Archive for the Romenieuws Category

S.P.Q.R. maakt daguitstap per bus naar Mariemont

Posted in Romenieuws on 10 oktober 2018 by Eric

Op zondag 11 november van 8.15 uur tot 18.30 uur maakt onze Romevereniging S.P.Q.R. een daguitstap per bus. Op het gevarieerde programma staan onder meer een bezoek aan Le Bois du Cazier (werelderfgoedlijst Unesco), een Romeinse lunch en een bezoek aan de tentoonstelling Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk. De bus vertrekt om 8.15 uur vanaf parking Bodart, Koning Boudewijnlaan in 3000 Leuven. Inschrijvingen zijn vanaf nu mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt.

Vanaf 10 uur bezoeken we Le Bois du Cazier, ingeschreven op de Lijst van het Wereldpatrimonium van de UNESCO als de belangrijkste mijnsite van Wallonië, als het zinnebeeld van de arbeidsomstandigheden en de immigratie. De mijnramp van 8 augustus 1956 maakte hier 262 slachtoffers, afkomstig uit 12 verschillende landen, een meerderheid had de Italiaanse nationaliteit. Dankzij het bewustmakingswerk rond deze ramp kan de kracht van dit herdenkingspatrimonium niet meer ontkend worden.

Na het bezoek schuiven we aan voor een lunch en vervolgens brengen we met een gids een bezoek aan de tentoonstelling In de tijd van Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk. Door het leven van de Griekse arts Galenus van Pergamon (129-216) te volgen beschrijft deze tentoonstelling de medische, farmacologische en sanitaire praktijken in de Romeinse wereld van de eerste eeuwen van ons tijdperk. Want Galenus ging met zijn tijd mee. Zijn geschriften, zijn gevarieerde interesses en de omvang van zijn klantenkring maken het mogelijk vele thema’s te bespreken en stellen ons een geografisch en sociologisch parcours rond de Middellandse Zee voor.

Het programma (50 euro voor clubleden, 55 euro voor niet-leden) omvat de verplaatsing per bus vanuit Leuven naar Mariemont en terug, de begeleiding op de site, de lunch en de toegang tot de tentoonstelling, eveneens begeleid door een gids .

PROGRAMMA

  • 8.15 uur: vertrek vanaf parking Bodart
  • 10 uur: start rondleiding in Le Bois du Cazier (tot 12 uur)
  • 12 uur: vertrek met bus naar Morlanwelz, La Terrasse de Mariemont voor middagmaal
  • 14.30 uur: rondleiding in het Museum van Mariemont, tentoonstelling Galenus
  • 16.30 uur: einde rondleiding
  • 17 uur: vertrek naar Leuven
  • 18.30 uur: aankomst parking Bodart

PRAKTISCH

Deelnameprijs per persoon:

* 50 euro voor S.P.Q.R.-leden
* 55 euro voor niet-leden

Vooraf inschrijven is verplicht. De inschrijvingen worden afgesloten op 3 november. Wie naar de tentoonstelling of de verkenning naar Le Bois du Cazier komt zonder ingeschreven te zijn kan NIET met de groep mee naar binnen.

Stuur een mailtje naar chris@spqr.be met het aantal personen, de namen van de deelnemers en de vermelding ‘lid’ of ‘niet-lid’. Je ontvangt een bevestiging via e-mail.

Bevestig vervolgens je deelname door storting van het vereiste bedrag op bankrekeningnummer BE 58 6528 3976 7579 van S.P.Q.R. Events in 3000 Leuven met vermelding van “…. aantal personen – “Galenus”.

Inschrijvingen zijn vanaf nu mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt.

Nieuwe verlichting voor Piazza del Campidoglio

Posted in Romenieuws on 10 oktober 2018 by Eric

De warme verlichting op Piazza del Campidoglio, het hart van Rome, is vervangen door veel koudere ledverlichting. De ingreep van het stadsbestuur is ingegeven uit besparingsoverwegingen maar wordt niet overal op applaus onthaald. Aan de gevels van het Palazzo Senatorio, het Palazzo dei Conservatori en het Palazzo Nuovo, evenals aan de arcades en de Fontana della Dea Roma op het plein werden 566 ledlampen geïnstalleerd. Aan de nieuwe verlichting hangt een prijskaartje van 472.000 euro.

De nieuwe ledverlichting heeft als voordeel dat een aantal architectonische details van het historische plein nu extra duidelijk worden gemarkeerd en dat de energiekosten fors zullen dalen. De gezelligheid die het vroegere en veel warmer en gezelliger aanvoelende licht uitstraalde is echter verdwenen. Op verschillende online netwerken regent het negatieve reacties.

De nieuwe verlichting werd vorige week ingehuldigd door burgemeester Virginia Raggi, de schepen/wethouder van Openbare Werken Margherita Gatta, en Alberto Scarlatti, bij Gruppo Acea verantwoordelijk voor openbare verlichting. De plaatsing werd goedgekeurd door de Soprintendenza Archeologica del MibAC.

Schrijver Stefaan Werbrouck te gast bij de Nederlandse school in Rome

Posted in Romenieuws on 9 oktober 2018 by Eric

De Vlaamse schrijver en scenarist Stefaan Werbrouck, die naast thrillers ook jeugdboeken, romans en gedichten publiceerde, is op zaterdag 13 oktober te gast bij de Nederlandse School in Rome. Hij zal samen met de kinderen de Kinderboekenweek vieren, het thema is dit jaar: Vriendschap, kom erbij! Gedurende de ochtend zal de schrijver aan de jongste leerlingen een verhaal vertellen en samen met de oudere kinderen (spannende) verhalen schrijven.

Vanaf 11.45 uur staat de deur open voor ouders en andere belangstellenden, om kennis te maken met de auteur en zijn boeken. De plaats van afspraak is de Nederlandse School in Rome ’t Kofschip aan de Via Marcello Malphighi 14 (dichtbij metrostation Policlinico – lijn B). Er zullen ook enkele exemplaren te koop zijn.

Eerder dit jaar kon je in deze bijdrage al kennismaken met Stefaan Werbrouck, die toen met Adrenaline de eerste thriller in een nieuwe reeks van twaalf voorstelde. Ook de bekende Nederlandse blogster en schrijfster Tessa Vrijmoed, die al meer dan tien jaar in Rome woont, schreef recent in haar blog Het Colosseum voorbij (Beyond the Colosseum) een recensie over Stefaan Werbroucks misdaadroman.

Tentoonstelling over de geschiedenis van het aquaduct van Peschiera

Posted in Romenieuws on 8 oktober 2018 by Eric

Het Acquedotto del Peschiera zal bij de meeste toeristen in Rome niet meteen een belletje doen rinkelen. Het is dan ook geen aquaduct uit de oudheid, maar een constructie die in 1938 werd gebouwd. Het is één van de grootste aquaducten ter wereld dat alleen bronwater transporteert. Het aquaduct Peschiera-Le Capore, zoals de volledige naam luidt, is vandaag het belangrijkste aquaduct van Rome en brengt zuiver drinkwater van de bronnen van de rivieren Peschiera en Capore (beide in Rieti, op de grens tussen de steden Cittaducale en Castel Sant’Angelo, niet ver van de thermen van Cotilia) naar meer dan 3 miljoen inwoners van Rome en een aantal andere steden en gemeenten ten oosten van Rome. Het wordt beheerd door de watermaatschappij Acea. In het Palazzo delle Esposizioni is tot 4 november 2018 een gratis tentoonstelling te bezoeken over de geschiedenis van het aquaduct.

De expo is gewijd aan de bouw en de verdere ontwikkeling van het Acquedotto del Peschiera. Door middel van archiefbeelden, originele documenten, oude films, enz. wordt de hele geschiedenis van het aquaduct gepresenteerd, vanaf de eerste steenlegging in 1938 tot vandaag.

De aanleiding voor de tentoonstelling is de tachtigste verjaardag van het aquaduct van Peschiera. Tijdens de persconferentie in Rome waarop Michaela Castelli en Stefano Donnarumma, de topmanagers van Acea samen met burgemeester Virginia Raggi de tentoonstelling voorstelden, waren geen vertegenwoordigers van Rieti uitgenodigd. Die waren daar niet blij mee.

Rieti aan de ene zijde en Rome en Acea aan de andere kibbelen al meer dan twintig jaar over de watertoevoer. Die zogenaamde wateroorlog woedt dus al lange tijd. De concessie waarmee in 1926 de exploitatie van de bronnen van Peschiera en Le Capore aan de stad Rome werd toegekend, liep reeds in 1996 af. Sindsdien is Acea illegaal uit de beide bronnen blijven putten; de verzoeken om de exploitatie te reguleren met een nieuwe concessie (wat wettelijk verplicht is) hebben nog altijd geen resultaten opgeleverd.

Er werd wel een terugbetalingsplan voorgesteld, maar dat vond Rieti onvoldoende. Reeds in 2011 heeft de Guardia di Finanza, op aanbeveling van de Rekenkamer, de stad Rome als grootste aandeelhouder van Acea in gebreke gesteld. De behoorlijk snelle opeenvolgende burgemeesterwisselingen van de jongste jaren (Francesco Rutelli, Walter Veltroni, Gianni Alemanno, Ignazio Marino en nu Virginia Raggi, waarbij drie keer ook nog eens evenveel regeringscommissarissen (Enzo Mosino, Mario Morcone en Francesco Paolo Tronca) in Rome tijdelijk het heft in handen moesten nemen) en het Mafia Capitale-schandaal hebben het dossier niet vooruit geholpen.

Twee jaar geleden werd een nieuw waterverdrag goedgekeurd, dat voorzag in een jaarlijkse betaling van 6 miljoen euro en een eenmalig bedrag van 36 miljoen euro als compensatie voor het illegale watergebruik uit het verleden. Maar burgemeester Virginia Raggi verzette zich uiteindelijk tegen de resolutie. In maart van dit jaar diende Raggi bij de regio Lazio een aanvraag in voor de hernieuwing van de concessie om het water van de Peschiera- en Le Capore-bron af te leiden naar Rome.

Nog sterker is dat het onderhoud van het systeem wel werd overgedragen aan de provincie Rieti, waardoor inwoners van de gemeenten uit die provincie omwille van de extra kosten hun drinkwater duurder moeten betalen dan de Romeinse burgers. Als gevolg van de langdurige droogte vorig jaar had Rome eerder ook al een verdubbeling van de capaciteit van het Peschiera-aquaduct aangekondigd, een soort tweede verbinding die de huidige zou flankeren of waarbij nieuwe infrastructuur zou worden samengevoegd met de bestaande. Op die manier zou de watertoevoer naar Rome voor lange tijd veilig worden gesteld.

De werkzaamheden zouden vijf tot zes jaar duren en minstens 400 miljoen euro kosten. De kostprijs ligt hoger dan bij vergelijkbare constructies omdat een aantal extra maatregelen moeten genomen worden om het aquaduct veilig te stellen in dit aardbevingsgevoelige gebied. Omdat Acea zonder wettelijk kader water uit de bronnen in Rieti transporteert ligt dit uitbreidingsplan erg gevoelig en wakkert het de zogenaamde wateroorlog nog aan.

Het gemiddelde debiet van het Acquedotto del Peschiera voor Rome bedraagt ongeveer 14.000 liter water per seconde, wat overeenkomt met ongeveer 85 procent van het waterverbruik in Rome. Het aquaduct is bijna 130 km lang en bevindt zich voor 90 procent ondergronds. Het water dat uit de bronnen stroomt, blijft eerst vijftien tot twintig jaar in de ondergrond liggen voordat het wordt afgeleverd in Rome, een proces dat een zeer hoge zuiverheid garandeert.

Het aquaductsysteem van Peschiera-Capore bestaat uit twee delen: de bovenste verbinding gaat van Cittaducale naar Salisano, het onderste deel van Salisano naar Rome. Salisano is een belangrijk knooppunt van het aquaduct omdat op deze locatie het water van de Peschiera wordt toegevoegd aan de bronnen van de bronnen van Le Capore, die bij Frasso Sabino langs de rivier Farfa stromen.

In Salisano bevindt zich ook een waterkrachtcentrale voor elektriciteitsproductie, waarvoor eveneens water van zowel de Peschiera als van Le Capore wordt gebruikt. Stroomafwaarts van de waterkrachtcentrale vertrekken vanaf Salisano een reeks pijpleidingen die ringvormig gerangschikt zijn rond Rome en van waaruit de distrubutienetwerken worden bediend die het water tot bij de inwoners brengen. De pijpleidingen zijn niet allemaal van metaal: de meeste zijn vervaardigd uit gewapend beton.

De stad Rome is bijna volledig afhankelijk van het aquaduct van Peschiera, dat in zowat driekwart van haar waterbehoeften voorziet. Dat maakt van het Peschiera-Capore-systeem een constructie van nationaal strategisch belang dat daarom ook streng wordt beveiligd. Het hele systeem wordt permanent gecontroleerd door gespecialiseerde technici vanuit de hoofdzetel van Acea aan Piazzale Ostiense en vanuit de vestiging in Cittaducale. Die laatste locatie is enkel toegankelijk met een speciale vergunning.

In periodes waarin het dreigingsniveau omhoog gaat, zoals tijdens de Golfoorlog, in de periode na de aanslagen van 11 september 2001 of bij terroristische dreigingen, bemant het leger de fabriek in Cittaducale om de vestiging te beschermen tegen mogelijke aanvallen. Het hele netwerk is uitgerust met geavanceerde sensoren die ook in staat zijn om eventuele schade die wordt veroorzaakt door kleinere aardbevingen te detecteren. Ook de zuiverheid van het water wordt voortdurend gemeten door speciale systemen om vergiftigingsrisico’s te voorkomen.

Het aquaduct komt Rome binnen onder de Via Acquedotto del Peschiera, die overgaat in de Via Trionfale in het noorden van de stad. Het aquaduct loopt precies onder de weg die dezelfde naam kreeg. Enkele fonteinen in Rome worden ook gevoed door het Acquedotto del Peschiera: de Fontana Ovale (Villa Borghese), de Fontana del Peschiera (Piazzale degli Eroi), de Fontana del Sole (Via Bravetta) en de Fontana di Santa Maria della Pietà (Via Trionfale).

Tijdens het hele bouwproces van het aquaduct van Peschiera in de jaren ’30 van de vorige eeuw kwamen 43 arbeiders om het leven. Op 10 oktober wordt voor hen bij de bronnen in Rieti een herdenkingsceremonie gehouden.

80° Acquedotto del Peschiera
Van 4 oktober tot 4 november
Palazzo delle Esposizioni
Via Nazionale 194, Rome
www.palazzoesposizioni.it

De kunstcollectie van Palazzo Venezia

Posted in Romenieuws on 7 oktober 2018 by Eric

Indien volledig toegankelijk is Palazzo Venezia wellicht het meest onderschatte museum van Rome. Regelmatig wordt een gedeelte van het gebouw echter ingepalmd door een grote tentoonstelling. Die is meestal best interessant, maar daardoor wordt het grootste deel van de eigen verzameling helaas niet getoond. In dat geval zijn slechts een vijftiental zalen van de vaste collectie te bezoeken, terwijl het museum zoveel meer in huis heeft. De volledige kunstcollectie van Palazzo Venezia bevat een enorm aantal topstukken uit de middeleeuwen en de renaissance en is een bezoek meer dan waard. Twee jaar geleden werden in het palazzo een aantal fresco’s gerestaureerd.

Uit eigentijdse beschrijvingen weten we dat het paleis in de middeleeuwen vol magnifieke tapijten en brokaten hing en er overal kunstvoorwerpen en met gouden en zilveren vaatwerk beladen buffetten stonden. De huidige collectie van het museum omvat veel voortreffelijk beeldhouwwerk, van een beeld van een paus door Arnolfo di Cambio en de beroemde dertiende-eeuwse gepolychromeerde houten ‘Madonna di Acuto’ tot de renaissancebronzen uit de verzameling Barsanti.

De verzameling werd in de loop der eeuwen aangevuld met schilderijen, meubels, stoffen en serviesgoed uit diverse tijdperken. Het museum bezit vandaag een immense kunstcollectie waaronder een aantal vroeg-renaissance schilderijen en renaissancekoffers, geschilderd houtwerk, veel majolica, zilver, Napolitaanse keramiek, figurines, bronzen, wapens, enz. Interessant zijn de barokke beeldhouwwerken van Bernini en Algardi.

Op de eerste verdieping zijn de eerste zalen gewijd aan de middeleeuwse kunst.
In zaal V bevindt zich een schitterende Christus Pantocrator van Byzantijns emailwerk van na 1250, een fijn bewerkt tiende-eeuws drieluik van Byzantijns ivoor en een pyrieten vrouwenkopje uit 1248 van Nicola Pisano (1220-1278). Niet te missen is het tiende-eeuwse Ottoonse kruis in rotskristal.

In zaal VI hangen een aantal schilderijen op hout van Florentijnse en Siënese primitieven uit de Sterbini-collectie. In zaal VII bevindt zich het veertiende-eeuwse in de Abruzzen van gedreven zilver gemaakt ‘kruis van Orsini’. Hier is ook het plafond uit het vroegere palazzo Altoviti (1553) te zien met Ceres in het midden, omgeven door medaillons waarop het werk op het land tijdens de twaalf maanden van het jaar werd afgebeeld.

In de andere vleugels van het museum zijn faïence, porselein, een grote collectie kleine bronzen voorwerpen uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw en een verzameling terracotta tentoongesteld. In één van de zalen bevinden zich vier marmeren halfreliëfs door Mino da Fiesole, met episodes uit het leven van San Girolamo, of de heilige Hieronymus (347-420) die de Vulgaat schreef, een belangrijke Bijbelvertaling in het Latijn.

De pinacotheek bevat enkele merkwaardige stukken zoals het Vrouwenhoofd door Pisanello met een prachtig gotisch profiel (half vijftiende eeuw), maar zoek vooral het dubbelportret door Giorgione waarbij de melancholische liefde gesymboliseerd wordt door de aangeboden zure sinaasappel. Ook het portret van de vijf Orsini-kinderen door Tiberio Titi is merkwaardig. Niet te missen is de beroemde Cleopatra door Carlo Maratta (1625-1713), waar we de koningin de parel van haar oorbel zien oplossen in een kelk met azijn om haar afstand van deze wereld te tonen.

De vertrekken van Paulus II omvatten de Sala Regia waar de gezanten moesten wachten voordat zij door de paus werden ontvangen, de Sala delle Bataglie, genoemd naar de veldslagen van de Eerste Wereldoorlog, de voormalige Sala Concistoro waar de paus de kardinalen in vergadering bijeenriep, en de Sala del Mappamondo, de ‘werkkamer’ van Mussolini. Hierover hadden we het vrijdag al even.

De denkbeeldige gebouwen die Mantegna (1431-1506) op de muren schilderde werden tijdens de twintigste eeuw gerestaureerd. Twee jaar geleden vond een nieuwe restauratieronde plaats van een aantal fresco’s. Er is ook een buste van Paulus II waaruit blijkt dat hij samen met Martinus V en Leo X kan wedijveren om de titel van ‘rondste’ paus ooit …

Het is interessant om op de eerste verdieping even naar het terras te gaan, de niet voltooide dubbele renaissanceporticus uit 1467-1471, vanwaar men een mooi zicht heeft op de binnentuin van het palazzo.

Museopalazzovenezia.beniculturali.it

Het eerste belangrijke renaissancegebouw in Rome

Posted in Romenieuws on 5 oktober 2018 by Eric

We hadden het gisteren over een topstuk van Donatello dat tijdelijk te zien is is Palazzo Venezia. Vandaag vertellen we wat meer over het palazzo zelf, dat het eerste belangrijke renaissancegebouw in Rome was. Met zijn zware toren doet het vooral denken aan de middeleeuwse burchten van de Romeinse edelen. Gedurende meer dan een eeuw, van 1464 tot 1592 was dit paleis de residentie voor liefst twintig opeenvolgende pausen, van Paulus II tot Clemens VIII.

Paus Paulus II (1417-1471) werd in Venetië geboren als Pietro Barbo en door zijn oom Eugenius IV in 1440 tot kardinaal benoemd. Vlak naast zijn Romeinse titelkerk San Marco liet hij voor zichzelf vanaf 1455 een paleis bouwen dat de eerste profane renaissancebouw in Rome werd: het Palazzo Venezia. De komst van de Venetiaanse paus zorgde ook voor de latere naam van Piazza Venezia.

Het schrappen van een aantal goed betaalde humanistenbaantjes aan de curie (in 1464) en zijn optreden tegen de Accademia Romana onder Pomponio Leto bezorgden Paulus II bittere vijanden onder de humanisten, waardoor hij weleens werd afgeschilderd als barbaars en als vijand van de kunsten. Dat is absoluut onjuist: de paus besteedde veel geld aan stadsverfraaiing en hij was bovendien één van de grootste kunstverzamelaars van zijn tijd.

De anti-Turkse politiek van Pius II zette hij, in zwakke vorm, voort, o.a. door zijn steun aan de Albanese vorst Skanderbeg en aan Matthias Corvinus in Hongarije. Voor de dringend nodige kerkhervorming was zijn pontificaat van geen betekenis, hoewel daarover tijdens het conclaaf van 1464 bindende afspraken waren gemaakt. Mino da Fiesole en Giovanni Dalmata ontwierpen zijn grafmonument in de oude Sint-Pietersbasiliek.

Nadat zijn oom paus Eugenius IV (1431-1447) hem tot kardinaal had verheven, nam de Venetiaan Pietro Barbo zijn intrek in een woning naast het Capitool. In 1455 begon Barbo met de bouw van dit paleis. Toen hij een kleine tien jaar later als Paulus II (1464-1471) tot paus verkozen werd, werden de bouwplannen aangepast.

Dat merken we aan de gevel, de ramen links van het balkon staan dichter bij elkaar dan die aan de rechterkant, ze behoren tot het oorspronkelijke verblijf van kardinaal Barbo. De rest van het gebouw, evenals de vleugel langs de Via del Plebiscito (rechts) werden na de pauskeuze bijgebouwd. Op elk van de vier hoeken van het palazzo was een toren gepland, maar er werd er slechts één uitgevoerd.

Al het materiaal dat vrijkwam bij het graven van de funderingen werd op het Forum Romanum gekieperd, voor de bouw zelf plunderde de paus stenen van het Colosseum. Als architect worden door diverse bronnen onder meer Alberti, Sasselino, da Maiano, Rosselino en da Pietrasanta vermeld, maar de oorspronkelijke en voornaamste ontwerper is Francesco del Borgo (1415-1468).

Het weerbare karakter, opgeroepen door de verhoogde kelderverdieping, de hoektoren en de kantelen en de asymmetrie van de gevel onderscheiden dit Romeinse palazzo duidelijk van soortgelijke gebouwen in Firenze. Dankzij de twee kroonlijsten wordt de nadruk gelegd op de horizontale in plaats van de verticale lijn. De machtige Toscaanse paleizen streven een evenwicht na tussen horizontale en verticale lijnen, we denken daarbij onder andere aan het palazzo Rucellai dat dateert van 1460 en ontworpen werd door Alberti.

Eén van de meest opvallende architectonische elementen van de Romeinse vroege renaissance zijn de marmeren kruisvensters op de bovenverdieping, die in vele latere paleizen en huizen zullen terugkeren. De elegante deur onder het balkon wordt toegeschreven aan Giovanni Dalmata (1440-1509).

De genotzuchtige Romeinen hielden van paus Paulus II om zijn voorliefde voor pracht en praal en voor de goede dingen des levens. Het was deze paus die met de bul ‘Ineffabilis Providentia’ op 19 april 1470 stipuleerde dat voortaan (en beginnend met 1475) om de 25 jaar een heilig jaar zou gevierd worden, en niet om de 50 jaar. Deze bul werd niet met de hand geschreven maar voor het eerst gedrukt.

Het argument van de paus was dat iedereen, gezien ‘de kortstondigheid des levens’, de kans moest krijgen door een bedevaart naar Rome een bijzondere aflaat te verdienen. Maar kwatongen beweerden dat Paulus II, die heel veel van feesten hield, tijdens zijn pontificaat absoluut een heilig jaar wilde.

De paus had echter pech want hij stierf in 1471. Hij heeft het door hem geplande heilig jaar dus niet meer meegemaakt. Op het moment van zijn dood was ook het palazzo nog niet volledig klaar, het werd voltooid door zijn neef kardinaal Marco Barbo waarvan we de graftombe terugvinden in de Santa Balbina.

Voortaan werd het palazzo Venezia een pauselijke residentie voor de opvolgers van Paulus II. De Franse koning Karel VIII die het koninkrijk Napels wilde veroveren, logeerde er in 1494 en 1495. Onder de Farnese-paus Paulus III (1534-1549) verbond een overdekte galerij het pauselijk paleis met het klooster van Aracoeli, toen een geliefd zomerverblijf van de pausen. Het paleis bleef pauselijke residentie tot Clemens VIII (1592-1605) zich in 1592 als eerste paus in het pas gebouwde Quirinaal vestigde.

Ondertussen had het gebouw in 1564 zijn huidige naam palazzo Venezia gekregen toen Pius IV Medici (1559-1565) een gedeelte van de pauselijke residentie als ambassade ter beschikking stelde van de republiek Venetië. Toen in 1797 met het vredesverdrag van Campo Formio een gedeelte van de republiek Venetië Oostenrijks werd, nam het Oostenrijkse gezantschap zijn intrek in het palazzo Venezia.

De enige getuigenis van deze Oostenrijkse aanwezigheid is een kleine plaquette in de binnentuin die aangeeft dat Antonio Canova (1757-1822) hier een atelier had. Als Venetiaan, in feite afkomstig uit Possagno in de provincie Treviso, was de kunstenaar immers Oostenrijks onderdaan. Omdat hij de meest gevierde beeldhouwer van Europa was, wilde elke ambassade hem wel onderdak bieden, maar Canova werkte dus een tijdlang in de omgeving van zijn streekgenoten.

In 1915 kwam palazzo Venezia in handen van de Italiaanse staat. Toen de regering besloot een groot plein aan te leggen vóór het Monument van koning Victor Emanuel II, het Vittoriano, werd de overdekte galerij van Paulus III afgebroken, het palazzetto aan de voet van de toren op de zuidoosthoek verwijderd en opnieuw opgebouwd op de hoek van het Piazza San Marco, achter de bomen. Voor de symmetrie werd later aan de overkant van het Piazza Venezia het palazzo delle Assicurazioni Generali di Venezia gebouwd.

Piazza Venezia was ideaal voor de choreografieën die Mussolini hier zou opvoeren: een streng uitziend vijftiende-eeuwse palazzo met een groot balkon voor de orator, een immens plein voor de massa met als decor het pompeuze Altaar voor het Vaderland en de vlam voor de onbekende soldaat midden het al even imposante Vittoriano, de triomfzuil van keizer Trajanus op de achtergrond en de majestueuze Via dell’ Impero (vandaag de Via dei Fori Imperiali) die als een nieuwe Via Sacra bovenop de opgegraven keizerlijke fora leidde naar de imposante afsluitende massa van het Colosseum.

Op de eerste verdieping van het Palazzo Venezia bevond zich het hoofdkwartier van Benito Mussolini. Hij hield er recepties en sprak vanaf het balkon regelmatig de massa toe. Op 9 mei 1936 riep hij na de inname van Addis Abeba, ‘hef uw banieren, uw wapens en uw hart hoog op, legionairs, om na vijftien eeuwen de herleving van het keizerrijk op de heilige heuvels van Rome te begroeten’.

Mussolini (1883-1945) stond uiteindelijk zo vaak op het balkon en sprak er met zoveel overgave dat de Romeinen hem refererend aan de balkonscène in ‘Romeo en Julia’, spottend Giulietta noemden. Mussolini liet altijd licht branden in zijn werkkamer, de Sala del Mappamondo, ook al was hij afwezig. Deze kamer is de grootste zaal van het paleis, op de glanzende vloer stonden enkel in de verste hoek een bureau met drie stoelen.

De sfeer die er heerste werd geparodieerd door Charlie Chaplin in ‘The Great Dictator’ uit 1940. In het palazzo Venezia vergaderde ook de fascistische raad van Mussolini. Tijdens de vergadering op 24 juli 1943 werd Mussolini gevraagd af te treden wat hij weigerde. Daar heeft hij spijt van gekregen. Op 28 april 1945 werd hij aan het Comomeer door partizanen doodgeschoten, na enkele omzwervingen werd zijn lichaam begraven in zijn geboortedorp Predappio in de Romagna.

Rechts van palazzo Venezia loopt de reeds vermelde Via del Plebiscito, de naam van de straat verwijst naar het plebisciet of de volksraadpleging van 2 oktober 1870, waarbij Rome een onderdeel van het verenigde Italië werd, op 135.188 stemgerechtigden stemden slechts 1.507 tegen. Zo kwam er een einde aan het Risorgimento. In deze drukke straat bevindt zich de ceremoniële hoofdingang van het palazzo Venezia.

Een overwelfde hal leidt naar een schitterende staatsietrap die echter een moderne constructie is. Links op het gelijkvloers vinden we de balie van een uitzonderlijk maar regelmatig gedeeltelijk gesloten museum. Het is één van de interessantste musea van Rome. We maken er maandag even kennis mee.

Befaamd San Lorenzo-beeld van Donatello tijdelijk te zien in Rome

Posted in Romenieuws on 4 oktober 2018 by Eric

Het befaamde terracotta borstbeeld met de beeltenis van San Lorenzo van de Florentijnse beeldhouwer Donato de’ Bardi (1386-1466), beter bekend als Donatello, is tijdelijk (tot 28 april 2019) in Rome te zien in Palazzo Venezia. De beroemde buste was eeuwenlang vermist maar werd in 2003 herontdekt. Ze werd oorspronkelijk gemaakt voor de deur van het hoofdportaal van de Pieve di San Lorenzo in het centrum van Borgo San Lorenzo in Mugello, ongeveer 30 km ten noorden van Firenze. Donatello vervaardigde de buste vermoedelijk omstreeks 1440, in dezelfde periode toen hij zijn beroemde bronzen David maakte.

In 1888 werd de buste door de parochie uit geldnood vervangen door een kopie, terwijl het originele borstbeeld werd verkocht aan de prins van Liechtenstein. Tijdens die transactie, in 1889, raakte het beeld administratief vermist toen het foutief werd ingeschreven in de kunstcollectie van de prins. In 2003 werd dit absolute meesterwerk uit de vijftiende eeuw zonder te weten wat men in handen had verkocht als een eerder gewoon “19de-eeuws werk in renaissancestijl”. Wat later bleek dat het hier ging om de sinds lange tijd verdwenen buste van San Lorenzo, een topstuk van Donatello.

Momenteel bevindt het beeld zich in de collectie van de in Parijs gevestigde kunstverzamelaars Peter Silverman en Kathleen Onorato. Die haalden jaren geleden ook al eens het nieuws, toen ze een beeld van een gekruisigde Jezus kochten, dat werd toegeschreven aan “een onbekende Duitse kunstenaar uit de 19de eeuw”. Niet dus. Wat later bleek het om een uniek werk van niemand minder dan Michelangelo te gaan. Dat kunstwerk schonken ze nadien aan het Louvre. Deze verhalen bewijzen vooral dat de grote kunstkenners en experts van de belangrijkste veilinghuizen ter wereld zich ook weleens vergissen. Soms met dure gevolgen, maar wel prettig voor de koper.

Donatello is de gebruikelijke benaming voor Donato di Niccolò di Betto dei Bardi, die gedurende een korte tijd een leerling en medewerker was van de beeldhouwer, kunstschilder, architect en edelsmid Lorenzo Ghiberti (1378-1455). Donatello ontwikkelde in zijn fantastisch uitgevoerde sculpturen een grote vrijheid van houding, plooienspel en expressie, waarbij hij eigen, geheel nieuwe wegen vond die bepalend zouden worden voor de Florentijnse beeldhouwwerken van de vijftiende eeuw.

Dit komt reeds duidelijk tot uiting in zijn vroegste marmeren werken: David (1408-1409; Bargello, Firenze), Johannes de Evangelist (1408-1415; Duomo, Firenze), Marcus en Petrus (1411-1412; OrSanMichele, Firenze). In zijn in 1416 vervaardigde Joris, eveneens voor de OrSanMichele, heeft zijn talent zich al ten volle ontplooid. De reeks profeten die Donatello voor de campanile van de Duomo vervaardigde, vinden hun hoogtepunt in de figuren van Jeremia (1427), Job en de Zuccone (1427-1436; alle te bewonderen in het Museo dell’Opera del Duomo, Firenze). Donatello was de eerste die in het reliëf perspectief toepaste.

Donatello is (volgens sommige nogal vage bronnen) mogelijk reeds in 1409 naar Rome vertrokken, maar bewijzen dat hij er in die periode werkelijk was ontbreken. De eerste genoteerde aanwezigheid van Donatallo in Rome dateert pas uit 1432, maar het is mogelijk dat hij in de periode daarvoor inderdaad enkele jaren in Rome heeft verbleven.

In ieder geval keerde Donatello in 1433 terug naar Firenze. Daar vervaardigde hij zijn beroemde bronzen David (1435, Bargello), waarbij vooral het boeiende spel van licht en schaduw opvalt. In diezelfde periode ontstonden de levendige portretbuste van Niccolò da Uzzano (beschilderd terracotta, Bargello) en de sierlijke zandstenen Annunciatie in de Santa Croce (Firenze).

De zangerstribune voor de Duomo (thans het museum) in Firenze en de ‘pulpito’ (buitenkansel) tegen de gevel van de Duomo in Prato (respectievelijk 1433-1440 en 1434-1438) zijn versierd met groepen dansende putti vol levendigheid. In 1443 vertrok Donatello naar Padua (Padova), waar hij met talrijke helpers gedurende zes tot zeven jaar werkte aan het hoogaltaar van Il Santo, de grafkerk van Sint-Antonius.

Tussen 1447 en 1450 kwam hier bovendien nog één van zijn meest opmerkelijke werken tot stand, namelijk het eerste belangrijke bronzen ruiterstandbeeld sinds de oudheid, gewijd aan de condottiere Erasmo da Narni, genaamd Gattamelata (letterlijk: honingzoete poes!), een symbool van de bewustwording van de mens in het nieuwe tijdperk. Zijn creatie was gebaseerd op het toen al beroemde bronzen ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius dat Donatello tijdens zijn verblijf in Rome had gezien op het Piazza del Campidoglio.

Terug in Firenze vervaardigde hij in 1455 in opdracht van Cosimo De’Medici de bronzen groep van Judith en Holofernes, oorspronkelijk als tuinbeeld bedoeld, maar dat later voor de gevel van het Palazzo Vecchio werd geplaatst als symbool van de republikeinse vrijheid. Bij zijn laatste werken horen de expressieve Maria Magdalena (1455, hout, baptisterium, Firenze) en de eveneens houten reliëfs aan de beide kansels in San Lorenzo, Firenze, die na zijn dood door zijn leerlingen werden voltooid.