Restauratie Villa Blanc voltooid met opening nieuw publiek park

Posted in Romenieuws on 6 juli 2018 by romenieuws

In Rome is de restauratie van de Villa Blanc afgerond met een officiële openingsplechtigheid. Villa Blanc huisvest voortaan de LUISS Business School Rome en bevindt zich in een groot park van 36.000 m² aan de Via Nomentana. Ongeveer 9.000 m² daarvan zal vanaf nu worden gebruikt als speelterrein voor kinderen en is voortaan toegankelijk voor het publiek via de ingang aan Piazza Giovanni Winckelmann.

Villa Blanc wordt het nieuwe prestigieuze hoofdkantoor van de businesschool. De oude villa werd twintig jaar geleden gekocht door de toenmalige directeur Luigi Abete. Hij betaalde er 6 miljard lire voor, omgerekend ruim 3 miljoen euro. Daarna bleef het gebouw omwille van allerlei bureaucratische redenen vijftien jaar leeg staan. De voorbije vijf jaar werd het inmiddels behoorlijk vervallen gebouw gerestaureerd.

De oude villa maakt deel uit van een complex waarbij naast het hoofdgebouw nog zes huisjes in de buurt horen. De restaurateurs hebben prachtig werk geleverd en de oorspronkelijke schoonheid van het pand opnieuw tevoorschijn gebracht zoals die destijds in volle glorie te zien was. De geslaagde transformatie vormt de afronding van een langdurig project waarvan niet alleen de studenten maar ook het publiek zal kunnen genieten. Rome krijgt er immers een mooi park voor in de plaats. Het kinderpark is uitgerust met speeltuigen en de tuin zelf bevat meer dan tweehonderd bomen en 40.000 planten en bloemen.

De hoofdvilla is in principe niet te bezoeken, maar er zijn nu en dan opendeurdagen (hou hiervoor de website van de school in de gaten) en het is bovendien de bedoeling om bepaalde ruimtes nu en dan te gebruiken voor stedelijke culturele activiteiten zoals lezingen of kamerconcerten. Er zullen in de toekomst dus zeker mogelijkheden zijn om hier nu en dan eens een kijkje te komen nemen.

Villa Blanc (LUISS Business School)
Via Nomentana 216, Rome
(ingang park via Piazza Giovanni Winckelmann)
Businessschool.luiss.it

Ryanair staakt op 25 en 26 juli in Italië en België

Posted in Romenieuws on 5 juli 2018 by romenieuws

Het personeel van de Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair uit België, Italië, Portugal en Spanje legt op woensdag 25 en donderdag 26 juli het werk neer. Het gaat in eerste instantie om het cabinepersoneel, maar de kans bestaat dat ook de piloten zich bij de actie zullen aansluiten. Voor Nederland en Duitsland plant het Ryanair-personeel eind augustus stakingen, maar daarover is nog niets concreet beslist.

Op 25 en 26 juli zullen dus alvast in België  geen vliegtuigen van Ryanair opstijgen, tenminste als het van de vakbonden afhangt. De Belgische bonden sluiten zich namelijk aan bij een stakingsactie van Portugal, Spanje en Italië. Wat de impact van de staking zal zijn is niet duidelijk. Bij eerdere acties vorderde de directie van Ryanair personeel uit andere landen op om de staking te breken. Dat er hinder zal zijn staat hoe dan ook vast. In de drukste maand van het jaar is dat geen goed nieuws voor de vele (vakantie)reizigers.

Een digitale atlas van het Romeinse Rijk

Posted in Romenieuws on 5 juli 2018 by romenieuws

De voorbije zeven jaar is geschiedenisliefhebber René Voorburg uit de Nederlandse gemeente Houten nabij Utrecht bezig geweest met het in kaart brengen van het Romeinse Rijk. Met de computer construeerde hij een digitale atlas van de oudheid waarop het Romeinse grondgebied en de verborgen Romeinse geschiedenis gedetailleerd in kaart worden gebracht.

Het idee voor Vici.org, een website die de geschiedenis toegankelijk maakt voor iedereen en op een overzichtelijke manier presenteert, is in 2011 ontstaan. Via een zijsprong leidde dit eerst tot de Romeinse routeplanner Omnesviae.org.

De eerste versie van Vici.org ging in mei 2012 online. Sindsdien zijn de functionaliteit en de inhoud flink uitgebreid. Ondertussen bevat Vici.org bijna 20.000 locaties, ongeveer 1.000 lijnen als wegen of aquaducten en meer dan 3.000 afbeeldingen.

Bezoekers van de site kunnen op een kaartje precies zien waar zich Romeinse wachtposten, grafvelden, aquaducten of tempels bevonden. Dit alles wordt waar mogelijk voorzien van foto’s van wat eventueel nog resteert van de monumenten of vindplaatsen, maar ook van door archeologen opgegraven artefacten zoals helmen, maskers en standbeelden.

René Voorburg begon zijn project met het in kaart brengen van de Romeinse aanwezigheid in de provincie Utrecht, maar ondertussen is ook de rest van Europa aan bod gekomen. Dit is uiteraard een gigantisch karwei, maar Voorburg doet het al lang niet meer alleen. De uitbouw van Vici.org is inmiddels groepswerk geworden. Zowat 140 mensen werken eraan mee.

Net als Wikipedia is het systeem gericht op delen en samenwerken. De subtitel van Vici.org luidt dan ook toepasselijk ‘veni vidi wiki’.Iedereen wordt uitgenodigd om via de website zijn of haar kennis van de klassieke oudheid te delen. Vici.org stelt gedeelde kennis op haar beurt ter beschikking voor hergebruik via verschillende dataservices of via de Vici-widget.

Het is een project waaraan altijd kan en zal gewerkt worden. De initiatiefnemer wil graag dat de site nog verrijkt wordt door specifiek aan te geven wat waarbij hoort en er moeten in de toekomst nog meer foto’s en visueel materiaal worden getoond. Wie aan dit project wil meewerken is van harte welkom en kan zich aanmelden via de website.

www.vici.org

De strategische Muur van Aurelianus

Posted in Romenieuws on 4 juli 2018 by romenieuws

We hadden het gisteren over Walls. Le Mura di Roma, de nieuwe fototentoonstelling over de Aureliaanse Muur in Rome die nog tot 9 september te zien is in het Ara Pacis-museum. Vandaag gaan we even dieper in op de muur zelf. Slechts elf jaar na een redelijk geslaagde restauratie op diverse fronten verkeert de Aureliaanse Muur (Mura Aureliane) in Rome op verschillende plaatsen opnieuw in slechte staat. Regelmatig valt wel ergens een steen naar beneden of brokkelt een stuk van de muur af.

De aftakeling vindt doorgaans niet plaats aan het origineel gebouwde monument, wel aan de herstellingen die in 2007 meer dan waarschijnlijk slecht of met matige bouwmaterialen werden uitgevoerd. Vooral aan Porta San Lorenzo is de toestand slecht. Bij iedere stevige regenperiode kijken buurtbewoners angstvallig naar de muur om te zien wat er ditmaal weer naar beneden zal komen.

Het goede nieuws is dat de oorspronkelijke kern van de Aureliaanse Muur intact blijft. Maar het herstellings- en metselwerk van de voorbije jaren maakt de omgeving van de muur op verschillende plaatsen ronduit onveilig. Boze buurtbewoners verwijzen naar 2007, toen de muur, niet ver van Piazza Sisto V, over een afstand van zowat vijftien meter lengte in elkaar stortte.

Dat was het jaar waarin meteen opdracht werd gegeven om de meest bedreigde gedeeltes van de muur in kaart te brengen en te herstellen. Dat is toen ook gebeurd, maar de uitvoering liet duidelijk heel wat te wensen over, zo blijkt uit de haast wekelijkse meldingen over losgeraakte stenen die ongeruste bewoners en automobilisten haast wekelijks naar het stadhuis sturen.

Feit is dat de Aureliaanse Muur steeds kwetsbaarder wordt. Het verkeer rond de stad doet het monument uiteraard geen deugd, maar ook het slechte onderhoud, het woekerende onkruid op sommige gedeelten en het voormelde gebrekkige herstelwerk zorgen voor steeds meer ongerustheid. Grote incidenten blijven voorlopig uit. Vóór de instorting in 2007 gebeurde het meest dramatische in 2001, toen in de buurt van Porta Ardeatina na een forse voorjaarsbui een stuk muur van twaalf meter instortte. De herstelling duurde vijf jaar.

Weinig toeristen doen het, en al zeker niet degenen die voor het eerst of slechts enkele dagen in Rome zijn, maar het loont beslist de moeite om de hele stad eens rond te wandelen of te fietsen, terwijl je probeert zo dicht mogelijk bij de muur te blijven. Maak er gerust een meerdaagse tocht van, je zal onderweg fraaie bouwkundige staaltjes tegenkomen die je nooit eerder zag of waarvan je zelfs niet besefte dat ze bestonden. De muur toont op vele plaatsen sporen van het woeste verleden, tot en met ingeslagen kanonskogels.

Het is jammer dat niet meer mensen het enorme historische belang van de muur beseffen, vooral omdat deze omwalling tot de meest indrukwekkende nog bewaarde monumenten van Rome behoort. Als geheel is de Aureliaanse Muur een nauwelijks te overtreffen magnifiek staaltje van Romeinse bouwkunst.

De Aureliaanse muur is de derde omwalling in de geschiedenis van de stad. De Romeinen noemden hem ‘il muro torto’, de kromme muur. Bij de stichting van de stad werd een eerste muur rond de Capitolijnse heuvel gebouwd, waarvan nog sporen te zien zijn bij Piazza Venezia. De tweede stadsmuur beantwoordde tijdens de Romeinse Republiek aan een behoefte aan veiligheid aan de vooravond van de Punische oorlogen. Dat was de zogenaamde Muur van Servius Tullius, waarvan we onder andere nog resten zien aan stazione Termini.

Gedurende de volgende eeuwen had Rome geen behoefte aan grote, stevige stadsmuren. De Pax Romana, de uitgestrektheid van het Romeinse Rijk en de vlotte communicatie dankzij het uitgebreide wegennet zorgde ervoor dat elke nadering van een potentiële vijand meteen zou worden gesignaleerd. Pas op het einde van de derde eeuw ontstond de behoefte aan een nieuwe degelijke omwalling voor de stad.

Hoewel keizer Aurelianus (270-275) de Alemanni na twee veldslagen definitief verslagen had, omringde hij Rome daarna met een nieuwe stadsmuur. De werken vorderden snel en werden beëindigd door keizer Probus (276-282). Aanvankelijk vormde de muur een nogal bescheiden verdediging die weliswaar volstond om weinig ontwikkelde volkeren tegen te houden, maar die zeker geen langdurig beleg kon doorstaan. Bovendien waren niet alle veertien districten van de stad beschermd en hield de muur geen rekening met de officiële grenzen van de stad.

De Romeinse ingenieurs streefden ernaar de meest strategische punten met mekaar te verbinden en daarbij zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande bouwwerken, zoals aquaducten. Zo zijn er bv. tussen de Pincio en de Porta Salaria tolpalen (cippi) uit deze periode ontdekt die tot 100 m buiten de muren stonden. Van de Porta Prenestina tot de Porta Asinaria (Lateranen) strekte het vijfde distrikt zich nog over 300 m buiten de wallen uit, en voor het veertiende distrikt (Trastevere) was dat zelfs 1.800 m.

De stadsmuur van Aurelianus was destijds 18,837 km lang en omvatte ongeveer 1.386 ha. Dat is een vierkant met een zijde van zowat 3,7 km of een cirkel met een straal van 2,1 km. Zoals we reeds vertelden: een monument dat kan tellen. De bakstenen muur had een kern van beton, was 3,5 m dik en gemiddeld ongeveer 6 m hoog. Om de 50 m werd een vierkante toren geplaatst, 381 in totaal waarvan 13 grote. De 18 poorten beschikten over een overdekte dubbele ingang met aan beide zijden een halfronde toren.

Vanaf de Porta Flaminia (de huidige Porta del Popolo) liep de muur over de Pincio tot de Porta Salaria. Daar draaide het bouwwerk naar het zuid-oosten, omvatte het Castro Pretorio en liep tot de Porta Tiburtina (de huidige Porta San Lorenzo) en de Porta Prenestina (vandaag de Porta Maggiore). Daar draaide de muur bruusk naar het zuid-westen richting Porta Asinaria (Lateranen) en voorts de Porta Metronia. Dit is het meest indrukwekkende nog bestaande deel van de muur.

Vervolgens liep de Aureliaanse muur naar het zuiden tot de Porta Appia (de huidige Porta San Sebastiano) zodat een deel van de consulaire Via Appia binnen de stadsmuren kwam te liggen. Dit was het meest zuidelijke punt van de muur die na de Porta Ardeatina westwaarts richting Porta Ostiensis liep (vandaag de Porta San Paolo, aan de Piramide van Cestius). Uiteindelijk bereikte de stadsmuur de oever van de Tiber, waarna de rivier noordwaarts gevolgd werd tot het Emporium, de haven van de stad. Bij de Ponte Sublicius, nu de Ponte Aventino, werd de Tiber overgestoken.

De muur liep noord-west vanaf de Porta Portuensis naar de Porta Aurelia, het meest westelijke punt van de muur, om noord-oost de Porta Settimiana te bereiken, waar de Tiber opnieuw werd overgestoken. Ten slotte werd de linkeroever van de Tiber gevolgd om uiteindelijk, na het bruggenhoofd aan de Engelenburcht, zich te sluiten aan de Porta Flaminia.

Dertig jaar na Probus verdubbelde keizer Maxentius (306-312) de hoogte van de muur waarbij een borstwering werd toegevoegd. De keizers Honorius (395-423) en Arcadius versterkten de muren vanaf 401 en vervingen de borstwering door een overdekte tunnel met daarop een nieuwe borstwering met kantelen. Deze ingrepen konden echter niet verhinderen dat in 410 de Goten onder Alarik (dus 800 jaar na de inval der Galliërs in 390 v. Chr.) Rome binnenvielen en plunderden. Hieronymus schrijft ‘capitus urbs, quae totum cepit orbem’, ze werd veroverd de stad die de hele wereld veroverde. De ontzette Augustinus reageerde met zijn ‘Civitas Dei’.

Het zwakke punt in de verdediging van Rome was echter niet de Aureliaanse Muur, maar wel het gebrek aan verdedigingstroepen. In 410 bevond het gros van het Romeinse leger zich met de keizer in Ravenna. De schade was, achteraf bekeken, misschien niet zo heel groot, het schrikeffect was echter gigantisch, zoals ook uit notities van verscheidene schrijvers uit die tijd blijkt. Veel rampzaliger was de plundering van Rome door de Vandalen in 455, al gebeurde dat zonder bloedvergieten. Dat kon gebeuren doordat een aantal Goten die in het dienst van het Romeinse leger waren, verraad pleegden en de deuren van de (vandaag niet meer gebruikte) Porta Asinaria openden.

De overblijfselen van de Porta Asinaria vind je naast de betrekkelijk moderne Porta San Giovanni, in het verlengde van de lange muur naast de basiliek van Sint-Jan-in-Lateranen. Naast de zestiende eeuwse poort van Giacomo della Porta verrijzen de torens van de oude Porta Asinare, de poort van de ezeldrijvers. Het poortgebouw dateert uit de derde eeuw, de ronde torens en de kantelen werden zoals gezegd toegevoegd in het begin van de vijfde eeuw. De buitenkant werd gedeeltelijk bedekt met travertijn.

Het was aan de achterzijde van dit poortgebouw dat in 546 een aantal Goten die in het Romeinse leger dienden, de poorten openden voor de horden van de Ostrogoot Totila. De barbaren plunderden daarna de stad. Toen de op wraak beluste Hendrik IV (herinner Canossa) in 1084 de stad binnentrok, gebeurde dat eveneens langs deze kleine poort. Hij was toen vergezeld van Ghiberto die als antipaus de naam Clemens III (1080-1100) droeg.

De vaak herstelde muren boden de stad bescherming tot 1870, toen de koninklijke troepen met gebruik van moderne artillerie een bres sloegen bij de huidige Porta Pia. Van de Aureliaanse Muur zijn er vandaag nog ongeveer 13 km intact, waaronder indrukwekkende delen zoals links en rechts van de Porta Latina, van Porta Latina tot de Porta San Sebastiano en bij de Porta Metronia, ten westen van Lateranen.

Interessant voor wie belang stelt in de geschiedenis van de Romeinse muren is het kleine Museo della Mura, een museum dat gevestigd is in de Porta San Sebastiano (stadskant). Er zijn vijf ruimtes met documenten en maquettes over de ontwikkeling van de verdedigingsmuur van de Oudheid tot heden. Vooraleer een museum te worden, tot aan het einde van Wereldoorlog II, was het poortgebouw bewoond. Het museum is tegenwoordig gratis toegankelijk. Groepen kunnen een begeleid bezoek boeken.

Vanaf de Porta San Sebastiano konden bezoekers vroeger een wandeling over de muren maken tot aan de Via Cristoforo Colombo (dat is het verlengde van de Via delle Terme di Caracalla) over een afstand van zowat 400 m. Deze attractieve en interessante wandelweg is helaas al een hele tijd gesloten voor het publiek.

Keizer Aurelianus Lucius Domitius (geboren in de noordelijke Balkan 214 en gedood in 275 in Thracië) is één van de zogenaamde Romeinse ‘soldatenkeizers’ en regeerde van 270 tot 275. Aurelianus maakte carrière als cavaleriecommandant en was met zijn voorganger en begunstiger Claudius II Gothicus medeplichtig aan de moord op keizer Gallienus (268). Toen Claudius in 270 tijdens een epidemie stierf, werd Aurelianus door zijn soldaten aan de Donau tot keizer uitgeroepen en herstelde met ijzeren hand de discipline in het leger.

Hij erkende in het oosten voorlopig de minderjarige Vabalathus als heerser van het Palmyreense Rijk onder het regentschap van zijn moeder, koningin-weduwe Septimia Zenobia. Aurelianus kreeg hierdoor de handen vrij om tijdens enkele veldtochten de Donaugrens te herstellen en Germaanse invallers uit Noord-Italië terug te drijven. Hij begon in 271 behalve andere Italiaanse steden ook Rome met een geweldige muur te omgeven.

Omdat Zenobia ondertussen Vabalathus tot keizer had laten uitroepen, rukte Aurelianus naar Syrië op. Hij versloeg haar bij Emesa (thans Homs) en belegerde Palmyra, dat zich overgaf toen Zenobia in gevangenschap geraakte. De stad kwam in 273 weer in opstand en werd door Aurelianus in een tweede veldtocht geplunderd. Hetzelfde jaar leverde in het westen de usurpator Tetricus, sinds 270 deelkeizer van Gallia en Hispania en door zijn eigen soldaten in het nauw gebracht, in de Catalaunische velden zijn leger en rijk aan Aurelianus uit.

Aurelianus probeerde ondertussen in het binnenland het muntwezen te saneren (wat in 271 in Rome een bloedig neergeslagen opstand van het muntpersoneel met aanhang uitlokte), verhief de Syrische zonnegod onder de naam sol invictus ( ‘onoverwinnelijke zon’) tot rijksgod met een tempel in Rome en trad onder de titel dominus et deus ( ‘heer en god’) als absoluut heerser op, met diadeem en pronkgewaad.

Hij bereidde een veldtocht tegen Perzië voor, maar werd op weg daarheen eind 275 in Thracië door een samenzwering van zijn secretaris vermoord; hierdoor vond ook de reeds dreigende christenvervolging geen doorgang. Hoewel hij ten noorden van de Donau de provincie Dacia (het huidige Roemenië) definitief moest prijsgeven, werd hij niet helemaal onterecht restitutor imperii, ‘hersteller van (de eenheid van) het Romeinse Rijk’, genoemd.

Walls. Le Mura di Roma. Nieuwe tentoonstelling in Ara Pacis

Posted in Romenieuws on 3 juli 2018 by romenieuws

Gebouwd als een structurele verdedigingsmuur rond Rome en vervolgens doorheen de eeuwen geleidelijk aan verwerkt en verweven met het stadsweefsel, getuigt de indrukwekkende Aureliaanse Muur vandaag nog altijd van de grootsheid van het oude Rome. De muur slingert zich over een lengte van meer dan 12 km rond de stad en is daarmee het grootste monument van het keizerlijke Rome. Het is tevens de langste, oudste en best bewaarde stadsmuur uit de geschiedenis. Vele Romebezoekers beseffen dat niet en gaan soms haast achteoos voorbij aan de omwalling van Rome. In het Ara Pacis Museum toont Andrea Jemolo tot 9 september een spraakmakende fotoreeks over De Muur.

Ondanks zijn enorme afmetingen blijft de immense Aureliaanse Muur vrijwel “onopgemerkt” door vele toeristen, wat eigenlijk betekent: men besteedt er nauwelijks aandacht aan. Onvermijdelijk stappen bezoekers weleens doorheen een stadspoort of wandelen ze een stuk langs de omwalling, maar jammer genoeg staan weinigen stil bij dit enorme bouwwerk dat vele eeuwen trotseerde.

Voor wie er zin in heeft en het fysiek aankan, loont het nochtans de moeite om de volledige muur (desnoods in verschillende etappes) een keertje rond te wandelen. Fietsen kan ook, maar dat is op vele plaatsen al een stuk gevaarlijker. De auto is uiteraard sneller en gemakkelijker, maar dan zie je veel minder.  Tot vandaag vallen nu en dan weleens brokstukken naar beneden of begeeft een compleet stuk van de muur het door waterinsijpeling na een aantal aanhoudende zware regenbuien. Maar altijd opnieuw wordt de muur hersteld, al duurt dat soms een hele tijd en kost dat handenvol geld.

Rome start de komende maanden met een valorisatieplan die de complete muur op termijn moet herwaarderen. De stad trekt daar de komende twee jaar 6 miljoen euro voor uit, plus nog eens 500.000 euro voor ontwerpstudies. Afgaande op een eerdere studie moeten ingrepen gebeuren aan minstens 6 km van de muur, zowat de helft van de totale lengte dus. Het gaat om een oppervlakte van zowat 100.000 m². Wetende dat de werkzaamheden per vierkante meter ongeveer 420 euro zullen kosten, bedraagt het totale budget dat nodig is zowat 42 miljoen euro.

Dat geld is er voorlopig niet. Rome kijkt uit naar privésponsoring, maar voor dit project hebben zich nog geen kandidaten aangediend. De eerste renovatiewerken gaan alleszins beginnen aan het gedeelte van de muur aan de Viale del Policlinico, een stuk dat begin vorig jaar is ingestort. Een eerste stap van het totale restauratieproject was het volledig fotografisch documenteren van de hele muur, ook op de plaatsen waar het publiek geen toegang heeft of zelfs het bestaan niet van kent. De Romeinse fotograaf Andrea Jemolo, die kan uitpakken met dertig jaar ervaring op het gebied van architectuur- en kunstfotografie, legde tussen september en december 2017 de stadsomwalling vast in beelden.

Een selectie van 77 foto’s uit dat project is nu in groot formaat te zien in het Museo dell’Ara Pacis. Bij de tentoonstelling hoort ook een catalogus, uitgegeven door het Istituto della Enciclopedia Italiana Treccani. Met elke foto toont Andrea Jemolo een stukje unieke geschiedenis, vaak in combinatie met het gewone dagelijkse leven. Sommige delen van de Aureliaanse Muur maken nog altijd een ruwe en ontzagwekkende indruk, die meteen doet terugdenken aan het Rome uit de oudheid.

Andere stukken van de muur zijn doorheen de eeuwen heen geleidelijk opgenomen in het stadsleven, gaande van palazzi tot een begraafplaats en zelfs een scheepswerf. Tevens wordt duidelijk hoe ook de natuur al eeuwenlang voortdurend probeert om met struiken en plantengroei de muur opnieuw te veroveren. Eveneens uitstekend te zien op de foto’s is met welke technieken en materialen de muur doorheen de eeuwen altijd opnieuw werd vernieuwd, verstevigd, hersteld of gerenoveerd. Dat gaat van baksteen tot tufsteen en zelfs marmer, maar soms werd ook gewoon het materiaal gebruikt dat in de buurt beschikbaar was.

De ‘binnenkant’ van de Aureliaanse Muur toont dan weer een heel ander aspect: de looppaden die van deur tot deur en van toren tot toren leiden. Dat levert soms verrassende ontdekkingen op. Zo is het in één van de torens (nummer XXXIX) aan de Via Campania nog steeds mogelijk om het kunstenaarsatelier te bewonderen zoals dat omstreeks 1890 werd opgericht door Francesco Randone (1864-1935). Het was één van de vele plekken waar aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw werkvergaderingen en bijeenkomsten van kunstenaars werden gehouden. Vandaag is er nog steeds een school en een klein museum gevestigd, de L’Associazione Culturale Arte Educatrice Museum Onlus.

Een monument van ruim 12 km lengte in beeld brengen is niet eenvoudig. Andrea Jemolo wilde vooral de enorme dimensies van de muur benadrukken. Daarom koos hij voor een chromatisch neutrale context: geen stralende blauwe hemel zoals we in Rome vaak gewoon zijn, maar een bewolkte en eerder grijze hemel, waardoor de fotograaf een betere controle kreeg op de relatie tussen het te fotograferen monumentale deel en het licht.

Samen met de foto’s van Jemolo worden ook een aantal historische foto’s van de Aureliaanse Muur getoond. Zeventien unieke beelden komen het het fotoarchief van het Museo di Roma. Daarnaast werden een vijftigtal foto’s geselecteerd uit het Parkerfonds, dat eveneens door het Museo di Roma wordt bewaard. Het gaat om albumine-afdrukken gemaakt door Carlo Baldassarre Simelli (1811-1877), één van de bekwaamste fotografen van zijn tijd, die lange tijd werkte voor de Britse archeoloog, schrijver en uitgever John Henry Parker (1806-1884).

Tijdens zijn verblijf in Rome, tussen 1864 en 1877, besteedde Parker zeer veel aandacht aan opgravingen in Rome. Het resultaat van die verkenningen en zoektochten doorheen de geschiedenis van de stad, resulteerde in de uitgave Archaeology of Rome, dat in 1874 en 1876 in twee delen in Oxford werd gepubliceerd. Dit interessante boek wordt tot vandaag regelmatig herdrukt en is nog altijd verkrijgbaar, net als de vervolguitgaven van Parker. Als erkenning voor zijn werk werd Parker gedecoreerd door de Italiaanse koning Vittorio Emanuele II en ontving hij een medaille van paus Pius IX.

E én van de belangrijkste projecten van Parker was het samenstellen van een archief van foto’s van de grootste Romeinse monumenten van de Rome. Hij maakte daarvoor gebruik van de beste fotografen (waaronder de voormelde Simelli) die niet alleen de mooiste gebouwen uit de Renaissance vastlegden, maar ook gedetailleerde scènes van de archeologische opgravingen in de negentiende eeuw maakte. Parker gebruikte heel wat van deze beelden om zijn boeken te illustreren.

In 1893 gebeurde echter een ramp. Bij een brand in het Palazzo Della Porta Negroni Caffarelli verdween vrijwel het hele fotoarchief van Parker in de vlammen. Meer dan 3.300 foto’s en negatieven, die vandaag van onschatbare waarde voor archeologen zouden zijn, gingen verloren. Een aantal foto’s bevonden zich op dat moment elders, onder meer in de American Academy en de British School of Rome. Daardoor bleven gelukkig nog een aantal opnames gespaard van vernietiging.

Palazzo Della Porta Negroni Caffarelli bevindt zich aan de Via dei Condotti 61 en werd oorspronkelijk gebouwd in de zeventiende eeuw. Het pand werd in 1865 volledig herbouwd door de familie Negroni. De bouwstijl, een palazzo gesitueerd rond een centrale binnenplaats, doet denken aan een Renaissancegebouw uit de zestiende eeuw maar het is dus veel recenter. Het palazzo dankt zijn dubbele naam niet zozeer aan de voortdurende wisseling van eigenaars zoals in vele Italiaanse palazzi het geval is, maar aan de familietitels van de Negroni. De bouwer graaf Giuseppe Negroni werd op een bepaald moment de hertog van Caffarelli.

De hertog stierf in 1882 en werd opgevolgd door zijn zoon, hertog Francesco Di Paola Negroni Caffarelli. De Della Porta waren een oude patriciërsfamilie die eigenaar was van het originele palazzo op de site. Vandaar dus de behoorlijk lange naam Palazzo Della Porta Negroni Caffarelli. Vandaag is het gelijkvloers ingenomen door winkels en boetieken, zoals vrijwel overal in de peperdure Via dei Condotti.

Walls. Le Mura di Roma. Fotografie di Andrea Jemolo
Tot 9 september 2018
Museo dell’Ara Pacis
www.arapacis.it

Julius Caesar krijgt een gezicht

Posted in Romenieuws on 29 juni 2018 by romenieuws

Zo zou Julius Caesar er dus hebben uitgezien. Zopas werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de wetenschappelijke gezichtsreconstructie voorgesteld van de meest bekende Romein ter wereld. De reconstructie werd gemaakt op basis van twee marmeren bustes van Caesar, afbeeldingen op munten en nieuw onderzoek door archeoloog Tom Buijtendorp die vrijdag ook zijn nieuwe boek Caesar in de Lage Landen. De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas presenteerde. De gezichtsreconstructie werd gerealiseerd door archeologe en fysisch antropologe Maja d’Hollosy die gespecialiseerd is in gezichtsreconstructies. De reconstructie van Caesar werd in een vitrine geplaatst en is tot eind augustus gratis te bezichtigen in de toegangshal van het museum.

julius

Anders dan tot nog toe werd gedacht, was Julius Caesar volgens Buijtendorp behoorlijk kaal. Verschillende beelden van Caesar zijn pas na zijn pas na zijn dood gemaakt en werden onterecht aangevuld met een weelderig kapsel. Tevens had hij als gevolg van problemen bij zijn geboorte een opvallende schedelafwijking.

Onderzoek door gespecialiseerde medici toonde aan dat de zogenaamde Tusculumbuste, een marmeren beeld dat in het Museo di Antichita in Turijn wordt bewaard, het meest getrouwe beeld van Caesar weergeeft. Daarop is zelfs de voormelde schedelafwijking te zien die waarschijnlijk het gevolg is geweest van een zware bevalling. Het is deze buste die samen met een exemplaar uit het Rijksmuseum in Leiden werd gebruikt als basis voor de reconstructie.

Maja d’Hollosy maakte een 3D-print van de buste en haalde daar de bovenste laag vanaf om vervolgens een nieuwe aan te brengen met behulp van klei en siliconenrubber. Zo kreeg Julius Caesar een levensecht gezicht. Ze laat hem niet echt vrolijk of vriendelijk kijken omdat Caesar weliswaar een briljante staatsman en veldheer was, maar ook over lijken ging.

Auteur Tom Buijtendorp stelt dat de reconstructie van Caesars portret helpt beseffen dat we het gevestigde beeld van de Romeinse veldheer moeten loslaten. De nieuwe versie is evenmin een absolute waarheid, maar biedt wel een geloofwaardig alternatief voor het beeld dat we van hem hebben. Volgens oude bronnen had Julius Caesar bijna zwarte ogen en een wat witte huid. Die gaf d’Hollosy hem dus, net als peper-en-zout-kleurig haar. Veel haar is het niet, want de haardos zoals die te zien is op postume beelden is verzonnen.

Buijtendorps onderzoek voor zijn nieuwe ‘Caesar in de Lage Landen’ baseert zich onder meer op recent opgegraven kampen uit Caesars tijd, geografische analyses en een herwaardering van Caesars eigen statistieken. Volgens de auteur waren Caesar en zijn legioenen tijdens de Gallische oorlog veel noordelijker gelegerd dan tot nog toe werd gedacht.

Er zijn sterke aanwijzingen dat een hoogteburcht bij Maastricht, vlakbij de Limburgse Sint Pietersberg, in 54 en 53 voor Chr. diende als kamp en logistiek centrum van Caesars leger. Daarop wijst onder meer een analyse van gevonden gouden munten en de recent vastgestelde omvang van de versterking. Het ziet er naar uit dat als voorbereiding op de aanval in de buurt van Maastricht in alle haast gouden inheemse munten zijn geslagen om bondgenoten voor de aanval te ronselen.

Caesar leed zijn grootste nederlaag van de zeven jaar durende Gallische Oorlog bij de hoogteburcht Atuatuca en verloor het jaar erop daar nog eens een duizendtal legionairs. Het is waarschijnlijker geworden dat die hoogteburcht bij Caesert aan de Vlaamse voet van de Sint Pietersberg lag. De recent vastgestelde omvang van de hoogteburcht toont dat deze precies groot genoeg was voor Caesars leger dat in 54 en 53 voor Chr. bij het centrum van de lokale Eburonen een kamp opsloeg en daar tweemaal ongekende verliezen moest verwerken.

De mogelijke aanwezigheid in Maastricht maakt het ook waarschijnlijker dat Caesar in 55 voor Chr. vanuit daar naar het noorden optrok en ten zuidwesten van Nijmegen een slachting aanrichtte op de plek waar skeletten en wapens uit die tijd zijn opgebaggerd uit een oude Maasbedding. Zelfs in Rome werd hem in de senaat schending van het oorlogsrecht verweten. Ten oosten van Luxemburg zijn sinds 2010 al drie kampen uit de tijd van Caesar gevonden, dat is veel noordelijker dan tot nu toe bekende forten uit de tijd van Caesar.

Bij de slag aan de Sabis vlakbij de Belgische grens kwam de Gallische Oorlog bijna vroegtijdig ten einde en kwam bij de bijna nederlaag zelfs Caesars eigen leven in gevaar. Volgens nieuwe berekeningen verloor ongeveer de helft van zijn soldaten het leven in de Lage Landen. Daarbij blijkt Caesar ook het aantal tegenstanders overdreven te hebben.

Bekend is dat Caesar in het door hem genoemde kamp persoonlijk rondliep. Het Jekerdal klopt volgens Tom Buijtendorp precies met de beschrijving die Caesar geeft. Terwijl lange tijd is aangenomen dat Caesar niet of nauwelijks in de Lage Landen is geweest, wijzen recente ontdekkingen en analyses erop dat hij ongeveer de helft van zijn campagnetijd in het noorden doorbracht en daar kampte met flinke tegenslagen.

Het onderzoek raakte in een versnelling toen bekend werd dat de schoenspijkers van Caesars soldaten een unieke vorm hadden. Daardoor zijn al drie noordelijk gelegen kampen aan Caesar gekoppeld, en bestaat de hoop op nieuwe ontdekkingen, waarvoor het als een reisgids geschreven boek de nodige potentiële vindplaatsen van kampen en slagvelden aangeeft.

Buijtendorp onderstreept dat zijn onderzoek slechts een begin is. Nu de aanwijzingen zich opstapelen dat Caesar in de Lage Landen is geweest, hebben we volgens de auteur een enorme inhaalslag te maken. Hij hoopt dat het gepresenteerde onderzoek een basis biedt voor een gericht vervolgonderzoek om bepaalde zaken te toetsen, want veel is nog onzeker. Ook historicus Jona Lendering wees in zijn inleiding bij de boekvoorstelling op de nieuwe mogelijkheden en kansen om de discussie tussen archeologen, historici en classici naar een hoger plan te tillen.

Gallo-Romeins Museum Tongeren extra aantrekkelijk voor kinderen tijdens zomervakantie

Posted in Romenieuws on 29 juni 2018 by romenieuws

Deze zomervakantie is het Gallo-Romeins Museum van Tongeren extra aantrekkelijk voor  kinderen die samen met hun ouders het verre verleden kunnen ontdekken. Er zijn twee routes uitgezet in de tentoonstellingszalen, één voor kinderen tussen 4 en 7 jaar oud, een tweede voor jongeren tussen 8 en 12. Gewapend met een instructieboekje verkennen ouders en kinderen samen het museum. Ze maken een reis door de tijd. Op hun pad ontmoeten ze neanderthalers, de eerste boeren, Kelten en vervolgens Gallo-Romeinen.

In elke zaal zijn er voeldozen met voorwerpen. Hieraan zijn speelse opdrachten gekoppeld die de families tot een goed einde moeten brengen. Ook hiervoor is samenwerking een must. Zo verkennen de kinderen op een unieke manier de collectie. Er is zelfs een voelvloer. Je kan er met je blote voeten Romeinse vloerbedekkingen uittesten. Het project wil families op een laagdrempelige manier vertrouwd maken met cultuur. Deelname is inbegrepen in de toegangsprijs. Reserveren is niet nodig. De ‘Voeltocht’ loopt in het Gallo-Romeins Museum van 30 juni tot en met 2 september 2018.