Geheimzinnige kist met magische voorwerpen ontdekt in Pompeï

15 augustus 2019

In de bedolven Romeinse stad Pompeï nabij Napels, één van de beroemdste archeologische vindplaatsen van Italië, hebben archeologen een geheimzinnige kist met een aantal raadselachtige voorwerpen ontdekt. Dat schrijven de kranten De Morgen en Trouw. De bijzondere ontdekking gebeurde in het Casa con Giardino. In de kist zitten kristallen en gesteenten, knopen gemaakt van bot, oriëntaalse kevers, amuletten, poppen, bellen, miniatuurpenissen en zelfs een kleine schedel. De kist met blijkbaar magische of rituele voorwerpen was wellicht van een ‘tovenaar’ of ziener.

Archeologen vermoeden een rituele achtergrond: sommige voorwerpen gelden als geluksbrengers, andere worden toegeschreven aan het vermogen om onheil te beëindigen. De objecten werden daarom wellicht in rituelen worden gebruikt om de vruchtbaarheid of de verleiding te vergroten, of om het succes van een zwangerschap of bevalling op te roepen.

De kist bevatte geen goud of kostbare voorwerpen, wat het waarschijnlijker maakt dat de objecten niet van de rijke huiseigenaar waren, maar van een dienaar of een slaaf van het huis. Bovendien bevond de houten kist, waarvan de afdruk in de verharde as van 2000 jaar geleden zat, zich in de kamers van het personeel, ver van de slaapkamer van de hoofdbewoner of huiseigenaar.

In een andere ruimte in de woning vonden archeologen eerder de skeletten van tien mensen, vermoedelijk het hele gezin, die werden gedood door de vulkaanuitbarsting terwijl ze in veiligheid probeerden te komen. In hetzelfde huis vonden archeologen in oktober vorig jaar een inscriptie die historici ertoe brachten de datum van de uitbarsting van de Vesuvius die de stad bedolf onder sintels, stenen en as, te veranderen van 24 augustus in 24 oktober 79.

Het einde van de Italiaanse regering lijkt nabij

14 augustus 2019

In Italië lijkt het einde van de regering stilaan nabij. Matteo Salvini, de Italiaanse vicepremier en partijleider van Lega, maakte vorige week al duidelijk dat hij de onwaarschijnlijke coalitie tussen zijn eigen extreemrechtse partij Lega en de populistische anti-establishmentpartij MoVimento 5 Stelle (M5S) of Vijfsterrenbeweging niet meer ziet zitten. Bij verschillende belangrijke thema’s liggen de standpunten van beide partijen mijlenver uit elkaar. Het is echter president Sergio Mattarella die het ontslag van de regering moet aanvaarden, het parlement kan ontbinden en beslist of en wanneer er nieuwe verkiezingen komen.

Volgende maandag 20 augustus wordt beslist over de toekomst van de regering van de partijloze premier Giuseppe Conte. Als de stekker wordt uitgetrokken heeft de coalitie tussen Lega en M5S het slechts veertien maanden uitgehouden. Als het vertrouwen effectief wordt opgezegd, volgen in oktober of november wellicht nieuwe verkiezingen. De president zou echter ook kunnen nagaan of er geen alternatieve meerderheid mogelijk is. Men zou ook een tijdelijke regering van technocraten kunnen vormen die de begroting voor 2020 kan opstellen en de verkiezingen opschuiven naar  februari of maart. Brussel verwacht tegen half oktober de begrotingsplannen voor volgend jaar. Nieuwe verkiezingen zouden dat vrijwel onmogelijk maken. Italië moet tegen 26 augustus ook een kandidaat-lid voor de Europese Commissie voordragen.

Salvini ziet nieuwe verkiezingen wel zitten omdat Lega onder meer door de harde en radicale antimigratie-standpunten momenteel in alle peilingen goed scoort. De Vijfsterrenbeweging van Luigi Di Maio heeft meer parlementsleden, maar Lega haalt in sommige peilingen een score van 40 procent of meer. Zelfs een volstrekte meerderheid komt stilaan in zicht. Bij de recente Europese verkiezingen won Lega fors, de M5S verloor de helft van haar stemmen.

Bovendien heeft Matteo Salvini zich al van bij de start van de regering op 1 juni vorig jaar opgeworpen als de nieuwe Italiaanse sterke man en is hij er met zijn aanpak zelfs in geslaagd om premier Giuseppe Conte in de schaduw te zetten. Salvini beseft dat er dankzij de wankelende Vijfsterrenbeweging en de hopeloos verdeelde centrumlinkse Partito Democratico (PD) een erg grote kans bestaat dat hij na een volgende verkiezingsronde een ultrarechtse regering kan vormen. Zelfs wanneer Lega geen meerderheid haalt, volstaat het dat Salvini er één of twee kleine partijen zoals het extreemrechtse Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni of Il Popolo della Libertà (PdL) van Silvio Berlusconi bij neemt als coalitiepartner.

In dat geval wordt het ook afwachten hoe een dergelijke regering zich zal gedragen tegenover Europa. Salvini botste al eerder met de Europese regelgevers. De nakende val van de regering, de enorme overheidsschuld, het oplopende begrotingstekort en de onstabiele banksector in Italië maken de financiële markten nu al nerveus. Als Italië in de toekomst niet uitkijkt is een Europese crisis niet veraf.

Vliegtuig laat metalen brokstukken vallen boven luchthaven Rome

12 augustus 2019

Het Agenzia Nazionale per la Sicurezza del Volo (ANSV), het Nationaal Agentschap voor Vluchtveiligheid in Italië, heeft een onderzoek geopend naar het luchtvaartincident van 10 augustus toen bij een Boeing 787-8 van de lage kostenmaatschappij Norwegian Air bij het opstijgen van de luchthaven Leonardo da Vinci op weg naar Los Angeles tussen Fiumicino en het Isola Sacra een heleboel metalen fragmenten loskwamen. Het toestel met 298 passagiers aan boord keerde onmiddellijk terug naar de luchthaven in Rome en kon veilig landen. De brokstukken waarvan sommigen tot 10 cm groot waren, kwamen terecht op daken van huizen en auto’s waar ze heel wat schade veroorzaakten. Als bij wonder raakte op de grond slechts één persoon lichtgewond.

Volgens getuigen leek het incident op een hagelbui en vielen er honderden stukjes metaal uit de lucht. Tenminste 25 auto’s en twaalf huizen in de omgeving van het Isola Sacra, Coccia di Morto en Fregene raakten beschadigd. Volgens experts had het incident kunnen uitlopen op een ramp. De schade had immers veel erger kunnen zijn indien de fragmenten in het stadscentrum of op het drukbevolkte strand waren terechtgekomen. In dat geval waren er vermoedelijk een aantal gewonden of mogelijk zelfs doden gevallen. De Boeing 787-8 wordt op dit moment grondig onderzocht door experts. Volgens de eerste vaststellingen zijn de deeltjes wellicht afkomstig van de linkermotor, een Rolls-Royce Trent 1000.

De oudste apotheek van Rome

7 augustus 2019

De Antica Spezieria di Santa Maria della Scala is de oudste apotheek van Rome. Je kan dit magnifieke stukje erfgoed bezoeken na voorafgaande reservatie. De apotheek bevindt zich boven een moderne apotheek aan Piazza della Scala 23, naast de kerk Santa Maria della Scala in Trastevere. Niet toevallig maakt deze apotheek deel uit van het klooster van de Ongeschoeide Karmelieten: één van hun regels voorziet dat de paters een tuintje onderhouden en daarin geneeskrachtige planten kweken.

Zo ontwikkelde de orde in de loop van de tijd een grote expertise in het herkennen van geneeskrachtige soorten en in het maken van medicamenten. Deze geneesmiddelen waren aanvankelijk alleen bedoeld voor de mede-kloosterlingen, maar door de kunde van de paters in het combineren van de juiste ingrediënten groeide de activiteit uit tot een echte apotheek. De Karmelieten zijn nog steeds de uitbaters van deze apotheek.

In de zeventiende eeuw werd de apotheek opengesteld voor het publiek en zo was de eerste apotheek in Rome een feit. Zijn faam was zo groot dat ook prinsen en kardinalen en zelfs de artsen van de paus zelf hier hun medicamenten kwamen betrekken. Vanaf 1829 met Pius VIII stond deze apotheek dan ook bekend als de ‘Farmacie van de Pausen’. Al heeft deze paus niet lang van de heilzame middelen kunnen genieten, want hij was slechts één jaar paus, tot 1830.

De kamers van de apotheek zijn sinds 1700 ongewijzigd. De farmacie bleef eeuwen in gebruik. Tot 1935 was ze gevestigd in de historische lokalen op de eerste verdieping, nadien op het gelijkvloers. Tot 1954 maakte de apotheek nog zelf bereidingen, en tot in 1978 kon je er terecht voor een gratis consultatie en om geneesmiddelen te kopen. Doordat de medicamenten waren gemaakt van natuurlijke producten die ter plaatse werden geoogst, konden de prijzen laag worden gehouden.

De producten dienden vooral tegen problemen van de luchtwegen, reumaklachten en allergieën. Een bekend drankje van de farmacie tegen deze kwalen, was l’Acqua della Scala. Het zou ook verlichting brengen bij hoofdpijn, leverproblemen, misselijkheid en algemene verzwakking van de organen. Daarvoor moet je tweemaal daags een eetlepel van dit wonderwater oplossen in een half glas water en innemen. Een ander bekend product van de apotheek was l’Acqua della Samaritana, het eerste ontsmettingswater.

In een grote albasten vaas zou zelfs nog een beetje theriacum (theriak) zitten, een legendarisch geneesmiddel op punt gesteld door Andromachus de Oude, de lijfarts van keizer Nero. Dit mengsel werd samengesteld uit 57 verschillende componenten (sommigen spreken zelfs van 120), waarvan het belangrijkste ingrediënt het gedroogde vlees van een mannelijke (volgens anderen een vrouwelijke) adder was; daardoor zou het middel als antidotum werken tegen allerlei giftige stoffen.

De samenstelling van het middel kon nogal variëren en er werden in de loop der tijd telkens nieuwe ingrediënten aan toegevoegd. De bereiding van dit wondermiddel was zeer bewerkelijk. Naast het addervlees gingen onder meer mee in de pot: tijm, wierook, paardenbloem, engelwortel, valeriaan, opium, honing, zoethout, poeder van mummies, Spaanse wijn, goudpoeder, edelstenen, parels en mirre.

Het addervlees moest afkomstig zijn van een slang uit de Euganische Heuvels ten zuiden van Padua die gevangen werd enkele weken na de winterslaap. De adder moest worden ontdaan van zijn kop, staart en ingewanden, dan gekookt in zout bronwater op smaak gebracht met anijs. Daarna moest het vlees worden fijngehakt, gemengd met droog brood, tot balletjes ter grootte van een noot gerold en in de schaduw te drogen gelegd.

Het wondermiddel was nu nog niet werkzaam, het moest eerst nog minstens zes (!) jaar rijpen, maar daarna bleef het wel 36 jaar goed. We weten dat dit middeltje tot in de helft van de vorige eeuw werd gebruikt. Er was op een bepaald moment zelfs zoveel vraag naar dat de adders in de Euganische Heuvels met uitsterven bedreigd raakten; door de schaarste moest men de slangen importeren uit Egypte met speciale ‘adderboten’. In Venetië onderhielden sommige drogisten addertuinen waar adders gekweekt werden speciaal voor het maken van theriak.

Theriak was zo populair omdat het verlichting bracht bij tal van kwalen, gaande van hoofdpijn tot slapeloosheid, buikkrampen, hoest, problemen met de luchtwegen, beten van adders en honden en het zou ook werkzaam geweest zijn ter voorkoming van een epileptische aanval en impotentie. Afhankelijk van de ernst van de kwaal, de leeftijd en de conditie van de patiënt, varieerde de dosis en de manier van toediening. Zo kon de theriak in water worden opgelost, of in wijn, of gemengd met honing of in bladgoud gewikkeld worden genuttigd. De beste periode om het middel in te nemen was de winter, de zomerperiode was het minst aangewezen.

Bovendien moest de patiënt eerst zijn lichaam zuiveren, anders kon men het tegenovergestelde effect bekomen. Theriak zou nu nog altijd verkocht worden, onder andere in de apotheek van de San Paolo Fuori le Mura, maar op de website van de winkel hebben we het middel niet gevonden. In het winkeltje van de Antica Spezieria wordt het wel nog verkocht.

Bij het binnenkomen in de farmacie zien we het portret van Fra Basilio della Concezione (1727-1804). Hij was de meest getalenteerde pater-apotheker en stelde twee geneesmiddelen op punt waarmee de apotheek vermaard is geworden. Dat zijn l’Acqua di Melissa tegen aanvallen van hysterie, melancholie en stuipen, slaapstoornissen en menstruatiepijnen, en l’Acqua Antipestilenziale tegen besmettelijke ziektes. Van het rode ‘antipestwater’ heeft de broeder nooit het recept willen verklappen. L’Acqua di Melissa wordt vandaag nog steeds verkocht.

Fra Basilio was ook de samensteller van een herbarium van 240 bladzijden, het Trattato delli Semplici, met een beschrijving van alle in de farmacie gebruikte planten. Het was daarmee één van de meest complete teksten over het onderwerp. Op de tegenover liggende bladzijden is telkens in schoonschrift de geneeskrachtige werking genoteerd. Het herbarium wordt bewaard in de Spezieria.

Aan de farmacie was een school verbonden waar broeders en leken de geheimen van medicatie op basis van geneeskrachtige planten doorgaven. Let op de eretekens op de tafel, het zijn onderscheidingen die Fra Basilio kreeg voor zijn werk. Achter de verkoopzaal ligt de werk- en studeerkamer van de paters-apothekers. We vinden er glazen apothekerspotten, gekleurde majolicapotten, een pers, weegschaaltjes, pipetten, alambieken (distilleertoestellen), vijzels en andere apothekersbenodigdheden. Er zijn rekken met potten en voorraadkasten.

De houten panelen van de kastjes zijn aan de buitenkant beschilderd met portretten van beroemde medici zoals Hippocrates, Galenus, Avicenna en Andromachus. Aan de binnenzijde van de kastdeurtjes staan portretten van beroemde bezoekers van de apotheek. Op één van de paneeltjes staat zelfs de Belgische prinses Marie-José, een dochter van koning Albert I en koningin Elisabeth die getrouwd was met de Italiaanse kroonprins Umberto die in 1946 slechts 33 dagen koning zou zijn, vooraleer een referendum een einde maakte aan de Italiaanse monarchie.

Achter glas staat een collectie boeken, de enige overgebleven exemplaren uit de bibliotheek van het klooster. Een aantal kostbare boeken zou recent wegens veiligheidsredenen overgebracht zijn naar een andere locatie. Een bezoek omvat ook een kijkje in de werkplaatsen waar de geneesmiddelen werden bereid. Er staan centrifuges, een bottelmachine, diverse persen, verschillende zeven, kookketels van verschillende groottes, een pillenmachine en een steriliseermachine

Je kan de Farmacia vrij bezoeken na voorafgaande reservering. Sporadisch zijn er rondleidingen.

smariadellascala@gmail.com

+39 06 580 62 33

Officiële website

Praktische informatie voor een bezoek

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Wereldkampioenschap ‘tiramisu maken’ komt naar Brussel

4 augustus 2019

Binnenkort wordt voor de derde keer het wereldkampioenschap ‘tiramisu maken’ georganiseerd. Voor de selecties voor de komende editie komt de organisatie ditmaal naar Brussel. Wie denkt dat hij of zij de allerbeste tiramisu maakt kan zich inschrijven voor de Tiramisu World Cup. De wedstrijd staat uitsluitend open voor amateurs en je mag de jury zowel een klassieke bereiding (op basis van mascarpone, lange vingers, koffie, suiker, ei en cacao) als een eigen invulling van het beroemde Italiaanse dessert voorschotelen (maximaal drie extra ingrediënten en een alternatief voor de lange vingers).

De Europese selectierondes vinden dit jaar plaats op 11 en 12 oktober in het City 2-winkelcentrum in de Nieuwstraat 123 in Brussel. Wie naar de volgende ronde mag wordt op 14 oktober vanaf 16 uur uitgenodigd in het Hilton Grand Place-hotel, vlakbij het Centraal Station in Brussel. De grote finale vindt plaats op 1 en 2 november in het Italiaanse Treviso. Het verblijf van twee nachten wordt betaald door de organisatie.

De winnaars vliegen eind november naar het Braziliaanse Curitiba waar ze speciale gasten zullen zijn op de ‘Week van de Italiaanse keuken’, een evenement dat Italiaanse specialiteiten in de schijnwerpers zet. De voorbije tweehonderd jaar emigreerden vele Italianen naar Curitiba, dat overigens ook een zusterstad is van Treviso.

Tiramisu (in het Italiaans geschreven als tiramisù) is een van oorsprong Italiaans dessert. De naam betekent letterlijk trek mij omhoog, wat zoveel inhoudt als ‘beur mij op’ of ‘maak me blij’. Tiramisu wordt dan ook vaak aan herstellende zieken gegeven, om ze aan te laten sterken en er weer bovenop te brengen. Het is een relatief modern gerecht: pas sinds 1980 komt het voor in Italiaanse woordenboeken en kookboeken. De oorsprong ervan is niet helemaal duidelijk, maar ligt zeer waarschijnlijk in de regio Veneto of de aangrenzende regio Friuli-Venezia Giulia.

Inschrijven kan via de website tiramisuworldcup.com.

Fietsen in het spoor van de Romeinen langs de Limes

1 augustus 2019

Op zaterdag 7 september organiseert Central Events in samenwerking met zorginstelling Ipse de Bruggen de eerste editie van de Limes Classic, een fietstocht langs de grens van het voormalige Romeinse Rijk tussen Zwammerdam en Katwijk. De start en finish is bij Nigrum Pullum in Zwammerdam. Onderweg kunnen deelnemers Romeinse vondsten bekijken bij onder andere Museumpark Archeon, Castellum Bodegraven en archeologisch park Matilo.

Start en finish is bij Grand Café De Haven op landgoed Hooge Burch in Zwammerdam. Hier lag vroeger het Romeinse fort Nigrum Pullum en zijn de beroemde ‘schepen van Zwammerdam’ gevonden. Nu is zorginstelling Ipse de Bruggen er gevestigd. Ipse de Bruggen wil met een jaarlijkse fietstocht de Limes meer onder de aandacht brengen (zie ook deze website) en tegelijkertijd cliënten de kans geven mee te fietsen. De provincie Zuid-Holland en de gemeente Alphen aan den Rijn ondersteunen dit initiatief met een financiële bijdrage voor de komende drie jaar.

De Limes Classic is bestemd voor zowel de recreatieve fietser als voor wielrenners. Fietsers kunnen kiezen uit vier afstanden, namelijk 25 en 45 km voor toerfietsers, e-bikes, handbikes en tandems. Voor wielrenners zijn er routes uitgezet van 70 en 110 km. Op het start- en finishterrein kunnen cliënten van Ipse de Bruggen hun eigen fietsrondje fietsen. Bovendien bevindt het terrein de hele dag in Romeinse sferen en staan diverse optredens op het programma.

Deelnemers kunnen vooraf inschrijven op www.limesclassic.nl.

Voor de afstanden van 25 en 45 km kost deelname 10 euro, voor de overige afstanden 15 euro.

De plafondschildering van Caravaggio in het Casino dell’Aurora

25 juli 2019

In een vorige bijdrage bezochten we Villa Maraini in de wijk Ludovisi aan de Via Ludovisi in Rome. Hier vlakbij, in de Via Lombardia, bevindt zich nog een ander interessant gebouw. Op nummer 46 staan we voor het hek en de metershoge muren van het Casino dell’Aurora Boncompagni – Ludovisi. Het gebouw achter deze muren met de omringende tuin zijn de enige bewaard gebleven delen van de fabelachtige zeventiende-eeuwse Villa Ludovisi, op zijn beurt gebouwd op de plaats van de mooiste en grootste tuin uit de Romeinse tijd, de Horti Sallustiani.

Vandaag bevindt deze plek zich in het centrum van de stad, niet ver van de Via Veneto en het is moeilijk voor te stellen dat het domein in vroegere tijden op het platteland lag. Wat bewaard is van de uitgestrekte tuinen is maar een fractie van de terreinen en de gebouwen die kardinaal Ludovico Ludovisi (1595-1632) in 1621 en 1622 kocht. Zijn macht en rijkdom waren te danken aan zijn oom Alessandro Ludovisi (1554-1623), de latere paus Gregorius XV (1621-1623) die zijn neef hoge kerkelijke functies en grote inkomsten bezorgde. Vanaf het begin van zijn kardinaalschap begon Ludovico met het opkopen van wijngaarden en gebouwen in de buurt, waaronder de wijngaard en het Casino van kardinaal Francesco Maria Del Monte (1549-1627).

De villa die Ludovisi had gekocht van de familie Orsini liet hij restaureren en verfraaien door Domenichino (1581-1641) en de tuinen werden aangelegd door de Franse tuin- en landschapsarchitect André Le Nôtre (1613-1700) die onder meer de tuinen van het kasteel van Versaille had aangelegd. Het resultaat was één van de fraaiste tuinen ooit en een villa met één van de rijkste kunstcollecties uit de geschiedenis. Onder andere Goethe, Schiller, Stendhal en d’Annunzio bezochten het park en de kunstwerken en spraken er lyrisch over.

Kardinaal Ludovisi was een groot kunstkenner en -verzamelaar en zijn villa en tuin stonden vol kunstwerken: schilderijen, fonteinen, meer dan 450 antieke beelden, bas-reliëfs, zuilen, opschriften, sarcofagen, bustes en zelfs een obelisk. Een deel van de marmeren antiquiteiten was afkomstig uit opgravingen op zijn terreinen zelf, die, zoals we weten, boven de vroegere Horti Sallustiani lagen. Zo bezat hij onder andere de beroemde beelden van de Stervende Galliër en de Zelfmoordplegende Galliër (ook bekend als de Ludovisi Galliër), beelden die gevonden werden op zijn terreinen. Een deel van de kunstcollectie, waaronder een honderdtal beelden, is nu te bewonderen in Palazzo Altemps.

De prinses van Piombino, de huidige eigenares van de villa opent het hek op het afgesproken uur en laat ons binnen in het domein. We volgen de steile oprijlaan naar het Casino, in de tuin en voor het gebouw zien we enkele van de oorspronkelijke antieke beelden. Zoals verteld kocht kardinaal Ludovisi het Casino van kardinaal Del Monte. We kennen Del Monte als opdrachtgever en eerste beschermheer van Caravaggio, maar hij was behalve kunstliefhebber ook wetenschapper en alchemist, en had op de eerste verdieping van het Casino een alchemiekamer met distilleerapparatuur geïnstalleerd.

Om het plafond van zijn kabinet te verfraaien vroeg hij niemand minder dan de jonge Caravaggio (1571-1610). Caravaggio beschilderde het plafond, niet met een fresco, maar met olieverf. Deze plafondschildering is een unicum, het is de enige muurschildering die Caravaggio ooit maakte. Caravaggio zou hier gewerkt hebben tussen november 1596 en september 1597. In de loop der eeuwen bedekten dikke lagen roet de schildering en raakte ze vergeten. Pas bij een restauratie in 1990 werd de plafondschildering toevallig herontdekt.

Zoals verteld gaat het om een olieverfschildering en niet om een fresco. Het voordeel van olieverf ten opzichte van de frescotechniek was dat Caravaggio niet verplicht was te werken met schetsen, zoals bij fresco’s het geval is, want schetsen maken deed de schilder nooit; er zijn van Caravaggio’s schilderijen geen voorstudies bekend. We bekijken het schilderij even van dichtbij. We zien drie figuren, drie naakte mannen. Het gaat driemaal om Caravaggio zelf: het zijn allemaal zelfportretten. De schilder beeldt zichzelf af als de drie oppergoden van de kosmos: Jupiter, god van de aarde, Neptunus, god van het water, en Pluto, god van de onderwereld, met hun respectievelijke attributen.

Deze goden zijn niet willekeurig gekozen. De drie elementen die ze symboliseren, water, aarde en lucht, komen overeen met de drie stadia van de alchemie: vast, vloeibaar en vluchtig. Het is met deze drie elementen dat de kardinaal in dit kabinet probeerde het vierde element te bekomen: vuur. We zien dus drie keer een zelfportret van de naakte Caravaggio maar dan van onder naar boven gezien, een op zijn minst opmerkelijk perspectief. Men veronderstelt dat hij bij het schilderen een spiegel gebruikte om het perspectief weer te geven, de spiegel zou op de stelling gestaan hebben en de schilder rechtop of gehurkt boven de spiegel.

Caravaggio wilde hiermee bewijzen dat hij de allernobelste kunst beheerste, namelijk die van het perspectief. Het effect van het verkort perspectief in deze kleine ruimte, die niet meer is dan een doorgang tussen twee kamers, is indrukwekkend. De drie goden worden telkens afgebeeld met een dier: Jupiter met een arend, Neptunus met een paard met vinnen in plaats van met poten, en Pluto met de driekoppige hond Cerberus. Ook deze hond zou geschilderd zijn naar levend model, namelijk Cornacchia, de zwarte poedel van Caravaggio.

In het midden van het schilderij zien we een hemelsfeer, de kosmos, en daarin onderscheiden we twee planeten en vier tekens van de dierenriem. Ook deze afbeelding is niet willekeurig gekozen. Caravaggio zou hiermee een hommage hebben gebracht aan een bekende van kardinaal Del Monte, namelijk de wetenschapper Galileo Galilei (1564-1642) en aan zijn toen revolutionaire theorieën. Op het plafond van de grote salon van het Casino wacht ons nog een ander meesterwerk: l’Aurora (1621-1623) van Giovanni Francesco Barbieri (1591-1666), ook bekend als (Il) Guercino (de schele). Ook hier gaat het niet om een fresco, maar om schildering met tempera.

L’Aurora vertelt het verhaal van de Dageraad die, gezeten op een wagen, bloemen uitstrooit in het hemelgewelf en de zon aankondigt. De wagen van de godin wordt getrokken door twee vliegende gevlekte paarden, het lichte van kleur symboliseert de dag, het donkere de nacht, onderaan zien we een weergave van de tuin en de villa.

De Dageraad laat haar slaapplaats achter die ze deelde met haar oudere minnaar Tithonus en, voorafgegaan door de Uren, doorklieft ze de duisternis om de nieuwe dag aan te kondigen. Het schilderij, gemaakt in opdracht van kardinaal Ludovisi, heeft een allegorische betekenis: het kondigt een nieuwe dageraad aan voor de familie Ludovisi, het begin van een glorieus tijdperk.

Links en rechts van het plafondschilderij zien we de Dag en de Nacht verbeeld: de Dag wordt voorgesteld als een gevleugelde jongeman met een toorts in de hand, de Nacht is een vrouw gekleed in het wit, naast haar twee slapende kinderen die de Slaap en de Dood symboliseren, en op de achtergrond een uil en een vleermuis.

De eerste werken van Il Guercino herinneren aan Ludovico Carracci maar met toevoeging van Caravaggio-toetsen. Daarna kwam hij tot de soms dramatische, soms speelse belichting, heftige kleuren en breed, krachtig borstelwerk. Het plafondfresco in het Casino dell’ Aurora wordt als zijn meesterwerk beschouwd, het is één van de mooiste barokdecoraties ooit.

Dit schilderij moest een antwoord bieden op en wedijveren met de gelijknamige schildering l’Aurora van 1613 van Guido Reni (1575-1642) in het Casino Rospigliosi-Pallavicini op de Quirinaalheuvel. Vergeleken met het fresco van Reni is de versie van Guercino duidelijk meer ‘barok’. Waar we in het Casino Rospigliosi-Pallavicini de Dageraad in zijaanzicht zien, toont Il Guercino een sterk staaltje perspectief schilderen: hij beeldt de figuren en paarden af van onderuit bekeken.

In een gids lezen we over het fresco van Il Guercino: ‘it is a dizzying work creating the impression that the Casino has no roof, but lies open to a cloudy sky, across which horses pull Aurora’s carriage from the darkness of night towards the light of day’. En zo is het. Eigenaardig is dat Guercino in 1642 in Bologna het atelier overnam van de overleden Guido Reni die hem bij leven vaak van plagiaat had beschuldigd. Het werk van Il Guercino werd met de tijd kalmer en lichter van kleur, zodat het steeds meer op het werk van Reni ging lijken. Guercino was ook de meest briljante etser van zijn tijd.

De indrukwekkende trompe-l’oeileffecten van muren en zuilen, waardoor het plafond veel hoger lijkt dan het is, zijn van de hand van Agostino Tassi. Agostino Tassi was de medewerker van Orazio Gentileschi en is berucht omdat hij diens dochter Artemisia Gentileschi (1593-1652), aan wie hij schilderles gaf, aanrandde.

Na een glorieus verleden vallen de villa en de tuinen na de eenmaking van Italië ten prooi aan bouwspeculatie: er was immers ruimte nodig voor de stijgende bevolkingsaangroei en voor administratieve gebouwen in de nieuwe hoofdstad. Uit op geldgewin verkoopt prins Rodolfo Boncompagni-Ludovisi onder algemeen protest, het domein. In 1883 wordt het terrein verkaveld. 200.000 m² van de 247.000 m² worden verkocht aan de Società Generale Immobiliare. In mei 1885 worden de tuinen en de villa leeggehaald en wordt alles verwoest: de standbeelden, de gebouwen en zelfs de bomen moeten eraan geloven. Alleen het Casino dell’Aurora blijft gespaard.

In 1901 laat prins Boncompagni-Ludovisi de collectie kunstwerken veilen. De Italiaanse staat koopt de belangrijkste stukken. 104 beelden krijgen een plaats, eerst in het Museo Nazionale Romano alle Terme di Diocleziano, nu in het Museo Nazionale Romano di Palazzo Altemps. Een klein aantal beelden bleef ter plaatse, andere werden ondergebracht in de vlakbij gelegen Amerikaanse ambassade, mindere werken gingen naar Villa Ada of werden te koop aangeboden.

In de Via Lombardia bevond zich vroeger het Hotel du Sud waar de Nederlandse schrijver Louis Couperus (1863-1923) vele malen logeerde. Louis Couperus was één van de grote figuren van de Nederlandse letteren, we herinneren ons vooral zijn ‘Eline Vere’ uit 1889. In zijn Reis-impressies, een bundeling brieven die voor het eerst in boekvorm verscheen in 1894 op ongeveer 1.500 exemplaren, bevindt zich ook een ‘Brief uit Rome’. Met een beetje geluk kan je nog een origineel exemplaar van deze Reis-Impressies op de kop tikken bij een antiquariaat.

In zijn ‘Brief uit Rome’ geeft Couperus flink wat kritiek op het nieuwe Palazzo Piombino en de in zijn ogen goedkope huisvesting van de Boncompagni-Ludovisi-collectie. Palazzo Piombino heet tegenwoordig Palazzo Margherita maakt deel uit van de Amerikaanse ambassade. Sinds 1946 is het eigendom van de Amerikaanse regering.

Casino Boncompagni Ludovisi (dell’Aurora Ludovisi)
Via Lombardia 46, Rome

Bezoek na reservatie
(groep van minimum 15 personen, aansluiten bij anderen is mogelijk)

Kostprijs: 20 euro per persoon

Reserveren verplicht:
Tel. +39 06 483 942 (maandag, woensdag en vrijdag van 9 tot 14 uur)
Email: tatiana@principedipiombino.com

Praktische informatie

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

De fraaie villa van suikerproducent Maraini

23 juli 2019

Vandaag brengen we een bezoek aan Villa Maraini, gebouwd in 1905 door de Zwitserse grootindustrieel Emilio Maraini (1853-1916), de eerste producent van suiker uit suikerbiet in Italië. De man die met zijn suikerraffinaderij in Rieti een enorm fortuin wist te vergaren, kan worden beschouwd als de oprichter van de Italiaanse suikerindustrie. We zijn in de stadswijk Ludovisi, de plaats waar zich in de oudheid de meest uitgestrekte en schitterende tuinen bevonden, en veel later één van de grootste villa’s in het hart van Rome.

maraini1

Emilio was pas 20 toen hij zijn moeder verloor en besloot om de familie economisch te ondersteunen en naar Nederland uit te wijken; hij vond werk in Rotterdam bij Koch & Flierbohm, een handelaar in koloniale waren. Al snel kon Emilio zich opwerken en kreeg hij een belangrijke positie in de importhandel van rietsuiker. Om de productie van suiker uit suikerbiet te bestuderen, ging hij naar Praag waar hij al spoedig een eigen exportbedrijf stichtte dat suiker uitvoerde naar Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Overtuigd dat hij ook suiker zou kunnen verkopen in Italië (tot dan toe was Italië volledig afhankelijk van de invoer van suiker uit het buitenland) verhuisde hij eerst naar Rome en daarna naar Rieti, waar hij in 1887 de plaatselijke suikerfabriek kocht. Na een ontmoeting met prins Giovanni Potenziani (1850-1899) zette hij een samenwerking op met deze landeigenaar om op zijn uitgestrekte gronden suikerbieten te kweken. Door het gebruik van nieuwe technieken werd de suikerbietenteelt een groot succes en zou Rieti uitgroeien het centrum van de Italiaanse suikerproductie. Vervolgens stichtte Emilio Maraini ook suikerfabrieken elders in Italië.

Toen Emilio een stuk bouwgrond zocht in Rome om van daaruit zijn zakelijke belangen beter te kunnen behartigen, viel zijn oog op een stortplaats met bouwafval en aarde, afkomstig van de net aangelegde Via Ludovisi. Het was de laatste kavel van een immens bouwproject, een terrein dat niemand wilde en dat dus goedkoop kon worden aangekocht. Hij besloot het stort niet te ruimen, maar zijn villa met dépendances en belvédèretoren bovenop de hoop met puin te bouwen. Dat verklaart waarom de toren van de villa vandaag één van de hoogste van Rome is.

Tijdens een geleid bezoek aan Villa Maraini kan je deze toren beklimmen via een smalle en steile wenteltrap (niet voor wie hoogtevrees heeft). Eenmaal boven word je beloond met een fantastisch panoramisch uitzicht van 360° op Rome. Aan de overkant zie je het hoogste uitkijkpunt op Rome, de 3 m hogere lantaarn op de koepel van de Sint-Pietersbasiliek.

maraini2

Emilio Maraini brengt het laatste deel van zijn leven door in zijn villa in Rome waar hij carrière maakt: hij wordt verkozen tot gemeenteraadslid en van 1900 tot 1916 is hij volksvertegenwoordiger. Hij wordt vicevoorzitter van het Italiaanse Rode Kruis en krijgt de medaille van ‘Cavaliere del Lavoro’ uitgereikt. Ook zijn charmante echtgenote Carolina Maraini Sommaruga (1869-1959) was een bekend personage. Ze deed haar hele leven aan liefdadigheid en werd voor al dat goede werk door Vittorio Emanuele III (1869-1947) in de adelstand verheven als gravin.

De architect van de imposante villa was Emilio’s jongere broer Otto (1863-1944). Otto liet zich inspireren door de villa’s uit de tijd van de Romeinen en koos voor een residentie in eclectische stijl. Hij bouwde de villa in een recordtijd van een paar jaar dankzij een nieuwe cementsoort: de vloeren en decoratieve elementen, zowel voor de binnen- als de buitenzijde, liet hij maken uit portlandcement, bekend om zijn snelle droogtijd.

In de gebouwen en in de weelderige tuin werden authentieke Romeinse beelden geplaatst die waren gevonden bij opgravingen op het terrein, maar ook fraaie kopieën kregen een plaatsje in de villa. In de tuin bouwde men ook een nymphaeum in de vorm van een grot. De resten van deze ’grotten’ kan je zien liggen als je vanaf de straatkant van de Via Ludovisi door het hek kijkt. Voor de grotten werd materiaal gebruikt afkomstig van de afbraakwerken in de Ludovisi-wijk.

maraini3

Otto Maraini was ook de architect van het prestigieuze hotel Excelsior in de Via Veneto dat in 1905 werd gebouwd. Na de dood van Emilio, om onenigheid tussen de erfgenamen te vermijden (de Maraini’s hadden geen kinderen) besloot de weduwe Carolina Maraini-Sommaruga in 1946 de gebouwen te schenken aan hun thuisland Zwitserland. In 1949 werd het gebouw in gebruik genomen als het Zwitsers Cultureel Instituut en dat is het vandaag nog steeds. Het Istituto Svizzero bevordert de wetenschappelijke en artistieke uitwisseling tussen Zwitserland en Italië en verwelkomt jaarlijks ook jonge Zwitserse kunstenaars en wetenschappers.

Villa Maraini – Istituto Svizzero
Via Ludovisi 48, Rome

Je kan een geleid bezoek (5 euro, elke maandag om 15 uur en 16 uur) reserveren via visite@istitutosvizzero.it.
Keuzetaal: Italiaans, Duits of Engels, bezoek met begeleiding.

Op deze website vind je alle praktische informatie.

Tel. +39 06 420421 – 06 42042420
www.istitutosvizzero.it
roma@istitutosvizzero.it

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Het Bataafse kerkhof

22 juli 2019

Avonturen met opschriften – III

Sinds kort kan je regelmatig een bijdrage lezen in de nieuwe reeks ‘Avonturen met opschriften’. Die is speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici onder onze leden (maar is uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Deel I en Deel II kreeg je al te lezen; dit is de derde bijdrage in deze reeks.

Wij zijn gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. zal ik enkele van deze teksten voorstellen. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit… Vandaag deel 3, speciaal ‘Vur ons moeder. Ze wit wel waorum’.

Voor de opschriftenminnaar zijn er verschillende favoriete leesplekken in Rome. Het Forum Romanum (zie de eerste twee delen in deze reeks) en de Via Appia Antica zijn zeker daarbij, maar er is een derde, minder voor de hand liggende plaats waar de opschriften zowat voor het grijpen liggen. En zelfs gratis.

Tegenover Stazione Termini bevindt zich in de Thermen van Diocletianus een deel van het Museo Nazionale Romano. Tussen de museumingang en de Piazza dei Cinquecento ligt een haast idyllisch oord, met een grote fonteinvaas tussen cipressen. Daaromheen staan tussen buxusheggen heel wat opschriften, vooral grafschriften, die hier vanuit heel Rome en omgeving zijn samengebracht. Tegen de buitenwand van het Thermencomplex staan daar zo vier stenen, cippi – zoals de technische term is – die een bijzondere betekenis voor inwoners uit de Lage Landen hebben.

Dat wij vredelievend zijn, weet iedereen wel. Maar het is ooit anders geweest. Keizer Pertinax (192-193) werd vermoord door een onvervalste Tongenaar in zijn lijfwacht, Tausio genaamd. Deze was niet het enige lid van de keizerlijke lijfwacht uit onze contreien. Ook keizer Nero werd beschermd door Laaglanders, meer bepaald door een korps Bataven, afkomstig uit het gebied tussen de grote rivieren Rijn en Maas met Nijmegen (Nouiomagus) als hoofdplaats.

Men heeft in het verleden diverse opschriften met betrekking tot deze Bataafse lijfwacht gevonden, maar de meeste daarvan zijn verloren gegaan. Zo trof men in 1947 langs de oude Via Portuensis op ruim 2 km van de Porta Portese vijf cippi aan die naar deze tuin bij de Thermen van Diocletianus werden overgebracht. Eén van deze stenen was opgericht voor de Ubiër Fannius (die dus uit de omgeving van Keulen kwam); de vier andere waren grafmonumenten voor Bataven.

De bekendste steen is wellicht die van Indus. Deze steen werd al enkele malen in bloemlezingen gepubliceerd en becommentarieerd. Kalligrafisch gezien is het zeker ook de mooiste steen.

De tekst luidt:

(Museo Nazionale Romano, inventarisnummer 125660; L’Année épigraphique (AE) (1952), p. 46, nr. 148; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-13900425)

INDVS
NERONIS CLAVDI
CAESARIS AVG.
CORPOR. CVSTOS
DEC. SECVNDI
NATIONE BATAVVS
VIX. ANN. XXXVI H.S.E.
POSVIT
EVMENES FRATER
ET HERES EIVS EX COLLEGIO
GERMANORVM

Indus / Neronis Claudi / Caesaris Aug(usti) / corpor(is) custos / dec(uria) Secundi / natione Batavus / vix(it) ann(os) XXXVI h(ic) s(itus) e(st). / Posuit / Eumenes frater / et heres eius ex collegio / Germanorum.

‘Indus, lijfwacht van keizer Nero, uit de decurie van Secundus, Bataaf, die 36 jaar geleefd heeft, is hier begraven. (Dit monument) heeft zijn broer en erfgenaam Eumenes uit de vereniging van de Germanen opgericht’

De tekst vertoont enkele typische kenmerken van de Romeinse grafinscripties. Zo vinden we (niet helemaal onverwacht) de naam van de overledene die bovendien geïdentificeerd wordt door zijn functie en zijn herkomst. Dat laatste is bij ons ongebruikelijk.

In plaats van de bij ons vermelde levensdata wordt de leeftijd gegeven, soms (maar niet hier) aangevuld door het aantal dienstjaren. Dat laatste – als dat het geval is – stemt oud-historici bijzonder gelukkig, want hierdoor krijgen ze tenminste een beetje statistiek. Gegevens uit de oudheid zijn over het algemeen erg moeilijk kwantificeerbaar.

Tot slot wordt ook de persoon die het monument heeft opgericht, expliciet vermeld. Dat laatste is bij ons totaal onbekend, maar speelde in de Romeinse oudheid blijkbaar een belangrijke rol. Het betekent ook dat we met één grafschrift vaak tenminste twee personen hebben. Wat de oud-historici andermaal bijzonder gelukkig stemt en bijdraagt tot het buitengewone belang van epigrafische bronnen voor onze kennis van de klassieke oudheid.

In dit opschrift ontbreekt het bekende element D M = Dis Manibus = ‘Aan de goden van de onderwereld’, maar omdat deze formule pas vanaf de Flavische periode (69-96) echt in gebruik komt, is dat niets bijzonders voor een lijfwacht van Nero.

Bijzonder is wel dat deze Bataven lid waren van een begrafenisclub, het Collegium Germanorum. Normaal mochten soldaten niet van zoiets lid zijn, maar blijkbaar werd er voor deze buitenlanders een uitzondering gemaakt. De Romeinse overheid is altijd beducht geweest voor (geheime) genootschappen.

De naam Indus betekent overigens niet – zoals men wel leest – ‘de Indiër’ en was ook niet een soort koosnaampje voor een exotische lijfwacht. In feite kennen we diverse figuren met de naam Indus die afkomstig zijn uit het land van de Treviren: het gaat om een Keltische naam. Of Eumenes (die wel een Griekse naam lijkt te hebben) inderdaad zijn broer in onze betekenis was of dat hij een ander soort familielid was of eventueel zelfs een ‘bloedbroeder’, onttrekt zich volledig aan onze kennis.

De andere drie grafschriften zijn minder bekend. Voor twee is dat ook geen wonder. Hier ontbreekt het bovenste stuk van de tekst, zodat van ééen van deze Bataven de volledige naam verdwenen is, terwijl van de tweede hoogstens nog te lezen is: TE[R?…], dat men tot tertius heeft willen aanvullen. Dit soort tekstverlies maakt het uiteraard niet gemakkelijk. Maar direct rechts van Indus staat nog een volledige steen, voor Gamo, die een Germaanse naam draagt/

(Museo Nazionale Romano, inventarisnummer 125661; AE (1952), p. 46, nr. 147; http://www.manfredclauss.de/: EDCS-13900424)

GAMO
NER. CLAVD. CAES.
AVG. CORP. CVST.
DEC. PACATI
NAT. BATAVS
VIX ANN XXV
H.S.E. POSVIT
HOSPES DEC. PACATI
FRATER ET HERES EIVS
EX COLLEGIO
GERMANORVM

Gamo / Ner(onis) Claud(ii) Caes(aris) / Aug(usti) corp(oris) cust(os) / dec(uria) Pacati / nat(ione Bataus / vix(it) ann(os) XXV / h(ic) s(itus) e(st). Posuit / Hospes dec(uria) Pacati / frater et heres eius / ex collegio / Germanorum.

‘Gamo, lijfwacht van keizer Nero, uit de decurie van Pacatus, van afkomst Bataaf, die 25 jaar geleefd heeft, is hier begraven. (Dit monument) heeft Hospes geplaatst, uit de decurie van Pacatus, zijn broer en erfgenaam uit de vereniging van de Germanen’

Van Gamo wordt evenmin vermeld hoeveel dienstjaren hij had, maar het zullen er ongeveer vijf of zes zijn geweest. Wie de twee opschriften vergelijkt vanuit puur esthetisch oogpunt, ziet meteen dat de Gamo-tekst minder mooi over de regels verdeeld is. Het Indus-opschrift is wat dat betreft een schoolvoorbeeld van een fraai uitgewerkt grafschrift.

Het ging dan natuurlijk ook niet om de eerste de beste. Verschillende Romeinse keizers gaven er de voorkeur aan hun lijfwacht uit buitenlanders te kiezen. Dan liepen ze ook minder risico op een moordaanslag, omdat deze lijfwachten door een bijzondere persoonlijke band met de keizer verbonden waren. Dat werkte niet altijd (zoals het geval Tausio laat zien), maar over het algemeen ging dit idee aardig op.

In principe moeten we ons deze lijfwachten voorstellen als ruiters te paard. Germanen werden bijzonder geschikt geacht voor deze functie, omdat ze een bijzonder strijdlustige reputatie hadden. In hun maatschappij speelden militaire deugden een bijzonder grote rol. Bovendien hadden ze nog het fysieke voordeel dat ze met kop en schouder boven de meestal aanzienlijk kleinere Romeinen uitstaken. Voeg daarbij nog huiveringwekkende details als blonde haren, woeste snorren en blauwe ogen en je zou voor minder schrik hebben.

Dat zij direct aan de persoon van de keizer gebonden waren, was niet alleen een betere garantie voor de veiligheid des keizers, maar maakte deze lijfwachten ook bij uitstek geschikt voor het opknappen van akelige karweitjes, van het type dat onder Nero herhaaldelijk voorkwam (verhoren op niet zachtzinnige wijze, begeleiden van zelfmoorden).

Nero’s Bataven vormden een kleine gemeenschap die weinig affectieve betrekkingen had met de Romeinse omgeving en dus niet snel door gevoelens van sympathie voor de slachtoffers weerhouden werden. Of iemand van ons nu echt een glas zou hebben willen pakken met Indus of Gamo blijft hoogst onzeker.

Na de Bataafse opstand van 69-70 verdwenen de Bataafse lijfwachten een tijdje, maar al snel keerden Germaanse krijgers terug om het hoofd van het Romeinse keizerrijk te beschermen. Gereorganiseerd als de equites singulares maakten ze nog lang de keizers veilig (en de omgeving van de keizers wellicht iets minder veilig…).

Zie over Indus en de andere Bataven in de keizerlijke lijfwacht onder meer ook het artikel van de auteur van deze bijdrage: ‘Vier Bataven bij Termini. Een epigrafische oefening bij de Thermen van Diocletianus’, Kleio. Tijdschrift voor oude talen en antieke cultuur, 45 (2015-2016), 64-84.

Ook Robert Nouwen besteedt in zijn lezenswaardige boek De onderdanen van de keizer aandacht aan Indus. In dit boek probeert de auteur aan de hand van opschriften uit het noorden van het Romeinse rijk een beeld te schetsen van de samenleving. Daarmee is dit een boeiende illustratie van de bijdrage van opschriften aan onze historische kennis.

Schrijver Andrea Camilleri (93) overleden in Rome

21 juli 2019

De Italiaanse schrijver en regisseur Andrea Camilleri is woensdag op 93-jarige leeftijd in Rome overleden. Hij is vooral bekend dankzij zijn veelgelezen thrillers met inspecteur Salvo Montalbano in de hoofdrol. De in Sicilië geboren auteur was half juni in kritieke toestand in het ziekenhuis opgenomen na problemen met de bloedsomloop en een ademstilstand. Andrea Camilleri wordt beschouwd als een van meest kritische maar ook geestigste auteurs van het land; sommigen omschreven hem weleens als het geweten van Italië. Ook in zijn detectives wist hij altijd de vinger te leggen op gevoelige kwesties zoals corruptie of georganiseerde misdaad.

Hij schreef meer dan honderd boeken, maar brak pas op 69-jarige leeftijd echt door met zijn Montalbano-detectives. Tot zijn dood zou hij in 24 jaar 27 romans en een aantal bundels korte verhalen schrijven over de creatief vloekende speurneus die tussen copieuze lunches en knetterende ruzies met zijn vriendin door tragische misdaden oplost en de georganiseerde misdaad op zijn eiland aanpakt. “Wat zijn werk zo aantrekkelijk maakt, is de combinatie van literaire eruditie, het vileine en sarcastische portret van fascisme en corruptie in het Italië van Berlusconi en de platte humor. De verhalen zijn adembenemend spannend, onderhuids verontrustend en zitten boordevol eten en seks”, schrijft De Volkskrant in een mooi portret.

De detectiveverhalen werden voor het eerst in 1994 in Italië uitgegeven maar worden vandaag wereldwijd verspreid in 32 talen, waaronder het Nederlands. Camilleri verkocht reeds meer dan 30 miljoen boeken. De vorm van water (La forma dell’acqua)  was zijn debuut in 1994. Daarna volgden in een verschroeiend tempo vele andere romans, zoals De hond van terracotta (1996), De gestolen twaalfuurtjes (1996) en De stem van de viool (1997) om slechts enkele titels te vermelden.

De voorlopig laatste uitgave is Net van bescherming (La rete di protezione) uit 2017. De meeste Montalbano-titels zijn ook door de openbare zender RAI bewerkt tot een nationaal en internationaal succesvolle televisiereeks. Ook de BBC verfilmde een aantal episodes. Zijn dood heeft in Italië tot bedroefde reacties geleid van schrijvende en filmende collega’s, maar ook van de Italiaanse president Sergio Mattarella, nochtans een politicus en een beroepsgroep die er in de boeken van Camilleri  doorgaans flink van langs krijgt.

Het allerlaatste Montalbano-boek – dat volgens Italiaanse bronnen Riccardino gaat heten – ligt al jaren in een kluis bij de uitgever. Camilleri wilde niet dat de detective na zijn dood doorleeft en staat erop dat hij persoonlijk een eind maakt aan diens carrière.