Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Het ontstaan van Piazza della Repubblica

6 december 2018

We hadden het recent over de tijdelijke sluiting van metrostation Repubblica. Meteen komen we bovengronds terecht bij de gelijknamlige Piazza. Ondanks het drukke autoverkeer is dit plein één van de mooiste van het Rome uit de periode na 1870. Het is een ontwerp van Gaetano Koch uit 1896 en werd aangelegd in 1901. Gaetano Koch was de kleinzoon van Joseph Anton Koch (1768-1839), één van de betere Oostenrijkse schilders die bijna zijn hele leven in Rome woonde. De oorspronkelijke naam van het plein was Piazza dell’ Esedra, een verwijzing naar de exedra van de Thermen van Diocletianus die hier lag en als tribune diende voor het volgen van sportwedstrijden.

De rooilijn van de moderne gebouwen rond het plein volgt exact de perimeter van deze exedra. De zuilengalerijen aan deze gebouwen tonen enige gelijkenis met het stadsbeeld in Turijn, wat niet zo verwonderlijk is omdat Vittorio Emanuele II, een telg uit het huis van Savoie met Turijn als residentie, toen koning van Italië was. Vandaag vinden we in deze galerijen enkele cafés, restaurants, een bioscoop en een bankfiliaal, maar zowat een eeuw geleden was dit een favoriete winkelplaats van de rijkere Romeinse burgers.

Een drietal jaren geleden opende in de galerij op nr. 41 een kleine versie van het bekende foodconcept Eataly, dat in niets te vergelijken viel met zijn grote broer aan Piazzale 12 Ottobre. Deze mini-Eataly was geen lang leven beschoren en werd al snel verkocht aan een privé-investeerder. Die opende een paar maanden geleden in dezelfde stijl als Eataly, het autonome concept Officine Italia, waarin ondermeer een grill, een pizzeria, een klassiek restaurant, een bar en een foodmarkt terug te vinden zijn op een oppervlakte van zowat 1.500 m², verspreid over vier verdiepingen die met elkaar in verbinding staan. Je kan er van 8 uur in de ochtend tot middernacht terecht.

De grote boog van het plein wordt, net tegenover de Santa Maria degli Angeli, middendoor gesneden door de Via Nazionale. Ooit was dit zo’n beetje de ‘Champs Élysées’ van Rome, toen er aan beide zijden van de straat nog twee rijen bomen stonden. Deze lange laan, die loopt tot aan de keizerlijke fora, werd aangelegd door de in Brussel geboren aartsbisschop en latere Vaticaanse minister François-Xavier de Mérode (1820-1874), in Rome bekend als Francesco Saverio de Merode. Hij was vanaf 1850 kamerheer en minister van Oorlog van de Pauselijke (of Kerkelijke) Staat onder paus Pius IX. Met zijn ongetrainde ‘zouaven’ verloor hij veldslag na veldslag en uiteindelijk ook Rome.

Maar deze monseigneur had wel bouwkundig en financieel inzicht: hij besefte het belang van een goede, moderne verbinding tussen de nieuwe stationswijk en het oude centrum rond het Piazza Venezia. Met eigen middelen kocht hij tussen 1864 en 1866 gronden rond de San Vitale en ontwikkelde daar het begin van de latere verbindingsas met de bijhorende gebouwen. Aanvankelijk noemde hij de nieuwe laan naar zichzelf (Via de Merode), daarna naar de paus (Via Nuova Pia), maar in 1870 veranderde de naam in Via Nazionale. In 1870 verkocht de Merode alles aan de stad en dat bleek een zeer goede investering te zijn geweest. De Merode werd begraven op het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi in Vaticaanstad.

Als je toch in de buurt bent van Piazza della Repubblica: volg van hieruit even de Via Nazionale. Aan de derde straat links ligt op de hoek de San Paolo dentro le Mura (enkel open op zondag), gebouwd in 1879 door de Britse architect George Edmond Street. Het is de eerste niet-katholieke kerk die in Rome werd gebouwd na de eenwording van Italië. Het gebouw werd grotendeels betaald door de Amerikaanse magnaat John Pierpont (J.P.) Morgan die vooral een zeer hoge toren wilde “zodat de paus die zou zien wanneer hij ’s morgens opstaat”, dixit Morgan.

Het interieur van deze Anglicaanse kerk (de bisschoppelijke kerk van Amerika) heeft zeer mooie mozaïeken met scènes uit de Apocalyps, gemaakt door de Britse schilder-kunstenaar Edward Burne-Jones (1833-1898). Ook in de apsis bevinden zich mozaïeken. Sommige figuren kregen het gezicht van personages uit de negentiende eeuw. Zo herkennen we in Sant’Andrea het gezicht van Abraham Lincoln, lijkt San Giacomo wel heel erg op Giuseppe Garibaldi en stond generaal Grant model voor San Patrizio. Het is best grappig om deze prominente Amerikaanse heren in een Romeinse kerk te zien opduiken.

Johan Ickx spreekt morgen in Leuven over de link tussen het Vaticaan, Leuven en WO I

6 december 2018

Als uniek sluitstuk van de vele nationale herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog die de voorbije maanden hebben plaatsgevonden, organiseert S.P.Q.R. morgen vrijdag 7 december om 20 uur een unieke lezing over deze oorlogsperiode, waarbij dieper wordt ingegaan op een directe en tot dusver verborgen gebleven link tussen Leuven en Rome.

Spreker Johan Ickx is hoofd van het Historisch Archief van het Staatssecretariaat op het Vaticaan en is doctor in de kerkelijke geschiedenis, licentiaat in de godsdienstwetenschappen en baccalaureus in de filosofie en in de theologie. Zijn boek De oorlog en het Vaticaan werd vorig jaar bekroond met onze Romulusprijs.

Eind augustus 1914. Het Duitse leger legt de Vlaamse stad Leuven zo goed als volledig in de as. Ook de bibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven wordt volledig vernietigd. In België wordt een scherpe veroordeling door paus Benedictus XV verwacht, maar de reactie is nogal lauw. Het Vaticaan lijkt te talmen. Mgr. Paulin Ladeuze, de toenmalige rector van de universiteit, stuurt daarop een geheim (en niet eerder gepubliceerd) rapport aan de Heilige Stoel.

Die ingreep past in een tot nu toe onbekend gebleven bredere geheime bredere diplomatieke operatie waarbij Belgische professoren en geestelijken vanaf kerstmis 1914 bondgenoten zoeken in het Vaticaan. Johan Ickx ontdekte ook de briefwisseling van de Leuvense Mgr. Simon Deploige (die een belangrijke rol zou spelen als een diplomatieke geheim agent tussen Leuven en Rome) die verrassende details prijsgaf en in de richting wees van een geheime groep met personen van verschillende nationaliteiten, actief in Rome en bij de Heilige Stoel.

Zij stelden zich tot doel de valse Duitse oorlogspropaganda bij het Vaticaan te ontmaskeren om een wijziging van de diplomatieke koers van de Heilige Stoel te bewerken. Deze groep van vijf vergaderde vrijwel dagelijks in de gebouwen van Sint-Juliaan-der-Vlamingen. Naast Simon Deploige, bestond deze uit de Roemeense prins Vladimir Ghika, Duncan Gregory voor Engeland, Louis Canet voor Frankrijk en Shinjiro Yamamoto, de Japanse militaire zeemachtattaché.

Johan Ickx ontsluiert een een tot op heden onbekend stukje geschiedenis over de diplomatie in het Vaticaan na de vernietiging van Leuven tijdens de Eerste Wereldoorlog, een gebeurtenis die zoals het zich nu laat aanzien deel uitmaakte van een complot. Van Duitse vergelding tegenover de bevolking die op Duitse troepen zou geschoten hebben was blijkbaar geen sprake, de vernietiging gebeurde gepland en doelbewust.

De pauselijke nuntius Tacci in Brussel en vooral zijn zaakgelastigde Mgr. Emanuele de Sarzana speelden in de nasleep van deze gebeurtenissen een dubieuze en kwalijke rol die tot nog toe niet bekend was. Ook dat komt in dit boek en tijdens deze lezing aan bod, net als hoe met beide heerschappen wordt afgerekend. Bij dit alles bleek tevens een hoofdrol weggelegd voor Eugenio Pacelli, de latere paus Plus XII, die jaren later ook geconfronteerd zou worden met Wereldoorlog II.

Het boek De oorlog en het Vaticaan is behalve in het Nederlands inmiddels ook vertaald in het Frans en het Italiaans. Deze boeiende lezing vindt plaats op vrijdag 7 december om 20 uur in lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven. De toegang is gratis, iedereen is welkom. Zoals altijd: heel graag tot dan!

De dure eed van Hannibal

4 december 2018

Volgens de overlevering was Hannibal negen jaar oud toen zijn vader hem meenam naar de tempel van Carthago. Daar doopte hij de handen van de kleine jongen in het bloed van een mensenoffer. Hannibal zwoer in opdracht van zijn vader een dure eed aan de goden: hij zou Rome haten tot in de eeuwigheid. Deze kleine Noord-Afrikaanse jongen zou uitgroeien tot een onverschrokken militair die het leidinggeven in het bloed zat. Hij zou uiteindelijk een enorme logistieke operatie leiden.

Daartoe moest hij alle managementkwaliteiten aanwenden die hij in huis had. Als generaal, gezeten op een grote olifant, voerde hij zijn huurlingen over de besneeuwde toppen van de Alpen. En zijn mannen volgden hem. Tegen alle verwachtingen in wist hij heelhuids weer af te dalen en stelde hij Rome in zijn eigen achtertuin een uitdagende vraag: wie zal er heersen over de wereld, Rome of Carthago? Met deze vermetele aanval vestigde hij zijn naam als legeraanvoerder. Maar Hannibal was niet alleen een briljant tacticus en inspirator, hij was ook één van de meest tragische figuren uit de geschiedenis. Hij wist van Rome wel veldslagen te winnen, maar niet de oorlog.

In het boek De dure eed van Hannibal. Leven en strijd van de grootste vijand van Rome treedt auteur John Prevas in de voetsporen van de Carthaagse generaal Hannibal en trok zelf ook over de Alpen, weliswaar zonder leger en olifanten. Zijn boek leest als een roman maar bevat onvoldoende duidelijke kaarten om de route van Hannibal te kunnen volgen. Je moet al een atlas of een landkaart bij de hand hebben terwijl je leest.

In zijn voorwoord schrijft de auteur dat hij een vlot leesbare en onderhoudende biografie over Hannibal heeft willen schrijven. Dat is gelukt. De lezer hoeft geen geschiedenis te hebben gestudeerd om het verhaal te kunnen volgen. Uitgebreide kennis van de historische context is niet vereist. Dit is geen studieboek of een boek voor onderzoekers, maar voor de gemiddelde lezer die geïnteresseerd is in geschiedenis en avontuur. Iedereen moet het kunnen lezen en zich ermee vermaken.

Voor de gemiddelde lezer zijn de Punische Oorlogen tussen Rome en Carthago een vage periode in de klassieke geschiedenis. Toch zorgden die oorlogen ervoor dat Rome een complete gedaanteverwisseling onderging. Het veranderde van een kleine republiek op het Italiaanse vasteland in een wereldrijk. Dat imperium strekte zich uit van de ene kant van de klassieke wereld naar de andere en zette de toon voor de ontwikkeling van de westerse beschaving. Hannibal speelde in die overgang een beslissende rol.

John Prevas vertelt dat zijn belangstelling voor Hannibal ruim vijfentwintig jaar geleden ontstond toen hij Latijnse les gaf in een school in een buitenwijk van Washington. Met zijn leerlingen vertaalde hij het werk van de Romeinse historicus Livius, waarbij ze zich eerst concentreerden op de grammacica en de woorden die ze tegenkwamen in het verhaal over Hannibal die de Alpen overstak.

“Terwijl we de Latijnse woorden vertaalden in het Engels en ons bogen over de grammaticale verbanden, gebeurde er iets onverwachts en opwindend in dat klaslokaal. De geschiedenis kwam yot leven. Een geschiedenis vol avontuur, ontbering en overwinning begon zich te ontvouwen in de nota’s van de leerlingen. Hoc meer we ons verdiepten in her verhaal van Hannibal, hoe groter de belangstelling en de opwinding. We werden steeds nieuwsgieriger. Het ging niet meer over saaie grammaticale constructies, maar over spannende gebeurtenissen uit de klassieke oudheid. De leerlingen raakten geïntrigeerd door die Afrikaanse held, de leider die dingen deed die iedereen in zijn tijd voor onmogelijk hield”, aldus Prevas.

In het begin dacht de leraar nog dat de belangstelling van zijn leerlingen geveinsd was, dat ze hem voor de gek wilden houden – iets waartoe leerlingen wel vaker neigen. Maar dat bleek in dit geval toch niet zo te zijn. Hannibals verhaal opende de geheimzinnige, bedwelmende wereld van het Carthaagse Noord-Afrika en voerde hen vervolgens via Spanje en over de Pyreneeën Zuid-Frankrijk in. Ze staken de Rhône over met Hannibal en volgden hem doorheen de Alpen, vechtend tegen de elementen en tegen de primitieve bergstammen die langs de route woonden.

“De woorden van Livius brachten Hannibal tot leven. Ze lieten met aansprekende details zien hoe hij met zijn zijn huurlingen en olifanten meer dan vijftienhonderd kilometer aflegde, hoe hij vocht tegen vijandige Iberische en Gallische stammen, rivieren overstak en zich door de hoogste, meest afgelegen en verraderlijke passen worstelde, om ten slotte Italië binnen te trekken en daar een grote oorlog te beginnen. De leerlingen wilden er meer over weten, zodat we zelfs de bronnen in Oudgrieks gingen bekijken”, zegt Prevas.

De leerlingen kwamen er ook achter dat Napoleon, in navolging van Hannibal, in het voorjaar van 1800 zijn leger over de Alpen voerde om zijn Oostenrijkse vijanden te verrassen. Napoleon versloeg iedereen, nier door simpelweg de Alpen over te steken, maar door er een weg aan te leggen die tot op heden wordt gebruikt. Napoleon gaf later, in ballingschap, uitdrukking aan zijn bewondering: ‘Hannibal was de meest dappere man van de wereld. Hij was misschien ook de meest verbazingwekkende: zo onverschrokken, zo zelfverzekerd, met zo’n brede blik op alles. Op zijn zesentwintigste begreep hij al wat amper te bevatten was en bracht hij ten uitvoer wat onmogelijk leek. Hij beklom de Pyreneeën en de Alpen, daalde af in Italië, en offerde een half leger, alleen maar om een slagveld te vinden waar hij mocht vechten’.

Voor de leerlingen, jongens en meisjes in het begin van het digitale tijdperk, werd Hannibal een legendarische actieheld uit het verleden. Hier zagen ze een oude leidersfiguur die de natuur wist te bedwingen, die tegen alle verwachtingen in wist te overleven, die elke veldslag in Italië tegen de Romeinen wist te winnen, om op het laatst de oorlog toch nog te verliezen.

John Prevas: “Mijn leerlingen vroegen zich af waarom we zo geboeid zijn en blijven door deze tragische figuur? Om me voor te bereiden op dit boek ben ik in de voetsporen van Hannibal getreden. Op alle plekken waar hij was in de klassieke wereld, was ik ook. Ik bezocht elk slagveld waarop hij vocht, stak elke rivier en elke bergpas over die hij overstak en bezocht de overblijfselen van elke oude stad die hij ooit belegerde. Ik begon in Tunesië, in Carthago, waar Hannibal werd geboren, en ik eindigde aan de Aziatische kust van Turkije in de kleine havenstad waar hij stierf. In de loop van mijn reisavonturen trok ik naar Spanje, waar Hannibal werd opgeleid tot soldaat en generaal.”

“Ik bezocht de ruïnes van Saguntum, waar de oorlog tegen Rome begon. Daarna volgde ik zijn pad door Frankrijk, over de Alpen, en door heel Italië, van het noorden naar het zuiden. Ik ging naar Ephesus in Klein-Azië en vervolgens naar Kreta en de ruïnes van Gortyna, waar Hannibal in ballingschap verbleef. De ervaring leerde me, en ik hoop dat de lezers dit terug zullen zien in het boek, hoe belangrijk het is voor een schrijver om in de voetsporen te treden van degene wiens verhaal hij of zij probeert te vertellen”, schrijft de auteur.

“Eender of het nu gaat om de Carthaagse Hannibal, de Perzische Cyrus, de Atheense Xenophon, de Macedonische Alexander of de Romeinse Caesar of Augustus. Als je deze leiders tot leven wil brengen, met al hun goede en slechte eigenschappen, dan is het belangrijk om met eigen ogen te zien waar ze zijn geweest, om zo althans enigszins te kunnen aanvoelen of bedenken wat ze moeten hebben meegemaakt”, besluit Prevas.

Wat het bronnenmateriaal betreft is er de jongste decennia niets nieuws bij gekomen. Degenen die over Hannibal schrijven, baseren zich allemaal op dezelfde Griekse en Latijnse literaire bronnen, en proberen er allemaal een net iets andere draai aan te geven. De jongste tijd wordt de bruikbaarheid en zelfs het nut van de oude bronnen door sommigen in twijfel getrokken. Dat heeft te maken met politieke correctheid. De oudste Griekse en Romeinse schrijvers worden soms met enige scepsis bekeken. Men gaat er weleens van uit dat ze gekant waren tegen Carthago en Hannibal vanwege hun afkeer van de Semitische beschaving.

Dat kon twee kanten op gaan. Of ze verdraaiden hun verhalen om de vijanden van Rome te kunnen belasteren. Of ze overdreven de kracht van die vijanden om Rome nog groter en geweldiger te maken. De bronnen zijn dus extreem kritisch over Hannibal, of juist overdreven vleiend. Dat maakt het voor een biograaf moeilijk om uit te zoeken hoe het nu echt zit en een goed evenwicht te vinden tussen de sterk uiteenlopende visies op Hannibal. Maar de Romeinse houding veranderde, zoals bijna alles, in de loop van de tijd. Hannibal was ongetwijfeld een afschrikwekkende figuur in de derde eeuw v. Chr. en vormde een bedreiging voor het voortbestaan van Rome.

Tijdens de oorlog en kort erna werd hij door de Romeinen getypeerd als onbetrouwbaar, verraderlijk, hebzuchtig en wreed, als een man met een aangeboren gewelddadige inslag, die maar op één ding uit was: vernietiging. Later werd de visie op Hannibal geleidelijk milder. Omstreeks de tijd dat het Romeinse Rijk ontstond was de toon van de Romeinse schrijvers inmiddels verrassend positief. Hannibal was een waardige en nobele tegenstander geworden met gunstige eigenschappen en karaktertrekken die eerder enkel waren voorbehouden aan hun eigen antieke helden. Dat beeld is door de eeuwen heen en tot vandaag in stand gebleven.

Uit dit boek zal blijken dat Hannibal een ingewikkeld mengsel was van het beste en het slechtste wat de menselijke natuur te bieden heeft. Hij was zelfverzekerd, slim, genereus, meelevend en een groot strateeg. Maar hij was ook onvoorstelbaar barbaars, wreed en hebzuchtig. Tot slot nog dit: het boek is uiteraard ook beschikbaar in het Engels (originele titel: Hannibal’s Oath), een versie die is aan te raden omdat de vertaling naar het Nederlands weleens een steekje laat vallen. Ook archaïsch taalgebruik wordt in de vertaling soms niet geschuwd. Dat doet niets af aan de waarde van het boek, maar van een uitgever van dit niveau hadden we iets meer zorgvuldigheid verwacht.

De dure eed van Hannibal
Leven en strijd van de grootste vijand van Rome
John Prevas
Taal: Nederlands

Afmetingen: 21,6 x 13,5 x 2,2 cm
Aantal pagina’s: 272 pagina’s
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Uitgave: 2018
ISBN 9789025301187
Prijs: 24,99 euro

Romeinse serie Baby te zien op Netflix

3 december 2018

Sinds 30 november streamt Netflix een nieuwe Italiaanse serie die zich afspeelt in Rome en die in Amerika al voor behoorlijk wat opschudding zorgde. Baby is een zogenaamde Netflix Original en is losjes gebaseerd op het Italiaanse ‘Baby Squillo’-schandaal uit 2014. Toen kwam aan het licht dat twee meisjes van 14 en 15 uit Rome zichzelf prostitueerden om hun luxueuze levensstijl te bekostigen. Met het geld dat ze in dure bordelen verdienden kochten ze designerkleren, smartphones en drugs. In die zaak werden uiteindelijk acht mensen, onder wie de moeder van één van de tieners, gearresteerd. De zaak kreeg in Italië veel media-aandacht, vooral omdat in de klantenkring van de minderjarige meisjes heel wat belangrijke figuren terug te vinden waren, waaronder politici en diplomaten.

De nieuwe serie Baby gebruikt deze gebeurtenis als basis om een coming-of-age-verhaal te vertellen waarin het verborgen leven van enkele tieners in Rome wordt verkend. De serie volgt in zes afleveringen van gemiddeld 45 minuten een aantal jongeren die zich in hun zoektocht naar identiteit en onafhankelijkheid afzetten tegen de maatschappij in een tijd van verboden liefde, familiale druk en gedeelde geheimen. De hoofdrol is weggelegd voor twee tieners uit de rijke Parioli-wijk in Rome. Ze zijn hun familie en klasgenoten beu en voelen zich aangetrokken tot de onderwereld van de stad. De twee meisjes beginnen een dubbelleven te leiden.

In Amerika heeft The National Center on Sexual Exploitation (NCOSE), een organisatie die strijdt tegen elke vorm van seksuele uitbuiting, al zijn ongenoegen geuit over hoe de reeks volgens hen ‘sekshandel promoot’. Eerder dit jaar had het NCOSE zonder te weten waarover de serie eigenlijk ging al zijn bezwaren tegen de komst van de serie overgemaakt in een brief die ook door een aantal slachtoffers van sekshandel werd ondertekend.

Na Suburra is Baby de tweede Netflix Original van Italiaanse makelij. In februari bracht Netflix wel nog een documentaire uit over de Italiaanse voetbalclub Juventus. De documentaire volgt het wel en wee van de club uit Turijn zowel op als naast het veld in het seizoen 2017-2018. En ten slotte de grote vraag: is Baby de moeite van het kijken waard? Dat moet je zelf maar beoordelen na het zien van de eerste aflevering.

Bekijk hier de trailer van Baby

Baby in de Internet Movie Database

Bouw van zandkerststal op het Sint-Pietersplein schiet goed op

2 december 2018

De eerder aangekondigde bouw van de kerststal op het Sint-Pietersplein schiet goed op. Uniek is dat het kersttafereel dit jaar is opgetrokken uit zand. In Rome is zandkunstenaar Rich Varano samen met drie collega’s uit Rusland, Nederland en Tsjechië nu aan het werk om een kerststal in zand te realiseren. Hij zegt het zich nooit te hebben kunnen inbeelden dat hij ooit een kerststal voor de paus in het Vaticaan zou maken. Varano was als kind al een gepassioneerde bouwer van zandkastelen en -sculpturen en maakte er later zijn beroep van.

Rich Varano neemt al 17 jaar deel aan het jaarlijkse zandsculptuurfestival van de Noord-Italiaanse kustplaats Jesolo, in de buurt van Venetië. Hij beeldde er onder meer verschillende keren Bijbelse scènes uit. De burgemeester van Jesolo contacteerde vorig jaar patriarch Francesco Moraglia van Venetië, die op zijn beurt het werk van de zandkunstenaar in Rome ter sprake bracht. Met een positief resultaat dus, want enkele maanden geleden kreeg Varano van het Vaticaan de opdracht om een kerststal in zand te maken op het Sint-Pietersplein.

Voor de zandsculptuur in Rome werd 700 ton zand aangevoerd. Het zand moet voldoende vocht bevatten zodat het kan goed bewerkt worden. Maar het moet ook zijn vorm blijven behouden als het daarna droogt in de zon. Het kersttafereel wordt op 7 december, samen met de kerstboom op het Sint-Pietersplein ingehuldigd. Op 31 december zal de paus de kerststal persoonlijk inzegenen. De kerststal blijft er tot 13 januari staan.

De kunstenaars kozen voor een traditionele kerstscène, met een engel, Jezus, Jozef en Maria en dan de drie koningen aan de ene kant, herders en schapen aan de andere kant. En natuurlijk zijn er ook een ezel en een os aanwezig. Over de zandkerststal wordt een constructie geplaatst om de sculptuur tegen regen en wind te beschermen. In totaal is het kunstwerk 16 m breed en 5 m hoog.

De San Sisto Vecchio (a Via Appia)

30 november 2018

De San Sisto Vecchio aan Piazzale Numa Pompilio is weliswaar een titelkerk, maar voor toeristen een relatief onbekend gebouw, meteen de reden waarom ze dan ook vaak wordt genegeerd. De San Sisto Vecchio is in principe dagelijks open van 9 tot 11 uur en van 15 tot 17.30 uur. Ze wordt vaak gebruikt voor huwelijken, de maand augustus uitgezonderd. De oorsprong van de San Sisto is duister. Tot 595 wordt ze niet vermeld.

Op deze plaats bestaan meldingen van een titulus Crescentianae en een titulus Tigridae (in 258). Tijdens opgravingen en archeologisch onderzoek in de periode 1967-1968 werd vastgesteld dat de huidige achttiende-eeuwse kerk wel degelijk de structuur van een vroegchristelijke kerk verbergt. Pas tijdens het pontificaat van paus Anastasius I (399-401) werd het gebouw officieel als kerk erkend. De kerk is gewijd aan de heilige paus Sixtus II (257-258) wiens relieken zich hier bevinden.

Paus Sixtus II, de 23ste opvolger van Petrus, werd gemarteld en onthoofd aan de vlakbij gelegen Porta Appia (de huidige Porta San Sebastiano). Deze Griekse paus was direct na zijn aanstelling met keizer Valerianus (253-260) in conflict gekomen omdat de keizer strengere eisen aan de christenen oplegde voor het bijwonen van de officiële Romeinse cultus. Ook verbood de keizer alle samenkomsten in de catacomben.

De paus moest uiteindelijk vluchten en verborg zich samen met vier diakens in de catacombe van Praetextatus (Pretestato) aan de Via Appia Pignatelli. Hij werd daar op 6 augustus 258 ontdekt. Het vijftal werd ter plaatse onthoofd. Omdat Sixtus II in de catacombe van Callixtus (Callisto) begraven werd, kwam deze nabijgelegen titulus later als eerste in aanmerking om de relieken van Sixtus II op te nemen.

Paus Hadrianus I (772-795) knapte de kerk op maar slaagde er niet in het verval te stoppen omdat het water dat van de Coelius (Celio) stroomde de fundamenten van de kerk ondermijnde. In het begin van de twaalfde eeuw besloot paus Innocentius III (1198-1216) op dezelfde plaats een nieuwe kerk te bouwen (er is ook een antipaus met die naam geweest in 1179). Zijn opvolger Honorius III voltooide het werk, de campanile dateert nog uit deze periode.

Het resultaat was een kerk van kleinere afmetingen en met één schip. In het bijhorende klooster woonde de oprichter van de orde van de Dominicanen en de later heilig verklaarde Dominicus Guzman (1170-1221) tijdens zijn verblijf in Rome. De toen aangebrachte fresco’s met scènes uit het Nieuwe Testament en de Apocriefen bevinden zich nog steeds in de kerk.

Honorius III, die een Savelli was, schonk Dominicus later de Santa Sabina en het bijhorende klooster. Toen Dominicus met zijn predikheren naar het klooster op de Aventijn verhuisde dat naast de burcht van de Savelli’s gelegen was, namen hun vrouwelijke collega’s, de dominicanessen, hun plaats in. Het was hun allereerste klooster.

Een weetje: omdat Vannozza Cattenai, de geliefde van kardinaal Borgia (de latere paus Alexander VI) haar kinderen een goede opvoeding wilde geven stuurde zij haar beruchte dochter Lucrezia Borgia naar dit klooster voor haar religieuze opvoeding. De zusters verlieten het klooster in 1575 omdat de lucht in de omgeving niet gezond was, en omdat de omgeving ook toen nog regelmatig onder water liep.

Paus Sixtus V (1585-1590) maakte van het klooster dan maar een hospitaal voor bedelaars. Tijdens het pontificaat van paus Benedictus XIII (1724-1730) kreeg de Italiaanse architect Filippo Raguzzino de opdracht de San Sisto te restaureren. Hierbij werd de in de dertiende eeuw gebouwde toren en apsis gehandhaafd.

Sinds die tijd en tot vandaag wordt het klooster weer bewoond door nonnen van de orde. Van het oude klooster bestaat nog een vleugel. In het huidige klooster zijn resten ontdekt van de oudste kerk. In de tuin achter de kerk vindt ieder najaar een tentoonstelling van chrysanten plaats. Het klooster, het kapittelhuis en de eetzaal met de fresco’s van San Dominico kunnen worden bezocht. Dit bezoek moet je echter reserveren.

Tijdens de vroege middeleeuwen was de San Sisto een belangrijke statiekerk. Ieder jaar werden op paaszaterdag de zogenaamde catechumenen hier voor het laatst ondervraagd, voordat zij tijdens de paasnacht in het baptisterium van Lateranen het doopsel zouden ontvangen. In de vroegste periode van de Kerk, toen hele gebieden gekerstend werden, gebeurde het veel vaker dan in de huidige tijd dat volwassenen gedoopt werden. Deze volwassenen kregen ter voorbereiding op het doopsel onderricht in de christelijke leer en werden catechumenen genoemd.

In de San Sisto Vecchio werden verschillende pausen, bisschoppen en martelaren begraven. Zoals gezegd is het een titelkerk, de huidige titulaire kardinaal is Marian Jaworski (Oekraïne).

Het plein vóór de San Sisto is de Piazzale Numa Pompilio, met in het midden een klein middeleeuws kapelletje. Hier komen verschillende lanen samen. Naar rechts brengt de Viale delle Terme di Caracalla je na 750 m tot aan de Porta Ardeatina. Links van de vorige laan brengt de Via di Porta San Sebastiano je na ongeveer 1 km tot aan de gelijknamige poort die het beginpunt is voor een bezoek aan de Via Appia Antica. Schuin links van de vorige laan loopt de Via di Porta Latina naar de gelijknamige poort en helemaal naar links brengt de Via Druso, net naast het complex van de San Sisto Vecchio, de bezoeker langs de Porta Metronia naar de Sint-Jan van Lateranen.

San Sisto Vecchio a via Appia
Piazzale Numa Pompilio 8, Rome

Praktische informatie

Utrecht, Caravaggio en Europa

30 november 2018

In het Centraal Museum in Utrecht is van 16 december 2018 tot 24 maart 2019 een grote tentoonstelling te zien over de caravaggisten, de navolgers van de beroemde Italiaanse schilder Caravaggio (1571-1610). Utrecht, Caravaggio en Europa zal een dag eerder, op 15 december, officieel worden geopend door koning Willem-Alexander. Het museum noemt het ‘de meest ambitieuze tentoonstelling die ze ooit realiseerden’.

Centraal op de tentoonstelling staan de Utrechtse caravaggisten Dirck van Baburen, Hendrick ter Brugghen en Gerard van Honthorst. In het begin van de zeventiende eeuw reisden deze drie jonge kunstenaars samen met vele andere Europese schilders naar Rome, waar ze onder de indruk raakten van het werk van de Italiaanse meester Caravaggio. Ze werden later caravaggisten geheten omwille van de stroming die in de zeventiende-eeuwse schilderkunst ontstond naar aanleiding van de revolutionaire stijl van Caravaggio.

De tentoontelling Utrecht, Caravaggio en Europa in het Centraal Museum Utrecht belicht de verschillen tussen de Europese navolgers van Caravaggio. Door de werken thematisch te presenteren wordt duidelijk dat iedere kunstenaar werkte vanuit zijn eigen culturele achtergrond. Tussen 1600 en 1630, de kernperiode van het Europese caravaggisme werden in Rome niet minder dan 2.700 kunstenaars geregistreerd, waaronder 572 buitenlanders. Ze bezochten dezelfde kerken en collecties. Ze spraken met elkaar. En ze schilderden. Dezelfde thema’s, dezelfde inspiratiebronnen, maar in uitwerking totaal verschillend.

Typerend voor het werk van Caravaggio is de realistische stijl en een bijzondere behandeling van het licht, het zogenoemde clair-obscur (chiaroscuro in het Italiaans). De techniek is ontstaan in de renaissance. De schilder gebruikt het licht en donker om de nadruk te leggen op vooral de lichte delen, waarbij de donkere schaduwen naar de achtergrond worden gedrongen. Na hun terugkeer pasten de Utrechtse caravaggisten deze nieuwe techniek toe op doeken met vooral bijbelse en mythologische onderwerpen en genrestukken zoals muzikanten en drinkers. Zij vormden een inspiratiebron voor Hollandse meesters als Frans Hals, Vermeer en Rembrandt.

De tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa brengt volgens het museum ook het Rome van de periode 1600-1630 naar Nederland. Met een zeventigtal meesterwerken laat de tentoonstelling voor het eerst de Utrechtse caravaggisten naast hun Europese collega’s zien. Van de ruim 60 grotendeels internationale bruiklenen zijn er 46 die nog nooit eerder te zien waren in Nederland. Deze bruiklenen zijn afkomstig uit musea en privécollecties in Europa en de Verenigde Staten, waaronder de Vaticaanse Musea, het Louvre in Parijs, de Galleria degli Uffizi in Firenze, The National Gallery of Art in Londen en The National Gallery of Art in Washington, maar ook uit verschillende kerken in Rome.

Een heel bijzondere bruikleen is het werk De Graflegging van Christus (1602-1603) van Caravaggio. Bij hoge uitzondering heeft de Pinacoteca van het Vaticaan toegezegd dit topstuk in bruikleen te geven aan het Centraal Museum. Ook dit monumentale altaarstuk van ruim 3 bij 2 m was nog nooit in Nederland te zien. Dit werk is vanaf de opening van de tentoonstelling op 16 december echter slechts gedurende vier weken te bewonderen. Langer wil het Vaticaan het kunstwerk niet kwijt. Het is één van de topstukken uit de Vaticaanse Musea en wordt daarom zelden uitgeleend.

Met De Graflegging van Christus toonde Caravaggio zich een opvolger van Michelangelo en Rafaël, twee voorgangers die deze scène eveneens hadden afgebeeld (Michelangelo met zijn beroemde Pietà, Rafaël met zijn Graflegging). Caravaggio schilderde De Graflegging van Christus in de periode 1602-1603 voor de familiekapel van Girolamo Vittrici in de Chiesa Nuova in Rome, die officieel de Santa Maria in Vallicella heet.

Het schilderij diende aanvankelijk als altaarstuk voor deze kapel, maar bevindt zich tegenwoordig in de Pinacotheek van de Vaticaanse Musea. Paus Gregorius XIII die goed bevriend was met Girolamo Vittrici, had een aflaat ingesteld voor het bidden in zijn kapel in de Chiesa Nuova. Een aflaat betekende de kwijtschelding voor God van tijdelijke straffen voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden. Het feit dat je door een gebedsronde in deze kapel een aflaat kon verdienen, zorgde ervoor dat de Cappella Vittrici erg populair werd bij de gelovigen en pelgrims.

Girolamo Vittrici stierf echter onverwacht en de kapel met het altaar werd pas na zijn dood voltooid. De paus stond er echter op dat het toegekende privilege van de aflaat gehandhaafd bleef. De Santa Maria in Vallicella heeft in totaal twaalf altaarstukken in de kapellen bij de zijbeuken. Deze altaarstukken vormen één doorlopend verhaal over de kruisweg. In elk altaarstuk is tussen de andere figuren Maria te zien.

De twee aangrenzende kapellen van de Vittrici-kapel hebben altaarstukken waar de Kruisiging en de Hemelvaart worden afgebeeld. De Graflegging van Christus die Caravaggio voor de kapel van Vittrici maakte, past hier perfect tussen. Toen Caravaggio aan zijn altaarstuk begon, waren vele schilderijen boven de andere altaren al voltooid. Daardoor kon Caravaggio zijn werk uitstekend laten aansluiten met dat van zijn collega’s.

Zo sluit De Kruisiging van de schilder Scipione Pulzone (ook bekend als Il Gaetano) haast perfect aan met het werk van Caravaggio. Niet alleen het verhaal sluit goed aan, ook de stijl van enkele figuren en hun kleding wordt voortgezet. Zo neemt Caravaggio ook het rode en het groene kleed over. Het originele schilderij van Caravaggio kan je in deze kapel dus niet meer vinden, in de plaats ervan hangt een kopie.

Nadat Caravaggio het schilderij voltooide bleef het in de Vittrici-kapel tot 1797. Toen werd het naar aanleiding van het Verdrag van Tolentino (tussen Frankrijk en de Pauselijke Staten in het kader van de Napoleontische oorlogen) uit de kapel verwijderd. Paus Pius VI werd door de aanwezigheid van troepen onder het bevel van Napoleon Bonaparte, gedwongen tot sterke economische en territoriale concessies ten voordele van de Fransen.

Het Verdrag bepaalde ook dat de paus een aantal kunstwerken moest afstaan, waarbij de Fransen het recht hadden om in alle gebouwen uit te zoeken wat hen interesseerde. Zo verdwenen in die periode meer dan honderd beelden en schilderijen vanuit Rome naar Parijs. Niet alle werken keerden later terug naar Rome, het doek van Caravaggio wel. Het kwam echter nooit meer terecht in de Chiesa Nuova maar werd in 1816 ondergebracht in de Vaticaanse Musea.

Het majestueuze schilderij werd volgens de Romeinse schilder en kunstenaarsbiograaf Giovanni Baglione (1566-1643) door tijdgenoten beschouwd als Caravaggio’s allerbeste werk. Het doek is inderdaad bijzonder expressief. Het lichaam van Christus schittert tegen de donkere achtergrond, waarin de toegang tot het graf nog net zichtbaar is. Zijn bovenlichaam rust op de rechterarm die Johannes om hem heen heeft geslagen. Nicodemus heft het onderlichaam op. Met beide armen heeft hij de knieën van Christus vastgepakt, zijn handen ineen om de grip te vergroten.

Achter hen bevinden zich drie vrouwen. Maria’s vermoeide, trieste blik is naar beneden gericht. De mooie Maria Magdalena dept met gesloten ogen haar tranen. Maria Cleophas richt haar blik juist naar boven terwijl ze haar armen ten hemel spreidt en haar mond heeft geopend in een wanhopige schreeuw. Hoog verheven op de grote dekplaat van het graf waarop hij zal worden gezalfd en in doeken zal worden gewikkeld tonen zij ons, toeschouwers, Christus.

Bart Rutten, de artistiek directeur van het Centraal Museum Utrecht, is ontzettend trots dat het gelukt is het Vaticaan te overtuigen deze Caravaggio uit te lenen. Hij noemt het imposante altaarstuk één van de belangrijkste schilderijen uit de kunstgeschiedenis. “Ter vergelijking moet je je voorstellen dat een middelgroot museum uit Denemarken het Mauritshuis belt of zij het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer kunnen krijgen. Dat wij het voor elkaar hebben gekregen, is echt te danken aan de inspanningen van onze conservator, Liesbeth Helmus. Door haar en anderen is onder meer via de ambassade jarenlang gelobbyd bij het Vaticaan”, verklaart de directeur. Uiteindelijk gaf Barbara Jatta, de directrice van de Vaticaanse Musea, haar toestemming om het doek een maand lang uit te lenen.

Caravaggio wordt volgens Rutten door sommigen gezien als de eerste ‘moderne kunstenaar’ omdat hij de eerste was die voor zijn religieuze scènes echte mensen gebruikte om de heiligen te verbeelden. Zo ook in De Graflegging van Christus. Daarnaast was Caravaggio een meester in het toepassen van chiaroscuro. De Graflegging is hiervan een perfect stijlvoorbeeld. Vrij snel nadat Caravaggio het maakte werd dit werk overigens al veelvuldig geïmiteerd door schilders in heel Europa.

De tentoonstelling in Utrecht is het resultaat van een langdurige samenwerking met de Bayerischen Staatsgemäldesammlungen in München. De tentoonstelling start in het Centraal Museum Utrecht op 15 december 2018 en loopt tot 24 maart 2019. In de Alte Pinakothek in München is dezelfde tentoonstelling te zien van 17 april 2019 tot en met 21 juli 2019.

Online tickets en een preview van de tentoonstelling

www.centraalmuseum.nl

 

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen

28 november 2018

Ongeveer 2500 jaar geleden voltrok zich rond de Middellandse Zee een culturele revolutie die zijn weerga niet kent. Grieken en Romeinen, Feniciërs en Etrusken, en wat later ook Joden en Christenen, allemaal droegen ze eraan bij. Het ging daarbij zowel om de ontwikkeling van een monetaire economie en een gedegen staatsinrichting, het beantwoorden van de grote levensvragen, het uitdenken van filosofische en theologische systemen, of baanbrekende ontwikkelingen op het gebied van kunst en techniek.

Dat de klassieke wereld talrijke onuitwisbare sporen heeft nagelaten in de onze, is duidelijk. Maar wat is er nu werkelijk overgebleven van het gedachtegoed en de prestaties van toen? Welke betekenis heeft de culturele revolutie van destijds eigenlijk nog voor de mens van nu?

In dit rijk geïllustreerde boek neemt Leonard Rutgers de lezer mee op een fascinerende ontdekkingsreis langs een groot aantal bekende en minder bekende etappes in de geschiedenis van de antieke wereld. Aan de hand van archeologische vondsten vertelt hij helder en meeslepend over deze nog altijd relevante tijd, waarin originele denkers en doeners telkens opnieuw voor verrassende ontwikkelingen zorgden. Van het Parthenon tot sjoemel-mummies, van het Colosseum tot het voedselpatroon van de eerste christenen, en van een fantastische houten teenprothese tot een rabbijn die aan piraterij doet, alles komt voorbij. In de handen van Rutgers is het verleden springlevend en verbazingwekkend actueel.

Leonard Rutgers is hoogleraar Antieke Cultuur aan de Universiteit Utrecht en internationaal bekend en gelauwerd om zijn baanbrekende onderzoek in de catacomben van Rome. Hij publiceerde zijn ontdekkingen onder andere in het toonaangevende Nature. Rutgers was jarenlang columnist bij het Financieele Dagblad. De krant had hem gevraagd of hij geen weekendrubriek over archeologische ontdekkingen kon schrijven.

Dat was een logische vraag. Elke week lees of hoor je wel een klein bericht over een archeologische vondst, maar later verneem je er meestal niets meer over. Rutgers bracht het kleine nieuws met elkaar in verband en spiegelde de inhoud ervan aan onze tijd. Tot grote verbazing van de redactie maar ook van de auteur zelf was de respons enorm. Zo is ook dit boek ontstaan. Leonard Rutgers maakte een keuze uit zijn vier jaar durende carrière als columnist.

Bij de krant zette de auteur de reeks inmiddels stop omdat hij momenteel werkt aan het grootste DNA-onderzoek ooit naar migratiestromen in het Middellandse Zeegebied en Europa over een periode van 1500 jaar. Hoe zit migratie historisch gezien in elkaar, wie is wanneer waar terechtgekomen? Hebben de volksverhuizingen tot integratie of tot marginalisatie geleid? In de nabije toekomst komen we daar dankzij Rutgers’ bioarcheologische onderzoek ongetwijfeld wat meer over te weten.

Het boek De klassieke wereld in 52 ontdekkingen is verdeeld in verschillende hoofdstukken, waaronder ‘Klassieke kunst’, ‘Sterke vrouwen’, ‘Bijbelse perikelen’, ‘Uitvindingen en ontdekkingen’, ‘Gezondheid’, ‘Migratie’ en ‘Hoe de oudheid voortleeft’. De titels van de verschillende stukjes zijn vaak zo intrigerend dat ze meteen uitnodigen tot lezen: ‘Julia was de allerbeste arts’, ‘De geboorte van de keizersnede, ‘Van korset tot sport-bh, ‘De psychedelische Pythia van Delphi’, ‘De navel van Europa’, ‘De kaaskop komt uit de woestijn’,….

Een mooi verhaal komt uit de betonsector. Op welk moment lieten de Romeinse architecten hun Griekse collega’s ver achter zich? Toen ze drie delen vulkaanzand op één deel gebluste kalk gingen gebruiken. Met deze vulkanische aarde konden de Romeinen de hoogte in en konden ze bogen en koepels bouwen en een veel flexibeler architectuur ontwerpen. Daarom staat het machtige Colosseum in Rome nog altijd overeind. Recent Amerikaans onderzoek heeft bovendien aangetoond dat voor Romeins beton minder fossiele brandstoffen nodig waren, wat betekent dat Romeins beton ook nog een stuk milieuvriendelijker is dan portlandcement, de moderne variant die vandaag wordt gebruik. Het beton dat de Romeinen fabriceerden kon bovendien ook onder water uitharden, waardoor brugpeilers in rivieren konden worden gebouwd en verstevigd.

Op de cover van het boek staat de Mona Lisa van Galilea afgebeeld, afkomstig uit een vloermozaïek in Sepphoris, in het noorden van Israël (vlakbij Nazareth) uit de derde eeuw na Christus, die eind de jaren ’80 van vorige eeuw door de jonge Rutgers mede is ontdekt. Van Leonard Rutgers verschijnt binnenkort in Duitsland ook het boek Die jüdischen Katakomben Roms waarin hij als eerste het bewijs levert dat de Joodse catacomben in Rome ouder zijn dan de christelijke.

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen
Leonard Rutgers
Taal: Nederlands
262 pagina’s, 52 illustraties
Afmetingen: 21,6 x 13,6 x 1,9 cm
ISBN13 9789 4600 3969 0
Uitgeverij Balans
Eerste druk: november 2018
Prijs: 21,99 euro; e-boek: 10,99 euro.

Bekijk hier een filmpje waarin Leonard Rutgers praat over zijn boek

Metrostation Repubblica zal nog maanden lang gesloten blijven

27 november 2018

Het metrostation Repubblica (op lijn A) in Rome zal nog verschillende maanden gesloten blijven. De metrotreinen rijden gewoon, maar stoppen dus niet aan de halte Repubblica. In dit station sloeg op 23 oktober een roltrap naar beneden op hol. Daarbij raakten meer dan twintig mensen gewond. Zolang er geen duidelijkheid is over de oorzaak van het ongeval, wordt de site niet vrijgegeven door de onderzoekers. Daarna moeten experts een veiligheidsonderzoek uitvoeren. Op basis van die audit en de uitslag van het gerechtelijke onderzoek, volgt een openbare aanbesteding om nieuwe roltrappen te installeren. Er is weliswaar slechts één roltrap beschadigd, maar omdat die deel uitmaakt van hetzelfde systeem moeten beide naast elkaar liggende roltrappen vervangen worden. Dat gaat allemaal nog een hele tijd duren.

Op die bewuste dinsdag werd het station Repubblica overrompeld door Russische voetbalfans die op weg waren naar het Stadio Olimpico in het noorden van Rome, waar CSKA Moskou een match in de Champions League zou spelen tegen AS Roma, een match die de Russen later overigens met 3-0 zouden verliezen.

Op een bepaald moment begon de roltrap ineens te versnellen waardoor onderaan de trap tientallen mensen over en door elkaar heen werden gegooid. De roltrap bewoog te snel om er op het einde gewoon af te kunnen springen. De reizigers werden als het ware gekatapulteerd. Sommigen raakten gekneld tussen de metalen platen van de treden. Anderen gooiden zichzelf op het centrale deel van de roltrap om niet naar beneden te glijden en te vallen, nog anderen probeerden hun val te vertragen door zich vast te klampen aan de leuningen.

De hele omgeving onderaan de trap lag ook bezaaid met tientallen kapotte bierflesjes en glazen. Verschillende mensen raakten gekwetst door de vele glasscherven. Er vielen uiteindelijk 24 gewonden, waarvan eentje ernstig. Die houdt waarschijnlijk een levenslang letsel aan zijn voet over aan het incident. Omwille van de ernst van het ongeval opende de officier van justitie een onderzoek.

Getuigen verklaarden vlak na het indicent in de media dat de vele zingende, roepende voetbalsupporters, waarvan sommigen al duidelijk een glas teveel hadden gedronken, aan het springen en dansen waren op de roltrap. Het vermoeden bestaat dat die door de schokken en de forse druk ontregeld zou geraakt zijn. Maar op de schaarse en verwarrende filmpjes die van het indicent bestaan, is echter niet meteen op te maken of dat verhaal wel klopt.

Romeinen vragen zich momenteel vooral af waarom het station niet geopend kan worden tijdens de onderzoeken die het gerecht en de transportautoriteiten uitvoeren. Het blijkt dat de bewuste roltrap de enige manier is om naar beneden te geraken en de metro in beide rijrichtingen (Battistini en Anagnina) te kunnen nemen.

Daarnaast willen de autoriteiten in het hele station een veiligheidsanalyse uitvoeren. Volgens vervoersmaatschappij ATAC worden de roltrappen in ieder metrostation van Rome maandelijks gecontroleerd en onderhouden. Of dat klopt is ook iets wat de onderzoekers zullen nagaan. Daarvoor zullen zelfs camerabeelden worden opgevraagd om na te gaan of technici hun werk wel hebben gedaan. Meteen na het ongeval werd in alle metrostations van Rome alvast een preventief onderzoek uitgevoerd op de roltrappen.

Het metrostation Repubblica werd ingehuldigd in 1980 en ontleent zijn naam aan het er boven gelegen Piazza della Repubblica. Het cirkelvormige plein heette vroeger Piazza dell’ Esedra. Tijdens de bouw van het ondergrondse station werden overblijfselen van Romeinse woningen gevonden. Deze ruïnes zijn zichtbaar in het atrium van het station en worden beschermd door glazen behuizingen.

Activiteiten S.P.Q.R. in Rome worden fors uitgebreid

26 november 2018

De activiteiten van onze Romevereniging S.P.Q.R. vinden zowel in België als in Rome plaats. In België zijn dat uitstappen, een etentje, een bezoek aan een tentoonstelling of een museum, maar vooral ook regelmatige lezingen, meestal gegeven door unieke sprekers of auteurs.

Zo mogen we op vrijdag 7 december Johan Ickx verwelkomen, het hoofd van het Historisch Archief van het Staatssecretariaat op het Vaticaan. Zijn lezing over de geheime activiteiten van enkele illustere figuren in het Vaticaan, waaronder een Leuvenaar, is zonder meer een must. Alles speelt zich af tijdens Wereldoorlog I. De spreker schreef er een boek over.

Enkele weken later, op dinsdag 29 januari 2019, is het de beurt aan dr. Michiel Verweij, die zijn nieuwe boek over Ovidius zal presenteren. En iets heel anders: voor het eerst in het bijna zeventienjarige bestaan van S.P.Q.R. zullen we ook een klassiek pianoconcert organiseren. Afspraak hiervoor op woensdag 13 maart 2019. De komende weken zal de activiteitenkalender nog worden aangevuld. Onze leden krijgen hiervoor uiteraard tijdig een persoonlijke uitnodiging, maar het kan geen kwaad deze data alvast te noteren.

De grootste wijziging betreft onze inmiddels klassieke wandelingen en rondleidingen in Rome.  Die worden dit voorjaar fors uitgebreid. Niet alleen in aantal, maar ook wat betreft de thema’s.  Naast Eric en Hugo, met wie velen onder jullie in de voorbije jaren ongetwijfeld al een tochtje door Rome maakten, is het team in Rome nu ook versterkt met Angelina. Daardoor staan de komende maanden in Rome een aantal nieuwe bestemmingen op het programma, zijn er zelfs een paar begeleide uitstappen naar Ostia Antica en kunnen deelnemers voor het eerst ook zelf kiezen welke wandeling ze willen maken.

In de voorbije jaren hebben immers al heel wat clubleden en andere liefhebbers van Rome wandelingen en rondleidingen meegemaakt in onze lievelingsstad. Velen keerden, hoe kan het ook anders, meermaals terug naar Rome en beginnen de stad inmiddels ook al behoorlijk goed te kennen. We kunnen begrijpen dat sommigen wat uitgekeken geraken op de klassieke paden, al zullen we in ons wandelprogramma altijd rekening houden met de toch nog altijd talrijke mensen die Rome voor het eerst bezoeken.

We zijn er ons ook van bewust dat de thema’s van onze clubwandelingen niet altijd passen in de belangstellingssfeer van de deelnemers. Soms ken je de buurt waar de wandeling plaatsvindt al erg goed. Of interesseren de bestemming of het thema je gewoon niet. Om daar iets aan te doen kozen we voor een unieke aanpak. De komende weken en maanden kan je via S.P.Q.R. voor een aantal data (mits tijdige afspraak) zelf een bestemming of een thema naar keuze aanvragen. We zullen er vervolgens in de mate van het mogelijke alles aan doen om die wens in te willigen.

We zijn zelf ook benieuwd of hiervoor belangstelling is, dus raadpleeg zeker aandachtig de beschikbare data op de inmiddels flink uitgebreide activiteitenkalender op deze link. Dat blijf je overigens best doen. We plannen de komende maanden ook nog een aantal exclusieve themawandelingen, waaronder (enkel voor de ware liefhebbers!) een wandeling langs de beste biercafés van Rome (met een beetje geluk maken we dan ook even kennis met een lokale microbrouwerij), een bezoek aan de filmstudio Cinecittà en natuurlijk vergeten we de fraaie en met fleurige lentebloemen bezaaide wandelingen doorheen het indrukwekkende Park van de Aquaducten niet.

Evenzeer kunnen we op aanvraag een gezellige wandeling maken doorheen fraaie wijken zoals het Quartiere Coppedè, Garbatella, Testaccio, enz. Wij staan open voor suggesties: alles wat je ooit wilde doen in Rome. Er is zoveel te ontdekken in de eeuwige stad dat een mensenleven te kort is om alles te zien. Maar we willen toch een kleine poging doen om jullie daarbij te helpen…!

Tot slot willen we ook nog even benadrukken dat S.P.Q.R. een niet-commerciële vereniging is. Wij doen het niet voor de centen, maar uit liefde voor Rome. Het bewijs hiervan lees je in de deelnemingsvoorwaarden bij de activiteiten. Wij werken uitsluitend met kleine groepjes (afhankelijk van de begeleider maximum zes (Eric) tot tien personen (Hugo en Angelina). Op archeologische locaties, in musea of waar het nodig is kunnen de begeleiders een officieel gidsendiploma tonen.

Voor leden van S.P.Q.R. zijn de wandelingen en rondleidingen gratis (enkel de toegangsprijs voor een archeologische site of museum moet (indien nodig) uiteraard worden betaald. Niet-leden betalen slechts een zeer kleine of een vrijwillige bijdrage. We vinden het vooral prettig onderweg ook te kunnen praten en kennis te maken met de deelnemers.

Meer zelfs: als we vergezeld worden door prettige mensen, gaan we  met jullie (als het past in onze persoonlijke agenda) na afloop ook altijd heel graag een hapje eten of een glaasje drinken bij de locals in Rome. We hopen jullie de komende maanden (en bij uitbreiding het hele jaar 2019) bijzonder talrijk in Rome te mogen verwelkomen.

En voor de thuisblijvers: heel graag tot op de komende lezingen!