Archive for the ‘Romenieuws’ Category

La Nuvola veel vlotter toegankelijk voor bezoekers

18 oktober 2021

​Heel wat clubleden en lezers zullen zich de bouwperikelen herinneren waarmee het futuristische congrescentrum La Nuvola in de EUR-wijk de voorbije jaren te maken kreeg.

Ondertussen is deze parel van moderne architectuur al een hele tijd afgewerkt en in bedrijf. Om inwoners en toeristen meer te betrekken bij het gebouw heeft EUR Culture per Roma (EUR SpA) een nieuw evenement bedacht.

Het werd begin dit jaar al aangekondigd dat na de coronacrisis in het congrescentrum meer culturele activiteiten zouden georganiseerd worden. Nu is het zover.

De eerste editie van Riemergere groepeert meer dan honderd artistieke en culturele evenementen die zich richten op zowat alle leeftijdsgroepen.

Het concrete gevolg daarvan is dat het iconische La Nuvola-gebouw van Massimiliano Fuksas gedurende bijna tien maanden regelmatig wordt getransformeerd tot een nieuw cultureel centrum dat voor iedereen toegankelijk is.

Sommige evenementen zullen om praktische redenen echter plaatsvinden in het vlakbijgelegen Palazzo dei Congressi of op een andere locatie in de EUR-wijk.

LaNuvola (1)

Het programma van Riemergere is erg gevarieerd en biedt voor iedere leeftijdsgroep wel iets interessant. Er zijn concerten, filmvertoningen, evenementen rond videokunst en fotografie, kunsttentoonstellingen, literaire en muzikale voorstellingen.

Er zal echter evenzeer plaats zijn voor ontmoetingen met vertegenwoordigers van de journalistieke en culturele wereld, hommages aan bekende schrijvers en popiconen, maar ook voor speciale evenementen en projecten voor kinderen.

In totaal worden voor deze eerste editie 600 kunstenaars en culturele figuren uitgenodigd deel te nemen.

Daaronder ook de bekende rockster Patti Smith, Bill Viola, de meest gevierde videokunstenaar ter wereld (maart/april), de Amerikaanse beeldhouwer Janet Echelman (november), de acteur Luca Zingaretti (inspecteur Montalbano!) die Andrea Camilleri voorleest (december) en nog vele anderen.

Riemergere
Tot 29 juni 2022
Congrescentrum La Nuvola
Palazzo dei Congressi en andere locaties in de EUR

De volledige catalogus met het La Nuvola-programma kan je hier downloaden.

De beknopte kalender van La Nuvola kan je hier downloaden.

Stemlokalen in Rome zijn open, Michetti en Gualtieri strijden om burgemeestersjerp

17 oktober 2021

Sinds 7 uur vanochtend zijn in Rome de kieslokalen opnieuw open. Vandaag tot 23 uur en morgen tot 15 uur wordt in Rome de definitieve strijd om het burgemeesterschap geleverd. Omstreeks 12 uur vanmiddag lag de opkomst van de kiezers enkele procenten lager dan twee weken geleden.

De stemming vindt plaats te midden van de discussie over de groene vaccinatiepas die verplicht wordt voor elke werknemer. De extreemrechtse Fratelli d’Italia, die niet in de huidige regering zit, lijkt te profiteren van het verzet tegen sommige maatregelen van de regering-Mario Draghi.

De huidige burgemeester van Rome, Virginia Raggi, rekende op een tweede ambtstermijn, maar moest al in de eerste ronde het onderspit delven. Hoewel ze naar eigen zeggen erg haar best heeft gedaan, werd Raggi afgerekend op haar falende beleid.

De beloftevolle burgemeester van de Movimento 5 Stelle (M5S) of Vijfsterrenbeweging en de eerste vrouw ooit die in Rome die functie bekleedde, heeft volgens vele Romeinen de ambities en beloftes die ze vijf jaar geleden deed niet kunnen waarmaken.

Nu moeten de Romeinen kiezen tussen twee nieuwkomers, die bij de eerste verkiezingsronde twee weken geleden het meeste stemmen haalden. Enrico Michetti, een kandidaat van rechtse signatuur, neemt het op tegen Roberto Gualtieri van de centrumlinkse Partito Democratico (PD).

michetti_gualtieri

Michetti won in de eerste ronde 30,1 procent van de stemmen, Gualtieri behaalde 27 procent. Peilingen in diverse (sociale) media die eerder deze week gebeurden, geven Michetti nog steeds een behoorlijke voorsprong, al hebben dergelijke polls in het verleden al vaak bewezen niet erg betrouwbaar te zijn. Het kan dus nog alle kanten uit.

Roberto Gualtieri (55) is docent hedendaagse geschiedenis aan de La Sapienza-universiteit en was minister van Economie in de vorige regering van Giuseppe Conte.

Van 2009 tot 2019 zetelde hij ook in het Europees Parlement. Gualtieri krijgt steun van PD-leider Enrico Letta en Nicola Zingaretti, de president van de regio Lazio.

Ook Carlo Calenda, de kandidaat-burgemeester die samen met Raggi sneuvelde in de eerste stemronde en derde werd, steunt Gualtieri. Voormalig premier Giuseppe Conte staat eveneens achter de kandidatuur van zijn vroegere minister. Virginia Raggi steunt geen enkele van de twee overblijvende kandidaten.

Burgemeesterkandidaat Enrico Michetti (55) is advocaat van opleiding en professor in de rechten aan de Universiteit van Cassino. Hij werkt ook als radiopresentator. De vrij onbekende Michetti wordt gesteund door de extreemrechtse Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni; de rechtse Lega-partij van Matteo Salvini en het centrumrechtse Forza Italia van Silvio Berlusconi.

Vorige week kwam Michetti in een mediastorm terecht toen hij ervan beschuldigd werd antisemitisch te zijn. In een artikel had hij gesuggereerd dat de Holocaust vaker wordt herdacht dan andere bloedbaden in de geschiedenis, ‘omdat de Joden banken en een lobbygroep controleren die in staat is om te beslissen over het lot van de planeet’.

Na talrijke woedende reacties uit de Joodse gemeenschap bood Michetti zijn verontschuldigingen aan, maar de zaak bleef hem de voorbije dagen achtervolgen en kan hem stemmen kosten. Gisteren werd in Rome nog een antifascistische demonstratie gehouden.

stadhuisrome

Op nationaal vlak kwam de Partito Democratico twee weken geleden als grootste partij uit de verkiezingen, op de tweede plaats gevolgd door Fratelli d’Italia. De extreemrechtse partij werd de jongste jaren populairder, dit ten koste van zowel Lega als de Vijfsterrenbeweging.

In Bologna werd PD-kandidaat Matteo Lepore al verkozen als burgemeester en ook in Milaan en Napels won een centrumlinkse coalitie. Net als in Rome is ook in Turijn een tweede ronde nodig.

Turijn had de voorbije vijf jaren met Chiara Appendino eveneens een vrouwelijke burgemeester die afkomstig is uit de Vijfsterrenbeweging. De teleurstelling is in Turijn nog groter dan in Rome, de M5S haalde er twee weken geleden minder dan 10 procent van de stemmen.

In Turijn blijft het nog afwachten, maar het vaak tegendraadse Rome zou morgen met de verkiezing van Enrico Michetti een stevige ruk naar rechts kunnen maken.

Al heeft Roberto Gualtieri ondanks zijn achterstand in de peilingen nog een goede kans omdat hij vermoedelijk kan rekenen op de meeste kiezers van de reeds uitgeschakelde kandidaten.

Drijvende tank in de EUR-wijk in Rome is Bauhaus-kunstwerk

17 oktober 2021

Tot eind dit jaar drijft in het Laghetto dell’EUR, het meer aan het Parco Centrale in de EUR-wijk in Rome, een kleurrijke tank.

Het eigentijdse kunstwerk wil mensen even doen stilstaan bij cultuur en vrede. Het gaat om een schaalmodel van de efficiënte T-34 Sovjettank, één van de beroemdste pantservoertuigen uit de Tweede Wereldoorlog.

De drijvende tijdelijke installatie die je nog tot 31 december kan bewonderen, heet Bauhaus Think-Tank en is het werk van de Romeinse kunstenaar Guido Iannuzzi.

De tank was eerder al te zien in Londen, in het MAXXI-museum in Rome in in het MART (Museo d’arte moderna e contemporanea di Trento e Rovereto) in Rovereto.

tank_bauhausFoto: Eurspa.it

Het kunstwerk, opzettelijk provocerend en ontwrichtend, brengt een eerbetoon aan de actualiteit van de inspirerende principes van het Bauhaus, een opleiding voor beeldende kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst in Weimar later in Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.

De kleurige tank herinnert aan de tragedie van oorlog en aan het menselijk genie, maar dan als een waarschuwing voor de wreedheden die werden begaan door de mens die zijn kracht en zijn verstand gebruikte tegen de menselijkheid zelf.

Het kunstwerk nodigt uit om de muren die ons verdelen af te breken ten gunste van een voor iedereen winstgevende uitwisseling van vaardigheden en capaciteiten.

Italië lanceert op 24 oktober eerste Nationale Dag van de Show

16 oktober 2021

De Italiaanse Kamer en Senaat hebben het wetsvoorstel goedgekeurd waardoor 24 oktober voortaan officieel een nationale dag van show, amusement en podiumkunsten zal worden.

De eerste Giornata Nazionale dello Spettacolo wordt dit jaar al gevierd en komt symbolisch perfect op tijd. Sinds 11 oktober mag de capaciteit in concertzalen, theaters, bioscopen en musea weer maximaal worden benut.

De komst van een nationale dag die wordt gewijd aan de amusementssector moet de waarde van het culturele leven in Italië benadrukken.

giornatta_spettacolo

Het zal nooit mogelijk zijn om al de artiesten en de medewerkers die actief zijn in de amusementssector te compenseren voor wat ze hebben verloren. Vele maanden lang was er geen mogelijkheid om in het openbaar op te treden.

De komst van dit evenement, de Giornata Nazionale dello Spettacolo, wordt dan ook volledig opgedragen aan al degenen die hebben geleden onder de viruscrisis, verklaarde minister van Cultuur Dario Franceschini.

De crisis leverde ook een nieuw sociale zekerheidstelsel op, waardoor de werknemers in de showbusiness volledig worden erkend en beter beschermd zijn.

Tentoonstelling Inferno gestart in de Scuderie del Quirinale

16 oktober 2021

We hadden het al eerder over de komst van Inferno, een nieuwe spectaculaire tentoonstelling die tot 9 januari te zien zal zijn in de Scuderie del Quirinale in Rome. Het thema is de hel van Dante’s universum. De expo komt precies zevenhonderd jaar na de dood van Dante Alighieri. Inferno is in Rome een van de toptentoonstellingen van dit najaar.

De tentoonstelling, samengesteld door kunsthistoricus Jean Clair, is het eerste grote artistieke evenement gewijd aan dit thema.

Ze vertegenwoordigt een reis naar de angstaanjagende plaatsen en schrijnende visioenen van de hel, zoals die geïnterpreteerd werden door talrijke grote kunstenaars uit alle tijdperken.

Op deze tentoonstelilng worden de kunstwerken vergezeld door het creatieve en visionaire woord van opperdichter Dante.

Inferno

Het verhaal van de tentoonstelling verkent onverwachte gebieden door de kracht van beelden en de diepte van ideeën, en toont de continuïteit van de iconografie van de wereld van de verdoemden door de eeuwen heen, van de middeleeuwen tot het heden.

Dat gaat van de schematische middeleeuwse scènes tot de sublieme renaissance en de barokke uitvindingen, van de gekwelde romantische beelden tot de meedogenloze psychoanalytische interpretaties van de twintigste eeuw.

In totaal zijn er in de Scuderie del Quirinale meer dan tweehonderd kunstwerken te zien, waaronder meesterwerken van Beato Angelico, Botticelli, Bosch, Bruegel, Goya, Manet, Delacroix, Rodin, Cezanne, von Stuck, Balla, Dix, Taslitzky, Richter, Kiefer, om er slechts enkele te vermelden.

Vele werken werden in bruikleen gegeven door meer dan tachtig grote binnen- en buitenlandse musea, openbare collecties en prestigieuze privéverzamelingen. Sommige werken waren nooit eerder publiek te zien.

Het gaat om schilderijen en artefacten uit Italië en Vaticaanstad, maar er komen ook kunstwerken uit onder meer Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Spanje, Portugal, België, Zwitserland, Luxemburg, Bulgarije, enz.

De bezoeker wandelt onder meer langs scènes van gevallen opstandige engelen, het Laatste Oordeel, Charon en de bewoners van de onderwereld, de dichter Dante en Vergilius.

Er zijn niet alleen de verleidingen tot zonde, al dan niet denkbeeldig, maar we ontdekken ook de weergave van de verschillende transposities van de ervaring van het kwaad: waanzin, vervreemding, oorlog en uitroeiing.

Die onderdelen zijn, misschien wel toepasselijk, gesitueerd in een sectie die uitsluitend gewijd is aan de hel op aarde.

De tentoonstelling eindigt echter hoopvol, met een blik naar de hemel en met de evocatie van het idee van verlossing en het laatste vers van het Hooglied van Dante: … en toen gingen we naar buiten om de sterren te zien.

Omstreeks 1490 begon Sandro Botticelli aan een boek dat vermoedelijk de eerste volledig geïllustreerde editie van De Goddelijke Komedie moest worden.

Het project raakte echter nooit voltooid. 92 perkamenten vellen met tekeningen in pen en bruine inkt voor het boek zijn bewaard gebleven, allemaal ongeveer 32 x 48 cm in omvang, met de illustraties in de breedte (landschapformaat).

Inferno2

Dankzij de medewerking van de Biblioteca Apostolica Vaticana, zal gedurende de eerste weken van de tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale het beroemdste en meest emblematische meesterwerk van deze iconografie van Sandro Botticelli uitzonderlijk worden tentoongesteld.

Op de achterzijde van elk vel staat de tekst van een canto, zodat kunsthistorici ervan overtuigd zijn dat de opzet was om een boek te maken met de rug aan de bovenzijde, als een kalender, waarop opengeklapt boven de illustratie te zien was en onder de tekst van het bijbehorende canto.

In alle eerdere geïllustreerde edities was de tekst duidelijk het belangrijkste onderdeel, met de illustraties meestal klein daartussen gezet of onderaan geplaatst. Bij Botticelli kregen de illustraties en de tekst evenveel ruimte, met de afbeeldingen boven de tekst.

Volgens kunsthistoricus Andrew Butterfield kende dit formaat in de geschiedenis van het Italiaanse boekontwerp geen voorganger. Drie van de illustraties zijn – soms gedeeltelijk – ingekleurd, waardoor kunsthistorici denken dat Botticelli van plan was alle illustraties te schilderen. Hij voltooide de tekeningen echter niet en kwam tot Canto 32 van het Paradijs.

De tentoonstelling start spectaculair met het gipsmodel op schaal 1:1 van de monumentale en beroemde La Porte de l’Enfer (De Poort van de Hel), de onvoltooide sculptuur van Auguste Rodin (1840-1917).

De beroemde Franse beeldhouwer heeft er tot aan zijn dood meer dan dertig jaar aan gewerkt. Het topstuk wordt uitzonderlijk in bruikleen gegeven door het Musée Rodin in Parijs.

In de Poort van de Hel zijn 180 figuren van verschillende afmetingen verwerkt. Sommige karakters zijn goed herkenbaar, waaronder Dante Alighieri, in het midden van het portaal afgebeeld in de gedaante van een denker.

In dit filmpje dat werd gemaakt door de Scuderie del Quirinale en het Museé Rodin zie je de spectaculaire aankomst en opbouw van het monumentale kunstwerk De Poort van de Hel van Auguste Rodin in Rome.

Inferno
Van 15 oktober 2021 tot 9 januari 2022
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16, Rome
Online tickets: https://scuderiequirinale.vivaticket.it
info@scuderiequirinale.it
groepen@vivaticket.com
www.scuderiequirinale.it

Had jij ook graag reeds de foto’s van enkele opmerkelijke kunstwerken van deze tentoonstelling gezien? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R. die dit bericht reeds eerder als exclusieve nieuwsbrief ontvingen.

Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid

inferno

Zestiende filmfestival van Rome begonnen

15 oktober 2021

Gisteravond vond de officiële opening plaats van het zestiende filmfestival van Rome. Het programma voor de komende dagen zit boordevol premières en speciale vertoningen.

Het filmfestival vindt plaats in het Parco della Musica (recent herdoopt tot Auditorium Ennio Morricone) aan de Via Pietro de Coubertin 30 en op diverse andere locaties in de stad.

In de officiêle selectie zitten 23 films en documentaires uit evenveel landen. Een hoogtepunt van het filmevenement wordt de uitreiking van Lifetime Achievement Awards aan de regisseurs Quentin Tarantino en Tim Burton. Het volledige programma kan je hier downloaden.

cinemafest

Het festival opende met The Eyes of Tammy Faye van Michael Showalter. Op het programma vinden we onder meer ook nog C’Mon C’Mon (met Joaquin Phoenix), Ghostbusters: Legacy, Cyrano, The Addams Family 2 en JFK Revisited: Through the Looking Glass (van Oliver Stone). Het festival wordt afgesloten met Eternals, de nieuwe Marvel-film met in de hoofdrol Angelina Jolie.

Tickets kunnen online worden gekocht via de website van het festival of rechtstreeks aan de kassa van het Auditorium. Om toegang tot de vertoningen te krijgen is een groene pas of internationaal vaccinatiebewijs nodig en moet een mondmasker worden gedragen.

De Romeinse heerbaan, de oudste weg door de Lage Landen – boekrecensie

15 oktober 2021

door Jef Abbeel

De Romeinen stonden bekend als veroveraars en bouwers van wegen, aquaducten, amfitheaters, circussen, thermen, etc. Het Romeinse Rijk telde 120.000 km wegen, die voor een groot deel naar Rome leidden. Alanus ab Insulis (Alain de Lille/Alanus van Rijsel) drukte het in 1175 mooi uit: “Mille viae ducunt hominem per saecula Romam”/Duizend wegen leiden de mens door de eeuwen heen naar Rome (p. 15).

Eén van die vele wegen was de grote weg door de Lage Landen: hij liep van Bonen/Boulogne-sur-Mer (ten zuiden van Calais) via Velzeke, Asse, Elewijt en Tienen naar Tongeren en naar Keulen aan de Rijn.
Vóór de komst van de Romeinen hadden de Gallische stammen (Morinen, Menapiërs, Nerviërs, …) ook al wegen. De ondertitel ‘De oudste weg’ moeten we dus nuanceren.

Maar de Romeinen bouwden die systematisch verder en steviger uit in heel hun rijk in Europa, Noord-Afrika en het Nabije Oosten. Ze waren belangrijk voor het leger, het bestuur, het ontstaan van steden, de handel en de verspreiding van cultuur en christendom. Men noemde ze ‘militaire wegen’, omdat ze vooral de macht van de Romeinen wilden verzekeren.

Dit boek gaat vooral over de heerbaan van Boulogne-sur-Mer naar Keulen, maar in de bibliografie staan ook werken over de vele andere en in de tekst wordt er soms ook naar verwezen. In noordelijk Gallië zorgden vooral keizer Augustus en zijn rechterhand Marcus Vipsanius Agrippa voor het wegennet.

Andere keizers breidden het verder uit. De aanleg in de regio Bavay-Tongeren-Trier vond plaats rond 19-17 v.C. Tijdens de regering van keizer Claudius werden die wegen flink verbeterd. Hij verhardde ook het wegdek van de straten in Tongeren.

Er waren drie categorieën van wegen: viae publicae (belangrijke staatswegen), viae vicinales (regionale) en viae privatae (van plaatselijke grootgrondbezitters). We krijgen ook interessante informatie over de manier waarop de wegen aangelegd werden, over de mijlpalen, de Tabula Peutingeriana en andere oude kaarten van Villaret, Ferraris, Van Der Rit en Vandermaelen.

Ook het intensief gebruik van de oude heerbanen tot in de 19de eeuw haalt Nouwen aan. Schrijvers uit de 1ste eeuw v.C., 1ste eeuw n.C. en uit de 18de-19de eeuw getuigden vol lof over de wegen (p. 84-93).
De Romeinse wegen bepaalden ook het landschap: de uittekening van het kadaster en de verdeling van de gronden onder de Romeinse kolonisten vertrokken vanuit de rechtlijnige wegen.

Steden, boerderijen, heiligdommen en grafmonumenten werden opgericht langs of in de buurt van de wegen. De steden, vaak met dambordplan, dienden als bestuurlijke centra en hadden pakhuizen voor de inning van belastingen in natura.

Bavay had deze functie voor de Nerviërs, Tongeren voor de Tungri, die de plaats van de Eburonen hadden ingenomen. Landbouwbedrijven moesten graan en andere voeding leveren aan de steden en aan de 22.000 tot 45.000 Romeinse militairen langs de Rijn. Voor 45.000 soldaten moest men jaarlijks 10.000 ton voedsel aanvoeren. Goede wegen waren dus noodzakelijk.

Grafmonumenten en grafvelden lagen buiten de stadskernen langs de grote uitvalswegen: de voorbijgangers konden dan de status van de dode en van zijn familie zien (p. 122-126). De grafvelden rond Tongeren zijn nu volledig bebouwd. Elders verdwenen er grafheuvels door de aanleg van wegen, spoorwegen en akkerland. Of door verwoestingen in augustus 1914 (p. 132-133).

In de eerste plaats dienden de wegen om het leger snel naar een opstandige regio te brengen. Dank zij die uitstekende wegen, kon Rome een wereldrijk beheersen met een beperkt aantal militairen. Ze dienden ook voor de post: de keizers wilden op de hoogte blijven van onlusten, rampen, etc.

Ook privépersonen verzonden hun brieven via deze koeriers, die 60 tot 100 km per dag aflegden en in nood zelfs 150 tot 250 km. De postdienst bracht ook graan, groenten en vlees uit Haspengouw naar de Rijntroepen en naar de steden en grote dorpen.

Bij de handelaars hoorden ook Nerviërs en andere Galliërs (p. 140-143). Vervoer van graan gebeurde ook per schip: dat was veel goedkoper en het ging sneller. De Menapiërs beheersten de zouthandel van de kust via Kassel-Tienen-Tongeren naar Keulen. Aardewerk en glas werden dan weer in Keulen geproduceerd en langs de Rijn en de heerbanen vervoerd tot in Engeland (p. 144-146).

De rijken gingen langs de heerbanen op reis, o.a. naar Trier, Griekenland of naar de Golf van Napels.
Ook het christendom verspreidde zich langs de Romeinse wegen. Rond 346 n.C. was Sint-Servatius de eerste bisschop van Tongeren en daarna van Maastricht (p. 152-154).

De wegen speelden ook een rol bij de ondergang van het Romeinse Rijk: Franken en Alemannen konden vanaf 275 n.C. snel oprukken bij hun gewelddadige strooptochten. Villa’s werden platgebrand, streken werden ontvolkt (p. 156-157). Germaanse nieuwkomers vestigden zich in de ontvolkte gebieden van de Treveri, Tungri, Nervii en Menapii.

In de 4de eeuw werden steden zoals Tongeren versterkt met kortere muren. Vanaf de 5de eeuw verschoof het zwaartepunt van de economie en van het verkeer naar de rivieren en van Tongeren naar Maastricht (p. 161).

Ook na de val van het Romeinse Rijk bleven de wegen belangrijk voor het verkeer en voor het ontstaan van nieuwe steden en dorpen. Tongeren verloor aan belang en rijkdom ten voordele van Maastricht, dat een belangrijk religieus en economisch centrum werd en in de 6de-7de eeuw bezoek kreeg van de Merovingische koningen en in de 9de eeuw van de opvolgers van Karel de Grote. Sint-Trudo stichtte in 740 een Benedictijner-abdij, die veel pelgrims aantrok en zorgde dat Sint-Truiden een stad werd (p. 163-167).

In 881 werden Tongeren en Maastricht geplunderd en verwoest door de Noormannen en in 1180 in de as gelegd door graaf Gerard van Loon. Na de plundering door Hendrik I van Brabant in 1213, kreeg Tongeren tussen 1241 en 1300 een nieuwe verdedigingsmuur.

De Romeinse wegen Bavay-Tongeren en Tienen-Tongeren lieten Lodewijk XIV toe om in 1677 Tongeren plat te branden en in 1693-1694 opnieuw veel schade toe te brengen. En in 1747 waren de Franse legers weer prominent aanwezig in de regio tussen Tongeren en Maastricht. Gelukkig speelden de wegen ook een positieve rol in de vele pelgrimstochten, o.a. naar Compostella (p. 170-179).

In de 19de eeuw verdwenen vele Romeinse wegen onder het asfalt. De ruilverkaveling in de jaren 1960-1970 deed nog meer geschiedenis verdwijnen. En dat proces ging verder na 1970: de Romeinse weg in Brustem werd een landingsbaan van het militair vliegveld (p. 180-183), op andere plaatsen was dat voor industrieterreinen.

De auteur pleit dan ook terecht voor meer bescherming van ons cultureel erfgoed. Als voorbeelden van bescherming toont hij de Via Appia in Italië en de Via Domitia in Zuid-Frankrijk. De oudste weg van Vlaanderen krijgt die aandacht nog lang niet.

Na dit pleidooi volgen een beknopte en een zeer uitgebreide bibliografie (p. 191-215), een overzicht van de archeologische sites in de regio Tongeren/Maastricht /Sint-Truiden/Tienen en vele noten (p. 219-235).

Beoordeling

Robert Nouwen heeft goed werk verricht door ons nog eens te tonen hoeveel Romeins cultureel erfgoed we hebben en hoe we dat moeten koesteren, voor zover het nog bestaat. Zijn boek is voorzien van heel mooie foto’s, die op zich ook al een overtuigende kracht hebben. Vooral het gedeelte tussen Tienen en Maastricht krijgt heel veel aandacht, de rest van de heerweg in Frans-Vlaanderen (Bonen-Kassel), Oost-Vlaanderen en Brabant iets minder. Daar bleef van de heerbaan ook veel minder bewaard.

De auteur veronderstelt heel wat voorkennis van de lezer: niet iedereen weet waar Vindolanda en andere plaatsen liggen. Vindolanda staat zelfs niet in mijn drie historische atlassen, wel in Wikipedia. Kennis van de dorpen, gehuchten en straten in de regio Tongeren en langs de heerbaan is een voordeel. Ik vond ze gelukkig in mijn ‘Stratenatlas van Vlaanderen’. Voor de niet-classici en de niet-archeologen had hij wel een alfabetische begrippenlijst mogen toevoegen: niet iedereen weet wat geo-portalen, hillshade sky view factor (p. 63) en een cunet (p. 95) of groma (p. 111) zijn.

Het boek is zeer interessant voor classici, archeologen, heemkundigen en al wie interesse heeft voor ons Romeinse verleden. Laten we hopen dat het boek ook gelezen zal worden door onze politici, industriëlen en vastgoedmakelaars, zodat ze de nog bestaande wegen en monumenten niet verder doen verdwijnen. Wie een overzicht wenst van alle heerbanen van heel het Romeinse Rijk, verwijzen we naar Raymond Chevallier, “Les Voies Romaines“, Uitgeverij Picard, Parijs/Brussel, 1997.

De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen.
Robert Nouwen
Uitgeverij Sterck & De Vreese, Gorredijk (NL), september 2021
238 p., foto’s, literatuur, noten, paperback, 23 x 15 cm
Prijs: 24,95 euro
ISBN 978-90-561-5744-9

De Romeinse heerbaan, de oudste weg door de Lage Landen

15 oktober 2021

De Vlaamse historicus en auteur Robert Nouwen, die al talrijke wetenschappelijke publicaties en boeken publiceerde over de Romeinen in onze gewesten, heeft alweer een nieuw boek klaar. De Romeinse heerbaan, de oudste weg door de Lage Landen biedt een schat aan informatie.

De mooiste stukken van deze oude weg liggen op Vlaams grondgebied maar zijn vandaag niet beschermd. In de context van het nieuwe boek bezorgde de auteur aan de Vlaamse regering een dossier waarin wordt opgeroepen tot bescherming van de Romeinse heerbaan.

Romeinse_heerbaan (1)
De Romeinen slaagden erin om een voor die tijd schitterend wegennet te realiseren van nagenoeg 120.000 kilometer. Hoe werden die wegen aangelegd? En hoe bouwden ze bruggen over rivieren en beken? Wie stapten of reden met hun karren over die wegen? Hoe ontstonden de steden? Hoe verliep de bevoorrading?

Van west naar oost, dwars door Vlaanderen, liep vroeger de Romeinse heerbaan van Kassel naar Tongeren. Hij verbond de kuststad Boulogne-sur-Mer met de Rijnstad Keulen en maakte deel uit van een groot en complex netwerk van (water)wegen dat Rome verbond met de verste uithoeken van het Romeinse Rijk.

Van de Romeinse weg Maastricht – Tongeren – Tienen – Kassel zijn maar weinig stukken in hun ‘oorspronkelijke’ landschappelijke toestand bewaard gebleven. De mooist bewaarde segmenten liggen tussen Tienen en Maastricht. Zij vormen samen een min om meer aaneensluitend archeologisch relict. Daarom is dit boek specifiek aan de geschiedenis van dit stuk van de heerbaan gewijd.

Romeinse_heerbaan (7)

Ik kende elke mijl van onze wegen, het schoonste geschenk misschien dat Rome de aarde gedaan heeft, aldus keizer Hadrianus in zijn door Marguerite Yourcenar geromantiseerde gedenkschriften. Daarmee onderstreept de Frans-Belgisch-Amerikaanse schrijfster de betekenis van deze erfenis van de Romeinse cultuur voor de geschiedenis van Europa.

Ook in België is het Romeinse wegennetwerk één van de belangrijkste historische en archeologische relicten die het landschap mede hebben vormgegeven. Toch waren de Romeinen niet de eersten die wegen bouwden.

Het bestaan van pre-Romeinse wegen in Italië en in de provincies die ooit deel uitmaakten van het Imperium Romanum, wordt bevestigd door zowel de klassieke teksten als archeologisch onderzoek. De Romeinen waren echter wellicht de eersten die zo stelselmatig een wegennet uitbouwden dat Rome, de hoofdstad van het rijk, met de belangrijke steden en regio’s verbond.

Romeinse_heerbaan (3)

In noordelijk Gallië dat zich in eerste instantie tussen Seine en Rijn situeerde, lag keizer Augustus aan de basis van het Romeinse wegennet. Ook keizers als Claudius, Hadrianus, Antoninus Pius, Decius en Caracalla leverden grote inspanningen om het Gallische wegennet verder uit te bouwen en waar nodig te verbeteren.

In die zin waren de wegen in Gallië een keizerlijk project. De aanleg van dat uitgestrekte wegennet was nauw verbonden met de militaire en bestuurlijke politiek van de overheid en diende het keizerlijk bestuur via de keizerlijke postdienst en de uitbouw van militaire baanposten. Wegen waren voor de Romeinen een middel om de macht over een regio te verzekeren.

Men spreekt in dat verband trouwens terecht van ‘militaire wegen’. Deze wegen waren echter niet alleen voor het leger bestemd. Zij droegen evenzeer bij tot de stichting en de groei van steden, het civiele verkeer, de economische verbinding tussen de verschillende regio’s, de verspreiding van ideeën, de eenheid van het Imperium Romanum. Ze dienden de hele bevolking.

De documentatie waarover wij beschikken om dat wegennet te bestuderen, is doorgaans uiteenlopend en ongelijk, zowel in kwantiteit als in kwaliteit. Het gevolg is dat de onderzoeker zich met nogal wat methodologische problemen geconfronteerd ziet. Vóór 1880 werd er in Tongeren en omstreken zelfs geen methodisch onderzoek naar het Romeinse wegennet gedaan, schrijft Robert Nouwen.

Romeinse_heerbaan (6)

Om de glorie van Rome te memoreren nodigde het Italië van Mussolini in 1938 Europese geleerden uit een studie te wijden aan de Romeinse wegen in hun land.

In België was dat J. Breuer, in Nederland A.W. Byvanck. Zij werden gepubliceerd in de reeks Le grandi strade del mondo romano. In zijn overzicht van 1944 bracht H. Van de Weerd een aantal correcties aan.

Eén van de belangrijke pioniers uit de jaren zestig in België was professor Jozef Mertens. Via luchtfotografie en onderzoek van topografische kaarten, gekoppeld aan archeologisch onderzoek, actualiseerde hij de kennis van het Romeinse wegennet ingrijpend.

In Wallonië verrichtte M.-H. Corbiau ondertussen fundamenteel onderzoek naar het Romeinse wegennet en in het bijzonder de wegen van Tongeren naar Bavay en van Tongeren naar Metz.

In Vlaanderen kan vooral het onderzoeksproject van de Universiteit Gent naar het landgebruik in de civitas Menapiorum worden vermeld. Hierin nam het wegennet een centrale plaats in.

Romeinse_heerbaan (4)

Het project beperkte zich voor het eerst niet tot de hoofdwegen, maar schonk ook aandacht aan het netwerk van secundaire verbindingen en zijn relatie met de landindeling en het nederzettingspatroon. Ook de archeologische campagnes in Oudenburg zorgden voor enkele nieuwe inzichten.

Al dat onderzoek leidde verder tot een reeks samenvattingen die het Romeinse wegennet in Vlaanderen en Wallonië behandelen en die tegelijk nodig zijn om een beter inzicht te krijgen in het verloop van de weg van Tongeren via Kassel naar Boulogne-sur-Mer.

Romeinse_heerbaan (12)

Dat alles neemt niet weg dat er zowel in Vlaanderen als Wallonië nog heel wat lacunes overblijven. In tegenstelling tot het natuurlandschap is de continuïteit van een weg als deel van een cultuurlandschap onderhevig aan talrijke factoren die met nagenoeg exclusief menselijke bedrijvigheid te maken hebben.

We denken dan aan bestuurlijke organisatie, militaire overwegingen, economische conjunctuur, handel in landbouwopbrengsten en ambachtelijke producten, religie en pelgrimage, enzovoort. Onder meer in de pelgrimswegen naar Sint-Jacob van Compostella leven de Romeinse wegen tot vandaag door.

Romeinse_heerbaan (9)

Wegen zorgen mede voor een bepaalde dynamiek. Zo lang die dynamiek in lijn is met de menselijke behoeften, zullen zij in gebruik blijven. De uitdrukking ‘Alle wegen leiden naar Rome’ toont bovendien aan dat de steden die langs de wegen lagen of hun eindbestemming waren, een cruciale rol in hun continuïteit speelden.

Die continuïteit is echter niet gegarandeerd. Vele Romeinse wegen werden in de loop der eeuwen reeds uitgewist. Tot in de achttiende eeuw bleven zelfs grote wegen vaak onverhard.

Ook al bleef men tijdens de Middeleeuwen verder gebruikmaken van de Romeinse wegen voor handel, transport en verkeer, dan nog gebeurde het dat ze in onbruik raakten, waardoor op het einde hooguit nog wat onverharde wandelpaden of karrensporen restten.

De Marteman en de Heesterveldweg ten oosten van het huidige Tongeren zijn daar een zichtbaar voorbeeld van. Eeuwen geschiedenis hebben hun aftekening in het landschap beïnvloed.

Indien zij het geluk hadden als verkeerstraject te overleven, dan werden zij doorgaans bedolven onder asfalt of beton, onderbroken door kruispunten en rotondes.

Romeinse_heerbaan (2)

Het is daarbij bijzonder jammer dat naar aanleiding van grote infrastructurele werken in de loop van de twintigste eeuw weinig of geen aandacht werd besteed aan onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Romeinse wegen.

De Romeinse weg tussen Tongeren en Kassel is daarvan de beste illustratie. De veronderstelde verbinding tussen beide civitas-hoofdplaatsen had bevestigd kunnen worden indien naar aanleiding van de aanleg van de noord-zuidautowegen voldoende ruimte voor onderzoek was gecreëerd.

Ondertussen is de steeds toenemende druk op de open ruimte de belangrijkste bedreiging geworden voor het weinige dat rest van dat kwetsbare erfgoed, aldus Robert Nouwen.

In 1964 publiceerde J. Mertens twee luchtfoto’s, één ter hoogte van Brustem en één ter hoogte van Tongeren (Piringen). Wanneer je deze foto’s vergelijkt met hedendaagse opnames, dan kan je perfect zien hoe vernietigend onder meer de ruilverkavelingen en de bouwverkavelingen de laatste vijftig jaar zijn geweest.

Vandaag zetten bouwpromotoren erfgoed onder druk. Naar aanleiding van de projectontwikkeling. Op de Heufkens in Koninksem (Tongeren) werd in 2017 nog een groot stuk van de Romeinse weg van Tongeren naar Bavay, die daar van een talud in een holle weg overging en even verder tussen de twee tumuli van Koninksem verder liep, opgegeven voor een woonverkaveling. Op de oude kaart van Vandermaelen (1846-1854), net als op luchtfoto’s van 1971, is hij nog duidelijk zichtbaar.

Romeinse_heerbaan (5)

Ondertussen wordt de landschappelijke en historische context van de Kleyne Tombe en de Hooge Tombe in de oudste stad van België verder aangetast. Van de Romeinse weg van Maastricht via Tongeren en Tienen naar Kassel zijn op dit ogenblik nog slechts enkele stukken in hun ‘oorspronkelijke’ landschappelijke toestand bewaard.

De mooist bewaarde delen liggen tussen Tienen en Maastricht. Zij vormen samen nog een min of meer aansluitend archeologisch relict. Daarom is dit boek specifiek aan de geschiedenis van dit stuk van de heerbaan gewijd, aldus de auteur.

Wallonië heeft de Romeinse weg Bavay-Tongeren die voor een groot deel over haar grondgebied loopt, beschermd als monument. Tevens heeft zij een dossier ingediend bij de Unesco om deze weg op de lijst van het werelderfgoed te zetten.

Onder de titel Le tronçon Bavay-Tongres de la chaussée romaine Boulogne-Cologne situe sur le territoire de la Région wallonne is hij ondertussen opgenomen op de voorlopige lijst. Maar de mooiste stukken van deze Romeinse route liggen in Vlaanderen, tot vandaag nog steeds onbeschermd.

Romeinse_heerbaan (11)

In 2009 werd een groot stuk van de Romeinse heerbaan tussen Voort en Bommershoven verhard voor landbouwgebruik. In het Vlaamse Parlement werden daar terecht belangrijke kanttekeningen bij geplaatst. Maar meer gebeurde er niet.

Auteur Robert Nouwen heeft naar aanleiding van zijn nieuwe boek een dossier ter bescherming van deze Romeinse weg overgemaakt. Het dossier kan je hier downloaden.

In een eerste reactie laat de minister weten dat een opname in de wetenschappelijke inventaris onroerend erfgoed zeker is aangewezen, maar dat verder onderzoek met het oog op een archeologische bescherming noodzakelijk is.

Samen met al wie oprecht met de Romeinse geschiedenis en ons erfgoed begaan is, hoopt Robert Nouwen dat zijn boek De Romeinse heerbaan de Vlaamse regering de nodige argumenten aanreikt om dit belangrijke historische monument definitief veilig te stellen. Zo moeilijk kan dat niet zijn.

Foto’s: Robert Nouwen

De Romeinse heerbaan
De oudste weg door de Lage Landen
Auteur: Robert Nouwen
Taal: Nederlands
240 pagina’s, met illustraties
Afmetingen: 23,1 x 15,1 x 1,8 cm
Gewicht: 565 g
Uitgever: Sterck & De Vreese
Eerste druk: augustus 2021
EAN 9789056157449
Prijs: 24,95 euro
Verkrijgbaar in de boekhandel

Download beschermingsdossier
Website auteur: www.robertnouwen.be

Een boekrecensie door clublid JEF ABBEEL lees je hier.

Romeinse_heerbaan (8)

Vandaag afscheid van Alitalia, nieuwe luchtvaartmaatschappij ITA Airways start morgen

14 oktober 2021

Italia Trasporto Aereo (ITA), de opvolger van de ter ziele gegane luchtvaartmaatschappij Alitalia, kiest morgenochtend voor de eerste keer officieel het luchtruim. ITA Airways vervangt Alitalia als de nieuwe nationale luchtvaartmaatschappij van Italië.

Alitalia stopt vandaag officieel alle activiteiten. De laatste vlucht die de maatschappij vanavond is kort: van Rome naar Cagliari op het eiland Sardinië. Daarmee komt een einde aan een kleurrijke en vaak woelige geschiedenis die een periode van 74 jaar omvat.

Het verhaal van Alitalia begon op 16 september 1946, een jaar na de Tweede Wereldoorlog, toen de maatschappij werd opgericht als Aerolinee Italiane Internazionali. Het nieuwe bedrijf werd gefinancierd door de Italiaanse regering en British European Airways (BEA) in een 60/40 aandelenovereenkomst.

De luchtvaartmaatschappij lanceerde haar activiteiten op 5 mei 1947 met een inaugurele vlucht van Turijn naar Catania en Rome. Op 31 oktober 1957 fuseerde Alitalia met Linee Aeree Italiane en kreeg de naam Alitalia – Linee Aeree Italiane.

alitalia1

De luchtvaartmaatschappij zou echter snel bekend worden onder zijn populaire roepnaam Alitalia, een combinatie van de Italiaanse woorden ali (vleugels) en Italia.

ITA, dat via het Ministerie van Economie en Financiën volledig eigendom is van de Italiaanse regering, start met een vloot van 52 vliegtuigen. Het aantal toestellen zal tegen het einde van 2025 stijgen tot 105.

ITA Airways zal in eerste instantie 44 bestemmingen bedienen. Dat aantal moet tegen 2025 groeien tot 74 bestemmingen. Behalve naar de belangrijkste Europese luchthavens, zal ITA ook vluchten tussen een aantal Italiaanse steden verzorgen.

ita3

De ticketverkoop is al een tijdje aan de gang. Ook de verkoop voor trans-Atlantische bestemmingen in de Verenigde Staten (waaronder New York JFK, Miami, Boston en Los Angeles) is inmiddels gestart.

In het voorjaar van 2022 worden meer langeafstandsvluchten verwacht, onder meer naar Zuid-Amerika, met bestemmingen zoals Buenos Aires en São Paulo.

Zowel de regering als de Europese Commissie willen de activiteiten van ITA strikt gescheiden houden van het Alitalia-verleden.

Dat gebeurt vooral om te vermijden dat in de toekomst situaties opduiken waarbij Alitalia door schuldeisers om terugbetalingen of schadevergoedingen zou worden gevraagd of gedagvaard. Of erger nog, dat ITA de miljarden euro’s die Alitalia als staatssteun kreeg, zou moeten terugbetalen.

Op de valreep kocht ITA echter het merk Alitalia en de naamgevingsrechten voor 90 miljoen euro. Oorspronkelijk was de vraagprijs voor de merknaam 290 miljoen euro.

Bij de deal horen ook het websitedomein, de typische Alitalia-kleuren en uniformen en het permanente recht om (desgewenst) de naam Alitalia te gebruiken. Met de aankoop verhindert ITA tegelijk ook dat iemand anders met de merknaam aan de haal gaat.

ita2

De nieuwe luchtvaartmaatschappij begint haar activiteiten met een startkapitaal van 700 miljoen euro. Daarmee wordt een deel van de activa van Alitalia gekocht. Het is de bedoeling van ITA om tegen het derde kwartaal van 2023 break-even te draaien.

De nieuwe nationale luchtvaartmaatschappij zal slechts een deel van Alitalia’s vluchtslots kunnen overnemen: op de luchthaven Linate in Milaan krijgt ITA 85 procent van de Alitalia-slots in handen, in Rome Fiumicino slechts 43 procent.

Tegen het einde van dit jaar zullen er ongeveer 2.800 mensen in dienst zijn van ITA. Dat kan tegen 2025 oplopen tot 5.750 indien de groeiverwachtingen worden waargemaakt en als het nieuwe bedrijf de aanbesteding voor de grondafhandelings- en onderhoudsdivisies van Alitalia wint.

ITA krijgt hoe dan ook geen gemakkelijke start. Door de Covid-19-pandemie heeft de luchtvaartsector wereldwijd zware klappen gekregen. De toestand herstelt zich langzaam, maar de luchtvaartmaatschappijen draaien nog lang niet op volle sterkte. In die omstandigheden starten met een nieuwe luchtvaartmaatschappij is allesbehalve een ideale situatie.

https://www.itaspa.com

ita1

Brandende bus die in ATAC-depot 26 andere bussen verwoestte, werd al 105 keer hersteld

13 oktober 2021

De zware brand in een busstelplaats van de stedelijke vervoersmaatschappij ATAC aan de Via Prenestina waarbij op 5 oktober in totaal 26 bussen werden verwoest is ontstaan door een kortsluiting in een defecte bus.

Dat hoeft niet te verbazen : in Rome vliegen zelfs tijdens de ritten regelmatig bussen in brand, een fenomeen dat bekend staat als flambus. De oorzaken zijn altijd te wijten aan technische problemen, meestal veroorzaakt door slecht onderhoud van de vaak verouderde voertuigen.

e bus die nu wordt aangewezen als oorzaak van de brand werd in haar bestaan al meer dan honderd keer gerepareerd. Technici hebben de voorbije jaren talloze uren besteed aan de herstelling van allerlei mankementen aan het voertuig.

atac

De bus was nochtans nog maar sinds 2005 in bedrijf. Een bus van zestien jaar is, althans volgens de normen van ATAC, nog jong. In de vloot bevinden zich voertuigen die bijna dubbel zo oud zijn.

De laatste keer dat technici de bewuste bus onder handen namen was op 1 oktober. Een waarschuwingslampje gaf toen een lage motoroliedruk aan. Dat probleempje werd toen verholpen. Vier dagen later schoot de bus in brand met als gevolg dat nog 26 andere Brussel werden vernield.

Eerder, tussen december 2020 en februari 2021 was de probleembus echter in revisie omdat er gevaarlijke gaslekken waren ontstaan. In het verleden moest de bus ook al drie keer naar de herstelwerkplaats omdat zich zwarte rook ontwikkelde rond het remsysteem. In totaal moest de bus sinds de aankoop 105 keer worden hersteld.

Het is niet de eerste keer dat een stelplaats in Rome af te rekenen krijgt met een brand. Vorige maand werden drie bussen vernield bij Grottarossa. In juni vorig jaar werden zeven bussen verwoest bij een brand in de stelplaats Magliana.