Romeinendag in Archeon op vrijdag 3 november

Posted in Romenieuws on 15 oktober 2017 by romenieuws

Romeinse Limes Nederland en RomeinenNU nodigen je van harte uit voor een gezamenlijke Romeinendag op vrijdag 3 november in de Herberg van Archeon (Archeonlaan 1 in 2408 ZB Alphen aan den Rijn). Deze dag vervangt de Romeinenmeeting en Limesnetwerkdag. De Romeinendag wordt een dag vol inspiratie, verdieping en netwerken in Romeinse sferen.

Een belangrijke reden om naar Archeon te komen, is onder andere het vergevorderde plan aldaar voor een Nederlands Romeins Scheepvaart Museum, met de beroemde Zwammerdamschepen. Bovendien krijg je alles te horen over de recente spectaculaire vondsten en opgravingen bij Alphen-Dreumel-Lith-Kessel. Deze en andere interessante ontwikkelingen en nieuwtjes uit Romeins Nederland passeren de revue.

Aanmelden kan via dit formulier. Opgeven voor de infomarkt kan door middel van hetzelfde formulier. Voor vragen kan je terecht bij romeinenmeeting@romeinen.nu. Voor het bijwonen van deze namiddag wordt een bijdrage gevraagd van 7,5 euro per persoon. Betaling kan aan de ingang van Archeon.

Programma

13.00-13.30 uur
Verwelkoming met registratie, koffie/thee en infomarkt

13.30-13.45 uur, Bacchizaal
Welkom door Paul van der Heijden, directeur RomeinenNU & Marc Wingens, voorzitter Romeinse Limes Nederland

13.45- 14.15 uur, Bacchizaal
Heel Alphen bouwt mee aan de Zwammerdam 2. Over Zwammerdamschepen, hun restauratie en expositie in het Nationaal Romeins Scheepvaartmuseum, door projectleiders Tom Hazenberg (1Arch/Hazenberg archeologie) en Jack Veldman (Stichting Museumpark Archeon)

14.15-14.45 uur, Bacchizaal
Romeinse schatten van ‘Expeditie Over de Maas’, de grootschalige ontdekkingen bij Moordhuizen (Dreumel), door Mark Driessen, Romeins archeoloog aan de Universiteit Leiden

14.45-15.00 uur, Bacchizaal
Flitspresentaties, diverse nieuwe projecten passeren de revue

15.00-15.45 uur
Theepauze en gelegenheid de infomarkt te bezoeken

15.45-16.45 uur
KEUZEMENU in de Bacchizaal en Plotinaezaal:

15.45-16.10 uur
De digitale limeskaart, door Annelies Koster, hoofd Gelders Archeologisch Centrum van Museum Het Valkhof

15.45-16.10 uur
Erfgoed in games – Games voor erfgoed, door Stichting VALUE (Krijn Boom, Angus Mol, Csilla Ariese-Vandemeulebroucke, Aris Politopoulos)

16.15-16.40 uur
Een nieuwe doorgaande wandel-  en fietsroute langs Romeinse Limes, toekomstig Unesco werelderfgoed Limes? door Joep Naber, directeur Wandelnet, mede namens de ANWB

16.15-16.40 uur
Romeinse keizers en de Lage Landen, het jaar 117 als kantelpunt, door Tom Buijtendorp, auteur van het onlangs verschenen gelijknamige boek.

16.40-16.50 uur
Afsluiting in de Bacchizaal

16.50 uur
Rondleidingen door het Romeinse badhuis voor geïnteresseerden, infomarkt en borrel in het Atrium

18.00 uur
Einde

Advertenties

S.P.Q.R. biedt aan: negen initiatielessen Italiaans

Posted in Romenieuws on 15 oktober 2017 by romenieuws

La bell’ Italia blijft tot de verbeelding spreken. Jaarlijks trekken veel toeristen naar kunststeden zoals Rome of Firenze, verpozen er aan de Italiaanse stranden of zoeken de rust op van de Apennijnen. Dan is het mooi meegenomen enkele woordjes Italiaans te spreken.

S.P.Q.R. biedt begin volgend jaar 9 initiatiecursussen (9 x 2 uur) aan die volop gericht zijn op de praktijk maar toch grammaticale ondersteuning bieden zodat de deelnemers creatief met de taalelementen aan de slag kunnen. In deze cursusreeks krijg je een minimumpakket taalkundige, culturele en geschiedkundige informatie. Je leert een aantal basisuitdrukkingen uit het dagelijks leven: de weg vragen, inkopen doen, een dokter raadplegen,…. Telkens komt ook een cultureel onderwerp aan bod: de Italiaanse keuken, Venetië, het minder gekende Italië. Wil je Italiaans leren en heb je interesse voor het culturele Italië, dan is deze cursus beslist iets voor jou.

Om voldoende conversatie mogelijk te maken blijft de groep beperkt tot maximaal 20 deelnemers. De lessen worden gegeven door de ervaren docent en S.P.Q.R.-clublid Danny Pijls. De prijs voor de hele cursusreeks (9 dagen, 18 lesuren) kost 50 euro voor S.P.Q.R.-leden en 60 euro voor niet-leden.

De cursusreeks heeft plaats in lokaal A.1.3. van de Romaanse Poort, Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven, telkens op maandagavond en dit op de volgende data:

  • 08-01-2018
  • 15-01-2018
  • 22-01-2018
  • 29-01-2018
  • 05-02-2018
  • 19-02-2018
  • 26-02-2018
  • 05-03-2018
  • 12-03-2018

Meer informatie en inschrijvingen: chris@spqr.be.

Wij hopen dat dit educatieve aanbod tegemoet komt aan de wensen van een aantal clubleden die in het verleden reeds lieten blijken dat ze een dergelijk aanbod wel interessant zouden vinden.

 

De basiliek van San Sebastiano

Posted in Romenieuws on 13 oktober 2017 by romenieuws

Keizer Constantijn besliste om op de plaats van de catacombe van San Sebastiano  een drieschepige basiliek te bouwen, de basilica Apostolorum, gewijd aan de apostels Petrus en Paulus. De basiliek met een totale lengte van 75 m had een inwendige narthex die de apsis omgaf zodat een kooromgang in U-vorm ontstond. De zijschepen waren volledig met graven bezet. De zaken veranderden grondig toen in de loop van de achtste eeuw werd vastgesteld dat de heilige Sebastiaan (Sebastianus, Sebastiano) in de hier gelegen catacombe begraven werd. Voortaan werd de kerk niet enkel gewijd aan de beide apostelen maar ook aan de populaire martelaar uit de oudheid. Ze is een bezoek zeker waard, ook al omdat je hier het laatste kunstwerk van Bernini aantreft.

Maar omdat Petrus en Paulus hier niet meer begraven waren en Sebastiaan wel, werd de naam van de catacombe en de basiliek in de loop der eeuwen beperkt tot de toen meest belangrijke en vooral aanwezige martelaar. Uiteindelijk sprak men enkel nog van de Basilica di San Sebastiano. Vanuit de linker zijbeuk van de kerk leidde een trap zelfs rechtstreeks naar het graf van Sebastiaan.

Nu was Sebastiaan niet de eerste, de beste. De man was afkomstig uit Narbonne (al heeft Ambrosius altijd beweerd uit Milaan). Hij diende onder keizer Carinus (250-285) als gewoon soldaat en onder keizer Diocletianus (244-311) als leider van de Praetoriaanse garde, de speciale militaire eenheid van elitesoldaten die de keizerlijke lijfwacht vormde. De ouders van Sebastiaan waren christenen en hijzelf bekeerde zich in het geheim omdat de christenen toen nog door de Romeinen (en vooral door zijn baas Diocletianus) vervolgd werden.

Door zijn belangrijke positie kon hij mensen helpen die leden onder de vervolgingen. Indien Sebastiaan zich niet te opvallend had gedragen, was hij waarschijnlijk verdwenen in de nevelen van de geschiedenis. Maar als soldaat zou hij wonderen hebben verricht en bovendien begon hij regelmatig in het openbaar lange redevoeringen te houden over de nieuwe god Christus. Hij zou de tweeling Marcus en Marcelianus overtuigd hebben om niet te vluchten voor de toorn van de keizer maar te kiezen voor de marteldood.

Door al die subversieve activiteiten viel Sebastiaan in ongenade bij keizer Diocletianus, zeker nadat die ontdekte dat de chef van zijn bodyguards eigenlijk een christen was. Soldaten arresteerden hem en de keizerlijke boogschutters gebruikten Sebastiaan op hun oefenterrein op het Marsveld als schietschijf en doorzeefden hem met pijlen. Volgens de overlevering werd hij naakt aan een boom of paal gebonden en daarna bestookt met pijlen.

Een christelijke vrouw, de latere heilige Irene, weduwe van de martelaar Castulus, wilde Sebastiaan begraven maar merkte dat hij nog leefde. Ze nam hem mee naar huis en verzorgde hem. We lezen: ‘Zoveel pijlen troffen hem dat hij wel een egel leek’. Een tijdje later stond Sebastiaan overmoedig op de trappen van de tempel van Sol Invictus om de twee keizers te wijzen op hun onrechtvaardige optreden tegen de christenen en de vervolging van zijn geloofsgenoten, Hij werd uiteraard onmiddellijk o pnieuw gearresteerd, waarna hij in het openbaar werd doodgeknuppeld.

Dat gebeurde in het stadion op de Palatijnse heuvel, al zou dit volgens andere bronnen tweehonderd meter verder gebeurd zijn, op de trappen van de zonnetempel van keizer Elagabalus of Heliogabalus. Om zeker te zijn dat hij ditmaal niet zou terugkeren en vooral ook om te verhinderen dat men hem als martelaar zou begraven, werd het lichaam van Sebastiaan in de Cloaca Maxima (de openbare riool van Rome) gegooid. Dit zou gebeurd zijn op 20 januari 288, de actuele naamdag van Sint-Sebastiaan.

De nacht na zijn dood verscheen Sebastiaan echter in een visioen aan een meisje. Sommige legendes melden dat het Irene was, maar een ander verhaal spreekt van de (latere heilige) Lucina. In ieder geval vertelde hij aan de vrouw waar ze zijn aangespoelde lichaam kon vinden zodat de christenen hem deftig konden begraven in de catacomben aan de Via Appia.

Voor hun rol in het leven van Sebastiaan werden alle betrokken door Diocletianus als medeplichtigen ter dood gebracht, al zou Irene omwille van haar fameuze schoonheid aan de beul ontsnappen en veroordeeld worden om haar dagen te slijten in een bordeel. Naar verluidt werd de knappe vrouw om onbekende redenen geen enkele keer door een klant uitgekozen. De opvolgers van Diocletianus beslisten uiteindelijk haar dan maar te verbannen naar het Griekse eiland Thera. Dat eiland is het huidige Santorini, waarvan de naam nog steeds verwijst naar Sancta Irena.

Sebastiaan zelf werd vermoedelijk in de negende eeuw heilig verklaard. In ieder geval werd hij toen de patroonheilige van de basiliek aan de huidige catacombe die zijn naam draagt. Sebastiaan werd de beschermheilige van de boogschutters, soldaten en jagers. Vele schuttersgilden dragen zijn naam. Als patroonheilige van de schutters vinden we hem voor het eerst terug in Brussel (1213), Merchtem (1300), Ieper (1305), Antwerpen (1306) en Gent (1314). Een eerste vermelding in Kortrijk en omstreken situeert zich in 1423.

Ook de steenhouwers, tuiniers, kleermakers, leerlooiers, atleten, de verkeerspolitie en brandweerlieden rekenen op zijn steun, net als de Zwitserse Garde in het Vaticaan. Omdat Sebastiaan sterker bleek dan de pijlen werd hij later een belangrijk wapen in de strijd tegen de pest, pijlen waren immers een oud symbool voor de pest. Al bij Homerus schoot Apollo met zijn pijlen de pest in het Griekse legerkamp, ‘de mannen stierven en stierven’. Zo werd hij één van de pestheiligen: kinderen kregen gedurende vele eeuwen zijn naam (Sebastien, Sebastiaan, Bas, …) om gespaard te blijven van de pest, lepra en akelige koortszweren.

Schilders en beeldhouwers beeldden Sebastiaan af als een krijger, ridder of half geklede knaap, doorboord door pijlen, vastgebonden aan een paal, zuil of boom. Vermelden we ook het merkwaardige ‘Le martyre de Saint Sébastien’, getoonzet toneel, een samenwerking van d’Annuncio en Claude Debussy.

Tijdens de dertiende eeuw werd de basiliek van Constantijn herbouwd. In 1575 besliste Gregorius XIII dat ze voortaan behoorde tot de zeven kerken die pelgrims tijdens hun bezoek aan Rome moesten bezoeken om de bijhorende aflaat te verdienen.

In 1609 was deze dertiende-eeuwse basiliek verworden tot een bouwval, daarom gaf kardinaal Scipione Borghese, neef van Paulus V, Flaminio Ponzio (1560-1613) de opdracht om een drastische renovatie uit te voeren. Ponzio was zeker een grote architect, als Lombard lag zijn werk in de lijn van de Longhi’s, Maderno en Fontana, en zweefde hij tussen het maniërisme en de vroege barok.

Bij het overlijden van Ponzio worden de werken voltooid door Giovanni Vasanzio, de naam waaronder de Nederlandse architect Jan van Santen (1550-1621) in Italië bekend was. Vasanzio tekende ook de barokgevel en het prachtige houten plafond waarvan hij een deel van het snijwerk zelf zou uitgevoerd hebben.

De nieuwe eenbeukige kerk werd boven het middenschip van de oorspronkelijke basiliek van Constantijn gebouwd, zodat we ons vandaag nog een idee kunnen vormen van de ambities van de keizer. Voor de porticus werden een zes zuilen hergebruikt van de basiliek van Constantijn.

“Het interieur is niet bijzonder mooi, ook op de zonnigste dagen hangt er iets van doffe moeheid, iets van een Goede Vrijdag-stemming”, schrijft Leo van Egeraat in zijn ‘Gids voor Rome’ uit 1963. Al is dan ook elk spoor van de oude basiliek verdwenen, de witte wanden en de ruime verhoudingen verlenen het gebouw, althans volgens Georgina Masson (1912–1980) in ‘The Companion Guide to Rome’, toch “een waardig en sereen karakter”.

Direct bij het binnenkomen zien we links naast de biechtstoel een marmeren plaat waarop paus Damasus (366-384) de standvastigheid prijst van paus-martelaar Eutychianus (275-289, de 26ste opvolger van Petrus). Hij werd onder het hoogaltaar begraven, maar belangrijke relieken bevinden zich in de kathedraal van Sarzana bij La Spezia. Over deze paus is niets geweten omdat de betreffende archieven vernield zijn.

De apsis van de eerste kapel rechts, de ‘cappella delle reliquie’ dringt door in het vroegere rechter zijschip van de oude basilica. De kapel bevat de prachtige buste van de Salvator Mundi (busto del Salvatore), een werk van Bernini, dat pas in 2001 in het naast de kerk gelegen klooster teruggevonden werd. Het werd één jaar voor zijn dood gerealiseerd en is het allerlaatste werk van Bernini. Let op de luchtige krullen en de elegantie van de ‘stof’.

In deze kapel wordt ook de ‘originele’ voetafdruk van Christus in marmer bewaard waarvan zich een kopie bevindt in het kerkje Domine Quo Vadis hier niet ver vandaan. Volgens de christelijke overlevering is het de steen waarop Christus stond toen hij aan Petrus verscheen, maar dergelijke stenen werden door de Romeinen niet als straatstenen gebruikt. Waarschijnlijk is het een oude heidense offersteen als dank aan de goden gewijd na een voorspoedige reis.

Boven het altaar, eerste rij rechts, is de kleine zuil te zien waaraan de Sebastiaan was vastgebonden toen hij voor de boogschutters stond, een dergelijke zuil vinden we ook in Sant’ Alessio op de Aventijn. Dit is niet onlogisch omdat Sebastiaan niet aan een grote zuil gebonden werd, maar met de polsen aan twee kleine ‘paaltjes’. De tweede kapel rechts is een werk van Carlo Fontana met versieringen door Carlo Maratta.

Het beeld van de liggende Sebastiaan in de eerste kapel links werd gemodelleerd (of getekend) door Bernini, maar uiteindelijk gemaakt door Antonio Giorgetti (gestorven 1670), in zijn soort is het een meesterwerk. Deze Giorgetti maakte ook de mooie ‘Engel met de spons’ op de Engelenbrug. Sebastiaan wordt weergegeven zoals hij neerzonk na met pijlen te zijn doorboord. Naast deze kapel leidt een deur naar een ruimte met een fraai houten Christusbeeld uit de veertiende eeuw.

Erachter vindt men links het trapje (meestal afgesloten) dat naar de crypte leidt. De plaats van het oorspronkelijke graf wordt gemarkeerd door een borstbeeld van Sebastiaan, ook een werk van Bernini. De relieken van de martelaar bevinden zich nog op dezelfde plaats waar zij in 288 werden bijgezet. Ze werden wegens de onbeschutte ligging buiten de muren van Rome wel een paar keer weggehaald, waarna ze telkens onvollediger terugkwamen. Onderweg verdween altijd wel een stukje van de heilige martelaar. De urne werd uitgevoerd in lapis lazuli.

Een bezoek aan de catacombe van San Sebastiano

Posted in Romenieuws on 13 oktober 2017 by romenieuws

Nadat je al eerder kon kennismaken met de catacombe van San Callisto, staan we vandaag even stil bij een andere erg bekende catacombe die zich hier vlakbij bevindt, namelijk de catacombe van San Sebastiano (Sint-Sebastiaan) aan de Via Appia Antica 136. Deze catacombe is de enige in Rome die altijd toegankelijk is gebleven en waarvan het bestaan nooit is vergeten. Omdat deze catacombe gedurende vele eeuwen kon worden bezocht zijn volgens sommigen de archeologische artefacten en wandschilderingen van iets mindere kwaliteit dan deze in andere catacomben, maar dat is niet helemaal terecht.

De catacombe van San Sebastiano is vernoemd naar de gelijknamige heilige die tijdens de christenvervolging omstreeks 300 na Chr. onder keizer Diocletianus (244-311) de marteldood stierf en hier later begraven werd. De catacomben zijn echter veel ouder en ontstonden toen enkele hypogea uit de oudheid, enkelvoudige uitgehakte graven, via ondergrondse gangen met elkaar verbonden werden. Pas vanaf de tweede eeuw groeide dit alles uit tot een enorm gangenstelsel dat zich op vier niveaus uitstrekt. Vandaag kan enkel het tweede niveau worden bezocht, al volgen niet alle gidsen hetzelfde parcours.

In de nissen lagen de graven van duizenden overleden christenen. Toen het christendom in de vierde eeuw steeds meer geaccepteerd werd en aan het einde van dezelfde eeuw zelfs was uitgegroeid tot de staatsgodsdienst, zijn alle stoffelijke resten, uit respect herbegraven in een aantal kerken in en rond Rome. In tegenstelling tot wat sommige mensen nog altijd denken of vermoeden, bevinden zich dus geen stoffelijke resten meer in de catacomben.

Dat de catacombe van San Sebastiano altijd toegankelijk bleef komt omdat ze gedurende vele eeuwen een reisdoel was voor pelgrimstochten en bedevaarten omdat hier, na de vervolgingen in 258 onder Valerianus, volgens de overlevering de lichamen van de apostelen Petrus en Paulus gedurende veertig jaar verborgen werden.

Tussen 1915 en 1925 werden in de catacombe van San Sebastiano opgravingen verricht met de bedoeling een wetenschappelijke en archeologische bevestiging te krijgen van het feit dat de resten van de apostelen Petrus en Paulus hier een tijdje zouden ondergebracht zijn. Tot dan waren de aanwijzingen beperkt gebleven tot bronnen uit de vierde en de vijfde eeuw, waaronder een poëtische, ietwat vaag opgestelde inscriptie door paus Damasus (366-383), een martyrologium en pelgrimgidsen uit de zevende eeuw, zoals het ‘Itinerarium van Salzburg’. Daaruit viel op te maken dat de lichamen van de apostelen hier werden geplaatst in het jaar waarin Bassus en Tuscus consuls waren, dus in 258.

Onder de kerk troffen de archeologen in 1925 resten van een triclinium aan, een soort afdakje in open lucht van het type waarin de christenen bij begrafenissen een agape of refrigerium hielden, een maaltijd ten behoeve van de armen. De muren van dit bouwwerk waren bedekt met graffiti waarin o.a. Petrus en Paulus werden aangeroepen, alsook de tekst ‘ter ere van Petrus en Paulus, ik, Tomius Caelius, hier een refrigerium heb gehouden’. Deze inscripties die van een type zijn die archeologen goed kennen uit vele andere heiligdommen en pelgrimsoorden, dateren uit de derde eeuw. In zoverre bevestigen ze dus het verhaal.

Het was keizer Constantijn, deemoedig gevolgd door Silvester I (314-335), die uiteindelijk beide apostelen een waardiger begraafplaats zou hebben bezorgd: in de Sint Pietersbasiliek en de Sint Paulus-buiten-de-muren. Naar verluidt waren Petrus en Paulus hier in één graf bijgezet, waarbij de paus later de resten op grootte zou hebben gesorteerd, waarbij hij de kleinere aan Petrus toeschreef en de grotere aan Paulus.

Het is een bizar verhaal waarvan we niet kunnen nagaan of het op enige waarheid berust, maar wetende hoe gedurende vele eeuwen met relikwieën en overblijfselen van heiligen werd omgegaan, lijkt het ons niet helemaal onwaarschijnlijk. De recente ontdekking van relikwiëën van Petrus in een vrijwel onbekend kerkje in Trastevere lijkt dat alleen maar te bevestigen.

In de tijd van keizer Constantijn de Grote werd boven de catacomben een basiliek gebouwd ter ere van deze apostelen, de Basilica Apostolorum. Later werd deze kerk eveneens naar de martelaar Sebastiaan genoemd, de Basilica di San Sebastiano. In een niet voor het publiek toegankelijke crypte onder de kerk ligt deze heilige ook begraven.

Rechts van de sacristie voert een trap naar een ruimte midden onder de basiliek. Het bovengedeelte is afgebroken om de vloer van de basiliek op een lager niveau te kunnen leggen. Archeoloog P. Styger die in 1918 het fantastische werk ‘Il monumento apostolico della Via Appia’ publiceerde, noemde in dit boek deze ruimte als eerste ‘triclia’. Ze is tegenwoordig ook gekend als ‘memoria apostolorum’. Het was een soort eetzaal of triclinium met een rode achterwand, een afdakje en pilaren.

De gelovigen hielden hier hun begrafenismaaltijden, de zitbanken zijn nog steeds zichtbaar. Aan de wanden zien we, een beetje oneerbiedig uitgedrukt, zeshonderd Latijnse graffiti uit het begin van de vierde eeuw, het zijn aanroepingen tot Petrus en Paulus. Zo lezen we ‘Paule Petre in mentem habete Sozemenum’, Paulus en Petrus, gedenk Sozemenus; ‘Petro et Paulo Tomius Coelius refrigerium fecit’ ter ere van Petrus en Paulus heb ik, Tamius Coelius, een verkwikkingsmaal aangericht. Naast het Latijn vinden we hier als taal echter ook het Grieks en zelfs het Aramees. Het zegt iets over hoe oud deze catacomben wel zijn.

Het gangenstelsel dat vanaf de vierde eeuw rond het graf van Sebastiaan werd gegraven, leed veel schade tijdens de middeleeuwen toen pelgrims zich hier verdrongen om de hulp van de heilige in te roepen tegen de gevreesde pest. Twee cubicoli zijn interessant, de ene bezit een opschrift uit de vijfde eeuw ter ere van de heilige Massimo. In de andere zien we slecht geconserveerde fresco’s met de gebruikelijke thema’s: Mozes slaat water uit de rots en een orante. De voor ons klassieke afbeelding van het kindje Jezus in de kribbe tussen de os en de ezel treffen we alleen hier aan. Het is vermoedelijk de oudste dergelijke afbeelding in Rome.

Wij dalen dieper af en komen weldra 13 meter onder de vloer van de basilica uit bij drie mausolea of hypogea uit de eerste of het begin van de tweede eeuw na Chr. Ze hebben een bakstenen voorgevel, fronton en een in travertijn gevatte poort. Let op de grandioze gewelven. Aanvankelijk dienden zij als columbaria. Op basis van de aangetroffen decoraties en inscripties zouden ze oorspronkelijk hebben toebehoord aan één van de heidense sekten die tegelijkertijd met het christendom opkwamen.

Het middelste mausoleum en dit aan de linkerzijde hebben fraai stucwerk. De eigenaar van het rechts gelegen hypogeum heette volgens een inscriptie M. Clodius Hermes, 75 jaar oud. In zijn dodenhuis zijn prachtige fresco’s aangebracht. De schilderingen aan de buitenkant stellen een dodenmaal voor en het wonder van de bezetene van Gerash in Jordanië. Het gewelf is bedekt met de kop van een Gorgo. De Gorgonen waren drie monsters met slangenhaar en ijzeren klauwen, de bekendste van hen was Medusa; wie haar aankeek, versteende.

Prachtig is de fruitschaal met een patrijs. Het thema van patrijzen rond een vaas of ‘compotier’ is heidens (lees: voorchristelijk) maar de druiven kunnen misschien wel verwijzen naar ‘ik ben de wijnstok en jullie zijn wijnranken’. Of dit oorspronkelijk de bedoeling was is onduidelijk en twijfelachtig, maar het zou kunnen verklaren waarom deze erg oude tekeningen bewaard bleven. Tot de pronkstukken van het middelste hypogeum behoren het goed bewaarde stucwerk en de vaak aanwezige pauw, het symbool van de onsterfelijkheid. Iemand zou eens een boek moeten samenstellen met alle bestaande afbeeldingen van pauwen uit de oudheid. De inscripties hebben Griekse letters, maar de tekst is Latijns.

Aan één van de wanden is het geheime wachtwoord van de christenen ingekrast, namelijk een vis (Christus) met een kruis, een symbool dat je in de catacomben wel vaker aantreft. Het hypogeum links valt op door zijn stucdecoratie die nauwelijks geleden heeft van de tand des tijds. Wingerdranken schieten omhoog uit vazen die op namaak-pilasters staan.

De aandachtige lezer heeft het begrepen: deze catacombe is een bezoek wel degelijk waard.

 

Een metrokaart van het Romeinse wegennet

Posted in Romenieuws on 11 oktober 2017 by romenieuws

Mag het ook eens ‘wetenschappelijk-leuk’ zijn? Sasha Trubetskoy is een student statistiek aan de Universiteit van Chicago. Zijn grote passies zijn geografie en data. Met in het achterhoofd de gedachte dat alle wegen naar Rome leiden, en door een intelligente studie waarbij de moderne tijd werd gecombineerd met de oudheid, bracht hij het uitgebreide wegennet van het Romeinse Rijk samen in een unieke ‘metrokaart’. Laat de enkele kleine foutjes niet verhinderen dat je plezier beleeft aan deze kaart, want ze is best wel leerrijk. Je kan ze overigens via Sasha’s blog voor slechts 9 dollar bestellen in posterformaat. Misschien wel een idee voor een origineel eindejaarsgeschenk?

Alle wegen leiden naar Rome. Zeker zo’n 2000 jaar geleden toen de Romeinen heersten over een groot deel van Europa en Noord-Afrika. Een zeer belangrijke factor daarbij was het uitgebreide wegennetwerk dat ze aanlegden. Hierdoor konden legioenen soldaten en handelskaravanen zich snel verplaatsen doorheen het hele Romeinse Rijk.

Om het niet te ingewikkeld te maken werden op Sasha’s kaart geen maritieme routes opgenomen. De manier waarop in de oudheid werd gereisd is natuurlijk erg verschillend van een reis per spoor, waardoor het concept van een metrokaart enigszins surrealistisch lijkt. Maar het blijft esthetisch aangenaam en informatief. Na langdurige research, veel langer dan hijzelf had verwacht, is Sasha Trubetskoy aan de slag gegaan met het in kaart brengen van de belangrijkste wegen uit die tijd. Hij koos daarvoor het jaar 125, toen het Romeinse wegennetwerk op zijn hoogtepunt was.

Om de kaart overzichtelijk te houden koos Trubetskoy voor een bijzondere opmaak: die van een metrokaart. Als hulpmiddelen maakte hij onder meer gebruik van het ORBIS-model van Stanford en van het fraaie Pelagios Project wat zo’n beetje omschreven kan worden als een Google Maps van de oudheid. Op deze manier is het voor de (hedendaagse) kijker gemakkelijker om de lijnen te volgen en de belangrijkste knooppunten en steden op de verschillende routes te bekijken. Elke weg heeft zijn eigen kleur en waar mogelijk zijn eigen naam.

Enkele van die beroemde wegen zoals de Via Appia zijn door velen gekend. Anderen doen misschien niet meteen een belletje rinkelen. Op andere plaatsen bedacht de ontwerper zelf een passende naam, zoals de Via Sucinaria (Amberweg) voor de route van de Baltische staten naar Rome. Niet alle wegen uit die tijd hebben een plek gevonden op de kaart, zeker niet die in het tegenwoordige Italië, waar het wegennetwerk behoorlijk fijnmazig was. Alleen de belangrijkste wegen hebben een plaatsje op de kaart gekregen. Ondanks deze kleinere beperkingen geeft deze ‘metrokaart’ een uitstekend beeld van hoe groot, machtig en uitgestrekt het Romeinse Rijk wel was.

Volgens de maker was de grootste creatieve uitdaging inderdaad de keuze welke wegen en steden op de kaart moesten worden opgenomen en welke niet zouden worden vermeld. “Er bestaat geen manier waarop ik elke Romeinse weg kan vermelden, de kaart bevat enkel de belangrijkste. Ik heb geprobeerd om de steden te vermelden met een grotere bevolking, evenals de steden die in de tweede eeuw provinciale hoofdsteden waren”, zegt Sasha.

Hoe lang deed je er nu eigenlijk over om via dit netwerk van de ene naar de andere plaats te reizen? Veel hing natuurlijk af van de gebruikte transportmethode (te voet, per paard, met paard en kar, of met een compleet gevolg in een luxueus rijtuig) wat dus neerkwam op hoeveel geld je ter beschikking had. In dat opzicht is er dus weinig veranderd. Wie niet de middelen heeft om per vliegtuig te reizen, moet ook vandaag terugvallen op een reis per trein of bus in plaats van het luxueuze en snelle vliegtuig. Een andere belangrijke factor bij een reis doorheen het Romeinse Rijk was het seizoen. Elke periode van het jaar had zijn eigen uitdagingen.

In de zomer duurde het ongeveer twee maanden om te lopen van Rome naar Byzantium (het latere Constantinopel, het huidige Istanboel). Als je een paard had, zou het je ongeveer een maand kosten. Maar het wegennet kon wel gecombineerd worden met zeereizen. Zeilen was goedkoper en sneller. Een combinatie van een paard en een zeilboot zou je in ongeveer 25 dagen van Rome naar Byzantium hebben gebracht. Een reis van Rome naar Carthago was af te leggen in vier tot vijf dagen.

Een beperkte lijst van de wegen met authentieke namen die werden opgenomen: Via Appia, Via Augusta, Via Aurelia, Via Delapidata, Via Domitia, Via Egnatia, Via Flaminia, Via Flavia (I, II, III), Via Julia Augusta, Via Lusitanorum, Via Militaris, Via Popilia, Via Portumia, Via Salaria, Via Tiburtina, Via Traiana en Via Traiana Nova.

Sommige wegen hebben echte namen maar zijn een beetje gewijzigd. Zo is de Via Latina I gecombineerd met de Via Popilia. In werkelijkheid eindigde de Via Popilia in Capua, en ging de Via Latina van Capua naar Rome. De Via Aquitanië wordt alleen de weg van Burdigala (Bordeaux) naar Narbo (Narbonne) genoemd. De Via Asturica Burdigalam verwijst eveneens naar de afdeling Astrurica-Burdigala.

De Via Claudia is geen echte naam, maar verwijst naar een echte doorlopende weg die door Claudius is gebouwd. De naam Via Maris wordt beschouwd als een moderne creatie, met een verwijzing naar een echte oude handelsweg waarvan de ware naam voor de geschiedenis is verloren. De Via Valeria heeft alleen betrekking op een gedeelte van de gele Siciliaanse lus, enz.

De maker heeft nooit Latijn gestudeerd en geeft grif toe dat in sommige benamingen weleens foutjes in de schrijfwijze kunnen schuilen. Hij staat open voor suggesties en belooft de kaart systematisch bij te werken naarmate opmerkingen binnenstromen. Er zijn overigens nog andere kaarten op komst. Zo is er nu ook al eentje over het Romeinse wegennet in Brittannië. Prettig toch? Genieten van Rome: het kan op allerlei manieren en het is altijd leuk!

De kaart van Sasha

Contactgegevens Sasha

Alle kaarten van Sasha

Een kaart bestellen in posterformaat

Italië blijft grootste wijnproducent ter wereld

Posted in Romenieuws on 10 oktober 2017 by romenieuws

De weersomstandigheden (late vorstperioden in de lente, zomerstormen, een zeer langdurige en erg droge zomerperiode in sommige regio’s, …) zorgden er dit jaar voor dat de belangrijkste wijnregio’s in Europa een fors lagere wijnproductie mogen verwachten. In heel de Europese Unie zal dit jaar naar verwachting 145 miljoen hectoliter wijn gemaakt worden, dat is 14% minder dan in 2016, schat de Europese Commissie. Het is de laagste productie sinds het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw.

De Italiaanse wijnproductie zou met liefst 24% terugvallen tot 47,2 miljoen hectoliter. In Sicilië zou de productie met ruim een derde kelderen. Desondanks blijft Italië de grootste wijnproducent ter wereld, een heel eind vóór Frankrijk. De Franse wijnboeren hebben immers ook een desastreus 2017 achter de rug.

Volgens de laatste schattingen zou de totale wijnproductie in Frankrijk met 19% dalen tot 36,9 miljoen hectoliter. Dat is het laagste peil sinds 1957. Vorig jaar bedroeg de totale productie nog 45,5 miljoen hectoliter. Ook de Spaanse wijnproductie daalt met 16%. Portugal daarentegen voorziet een toename van de wijnproductie met een tiende. Oostenrijk zou een kwart beter doen dan in 2016 en de Roemeense productie zou met bijna twee derde toenemen.

Nieuwe opgravingscampagne voor necropolis aan de Via Ostiense

Posted in Romenieuws on 9 oktober 2017 by romenieuws

Precies honderd jaar geleden, in 1917, werd in Parco Schuster, vlakbij de basiliek San Paolo fuori le Mura (Sint-Paulus buiten de Muren) een begraafplaats ontdekt die de Sepolcreto di Via Ostiense zou worden genoemd. Omdat vele andere projecten in Rome prioritair waren en er inzake archeologische opgravingen in Rome (en bij uitbreiding elders in Italië) altijd een acuut geldgebrek heerst, bleef de site na het eerste onderzoekstraject, nu een eeuw geleden, vrijwel onaangeroerd. Enkele belangrijke vondsten van toen werden wel overgebracht naar de Capitolijnse Musea maar daar bleef het bij.

De Sovrintendenza capitolina in Rome is nu samen met een team antropologen van de universiteit van Valencia een nieuw onderzoeksproject gestart. Dit zal in totaal drie jaar duren, waarbij telkens één maand opnieuw intensief zal worden gegraven. De rest van de tijd zal worden besteed aan het analyseren en catalogiseren van de ongetwijfeld talrijke artefacten die hier nog op ontdekking wachten. De necropolis bevat immers zonder twijfel vele belangrijke getuigenissen uit het verleden en de inhoud en de structuur van de begraafplaats is nooit goed in kaart gebracht. Er wacht dus nog meer dan voldoende werk.

Het staat wel vast dat door wegenwerken die in het verleden in de omgeving werden uitgevoerd een gedeelte van de necropolis onherroepelijk vernietigd is. Tijdens de eerste opgravingen, nu een eeuw geleden, werden gelukkig wel reeds schitterende vondsten bovengehaald. Die bevinden zich nu in de Capitolijnse Musea. Uit die eerste opgravingscampagne leerden archeologen wel dat de skeletten en de menselijke resten die toen werden opgegraven in de ondergrond rond de basilica gedurende al die eeuwen vrijwel perfect bewaard zijn gebleven.

Vandaag omschrijven de aanwezige archeologen de site als één van de best bewaarde begraafplaatsen uit de oudheid. Of dat zo is laten we even in het midden, maar een feit is wel dat hier nog een enorme schat aan informatie aanwezig is. Archeologen verwachten alleszins nog spectaculaire ontdekkingen, ook omdat de site voor zover bekend nooit werd bebouwd en de meeste artefacten dus nog behoorlijk intact moeten zijn.

De Romeinse necropolis, die naast de oude Via Ostiensis liep, kwam aan het licht in 1917. Toen al werd duidelijk dat de vele graven, vaak fraai versierd met stucwerk, kleurrijke fresco’s en kundig uitgevoerde vloermozaïeken, een prachtige blauwdruk vormden van het leven in Rome tijdens de late Republikeinse periode tot in de vierde eeuw. Het gaat dus om een erg oude necropolis die bovendien lang in gebruik bleef. De vele funeaire inscripties die al werden gevonden geven ook aan dat het een begraafplaats voor zowat alle delen van de bevolking was. Er bevinden zich overleden ambachtslieden en handelaars maar ook slaven en doden met Oosterse of Griekse namen.

De gevarieerde afkomst van de doden wordt ook duidelijk in de kwaliteit van de fresco’s, die variëren van kleine meesterwerkjes tot erg eenvoudige uitvoeringen. De belangrijkste vondsten die de komende drie jaar worden gedaan zullen na reiniging en restauratie een (voorlopig?) plekje krijgen in de Centrale Montemartini.

Je kan de archeologen via een speciale constructie in plexiglas aan het werk zien. Probeer niet stiekem even binnen te dringen want de site is onzichtbaar maar streng beveiligd. Je kan wel aangeven dat je belangstelling hebt voor archeologie en met een beetje geluk opent wel iemand de deuren om je even rond te leiden op de site en een woordje uitleg te geven.

De meeste aanwezige wetenschappers spreken echter enkel Spaans; hun nogal schaarse kennis van de Engelse woordenschat maakt het stellen van vragen erg moeilijk voor wie het Spaans niet beheerst. Hou er ook rekening mee dat elke opgravingscampagne weliswaar een jaar duurt, maar dat er slechts gedurende een maand effectief opgravingen gebeuren. Het kan dus zijn dat je niemand aantreft op de site.