Italianen willen espresso op Werelderfgoedlijst Unesco

6 december 2019

Een groep Italiaanse koffieproducenten en beroepsverenigingen hebben deze week in het parlement in Rome gepleit om espresso-koffie op de Werelderfgoedlijst van Unesco te plaatsen. De steun van de Italiaanse regering is noodzakelijk om het voorstel voor plaatsing op de werelderfgoedlijst mogelijk te maken. Het is nog niet duidelijk of er ook daadwerkelijk politieke steun is voor het verzoek. Het Comitato Italiano del Caffè is er alvast voor gewonnen.

Bij het Consorzio di tutela del Caffè Espresso Italiano Tradizionale (CTCEIT) zijn onder meer een aantal Italiaanse koffiefabrikanten aangesloten. Zij zien het drinken van een espresso in de ochtend als een waardevol maatschappelijk ritueel. Het zou niet de eerste keer zijn dat een stukje van de Italiaanse culinaire cultuur een plaatsje verwerft op de Werelderfgoedlijst. De manier van het bakken van pizza’s zoals dat in Napels gebeurt, werd in 2017 door Unesco aanvaard voor opname.

Rome wijzigt twee omstreden straatnamen

6 december 2019

In Rome kregen enkele straten een nieuwe naam. Ze waren eerder vernoemd naar twee Italiaanse wetenschappers, maar die bleken controversieel doordat ze beiden in 1938 het antisemitische Manifesto della Razza (Raciaal Manifest) ondertekenden. De straten zijn nu vernoemd naar Joodse wetenschappers: de zoöloog Enrica Calabresi en de natuurkundige Nella Mortara. Een derde straatnaam is vernoemd naar de antifascistische professor Mario Carrara, die weigerde loyaliteit te beloven aan dictator Benito Mussolini.

De bewuste straten droegen eerder de namen van Arturo Donaggi, een antisemitische psychiater en Edoardo Zavattari, een bioloog die het idee van wetenschappelijk racisme openlijk promootte. Het eerder genoemde manifest, werd samen met nog een aantal andere prominente Italiaanse geleerden opgesteld. Het zou de ideologische en pseudowetenschappelijke basis worden van het raciale beleid en fascistische regime van dictator Mussolini. Enkele weken nadat het manifest werd gepubliceerd, keurde Mussolini’s regime anti-Joodse wetgeving goed, als het ware een Italiaans equivalent van de nazi-wetten van Neurenberg.

Enrica Calabresi onderwees vanaf 1938 Joodse studenten die uit Italiaanse scholen werden verdreven. In 1944 pleegde ze in gevangenschap zelfmoord, om zo een deportatie naar Auschwitz te kunnen voorkomen. Nella Mortara wist aan de dood te ontsnappen door naar Brazilië te vluchten. Zij kreeg haar positie na de oorlog terug in 1949. Mario Carrara werd in 1936 gearresteerd voor het promoten van antifascistische activiteiten en stierf in 1937 in de gevangenis.

De nieuwe namen werden uit een genomineerde lijst gekozen door buurtbewoners en studenten. We moeten van de geschiedenis leren om te begrijpen wie we zijn geweest en wat we nu willen zijn, verklaarde burgemeester Virginia Raggi bij de onthulling van de nieuwe straatnamen.

Vaticaanse kerstboom en kerststal officieel ingehuldigd

5 december 2019

In Rome hebben kardinaal Giuseppe Bertello en bisschop Fernardo Vérgez Alzaga, respectievelijk voorzitter en secretaris-generaal van het Governatorato dello Stato della Città del Vaticano, zopas de kerststal op het Sint-Pietersplein ingehuldigd en de verlichting van de kerstboom officieel in werking gesteld. De inhuldigingsplechtigheid begon om 16.30 uur en werd bijgewoond door duizenden bezoekers. Voor de verlichting van de kerststal en de kerstboom wordt uitsluitend gebruik gemaakt van ledverlichting, die bovendien ingesteld en aangepast kan worden om nog energiezuiniger te zijn.

De 26 meter hoge kerstboom is dit jaar uit Italië zelf afkomstig. Hij werd omgehakt in Rotzo, in de provincie Vicenza, en van daaruit naar Rome gebracht. De kerststal met twintig  levensgrote figuren komt uit Scurelle, in Trentino. Ook in de Paulus VI-aula, waar de gasten bij de pauselijke audiënties worden ontvangen, staat een kerststal. Die werd ontworpen en gemaakt door de kunstenaars-kribbebouwers van Pare di Conegliano uit de provincie Treviso. Het kersttafereel met houten handgesneden beelden van 120 cm hoogte in een negentiende-eeuws lijkende neogotische structuur, zit vol verwijzingen naar de regio Veneto.

Nieuwe verlichting voor Sint-Jan van Lateranen

5 december 2019

Sinds een paar jaren worden de mooiste monumenten en sites in Rome systematisch uitgerust met nieuwe en energievriendelijke ledverlichting. Nadat recent ook al het Forum Romanum, de Palatijn en de Piramide van Cestius zijn aangepakt en eerder ook de gerenoveerde Trevifontein, de kerk Trinità dei Monti bovenaan de Spaanse Trappen, de portiek van de San Marco Evangelista aan Piazza Venezia, de Joodse synagoge, het Colosseum, Piazza del Campidoglio, de Engelenburcht, zestien bruggen over de Tiber en het Forum Romanum aan de beurt kwamen, is men nu bezig om een aantal belangrijke basilieken van nieuwe ledspots te voorzien.

De Santa Maria Maggiore en de Sint-Pietersbasiliek, inclusief het Sint-Pietersplein, werden al volledig uitgerust met energiezuinige ledverlichting. Recent was het de beurt aan de basiliek Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano).

Energiebedrijf ACEA plaatste 106 nieuwe schijnwerpers op de gevels van de kerk en op de twee klokkentorens. De details van de gevel komen nu ’s avonds bijzonder fraai tot hun recht. De complete installatie en afstelling van de nieuwe spots duurde slechts tien dagen.

De nieuwe verlichting werd feestelijk ingehuldigd door burgemeester Virginia Raggi, Angelo De Donatis, de kardinaal-vicaris van het bisdom Rome en Michaela Castelli, de voorzitter van ACEA. De kosten werden gedeeld door de stad Rome en Vaticaanstad. Naast de Sint-Pietersbasiliek en de Sint-Jan van Lateranen behoren ook de basilieken van Santa Maria Maggiore en van Sint-Paulus-buiten-de-Muren tot de vier zogeheten basilicae maiores van Rome.

De basiliek van Sint-Jan van Lateranen ligt aan de soms chaotische Piazza di San Giovanni in Laterano. Kijkend naar de hoofdgevel van de basiliek zie je rechts het Lateraanse Paleis (Palazzo Lateranense).

Rechts, aan de overkant van de drukke laan, zie je het gebouw met de Scala Santa. Als je met je rug naar de hoofdgevel van de basiliek staat, zie je in de verte, op het einde van de laan, de Santa Croce in Gerusalemme.

De Sint-Jan van Lateranen is zeventien eeuwen oud. De basiliek, een dankoffer van keizer Constantijn voor zijn zege tegen Maxentius tijdens de bekende veldslag bij de Milvische brug (Ponte Milvio) op 28 oktober 312, werd als gevolg van aardbevingen, brand en plundering vijf keer herbouwd. Tijdens de zeventiende eeuw werd het interieur van de kerk grondig gerenoveerd door Borromini.

De basiliek droeg aanvankelijk de naam Christo Salvatori (Redder of Verlosser) en werd aanvankelijk ook wel Basilica Constantiniana geheten. Pas tijdens de zesde eeuw werd ze toegewijd aan Johannes, zowel de Doper als de Evangelist. Dit heiligdom was zo het allereerste dat in Rome aan Christus gewijd werd en is de eigenlijke kathedraal van Rome en de wereld.

Niet de Sint-Pieter, maar de Sint-Jan van Lateranen is de bisschoppelijke kerk van Rome en bijgevolg de belangrijkste van de ruim zeshonderd kerken in Rome waarvan ongeveer de helft dagelijks gebruikt worden voor de eredienst. De basiliek staat gericht naar de opkomende zon, zoals de Sint-Pieter en… zoals Stonehenge.

De Sint-Jan van Lateranen is de oudste en in kerkelijke rang ook de voornaamste van de vier pauselijke basilieken in Rome. Ze werd ingewijd in 324, de Sint-Pieter in 349, de Santa Maria Maggiore omstreeks 350 en de Sint-Paulus-buiten-de-Muren op het einde van de vierde eeuw.

Tot aan de pauselijke ballingschap in Avignon (1309-1377) was dit de kerk van de paus, terwijl het paleis van Lateranen zijn vaste verblijf was. Sinds de bul van Gregorius XI (1370-1378) wordt ze voorgesteld als ‘de moeder en het hoofd van alle kerken van de stad en de gehele wereld’. Onderaan op de sokkels van de gevel staat deze tekst tot tweemaal toe te lezen.

In deze basiliek vonden vijf concilies plaats en van hieruit hebben de pausen duizend jaar lang hun geestelijke en wereldlijke macht uitgeoefend. In de Sint-Jan van Lateranen verkondigde Johannes XXIII op 25 december 1961 de samenroeping van het Tweede Vaticaans concilie. Tot vandaag is de pas verkozen paus pas echt het hoofd van de katholieke kerk als hij heeft plaatsgenomen op de bisschopszetel van de Lateraanse basiliek.

Het Lateraanse paleis en de basiliek genieten extraterritoriale rechten en behoren tot het Vaticaan. Ze staan dus niet op Italiaans grondgebied. Vanaf het begin heeft de basiliek een officiële, representatieve functie gehad, zodat ze ondanks haar ouderdom geen associaties heeft met het geloof en het lijden uit de tijd van de vervolgingen.

Rome was een genetisch kruispunt tussen Europa en het Middellandse Zeegebied

4 december 2019

Uit een grootscheeps DNA-onderzoek op oude Romeinse botten blijkt dat de bevolking van de stad Rome in de vroege keizertijd (de eerste drie eeuwen van onze jaartelling) ingrijpend van samenstelling veranderde. Een groot deel van de inwoners van Rome in de keizertijd was waarschijnlijk afkomstig uit Griekenland of het Midden-Oosten. Dat schrijft het NRC Handelsblad op basis van een artikel dat een groot team van archeologen publiceerde in het wetenschappelijke blad Science.

Twee derde van de 48 onderzochte skeletten uit die tijd had een DNA-signatuur uit het (Griekse) oostelijke Middellandse Zeegebied en het (Syrische) Midden-Oosten. Dat was een grote breuk met de tijd daarvoor, toen die signaturen vrijwel volledig ontbraken. In de late keizertijd en daarna verdween de oostelijke invloed weer.

De archeologen baseerden zich op 127 genomen (complete DNA-sets) uit 29 begraafplaatsen in en rond Rome, van kort na de ijstijd tot aan het recente verleden. Het ­betreft een relatief brede doorsnee van de bevolking. In Romeinse necropolissen werden niet alleen mensen van de elite begraven.

In iedere periode werden sporen van migratie gevonden. Maar in de keizertijd lijkt die migratie extreem: een ruime meerderheid komt uit het oosten, 32 van de 48 paleogenomen. Uit de periode van vóór de keizertijd (900 v. Chr. tot het jaar 0) valt daarentegen maar een drietal van de elf onderzochte paleogenomen buiten de te verwachten Europese signatuur.

Die bestaat dan overigens ook al uit een menging van een klein beetje oud jager-verzamelaars-DNA, een flinke schep Anatolische vroege landbouwers en inmiddels ook ongeveer 30% ‘steppe’-DNA, afkomstig uit een eerdere migratiegolf.

Twee van deze pre-keizertijd-genomen vertonen daarentegen een andere signatuur die ook is teruggevonden in het Armenië van de kopertijd (circa 3000 v. Chr.). En een derde, uit een Etruskisch grafveld, vertoont duidelijk Afrikaanse invloeden: ‘ruim 50% laat-neolithisch Marokkaans’.

De andere twee onderzochte Etrusken vertonen overigens geen genetisch verschil met mensen uit ‘Latijnse’ graven, zodat een enkele Afrikaanse invloed niet wijst op een bijzondere herkomst van het héle volk der Etrusken, die leefden ten noorden van ­Rome.

De ingrijpende wijzingen in de gevonden DNA-signaturen uit de keizertijd, waarbij nog maar twee van de 48 genomen een (centraal-)Europese signatuur hebben, komen overeen met historische gegevens.

Want van een op zich al grote stad van 100.000 inwoners in de Republiek, groeide Rome in de keizertijd tot één miljoen inwoners, als hoofdstad van een rijk over drie continenten, dat liep van de Donau tot de Sahara en van Gibraltar tot de Eufraat. Overal in de stad doken nieuwe tempels op voor oostelijke goden. Grieks werd de tweede taal op inscripties in de stad Rome, maar ook Hebreeuws en Aramees verschenen.

Helemáál vanzelfsprekend is het hoge aandeel van ‘Grieken’ en ‘Syriërs’ in de Eeuwige Stad niet. Want ­zoals de onderzoekers schrijven, in dezelfde tijd werden uit de westelijke gebieden (Spanje, Gallië, Germanië) veel slaven aangevoerd, en er was ook veel handel. Maar het oostelijke rijksdeel was wel veel dichter bevolkt.

Een duidelijke enkelvoudige herkomst van de ‘oosterlingen’ in Rome is niet vast te stellen, schrijven de ­onderzoekers, die spreken van ‘een complexe menggebeurtenis’. De nieuwe DNA-signaturen in de keizertijd komen overeen met die van de huidige inwoners van Griekenland, Malta, Cyprus en Syrië. Ook zijn er gelijkenissen met Jordaniërs en Libanezen uit de bronstijd.

Bij negen paleogenomen uit de necropolis Isola Sacra, bij de vroegere haven Portus ­Romae, bleek uit isotooponderzoek van het botmateriaal dat allen ter plaatse waren opgegroeid, maar hun voor­ouders kwamen – zo bleek uit het DNA – uit het (Griekse) oostelijke Middellandse Zeegebied (vier) het Midden-Oosten (vier) of Europa (één).

In de late keizertijd, als Rome minder belangrijk wordt en het oostelijke deel van het Rijk bestuurd wordt vanuit Constantinopel, verdwijnt de oostelijke invloed weer uit de genomen van de inwoners. De Griekse invloed blijft het langst ­hangen: een derde van de 24 paleogenomen tussen 300 en 700 vertoont nog een oostelijke mediterrane signatuur, maar de Syrische Midden-Oostensignatuur is al weg.

Bijna 70% van de stoffelijke resten heeft dan weer een Europese signatuur, vergelijkbaar met de pre-keizertijd, maar met grotere invloed uit Noord- en Centraal-Europa. De onderzoekers vermoeden dat de militaire campagnes van en bezettingen door de Centraal-Europese Visigoten en Vandalen in het vijfde- en zesde-eeuwse Italië hun genetische sporen hebben achtergelaten. Ook is er invloed van de Germaanse Longobarden die toen Rome bestuurden.

Keats-Shelley House van 8 december tot 23 januari gesloten

3 december 2019

Het museum en de bibliotheek van het Keats-Shelley House vlakbij de Spaanse Trappen in Rome sluit van 8 december tot en met 23 februari 2020 de deuren voor een restauratie. De geschenkwinkel en de tentoonstellingsruimte op de eerste verdieping van het Keats-Shelley House blijven wel open tijdens de werken. Ook de tijdelijke tentoonstelling John Keats en Virginia Woolf: from Hampstead to Rome met tekeningen van Roberto Einaudi blijft toegankelijk voor bezoekers.

De restauratie betreft de historische plafonds met de bloemmotieven in de kamer waar John Keats de laatste veertien weken en twee dagen van zijn korte leven doorbracht. Deze geschilderde bloemen, madeliefjes op een blauw plafond, waren één van de laatste dingen die Keats zag. Hij schreef zijn laatste brieven terwijl hij vanuit zijn ziekbed naar de bloemen staarde. 

De restauratie van de plafonds is één van de eerste grote projecten die verband houden met de nakende viering ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag van de dood van John Keats en Percy Bysshe Shelley, die twee eeuwen geleden binnen de achttien maanden na elkaar stierven in Italië. Over de evenementen rond Keats-Shelley 200 lees je later meer.

John Keats (1795-1821) wordt beschouwd als één van de grootste Engelse dichters. Hij stierf op 25-jarige leeftijd, vier jaar na de publicatie van zijn eerste dichtbundel Poems by John Keats uit 1817. Zijn melodieuze sonnetten en odes en de mysterieuze ballade La belle dame sans merci (1820) vonden al tijdens zijn leven veel weerklank.

Ook Percy Bysshe Shelley (1792-1822) wordt samen met Keats beschouwd als één van de belangrijkste Britse dichters. En net als Keats stierf ook Shelley op jonge leeftijd in Italië, vlak voor zijn dertigste verjaardag.

In maart brachten we in vijf afleveringen het verhaal van Keats en Shelley in Rome en Italië en kwam je meer te weten over het Keats-Shelley House.

Je kan die vijf verhalen hier lezen.

www.keats-shelley-house.org

Openbaar vervoer Rome krijgt hulp van Milaan en Turijn

2 december 2019

Het Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti (MIT) heeft de stedelijke vervoersbedrijven van Milaan en Turijn gevraagd om de Romeinse vervoersmaatschappij ATAC op technisch vlak bij te staan. Het gaat niet goed met het Agenzia per i Trasporti Autoferrotranviari del Comune di Roma, dat niet alleen kampt met een schuld van anderhalf miljard euro maar zich ook moet behelpen met verouderd en defect rollend materieel.

Ook de metrolijnen A en B kampen voortdurend met problemen. Het metrostation Barberini is al maanden gesloten. Andere stations krijgen te maken met andere ongemakken of moeten regelmatig sluiten wegens technische problemen. Zo werken de roltrappen in sommige stations niet meer of sijpelt water binnen.

De oproep van het Ministerie van Transport  tot de vervoersbedrijven van Milaan en Turijn komt er vooral om de veiligheid op de A- en B-lijn te garanderen. De vervoersmaatschappijen van Turijn en Milaan behoren tot de meest gekwalificeerde transportbedrijven van Italië en kunnen professioneel technisch advies op hoog niveau geven.

Er zal nu per decreet zal nu een speciale werkgroep worden opgericht om de technici en spoorwegveiligheidsmanagers van de drie grootstedelijke vervoersbedrijven bij te staan. De toezichthouders van de metro’s van Milaan en Turijn zullen in Rome komen uitleggen hoe ze ook met beperkte middelen efficiënt kunnen werken en de veiligheid kunnen garanderen. Voor de reizigers ongetwijfeld een geruststelling, maar voor de hoofdstad van het land zonder meer een blamage.

Wandelen langs 14 obelisken in Rome

1 december 2019

In Rome staat het grootste aantal antieke obelisken ter wereld. Er zijn er vandaag dertien te spotten uit de oudheid waarvan acht Egyptische uit de tijd van de farao’s en vijf Romeinse die in Rome door de keizers werden nagebouwd. Deze werden soms bedekt met hiërogliefen om ze er echt te doen uitzien, hoewel ze fouten bevatten.

Na de val van het Romeinse Rijk raakten de meeste obelisken bedolven onder het puin en werden ze pas eeuwen later opnieuw ontdekt en door pausen opgesteld om pleinen en fonteinen te versieren. In de 19de, 20ste en 21ste eeuw werden nog vijf moderne exemplaren opgetrokken als decoratie voor een tuin, plein of ter ere van een persoon.

Op deze kaart staan alle achttien obelisken in Rome aangeduid waarvan tijdens deze wandeling er veertien worden bezocht (dertien antieke en één kopie).

We starten deze wandeling aan metrohalte Flaminio naast de Porta del Popolo. Wandel onder de poort door naar de Piazza del Popolo.

De Egyptische obelisk Flaminio dateert uit de dertiende eeuw v. Chr. uit de tijd van farao Seti I en werd voltooid onder farao Ramses II. De obelisk stond in Heliopolis voor de tempel van de zonnegod Ra, is 23,7 m hoog en is opgetrokken uit rood graniet. Keizer Augustus bracht hem naar Rome en plaatste hem op de spina van het Circus Maximus. De voet met inscriptie uit die tijd is nog aanwezig.

De obelisk brak in drie stukken en werd gerestaureerd door paus Sixtus V en in 1589 op de piazza geplaatst, gewijd aan het Heilig Kruis. Pas in 1823 werd de fontein met de vier Egyptische waterspuwende leeuwen toegevoegd door Giuseppe Valadier.

Neem in de hoek aan de zijkant van de kerk de trap naar boven tot je uitkomt op het Terrazza del Pincio vanwaar je een prachtig panoramisch zicht hebt op Rome. Met je rug naar de stad vind je op je rechterkant een klein rond plein: Piazza Bucarest.

De Romeinse obelisk Pinciano werd gemaakt voor keizer Hadrianus om zijn geliefde Antinoüs te eren. Deze Griekse jongeling vergezelde de keizer op zijn reizen maar verdronk in verdachte omstandigheden in de Nijl.

De keizer liet gek van verdriet een stad bouwen ter ere van zijn geliefde en verklaarde hem goddelijk. Overal werden tempels met zijn beeltenis gebouwd, zo ook in het paleis in Tivoli waar deze obelisk oorspronkelijk stond.

Later gebruikten de keizers Caracalla en Heliogabalus de obelisk om de spina van hun Circus Varianus te decoreren dat zich ten noorden van de basiliek Santa Croce in Gerusalemme bevond.

In 1589 werd hij in drie stukken opgegraven en gerestaureerd. In 1633 werd hij verplaatst naar de tuin van het palazzo Barberini zonder hem op te trekken. Nadien verhuisde hij naar het Vaticaan. Pas in 1822 plaatste Giuseppe Valadier de obelisk hier in opdracht van paus Pius VII.

Neem de Viale Adamo Mieckievicz en vervolg je weg langs de Viale della Trinità dei Monti. Aan je linkerkant passeer je de Villa Medici. Tijdens de openingsuren kun je de tuinen bezoeken.

De obelisk in de tuin is een kopie van een Egyptische obelisk die vandaag te vinden is in de Giardino di Boboli in Firenze. Het origineel is 6,34 m hoog en gebouwd voor farao Ramses II. Hij stond in Heliopolis ter ere van de god Atum en werd naar Rome gebracht door keizer Domitianus die hem plaatste in de tempel van Isis.

In de zestiende eeuw werd hij door kardinaal Ferdinando de’ Medici gekocht en hier in de tuin geplaatst. In 1788 besloot de toenmalige groothertog dat alle belangrijke kunstwerken naar Firenze moesten worden gebracht waaronder ook de obelisk. In de negentiende eeuw werd de tuin heraangelegd naar origineel plan en een kopie toegevoegd van de verdwenen obelisk.

Vervolg je weg tot aan de Spaanse Trappen. Vóór de kerk Trinità dei Monti staat eveneens een obelisk.

De Romeinse obelisk Sallustiano (13,91 m) stond oorspronkelijk in de Horti Sallustiani, een tuin aangelegd in de eerste eeuw v. C. door de Romeinse schrijver Sallustius. Het domein kwam in handen van keizer Tiberius en bleef keizerlijk gebied tot de val van het Rijk. De tuin werd versierd met een tempel voor Venus en deze obelisk.

In de zeventiende eeuw werd het domein gekocht door kardinaal Ludovisi die een nieuw park liet aanleggen en tal van antieke resten liet opgraven waaronder de befaamde Stervende Galliër (Musei Capitolini).

Een paviljoen uit de tuin is al wat nog rest (buurt thermen van Diocletianus). De obelisk kwam in 1738 in handen van paus Clemens XII die hem naar de Lateranen bracht maar niet liet optrekken. Paus Pius VI liet de obelisk dan in 1788 naar hier verhuizen.

Neem de Via Sistina en daal af tot op Piazza Barberini. Neem rechtdoor de Via delle Quattro Fontane tot de kruising met de Via del Quirinale. Op dit punt met de vier fonteinen kun je in de verte drie obelisken aanschouwen, het enige punt in de wereld waar dit mogelijk is!

Sla linksaf de Via Venti Settembre tot aan Piazza di San Bernardo. Sla rechtsaf de Via Vittorio Emanuele Orlando tot aan Piazza della Repubblica. In de Giardini Einaudi staat een alweer een obelisk.

De Egyptische obelisk Dogali uit de tijd van farao Ramses II stond in Heliopolis en werd naar Rome gebracht door keizer Domitianus om de tempel van Isis te decoreren.

Hij werd ontdekt in 1833 in de buurt van de basiliek Santa Maria sopra Minerva en opgetrokken aan station Termini om de Slag om Dogali in Eritrea te gedenken, vandaar de 500 namen van gesneuvelden op de voet. In 1925 werd hij verplaatst naar deze plek in de buurt van de thermen van Diocletianus.

Sla rechtsaf de Via del Viminale in en stap dan meteen linksaf de Via Torino in tot aan Piazza dell’Esquilino.

De Romeinse obelisk Esquiline staat aan de achterkant van de basiliek Santa Maria Maggiore en meet 14,75 m. Hij is vervaardigd ten tijde van keizer Domitianus en later aan de ingang van het mausoleum van keizer Augustus (vlakbij de Ara Pacis) geplaatst.

De obelisk maakte deel uit van een duo samen met de obelisk Quirinale. Hij werd in 1527 herontdekt en door paus Sixtus V hier geplaatst als perspectiefpunt vanuit de Via Sistina (Trinità dei Monti).

Wandel om de basiliek heen en neem de Via Merulana tot aan de basiliek San Giovanni in Laterano. Aan de zijkant van de basiliek vind je de oudste obelisk in Rome.

De Egyptische obelisk Lateranense meet 32,18 m en is zo de grootste van alle obelisken in Rome (en in de wereld). Hij is gemaakt uit rood graniet in de vijftiende eeuw v. Chr. door farao Thoetmosis III en opgericht door zijn kleinzoon Thoetmosis IV. Hij stond voor de tempel van Amon in Thebe. Het gevaarte weegt 455 ton.

Keizer Constantijn liet de obelisk overbrengen naar Alexandrië met als doel hem in Constantinopel te krijgen. Dit lukte niet en keizer Constantijn II bracht de obelisk naar Rome en plaatste hem op de spina van het Circus Maximus.

Na de val van het Rijk raakte ook deze obelisk beschadigd en brak hij in drie stukken. In 1588 werd hij heropgericht op deze plaats door paus Sixtus V op de plek waar eerder het ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius stond.

Neem de Via dell’Amba Aradam tot aan Piazza di Porta Metronia. Sla rechtsaf de Via della Navicella. Naast de kerk Santa Maria in Domnica alla Navicella vind je het toegangsportaal van de Villa Celimontana.

In dit park vind je de kleinste antieke obelisk in Rome, hij dateert uit de tijd van farao Ramses II en was ooit de enige Egyptische obelisk in privébezit. De obelisk Matteiano meet slechts 2,68 m maar dat komt omdat het maar een fragment is. Hij decoreerde de tempel van Isis op Campo Marzio.

Tijdens de middeleeuwen werd hij opgericht aan de zijingang van de basiliek Santa Maria in Aracoeli (Campidoglio) maar in 1582 weggeschonken door de stad aan de familie Mattei die hem in hun tuin plaatste.

Volgens de legende is er een hand van een bouwvakker onder de steen terechtgekomen tijdens de plaatsing. Een andere legende beweert dan weer dat de as van keizer Augustus zich bevindt in de gouden bol bovenop de obelisk. Onderzoek kon dit weerleggen.

Steek het park door tot aan een kleiner portaal dat uitkomt op de Clivo di Scauro. Sla linksaf tot op Piazza di Porta Capena. Neem de Via di San Gregorio richting Colosseum. Sla daar links af de Via dei Fori Imperiali in. Halverwege, ter hoogte van Largo Corrado Ricci, sla je rechtsaf en meteen linksaf de Via Tor de’ Conti in. Verderop wandel je, steeds rechtdoor, de Salita del Grillo in. Verderop rechtdoor stap je de Via Ventiquattro Maggioin tot aan Piazza del Quirinale.

De Romeinse obelisk Quirinale maakt deel uit van de imposante Fontana dei Dioscuri en meet 14,63 m. Hij is gemaakt ten tijde van keizer Domitianus en later aan de ingang van het mausoleum van keizer Augustus (naast de Ara Pacis) geplaatst.

De obelisk maakte zoals verteld deel uit van een duo samen met de obelisk Esquiline. Hij werd ontdekt in 1772 tijdens de sloop van het ziekenhuis San Rocco in Ripetta. Hij werd in 1786 hier opgetrokken door paus Pius VI.

Neem nu de Via della Dataria en sla linksaf de Via dell’Umiltà in tot aan de Via del Corso. Sla rechtsaf en wandel tot aan Piazza Colonna. Sla linksaf tot Piazza di Monte Citorio.

De Egyptische obelisk Solare meet 21,79 m, werd gemaakt uit rode graniet door farao Psammetichus II en stond oorspronkelijk in Heliopolis. Hij werd naar Rome gebracht door keizer Augustus die hem gebruikte als gnomon voor zijn zonnewijzer. De obelisk was zo geplaatst dat op 9 oktober (de feestdag van Apollo) de zonnestralen de Via Flaminia en de Ara Pacis verbonden.

Paus Sixtus V vond fragmenten van de gebroken obelisk en probeerde hem tevergeefs te herstellen. In 1789 liet paus Pius VI de obelisk heroprichten op deze plek. In 1998 werd een nieuwe zonnewijzer aangelegd op de keien van het plein maar jammer genoeg werkt de obelisk niet meer als gnomon en is het eerder een verre herinnering.

Neem de Via in Aquiro tot Piazza Capranica. Wandel hier de Via degli Orfani in tot op Piazza della Rotonda.

De Egyptische obelisk Macuteo meet 6,34 m, dateert uit de tijd van farao Ramses II en werd door keizer Domitianus naar Rome gebracht om de tempel van Isis te decoreren.

Hij werd herontdekt in 1373 op Piazza di San Macuto hier amper 200 m vandaan. In 1711 werd hij door paus Clemens XI naar hier verplaatst als bekroning van de fontein voor het Pantheon.

Aan de achterzijde van het Pantheon op Piazza della Minerva vind je een andere obelisk. De Egyptische obelisk Minerveo meet 5,47 m, dateert uit de tijd van farao Apries en werd door keizer Domitianus naar Rome gebracht om de tempel van Isis te decoreren.

Hij werd herontdekt in 1665 bij het klooster van de basiliek Santa Maria sopra Minerva. In 1667 werd de obelisk voor paus Alexander VII voor deze kerk geplaatst door Bernini die een schattige olifant ontwierp als voetstuk.

Keer terug naar Piazza della Rotonda en neem de Via Giustiniani en de Via del Salvatore tot op Piazza Navona.

De Romeinse obelisk Agonale is 16,53 m hoog en werd vervaardigd door keizer Domitianus die hem plaatste in zijn villa in de buurt van Albano Laziale. In 311 verhuisde keizer Maxentius de obelisk om hem op de spina te plaatsen van zijn stadion gelegen langs de Via Appia Antica.

In 1651 verplaatste paus Innocentius X de obelisk naar hier om de Fontana dei Quattro Fiumi te bekronen, een ontwerp van Bernini. De bankier G. Torlonia, de latere eigenaar van het circus en de villa van Maxentius, vond nog wat fragmenten van de obelisk die hij schonk aan Lodewijk I van Beieren.

Neem de Via della Cucagna en wandel rechtsaf de Corso Vittorio Emanuele II in. Steek de Tiber over en wandel linksaf de Via della Conciliazione in tot aan Piazza San Pietro, voor de Sint-Pietersbasiliek.

De Egyptische obelisk Vaticano meet 25,5 m, is gemaakt uit rood graniet en dateert waarschijnlijk uit de tijd van farao Amenemhat II. Hij stond eerst in Heliopolis, werd verplaatst naar Alexandrië en in 40 door keizer Caligula naar Rome verhuisd om de spina van het circus van Nero te sieren.

Na de val van het Rijk verviel het circus maar de obelisk bleef overeind. Tijdens de middeleeuwen bleef hij staan tussen de graven van een necropolis en later werd de eerste (nu verdwenen) Sint-Pietersbasiliek er net naast gebouwd.

Paus Sixtus V liet de obelisk verplaatsen in 1586 naar zijn huidige positie om beter uit te komen ten opzichte van de nieuwe basiliek. Volgens de legende bevat het bronzen kruis bovenin een deeltje van het kruis waaraan Jezus is gestorven.

Meer wandelen in Rome? Kijk op Romewandeling.be waar je 27 volledig uitgewerkte wandelingen in Rome kan terugvinden.

Obeliskenwandeling praktisch

Startpunt: metrohalte Flaminio
Eindpunt: Piazza San Pietro (Vaticano)
Afstand: 12 km
Duur: 1 dag

Dit was een bijdrage van
clublid BART TORDEURS

Het klooster van Trinità dei Monti

30 november 2019

De voorbije twee dagen brachten we door in de Trinità dei Monti, een kerk die, ook al heb je ze nooit bezocht, bij vele Romebezoekers erg bekend is omdat ze als het ware deel uitmaakt van het decor van de Spaanse Trappen. Ook het interieur van deze kerk bevat heel wat interessante kunstwerken. Voor wie in het centrum van Rome een verborgen pareltje wil ontdekken en daarbij intrigerende fresco’s en een bijzondere meridiaan wil zien, is een bezoek aan het klooster van Trinità dei Monti zeker een aanrader. Dit is het derde en laatste deel van een minireeksje over de Trinità dei Monti.

De kerk en het klooster werden in 1494 gesticht door de Franse koning Karel VIII, uit dankbaarheid voor de hulp die zijn doodzieke vader Lodewijk XI had gekregen van Francesco da Paola, Franciscus van Paula.

Toen de koning op zijn sterfbed lag in Plessis-lès-Tours vroeg hij aan de paus om Francesco da Paola naar hem toe te sturen om hem te genezen. Francesco kon de koning echter niet redden en in 1483 stierf Lodewijk XI in zijn armen. Zijn zoon en opvolger, Karel VIII, had een grote bewondering voor de heilige en bouwde overal kloosters ter ere van hem, ook in Rome.

Zoals zijn naam al aanduidt, was Francesco afkomstig van het plaatsje Paola in Calabrië, waar hij werd geboren in 1416. Hij werd 91 jaar oud en stierf in Plessis in Frankrijk in 1507. Al in 1512 verklaarde paus Julius II hem heilig. Francesco da Paola stichtte een kloostergemeenschap, de Ordo Minimorum, de Miniemen.

Het klooster van Trinità dei Monti werd gebouwd als huisvesting voor de Franse Miniemen. De bouw van de kerk en het klooster duurde precies een eeuw, maar de werken lagen zowat 60 jaar stil ten gevolge van de Sacco di Roma in 1527, de plundering van de stad door de landsknechten van keizer Karel. Exact een eeuw na de eerste steenlegging, in 1594, werd het heiligdom ingewijd.

Na een lang verblijf door de Miniemen, en vervolgens door andere religieuze ordes, kreeg het klooster in 2016 nieuwe bewoners. Volgens een akkoord tussen de Heilige Stoel en de Franse staat wordt het gebouw toevertrouwd aan de internationale Gemeenschap Emmanuel. Vandaag wonen er vijf priesters, vier zusters en twee families van de Gemeenschap.

De grote binnenplaats is langs de vier zijden omgeven door een mooie kloostergang. In deze gang zien we fraai gerestaureerde lunetten met scènes uit het leven van Francesco da Paola. Boven de lunetten in de medaillons zijn de Franse koningen afgebeeld (van de eerste tot aan Lodewijk XIV), en onder elke lunet staat een Latijnse tekst.

We gaan het gebouw binnen naar de rijk gedecoreerde refter. De wanden en het plafond van de vroegere eetzaal zijn volledig beschilderd met heerlijke scènes door een eminent kenner van het trompe-l’oeil, Andrea Pozzo, die zich onder meer ook mocht uitleven in de Sant’Ignazio, de kerk waar we eveneens een fantastische plafondschildering van zijn hand kunnen bewonderen.

De schilder ontwierp hier een compleet fictieve ruimte met ‘100’ zuilen: door optische illusies lijken de vier wanden van de refter open ruimtes te zijn, we zien een gewelf dat er geen is, zuilen waar er in werkelijkheid geen zijn. Als je op het punt staat in de zaal waar de perspectieflijnen samenkomen, op ongeveer 1,60 m hoogte, zijn de echte zuilen niet te onderscheiden van de geschilderde.

Assistenten van Andrea Pozzo gaven vorm aan de personages. We zien de Glorie van de Drievuldigheid met de heiligen Francesco, Paulus en Franciscus van Sales. En de voorstelling, niet ongebruikelijk in een refter, van de bruiloft van Kana.

In de gangen rond de binnenplaats op de eerste verdieping ontdekken we twee schitterende voorbeelden van anamorfe kunst. Het zijn twee muurschilderingen gemaakt door de Franse Miniemen Padre Emmanuel Maignan (1601-1676) en zijn leerling Padre Jean François Nicéron (1613-1646).

Een anamorfose is een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. De anamorfe schilderingen in het klooster laten telkens twee verschillende voorstellingen zien, afhankelijk van de hoek van waaruit je ze bekijkt.

Padre Emmanuel Maignan was behalve theoloog ook kenner van het perspectief, wetenschapper en wiskundige. De muurschildering die hij maakte is ongeveer 16 m lang en stelt ogenschijnlijk een landschap voor met daarin een zeilbootje en twee figuren.

Men heeft er Francesco da Paola en een medebroeder in herkend die op miraculeuze wijze de Straat van Messina oversteken. De legende vertelt inderdaad dat Francesco op zijn mantel de zeestraat zou zijn overgezeild, nadat een visser hem de overtocht had geweigerd.

Als we echter naar het begin of het einde van de gang stappen en van daaruit naar het fresco kijken, dan verandert het tafereel van gedaante: we zien nu geen landschap meer, maar de biddende Francesco groot afgebeeld in gebed onder de takken van een olijfboom.

In de tegenoverliggende gang schilderde een andere kenner van het perspectief, Padre Jean François Nicéron, het tafereel van Johannes de Evangelist die de Apocalyps schrijft op het eiland Patmos. Deze schildering werd pas een tiental jaren geleden zichtbaar.
Om de ruimte te steriliseren tijdens een cholera-epidemie tijdens de Franse bezetting van Rome, had men het fresco met vele lagen kalk overschilderd en zo raakte de voorstelling twee eeuwen lang in de vergetelheid. Tijdens restauratiewerken in 2009 werd de schildering herontdekt, maar ze is duidelijk in minder goede staat dan die van Emmanuel Maignan.

Het fresco is ongeveer 20 m lang en beslaat de hele lengte van de muur. Kijken we vanaf het begin of het einde van de gang, dan zien we de figuur van Johannes de Evangelist die bezig is met het schrijven van de Apocalyps. Als we vlak voor de schildering staan in het midden van de gang zien we enkel het landschap van het eiland Patmos. Bij het blootleggen van het fresco werden een Griekse inscriptie ontdekt en de afbeelding van een uiltje, symbool van wijsheid.

In de zuidelijke gang ontdekken we een derde verbluffend fresco: een catoptrische meridiaan, zoals we er al één zagen in Palazzo Spada. De auteur van beide meridianen is Padre Emmanuel Maignan. Het fresco beslaat de muur en het plafond over de hele lengte van de gang.

In het midden van de gang in de vensterbank zit een klein spiegeltje dat het zonlicht weerkaatst op de muren en het gewelf. Valt de zonnestraal op zwarte Arabische cijfers langs de zwarte lijnen, dan lees je het Romeinse uur af, dat een uur voorop loopt ten opzichte van de meridiaan van Greenwich.

Valt het licht op een Romeins cijfer langs de groene lijnen, dan weet je hoeveel uur nog te gaan tot zonsopgang. Verder onderscheiden we nog rode lijnen, de twaalf tekens van de dierenriem, en de naam van een aantal steden, gaande van Mexico, de Salomoneilanden tot Goa. Ook voor al deze exotische plaatsen kan je op de meridiaan het lokale uur aflezen.

Het is mogelijk om een rondleiding door het klooster van Trinità dei Monti mee te maken. De bezoeken gebeuren in het Italiaans en vinden enkel plaats op de tweede en vierde woensdag van de maand (om 17 uur) en op zaterdag om 9.30 uur en 11 uur. Een bezoek kost 12 euro (jongeren tot 12 jaar gratis, studenten, jongeren en priesters betalen 6 euro).

Reserveren is verplicht via:
secretariat.tdm@emmanuelco.org.

Praktische informatie

Dit was een bijdrage van
clublid ANN DE LATTER

Het interieur van de Trinità dei Monti

29 november 2019

Het interieur van de mooie Trinità dei Monti  wordt in twee gedeeld door een gesloten ijzeren hekken. Het plan met een enkel schip en communicerende kapellen herinnert vaag aan dat van de gotische kerken uit het zuiden van Frankrijk. De eerste kapel links herbergt een gipsen model van een piëta door Wilhelm Achtermann (1799-1884), een geschenk van de kunstenaar. Het origineel stond in de Dom van Munster maar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield.

In de tweede kapel links (Cappella Bonfil) is één van de bekendste fresco’s van Rome te zien, een ‘Kruisafneming’ uit 1541, het ingrijpend gerestaureerde meesterwerk van Daniele da Volterra (1509-1566). Het ontwerp is wellicht van Michelangelo (1475-1564) wiens beste leerling da Volterra was.

Oorspronkelijk was het zeker een uitzonderlijk werk (400 x 280 cm), maar bij de overbrenging op doek en daarna op leder, raakte het zwaar beschadigd en heeft het aan kleur ingeboet. Toeschouwers merken wel met welk talent da Volterra de ruimte beheerst waarin het bleke lichaam van Christus centraal staat. De invloed (of misschien zelfs de hand) van Michelangelo is duidelijk merkbaar in de sterk gespierde lichamen.

Daniele da Volterra was zoals zijn artiestennaam het al aangeeft, inderdaad afkomstig uit Volterra, zijn echte naam was Ricciarelli. Bij zijn aankomst in Rome in 1536 werd hij medewerker van Rafaël, maar na een oplopende ruzie tussen beide in de Farnesina, veranderde da Volterra van kamp.

Hij raakte bevriend met Michelangelo die hem opdrachten bezorgde en hem met schetsen hielp. Bij de dood van Michelangelo stond da Volterra aan zijn sterfbed en maakte het bronzen dodenmasker dat we vandaag in Casa Buonarroti in Firenze kunnen zien.

Ellendig is dat Daniele da Volterra bij het grote publiek vooral herinnerd wordt als de man die kort voor zijn dood in opdracht van paus Pius IV de’ Medici (1559-1565) de naakten op Michelangelo’s Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel zedig moest aankleden. Hij werd door zijn tijdgenoten daarom smadelijk ‘il Bragghettone’ genoemd, de broekenmaker. Een spotnaam die deze belangrijke kunstenaar zeker niet verdiende.

De Kruisafneming in de Trinità dei Monti is geïnspireerd op een werk van Rosso Fiorentino (1495-1540) dat zich in het museum van… Volterra bevindt. In Rome bracht da Volterra wel veel persoonlijke toetsen aan. Het schilderij in de Trinità was in de tijd van zijn ontstaan al zeer beroemd. Talloze kunstenaars hebben op deze plek gestaan om het werk in detail te bestuderen.

Nicolas Poussin (1594-1665) die naast de Trinità dei Monti woonde, noemde de Kruisafneming het derde mooiste schilderij ooit in de wereld. Domenichino kopieerde het (nu te zien in Newcastle upon Tyre) en Rubens heeft dit werk zeker in gedachten gehad voor zijn Kruisafneming in de kathedraal van Antwerpen.

Napoleon gaf de opdracht het werk naar Parijs over te brengen, maar de mannen die de klus moesten klaren konden het transport onder valse voorwendsels net zolang uitstellen tot Napoleon ten val kwam, waardoor het doek in Rome bleef.

Er recht tegenover in de tweede kapel rechts, hangt een portret van Francesco di Paola dat geschilderd werd op planken afkomstig van het bed van de heilige. Het werd uitgevoerd door een zuster van de Sacré-Coeur. Francesco was afkomstig uit het Italiaanse Calabrië.

Hij had zo’n reputatie dat de zwaar zieke Franse koning Lodewijk XI (1461-1483) hem bij zich ontbood. Franciscus wees de stervende vorst brutaalweg op zijn fouten, de koning kwam tot inkeer en stierf vredig in Franciscus’ armen. Franciscus van Paola werd in 1512 heilig verklaard door paus Julius II.

Vóór het hekken bevat de derde kapel rechts, de cappella Lucrezia della Rovere, een zeer mooie maar gehavende ‘Hemelvaart van Maria’ uit 1548-1550, eveneens een werk van Daniele da Volterra. Het schilderij heeft een ongewone, krachtige compositie en dramatische kleuren. De figuur rechts in het rood is het portret van Michelangelo. Let op het mooie effect van de ‘zuilen’ links en rechts. Het cirkelende ontwerp met gesticulerende figuren en dansende engelen heeft veel gemeen met de sierlijke stijl van Rafaël.

Op de linker zijwand van de kapel zien we de ‘Moord op de Onschuldige Kinderen’ door Michele Alberti (actief in de periode 1535-1568) die ook een leerling was van Michelangelo en de meest nabije medewerker van da Volterra. Rechts zien we de ‘Voorstelling in de tempel’, alweer een werk van da Volterra. In de zesde kapel rechts (laatste) vinden we een cyclus met een ‘Ascensione’ uit de school van Perugino (1517).

Het gewelf van het transept, het oudste deel van het gebouw, is versierd met ‘nervures en résille’ (netgewelf, latticework), kenmerkend voor de laat-gotiek. Het linker transept is belangrijk, het bevat een ‘Hemelvaart’ (kant apsis) met enkele Romeinse monumenten zoals de zuil van Trajanus, en de ‘Dood van Maria’ (kant ingang) door Taddeo Zuccari (1529-1566).

Taddeo mag niet verward worden met zijn broer Federico (1540-1609) die na de vroege dood van Taddeo diens studio overnam en onder meer de Sala Regia in het Vaticaan schilderde. Op een bepaald ogenblik behoorde Federico Zuccari tot de beroemdste schilders van Europa. Taddeo werd in het Pantheon naast Rafaël begraven.

Recente opgravingen links van de kerk (niet zichtbaar) hebben de resten blootgelegd van een groot kromlijnig nymfaeum dat tijdens het bewind van keizer Claudius (41-54) door de uit Gallië afkomstige politicus Valerius Asiaticus (5 v. Chr. – 47 na Chr.). Eén van zijn voorouders had het Romeinse staatsburgerschap gekregen van Gaius Valerius Flaccus die toen gouverneur was van Gallia Transalpina en ook diens naam.

Valerius Asiaticus kwam op jonge leeftijd in Rome terecht en raakte goed bevriend met de leden van de Julisch-Claudische dynastie. Zo kwam hij vaak op bezoek in het huis van Antonia minor, de moeder van keizer Claudius. Asiaticus trouwde met Lollia Saturnia wiens zus zou trouwen met Caligula. In het jaar 35 wordt Valerius Asiaticus door keizer Tiberius benoemd tot consul suffectus, waarmee hij de eerste Galliër werd die deze positie bekleedde.

Valerius Asiaticus begon Caligula te haten nadat de keizer de vrouw van Asiaticus als zijn minnares koos. Asiaticus wordt dan ook beschouwd als één van de samenzweerders die achter de moord op de keizer zaten. Hierop deed Asiaticus zelf een poging om de macht te grijpen, maar dit mislukte. Toch streed hij aan de zijde van Claudius tijdens de Romeinse verovering van Britannia in 43. Drie jaar later werd hij consul ordinarius.

Caligula’s opvolger Claudius had onder zware druk van de Senaat alle officiële besluiten van zijn voorganger ongeldig laten verklaren, geschriften over zijn regering laten vernietigen, standbeelden laten verwoesten en munten met de beeltenis van Caligula aan het geldverkeer laten onttrekken. Tot een echte damnatio memoriae van Caligula lijkt het niet gekomen te zijn, wellicht omdat Claudius uiteindelijk de oom was van Caligula.

Valerius Asiaticus had in de loop van de jaren veel rijkdom vergaard en was onder meer ook eigenaar geworden van de befaamde Tuinen van Lucullus. Een jaar na zijn consulaat werd hij aangeklaagd wegens overspel door Publius Suillius Rufus. Die had daartoe opdracht gekregen van Messalina, de derde vrouw van keizer Claudius. Zij wilde namelijk de tuinen als haar eigendom inpalmen. Onder druk gezet veroordeelde de keizer Valerius Asiaticus tot de dood. Die wachtte niet op zijn terechtstelling, maar pleegde zelfmoord door zijn aderen door te snijden.