Archive for the ‘Romenieuws’ Category

Zwitserse student reconstrueert gezichten van Romeinse keizers

20 september 2020

Altijd al nieuwsgierig geweest hoe de keizers van Rome er in werkelijkheid hebben uitgezien? Dankzij de talrijke teruggevonden beelden en bustes hebben we er een behoorlijk idee van hoe ze er ongeveer uitzagen. In hoeverre de beelden overeenstemmen met de werkelijkheid zullen we nooit weten, net zomin als hoe de Romeinse heersers er in vlees en bloed hebben uitgezien. Toch komen we daar nu redelijk dichtbij.

Toevallig kwamen, onafhankelijk van elkaar maar vrijwel gelijktijdig, zowel de kunstenaar Daniel Voshart als de student Haroun Binous met de resultaten van een reconstructie-experiment voor de dag.

Het initiatief van Voshart haalde verschillende media, dat van Binous kreeg nauwelijks aandacht. Nochtans baseerde deze laatste zich meer dan Voshart op zoveel mogelijk archeologische en wetenschappelijke bronnen. Wie van beiden de werkelijkheid het meest benadert, zullen we natuurlijk nooit weten.

Een keizer of een bekende Romeinse figuur identificeren aan de hand van zijn of haar buste is niet zo heel moeilijk als je wat vertrouwd bent met de Romeinse geschiedenis en de oudheid. Maar de bustes in wit marmer zijn vandaag kleurloos. De figuren hebben geen pupillen en zien er in de ogen van velen uiteindelijk allemaal een beetje hetzelfde uit.

Haroun Binous, een student Romeinse geschiedenis aan de Université de Lausanne in Zwitserland en kunstenaar in zijn vrije tijd, bracht de Romeinse keizers terug tot leven door hun gezichten op een hyperrealistische manier te reconstrueren.

Hij maakte daarvoor gebruik van gezichtsherkenningssoftware, kunstmatige intelligentie, een flinke dosis Photoshop, anekdotes, beschrijvingen en verhalen die over de keizers werden verteld. Dat combineerde hij met zijn kennis van de Romeinse oudheid. De resultaten zijn spectaculair, hoewel het natuurlijk altijd een interpretatie blijft van hoe de keizerlijke heerschappen er werkelijk hebben uitgezien. Zekerheid is er ook hier niet.

Ook de Canadese virtual reallity-kunstenaar Daniel Voshart maakte met behulp van Artbreeder, Photoshop en historische verwijzingen, behoorlijk fotorealistische afbeeldingen van Romeinse keizers.

Voshart is duidelijk commerciëler ingesteld. Hij maakte zelfs posters van zijn ontwerpen (foto hieronder) die hij verkoopt Op zijn website toont hij uitgebreid zijn visuele bronnen voor de 54 keizers van Augustus tot en met Numerianus.

posterkeizers

Maar Haroun Binous ging nog een stapje verder en maakt het met vele kleine details, zoals de huidskleur en de haren, naar ons gevoel nog net iets echter. Het resultaat is zodanig dat we ons gemakkelijk kunnen voorstellen dat we oog in oog staan met de werkelijke gezichten en gelaatstrekken van de Romeinse heersers. Het zal ongetwijfeld niet helemaal wetenschappelijk verantwoord zijn, maar het is wel bijzonder leuk om naar te kijken. Je vindt de resultaten onderaan dit bericht. 

Binous bracht de meeste Romeinse topmannen in beeld, maar onthield zich op een aantal uitzonderingen na, van de talrijke tegenkeizers en onderkeizers, voornamelijk omdat ze vaak erg kort aan de macht waren, maar ook omdat het van velen onbekend is hoe ze er hebben uitgezien.

Doorgaans is er genoeg materiaal om mee te werken. De Romeinse kunst had een sterk realistische inslag en de afbeeldingen van keizers in het Romeinse rijk op munten en als standbeeld of buste, vormden het belangrijkste keizerlijke propagandamiddel.

Van verschillende (tegen)keizers heeft echter geen enkele beeltenis de geschiedenis overleefd. Sommigen werden vermoord vooraleer ze de tijd hadden om zich een deftig plekje in de geschiedenis te verwerven.

Zonder een basis van visueel vergelijkingsmateriaal, al was het maar een muntstuk, is een dergelijke gezichtsreconstructie uiteraard niet mogelijk. Ook de afvallige keizers van het Gallische Rijk en de heersers van het latere Oostelijke Rijk laat Binous achterwege. Hieronder zie je het resultaat van zijn werk.

Het werk van Daniel Voshart

Het werk van Hiroun Binous (Facebookpagina)

augustusAUGUSTUS

tiberiusTIBERIUS

caligula
CALIGULA

claudius
CLAUDIUS

nero
NERO

galba
GALBA

othoOTHO

vitelliusVITELLIUS

µvespasianus
VESPASIANUS

titus
TITUS

domitianus
DOMITIANUS

nervaNERVA

trajanusTRAJANUS

hadrianus
HADRIANUS

antoninuspius
ANTONINUS PIUS

marcusaurelius
MARCUS AURELIUS

luciusverus
LUCIUS VERUS

commodusCOMMODUS

pertinax
PERTINAX

didiusjulianusDIDIUS JULIANUS

septimiusseverus
SEPTIMIUS SEVERUS

caracallaCARACALLA

geta
GETA

macrinus
MACRINUS

elagabalus
ELAGABALUS (HELIOGABALUS)

severusalexander
SEVERUS ALEXANDER

maximinusthrax
MAXIMINUS THRAX

gordianus1
GORDIANUS I

gordianus2
GORDIANUS II

pupienus
PUPIENUS I

balbinus
BALBINUS

gordianus3
GORDIANUS III

philippusarabs
PHILIPPUS I ARABS

philippus2
PHILIPPUS II

decius
DECIUS

trebonianusgallus
TREBONIANUS GALLUS

hostilianus
HOSTILIANUS

volusianus
VOLUSIANUS

valerianus
VALERIANUS

gallienus
GALLIENUS

saloninus
SALONINUS

claudiusgothicus
CLAUDIUS GOTHICUS

aurelianus
AURELIANUS

tacitus
TACITUS

florianus
FLORIANUS

probus
PROBUS

carinus
CARINUS

numerianus
NUMERIANUS

julianus
JULIANUS

diocletianus
DIOCLETIANUS

maximianus
MAXIMIANUS

galerius
GALERIUS

constantiuschlorus
CONSTANTIUS CHLORUS

maximinus2
MAXIMINUS II

licinius
LICINIUS

maxentius
MAXENTIUS

constantijn1
CONSTANTIJN I (DE GROTE)

constantijn2
CONSTANTIJN II

constans1
CONSTANS I

valentinianus1
VALENTINIANUS I

valens
VALENS II

gratianus
GRATIANUS II

valentinianus2
VALENTINIANUS II

theodosius
THEODOSIUS

honorius
HONORIUS

valentinianus3
VALENTINIANUS III

De vier letters van Aardenburg

19 september 2020

Avonturen met opschriften – XIII

Vorig jaar begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici en liefhebbers van de Latijnse taal onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van een specialist terzake, dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de dertiende bijdrage in deze reeks.

* * * * *

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit. Vandaag deel XIII. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

(Deze Nieuwsbrief is opgedragen aan mijn tante Maria van de Ven vanwege het huisje in Sint-Anna-ter-Muiden en aan de herinnering aan mijn moeder die toch zo graag naar Sint-Anna-ter-Muiden en omgeving ging).

* * * * *

Waarde lezer dezes, vóór u aan de lectuur van deze Nieuwsbrief begint, raadt Schrijver dezes u dringend aan ofwel uw gezondheidstoestand ernstig te overwegen ofwel zelfs – indien er enige aanleiding daartoe zou bestaan – uw huisarts te raadplegen.

Niet zozeer omdat u door het lezen ervan besmet zou kunnen raken door het Covid-19-virus: die kans is vrijwel nihil en u kunt gerust uw mondmasker weer afdoen tijdens de lectuur, maar wel omdat wat hier verteld zal worden zo’n sterk staaltje is dat alleen mensen zonder hartklachten dit veilig tot zich kunnen nemen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. En dat geldt ook voor een lezer.

In de zomermaanden is het voor Schrijver dezes, waarde lezer, in Rome te heet. Hij geeft het eerlijk toe. Dan zoekt uw schrijver het in noordelijker regionen. En zo belandde hij ook deze maal in de verre uithoek van het rijk bij de Menapiërs.

Daar waar eens de kustvlakte één geheel was van slikken en schorren, tot waar de zee spoelt, schuilt uw schrijver dan in wat nu de welige polders achter de duinen zijn in de Zwinstreek.

aardenburg(8)

Niet ver van zijn tijdelijke verblijfsoord, het kleine stadje met de stille markt, de grote pomp (waar sinds mensenheugenis geen water uit komt) en de stoere kerktoren, die Sint-Anna-ter-Muiden zijn typisch karakter geven, bevindt zich eveneens in het Nederlands-Belgisch grensgebied (maar Schrijver dezes is zelf een verschrikkelijk grensgeval) de historische stad Aardenburg.

Aardenburg klimt tot Romeinse tijden op toen er in de tweede eeuw na Chr. een versterking werd aangelegd (vermoedelijk, want de archeologen strijden nog altijd over de interpretatie, maar dat doen ze uiteindelijk altijd) die deel uitmaakte van wat we het Litus Saxonicum noemen. Ook Oudenburg in West-Vlaanderen maakte daar deel van uit. Er zijn trouwens nogal wat gelijkenissen tussen Aarden- en Oudenburg.

In het wegdek is ergens in Aardenburg de plaats van de Porta Principalis Sinistra aangegeven en er is een stukje spitsgracht gereconstrueerd. Men heeft daar zelfs een plantsoentje met Latijnse gedichten gevuld. Maar authentiek spul vindt u in het Gemeentelijk Archeologisch Museum.

Het is het gebruikelijke spul: scherven, wat hele potten, wat religieuze beeldjes, alles met de nodige (en correcte) didactische uitleg. Zelfs enkele mooie bronzen beeldjes. Maar wie op opschriften wacht, blijft wat op zijn honger zitten.

aardenburg(6)

Zo staat er op een dolium AL[l]IC XI S(emis), m.a.w. dat er 11,5 eenheid van allec of vissaus in zat. Fijn om te weten en ongetwijfeld heel praktisch, maar ons helpt het niet heel veel en de pot is nog leeg ook. En een verhaal zit er nauwelijks achter, want de Romeinen aten dat spul werkelijk overal, dus ook in Aardenburg. Het zou alleen spectaculair zijn als men dat daar NIET had gegeten.

Dan is er nog ergens een stempel op gevonden met de tekst PRIMA COR T, dat gelezen wordt als prima co(ho)r(s) t(hracum), ‘het ‘eerste cohort van de Thraciërs’. Dat ‘eerste cohort’ is geen probleem, die Thraciërs worden niet door iedereen geaccepteerd. En eerlijk gezegd is het op het eerste gezicht ook wat bizar om juist hier Thraciërs te vinden.

Gelukkig lezen anderen dan weer t(ungrorum) ‘van de Tungri’. Of wat dacht u van een stuk aardewerk kom met POLIONIBVS ‘Voor de Polio’s’. vermoedelijk gaat het om broers die het stuk samen gebruikten, maar heel veel leert ons dat toch ook niet.

Maar dit is allemaal klein spul. Er is tot nog toe maar één rest van een groter opschrift gevonden. Een blok kalksteen van circa 25 x ca. 10 cm. En daar staan vier hele letters op en één halve:

]MO[
[RMA[

Bovendien krijgt men de indruk dat er nog een regel volgt, maar veel is daar niet van te herkennen.

aardenburg(5)

Nu geeft Schrijver dezes gaarne toe dat hij voor geen kleintje vervaard is, maar dit is te veel. Of liever: te weinig. Hier kan zelfs hij niets van maken. Schrijver dezes is zich er terdege van bewust dat u nu teleurgesteld geen lust hebt om verder te scrollen, dat uw nachtrust er de komende nachten niet op zal verbeteren, dat u herhaaldelijk wakker zult schrikken en voor u uit mompelen: MO RMA. Tot uw eventuele slaapkamergenoot drastische maatregelen neemt en u op de logeerkamer, de gang, of het balkon deponeert.

Hij wil dat niet op zijn geweten hebben. Hij wil ook dit mysterie tot op het bot uitspitten. En ziet daartoe slechts één uitweg. Waar alle normale hulpmiddelen falen, brengt slechts één persoon licht in de duisternis. U raadt, ja, u vreest het al: dit is een zaak voor … de Grote Speurder!

Schrijver dezes begaf zich dus naar diens residentie in een brede straat in de binnenstad van Leuven, niet al te ver van de resten van de eerste stadswal in het Handbooghof. Reeds was hij tweemaal het portiek binnengegaan en weer naar buiten geslopen. Toen vatte hij moed en drukte op de bel. Even later begaf hij zich naar de tweede verdieping. De deur stond al open. Daar klonk de stem van de Grote Speurder: ‘Naar links!’

De Schrijver stapte het halletje binnen, sloeg linksaf en kwam in een kamer vol boeken. Aan de wand in kasten, op de grond op hoge stapels. En daar, te midden van deze opgestapelde geleerdheid, zat hijzelf. Schuchter bood Schrijver dezes de Grote Speurder de foto van de steen, woorden bleven hem in zijn keel steken. Nog net wist hij eruit te krijgen: ‘Aardenburg … opschrift’.

aardenburg(2)

De Grote Speurder nam de foto uit de trillende handen van Schrijver dezes aan en wierp er een korte, doch scherpe blik op. Toen keek hij uit het raam. Niet dat daar iets te zien was: geparkeerde auto’s, de achterkant van de huizen aan de volgende straat, de afbraak van het oude Sint-Pietersziekenhuis, de toppen van de bomen van de Handbooghof. Maar het was duidelijk dat de Grote Speurder daar niet naar keek, nee, hij dacht na…

Toen, ineens, sprong hij op, dook met onvermoede energie een hoek van de kamer in, daarbij zorgvuldig en handig de stapels boeken ontwijkend, greep een boek uit de kast, sloeg het open, sloeg het weer dicht, knikte tevreden ‘Juist ja, dat dacht ik al!’, sprong naar een andere hoek, haalde een halve stapel weg om beter bij de stapel erachter te kunnen, snuisterde wat, keek goedkeurend knikkend mompelend op en ging weer zitten.

‘Het is zoals ik dacht.’

[En hier moet ik het relaas onderbreken. Verder lezen is op eigen risico en alleen aangeraden aan mensen met een sterk hart!]

‘Het is zoals ik dacht. Het zal dateren uit 185 n.Chr. en waarschijnlijk heeft er gestaan:

IMP CAES M AVRELIVS COM]MO[DVS M. FIL AVG PIVS
FELIX SARMATIC GE]RMA[NIC MAX BRIT
PONT MAX P P TR POT X IMP] X C[OS DESIGN PROCOS
[…]

Schrijver dezes wankelde. Het werd zwart voor zijn ogen. Even was er niets. Helemaal niets.

Toen Schrijver dezes weer tot zichzelf kwam, stond de Grote Speurder bezorgd over hem gebogen met een glas water in zijn hand. ‘Gaat het?, vroeg hij zacht. ‘Ik weet het, het is de schok, dat komt wel meer voor.’ ‘Maar hoe komt u bij die volledige tekst?’ vroeg Schrijver dezes. Want hij wist dat hij het u, zijn lezers, niet zonder meer wijs kon maken tenzij hij ook kon uitleggen waarom dat er waarschijnlijk of in ieder geval mogelijk heeft gestaan.

aardenburg(4)

De Grote Speurder glimlachte. ‘Om te beginnen. We hebben een opschrift in grote kapitalen op kalksteen. Dat wijst op een eerder formeel opschrift. We zitten in een militaire nederzetting en de steen is ook gevonden op het terrein van de versterking zelf. Zo zegt het archeologisch verslag.

Welnu, een formeel opschrift kan dan eigenlijk alleen een grafsteen of een wijopschrift zijn, het laatste van een gebouw of een beeld. Een grafsteen zou je niet verwachten binnen de versterking, want Romeinse graven liggen altijd buiten de nederzetting. Uiteraard kan een oudere grafsteen gebruikt zijn op een later moment voor een extra versterking. Maar van dat laatste is er geen ander spoor in Aardenburg’.

‘Bovendien’, zei de Grote Speurder en hij pakte de foto erbij, ‘als je goed kijkt, dan zie je dat de regelafstand boven de eerste letters groter is dan tussen de twee regels of tussen de tweede regel en de enkele puntjes die van de derde regel resten. Dat is mogelijk te verklaren door het feit dat het de eerste regel van het opschrift is.

Maar als het een grafschrift zou zijn, zou dit normaal in deze periode (we zitten ruim na de Flaviërs) met D M Dis Manibus ‘voor de goden van de onderwereld’ beginnen. En dat is niet het geval. Dus wijst dit eerder op een wijopschrift. Daarbij is de kans dat het om een bouwopschrift gaat in een afgelegen middelgroot castellum groter dan dat het om een standbeeld gaat, al is dat laatste niet helemaal a priori uit te sluiten.

‘Als het een wijopschrift is, wordt er met name in vermeld wie de persoon is die het gewijd heeft of aan wie het gewijd is. De rest is immaterieel. We zoeken dus iets van een naam in de eerste regel. [MO[ kan dan een datief zijn, maar er is natuurlijk een keizer die MO in zijn naam heeft staan, namelijk Commodus, de rampzalige zoon van Marcus Aurelius (180-192).

Het castellum van Aardenburg wordt toegeschreven aan het einde van de tweede eeuw, met andere woorden juist aan de regeringstijd van Marcus Aurelius en Commodus. In de naam van Marcus Aurelius is geen enkel element dat aan MO kan beantwoorden, te vinden, dus moeten we als werkhypothese beginnen met Commodus en zijn officiële naam.

Gelukkig kennen we die namen uit andere opschriften en van munten en gelukkig veranderden die namen geregeld al naargelang de keizer prestaties verrichtte of meende verricht te hebben (wat niet hetzelfde is).

‘Nu, de tweede lettercombinatie RMA is een merkwaardige. Er zijn in het Latijn niet zoveel woorden waarin die combinatie voorkomt. Armamentarium ‘wapenopslagplaats’ is er een van en dat is ook door archeologen gesuggereerd, maar het staat te dicht bij de naam van de keizer. Commodus had vooral veel namen, heel veel, en die passen niet op die ene regel, tenzij die onwaarschijnlijk lang zou zijn geweest. Zulke lange steenblokken zijn er niet.

Bovendien zou het Romeinse vormbesef zich daar ook tegen hebben verzet. Men hield van goed gecentreerde, mooi vormgegeven opschriften. Pas later, in de late derde en de vierde eeuw verwatert dat allemaal, maar in de tweede helft van de tweede eeuw is dat nog niet het geval.

Als we alle namen van Commodus in de eerste regel proppen, blijkt bovendien de regel met armamentarium te kort te worden: zulk gebrek aan evenwicht is zeer vreemd voor een Romeins opschrift. Dus zoeken we beter een andere verklaring.

aardenburg(1) (more…)

Digitale kaart toont archeologische vindplaatsen uit civitas Tungrorum

18 september 2020

Tongeren werd omstreeks 10 v. Chr. gesticht door de Romeinen. De stad in het huidige Belgisch Limburg groeide uit tot de hoofdstad van de civitas Tungrorum. Dat bestuursdistrict strekte zich uit over het oosten van Vlaanderen en een flink stuk van Wallonië, met aangrenzende delen in het huidige Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Groothertogdom Luxemburg.

Samen met de Universiteit Gent bracht het Gallo-Romeins Museum van Tongeren de archeologische vondsten uit dit omvangrijke gebied in kaart, van in de ijzertijd tot de vroege middeleeuwen. De verzamelde informatie in de eerste plaats interessant voor wetenschappelijke onderzoekers, maar een deel van de gegevens werd ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

civitastungrorum(5)

Geïnteresseerden kunnen een zestal dynamische kaarten raadplegen. Ze ontdekken welke overblijfselen uit het verre verleden in hun stad en streek werden getraceerd en welke resten er gevonden zijn. De kaarten kunnen eenvoudig worden gemanipuleerd.

Zo vinden we bijvoorbeeld op het Haspengouwse platteland, zowel in Vlaanderen als Wallonië, talrijke Romeinse villaterreinen en grafheuvels terug. Inheemse nederzettingen, cultusplaatsen en Romeinse forten zijn eveneens vermeld op de kaarten.

civitastungrorum(3)

Je kan nagaan welke kleine Romeinse centra zich ontwikkelden langs de hoofdwegen en/of rivieren. In de Romeinse tijd bevond een vicus of nederzetting zich doorgaans in de nabijheid van een Romeins grensfort of een castellum. Die verdedigingsplek werd bewoond door militairen, terwijl zich in de vicus ambachtsslieden en handelaars vestigden.

Welke sporen uit de Romeinse tijd vinden we in het uitgestrekte gebied van de civitas Tungrorum terug? Waar zijn resten te vinden van Romeinse stadswoningen en villa’s, grafvelden, tempels, heiligdommen en verdedigingsmuren? Maakte een bepaalde straat ooit deel uit van een eeuwenoud wegennet of ligt jouw gemeente misschien aan een tweeduizend jaar oude verkeersader?

civitastungrorum(1)

Ook die vragen worden beantwoord, want het Romeinse wegennet werd eveneens in kaart gebracht. Mapping the civitas Tungrorum is een website met dynamische kaarten. Je kan ze online raadplegen en zo meer ontdekken over je eigen woonomgeving.

Met de online tool kan je het gebied van de voormalige civitas Tungrorum exploreren, op zoek naar archeologische (bodem)sporen en vindplaatsen uit het verre verleden.

Die beperken zich niet tot de Romeinse tijd (ca. 40 v. Chr – ca. 450 na Chr.), de digitale toepassing biedt ook informatie over de late ijzertijd (ca. 100 v. Chr – ca. 40 v. Chr.) en de vroege middeleeuwen (ca. 450 na Chr – 950 na Chr.).

civitastungrorum(4)

Onderzoekers die dieper willen graven dan het publiek toegankelijk gedeelte van de databank en meer gedetailleerde informatie nodig hebben, mogen altijd contact opnemen met het Gallo-Romeins Museum.

Mapping the civitas Tungrorum toont gegevens uit een databank die werd aangelegd door de vakgroep Archeologie van de Universiteit Gent (prof. Wim De Clercq en dr. Vince Van Thienen), in opdracht van het Gallo-Romeins Museum en de stad Tongeren.

De informatie is vastgelegd in een Geografisch Informatie Systeem (GIS).  Vicky Verscheijden, de GIS-specialiste van de stad Tongeren werkte mee aan de website. De provincie Limburg gaf financiële steun aan het project.

civitastungrorum(2)

Mapping the civitas Tungrorum biedt informatie op een algemeen niveau. Wie op zoek is naar andere, meer specifieke gegevens kan contact opnemen met het museum. Wetenschappers kunnen op eenvoudig verzoek gebruik maken van de gegevens. Het Gallo-Romeins Museum helpt hen bij het raadplegen en gebruiken van de databank.

Mapping the civitas Tungrorum is eigendom van het Gallo-Romeins Museum. Iedereen mag vrij gebruik maken van de kaarten en data. Wel is de volgende bronvermelding verplicht: ‘Mapping the civitas Tungrorum’ – Gallo-Romeins Museum, stad Tongeren i.s.m. UGent’;

De nieuwe onderzoeksresultaten die deze digitale toepassing zullen opleveren, sijpelen op termijn ongetwijfeld door in de tentoonstellingen van het museum. Het zal de civitas Tungrorum de komende jaren steeds centraler stellen in zijn werking.

Gallo-Romeins Museum – Civitas Tungrorum

Mapping the civitas Tungrorum

Vijftigduizend pijnbomen in Rome worden bedreigd door verwoestende insecten

17 september 2020

De talrijke fraaie parasoldennen of steenpijnbomen van Rome worden bedreigd door een invasief insect. De toumeyella parvicornis is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika en werd ook waargenomen in de Caraïben. In Europa werd de parasiet voor het eerst opgemerkt in het najaar van 2014 in de regio Campania. Een jaar later begon het insect zijn verwoestende opmars naar andere Italiaanse regio’s.

parasolden_pijnboom(3)

De unieke skyline van Rome, bezaaid met talrijke basiliekkoepels en beroemde monumenten, zou niet volledig zijn zonder de vele steenpijnbomen in het landschap. Ze staan ook bekend als parasoldennen, pignolia-nootdennen of onder hun botanische naam Pinus pinea. Ze kunnen tot ongeveer 30 m hoog worden.

De steenpijnbomen (of tenminste hun verre voorouders) werden eeuwen geleden door Griekse immigranten naar Italië gebracht. De karakteristieke parasoldennen maken tegenwoordig deel uit van het algemene stadsbeeld van Rome, van het centrum tot aan de kust. Door hun pure en sierlijke uiterlijk zijn de bomen bijzonder decoratief.

De befaamde Romeinse steenpijnbomen leveren in de warme zomermaanden heerlijke schaduwplekken, hebben het binnenland eeuwenlang beschermd tegen de zoute zeewind en de verdere erosie van de kustlijn en de kliffen beperkt.

De steenpijnbomen zijn vandaag wettelijk beschermd, maar hoe tegen de huidige vijand moet worden opgetreden is nog niet duidelijk. Ingrijpen is echter dringend nodig.

Het uitheemse insect verspreidt op de bomen uitwerpselen, een kleverige honingdauw, waarop vervolgens een schimmel woekert die de takken en bladeren systematisch bedekt met een zwarte patina. Deze roetzwarte schimmel leidt tot naaldverlies, waardoor de prachtige groene kruinen van de bomen uiteindelijk verdwijnen.

Bij aantasting reageert een gezonde pijnboom door nieuwe naalden te genereren, maar als dat proces blijft duren, verzwakt de boom en raakt hij na enkele aanvallen uiteindelijk in de greep van de parasiet.

Een aangetaste boom is gemakkelijk herkenbaar doordat zich onderaan een ongewone hoeveelheid dennennaalden bevindt. Die zijn vaak bedekt met een kleverige substantie.

Omdat het een niet-inheemse soort is, heeft het ongedierte geen natuurlijke vijanden in Italië, wat betekent dat de insecten zich ongeremd kunnen vermenigvuldigen en zich zonder enige beperking door de natuur kunnen verspreiden.

In de omgeving van Napels, waar ze voor het eerst opdoken, hebben de insecten al flink toegeslagen en nu hebben ze ook Rome bereikt. In de zuidelijke buitenwijken van Mostacciano, Spinaceto en Castel di Decima werden de parasoldennen al gedecimeerd. Nu wordt gevreesd voor de talrijke exemplaren die in Rome en de onmiddellijke omgeving groeien.

parasolden_pijnboom(7)

Het Romeinse gemeenteraadslid Ilaria Piccolo trekt aan de alarmbel omdat Rome haar eeuwenoude en typische bomenerfgoed van onschatbare waarde dreigt te verliezen. Volgens Piccolo zijn naar schatting minstens 50.000 van de ongeveer 82.000 pijnbomen in gevaar.

Hij dringt er bij burgemeester Raggi op aan om tijdig maatregelen te nemen zodat de bomen kunnen worden gered. Hoe dat precies moet gebeuren is echter niet duidelijk.

Tot nu toe heeft het stadsbestuur ook nog niet echt gereageerd op de alarmkreet. Het stadsbestuur is een passieve getuige van de decimering van haar groene karakteristieke erfgoed, zegt Piccolo daarover.

Raggi liet enkel weten dat, hoewel de iconische en statige parasoldennen deel uitmaken van het panorama van de stad, geld moet worden vrijgemaakt om de verouderde bomen te kappen vooraleer ze op eigendommen of hoofdwegen vallen en schade veroorzaken.

Overigens zijn niet enkel de omvallende bomen gevaarlijk, hun wortels veroorzaken soms ook diepe scheuren in het asfalt. Dat veroorzaakte eerder dit jaar op de Via Ostiense nog de dood van een jonge motorrijder.

Momenteel worden de 82.000 pijnbomen in Rome systematisch gecontroleerd. Maar dat is een behoorlijk langdurig karwei en de inspectie kan bovendien alleen bovengronds plaatsvinden. Controle van de wortels of de stevigheid van de bomen is onmogelijk omdat het geschikte materiaal en de instrumenten daarvoor ontbreken.

Guglielmo Calcerano, de Romeinse woordvoerder van de Groene Federatie (Federazione Nazionale Verdi), de ecologische partij van Rome, zegt dat alleszins een tussenkomst op regionaal niveau vereist is.

Hij roept op tot meer wetenschappelijk onderzoek en het gebruik van natuurlijke methodes om de insecten tegen te gaan, zoals het vrijlaten van ‘roofzuchtige’ lieveheersbeestjes.

Ook de regio Lazio heeft nog geen richtlijnen uitgevaardigd om het invasieve insect aan te pakken of informatie verstrekt over de bestrijdingsmiddelenmiddelen die daarbij eventueel mogen gebruikt worden. Al bestaat er geen behandeling die de parasiet effectief verdelgt.

Een forse snoeibeurt van de bomen is een andere remedie, maar die ingreep kan contraproductief zijn, omdat de bomen hierdoor na verloop van tijd groter worden, waardoor sommige exemplaren te zwaar worden en alsnog omvallen.

De iconische pijnbomen zijn in Rome talrijk aanwezig langs wegen, in parken en in villatuinen, maar zijn ook terug te vinden op vele andere plekken in de stad. Dat is niet altijd zo geweest.

parasolden_pijnboom_appia_antica1

Honderd jaar geleden bijvoorbeeld, bevonden zich langs de Via Appia Antica amper pijnbomen, vandaag zou de beroemde Romeinse weg zonder de fraaie parasoldennen niet meer hetzelfde zijn.

parasolden_pijnboom_appia_antica2

De bomen horen thuis in de mediterraanse regio, maar zijn ook te vinden in delen van Noord-Afrika, de Canarische Eilanden, Zuid-Afrika en Nieuw-Zuid-Wales.

Ze werden duizenden jaren geleden in deze regio’s, ver buiten hun verspreidingsgebied, gekweekt en zijn vrijwel niet te onderscheiden van de ‘echte’ inheemse dennen.

De soort levert al minstens zesduizend jaar eetbare pijnboompitten, die in het mediterraanse gebied eeuwenlang werden verhandeld en gegeten. Ook de Romeinse legionairs gebruikten regelmatig pijnboompitten als voedingsbron.

De pitten zijn nog steeds vaak terug te vinden in de Romeinse keuken. Ze worden rauw of geroosterd gegeten en zijn één van de ingrediënten van pesto.

De zaden van de pijnboompitten moeten echter op hun beurt afrekenen met nog een andere bedreiging, namelijk de leptoglossus occidentalis of bladpootrandwants, eveneens een exoot uit Noord-Amerika.

Dit insect kwam eind de jaren ’90 van de vorige eeuw in Italië terecht, samen met een lading geïmporteerd hout uit het westen van de Verenigde Staten. Het voedt zich met het sap van de zich ontwikkelende kegels van coniferen.

Hierdoor verdorren de zaden en ontwikkelen de kegels zich vaak niet volledig. Daardoor wordt de natuurlijke reproductie van nieuwe pijnbomen bedreigd, wat zorgwekkend is gezien de relatief korte levensduur van de soort.

In de fascistische tijd zagen de autoriteiten de parasoldennen als een symbool van ‘Italianità’. Op Kerstmis 1937 plantte Mussolini een pijnboom op Piazza Venezia, de eerste in een rij van tweeduizend bomen die zich uitstrekte van het Forum Romanum tot wat nu de zuidelijke buitenwijk van de EUR is.

In dit laatste gebied had in 1942 de Esposizione Universale di Roma of Wereldtentoonstelling moeten plaatsvinden, maar dat feestje ging omwille van de Tweede Wereldoorlog niet door.

De bomen van Mussolini zouden uiteindelijk zowat de hele Via Imperiale (vandaag de Via Cristoforo Colombo) tot aan Ostia, bij de zee, afbakenen.

Maar in de jaren ’30 ging had men er nog geen besef van dat de natuurlijke levensduur van de dennen, theoretisch en in het allerbeste geval 150 tot 180 jaar, in een stedelijke omgeving minstens zou gehalveerd worden.

In Rome betekent dat concreet dat de bomen die werden geplant in de tijd van Mussolini, vandaag hoe dan ook stilaan hun levenseinde naderen. De insecten versnellen echter dat proces.

Dat is de jongste tijd ook goed merkbaar doordat steeds vaker bomen omvallen en daarbij niet zelden flink wat schade aan huizen of auto’s veroorzaken. Bij de minste windvlaag moet de brandweer wel ergens omgevallen parasoldennen komen verwijderen.

Andere omgevingsfactoren bespoedigen het verval van de dennen nog meer. Onregelmatige temperaturen hinderen het natuurlijke herstel van de bomen en stimuleren de levensomstandigheden van de invasieve insecten.

Zoals dat in de natuur gaat, past de vegetatie zich reeds aan. De Pinus pinea wordt hier en daar al verdrongen door de Juniperus thurifera en Quercus ilex, twee soorten die iets beter bestand zijn tegen de insecten.

parasolden_pijnboom(1)

Volgens de filosoof en historicus Plutarchus (omstreeks 46 tot minstens 120 na Chr.) was de pijnboom eerst heilig voor de vruchtbaarheidsgodin Cybele en daarna voor Neptunus.

De boom is indirect ook verantwoordelijk voor de typische harssmaak in retsina, de Griekse wijn die we vandaag nog altijd kennen.

Zevenduizend jaar geleden bewaarden de Grieken hun wijn in amforen die verzegeld werden met hars van pijnbomen en later van de aleppoden. Daardoor kreeg hun wijn na enige bewaartijd op natuurlijke wijze (en oorspronkelijk onbedoeld) een harssmaak.

In de eerste eeuw v. Chr. begonnen de Romeinen, die niet over hars van de aleppoden beschikten, hun wijn in vaten te bewaren, waardoor de noodzaak om hars te gebruiken verdween. In het Oost-Romeinse Rijk bleef men echter nog wel amforen met hars gebruiken.

Plinius de Oudere schreef in zijn Naturalis historia dat hars uit de bergen beter geschikt was om amforen te verzegelen. Maar Lucius Iunius Moderatus Columella noteerde in De re rustica, dat hars de smaak van goede wijn bederft.

De diplomaat en historicus Liutprand van Cremona klaagde in zijn Relatio de legatione Constantinopolitana ad Nicephorum Phocam, dat hij aan het hof van de Byzantijnse keizer Nikephoros II Phokas ondrinkbare wijn met hars had gekregen.

Het moet zijn dat de voorliefde voor harssmaak bij de Grieken is blijven hangen, want tegenwoordig wordt, om toch de oude vertrouwdesmaak in de wijn te hebben, kunstmatig hars aan witte wijn toegevoegd.

Die is afkomstig van zowel de aleppoden, de Turkse den, de sandarak als de mastiekboom. Gewoonlijk gaat het om een dosis van ongeveer 1 procent, maar de harssmaak in de Griekse retsina kan zeer sterk variëren per merk.

parasolden_pijnboom(2)

De steenpijnbomen werden in Rome ook gebruikt voor het bouwen van meubels en schepen, waarbij op een bepaald ogenblik het woord ‘pinea’ zoveel betekende als ‘schip’.

In de oudheid hadden de heuvels van Rome elk hun eigen heilige bos dat werd beschermd door een priester. Wie daar zomaar een boom kapte, riskeerde de doodstraf. Met de geleidelijke vernietiging van de aquaducten na de val van het Rijk, droogden de beroemde horti en groene oases van Rome echter letterlijk uit.

Groen bleef tot zelfs in de achttiende eeuw eerder schaars in Rome. In die periode klaagden de Grand tour-reizigers regelmatig over de stoffige straten van de stad, de boomloze wegen en het gebrek aan groene boulevards.

De meest karakteristieke bomen die we vandaag aantreffen in Rome zijn bijna allemaal van elders afkomstig. Palmbomen zouden in Rome terechtgekomen zijn dankzij de voorliefde van Julius Caesar (100 – 44 v. Chr.) voor dadels. Samen met de terugkeer van de legioenen van keizer Titus (79 – 81) uit Judea zouden massaal palmbomen naar Italië worden gebracht.

Perzikbomen verschenen dan weer in Rome op het einde van de tweede eeuw, toen ze door keizer Septimius Severus (193-211) vanuit Perzië naar Italië werden gehaald.

De cipres heeft altijd een centrale rol gespeeld in het ontwerp van de belangrijkste tuinen, maar de boom werd in verband gebracht met de dood omdat hij bij crematies werd gebruikt. De sterke geur moest de stank van de lijken inperken. Cipressen werden ook gebruikt om de standbeelden van Pluto, de Romeinse god van de onderwereld te versieren.

Volgens sommigen bevindt zich in het vroegere klooster dat gedeeltelijk werd gebouwd op de Thermen van Diocletianus (sinds de ontruiming van het klooster in 1889 werd dit het Museo Nazionale Romano) een cipres die door Michelangelo persoonlijk zou geplant zijn. Of dat verhaal klopt is nog maar de vraag.

parasolden_pijnboom(9)

De palmbomen van Rome hebben eveneens af te rekenen met een verwoestend insect, de rode snuitkever, die vanuit Noord-Afrika via Sicilië op het Italiaanse vasteland arriveerde en nu al enkele jaren toeslaat in de hoofdstad.

De beestjes doen zich te goed aan de vruchten, zaden en bloemknoppen van de palmboom. Naar schatting is ongeveer dertig procent van het aantal palmen in de regio Lazio aangetast.

De ziekte is pas merkbaar als de bovenste takken beginnen te hangen en afsterven. Tegen die tijd is het vaak al te laat om de bomen nog te redden, hoewel uitgebreide en herhaaldelijke behandelingen met sproeistoffen de jongste jaren toch wel een heleboel bomen in Rome hebben gered, vooral in de Orto Botanico, de botanische tuin van Rome.

Precies tien jaar geleden werd tot ontzetting van vele Romeinen vastgesteld dat één van de beroemde vijf palmbomen op Piazza di Spagna, aan de voet van de Spaanse Trappen, aan het afsterven was.

parasolden_pijnboom(4)

De boom kreeg toen eveneens een aanval te verduren van de rode kever. De overige bomen waren nog niet aangetast en konden op het nippertje worden gered.

Ook de platanen, de je vooral terugvindt langs de Tiber, de Passeggiata del Gianicolo, langs de Viale Trastevere en vele andere boulevards, hebben het moeilijk. Ditmaal zijn echter geen insecten verantwoordelijk voor de slechte toestand van sommige bomen.

Platanen verlagen de omgevingstemperatuur en absorberen vervuiling. Een boom van 15 m hoog kan per uur tot 10 kg koolstofdioxide opnemen. Maar tegen het nooit aflatende drukke autoverkeer van Rome kunnen ze niet op.

Het loodniveau in de bladeren van de platanen die zich naast drukke wegen bevinden, blijkt twintig tot tachtig keer hoger te zijn dan bij hun soortgenoten elders in de stad.

Dat resulteert in een soort plantaardige eczema, met als voornaamste kenmerken ziekelijk gele stammen en schilferende schors. De oudste platanen in Rome werden geplant na de eenwording van Italië in 1871.

parasolden_pijnboom(6)

Andere bomen die in Rome veel voorkomen zijn vaak eveneens exoten en ze groeien op plekken waar ze dat dus niet zouden moeten doen.

Zo is er de Ailanthus altissima of hemelboom, die in de achttiende eeuw vanuit China door Jezuïeten mee naar Rome werd gebracht. Je vindt deze bomen vandaag op diverse plekken in de stad, onder meer in de Via del Pigneto.

Het zijn meestal ook deze bomen die de jongste jaren met hun wortels systematisch de Aureliaanse Muur ondermijnen. De oude stadsmuur en de straatverharding in de omgeving worden door het wortelstelsel letterlijk omhoog gedrukt, waardoor de muur regelmatig brokstukken verliest of te maken krijgt met verzakkingen.

De boom is overigens minder sterk dan hij lijkt en wordt na een dertigtal levensjaren veel fragieler waardoor hij bij een beetje harde wind al snel omver waait, met alle gevolgen vandien.

De boom trekt zich niets aan van vervuiling, overwoekert spoordijken en snelwegen, groeit snel en plant zich dankzij de verspreiding van ontelbare zaden ook massaal voort. Deskundigen vergelijken de Ailanthus weleens met een botanische tijdbom.

Torlonia-tentoonstelling in Rome opent op 14 oktober

16 september 2020

In Rome is de officiële openingsdatum bekendgemaakt van I Marmi Torlonia (The Torlonian Marbles). Na de recente tentoonstelling over Raffaello wordt deze expo beschouwd als één van de grootste kunst- en cultuurevenementen die dit jaar in Rome plaatsvinden.

De Torlonia-collectie bestaat uit 620 oude marmeren sculpturen, waarvan er 96 op de tentoonstelling te zien zijn. Het is meer dan zeventig jaar geleden dat de verzameling nog eens werd getoond aan het publiek.

De wereldberoemde Torlonia-collectie, door velen beschouwd als ’s werelds belangrijkste privécollectie van antieke marmeren sculpturen, opent op 14 oktober in Palazzo Caffarelli, de tentoonstellingslocatie van de Capitolijnse Musea. Zonder het coronavirus als spelbederver, zal ze te bezoeken zijn tot 29 juni 2021. Tickets kunnen nog niet worden gekocht.

Clubleden van S.P.Q.R. krijgen binnenkort als eersten een bijdrage te lezen over deze unieke tentoonstelling en, als preview op het evenement, ook een aantal unieke foto’s te zien.

Rome toont antiek speelgoed in Palazzo Braschi

16 september 2020

In het Museo di Roma Palazzo Braschi is al een tijdje een leuke en merkwaardige tentoonstelling aan de gang. Tot 10 januari 2021 kan je er nog terecht om een prachtige collectie vintage speelgoed te bewonderen, waaronder poppenhuizen, auto’s, treinen, tollen, speelgoedsoldaatjes, boerderijdieren, vliegtuigen, knikkers, hobbelpaarden, toverlantaarns, sleeën, clowns, speeldozen en nog veel meer. Na een bezoek stap je hier vrolijk buiten.

Per Gioco_MIC 1045x545

De volledige naam van de tentoonstelling is een hele mondvol. Per Gioco. La collezione dei giocattoli antichi della Sovrintendenza Capitolina toont antieke objecten die bijna allemaal gemaakt zijn in de periode tussen 1860 en 1930, tijdens de zogenaamde ‘gouden eeuw’ van het speelgoed.

Ze zijn afkomstig uit een grote collectie oud speelgoed die de stad Rome in het verleden heeft gekocht en die zelden of nooit wordt getoond aan het publiek. In totaal zijn in Palazzo Braschi meer dan 700 voorwerpen te zien die samen 22 kamers in beslag nemen. De tentoonstellingsroute is verdeeld in verschillende thema’s.

Dat zijn de stad en het platteland (met straat- en luchtspelletjes) het bewegende kind, het gezin, werk, reizen (met verschillende soorten speelse objecten zoals vliegtuigen en schepen, kastelen, gebouwen, auto’s, treinen, poppenhuizen, poppen, toverlantaarns, circus- en kermisobjecten, schilderijen, boeken, straatspellen) en transportobjecten voor kinderen en bewegingsspellen (sleeën, scooters, fietsen, kinderwagens, hobbelpaarden).

Onder het thema werk vinden we speelgoed dat geïnspireerd is op de verschillende economische activiteiten van het pre-industriële tijdperk of het aanbreken van de industriële beschaving.

Het zijn spinnerijen, weefgetouwen, elektromotoren, keukens, constructiespellen en mechanica. Het speelgoed was oorspronkelijk bedoeld om de interesse voor de ambachtelijke, artistieke en huishoudelijke vaardigheden bij kinderen te ontwikkelen.

gioco(9)

Een topstuk is onder meer een poppenhuis dat ooit toebehoorde aan de koningin van Zweden, daterend uit de late zeventiende eeuw. Het werd in 1686 besteld bij de Duitse meubelmaker Burchard Precht door de koningin-moeder Ulrika Eleonora van Denemarken, de echtgenote van koning Karl XI, voor hun dochter Hedvig Sophia.

De oudste voorwerpen van de tentoonstelling zijn twee pre-Inca-poppen uit de veertiende of vijftiende eeuw, waarvan er één een moeder voorstelt met haar zoon in de armen.

Maar al even opmerkelijk is bijvoorbeeld een in 1914 met de hand vervaardigd huisje met daarin een nog steeds werkende lift, gemaakt met uurwerkonderdelen.

Een selectie speelgoedauto’s kan natuurlijk niet ontbreken. Daar zien we onder meer Duitse miniatuurauto’s uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, een installatie met kleine automaten, straatspellen en miniatuurkoetsen. Ook de treintjes vinden we hier terug.

gioco(5)

Een veertigtal voorwerpen werden geselecteerd voor het thema ‘plezier’, waaronder elementen van het circus (clowns, jongleurs, een reizend circus, …). Ook de kinderbibliotheek is fascinerend, met 84 exemplaren uit de collectie.

In de laatste kamer toont een animatievideo van ongeveer zeven minuten een verhaal geïnspireerd op de objecten van de collectie. In een miniatuurwereld komt speelgoed tot in de kleinste details tot leven tegen de achtergrond van de stad ondergedompeld in haar dagelijkse activiteiten.

De film is gemaakt door kunstenaar en videomaker Francesco Arcuri, tevens de curator van alle visuele snufjes die je op deze tentoonstelling aantreft.

Over de hele tentoonstelling vind je verklarende panelen over de betekenis van het spel, over de geschiedenis van de collectie en gedetailleerde informatie over de meest waardevolle stukken.

Er is ook een catalogus beschikbaar, samengesteld door Emanuela Lancianese en Amarilli Marcovecchio, met een inleidend essay van Filippo Tuena.

De enorme collectie antiek speelgoed, bestaande uit ongeveer 33.000 objecten, is al vijftien jaar in het bezit van de stad Rome. Jaren geleden waren er plannen om in Villa Ada een heus speelgoedmuseum te bouwen om de prachtige verzameling te kunnen tonen aan het publiek, maar dat is er nooit van gekomen.

Sindsdien ligt de verzameling opgeslagen in (niet publiek toegankelijke) magazijnen van de Centrale Montemartini.

gioco(7)

Het meeste speelgoed maakte deel uit van een prestigieuze collectie die de stad in 2005 kocht voor 5,4 miljoen euro. Dat gebeurde tijdens de legislatuur van de toenmalige burgemeester Walter Veltroni.

De collectie, vermoedelijk de grootste van Europa, is afkomstig uit een speelgoedmuseum in Stockholm dat in 1991 werd gesloten. Dat was ontstaan uit de passie van de Zweed Peter Pluntky, die tussen 1970 en 1999 niet minder dan 10.664 stuks speelgoed verzamelde, alles samen bestaande uit ongeveer 33.000 componenten.

Na de sluiting van het museum raakte de Italiaanse verzamelaar Leonardo Servadio uit Perugia gefascineerd door het vakmanschap waarmee het speelgoed was gemaakt en door de enorme variëteit van de collectie, die hij uiteindelijk volledig kocht.

In de daaropvolgende jaren breidde Servadio de verzameling nog uit met nieuw fantasierijk en ambachtelijke speelerfgoed, zodanig dat de collectie vandaag 99 productcategorieën telt.

Het meeste speelgoed uit de collectie werd vervaardigd in de periode van 1860 tot 1930, maar in de verzameling bevinden zich ook zeer kostbare stukken uit de veertiende en vijftiende eeuw. Het oudste zijn de twee voormelde pre-Inca-poppen, die waarschijnlijk deel uitmaakten van de grafgiften van een klein meisje.

Er zijn ook treinen van Märklin, Bing en Carette, spoorwegaccessoires, speelgoedauto’s, modelvrachtwagens en motorfietsen, fietsen, een miniatuurvloot van vliegtuigen en andere vliegende voertuigen, nog werkende gigantische beiaarden, caleidoscopen, stereoscopen en verrekijkers.

Tot de collectie behoren ook een heleboel fraaie automaten, in totaal meer dan driehonderd stuks, vervaardigd uit tin, hout, stof, papier-maché en celluloid. Ze zijn afkomstig uit de tweede helft van de negentiende tot het midden van de twintigste eeuw. De collectie werd vervolgens uitgebreid met de verzameling van de families Gifuni en Virginia Rossini.

Meer dan de helft van het speelgoed is van Duitse makelij, een kwart werd in Zweden vervaardigd, de rest is afkomstig van Franse, Italiaanse, Engelse en Amerikaanse fabrikanten.

gioco(4)

Walter Veltroni wilde in 2006 met het speelgoed een Speelgoedmuseum inrichten dat zou worden gevestigd in Villa Ada, maar het museum zou nooit worden gebouwd.

De burgemeester kreeg toen onder meer felle kritiek van de afdeling Lazio van het Wereld Natuur Fonds (WWF) die bezwaar maakte tegen de ‘invasieve ontwikkeling’ op het terrein van het park Villa Ada.

Gianni Alemanno, de opvolger van Walter Veltroni, annuleerde het hele project toen hij in 2008 burgemeester werd. De kostprijs van het nog te bouwen Speelgoedmuseum werd destijds geraamd op 15 miljoen euro.

Dat geld had Rome toen ook al niet en de complete verzameling speelgoed verdween in 2011 alle stilte in een pakhuis van de Centrale Montemarini aan de Via Ostiense. Daar bleef het liggen tot een aantal mooie stukken nog eens werden afgestoft om getoond te worden op de tentoonstelling in Palazzo Braschi.

Per Gioco
La collezione dei giocattoli antichi della Sovrintendenza Capitolina
Tot 10 januari 2021
Museo di Roma Palazzo Braschi
Piazza di San Pantaleo 10 / Piazza Navona 2

www.museodiroma.it/it/mostre_ed_eventi/mostre
www.museodiroma.it/it/sede/palazzo_braschi

Scholen in Rome heropenen, maar velen maken een valse start

15 september 2020

Sinds maandag is het weer wat drukker in de straten van Rome. Na bijna zeven maanden gesloten geweest te zijn, heropenen vandaag de scholen. Die zijn al dicht sinds 4 maart. Nergens anders in Europa gingen de scholen zo lang op slot, al had aanvankelijk niemand kunnen vermoeden dat het zo lang zou duren.

Wat de impact van die lange sluiting op termijn zal zijn voor de kwaliteit van het onderwijs valt nog af te wachten, al gingen een aantal scholen reeds op 1 september weer open voor inhaallessen.

De heropening van de scholen in Rome betekent voor heel wat onderwijsinstellingen echter een valse start. Verschillende scholen zullen pas op 24 september leerlingen kunnen ontvangen.

klaslokaal(2)

Dat komt omdat een heleboel scholen nog niet klaar zijn met werkzaamheden en maatregelen om de scholieren uit het lager en middelbaar onderwijs op een gepaste en virusveilige manier te ontvangen, al staan er ook een aantal kleuterscholen op het lijstje. Verschillende directies zeggen dat er geen enkele garantie is dat de start van het schooljaar vlot zal verlopen.

Ouders reageren boos en zijn gefrustreerd omdat ze pas deze week op de hoogte werden gebracht van het uitstel. Volgens de schooldirecties is het stadsbestuur te laat begonnen met de lichte verbouwings- en schilderwerken die op verschillende plaatsen nodig waren om de lessen volgens de geldende veiligheidsmaatregelen tegen het Covid-19-virus te laten verlopen.

Omdat de scholen voldoende fysieke afstand tussen de leerlingen moeten voorzien, werden indien mogelijk oude of ongebruikte lokalen inderhaast weer opgeknapt. In sommige scholen is dat werk niet klaar. Anderzijds ontbreekt in heel wat scholen gewoon de mogelijkheid om uit te breiden of om extra ruimte te voorzien.

Vandaag, bij de start van het schooljaar, zal alleen al in de regio Lazio, voor ongeveer 9.000 leerlingen nog geen geschikt klaslokaal beschikbaar zijn. Die scholieren moeten voorlopig thuisblijven en online de lessen volgen. Voor gezinnen waar beide ouders werken, is dat organisatorisch niet altijd gemakkelijk.

Maar zelfs in de scholen die wel heropenen moet rekening worden gehouden met heel wat ongemak. Zo zijn in de meeste scholen de lesuren van de verschillende klassen flink aangepast om de aankomst en het vertrek van de leerlingen bij het begin en einde van de schooldag zoveel mogelijk te spreiden. Uit plaatsgebrek is er echter ook geknutseld aan het aantal dagen dat de leerlingen effectief in de school doorbrengen.

In sommige middelbare scholen moeten de leerlingen uit de eerste drie jaren lessen volgen op maandag, woensdag en vrijdag. De scholieren van de laatste drie jaren zijn op dinsdag, donderdag en zaterdag welkom op school. Dat driedaagse rooster wisselt om de week tussen de twee verschillende leerlingengroepen. Degenen die thuis blijven moeten de lessen online volgen.

In andere scholen krijgt de ene groep dan weer les van 8 tot 11 uur, waarna die naar huis kunnen. De tweede groep leerlingen wordt dan ’s namiddags tussen 13 en 16 uur ontvangen.

Het tekort aan lesuren wordt ook in dit geval opgevangen met thuiswerk en online lessen, ook op zaterdag. Dergelijke regelingen zorgen bij talrijke families voor veel ongemak, vooral bij gezinnen die twee of meer kinderen op school hebben.

klaslokaal(9)

Daarnaast melden heel wat schooldirecties een tekort aan leerkrachten. Dat is ieder jaar wel het geval, het duurt doorgaans altijd wel enkele weken vooraleer alle leerkrachten op de juiste plaats zijn aangesteld. In Italië gebeurt dat niet door de school maar door de staat. Dit jaar stellen zich echter bijkomende problemen.

Om te beginnen zijn er opvallend meer ziektemeldingen dan de vorige jaren. De voorbije dagen hebben in Italië meer dan een half miljoen leerkrachten en schoolmedewerkers een virustest ondergaan. Dat is iets meer dan de helft van de ongeveer 970.000 schoolpersoneelsleden in het land.

Ongeveer 13.000 van hen scoorden positief op Covid-19. Die moesten meteen in quarantaine en mogen pas weer aan het werk nadat een tweede test negatief uitvalt.

Een aantal leerkrachten liet hun directie ook weten dat ze omwille van de langdurige sluiting een andere job hebben gezocht en gevonden en niet meer terugkeren naar het onderwijs. Om al die redenen moeten een heleboel nieuwe onderwijskrachten worden aangesteld.

De Italiaanse overheid heeft geld klaarliggen voor 84.000 nieuwe leerkrachten. Die hadden er in principe vandaag moeten zijn, maar de aanwerving verliep moeizaam. Vervolgens sleepte de aanstellingsprocedure maandenlang aan, waardoor de eerste nieuwkomers pas ten vroegste in oktober in een school zullen kunnen beginnen.

Schooldirecties verwijten de overheid dat ze al lang op de hoogte was van de problemen en het leerkrachtentekort, en veel vlugger in actie had moeten komen. Nu moeten talrijke scholen volop improviseren en draaien de bestaande leerkrachten op voor het extra werk.

Ook gewone schoolmedewerkers zijn flink in aantal verminderd. Verschillende scholen zijn op zoek naar nieuw personeel, zowel voor secretariaatswerk als onderhoud. Tijdens de maandenlange sluiting van de scholen, hebben een heleboel van deze mensen eveneens een andere job gevonden.

Daardoor kampen talrijke scholen met een tekort aan medewerkers, zowel op het schoolsecretariaat als bij de onderhoudsdiensten.

Zo is bij sommige scholen het gras al een half jaar niet meer gemaaid en worden de gebruikelijke onderhoudsklusjes al maanden niet meer uitgevoerd. Elders werden de leerkrachten opgetrommeld om hun school een poetsbeurt te komen geven omdat al het technische personeel verdwenen is.

Eveneens in het kader van de beschermingsmaatregelen tegen het coronavirus, heeft de overheid een paar miljoen nieuwe eenzitbankjes besteld. Ook die zijn nog lang niet allemaal geleverd. Minister van Onderwijs Lucia Azzolini wil met het nieuwe meubilair het tekort aan plaatsruimte gedeeltelijk opvangen.

In de meeste scholen zitten de leerlingen per twee op een bank of aan een lestafel, maar doordat ze nu minstens een meter afstand tegenover elkaar moeten bewaren, kan dat niet meer.

Wettelijk mogen in Italië maximum 34 leerlingen in één klas zitten, maar bij het gebruik van de gewone tweezitbanken is de ruimte in de leslokalen doorgaans te klein als men de gewenste afstandsregels wil respecteren.

De overheid heeft daarom voor de scholen twee miljoen eenpersoonszitjes besteld. Het gaat zowel om banken als stoelen met een schrijfblad of een opklapbaar tafeltje, die verspreid kunnen worden over het hele klaslokaal zodat de scholieren individueel en voldoende ver van elkaar kunnen zitten.

klaslokaal(8)

De belangstelling was groot en de scholengemeenschappen reserveerden ongeveer 400.000 stoelen en 1,6 miljoen bankjes.

Die laatste zijn veel populairder omdat op heel wat plaatsen in Italië de leerlingen al van in het kleuteronderwijs te horen krijgen dat ze bij een aardbeving onder hun bank moeten schuilen.

De stoelen hebben meestal ook geen opbergruimte voor boeken of andere spullen, al zijn er wel modellen met een opbergvakje aan de rugzijde.

Maar zoals het wel vaker gaat, duurde het ook hier weer maanden vooraleer de aanbestedingsprocedure in gang werd gezet. Met als gevolg dat de meubelfabrikanten tot vandaag nog steeds massaal overuren draaien om al het materiaal zo snel mogelijk te kunnen leveren. Sommigen moeten nu in enkele weken evenveel meubilair produceren als anders in vijf jaar.

Een heleboel scholen zullen vandaag hun bestelde stoelen echter nog niet ontvangen, waardoor ze organisatorisch in de problemen komen en wegens plaatsgebrek wellicht ook leerlingen naar huis zullen moeten sturen.

Onbegrijpelijk, zeggen directies en leerkrachten. De overheid heeft maanden tijd gehad om dit voor te bereiden en nu de scholen eindelijk heropenen, blijkt dat ze er helemaal niet klaar voor zijn.

De meubelfabrikanten hebben al laten weten dat ze ten laatste half november de productie kunnen afronden. Maar dan zijn we weeral twee maanden verder.

klaslokaal(10)

Leerlingen, leerkrachten en personeelsleden krijgen elke dag een gratis mondmasker, maar toch blijkt uit een rondvraag dat zeven op de tien ouders zich ernstige zorgen maken over de terugkeer van hun kinderen naar school en de mogelijke risico’s voor hun gezondheid.

De rommelige voorbereiding en de trage overheidsprocedures, waarover de voorbije dagen meer details uitlekten, wekken bij hen weinig vertrouwen.

Ook studentenverenigingen hebben al laten weten dat ze op 25 en 26 september demonstraties zullen houden om te protesteren tegen de vermeende tekortkomingen van de overheid bij het voorbereiden van de heropening van de scholen.

Lucia Azzolina geeft toe dat het een moeilijk jaar zal worden voor al wie bij het onderwijs betrokken is en begrijpt dat sommigen bezorgd zijn over de heropening van de scholen. Volgens de minister bevinden we ons echter in een unieke situatie en zal iedereen zich de komende maanden zo goed mogelijk moeten aanpassen.

Azzolina wijst er ook op dat Italië zeer duidelijke regels heeft vastgelegd om met het virus om te gaan. Die behoren tot de strengste in Europa en moeten verhinderen dat het land nog eens meemaakt wat er dit voorjaar gebeurde.

Snelle virustest voor alle reizigers tussen Rome en Milaan

14 september 2020

Alle passagiers op vluchten tussen de luchthavens Rome Fiumicino en Milaan Malpensa zullen binnenkort een snelle test voor Covid-19 moeten ondergaan. De reizigers zullen worden getest in het kader van een nieuw experimenteel project dat in principe morgen van start gaat.

Het plan wordt momenteel nog wat verfijnd door de regionale gezondheidsraad van Lazio, in samenwerking met Aeroporti di Roma (AdR) die de luchthavens van Fiumicino en Ciampino exploiteert en de luchtvaartmaatschappij Alitalia.

De bedoeling is om tussen Rome en een aantal populaire bestemmingen een soort ‘virusvrije route’ te creëren, waar passagiers zich op elk moment van hun reis helemaal veilig kunnen voelen en niet moeten vrezen voor besmettingen door medereizigers.

legeluchthaven1

De sneltest wordt afgenomen met een wattenstaafje en geeft het resultaat binnen ongeveer 15 minuten. Wie positief reageert op de test, mag uiteraard niet aan boord van een vliegtuig stappen. Op iets langere termijn is het de bedoeling om het experiment uit te breiden naar de langeafstandsroutes, zoals bijvoorbeeld Rome-New York.

Volgens Alessio D’Amato, lid van de regionale gezondheidsraad van Lazio, wil men met het initiatief in de eerste plaats het vertrouwen van de reizigers herstellen en hun veiligheid garanderen, ook op de langere routes. De zeer belangrijke economische luchtvaartsector heeft elke vorm van steun hard nodig. Overal ter wereld beleven de luchtvaartmaatschappijen een financiële nachtmerrie als gevolg van de pandemie.

legeluchthaven2

Het is tegenwoordig bijzonder rustig op de anders zo hectische luchthavens. Nu de vakantiemaanden voorbij zijn, begint het aantal reizigers weer flink te dalen. Er worden ook beduidend minder vluchten geboekt dan verwacht.

Talrijke mensen aarzelen om ergens naartoe te vliegen. Ze vrezen dat hun vlucht wordt geannuleerd of dat het vluchtschema  wordt aangepast omdat het toestel niet vol genoeg zit. Maar meestal zijn mensen gewoon bang om aan boord of in de luchthaven te worden besmet.

In België mogen in bioscopen, in theaters en bij concerten maximum tweehonderd mensen samenzitten en die moeten altijd minstens anderhalve meter bij elkaar vandaan blijven. In een volle Airbus zitten 250 passagiers, maar in vliegtuigen is het blijkbaar niet nodig om die maatregelen te volgen. Iedereen zet een mondmasker op en men gaat de lucht in. Hier klopt toch iets niet, is een reactie die we de jongste weken regelmatig horen, niet alleen van reizigers maar ook van luchtvaartpersoneel.

Sagalassos-tentoonstelling in Istanbul sluit af met 84.000 bezoekers

14 september 2020

Vorige maand eindigde in Istanbul (Turkije) de prestigieuze tentoonstelling ‘Meanwhile in the mountains. Sagalassos’. Dit stukje Leuvense wetenschap aan de Bosporus gaf met 368 authentieke objecten een overzicht van de Romeinse stad Sagalassos die door archeologen van de KU Leuven al vele jaren systematisch wordt blootgelegd, onderzocht en zelfs gedeeltelijk werd heropgebouwd.

De artefacten die op de tentoonstelling te zien waren, werden reeds opnieuw professioneel ingepakt en verscheept naar hun thuis, het Archeologische Museum van Burdur.

sagistan(6)

Het terugplaatsen van het beeld van Poseidon in de vaste opstelling van het museum is veruit het moeilijkste karwei, want het beeld is bijzonder fragiel. De overige stukken liggen netjes te wachten tot ze opnieuw een plekje krijgen in het museum.

Helaas zullen heel wat van de archeologische vondsten uit Sagalassos in de depots van het museum verdwijnen, gewoon omdat er momenteel geen plaats meer is in de tentoonstellingszalen.

sagistan(7)

“Zodra de wereld weer wat normaler draait, hebben we met de museumdirecteur afgesproken om samen te kijken hoe we aan een nieuwe opstelling kunnen werken, waarbij het werk van ‘onze’ fotografen Danny Veys en Bruno Vandermeulen ook een plaats zou krijgen”, zegt Jeroen Poblome, de directeur van het Sagalassos Archaeological Research Project.

De tentoonstelling in Istanbul liep van 27 november 2019 tot 23 augustus 2020. In totaal zijn er 84.000 bezoekers geregistreerd, waarvan 79.000 vóór de tijdelijke sluiting in functie van de bestrijding van het ons inmiddels bekende virus.

sagistan(4)

De Turkse pers was lovend over de expo die zonder de virusuitbraak ongetwijfeld nog veel meer bezoekers had mogen verwelkomen.

De tentoonstelling in Istanbul ging een tijdlang de digitale toer op. Zo werd de online 3D-tour van de tentoonstelling, gemaakt tijdens de lockdown, meer dan 50.000 maal bekeken.

De virtuele rondleiding, aangeboden door museumdirecteur Nihat Tekdemir, werd meer dan 10.000 maal gezien op Instagram. Het begeleidende boek is zelfs al toe aan zijn zevende oplage.

sagistan(9)sagistan(3)

Jeroen Poblome en zijn team zijn vanzelfsprekend zeer blij met deze klinkende cijfers, maar zoals zovelen in de cultuursector, knarsetanden ze toch een beetje. Een en ander blijkt ook uit de bezoekersaantallen op de site in Sagalassos.

De onderstaande grafiek toont de officiële aantallen bezoekers op de archeologische site van 2002 tot en met de maand juli van dit jaar.

sagistan(1)

“Ondanks het effect van het virus, willen we deze grafiek voornamelijk zien als een teken van hoop. Sinds lang maakt het binnenlands toerisme de hoofdmoot uit. Inderdaad, sinds het aantal Turkse bezoekers in 2015 de kaap van 20.000 passeerde is er duidelijk sprake van groei, met meer dan 75.000 Turkse bezoekers in 2019”, zegt Jeroen Poblome.

De recente groei valt mee te verklaren omdat het Turkse Ministerie voor Cultuur en Toerisme samen met de UNDP (United Nations Development and Planning), een afdeling van de Verenigde Naties, sterk heeft ingezet op de introductie van de teelt van lavendel in de streek van Isparta.

Het dorp Kuyucak produceert ondertussen meer dan 90% van alle lavendel in Turkije, en daarrond werd een programma van ruraal toerisme gebouwd.

In 2018 kreeg dit initiatief meer dan 190.000 bezoekers over de vloer. Ondertussen bieden meer dan zestig Turkse touroperators dit bezoek aan, en hebben daarbij ook het wondermooie en beschermde Salda Meer gevoegd.

Dat is één van de parels van de streek, met een uniek kleurenspel en populair door de aanwezigheid van specifieke mineralen die zeer heilzaam zijn bij huidaandoeningen. Ook de site van Sagalassos is in dit toeristische aanbod opgenomen.

“Als er verschillende initiatieven gestroomlijnd raken, vaart iedereen er duidelijk wel bij”, stelt Jeroen Poblome.

sagistan(5)

Sagalassos werd ondertussen door het Ministerie van Cultuur en Toerisme ook opgenomen in de Top 10 van archeologische sites in Turkije. Dat wil dus zeggen dat Sagalassos in alle officiële communicatie sterk gepromoot zal worden, zowel in Turkije zelf als in het buitenland.

“Laat ons hopen dat deze promotiecampagnes voornamelijk in het buitenland zullen aanslaan. Onze buitenlandse bezoekersaantallen zijn nooit boven de 10.000 gestegen en schommelen tussen de 4.000 en 5.000. Helaas hebben de politieke ontwikkelingen in 2016 hun effect niet gemist, maar de aantallen waren toen al dalende. De lichte stijging sindsdien werd dit jaar weer tenietgedaan door de pandemie”, aldus Jeroen Poblome.

Wat we uit deze cijfers leren is dat de presentatie van de archeologische site van Sagalassos weliswaar van belang is, net zoals het nemen van allerlei initiatieven om promotie te maken, zoals bijvoorbeeld tentoonstellingen, maar dat de aantallen bezoekers enkel ernstig toenemen als Sagalassos een onderdeel kan zijn van bredere programma’s.

Nu dit het geval lijkt te zijn, althans in Turkije, is de volgende uitdaging zeer duidelijk: hoe kunnen we de lokale gemeenschap van Aglasun meer laten genieten van de aandacht voor Sagalassos?

Zo is er Turkse regelgeving die bepaalt dat elke gemeente die een museum huisvest van het Ministerie van Cultuur en Toerisme 5% van de ticketverkoop mag ontvangen. Op dit moment lopen er politieke gesprekken om te bepleiten die regelgeving ook toe te passen op officiële archeologische sites.

sagistan(2)De Boven Agora van Sagalassos, eind augustus 2020.

“Hoewel dit voor Aglasun wel degelijk een verschil zou kunnen maken, zal de rol van toerisme als duurzame factor wellicht problematisch blijven voor deze gemeenschap, en dat vinden we als project bijzonder jammer”.

“Tezelfdertijd is het steeds duidelijker dat het Sagalassosproject een zeer stabiele partner is voor ons dorp. Niet alleen financieel en inzake tewerkstelling, maar ook door gedeelde waarden te promoten als sociale cohesie, culturele interactie, vriendschap en samen lief en leed delen. Die rol zijn we in deze vreemde tijden blijven opnemen”.

“Naast het archeologische en interdisciplinaire avontuur dat Sagalassos blijft vertegenwoordigen, betekent de verbindende en steunende rol van cultureel erfgoed voor ons als project steeds meer. We zijn bijzonder verheugd dat we ook in dit verhaal op de steun van de Vrienden van Sagalassos kunnen blijven rekenen”, besluit Jeroen Poblome.

www.sagalassos.be

De laatste zomer in de stad

13 september 2020

Gianfranco Calligarich (°1947) debuteerde in 1973 met De laatste zomer in de stad. Hoewel het boek in Italië al heel lang een cultstatus heeft, wordt het pas nu, bijna vijftig jaar later, plots gretig opgepikt door zowel het Italiaanse als het internationale lezerspubliek.

Na al die tijd heeft het verhaal echter nog niets aan kracht en vitaliteit ingeboet. De geest van Federico Fellini’s La Dolce Vita is nooit veraf. Voor de Nederlandstalige markt draagt de uitstekende vertaling zeker bij tot het succes. Een boek voor Romeliefhebbers.

calli(1)

Gianfranco Calligarich werd in in 1947 geboren in Asmara (Eritrea), maar groeide op in Milaan. Hij verhuisde naar Rome met de bedoeling om in de hoofdstad een carrière als journalist en scenarioschrijver uit te bouwen, iets wat hem ook lukt.

Naast het script voor verschillende succesvolle films, zoals de politiethriller La polizia ha le mani legate (1975), schreef hij verschillende series voor de Italiaanse radio- en televisiezender RAI. Hij viel bovendien meermaals in de prijzen met twee theaterstukken: Grandi balene en Solo per la tua bocca.

Calligarich schreef ook mee aan Città violenta (De stad van het geweld), een speelfilm van Sergio Sollima uit 1970 met in de hoofdrollen Charles Bronson, Telly Savalas en Jill Ireland. Ook voor Grosso guaio a Cartagena (Race to danger) uit 1987 werd een belangrijk deel van het scenario door Calligarich geleverd.

Wat literatuur betreft is Gianfranco Calligarich zeker geen veelschrijver. Na jarenlang gewerkt te hebben in de televisie- en filmwereld, keerde hij in 2002 terug naar de literatuur en publiceerde sindsdien vier romans en een verhalenbundel. De schrijver had door zijn werk als scenarist inmiddels al een behoorlijke reputatie opgebouwd.

Dat was in de tijd van zijn debuutverhaal De laatste zomer in de stad in 1973 wel even anders. De roman raakte slechts met veel moeite gepubliceerd. De ene na de andere uitgever wees het manuscript af. Waarom zouden ze ook de schrijfsels van een volkomen onbekende 26-jarige publiceren?

Tot de bekende Italiaanse schrijfster Natalia Ginsburg (1916-1991) het verhaal in handen kreeg en het in één nacht uitlas. Ze gebruikte vervolgens haar invloed om de jonge Calligarich aan een uitgever te helpen.

Het boek verscheen uiteindelijk op 1 april 1973 bij uitgeverij Garzanti in een oplage van 17.000 exemplaren. De raakten dezelfde zomer allemaal verkocht. Zeker niet slecht dus, en bovendien kreeg het boek van zowel recensenten als het publiek goede kritieken.

Bizar genoeg werd het boek echter nooit herdrukt en kreeg het gaandeweg de status van een onvindbare literaire uitgave waar verzamelaars jacht op maken en die je alleen per toeval nog eens aantreft bij een antiquariaat, op de rommelmarkt of tussen een stapel tweedehandsboeken.

Vrienden en boekenliefhebbers gaven weleens een exemplaar aan elkaar door, maar omdat het boek niet meer in de winkels te verkrijgen was, kon het eigenlijk tientallen jaren niet meer worden gelezen door het publiek.

calli(9)

In 2016 bezorgde uitgeverij Bompiani-Rizzoli Libri (Gruppo Mondadori) uit Milaan het oude boek een tweede kans door een heruitgave op de markt te brengen. Dat bleek een geniale beslissing. Er werden niet zomaar wat exemplaren verkocht, L’ultima estate in città bleek een regelrechte bestseller.

De massale stormloop van het publiek was ook buitenlandse uitgeverijen niet ontgaan, die al snel volgden met vertalingen. Decennia na de eerste druk uit de prille jaren ’70 werd De laatste zomer in de stad plots overal heruitgegeven en dit met veel succes.

Sinds de herontdekking stapelden de herdrukken in Italië zich op, op de voet gevolgd door talrijke vertalingen en de verspreiding in verschillende landen. Het boek is nu bezig aan een wereldwijde opmars. Recent verscheen het ook in een Nederlandse vertaling.

We bevinden ons in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Rome is een monumentale, maar voor buitenstaanders nogal onverschillige stad. Calligarich vertelt het verhaal van Leo Gazzara, een dertiger die zijn geboortestad Milaan inruilt voor Rome.

Hij is eigenlijk op de vlucht voor het (in zijn ogen) afschuwelijke vooruitzicht van afstuderen, trouwen en geld verdienen. Geen vrouwtje of kindje, geen huisje of tuintje voor Gazzara. Teveel verantwoordelijkheden.

In de nasleep van de jaren ’60 bruist Rome volop en is er meer dan genoeg werk. Maar een vaste job uitoefenen is eigenlijk niets voor Leo, die zijn middelmatige baantjes zelf ook niet al te serieus neemt en zijn dagen liever doorbrengt met wat rond te slenteren of uitstapjes te maken naar de zee.

Gazzara is zonder meer een levensgenieter die het grootste deel van zijn tijd gebruikt om helemaal niets te doen. Hij zwerft door de stad, maakt treinreisjes naar Ostia om te lezen aan zee en onderneemt kroegentochten in de omgeving van Piazza del Popolo.

Altijd in de stille hoop dat iemand hem een gratis drankje aanbiedt, want geld heeft hij amper. Een oude auto, een geleend appartement en enkele zeldzame familieherinneringen vormen zijn enige bezit.

Dankzij zijn charmes en een vlotte babbel vindt hij al snel zijn weg naar de feestjes en samenkomsten van de elite in de stad. Die beschouwen de jongeman als een curiosum en laten hem als een soort tijdverdrijf geamuseerd toe in hun kringen.

Gazzara voelt zich snel aangetrokken tot de wereld van rijken en intellectuelen, dichters en filosofen, regisseurs en fotomodellen, nachtraven en verpauperde adel in Rome.

Maar al bijna even vlug beseft hij dat de stad eigenlijk niet meer is dan een gouden kooi, bewoond door een troep gekwetste paradijsvogels zonder diepgang die alleen maar zeer vluchtige menselijke relaties kunnen aangaan.

Zo leidt Leo Gazzara een leven dat balanceert tussen schone schijn en tragische zinloosheid. Zijn nachten lijken eindeloos, maar zitten toch vaak vol verrassingen. Ze spelen zich af op de overvolle terrassen van Piazza Navona, in de weelderige interieurs van Romeinse barokke villa’s, in verborgen binnenhoven en in duistere kerken.

Maar steeds vaker begint Gazzarra zich volkomen nutteloos te voelen. Dat gevoel lijkt onoverkomelijk. Bovendien ontwikkelt hij een haat-liefde verhouding met de stad. Rome is altijd te heet, te koud of te nat. Het zonlicht is veel te fel. De nachthemel is weergaloos mooi maar vaak ook dreigend.

Regenbuien kletteren neer in de straten en op de pleinen, waar plassen zo groot als meren ontstaan. Barsten doorklieven de monumentale muren, overal brokkelt pleisterwerk af en wurmen gras en onkruid zich door scheurtjes naar buiten. Verschrikkelijk allemaal.

De stad Rome is voor de eenzame Leo geen vriendin of een moeder, maar gedraagt zich eerder als een spottende medeplichtige die Gazzara regelmatig duidelijk doet beseffen hoe treurig zijn leven is. Hoe is hij hier in hemelsnaam terechtgekomen?

Dan ontmoet hij op een feestje de eigenaardige maar onweerstaanbare Arianna, die blijkbaar even kwetsbaar en rusteloos is als hijzelf. Hij herkent haar gevoel van vervreemding en vindt in haar wispelturige aanwezigheid iemand die even gevat en scherpzinnig is als hijzelf.

Ze krijgen een stormachtige affaire, maar de liefde arriveert als een fatale wending in zijn bestaan. Het wordt Gazzara’s laatste zomer in de stad.

calli(2)

Rome eist uiteraard een zeer belangrijke plaats op in de roman. De stad evolueert al vele eeuwen, maar blijft ondanks alles zichzelf. Ook het hoofdpersonage krijgt te maken met de vreemde aantrekkingskracht van de stad.

De schrijfstijl van Calligarich zorgt er bovendien vaak voor dat de stad meer aanvoelt als een menselijke figuur dan als een locatie. Het Rome van pakweg 45 jaar geleden is het eigenlijke hoofdpersonage van de roman.

De auteur toont Rome van haar bekoorlijkste kant, maar ook van haar wreedste. We krijgen het beeld van een vrolijke en fascinerende maar soms ook verwerpelijke stad. Calligarich spot met de Romeinen maar sympathiseert er ook mee. Te midden van de weelderige, afbrokkelende schoonheid en antieke oudheid verliezen mensen weleens de grip op hun eigen leven.

Ten prooi aan verveling en decadentie cultiveren de Romeinen echter voortdurend hun ijdelheid. Ze waren lichtzinnig en zelfverzekerd. Vermorzelden mensen met een opmerking en gingen vrolijk verder, naar de eerste makkelijke stoel binnen handbereik, schrijft Calligarich.

Belangrijk om weten is dat het verhaal de tand des tijds vlotjes heeft doorstaan en dat het na bijna vijftig jaar nog steeds lezers kan ontroeren. Het meest opmerkelijke van dit boek is ongetwijfeld dat de relatie tussen een man en een stad duidelijk wordt gemaakt. In het geval van Gazzara betekent dit kiezen tussen een mensenmassa en eenzaamheid.

De auteur schrijft in een vaardige en briljante stijl, met een bijzonder scherp gevoel voor humor en met zoveel inzicht dat je dit boek moeilijk kan wegleggen. Vooraleer je naar de boekhandel rent, lezen we even mee:

Als je van Rome houdt zal de stad zich aanbieden zoals jij dat wilt en hoef je je alleen maar over te geven aan de kabbelende golven van het heden om er deel van te worden. Dan zullen er schitterende trappen zijn, spectaculaire fonteinen, tempelruïnes en de nachtelijke stilte van onttroonde goden, totdat de tijd elke betekenis verliest, behalve de kinderlijke betekenis dat de klok erdoor wordt aangedreven.

De laatste zomer in de stad
Gianfranco Calligarich
Originele titel: L’ultima estate in città
Nederlandse vertaling door Els van der Pluijm
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Eerste druk: 20 juli 2020
175 pagina’s, geen illlustraties
Afmetingen: 21 x 13,5 x 1,5 cm
Productcode (EAN): 9789028450196
Prijs: 20 euro

LEES HIER DE EERSTE BLADZIJDEN VAN HET BOEK