Centrum van Rome wordt een grote bloementuin

6 mei 2022

In Rome begint vandaag de eerste editie van Orticola di Roma. Dit nieuwe culturele evenement combineert tuinbouw, natuur, kunst en duurzame mobiliteit en zal onder meer een deel van het stadscentrum omtoveren tot een grote bloementuin.

Tickets kunnen worden gekocht via de onderstaande website. Orticola vindt plaats op vrijdag 6, zaterdag 7 en zondag 8 mei. Ook voor liefhebbers van archeologie is er iets bijzonders te beleven.

Het evenement wil inwoners en toeristen de kans bieden om zich onder te dompelen in de bonte wereld van bloemen en planten. De belangrijkste locaties worden Villa Borghese en de Via dei Condotti, de straat die de Via del Corso met Piazza di Spagna en de Spaanse Trappen verbindt. Bij de organisatie van Orticola di Roma worden talrijke bloemenkwekers, plantenproducenten en bedrijven betrokken.

Binnen het Orticola-circuit worden bloemenpaden aangelegd. De musea in de Villa Borghese zullen bepaalde kunstwerken met een botanische achtergrond in de kijker zetten. In de Galleria Borghese, de Galleria Nazionale di Arte Moderna en het Museo di Villa Medici, zijn speciale botanische rondleidingen te volgen, of werden bloemenroutes uitgestippeld.

In de Via dei Condotti werden al vanaf 2 mei originele en kleurrijke bloembakken opgesteld. Op Piazza di Spagna komen bloemenportalen. Met grote bloemenzuilen die bij de ingang van de Via dei Condotti worden geplaatst, wordt het wandelcircuit van de traditionele azelea’s op de Spaanse Trappen verlengd. De fraaie bloemen sieren elke lente de monumentale trappen.
orticola (4)
In de Viale delle Magnolie in het Villa Borghese-park, komt een botanische markt, waar gespecialiseerde exposanten een stand krijgen. Exotische bloembollen, fascinerende cactussen, exotische en zelfs vleesetende planten, Japanse sierbloemen en orchideeën: je vindt het er allemaal.

Je zal er ook verse bloemen en originele composities vinden, bloemen om als geschenk te geven, maar ook bloemen die geschikt zijn voor het decoreren van huizen en tuinen.

Een gedeelte van de stands wordt ingenomen door ambachtslieden en hobbyisten die zich voor hun werk laten inspireren door bloemen en planten.

We denken dan bijvoorbeeld aan stoffen met botanische prints, sjaals in bamboevezel, sieraden, lampen, enz. Er is ook aandacht voor botanische publicaties en het Italiaanse botanische erfgoed. Een infostand informeert bezoekers over het belang van bossen voor het evenwicht van het ecosysteem.

Op vijf verschillende locaties binnen het Orticola-circuit in de stad worden stands opgesteld waar je duurzame biologische voeding en drankjes kan proeven.

Tot het circuit behoren de volgende straten en pleinen: Via del Babuino, Via Bocca di Leone, Via Borgognona, Via dei Condotti, Via Fontanella Borghese, Largo Goldoni, Piazza San Lorenzo in Lucina, Piazza di Spagna en Piazza della Trinità dei Monti.

orticola (2)

Het programma biedt niet alleen bloemen en planten, er is ook iets interessants te beleven voor liefhebbers van archeologie. Zo biedt de Fondo per l’Ambiente Italiano (FAI) de kans om een bezoek te brengen aan ondergronds Rome. Reserveringen kunnen gebeuren op de stand van de FAI op de botanische markt, die dus staat opgesteld op de Viale delle Magnolie.

Onder Villa Medici, vlakbij de botanische markt, stroomt het oude Aqua Virgo-aquaduct dat water levert aan verschillende belangrijke fonteinen in Rome, waaronder de Trevi en de Barcaccia.

Op 7 en 8 mei zullen gidsen van de FAI klaarstaan om vanaf de botanische markt de geïnteresseerde gasten van Orticola te begeleiden bij de afdaling naar het oude aquaduct dat zich vandaag ondergronds bevindt.

Dat gebeurt via een vijftiende-eeuwse wenteltrap die je via 117 treden ruim 25 m diep brengt, tot in een duistere tunnel. De ervaring is niet aan te raden aan mensen die last hebben van claustrofobie. Onderaan deze trap, bekend als La Chiocciola del Pincio, stroomt al 2040 jaar zuiver, koud bronwater: de Aqua Virgo.

Het aquaduct bereikt de stad nabij de huidige Muro Torto. Vanaf de voet van de Pincio werd het water in de oudheid de laatste 2 km getransporteerd over arcaden. Doordat het straatniveau doorheen de eeuwen hoger is komen te liggen, liggen ook die arcaden nu bijna volledig ondergronds.

Het laatste stuk van het aquaduct liep langsheen de huidige Via del Tritone, de Via del Nazareno en de Trevifontein. Ter hoogte van Palazzo Sciarra stak het de Via Flaminia (nu Via del Corso) over, en langs de Via del Seminario bereikte hij het eindpunt nabij het Pantheon. Vandaar liep het water via ondergrondse leidingen tot aan de Thermen van Agrippa.

https://orticoladiroma.it

Planetarium van Rome na acht jaar weer open voor bezoekers

5 mei 2022

Even de oudheid of de barokkunst in Rome afwisselen met iets heel anders? Vanaf nu kan je opnieuw terecht in het Planetarium dat na acht jaar gesloten geweest te zijn, op 22 april opnieuw de deuren opende.

Het Planetario van Rome werd volledig gemoderniseerd en uitgerust met gloednieuwe geavanceerde technologie en digitale snufjes die bezoekers van alle leeftijden een fascinerende, leerrijke en meeslepende ervaring moeten bieden.

Dankzij de nieuwe apparatuur kunnen bezoekers de wonderen van het universum op een unieke manier ontdekken. Om informatie en kennis te verspreiden zal het vernieuwde Planetarium van Rome bijzondere astronomische shows aanbieden, waarbij wetenschap, kennis en realiteit primeren, maar die de bezoeker tegelijk op een verbluffende manier zullen onderdompelen in de wondere wereld van de kosmos.

planetarium (7)

Het Planetario is ondergebracht in het gebouw van het Museo della Civiltà Romana (het Museum van de Romeinse Beschaving) in de EUR-wijk. Het complex ging acht jaar geleden dicht voor het uitvoeren van grootschalige renovatie- en veiligheidswerken.

Het hart en het pronkstuk van het Planetarium is het technisch systeem met gloednieuwe digitale projectoren. De oude optische projector is vervangen door de hightech Sky Explorer die 4K-videoresolutie biedt, waardoor het oppervlak van planeten met extreem realisme kan worden gereconstrueerd.

De vorige projector kon enkel beelden tonen via één digitaal kanaal en werd nog bestuurd door Windows 95. De filmprojectoren waarmee het Planetarium nu is uitgerust, zijn zo krachtig dat ze bijvoorbeeld in een ongelooflijke resolutie en in een zeer hoog contrast details van de maan of de planeet Mars kunnen tonen. Ook beelden van afgelegen plekken uit het heelal, van verre sterrenstelsels en nevels, kunnen zeer scherp worden geprojecteerd.

planetarium (4)

De voorstelling die je te zien krijgt duurt 45 minuten. Al dat beeld- en filmmateriaal kan dankzij een nieuwe databank in realtime worden bijgewerkt. Het systeem kan een grote hoeveelheid gegevens analyseren, desgewenst archiveren en kan op basis van actueel astronomisch nieuws zelf updates uitvoeren zodat alle wetenschappelijke ontdekkingen die te maken hebben met de planeten uit ons zonnestelsel of het universum op de voet kunnen worden gevolgd.

De software maakt het ook mogelijk om te communiceren met de internationale astronomische gemeenschap en andere planetaria door het delen van onderzoeksresultaten en studies. Dat kan in de nabije toekomst zelfs live, via de cloud. Je ‘praat’ als het ware met projecties.

Het systeem is daardoor ook bruikbaar voor het presenteren van shows, het organiseren van lezingen met personen die elders verblijven of de creatie van unieke vertelmethodes.

Tijdens de Wereldexpo in Milaan in 2015 kregen bezoekers in sommige paviljoenen al een voorsmaakje van deze technologie te zien, die nu in Rome als één van de eerste plekken in Italië in de praktijk wordt toegepast.

Er werd niet alleen gewerkt aan het interieur van het Planetarium, ook het gebouw zelf werd opgeknapt. Meer bepaald werden het atrium met de externe voorhal en de trappen opgefrist. De buitenvloeren en de daken werden hersteld.

Het Planetarium bestaat uit een ruimte van ongeveer 300 m² en is overdekt door een grote koepel die werd vervaardigd door het Franse bedrijf Denis. Ook de koepel is helemaal schoongemaakt. Hij heeft een doorsnede van 14 m en fungeert als projectiescherm.

planetarium (11)

Bezoekers kunnen plaatsnemen in één van de 98 comfortabele zetels die in concentrische rijen zijn gemonteerd. Deze cirkelvormige opsteliing bleef behouden om de meeslepende ervaring van de ‘astronomische reis’ te verhogen en om een klassiek bioscoopeffect te vermijden.

Twintig jaar geleden werd in het stadscentrum het historische Planetarium van Rome, dat zich sinds 1928 bevond in een (vermoedelijk) frigidarium dat deel uitmaakte van de Thermen van Diocletianus, gesloten voor het publiek. Het opschrift ‘Planetario‘ staat vandaag nog altijd op de gevel vermeld.

In die tijd was dit het grootste planetarium van Italië (sommigen zeggen zelfs van Europa) en als attractie erg geliefd bij zowel Romeinen als toeristen.

planetarium (6)

Nadat Rome de hoofdstad van Italië werd en er nieuwe ministeries in de buurt kwamen, werd een nieuwe weg aangelegd, de Via Cernaia, die het gebouw letterlijk afsneed van de rest van de voormalige thermen van Diocletianus.

Toen het gebouw in 1983 voor het publiek werd gesloten, verloor Rome één van de weinige bronnen van wetenschappelijke cultuur die toen in de stad aanwezig waren. Dit gebrek werd jarenlang aangeklaagd door de media, door burgers en door de grote groep Romeinse amateur-astronomen.

De verhuizing van het Planetarium naar de EUR zorgde tijdelijk voor een ommekeer. De omgeving en het museumgebouw waarin het werd gehuisvest, waren echter allesbehalve nieuw en eigenlijk was het hele complex ook op dat moment al lang aan renovatie toe. Acht jaar geleden ging het Planetarium effectief dicht voor langdurige werkzaamheden. Die zijn nu dus achter de rug.

planetarium (1)

In hetzelfde gebouw bevindt zich zoals verteld dus ook het Museo della Civiltà Romana, het Museum van de Romeinse Beschaving. Aan dat gedeelte van het complex wordt nog steeds gewerkt en het museum is dus nog niet open.

Onder meer de kamer met de bekende maquette die archeoloog Italo Gismondi maakte van het oude Rome zoals dat eruitzag in de periode van keizer Constantijn, wordt nog gerestaureerd. Alleen daarvoor werd 1,1 miljoen euro uitgetrokken.

In totaal zal 18 miljoen euro worden besteed aan de restauratie en herontwikkeling van het Museo della Civiltà Romana en de enorme collectie die het herbergt. De bedoeling is in de toekomst opnieuw een mooie vaste tentoonstelling te creëren en de bezoekers een meeslepende en leerrijke ervaring doorheen de Romeinse geschiedenis te bieden.

Het complex waarin het Planetarium en het Museum van de Romeinse Beschaving is gevestigd, werd ontworpen door de architecten Aschieri, Bernardini, Pascoletti en Peressutti.

Zij waren de winnaars van één van de vele architectuurwedstrijden die werden uitgeschreven voor de realisatie van de belangrijkste gebouwen voor de Wereldtentoonstelling van Rome in 1942. Een Wereldexpo die door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nooit plaatsvond.

Architect Pietro Aschieri, geïnspireerd door een scenografisch classicisme, pakte uit met de creatie van een majestueuze en enigszins hoogdravende structuur waarin hij zijn ideeën helemaal kon uitleven. Het architecturale complex is verdeeld in twee massieve, symmetrisch uitstekende parallelle gebouwen.

planetarium (8)

Een portiek met travertijnkolommen begrenst het plein en fungeert tevens als een scenografische achtergrond voor het plein dat door de structuren zelf wordt gecreëerd en omschreven.

In het midden van het voorschip, aan de zijde van het plein, bevinden zich twee monumentale ingangen , elk voorafgegaan door een smalle en verzonken gang, eveneens geflankeerd door statige travertijnkolommen.

Het statische karakter van de externe ruimte staat in contrast met de duidelijke dynamiek van de interne ruimte, die wordt benadrukt door de onregelmatige opeenvolging van kamers van verschillende structuur en grootte.

Bekijk hier een promofilmpje over het Planetario van Rome

Planetario e Museo Astronomico
Piazza Giovanni Agnelli 10, Rome

www.planetarioroma.it

planetario_affiche

De virtuozen van het Pantheon

4 mei 2022

De voorbije dagen kon je nog eens (opnieuw) kennismaken met het Pantheon, zonder meer één van de best bewaarde gebouwen uit de oudheid die je in Rome aantreft.

Gisteren eindigden we onze nieuwsbrief door te vertellen dat je vandaag iets meer te weten zou komen over het best bewaarde geheim van het Pantheon. Het is inderdaad amper bekend wat zich achter de kleine linkerdeur met het opmerkelijke opschrift precies bevindt. Dat blijkt een bijzondere en uitgebreide verzameling kunstwerken te zijn.

Boven de deur staat: ‘Insigna artistica congregazione de virtuose al Pantheon’. Deze ‘groepering van virtuozen’ werd in 1542 gesticht onder de naam Congregazione di San Giuseppe di Terrasanta, op initiatief van de cisterciënzer monnik Desiderio d’Adiutorio (1481-1546).

De vereniging werd op 15 oktober 1543 erkend door paus Paulus III. Het is de oudste nog bestaande nationale artistieke vereniging.

De leden werden virtuozen genoemd, waarbij ‘virtuoso’ in dit geval deugdzaam betekende, omdat ze in ‘de glorie van het geloof’ de kunst beoefenden. In hun door lelies en rozen omkranste ronde insigne zijn een passer, penselen en beitels afgebeeld, de symbolen voor bouw-, schilder- en beeldhouwkunst.

Daaromheen staat de tekst ‘Florent in Domo Domini’, ze bloeien in het huis van de Heer. Vanaf het einde van de zestiende eeuw tot halfweg de achttiende eeuw, organiseerde de broederschap elk jaar op 19 maart, de feestdag van hun beschermheilige Sint-Jozef, tentoonstellingen in de voorhal van het Pantheon.

Wellicht zonder het zelf te beseffen, sloten de virtuozen daarmee opnieuw aan bij een veel oudere traditie. Ook Agrippa zou kunsttentoonstellingen hebben georganiseerd in de porticus van de tempel.

Bij de eerste bekende leden van het genootschap hoorden onder meer Taddeo Zuccari, Giacomo Barozzi da Vignola, Beccafumi en Antonio da Sangallo de Jonge.

Later volgden nog talrijke andere kunstenaars en architecten, zoals Pietro da Cortona, Rainaldi, Algardi, Borromini, Maderno, Lanfranco, Preti, Velasquez, Juvarra, Vanvitelli, Bernini, Carracci, Algardi, Vignola, Poussin, Valadier, Canova, enz. De ledenlijst van het genootschap leest als een ‘Wie is wie’ van het artistieke Rome.

In 1837 werd in opdracht van paus Gregorius XVI (1831-1846) een nieuw onderdeel aan de statuten van de vereniging toegevoegd. Daarin werd bepaald dat de pauselijke staat jaarlijks een som geld zou vrijmaken die als prijs moest dienen voor een wedstrijd die voortaan tussen de kunstenaars zou worden georganiseerd.

Het ging op een flink bedrag dat zowat het jaarinkomen van een kunstenaar benaderde. De motivatie om deel te nemen aan deze competitie was dus groot.

Deze ‘congregazione’ werd in 1928 door paus Pius XI (1922-1939) omgevormd tot Pauselijke Academie en is vandaag actief onder de lange naam ‘Pontificia Insigne Accademia di Belle Arti e Lettere dei Virtuosi al Pantheon’.

De vereniging staat tegenwoordig ook open voor cineasten, schrijvers en musici en heeft haar zetel in een onopvallend gebouw aan de Via della Conciliazione 5.

De Accademia dei Virtuosi al Pantheon is één van de zeven Academies van het Vaticaan die worden gecoördineerd door de Pauselijke Raad voor Cultuur.

In tegenstelling tot vroegere eeuwen kunnen de virtuozen vandaag ook uit alle landen afkomstig zijn, maar ze moeten uiteraard bekendheid hebben verworven in de uitoefening van hun kunst. Gewone leden (Accademici Virtuosi Ordinari) worden aangesteld door de paus.

De Accademici Virtuosi Ordinari zijn met vijftig in aantal. Op tachtigjarige leeftijd worden ze emeritus (Accademici Virtuosi ad honorem). Ze zijn onderverdeeld in vijf klassen: architecten, schilders en filmmakers, beeldhouwers, geleerden of kenners van disciplines die betrekking hebben op de kunsten en musici, dichters en schrijvers.

Ook de voorzitter wordt benoemd door de paus en blijft vijf jaar in functie. Die termijn kan eventueel worden verlengd. De voorzitter is ook lid van de coördinatieraad tussen de verschillende pauselijke academies. De huidige voorzitter is de architect Pio Baldi.

Veek minder bekend is dat het genootschap ook beschikt over een enorme collectie kunstwerken die in de voorbije eeuwen werden verzameld. Zowat alle leden uit het verleden hebben eraan bijgedragen. De kunstenaars schonken als dank voor hun lidmaatschap graag een schilderij of beeldhouwwerk aan de vereniging.

virtuozen_pantheon (2)

Het gaat om kleine en grote meesterwerken die nauwelijks of helemaal niet bekend zijn bij het publiek. De verzameling is volkomen uniek, niet alleen omwille van de vanzelfsprekende waarde, maar de werken vormen ook een historisch en artistiek tijdsbeeld van de voorbije eeuwen.

De vrijheid van elk lid van de congregatie om vrijwillig kunstwerken te schenken of er speciaal voor de Accademia eentje te creëren, heeft gezorgd voor een bijzonder heterogeen samengesteld assortiment van artistieke werken.

Bij de onderwerpen van de werken die tussen de negentiende en de twintigste eeuw zijn gemaakt, bevinden zich voornamelijk portretten en zelfportretten.

Deze laatste groep vormt meteen het meest samenhangende deel van de collectie, ook kwalitatief gezien. Het gaat om zowel schilderijen als bustes van marmer en gips, die vaak het uiterlijk van de kunstenaars zelf of van relevante karakters uit die tijd uitbeelden.

Een heleboel andere kunstwerken werden geïnspireerd door de klassieke mythologie, de geschiedenis van de katholieke kerk en de heilige geschriften.

virtuozen_pantheon (3)

De kunstwerken bevinden zich op twee locaties. Het grootste deel, voornamelijk bestaande uit schilderijen, tekeningen en sculpturen uit de zestiende tot de twintigste eeuw, wordt bewaard in het Pantheon.

De meest recente schenkingen zijn opgeslagen in het gebouw van de virtuozen aan de Via della Conciliazione 5, waar ook de bibliotheek en het archief van het genootschap zijn gevestigd.

Het stenen embleem en de artistieke symbolen van de Virtuosi, dat zich op de toegangsdeur onder de portiek van het Pantheon bevindt, werd vervaardigd door de beeldhouwer Oskar Sosnowski.

Die deur leidt naar het zoldergedeelte van het Pantheon waar de verzameling is opgeslagen. Veel bevindt zich in speciale bewaardozen, maar een heleboel werken zijn ook tegen de muren gehangen of worden getoond in een min of meer museale zij het nogal slordige opstelling, waarbij plaatsgebrek ongetwijfeld een rol speelt.

Sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw is de collectie bovendien alsmaar sneller gegroeid omdat de inzendingen van de jaarlijkse wedstrijden, ook deze van wie geen laureaat werd, vanaf dan ook werden bewaard en systematisch deel gingen uitmaken van de verzameling.

virtuozen_pantheon (11)

Ook de Biblioteca dei Virtuosi is doorheen de eeuwen fors aangegroeid dankzij schenkingen door wetenschappers en vrienden van de kunstenaars.

Het bibliotheekgedeelte telt een aanzienlijke hoeveelheid zeldzame en oude boeken uit de periode van de zestiende eeuw tot op heden. Vandaag telt de verzameling ongeveer 4.500 volumes.

Naast oude boeken bevinden zich in de opslagplaats ook catalogi van tentoonstellingen, handleidingen en monografieën over kunstgeschiedenis, kunstkritiek, archeologie, architectuur, literaire en poëtische essays en encyclopedieën.

Het archief bevat tevens documentatie over de geschiedenis van de Virtuozen, de notulen van de maandelijkse bijeenkomsten die de Virtuozen hielden om te beraadslagen over hun activiteiten die vooral gericht waren op allerlei vrome praktijken, documenten met betrekking tot schenkingen en nalatenschappen voor liefdadigheidsdoeleinden, oude statuten, enz.

Sinds 2000 zijn de notulenboeken systematisch bestudeerd en vertaald in het huidige Italiaans, beginnend van het stichtingsjaar 1543 tot 1877, een maand voor de dood van paus Pius IX. Dat werk werd gedrukt in vijf delen door uitgever Mario Congedo.

Het Archivio dei Virtuosi al Pantheon bevond zich oorspronkelijk in een kast die in de muur was ingebouwd bij het altaar van het oratorium, de voormalige zetel van de Accademia in het Pantheon.

Met de toename van de volumes werd het overgebracht naar een speciale kamer op de zolder van het Pantheon. Om de raadpleging te vergemakkelijken, werd het in 2010 nogmaals verhuisd, ditmaal naar het operationele hoofdkantoor van het San Pio X-gebouw aan de Via della Conciliazione 5.

Gebruikers die geïnteresseerd zijn in het raadplegen van het archief (in de Via della Conciliazione dus, niet in het Pantheon) kunnen er toegang toe krijgen door een afspraak te maken via e-mail.

Pontificia Insigne Accademia
delle Belle Arti e Lettere
dei Virtuosi al Pantheon

Via della Conciliazione 5, Rome
+39 06 698 822 92
segreteria@accademiavirtuosi.it
www.accademiavirtuosi.it

Had je ook graag alle foto’s gezien die dit nieuwsbericht illustreren?

Jammer, maar de volledige toegang tot onze nieuwsberichten is voorbehouden aan clubleden van S.P.Q.R. Die konden deze beelden reeds eerder bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Help deze site reclamevrij houden en sluit je aan als lid van onze vereniging van Romevrienden (en -vriendinnen natuurlijk!).

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link

Waarom het Pantheon zo goed bewaard bleef

3 mei 2022

Waarom is het Pantheon zo goed bewaard gebleven en zijn de andere gebouwen uit de oudheid grotendeels verdwenen? Dat is een vraag die we regelmatig krijgen.

Het Pantheon werd van de ondergang gered door paus Bonifacius IV (608-615) die de tempel in 608 als geschenk kreeg van de Byzantijnse keizer Phocas (602-610). Op 13 mei 609 wijdde de paus het Pantheon als de kerk Santa Maria ad Martyres. De Romeinse tempel werd vanaf dan officieel een kerk en bleef zo tot vandaag bewaard.

Op 23 mei 609 werden vanuit de catacomben 28 wagens met beenderen van martelaren naar het Pantheon gebracht. Dat moet een behoorlijk luguber spektakel geweest zijn. De paus besliste ook dat voortaan op die dag, 23 mei dus, het feest zou gevierd worden van Allerheiligen. In 835 verplaatste paus Gregorius IV (827-844) dat feest naar 1 november.

Toch is het Pantheon niet ongeschonden door de eeuwen heen geraakt. Na zijn twaalf dagen durend bezoek aan Rome in 668 nam de Byzantijnse keizer Constans II (641-668) de bronzen dakpannen mee om er de monumenten in Constantinopel mee te versieren, al zou het transport onderweg in handen gevallen zijn van de Saracenen.

In 684 werd het Pantheon door paus Benedictus II (684-685) hersteld en in 735 liet paus Gregorius III (731-741) nieuwe loden dakpannen plaatsen. Maar tegelijk liet hij ook de bronzen rozetten uit het cassettenplafond weghalen. Ten tijde van Anastasius IV (1153-1154) werd links tegen de porticus van het Pantheon een kapittelhuis gebouwd, waarbij drie zuilen van de voorhal werden verwijderd.

Ook aan de rechterzijde van het Pantheon werden huizen aangebouwd, maar zonder dat daarbij zuilen verwijderd werden. In opdracht van de kanunniken werd er in 1270 midden op het dak van de portiek een romaanse klokkentoren gebouwd. Enkele oude gravures evenals een inscriptie rechts naast de hoofdingang getuigen nog van deze toevoeging.

Pas tijdens de zeventiende eeuw liet paus Urbanus VIII (1623-1644) deze klokkentoren verwijderen om er onder leiding van Bernini op de hoeken van de voorgevel twee nieuwe op te richten.

Het straatniveau van het plein was intussen opmerkelijk gestegen, in die mate dat gedurende eeuwen een dalende trap nodig was om toegang te krijgen tot het gebouw. Tussen de zuilen werden zelfs muren gebouwd die een scheiding vormden tussen het lagere niveau van de porticus en het veel hoger gelegen straatniveau.

pantheon_buitenzijde

In 1435 werd de Santa Maria ad Martyres door paus Eugenius IV (1431-1447) van een aantal aanliggende gebouwen vrijgemaakt. In 1525 verordende paus Clemens VII (1524-1535) dat de laatste gebouwen die nog tegen het Pantheon aanleunden, moesten verdwijnen.

Het Pantheon werd eindelijk de bron van zo’n grote bewondering dat elke Romeinse senator bij zijn ambtsaanvaarding plechtig moest beloven de ‘Maria Rotonda’ intact te bewaren, net zoals de relieken en heilige schatten van de stad.

In 1632, de tempel is dan 1500 jaar oud, en zowat duizend jaar na de eerste bronsverwijdering, gaf paus Urbanus VIII Barberini (1623-1644) opdracht om het bronzen plafondbeslag van de portiek weg te halen, een hoeveelheid metaal die wordt geschat op 200 ton. Het ging om de bronzen platen die de balken bedekten, maar ook de nagels werden meegenomen. Eén spijker woog ongeveer 20 kilo.

Er wordt vaak verteld dat het materiaal moest dienen voor het baldakijn dat Bernini boven de crypte van de Sint Pietersbasiliek plaatste. Dat blijkt echter niet te kloppen. Bernini zou het brons uit het Pantheon nooit gebruikt hebben omdat hij twijfels had over de degelijkheid van de legering.

Wel zou het brons gebruikt zijn om wapens te smeden en vooral om nieuwe kanonnen voor de Engelenburcht te gieten. Het Vaticaan liet daarvoor zelfs twee nieuwe bronsgieterijen inrichten.

Het weghalen van het brons inspireerde het sprekende beeld Pasquino tot zijn bekende epigram: ‘Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini’, wat de barbaren niet deden, deden de Barberini.

Een deeltje van het weggehaalde brons keerde veel later wellicht terug naar het Pantheon, want in 1878 werden twee kanonnen van de Engelenburcht omgesmolten tot ornamenten voor het grafmonument van Vittorio Emanuele II, de eerste koning van het verenigde Italië die in het Pantheon begraven werd.

In hetzelfde jaar 1632 toen het brons werd weggehaald, werd de gevel van het Pantheon door Bernini ‘versierd’ met de twee reeds vermelde kleine torens.

Het ‘sprekende beeld’ Pasquino had het toen over ‘de ezelsoren van Bernini’, niet omdat ze zo lelijk waren, maar omdat ze werden gebouwd in opdracht van de weinig populaire Urbanus VIII. Omdat deze paus zoveel belastingen hief, werd hij ‘Papa gabella’ (de accijnspaus) genoemd.

Bernini was dan wel een gevierde beeldhouwer, met het bouwen van torens had hij minder geluk. Niet alleen werd de toren die hij tegen de gevel van de Sint-Pieter had gebouwd weer afgebroken wegens instortingsgevaar, ook de twee torentjes van het Pantheon werden verwijderd, zij het pas in 1883.

De opvolger van paus Urbanus VIII was Alexander VII Chigi (1644-1655) die belangrijke werken aan en rond het Pantheon liet uitvoeren. Zo werd het straatniveau van het plein voor het Pantheon aanzienlijk verlaagd om aan te sluiten bij de porticus, maar niet aan de trappen die ervoor lagen, want die bevinden zich nog steeds onder de huidige bestrating.

pantheonkoepel

De zuilen die aan de linkerzijde van de portiek ontbraken, werden vervangen door drie zuilen in roze graniet. Eén zuil werd ontleend aan de villa van Domitianus in Castelgandolfo, de twee overige kwamen van de naast het Pantheon gelegen en nu verdwenen thermen van Nero.

Ondertussen dreven marktkramers hun handel op het plein en in de portiek van het Pantheon bouwden de pluimveehandelaars hun stalletjes, waarvan de afdaken rustten op stevige balken die in de zuilen werden geslagen. De sporen daarvan zijn nog steeds zichtbaar.

Er waren verordeningen van verschillende pausen nodig om de marktkramers te verdrijven. Het was wachten tot de komst van Clemens IX (1667-1669) die in 1668 definitief een einde maakte aan de handelspraktijken door de portiek af te sluiten met een smeedijzeren hekwerk zodat de marktkramers deze ruimte niet meer konden innemen. Die afsluiting werd, net zoals de torentjes, weer verwijderd in 1883.

Tijdens het neo-c1assicisme werd onder Benedictus XIV (1740-1758) binnen het Pantheon de attiek, de brede band tussen de zuilen en de koepel, gewijzigd. Tijdens de negentiende eeuw liet Pius VII (1800-1823) de loden dakbedekking vernieuwen en aan de zijkanten van het Pantheon een sleuf graven, zodat het oorspronkelijke straatniveau en daardoor de werkelijke hoogte van het gebouw duidelijk werd.

Belangrijke restauratiewerken werden uitgevoerd door Pius IX (1846-1878). In 1859 liet hij de vloer in het Pantheon restaureren met oog voor het origineel.

Het oorspronke1ijke patroon werd nauwgezet nagevolgd, en exact dezelfde marmersoorten werden gebruikt zoals porfier uit Egypte, pavonazzetto uit Klein-Azië, giallo antico uit Numidië (het huidige Algerije en Zuid-Tunesië) en graniet.

Net als de Santa Maria degli Angeli werd het Pantheon in 1870 staatseigendom en zo uiteindelijk ook de begraafplaats van de eerste twee koningen van het verenigde Italië, Vittorio Emanuele II en Umberto I.

Gebouwd op de resten van de tempel van Agrippa, behoorde het Pantheon van Hadrianus oorspronkelijk tot een gesloten porticus, een door zuilen omsloten ruimte. De buitenkant van de tempel was bekleed met zandsteen en stucwerk, de koepel was bedekt met vergulde bronzen platen. De fries behoorde oorspronkelijk tot de tempel van Agrippa, en werd door Hadrianus herbruikt.

Op de fries lezen we boven de zuilen: ‘M[arcus] A[grippa] L[ucii] F[ilius] Co[n]S[ul] Tertium Fecit’ of ‘Marcus Agrippa, zoon van Lucius, bouwde het tijdens zijn derde consulaat’, dus in 27 v. Chr. Deze letters zijn niet de originele uit de Oudheid, ze werden tijdens de negentiende eeuw aangebracht, gebruikmakend van de originele openingen waarin het opschrift was vastgeklonken, zodat men de oorspronkelijke tekst kon reconstrueren.

Daaronder, nauwelijks zichtbaar op de middelste band tussen de letters en de Korinthische kapitelen, staat een andere tekst die de restauratie in 202 door de keizers Septimus Severus (193-211) en Caracalla (211-217) in herinnering brengt, ‘Pantheum vetustate corruptum cum omni cultu restituerunt’ – ze herstelden zorgvuldig het Pantheon dat door zijn ouderdom in slechte toestand was geraakt.

Het timpaan was oorspronkelijk versierd met een groot bronzen bas-reliëf, wellicht een adelaar met gespreide vleugels te midden van een krans van eikenbladeren. De in drie lagen verdeelde tamboer van de cella draagt een uitwendig vrij vlakke koepel.

Let op de kleine vensters in het bovenste deel die zichtbaar zijn aan de zijkanten van het gebouw, ze verlichten de inwendige omgang tussen de binnenkoepel en de tamboer. Een reeds vermelde trap van vijf treden, die men pas in 1874 ontdekte, bevond zich vóór de tempel en strekte zich uit over de hele breedte, uiterst links en rechts is hij nog zichtbaar.

In de 33 m brede en 13 m diepe porticus die het voorportaal vormt, staan zestien antieke Korinthische zuilen. Het zijn monolieten van roodachtig en grijs graniet met een hoogte van 14 m en een omtrek van 4,5 m, ze wegen elk zowat 60 ton. Niet oorspronkelijk zijn zoals eerder vermeld de drie zuilen langs de linkerzijkant van de portiek. Eén zuil werd geplaatst door Urbanus VIII, de twee andere door Alexander VII.

Bovenaan zien we, eruit stekend op de kapitelen aan de linkerstraatkant, het embleem van beide pausen, de bijen van de Barberini op de hoekpilaar en de ster met heuveltjes van de Chigi op beide anderen. De rechterzijkant van de porticus is iets beter bewaard gebleven.

Door de plaatsing van de zuilen vormen zich binnen de porticus drie beuken waarvan de middelste naar de ingang van de tempel leidt. De twee andere leiden naar twee nissen waar vroeger kolossale beelden van Augustus en Agrippa stonden. Het dakgebinte van de dakstoel was met bronzen platen beslagen; het zijn deze die in 1632 weggehaald werden.

De 7 m hoge, 36 cm dikke met brons beklede houten poorten zijn oorspronkelijk, maar ze werden vaak gerestaureerd. Enkele bronnen beweren echter dat de poorten in 1563 in opdracht van paus Pius IV (1559-1565) vervangen werden.

In een reisverslag van uitgever Mariano Vasi (1744-1822, de zoon van de bekende graveur Giuseppe Vasi) uit 1791, wordt beweerd dat de originele deurpanelen reeds in 455 werden gestolen werden door de wrede vandalenkoning Genserik.

Had je ook graag alle foto’s gezien die dit nieuwsbericht illustreren?

Jammer, maar de volledige toegang tot onze nieuwsberichten is voorbehouden aan clubleden van S.P.Q.R. Die konden deze beelden reeds eerder bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Help deze site reclamevrij houden en sluit je aan als lid van onze vereniging van Romevrienden (en -vriendinnen natuurlijk!).

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link

Een terugblik naar het Pantheon in de oudheid

2 mei 2022

Het is alweer een tijd geleden dat we nog eens een stukje publiceerden over het Pantheon. Dat gebouw behoort in Rome tot de populairste en drukst bezochte monumenten uit de oudheid.

Het is bijna ondenkbaar dat je de stad bezoekt zonder een kijkje te nemen in dit prachtige gebouw dat behoorlijk goed bewaard bleef omdat het werd getransformeerd tot kerk. De meeste bezoekers staan vandaag echter niet meer stil bij de plek die het Pantheon destijds opeiste in het stadsbeeld.

Aan de oostkant van het Marsveld, tussen het Pantheon en de huidige Via del Corso, legde Julius Caesar de Saepta aan, oorspronkelijk een plein,dat buiten de Republikeinse stadsmuur lag en waar de Romeinse burgers onder meer samenkwamen om te stemmen in de comitia centuriata.

Julius Caesar gaf in 54 v. Chr. opdracht om het plein te herbouwen met een marmeren vloer en liet het omringen door een grote porticus. Tijdens de grote brand op het Marsveld in het jaar 80 ging de Saepta Julia verloren, maar het werd vrijwel direct weer herbouwd door keizer Domitianus. Een nieuwe restauratie volgde onder keizer Hadrianus.

De Saepta Julia was 310 m lang en 120 m breed. In het zuiden grensde de Saepta aan het Diribitorium waar de stemmen werden geteld, en in het oosten en westen aan de porticus van Meleager (Porticus Meleagri) en de porticus van de Argonauten (Porticus Argonautarum).

De bekende archeoloog en maquettebouwer Italo Gismondi (1887-1974) zag de omgeving van het Pantheon zoals hieronder afgebeeld.

Omstreeks 43 v. Chr. werden ten oosten van de Saepta twee Egyptische tempels gebouwd die aan Isis en Serapis waren gewijd. Agrippa, de latere schoonzoon van Augustus, bouwde het Pantheon en van 25 tot 19 v. Chr. ook de eerste openbare thermen van Rome, de thermen van Agrippa.

Kort daarna verrezen de thermen van Nero, net naast de huidige Piazza della Rotonda. Keizer Domitianus liet binnen de omsluiting van de Saepta een tempel voor Minerva oprichten en een porticus ter ere van de goddelijk verklaarde Flavii.

Onder de Antonijnen verrees op het Marsveld nog de tempel van Hadrianus. De laatste keizer van de Severi, Alexander Severus, herbouwde de thermen van Nero.

Kijkend richting Pantheon, vormen de huizen rechts van de Piazza della Rotonda, ruwweg de oostelijke zijmuur van de verdwenen thermen van Nero.

Deze thermen waren zoals verteld de eerste baden die werden gebouwd na deze van Agrippa. Ze waren merkelijk groter en hadden bij de bevolking een enorm succes. De dichter Martialis (40-104) schreef ‘Wat was er erger dan Nero? Maar wat was er beter dan de thermen van Nero?’.

Minder gelukkig was de filosoof Seneca (4-65) die net tegenover het complex woonde. In een brief aan zijn vriend Lucilius klaagt hij over het oorverdovende lawaai. ‘Ik verdraag het niet meer. Door die drukte heb ik spijt oren te hebben’.

pantheon

De architect van Nero bracht enkele veranderingen aan in het ontwerp van de thermen van Agrippa, waardoor het frigidarium zich in het midden aan de noordkant bevond en het tepidarium met lauw bad tussen het frigidarium en het caldarium.

Er was een overdekt gymnasium, de oudste permanente sportruimte in Rome. Van deze thermen is alles verdwenen, behalve twee zuilen die door paus Alexander VII gebruikt werden om de linkerzijde van de porticus van het Pantheon te herstellen (zie hierna).

De eerste tempel (zonder koepel) op deze plaats werd in 27 v. Chr. gebouwd door Marcus Vipsanius Agrippa (62-12), de belangrijkste militaire raadsman en veldheer van Augustus.

Agrippa versloeg Sextus Pompeius en voerde in 31 v. Chr. het bevel bij de slag bij Actium die een einde maakte aan de ambities van Marcus Antonius en Cleopatra, zodat Augustus de alleenheerschappij kreeg.

Na de dood van Marcellus dwong Augustus zijn enige dochter Julia te huwen met de veel oudere Agrippa. Augustus volgde daarmee de raad van Maecenas die hem zou gezegd hebben dat Agrippa te machtig was geworden. ‘Hij moet je schoonzoon worden, ofwel uit de weg geruimd’.

Toen de senaat Agrippa opnieuw op veldtocht wilde sturen, was deze daar niet bijzonder happig op en vroeg enkele dagen bedenktijd.

Tijdens de derde nacht verscheen hem in een droom Cybele, de oermoeder en godin van de vruchtbaarheid die hem beval offers te brengen aan de zeegod Neptunus.

Ze beloofde dat ze samen met Neptunus Agrippa zou bijstaan tijdens zijn veldtocht op voorwaarde dat hij een tempel zou bouwen zoals ze hem in zijn droom toonde.

Nadat hij Perzië had overwonnen, hield Agrippa woord. Hij bouwde tussen 27 v. Chr., het Romeinse jaar 726, en 25 v. Chr. een tempel in travertijn die hij aanvankelijk wilde toewijden aan Augustus, sinds 27 v. Chr. de nieuwe naam van Octavianus, maar wegens diens weigering werd het nieuwe gebouw opgedragen aan de belangrijkste goden van het Julisch-Claudische huis, namelijk Mars, Venus en de goddelijke Caesar.

De keuze om de tempel precies op deze plek op te richten was niet toevallig. Volgens Livius (59 v. Chr. -17 na Chr.) werd hij gebouwd daar waar Romulus, de stichter van de stad, tijdens een onweer door een wolk gegrepen werd en voor altijd verdween om opgenomen te worden onder de goden.

De door Agrippa gebouwde tempel die naar het zuiden gericht was, werd na de brand van 80 na Chr. door Domitianus (81-96) gerestaureerd. In 110 werd het gebouw echter getroffen door de bliksem, waarbij het volledig vernield werd.

Andere bronnen beweren echter dat het gebouw instortte omdat de funderingen het begaven. Wat we wel zeker weten is dat de toenmalige tempel helemaal werd vernield.

De in 76 na Chr. bij Sevilla geboren Hadrianus (117-138) bouwde op dezelfde plaats een volledig nieuwe tempel die hij de naam Pantheon gaf. Het Griekse woord ‘pantheion’ betekent ‘alle goden’ zodat het gebouw een polytheïstische roeping had.

De Grieks-Romeinse senator Lucius Cassius Dio (155 – na 229) schreef tijdens de derde eeuw: ‘misschien heeft de tempel die naam omdat er beelden van veel goden staan, onder andere van Mars en Venus, maar volgens mij komt het omdat het Pantheon door zijn koepel op de hemel lijkt’.

De koepel speelde inderdaad een essentiële rol, hij vormde een ode aan de hemel, de oculus of opening bovenaan symboliseerde de zon en het ‘alziende’ in de hemel. Het heelal had voor de Romeinen in tegenstelling tot de Grieken geen astronomische betekenis maar wel een religieuze.

Bij Plato (427-347 v. Chr.) wiens theorieën ten tijde van Hadrianus veel succes kenden, lezen we over ‘een gat in het hemelgewelf’ het volgende:

‘Het gelukzalige godenras beweegt zich aan de hemel langs prachtige banen waar allerlei schitterende dingen te zien zijn. Iedere god verricht zijn eigen taak en daarbij mag telkens ieder mee die dat wil en kan, want voor afgunst is in de kosmische reidans geen plaats. Wanneer ze naar een feestelijk diner gaan, rijden ze steil omhoog naar de top van het hemelgewelf. (…)

De onsterfelijken rijden, wanneer ze de top van het gewelf hebben bereikt, naar buiten en stellen zich op de rug van de hemel op. Zij draaien dan in de omwenteling mee en bezichtigen alles wat buiten de hemel is. Het gebied boven het hemelgewelf is nog door geen dichter van hier bezongen en niemand zal het ooit naar behoren bezingen’.

Deze tekst zou misschien aan de basis kunnen liggen voor het ontwerp van deze koepel met de mysterieuze oculus.

Dat Hadrianus de bouwheer was van het Pantheon, en niet de op het architraaf vermelde Agrippa, werd pas in 1892 bewezen door de Franse onderzoeker Georges Chedanne. Die ontdekte op de gebruikte bakstenen stempels uit de regeerperiode van Hadrianus.

Het gebouw, dat door Hadrianus zelf ontworpen zou zijn, combineerde de ronde vorm van de oudste hutten van Rome, zoals ook de Vesta-tempel op het Forum Romanum, met elementen van de Griekse tempelbouw zoals de door een fronton bekroonde porticus.

In tegenstelling tot alle andere Romeinse tempels waar het exterieur het belangrijkste element van het gebouw was ten koste van de kleine cella die slechts toegankelijk was voor enkele ingewijden, werd hier de cella het brandpunt van het gebouw.

Had je ook graag alle foto’s, luchtbeelden en schema’s gezien die dit nieuwsbericht illustreren?

Jammer, maar de volledige toegang tot onze nieuwsberichten is voorbehouden aan clubleden van S.P.Q.R. Die konden deze beelden reeds eerder bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Help deze site reclamevrij houden en sluit je aan als lid van onze vereniging van Romevrienden (en -vriendinnen natuurlijk!).

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link

Drone van toerist stort neer op dak van Palazzo Venezia

1 mei 2022

De toerist die in het stadshart van Rome de controle over zijn drone verloor, waarna het toestel neerstortte op het dak van Palazzo Venezia, zal zich mogen verwachten aan een stevige boete.

In Rome geldt een no-flyzone, waarbij altijd toestemming nodig is om het luchtruim te gebruiken, ook al gebeurt dat met kleine onbemande toestellen. Heel wat toeristen trekken zich daar weinig van aan, maar de boetes kunnen dus flink oplopen.

De 39-jarige toerist uit Argentinië wilde waarschijnlijk de fotoreportage van zijn leven maken en liet zijn drone over Piazza Venezia vliegen. Na een tijdje verloor hij echter de controle over het vliegende toestel.

Vermoedelijk was er iets mis met de afstandsbediening of werd het signaal onderbroken. De drone stortte neer op het dak van Palazzo Venezia.

Daar werd het onbemande vliegtuigje teruggevonden door de bewakingsdienst van het gebouw. De inmiddels gearriveerde carabinieri namen de drone meteen in beslag.

drone

Wat later werd de piloot van het toestel geïdentificeerd. Hij zal worden vervolgd omdat bij dergelijke overtredingen altijd een klacht wordt ingediend. In Rome zijn immers grote ‘no-flyzones’ ingesteld. In die gebieden is het laten opstijgen van een drone of het maken van luchtfoto’s of -films verboden.

Wie dat toch doet, moet beschikken over een speciale vergunning en bovendien officieel geregistreerd zijn bij ENAC (Ente Nazionale per l’Aviazione Civile), de nationale autoriteit voor de burgerluchtvaart.

Het historische centrum van Rome is wat betreft ‘no-fly’ helemaal rood ingekleurd. Vliegen, zelfs met een kleine drone, is volledig verboden vanwege de aanwezigheid van monumenten, archeologische vindplaatsen en het Vaticaan.

Elders in Rome zijn er wel oranje, gele, blauwe en witte gebieden waar overvliegen in bepaalde omstandigheden en op vooraf bepaalde maximum- en minimumhoogtes is toegestaan.

In Rome duiken steeds vaker bezoekers op, die weleens een drone laten opstijgen om spectaculaire luchtfoto’s of -filmpjes te maken. Meestal zijn ze volkomen onwetend over het vliegverbod.

Toch lopen ze zelden tegen de lamp. Drones worden steeds kleiner, en ook met een toestelletje dat amper groter is dan een klein vogeltje en in de palm van je hand past kan je soms al haarscherpe beelden maken.

Er bestaan zelfs drones die niet groter zijn dan een flinke bij of een wesp, al is de vliegtijd van die toestelletjes meestal beperkt tot slechts een paar minuten en hebben ze ook niet allemaal een camera aan boord.

Eenmaal in de lucht is de pakkans bijna nihil. Ordehandhavers zien of horen de toestellen meestal niet en kunnen er moeilijk achteraan lopen om te zien waar ze landen. Alleen per toeval wordt er al eens een piloot betrapt of, zoals nu gebeurde, wanneer een drone neerstort.

Soms zijn toeristen ook hardleers. Zo werd in het Colosseum een Poolse toerist betrapt toen hij een drone klaarmaakte om die te laten opstijgen.

Bewakers legden hem uit dat dit verboden was en dat hij zijn drone niet mocht laten vliegen. De man deed het toch en beklaagde zich toen hij werd gearresteerd. Hij kreeg een boete en zijn vliegtuigje was hij uiteraard ook kwijt.

Toeristische sector beleeft vrij goede paasperiode, maar herstel is nog ver weg

30 april 2022

Het toerisme in Rome heeft in de voorbije paasperiode een behoorlijke heropleving gekend, met als hoogtepunt het paasweekend, toen er ongeveer 583.000 bezoekers in Rome hebben overnacht.

Dat blijkt uit cijfers van Federalberghi Roma, de vereniging van hoteluitbaters. Van een groot herstel is echter nog lang geen sprake. Pre-corona, met Pasen 2019, waren er 40 procent meer toeristen in de stad dan dit jaar het geval was.

Italianen lijken nog steeds de voorkeur te geven aan vakantieplekjes in eigen land. In de paasperiode waren 26 van de 30 bestemmingen Italiaans en slechts vier buitenlands.

Bij de internationale bestemmingen scoorde vooral het Spaanse Tenerife goed. In eigen land bleek de stad Rome voor de Italianen de populairste bestemming, gevolgd door het eiland Elba, Firenze, Napels en Jesolo.

Federalberghi is blij met de redelijke bezoekerscijfers in de paasperiode die door de vele late boekingen zelfs nog iets hoger lagen dan begin dit jaar werd verwacht. Het was twee jaar geleden dat er nog zoveel toeristen tegelijk in Rome waren.

toerisme_rome (6)

In de beide pandemiejaren waren er lange periodes waarbij de toeristenstroom vrijwel volledig stilviel, talrijke hotels noodgedwongen de deuren moesten sluiten en in de hele sector personeel werd ontslagen.

Ook vandaag is nog steeds een derde van de ongeveer 1.250 hotels in het historische centrum gesloten. Sommigen openen wellicht nooit meer. Naar schatting 8.000 mensen lopen in de nabije toekomst kans om hun baan te verliezen.

Hoewel voorzichtig wordt gehoopt dat de trend van het stijgende aantal toeristen zich de komende maanden zal voortzetten, worden dus nog lang geen vreugdekreten geslaakt in de sector.

Giuseppe Roscioli, de voorzitter van Federalberghi, merkt op dat het overigens niet de eerste keer is dat in de voorbije twee jaar tekenen van herstel werden vastgesteld. Zo begon vorig najaar in september veelbelovend, maar zakte het aantal overnachtingen tegen eind oktober weer helemaal in elkaar.

Zowel in 2020 als in 2021 werd de toeristische sector voortdurend geconfronteerd met nieuwe en onverwachte problemen en uitdagingen, zoals nieuwe covidvarianten, aangescherpte coronamaatregelen en vaccinatiepasjes.

De meeste hoteluitbaters zijn nog bezig om voldoende geld bij elkaar te krijgen om de schulden te vereffenen die ze bij de banken zijn aangegaan om te kunnen overleven.

Federalberghi gaat ervan uit dat het volledige herstel van de toeristische sector in Rome niet vóór 2024 mogelijk zal zijn. Sommige studies schuiven zelfs 2025 naar voor als het jaar waarin voor het eerst weer cijfers zullen worden gehaald zoals die in de pre-coronaperiode gangbaar waren.

toerisme-rome-algemeen (12)

Het stadsbestuur van Rome denkt intussen ook na over nieuwe strategieën om het toerisme nieuw leven in te blazen. Er wordt veel verwacht van de komst van het Vaticaanse Jubeljaar, maar dat vindt pas in 2025 plaats.

Er wordt eveneens veel hoop gesteld op de organisatie van de universele wereldtentoonstelling, Expo 2030, maar daarop is het nog langer wachten en het is bovendien nog niet eens zeker dat Rome dat zes maanden durende evenement mag organiseren.

Geld om te investeren is er in ieder geval. Het Piano Nazionale di Ripresa e Resilienza (PNRR) of het Italiaanse Herstel- en Veerkrachtplan, heeft 191,5 miljard euro Europees geld in de kassa. De Italiaanse staat voegt daar nog eens 30,6 miljard euro aanvullende middelen aan toe.

Burgemeester Gualtieri wil een deel van dat geld gebruiken om Rome mooier, moderner en kwalitatiever te maken, maar ook om de mogelijkheden van de stad uit te breiden om grote evenementen aan te trekken te vergroten. Gualtieri wil ook het congrestoerisme stimuleren.

Het Forum Romanum – Stenen en stemmen

29 april 2022

Het Forum Romanum fascineert mensen al generaties lang. Zo mag een bezoek al sinds de klassieke Grand Tour-reizigers ook vandaag haast niet ontbreken in de vorming van laatstejaars humaniorascholieren.

De evolutie van het Forum Romanum ging hand in hand met de turbulente geschiedenis van de stad waarvan het het centrum uitmaakte. Elke verandering in de politieke, sociale en economische structuren van Rome had haar weerslag op het profiel en het gebruik van zijn politieke centrum.

Hoe het Forum Romanum er kan hebben uitgezien, daarover blijven archeologen, historici en classici elkaar in de haren vliegen.

Deze nieuwe publicatie volgt de evolutie van de recente archeologische ontdekkingen en theorieën. Geen saaie beschrijvingen van archeologische resten, geen opsommingen van afmetingen en steensoorten. De informatie die voortspruit uit de talloze opschriften, is soms opzienbarend.

De auteurs vullen met dit nieuwe standaardwerk de leemtes op in de kennis van één van de bekendste archeologische sites uit de Romeinse oudheid. Zodoende krijgen die stenen opnieuw hun stem. Stenen en stemmen dus…

forum_romanum_stenen_stemmen_cover

Dit rijk geïllustreerde boek brengt de oude stenen weer tot leven met reconstructies zoals opbouwtekeningen, multimediale technieken en een getrouwe maquette, gemaakt door auteur Guido Cuyt.

De schrijvers doen een beroep op literaire getuigenissen uit de oudheid die laten zien wat er op het Forum gebeurde. Niet alleen de bouwactiviteiten of de historische gebeurtenissen in strikte zin komen aan bod, maar ook het dagelijks leven:

  • Welke beelden waren er te bewonderen in de tempel van Concordia die zowat als een museum was ingericht?
  • Wat ging Plinius beluisteren in de Basilica Iulia?
  • Wat is het verhaal achter de bron van Iuturna?

Michiel Verweij besteedt aandacht aan de talloze opschriften die op het Forum te vinden zijn, en die voor ons de levende geschiedenis tastbaar maken.

Dit alles wordt in een duidelijk historisch kader ingebed, zodat het mogelijk wordt om de ontwikkeling van het Forum te begrijpen. Het resultaat is dat de dode hoop stenen, zuilen, halve opschriften opnieuw tot leven komt en een stem wordt. Leven tussen de stenen en stemmen!

Guido Cuyt is erevoorzitter van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA), erelid van de Vlaamse Archeologische Raad, winnaar van de S.P.Q.R. Romulusprijs (2009) en voormalig externe medewerker aan het departement Archeologie van de KU Leuven. Van zijn hand zijn tal van publicaties verschenen over archeologie in het Antwerpse en in Rome.

Michiel Verweij is doctor in de klassieke talen. Hij werkt als wetenschappelijk medewerker in de afdeling Oude en Kostbare drukwerken van de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel en is tevens medewerker van de KU Leuven, onderzoekseenheid Latijnse literatuur. Tot zijn talrijke publicaties hoort het boek Ovidius. Het verhaal van een dichter.

Auteurs Guido Cuyt en Michiel Verweij komen op donderdag 5 mei om 20 uur in wereldprimeur voor S.P.Q.R. dit gloednieuwe en rijk geïllustreerde boek voorstellen. Na hun lezing zullen beide auteurs hun boek signeren. Het boek zal ter plekke te koop zijn. De toegang is gratis. Ook niet-leden zijn welkom. Plaats van afspraak: Cultureel centrum De Romaanse Poort (loka​al A.1.3.), Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven. Klik hier voor het routeplan.

Van 5 tot 8 mei vindt in Leuven tevens het boekenfestival Druk in Leuven plaats, met tal van activiteiten, ook gedurende de dag op 5 mei. Je leest hier het volledige programma.

Nieuwe versoepeling coronamaatregelen vanaf 1 mei

28 april 2022

Italië blijft de coronamaatregelen zeer geleidelijk versoepelen. Premier Mario Draghi en minister van Volksgezondheid Roberto Speranza maken die in principe vandaag officieel bekend.

De groene pas of het vaccinatiepaspoort zal vanaf 1 mei niet meer moeten worden getoond. De mondmaskers blijven verplicht, ook op het openbaar vervoer zoals bussen, metro en trams, treinen en veerboten.

covidpas

Mondmaskers zullen ook in mei nog moeten worden gedragen in scholen (voor alle kinderen ouder dan zes jaar), in bioscopen theaters, concertzalen en sporthallen.

Ook op de werkvloer zou een mondmasker verplicht blijven, net als in ziekenhuizen en zorgcentra.

mondmaskers

Op vele plekken blijft het aanbevolen om mondmaskers te dragen op drukke plaatsen. In supermarkten, winkels, hotels en bars zijn ze afgeschaft. Ook op buitenevenementen, zoals in stadions, is het mondmasker vanaf 1 mei niet meer nodig.

Colosseum verliest status van populairste site

27 april 2022

Het Colosseum in Rome verliest voor het eerst zijn status als populairste toeristische attractie van Italië. Het Uffizi in Firenze kreeg vorig jaar bijna honderdduizend bezoekers meer over de vloer.

Het Florentijnse museum organiseerde in 2021 ook de meest bezochte tentoonstelling in Italië, namelijk Giuseppe Penone, Alberi in versi, geïnspireerd op de symboliek van een beroemd vers uit de Goddelijke Komedie van Dante, die 435.283 bezoekers lokte.

De jaarlijkse ranglijst wordt samengesteld door de kunstkrant Giornale dell’Arte in samenwerking met The Art Newspaper.

Het Colosseum mocht vorig jaar 1.633.436 bezoekers verwelkomen, terwijl het beroemde museum in Firenze 1.721.637 toegangstickets wist te verkopen.

colosseum (1)

Het Flavische amfitheater bevindt zich nog altijd op nummer twee in de Italiaanse ranglijst, gevolgd door de Vaticaanse Musea die vorig jaar 1.612530 bezoekers registreerden en de archeologische site in Pompeii met 1.037.766 bezoekers.

Dan volgen, op grote afstand, de Galleria dell’Accademia in Firenze (446.320) en de voormalige koninklijke residentie van Caserta in Napels (346.468).

In de Italiaanse toplijst bevinden zich ook sites en musea die niet tot de staat behoren, zoals het Museo Egizio, het Egyptische Museum in Turijn, dat vergeleken met 2020 zijn bezoekersaantal met 65,2% wist te verhogen

Het Uffizi staat ook op de vijfde plaats van de meest bezochte musea ter wereld. Het Louvre in Parijs staat met 2.825.000 bezoekers in 2021 op één.

Dat is een stijging met 5% ten opzichte van 2020, maar nog steeds ver onder het pre-pandemische niveau in 2019, toen het museum werd bezocht door 9,6 miljoen mensen.

In de omgeving van Rome vallen ook de goede prestaties op van de Villa Adriana en de Villa d’Este in Tivoli, beiden Unesco-erfgoed, die in 2021 de zesde meest bezochte culturele site in Italië waren en eveneens flink klommen vergeleken met een jaar eerder.

Colosseum (2)

In 2020 stond het Colosseum nog op de eerste plaats, al waren er toen ‘slechts’ 1.085.695 bezoekers. 2020 was natuurlijk een dramatisch coronajaar, waarbij het toerisme nagenoeg stilviel.

In 2021 was er vooral in het najaar een lichte heropleving, waardoor het Colosseum toch nog zo’n 600.000 bezoekers meer mocht ontvangen dan het jaar voordien.

De cijfers blijven echter ver beneden de aantallen die in de pre-coronaperiode werden genoteerd. Zo lijkt het cijfer van ruim 1,6 miljoen bezoekers voor het Colosseum behoorlijk veel, maar dat aantal ligt nog zeer ver onder dat van 2019 toen ongeveer 7,5 miljoen bezoekers een kijkje kwamen nemen in het Flavische amfitheater.

Het Colosseum stond toen ook genoteerd als de meest bezochte archeologische site ter wereld en was in Italië al jaren de populairste bezienswaardigheid. Het zegt veel over de enorme weg naar herstel die het toerisme in Rome nog heeft af te leggen.

colosseum_intern1

Bezienswaardigheden zoals het Colosseum moeten het vooral hebben van Chinese, Japanse en Amerikaanse toeristen, die gek zijn op het monument. Maar het zijn precies de bezoekers uit de Aziatische landen en de Verenigde Staten die we in Rome al bijna twee jaar nauwelijks hebben gezien.

Het relatief lage bezoekersaantal heeft uiteraard ook een impact op de inkomsten. In 2020 noteerde het Parco Archaeologico del Colosseo, dat naast het amfitheater ook het Forum Romanum, de Palatijn en het Gouden Huis van Nero (Domus Aurea) omvat, een verlies van 51 miljoen euro vergeleken met 2019.

Vorig jaar was het verlies iets minder dramatisch, maar nog altijd veel te hoog. Door de nooit eindigende restauraties en het voortdurend noodzakelijke onderhoud van de vele monumenten is iedere euro die bij de stad Rome of de Italiaanse staat binnenkomt, meer dan welkom.

colosseogroen

Zelfs wanneer het toerisme de komende paar jaar volledig zou herstellen (iets wat niet wordt verwacht vóór 2025) kan het financiële verlies van de voorbije twee jaar onmogelijk nog worden goedgemaakt.

Massimo Osanna, de directeur-generaal van de Italiaanse staatsmusea, verklaarde in de media dat blijvende inspanningen nodig zijn om het Italiaanse erfgoed te promoten. Ook de eigen inwoners moeten gestimuleerd worden om de lokale bezienswaardigheden vaker te bezoeken. Ook het lokale toerisme moet aan belang winnen, zei Osanna.

We investeren in toerisme om de hele wereld onze talrijke prachtige bezienswaardigheden te laten ontdekken, maar niet alle Italianen beseffen hoeveel geluk ze hebben om al die schoonheid vlak in de buurt te hebben. In Rome moet je zelfs maar enkele stappen zetten om geconfronteerd te worden met de mooiste monumenten en restanten uit de oudheid, aldus Marco Vincenzi, voorzitter van de regionale raad van Lazio.