Vallende brokstukken vanaf de Passetto di Borgo

Posted in Romenieuws on 12 september 2018 by Eric

Recent stortte het dak van een kerk aan het Forum Romanum in, nu komen er ook brokstukken naar beneden van de Passetto di Borgo, de voormalige pauselijke vluchtweg die het Vaticaan verbindt met het Castel Sant’Angelo of de Engelenburcht. De brandweer en politie creëerden een veiligheidsperimeter ter hoogte van de Via di Borgo Sant’Angelo 23 en de Vicolo del Campanile. Na onderzoek van de muur werden om veiligheidsredenen nog een een aantal loszittende stenen verwijderd.

De Passetto di Borgo of de Corridori, is de zogenaamde ‘geheime’ verbinding tussen het Apostolische paleis in Vaticaanstad en de Engelenburcht. Deze doorgang fascineert het publiek al heel lang, maar de belangstelling kwam in een forse stroomversnelling na de film ‘Angels & Demons’, gebaseerd op het gelijknamige fictieboek van Dan Brown, waarin ‘de passetto’ een belangrijke rol speelt. Ook in het computerspel ‘Assassin’s Creed II’ speelt de verbinding een rol, maar daarin wordt de vluchtweg onterecht gesitueerd langs de oevers van de Tiber.

De verbinding die we vandaag kennen als ‘de passetto’, is in feite een verhoogd en door muren beschermd wandelpad. De constructie werd gebouwd als vluchtweg voor de pausen en enkele kerkvaders hebben er ook effectief gebruik van gemaakt. De eerste keer gebeurde dat door paus Nicolaas III (1277-1280).

Die had ongetwijfeld een vooruitziende blik want het was deze paus die de passetto liet bouwen bovenop de negende-eeuwse Mura Leonine, de verdedigingsmuur van paus Leo IV, al waren er eerder tijdens de Gotische oorlog (535-554) reeds delen van de muur gebouwd. Die muur diende toen als verdediging. De funderingen ervan werden later gebruikt voor de bouw van de passetto, dit op basis van een verdedigingsmuur waarvan de latere pausen dankbaar gebruik van maakten.

De wandeling over de passetto van de Engelenburcht richting Vaticaanstad is ongeveer 800 m lang. De ‘Passetto di Borgo’ verbindt de Vaticaanse Porta Sant’ Anna en eindigt in het Sint Marcusbastion van de Engelenburcht. De oorspronkelijk niet overdekte gang werd met zekerheid gebruikt door Clemens VII (1523-1534) op 6 mei 1527, toen de keizerlijke troepen hun moordende aanval inzetten, met de beruchte Sacco di Roma als gevolg.

Toen vluchtte de paus met zijn hofhouding, ruim duizend mensen, waaronder 13 kardinalen en 18 bisschoppen, langs de passetto op zoek naar een veilig onderkomen. Clemens VII ontkwam maar op het nippertje. Ook paus Alexander VI en paus Pius VII maakten nadien nog gebruik van de vluchtweg. Later, na de installatie van de pauselijke salons in de versterkte burcht die het Castel Sant’Angelo toen was, groeide het strategische belang van de inmiddels versterkte passetto.

De pausen vonden het vanaf dan ook minder erg om een tijdje in de comfortabel ingerichte vertrekken van de Engelenburcht te verblijven. Zodra er onraad dreigde of het Vaticaan belegerd werd, vluchtten ze via de passetto naar hun veilige en inmiddels behoorlijk luxueuze burcht. De passetto werd vroeger ook wel de ‘Corridore di Borgo’ geheten. De huidige Via dei Corridori herinnert daar nog aan. Als je nog eens naar de Sint-Pietersbasiliek wandelt, komende van de Engelenburcht, wandel dan eens door de Borgo Sant’Angelo, die wat verderop uitmondt in de Via dei Corridori.

Het is een veel mooiere route dan de nogal bombastisch aandoende moderne Via della Conciliazione. Al zie je vanaf die straat dan weer de Sint-Pietersbasiliek mooi naderbij komen. De passetto loopt via Largo del Colonnato, langs Bernini’s zuilen op het Sint-Pietersplein en Piazza della Città Leonina, het Vaticaan binnen. Tot daar dringen de passetto-wandelaars uiteraard niet door.

De sleutel van de deur die vanuit het Vaticaan toegang geeft tot de passetto wordt naar verluidt bewaard door de commandant van de Zwitserse wachters. Het blijft hoe dan ook opmerkelijk maar ook een beetje grappig dat je hier door een gewone deur naar een ander land kan wandelen. De pasetto zelf is een smalle, gewelfde doorgang, nauwelijks breed genoeg voor twee personen. De onregelmatige structuur bewijst dat de muur meermaals werd verbouwd en herbouwd. Verschillende pausen lieten hun wapen aanbrengen in of aan het begin van de doorgang.

Paus Urbanus VIII liet omstreeks 1630 op de passetto een overkapping bouwen. Die dakstructuur werd een eeuw later weer verwijderd. Toen de Engelenburcht in 1906 tot museum werd getransformeerd was de passetto al vele jaren gesloten voor het publiek. De muur was in de loop der eeuwen op verschillende plaatsen ook onveilig geworden. In de aanloop naar het Jubeljaar 2000 kreeg de verbinding, net als vele andere monumenten in Rome, een grote reinigings- en opknapbeurt.

Sindsdien werd de verbinding nu en dan opengesteld voor het publiek, vooral tijdens exclusieve en speciale rondleidingen, zij het steeds overdag en in kleine groepjes. Sinds twee jaar zijn er tegenwoordig via het extra programma ‘Il Castello Segreto’ dagelijkse bezoeken mogelijk. Onder begeleiding (max. 15 personen) kan je dan bepaalde gedeeltes van de Engelenburcht bezoeken, inclusief de passetto. Dit kost 5 euro extra bovenop je gewone toegangsbiljet. De begeleiding gebeurt afwisselend in het Engels en het Italiaans, informeer je hierover aan de kassa of via de website.

Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo
Lungotevere Castello 50, Rome

Castello Segreto – Bezoek aan de Passetto di Borgo – Praktisch

De geschiedenis van Rome in zeven plunderingen

Posted in Romenieuws on 10 september 2018 by Eric

Geen enkele stad ademt zo zijn verleden als de eeuwige stad Rome. Sommige bruggen, tempels, monumenten zijn bijna 2000 jaar oud, ook vele kerken hebben een geschiedenis van eeuwen. Toch kreeg Rome ook zijn deel van de miserie: overstromingen van de Tiber, aardbevingen, epidemieën, branden en vooral invallen van vijanden. Dat laatste is het hoofdthema van dit boek van de Britse historicus Matthew Kneale, die al 15 jaar in Rome woont en er elk monument weet staan. Hij bespreekt zeven grote plunderaars: de Galliërs (387 v. Chr.), de Visigoten, de Ostrogoten, de Normandiërs, de Spanjaarden, de Fransen en de nazi’s.

De Galliërs of Kelten stonden dus als eersten aan de poorten van Rome, al in 387 v. Chr., toen Rome nog maar een regionale macht was en nog lang geen wereldmacht. De Galliërs overheersten toen een groot deel van Europa: Galicia ligt zowel in Spanje als in Oekraïne, Polen, Turkije en Wales. Onder leiding van Brennus vielen ze binnen via de Po-vallei in het noorden en Rimini in het oosten.

Kneale legt ook uit welke wapens ze hadden en hoe ze de Romeinen versloegen aan de Allia. Hij geeft hier ook uitleg over de koningstijd, de Wet der Twaalf Tafelen, de rol van de pater familias, de boeren op het platteland, de fabel van de ganzen, de vele Romeinen die nog in hutten woonden en de geschiedschrijving van Livius.

Na de nederlaag tegen deze ‘barbaren’, verrees Rome als een feniks uit zijn as. Rome bouwde een muur van 11 km en begon andere gebieden in Italië te veroveren. Hannibal trok van noord naar zuid door Italië, hij kwam dichtbij in 216 v. Chr., maar feestte te lang na zijn overwinning bij Cannae. Volgens Livius zou de commandant van zijn cavalerie gezegd hebben (in het Punisch): “Vincere scis, Hannibal; victoria uti, nescis: Hannibal, jij weet hoe je moet winnen, maar niet hoe je de overwinning moet benutten”.

Na de overwinning tegen de Carthagers, werden ook de Galliërs in Noord-Italië verslagen (191 v. Chr.). Ze namen de taal, de gewoontes en de goden van de Romeinen over. In 410 na Chr., dus bijna 800 jaar na de Kelten, vielen de Visigoten onder leiding van Alarik binnen en namen veel goud mee uit Rome. Al vanaf 230 na Chr. zwierven zij van de Oostzee naar de Balkan, Griekenland en Klein-Azië. Ze plunderden Athene, Kos en Ephese. In 327 had keizer Constantijn ze tijdelijk verslagen aan de Donau. Daarna versloegen zij de Romeinen in Adrianopel (Edirne, Europees Turkije, 378 na Chr.).

Alarik trok in 408 met zijn troepen van de Balkan naar Rome, toen over zijn hoogtepunt, maar nog altijd de grootste metropool ter wereld. Kneale beschrijft welke mooie gebouwen de stad allemaal bezat, hoe de rijke Romeinen aten, welke ziektes er voorkwamen, hoeveel ruzie er was aan de top tussen keizers en tegenkeizers. Alarik eiste bij zijn beleg alle goud en zilver, alle huishoudelijke goederen en alle slaven van barbaarse afkomst. Daarna belegerde hij Ravenna, waar keizer Honorius zat, en vervolgens opnieuw Rome en richtte er een bloedbad aan. Twee maanden later overleed Alarik in Cosenza, waarschijnlijk aan malaria, die hij in Rome had opgelopen.

De stad herstelde zich snel, maar toen arriveerden in 480 weer andere Goten uit het oosten: de Ostrogoten, geleid door Theodorik. In 476 had de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus (terecht geen Augustus) afgezet, met de goedkeuring van de Oost-Romeinse keizer Zeno. Deze laatste kwam dan weer met Theodorik overeen dat hij Odoaker zou afzetten.

Theodorik heerste 33 jaar over Italië en andere gebieden. De auteur zegt er niet bij welke gebieden en ook niet in welke mate hij Rome plunderde. Wel dat er weinig bronnen zijn voor deze periode en dat de stad fel achteruit was gegaan en in 530 nog maar enkele tienduizenden inwoners telde of slechts vijf tot tien procent van de bevolking van 408. In 455 was Rome ook al geplunderd door de Vandalen uit Noord-Afrika. En in 545 opnieuw door Totila, koning van de Ostrogoten.

De volgende plunderaars waren de Normandiërs. Matthew Kneale maakt hier weer een leuke omweg, door eerst te vertellen over de vernedering van de Duitse koning Hendrik IV, die zich in 1076 in Canossa, een dorpje in Emilia-Romagna, blootvoets moest onderwerpen aan de keizer van Christus, paus Gregorius VII, om vergiffenis te vragen en zijn excommunicatie te laten opheffen, zodat hij in 1084 keizer van het Heilig Roomse Rijk kon worden. Kanselier Bismarck zei in 1872, bij een conflict met het Vaticaan: “Nach Canossa gehen wir nicht”.

Terug naar de Normandiërs. Vanaf 1030 veroverden zij stukjes van Italië. In 1084 plunderden zij Rome, onder leiding van Robert Guiscard. In 1527 was het de beurt aan de troepen van de katholieke Spaanse koning en keizer Karel V. Hij wou wraak nemen op paus Clemens VII, die de kant van zijn rivaal, de Franse koning Frans I, had gekozen. Rome was toen weer de meest kosmopolitische stad van Europa, maar telde slechts 55.000 inwoners, onder wie bijna 1.000 prostituees. De auteur beschrijft welke inwoners en gebouwen erbij gekomen waren en de gevolgen van ziektes zoals syfilis, onder andere bij de hoge geestelijkheid.

Hoewel Rome goed verdedigd werd, was het niet opgewassen tegen het grootste leger dat de stad ooit had gezien: 20.000 ongedisciplineerde Duitse en Spaanse soldaten, die al maanden geen soldij meer hadden gekregen. De Duitse soldaten waren aanhangers van de protestantse hervormer Luther en belust op wraak op de paus. Er werd geplunderd, verwoest, verkracht, gemoord. En deze keer werden de kloosters en de kerken nog erger toegetakeld dan de rest.

De paus kon ontsnappen naar de Engelenburcht. Het graf van paus Julius II werd opengebroken, de sieraden werden eruit geroofd. Vrouwen uit de hogere kringen werden naar de nonnenkloosters gevoerd en samen met de nonnen massaal verkracht. 6.000 tot 12.000 mensen werden vermoord of stierven aan de pest. De paus moest een grote schadevergoeding betalen en de gebieden Parma, Modena en Piacenza aan Karel V afstaan. En in 1530 zalfde hij hem tot keizer.

De volgende veroveraars waren de Fransen. Napoleon viel Rome binnen in 1796, ontvoerde en onttroonde paus Pius VI en maakte Italië tijdelijk één, totdat het in 1814 weer uit elkaar viel. In 1848-49 waren de Italiaanse staatjes in volle revolutie: Garibaldi, Mazzini en Victor Emmanuel wilden het land één maken. In 1849 trok weer een Frans leger naar Rome om de stad te bevrijden van zijn republikeinse heersers Garibaldi en Mazzini. De Fransen herstelden de pauselijke heerschappij voor twee decennia. Van de zeven aanvallen was deze het minst een plundering.

Uiteindelijk werd Rome in 1870 toch de hoofdstad van een eengemaakt Italië, nadat de pauselijke troepen verslagen waren door de Italiaanse. De paus verloor zijn staten, hield enkel nog het Vaticaan over en had ruzie met de regering totdat Mussolini in 1929 dit conflict oploste. De nazi’s sluiten de rij van de plunderaars af. Matthew Kneale begint met de laatste ontmoeting tussen Mussolini en koning Victor Emmanuel III op 25 juli 1943. De koning liet Il Duce arresteren en vervangen door maarschalk Badoglio. Zes dagen eerder was Rome voor het eerst gebombardeerd door 600 Amerikaanse vliegtuigen. Badoglio gaf zich op 8 september over aan de geallieerden. Duitse troepen begonnen vanaf dan op te rukken naar Rome.

Kneale laat de lezer dan in spanning door eerst heel het leven van Mussolini te vertellen. We lezen dat Duitse diplomaten in Rome vanaf september 1943 documenten begonnen te verbranden en hun gezinnen naar huis stuurden. Ook de volledige koninklijke familie sloeg op de vlucht. Op 10 september trokken Duitse soldaten de stad binnen. Ze plunderden de winkels, beroofden de mensen van hun auto’s en fietsen, verkrachtten vrouwen.

1.500 politiemannen werden meegenomen naar Duitsland, de meeste kwamen niet meer terug. Joodse Romeinen werden beroofd en op 16 oktober 1943 werden er een duizendtal opgepakt, naar Auschwitz gedeporteerd en daar vergast. De bevolking moest vijf maanden te lang wachten op generaal Clark en de geallieerden. 10.000 van de 12.000 Romeinse Joden hebben de oorlog overleefd, vaak met dank aan priesters, nonnen en gewone Romeinen, niet dank zij Pius XII, die geen risico’s nam.

Momenteel is Rome weer een bloeiende kosmopolitische stad, met bijna 3 miljoen inwoners, onder wie velen met een migratie-achtergrond. Pelgrims en toeristen blijven massaal toestromen. Kneale ontwaart overal nog het Rome van Mussolini: zijn boulevards, gebouwen en symbolen. In Duitsland zijn alle nazisymbolen verwijderd, in Rome (en nog veel meer in zijn geboortedorp Predappio, n.v.d.r.) is Mussolini nog duidelijk aanwezig.

Bij elk hoofdstuk in het boek staat een plattegrondje van de stad zoals ze eruit zag op het moment van de inval. Er zijn ook vele mooie foto’s, tussen de pagina’s 160-161 en 336-337, maar in de tekst wordt er niet naar verwezen. De geannoteerde bibliografie (451-473) is voornamelijk Engelstalig, maar soms duikt ook een Italiaans, Frans of Nederlandstalig boek op.

Matthew Kneale is enorm belezen, kent eindeloos veel details over de geschiedenis en de huidige toestand van de stad, over de pausen en andere heersers, de bevolking, de vrouwen, de slaven, ontspanning, eten en drinken, wonen, kunstenaars, de pelgrims en toeristen die er in de loop der eeuwen toestroomden, de decadentie, prostitutie, de hygiëne of het gebrek daaraan, de ziektes, hun oorzaken en hun gevolgen.

De verslagen over de plunderingen nemen ongeveer één vijfde in: zij worden telkens voorafgegaan en gevolgd door zeer uitgebreide verhalen over andere aspecten van de geschiedenis. Maar de lezer verveelt zich op geen enkel moment.

Recensie: Jef Abbeel

Rome. Een geschiedenis van de stad in zeven plunderingen
Auteur: Matthew Kneale
Aantal pagina’s: 496
Taal: Nederlands
Afmetingen: 23 x 15 cm
Uitgeverij: Spectrum
Eerste druk: juli 2018
ISBN13 9789 0003 6097 0
EAN 9789 0003 6097 0
Prijs: 29,99 euro

Romeinse muntschat ontdekt in Como

Posted in Romenieuws on 10 september 2018 by Eric

In het stadje Como in het Noord-Italiaanse Lombardije is een schat van ongeveer driehonderd gouden Romeinse munten gevonden. De munten werden ontdekt in een stenen urne in de kelder van het voormalige negentiende-eeuwse theater Cressoni en dateren uit de vierde eeuw na Christus. De munten zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven.

Het theater aan de Via Annibale Cressoni opende de deuren in 1870. In 1910 werd het gesloten, gerenoveerd. Bij de heropening in 1913 was het gebouw aangepast aan de toen opkomende cinemavertoningen. Het behield de naam Cressoni tot 1932, toen het werd omgedoopt werd tot Odeon . Ongeveer dertig jaar later volgden nieuwe transformaties en werd het Central Cinema, tot de definitieve sluiting in 1997.

Eerder dit jaar werd het interieur van het gebouw gesloopt waardoor vandaag alleen de ommuring van het voormalige theater overblijft. Tijdens die werkzaamheden werden in de ondergrond de Romeinse munten gevonden. Como bestond reeds in de Romeinse oudheid. Consul  Marcus Claudius Marcellus liet massieve muren om de stad aanbrengen.  Plinius de Jongere (61 of 62 na Chr.) en wellicht ook Plinius de Oudere (vermoedelijk in 23 na Chr.) zijn er geboren.

Archeologische site Teseum in Tongeren geopend voor bezoekers

Posted in Romenieuws on 8 september 2018 by Eric

Na de eerder opengestelde schatkamer in het Teseum in Tongeren (Belgisch Limburg) is nu ook de archeologische site, geopend voor het publiek. Het Teseum probeert het complexe verhaal dat zich tweeduizend jaar lang onder de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren heeft afgespeeld op de plek zelf begrijpelijk te maken. De site bevindt zich drie meter onder vloer van de basiliek.

Toen in 1997 werd beslist het orgel in de Tongerse basiliek te restaureren en meteen ook vloerverwarming te installeren om het binnenklimaat van het kerkgebouw te verbeteren, grepen wetenschappers hun kans. Ze vroegen en kregen toestemming om in die periode de ondergrond van de basiliek te onderzoeken. Het vermoeden bestond dat in het Gallo-Romeinse Tongeren misschien wel sporen te vinden waren van de allereerste kerk in de Lage Landen.

Uiteindelijk vonden van 1999 tot 2008 ingrijpende archeologische opgravingen  in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek plaats. Hierbij kwamen sporen van Romeinse stadswoningen en -muren, middeleeuwse omwallingen en maar liefst zeven religieuze bouwwerken aan het licht. De ondergrond leverde waardevolle informatie over de ontwikkeling en evolutie van 2000 jaar Tongeren. Het is een verhaal dat begint met de Romeinse heersers en vandaag nog altijd geschreven wordt.

De opgravingen hebben uiteindelijk zestien jaar geduurd. De wetenschappelijke verwerking, de duiding en de publicatie van de duizenden gevonden artefacten is nog altijd bezig. Toch is na de schatkamer van de basiliek nu ook de archeologische site van het Teseum opengesteld. Het vormt het sluitstuk van het museumkwartier, dat fraaie stukje Tongeren tussen de basiliek, het Gallo-Romeins Museum, de rechtbank en het Vrijthof. Na de opgravingen in 2010 werd deze site beschermd met een dak. In het nieuwe museum zijn de Vrijthofsite en basilieksite met elkaar verbonden.

Aan de ontsluiting van het museum zijn  veel studies en werkzaamheden vooraf gegaan. Het gaat om een interdisciplinair project waarbij verschillende wetenschappers hun kennis deelden. Bouwhistorici, natuurwetenschappers, dendrochronologen (onderzoek naar de ouderdom van hout), numismatici (onderzoek van munten), archeobotanici (onderzoek van plantaardige resten), antropologen, kunsthistorici, archeologen en geschiedkundigen brachten hun expertises samen om een gefundeerd verhaal over de site op te bouwen.

In de loop van de eeuwen hebben op deze plek, het hoogste punt in het stadscentrum, zeven kerkgebouwen elkaar opgevolgd. Ze zijn telkens gebouwd met een ander volume en in een andere stijl: van de vierde-eeuwse Romeinse basilica tot dertiende-eeuwse gotische kerk. De gebouwen werden telkens gedeeltelijk afgebroken  om met dat materiaal weer een nieuwe kerk te bouwen.  Vóór de eerste kerk stonden op deze plek twee luxueuze Romeinse stadsvilla’s.

De opgravingen onder de basiliek leverden veel stukken pleister op – 900 kistjes vol – met vaak nog sporen van de afwerking in kleur. Er zijn zelfs reconstructies van volledige wanden van schilderingen die meer dan vijf meter hoog waren. Hieruit kon worden afgeleid dat de bewoners van de oorspronkelijke Romeinse stadswoningen tot de elite behoorden. Tijdens de opgravingen werden 386 graven gevonden, een klein deel van het totale aantal begravingen op de site. Het grootste deel van deze menselijke resten is onderzocht. Ze zijn bijeengebracht in een tombe onder het Vrijthof.

Na Germaanse plunderingen kreeg Tongeren nog te maken met een stadsbrand en daarna werden de eerste stappen gezet voor de bouw van een Romeinse basilica. Een prestigeplek voor de elite van toen, en een plek waar ook recht werd gesproken. Hier ontstond  vermoedelijk ook de eerste christelijke kerk van de Nederlanden, een gebouw dat voort borduurde op de vormen van de Romeinse basilica.

Men heeft lang gedacht dat Tongeren leeg en verlaten was na het vertrek van de Romeinen en de komst van de Franken, maar omstreeks 550 werd hier een Merovingisch kerkje gebouwd. Dat heeft 300 jaar gefunctioneerd en werd onderhouden met best dure materialen, wat duidelijk maakt dat hier toch een aantal mensen moeten verbleven hebben die dat deed.

Het vroegmiddeleeuwse kerkje werd later tot twee keer toe aangepast en vergroot aan de Karolingische smaak om dan via een Ottoonse versie een romaanse basiliek te worden. Nog later werd de gotische kerk gebouwd die we nu kennen. De toren was oorspronkelijk niet de kerktoren, maar een stadstoren of belfort. De romaanse kerktoren stond er vlak tegenaan, maar die raakte in verval Omdat de stad geen geld had om het belfort af te maken, integreerde de rijkere Kerk die toren in de basiliek.

De bezoekers krijgen het hele verhaal te horen via een iPod-audiogids in vier talen. Er bestaat ook een kinder- en een jongerenversie. Twee stemmen duiden wat je ziet en tegelijk zijn er vloerprojecties of videofilms die het verhaal vertellen waar je staat. Je wandelt doorheen de boeiende geschiedenis van Tongeren en ontdekt hoe men generaties lang bouwde en verbouwde, woonde en leefde. Op een hedendaagse wijze wordt het kluwen van de bouwstructuren ontrafeld. Scenes, verhaallijnen en verklarende films bieden een fascinerende kijk op de bouwstenen van ons verleden.

Waar de multimediagids in de schatkamer eerder een interactieve tool is om alle kunstobjecten te ontdekken, luister je in de archeologische site naar een boeiende dialoog. Zo kan je als bezoeker de mysterieuze sfeer opsnuiven terwijl twee personages je doorheen het 2000 jaar oude verhaal loodsen. Onderweg zie je vitrines met bijvoorbeeld schedels uit de graven die hier teruggevonden werden, evenals sarcofagen, Romeinse godenbeelden, enz.

Teseum praktisch

Gevel Santa Maria sopra Minerva volledig gerestaureerd

Posted in Romenieuws on 7 september 2018 by Eric

De gevelrestauratie van de Basilica Santa Maria sopra Minerva is recent helemaal voltooid. Alle bouwsteigers zijn verdwenen en de gevel glanst weer zoals vele jaren geleden. Deze basilica bevindt zich aan Piazza della Minerva, het plein met het schattige olifantje van Bernini, dichtbij het Pantheon. Het is een kerk die we gerust mogen omschrijven als één van de belangrijkste museumkerken van Rome. Ze was gedurende eeuwen het bolwerk van de dominicanen die in 1231 van paus Gregorius IX met de pauselijke bul Ille humani generis de taak kregen om op te treden als inquisiteurs. De gevelrestauratie heeft 660.000 euro gekost, plus nog eens ruim 180.000 euro voor de veiligheidscoördinatie.
sopra2Ongeveer op de plaats waar de basiliek en het aanpalende kloostergebouw vandaag staan, bevond zich in de oudheid een gedeelte van de tempel van Minerva Chalcidica, de godin van de wijsheid en de ambachtslieden. Deze kleine tempel werd tussen 60 en 50 v. Chr. gebouwd in opdracht van Pompeius Magnus en ging waarschijnlijk verloren in de grote brand van 80 na Chr. die het Marsveld verwoestte. Keizer Domitianus liet de tempel daarna weer herbouwen.

Ook de restanten van de tempel van Saepta Julia zijn hier teruggevonden, en vlakbij bevond zich ook de tempel van Isis en Serapis. De enorme marmeren voet die je vandaag nog kan zien op de hoek van de Via del Piè di Marmo en de Via di Santo Stefano del Cacco hier vlakbij is waarschijnlijk uit één van deze tempels afkomstig en heeft toebehoord aan een ruim vijf meter groot beeld van de godin Isis. In de kloostertuin werd in 1655 ook een Egyptische obelisk opgegraven die in één van deze tempels moet hebben gestaan.

Op de resten van de Egyptische en dus heidense tempels bouwde paus Zachariah (741-752) een eerste kerk. Omdat Minerva de godin van de wijsheid was, vestigden de dominicanen zich tijdens de dertiende eeuw in een klooster net naast de kerk van Zachariah, als een teken van hoe heidense kennis door de christelijke theologie werd vervangen.

Enkele decennia later, in 1280, beslisten de dominicanen de kerk van Zachariah in gotische stijl te herbouwen. De oorspronkelijke kerk werd afgebroken maar de bouw van hun nieuwe project vorderde nauwelijks tot zeer traag. Pas ruim 170 jaar later, in 1453, werden de kruisribgewelven en de renaissancegevel voltooid.

Zo werd de Santa Maria sopra Minerva in Rome de enige kerk met een gotisch interieur. De voorgevel kwam echter uit de renaissance. Architect Carlo Maderno gaf de kerk tijdens verbouwingen echter een barokke gevel. Tijdens een renovatie in de negentiende eeuw werd de gevel echter weer zoveel mogelijk in de oude renaissancistische stijl teruggebouwd.

De plannen voor de huidige gevel werden, althans volgens Vasari, getekend door de monniken Fra Sisto Fiorentino en Fra Ristoro da Campi, die ook de Santa Maria Novella in Firenze bouwden. Er is inderdaad een grote gelijkenis tussen beide kerken. In 1600 werd het interieur van de Santa Maria sopra Minerva grondig gewijzigd en kreeg de kerk een overwegend barok uiterlijk. In 1725 gebeurden nieuwe ingrijpende werken en werd onder meer een nieuw koor toegevoegd.sopra1Op de kerkgevel, die de strenge stijl van de vroege renaissance toont, herinneren uiterst rechts zes aanduidingen aan de overstromingen van de Tiber tussen 1598 en 1870. Ook deze werden mee gerestaureerd. De hoogste overstromingsstand werd bereikt in 1598 toen er bootjes in zowel het Pantheon als de Santa Maria sopra Minerva ronddobberden. Het is een beetje bangelijk te beseffen hoe diep de Tiber in het verleden de stad kon binnendringen.

In de Santa Maria sopra Minerva bevindt zich onder meer de graftombe met het lichaam van de heilige Catherina van Siena. Haar hoofd bevindt zich echter in haar geboorteplaats Siena. Een heleboel andere lichaamsdelen werden verspreid in verschillende andere Europese kerken. Ze stierf in Rome op 33-jarige leeftijd. Sinds 1999 is Catherina van Siena de beschermheilige van Europa.

Ook de beroemde schilder fra Giovanni Angelico Da Fiesole (1395-1455), beter bekend als Fra Angelico of Beato Angelico is hier begraven. Paus Johannes Paulus II verklaarde hem zalig in 1982. Ook de pausen Paulus IV, Leo X en Clemens VII vonden hun laatste rustplaats in de Santa Maria sopra Minerva.

Goed bewaard stuk van Romeinse hoofdweg ontdekt in Utrecht

Posted in Romenieuws on 6 september 2018 by Eric

Archeologen hebben in Leidsche Rijn (Utrecht, Nederland) in de wijk Rijnvliet, vlakbij de Metaal Kathedraal, een goed bewaard stuk van een Romeinse hoofdweg gevonden. Naast delen van de oorspronkelijke grindweg werden ook een bijl en een slijpsteen opgegraven. Er zijn al meer dan twintig jaar opgravingen aan de gang in Leidsche Rijn. Eerder zijn onder andere zeven schepen, verschillende wachttorens en andere delen van de Romeinse hoofdweg teruggevonden.

Dat deze weg destijds door Leidsche Rijn liep, werd voor het eerst duidelijk in 1997. Dit was het begin van een archeologische ontdekkingstocht, waarbij steeds meer duidelijk is geworden over de ligging en de functie van deze kilometerslange Romeinse route. Tijdens de Romeinse overheersing was deze weg de belangrijkste landweg, die de langs de Rijn gelegen forten met elkaar verbond.

Tijdens de komende Open Monumentendag van zaterdag 8 september kunnen bezoekers een stukje over de Romeinse weg lopen. Archeologen geven de hele dag uitleg over het onderzoek naar de weg. Ook zijn er Romeinse soldaten aanwezig en kunnen bezoekers een zakje grind van de Romeinse weg mee naar huis nemen. De opgraving is van 10 tot 16 uur toegankelijk. Het archeologisch onderzoek in het oostelijk deel van Rijnvliet wordt zeker nog een paar weken voortgezet.

Het nachtelijke Rome van Escher in Leeuwarden

Posted in Romenieuws on 5 september 2018 by Eric

In het wellicht voor heel wat lezers onbekende Fries Museum in Leeuwarden (Nederland) is nog tot 28 oktober de tentoonstelling Escher op reis te zien met bijna honderd originele werken van de bekende grafische kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898-1972) die meer dan tien jaar in Rome woonde. De focus van de expo ligt op de Italiaanse voorstellingen die Escher maakte tijdens en naar aanleiding van zijn vele reizen door Italië. Een afzonderlijke zaal is ingericht met werken uit zijn serie ‘Rome bij nacht’.

Escher op reis loopt al sinds dit voorjaar en is de voorbije maanden een populaire tentoonstelling gebleken, niet zo heel verwonderlijk als je weet dat Escher in Leeuwarden geboren is. Hij keert dus als het ware terug naar huis. De expo toont de geleidelijke ontwikkeling van het grafische talent van Escher die gaandeweg zou uitgroeien tot een vermaarde kunstenaar.

Met meer dan tachtig originele prenten, circa twintig tekeningen en diverse foto’s en voorwerpen treed je in de voetsporen van de reislustige graficus, die in Italië en Spanje inspiratie vond voor zijn bekendste werken.  De reis begint in het grauwe platte Nederland en voert je mee naar de zon en de bergen van de Méditerranée.

Eschers reislust blijkt bepalend voor zijn artistieke ontwikkeling. De schetsen die hij onderweg maakte, vormen de inspiratie voor de topstukken waarin hij jaren later de werkelijkheid naar zijn hand zette. De tentoonstelling eindigt met deze iconische werken die Escher zo bekend en geliefd maken.

Maurits Cornelis Escher werd geboren in het stadspaleis van Leeuwarden, waar tegenwoordig Keramiekmuseum Princessehof gevestigd is. Na zijn studie trok Escher de wijde wereld in. Hij verhuisde naar Italië, waar hij gelukkige en productieve jaren beleefde. Op een ezel trok hij de bergen in om charmante dorpjes en karakteristieke vergezichten vast te leggen.

Zodra het donker werd bond hij een zaklampje aan zijn knoopsgat en schetste hij de aanblik van Rome bij nacht. De prenten uit deze periode, waarvan een selectie op de tentoonstelling te zien is, verraden Eschers fascinatie voor opvallende perspectieven en beeldcompilaties.

Vlak na zijn vertrek naar Italië, op eerste kerstdag 1922, omschrijft Escher zijn nieuwe leefomgeving aan zijn vriend Jan.

‘De voor mij absoluut nieuwe sfeer waarin ik leef; de verrassende onverwacht hedens en ongekende stemmingen die mij in deze gezegende woonplaats iedere dag opnieuw geboden worden, zouden niet met voldoende dankbaarheid door mijn hart en met voldoende opnemingsvatbaarheid door mijn hersens verwerkt kunnen worden, zoo ik niet poogde per brief er anderen eenigermate in te laten deelen, en zoo ik niet poogde met teekenstift en houtsnee-guts de overdaad waaraan ik hier blootsta vast te leggen en voor een wijle aan de vervloekte vergetelheid te ontrukken.’

Na omzwervingen langs Zwitserland en België belandde Escher uiteindelijk in Baarn. Daar verwerkte hij zijn mediterraanse indrukken tot complexe beelden en onmogelijke werelden. Aan het einde van Eschers reis laat hij met topstukken als Belvédère (1958) en Metamorphose II (1939-1940) niet alleen zijn technische kunnen en wiskundige trucjes zien; wie goed kijkt ontdekt ook zijn voorliefde voor het Italiaanse landschap.

De tentoonstelling laat je in de voetsporen treden van Escher. Maak je eigen houtsnede in de Escherstudio, nagebouwd volgens het voorbeeld van zijn werkplaats in Rome door art-director Leo Zandvliet. Je kan ook een selfie maken met de bol waarin de studio gereflecteerd wordt. Dat is een knipoog naar het topstuk Hand met spiegelende bol (1935).

Om echt in de huid van Escher te kruipen volg je best zijn reis met de audiotour. Jarenlang deed de kunstenaar via brieven en dagboeken verslag van zijn avonturen onderweg. In de audiotour komt de meester zelf aan het woord, hier vertolkt door acteur Pierre Bokma. Hij leest voor uit de vele brieven en dagboeken waarin Escher verslag deed van zijn reizen en zijn leven. In de Engelstalige audiotour geeft de Britse filmregisseur Peter Greenaway Escher een stem.

Op de tentoonstelling kun je tevens De metamorfose van Escher bekijken. In deze interactieve documentaire van de NTR ontdek je de kleine details in Eschers werk en leer je meer over zijn techniek en zijn plaats in de kunstgeschiedenis. Ter gelegenheid van de tentoonstelling werd ook een fraai boek uitgegeven. Het boek is te koop voor 29,95 euro in de museumwinkel of in de boekhandel.

Escher op reis
Tot 28 oktober 2018
Fries Museum
Wilhelminaplein 92
8911 BS Leeuwarden
Tel.: 058 255 55 00
info@friesmuseum.nl

Online tickets boeken
Praktische informatie