Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Forza Italia en Lega overwegen fusie

6 juni 2021

Twee politieke partijen, Forza Italia van Silvio Berlusconi en Lega van Matteo Salvini, zouden een fusie overwegen. Beide partijen maken deel uit van de huidige regering van premier Mario Draghi.

Vorige week vormden Forza Italia en Lega samen ook al een nieuwe fractie in het parlement. Die kreeg de naam Coraggio Italia.

Zowel Berlusconi als Salvini hebben hun eigen ambities. Berlusconi zou graag worden aangesteld als president van Italië, Salvini hoopt bij de volgende verkiezingen premier te worden.

forzaitalia

De geruchten over een samenwerking – die er snel zou kunnen komen – werden gisteren de wereld ingestuurd door Berlusconi die enigszins cryptisch meldde dat ‘in een constructieve sfeer een mogelijke federatie van centrumrechtse krachten was besproken’.

Volgens verschillende Italiaanse media zouden midden volgende week concrete gesprekken tussen beide partijen plaatsvinden.

Bronnen binnen Lega benadrukken dat een mogelijke fusie niet betekent dat hun partij zou worden opgeslorpt door het grotere Forza Italia, maar louter een krachtenbundeling is.

lega

De oppositiepartij Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni zou volgens verschillende media niet betrokken zijn bij de mogelijke fusie. Volgens Forza Italia zou een deelname van de uiterst rechtse partij de samenwerking zelfs kunnen beschadigen.

De oorsprong van een natie

6 juni 2021

We hadden het een paar weken geleden al over enkele nieuwe tentoonstellingen in Rome die vooral focussen op de recente of oudere geschiedenis en het ontstaan van Rome of Italië in het algemeen. Het zijn boeiende en leerrijke expo’s die bovendien nooit of zelden geziene artefacten en memorabilia presenteren.

Na de tentoonstellingen waarover we het al eerder hadden (Roma. Nascita di una capitale 1870-1915 – te bezoeken tot 26 september) en Colori dei Romani. I mosaici dalle Collezioni Capitolinetot 15 september) is recent in de Scuderie del Quirinale de erg boeiende expo Tota Italia. Alle origini di una nazione gestart. Te bezoeken tot 25 juli.

tota(1)

Tota Italia vertelt het complexe proces van het ontstaan van het latere Italië, te beginnen met de buitengewone rijkdom uit de pre-Romeinse tijd en de Romeinse periode.

Het lijkt bijna onmogelijk om dat thema in een tentoonstelling te vatten, maar de curatoren Massimo Osanna en Stéphane Verger kregen de medewerking van zowat alle nationale musea in Italië.

Velen leenden hun absolute topstukken uit, werken die het publiek doorgaans niet kent omdat weinig mensen de musea in de kleinere en minder bekende Italiaanse steden bezoeken.

Men kent ze niet of men verwacht er dezelfde dingen aan te treffen dan in de grotere bekende musea in de kunststeden.

Niet zelden zijn kleine musea in weinig toeristische gebieden ook gewoon gesloten door een gebrek aan personeel, al is er doorgaans altijd wel iemand in de buurt die met plezier een sleutel gaat zoeken om je alsnog binnen te laten nadat ze je aan de deur zagen morrelen.

Vele lokale museumverantwoordelijk zijn dolblij met bezoek, zeker als het buitenlanders zijn, en sommigen zullen je zelfs een persoonlijke rondleiding geven.

Zo maakten we ooit kennis met een fantastische collectie vrijwel ongeschonden artefacten in het Museo Archeologico Nazionale di Metaponto (regio Basilicata).

Sommigen waren van een niveau dat je zelfs in de Capitolijnse Musea in Rome zelden aantreft.

We waren echter gans alleen in het museum omdat slechts weinig mensen de moeite doen om op deze afgelegen plek aan de kust een museum te bezoeken.

Daarom alleen al is een bezoek aan Tota Italia de verplaatsing naar de Scuderie del Quirinale meer dan waard. De titel van de tentoonstelling verwijst ook naar keizer Augustus, de man die voor het eerst Italië verenigde in een homogeen gebied.

tota(4)

Het was een eenwording onder het beheer van Rome, maar die tegelijkertijd een verdeling in regio’s handhaafde die vandaag nog steeds getuigt van de rijkdom en verscheidenheid van de Italiaanse tradities. Het maakt dat deze tentoonstelling zowel cultureel als symbolisch erg belangrijk is.

De tentoonstelling brengt het verhaal van het ontstaan van Italië, dat aanvankelijk vooral een botsing, ontmoeting en kruising tussen culturen was. Een heleboel belangrijke vondsten en objecten tonen gaandeweg de geschiedenis van de natie in wording.

Leven onder de vlag van Rome was uniek. De Romeinen creëerden een verhaal van samenhang en vereniging. De tentoonstelling toont een aantal unieke topstukken die hebben bijgedragen tot de vorming van Rome, het rijk van Augustus en het latere Italië.

Bezoekers krijgen buitengewone en zeldzame artefacten uit het pre-Romeinse tijdperk te zien, maar dus ook objecten uit latere periodes.

tota(2)

Het is zonder meer uniek te noemen dat het mooiste erfgoed uit de beginjaren van de Italiaanse geschiedenis hier bij elkaar werd gebracht.

Allemaal tonen ze de enorme en expressieve verscheidenheid die heeft bijgedragen tot de vorming van het land dat we vandaag kennen als Italië.

De artefacten vertellen niet alleen de geschiedenis van de Italiaanse culturele identiteit en de oorsprong van het land, maar herinneren ook aan de rijke sociale, etnische en culturele rijkdom die Italië tot vandaag uitstraalt.

Belangrijk om weten: bij het boeken van de tickets kan je gebruik maken van de vouchers die door de Scuderie del Quirinale werden uitgegeven als terugbetaling of compensatie voor de vorige toptentoonstelling Raffaello die door de komst van het Covid-19-virus helaas grotendeels aan het publiek is voorbij gegaan.

Tota Italia. Alle origini di una nazione
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16, Rome

Tel. +39 02 9289 7722
info@scuderiequirinale.it
www.scuderiequirinale.it

Klik hier voor online tickets

Had je graag ook een aantal foto’s van de unieke kunstwerken gezien die bij dit bericht horen? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R.

Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid

tota(3)

Manuscript Mysteries VIII – Metamorfose

5 juni 2021

Zonder de middeleeuwse handschriften zouden we maar bitter weinig van de klassieke Romeinse schrijvers weten. In de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) wordt een schat aan minder bekende handschriften bewaard. En ieder handschrift vertelt een eigen verhaal, een verhaal dat soms tot Rome of Italië reikt.

Vandaag aflevering 8 van Manuscript Mysteries: Metamorfose.

Deze reeks, waarvan je nu en dan een aflevering te lezen krijgt, wordt verzorgd door dr. Michiel Verweij (afdeling Oude en kostbare drukken) van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Dit is de achtste bijdrage in de Manuscript Mysteries, waarin Rome nooit ver weg is. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

* * * * *

Dit artikel is opgedragen aan Katharina Smeyers en Nathalie Roland, in herinnering aan en dank voor alle hulp bij de tentoonstelling Ovidius in metamorfose (Leuven, 21 november 2019 – 16 februari 2020) .

* * * * *

‘Dit klopt nu eens helemaal,’ zei de Grote Speurder, ‘en dat komt maar zelden voor.’

De geduldige lezers van deze bijdragen hebben inmiddels allang door dat onder deze woorden een diepzinnige waarheid schuilgaat, maar dat het ons nu eenmaal niet gegeven is – eenvoudige stervelingen als we zijn – om ook maar bij benadering te kunnen gissen waar het eigenlijk over gaat.

‘Ovidius, natuurlijk,’ zei de Grote Speurder, ‘Dat is toch vanzelfsprekend!’

Ik laat het maar rusten. Eigenlijk had ik deze bijdrage helemaal niet hoeven te schrijven, want u hebt allemaal de prachtige tentoonstelling Ovidius in metamorfose in de Leuvense Universiteitsbibliotheek bezocht en u hebt ook allemaal het boek Ovidius. Het verhaal van een dichter (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2018) gelezen. U zou dus eigenlijk in staat moeten zijn om de gedachtesalto’s van de Grote Speurder te volgen.

meta1

Maar voor die enkeling die er niet toe gekomen is deze tentoonstelling te gaan zien en voor al wie dit al wat verder is weggezakt nu het nieuws sinds het einde van de tentoonstelling alleen maar gedomineerd lijkt te worden door het coronavirus, loont het misschien toch de moeite dit verhaal te vertellen. Vooral omdat – bij uitzondering – dit betoog niet over een handschrift gaat, maar over een oude druk, een incunabel uit 1484.

Publius Ovidius Naso werd geboren op 20 maart 43 v.Chr., één jaar en vijf dagen na de moord op Julius Caesar, in Sulmo in de Apennijnen. Hij studeerde in Rome, maar had meer belangstelling voor de literaire kringen daar dan voor de ambtelijke loopbaan die hem anders had toebehoord.

Ovidius was boven alles een dichter van elegieën, meer bepaald van het type van de subjectieve erotische elegie die zich net in zijn jeugd in Rome ontwikkeld had en waarvan hij de laatste vertegenwoordiger zou zijn.

Een eerste deel van zijn oeuvre hoort helemaal in dit genre thuis, waarbij hij na zijn eerste bundels ‘echte’ elegieën in de Amores op het genre ging variëren met zijn Heroides, Ars amatoria (niet zoals men meestal zegt een leerdicht of een parodie daarop, maar een echt elegisch werk) en de Remedia amoris.

meta(2)

Daarna schakelde hij over op de mythologie in zijn meeslepende Metamorphoses en de wat minder bekende Fasti die de Romeinse kalender behandelen. In 8 n.Chr. werd hij om ons nog altijd duistere redenen naar Tomi aan de Zwarte Zee verbannen.

meta(4)

Daar stierf hij in 17 of 18, nadat hij vanuit zijn ballingsoord nog een aantal gedichten had gestuurd waarin hij zijn lot als balling beklaagde en probeerde naar Rome terug te mogen keren. Het heeft niet zo mogen zijn.

Ovidius’ werk zou in de middeleeuwen heel populair zijn. Ruim 100 handschriften van de Heroides en 300 van de Metamorphoses geven dat al aan. Vooral in de 12de eeuw had hij een groot aandeel in het ontstaan van de minnelyriek van de troubadours, trouvères en Minnesänger.

meta(8)

Van zijn Metamorphoses werd in Frankrijk in de 14de eeuw een allegoriserende bewerking gemaakt, de Ovide moralisé. Vanaf de renaissance zou dit werk het standaardwerk bij uitstek worden voor de klassieke mythologie, zodanig zelfs dat de Metamorphoses tot de vijf meest invloedrijke literaire werken uit de klassieke oudheid horen.

Ovidius werd ook al snel gedrukt, want de Italiaanse humanisten zaten te vlassen op zijn werken. De eerste editie van zijn volledige werken dateert van 1471. Eigenlijk zijn het twee edities, een uit Bologna en een uit Rome, amper vier jaar nadat het eerste boek in Italië gedrukt werd, en twee jaar voordat Dirk Martens dat in Aalst het eerste boek in de (Zuidelijke) Nederlanden zou drukken. Tot zover niets bijzonders, niets ook wat enig ingrijpen van de Grote Speurder nodig zou maken.

meta(5)

Rome mag dan de primeur hebben van de eerste gedrukte editie van Ovidius, de Lage Landen bij de Zee hebben een andere. Het gaat hier overigens om de wel zeer Lage Landen, want we moeten ons vanuit het erudiete Leuven verplaatsen naar het westen, meer bepaald naar Brugge. U had het nooit verwacht, maar de allereerste geïllustreerde editie van Ovidius’ Metamorphoses rolde juist in Brugge van de pers…

Bruggelingen zijn – dat weet u – absoluut niet chauvinistisch. Evenmin als Antwerpenaars dat zijn. Dat is enkel het idee van naijverige buren die niet in de schaduw van Belfort of Onze-Lieve-Vrouwentoren kunnen staan. De laatste is een hendiadys en is toepasselijk op beide steden. Althans dat is de visie van de inwoners van deze twee steden. De rest van de wereld blijkt daar minder van overtuigd.

Maar voor de Bruggelingen onder het lezerspubliek van deze nieuwsbrieven nu zwellend van trots langs de reien gaan, moet deze stelling wel genuanceerd worden. Uit vrees om etnische minderheden (zoals die van de Reiestad) te kwetsen en uit schroom politiek niet voldoende correct over te komen, verschuil ik me liever achter de autoriteit van de Grote Speurder die als een Roma locuta, causa finita het verdict velt: ‘Brugge mag wel de eer hebben de eerste geïllustreerde druk van Ovidius’ Metamorphoses te hebben zien verschijnen, maar eigenlijk waren het niet Ovidius’ Metamorphoses.’

Kijk, dat kan tellen. Zijn ze in het westen dan blij gemaakt met een dode mus (of – misschien beter, in Brugse context – met een dode zwaan)? Of is dit weer zo’n paradox of oxymoron waarin iemand als de Grote Speurder een speciaal behagen vindt?

De Grote Speurder daalde af naar de krochten van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, naar de -4, het eerste magazijn van de Oude en kostbare drukken. Behoedzaam om zich heen kijkend of er geen verdachte sujetten stonden die deze schatkamer op illegale wijze wilden binnendringen, opende hij de deur. Volstrekte duisternis strekte zich voor ons uit, doch met welgerichte vingerdruk op het knopje floepte het licht aan.

De geur van papier kwam ons tegemoet. Duizenden boeken van voor 1830 in één ruimte bijeengebracht. ‘En dan klagen ze nog dat ík veel boeken heb’, mopperde de Grote Speurder. ‘Vergeleken met wat hier staat, heb ik gewoon helemaal niets!’

We liepen langs een lang boekenrek. ‘LP, riep hij uit, ‘Eigenaanwinsten, sinds 1958!’ Toen kwamen we in een bredere gang tussen de rekken. Met een brede zwaai van zijn arm wees de Grote Speurder: ‘LP, FS, E-formaten van II en III, VB, VH en INC. Een kind kan de was doen!’ Ik ben niet helemaal zeker of u dit alles kunt begrijpen, maar aangezien het hier om staatsgeheimen gaat, is het beter niet aan te dringen. ‘Enfin, hier links, bij de INC-tjes! Naar de C-formaten!’

Boeken staan namelijk in een bibliotheekmagazijn niet zomaar op nummer, van 1 tot ik weet niet hoeveel, nee, ze staan op formaat en binnen zo’n formaat op nummer. Bij de gedrukte boeken zijn de A’s de kleine formaten (10-15 cm) en dan steeds groter: tot de E’s die 50 cm hoog zijn en daarom plat in het rek liggen. Bij de handschriften is het net andersom: daar zijn de A’s ca. 50 cm, de B’s ca. 40 cm, de C’s 30, de D’s 25 en kleiner en de kleinste geen E’s, maar Dx’jes. Maar bij de Handschriften doen ze altijd anders.

meta(6)

De Grote Speurder is al enkele passen vooruit. Ineens dook hij een gang in en keerde na even triomfantelijk terug met een zwaar volume in zijn hand. ‘Dit is de INC C 367, het Brusselse exemplaar van die Brugse druk, een van de ruim 20 die er wereldwijd nog zijn. In de Stadsbibliotheek in Brugge hebben ze er ook een.’

De Grote Speurder legde het volume op tafel. ‘Ingebonden door Josse Schavye, de man die ook verantwoordelijk was voor het boekje dat in mensenhuid is ingebonden.’ De Grote Speurder verwees naar zijn televisieoptreden voor Canvas-Curiosa. Nog nooit had hij zoveel belangstelling van de pers gehad als toen…

‘Wel, wat valt het eerst op?’ Op zo’n vraag is natuurlijk elk antwoord fout, zeker als de Grote Speurder ze stelt. ‘Het ding is groot en dik en zwaar. Pak dan maar eens een Italiaanse editie uit die tijd vast: die zijn handzaam. Maar met dit exemplaar ga je echt niet op wandel in de natuur om langs beemd of beek eens even wat te gaan lezen. En dat is een deel van wat er aan de hand is.

‘Kijk,’ en hij vloog een ander rek in om met een kleiner boek terug te komen. ‘Dit is een typische Italiaanse incunabel: ligt goed in de hand, niet al te zwaar, Latijnse tekst die soms verstopt zit tussen het overvloedige commentaar. Kortom, wat heb je nog meer nodig als geleerde Latijnlezer?’

Niets natuurlijk, behalve dat er nu niet meer zo heel veel geleerde Latijnlezers zijn. Ja, toegegeven, de Grote Speurder wil nog wel eens met een Latijnse editie van Ovidius of Tibullus of een van hun kornuiten langs de Via Appia gaan zitten lezen, maar dat is toch eerder een uitzondering.

‘Verder zijn die Italiaanse edities in romein gedrukt, een mooi, elegant, gemakkelijk leesbaar lettertype. Een waar genot om te lezen!’ Je zag hem aan dat de Grote Speurder even overwoog, in een moment van zwakte, om die incunabel mee te nemen op zijn volgende wandeling, maar hij herpakte zich snel, zij het met een diepe zucht. ‘En met één kolom! Let daar op!’

meta(7)

Toen sloeg hij voorzichtig het Brugse volume open. ‘Wel, wat is het verschil?’ Dat was eigenlijk de vraag niet: een betere vraag zou zijn wat de overeenkomsten waren, want die waren heel wat minder talrijk.

‘Dit Brugse volume dat Colard Mansion in 1484 bij de Sint-Donaas op de Burg uitbracht, heeft de tekst op twee kolommen, in een gotische letter, zonder commentaar en met houtsneden aan het begin van elk boek. En het is in het Frans.’

Ik boog me voorover. Inderdaad. Niet dat ik een moment zou twijfelen aan de waarheid van wat de Grote Speurder vertelde, maar zien is weten, uiteindelijk. ‘Dat is geen toeval uiteraard!’, hernam de Grote Speurder.

Hij keek me een ogenblik aan. Doet deze Brugse druk je niet aan iets denken?’ Ik staarde een ogenblik voor me uit, tot vaag, uit de verte, een vermoeden van een antwoord kwam, uit de herinnering aan tentoonstellingen en het nieuwe museum van de Bibliotheek, en ik probeerde: ‘Bourgondische handschriften?’ (Dit is geheimtaal voor: handschriften van de hertogen van Bourgondië en hun omgeving.)

‘Inderdaad’ riep de Grote Speurder uit. Deze editie lijkt op die onhandelbare dingen. Die zijn ook groot, dik, zwaar, in het Frans, versierd, op twee kolommen en in dezelfde gotische letter als deze.’ Kortom, dit is een druk die een Bourgondisch handschrift nabootst. Net zoals de Italiaanse edities Italiaanse humanistische handschriften nabootsen.

Men zegt vaak dat de boekdrukkunst in het begin het handschrift imiteert en dat is juist. Maar het is eigenlijk juister dan men zou denken, want de druk volgt bepaalde typen handschrift na, zoals die zich in de 15de eeuw hadden ontwikkeld. En die typen hangen af van taal en publiek.

‘Colard Mansion had zich gevestigd in de boekenstad bij uitstek in de 15de eeuw, Brugge. Antwerpen zou pas in de 16de eeuw opkomen en Leuven, ach Leuven, dat zijn van die academici, aardig, maar zonder veel praktisch verstand: Leuven had geen kans tegen die Antwerpse commerçanten.

Mansion hield zich bezig met handschriften, maar ook met de boekdrukkunst: hij heeft een klein assortiment op de markt gebracht. En allemaal waren het boeken van hetzelfde type: in het Frans, geïllustreerd, vrij groot, in dezelfde Bourgondische bastarda die men ook in de handschriften vindt. Kortom, Mansion imiteerde het Bourgondische handschrift omdat hij zich richtte op het publiek dat dergelijke handschriften bestelde.

Precies zoals de Italiaanse drukkers in Rome, Firenze en Venetië zich richtten op een humanistische lezerskring en ervoor zorgden dat hún edities zo veel mogelijk leken op die van de humanistische handschriften. Hoogstens nog wat geleerder doordat er een rijk commentaar aan werd toegevoegd. Dat laatste was aan die Bourgondiërs niet besteed. Maar zij verwachtten wel plaatjes.

meta(10)

‘Nu ja, plaatjes. Anders dan men meestal zegt, zijn middeleeuwse handschriften helemaal niet echt geïllustreerd. De miniaturen waar iedereen altijd de mond van vol heeft, vormen een deel in een keten van verschillende typen decoratie, die begint met de initialen.

Dat hele systeem van decoratie dient om de tekst en het handschrift te structureren, veel meer dan om het de illustreren of te versieren. Vandaar dat je – net als in deze editie – die miniaturen aan het begin van een boek of een hoofdstuk vindt. Nooit zo maar, als een echt plaatje, zoals wij nu doen. Wie dat punt over het hoofd ziet, heeft niets van die middeleeuwse handschriften begrepen.

‘Alleen kon Mansion natuurlijk nog niet over verfijnde technieken beschikken. Vandaar dat de miniaturen hier de vorm hebben gekregen van enigszins ruwe houtsneden. Maar het is het idee dat telt.

‘Het Bourgondische publiek waar Mansion op doelde, was helemaal niet geïnteresseerd in de klassieke teksten zelf. Dat dacht – anders dan hun Italiaanse tegenvoeters – nog helemaal in middeleeuwse trant. Elke suggestie van Humanisme in dit boekbedrijf of aan het hof van Bourgondië is volkomen naast de kwestie. En ieder die anders beweert, heeft er – al weer – niets van begrepen!’

‘Vandaar dat de tekst die Mansion hier drukte, ook niet de volledige tekst van Ovidius is, zij het in vertaling, maar een compilatie uit de 14de-eeuwse Ovide moralisé. En dat is niet hetzelfde! Tekst, vorm van het boek en type van de druk zijn helemaal op het Bourgondische publiek afgestemd dat zich dit soort luxeboeken kon veroorloven.

meta(9)

‘Pronken was een essentieel deel van deze boekbeleving, laten zien dat je een mooi boek had. Vandaar ook dat elk boek na het eigenlijke drukken een gepersonaliseerde afwerking kreeg.

Al naar gelang de wensen van de koper kon deze allerlei vormen van decoratie laten aanbrengen: initialen, randversiering, kleur. In het Brugse exemplaar is er randversiering aangebracht, in het Brusselse niet, maar daarentegen zijn in het Brusselse de houtsneden achteraf ingekleurd, terwijl die in het Brugse maagdelijk wit zijn gebleven.’

meta(16)

‘En nog meer! Want Mansion had de titels van de boeken en de onderdelen weliswaar met rode inkt laten afdrukken, maar in ons Brusselse exemplaar is met de hand overal een lopende titel aangebracht. Nu ja, titel: het blijft beperkt tot het nummer van het desbetreffende boek.

Maar het is in een veel feller en levendiger rood dan de wat fletse drukinkt! Ook de initialen zijn achteraf met de hand versierd. Kortom, men heeft alles op alles gezet om het boek niet alleen mooier te maken, maar om het nóg meer op een echt handschrift te doen lijken!

‘En weet je nu wat het summum hiervan is?’ De Grote Speurder keek me met verwachting aan. Ik zag het niet. Schuchter wachtte ik tot de Meester zelf het antwoord zou geven.

meta(12)

‘Kijk eens goed. Wat zie je nog meer op elk blad van de meer dan 750 pagina’s die dit volume telt?’ Toen zag ik iets schemeren: die rode lijnen? ‘Inderdaad!’ triomfeerde de Grote Speurder. ‘En waartoe dienen die rode lijnen?’ Ik bleef weer aarzelend het antwoord schuldig. Maar toen de Grote Speurder mij de waarheid in het gezicht slingerde, was dat een hele schok.

‘Tot niets! Helemaal niets! Bij het voorbereiden van een vel perkament of papier om dat te beschrijven, trekt men lijnen, met behulp van prikgaatjes zodat het hele katern evenveel regels heeft. Vandaar ook dat middeleeuwse handschriften zo uniform evenveel regels hebben over het hele boek. vervolgens schrijft men de tekst tussen de regels (ertussen, niet: erop! ).

Dat heeft zin, dat is logisch. Maar waarom die lijnen trekken en dus regels maken nadat het boek al gedrukt is? Dat heeft maar één doel: zoveel mogelijk proberen om een echt handschrift te imiteren en de indruk te wekken dat je dus een handschrift hebt, in plaats van zo’n massaproduct als een druk.

‘Daarmee is dit dus een druk die probeert een handschrift te zijn. Een boek in identiteitscrisis! Typisch voor een metamorfose van Ovidius, want is Daphne nu een nimf of een laurierstruik? Is Narcissus nu een op zichzelf verdwaasde jongeling of een bloem? En Midas met zijn ezelsoren? Wie weet eigenlijk wat men is in dit meesterwerk?

meta(11)

‘Kortom: metamorfose op alle fronten. Verandering van de Latijnse tekst in een Franse door de vertaling, maar tegelijk ook door de allegoriserende twist die eraan gegeven wordt, een metamorfose van de poëtische Latijnse tekst in iets anders.

Metamorfose van het handschrift in een druk, maar met de intentie zoveel mogelijk het andere te zijn: de Italiaanse drukken lijken dus op Quattrocento-handschriften, de Franse drukken voor het Bourgondische publiek lijken op de Bourgondische prachtcodices. Metamorfose ook van het publiek: in plaats van de geleerde humanisten de Bourgondische hovelingen. Metamorfose der metamorfosen, alles is metamorfose!

meta(15)

De Grote Speurder kreeg schitterende ogen, hij begon wat door te slaan, hij leek dringend aan vakantie toe. Maar hoe dan ook, ook al zijn het gemetamorfoseerde Metamorphoses, Brugge heeft toch de eer de eerste geïllustreerde gedrukte editie van dit meesterwerk uit de Romeinse letterkunde te hebben voortgebracht. Ook al is de Métamorphose van Mansion bepaald niet hetzelfde als wat zijn Italiaanse collega’s drukten.

Misschien wist Mansion dat zelf ook wel. Wat er precies gebeurd is, weten we niet, maar kort nadat Mansion de Métamorphose op de markt gebracht had, verdwijnt elk spoor van hem. Mansion lijkt in nevelen opgelost.

Er is nog één aantekening in een Brugs archiefstuk: fugit ‘hij is gevlucht’. Het raadsel van zijn verdwijning is nog steeds niet opgelost. Of zou Mansion zelf gemetamorfoseerd zijn? In een walm drukinkt?

Met dank voor deze bijdrage aan
Dr. Michiel Verweij
Oude en kostbare drukken
Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel

Rome start vanavond opnieuw het gratis evenement Cinema in Piazza

4 juni 2021

Romeinen en bezoekers kunnen deze zomer weer genieten van het gratis Cinema in Piazza-festival. Het filmevenement begint vandaag en duurt tot zondag 1 augustus. Het vindt plaats op drie verschillende locaties, waarvan één nieuwe.

Naast de vaste locatie op Piazza San Cosimato in hartje Trastevere, waar het initiatief ontstond, keert het festival ook dit jaar terug naar Tor Sapienza (Parco della Cervelletta) in de oostelijke buitenwijken van Rome.

cinemainpiazza1

De vertoningen in Ostia worden geschrapt en vervangen door een nieuwe locatie in het Parco di Monte Ciocci (Valle Aurelia). Op de drie locaties samen is plaats voor ongeveer drieduizend toeschouwers.

Net als bij een volwaardig filmfestival zal Cinema in Piazza ook dit jaar een reeks internationale speciale gasten ontvangen, waaronder de Britse regisseur Ken Loach, de Duitse filmmaker Wim Wenders, regisseur Emir Kusturica (Time of the Gypsies, Underground), de Mexicaanse filmmaker Carlo Reygadas, de Britse acteur Rupert Everett en de Franse acteur/regisseur Mathieu Kassovitz.

cinemainpiazza2

Uit de Italiaanse filmwereld worden onder meer de gebroeders Damiano en Fabio D’Innocenzo, verwacht, evenals Matteo Garrone en Carlo Verdone. Er komt ook een speciaal eerbetoon aan de in november vorig jaar overleden acteur Gigi Proietti.

Het festival wordt georganiseerd door Piccolo Cinema America, een vereniging uit Trastevere die bestaat uit een een aantal jonge filmliefhebbers.

Net als vorig jaar hebben de organisatoren rekening moeten houden met de Covid-19-protocollen, waarbij de vertoningen op de eerste dagen van het festival reeds om 20 uur beginnen om geen problemen te krijgen met de avondklok.

cinemainpiazza3

Van 9 tot en met 13 juni beginnen alle evenementen om 20.30 uur, vanaf 16 juni starten de vertoningen om 21.15 uur.

Het filmevenement blijft gratis, maar bezoekers zijn verplicht om vooraf een plaatsje te reserveren. De fysieke afstandsregels als gevolg van de maatregelen tegen het virus blijven gelden.

Zoals steeds worden de filmliefhebbers uitgenodigd om een kussen of een stoel van thuis mee te brengen. Het volledige programma vind je op de website van Cinema in Piazza.

https://ilcinemainpiazza.it/
www.prenotaunposto.it/ilcinemainpiazza

cinemainpiazza4

Nieuw openbaar park in hartje Rome

4 juni 2021

Boven de ondergrondse parkeergarage in de Via Giulia, een bouwproject dat jaren heeft aangesleept, wordt een al even lang verwachte tuin in barokstijl aangelegd. De Giardino di Via Giulia wordt een groene plek in het hart van de stad met een boomgaard, struikgewas, vijvertjes en een fontein.

Aan de Via Giulia komt een rechtstreekse toegang tot de parktuin. De tuin zal een uitzicht bieden over de Tiber en in de richting van de Gianicolo, met op de achtergrond, aan de overzijde van de rivier, de Orto Botanico, de botanische tuin van Rome.

parcogiulia(21)

Het is al meer dan tien jaar geleden dat zeven internationaal vermaarde architecten werden verkozen als finalisten van een architectuurwedstrijd die als doel had een einde te maken aan de lege plek die de omgeving van Piazza della Moretta vandaag vormt in de Via Giulia.

In deze laatste straat, bezaaid met de vindingrijkheid en de genialiteit van zowat alle grote bouwmeesters uit de renaissance, werd in het begin van de vorige eeuw de sloophamer ingezet om een kruispunt en een paar extra straten aan te leggen.

Het plan voor de heraanleg van de omgeving ontstond in 1909. Het was de bedoeling een nieuwe en vlottere verbinding te creëren tussen de Chiesa Nuova en de Regina Coeli-gevangenis aan de overzijde van de Tiber. Daarvoor moesten onder meer het Palazzo Ruggia en het Casa Incoronati wijken.

De werken werden wel aangevat maar door allerlei omstandigheden werd de geplande weg nooit volledig afgewerkt. Daardoor bleef de Via Giulia tot vandaag zitten met een kruispunt dat hoegenaamd geen doel heeft en een pleintje dat eigenlijk geen plein is maar een nutteloze leegte.

In 1939 werden in de onmiddellijke nabijheid, tussen de Via Giulia en de Via Bravaria, nog een aantal andere huizen gesloopt. Daardoor ontstond in de hele buurt een enorme bouwkundige wonde die nooit echt is geheeld.

Al hebben de bewoners en toeristen deze omgeving nooit anders gekend. Het is pas wanneer je er op let dat je begint te beseffen dat er iets mis is met deze buurt, dat hier ooit iets fundamenteels is weggehaald, dat er iets ontbreekt.

Ruim tachtig jaar na de desastreuze sloop door het toenmalige fascistische regime, ziet het er nu eindelijk naar uit dat het stadsbestuur werk gaat maken van de herontwikkeling van dit deeltje van de Via Giulia en de ruimte tussen de Lungotevere Sangallo, de Vicolo delle Prigioni en de Virgillio-school.

parcogiulia(22)

Het stadsbestuur wilde de oude structuur terug in ere herstellen maar dat is vandaag in het historische stadshart geen evidentie.

Het project vormde een grote uitdaging voor de architecten die hun door de hedendaagse tijd gekleurde visie moeten verzoenen met de middeleeuwse structuur van de straat die verbonden is met alle grote namen uit de renaissance, gaande van Michelangelo tot Borromini, van da Sangallo tot Maderno.

Het hoeft dus niet te verwonderen dat in 2011 alle hoop om de troosteloze leegte tussen Lungotevere dei Tebaldi en de Largo della Moretta in te vullen was gevestigd op de zeven finalisten van de architectuurwedstrijd.

Dat waren allemaal internationaal vermaarde ontwerpers, die elk een concreet voorstel hadden ingediend. De finalisten waren Paolo Portoghesi, Aldo Aymonino, David Chipperfield, Stefano Cordeschi, Franco Purini, Giuseppe Rebecchini en Roger Diener.

Het ontwerp van de tuin werd uiteindelijk toevertrouwd aan een architectengroep bestaande uit de Zwitserse kantoren Diener & Diener Architekten (Basel) en Vogt Landschaftsarchitekten (Zürich), bijgestaan door Garofalo Miura Architetti uit Rome.

parcogiulia(7)

In februari 2011 stelden de architecten hun ideeën voor aan het publiek in de tentoonstellingszaal van het Ara Pacis Museum. Volgens het plan wordt in totaal ongeveer 5.200 m² ruimte bedekt volgens een ontwerp dat enigszins gebaseerd zal zijn op de tuin van het nabijgelegen palazzo Farnese.

Een gedeelte van de belangrijke archeologische ontdekking op deze plek wordt geïntegreerd in de tuin, maar daarover zo meteen meer.

Na de expo in het Ara Pacis Museum was het de bedoeling dat het stadsbestuur de knoop zou doorhakken en snel een definitieve ontwerper zou aanduiden om het project aan te vatten. Dat is nooit gebeurd.

Als verdediging van het stadsbestuur kan ditmaal worden ingeroepen dat in dezelfde periode in het betreffende gebied, waar ook een ondergrondse parkeergarage was gepland, de paardenstallen van keizer Augustus werden ontdekt.

parcogiulia(14)

Dat was een zodanig grote archeologische sensatie dat de bouw van de geplande parking meteen vele jaren zou worden opgeschoven, al wist de projectontwikkelaar dat toen nog niet.

De werkzaamheden aan het ondergrondse parkeergebouw werden meteen opgeschort en de archeologen kregen vrij spel om de site grondig te onderzoeken. De opgravingswerken slorpten ruim vijf miljoen euro op en zorgden voor nieuwe, baanbrekende inzichten.

Het stabulum bleek zo goed bewaard en leverde zoveel details en nieuwe visies op dat bepaalde theorieën over de organisatie van de facties van de wagenmenners al moesten gewijzigd worden.

stallen

De archeologen hebben de voorbije jaren proberen uit te zoeken hoe de structuur van het complex precies in elkaar stak.

Dankzij deze ontdekking in de Via Giulia kwamen ze veel meer te weten over het ontwerp en de onderdelen van dergelijke gebouwen. Het meeste van wat hierover tot nog toe gekend was, is afkomstig van een paar voorbeelden in kleinere militaire kampen of van zeldzame afbeeldingen, weergegeven in mozaïeken zoals die in Noord-Afrika werden ontdekt.

parcogiulia(13)

De structuur van het complex bestaat uit een reeks parallelle wanden, verbonden door gangen. Het geheel is opgetrokken uit travertijn. In sommige delen bevinden zich nog de stenen palen waaraan de dieren werden vastgemaakt.

De stijl en methode van bouwen wijzen duidelijk in de richting van Agrippa, de goede vriend van keizer Augustus die in zijn latere politieke carrière verantwoordelijk was voor veel publieke gebouwen, herstelwerkzaamheden en verbeteringen, waaronder de renovatie en bouw van aquaducten, thermen en tuinen.

Maar de archeologische ontdekking zette ook de eerdere plannen voor de herinrichting van dit stukje openbare ruimte stil. Het was ook het begin van een ellenlange discussie of de ondergrondse parking nog mocht worden gebouwd of dat de hele archeologische site integraal zou bewaard blijven.

parking-via-giulia

Een actiecomité probeerde de aanleg van de parking te voorkomen. Andere burgers waren dan weer voorstander van wat extra parkeerplaatsen in de buurt. De projectontwikkelaar klaagde dat het project handenvol geld opslorpte zonder dat er ook maar één steen kon worden gebouwd.

Noch de stad, noch de regering vond echter geld om de site op een of andere manier als museum of archeologische bezienswaardigheid te integreren in de parkeergarage, laat staan dat er voldoende middelen beschikbaar waren om de voormalige keizerlijke paardenstallen volledig te beschermen en open te stellen voor het publiek.

Het grootste deel van de voormalige paardenstallen van keizer Augustus zijn vandaag zorgvuldig bedekt met speciaal geotextiel om ze te conserveren voor het nageslacht. Daarna verdwenen ze onder het beton van de parking die alsnog werd gebouwd.

parcogiulia(20)

Slechts een beperkt deel van de archeologische ontdekking bleef behouden en dat stuk wordt nu geïntegreerd in de nieuwe tuin.

De projectontwikkelaar moest zijn parking wel inkrimpen tot 220 parkeerplaatsen in plaats van de 360 die oorspronkelijk waren gepland.

parcogiulia(4)

De parking telt naast het gelijkvloers nog drie ondergrondse niveaus, die elk een eigen kleur hebben.

Begin dit jaar werd het technisch-administratieve proces voor de aanleg van de nieuwe parktuin eindelijk afgerond, al kan niemand vertellen waarom dat jaren heeft moeten duren.

parcogiulia(5)

Het ontwerp van de tuin kreeg, in samenspraak met de omwonenden, nog enkele bijsturingen en werd reeds een tijdje geleden voorgesteld aan de pers en de buurtbewoners.

Het voornaamste en ook goede nieuws is eigenlijk dat de tuin het bovenoppervlak van de ondergrondse parking zal bedekken.

parcogiulia(2)

De tuin smelt samen met de parkeerinfrastructuur zonder de verkeersstroom van de auto’s te hinderen en maakt een einde aan een aanzienlijk gedeelte van de lelijke open plek.

De tuin krijgt verschillende ingangen en zal ook toegankelijk zijn langs de Via Giulia. De groene zone biedt een panoramisch uitzicht over de Tiber en richting Janiculum, met de botanische tuin op de achtergrond.

Het idee is om met de tuin een sfeer te creëren die de bezoekers onderdompelt in stilte en rust, ongeacht het feit dat er ondergronds wagens rondrijden.

De groene ruimte is opgedeeld in drie delen. Het atrium wordt gedomineerd door een grote vijver. Dan is er een boomgaard waarin citrus-, olijf-, vijgen- en moerbeibomen worden geplant.

Ten slotte is er de zogenaamde geheime tuin, waar een wilde mix van bomen, wijnstokken en heggen een deel van de oude ruïnes van de keizerlijke paardenstallen omringt.

Bij de ingangspoorten leiden enkele paden naar terrasjes en een café. Daaromheen worden beuken en platanen geplant.

parcogiulia(3)

Voor wie zich afvraagt hoeveel je betaalt om met de wagen een tijdje in Parking Via Giulia te mogen vertoeven: hierna vind je de parkeertarieven.

Voor buurtbewoners en vaste klanten gelden aangepaste tarieven. Een aantal restaurants in de buurt betalen de parkeerkosten terug als je bij hen komt tafelen.

parcogiulia(17)

Belgische reisapp Covidsafe.be beschikbaar vanaf 17 juni

3 juni 2021

Het Belgische corona-certificaat zal ten vroegste vanaf 17 juni beschikbaar zijn via de app Covidsafe.be. Met behulp van een QR-code zullen Belgen via de applicatie kunnen bewijzen dat ze in orde zijn met de vaccinatievoorschriften.

Op die manier kunnen ze gemakkelijker reizen in de Europese Unie omdat het certificaat door alle Europese landen zal worden aanvaard.

qrcode

Via de QR-code kan worden nagegaan of iemand gevaccineerd is, antilichamen heeft (besmet geraakte in de voorbije zes maanden) of negatief testte (een PCR-test niet ouder dan 72 uur of een sneltest niet ouder dan 24 uur). Zelftests gelden niet als bewijs.

De toepassing werd ontwikkeld door Digitaal Vlaanderen dat instaat voor de digitalisatie van de openbare diensten in Vlaanderen.

De app is klaar maar er moet nog een helpdesk worden klaargestoomd. Er is ook een juridische basis nodig om de gegevensverwerking te verankeren. Er volgt ook nog een informatiecampagne.

Italië lanceert streamingdienst voor cultuur

3 juni 2021

We hadden het al eerder over de komst van ITsART, een streamingplatform voor de volledige Italiaanse cultuursector die inhoudelijk talrijke bijdragen zal brengen over zowel kunst, muziek, dans, opera, theater als film, maar de toeschouwer evenzeer meeneemt op digitaal museumbezoek.

itsart

Het platform werd op 31 mei officieel gelanceerd in Italië. Het is de bedoeling dat dit gigantische promotie-instrument voor de Italiaanse culturele wereld ook snel beschikbaar zal zijn in andere landen.

Zowat overal ter wereld zal je virtueel kunnen deelnemen aan de grootste kunst- en cultuurevenementen die te maken hebben met Italië, gaande van theater- en filmpremières tot exclusieve concerten en de opening van belangrijke tentoonstellingen.

itsart5

Tegelijk kan het platform dienen om het immense artistieke, culturele en archeologische erfgoed van Italië over de hele wereld te verspreiden en te promoten. Een gedeelte van het aanbod zal gratis zijn (soms met advertenties), andere onderdelen worden betalend (zonder publiciteit).

Het platform biedt, zoals dat in het vakjargon heet, ‘live en on-demand content’. Het aanbod is nu al enorm en behoorlijk gevarieerd. Binnen een tweetal weken zullen al ongeveer zevenhonderd programma’s beschikbaar zijn.

Hoewel ITsART al eerder werd omschreven als de ‘Netflix van de Italiaanse cultuursector’ hanteren de Italianen een ander betaal- en verdienmodel.

itsart6

Er wordt niet gewerkt met vaste abonnementen, maar met een systeem waar de betalende inhoud telkens afzonderlijk kan worden gekocht.

De kijker krijgt dus niet zoals bij Netflix of soortgelijke streamingdiensten toegang tot de volledige catalogus, maar betaalt via een digitale portefeuille telkens een aantal credits als men bijvoorbeeld een concert, een tentoonstelling of een ander programma wil bekijken.

Het aanbod zal worden geproduceerd door de belangrijkste Italiaanse culturele instellingen (musea, academies, theaters, maar ook musea en archeologische vindplaatsen) die het platform permanent zullen voeden, aanvullen en actualiseren.

itsart4

Dankzij de samenwerking met een aantal filmproductiebedrijven zal tevens een breed gamma aan Italiaanse films en documentaires worden aangeboden.

Ook muziek- en operaliefhebbers komen volop aan hun trekken. Zo zijn er alvast Riccardo Muti’s concerten, orkestrepetities en opera-uitvoeringen op de piano; Claudio Baglioni’s concertshow In questa storia che è la mia in het operagebouw van Rome en Giuseppe Verdi’s La forza del destino geregisseerd door Zubin Mehta in het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino.

itsart1

Het bedrijf achter het ITsART-project is eigendom van de Italiaanse investeringsbank Cassa Depositi e Prestiti (CDP), die 51 procent bezit. De overige aandelen zijn in handen van Chili, een in Milaan gevestigd media- en entertainmentbedrijf dat sinds 2012 in Italië films en televisieseries verdeelt via het internet.

ITsART wordt geleid door Antonio Garelli (35), hij is de voorzitter van de raad van bestuur. Garelli werkte eerder bij het managementadviesbureau Bain & Company en trad in 2017 in dienst bij de Cassa Depositi e Prestiti, waar hij verantwoordelijk was voor digitale en sociale infrastructuurprojecten.

Namens CDP zitten ook nog Sabrina Fiorino (verantwoordelijk voor kunst en cultuur) en Antonio Caccavale (communicatie) in de raad van bestuur. Voor Chili zetelen Ferruccio Ferrara en Giano Biagini, die tevens de operationeel directeur van het platform is.

Het idee voor de creatie van een dergelijk cultuurplatform werd vorig voorjaar geopperd tijdens de eerste lockdown. Het Ministerie van Cultuur, dat optreedt als directeur van het project, heeft 10 miljoen euro uit het Herstelfonds als startkapitaal toegewezen aan ITsART. De CDP legt nog eens 9 miljoen euro bij.

Het is de bedoeling dat het digitale platform na verloop van tijd voldoende cash genereert om op eigen benen te kunnen staan.

itsart2

Onze eerste indruk? Het nieuwe platform moet natuurlijk nog alles bewijzen, maar het geheel ziet er nu al behoorlijk overweldigend en vooral verslavend uit.

De wervende trailer waarmee het Italiaanse publiek de voorbije dagen werd opgewarmd, doet het allerbeste vermoeden en spoort aan om meteen al eens flink te grasduinen in het aanbod. Begin daar vooral niet aan als je weinig tijd hebt.

Los van de informatieve en amusementswaarde, lijkt het ons vooral een fantastisch medium voor wie (bijvoorbeeld door ziekte of ouderdom) niet meer naar Italië kan of wil reizen, maar toch nog op de hoogte wil blijven van wat er zoal gebeurt in de zeer brede Italiaanse culturele wereld.

Dat kan vanaf nu dus vanuit de huiskamer en binnenkort ook wereldwijd.

Trailer ITsART

https://www.itsart.tv/it/

Bars en restaurants mogen ook binnen weer klanten ontvangen

2 juni 2021

Italië zet alweer een nieuwe stap in de afbouw van de maatregelen tegen het Covid-19-virus. Bars en restaurants mogen sinds gisteren ook binnen weer klanten ontvangen.

Dat is vooral een opluchting voor de vele koffiebars die geen terras hebben en waar klanten snel even binnenspringen voor een espresso aan de bar.

Klanten zijn echter nog steeds verplicht om mondmaskers te dragen wanneer ze niet zitten, eten of drinken. Ook de verplichte fysieke afstand tussen de klanten blijft behouden. Tafels moeten op voldoende afstand van elkaar staan.

restaurantsrome(8)

Bars en restaurants konden sinds 26 april al klanten ontvangen op een buitenterras, tenminste wanneer ze in een gele zone (matig risico) gelegen zijn.

Met uitzondering van Friuli Venezia Giulia, Molise en Sardinië, die de status van witte zone krijgen (laagste risico) is de rest van Italië momenteel geel ingekleurd.

Er bevinden zich op dit moment geen Italiaanse regio’s of autonome provincies in de ‘rode’ of ‘oranje’ zones met het hoogste risico, waar strengere regels gelden.

Op 7 juni wordt de avondklok, die momenteel in de gele zones nog steeds van kracht is van 23 uur tot 5 uur, verschoven naar middernacht.

Het is de bedoeling om de avondklok op 21 juni volledig af te schaffen. In de witte zones geldt geen avondklok en is die maatregel dus al verdwenen.

Om de status van witte zone te krijgen moet een regio gedurende drie opeenvolgende weken minder dan vijftig Covid-19-gevallen per 100.000 inwoners geregistreerd hebben.

De regio’s Abruzzo, Ligurië, Umbrië en Veneto zullen naar verwachting op 7 juni ‘wit’ kleuren (op voorwaarde dat de huidige neerwaartse trend zich voortzet).

Een week later zou dat kunnen worden gevolgd door de regio’s Emilia Romagna, Lazio (Rome), Lombardia (Milaan), Piemonte (Turijn), Puglia en de provincie Trento.

covid_roma

Sinds gisteren mogen ook sportstadions weer open voor publiek en kunnen de wedstrijdsporten worden hervat. Wel mag slechts een kwart van de volledige capaciteit van een sportcomplex worden gebruikt, met een maximum van 500 mensen binnen of 1.000 buiten.

Het aantal dagelijkse sterfgevallen als gevolg van Covid-19 in Italië staat nu op het laagste punt in zeven maanden. De vaccinatiecampagne verloopt in het algemeen vlot. Het Italiaanse geneesmiddelenbureau keurde zopas ook het Pfizer-vaccin goed voor toediening aan 12- tot 15-jarigen.

virusfoto(14)

Toch vinden heel wat experts dat de versoepelingen elkaar te snel opvolgen. Het virus is inderdaad nog lang niet bedwongen. In Rome is het aantal besmettingen zelfs weer gestegen. Het aantal sterfgevallen neemt wel af.

In de municipi I en II zijn er wekelijks nog 8.000 besmettingen, in de municipi VI en VII zelfs 20.000. In de overige gemeenten van Rome wordt een gemiddelde van 10.000 besmettingen per week genoteerd.

Vooral in de buitenwijken van Rome, maar ook in de uitgaansgebieden zoals Trastevere wordt een toename van het aantal besmettingen vastgesteld.

British Museum opent grote tentoonstelling over keizer Nero

2 juni 2021

Nero, de laatste mannelijke afstammeling van keizer Augustus, werd in 54 na Chr. keizer van Rome toen hij slechts 16 jaar oud was en stierf een gewelddadige dood op 30-jarige leeftijd.

Een grote tentoonstelling in het British Museum in Londen rekent voor eens en altijd af met de mythes en foute verhalen die over Nero al eeuwenlang worden verteld.

De tentoonstelling opent als gevolg van de viruspandemie zes maanden later dan gepland en is te bezoeken tot 24 oktober 2021.

nero-british-museum (1)

Ze bestaat uit ongeveer 200 vaak spectaculaire en bijzonder mooie objecten, gaande van beelden en wapens tot juwelen, munten en graffiti.

Vele artefacten komen uit de eigen Romeinse collectie van het British Museum, maar de tentoonstelling pakt ook uit met talrijke bruiklenen uit Italiaanse en andere musea. Ook Rome stuurde kunstwerken naar Londen.

Op basis van het meest recente archeologische onderzoek stelt deze grote tentoonstelling het traditionele verhaal van de meedogenloze tiran en excentrieke artiest in vraag en onthult daarentegen een heel andere Nero;

De man komt vooral tevoorschijn als een populistische leider in een tijd waarin de Romeinse samenleving met grote veranderingen te maken kreeg. De titel Nero, de man achter de mythe kan dan ook niet beter gekozen zijn.

nero-british-museum (2)Foto: British Museum.

De tentoonstelling dringt echter niemand een mening op. Ze laat de opkomst en ondergang van de jonge keizer zien en gaandeweg kan de bezoeker zich een eigen mening vormen over Nero.

Was hij een jonge, onervaren heerser die zijn best probeerde te doen in een verdeelde samenleving, of was hij de meedogenloze en megalomane tiran zoals hij in de geschiedenis vaak is afgeschilderd?

De huidige generaties werden bijvoorbeeld erg beïnvloed door de film Quo Vadis uit 1951 waarin acteur Peter Ustinov als Nero op een lier speelt terwijl Rome in brand staat. muziek maakt terwijl Rome volop in brand staat.

Net als het denkbeeld dat Nero Rome in brand liet steken is ook dat verhaal een mythe. De meeste van die verhalen werden na de dood van de keizer door zijn vijanden de wereld ingestuurd. Zo ontstond geleidelijk het beeld dat Nero een echte schurk was, een figuur om te haten.

nero-british-museum (4)Foto: British Museum.

Ook curator Francesca Bologna maakt duidelijk dat dit beeld van nero uitsluitend gebaseerd is op zeer vooringenomen overgeleverde bronnen en verslagen en dat we die dus ernstig in vraag moeten stellen en zelfs aanvechten.

Het fenomeen is niet nieuw: ook vandaag is het meer dan ooit nodig om kritisch te zijn over onze nieuwsbronnen. Ook tegenwoordig is ‘fake news’ een fenomeen.

Het al dan niet bewust verspreiden van foute informatie is een kwalijke trend, waardoor het steeds moeilijker wordt waarheidsgetrouwe nieuwsbronnen van andere te onderscheiden. En ook in Nero’s tijd deden complottheorieën al volop de ronde.

Belaagd door samenzweerders pleegde Nero op dertigjarige leeftijd zelfmoord. Zijn dood was de aanleiding tot een burgeroorlog waarna de nieuwe Flavische dynastie met als eerste keizer Vespasianus aan de macht kwam.

Net zoals politici dat al eeuwenlang doen, gaf de nieuwe heerser zijn voorganger de schuld voor de problemen van Rome.

nero-british-museum (3)Foto: British Museum.

Dat was dus niet helemaal terecht. Niet dat Nero een brave jongen was. Hij liet zijn moeder vermoorden, net als één en wellicht twee van zijn vrouwen.

Maar vergeleken met eerdere keizers was hij niet gewelddadiger dan zijn voorgangers. Elke keizer had bloed aan zijn handen. Zelfs Augustus is op bloedige wijze aan de macht gekomen.

www.britishmuseum.org/exhibitions/nero-man-behind-myth

nero-british-museum (5)

Burgemeester van Rome alweer mikpunt van spot na nieuwe blunder

1 juni 2021

Amper twee maanden nadat Virginia Raggi, de burgemeester van Rome zichzelf onsterfelijk belachelijk maakte door in een promotiefilmpje in plaats van het Colosseum een opname van de arena van Nîmes in Frankrijk te gebruiken, was ze vandaag alweer het mikpunt van spot.

Aan de Lungotevere Aventino, naast de Tiber en ter hoogte van de Giardino degli Aranci, werd vanochtend een nieuw pleintje ingehuldigd ter ere van Carlo Azeglio Ciampi, de voormalige president van Italië.

Talrijke prominenten, onder wie de huidige president Sergio Matterella en Claudio en Gabriella Ciampi, de kinderen van de vroegere president, stonden na de toespraken op het nieuwe Largo Carlo Azeglio Ciampi te wachten op de onthulling van het straatnaambordje dat bedekt was met de traditionele doek in de kleuren van Rome.

headerkleurenrome

Raggi verklaarde aan de aanwezigen dat de eigenlijke onthulling helaas niet zou kunnen plaatsvinden, omdat het bordje tijdens de montage zwaar beschadigd was geraakt en eerst moest hersteld worden.

Het duurde echter niet lang vooraleer werd ontdekt dat er in werkelijkheid met de plaquette niets aan de hand was, maar dat de naam van de president fout was geschreven.

Op het nu al beruchte naambordje stond Azelio in plaats van Azeglio. Raggi moest nadien met het schaamrood op de wangen toegeven dat pas net vóór de ceremonie was ontdekt dat de letter G ontbrak. Intussen was het kwaad alweer geschied en werd de blunder via sociale media de wereld ingestuurd.

Virginia Raggi wil graag herverkozen worden als burgemeester en zit volop in verkiezingsmodus. Enkele tegenstanders grepen het voorval gretig aan om de “onbekwaamheid” van het huidige bestuur te benadrukken.

Het voorval is natuurlijk niet het einde van de wereld, maar momenteel kan Raggi dergelijke slechte publiciteit echt wel missen. Er wordt nog uitgezocht wie verantwoordelijk is voor de fout. Raggi aarzelde niet om het woord “samenzwering” in de mond te nemen.

Carlo Azeglio Ciampi was van 1999 tot 2006 president van Italië. Hij overleed in 2016 op 95-jarige leeftijd. Tijdens zijn carrière was hij in de periode 1993-1994 ook even premier van Italië. Van 1979 tot 1993 was Ciampi gouverneur van de centrale bank.

Ciampi was zeer geliefd bij de Italianen. Ze noemden hem hun ‘presidente con anima’, een president met een ziel. Hij werd geroemd om zijn eenvoud, rust en integriteit.

Hij werd op 15 mei 2006 opgevolgd door Giorgio Napolitano. Die bleef president tot 14 januari 2015. De toen hoogbejaarde Napolitano (87) werd op 3 februari 2015 opgevolgd door de huidige president Sergio Mattarella.