We wensen jullie een heel fijn 2019 en veel plezier in en met Rome!

23 december 2018

SPQR2019

Vaticaan presenteert kunstboek over Rafaël

23 december 2018

Op de valreep nog een eindejaarsgeschenk nodig? Dan is dit misschien wel een tip. Vooruitlopend op de grote vieringen en projecten die in 2020 over en voor de wereldberoemde schilder Rafaël zullen worden georganiseerd, presenteren de Vaticaanse Musea nu al een nieuwe opmerkelijke publicatie: Raffaello a Roma – Restauri e ricerche (Raphael in Rome – Restauraties en onderzoek).

Het boek is uitgegeven in het Italiaans en het Engels en brengt hulde aan de befaamde rennaissancekunstenaar. Op 6 april 2020 zal het precies 500 jaar geleden zijn dat Raffaello Sanzio overleed en die gebeurtenis zal zowel in zijn geboortestad Urbino als in Rome uitgebreid worden herdacht. Dit boek is een eerste project en misschien een mooi eindejaarsgeschenk voor de liefhebbers.

Het boek werd samengesteld onder leiding van Antonio Paolucci, de voormalige directeur van de Vaticaanse Musea. Die onderstreept in het boek dat de vooraanstaande renaissanceschilder Rafaël (1483-1520) een tijdgenoot was van Michelangelo Buonarroti. Het boek bevat honderden reproducties van zijn werken en voorbereidende tekeningen en gaat ook dieper in op de vele experimenten en innovaties van de kunstenaar.

Rafaël (of Raphaël, ook wel Raffaello Santi of Raffaello da Urbino genoemd) arriveerde in 1508 op 25-jarige leeftijd in Rome, precies op het moment waarop paus Julius II getalenteerde schilders, beeldhouwers en architecten nodig had voor een ambitieus project voor het herstel van het hart van het christendom in al zijn oude glorie. Het meest in het oog springend was de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek.

Rafaël wist de paus snel te overtuigen van zijn grote talent en deze vertrouwde de jonge kunstenaar de inrichting toe van verschillende kapellen en ceremoniezalen in het apostolische paleis. Zijn collega Michelangelo kreeg de Sixtijnse kapel, Rafaël werd belast met de decoratie van de nieuwe pauselijke appartementen. Die opdracht resulteerde in iconische werken zoals de School van Athene, de fresco’s in de Kamer van Heliodorus of de Verlossing van de Heilige Petrus.

Dit boek verzamelt de relevante onderzoeksresultaten van een tweedaags congres dat in 2014 over Rafaëls periode in Rome (1508 en 1520) werd gehouden. Het is het verhaal van het artistieke pad dat de jonge kunstenaar in Rome aflegde en gaat dieper in op een aantal aspecten, zoals de technische keuzes die Rafaël maakte, de experimenten die hij uitvoerde, de stilistische en expressieve innovaties die hij lanceerde.

Daarbij is er natuurlijk uitgebreid aandacht voor zijn werk en de restauraties die de voorbije eeuwen werden uitgevoerd, wat resulteert in een prachtige en kleurrijke ‘atlas’ met nieuwe details van de fresco’s en voorbereidende schetsen. Schilderijen en fresco’s worden vergeleken, je komt ook meer te weten over de resultaten die de meest recente onderzoeken met infrarode en Röntgenstraling opleverden.

Raffaello a Roma – Restauri e ricerche
Antonio Paolucci, Barbara Agosti, Silvia Ginzburg
Taal: Italiaans of Engels
Edizioni Musei Vaticani – Città del Vaticano
Aantal pagina’s: 432
Formaat: 25 x 29 x 3,3 cm
Illustraties: 326 (kleur en zwart-wit)
ISBN: 978-88-8271-394-2
Prijs: 59 euro

Webshop Vaticaan

Lees ook: Het graf van Rafaël

Pantheon blijft gratis toegankelijk

22 december 2018

Het plan van Dario Franceschini, de vorige minister van Cultuur, om de toegang tot het Pantheon betalend te maken, is definitief geschrapt. De voormalige minister had in het verleden al een paar keer gesuggereerd om de miljoenen bezoekers die het Pantheon jaarlijks over de vloer krijgt, per persoon 2 euro toegang te laten betalen. Eerder dit jaar werden die plannen plots vrij concreet en werd gesteld dat de gratis toegang tot het Pantheon vanaf 2 mei 2018 zou worden afgeschaft.

pantheon

Het Vicariaat (de Kerk) en het Mibact (het Ministero dei beni e delle attività culturali e del turismo) hadden daarvoor in alle stilte zelfs al een overeenkomst bereikt. Door het verdwijnen van de vorige regering is dat echter allemaal teruggedraaid. Zoals al werd verwacht is het plan nu helemaal afgevoerd. Minister van Cultuur Alberto Bonisoli, de opvolger van Franceschini, stelt dat een dergelijke maatregel de traditionele vrijheid van toegang tot de kerken en de erediensten in Rome zou hebben beperkt.

De toegang tot het Pantheon betalend maken zou ook een logistieke kloof hebben veroorzaakt tussen het monument en het omliggende plein, Piazza della Rotonda. Ook het stadsbestuur van Rome verzette zich fel tegen het plan van de Cultuurminister. Plaatsvervangend burgemeester en schepen/wethouder Luca Bergamo kondigde zelfs juridische stappen aan indien de minister zijn plannen zou uitvoeren. Ook burgemeester Virgina Raggi reageert tevreden dat het plan nu werd opgeborgen.

Bergamo en Raggi vreesden vooral dat de stad Rome zou moeten opdraaien voor de kosten voor de inzet van extra agenten om de drukte op het plein in goede banen te leiden. De overeenkomst tussen de Kerk (via monseigneur Angelo De Donatis, de vicaris van het bisdom Rome) en het Ministerie meldde immers niets over hoe de praktische organisatie had moeten gebeuren en wie zou moeten opdraaien voor de kosten van de ticketverkoop en de controle daarop.

Op drukke dagen staan soms nu al rijen wachtenden voor het Pantheon. Daar bovenop nog eens een ticket- en controlebalie installeren is vragen om chaos. Niet alleen in het Pantheon, maar zeker ook in de omgeving. Zowel het monument als het plein errond zijn vergeleken met bv. het Colosseum veel kleiner, maar het Pantheon lokt jaarlijks wel bijna twee miljoen meer bezoekers. Zelfs al zou het aantal bezoekers (7 tot bijna 8 miljoen per jaar) halveren, dan nog dreigden gigantische problemen, files en lange wachttijden te ontstaan als die allemaal een ticket moeten kopen of het moeten laten controleren.

Franceschini en De Donatis beweerden geruststellend dat de toegang tot het Pantheon voor religieuze activiteiten en om te bidden gratis zou blijven. Het Pantheon is officieel immers een kerk. Maar ze vertelden er niet bij hoe je toeristen die komen bidden of bezoekers die alleen maar de koepel komen bewonderen of een kijkje bij de grafmonumenten van de Italiaanse koningen komen nemen, van elkaar moet onderscheiden.

De inning van de toegangsgelden had normaal moeten gebeuren door werknemers van het Ministerie. Het zijn overigens ook vandaag al ambtenaren die toezicht houden op het Pantheon. Die doen dat niet van ganser harte, voor hen is werken in het Pantheon gewoon een saaie job. Enkele jaren geleden ontstond een klein schandaal toen ambtenaren om 18 uur (het einde van hun werkdag) een concert in het Pantheon stillegden dat normaal om 18.15 uur zou afgelopen zijn. “Het Pantheon sluit, we doven de lichten, gelieve naar buiten te gaan”, klonk het.

Er volgden talrijke boze en verontwaardigde reacties uit het publiek en toen de muzikanten alsnog een nummer wilden spelen liep het net niet uit de hand. De ambtenaren moesten zelfs even dreigen om de politie erbij te halen. Van die gebeurtenis staat nog altijd een filmpje online. De ambtenaren werden door de Romeinen wekenlang bespot omwille van hun stugge houding.

De zaak kreeg heel wat weerklank en zelfs in de nationale pers werden toen vragen gesteld over het starre gedrag van de ambtenarij in een nationaal monument zoals het Pantheon en de gevolgen voor het imago van Rome en Italië. In het parlement werd geringschattend gevraagd of het toezicht niet evengoed door robots kon gebeuren in plaats van door mensen. Eén ambtenaar werd na de feiten overgeplaatst naar een andere dienst, de anderen werken nog altijd in het Pantheon en worden naar aanleiding van dit filmpje door sommige bezoekers nog regelmatig meewarig bekeken.

Het Pantheon is al sinds de zesde eeuw door de Kerk in gebruik als basiliek en als dusdanig (net als de andere kerken en basilieken in Rome) gratis toegankelijk. In vele andere steden moet daarvoor betaald worden. Het is duidelijk dat het betalend maken van kerkelijke monumenten in het druk bezochte Rome heel wat geld zou kunnen opbrengen. Vele kerken en basilieken zijn immers ware kunstmusea en verwelkomen jaarlijks talrijke bezoekers.

Maar dit is net één van de vele zaken die Rome zo aantrekkelijk maken en de stad het imago opleverden van één groot openluchtmuseum. Als er een einde zou komen aan het ‘gratis’ verhaal in de Romeinse kerken zullen ze ongetwijfeld ook fors inboeten aan populariteit en hun bezoekersaantallen zien dalen. Ook zou men de meeste reisgidsen moeten actualiseren. Het Romeinse stadsbestuur beschouwt Rome als een plek waar iedereen vrij moet kunnen rondwandelen en genieten. De nieuwe Cultuurminister geeft hen daarin nu dus gelijk.

Dario Franceschini heeft volgens Luca Bergamo jarenlang gestreefd naar snel gewin. “Wie de Romeinse bezienswaardigheden louter als geldmachines beschouwt, dreigt een ‘hit-and-run’-toerisme te creëren dat op termijn fataal zal zijn voor Rome. Toeristen zouden dat ticketje voor het Pantheon wel hebben betaald, daar gaat het niet om. Maar de vele Italiaanse jongeren, scholieren en andere landgenoten die hier in Rome één van onze topmonumenten komen bezoeken, zouden zich misschien wel even hebben bedacht. Voor een groep van vijftig kinderen, zou een bezoek aan het Pantheon al gauw een hap van 100 euro uit het reisbudget hebben betekend”, stelt Bergamo.

Het argument dat het Mibact de toegangsgelden ook had kunnen gebruiken om de Romeinse monumenten beter te onderhouden en te beschermen en om een grotere veiligheid te garanderen, maakt op Luca Bergamo geen indruk. “Slechts dertig procent van alle toegangsgelden gaat daar naartoe, inclusief het niet-archeologische erfgoed. De rest van het geld wordt voor andere dingen gebruikt, waarvan vele niets met Rome te maken hebben. Wat dat betreft fungeert Rome louter als een geldmachine. Wat het Pantheon aangaat, komt het erop neer dat we zelfs minder middelen hadden overhouden dan nu”, zegt Bergamo.

Het Pantheon is één van de mooiste monumenten van Rome en een absolute lieveling bij zowel inwoners als toeristen. Het is één van de meest bezochte monumenten van heel Italië en lokt jaarlijks tussen de 7,5 en 8 miljoen bezoekers. Die worden elektronisch geteld, men beschikt dus wat de aantallen betreft wel over correcte cijfers. Tijdens de drukkere periodes krijgt het Pantheon vlotjes 30.000 bezoekers per dag over de vloer. In 2016 noteerde men de tot nog toe grootste bezoekerspiek ooit: in dat jaar bezochten 7.994.505 mensen het Pantheon. Dat zijn er bijna twee miljoen meer dan het Colosseum over de granieten drempel krijgt.

De verzameling van Ludwig Pollak: archeoloog en kunsthandelaar

21 december 2018

In het Museo di Scultura Antica Giovanni Barracco in Rome is een tentoonstelling begonnen over de in Praag geboren archeoloog en kunsthandelaar Ludwig Pollak (1868-1943) die precies 150 jaar geleden werd geboren. De naam zal wellicht niet meteen een belletje doen rinkelen, maar Pollak was één van de grootste verzamelaars van zijn tijd en ere-conservator van het Museo Barracco, de plek waar de tentoonstelling nu te zien is. In het Museo Ebraico wordt een documentaire getoond over Ludwig Pollak. De tentoonstelling is gratis te bezoeken tot 5 mei 2019.

Ludwig Pollak woonde lange tijd in Rome. Vanaf 1903 verbleef hij in het Palazzo Bacchettoni (Via del Tritone 183) en vanaf 1927 woonde hij in Palazzo Odescalchi (aan Piazza Santi Apostoli 77). De tentoongestelde werken vertellen de professionele en persoonlijke geschiedenis van Pollak, te beginnen met zijn afkomst uit het getto van Praag, naar de gouden jaren die hij meemaakte als internationale en gewaardeerde verzamelaar en kunstkenner tot ten slotte zijn tragische einde in het vernietigingskamp van Auschwitz.

De meer dan honderd tentoongestelde kunstwerken omvatten schilderijen, antieke beelden, Griekse vazen, aquarellen, zeldzame boeken en oude foto’s. De tentoonstelling schenkt naast het leven van Pollak ook aandacht aan de wetenschappelijke activiteiten die hij als archeoloog ontplooide. Ludwig Pollak ging immers ook de geschiedenis in als ontdekker van enkele waardevolle artefacten.

De belangrijkste hiervan is wellicht de vondst in 1906 van de oorspronkelijke arm van de Laocoöngroep. Pollak ontdekte die op een bouwwerf, niet ver van de vindplaats van de beeldengroep. Hij presenteerde zijn ontdekking aan het Vaticaan, maar de ontbrekende arm zou pas in 1957, lang na zijn dood, als het originele exemplaar worden erkend. Het Vaticaan had de vondst een halve eeuw in een magazijn laten liggen. Zijn contacten in de Joodse culturele en religieuze wereld leverde ook vriendschapsbanden en samenwerkingen op met enkele vooraanstaande persoonlijkheden uit die tijd, waaronder vooral Sigmund Freud.

Helaas heeft de joodse afkomst van Ludwig Pollak ook geleid tot het tragische einde van zijn leven in Auschwitz, waar hij met zijn vrouw en twee kinderen in 1943 werd gedood. Pollak en zijn familie werden opgepakt tijdens een razzia in Rome op 16 oktober 1943 en vier dagen later vanaf Rome-Tiburtina per trein afgevoerd naar het concentratiekamp. Meteen de reden waarom ook het Joodse museum meewerkte aan deze tentoonstelling.

Pollak’s landgoed, zijn verzameling kunstwerken, tweeduizend boeken en zijn verzameling handtekeningen van beroemdheden uit zijn tijd, werd in de periode tussen 1951 en 1958 geschonken aan zijn schoonzus Margarete Süssmann Nicod. Na haar dood in 1966 kwam de hele verzameling terecht in het Museo Barracco waar ze wordt bewaard in de bibliotheek. Voor de tentoonstelling werd een catalogus uitgegeven door Gangemi Editore. Kostprijs: 35 euro.

Ludwig Pollak. Archeologo e mercante d’arte
Museo di Scultura Antica Giovanni Barracco (expo)
Museo Ebraico di Roma (docu)
Tot 5 mei 2018

Praktische informatie

www.museobarracco.it

www.museoebraico.roma.it

Giacomo Balla in museum Carlo Bilotti

20 december 2018

In het Museum Carlo Bilotti, gelegen in het hart van het grote park Villa Borghese in Rome, kan je nog tot 17 februari 2019 een tentoonstelling bezoeken waar een dertigtal werken van de futuristische schilder Giacomo Balla (1871-1958) te zien zijn. De toegang is gratis. Giacomo Balla kwam een tijdje geleden nog in het nieuws omdat in de Villino Hüffer aan de Via Nazionale 191 tijdens restauratiewerken een 80 m² groot vergeten kunstwerk van zijn hand werd ontdekt. Balla maakte het in de jaren ’20 van de vorige eeuw, toen in dit pand de bekende jazz- en nachtclub Bal Tic Tac was gevestigd.

De tentoonstelling in het Museo Carlo Bilotti is een interessante gelegenheid om eens kennis te maken met het werk van deze toch wel belangrijke futuristische schilder. Na zijn huwelijk met Elisa Marcucci verhuisde Giacomo Balla in de zomer van 1904 naar een voormalig klooster aan de toenmalige Via Parioli, vandaag de Via Giovanni Paisiello, op de hoek van de Via Nicolò Porpora en dus niet te verwarren met de huidige Via dei Monte Parioli.

In deze omgeving, aan de rand van de historische stad en totaal verschillend met hoe de wijk Parioli er vandaag uitziet, schilderde Balla vanaf het balkon van zijn studio, vanuit zijn deur of vlakbij zijn woning heel wat werken. Uit die behoorlijk experimentele periode is voor de tentoonstelling een selectie gemaakt. Het gaat dus voornamelijk om de eerste producties van de kunstenaar die, nog niet futuristisch, wel reeds aantonen hoe belangrijk licht en kleur in zijn latere werk zouden worden.

Op de eerste verdieping van het museum krijgt de tentoonstelling een extra luik in de vorm van een reeks foto’s van Mario Ceppi die het werk van Giacomo Balla op zijn manier tot leven brengt door te werken vanaf dezelfde locaties als de schilder destijds. De tentoonstelling werd samengesteld door kunsthistorica Elena Gigli, die al jarenlang betrokken is bij het catalogiseren en in kaart brengen van Balla’s werk.

De in Turijn geboren Italiaanse schilder Giacomo Balla, een autodidact, bracht in 1900 enkele maanden in Parijs door waar hij onder de invloed kwam van het impressionisme en neo-impressionisme. Daarna maakte hij in Rome kennis met de schrijver (Emilio) Filippo Tommaso Marinetti en de schilders Umberto Boccioni en Gino Severini die hem overtuigden van de kracht van het futurisme. Balla behoorde tot de ondertekenaars van het Futuristisch manifest (1910).

Balla’s Hond aan de riem (1912, Museum of Modern Art, New York) is één van de eerste karakteristieke voorbeelden van de futuristische schilderkunst, waarin de in de tijd achtereenvolgende bewegingsfasen door elkaar overlappende beelden tegelijkertijd worden weergegeven. Na enkele jaren keerde Balla zich echter steeds meer van het futurisme af en hoewel hij soms nog wel figuratieve stukken schilderde is het grootste deel van zijn oeuvre geheel of half abstract. Zijn werk bevindt zich voornamelijk in particulier bezit.

Balla a Villa Borghese
Museo Carlo Bilotti Aranciera di Villa Borghese
Tot 17 februari 2019
Gratis toegang
Catalogus beschikbaar
Productie: The Boga Foundation

Praktische informatie

www.museocarlobilotti.it

www.thebogafoundation.it

Romeinse luchthavens verwachten dit eindjaar anderhalf miljoen passagiers

19 december 2018

De twee Romeinse luchthavens Leonardo da Vinci (Fiumicino) en Ciampino zullen deze eindejaarsperiode samen zowat anderhalf miljoen passagiers ontvangen. Vergeleken met dezelfde periode vorig juaar steeg het luchthavenverkeer in Rome tussen januari en november 2018 met ongeveer 4%. Dat betekent een trafiek van meer dan 45 miljoen reizigers. Alleen al in de voorbije maand november werden in Fiumicino 8,5% meer passagiers geteld dan een jaar geleden. De luchthaven heeft dan ook grote uitbreidingsplannen. Daarover lees je binnenkort meer.

Jaarlijkse kerststallen-tentoonstelling verhuist richting Vaticaanstad

18 december 2018

Aan de Via della Conciliazione 5 / Via dell’Ospedale 1, niet ver van het Sint-Pietersplein, kan je tot 13 januari 2019 de tentoonstelling 100 Presepi bekijken, een verzameling van ongeveer honderdvijftig grote, minder grote en miniatuur kerststallen, afkomstig uit heel Italië en het buitenland. De voor liefhebbers indrukwekkende tentoonstelling verhuist na 42 jaar vanuit de Sala del Bramante aan Piazza del Popolo naar de nieuwe locatie die eigendom is van Vaticaanstad. De inmiddels overleden Malio Menaglia begon met deze jaarlijkse tentoonstelling van kerstkribbes in 1976. Zijn werk wordt vandaag voortgezet door zijn dochter Mariacarla.

presi

De benaming 100 Presepi is een beetje misleidend, want er worden veel meer dan honderd kerststallen getoond. De naam is afkomstig van de allereerste editie, toen dit exacte aantal kerstkribbes werd gepresenteerd. De collectie kribben die te zien is wordt elk jaar volledig vernieuwd. De kerststallen komen uit verschillende regio’s van Italië en worden aangevuld met exemplaren uit tientallen andere landen. Het zijn werken van Italiaanse en buitenlandse kunstenaars en ambachtslui, verzamelaars, scholieren, vertegenwoordigers van culturele en sociale verenigingen, overheden en nationale en buitenlandse musea. Het gaat om een bijzonder gevarieerde collectie.

Naast hedendaagse reproducties van de traditionele achttiende-eeuwse Napolitaanse en Siciliaanse kribben en typische Romeinse kerststallen uit de negentiende eeuw, zijn er ook moderne versies te zien, gemaakt van hout, papier-maché en terracotta. Sommige kerstkribbes zijn vervaardigd uit minder traditionele materialen, zoals rijst, zand, pasta, noten, koraal, zilver, glas, brons, klei, smeedijzer, chocolade, brood, maïs, knopen, zeevruchten, potloden, enz. Je kan het eigenlijk zo gek niet bedenken of het is er wel. Sommige kerstkribben relativeren de commercialisering van het kerstfeest en dat is zelfs in Rome aardig meegenomen.

De jaarlijkse tentoonstelling heeft dit jaar onderdak gevonden bij de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Nieuwe Evangelisatie (Pontificio Consiglio per la Promozione della Nuova Evangelizzazione). Aartsbisschop Salvatore (Rino) Fisichella, de president van die raad, omschreef de populaire jaarlijkse tentoonstelling tijdens de officiële opening als ‘een krachtig instrument van evangelisatie’.

De 43ste editie van 100 Presepi is alle dagen te bezoeken tot 13 januari 2019 van 10 tot 20 uur in Sala San Pio X aan de Via della Conciliazione 5 / Via dell’ospedale 1 in Rome. De toegang is gratis.

www.100presepi.it

AVRA organiseert tiendaagse reis naar Romeins Portugal

17 december 2018

De Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) organiseert in de tweede helft van september 2019 (de juiste data zijn nog niet gekend) een tiendaagse reis naar Romeins Portugal. Dit land kan immers terugkijken op een rijk historisch verleden. Naast de Feniciërs en de Lusitaniërs, hebben vooral de Romeinen hun stempel op dit land gedrukt: verschillende steden, tientallen latifundia (grote landerijen met villa’s) en vooral vis- en vissausfabrieken zagen het licht. Vanaf 409 na Chr. vielen de Sueven, Vandalen, Alanen en Visigoten Iberië binnen.

De Visigoten, als uiteindelijk overblijvende alleenheersers, werden in 711 verdreven door de Moren die (Zuid-)Portugal overheersten tot 1238. De Arabieren noemden (Zuid-)Portugal ‘Al Gharb’ (Algarve): ‘Het Westen’ In 1138 ontstond het middeleeuwse christelijke koninkrijk Portugal dat uitgroeide tot een toonaangevende koloniale handelsmogendheid. In 1755 zorgde een immense aardbeving voor de vernietiging van alle kuststeden, waarna Lissabon werd heropgebouwd in barokstijl (de huidige Baixa-wijk).

Portugal is ongeveer 150 km breed en bijna 600 km lang met slechts enkele autosnelwegen richting Lissabon en één aan de zuidkust. Daarom moesten keuzes worden gemaakt. Het huidige programma voorziet een bezoek aan de belangrijke Romeinse site Conimbriga in het noordelijke deel, een grondige verkenning van de zuidelijke helft van Portugal en ruime aandacht aan de hoofdstad Lissabon.

Voorlopig programma
(nog vatbaar voor wijzigingen)

Dag 1: Antwerpen * Zaventem * Lissabon * Obidos * Coimbra. Vertrek Antwerpen naar Brussels Airport, aankomst luchthaven Lissabon. Kennismaking met de gids. Lunch. Vertrek naar Obidos, met wandeling in een perfect bewaarde dertiende-eeuwse middeleeuwse stad met Moorse muren. Vertrek naar Coimbra (middeleeuwse hoofdstad van Portugal, het Romeinse ‘Aeminium’, met stadswandeling, bezoek Cryptoporticus,…). Diner en overnachting in hotel in regio Coimbra.

Dag 2: Coimbra * Conimbriga * Évora. Ontbijt in hotel. Vertrek naar ruïnes van het Romeinse Conimbriga (bezoek archeologisch museum en site, ± 4 uur). Lunch. Vertrek richting Évora (het Romeinse ‘Ebora’, hoofdstad Moorse “taifa” uit de 12de eeuw, toen ‘Jabura’ geheten). Mogelijke fotostop bij de Menhirs van Guadalupe om even de benen te strekken. Diner en overnachting in hotel in regio Évora.

Dag 3: Évora * Portel * São Cucufate * Vidigueira * Beja. Ontbijt in hotel. Évora (bezoek Romeinse stadsresten, archeologisch museum en São Francisco kerk met schedelkapel). Lunch. Portel (fotostop bij dertiende-eeuwse burcht). São Cucufate (grote Romeinse villa met thermen en tempel, bezoek archeologisch museum). Vidigueira (bezoek burcht en zeventiende-eeuwse Misericórdia kerk). Vertrek richting Beja. Diner en overnachting in hotel in regio Beja.

Dag 4: Beja * Castro Verde * Almodovar * Milreu * Faro. Ontbijt in hotel. Beja (het Romeinse ‘Pax Julia’). Bezoek Romeinse stadspoort, triomfboog, tempel en regionaal museum met archeologische afdeling. Bezoek burcht met romaans/gotische vestigingskerk en stop bij de prachtige renaissancekerk (Igreja da Misericórdia). Castro Verde (historisch-mythische plaats waar Afonso Henriques in de Slag van Ourique in 1139 de Moren versloeg en zichzelf uitriep als eerste koning van Portugal) met kort bezoek Basilica Real. Lunch. Via Almodovar (typisch Portugees stadje met witgekalkte huizen) naar Milreu (bezoek Romeinse villa). Vertrek richting Faro. Diner en overnachting in hotel in regio Faro.

Dag 5: Faro * Tavira * Faro. Ontbijt in hotel. Faro (hoofdstad van Algarve, het Romeinse ‘Osonoba’). Bezoek resten van de Romeins/Moorse stadsmuur en kathedraal Sé, die op een Romeinse basilica is gebouwd. Bezoek museum met o.a. vondsten van Romeinse villa van Milreu. Vertrek naar Tavira, stad van de 1000 kerken. Lunch. Bezoek museum met vaste archeologische collectie en tijdelijke tentoonstellingen. Resten zgn. Romeinse brug over de Rio Sequa. Diner en overnachting in hotel in regio Faro.

Dag 6: Faro * Silves * Portimão * Santiago do Cacém * Miróbriga * Grandola. Ontbijt in hotel. Vertrek naar Silves (hoofdstad van Moorse “taifa” in elfde-twaalfde eeuw, toen ‘Schelbe’ geheten). Bezoek imposante Al Hamraburcht en archeologisch museum. Typische lunch in vissersstadje Portimão. Via Aljustrel en Alvalade naar Santiago do Cacém met bezoek aan Romeinse ruïnestad Mirobriga en omgeving. Vertrek richting Grandola. Diner en overnachting in hotel in regio Grandola.

Dag 7: Grandola * Troia * Setubal * Lissabon. Ontbijt in hotel. Vertrek naar schiereiland Troia en bezoek Romeinse nederzetting Cetobriga. Lunch in Setubal (stadsbezoek). Vertrek naar Lissabon. Diner en overnachting in hotel in regio Lissabon.

Dag 8: Lissabon. Ontbijt in hotel. Lissabon (het Romeinse ‘Olisipo’ en Moorse ‘Al Eschbuna’). Stadswandeling in het centrum: São Pedro de Alcântara gelegen in Bairro Alto met zijn beroemde Fado clubs, bezoek archeologisch Carmo museum, koffiehuis van Fernando Pessoa in Brasileirawijk, de lift van Santa Justa, bezoek oudste archeologische resten in de ondergrond van de Rua dos Correiros. Lunch. Bezoek kathedraal, bezoek resten en museum Romeins theater, en voor de liefhebbers beklimming van de burcht en eventueel bezoek aan de oudste Alfama-wijk. Diner en overnachting in hotel in regio Lissabon.

Dag 9: Lissabon. Ontbijt in hotel. Vertrek naar Belém (bezoek aan Torre de Belém, monument van Hendrik de Zeevaarder, het Mosteiro dos Jerónimos en bezoek van het daar gevestigde Nationaal Archeologisch Museum). Lunch. Daarna ofwel vrije tijd (bv. voor shoppen) ofwel facultatief bezoek – niet in de prijs inbegrepen – aan het moderne Museu Calouste Gulbenkian (prachtige voorwerpen van Egyptische kunst en mooie collectie schilderkunst) of het Museum voor hedendaagse kunst (een indrukwekkende verzameling). Diner en overnachting in hotel in regio Lissabon.

Dag 10: Lissabon * Sintra * Zaventem * Antwerpen. Ontbijt in hotel. Vertrek naar Sintra (bezoek Archeologisch museum en Romeinse villa). Lunch. Daarna transfer naar de luchthaven van Lissabon, check-in en terugkeer naar Brussels. Aankomst in Antwerpen.

Praktische informatie

De verplaatsing vliegtuigreis en plaatselijke bus: 10 dagen – 9 nachten, hotels: 3* Sup / 4*. Kamers met bad of douche, toilet, tv, telefoon, wifi.
Maaltijden: volpension (vanaf lunch eerste dag tot lunch laatste dag), avondmaal met drie gangen en ontbijt in hotels, lichte lunches in restaurants onderweg.
Prijzen: totaalprijs per persoon in een tweepersoonskamer (double) =  ongeveer 1.600 euro. Toeslag voor een éénpersoonskamer (single) = ongeveer 300 euro.

Omwille van de steeds veranderende prijzen van de vliegtuigtickets (er wordt NIET gevlogen met Ryanair) is het dringend nodig om het aantal deelnemers te kennen. Hou er dus rekening mee dat de uiteindelijke prijs nog kan afwijken van de nu vermelde prijzen.

Inbegrepen:

  • Transfer Zaventem heen en terug vanuit de PIVA-parking, Desguinlei 244, 2018 Antwerpen;
  • Lijnvluchten met Brussels Airlines of TAP naar Lissabon en terug;
  • Voormiddagvlucht heen/namiddagvlucht terug;
  • Transfer luchthaven-hotel heen en terug ter plaatse;
  • Autocar ter plaatse voor programma zoals hieronder beschreven;
  • Alle inkomgelden;
  • Overnachtingen en maaltijden zoals hierboven beschreven;
  • Drank bij avondmaaltijden (1/4 l wijn en ½ l water) en koffie bij de lunches;
  • Plaatselijke Nederlandssprekende gids + plaatselijke gidsen sites (Engels- of Franstalig);
  • AVRA-Reisbrochure.

Niet inbegrepen:

  • Annulerings- en bijstandsverzekering = 3,60 euro per persoon per dag (of 36 euro in totaal); persoonlijk af te sluiten bij het reisbureau via AVRA;
  • Persoonlijke uitgaven;
  • Eventuele dieseltoeslagen;
  • Bijkomende drank.

Graag inschrijven vóór 24 december 2018 via contact@avra.be of telefonisch via 03 322 21 08 (op weekdagen tussen 17-21 uur). Een voorschot van 30% of 500 euro per persoon voor een double en 600 euro per persoon voor een single is te betalen vóór 1 januari 2019 op de AVRA-rekening  BE28 1030 3611 8020 – BIC NICA BE BB met vermelding Portugal 2019 + de naam en voornaam van de deelnemer(s). Aan de reis kunnen maximum 29 mensen deelnemen. Bij onvoldoende inschrijvingen tegen 3 januari 2019 kan de reis niet doorgaan en zal de gestorte som binnen de 15 dagen worden terugbetaald.

De catacombe van Sant’Ermete in Rome

16 december 2018

Vorige maand bracht een delegatie van de Oost-Vlaamse stad Ronse een bezoek aan de catacomben van Bassilla in Rome. De naam wordt ook weleens gespeld als Basilla en de site is ook bekend als de catacombe van Sant’Ermete. Ze bevindt zich aan de Via Antonio Bertoloni (destijds de Via Salaria Vetus) in de wijk Pinciano. De catacombe is niet toegankelijk voor het publiek en kan slechts worden bezocht op afspraak.

Met het bezoek aan de oorspronkelijke begraafplaats van hun patroonheilige (zie ons eerder bericht) wilde Ronse ook de aanzet geven voor een samenwerking met Rome rond de figuur van Sint-Hermes. De stad Ronse trekt 10.000 euro uit om een nieuwe marmeren plaat te laten maken met de tekst die paus Damasus boven het graf van Sint-Hermes in de catacombe liet plaatsen. In de tekst worden de Griekse herkomst van de heilige, zijn bekeringswerk en zijn marteldood vastgelegd. In de crypte van de basiliek in Ronse komt een kopie van deze marmeren plaat.

De Via Salaria Vetus maakte deel uit van een oude route langs de linkeroever van de Tiber, lang voordat Rome een stad was. Een deel van deze route doorheen wat nu Quartiere Pinciano is, werd later door de Romeinse wegenbouwers omzeild door een rechtere uitlijning, de Via Salaria Nova. Nadat de Aureliaanse Muur was gebouwd, kreeg deze afgesneden sectie ook een eigen poort (de huidige Porta Pinciana) en fungeerde deze als een alternatieve route tussen de Milvische brug en de Quirinaalheuvel.

In de derde eeuw werden langs de Via Salaria Vetus een aantal catacomben opgericht. De bekendste zijn het Ipogeo di Via Livenza (eigenlijk geen echte catacombe, maar een groot privaat graf, dat net als de andere catacomben echter ook onder toezicht van het Vaticaan staat), de catacombe van San Panfilo (onder de kerk Santa Teresa del Gesù Bambino), de catacombe ad clivum Cucumeris (ten zuidoosten van de Basilica del Sacro Cuore Immacolato di Maria).

Ook de catacombe van Sant’Ermete hoort in dit rijtje thuis. Deze catacombe staat bekend onder twee namen. De oudste is Bassilla en over de identificatie van deze naam bestaat bij archeologen nog steeds onzekerheid. Het kan de eigenares geweest zijn van de grond waar de ondergrondse begraafplaats in de eerste helft van derde eeuw werd ingericht, of het kan gaan om de martelares die stierf tijdens de vervolging door keizer Diocletianus in 304 en die hier werd begraven. Sommige wetenschappers denken dat er twee vrouwen waren: de landeigenares en de martelares. Als dat klopt, is het de eerste Bassilla die halfweg de derde eeuw betrokken is geweest bij de inrichting van de catacombe.

De belangrijkste en oude liturgische bronnen hebben het over een begraafplaats op de Salaria Vetus van vier martelaren: Hermes, Protus, Hyacinthus en Bassilla. Documenten en routes voor middeleeuwse pelgrims voegen eeuwen later de namen van andere gemartelde heiligen toe: Crispus, Herculanus, Leopardus, Victoris en Maximilianus. Van al deze laatstgenoemden is het nieuws over het leven en vooral over de dood onzeker en verwarrend: in feite is er niet zoveel van hen bekend en er zijn geen belangrijke monumentale bevindingen die hun aanwezigheid op deze begraafplaats of een aan hen gewijde cultus bevestigen.

Met betrekking tot Hermes, Protus, Hyacinthus en Bassilla zijn er wel monumentale bevindingen die de oude literaire bronnen bevestigen. In de catacombe van Bassilla/Sant’Ermete werden een aantal inscripties ontdekt die vandaag worden bewaard in het Pio Cristiano Museum in het Vaticaan. Een gids voor pelgrims uit de zevende eeuw, de Notitia ecclesiarum urbis Roma, maakt melding van een basiliek die gewijd is aan deze heiligen. Van drie martelaren, Hermes, Protus en Hyacinthus werden voldoende bewijzen gevonden van hun begrafenis in de catacombe van Bassilla. Deze catacombe aan de voormalige Via Salaria Vetus was één van de eerste begraafplaatsen die in deze omgeving werden ontdekt.

Dat gebeurde in 1576 toen de Jezuïeten hier een oude wijngaard opruimden om een bijkomend college te bouwen voor hun Duitse en Hongaarse studenten. Bedevaartroutes en pelgrimgidsen uit die periode maken duidelijk dat de verschillende catacomben aan de toenmalige Via Salaria Vecchia van groot belang waren voor pelgrims. De ontdekking werd bestudeerd door Antonio Bosio (1576-1629) die de begraafplaats in december 1608 onderzocht. Antonio Bosio was in 1593 begonnen met onderzoek in de catacomben van Rome. Hij schreef hierover de Roma Subterranea, een werk dat werd voltooid in 1620 maar pas werd uitgegeven na zijn dood in 1634. Hiermee was de eerste archeologische studie van de Romeinse catacomben een feit.

Niet alle bronnen zijn het eens over hoeveel niveaus deze catacombe telt: twee of drie. Feit is dat de catacombe tegen het midden van de vierde eeuw beschikte over twee hoofdniveaus en een kleiner mezzanineniveau ertussen. Dit verklaart allicht de verwarring bij sommige auteurs die deze catacombe beschrijven.

Historisch gezien zijn drie plaatsen op de begraafplaats interessant: de basiliek van Sant’Ermete, de middeleeuwse kapel en de crypte van de heiligen Protus en Hyacinthus. De crypte is aan het begin van de derde eeuw vermoedelijk ontstaan en uitgebouwd op de grond van of op de structuur van een verlaten Romeinse villa die geschikt werd gemaakt voor begrafenisrituelen. De jezuïet en oudheidkundige Giuseppe Marchi (1795-1860) vermoedde dat de catacombe werd opgericht in het nymphaeum van een oude villa.

Onder paus Damasus (366-384) werd de catacombe zoals wel vaker gebeurde uitgebreid met een basiliek. Deze onderging in de daaropvolgende eeuwen verschillende restauraties. Van de basiliek blijft vandaag nog de apsis met de cathedra en een verhoogde galerij over. Vanuit de basiliek kan men de gangen van de catacombe betreden. Aan het einde van de achtste eeuw werd aan de linkerzijde van de basiliek een monastiek oratorium geopend.

In deze periode maakte de kerk deel uit van een klooster, waarover (voor zover we weten) helaas geen documentatie beschikbaar is. In 1940 ontdekte archeoloog Sandro Carletti op deze plek een nis met fresco’s. Er troont de Madonna met kind, samen met de aartsengelen Gabriël en Raphaël en de heiligen Hermes, Johannes de Evangelist en Benedictus. Vooral deze laatste afbeelding haalde toen het nieuws, want het was het eerste bewijs dat de benedictijnen toen al aanwezig waren in Rome.

De begraafplaats van de twee martelaren Protus en Hyacinthus (twee broers), werd in de oudheid getroffen door aardverschuivingen, waardoor paus Damasus de crypte volledig moest herstellen. Bij die gelegenheid werd de vloer verhoogd, wat leidde tot de bedekking van het graf van Hyacinthus. Vanuit archeologisch standpunt was dit een zegen, want dankzij die nieuwe vloerbedekking bleef de oorspronkelijke loculus van Hyacinthus vele eeuwen perfect gesloten en bewaard.

Er werden na de ontdekking van het graf zelfs verbrande botten aangetroffen, wat erop wijst dat Hyacinthus vermoedelijk werd gemarteld met vuur of zelfs (al dan niet levend) werd verbrand. Op dezelfde plek werden ook gouden draden afkomstig van een geweven doek aangetroffen, samen met een marmeren grafplaat die geen ruimte voor twijfel laat: D P III IDUS SEPTEBR YACINTHUS MARTYR. Giuseppe Marchi vermeldt de ontdekking in zijn Monumenti primitivi: I, Architettura della Roma sotterranea cristina uit 1844.

Tegenwoordig bevindt zich in de catacombe een kopie van deze grafplaat. De originele plaat en de relieken werden voor onderzoek overgebracht naar de Pontificia Università Urbaniana op de Janiculumheuvel. Waar ze daarna terechtgekomen zijn is ons niet bekend. De oorspronkelijke loculus waarin Protus werd begraven is nog steeds niet met zekerheid geïdentificeerd, hoewel Giuseppe Marchi op 21 maart 1845 met verschillende overblijfselen een inscriptie in elkaar kon puzzelen met de woorden ‘sepulcrum Prot …’ ontdekte.

De catacombe was al ongeveer 50 jaar in gebruik toen ook de martelares Bassilla er werd begraven. De locatie van haar graf is niet bekend. Er werden echter wel epigrafen gevonden die haar vermelden: Domina Bassilla commendamus tibi, Crescentinus et Micina, filia nostra Crescen[?tia] que vixit men X et dies.

In de vroege negende eeuw werden de meeste catacomben niet langer gebruikt, maar werden wel de relikwieën van bekende martelaren verwijderd en veiliggesteld in andere kerken in Rome. Paus Gregorius IV (827-844) bracht de relikwieën van Sint-Hermes over naar de San Marco, de resten van Sint-Bassilla werden door paus Paschalis II (1099-1118) meegenomen naar de Santa Prassede en Sint-Protus zou terechtgekomen zijn in de San Giovanni dei Fiorentini. De catacombe van Sant’Ermete/Bassilla zelf lijkt nog een tijdje te hebben gefunctioneerd als ontmoetingsruimte en cultusplaats, maar werd in de dertiende eeuw definitief verlaten. Dit had wellicht te maken met de ineenstorting van het Benedictijnse kloosterleven in de stad tijdens die periode.

Giovanni Battista De Rossi onderzocht de catacombe opnieuw in 1863 en ook Mariano Armellini bestudeerde ze van 1876 tot 1894. De site werd tot 1919 verhuurd aan de familie Guglielmi, later namen de jezuïeten de directe controle over. In deze periode werd de catacombe regelmatig opengesteld voor het publiek. Vandaag is de catacombe al tientallen jaren niet meer toegankelijk voor bezoekers. De Via Antonio Bertoloni bevindt zich in een buitenwijk van Rome en vanaf deze straat zijn enkel de gevels van villa’s uit de twintigste eeuw te zien.

Er bestaat twijfel over welke van de villa’s in deze straat het oorspronkelijke Casino di Vigna dei Gesuiti was, dat ook bekend stond als La Pariola toen het een bijgebouw was van het Duits-Hongaarse college. Gaat het om het grote woonblok evenwijdig aan de straat op nummer 24 dat werd gebouwd in 1925, of om de zogenaamde Casale Riganti op nummer 13 die dateert uit 1900? De catacombe is toegankelijk vanuit de panden aan de Via Antonio Bertolini 13 en de Via Francesco Siacci 4. In principe wordt het eerste adres gebruikt.

De Pontificia Commissione di Archeologia Sacra, gevestigd aan de Via Napoleone III in Rome regelt de toegangen tot veilig toegankelijke maar doorgaans voor het publiek gesloten catacomben. Je kan bij deze instantie een goed gemotiveerde schriftelijke aanvraag indienen (als het bezoek een exclusief cultureel doel rechtvaardigt). De bezoekende groep mag nooit meer dan vijftien personen tellen. Er moet worden betaald voor een bezoek.

Catacomba di Sant’Ermete o Bassilla
Via Antonio Bertoloni 13A, Rome
Enkel te bezoeken na afspraak en schriftelijke aanvraag

Pontificia Commissione di Archeologia Sacra
Palazzo del Pontificio Istituto di Archeologia Cristiana
Tel: +39 06 446 56 10 / +39 06 446 76 01
protocollo@arcsacra.va

Catacombe d’Italia

De opkomst van het massatoerisme in Rome

15 december 2018

In het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam werd tijdens een feestelijke bijeenkomst de prijs voor de beste masterscriptie geschiedenis 2018 uitgereikt aan Aimée Plukker. De intrigerende titel van die scriptie (Universiteit Amsterdam): Roman Holiday. The Marshall Plan, American tourism to Rome, and the creation of the West (1947-1957). De auteur biedt een transnationale kijk op het ontstaan van massatoerisme, waarbij zij fijntjes laat zien welke verhalen er wel, en welke verhalen er juist niet over Rome verteld worden. De prijs wordt al sinds 2010 uitgereikt. Toen stelden het IISG en de Volkskrant een jaarlijkse prijs in voor de beste masterscripte op het gebied van de nationale of internationale geschiedenis, geschreven aan een Nederlandse universiteit. De winnaar ontvangt van het IISG een geldprijs van 1.500 euro en krijgt een publicatie in de Volkskrant.

We weten natuurlijk allemaal dat alle wegen naar Rome leiden, maar dankzij Aimée Plukker weten we ook dat deze in de jaren 1950 vooral bereden werden door jonge Amerikaanse toeristen. Aimée dook in allerlei archieven en onderzocht tijdschriften, films en folders om de ideologie achter het opkomende Amerikaanse massatoerisme en de adoratie van Rome als bron van ‘onze’ beschaving te ontrafelen. Politiek toerisme, consumentisme en een selectief historisch geheugen bleken machtige wapens om een nieuwe Amerikaanse identiteit als beschermer en redder van de wereld te creëren, lezen we in het juryrapport.

In de Wetenschapsbijlage van de Volkskrant van 10 december verscheen een interview dat George Van Hal met Aimée Plukker over haar scriptie hield. Het moderne toerisme, gericht op massa en consumptie, kent zijn oorsprong voor een groot deel in het Rome vlak na de Tweede Wereldoorlog.  “In de periode 1947 tot 1957 gebeurde in Rome iets heel interessants. In Amerika begon het verhaal van die stad als geboorteplek van de oude westerse wereld plots enorm te leven. Amerika zag zichzelf als redder van de beschaving, een gevoel dat tijdens de Koude Oorlog alleen maar sterker werd. Die beschaving had zijn wortels in Rome, dachten de Amerikanen. Via het Marshallplan had de VS beloofd de Europese economie weer op gang te helpen. Dat ging onder andere via de stimulering van het toerisme. In de stad ontstond daardoor een samenspel van culturele en politieke ambities, zowel bij de Italianen als de Amerikanen. Ik vond dat een fascinerende periode om te bestuderen”, stelt Plukker.

“De Amerikaanse kijk op Rome was aanvankelijk bizar. Amerikanen gingen zich echt opstellen als leiders. Ze hadden sterk het gevoel: wij nemen het hier wel even over. Dat was een behoorlijk machtsspel. Je zag de gevolgen van die houding zelfs bij Amerikaanse toeristen. Die hadden als ze op bezoek waren het idee ‘wij hebben Europa bevrijd en steken hier veel geld in’. Ze gedroegen zich als weldoeners. Of dat alleen in Rome zo gebeurde, of ook in andere grote steden is nog een open vraag waarnaar ik graag een vervolgonderzoek wil doen. Ik ben nu een voorstel aan het schrijven voor een promotieonderzoek waarin ik Rome met Amsterdam en Berlijn wil vergelijken. Die investering in het Marshallplan is natuurlijk Europabreed, dus wat dat betreft verwacht je daar ook iets interessants. Berlijn kreeg een heel gekke rol, als buffer tussen het Westen en de Sovjet-Unie. En Amerikanen vonden Nederland al langer fascinerend. Tegelijk is Rome ook uniek. Er heerste het hele specifiek gevoel dat dáár de wortels van de beschaving lagen. Dat gaf de stad veel glamour”, verklaart de winnares in het interview.

“Die glamour kwam ook tot uiting in het toerisme. In de tijd van het fascisme had je in Italië ook al toerisme, maar dat was anders. Het was iets elitairder, meer gericht op leren door een nieuwe plek te bezoeken. Het Amerikaanse toerisme was gericht op ontspanning. Lekker eten en drinken, mooie kleding kopen. Het was de opkomst van het consumeren als toerist, de opkomst van het huidige massatoerisme. In de archieven die ik in Rome bezocht, vond ik promotiemateriaal uit die tijd. Daarin krijgt die glamour ook de nadruk. Dan zie je foto’s van Elizabeth Taylor die een avondjurk uitzoekt. Gary Cooper in een kledingzaak. Maar ook Winston Churchill, Alfred Hitchcock, Frank Sinatra, …. Die luxe, dat Hollywoodgevoel, dat kwam steeds weer terug”, aldus Aimée Plukker.

“De Hollywoodklassieker Roman Holiday toont eigenlijk de hele ontwikkeling die ik in mijn scriptie beschrijf. In de film wordt Audrey Hepburn, een prinses, tijdens een bezoek aan Rome verliefd op een Amerikaanse journalist (Gregory Peck). Dat laat het beeld zien dat Amerika voorstond: dat toerisme democratiserend werkt, dat klassenverschillen erdoor verdwijnen. Bovendien zie je in de film heel sterk die hang naar consumptie terugkomen. Hepburn drinkt champagne, eet een ijsje op de Spaanse trappen, neemt een trekje van haar eerste sigaret. Ze beleeft in de film echt het ideaalbeeld van hoe een moderne vakantie er toen uit moest zien”, besluit de laureate.