Giuseppe Conte (54) voorgedragen als Italiaanse premier

Posted in Romenieuws on 21 mei 2018 by romenieuws

Luigi Di Maio van de MoVimento 5 Stelle (M5S) of Vijfsterrenbeweging en Matteo Salvini van Lega hebben zoals verwacht vandaag bij president Sergio Mattarella de jurist Giuseppe Conte voorgedragen als de nieuwe premier. Conte werd op 8 augustus 1964 geboren in Volturara Appula (regio Puglia) en is professor aan de universiteit van Firenze en aan de Luiss Università (de Libera Università Internazionale degli Studi Sociali Guido Carli) in Rome waar hij privaatrecht onderwijst. Eerder doceerde hij ook aan de universiteit Roma Tre, de LUMSA universiteit (Libera Università Maria SS. Assunta) in Rome en aan de universiteiten van Malta en Sassari. Giuseppe Conte woont in Rome waar hij ook een advocatenkantoor heeft. Hij was vroeger ook juridisch adviseur van de Kamer van Koophandel van Rome. Hij studeerde en werkte een tijdlang in de Verenigde Staten.

Politieke ervaring heeft Giuseppe Conte niet. Luigi Di Maio haalde hem in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 4 maart aan boord van zijn campagneteam.De advocaat zit niet in het parlement, maar behoort tot de kring van de Vijfsterrenbeweging. Hij kwam vier jaar geleden voor het eerst in contact met de partij en omschrijft deze als een prachtig, ongelooflijk politiek laboratorium.

De keuze voor Giuseppe Conte is een beetje vreemd: hij is precies het soort elitaire en academische technocraat waar de Vijfsterrenbeweging altijd tegen gereageerd heeft. Maar wellicht rekenen M5S en Lega erop dat de sfeer van degelijkheid en neutraliteit die rond Conte zweeft voldoende is om hem aanvaardbaar te maken voor president Mattarella.

Die moet immers zijn zegen nog geven aan de kandidatuur van Giuseppe Conte. Daarna staat niets nog de installatie van de nieuwe bestuursploeg in de weg en kan de nieuwe premier zijn intrek nemen in Palazzo Chigi. Dat zou de komende dagen al kunnen gebeuren. Als Conte premier wordt is het de zesde keer dat Italië een regeringsleider krijgt die niet deelgenomen heeft aan de parlementsverkiezingen.  Di Maio en Salvini wilden allebei ook wel minister-president worden, maar stelden elk een veto tegen elkaars kandidatuur.

Het risico is wel behoorlijk groot dat Conte al snel zal worden beschouwd als de handpop van de partijleiders Salvini en Di Maio. Buitenlandse regeringsleiders zullen te maken krijgen met Giuseppe Conte, goed wetende dat de echte macht bij de twee partijvoorzitters ligt. Die zullen beiden hoe dan ook nog een tijdlang de belangrijkste figuren in de Italiaanse politiek blijven. Di Maio wordt wellicht minister van Werk en Economische Ontwikkeling, Salvini krijgt waarschijnlijk Binnenlandse Zaken. Giampiero Massolo, momenteel de baas  van de nationale scheepsbouwmaatschappij, wordt genoemd als minister van Buitenlandse Zaken, Giancarlo Giorgetti, de rechterhand van Salvini, krijgt wellicht Financiën in handen.

Het visioen van Constantijn

Posted in Romenieuws on 21 mei 2018 by romenieuws

In hun nieuwe boek ‘Het visioen van Constantijn’ vertellen de bekende Nederlandse auteurs Jona Lendering (schrijver, historicus en docent) en Vincent Hunink (classicus, vertaler en docent) het (in hun visie) ware verhaal over de eerste christelijke keizer.

In het Romeinse Rijk werden christenen vervolgd en ter dood veroordeeld. Volgens de verhalen kreeg keizer Constantijn in 312 een visioen, bekeerde hij zich tot het christendom, versloeg hij zijn vijanden en begon hij de kerk te begunstigen. Dit was het moment waarop de kerstening definitief begon en de grondslagen werden gelegd voor de latere, christelijke middeleeuwen. De auteurs, beiden gelauwerd op het gebied van de klassieke oudheid, laten in dit rijk geïllustreerde boek aan de hand van bronnen uit die tijd zien dat dit verhaal niet helemaal klopt.

Wie ronddwaalt door een archeologisch museum in Noord-Frankrijk — pakweg in Reims of Straatsburg — kan de enorme hoeveelheid Romeinse sculpturen uit de derde eeuw na Chr. moeilijk ontgaan. Hier een beeldje van de Romeinse god Mercurius, daar afbeeldingen van de oud-Gallische goden Teutates en Rosmerta, even verderop een reliëf van de oosterse lichtgod Mithras. Geen museumbezoeker zal concluderen dat de Romeinse religieuze wereld in deze tijd in een crisis verkeerde.

Desondanks zou alles veranderen. Het verhaal valt samen te vatten in één zin: in de tijd van de christenvervolgingen had keizer Constantijn een visioen, waarna hij zich tot het christendom bekeerde, zijn vijanden versloeg en de kerk begon te begunstigen. Dit was het moment waarop de kerstening begon en de grondslagen werden gelegd voor de christelijke middeleeuwen. Zoals het met dit soort verhalen gaat, is het wat de hoofdlijnen betreft correct, maar (volgens de auteurs) op detailniveau niet.

Daarover gaat dit boek, dat dus geen keizerbiografie is, maar dieper ingaat op de puzzels rond Constantijns visioen. Na enkele inleidende hoofdstukken over de wereld van Constantijn is de kern van dit boek de op pagina 55-78 vertaalde oudste bron over dat visioen: een lofrede die in 310 is uitgesproken in Trier. Na die redevoering komt de eigenlijke vraag aan de orde: hoe is uit dat visioen, dat een heidens karakter had, een christelijke legende kunnen ontstaan?

Dit alles zal af en toe worden onderbroken door uitleg over de wijze waarop oudheidkundigen tot hun conclusies komen Het eerste advies dat mensen krijgen die schrijven voor het grote publiek — “laat de ‘aannemelijks’, de ‘mogelijks’ en de ‘denkbaars’ maar achterwege” — wordt in dit boek dus opzichtig genegeerd. Sterker nog: het gaat er hierom enkele complicaties te tonen waar oudheidkundigen tegenaan lopen.

Of de in dit boek geboden reconstructie klopt? Natuurlijk zou het aardig zijn als ze juist was: Constantijn heeft een heidens lichtvisioen gehad en is dit, doordat hij steeds vaker met christenen te maken kreeg, anders gaan interpreteren. Niet Constantijn veranderde het Romeinse Rijk, het christendom veranderde Constantijn.

Misschien is het inderdaad wel zo gegaan, maar de voornaamste boodschap van dit boek is te tonen dat de puzzel slechts beperkt oplosbaar is. Wie de oudheid bestudeert, merkt dat zelfs een belangrijke historische gebeurtenis in een goed gedocumenteerde periode lastig te duiden is. Laten zien wat niet en wat wel te weten valt, dat is de ambitie van dit boek.

Jona Lendering is historicus en werkzaam in de wetenschapsvoorlichting. Vincent Hunink is als classicus verbonden aan de Nijmeegse Radboud Universiteit en publiceert met grote regelmaat vertalingen van vooral Latijnse teksten. Ze werkten eerder samen aan Velleius Paterculus’ Romeinse geschiedenis en een verzameling teksten van Tacitus over de oude Germanen, In moerassen en donkere wouden.

Het visioen van Constantijn
Auteurs: Jona Lendering, Vincent Hunink
Aantal pagina’s: 176
Uitgeverij: Omniboek
Eerste druk: april 2018
ISBN 10 9401913099
ISBN 13 9789401913096
Prijs: 17,50 euro

Veertien nieuwe kardinalen op 29 juni

Posted in Romenieuws on 20 mei 2018 by romenieuws

Paus Franciscus zal op vrijdag 29 juni veertien nieuwe kardinalen creëren. Elf van hen zijn jonger dan 80 en dus kiesgerechtigd indien na het overlijden van de paus in conclaaf een opvolger moet worden gekozen. Na de plechtigheid eind juni zullen er in totaal 125 kiesgerechtigde kardinalen zijn. Uit die groep zal indien nodig dus ook een nieuwe paus worden gekozen.

Bij de nieuwe kardinalen horen enkele opmerkelijk namen. Zo is het vrij uitzonderlijk dat de pauselijke aalmoezenier of de nummer twee van het staatssecretariaat kardinaal wordt. Tevens is nog nooit een diocesane bisschop van het bisdom Leiria-Fátima in Portugal, of van Hyancayo in Peru, of van Toamasina in Madagascar, of van L’Aquila in Italië noch van Osaka in Japan tot het kardinaalsrood bevorderd. Opmerkelijk is ook dat paus Franciscus, zelf lid van de jezuïetenorde, twee confraters van de Sociëteit van Jezus tot kardinaal zal verheffen: prefect Luis Ladaria van de Congregatie voor de Geloofsleer en aartsbisschop Pedro Barreto van Peru.

Kardinalen

Dit zijn de namen van de benoemde kieskardinalen, hun functie en hun land van herkomst:

  • Louis Raphaël I Sako (69) , Chaldeeuwse patriarch van Babylonië en Chaldeeuwe aartsbisschop van Bagdad, Irak
  • Luis Ladaria Ferrer s.j. (74), prefect voor de Congregatie voor de Geloofsleer, Spanje
  • Angelo De Donatis (64), vicaris-generaal van het bisdom Rome, Italië
  • Giovanni Angelo Becciu (69), substituut van het Staatssecretariaat, pauselijk gedelegeerde bij de Maltezer Ridderorde, Italië
  • Konrad Krajewski (54), aalmoezenier van de Pauselijke Liefdewerken, Polen
  • Joseph Coutts (72), aartsbisschop van Karachi, Pakistan
  • António dos Santos Marto (71) , bisschop van Leiria-Fátima, Portugal
  • Pedro Barreto Jimeno s.j. (74), aartsbisschop van Hyancayo, Peru
  • Désiré Tsarahazana (63) , aartsbisschop van Toamasina, Madagascar
  • Giuseppe Petrocchi (69), aartsbisschop van L’Aquila, Italië
  • Thomas Aquinas Manyo Maeda (69), aartsbisschop van Osaka, Japan

Erekardinalen

Dit zijn de namen van de toekomstige erekardinalen. Ze zijn alle drie ouder dan 80 en dus niet langer kiesgerechtigd bij een conclaaf:

  • Sergio Obeso Rivera (86), emeritus aartsbisschop van Jalapa, Mexico
  • Toribio Ticona Porco (81), emeritus prelaat van Corocoro, Bolivia
  • Aquilino Bocos Merino C.M.F. (80), generaal-overste van de Congregatie van de Clarentijnen, Spanje.

Luchtvervuiling Romeinse Rijk bereikte zelfs Groenland

Posted in Romenieuws on 20 mei 2018 by romenieuws

Onder het ijs van Groenland ligt eeuwenoud loodstof begraven. Dit afvalproduct van de zilverwinning illustreert perfect de economische opkomst en ondergang van de Romeinse beschaving. Dat schrijven Eos Wetenschap en De Standaard. In de oudheid betaalden Romeinen met zilveren denariën. Om aan grondstof voor hun muntproductie te komen smolten ze zilvererts om in kleiovens, waarbij het edelmetaal van verontreiniging werd gezuiverd en waarbij als bijproduct lood in de lucht werd gepompt. Dat loodstof vervuilde de lucht in heel Europa, tot in Groenland toe. Het stof dat daar neerdwarrelde en bedekt raakte met sneeuw en ijs, ligt er vandaag nog steeds.

Reeds in het begin van het vierde millennium vóór Christus bekwaamde de mens zich in het scheiden van edele metalen zoals goud en zilver, van onedele metalen zoals lood en koper. Bij dit procédé genaamd cupellatie, worden ertsen of legeringen gesmolten op hogere temperatuur, waarna de verontreinigingen met lucht reageren en kunnen worden verwijderd. Omdat zilvererts veel lood bevat, was de productie van zilver traditioneel één van de grootste bronnen van loodvervuiling in de atmosfeer.

Omdat het lood in de lucht als vanouds sterk verbonden is met de productie van zilveren munten (zoals de Romeinse denarius) geeft de analyse een mooi beeld van periodes van economische bloei en crisis in en rondom de Middellandse Zee. Wind- en weer zorgde ervoor dat de loodvervuiling in Europa naar het noorden waaide, waar ze bijvoorbeeld in sneeuw kon neerslaan op de Groenlandse ijskappen. Op die manier vormde het lood een tijdslijn voor de historische loodvervuiling in Europa. Glaciologen kunnen die tijdsplijn raadplegen door in het ijs te boren en te meten hoe groot de concentratie aan lood is in de afzonderlijke ijslagen – die ze via een aantal andere methodes kunnen dateren.

Britse, Deense en Noorse wetenschappers hebben nu een gedetailleerde analyse klaar van de historische loodvervuiling op Groenland. Door de ijskernen te onderzoeken konden ze een periode van liefst tweeduizend jaar overspannen: van 1100 vóór Christus tot het jaar 900. Aan de hand van de opeenvolgende concentraties van loodstof in het Groenlandse ijs presenteren de wetenschappers een bijzonder gedetailleerde tijdlijn van 1.900 jaar Romeinse loodvervuiling, die is te lezen als een geschiedenis van de Romeinse economische activiteit. Volgens de onderzoekers vielen gedurende de laatste 80 jaar van de Romeinse Republiek (510-27 voor Christus), de periode voorafgaand aan het keizerrijk, bescheiden hoeveelheden loodstof op Groenland. De zwaarste loodverontreiniging viel samen met de bloeitijd van het Romeinse Keizerrijk in de eerste en tweede eeuw na Christus, een periode van economische welvaart die bekend staat als de Pax Romana.

Het leuke is dat hun resultaten de antieke geschiedenis in een nieuw – of althans een meer helder – daglicht plaatsten. De vorsers zien bijvoorbeeld een stijging van de loodconcentratie omstreeks 900 v. Chr., wat overeenkomt met de opkomst van de Fenicische handelsposten en zilvermijnen in het westen van het Middellandse Zeegebied – vooral op het Iberische schiereiland. Daarna zien ze een gestage stijging van de concentratie, simultaan aan de opkomst van Carthago en vervolgens van het Romeinse Rijk.

Het zijn echter de observaties van het lood dat in de Romeinse tijd neersloeg, die het interessantst zijn. Uit onderzoek van de boorstalen uit de Groenlandse ijskap blijkt dat de pieken en dalen in de loodvervuiling de timing weerspiegelen van diverse historische gebeurtenissen tijdens het Romeinse tijdperk. Daaronder oorlogen die door Julius Caesar werden uitgevochten. Zo lag de concentratie tijdens de eerste eeuwen van de Romeinse Republiek (die werd uitgeroepen in 508 v. Chr.) liefst vier keer hoger dan in de eerste eeuw v. Chr.: de tijd van Pompeius, van Julius Caesar, van Marcus Antonius en van verschillende bloedige burgeroorlogen die het einde betekenden voor de Republiek. Het kan niet anders dan dat die roerige tijd nefast was voor de economische activiteit in het Romeinse Rijk.

Volgens co-auteur Andrew Wilson, hoogleraar archeologie aan de universiteit van Oxford, was de looduitstoot in de eerste twee eeuwen van het Romeinse Rijk ongeveer vier keer hoger dan in de laatste decennia van de Republiek. Het was de periode na het jaar nul, onder de heerschappij van Augustus en zijn opvolgers. De economische groei kwam duidelijk op gang onder de keizerlijke overheersing.

Het team ontdekte ook dat de looduitstoot afnam in periodes van politieke instabiliteit en twee keer een scherpe duik nam toen twee grote plagen in de tweede en derde eeuw het Romeinse Rijk troffen. De eerste, de Pest van Antonius, was waarschijnlijk een pokkenplaag. Ze trof het Romeinse Rijk in 165 na Christus en duurde minstens vijftien jaar. In die periode liep de zilverproductie gevoelig terug. De hoge looduitstoot van de Pax Romana eindigde precies op dat moment en zou pas in de vroege middeleeuwen, meer dan vijf eeuwen later, herstellen. De tweede plaag, de Pest van Cyprianus, mogelijk een grieppandemie, sloeg toe in de tweede helft van de derde eeuw, tijdens een periode van politieke instabiliteit. Er ontstonden tekorten aan voedsel en soldaten die het Romeinse Rijk danig verzwakten.

De Pietà van Michelangelo

Posted in Romenieuws on 19 mei 2018 by romenieuws

We hadden het recent even over de wereldberoemde Pietà van Michelangelo (1475-1564) in de Sint-Pietersbasiliek. De Pietà is zonder meer een meesterwerk, maar gezien de vrijwel permanente toeloop van met flitsende camera’s en smartphones uitgeruste toeristen en het glazen veiligheidsscherm, is het de jongste jaren bijzonder moeilijk geworden om rustig te kunnen genieten van dit fantastische kunstwerk, dat gerust een mijlpaal in de beeldhouwkunst mag worden genoemd.

Kunsthistoricus Paul Johnson schrijft: it is an entirely original design and a work which mysteriously blends realism with idealism, the carving is so good that the flesh looks real. Lord Byron sprongen de tranen in de ogen toen hij voor het eerst tegenover de beeldengroep stond. Ook de Italiaanse architect, schilder en kunstcriticus Giorgio Vasari (1511-1574) was zwaar onder de indruk van de Pietà.

‘Het is ongetwijfeld een wonder dat aan een aanvankelijk vormeloze steen langzamerhand een volmaaktheid wordt gegeven die de natuur veelal nauwelijks in vlees bereikt’, schrijft Vasari in de tweede zeer uitgebreide en verbeterde druk van zijn Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori uit 1564-1568, ook vandaag nog steeds de belangrijkste bron voor de kennis van de Italiaanse kunst van de dertiende tot de zestiende eeuw.

Van middeleeuwse tragiek en pathos is hier niets te bespeuren, alleen verstilde schoonheid die het mysterie van het lijden in haast blijde tonen benadert. Het beeld werd in 1499, onder het pontificaat van Alexander VI Borgia, door de toen 25-jarige Michelangelo voor de oude Sint Pietersbasiliek gemaakt. Het werd in 1500 ter gelegenheid van het jubeljaar in kapel van Santa Petronilla geplaatst, ook bekend als de Cappella di San Michele.

De opdrachtgever was de Franse kardinaal Jean Bilhères de Lagraulas, ambassadeur van Karel VIII bij de Heilige Stoel. Hij bestelde het beeld oorspronkelijk voor zijn latere graf en betaalde een honorarium van 450 gouden dukaten. Omdat het Michelangelo’s eerste werk in Rome zou worden, bevatte de overeenkomst de bepalingen dat het kunstwerk binnen een jaar klaar moest zijn en dat het het mooiste beeld van Rome moest worden, zodat geen enkele kunstenaar het zou kunnen overtreffen.

Inderdaad heeft later niemand Michelangelo kunnen navolgen om de rechtop zittende Maria met de dwars over haar schoot liggende Christus als een gesloten groep uit te beelden. De afmetingen van de Pietà zijn 174 cm bij 195 cm.

Het pietà-gebeuren zelf behoort niet tot de Evangeliën, maar gaat terug tot enkele vrome middeleeuwse verhalen zoals ‘het leven van Christus’ door Ludolph van Saksen. Pietà (Italiaans voor medelijden) werd de benaming voor een voorstelling in de beeldende kunst van Maria zittend met het van het kruis afgenomen lichaam van Christus op haar schoot. De voorstelling komt vanaf de veertiende eeuw voor.

Maria draagt een over het hoofd geslagen rouwmantel en zij zit aan de voet van het kruis. Aanvankelijk rust Christus als kleine figuur met opgericht bovenlijf op Maria’s schoot; later gaven de kunstenaars hem meer normale proporties en leunt hij achterover, terwijl de voorste arm neerhangt tot bijna op de grond. Maria ondersteunt Christus’ hoofd.

Bij de kunstenaars van de late renaissance (waaronder Correggio) en de barok ligt Christus aan Maria’s voeten en gedeeltelijk aangeleund tegen haar knieën. Eén van de oudste voorbeelden in de Nederlanden is de houten Pietà uit de veertiende eeuw in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren.

Op schilderijen is Maria vaak vergezeld van Maria Magdalena en de evangelist Johannes, waarbij soms ook nog andere personages komen, zodat de voorstelling overgaat in de Bewening van Christus.

De Pietà in de Sint-Pietersbasiliek was de eerste van vier die Michelangelo gedurende zijn lange leven maakte. De twee andere bevinden zich in Firenze, het vierde niet helemaal voltooide exemplaar is te zien in Milaan.

Dit is overigens het enige werk dat door Michelangelo gesigneerd werd, op een marmeren band die als een sjerp over de borst van Maria ligt staat ‘Michael Angelus Bonarotus Florent. Faciebat’. Er staat ook nog een M gegraveerd in de binnenpalm van haar rechterhand, maar dat werd pas recenter ontdekt, daarover zo meteen meer.

Na de onthulling van de beeldengroep was heel Rome overweldigd en er werd al gauw gefluisterd dat een zo jonge man zoiets nooit had kunnen maken. Omdat Michelangelo de Pietà door toeschouwers aan de Milanees Cristoforo Solari hoorde toeschrijven liet hij zich volgens het verhaal de nacht nadien opsluiten in de basiliek, om het van zijn naam te voorzien.

Michelangelo kreeg aanvankelijk ook kritiek op zijn beeld, omdat hij Maria veel te jong had afgebeeld in vergelijking tot haar 33-jarige zoon. Tegen zijn leerling Ascanio Condivi zei de meester dat zuivere vrouwen nu eenmaal langer hun jeugdigheid bewaarden en dat hij Maria met opzet een goddelijke uitstraling had gegeven terwijl hij van de Zoon van God een echte mens had gemaakt. Waarschijnlijk heeft Michelangelo zich laten inspireren door Dante’s Divina Commedia, waarin Maria ‘figlia del suo figlio’, de dochter van haar zoon wordt genoemd. De keuze kan ook verwijzen naar de moeder van Michelangelo die stierf toen hij 5 jaar was.

Wat niet op het eerste gezicht opvalt, is dat Maria veel groter is dan Jezus. Dit was niet omdat Michelangelo het verkeerd deed, hij paste hun afmetingen doelbewust aan. Daardoor werd het beeld harmonieuzer en evenwichtiger, en belichtte hij ook Maria’s rol als moeder. Hoe dan ook stond iedereen, los van alle afgunst en roddel, vol bewondering voor de onnavolgbare gladheid van het marmer, de soepele plooienval en de gezichtsuitdrukking van de beide personen.

Het was inderdaad een meesterwerk, zelfs mooier dan welk voorbeeld dan ook uit de Oudheid, en Rome had wat dit betreft echt wel genoeg vergelijkingsmateriaal. De Pietà vormde een bewijs voor de grotere scheppingskracht van de nieuwe tijd, daarover was iedereen het eens.

Na de beëindiging van dit werk keerde Michelangelo terug naar Firenze om een ander meesterwerk te maken, de David, nu in de Accademia. Vermelden we terloops dat Michelangelo drie ‘heilige jaren’ meemaakte in Rome, Vasari vertelt dat Michelangelo bij die gelegenheid nederig alle kerken bezocht zoals een toegewijde pelgrim. Hij was een uitzonderlijk man, kamde zelden zijn haar en droeg steeds hoge laarzen die hij nooit uittrok, ook niet om te slapen, aldus Vasari.

Sinds 1749 staat de Pietà op zijn huidige plaats in de Sint-Pietersbasiliek. Op 21 mei 1972 (hemelvaartsdag) werd het beeld door Laszlo Toth, een geesteszieke Australiër van Hongaarse afkomst, beschadigd met een hamer. De man dacht dat hij Christus was. Met vijftien slagen verwijderde hij Maria’s arm bij de elleboog, sloeg een stuk van haar neus af en sneed een van haar oogleden af. Toth kon overmeesterd worden door omstanders (foto onder). Laszlo Toth verbleef twee jaar in een psychiatrisch ziekenhuis in Rome en werd daarna gedeporteerd naar Australië.

Tijdens de restauratie na de aanslag ontdekte men dat Michelangelo in de handpalm van de Madonna het voormelde monogram, een M, had gebeiteld. Een nadelig gevolg van de aanslag is dat de Pietà nadien werd ingekapseld in veiligheidsglas en dat bezoekers sinds die tijd niet meer rond het beeld kunnen wandelen. De maatregel is begrijpelijk, maar voor kunstliefhebbers betekent het een verlies.

De term Pietà wordt ook wel gebruikt voor de voorstelling van Christus als Man van Smarten, staande in een geopende sarcofaag en meestal vergezeld van engelen; soms zijn symbolen afgebeeld die verwijzen naar het lijdensverhaal. Dit gegeven komt vooral in Italië voor.

Een boek vol Italiëtips

Posted in Romenieuws on 19 mei 2018 by romenieuws

De Nederlandse Italiëblogster Saskia Balmaekers heeft met het boek ‘Mijn Italië’ een opvolger klaar voor het precies een jaar geleden verschenen ‘Mijn Rome’. Het concept van het boek is hetzelfde: een massa tips, vergezeld van een flinke dosis mooie foto’s.

Het verschil is dat ditmaal heel Italië wordt bestreken, gaande van kleurrijke dorpjes tot zonnige eilanden, bekende en minder bekende plekken, waaronder zelfs spookstadjes zoals Craco in Basilicata. Uiteraard is er ook heel wat aandacht voor al het lekkers van de Italiaanse keuken: ijs, truffels, kaas, en natuurlijk pasta, …: ze komen allemaal aan bod.

Verwacht geen lange of diepgravende verhalen over bepaalde plekjes of onderwerpen, dat is niet de bedoeling van dit boek. Verwacht evenmin een duidelijke afbakening per regio: de auteur neemt je mee op een tocht kriskras doorheen heel Italië.

Wie nog nooit in Italië was, zal na het lezen en bekijken van dit boek waarschijnlijk wel zin krijgen om eens een reisje in die richting te ondernemen. Maar ook wie Italië goed kent (of denkt te kennen) vindt in deze uitgave ongetwijfeld nog interessante nieuwe tips.

Mijn Italië
Auteur: Saskia Balmaekers
Taal: Nederlands
Afmetingen: 19 x 216 x 166 mm
Gewicht: 544 g
Eerste druk: april 2018
Uitgever: Xander Uitgevers, Amsterdam
ISBN10 9401608709
ISBN13 9789401608701
Prijs: 19,99 euro

M5S en Lega bereiken regeerakkoord

Posted in Romenieuws on 18 mei 2018 by romenieuws

Luigi Di Maio van de MoVimento 5 Stelle (M5S) of Vijfsterrenbeweging en Matteo Salvini van Lega hebben hun regeerakkoord klaar. Enkel de premier en de nieuwe bestuursploeg moeten nog worden aangeduid. Typisch voor de Vijfsterrenbeweging, die vooral dankzij het internet groot werd: hun leden krijgen nog tot vanavond eveneens de kans om online hun goedkeuring te geven aan het akkoord. Een slimme manier om de vele fans van de M5S het gevoel te geven dat ze echt betrokken zijn bij de nieuwe wind die doorheen de Italiaanse politiek moet waaien. Ook de Lega vraagt de mening van zijn achterban door in het weekeinde op verschillende plaatsen in het land informele stembureaus op te zetten.

Het regeerakkoord telt een vijftigtal bladzijden. Lega en M5S willen vooral veel geld uitgeven. Wie op het randje van de armoede balanceert en bereid is om arbeidsbemiddeling te aanvaarden, krijgt voortaan financiële hulp van de regering: 780 euro per maand met een maximum van twee jaar. Wie in die periode drie jobaanbiedingen afslaat, verliest echter zijn bestaansminimum. De ingreep zal naar schatting 17 miljard euro kosten. Ook de jobkantoren die vandaag nauwelijks iets voorstellen worden versterkt. Dat gebeurt met Europese financiële middelen.

De nieuwe regering wil ook een vlaktaks met slechts twee tarieven (15 of 20%) invoeren. Een eerder geplande algemene btw-verhoging gaat niet door, en ook de nakende verhoging van de accijnzen op brandstof werd afgevoerd. De nieuwe regering wil zelfs helemaal geen btw meer heffen op producten voor kinderen. Gezinnen kunnen rekenen op een belastingaftrek van 3.000 euro. Er komt ook gratis kinderopvang. De pensioenhervorming van 2011 wordt teruggedraaid. Italianen zullen na 41 jaar bijdragen met pensioen kunnen gaan. Normaal gezien zou de pensioenleeftijd volgend jaar op 67 jaar komen te liggen.

Italië zoekt al maanden een oplossing voor de failliete luchtvaartmaatschappij Alitalia. De aftredende regering zocht een overnemer. De nieuwe regering wil Alitalia zelf nieuw leven inblazen. Als Italië door al die financiële weggevertjes  (die vele miljarden gaan kosten) volgend jaar de begroting niet in orde zou krijgen, komt het land volgend jaar zonder twijfel in aanvaring met Europa dat streng toekijkt op de naleving van de begrotingsregels. De overheidsschuld van Italië bedraagt nu al 132% van het bruto binnenlands product (bbp). Na Griekenland is dat het hoogste cijfer van alle landen uit de eurozone.

Er werden de jongste jaren wel inspanningen geleverd en dankzij het wereldwijde economische herstel krabbelde de Italiaanse economie weer wat overeind. Het deficit daalde onder de 3% van het bbp, maar de schuldenberg blijft een pijnpunt. De teller staat op 2.300 miljard euro. Lega en de Vijfsterrenbeweging gokken op de groei van het bbp door de Italianen aan te zetten tot meer consumptie en door meer investeringen aan te trekken. Ze willen ook de oprichting van een nieuwe investeringsbank die de economische ontwikkeling en de Italiaanse bedrijven moet steunen.

De Vijfsterrenbeweging en Lega willen ook de relaties met Rusland verbeteren. Ze willen dat Rusland wordt beschouwd als een economische handelspartner en geen bedreiging. De Europese Unie voerde in 2014 een aantal strafmaatregelen in tegen Rusland als reactie op de annexatie van het Oekraïense schiereiland Krim en de Russische inmenging in het conflict in Oost-Oekraïne. De nieuwe Italiaanse regering ziet die sancties liever meteen afgeschaft en wijst op het commerciële belang van goede handelsrelaties met Rusland.

M5S en Lega willen ook het Italiaanse migratiebeleid aanpakken. De huidige aanpak is volgens hen onhoudbaar. Di Maio en Salvini willen dat Europa werk maakt van een verplichte en automatische herverdeling van vluchtelingen over alle Europese lidstaten op basis van objectieve en kwantificeerbare criteria. De nieuwe regering wil ook de strijd aanbinden met de mensensmokkelaars die vluchtelingen tot in de territoriale wateren van Italië brengen en willen de invloed van de maffia in de vluchtelingenopvang terugdringen.

Er moet in elke Italiaanse regio een centrum voor uitgewezen asielzoekers komen. Het tempo van de asielprocedures en de uitwijzingen wordt opgedreven. Illegale kampen van nomaden (vooral Romazigeuners) worden ontmanteld. Voor alle illegale migranten (naar schatting een half miljoen) wil de nieuwe regering speciale detentiecentra bouwen in afwachting van de terugkeer naar hun land van herkomst.

De strijd tegen corruptie wordt opgevoerd. Er komen strengere straffen voor wie betrapt wordt op corruptie en ook de wet op de verjaring van misdrijven  zou worden aangepast. Sommigen vreesden dat de eurosceptische M5S en Lega een vertrek uit de eurozone zouden overwegen. In het regeerakkoord is daarover geen spoor meer terug te vinden. Ook van een referendum over een uitstap uit de Europese eenheidsmunt is geen sprake. Wel zal de nieuwe coalitie bij Europa vermoedelijk aandringen om een aantal bestaande afspraken (onder meer over de begrotingsregels) te herzien. Het valt af te wachten hoe Europa daarmee zal omgaan.

De Vijfsterrenbeweging en de Lega willen ook het enorm bevolkte Italiaanse Parlement en de Senaat afslanken. Van de 630 Kamerleden mogen er nog 400 overblijven, uit de Senaat moeten 118 van de 318 zitjes verdwijnen. Ook het ingewikkelde Italiaanse kiessysteem moet eraan geloven: als de nieuwe coalitie zijn zin krijgt worden de parlementsleden straks rechtstreeks verkozen. Wie voor ernstige feiten veroordeeld is kan geen premier meer worden. Voor vrijmetselaars of politici met belangenconflicten, is geen plaats in de regering. De regio’s krijgen meer autonomie.

De nieuwe regeringspartners zijn het nog niet eens over wie de nieuwe premier van Italië zal worden. Salvini stelt een veto tegen Di Maio en omgekeerd.  Lega en de Vijfsterrenbeweging zoeken de komende dagen naar een compromisfiguur die voor beide partijleiders aanvaardbaar is. Die zou nu snel moeten bekend zijn, want M5S en Lega willen begin volgende week hun regeringscontract (zoals ze het noemen) en de nieuwe ploeg voorstellen aan president Sergio Mattarella.

Download hier het originele regeerakkoord van M5S en Lega (PDF-formaat)