Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Eerste Amarobar in Europa opent in Rome

14 februari 2019

In Rome opende een grote Amarobar de deuren, volgens de uitbaters de eerste in Europa. Er staan meer dan vijfhonderd verschillende soorten van het bittere drankje op de kaart. Bij de zaak hoort ook een osteria waar je traditionele Romeinse gerechten met een modern toetsje kan verkrijgen. Wie hier komt aperitieven kan daarna dus gewoon aan tafel schuiven. Ook bijzonder is dat de zaak beschikt over een kleine voedingshoek. De koks komen soms uit de keuken halen wat ze nodig hebben en klanten kunnen hier eveneens verse producten kopen. Il Marchese (Osteria – Mercato – Liquori) is gevestigd in een palazzo uit de zeventiende eeuw en bevindt zich aan de Via di Ripetta, een centrale locatie in de historische binnenstad.

De naam van de zaak is geïnspireerd op de klassieke film Il Marchese del Grillo met in de hoofdrol de Romeinse acteur Alberto Sordi. Het restaurant serveert hedendaagse versies van typische Romeinse specialiteiten.De pasta wordt in eigen huis gemaakt en chef-kok Daniele Roppo kiest zijn verse ingrediënten uit de zogenaamde mercato, een kleine voedselhoek waar de gasten eveneens verse producten kunnen kopen. De gerechten worden bereid voor het oog van de gasten. De zaak is nog maar pas open, maar de carbonara del Marchese belooft nu al een klassieker te worden.

De grote blikvanger is uiteraard de Amarobar, die je kan omschrijven als elegant, verfijnd en volkomen uniek in Europa. De binnenhuisarchitect heeft metstucwerk, behang en fluweel geprobeerd om herinneringen op te roepen van aristocratische salons van een paar eeuwen geleden, maar tegelijk toch een trendy en modern interieur te presenteren.

Het aanbod bestaat uit meer dan vijfhonderd verschillende soorten amaro, voornamelijk Italiaanse, maar ook een heleboel buitenlandse. Op de kaart staan zowel de zeer bekende merken als drankjes van zeer kleine producenten uit een afgelegen hoek in Italië. Bijzonder zijn een aantal zeldzame (en daardoor uiteraard ook niet goedkope) vintage amari, daterend van 1950 tot 1970. Heel wat drankjes zijn niet meer te vinden in het verzamelaarscircuit. Er is ook een lijst van dertig tijdelijke amari die elke maand wijzigt. Voor kenners en liefhebbers van het kruidige bittere drankje is dit het paradijs.

Amaro is een Italiaanse verzamelnaam voor bitterzoete kruidenlikeuren die gewoonlijk als digestief worden gedronken. Het alcoholpercentage ligt tussen 16% en 45%. Elke Amaro heeft een andere textuur en samenstelling, variêrend van citrus tot bloemen, van tonic tot menthol, van fruitig tot bijna medicinaal. Amaro wordt gewoonlijk puur gedronken, of met ijs. Er kunnen ook cocktails met amaro gemaakt worden, dan worden het lekkere aperitiefdrankjes. Door het gebruik van enkele fijne ingrediënten en vooral de vaardigheid om ze te mengen is zo’n cocktail op basis van amaro, liefst geserveerd in een mooi kristallen glas, een uitstekend drankje.

Il Marchese heeft voor de exploitatie van de cocktailbar Matteo Zed kunnen strikken, een bekende naam in het wereldje van de cocktailmixers en die zijn sporen onder meer verdiende in de beroemdste cocktailbars in New York. Wie tijdens een avondje bij Il Marchese verschillende cocktails wil proeven, kan zelfs kiezen uit enkele speciale themamenu’s die de zaak speciaal voor dit doel ontwikkelde. Gasten kunnen kiezen uit drie versies: ‘Twist on Negroni & Americano Style Cocktails’, ‘Signature & Seasonal’ en ten slotte ‘Unforgettable & Great Classics’.

Amaro wordt bereid door diverse kruiden, wortels, schors, bloemen, schillen van citrusvruchten, en/of specerijen in alcohol (sterke drank of wijn) te laten weken, het filtraat te mengen met suikersiroop en het mengsel vervolgens te laten rijpen in eiken vaten of flessen. Elke producent heeft zijn eigen recept, dat vaak dateert uit de negentiende eeuw, en waarvan de precieze samenstelling net zo geheim wordt gehouden als het originele recept voor Coca-Cola. Amaro is niet te verwarren met amaretto.

Bekende merken zijn Ramazzotti (ontstaan in 1815), Montenegro (1885), Gambarotta (1832), Averna (Sicilië, 1868) en Amaro Lucano (1894). Soms bevat amaro een ingrediënt dat de likeur een typische smaak geeft, zoals bijvoorbeeld artisjok in Cynar, rabarber in Bergia Rabarbaro of truffels in Tilus uit San Marino. Ook behoorlijk speciaal is Amaro Alpino dat wordt gemaakt met kruiden uit de Alpen, waaronder gentiaan, jeneverbes en duizendblad. Braulio, Marascovo en Amaro Alpino van dokter A. Pontillo zijn enkele merken.

Het aperitiefmoment in de Amarobar Il Marchese in Rome is van 18.30 tot 21 uur, waar je in die periode dan niet alleen kan genieten van je drankjes maar ook een kleiner hapje kan eten in de bar zelf, zonder dat je het restaurant moet bezoeken. Voor 6 euro extra krijg je drie verschillende antipasti bij je drankje. Gewoon lunchen of dineren in de osteria kan natuurlijk ook. De zaak is zeven dagen op zeven open, van 12 uur tot 1 uur.

Il Marchese
Via di Ripetta 162, Rome
Elke dag open van 12 tot 1 uur
Aperitiefmoment met hapjes in de bar van 18.30 tot 21 uur
Tel. 06 902 188 72
info@ilmarcheseroma.it

Seneca is nog altijd springlevend

13 februari 2019

Wijsheid. Inzicht. Inspiratie. Wie daarnaar op zoek is in de Romeinse literatuur komt snel uit bij de filosoof Seneca. Als geen andere antieke auteur richt Seneca zich op de belangrijkste vragen die mensen zich stellen. Hoe moet ik leven? Wat moet ik doen om gelukkig te worden? En hoe kan ik op een waardige manier sterven? In een aantal wijsgerige essays gaat Seneca op zulke kwesties in. Een tijdje geleden verscheen de bundeling Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood.

Seneca bestrijdt de gangbare visie dat het leven ‘te kort’ is, en hij geeft adviezen om innerlijke rust en onafhankelijkheid te bereiken. Ook schrijft hij uitvoerig over ‘de goede dood’. De zes essays die eerder afzonderlijk verschenen zijn in dit boek gebundeld als Levenskunst. Als bonus is een nieuwe vertaling opgenomen van Seneca’s onvolledig bewaarde ‘Leven in de luwte’ (De otio). De bekende vertaler en classicus Vincent Hunink schreef het boeiende nawoord.

De Romeinse filosoof en literator Lucius Annaeus Seneca werd omstreeks 5 v. Chr. geboren in Córdoba en kwam op jeugdige leeftijd naar Rome, waar hij spoedig opviel als retor. Hij was een aanhanger van de stoïsche filosofie en ontwikkelde zich tot de meest veelzijdige en briljante literator van de keizertijd. Hij speelde een belangrijke rol in hofkringen, werd in 42 door Claudius verbannen, maar verwierf later door toedoen van Agrippina de positie van gouverneur van de jonge Nero. Toen deze keizer werd, bezat Seneca grote macht en invloed. Nero gaf hem echter in 65 wegens een – waarschijnlijk valse – beschuldiging van deelneming aan het complot van Piso, het bevel om zelfmoord te plegen. Seneca deed dat ook.

Seneca is een typische exponent van de cultuur van de vroege keizertijd. De retoriek was voor hem een geesteshouding. Zijn literaire veelzijdigheid blijkt uit zijn woordenschat, de syntactische wendingen en het systematische gebruik van kernachtig geformuleerde uitspraken (sententiae). Filosoof, maar vooral moralist, is hij in zijn dialogen en brieven, een man van encyclopedische wetenschap in zijn Naturales quaestiones (62-65) en een dichter in zijn tragedies. Naar echt Romeinse traditie deed hij het ook goed als satiricus in zijn bespotting van de overleden keizer Claudius.

Zijn twaalf dialogen zijn geen gesprekken, maar veel meer moraliserende essays, waarin hij propageert dat afzien van emoties en leven in overeenstemming met de goddelijke wil die het universum bestiert, de vrijheid van de individuele persoonlijkheid waarborgen. De onderwerpen hebben betrekking op het zielenleven van de mens, de rol van de goddelijke voorzienigheid, de standvastigheid van de wijze, de toorn, de gemoedsrust, enz.

Seneca’s brieven, gericht aan zijn pupil Lucilius (Epistulae morales ad Lucilium), zijn van een heel andere aard dan de brieven van Marcus Tullius Cicero aan zijn vriend Atticus. Van een ongedwongen persoonlijk gesprek van vriend tot vriend is bij Seneca geen sprake. Hij is de leermeester, de geestelijke leidsman, die door weloverwogen beschouwingen over praktische moraal zijn jonge vriend probeert te vormen. De brieven zijn dan ook geconcipieerd met de bedoeling ze te publiceren. De verzameling omvat twintig boeken en zij vormt ongetwijfeld zijn beste werk.

Seneca’s veelzijdigheid blijkt ook uit zijn voormelde natuurkundig, sterk door Posidonius beïnvloed geschrift Naturales quaestiones (natuurwetenschappelijke problemen), dat in zeven boeken vragen behandelt van astronomische en geografische, maar vooral van meteorologische aard. In de middeleeuwen is dit werk veelvuldig als leerboek van de natuurkunde gebruikt.

Als dichter komt Seneca vooral naar voren uit zijn negen bewaard gebleven tragedies, meer bedoeld als – briljante – retorische poëzie dan als voor opvoering bestemde toneelstukken. Ze behandelen allemaal traditionele, Grieks-mythologische onderwerpen, belichaamd in de figuren van Hercules, Medea, Oedipus, Agamemnon; de actualiteit van de eerste eeuw na Chr. is er echter op heel wat plaatsen in verwerkt.

De traditie van de menippeïsche satire zette Seneca voort in zijn Apocolocyntosis, een humoristisch smaadschrift in een mengvorm van proza en poëzie, tegen de overleden keizer Claudius. Voor de geschiedenis van de wereldliteratuur zijn Seneca’s tragedies zeer belangrijk, omdat zij vóór de herontdekking van de Griekse tragedie het renaissancedrama diepgaand hebben beïnvloed (Pierre Corneille, Jean Racine, Pedro Calderón, het Elizabethaanse drama, Joost van den Vondel). De inheemse Romeinse tragedie Octavia kan niet aan hem worden toegeschreven.

Seneca is nog steeds (vooral in zijn brieven) een zeer leesbare auteur. Zijn behoefte aan ethische argumenten deed hem openstaan voor ideeën van epicureïsche aard; zijn soms populariserende betoogtrant is beïnvloed door die van de cynici. Zijn levensvisie staat in vele opzichten dicht bij die van het christendom. De bewaard gebleven briefwisseling tussen de apostel Paulus en Seneca is gefingeerd en ontstond waarschijnlijk in de vierde eeuw.

Seneca was de zoon van de Romeinse schrijver Lucius (of Marcus?) Annaeus Seneca (ca. 54 of 55 v. Chr. – ca. 39 na Chr.), bijgenaamd Seneca Pater of Seneca Rhetor. Hij wordt nogal eens verward met zijn beroemde zoon. Seneca Maior of Seneca de Oudere schreef voor zijn zoons twee werken die gedeeltelijk bewaard bleven en waarin voorbeelden van het werk van de beste redenaars van zijn tijd zijn verzameld.

In het Oratorum et rhetorum sententiae, divisiones, colores worden gefingeerde rechtsvragen (controversiae) door verschillende sprekers met voor- en tegenargumenten uiteengezet, gevolgd door een indeling van de rechtsvragen en een uiteenzetting van de retorische kunst om een zaak positief of negatief te belichten. In zijn Suasoriae beraden bekende figuren zich over moeilijke beslissingen.

Levenskunst
Filosofische essays over leven en dood
Auteur: Seneca
Vertaling Vincent Hunink
304 pagina’s
Afmetingen: 20,7 x 13,4 x 2,9 cm
ISBN13 9789 0253 0926 8
Uitgever: Athenaeum
Prijs: 23,50 euro

Rome investeert 425 miljoen euro in modernisering metrolijnen A en B

12 februari 2019

Terwijl de bouwkosten voor de nieuwe metrolijn C die dwars door het historische centrum wordt aangelegd blijven oplopen, moeten de stad en de hogere overheid noodgedwongen een pak geld uittrekken voor de dringende modernisering van de metrolijnen A en B. Er zijn ook een aantal veiligheidsingrepen nodig. In de stations wordt het comfort verhoogd en er worden met het geld ook een aantal nieuwe metrostellen gekocht.

De voorbije weken gingen omwille van technische problemen enkele haltes een tijdlang dicht. Op de drukke A-lijn werden de populaire stations Spagna en Barberini enkele opeenvolgende dagen afgeschaft. Omdat ook het station Repubblica na een incident met een roltrap al sinds 23 oktober gesloten is, betekende dit dat er tussen het station Termini en Flaminio (Piazza del Popolo) geen enkele halte was. Er werden vervangbussen ingelegd, maar ook dat liep mis, naar verluidt omdat een aantal chauffeurs de te volgen route niet kenden. Dat zorgde voor een enorme verkeerschaos.

Rome en het Ministero delle infrastrutture e dei trasporti investeren nu 425 miljoen euro in de modernisering van het metronetwerk A en B. De overeenkomst werd ondertekend door minister Danilo Toninelli en Virginia Raggi, de burgemeester van Rome. Beiden behoren tot dezelfde partij, de Movimento 5 Stelle of Vijfsterrenbeweging, wat de gesprekken vergemakkelijkte.

Lijn B1, een verlenging van de B-lijn, die pas in 2012 werd geopend en de reizigers vanaf halte Bologna naar noordoostelijke richting brengt, zit niet in het investeringsprogramma: de stations (Sant’Agnese – Annibaliano, Libia, Conca d’Oro en Jonio) en de technische uitrusting op deze lijn zijn recent gebouwd en nog vrijwel nieuw.

Het geld zal de komende maanden vooral worden geïnvesteerd in het wegwerken van een aantal technische problemen op de A- en B-lijnen, inclusief het verbeteren van de veiligheidsmaatregelen. Er worden ook een aantal nieuwe treinen gekocht. Volgens burgemeester Raggi zal de grote investering zorgen voor “een modern, snel en punctueel metrosysteem”. Minister Toninelli formuleerde het iets voorzichtiger en hoopte in de toekomst op “minder storingen, meer comfort in de wachtruimtes en misschien zelfs meer stiptheid”.

Rome beschikt al enkele decennia over twee metrolijnen maar die rijden eerder aan de rand van het historische stadscentrum. De nieuwe lijn C loopt echter dwars door de kernstad. Over dit miljardenproject brachten we in februari vorig jaar een uitgebreide reeks. De werkzaamheden naderen momenteel het Colosseum en gaan dan via het Forum Romanum richting Piazza Venezia. Vlakbij het Colosseum komt ook een nieuw metrostation: Colosseo – Fori Imperiali.

Een gedeelte van de C-lijn is al operationeel maar de belangrijkste lijnen van de Metropolitana di Roma zijn nog steeds de lijnen A en B, die, hoewel ze niet tot in de kern van het stadshart doordringen, toch nog vele bezienswaardigheden in Rome vlot bereikbaar maken. Lange tijd was het enige kruispunt van deze twee lijnen het spoorwegstation Termini, het grootste treinstation van Rome. Sinds vorig jaar maakt ook de gedeeltelijk voltooide lijn C via het station San Giovanni een verbinding met de A-lijn. De metrostations zijn herkenbaar aan een vierkant, rood bord met een witte ‘M’. De metro is nog steeds de snelste manier om van de ene naar de andere kant van de stad te reizen.

In 1942 was in Rome een universele wereldtentoonstelling gepland, die zou worden uitgebouwd in het zuiden van Rome, de huidige EUR-wijk. Er werden een groot aantal bezoekers verwacht en om die snel te kunnen vervoeren besloot de Italiaanse regering een metrolijn te bouwen van het spoorwegstation Termini naar de expo-terreinen in het zuiden van de stad. In 1938 werd begonnen met de bouw.

Door de politieke situatie en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog kwam er zowel van de tentoonstelling als van het aanleggen van de metro niets terecht. De metrowerken werden uitgesteld en pas op 10 februari 1955 werd de eerste metrolijn geopend tussen Termini en Laurentina, in de huidige wijk EUR (Esposizione Universale di Roma), het terrein waarop de wereldtentoonstelling had moeten plaatsvinden. De opening gebeurde door de toenmalige president Luigi Einaudi. De uitbreidingen van de lijn aan beide zijden zouden nog vele jaren op zich laten wachten.

In 1959 werd de bouw goedgekeurd van lijn A, grotendeels volgens een plan dat al in 1941 was ontworpen. De werken begonnen in 1964 en kregen af te rekenen met een enorme reeks vertragingen en onvoorziene gebeurtenissen, voornamelijk als gevolg van een slechte organisatie. Allereerst veroorzaakten de graafwerken in openlucht een enorme verkeersoverlast in het zuidoosten van Rome. De werkzaamheden werden uiteindelijk zelfs vijf jaar onderbroken en toen hervat met een nieuwe ondergrondse boortechniek die, weliswaar het verkeersprobleem gedeeltelijk oploste, maar wel enorme schade veroorzaakte aan talrijke woongebouwen in de omgeving van het spoor.

Straten en gebouwen begonnen scheuren, barsten en verzakkingen te vertonen omwille van de sterke trillingen tijdens het graven. Archeologische vondsten in de opgeving van Piazza della Repubblica zorgden eveneens voor vertraging. In die tijd was er al iets meer aandacht voor het archeologische erfgoed, maar vergeleken met vandaag werd aan de meeste kleinere ontdekkingen doorgaans nogal snel voorbijgegaan. De omgeving van de vroegere Thermen van Diocletianus werd wel goed bestudeerd. De A-lijn werd uiteindelijk pas in 1980 geactiveerd.

De verdronken hoeksteen van het Romeinse Rijk

8 februari 2019

Vanavond, vrijdag 8 februari, vindt in het Katwijks Museum (Nederland) de voorstelling plaats van het boek Brittenburg. Verdronken hoeksteen van het Romeinse Rijk. Tegelijk kan in het museum de opening meemaken van de gelijknamige tentoonstelling die gebaseerd is op dit nieuwe door dr. Tom Buijtendorp geschreven boek.De opening gebeurt door historicus drs. Jos Wienen en is enkel toegankelijk voor genodigden. De dag nadien is het boek te koop in de winkels en kan ook de tentoonstelling worden bezocht. Dat kan tot 25 mei 2019.

De tentoonstelling geeft een beeld van de langdurige zoektocht naar het mysterieuze Brittenburg. Tom Buijtendorp geeft in zijn boek Brittenburg, verdronken hoeksteen van het Romeinse Rijk een nieuwe reconstructie van de Romeinse vestiging aan het eind van de Limes. Na eeuwenlang oudheidkundig bodemonderzoek ontstaan nieuwe inzichten voor wat betreft dit tot de verbeelding sprekende mysterie opnieuw inzicht.

Vanaf de late middeleeuwen tot het einde van de achttiende eeuw kwamen aan de kust bij Katwijk regelmatig de resten van een mysterieuze ruïne tevoorschijn die vanaf 1543 als curiosum weleens op Nederlandse kaarten werd afgebeeld. Volgens Romeinse bronnen moet hier een fort gelegen hebben op het eindpunt van de grens van het Romeinse vasteland.

Al eeuwen proberen onderzoekers deze verdronken ‘Brittenburg’ terug te vinden en te begrijpen wat het was. In 1960 werd tevergeefs twee weken lang door duikers bij Katwijk in zee gezocht. Nieuw ontdekte documenten vormden de aanleiding om in oude manuscripten en kaarten te snuffelen. Waar archeologen normaal gesproken kunnen graven in de grond, moet de Brittenburg-onderzoeker zich baseren op eeuwenoude documenten met ooggetuigenverslagen, afbeeldingen en kaarten waarop met een kruis of ‘passen tot de kerktoren’ staat aangegeven waar wat gezien is.

Na eeuwen tevergeefs speurwerk leek deze beroemdste ‘cold case’ van de Nederlandse archeologie onoplosbaar. In dit boek wordt de zaak heropend en gaat de lezer stap voor stap mee op een speurtocht aan de hand van nieuw bewijsmateriaal. Het biedt interessante resultaten die een ander licht werpen op de Brittenburg, de verdronken hoeksteen van het Romeinse Rijk.

Tom Buijtendorp (1962) is Statenlid voor Noord-Holland voor D66. Hij werkte jarenlang als journalist voor NRC Handelsblad en Quote en was werkzaam als stragetisch adviseur in het bedrijfsleven. Hij promoveerde aan de VU op een proefschrift over Forum Hadriani. Hij publiceert regelmatig over archeologie, historie en bestuur.

In 1965 verscheen over dit onderwerp het boek ‘Brittenburg – Raadsels rond een verdronken ruïne’. Deze uitgave is nog steeds te vinden in sommige tweedehandsboekenwinkels.

Brittenburg. Verdronken hoeksteen van het Romeinse Rijk
Auteur: Tom Buijtendorp
Taal: Nederlands
Uitgever: Sidestone Press
Eerste druk februari 2019
Aantal pagina’s: 200
Met illustraties
ISBN 13 9789 0889 0758 6
EAN 9789 0889 0758 6
Prijs: 24,95 euro

Meer informatie over het boek is te vinden op:
https://www.sidestone.com/books/brittenburg

Website Katwijks Museum

Luchthaven Rome Ciampino weer open

7 februari 2019

De  luchthaven van Ciampino in Rome is vandaag tijdelijk gesloten geweest op bevel van de Italiaanse luchtvaartautoriteit ENAC (Ente Nazionale per l’Aviazione Civile) omdat tijdens onderhoudswerken in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld drie bommen uit de Tweede Wereldoorlog werden gevonden. Een gespecialiseerd team ontmijners kwam ter plaatse. Een aantal vluchten van en naar Ciampino liep hierdoor vertraging op of werden omgeleid naar de luchthaven in Fiumicino. Omstreeks 16 uur werd de luchthaven weer geopend maar de interventie zal tot minstens 19 uur vanavond duren. Reizigers krijgen de raad zich te informeren via de digitale media.

Tweede deel van Suburra op komst

7 februari 2019

Na het succes van Suburra, de eerste Italiaanse serie die de filmstreamingdienst Netflix produceerde, werd al snel beslist dat er een tweede seizoen moest volgen. Op 22 februari is het zover en start deel twee van deze reeks. Voor zover we kunnen nagaan gebeurt dit meteen wereldwijd. De scenaristen van Suburra lieten zich inspireren door de echte gebeurtenissen in het Mafia Capitale-onderzoek dat Rome vele maanden in de greep hield en waarvan de gevolgen tot vandaag nog nazinderen.

Suburra richt zich op de machtsconflicten en de corruptie in het Romeinse stadsbestuur en Vaticaanstad en focust op de gebeurtenissen waarbij de georganiseerde misdaad, politici en kardinalen met elkaar in aanvaring komen. Dat gebeurt niet op een vreedzame manier en al gauw vallen de eerste doden.

In oktober 2017 zagen we het eerste seizoen van van Suburra – La serie verschijnen. In het spannende eerste deel is de inzet een badplaatsje aan de kust van Rome waar de maffia op het punt staat een machtsgreep te doen om het te kunnen veranderen in een gokparadijs. Het vele geld dat daarbij te pas komt en zal kunnen witgewassen worden doet alle betrokkenen dromen. In de verstrengeling van belangen die daarbij komt kijken, volgen we drie jonge criminelen die enorm van elkaar verschillen. Allemaal moeten ze verbonden sluiten en toegevingen doen om hun plannen waar te maken. Dat verloopt uiteraard niet zoals ze het hadden voorzien.

Strikt genomen is Suburra fictie, maar volgens mensen die dicht bij de productie staan is het verhaal soms akelig realistisch. Eén van de scenaristen, Giancarlo De Cataldo, kon overigens gretig puren uit processtukken en uit zijn persoonlijke ervaringen bij het Romeinse gerecht, waar hij jarenlang werkte als politiemagistraat.

In ieder geval lopen fictie en realiteit in Suburra grimmig door elkaar. Wie Rome een beetje kent, weet dat met het bewuste badplaatsje in de serie Ostia wordt bedoeld, een frazione of deelgemeente van Rome, een onderdeel van Municipio XIII. Dat is een zelfstandig stadsdeel van Rome met bijna 200.000 inwoners. Het is verdeeld in tien urbane gebieden: Malafede, Acilia Nord, Acilia Sud, Casal Palocco, Ostia Antica, Ostia Levante, Ostia Ponente, Castel Fusano, Infernetto en Castel Porziano.

Het is algemeen bekend dat zowel de handel en horeca, het toerisme, de talrijke ontspanningsmogelijkheden, maar ook zaken zoals de toekenning van bouwcontracten, het wegenonderhoud, de politiek en het openbaar bestuur in Ostia jarenlang werden gecontroleerd door een paar maffiafamilies. Een paar jaar geleden werd het gemeentebestuur van Ostia wegens verregaande maffia-infiltratie ontbonden door de hogere overheid.

Suburra – La serie werd zeer goed ontvangen en scoorde ook wereldwijd behoorlijk goed. In de Internet Movie Database (IMDb) kreeg de reeks zelfs een score van 8 op 10 en dat is erg hoog. Een vervolg kon dan ook niet uitblijven. De serie is ontwikkeld door Daniele Cesarano en Barbara Petronio voor Netflix. De filmstreamer was meteen akkoord om een tweede deel te produceren. Netflix ontwikkelde Suburra in samenwerking met de Italiaanse producenten van wereldwijd geëxporteerde televisiesuccessen zoals Gomorra en Romanzo Criminale.

De opnames van het tweede deel begonnen op 3 april 2018 en duurden tot 8 augustus. De nieuwe reeks is nu klaar en wordt op 22 februari gelanceerd. De internationale titel is Suburra: Blood on Rome. De meeste personages uit het eerste deel, teminste zij die het overleefd hebben, keren terug. Ook ditmaal wordt de eeuwige stad in beeld gebracht op een manier die veraf staat van de mooie foto’s die meestal van Rome worden getoond en van de idyllische stad waarmee de gemiddelde toerist te maken krijgt.

Suburra – trailer eerste seizoen
Suburra – trailer tweede seizoen

Gallo-Romeinse vondsten in kelders stadhuis Antwerpen

6 februari 2019

Vorig najaar voerden stadsarcheologen opgravingen uit in de kelders van het Antwerpse stadhuis. Ze troffen er sporen en vondsten aan waarvan de oudste uit de Gallo-Romeinse periode dateren, bijna tweeduizend jaar geleden. De archeologische opgraving werd eind december afgerond en paste in de planning van de renovatie van het stadhuis. De vondsten zullen bewaard worden in het depot voor onroerend erfgoed en de resultaten worden momenteel gebundeld in een onderzoeksrapport.

De ontdekking van Gallo-Romeinse sporen en vondsten in het Antwerpse stadscentrum is niet nieuw: al bij opgravingen omstreeks 1950 in de buurt van het Steen kwamen Gallo-Romeinse potscherven aan het licht. Begin de jaren ‘70 van de vorige eeuw werden vervolgens een aantal Gallo-Romeinse waterputten en paalsporen aangetroffen onder de middeleeuwse stadskern tussen het Vleeshuis en het stadhuis. De ontdekking van een Gallo-Romeins crematiegraf in 2002 aan de Oudaan leerde waar de vroegere bewoners onder meer hun doden begroeven, of in dit geval cremeerden. Ook bij recentere opgravingen in de middeleeuwse stadskern troffen de stadsarcheologen sporadisch Gallo-Romeinse vondsten aan.

Het is echter wel verrassend dat zich nog dergelijke oude sporen onder het monumentale stadhuis bevinden. Cornelis Floris de Vriendt liet het stadhuis tussen 1561 en 1564 oprichten op de westzijde van de Grote Markt. Om de kelderverdieping te realiseren werden van het toenmalige marktplein enkele meters afgegraven. Hierdoor ging heel wat informatie over het middeleeuwse marktplein verloren. De stadsarcheologen leveren nu met de ontdekking van de Gallo-Romeinse sporen wel aanvullende inzichten over de voorgeschiedenis van de stad.

De stadsarcheologen ontdekten in de stadhuiskelder een achttal kuilen met heel wat potscherven, houtskool en enkele kleine metaalvondsten. uit de Gallo-Romeinse periode, in de tweede en/of het begin van de derde eeuw, al dateren de vroegste sporen mogelijk al uit de eerste eeuw. Wellicht gaat het om afvalkuilen. Ze lagen verspreid over het onderzoeksterrein in de kelder. De kuilen variëren in grootte en diepte en behoorden tot de Gallo-Romeinse nederzetting die de middeleeuwse handelsstad voorafging. De ontdekking leert dat deze toenmalige nederzetting(en) zich nog meer naar het zuiden uitstrekte(n), en bevestigt het recente vermoeden dat de nederzetting groter was dan vroeger werd gedacht.

Wat bovendien nog duidelijker wordt, is dat het Gallo-Romeinse Antwerpen, waarvan we de toenmalige benaming niet kennen, toegang had tot een uitgestrekt handelsnetwerk. De vele scherven geïmporteerd aardewerk kwamen onder meer uit het Rijnland. Dit wijst op een overname van de Romeinse cultuur door de lokale bevolking, maar ook op de welvaart van de nederzetting en haar bewoners. De ligging aan verschillende verbindingswegen over water en land zal hierbij een cruciale rol gespeeld hebben.

De opgravingen leverden naast informatie over de Gallo-Romeinse periode en de materialen en aangewende technieken voor de bouw van het stadhuis in de zestiende eeuw, ook kennis over de periode daartussen. Een aantal andere grote kuilen bevatten opvallend veel hoornpitten, het binnenste van rundhorens. Deze zijn mogelijk toe te schrijven aan ambachtelijke activiteiten in de buurt, bijvoorbeeld van slagers, hoorn- en/of leerbewerkers. Op basis van de aangetroffen scherven dateren deze kuilen uit de late middeleeuwen (1300-1500).

Het archeologische onderzoek in de kelder van het Antwerpse stadhuis kadert in de totaalrenovatie. Ook de kelderverdieping wordt aangepakt om er nieuwe functies in onder te brengen. De daarvoor noodzakelijke graafwerken werden begeleid door archeologen van de stad Antwerpen. Dit onderzoek brengt meer inzicht in de bouwgeschiedenis en -techniek van het monumentale gebouw en over wat er vóór de bouw van het stadhuis op die plek plaatsvond.

De resultaten van het archeologisch onderzoek worden gebundeld in een onderzoeksrapport en de opgegraven vondsten komen terecht in het depot voor onroerend erfgoed van de stad Antwerpen. Vele verdere vragen over de precieze omvang, status en datering van de Gallo-Romeinse nederzetting(en) en de relatie tot gelijktijdige bewoningskernen in bijvoorbeeld Ekeren, Wijnegem of Kontich verdienen toekomstig onderzoek. De opgravingen in het stadhuis vormen alleszins een belangrijke schakel in de kennis over de vroegere nederzetting(en) ter hoogte van het huidige stadscentrum.

Verloren gewaand meesterwerk van Giorgio Vasari tot 30 juni te zien in Rome

5 februari 2019

Een schilderij dat Giorgio Vasari in 1553 maakte voor de rijke bankier en kunstverzamelaar Bindo Altoviti en dat sinds de zeventiende eeuw als verloren werd beschouwd, is herontdekt. Het doek dat vandaag miljoenen waard is, kan tot 30 juni vermoedelijk voor de laatste keer worden bewonderd in Galleria Corsini aan de Via della Lungara 10 in Rome. Daarna keert ‘Il Cristo portacroce’ terug naar de gelukkige eigenaars en zal het wellicht nooit meer in een publieke ruimte te zien zijn. Lees hierna het ongelooflijke verhaal van een schilderij dat Vasari maakte voor een al even opmerkelijke opdrachtgever. Jawel: kunst kopen loont soms echt.

Bindo Altoviti (1491-1557) was een zeer welgestelde bankier uit Rome en geldt als een schoolvoorbeeld van de uomo universale: een knappe, zeer intelligente en vooral geleerde man, met kennis van diverse wetenschappen en buitengewoon veel interesse in kunst. Hij was dan ook bevriend met diverse vooraanstaande kunstenaars uit zijn tijd, waaronder Rafaël, Michelangelo, Benvenuto Cellini en Giorgio Vasari.
Voor heel wat van deze en andere kunstenaars trad hij op als mecenas. Als jonge kunstverzamelaar bestelde hij regelmatig werken bij zijn vrienden, vooral om ze financieel te steunen. Zo bouwde Altoviti wellicht zonder het toen al te beseffen een unieke collectie op.

Altoviti moet een bijzonder interessant personage geweest zijn om, liefst met een kruikje wijn op tafel, een avond lang heerlijk te discussiëren over kunst en cultuur. Hij behoort tot de unieke personages die een beetje tussen de naden van de geschiedenis vallen en waarover weinig mensen vandaag nog iets weten, maar waarvan je het jammer vindt dat je ze nooit hebt gekend. Als tijdreizen mogelijk was zou je dergelijke figuren meteen opzoeken.

Dankzij zijn vriend Rafaël weten we nu nog hoe Bindo Altoviti er op jonge leeftijd heeft uitgezien. Altoviti huwde in 1511 met Fiammetta Soderini, een dochter uit een vooraanstaande Florentijnse familie. Fiammetta bleef in haar thuisstad Firenze wonen, maar Altoviti moest al snel weer voor zaken naar Rome, de plek waar het ook toen allemaal gebeurde.

Zijn jonge vrouw vond dat niet zo prettig. Maar Altoviti’s vriend Rafaël schilderde in 1515 een fraai portret (zie foto hieronder) van de toen nog jonge Bindo, die het doek had besteld als verrassingsgeschenk voor zijn echtgenote, zodat ze tijdens zijn afwezigheid aan hem zou blijven denken. Die ingreep heeft zeker geholpen, want het koppel bleef elkaar altijd trouw en het portret zou tijdens hun hele verdere leven in hun huis in Firenze blijven hangen. Tot 1808 bleef het schilderij in het bezit van de nazaten van Altoviti.

In dat jaar, een periode waarin Rafaëls werk in Europa erg gewild was, werd het doek verworven door Lodewijk I van Beieren, waarna het terechtkwam in de Alte Pinakothek in München. In 1936 werd het door Engelse kunsthandelaars uit nazi-Duitsland gesmokkeld en aangekocht door Samuel Henry Kress. In 1943 werd het gedoneerd aan de National Gallery of Art in Washington D.C waar het vandaag wordt beschouwd als één van hun absolute topstukken.

Bindo Altoviti was in Rome in dienst van paus Julius III toen Giorgio Vasari van zijn vriend-bankier de opdracht kreeg om een doek te schilderen dat later zou worden beschouwd als één van zijn meesterwerken. Helaas verdween Il Cristo portacroce al snel van de radar en werd het eeuwenlang als verloren beschouwd. Over waar het schilderij zich al die tijd bevonden heeft is niet zoveel bekend. Het staat vast dat het na de dood van Bindo werd gekocht door de familie Savoye en daarna in Frankrijk belandde. In de zeventiende eeuw verdween het spoorloos. Het zou 400 jaar duren vooraleer het weer opdook.

Nog niet zo lang geleden werd het schilderij aangeboden tijdens een kunstveiling in Hartford (Connecticut, Verenigde Staten). Hoe het daar terecht kwam is onbekend. Carlo Falciani, een deskundige die zich specialiseerde in het werk van Vasari, kreeg per toeval een foto van het schilderij in handen. Hij wist niet wat hij zag en trok meteen naar Hartford om het doek nader te onderzoeken. De intuïtie van Falciani werd al gauw omgezet in een hard feit: het schilderij werd omwille van een aantal unieke kenmerken met volledige zekerheid geïdentificeerd als het eeuwenlang verloren werk van Giorgio Vasari. Dat was een aangename verrassing voor de nieuwe eigenaars die het doek voor niet zoveel geld hadden gekocht als ‘een mooie afbeelding van Christus’.

De ontdekking stuurde een schokgolf door de kunstwereld en het feit dat je dit doek nu eenmalig kan bewonderen in Rome is een buitenkans die je eigenlijk niet mag laten liggen. Na 30 juni verdwijnt het schilderij waarschijnlijk weer voor vele jaren (of zelfs eeuwen) in de privécollectie van de nieuwe eigenaars die zonder het te beseffen een originele Vasari hadden gekocht. Op dit niveau is dat beter dan de loterij winnen. Wie ze zijn is onbekend. Wat ze met het doek gaan doen evenzeer. Er is vermoedelijk een band met Rome omdat de moeite wordt genomen om het doek nog één keer tentoon te stellen in Italië. Daar kunnen we alleen maar blij om zijn.

De Italiaanse architect, schilder, schrijver en kunstcrititus Giorgio Vasari (1511-1574) is vooral bekend geworden door zijn Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori (uit 1550, met een tweede zeer uitgebreide en verbeterde druk in 1564-1568), de belangrijkste bron voor de kennis van de Italiaanse kunst van de dertiende tot de zestiende eeuw. Hierin heeft hij aan de hand van bijna 200 biografieën en vaak ook karakteristieken van kunstenaars, van Cimabue tot Michelangelo, de ontwikkeling van de stijl vanaf de ‘maniera greca’ (Byzantijnse stijl) tot aan de ‘maniera grande’ willen geven.

De bronnen waaruit hij putte waren onder andere Vitruvius, Dante, Villani, Ghiberti en Vignola. De meeste informatie haalde hij echter uit mondelinge overlevering en eigen waarneming. Zijn interpretaties hebben, ondanks zijn voorkeur voor de Florentijnse kunst, voor een deel nog steeds geldigheid. De na zijn dood uitgegeven Ragionamenti (1588) zijn literair veel minder goed, maar wel van belang voor de kennis van de opvattingen en de iconografie van het maniërisme.

Als architect werd Vasari beroemd door zijn werk in het Palazzo degli Uffizi in Firenze, waarbij hij op meesterlijke wijze Toscaanse en Michelangeleske elementen verbond. Hij raakte vooral bekend door zijn grote fresco’s, onder meer in de Sala di cento giorni (hij voerde ze volgens de opdracht in 100 dagen uit), van de Cancelleria in Rome en in het Palazzo Vecchio in Firenze (1550).

Ook in zijn geboortestad Arezzo, in de door hem zelf ontworpen Casa Vasari (vandaag een museum) bevinden zich fresco’s van zijn hand, evenals door hem ontworpen meubels. Tegen het einde van zijn leven maakte hij de fresco’s voor de binnenkant van de Duomo. Deze schilderijen representeren Het laatste oordeel. Vasari werkte er van 1568 tot 1574 aan. Na zijn dood maakte Federico Zuccari het werk af.

Il Cristo portacroce di Vasari – Praktische informatie

www.barberinicorsini.org

Lees ook:

Il Primo Re in de Italiaanse bioscopen

4 februari 2019

Circumspice. Soli sumus. Ede. Kijk om je heen. We zijn alleen. Eet. Dat zegt Remus tegen Romulus, vlak nadat hij zijn broer gered heeft. Jawel: in de nieuwe film Il Primo Re van Matteo Rovere die liefst 9 miljoen euro heeft gekost, wordt Latijn gesproken. Sinds vorige week kun je de mythe van de tweelingbroers die Rome stichtten in de Italiaanse bioscopen bekijken. Romeblogster Tessa Vrijmoed die al meer dan tien jaar in Rome woont is erg enthousiast over de film en schreef er een bevlogen recensie over. Die lees je op haar website Het Colosseum voorbij (leven in Rome anno 2019). Lectuur en een film die je als Romeliefhebber (m/v) niet mag missen!

primore

Dante Alighieri Leuven in de startblokken

4 februari 2019

In  Leuven vindt op 8 februari het officiële startmoment plaats van het Dante Alighieri Comitato. Tijdens de openingsavond vanaf 19 uur in de aula Justus Lipsius, Erasmushuis, Blijde Inkomststraat 21 in Leuven wordt het programma van de komende maanden voorgesteld. Na het welkomstwoord van iniatiefnemers Dorinda Dekeyser en Carmen Van den Bergh volgt om 19.15 uur een pianojazzconcert (Eugenia Cuomo Ulloa en Philippe Van der Niepen). Na de kennismaking met het programma kan vanaf 20.30 uur nog worden deelgenomen aan een interactieve quiz. De avond wordt afgesloten met een verfrissing vanaf 21 uur.

“De Società Dante Alighieri is een wereldwijde organisatie die de Italiaanse taal en cultuur wil promoten door middel van lezingen, cursussen en workshops. Ook in België zijn er enkele lokale ‘comitati’ actief, maar in Leuven was dat nog niet het geval. Hoog tijd om daar iets aan te doen”, aldus Carmen Van den Bergh en Dorinda Dekeyser, de woordvoersters van de vereniging.

“De interesse voor Italië en het Italiaans is groot, kijk maar naar het aantal cursisten in het volwassenenonderwijs dat wekelijks enkele uren les volgt. Voor hen, maar eigenlijk voor iedereen die geïnteresseerd is in het uitgebreide Italiaanse patrimonium, heeft de Dante Alighieri een mooi aanbod, dat trouwens een uitstekende aanvulling is bij wat de centra voor volwassenenonderwijs aanbieden, aldus beide intiatiefneemsters. Wij willen laten zien dat Italië meer is dan pasta en mandoline. De cultuur van de laars ontwikkelt zich al eeuwen en is het waard ontdekt te worden door een groter publiek. Weg van de clichés maar dieper in de Italiaanse ziel, zo kan je het Comitato het best omschrijven”, zeggen Dorinda en Carmen.

Vorig najaar stelde het Dante Alighieri Comitato di Leuven al twee lezingen voor: eentje over het ontstaan van de mode en een tweede over de relaties tussen Vlaanderen en de Italiaanse handelsreizigers in de renaissance. Daarvoor wist men Francesco Solinas te strikken, de curator van de tentoonstelling De Dames van de barok in Gent. Ook voor 2019 staat er veel moois op stapel, waaronder ontmoetingen met oude en nieuwe muziek, gastronomische workshops, een boekenclub, enz.

Wie het aanbod wil ontdekken is welkom op 8 februari . Deelname is gratis maar inschrijven is verplicht via deze link. Meer info vind je op www.danteleuven.be of op de facebookpagina La Dante di Leuven.