LUISS Business School uit Rome neemt Amsterdam Fashion Academy over

13 januari 2020

De LUISS Business School uit Rome heeft de Amsterdam Fashion Academy overgenomen. De Amsterdamse onderwijsinstelling behoudt zijn eigen identiteit en unieke karakter en zal zich op zijn eigen manier blijven ontwikkelen. Het aanbod van vakken en opleidingen blijft ongewijzigd. De studenten zullen op korte termijn dus niet veel merken van de overname.

Voor de LUISS Business School is de overname de eerste buiten de Italiaanse grenzen. De businesschool is gelieerd aan de LUISS-universiteit, een onafhankelijke en private universiteit in Rome. Ze werd in 1977 opgericht door Umberto Agnelli, een telg van de Fiat-dynastie en heeft banden met de Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustria.

De Amsterdam Fashion School bestaat sinds 2013 en biedt bacheloropleidingen met honoursprogramma’s in Fashion Business en Textile Design, geaccrediteerd door de Britse Buckinghamshire New University. De school telt ongeveer tweehonderd studenten, waarvan veel uit het buitenland afkomstig zijn.

Mausoleum van Augustus opent dit voorjaar voor publiek bezoek

13 januari 2020

Na een restauratie die jaren heeft aangesleept, is het Mausoleum van Augustus bijna klaar voor de heropening. Rome staat erom bekend de aangekondigde deadlines voor het afronden van bouw- en restauratieprojecten zelden of nooit te halen, maar zopas werd in ieder geval officieel aangekondigd dat het grafmonument van keizer Augustus “in de loop van dit voorjaar” opnieuw toegankelijk zal worden voor het publiek. Een exacte datum wordt niet gegeven, maar insiders mikken op 21 april, de officiële feestdag van Rome. De toegang tot het monument, waarbij je ook kan genieten van een kijkje op Rome vanaf het dakterras, zal bovendien gratis zijn.

Mausoleum Augustus

De restauratieplannen voor het al vele jaren verwaarloosde mausoleum dateren van ongeveer tien jaar geleden. Het hele project had al in 2014 (naar aanleiding van de 2000ste verjaardag van het overlijden van keizer Augustus) moeten voltooid zijn, maar toen moesten de werkzaamheden nog beginnen. Uiteindelijk werd de restauratie in mei 2017 na heel wat problemen en financiële perikelen toch in gang gezet.

Eerlijkheidshalve moeten we vertellen dat, zodra de financiering rond was, er vrijwel permanent werd voortgewerkt aan de restauratie van het mausoleum. Nochtans was het karwei dat de restaurateurs moesten uitvoeren gigantisch. Alleen al voor de basisrestauratie moest een muuroppervlakte van 13.000 m² metselwerk worden hersteld, waarvan men zowat 800 m² helemaal opnieuw waterdicht moest maken.

Rond het monument (diameter 87 m, hoogte 45 m) werden steigers met een totale lengte van 8.000 m geplaatst. Bovenop op het mausoleum werd een dakgedeelte voorzien, vanwaar het publiek een prachtig uitzicht op de omgeving zal hebben. Vanaf de zijde van de Via dei Pontefici voert een belvederetrap de bezoekers naar de top. Aan de kant van de Via Tomacelli komt een koffiebar met uitzicht op het monument.

Het Mausoleum van Augustus is vandaag nog steeds het grootste cirkelvormige grafmonument uit de oudheid, groter zelfs dan de graftombe van keizer Hadrianus, de huidige Engelenburcht of het Castel Sant’Angelo.

Vanaf 32 v. Chr. liet Octavianus, de latere keizer Augustus, op het noordelijke Marsveld, toen nog een enorme open vlakte tussen de Tiber en de Via Flaminia, een familiegraf bouwen. Het werd in 28 v. Chr. ingehuldigd, Augustus was toen pas 34 jaar. De officiële naam van het complex was ‘tumulus Juliorum’, de tumulus of graftombe van de Juliërs.

De restauratie werd voor een flink deel mee bekostigd door de Fondazione Telecom Italia Mobile (TIM) die 6,5 miljoen euro neertelde bovenop de 4.275.000 euro die de stad Rome en het Ministerie van Cultureel Erfgoed samen investeerden.

De plannen voor de omgevingsaanleg werden getekend door architect Francesco Cellini, die met zijn team in 2006 de internationale ontwerpwedstrijd had gewonnen die de stad Rome, toen nog geleid door burgemeester Walter Veltroni, had gelanceerd.

Piazza Augusto Imperatore transformeert volgens die plannen in een soort amfitheater, met een trap die zal stijgen vanaf het niveau van het Mausoleum naar het straatniveau van de vlakbij gelegen Ara Pacis, ontworpen door Richard Meier. De restauratie omvat ook de heraanleg van de oude Romeinse weg aan het monument die dateert uit de eerste eeuw na Christus.

Dankzij de inbreng van het restauratiegeld is de Fondazione TIM de eerste partner voor de praktische uitbouw en exploitatie van het complex. Het telecombedrijf gooit er heel wat technologie tegenaan en zal onder meer uitpakken met augmented reality, multimedia, 3D-reconstructies en andere digitale snufjes om de geschiedenis van het mausoleum te tonen aan het publiek. Een klein meisje vergezelt de bezoekers op een virtuele tijdreis doorheen de verschillende levens van het monument.

Als monument heeft het mausoleum van Augustus, een zeer bewogen en vernietigende geschiedenis gekend, het werd verwaarloosd, geplunderd, van zijn marmer beroofd en gerecycleerd voor van alles en nog wat. De Goten drongen het complex binnen aan het einde van de vijfde eeuw en vernielden en roofden onder andere de gouden urn met de as van Augustus

Tijdens de twaalfde eeuw verbouwden de Colonna’s het mausoleum tot een burcht, l’Agosta genoemd. Ze werd in 1241 door Gregorius IX ingenomen en ontmanteld, waarbij de blokken travertijn uit de tijd van Augustus werden weggehaald. Met de tijd verdween het mausoleum steeds meer onder de aarde, er werd een wijngaard bovenop aangeplant en tijdens de renaissance werd het een tuin met bomen in grote cirkels.

Tijdens de zestiende eeuw, en ook later, was de omgeving van het mausoleum een gure buurt die door de Romeinen de ‘ortaccio’ werd genoemd, de vieze moestuin. Toen het Baldassare Peruzzi in 1519 lukte tot de centrale grafkamer van het mausoleum door te dringen en enkele van de urnen te bergen en de opschriften die hun plaats aangaven te noteren, stelde hij vast dat een aantal urnen, waaronder dus ook die van Augustus, al eeuwen eerder verdwenen waren.

Het is geweten dat tijdens de dertiende eeuw op het Capitool de urn van Agrippina major, de dochter van Julia en Agrippa, de vrouw van Germanicus, de moeder van Caligula en grootmoeder van Nero, als officiële inhoudsmaat gebruikt werd. Deze urn bestaat overigens nog, ze wordt bewaard in de Capitolijnse musea. Ook de eerste urne uit 23 v. Chr., namelijk deze van Marcellus, de zoon van Ottavia (de zuster van Augustus) is bewaard gebleven.

Aan het einde van de achttiende eeuw werd het mausoleum omgebouwd tot een arena voor stierengevechten, de Corea genaamd, waar in Spaanse kledij gestoken matadors voor een enthousiaste menigte optraden.

Goethe schrijft in zijn dagboek op 16 juli 1781: ‘Vandaag werd in het mausoleum van Augustus op dieren gejaagd. Dit grote, van binnen lege en van boven open, geheel ronde gebouw, is tegenwoordig tot arena voor ossengevechten (sic) ingericht, als een soort amfitheater. Het zal zo’n 4.000 tot 5.000 mensen kunnen bevatten. Het schouwspel zelf heeft me niet bijzonder geboeid’, dixit Goethe.

Nadat in 1870 de laatste vertoning was gehouden (Garibaldi was er toen eregast), verbouwde men de ruïne tot een concertzaal (het Auditorio Augusteo), die tot 1936 is blijven bestaan. Het was in die tijd de grootste symfonische zaal van Rome. Op het podium verschenen grote meesters zoals Arturo Toscanini, Richard Strauss, Gustav Mahler en Pietro Mascagni.

Een negentiende-eeuwse Nederlandse kunstminnaar schrijft: ‘ik heb er eens een geïllustreerde luchtbal zien opgaan’. De beeldhouwer Enrico Chiaradia (1851-1901) gebruikte het mausoleum daarna als atelier, hij maakte hier het reusachtige ruiterstandbeeld van Vittore Emanuele II dat vandaag bovenop het Vittoriano staat, het monument op Piazza Venezia.

Benito Mussolini liet alle gebouwen rond het mausoleum slopen en begon met de blootlegging van de site. Hij besliste dat 1937 zou gevierd worden als ‘bimillenario Augusteo’, de 2000ste geboortedag van Augustus.

Voor die gelegenheid wilde de Duce het graf in zijn oorspronkelijke staat herstellen, en in één moeite wees hij de antieke resten aan als zijn eigen toekomstige graf. Zoals bekend ging dat plan niet door. Op 28 april 1945 hing de toen 62-jarige Mussolini ondersteboven aan de dakrand van een benzinestation in Milaan.

TIM maakte naar aanleiding van de nakende opening van het Mausoleum van Augustus een promotiespotje (1 minuut) dat reeds op de nationale televisie wordt uitgezonden.

Je kan het hier bekijken.

Voorverkoop Raffaello breekt alle records

12 januari 2020

De online voorverkoop van de grote Raffaello-tentoonstelling die plaatsvindt van 5 maart tot 2 juni 2020 in de Scuderie del Quirinale in Rome, breekt alle records. In de eerste 48 uren dat de elektronische boekings- en betalingsmodule online stond werden al meer dan 10.000 tickets gekocht. De reservaties komen van overal ter wereld.

In heel Italië kunnen bij de klassieke verkooppunten en kiosken uiteraard ook papieren tickets in voorverkoop worden gekocht. Hoeveel kaartjes voor Raffaello de eerste dagen via dit circuit de deur uitgingen is nog niet bekend.

Wie de tentoonstelling dit voorjaar wil bezoeken hoeft nog niet meteen te wanhopen: er zijn voorlopig nog meer dan genoeg tickets beschikbaar. Maar wie zeker een bezoek aan Raffaello wil brengen, kan zijn of haar toegangskaartjes echter beter zo snel mogelijk bestellen, kwestie van binnen enkele weken niet voor onaangename verrassingen te staan.

De tentoonstelling Raffaello is het hoogtepunt van de activiteiten die dit jaar wereldwijd worden georganiseerd naar aanleiding van de vijfhonderdste verjaardag van het overlijden van de grote kunstenaar uit Urbino.

Bouwkraan op de Area Sacra van Largo di Torre Argentina

11 januari 2020

We maakten in maart vorig jaar al melding van de herwaardering van de zogenaamde Area Sacra, de vier tempelruïnes uit de Republikeinse tijd die lager dan het straatniveau te zien zijn op een opengelegd gedeelte van de Largo di Torre Argentina in het hart van Rome. De jongste jaren werden op deze plek behoorlijk intensieve archeologische studies uitgevoerd.

Het is de bedoeling dat deze belangrijke archeologische site wordt opengesteld voor het publiek en dat je er niet langer vanop afstand hoeft naar te kijken. De voorbereidingen daarvoor zijn aan de gang, maar zoals vele zaken in Rome kan het nog wel een tijdje duren vooraleer je er kan rondwandelen. Een precieze datum wordt vooralsnog niet gegeven.

Een tijdje geleden was op de archeologische site, heel opmerkelijk, een grote bouwkraan te zien. Geen paniek, de site wordt niet overhoop gegraven. De zware machine was nodig om de enorme blokken steen die nog overgebleven zijn van de bestrating uit de tijd van keizer Domitianus op te tillen en even te verplaatsen. Een gedeelte van de zware blokken bevinden zich achter een grote pijnboom of parasolden, waardoor deze vanaf het straatniveau niet met een kraan kunnen bereikt worden.

De toestemming voor het gebruik van het zware voertuig op de archeologische site was door alle (erfgoed)diensten goedgekeurd, maar toch wekte de aanwezigheid van de machine op deze plek heel wat verbazing bij voorbijgangers.

Het was dan ook een niet-alledaags zicht. De stenen moesten opgetild worden omdat er een beschermende structuur wordt aangebracht vooraleer ze op de originele plek worden teruggeplaatst.

Het juwelenhuis Bulgari stelt in een eerste fase 500.000 euro ter beschikking om deze plek grotendeels toegankelijk te maken voor het publiek. Het nieuwe project omvat vooral de bouw en plaatsing van loopbruggen in de Area Sacra zodat het publiek de site veilig kan bezoeken.

Er komt in principe ook een klein museum waarin de artefacten die op deze site werden ontdekt zullen getoond worden en waar ook een 3D-filmpje zal te zien zijn waarin wordt gereconstrueerd hoe de tempels en de omgeving er vroeger uitzagen. De uiteindelijke kostprijs van het project wordt geraamd op 1 miljoen euro. Wanneer de site precies opent is nog niet bekend. Voorlopig wordt uitgegaan van de eerste helft van 2021.

Deze archeologische plek in het centrum van de stad ontstond in 1929, toen Benito Mussolini grote infrastructurele werken liet uitvoeren. De middeleeuwse gebouwen op het plein werden afgebroken om plaats te maken voor het (ook toen al) steeds toenemende verkeer.

Naast heel wat fraaie vondsten, bracht het archeologisch onderzoek toen ook een heilig plein uit de tijd van de Romeinse Republiek tevoorschijn, waarna de ruïnes van vier tempels en een klein gedeelte van het aansluitende theater van Pompeius werden blootgelegd.

Pompeius Magnus liet tussen 61 en 55 v. Chr in de porticus van zijn theater een vergaderruimte voor de Senaat bouwen. De resten daarvan zijn opgegraven en bevinden zich achter de ronde tempel waarvan zes van de oorspronkelijk achttien zuilen tot vandaag nog overeind staan. Het complete theater situeerde zich tussen de achterbouw van de huidige kerk Sant’ Andrea della Valle en de Largo di Torre Argentina.

Het is in dit Theater van Pompeius, dat toen fungeerde als tijdelijke vergaderruimte voor de Senaat, dat Julius Caesar op 15 maart in 44 v. Chr. werd vermoord. De ruimte werd in die periode gebruikt voor de samenkomsten van de Senaat omdat het senaatsgebouw op het Forum Romanum in 52 v. Chr. door een brand was vernield.

Aan de Curia Julia, waarvoor de bouwopdracht na de brand door Julius Caesar werd gegeven, zou nog tot 29 v. Chr. worden gewerkt. De exacte plaats van de moord op Caesar bevindt zich naar verluidt onder of in de buurt van de huidige Via di Torre Argentina, al bestaat daarover heel wat discussie en vooral geen wetenschappelijke zekerheid.

Acht jaar geleden meldden Spaanse archeologen echter dat ze op deze archeologische site aan de Largo di Torre Argentina de precieze plek hadden gevonden waar Julius Caesar in 44 v. Chr. werd vermoord. De onderzoekers ontdekten een betonnen plaat van drie meter breed en twee meter hoog, die helemaal niet bij de structuur van het oorspronkelijke gebouw paste. Het gebouw dateert uit 55 v. Chr., maar de plaat zou er pas geplaatst zijn in 20 v. Chr.

Volgens de onderzoekers plaatste Caesars adoptiefzoon en opvolger Augustus die om de plek van de moord te verzegelen. De vondst van de plaat bewijst volgens de Spaanse onderzoekers wat over de moord bekend is, namelijk dat Caesar de vergadering voorzat waarin hij werd vermoord.

De plaat werd namelijk helemaal voorin de zaal gevonden, op de plek waar de voorzitter zou (kunnen) hebben gezeten. Uit oude teksten was ook al duidelijk geworden dat Augustus bij de moordplek een gedenkteken had laten plaatsen.

Kunnen we dit geloven? Zekerheid geeft deze denkpiste alleszins niet. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat Julius Caesar inderdaad heel dichtbij deze plek om het leven is gebracht. Alleen al daarom is deze Area Sacra en de directe omgeving van de Largo di Torre Argentina een historisch erg belangrijke plek in Rome.

Toptentoonstelling Raffaello in de Scuderie del Quirinale

10 januari 2020

De directie van de Scuderie del Quirinale heeft de data bekendgemaakt van ‘Raffaello’, de grote overzichtstentoonstelling die dit voorjaar wordt georganiseerd naar aanleiding van de vijfhonderdste verjaardag van het overlijden van de kunstschilder Raffaello (of Rafaël) Sanzio (1483-1520) uit Urbino. Dit wordt vermoedelijk het grootste en belangrijkste kunstevenement dat dit jaar in Rome zal plaatsvinden. Onze clubleden kregen reeds de kans om als eersten een ticket in voorverkoop te bemachtigen.

De tentoonstelling vindt plaats van 5 maart tot 2 juni en heeft alles mee om een absolute topper te worden. Precies tien jaar geleden pakte de Scuderie del Quirinale uit met een fantastische tentoonstelling waarbij zowat alle Caravaggio’s ter wereld op één plek werden samengebracht. Daar kwamen toen, op 114 dagen tijd, bijna 600.000 mensen naar kijken.

Meteen na de opening volgde een enorme stormloop en al snel bleek dat de gewone toegangsdagen en -uren ontoereikend waren. Men besliste toen om de exporuimte permanent open te stellen, zeven dagen op zeven, 24 uur per dag. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Het valt natuurlijk af te wachten in hoeverre Raffaello dit succes kan evenaren, maar de belangstelling zal ongetwijfeld groot zijn.

Daar is ook alle reden toe. De samenstellers van ‘Raffaello’ (Marzia Faietti, Matteo Lafranconi, Vincenzo Farinella en Francesco Paolo Di Teodoro) noemen de tentoonstelling in alle bescheidenheid de grootste die ooit aan de beroemde schilder uit de Marche werd gewijd.

Er zullen in 2020 wereldwijd verschillende Rafaël-tentoonstellingen plaatsvinden, maar de belangrijkste hiervan zal te zien zijn in de Scuderie del Quirinale in Rome, de stad waar de kunstenaar het laatste decennium van zijn leven doorbracht.

In totaal zullen meer dan tweehonderd topstukken bij elkaar worden gebracht. Niet alleen een veertigtal schilderijen, maar ook schetsen, tekeningen, voorontwerpen van Rafaël en een aantal vergelijkingswerken van andere kunstenaars.

Ongeveer honderd kunstwerken zijn van Rafaël zelf. De schilderijen zijn bruiklenen uit onder andere het Palazzo degli Uffizi en Palazzo Pitti in Firenze, het Louvre in Parijs, de National Gallery in Londen, de Pinacoteca Nazionale in Bologna, het Prado in Madrid, de National Gallery of Art in Washington en talrijke andere musea.

Rafaël behoort samen met Michelangelo en Leonardo da Vinci tot de grote meesters uit de renaissance. De schilder die op 37-jarige leeftijd stierf stond reeds in zijn tijd hoog aangeschreven en was gedurende zijn korte leven enorm productief. Zo ontving hij belangrijke opdrachten van de pausen Julius II en Leo X.

Rafaël ligt begraven in het Pantheon. Op zijn sterfdag, 6 april, vindt nog ieder jaar een bloemenhulde plaats. Die traditie zal dit jaar uitzonderlijk worden uitgebreid. Gedurende het hele jaar 2020 zal elke dag een verse rode roos op het graf van Rafaël worden gelegd. De eerste bloem ter ere van de kunstenaar in dit Raffaello-jaar werd op 1 januari gedeponeerd.

De tentoonstelling legt ook de link tussen Rome en Firenze en dat levert soms boeiende verhalen en inzichten op. Zo zullen op de tentoonstelling de fraaie portretten te zien zijn van Agnolo en Maddalena Doni, beiden vervaardigd in de periode 1506-1507.

Het schilderij van de rijke handelaar, mecenas en kunstverzamelaar Agnolo Doni werd gemaakt om samen met dat van zijn vrouw Maddalena Doni  tentoongesteld te worden en hoorden dus bij elkaar. Het echtpaar poseerde voor de schilderijen kort na hun bruiloft, die in 1504 plaatsvond. De schilderstijl van Rafaël was op dat moment behoorlijk sterk beïnvloed door het werk van Leonardo da Vinci.

De compositie van het schilderij van Maddalena Doni wordt weleens vergeleken met die van de Mona Lisa. De manier waarop de figuur het beeldvlak vult is ongeveer hetzelfde. Ook de wijze waarop de handen over elkaar heen zijn gelegd vertoont grote overeenkomst. Het landschap op de achtergrond met de lage horizon maakt echter een minder bedreigende en frissere indruk als het berglandschap achter La Gioconda.

Het grote verschil van dit schilderij met dat van Leonardo schuilt in de serene indruk, die niet verstoord wordt als men de details onder de loep neemt. Alle beeldelementen werken samen. De drie ringen aan haar vingers tonen dat Maddalena een welgestelde vrouw was. Dit schilderij en dat van haar man markeren het begin van de periode waarin Rafaël geleidelijk aan zijn artistieke hoogtepunt zou bereiken. Indien hij niet zo jong gestorven was, zou dit ongetwijfeld slechts het begin geweest zijn van een nog veel grotere carrière.

Raffaello Sanzio ook wel bekend als Raffaello da Urbino, is één van de belangrijkste Italiaanse schilders en wordt door velen zelfs beschouwd als één van de grootste kunstenaars aller tijden. Zijn werk markeerde een essentieel pad voor alle volgende schilders en was van vitaal belang voor de ontwikkeling van de artistieke taal van de daaropvolgende eeuwen.

Raffaello, in België en Nederland beter bekend als Rafaël (Santi), ontwikkelde zich tijdens zijn korte leven van een vlijtige leerling in de Italiaanse regio Marche al snel tot een veelbelovend talent in Firenze en vervolgens in Rome tot één van de grootste kunstenaars van zijn tijd.

In dezelfde tijd dat Michelangelo zich op de Sixtijnse kapel stortte, begon Rafaël met de fresco’s voor de privévertrekken van de paus, de befaamde ‘Stanze’, het andere hoogtepunt van de Italiaanse renaissance. Hier kon hij, met behulp van een legertje assistenten, zijn grote talent tot volle bloei laten komen.

Minstens zo beroemd is Rafaël vanwege zijn vele Madonna’s: schilderijen van Maria met het kind Jezus. Rafaëls Madonna’s laten de werken van zijn tijdgenoten ver achter zich door hun serene uitstraling, hun schijnbare eenvoud en de perfectie in de weergave van dit oerbeeld in de westerse cultuur.

In Rome, waar de schilder de meest productieve jaren van zijn korte leven doorbracht, vind je uiteraard heel wat werken van hem terug.

Er is zoals verteld het Vaticaan, met de befaamde Stanze di Raffaello in het Apostolisch Paleis. Het zijn vier kamers in het publieke gedeelte van het paleis die bekend zijn geworden door de fresco’s van Rafaël en zijn leerlingen en assistenten.

Ook in de Pinacoteca van de Vaticaanse Musea bevinden zich een drietal meesterwerken van Rafaël, waaronder De Transfiguratie (foto hierboven).

In Palazzo Barberini bevindt zich de beroemde La Fornarina. Het is een portret van Margherita of Margarita Luti, een bakkersdochter die de minnares van Rafaël was. Over het verloop van haar leven is weinig geweten. Toen het schilderij in 1519 werd onthuld veroorzaakte de afbeelding van een vrouw met blote borsten nogal wat ophef.

Op haar armband staat de handtekening van Rafaël. Pas bij een latere restauratie van het doek kwam opnieuw aan het licht dat ze ook een verlovings- of trouwring draagt. Misschien was Rafaël in het geheim met haar verloofd of zelfs getrouwd, dat komen we wellicht nooit te weten.

De relatie moest in ieder geval geheim blijven omdat Margherita als bakkermeisje van lage komaf was en Rafaël tot de elite behoorde. Een dergelijke relatie zou een schandaal betekend hebben en had hem zijn positie aan het pauselijke hof kunnen kosten.

Rafaël hield er overigens meerdere maîtresses op na en vereeuwigde verschillende van hen ook in portretten, waarbij sommigen zelfs werden afgebeeld als de Madonna. Ook dat had een schandaal kunnen veroorzaken als het toen bekend was geraakt.

Margherita Luti stond behalve voor La Fornarina met zekerheid ook model voor het werk La Donna Velata. Sommige kunsthistorici herkennen het gezicht van Luti echter ook in nog andere werken van Rafaël.

In de Villa Farnesina schilderde Rafaël de Loggia van Galatea en werkte hij samen met leerlingen aan de Loggia van Cupido en Psyche. De Galleria Borghese heeft drie werken van Rafaël in de collectie.

In de Basilica di Sant’Agostino vind je eveneens een fresco van Rafaël, net als in de Santa Maria della Pace. Ook de Galleria Doria Pamphilj, een privémuseum, heeft met het onderstaande dubbelportret een doek van Rafaël in de collectie.

Rafaël was ook één van de belangrijkste architecten van de Sint-Pietersbasiliek. In die periode was hij eveneens betrokken bij archeologisch onderzoek en opgravingen in en rond Rome.

Rafaël ontwierp tevens de kerk van Sant’Eligio degli Orefici, zijn eerste architecturale werk in Rome waarbij hij duidelijk sterk geinspireerd was door Bramante.

Van zijn hand zijn ook de Cappella Chigi in de Basilica di Santa Maria del Popolo (die later voltooid zou worden door Bernini) en de loggia die zijn naam draagt in het Apostolisch Paleis in Vaticaanstad.

Raffaello
Van 5 maart tot 2 juni 2020
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16, Rome
www.scuderiequirinale.it

800 miljoen euro voor modernisering regionale treinen in Rome

9 januari 2020

De regio Lazio investeert 800 miljoen in de modernisering van de treininfrastructuur op de spoorlijnen Roma-Lido en Roma-Viterbo. Die treindiensten werden tot nog toe beheerd door het stedelijke vervoersbedrijf ATAC dat zoals bekend kampt met een gigantische schuldenberg.

Er loopt veel mis bij ATAC, voertuigen krijgen haast dagelijks te maken met allerlei technische problemen en nieuwe investeringen blijven ondermaats.

Eerder al werd de hulp ingeroepen van Milaan en Turijn en nu bemoeit ook Nicola Zingaretti, de president van de regio Lazio, zich met het problematische openbare vervoer in Rome.

Volgens hem is het tijd voor radicale actie, vooral bij de regionale spoordiensten die onder de verantwoordelijkheid van ATAC vallen. Naast de grote kapitaalsinjectie wil Zingaretti ook dat de twee regionale spoorlijnen in de toekomst onder directe controle komen van de regio Lazio.

De investering van 800 miljoen euro zal worden gebruikt voor de aankoop van 35 nieuwe treinen en de bijhorende uitrusting en voor de opfrissing en heropening van het station Roma-Viterbo in het centrum van Rome (Flaminio) dat al een hele tijd gesloten is.

Volgens een rondvraag van de milieuvereniging Legambiente staat de spoorlijn Roma-Lido helemaal bovenaan het lijstje van de slechtste spoorlijnen van Italië. De treindienst Roma-Viterbo doet het niet veel beter en staat op de derde plaats. De regionale treinen worden druk gebruikt maar investeringen bleven door slecht beheer en geldgebrek jarenlang achterwege.

Zowel de treinen als de spoorinfrastructuur zijn verouderd. Regelmatig vallen treinen stil. Door een gebrek aan airco is het in de zomer snikheet in de treinstellen waardoor regelmatig mensen flauwvallen tussen de opeengepakte massa pendelaars.

De verbinding Roma-Lido is ook voor toeristen erg interessant omdat ze halt houdt aan de archeologische site Ostia Antica.

Gallo-Romeins museum in Tongeren lokt meer dan 100.000 bezoekers

8 januari 2020

Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren kreeg vorig jaar 106.180 bezoekers over de vloer. Dat zijn er 31.000 meer dan in 2018 en betekent een forse stijging met 41%.

De tentoonstelling Dacia Felix – Het roemrijke verleden van Roemenië die momenteel aan de gang is en die je nog kan bezoeken tot 26 april, lokte in 2019 reeds 13.750 bezoekers naar Tongeren. Het is een tentoonstelling die erg wordt gesmaakt door het publiek. Volgens medewerkers van het museum vinden heel wat mensen ‘Dacia Felix’ één van de mooiste expo’s  die al in Tongeren te zien waren.

Het museum zette het voorbije jaar volop in op gezinsvriendelijke activiteiten, gekoppeld aan de permanente tentoonstelling. Vooral in de vakantieperiodes vonden families hun weg naar het museum. Zo was er in de zomervakantie en de kerstvakantie een letterlijke proeftocht waarbij duizenden bezoekers ontdekten wat er bij neanderthalers, Kelten en Romeinen op het menu stond.

Tevens richt het museum zich op kleuters, leerlingen uit het lager onderwijs, jongeren uit het middelbaar onderwijs en studenten. Vorig jaar kwamen ongeveer 30.000 bezoekers naar het museum in schoolverband.

In het najaar van 2020 opent in het Gallo-Romeins Museum een grote overzichtstentoonstelling over de Romeinse cultuurwereld, met onder meer topstukken van het British Museum.

Achter de schermen van Ovidius in Metamorfose

7 januari 2020

UITNODIGING LEZING

Achter de schermen van Ovidius in Metamorfose
door dr. Michiel Verweij (curator)

Maandag 13 januari 2020 om 20 uur
Gr
atis toegang

Na een korte inleiding over de dichter Ovidius (43 v. Chr. – 17/18), de dichter van de Metamorphoses en de Ars amatoria, wordt nader ingegaan op de samenstelling van de tentoonstelling Ovidius in Metamorfose die nog tot 16 februari 2020 te bezoeken is in de Leuvense Universiteitsbibliotheek. Veertig clubleden (telkens 20 in twee groepen) krijgen daar overigens volgende week een rondleiding.

De lezing van maandag 13 januari wordt gegeven door dr. Michiel Verweij, de curator die deze tentoonstelling heeft voorbereid en samengesteld.

Hoe breng je een dichter uit de oudheid in beeld en wat kun je laten zien over een klassiek schrijver? zijn een paar vragen die worden beantwoord. Daarnaast worden enkele bijzondere objecten van de tentoonstelling nader voorgesteld.
Tot slot wordt nader ingegaan op de manier waarop bepaalde verhalen uit de Metamorphoses door de eeuwen heen in beeld zijn gebracht.

PRAKTISCH

  • Maandag 13 januari om 20 uur
  • Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven.
  • Klik hier voor het routeplan
  • De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Zoals altijd: heel graag tot dan!

Het clubbestuur van S.P.Q.R.

Brandstichting in het Casa Protostorica in Rome

6 januari 2020

In Rome is brand uitgebroken in het Casa Protostorica di Fidene, een getrouwe reconstructie van een nederzetting uit de negende eeuw voor Christus. Die werd gemaakt na de ontdekking in 1988 van een aantal originele overblijfselen van een prehistorische hut uit de ijzertijd. Het gaat vermoedelijk om brandstichting.

De Sovrintendenza Capitolina heeft al een eerste inspectie uitgevoerd. De dakbalken,  het dak zelf en de toegangsdeur zijn ernstig beschadigd, de structuur van de kleimuur is niet aangetast. De schade zal zo snel mogelijk worden hersteld.

Volgens de eerste vaststellingen gaat het om vandalisme. De autoriteiten tillen zwaar aan de vernieling die ze een poging noemen om ‘één van de oudste getuigenissen van bewoning op het Romeinse grondgebied te vernietigen’. Als de daders worden opgespoord riskeren ze forse straffen.

In de noordoostelijke buitenwijk Castel Giubileo, het gebied waar zich de oude stad Fidenae bevond, zijn tussen 1986 en 1993 talloze getuigenissen van bewoning uit de ijzertijd teruggevonden. Het huidige moderne gehucht Fidene ligt op ongeveer 9 km van Rome dichtbij de Via Salaria en de Tiber.

Tijdens de bouw van een winkelcentrum in het bewuste gebied werden in 1988 op een heuvel de overblijfselen ontdekt van een hut die dateert tussen 850 en 800 voor Christus. De resten bleken uitzonderlijk goed bewaard, zelfs palen en delen van muren werden teruggevonden.  De opgraving van deze enige overgebleven getuigenis van de prehistorische nederzetting vond plaats tussen 1991 en 1993.

Ook destijds lijkt de hut vernietigd te zijn door een brand. Voor zover kan worden vastgesteld was de hutwoning toen nog in gebruik, wat te merken is aan het ingestorte dak en de muren die meteen ook alle teruggevonden objecten begroeven, inclusief de huiskat. Menselijke resten werden niet aangetroffen, wellicht konden de bewoners vluchten.

Omwille van de extreme kwetsbaarheid van de voorhistorische vondsten is de oorspronkelijke hut opnieuw begraven. Vandaag zie je markeerpunten waar de originele paalgaten van de woning aanwezig waren.

De rechthoekige woning was 6,2 m lang en 5,2 m breed en had een binnenruimte van ongeveer 30 m². Het hellende rieten dak werd ondersteund door een centrale structuur van vier hoofdpalen en door vele andere langs de buitenzijde. De muren, onafhankelijk van het dak, waren samengesteld uit klei gemengd met stro en keramiek.

De deur ging aan de stroomopwaartse zijde open. Vóór de hut bevond zich een soort kleine veranda. In het midden van de kamer was een haardvuur opgesteld. Aan de linkerkant bij binnenkomst bevonden zich drie grote potten voor levensmiddelen, waarschijnlijk de voedselvoorraad van de bewoners. Het meubilair was gemaakt uit iepenhout. In een hoek van de hutwoning werden de gecalcineerde botten van een huiskat gevonden, de oudste tot nog toe bekende kat in Italië. Ze kwam vermoedelijk om in de brand

Wetenschappers slaagden erin om de hutwoning en de meubels die erin stonden opnieuw te reconstrueren met vergelijkbare technieken en dezelfde materialen als destijds werden gebruikt. De hut werd opgebouwd naast de opgravingssite aan de Via Quarrata. Omdat de hut uitzonderlijk goed bewaard was gebleven kregen de onderzoekers zoveel details in handen dat de reconstructie vrij vlot verliep.

Ook de nieuwe structuur is bedekt met een rieten dak, de zorgvuldig gereproduceerde haard en de grote vazen ​​die werden ontdekt zijn getrouwe kopieën van de originelen. De achterwand herbergt twee houten bedden en lederen strips. Bezoekers krijgen de indruk dat ze effectief een voorhistorische woning betreden.

Fidenae hoorde bij de Latijnse steden die in de beginjaren van de Romeinse Republiek met Rome rivaliseerden om de macht in het gebied. Fidenae lag aan de rand van het Romeinse grondgebied en was regelmatig in handen van Veii. Daardoor speelde Fidenae als voorpost van deze stad een belangrijke rol in de strijd tussen de beide strijdende partijen.

In 426 v. Chr. werd de stad definitief door Rome onderworpen. Na de Gallische plundering van Rome in 387 v. Chr. kwam Fidenae in opstand, maar de stad werd vervolgens door de Romeinen geheel verwoest. Fidenae bleef als kleine nederzetting aan de Via Salaria bestaan, al had de stad in de keizertijd wel een eigen stadsbestuur (Senatus Fidenatium). Restanten van Fidenae zijn opgegraven bij Castel Giubileo.

Casa protostorica di Fidene
Via Quarrata, Rome
De praktische informatie voor een bezoek vind je hier.
Om evidente redenen is het Casa Protostorica voorlopig gesloten.

Casa del Frutteto opent op 1 februari in Pompeï

5 januari 2020

Op de archeologische site van Pompeï opent na een lange restauratieperiode het zogenaamde Casa del Frutteto, ook wel bekend als het Casa dei Cubicoli Floreali. Het gebouw wordt beschouwd als één van de mooiste huizen aan de Via dell’Abbondanza. Het huis heeft een atrium-indeling met een groene ruimte aan de achterzijde.

Het is verfraaid met gedetailleerde fresco’s die een stadstuin afbeelden, compleet met citroen- en fruitbomen, fladderende vogels en zelfs een vijgenboom met een kronkelende slang erin, een symbool van welvaart. De geschilderde tuinvoorstellingen worden ook verrijkt door Egyptische motieven zoals de attributen van Isis, die misschien verwijzen naar de toewijding van de eigenaar aan de godin.

In tegenstelling tot andere huizen in Pompeii, waarvan de tuinfresco’s waren gereserveerd voor de ontvangstruimtes en bestemd om gasten te imponeren, zijn in het Casa del Frutteto ook de muren van het privégedeelte rijkelijk versierd. Twee kleine en verfijnde kamertjes die duidelijk werden gebruikt als rustruimte zijn eveneens verfraaid met muurschilderingen.

De eerste van de twee kleinere kamers toont een tuin met sier- en fruitplanten. Die zijn met een zodanig extreme precisie gemaakt dat het perfect mogelijk is om de planten- en fruitsoorten meteen te herkennen. De tweede kleine ruimte wordt gekenmerkt door drie bomen van verschillende grootte, waarvan de middelste de voormelde vijgenboom is.

Het Huis van de Boomgaard, waarvan wordt aangenomen dat het eigendom was van een wijnbouwer, werd in twee fases opgegraven, in 1913 en opnieuw in 1951. De aanstaande opening volgt op de recente ontdekking van een behoorlijk wreed fresco dat vechtende gladiatoren afbeeldt en dat vrijwel intact werd gevonden tussen de ruïnes van de oude Romeinse stad die in 79 na Christus werd begraven onder een dik tapijt van vulkanische as.

Bekijk hier een kort filmpje over het Casa del Frutteto