens opvolgers behoorden.

Homerus noemt Aeneas de zoon van de sterveling Anchises en de godin Aphrodite. Hij werd geboren op de berg Ida in Trojeland en wordt door Homerus getekend als de dapperste held der Trojanen, na Hector.

Met grote moed nam hij deel aan de gevechten voor Troje, waarbij zijn goddelijke moeder en Apollo hem beschermden en Poseidon hem redde uit de handen van Achilles. Hij en zijn nageslacht, zo werd hem verteld, zouden heersen over Troje.

enea_viaggio (14)

De sage van Aeneas is in de post-homerische tijd naar het westen gekomen, wellicht overgebracht door de Etrusken die zich in de 8ste–7de eeuw v. Chr. in de streek tussen de Arno en de Tiber in Italië hadden gevestigd, of misschien ook meegenomen door de Griekse kolonisten die zich in Zuid-Italië en op Sicilië hadden genesteld en nauwe handelsrelaties onderhielden met de Etruriërs.

Door deze transmigratie van de sage ontstonden nieuwe versies, namelijk dat Aeneas na Trojes ondergang werd gered en na vele omzwervingen aan de kusten van Latium belandde. Met verschillende variaties zijn deze sagen uit de Latijnse literatuur bekend, doch vóór alles uit het nationale epos van Rome: de Aeneïs van Vergilius.

enea_viaggio (3)

Romulus en Remus, volgens de Romeinse sage tweelingzonen van de god Mars en van Rhea Silvia, zouden de stichters van Rome zijn. Door Amulius, een broer van hun grootvader Numitor, werd de tweeling in een mandje in de Tiber geworpen. De mand bleef echter in de modder steken aan de voet van de Palatijnse heuvel nabij een grot gewijd aan Faunus.

De kinderen, aldus gered, werden door een wolvin gezoogd in de schaduw van een vijgenboom, waar later de herder Faustulus hen vond, die hen door zijn vrouw liet grootbrengen. Volwassen geworden, doodden Romulus en Remus Amulius en stichtten een nederzetting op de Palatijnse heuvel. Er ontstond echter een twist tussen de broers, waarop Romulus zijn broer doodde en zelf heerste over het jonge Rome.

Om de bevolking uit te breiden, maakte Romulus de plaats tot asiel of wijkplaats voor ballingen en vluchtelingen; het tekort aan vrouwen werd opgelost door de Sabijnse maagdenroof, waarna de vestiging met de Sabijnse nederzetting op de Quirinalis samensmolt en Romulus met de Sabijnse koning Titus Tatius de regering deelde.

Na de dood van deze laatste werd Romulus alleenheerser. Op het einde van zijn regering werd hij door de god Mars ten hemel gevoerd en genoot hij, vereenzelvigd met de Sabijnse god Quirinus, goddelijke eer. Sommige oude teksten vermelden dat Romulus op het Forum werd begraven (Livius, Ab urbe condita, I, 4; Vergilius, Aeneïs, I, 275; VI, 778, 781; VIII, 342; Ovidius, Metamorphoses, XIV, 772 vv.).