Het Pauluslabyrint van Jeroen Windmeijer

Posted in Romenieuws on 10 augustus 2017 by romenieuws

Wanneer de burgemeester van Leiden het startschot wil geven voor het plaatsen van ondergrondse vuilcontainers, stort hij met graafmachine en al de diepte in. Daar blijkt zich een ondergronds gangenstelsel te bevinden. Ook wordt er een jongen gevonden. Hij lijkt niet gewond, maar toch zit hij onder het bloed. Als kort daarop universitair docente Judith Cherev en hoogleraar Arnold van Tiegem verdwijnen, ziet archeoloog Peter de Haan zich gedwongen op onderzoek uit te gaan. Hij stuit op een deel van de vaderlandse geschiedenis dat niet voor niets eeuwenlang verborgen was gebleven. Leiden schudt op zijn grondvesten. Hora est, maar wiens uur heeft geslagen?

Het Pauluslabyrint is de tweede thriller van Jeroen Windmeijer (1969, Delft) met archeoloog Peter de Haan in de hoofdrol.  Twee jaar geleden verscheen De bekentenissen van Petrus. Ook daarin speelde de stad Leiden een hoofdrol. De auteur schrijft  kritische, op Bijbelse verhalen rondom Jezus gebaseerde thrillers, waarin het vroegchristelijke Rome en zelfs de Mithrascultus nooit ver weg zijn.

De vondst van het bronzen viziermasker op 2 oktober 1996  in Leiden bij de opgraving van het Romeinse kamp Matilo vormde het uitgangspunt van De bekentenissen van Petrus, Windmeijer’s eerste fictieverhaal rond Peter de Haan, archeoloog aan de Universiteit Leiden, en geschiedenisstudente Judith Cherev, die een eeuwenoud document op het spoor komen en verwikkeld raken in een buiten­gewoon gevaarlijk avontuur. De ontdekking van het viziermasker haalde zelfs de landelijke dagbladen. Er zijn echter hardnekkige geruchten dat op diezelfde dag ook iets is aangetroffen, dat angstvallig verborgen is gehouden, een vondst die een geheel nieuw licht zou kunnen werpen op de geschiedenis zoals wij die kennen en bovendien de katholieke kerk op haar grondvesten zou kunnen doen schudden.  De auteur weeft er een heel verhaal rond.

Jeroen Windmeijer is docent godsdienst en maatschappijleer op een middelbare school in Leiden. Hij studeerde culturele antropologie in Leiden, met als specialisatie Latijns-Amerika. Aan de universiteit ging hij Wereldgodsdiensten studeren en werd  leraar. Windmeijer heeft een grote fascinatie voor de figuur van Jezus en voor het (vroege) christendom en leest veel over deze onderwerpen, gaande van proefschriften tot populair wetenschappelijk werk en van religieuze thrillers tot esoterische literatuur. Jeroen Windmeijer werd naar eigen zeggen compleet overvallen door het succes van De bekentenissen van Petrus. Binnen twee weken was de eerste druk (1.000 ex.) al uitverkocht en van de tweede druk waren twee maanden later alle 2.000 exemplaren al de deur uit, waarna een derde en vierde druk volgden op 3.000 exemplaren. Het Pauluslabyrint lijkt dat succes nog te overtreffen.

Het Pauluslabyrint
Auteur: Jeroen Windmeijer
Taal: Nederlands
Afmetingen: 33 x 229 x 150 mm
Gewicht: 609 g
Eerste druk maart 2017
ISBN10 9402 722 300
ISBN13 9789 402 722 307
Prijs: 19,99 euro, eBook: 13,99 euro

* www.harpercollins.nl/jeroen-windmeijer-het-pauluslabyrint

jeroenwindmeijer.nl

 

Tweedehandse Italiaanse boekenmarkt (maar ook dvd’s, muziek, posters, munten, kaarten, reisgidsen, …)

Posted in Romenieuws on 9 augustus 2017 by romenieuws

S.P.Q.R. organiseert een beurs voor tweedehandse Italiaanse boeken (aankoop en verkoop) op zaterdag 23 september tussen 14 en 17 uur in de stedelijke bibliotheek Tweebronnen (ingang Rijschoolstraat 4 of Diestsestraat 47) in 3000 Leuven. De toegang is gratis, wie iets wil verkopen krijgt eveneens gratis standruimte.

Leden- en niet-leden of verzamelaars die beschikken over tweedehands boeken, dvd’s, documenten, reisgidsen, postzegels, stadsplannetjes, kaarten, muziek, munten, affiches of posters … . die te maken hebben met Italië zijn allemaal welkom om hun spulletjes te verkopen. Je krijgt van ons gratis standruimte.

Boeken hoeven uiteraard niet in het Italiaans geschreven te zijn, vertalingen zijn uiteraard even welkom. Het genre: alles! Thrillers, strips, romans, reisverhalen, reisgidsen, … als het enigszins met Italië te maken heeft is het welkom.

Na vele Italië-reizen zijn er ongetwijfeld een heleboel mensen die thuis een rek vol interessante catalogi en boeken hebben staan, maar die ze eigenlijk nooit meer lezen of bekijken. Wel, met die ‘overstock’ kan je wellicht iemand blij maken die al lang op zoek is naar dat ene boek waarmee jij niets meer kan aanvangen.

Wil je een gratis standje om je (overschot aan) boeken/catalogi of andere Romeinse/Italiaanse snuisterijen te ruilen of aan een aantrekkelijk prijsje te komen verkopen? We verwachten dan graag een seintje vóór 20 augustus, zodat we voor jou tafelruimte en een stoel kunnen voorzien. Als je hieraan wil deelnemen, stuur dan een mailtje naar chris@spqr.be met vermelding van wat je ongeveer wil aanbieden en hoeveel plaats je denkt nodig te hebben.

De prijs van je boeken of andere spullen bepaal je natuurlijk zelf. Wij bieden je enkel de gelegenheid om je Italiaanse spullen te komen verkopen of om zelf te komen snuisteren in het aanbod. En nog dit: alle clubleden van S.P.Q.R. krijgen tijdens deze activiteit van ons op vertoon van hun lidmaatschapskaartje een gratis drankje aangeboden.

Iedereen is bij deze alvast uitgenodigd om op zaterdag 23 september even te komen snuffelen of een glaasje met ons te drinken. Noteer deze datum alvast in je agenda!

Nieuwe techniek legt structuur van historische voorwerpen bloot zonder te beschadigen

Posted in Romenieuws on 9 augustus 2017 by romenieuws

Onderzoekers van de KU Leuven, University of Leicester en Cranfield University hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om de samenstelling van voorwerpen te analyseren. Door het gebruik van röntgenstralen moet er geen staalname of verpoedering gebeuren, waardoor de objecten intact blijven. Dat is cruciaal bij de analyse van archeologisch materiaal en culturele erfstukken. De techniek kan op termijn ook ingezet worden in het onderzoek naar meteorieten en planetaire materialen of om defecten in bouwkundige constructies op te sporen.

Als nu een structurele analyse moet gebeuren van een archeologische vondst of een waardevol museumstuk, kan dat niet zonder staalname. Omdat die werkwijze altijd een minieme beschadiging met zich meebrengt, ging een internationaal team van onderzoekers op zoek naar een alternatief. Die hebben ze nu gevonden in de vorm van röntgendiffractie. Aan de hand van de verstrooiing van röntgenstralen kan de samenstelling van een voorwerp onderzocht worden zonder het te beschadigen.

“In dit onderzoek hebben we de techniek toegepast op een resem aan archeologisch materiaal: keramiek, fossiel, munten, mortel, tanden, enz. De exacte samenstelling van deze materialen levert ons een schat aan informatie op. We krijgen inzicht in de materiële geschiedenis van de voorwerpen en hun herkomst. Kennis van stabiliteit en slijtage van de materialen helpt ons bovendien om de voorwerpen juist te conserveren en om nieuwe bewaarmethodes te ontwikkelen”, aldus professor Patrick Degryse van de Afdeling Geologie.

“Met deze techniek kunnen we ook de pigmenten in schilderijen en andere gekleurde voorwerpen identificeren. Dat laat ons toe om de authenticiteit van bepaalde werken te verifiëren en vervalsingen op te sporen. Van pigmenten bestaat er een nauwkeurige bibliotheek die beschrijft welke techniek in welke tijdsperiode gebruikt werd. Als ik in een structurele analyse bijvoorbeeld smalt kan identificeren, een pigment met diepblauwe kleur, dan kan het voorwerp ten vroegste uit de 15de eeuw dateren”, vervolgt Degryse.

Naast archeologische en culturele erfstukken kan de techniek op termijn ook voor andere toepassingen gebruikt worden. Ze zou kunnen ingezet worden om bijvoorbeeld stalen van ruimtemissies naar Mars of de maan te analyseren. Ook industriële toepassingen behoren tot de mogelijkheden: de techniek kan helpen om structurele defecten zoals metaalmoeheid in kaart te brengen.

“De uitdaging is om de techniek in de toekomst kleiner en verplaatsbaar te maken. Nu hebben we het onderzoek uitgevoerd aan de Diamond-deeltjesversneller in Oxfordshire. Dat is een groot en statisch apparaat. De volgende stap is de ontwikkeling van een techniek die ter plaatse, bijvoorbeeld op archeologische sites of in musea, kan ingezet worden”, besluit prof. Degryse.

De studie High-resolution X-ray diffraction with no sample preparation is gepubliceerd in Acta Crystallographica A.

De creatie van Mozes en het graf van paus Julius II

Posted in Romenieuws on 7 augustus 2017 by romenieuws

Een tijdje geleden kon je lezen dat het grafmonument van paus Julius II – Giuliano della Rovere, waarvan Michelangelo’s wereldberoemde beeld van Mozes deel uitmaakt, recent werd gerestaureerd en uitgerust met een compleet nieuwe verlichting. Mozes ziet er nu mooier uit dan ooit. Vandaag lees je het verhaal over het ontstaan van het monument en het Mozesbeeld, dat de aanleiding geweest is tot de ontmoeting tussen twee van de invloedrijkste persoonlijkheden uit de renaissance: paus Julius II (1443-1513) en Michelangelo Buonarotti (1475-1564).

In 1505 riep de paus de Florentijn naar Rome om voor hem een enorm mausoleum te ontwerpen dat geplaatst zou worden in de oude Sint-Pietersbasiliek. Het mausoleum zou bestaan uit niet minder dan veertig beelden met Mozes als centrale figuur. Gedurende acht maanden ging Michelangelo in de befaamde marmergroeven van Carrara op zoek naar het meest geschikte materiaal. De ontzaglijke berg marmer werd vlakbij het Vaticaan opgeslagen en de beeldhouwer ging ermee aan de slag.

De paus liet zelfs een loopbrug aanleggen tussen zijn appartement en de werkplaats van Michelangelo om de werkzaamheden op de voet te kunnen volgen. Maar na een tijdje verdween het enthousiasme van de paus. Hij had uiteindelijk enkel nog interesse voor de bouw van een nieuwe Sint-Pietersbasiliek en het door Donato Bramante voorgestelde project. Logisch, want de graftombe was bestemd voor de oude basiliek en Julius II had in 1506 zelf beslist dat die gesloopt moest worden. In zijn eer gekwetst keerde Michelangelo naar Firenzeterug, al was het maar voor korte tijd.

Julius II, ook wel ‘Il Terribile’ of De Verschrikkelijke genoemd, de eerste paus die, zij het slechts een beperkte tijd, een baard droeg, stierf in 1513 op 70-jarige leeftijd. Hij had weliswaar oorlogen gevoerd maar Rome ook een stabiele regering gegeven, rechtvaardige rechtbanken opgericht, de landbouw van de Kerkelijke Staat bevorderd en de financiën gesaneerd. Hij had de universiteiten gesteund en een prachtige bibliotheek uitgebouwd, hij nam maatregelen tegen corruptie bij de pausverkiezingen (hoewel hijzelf ook grootschalige omkopingspraktijken had gehanteerd om paus te kunnen worden) en had de geestelijke orden deels hervormd.

Zijn inzet voor de kunsten gedurende zijn tienjarige pontificaat werd in de geschiedenis nooit meer overtroffen. Toch was deze beschermheer van de kunsten ook een ongeduldige, twistzieke en overweldigend energieke man, die een enorme persoonlijkheid moet hebben gehad. Zijn geliefde architect was Bramante, zijn beeldhouwer Michelangelo en zijn schilder Rafaël. Dit trio is wellicht het opmerkelijkste geheel aan artistieke talenten dat ooit door één individu werd samengebracht.

Met het verdwijnen van Julius II werd de ambitie voor het immense op te richten praalgraf helemaal afgeslankt en uiteindelijk werd het project volledig stilgelegd omdat de nieuwe paus Leo X de Medici het talent van Michelangelo liever gebruikte tot eer en glorie van zijn eigen familie.

Michelangelo had behalve het 2,35 m grote Mozesbeeld, slechts enkele slavenbeelden volledig afgewerkt. Twee ervan, de Rebellerende Slaaf en de Stervende Slaaf, tussen bevinden zich nu in het Louvre in Parijs. De Jonge Slaaf, de Atlas Slaaf, de Bebaarde Slaaf en de Ontwakende Slaaf, zijn te zien in de Galleria dell’Accademia in Firenze.

De Hurkende jongen is het enige werk van Michelangelo in de Hermitage in Sint-Petersburg en De Overwinning is te bekijken in Palazzo Vecchio in Firenze. Zijn hele verdere leven refereerde Michelangelo aan ‘de tragedie van de tombe’, hij schreef met enige overdrijving ‘ik verknoeide mijn jeugd geketend aan dit graf’.

Na een zestal contractwijzigingen werd uiteindelijk door de hertog van Urbino, een neef van Julius II, beslist hoe het uiteindelijke graf van de paus er zou uitzien, het resultaat van een complex verhaal dat Corrado Augias vertelt in ‘L’aventure de Moïse’.

Michelangelo had nu eindelijk een omschreven opdracht. Het grootste deel van het werk vertrouwde hij echter toe aan enkele leerlingen, waaronder Raffaele Sinibaldi, beter bekend als Raffaello da Montelupo (1505 -1566). Zelf realiseerde de meester, 36 jaar na de creatie van het Mozesbeeld en de voormelde slavenbeelden, nog twee vrouwenfiguren: Rachel en Lea.

Links zien we Rachel die het Geloof en ‘la vita contemplativa’ uitbeeldt en rechts Lea die de daadwerkelijke liefde of ‘la vita activa’ uitbeeldt. Tenminste indien we de omschrijving volgen die Dante voor deze dames gaf in zijn Purgatorio XXVII, 108. Beide beelden werden uitgehakt door Michelangelo maar afgewerkt en gepolierd door assistenten.

In 1544 was het grafmonument voor Julius II eindelijk klaar. Het beeld van de paus zelf, van de sibille en van de profeet, en ook de centrale Maagd met Kind (vervaardigd door een zieke Raffaello da Montelupo) werden uitgevoerd naar de tekeningen van Michelangelo. Ze zijn echter niet heel geslaagd te noemen. De uitvoering van de tombe zelf liet de meester ook over aan zijn leerlingen.

De ijdele paus Julius II zou beslist niet tevreden zijn geweest met het wat potsierlijke liggende beeld van hemzelf bovenop het monument, volgens de annalen het werk van ene Tommaso Boscoli (1503-1574). Jacob Burckhardt (1818-1897, Civilisation de la renaissance en Italie) noemde het beeld zelfs ‘onvergeeflijk’.

In 1999 verscheen spectaculair nieuws: Italiaanse deskundigen verklaarden in de media dat ook het liggende beeld door Michelangelo zou zijn gemaakt en daarover schijnt tegenwoordig een consensus te bestaan. Toch lijkt het hoofd niet bij de liggende paus te passen, misschien werd het later toegevoegd. Volledige duidelijkheid is er niet en wellicht blijft de waarheid verborgen in de nevelen van de geschiedenis.

Michelangelo heeft steeds beweerd dat hij van de verschillende pausen die hij diende slechts een hongerloon kreeg en hij het door hun schuld financieel moeilijk had. Rab Hatfield publiceerde in ‘The Wealth of Michelangelo’ echter loonbriefjes van de meester, waaruit blijkt dat hij wel degelijk rijkelijk betaald werd. Michelangelo had wel de naam een beetje gierig te zijn.

Bij de Sacco di Roma (de plundering van Rome) in 1527 werd de kist met de stoffelijke resten van paus Julius II door soldaten opengebroken om zijn gouden ring te stelen en om te zien of zich geen andere kostbaarheden in de sarcofaag bevonden. Wat daarna gebeurde is niet duidelijk. Het is zelfs niet zeker dat Julius II in zijn eigen tombe begraven ligt, want bepaalde bronnen situeren zijn laatste rustplaats in een bescheiden graf zonder monument in de Sint-Pietersbasiliek.

Daar zou hij begraven zijn bij zijn oom Sixtus IV onder de vloer van de zogenaamde Michaëlskapel, helemaal achteraan de rechterbeuk voorbij het rechtertransept. Nog andere bronnen beweren dat Julius II in het graf van Sixtus IV werd bijgezet, namelijk in het bronzen praalgraf uit 1493, een meesterwerk van Antonio del Pollaiuolo (1432-1498), dat zich nu in de schatkamer (zaal IV) van de Sint Pietersbasiliek bevindt. Ook hier heeft de geschiedenis een mysterie gecreëerd dat wellicht nooit zal worden opgelost.

Wat wel met zekerheid kan worden verteld: de waardering voor het Mozesbeeld is steeds enorm geweest. Giorgio Vasari die een tijdgenoot was van Michelangelo, schreef dat er geen enkel werk, ouder of jonger met het Mozesbeeld kon wedijveren. Hij vertelt dat de Romeinse joden elke sabbat, als een ‘zwerm spreeuwen’ het beeld kwamen bewonderen en eren.

Stendhal schreef dat ‘indien men dit beeld niet gezien heeft, men geen benul heeft van de volle kracht van de beeldhouwkunst’. Hier vind je inderdaad de hele ‘terribilità’ van het genie van Michelangelo, in harmonie met zijn absolute technische meesterschap.

Toch moeten bezoekers er vandaag rekening mee houden dat het de bedoeling was dit beeld op een hoogte van 13 m te plaatsen. Maar zelfs in zijn huidige en dus te lage opstelling, is het Mozesbeeld ronduit indrukwekkend. Mozes lijkt ieder moment te kunnen rechtspringen en het beeld heeft de griezelige eigenschap dat het je lijkt na te kijken wanneer je de kerk verlaat.

Mozes had 40 dagen en 40 nachten op de berg Sinaï met God gesproken en de in steen gebeitelde tien geboden ontvangen. Bij het afdalen van de berg zag Mozes het volk dansen rondom het gouden kalf en hoorde hij de mensen juichen en zingen. Mozes kon slechts met veel moeite zijn innerlijke gevoelens beheersen en het is dit ultieme moment van woede dat Michelangelo heeft uitgebeeld.

“Een grotere onrust en heviger spanning werden in een beeldhouwwerk nooit gelegd, krachten van de natuur en van de geest nooit vaster aaneengesmeed, primitieve bestialiteit en de hoogste spiritualiteit in een wezen nooit zo samengebracht als in dit beeld dat met mokerslagen uit de steen werd losgeslagen, maar waarvan de oppervlakte door de tederste strelingen werd gepolijst”, schreef de Nederlander Huib Luns in zijn ‘Tweede tien wandelingen in Rome’ uit 1931.

En voorts: “De ogen zijn van een bijzondere kracht, de opgewondenheid spreekt het sterkst uit de handen en het gezicht, de rechterhand steunt op de twee stenen tafelen maar de vingers spelen en woelen tegelijkertijd in de krullen van de baard. Het gelaat is nog vervuld met de goddelijke glans die Jahweh hem gaf. Men heeft kritiek gehad op de armen die te dik zouden zijn, maar door de aderen en pezen die opzwellen onder de huid lijkt het beeld te bonzen van woedend leven. En toch stemt het bekijken van dit beeld ons enigszins weemoedig, het is te groots. De godvruchtige overlevering wil dat Mozes u blijft nakijken als men de kerk verlaat. En in wezen is dat zo”.

Dat het Mozesbeeld horentjes draagt vindt vermoedelijk zijn oorsprong in een foute schriftlezing door Aquila Ponticus, die in de tweede eeuw de thora voor het eerst in het Grieks vertaalde. In de Hebreeuwse tekst van de betreffende bijbelpassage (Exodus 34:9-35) stond het woord ‘karan’ of lichtstraal, maar Ponticus las dit als ‘keren’ of hoorn.

De kerkvader Hiëronymus, wiens Latijnse vertaling, de Vulgata, onder Paulus III bij het Concilie van Trente in 1546 algemeen als basistekst werd aangenomen, gebruikte die Griekse vertaling als uitgangspunt. Het misverstand werd nog versterkt doordat het in oude manuscripten gebruikelijk was om, met het oog op de indeling in kolommen, letters te syncoperen en die weglating aan te geven met een bovenliggend streepje, waardoor in plaats van ‘coronatus’ of gekroond ‘cornutus’ of gehoornd werd gelezen. De horentjes dienen dus gezien te worden als de aanzet van de stralenbundels.

In de baard van Mozes menen sommigen de trekken te herkennen van Julius II, rechts onder de lip is er met enige fantasie inderdaad een profiel te onderscheiden. Anderen zeggen dan weer dat het een zelfportretje van Michelangelo is, een grapje van de kunstenaar. Duidelijk is het allerminst.

Op de rechterknie is een kras waarneembaar die volgens een hardnekkig verhaal zou veroorzaakt zijn door Michelangelo toen hij bij de voltooiing van het werk met zijn beitel op de knie van Mozes sloeg, terwijl hij riep: ‘Spreek dan toch!’.

De jonge Sigmund Freud wijdde in 1914 een boek aan de psychische analyse van dit Mozesbeeld: ‘Le Moïse de Michel-Ange’ .

Elke werkdag een S.P.Q.R.-nieuwsbrief in je mailbox?  Mét illustraties?
Word dan nu lid van S.P.Q.R. !
Klik hier om je in te schrijven !

Dubbeltentoonstelling in Castel Sant’Angelo en Palazzo Venezia

Posted in Romenieuws on 5 augustus 2017 by romenieuws

We brachten recent een bijdrage over het gemoderniseerde Castel Sant’Angelo of de Engelenburcht die een bezoek meer dan ooit waard is. Momenteel loopt zowel in Castel Sant’Angelo als in Palazzo Venezia echter ook de dubbeltentoonstelling Labirinti del cuore. Giorgione e le stagioni del sentimento tra Venezia e Roma, die opgebouwd is rond Due Amici, een meesterwerk van Giorgione (1477-1510).

Het portret wordt door vele kunstcritici omschreven als één van de hoekstenen uit het oeuvre van Giorgione of Giorgio da Castelfranco zoals hij ook wel werd genoemd. De dubbele tentoonstelling is te bezoeken tot 17 september. Een ticket geeft in die periode toegang tot zowel de Engelenburcht als Palazzo Venezia. Het is een extra reden om het voormalige mausoleum van keizer Hadrianus nog eens te bezoeken.

Het eerste deel van de tentoonstelling is opgesteld in de kamers van Barbo in Palazzo Venezia Het tweede deel van deze dubbelexpo in te zien in de pauselijke appartementen van Castel Sant’Angelo en omvat behalve werk van Giorgione zelf, ook heel wat andere topstukken van de grootste kunstenaars uit de zestiende eeuw.

Het doek ‘Due Amici’ is wellicht minder bekend bij het publiek maar van groot belang voor de historiek en de studie van de portretkunst uit de zestiende eeuw. Het schilderij van Giorgione wordt bewaard in Palazzo Venezia en kwam dankzij de goede relaties die de Venetiaanse kunstenaar met Rome had terecht in de eeuwige stad.

Het schilderij werd destijds waarschijnlijk gekocht door kardinaal Domenico Grimani (1461-1523) die afkomstig was uit Castelfranco, waar ook Giorgione geboren was. Grimani was een grote kunstverzamelaar die in Rome goede contacten had opgebouwd. Toen zijn vader in 1521 op 86-jarige leeftijd tot doge van Venetië werd gekozen, was Domenico al kardinaal.

Samen met paus Paulus II (1417-1471, Pïetro Barbo) was Grimani één van de belangrijkste spelers uit die tijd voor wat betreft de diplomatieke en culturele betrekkingen tussen de twee staten in de late vijftiende eeuw en de eerste twee decennia van de zestiende eeuw.

Pietro Barbo werd door zijn oom paus Eugenius IV in 1440 tot kardinaal-deken benoemd. Hij kreeg als titelkerk de Santa Maria Nuova (de Santa Francesca Romana) toegewezen, maar toen hij elf jaar later door paus Martinus V tot kardinaal-priester werd gecreëerd, ruilde hij die kerk op het Forum Romanum voor de San Marco.

Naast de San Marco, zijn Romeinse titelkerk, liet hij voor zichzelf een paleis bouwen, dat het eerste profane renaissancegebouw in Rome werd: het Palazzo San Marco, dat later Palazzo Venezia zou worden genoemd. De bouw begon in 1455. Toen Barbo in 1464 tot paus Paulus II werd verkozen, maakte hij van Palazzo Venezia de pauselijke residentie.

Pietro Borgo was een erg actieve kardinaal. In 1455 slaagde hij erin de al eeuwen rivaliserende belangrijke Romeinse families Orsini en Colonna een wapenstilstand te laten sluiten. Hij trad ook op als bemiddelaar tussen paus Calixtus III en de koning van Napels, Alfons V van Aragón over het recht op bestuur over gebieden binnen Italië.

Borgo’s goede relatie met deze eerste Borgia-paus en later met diens familieleden zorgde ervoor dat hij het na de dood van Calixtus III opnam voor Pedro Luis Borgia, de prefect van Rome, en erin slaagde hem met de steun van zijn broer kardinaal Rodrigo Borgia uit de stad te laten vluchten. Het moeten boeiende tijden geweest zijn, toen in Rome.

Het is in het Appartamento Barbo in Palazzo Venezia dat het eerste deel van de tentoonstelling te bezoeken is, gewijd aan de historische gebeurtenissen uit de tijd van ‘de twee vrienden’ en het leven en werk van Giorgione. Het gedeelte in Castel Sant’Angelo, naar ons gevoel het meest interessante, is te bekijken in de pauselijke appartementen.

De expo werd verfraaid met heel wat meesterwerken van tijdgenoten uit de zestiende eeuw, afkomstig uit grote musea wereldwijd, waaronder Titiaan, Tintoretto, Romanino, Moretto, Ludovico Carracci, Bronzino, Barocci en Bernardino Licinio. In totaal omvat de tentoonstelling 45 schilderijen, 27 sculpturen, 36 gedrukte boeken en manuscripten, evenals tal van andere objecten, prenten en tekeningen.

  • Tijdens de avondactiviteiten rond Art City zijn de locaties open tot 23.30 u. Een ticket voor de tentoonstelling moet ten laatste één uur voor de sluitingstijd worden gekocht. Een tentoonstellingsticket voor Castel Sant’Angelo en het Palazzo di Venezia is drie dagen geldig.

Resten van Romeinse woonwijk ontdekt in Vienne (Frankrijk)

Posted in Romenieuws on 4 augustus 2017 by romenieuws

Archeologen hebben in het stadje Vienne, zo’n 30 km ten zuiden van Lyon in Frankrijk, langs de oever van de Rhône een Romeinse wijk ontdekt, compleet met mozaïekvloeren, overblijfselen van villa’s en enkele publieke gebouwen. Tot de vondsten behoort ook een fontein waarop een beeld van Hercules staat. Op de plaats van de ontdekking was een nieuwe woonwijk gepland. Het gaat om een site van 7.000 m². De wetenschappers omschrijven de vondst als de meest sensationele Romeinse opgraving in vijftig jaar.

Vele objecten liggen nog op exact dezelfde plek als toen de bewoners hun woningen hebben verlaten. De overblijfselen dateren uit de eerste eeuw na Christus. De archeologen stellen dat de wijk zeker 300 jaar bewoond is geweest, maar uiteindelijk is verlaten na een reeks verwoestende branden.

Eén van de best bewaard gebleven gebouwen wordt ‘het huis van Bacchus’ genoemd. Tegels op de vloer tonen vrouwelijke volgers van de Romeinse god van de wijn en saters, vrolijke boswezens met een bokkenstaart, -oren en soms ook -poten. De brand verwoestte de eerste verdieping, het dak en het balkon van het weelderige huis met balustrades, marmeren tegels en uitgestrekte tuinen met irrigatiesysteem. Vermoedelijk was het pand eigendom van een rijke koopman. Volgens de archeologen kan het huis van de vloer tot het plafond in de oorspronkelijke staat worden hersteld.

In een andere woning is een mozaïek aangetroffen die de Griekse muze Thaleia toont, die ontvoerd wordt door de god van het woud Pan. De mozaïeken worden nu voorzichtig verwijderd en nadien gerestaureerd. In 2019 zullen ze worden tentoongesteld in het Gallo-Romeins museum in Vienne.

De opgravingen begonnen in april en zouden tot half september duren. Maar nu blijkt hoe bijzonder de ontdekking is krijgen de archeologen langer de tijd om nog meer opgravingen te doen. Twintig medewerkers gaan nu graven op het gedeelte waar werkplaatsen waren gevestigd.

In de Romeinse tijd was ‘Imperium Vienna’ een belangrijk knooppunt op de route die Noord-Gallië verbond met de Romeinse provincie Gallia Narbonensis in het zuiden van Frankrijk. Gallia Narbonensis werd in 22 v. Chr. de nieuwe naam van de Romeinse provincie in het zuiden van Gallië die de Romeinen ervoor Provincia Romana of gewoon Provincia noemden, een benaming die vandaag nog doorleeft als Provence.

De nederzetting van de Allobroges werd een Romeinse kolonie onder Julius Caesar rond 47 v. Chr., maar het lukte de Allobroges om de Romeinen weer te verdrijven; de verbannen Romeinen stichtten vervolgens Lugdunum, het hedendaags Lyon. Tijdens het Romeinse keizerrijk kreeg Imperium Vienna zoals het door de Romeinen genoemd werd (niet te verwarren met Wenen dat ze Vindobona noemden) al haar vroegere privileges als Romeinse kolonie.

Herodes Archelaüs werd naar Imperium Vienna verbannen in het jaar 6. In 257 werd Postumus hier uitgeroepen tot keizer van het Gallische keizerrijk dat zo’n twaalf jaar heeft bestaan met als hoofdstad Trier. Ook op de oever van de Gère zijn sporen van de bolwerken van de oude Romeinse stad te vinden, en oostelijk van de stad zijn er overblijfselen van een Romeinse arena. Tevens zijn er nog aquaducten en sporen van Romeinse wegen te zien, een tempel opgericht door Claudius I ter ere van Augustus en Livia en een Romeins gebouw waarvan de functie onbekend is.

Tijdens de Volksverhuizingen had Vienne telkens weer het ongeluk een doelwit te zijn. In 438 werd de stad ingenomen door de Bourgondiërs, daarna weer 35 jaar in Romeinse handen, door de Franken in 534, geplunderd door de Longobarden in 558 en door de Moren in 737. Koning Karel de Kale wees het district in 869 toe aan de graaf van de Provence, Boso van Provence, die zich tot koning liet uitroepen.

Vienne was een onderdeel van het koninkrijk Provence (later Arles) tot 1032, toen het zich weer aansloot bij het Heilige Roomse Rijk. In werkelijkheid regeerden de aartsbisschoppen. In 1310 riep paus Clemens V op aanstichten van koning Filips IV van Frankrijk (de Schone) te Vienne het 15de oecumenisch concilie bijeen, dat de opheffing en vervolging van de ridderorde van de Tempeliers legitimeerde. Hun rijkdommen gingen naar de Franse koning. In 1449 droegen de aartsbisschoppen hun wereldlijke macht over aan Frankrijk.

Het wordt nog warmer in Rome

Posted in Romenieuws on 3 augustus 2017 by romenieuws

Augustus is altijd al een bijzonder warme maand in Rome en in de meeste andere regio’s van Italië. Het is geen toeval dat heel wat Italianen net in deze superwarme maand zelf met vakantie vertrekken of zoveel mogelijk koelere oorden zoals de bergen opzoeken. De voorbije dagen ging de temperatuur in Rome vlotjes over de 40° C en dat cijfer zou de komende dagen nog kunnen stijgen. Het Ministerie van Gezondheid riep zopas waarschuwingsniveau drie uit voor een aantal steden. Het gaat om Rome, Firenze, Venetië, Milaan, Turijn, Bari en Bolzano.

Drie is het hoogste waarschuwingsniveau en betekent dat de hitte niet alleen gevaarlijk kan worden voor zieken, bejaarden en kleine kinderen maar dat mensen wordt aangeraden om tussen 11 en 18 uur binnen te blijven en de zon te vermijden.  Italië kampt al maanden met hitte en, als gevolg daarvan, een zelden geziene droogte die vooral de landbouw zware schade dreigt te berokkenen. In Rome was er zelfs even een politieke discussie over een mogelijke waterrantsoenering en ook bosbranden dreigen voortdurend op te flakkeren.

Dat het de komende dagen en wellicht weken nog warmer gaat worden is de schuld van een hogedrukgebied uit Afrika dat voor recordtemperaturen zal zorgen. Ten zuiden van Napels werden deze week reeds gevoelstemperaturen van 53° C geregistreerd.