Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Rome viert 150-jarig jubileum als hoofdstad van Italië

9 februari 2020

Op 3 februari 1871 werd Rome aangeduid als de zetel van de belangrijkste instellingen van de pasgeboren unitaire Italiaanse staat. Zopas vond de openingsviering plaats van het 150-jarige jubileum van deze aanwijzing van Rome als de hoofdstad van de Italianen. In die periode is Rome gegroeid van 250.000 inwoners toen naar ongeveer 4,5 miljoen nu.

De plechtigheid vond plaats in het Teatro dell’Opera in aanwezigheid van ongeveer 1.500 genodigden. De viering werd bijgewoond door de Italiaanse president Sergio Mattarella, burgemeester Virginia Raggi en de belangrijkste civiele en religieuze autoriteiten van Rome.

Ook de voorzitters van de Kamer en Senaat en de ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken waren aanwezig. Het Vaticaan stuurde kardinaal Pietro Parolin als afgevaardigde. Er waren optredens van onder meer Andrea Bocelli, Ezio Bosso, Gigi Proietti en Paola Turci.

Een kennismaking met de Santi Bonifacio e Alessio

8 februari 2020

Je kon gisteren het verhaal lezen over de opmerkelijke ontdekking van een 900 jaar oud fresco in de Santi Bonifacio e Alessio. Vandaag vertellen we wat meer over deze opmerkelijke kerk op de Aventijnse heuvel. Het oorspronkelijke vijfde-eeuwse kerkgebouw heeft in de loop der eeuwen ingrijpende veranderingen ondergaan. In 977 werd het overgedragen aan de aartsbisschop van Damascus, die hier een Grieks klooster stichtte. In 1216 kwam er een algehele nieuwbouw in opdracht van Honorius III (1216-1227), in 1150 geboren als Cencio Savelli.

Deze Savello-paus bewoonde de burcht naast de Santa Sabina. Op het apsismozaïek van de Sint-Paulus buiten de Muren wordt Honorius III in het klein afgebeeld. De Florentijnse schilder en bouwmeester Giotto (1266-1337) heeft hem ook uitgebeeld in de bovenkerk van San Francesco in Assisi. In 1750 werd het interieur van de Santi Bonifacio e Alessio grondig gewijzigd.

Alvorens de kerk te bezoeken moeten we het verhaal van Alessio (Alexius) kennen. Hij leefde tijdens de vierde eeuw en was de tot het christendom bekeerde zoon van de Romeinse senator Eufemianus van wie het huis zich op de plek van de huidige kerk bevond. Op zijn trouwdag liep Alexius van huis weg om te ontsnappen aan het huwelijk dat zijn vader hem had opgedrongen.

Na jarenlange omzwervingen als pelgrim in het oosten waar hij onder meer het Heilig Land bezocht, toonde hij berouw en keerde terug naar Rome, naar het huis van zijn vader en smeekte om gastvrijheid. Zijn ouders herkenden hem niet, maar ze verleenden de arme en berooide pelgrim wel onderdak.

Alexius werkte vervolgens zeventien jaar als knecht in zijn ouderlijke huis, waar hij onder de trap mocht slapen en waar hij ook stierf. Kort voor zijn dood verklapte hij zijn levensverhaal aan de paus, die het, nadat Alexius overleden was, aan de vader en de door Alexius verlaten vrouw vertelde.

Volgens de overlevering begonnen alle klokken van Rome spontaan te luiden toen Alexius stierf. Het verhaal wordt ook uitgebeeld op fresco’s in de onderkerk van de San Clemente.

Het verhaal van de ‘arme onder de trap’ was een geliefd onderwerp van de mysteriespelen tijdens de vijftiende eeuw. De bedoeling van de parabel was de absolute ommekeer te tonen bij de mens die voor de heiligheid kiest, hij wordt er onherkenbaar door.

Ook bij sommige zeventiende-eeuwse dramaturgen was de legende een bron van inspiratie. Stefano Landi zette het op muziek op een libretto van kardinaal Rospigliosi en zelfs tot de vorige eeuw liet de Franse toneelschrijver Henri Ghéon, pseudoniem van Henri Vangeon (1875-1944), zich inspireren door het verhaal (Le pauvre sous l’escalier, 1920). (*) 

Opmerkelijk aan de Santi Bonifacio e Alessio is de achttiende-eeuwse gevel met de vijf bogen. De zeer mooie romaanse campanile uit 1217 heeft vijf verdiepingen, hij behoorde bij de algemene nieuwbouw van de kerk die werd opgetrokken op initiatief van hun naaste buurman, de voormelde paus Honorius III.

De ingang zelf is ook nog dertiende-eeuws, cosmaten hebben het portaal bewerkt. Naast de kerk ligt het klooster van de Clerici Regulares a Somascha, met aan één zijde oude Romeinse kapitelen.

Het huidige interieur van de Santi Bonifacio e Alessio, waarvan de vloer nog dateert uit de dertiende eeuw, is het resultaat van de moderniseringswerken van 1750. Het plafond lijkt wel een staalkaart van een verffabriek.

In deze kerk werd paus Honorius IV (1285-1287) Savello begraven. Hij was de achterneef van paus Honorius III en stierf in de burcht naast de Santa Sabina, een gebouw dat hij tot paleis had omgebouwd.

Zijn cenotaaf die ondertussen naar de Sint-Pietersbasiliek werd verplaatst, bevond zich tegen de gevelmuur aan het begin van de linker zijbeuk, op de plaats waar we nu een weinig aantrekkelijke achttiende-eeuwse barokkapel zien, een werk van Andrea Bergondi. In een weelde van stucco-wolken toont men er een stuk van de ‘oorspronkelijke’ huistrap met eronder een beeld van San Alessio.

Een cenotaaf (van het Griekse kenos = leeg, taphos = graf) was in de klassieke oudheid het grafteken dat werd opgericht voor overledenen van wie het stoffelijk overschot onvindbaar was of zich in het buitenland bevond, dit opdat de ziel in het vaderland de haar toekomende cultus niet zou ontberen.

In latere tijden werd de term cenotaaf ook gebruikt voor graftekens in kerken en dergelijke (meestal aangebracht in de wand) waarvan het bijbehorende eigenlijke graf zich in de vloer of elders bevindt. Zo zijn de beroemde pausgraven in de Sint-Pietersbasiliek cenotafen.

Als we verdergaan in het linkerschip dan zien we tussen de eerste en de tweede zuil de vijf meter diepe waterput die nog zou hebben deel uitgemaakt van het ouderlijke huis van Alexius.

Ondanks de ingreep van 1750 bleven twee dunne kolommen behouden aan elke zijde van de houten bisschopsstoel tegen de achterwand van de apsis. Ze zijn versierd met cosmatenwerk zoals ook de prachtige vloer. Oorspronkelijk waren het er negentien maar de overige kolommen werden door Napoleon geroofd.

De rechterzuil werd gesigneerd ‘Jacobus Laurentii fecit’, zijnde Jacobus Laurentius di Cosma, ofwel Jacobus en Laurentius di Cosma. De familie di Cosma was het bekendste geslacht van mozaïekleggers. Ze waren afkomstig uit Griekenland en werkten in Rome in de periode tussen 1100 en 1300.

Het zware ciborium dateert uit de zestiende eeuw. Een ciborium (van het Griekse kiboorion = peul van een Egyptische boon, ook wel als drinkbeker gebruikt) is een op zuilen rustende altaaroverkapping van metaal, hout of steen, oorspronkelijk bedoeld als bescherming.

Thans is het ciborium alleen nog versiering. Het werd voor de eerste maal vermeld in het Liber pontificalis (vijfde-zesde eeuw) en veelvuldig toegepast in de grote Romeinse basilieken.

Rond het ciborium liggen een aantal graven waaronder achter het altaar, gericht naar de bisschopszetel, een grafsteen van een Savello uit 1288. Op het einde van het rechterschip, net voor de trapjes, zien we een typisch graf in de stijl van de periode rond 1700, voor prinses Eleonora Borghese-Buoncompagni.

Oorspronkelijk bevond het monument zich in een familiekerkje dat, zoals vele andere, ten prooi viel aan de werkzaamheden waarmee Benito Mussolini Rome in de jaren ’30 van de vorige eeuw wilde moderniseren.

Na de trapjes vinden we in het rechtertransept een fonkelende dertiende-eeuwse, (bepaalde bronnen beweren zelfs tiende-eeuwse) Byzantijnse ‘Madonna der Voorspraak’.

Het is echter een kopie, het origineel dat afkomstig was uit Damascus, bevindt zich nu in het museum in Palazzo Venezia. Anachronistisch wordt deze madonna in verband gebracht met de tochten van Alexius in het oosten waarbij hij deze Madonna zou vereerd hebben.

Als de deur achteraan (uiterst rechts) openstaat krijgen bezoekers een uniek zicht over Rome, beheerst door de koepel van de Sint-Pietersbasiliek. Een soortgelijk uitzicht krijg je via de Giardino della Arancia in het vlakbij gelegen Parco Savello en ook door het beroemde sleutelgat en vanuit de tuin van de Ridders van Malta heb je vrijwel dezelfde kijk op Rome. In het tuintje achter deze doorgang worden nu en dan concerten gegeven.

Onder het hoogaltaar werden zoals eerder verteld de beide heiligen begraven.
De mooie crypte onder het hoogaltaar is voor zover we weten de enige romaanse in Rome. Indien het toegangshek open staat, mag je dit eigenlijk niet missen.

Hier worden onder een tegel op het altaar ook de relieken bewaard van de heilige Thomas Becket (1118-1170), de Engelse aartsbisschop die in de kathedraal van Canterbury door huurmoordenaars om het leven werd gebracht en in 1173 heilig werd verklaard. Het graf van Becket in de kathedraal van Canterbury werd in 1538 door Hendrik VIII vernietigd; op dat moment was het Engelands meest bezochte bedevaartsplaats.

Ook de zuil waaraan de heilige Sebastiaan was vastgebonden toen hij met pijlen doorboord werd bevindt zich hier. Het is de centrale zuil onder het altaar, dus deels ondergronds vrijgemaakt.

Een analoge zuil zien we ook in de basilica di San Sebastiano aan de Via Appia. Dat er twee martelaarszuilen bestaan lijkt vreemd maar is verklaarbaar. Sebastiaan stond naar verluidt tussen de twee zuilen waaraan zijn polsen elk afzonderlijk met een koord gebonden waren.

Behalve de mooie twaalfde-eeuwse fresco’s zie je in de crypte ook een Romeinse bisschopszetel. De basiliek is momenteel de titelkerk van de Braziliaanse kardinaal Eusébio Oscar Scheid.

Basilica di Santi Bonifacio e Alessio
Piazza di Sant’Alessio 23, Rome

(*) Henri Ghéon behoorde tot de oprichters en eerste medewerkers van de Nouvelle Revue Française. Hij interesseerde zich voor het volkstoneel en steunde Jacques Copeau bij zijn pogingen tot toneelvernieuwing in het Théâtre du Vieux-Colombier, waar ook zijn eerste ‘volkse’ stukken werden opgevoerd: Le Pain (1911) en Eau-de-vie (1913).

Na de geruchtmakende breuk met André Gide en de belevenissen in de oorlog volgde zijn overgang tot het rooms-katholicisme. Daarna bewerkte hij een zestigtal heiligenlevens voor het toneel die hij zelf met zijn ‘Compagnons de Notre-Dame’ opvoerde in de provincie.

Hoewel geschreven zonder literaire pretentie, hebben sommige toch letterkundige en dramatische kwaliteiten, zoals La farce du pendu dépendu (1920) en Le comédien et la grâce (1925). Zijn opvattingen over het toneel heeft hij neergelegd in L’Art du théâtre (1944). Hij schreef ook enkele romans en essays. Zijn correspondentie met André Gide werd in 1976 uitgegeven.

Fresco duikt na 900 jaar weer op in de Sant’Alessio all’Aventino

7 februari 2020

In een muurholte in de kerk van Sant’Alessio all’Aventino is een intact en zeer goed bewaard fresco uit het midden van de twaalfde eeuw ontdekt. De grote en erg verfijnde schildering in heldere kleuren stelt twee figuren voor, naar alle waarschijnlijkheid Sint-Alexis met een rode mantel en Christus als pelgrim. Kunsthistorici spreken van een uitzonderlijke vondst die nu, na zowat 900 jaar, onttrokken is aan de vergetelheid.

Het fresco heeft een zwarte achtergrond en een intact en volledig polychroom frame. De twee figuren zijn artistiek erg verfijnd uitgebeeld. Let op de grote mantel die de gewaden van de pelgrim bedekt en de opgestoken hand om het majestueuze van Christus te presenteren die de gelovigen naast hem zegent met een hiëratische en haast ongenaakbare sereniteit in de gelaatstrekken.

Het fresco is voorlopig niet toegankelijk voor het publiek. Het oude kunstwerk is intussen wel beveiligd door specialisten. Het gevonden fresco is meer van 4 m hoog en 90 cm breed. De schildering die aan het licht kwam is bovendien slechts de helft van het hele werk, het andere deel is nog steeds verborgen door een muur. De onderzoekers willen het nu in zijn geheel tevoorschijn halen. Nieuwe verrassingen en bijkomende ontdekkingen zijn daarbij niet uitgesloten.

De opmerkelijke ontdekking volgde na een langdurig onderzoek en verbergt een klein mysterie. Nog niet zo lang geleden, in 1965, moet het fresco ook al eens blootgelegd zijn, maar is het toen om onverklaarbare redenen opnieuw verborgen in de muurholte.

Kunsthistorica Claudia Viggiani ontdekte in het stadsarchief een brief uit 1965 waarin melding wordt gemaakt van een fresco in uitstekende staat dat per toeval werd gevonden tijdens werkzaamheden voor de consolidatie van een klokkentoren. Al even vreemd is dat het document daarbij niet verwijst naar de naam van de kerk waar de ontdekking gebeurde.

Is de betrokken ambtenaar uit die tijd dat gewoon vergeten, werd hij door de betrokkken kerkgemeenschap gevraagd om de precieze plek om een onbekende reden niet te vermelden of heeft hij op eigen houtje beslist om de vindplaats niet te noteren? We zullen het allicht nooit weten.

Feit is dat de opening in de Sant’Alessio die toegang geeft tot het fresco gewoon opnieuw werd dichtgemaakt waardoor het schilderwerk weer de eeuwenoude vergetelheid indook.

Claudia Viggiani was echter geïntrigeerd door het verhaal en bracht na een langdurige zoektocht het fresco opnieuw aan het licht. Het duurde een tijdje om na te gaan in welke kerken in die periode aan de klokkentoren werd gewerkt, maar zodra daarover zekerheid bestond, ging het vrij snel.

In 1217 werd Alexius als mede-titelheilige voor deze kerk aangesteld, daarvoor was ze enkel toegewijd aan Bonifatius, een Romeinse burger, die in 307 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus. Over het leven van Bonifatius is niet zoveel bekend. Hij werd geboren in Rome in de derde eeuw.

Hij zou hebben samengeleefd met Aglae, een rijke Romeinse vrouw. Nadat zij was bekeerd tot het Christendom, moest Bonifatius van haar naar Tarsus (Turkije) om de relieken van martelaren terug naar Rome te brengen.

Hij vond daarbij de dood en uiteindelijk zouden ook zijn lichamelijke resten door metgezellen naar Rome worden teruggebracht waar ze vereerd werden als de relieken van een martelaar. Later werden ze overgebracht naar de Santi Bonifacio e Alessio.

Samen met Servatius, Pancratius en Mamertus behoort Bonifatius tot de zogenaamde ijsheiligen. Zo worden vier katholieke heiligen genoemd van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot en met 15 mei. Volgens een oud volksgeloof zijn dit de laatste dagen in het voorjaar waarop nog nachtvorst kan optreden.

Alexius is een heilige die bekend is van een Syrische legende uit de vijfde eeuw. Hij zou een jonge Romeinse patriciër geweest zijn die in de vierde eeuw naar Edessa was gevlucht om te ontsnappen aan een gedwongen huwelijk. Daar zou hij volkomen vergeten door iedereen jarenlang in armoede leven. Volgens een latere legende keerde hij op latere leeftijd terug naar Rome en leefde hij nog zeventien jaar in zijn ouderlijk huis, gehuisvest in een hok onder een trap.

Binnenkort wellicht met de Eurostar naar Rome

6 februari 2020

Eurostar zal vanaf 30 april rechtstreeks van Amsterdam via Rotterdam naar Londen sporen, zonder nog in Brussel-Zuid te moeten passeren. De spoorwegmaatschappij bekijkt momenteel echter ook de mogelijkheden om nieuwe routes van Londen naar verschillende andere Europese steden te openen. Zo behoren Rome, Barcelona en Lissabon tot de mogelijkheden.

Of we dan op termijn rechtstreeks vanuit Brussel of Amsterdam naar Rome of Barcelona zullen kunnen rijden, is nog niet duidelijk. Voor wie wat meer tijd heeft of voor mensen met vliegangst zou het een mooi alternatief zijn om op die manier naar Zuid-Europa te kunnen reizen. Een ritje met de Eurostar van Londen naar Rome, ongeveer 2.700 kilometer, zou ruim elf uur duren.

Na de brexit krijgen reizigers vanuit de Europese Unie naar het Verenigd Koninkrijk wel te maken met paspoortcontroles aan de grens. De Eurostar-terminal in Brussel-Zuid wordt een nieuw grenspunt, waar de douane controle en toezicht zal uitvoeren op binnenkomst en uitgang van de Europese Unie. Voor reizigers vanuit Nederland naar Londen zal de paspoortcontrole vanaf 30 april in Amsterdam plaatsvinden. Vanaf 18 mei is er ook een paspoortcontrole voorzien in Rotterdam.

Herinnering: Rome, andere paden

6 februari 2020

Lezing door Marc Vandenbon

Woensdag 12 februari 2020 om 20 uur

In de lezing Rome, andere paden vertrekt de gepassioneerde Italiëliefhebber en auteur Marc Vandenbon vanuit tien belangrijke bezienswaardigheden in Rome om de bezoeker te wijzen op de verrassende dingen die eveneens in de onmiddellijke omgeving van deze toeristische hoogtepunten te zien zijn.

Jammer genoeg worden die door het grootste deel van de Romebezoekers niet opgemerkt. Wat valt er bijvoorbeeld nog te zien in de buurt van het Colosseum? Welk alternatief bestaat er voor de toeristenmarkt Campo de’Fiori? Moet je nu echt alle grote kerken bezoeken of zijn er leuke alternatieven?

Evengoed kan je de typische Romeinse straatjes nemen in plaats van drukke boulevards om van het ene hoogtepunt naar het andere te wandelen. En ondertussen oog hebben voor de talloze kleine fonteintjes en hippe winkeltjes. En nog zoveel meer…

PRAKTISCH

  • Woensdag 12 februari om 20 uur
  • Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven.
  • Klik hier voor het routeplan
  • De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Tot woensdagavond!

Het clubbestuur van S.P.Q.R.

Maquette van Rome gerestaureerd en opnieuw te zien in Brussels museum

6 februari 2020

De befaamde maquette van Rome, één van de topstukken van het Museum Kunst & Geschiedenis in het Brusselse Jubelpark, is vanaf vandaag 6 februari opnieuw toegankelijk voor het grote publiek. De maquette en de opstelling werden volledig gerestaureerd. De licht- en klankinstallatie werd vernieuwd en nieuwe technologie (video, aanraakschermen, 3D-animatie en augmented reality) laat bezoekers op een interactieve manier kennismaken met de Eeuwige Stad.

maquette (2)

De maquette in het Museum Kunst & Geschiedenis, die de stad Rome voorstelt op het toppunt van haar pracht, aan het einde van de vierde eeuw, wordt jaarlijks door tal van bezoekers uit de hele wereld bewonderd. Dit schaalmodel van de hoofdstad van het Romeinse Rijk werd gemaakt door de Franse architect Paul Bigot (1870-1942).

Hij wijdde een groot deel van zijn leven aan deze reconstructie en maakte vier versies van de maquette, waarvan enkel zijn originele werkmodel (momenteel in bewaring bij de universiteit van Caen, Normandië) en het exemplaar in het Jubelpark van Brussel bewaard bleven.

In de kelders van het Instituut voor Kunst en Archeologie van Parijs bevindt zich wel nog een bronzen en niet helemaal afgewerkte kopie. De maquette in Brussel is bovendien ook de enige die ingekleurd werd. Het reliëfplan, op schaal 1/400, meet 11 x 4 m en vormt een absolute must voor de schoolbezoeken aan het Museum Kunst & Geschiedenis.

Sinds november 2018 werd de maquette grondig gereinigd, waar nodig gerestaureerd en volledig digitaal in kaart gebracht. De belangrijkste ingreep is de opwaardering van de opstelling errond. De integratie van moderne technologie leidt tot een interactieve en meeslepende ervaring. Hiervoor werd samengewerkt met het bedrijf Noho uit Dublin, Ierland.

maquette (3)

Op de bovenverdieping maken bezoekers via videoschermen kennis met het dagelijkse leven in Rome en komen ze meer te weten over het werk en leven van Paul Bigot. Aanraakschermen bieden uitgebreide informatie over tien iconische gebouwen uit Rome, zoals het Colosseum, het Circus Maximus, het Forum Romanum of het Pantheon.

De benedenverdieping, die meer dan 20 jaar gesloten was voor het publiek, biedt een heel ander en uniek zicht op de maquette. Via tablets (verkrijgbaar aan het onthaal van het museum) en ‘augmented reality’ kunnen bezoekers een aantal gebouwen in 3D verkennen.

maquette (4)

Hier maken ze ook kennis met vier inwoners van Rome. Zij vertellen over hun leven en tonen het multiculturele karakter van de Romeinse samenleving en haar mogelijkheden om de sociale ladder te beklimmen.

Zo ontmoeten de bezoekers onder andere een vrijgelaten slavin, oorspronkelijk afkomstig uit het kustgebied van de Levant, die als handelaarster werkt en hoopt een eigen zaak te beginnen. Of een jongeman uit Noord-Afrika, die naar Rome reisde om architectuur te studeren.

Tot slot is er een extraatje voor (scholen)groepen: zij krijgen de kans om via ‘virtual reality’ de straten van het oude Rome te verkennen.

maquette (1)

Voor dit omvangrijke restauratieproject kon het Museum Kunst & Geschiedenis rekenen op ruim 200.000 euro steun van het Fonds Alexis Liénard, beheerd door de Koning Boudewijnstichting, en van de Vrienden van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Het Fonds Alexis Liénard werd opgericht in 2014 en wil bijdragen aan een kwaliteitsvol onderwijs van het Grieks en het Latijn in België.

Wie een bezoek plant met de klas of school, kan bij de publieksdienst terecht voor meer informatie en didactisch materiaal dat helpt bij de voorbereiding van het bezoek, met een mailtje naar public@kmkg-mrah.be.

De toegang tot de maquette van Rome is inbegrepen in een ticket geldig voor de permanente collecties: 10 euro voor individuele bezoekers, 8 euro voor bezoekers in groep, gratis voor -18 jarigen.

Reservaties: reservations@kmkg-mrah.be

Museum Kunst & Geschiedenis
Jubelpark 10 – 1000 Brussel
info@kmkg.be
+32 (0)2 741 73 31

www.maquetterome.be

De stand van zaken omtrent de kennis van de Romeinse archeologie buiten Tongeren

5 februari 2020

Waarom zoeken archeologen eigenlijk nog naar resten van de Romeinen in Limburg? We weten toch alles al? Het is een vraag die archeoloog Tim Vanderbeken af en toe toegespeeld krijgt, hetzij door een journalist, hetzij door een geïnteresseerde maar kritische leek.

Het eerlijke antwoord verbaast de vraagstellers soms: “Eigenlijk weten we nog heel weinig, zeker over de regio rond Tongeren, dus blijven archeologen onderzoek verrichten”. Wanneer Tim Vanderbeken dan vertelt dat er amper villadomeinen onderzocht zijn, archeologen nauwelijks iets weten over de locatie van de nederzettingen, zelden een goed beeld krijgen van de landschapsdynamiek kijken ze nog verbaasder.

Geduldig neemt Tim Vanderbeken dan zijn atomaschriftje, tekent een rudimentaire kaart van Zuid-Limburg en laat hij zien wat we weten. Dit is precies wat hij van plan is tijdens zijn lezing op donderdag 6 februari om 20 uur in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum (Kielenweg 15) in Tongeren. 

Aan de hand van recente vondsten toont hij wat we weten over de Romeinen rond Tongeren. Tegelijkertijd zal de spreker het hebben over de kennislacunes, wat archeologen hierin kunnen betekenen en hoe ze mogelijk op te lossen. De toegang tot de lezing is gratis, wel graag inschrijven via info@klgog.be.

Civis Civitas Civilitas in de Markten van Trajanus

5 februari 2020

In de Mercati di Traiano Museo dei Fori Imperiali is de tentoonstelling ‘Civis Civitas Civilitas – Roma antica modello di città’ aan de gang. Je kan deze expo bezoeken tot 6 september 2020. Het is een interessante tentoonstelling voor wie interesse heeft in de stedenbouw en architectuur van de Romeinse oudheid. Rome veroverde gaandeweg grote delen van het huidige Europa. Op strategisch belangrijke plekken ontstonden de eerste steden.

Die militair belangrijke plekken groeiden uit tot culturele metropolen en waren ingericht en opgebouwd volgens het grote voorbeeld: Rome. Het stedelijke leven van de Romeinen werd voor een aanzienlijk deel bepaald door de gebouwen die zich in die stad bevonden en die er ook voor zorgden dat een stad die naam waard was.

De tentoonstelling analyseert dit fascinerende staaltje van zichzelf alsmaar herhalende Romeinse bouwkunst door gebouwen met vergelijkbare functies uit verschillende steden van het Romeinse Rijk naast elkaar te zetten. De relatie tussen de stad, het burgerschap en de beschaving in de Romeinse wereld wordt als het ware beschreven door de architectuur. Het tentoonstellingsproject documenteert het puur stedelijke karakter van de klassieke cultuur. Het delen van ruimtes, gebouwen en wetten vormt civitas, het steunpunt van de Romeinse beschaving.

De tentoonstelling is daarom een reis door de ruimtes en gebouwen van een aantal steden van het Rijk, waarvoor dankbaar gebruik is gemaakt van de gipsmodellen uit het Museo della Civiltà Romana in Rome, grotendeels vervaardigd door Italo Gismondi in 1937. De modellen tonen gedeeltelijk de stand van zaken van de monumenten in de jaren ’30 van de vorige eeuw en deels reconstructies van getransformeerde of verdwenen monumenten.

De tentoonstelling loopt tot 6 september maar presenteert zichzelf als een evenement met een dynamisch karakter. Op dit moment zie je eigenlijk alleen maar het eerste deel van deze tentoonstelling. Ze staat verspreid opgesteld in de grote zaal en in de galerijen van de Markten van Trajanus en bestaat uit 58 modellen en zes afgietsels van sculpturen die beroemde persoonlijkheden uit de Romeinse wereld vertegenwoordigen.

In de komende weken worden systematisch volgende delen ingehuldigd, opgesteld in het buitengedeelte van het museum en langs de Via Biberatica, die deel uitmaakt van het bezoekerstraject van het museum. De tentoonstelling zal de komende maanden ook de aanleiding vormen voor allerlei culturele en educatieve activiteiten.

Wat we nu al wel zien is uiteraard het belangrijkste aspect van de tentoonstelling, uitgebouwd in zeven specifieke thema’s: openbare ruimtes (zoals bv. tempels); de rol van water in de decoratie van de stad (fonteinen, nymphaea en thermen); vermaak en show (theaters en amfitheaters); triomf, eer en toegankelijkheid (triomf- en erebogen, stedelijke toegangspoorten); handel (markten); individuele, familiale en staatsherinnering (graven en monumenten) en infrastructuur (bruggen, aquaducten, reservoirs, waterdistributie).

Het is voor de liefhebbers zeker interessant om bijvoorbeeld het Forum van Augustus te vergelijken met het Forum van Pompeï of om te zien hoe belangrijke gebouwen doorgaans kleiner maar met respect voor de Romeinse architecturale verhoudingen elders werden nagebouwd, zoals het Theater van Sabratha in Libië, de Thermen in Trier in Duitsland of de Porta di Sant’Andrea in Autun, Frankrijk (foto hieronder).

Het geheel wordt bevattelijker gemaakt door teksten van mensen die een belangrijke rol speelden of relevant waren voor de totstandkoming van de vele bouwwerken. Hun standbeelden of portretten bevinden zich in de buurt van het gebouw in kwestie. Zo beschrijft Seneca in een brief aan een vriend op een bijzonder levendige manier hoe het er in een kuuroord aan toe gaat.

De Romeinen waren slim genoeg om de openbare gebouwen en plekken die in Rome zorgden voor een gevoel van gemeenschap en verbondenheid en die bepaalde waarden en een levensstijl tot uiting brachten, ook elders in te planten. Bij de oprichting van nieuwe steden of in een latere fase de transformatie van de oudste nederzettingen, werd altijd dezelfde orthogonale lay-out gebruikt.

De verschillende gebouwen en monumenten hadden meestal vooraf vastgestelde architecturale vormen zodat de functie meteen duidelijk was. Wie voor het eerst in een andere stad kwam, kreeg door de manier waarop de verschillende constructies in het stadsbeeld waren geïntegreerd meteen een gevoel van vertrouwdheid. Deze directheid en kracht van de architectuur was belangrijk voor de Romeinse identiteit en vormde een houvast in het alsmaar groeiende Romeinse Rijk.

Civis Civitas Civilitas
Roma antica modello di città
Mercati di Traiano Museo dei Fori Imperiali
Via IV Novembre 94, Rome
Tot 6 september 2020
www.mercatiditraiano.it

Metrostation Barberini heropent gedeeltelijk na 319 dagen

4 februari 2020

Het metrostation Barberini in Rome, dat al sinds 21 maart 2019 gesloten was nadat de roltrap het begaf, wordt vanaf vandaag weer geopend. Buurtbewoners, handelaars en actiecomités voerden al meermaals actie tegen de langdurige sluiting van het metrostation, dat omwille van de centrale ligging ook veel wordt gebruikt door toeristen.

De lang verwachte opening is echter relatief: reizigers kunnen het metrostation alleen verlaten, maar er nog steeds niet binnenkomen of vertrekken.

Het openbaar vervoer in Rome verkeert al vele maanden in crisis. Zo was ook het nabijgelegen metrostation Repubblica acht maanden dicht nadat de roltrap op 23 oktober 2018 op hol sloeg en een twintigtal reizigers gewond raakten.

Hersenen Pompeï-slachtoffer zien eruit als zwart vulkanisch glas

4 februari 2020

De extreme hitte bij de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius in het jaar 79 heeft de hersenen van een slachtoffer in zwartkleurig glanzend glas veranderd. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Napels. De verglaasde breinresten werden gevonden in de voormalige Romeinse stad Herculaneum, vlakbij Pompeï. Archeologen konden zelfs resten van menselijke eiwitten, bot en haar herkennen in het materiaal. De studie werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Médicine.

Beide steden werden door de uitbarsting van de Vesuvius bedolven onder lava en as. Alle inwoners kwamen daarbij om het leven. De eerste ruïnes werden ontdekt in de zestiende eeuw en de eerste opgravingen startten in 1748.

De overblijfselen van het lichaam van de jonge man met de verglaasde hersenen werd in de jaren ’60 van de vorige eeuw gevonden op een verkoold bed in het Collegium Augustalium, het centrum van de cultus van keizer Augustus in Herculaneum. Een team wetenschappers heeft zich de voorbije jaren toegelegd op het bestuderen van de resten van deze man die wellicht de bewaker of conciërge van het gebouw was.

In zijn schedel werden stukjes van een zwarte materie gevonden die heel erg op glas leek. Uit het onderzoek is nu gebleken dat die materie effectief glas was: het brein van de man was door de extreme hitte verglaasd. Forensisch antropoloog Pier Paolo Petrone van de Università degli Studi di Napoli Federico II noemt dat uitzonderlijk.

Het zou de eerste ontdekking in een archeologische context zijn van een menselijk brein dat verglaasd is door hitte. Archeologen stuiten zelden op menselijk hersenweefsel en wanneer het toch eens gebeurt gaat het meestal om een zachte en zeepachtige substantie.

Petrone legt zich al enige tijd toe op het onttrekken van DNA-sequenties uit beschadigd en gedegradeerd DNA. Daardoor konden al familieverbanden worden ontdekt tussen een aantal mensen van wie de resten in Herculaneum gevonden zijn. Zo bleek onder meer dat zeven vrouwen en drie mannen die met elkaar verwant waren allemaal uit het Midden-Oosten kwamen. Er wordt aangenomen dat het slaven waren.

De antropoloog hoopt dat ook de verglaasde hersenen van de conciërge nog meer informatie kunnen opleveren. De onderzoekers willen het materiaal opnieuw verhitten en vloeibaar maken zodat het DNA van de jonge man in kaart kan worden gebracht.

Herculaneum was een vakantieoord voor rijke Romeinen dat ten noordwesten van de vulkaan Vesuvius ligt, terwijl het meer bekende Pompeï zich aan de zuidoostkant bevindt. Terwijl Pompeï bedekt raakte door een dikke laag as en gesteente werd Herculaneum getroffen door een zogenaamde pyroclastische stroom, een verwoestende gloedwolk van vaste of half vloeibare lava, gas, rotsen en as die temperaturen kan bereiken boven 800 graden Celcius en snelheden van meer dan 700 km/uur. Als gevolg daarvan werd het stadje bedekt met een 20 m dikke laag lava.