Romeins recht – Raakpunten met ons hedendaags recht

Posted in Romenieuws on 13 maart 2017 by romenieuws

Romeins recht – Raakpunten met ons hedendaags recht is de titel van een lezing door Ludo Giebens die plaatsvindt op donderdag 23 maart om 20 uur in lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven (België). De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Waarom heeft de studie van het Romeins recht nog betekenis voor de hedendaagse jurist en wordt het aan de meeste universiteiten in ons land nog steeds bestudeerd? In deze lezing, die zeker niet bedoeld is voor juristen, maar die uiteraard welkom zijn, wordt een overzicht gegeven van de evolutie van het Romeins recht. Het evolueerde van recht voor een kleine stadstaat tot recht voor een wereldrijk. Ook worden de bronnen van het Romeins recht belicht.

Hoe verliep een proces ten tijde van de Twaalftafelenwet (omstreeks 450 v. Chr.) en hoe was dat vanaf keizer Augustus? Paralellen worden getrokken tussen het procesverloop tijdens de keizertijd en ons hedendaags procesrecht. Ook gaat de aandacht naar de samenstelling van de rechtbank in het Romeinse rijk in het midden van de 5de eeuw v. Chr. en deze vanaf het begin van onze tijdrekening. Aan de hand van een aantal begrippen, adagia en rechtsfiguren wordt tenslotte de erfenis van het Romeins recht in ons hedendaags recht belicht.

Nieuw onderzoek werpt ander licht op paus Pius XII

Posted in Romenieuws on 13 maart 2017 by romenieuws

Volgens recent historisch onderzoek in het Vaticaan en Rome werd twee derde van de Romeinse joden gered dankzij de tussenkomst van paus Pius XII. Dat schrijft KerkNet Vlaanderen op basis van berichten die werden verspreid door I.Media en Radio Vaticana. Na zijn overlijden werd paus Pius XII (Eugenio Pacelli, pontificaat van 1939 tot aan zijn dood in 1958) door joodse leiders, onder wie Golda Meir, alom geprezen voor zijn levensreddende inzet voor de joden. Maar vanaf 1963 werd de oorlogspaus, vooral in het toneelstuk Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth, verweten dat hij nauwelijks iets gedaan had om joden uit de handen van nazi’s te redden.

Dat negatieve beeld bleef het pontificaat van Pius XII decennia lang overheersen. Ten onrechte, werd betoogd op een recent congres over zijn pausschap. Dankzij paus Pius XII werd twee derde van de joden in Rome van de nazimisdadigers gered. Meer dan 4.000 joden werden in 235 kloosters en kerkelijke instellingen in Rome ondergebracht. Vele joden vonden ook in de instellingen van het Vaticaan onderdak. Bijkomend werden 1.600 joden dankzij een organisatie die nauwe banden had met het Vaticaan in veiligheid gebracht. Onderzoek van de historici maakt duidelijk dat die organisatie, De Organisatie voor Hulp aan Joodse Emigranten – Delasem, in het geheim door het Vaticaan werd gefinancierd.

Kardinaal Dominique Mamberti, prefect van de Apostolische Signatuur, verklaart in een intervieuw met Radio Vaticana dat Piux XII de Kerk in een zeer complexe tijd heeft geleid en sterke inspanningen leverde voor de internationale vrede. Hij heeft de Kerk bovenal ook naar de moderne tijd geleid. Het echte gezicht van Eugenio Pacelli is totaal verschillend van de zwarte legende die over hem werd verspreid, aldus nog Radio Vaticana. Nog volgens kardinaal Mamberti werd de zwarte legende over paus Pius XII en over de stilte van de paus al vóór zijn dood in 1958 en via het toneelstuk van Hochhuth uit 1963 door de communistische propaganda van de Sovjet-Unie verspreid.

Op het congres in Rome bleek dat historische documenten bewijzen dat paus Pius XII de hulp van 48 kloosters heeft ingeroepen om joden te redden. Hij riep ook andere kloosters op hun deuren voor vervolgde joden te openen. Minstens 198 directe interventies van Pius XII over de vrijlating of voor hulp aan joden en gedeporteerden zijn gedocumenteerd. Alleen al tijdens de verschrikkelijke golf van arrestaties in Rome werden er zo 60 mensen gered. Volgens de postulator van de zaligverklaring van Pius XII, de jezuïet Anton Witwer, komt zijn zaligverklaring hiermee een belangrijke stap dichterbij.

Sala degli Orazi e dei Curiazi weer open voor publiek

Posted in Romenieuws on 12 maart 2017 by romenieuws

In de Capitolijnse Musea in Rome is de befaamde Sala degli Orazi e dei Curiazi na een restauratie die negen maanden duurde opnieuw open voor bezoekers. De werkzaamheden begonnen op 9 mei 2016 en werden uitgevoerd in een ‘open site’, met een passage door de zaal, zodat bezoekers het restauratieproject op enige afstand konden volgen. Onder meer het houten plafond uit 1884 werd vervangen. De renovatie van de beroemde zaal werd net op tijd voltooid voor de komende viering van de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome. De restauratie kostte 300.000 euro en werd gesponsord door Alisher Usmanov, de rijkste man van Rusland, die overigens in de ranglijst van meest gefortuneerden ook op wereldschaal zeer hoog scoort.

Het Verdrag van Rome is de populaire naam voor het verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap (EEG) op 25 maart 1957 in het leven werd geroepen. Dat was de belangrijkste voorloper van de Europese Unie. De zes landen die het verdrag sloten (het zogenaamde Europa van de Zes) waren België, Nederland, Luxemburg, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk en Italië. De intussen iconische foto die toen in Rome werd genomen zie je hieronder en wordt uiteraard opnieuw gebruikt als uitnodiging voor het komende herdenkingsfeestje.

De ondertekenaars van het Verdrag van Rome waren voor België Paul-Henri Spaak en Jean-Charles Snoy et d’Oppuers. Namens Nederland tekenden Joseph Luns en Hans Linthorst Homan. De zes landen hadden in 1951 al het verdrag van Parijs ondertekend waarbij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd opgericht. Voor de viering van de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome komen de regeringsleiders van de Europese Unie binnenkort allemaal samen in Rome en zullen ze ook nu opnieuw plaatsnemen in de Sala degli Orazi e Curiazi.

In deze beroemde zaal bevinden zich tegenover elkaar de beelden van de rivaliserende pausen Urbanus VIII Barberini (1623-1644) en Innocentius X Pamphili (1644-1655). Ze werden respectievelijk in marmer gemaakt door Gian Lorenzo Bernini (in de periode tussen 1635 en 1640) en in brons door Alessandro Algardi (in de periode tussen 1645 en 1650).

Het Romeinse volk verzette zich destijds verontwaardigd tegen het plan om het beeld van Urbanus in het Conservatorenpaleis op te stellen op een ogenblik dat de paus nog in leven was. Het werd daarom op 24 juni 1640 in het holst van de nacht en in het diepste geheim uit het atelier van Bernini hier naartoe gebracht en door de ramen naar binnen gehesen. Daarmee was een belangrijk precedent ontstaan dat de opvolger van Urbanus VIII niet aan zich liet voorbijgaan, want hetzelfde gebeurde in 1650 met Algardi’s schitterende beeld van de toen eveneens nog levende paus Innocentius X.

De fresco’s in de zaal tonen taferelen uit de tijd van de eerste koningen van Rome. Op de wand tegenover de vensters wordt bijvoorbeeld de strijd tussen de Horatiërs en de Curiatiërs afgebeeld. De zaal ontleent zijn naam aan dit tafereel. De fresco’s zijn het werk van Cavalier d’Arpino (1568-1640), in zijn tijd een absolute autoriteit in Rome die vooral bekend en populair werd met grote decoratieve projecten. Zijn echte naam was Giuseppe Cesari. Hij werd ook wel Il Giuseppino genoemd.

Vandaag beschouwt men d’Arpino als een verdienstelijke maar kleine meester. Het is moeilijk te geloven dat de jonge Caravaggio een tijdje zijn assistent is geweest, een samenwerking die duidelijk zonder wederzijdse invloed is gebleven. Cavalier d’Arpino had in 1595 de opdracht gekregen de Sala degli Orazi e dei Curiazi te decoreren op voorwaarde dat het werk vóór het begin van het heilig jaar 1600 klaar zou zijn. Daar is hij absoluut niet in geslaagd. Pas in 1613 waren de eerste drie scènes gerealiseerd. Vervolgens werden de werkzaamheden twee decennia onderbroken en raakte het tafereel pas voltooid in 1640, toevallig het jaar waarin d’Arpino zou sterven.

Wat je zeker moet onthouden wanneer je doorheen deze beroemde zaal wandelt is dat de recente en iets minder recente geschiedenis hier wel heel dichtbij is en met enige fantasie zelfs bijna tastbaar wordt. Dit soort plekken zorgt ervoor dat Rome zo’n bijzondere stad is.

Hedwig Zeedijk stelt boek voor aan S.P.Q.R.

Posted in Romenieuws on 10 maart 2017 by romenieuws

Journaliste Hedwig Zeedijk, vele jaren correspondente voor Vlaamse en Nederlandse media in Rome, kwam vorige week in Leuven haar nieuwe boek persoonlijk voorstellen aan de leden van S.P.Q.R. Tijdens een gemoedelijk gesprek vertelde ze voor een volle zaal Romeliefhebbers meer over het ontstaan van de ‘Gids naar de ziel van Rome – beleef de Eeuwige Stad zoals de échte Romeinen’. Nadien volgde een uitgebreide signeersessie. Hedwig Zeedijk levert met dit boek niet de zoveelste reisgids af. Ze gidst je langs meer dan honderd authentieke adressen in Rome maar doet dat op een manier dat je altijd wel iets bijleert over onze lievelingsstad.

Een échte Romeinse zal ze misschien nooit worden (dat word je pas vanaf de zevende generatie zo wordt verteld), noch zal ze alle geheimen aan de stad ontfutselen. Toch heeft Hedwig Zeedijk, na bijna twintig jaar in Rome te hebben gewerkt en gewoond, de ziel van de stad al behoorlijk bloot kunnen leggen. Ze kent de lokale gewoonten en de (kerk- of seizoensgebonden) eetvoorschriften, durft met luide toon de aandacht te trekken in de metro, gooit er soms zelfs wat dialect door en kan meelachen waar de typische Romeinse zegswijzen de kop opsteken.

Statistische gegevens over het Colosseum vind je in iedere gids. Waar het lekkerste ijs van Rome te vinden is ook. Maar waar kan je de beste maritozzo con la panna eten als ontbijt en waar komt de naam van dit lokale zoete broodje vandaan? Waarom roepen ze Bucio de culo als het nummer 23 valt? En wie was Anna Perenna? Dat weten alleen échte Romeinen. En Hedwig natuurlijk. Na het lezen van dit boek kom je zelf ook de Romeinse zieleroerselen te weten.

Hedwig Zeedijk verloor in 1991 haar hart aan een Romein en toen ze in 1994 voor het eerst in de Eeuwige Stad kwam, werd ze een tweede keer verliefd. Sinds 1998 is ze freelance Italië-correspondent voor onder andere de VRT en het Algemeen Dagblad en tot voor kort woonde ze permanent in Rome. Nu verdiept ze haar Italië-kennis vanuit Nederland, maar zal ze haar huis in Rome zeker nog niet vaarwel zeggen.

Van haar hand verscheen eerder de fraaie wandel-, kijk- en reisgids Fiamminghi in Rome. Vlaamse voetsporen in de Eeuwige Stad. Dit laatste boek, dat enkel nog tweedehands of in de bibliotheek te verkrijgen is, werd gerealiseerd in samenwerking met fotografe Carine Cuypers die ook de layout verzorgde en Hugo Vanermen, de rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen.

Gids naar de ziel van Rome
Beleef de Eeuwige Stad zoals de échte Romeinen
Auteur: Hedwig Zeedijk
Uitgeverij: Davidsfonds / WPG
Aantal pagina’s: 240 blz.
Afmetingen: 20 x 201 x 120 mm
Gewicht: 500 g
Eerste druk, januari 2017
ISBN10 9059087488
ISBN13 9789059087484
Prijs: 22,50 euro
http://www.hedwigzeedijk.com/boeken.html

Domus Aurea van keizer Nero komt virtueel tot ontplooiing

Posted in Romenieuws on 8 maart 2017 by romenieuws

Na de succesvolle lancering van het Ara com’era-project, waarbij bezoekers aan de Ara Pacis (het Vredesaltaar van keizer Augustus) met behulp van speciale augmented reality (AR)-kijkbrillen de kleuren en de personages op het monument kunnen zien, wordt nu ook in de Domus Aurea (het Gouden Huis van keizer Nero) uitgepakt met soortgelijke multimedia-technieken. In de Ara Pacis herkent de applicatie de driedimensionaliteit van de bas-reliëfs en worden de personages uit de keizerlijke familie tot leven gebracht zodat ze de bezoekers zelfs kunnen toespreken. In de Domus Aurea beleef je voortaan de vroegere glorie van het gebouw en wandel je rond in de omgeving zoals Nero die tijdens zijn leven ook heeft gekend.

Rome wil de komende maanden en jaren in zoveel mogelijk musea en op zoveel mogelijk archeogische sites uitpakken met de nieuwste multimediatechnieken. Het gaat daarbij om wel wat meer dan wat virtueel spektakel, want wat wordt getoond moet wetenschappelijk en didactisch volledig verantwoord zijn. Tot nog toe slaagt men daar ook in. Wetenschappers, multimediaspecialisten, onderzoekers en archeologen maken deel uit van een team dat toekomstige museumbezoeken in Rome voor altijd een nieuwe dimensie zal geven.

De investering kost handenvol geld maar is nodig omdat de musea en archeologische sites in Rome niet alleen steeds meer bezoekers lokken, maar vooral omdat uit de jongste gegevens ook blijkt dat vooral jongeren zich alsmaar meer aangetrokken voelen door fraaie tentoonstellingen en interessante musea. Dat is natuurlijk bijzonder hoopgevend, maar het getoonde moet dan wel interessant genoeg zijn, anders haken ze af.

Het hoeft zelfs niet altijd over oudheid of archeologie te gaan. Zo toont de Van Gogh Alive – The Experience die momenteel in Palazzo degli Esami in Rome te zien is (zie onze Nieuwsbrief van 23 november 2016) geen enkel kunstwerk, maar de bezoeker wordt wel van de eerste tot de laatste minuut overweldigd door een audiovisueel spektakel, waarbij Van Gogh’s kraaien op een schilderij plots wegvliegen en waar je ook gewoon op de grond mag gaan liggen om naar een manuscript te kijken dat wordt geprojecteerd op het plafond.

De Van Gogh Experience slaat overigens in als een bom, zodanig zelfs dat nu al wordt nagegaan of een verlenging mogelijk is. Opvallend is dat vooral jongeren deze kunsthappening bezoeken. Toen we recent op een zondagochtend voorbij Palazzo degli Esami wandelden, stond daar een bont allegaartje van meer dan honderd jongens en meisjes te wachten tot de deuren opengingen. Nee, deze jongeren lagen niet dronken in hun bed na een zwaar nachtje uit, maar kwamen zoals velen vóór hen weer één van de vele brokjes cultuur opsnuiven die Rome steeds vaker op hun maat aanbiedt. Nog sterker is dat velen van hen twee tot zelfs drie uur uittrekken voor een bezoek aan deze Nederlandse kunstschilder. Een ongelofelijke vaststelling.

Het hoeft dus niet te verwonderen dat de digitale en virtuele wereld de komende jaren steeds dieper en vaker zullen versmelten met de echte museumrealiteit. Nu is het al de beurt aan de Domus Aurea. Ook hier wordt alweer een nieuwe technologie getest die toelaat om bepaalde kamers te transformeren zoals ze bestonden in de tijd van keizer Nero. Het gaat daarbij om heel wat meer dan louter enkele projecties.

De versieringen op de plafonds van de zalen en de fresco’s op de muren zijn tot in het kleinste detail en in kleuren zichtbaar, waarbij het lijkt alsof je zelf net zals Nero in de kamers rondwandelt. Zelfs de lichtinval en de schaduwen worden gesimuleerd. De nieuwe technologie wordt beschikbaar gemaakt via vijfentwintig hoogtechnologische en computergestuurde werkstations die uitgerust zijn met zeer geavanceerde stereoscopische mogelijkheden.

De techniek is sinds enkele weken beschikbaar om getest te worden door het publiek. Dat kan voorlopig enkel op zaterdag en zondag en na reservatie, dit voor groepen van maximum 25 personen. Als individu kan je uiteraard aansluiten bij andere mensen of een kleinere groep. Het project wordt gecoördineerd door Stefano Borghini en bewerkt samen met archeoloog Alessandro D’Alessio, de wetenschappelijke directeur van het oppertoezicht. De realisatie gebeurde door Katatexilux, een bedrijf dat in Rome al aardig wat digitale projecten realiseerde en tevens verantwoordelijk is voor de recente digitale technieken in de Ara Pacis.

Vorig jaar verzorgde het bedrijf ook de fraaie videomapping bij de opening van de Santa Maria Antiqua op het Forum Romanum. Het gebouw werd toen voor de eerste keer in 33 jaar publiek toegankelijk gemaakt. Het effect van de techniek is een soort sprong in de tijd die de bezoeker in de kamers van de Domus Aurea brengt, maar die, in tegenstelling tot Nero, desgewenst in 360° kan zien. De bezoekers kunnen ook buitenstappen, en zich in een zonnig kader laten verrassen door Nero’s grote tuin, omgeven door colonnades en met uitzicht op Rome.

Waar nu het Colosseum staat, bevond zich in Nero’s tijd nog een uitgestrekt kunstmatig meer dat deel uitmaakte van het Gouden Huis en in de virtuele realiteit van de Domus Aurea vandaag uitnodigt om even te zwemmen. Het kleinste stukje marmer, de fresco’s, het stucwerk en versieringen worden zichtbaar. Je kan zelfs vaststellen hoe vernuftig en vakkundig Nero’s architecten het licht in de kamers konden doseren, dit om ten allen tijde een maximaal effect te bereiken.

Na een aantal woelige jaren is de veiligheid van de Domus Aurea voorlopig weer gewaarborgd, vooral omdat het omliggende park volledig wordt heraangelegd. De wortels van de bomen in de omgeving drongen door de plafondgewelven van een aantal kamers in het Gouden Huis en richtten vernielingen aan. Door de gaten sijpelde ook water binnen, wat voor extra problemen zorgde. Er ontstonden zelfs een paar ernstige instortingen en verzakkingen.

De herinrichting van het park is een erg drastische en vooral dure ingreep. Vrijwel alle bestaande bomen moeten wijken. De nieuwe en lichter gestructureerde tuin zal wat betreft het Gouden Huis waterdicht worden en de site niet meer kunnen beschadigen. Het gaat om een oppervlakte van ongeveer 16.000 m². De interventie voor de volledige heraanleg van de tuin kost 17,5 miljoen euro, waarvan 13 miljoen gesubsidieerd wordt door het Ministerie van Cultuur en 4,5 miljoen afkomstig is uit andere fondsen. Met dit bedrag kan ongeveer de halve site worden afgewerkt. Voor het tweede deel dat nu wordt aangevat is nog eens 15 miljoen euro nodig. Op technisch vlak moet deze fase in 2020 voltooid zijn.

Sinds eind 2014 werden opnieuw enkele van de naar schatting 153 kamers in Nero’s voormalige paleis opnieuw opengesteld voor het publiek. De Domus Aurea is uniek, omdat het complex pas in de vijftiende eeuw is ontdekt. Het Gouden Paleis werd gebouwd door keizer Nero na de grote brand van Rome 64 na Chr. Grote delen van het gebouw zijn bewaard gebleven, hoewel de opvolgers van Nero alle herinneringen aan deze keizer probeerden uit te wissen.

Het Domus Aurea bevond zich eeuwenlang onder aarde en afval. Op het einde van de vijftiende eeuw kropen nieuwsgierigen door gaten, net onder de plafonds, naar binnen. Zo ontdekten renaissanceschilders schitterende fresco’s in een voor hen onbekende locatie. Sommigen dachten dat ze in mysterieuze grotten waren terechtgekomen. Naar verluidt lieten Pinturicchio en wellicht ook Michelangelo en Rafaël zich met touwen in deze ‘onderaardse grotten’ zakken en kopieerden ze de plafondfresco’s (‘grotesken’), die bijzonder goed bewaard waren gebleven. Zo vormden de muurdecoraties uit de eerste eeuw een inspiratiebron voor de meesters uit de renaissance.

De ondergronds gelegen Domus Aurea stortte op 30 maart 2010 gedeeltelijk in. Twee jaar eerder was de site al gesloten voor het publiek, precies omwille van toenemende meldingen van instortingsgevaar. Tijdens de laatste instorting kwam het dak kwam over een oppervlakte van ongeveer 60 m² naar beneden. Ook een stuk van het onderliggende deel van het gebouw werd toen instabiel bevonden. De gevolgen waren zichtbaar op de hele archeologische site, over een lengte van zowat 130 m². In de toegangstunnel naar het Gouden Huis, die gebruikt werd voor de opslag van archeologisch materiaal, kwamen flink wat stenen los. De brandweer en de civiele bescherming kwamen er toen aan te pas om de hele omgeving veilig te stellen.

Als oorzaak van de zware instorting werd de overvloedige regenval in die periode aangewezen. Er werd gesuggereerd dat zich regenwater had verzameld op het dakgedeelte en dat uiteindelijk het onderliggende grondlagen onstabiel zou hebben gemaakt. Ondanks alle schade en verzakkingen bleef het eigenlijke complex echter grotendeels gespaard. Het gebouw is sinds de herontdekking altijd al in vrij slechte staat geweest en er zijn in het verleden al heel wat kleine en minder kleine instortingen geweest, maar dit was wel de zwaarste van de voorbije 50 jaar.

Soms hadden die instortingen toch positieve gevolgen. Zo werd tijdens werkzaamheden die volgden op een instorting in 2006, een onderaardse gang ontdekt die tot vlakbij de fundamenten van het nabijgelegen Colosseum loopt. De site werd na een aardverschuiving in 1984 een eerste keer gedurende lange tijd voor het publiek gesloten en werd opnieuw gedeeltelijk opengesteld op 23 juni 1999. Die gebeurtenis werd toen gevierd met een vertoning van de film Quo Vadis op groot scherm op de Piazza del Popolo. Dat gebeurde in aanwezigheid van de acteur Peter Ustinov, die de rol van Nero vertolkte.

In de Domus Aurea zijn in het verleden al heel wat kamers blootgelegd. De huidige ruïnes zijn ongeveer 220 m lang en 70 m diep, maar het bouwwerk was in de Oudheid dus heel wat groter. De voorgevel was twaalf meter hoog. De huidige ingang – een hoog tongewelf – behoort niet tot het Domus Aurea, maar behoorde tot de Thermen van Trajanus, die op de fundamenten van Nero’s paleis zijn gebouwd.

Sinds 1999 werd een gedeelte van het opgegraven complex onregelmatig opengesteld voor het publiek. Je kon er slechts in kleine groepjes binnen mits het vooraf reserveren van een ticket. Meer dan 25 tot 30 kamers kon je nooit bezoeken. Regelmatige instortingen als gevolg van insijpelend water en lekkages zorgden ervoor dat het Domus Aurea tussendoor meer dan eens voor kortere periodes de deuren moest sluiten. Een echt veilige site is het nooit geweest.

In het voormalige paleis sta je op het niveau van het Forum Romanum. Omdat het onder de grond ligt, is het een hele opgave om je voor te stellen dat hier ooit licht binnenviel, waardoor fresco’s, mozaïeken, marmer en bladgoud schitterden, zonnestralen in vijvers, meren en fonteinen weerkaatsten en de bewoners uitzicht op Rome hadden. Het monumentale bouwwerk was eigenlijk een afspiegeling van het Romeinse rijk, met wouden vol wilde dieren, exotische tuinen, wijngaarden en baden met zwavelhoudend water.

De architecten van het Domus Aurea waren Severus en Celer. Het huis was een stuk groter dan de oppervlakte van het huidige Vaticaanstad en omringd door een kilometerslange zuilengalerij. Het paleis, gebouwd van baksteen, werd versierd met marmer en bladgoud, waaraan het complex zijn naam dankt. Het Gouden Huis bestond eigenlijk uit een hele reeks aansluitende villa’s en paviljoenen, waartussen kunstmatig gecreëerde bossen en velden lagen. In het centrum van het complex lag een groot meer (hier staat nu het Colosseum) en ook elders op het terrein bevonden zich verschillende vijvers.

Het Gouden Huis werd waarschijnlijk alleen gebruikt voor feesten en orgieën, want in het complex zijn (tot nog toe) geen slaapkamers ontdekt. Vreemd genoeg ontbreekt ook van de keukens en toiletten ieder spoor. Dat laat vermoeden dat nog lang niet alle kamers zijn ontdekt. Op de vijvers werden alleszins drijvende banketten gehouden, aan de oevers lagen in bordelen jonge vrouwen en knapen te wachten tot hun diensten nodig waren.

Niet alleen de volledige gevel was met goud bekleed, ook binnenin was alles versierd met goud, ivoor, parelmoer en edelstenen. In 2009 werd tegenover het Colosseum op de Palatijnse heuvel ook de beroemde met de zon meedraaiende eetzaal van Nero ontdekt. De ontdekking van deze ‘coenatio rotunda’ maakte duidelijk dat het Domus Aurea zich destijds nog veel verder uitstrekte dan tot op dat moment was aangenomen.

Nero was een dromer die het mooiste paleis van Rome wilde bouwen. Hij wilde van zijn paleis, gebouwd tussen 64 en 68, een groot theater maken. Keizer Nero begon met de bouw na de grote brand in 64, waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat hij die (zoals weleens wordt beweerd) zelf heeft laten aansteken om de stad te ontdoen van bepaalde, ongezonde wijken, zodat op die manier plaats kon worden gemaakt voor nieuwbouw. Een keizer zoals Nero had daarvoor wel andere middelen en vooral macht ter beschikking. Waarschijnlijk was de grote brand gewoon een ongeluk met grote gevolgen. In een dichtbevolkte stad zoals Rome ontstonden in die wel vaker branden en brandjes.

Wat we wel weten is dat Nero onsterfelijk wilde zijn. Hij onteigende 80 hectare privé-grond voor een paleis dat zelfs zijn woning niet was, maar louter diende om gasten te ontvangen. Overigens leed Nero ook aan grootheidswaanzin en heeft hij Rome ooit nog willen omdopen tot Neropolis. Nero liet door Zenodorus, een Griekse beeldhouwer, ook een 37 m hoog standbeeld van zichzelf maken, gekleed als de zonnegod Apollo (de Colossus Neronis), en plaatste het vlakbij de hoofdingang van het paleis.

Lang heeft Nero van zijn onvoltooide gouden huis, dat op het huis van de zonnegod zinnespeelde, niet genoten. In 68 pleegde de keizer zelfmoord, daarbij geholpen door zijn slaaf Epafroditus. Na Nero’s dood werd zijn mooie paleis paleis binnen een decennium ontdaan van het bladgoud, al het marmer en ivoor. De keizer had zich immers niet geliefd gemaakt en onderging na zijn dood de zogenaamde ‘damnatio memoriae’, waarmee de Romeinen probeerden de herinnering aan een bepaald persoon volledig uit te wissen.

Al gauw begonnen zijn opvolgers het huis systematisch te ontmantelen en te herbouwen. Onder Vespasianus startte de bouw van het Colosseum op de plaats waar het grote meer van Nero’s paleis lag. Titus maakte van de badplaatsen openbare plekken, bouwde thermen op het terrein en bleef wonen in een gedeelte van het huis. Na alweer een brand in 104 liet keizer Trajanus op de puinresten zijn eigen thermen bouwen door Apollodorus van Damascus, die ook het Forum van Trajanus ontwierp. Het kwam er eigenlijk op neer dat de Domus Aurea al vrij snel onder een heuvel puin en aarde werd bedekt.

Na de keizertijd bleef de Domus Aurea verborgen tot de vijftiende eeuw, toen een Italiaanse wandelaar per ongeluk door een spleet in de ondergrondse gangen terechtkwam. In 1998 werden in de Thermen van Trajanus nog een aantal onbekende fresco’s en mozaïeken ontdekt, die eveneens afkomstig zijn uit Nero’s vroegere Gouden Huis. In 2004 legde men bij opgravingen nog een grote mozaïek bloot. Het stelt een tafereel voor, dat met de wijnoogst te maken heeft. Eén ding is zeker: het Domus Aurea heeft nog lang niet alle geheimen prijsgegeven. Het is de vraag of dat ooit zal gebeuren.

De Romeinse kwestie

Posted in Romenieuws on 7 maart 2017 by romenieuws

Na ons recente bericht over Campo Verano en het monument van de Zoeaven dat zich daar bevindt, kregen we enkele vragen over de zogenaamde Romeinse kwestie en de Kerkelijke of de Pauselijke Staat. Zonder al te technisch te worden proberen we dat hierna duidelijk te maken. De Kerkelijke Staat was het gebied waarover de paus sinds de achtste eeuw wereldlijk soeverein was en dat in hoofdzaak bestond uit de stad Rome en Midden-Italië. De verovering van het gebied door de naar eenheid strevende Italiaanse staten (1860-1870) leidde tot de zogenaamde Romeinse kwestie, die pas in 1929 werd opgelost door de Verdragen van Lateranen, waarbij de paus erkend werd als soeverein van Vaticaanstad.

De Romeinse kwestie was dus de naam van het conflict tussen de Kerkelijke Staat (die vanuit Rome werd bestuurd door paus Pius IX) en het in 1861 gevormde koninkrijk Italië in verband met het Italiaanse streven naar annexatie van de Kerkelijke Staat. In 1870, na het vertrek van de Franse troepen, konden Italiaanse troepen Rome binnentrekken en werd de aansluiting van de Kerkelijke Staat bij Italië een feit.

Met de Garantiewet van 13 mei 1871 erkende de Italiaanse staat de onschendbaarheid en soevereiniteit van de paus (echter zonder territorium), verleende hem de bevoegdheid tot het houden van concilies, stelde hem in het bezit van de paleizen van het Vaticaan, Lateranen en Castel Gandolfo en schonk de Italiaanse Staat hem tevens een jaarlijkse vergoeding.

Paus Pius IX ontzegde de Italiaanse staat echter de bevoegdheid om de positie van de paus wettelijk te regelen en weigerde zich buiten de Vaticaanse territoria te begeven. Zijn opvolgers deelden dit standpunt. Pas in 1929 kwam de toenmalige paus (Pius XI) tot een overeenkomst met de Italiaanse staat. Dat zijn de zogenaamde Verdragen van Lateranen. De Heilige Stoel en het koninkrijk Italië kwamen toen in het Lateranenpaleis tot een overeenkomst die een einde maakte aan het uit 1870 daterende geschil tussen het Vaticaan en Italië. Er werd een concordaat gesloten en Vaticaanstad werd een onafhankelijke soevereine staat.

Pas in 1984 werd, na vijftien jaar onderhandelen, dit concordaat vervangen door een nieuw verdrag. Rome zou niet langer de ‘Heilige Stad’ heten, de Italiaanse gelovigen gingen hun priesters en de bouw van nieuwe kerken voortaan zelf betalen, godsdienstonderwijs op openbare scholen was niet meer verplicht en allerlei belastingfaciliteiten voor kerken en kloosters kwamen te vervallen.

Vaticaanstad (officieel Stato della Città del Vaticano of in het Latijn Status Civitatis Vaticanae) omvat de ongeveer 44 ha tellende oppervlakte, waar de paus na 1929 een eigen soevereine staat kon uitbouwen binnen de grenzen van Italië. Het ommuurde complex bestaat uit het pauselijk paleis (het Vaticaan) met uitgestrekte tuinen en de Sint-Pietersbasiliek met het ervoor gelegen gelijknamige plein. Andere, buiten Vaticaanstad gelegen pauselijke bezittingen, genieten eveneens immuniteit, waaronder de basilieken Sint-Jan van Lateranen, Maria Maggiore en Sint-Paulus buiten de Muren, en het zomerverblijf in Castel Gandolfo.

De bevolking van Vaticaanstad kan onderverdeeld worden in staatsburgers en andere bewoners. Tot de staatsburgers (het staatsburgerschap wordt verleend, men kan het niet door geboorte krijgen) behoren de leden van het pauselijke diplomatieke korps, die vrijwel allemaal in het buitenland wonen, de leden van de Zwitserse Garde, de in Rome wonende kardinalen, evenals een kleine groep leken. Tot de andere bewoners behoren voornamelijk mannelijke en vrouwelijke geestelijken en ordeleden die in dienst van het Vaticaan zijn. Daarbuiten zijn er nog ruim drieduizend mensen die een andere (meestal de Italiaanse) nationaliteit bezitten, maar die dagelijks komen werken in Vaticaanstad.

Volgens de grondwet van 7 juni 1929 is de paus als hoofd van de Rooms-Katholieke kerk het staatshoofd van Vaticaanstad en heeft hij als soeverein van het minilandje ‘alle wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden’. Hij wordt wat zijn wetgevende taken betreft, bijgestaan door een pauselijke commissie, de Pontificia Commissione per lo Stato della Città del Vaticano en door de Gouverneur van de Staat.

In de commissie, die wordt geleid door de kardinaal-staatssecretaris, hebben zes kardinalen zitting, die voor vijf jaar worden benoemd. Er bestaat sinds 1969 een adviserend orgaan, de Consulta dello Stato, waarin uitsluitend leken zitting hebben. Aan deze voormelde commissie is ook de uitvoerende macht gedelegeerd. Afhankelijk van de commissie fungeren het zogenaamde Gouvernement (Governatorato) en een aantal directoraten (Direzioni Generali).

Het gouvernement wordt gevormd door het secretariaat-generaal en de bureaus voor juridische zaken, personeelszaken, de financiële administratie, filatelie en numismatiek, de Vaticaanse post en communicatie, het goederenvervoer, de bewakingsdienst en de informatieverstrekking aan pelgrims en toeristen. De belangrijkste directoraten zijn deze voor de monumenten, musea en kunstgalerijen, voor de economische zaken, het gezondheidswezen, Radio Vaticana en de Vaticaanse sterrenwacht.

Het Vaticaan heeft een eigen rechtswezen, met drie soorten rechtsprekende instanties, waaronder een hof van beroep en een hof van cassatie, die tevens bij de kerkelijke rechtspraak zijn ingeschakeld. Vaticaanstad heeft in ongeveer 170 landen een diplomatieke vertegenwoordiger, die tevens vertegenwoordiger van de Heilige Stoel is (nuntius). Het Vaticaan is tevens als waarnemer vertegenwoordigd in de Verenigde Naties, de Unesco en de FAO.

Sedert 1970 bestaat alleen nog de Zwitserse Garde als ordehandhavende instantie, al krijgen deze op publieke plaatsen zoals het Sint-Pietersplein wel bijstand van de Italiaanse gendarmeria. Er is ook een bureau voor de staatsveiligheid. In 1969 werden de arbeidsverhoudingen in Vaticaanstad vastgelegd in een uitgebreid reglement, dat onder andere de hoogte van de salarissen en de pensioenen en de arbeidsvoorwaarden regelt.

De Fondo Assistenza Sanitaria is verantwoordelijk voor de gezondheidszorg. Het Vaticaan heeft een groot aantal instellingen voor hoger onderwijs, die vrijwel allemaal buiten Vaticaanstad, in Rome, zijn gevestigd. De belangrijkste daarvan zijn de pauselijke universiteiten, de Gregoriana, het Lateranense, de Urbaniana, de Università di San Tomaso d’Aquino en de Salesiana.

Voorts zijn er heel wat pauselijke instituten zoals die voor gewijde muziek, christelijke archeologie en voor de studie van het Arabisch en de islam en de pauselijke academies voor archeologie en voor natuurwetenschappen. Het Vaticaan heeft ook een eigen telefoonnet. Het landje heeft ook nog steeds een aansluiting op het spoorwegnet van de Italiaanse staatsspoorwegen.

Het dagblad van het Vaticaan, l’Osservatore Romano, kent ook weekedities in het Frans, Engels, Portugees, Spaans en Duits. Radio Vaticana, gesticht in 1931, zendt uit in 37 talen en kan via de kortegolf wereldwijd ontvangen worden. Het station maakt ook radioprogramma’s die door honderden stations in Latijns-Amerika worden uitgezonden. In 1983 werd ook een televisiestation opgericht.

Alle economische activiteiten zijn in handen van de overheid. Er wordt in Vaticaanstad geen inkomstenbelasting of btw geheven en er bestaan geen indirecte belastingen. Er zijn twee grote staatswinkels die een uitgebreid assortiment goederen tegen vastgestelde (lage) prijzen verkopen en waar – naast inwoners van Vaticaanstad – ook houders van een speciale vergunning toegang hebben. Het land beschikt ook over een eigen apotheek en een tankstation.

Het Vaticaan heeft eigen inkomsten uit de uitgifte van postzegels, de verkoop van toegangstickets voor de musea, de verkoop van boeken, enz. De officiële munteenheid van de ministaat is de euro, al zijn de munten schaars in omloop omdat ze systematisch worden ingehouden door verzamelaars of verkocht door munthandelaars. Daarnaast is Vaticaanstad, als uitvloeisel van de bepalingen van de verdragen van Lateranen, eigenaar van een aandelenpakket, waarvan de waarde niet bekend is.

Vaticaanstad beschikt tevens over heel wat onroerend goed, dat alleen al in de stad Rome zo’n 5.000 woningen omvat. In 1979 publiceerde het Vaticaan voor het eerst begrotingscijfers. Financieel wanbeheer en bankschandalen zorgden in het verleden voor aanzienlijke tekorten op de rekeningen. Het Istituto per le Opere di Religione is de staatsbank. Ook die kwam meermaals in opspraak. De jongste tijd lijkt het Vaticaan de financiën weer enigszins onder controle te hebben.

De Santa Caterina dei Funari

Posted in Romenieuws on 6 maart 2017 by romenieuws

We hadden het in onze vorige bijdrage over de vijf palazzi Mattei die deze familie tijdens de zestiende en zeventiende eeuw liet bouwen en die nu staatseigendom zijn. De gebouwen omvatten de hele ruimte tussen Piazza Mattei (het pleintje waar de fraaie Schildpaddenfontein staat) en de meer noordelijk gelegen Via delle Botteghe Oscure, de straat waar je onder meer het Crypta Balbi-museum aantreft. Op de hoek met de Via dei Funari en de Via dei Delfini, vlak om de hoek van de Via Michelangelo Caetani, vind je de Chiessa di Santa Caterina dei Funari.

De naam van de kerk gaat terug naar de hier gelegen werkplaatsen van de ‘funari’ of touwslagers, touw zijnde ‘funis’ in het Latijn en ‘fune’ in het Italiaans. De kerk werd gesticht tijdens de twaalfde eeuw en werd vier eeuwen later herbouwd. Interessant is de sierlijke gevel met vlakke renaissancepilasters; volgens de literatuur is het één van de beste voorbeelden van wat men de ‘renaissance-aediculegevel’ noemt, met twee boven elkaar geplaatste verdiepingen.

De Florentijnse architect Guidetto Guidetti tekende hem enkele maanden voor zijn dood in 1564, hij was een leerling en medewerker van Michelangelo die in hetzelfde jaar stierf. De talrijke festoenen zijn kenmerkend voor de decoratieve stijl van de contrareformatie. De Santa Caterina was de huiskerk van de ‘Compagnia delle Vergini Miserabili Pericolanti’, de broederschap gesticht door Ignatius van Loyola die zich inzette voor ‘arme in gevaar verkerende maagden’, of anders gezegd: om vrouwen te redden van de prostitutie.

Vandaag is deze kerk de wekelijkse ontmoetingsplaats voor de Indische christengemeenschap in Rome. Het interieur met rechthoekige apsis en mooie halfronde kapellen heeft zestiende-eeuwse schilderingen van Federico Zuccari (de jongere broer van Taddeo), de grootmeester Annibale Carracci en Girolamo Muziano (1532-1592).

Deze laatste kunstenaar doet misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar was in zijn tijd een vooraanstaande, beroemde en veel gevraagde kunstenaar van wie in Rome heel wat fantastische werken te zien zijn. Hij werd in Rome bekend als ‘Il Giovane dei paesi’ (de jongeman van de landschappen). Het zou geen kwaad kunnen aan deze kunstenaar eens een overzichtstentoonstelling te wijden.

Als je de kerk bezoekt, kijk dan vooral even naar de kapellen aan de rechterzijde. Hier bevindt zich tevens een mooie kapel van Vignola (Giacomo Barocci – 1507-1573), één van de belangrijkste architecten van de late renaissance, hij realiseerde ondermeer het interieur van de Gesùkerk in Rome. Na de dood van Michelangelo in 1564 was hij een tijdje werkzaam als architect bij de bouw van de Sint-Pietersbasiliek, samen met Pirro Ligorio.

Vignola was onder meer verantwoordelijk voor de bouw van twee kleinere koepels in de Sint-Pietersbasiliek naar het ontwerp van Michelangelo. Giacomo Barozzi werd geboren in Vignola nabij Modena en stierf in Rome in 1573. In 1973 werd zijn stoffelijk overschot herbegraven in het Pantheon in Rome.