De steenschilders van Rome

23 november 2022

In de Galleria Borghese in Rome is de tijdelijke tentoonstelling Meraviglia senza tempo – Pittura su pietra a roma tra cinquecento e seicento begonnen, een expo waar de bezoeker veel te weten komt over het zogenaamde steenschilderen in Rome in de periode tussen de zestiende en de zeventiende eeuw.

De tentoonstelling is te bezoeken tot 29 januari 2023. De kunstschilder Sebastiano del Piombo (1485-1547) ontwikkelde in de periode rond de plundering van Rome de techniek van het schilderen met olieverf op steen. Daarmee introduceerde hij opnieuw een oude manier van werken die al door Plinius werd beschreven.

Op 6 mei 1527 en de daaropvolgende dagen kreeg het toen slecht verdedigde Rome af te rekenen met een ongedisciplineerd leger van 25.000 Duitse en Spaanse soldaten die zich buiten gingen aan plundering, verwoesting, ontering, verkrachting en moord.

sacco_di_roma

Kerken, kloosters, villa’s en particuliere huizen werden geplunderd, geen huis werd ontzien. Rome beleefde een plundering erger dan die van de Visigoten onder Alarik in 410.

De gebeurtenis zou bekend worden als Il Sacco di Roma. Met dit wapenfeit werden de vijandelijkheden tussen keizer Karel V en paus Clemens VII beslecht, al gaf de paus, die net voordat de troepen arriveerden, naar de veilige Engelenburcht was gevlucht, zich pas op 7 juni 1527 over.

De verschrikkelijke verwoesting van heel wat kunstwerken, veroorzaakt door de beruchte plundering, bepaalde in de daaropvolgende jaren het succes van de techniek die Sebastiano del Piombo weer had geïntroduceerd.

De schilder en de opdrachtgevers bedachten dat steen, en later ook wel metaal, in tegenstelling tot fragiele doeken, de schilderkunst onsterfelijkheid zou geven, al was ook dat natuurlijk een illusie.

De heruitvinding van het schilderen op steen, waaraan de Galleria Borghese de tentoonstelling Meraviglia senza tempo wijdt, is dus grotendeels terug te voeren op de Venetiaanse schilder del Piombo en op de plundering van Rome.

sacco_di_roma2

De tentoonstelling maakt deel uit van een onderzoekstraject dat in 2021 begon met een diepgaande studie van het thema Natuur en Landschap binnen de eigen collectie van het museum, waarvan het grootste deel werd verzameld door Scipione Borghese in de eerste drie decennia van de zeventiende eeuw.

In de verzameling bevinden zich ook een aantal voorbeelden van schilderkunst op steen. Die werken werden voor deze tentoonstelling aangevuld met meer dan zestig kunstwerken uit nationale en buitenlandse musea en uit privécollecties.

De tentoonstelling vertelt, naast het streven van de kunstenaars naar de eeuwigheid voor hun werken, ook het verhaal van een tijdperk dat gevoelig was voor de concurrentie tussen schilderkunst en beeldhouwkunst.

Ook het materiaal zelf, de steensoorten dus, gewonnen uit mijnen en groeves, komen aan bod. We volgen hun vaak avontuurlijke reis vanuit hun vindplaats naar de ateliers van de kunstenaars en naar hun uiteindelijke bestemming naar de kunstcollecties in paleizen en villa’s van vooraanstaande burgers, kardinalen en pausen.

De tentoonstelling is verdeeld in acht secties en begint met de geschilderde steen en zijn uitvinder, een noodzakelijk zestiende-eeuws uitgangspunt dat laat zien hoezeer het gebruik van steen de schilderkunst niet alleen in staat stelde om, net zoals beeldhouwkunst, de tijd te overwinnen, maar ook herinnert aan Sebastiano del Piombo.

Dat gebeurt met diverse kunstwerken geschilderd op Afrikaans of Belgisch marmer, of op rode porfier. Vanaf de eerste decennia van de zeventiende eeuw, afhankelijk van de geografische context, schommelt de materiaalkeuze tussen de noodzaak om de conservering van de werken te garanderen en de interesse in het vermogen van deze materialen om het onderwerp zelf te verfraaien.

steenschilders (2)

Naast werken die vergelijkbaar zijn met een soort talismannen, waaraan soms zelfs een magische bescherming tegen fysiek en spiritueel kwaad werd toegeschreven en gewijd aan de onvergankelijke afbeeldingen van toewijding (vaak een onderdeel van de inrichting van de slaapkamers van de kardinalen, zoals de Aanbidding der Wijzen op albast door Antonio Tempesta of de Madonna met Kind met Sint-Franciscus door Antonio Carracci geschilderd op koper), zien we vooral vaak schilderijen op marmer en soms ook wel albast en metalen.

Het zijn werken van onder meer Carlo Saraceni, Orazio Gentileschi, Daniele da Volterra, Francesco Salviati, Bronzino, Cavaliere d’Arpino (of Giuseppe Cesari), Leonardo Grazia da Pistoia, Vincenzo Mannozzi, Jacopo Bassano, Pasquale Ottino, Alessandro Turchi, Hans Rottenhammer, Filippo Napoletano, Adam Elsheimer, Stefano della Bella, Jacques Stella, Alessandro Algardi en vele anderen.

De grootsheid van deze figuren herinnert ons er regelmatig aan dat het schilderen op steen, vooral in de zestiende eeuw, vaak bedoeld was als een uitdaging voor de beeldhouwkunst.

Een ander onderdeel van de expo toont schilderijen op donkere stenen die het zwart van de drager gebruiken om nachtscènes te creëren en de schitterende gouden afwerking naar voren te brengen.

Een origineel kenmerk van de zeventiende-eeuwse steenschilderkunst is inderdaad de wildgroei aan gekleurde dragers, zodat het creatieve vermogen van de schilder en dat van de natuur samengaan zonder elkaar te overweldigen.

Zo werden steeds vaker edelstenen, halfedelstenen of sierstenen gebruikt zoals bijvoorbeeld lapis lazuli voor het blauw van de zee en de lucht. Het toont vooral de creativiteit van sommige kunstenaars.

Vaak zijn het werken van schilders met een Florentijnse achtergrond die experimenteerden met de stenen dragers, niet alleen met de bedoeling om een ‘eeuwig’ werk te creëren, maar ook om de decoratieve mogelijkheden van het materiaal te onderzoeken en te benadrukken.

Het is in deze context dat Antonio Tempesta (Il Tempestino) opvalt , een unieke figuur van verbinding tussen Firenze en de Scandinavische wereld.

Als schilder en graveur tijdens het pontificaat van Paulus V, toont Antonio Tempesta (1555-1630), zich een ware meester in de creatie van schilderijen ‘door de natuur gemaakt en met de kwast geholpen’ en waarin het creatieve vermogen van de kunstenaar en die natuur elkaar bijna letterlijk uitdagen.

De discussie over de duurzaamheid van kunstwerken maakte zoals verteld aanvankelijk deel uit van het debat over de vergelijking tussen beeldhouwkunst en schilderkunst, maar in de loop van de zeventiende eeuw werd de ‘strijd’ tussen beide kunstvormen nog heviger.

Beeldhouwers gebruikten steeds vaker gekleurd marmer en schilders schilderden niet alleen op steen, maar gebruikten ook edele metalen en hout om objecten te creëren zoals kleine altaren, kasten en klokken, met complexe architecturale vormen en versierd met kleine sculpturen, reliëfs en schilderijen.

steenschilders (11)

Bij de tentoonstelling werd een catalogus uitgegeven door Officina Libraria, met een inleiding door Francesca Cappelletti en teksten van onder meer Patrizia Cavazzini, Piers Baker-Bates, Elena Calvillo, Laura Valterio, Judy Mann en Francesco Freddolini.

De publicatie verrijkt de betekenis van de tentoonstelling omdat er ook belangrijke plaatsen in Rome worden beschreven, vaak weinig bekend, met name sommige kerken, maar ook aristocratische paleizen, waar op steen geschilderde topstukken en altaarstukken bewaard zijn gebleven.

Op die plaatsen wordt de rijkdom van verf op steen en verf met steen in de praktijk getoond. Het is een route die vooral bevestigt en duidelijk maakt hoe wijdverbreid het steenschilderen was in een bepaalde periode in Rome.

Tot slot nog een weetje. Steenschilderijen konden aan muren worden opgehangen, samen met andere schilderijen, maar in de praktijk werden ze vaak op tafels geplaatst of in dozen bewaard. Dat suggereert dat ze vaak werden opgepakt om ze van dichtbij te kunnen bekijken.

Meraviglia senza tempo
Pittura su pietra a roma tra cinquecento e seicento

Tot 29 januari 2023
Galleria Borghese
Piazzale del Museo Borghese 5, Rome

Online tickets:

https://www.gebart.it/

https://www.tosc.it/artist/galleria-borghese/

https://galleriaborghese.beniculturali.it/visita/

Academia Belgica organiseert conferentie Rubens a Genova

22 november 2022

De Academia Belgica in Rome organiseert op donderdag 24 november om 18 uur een conferentie ter gelegenheid van de tentoonstelling Rubens a Genova die nog tot 22 januari 2023 te bezoeken is in het Palazzo Ducale in Genua. De conferentie is voor iedereen toegankelijk.

In het kader van de 400ste verjaardag van de publicatie in Antwerpen van het beroemde werk van Peter Paul Rubens (1577-1640) Palazzi di Genova (1622), organiseert het Palazzo Ducale van Genua momenteel een belangrijke tentoonstelling die zich verdiept in de relaties tussen de meester van de Vlaamse barok en de havenstad waar Rubens gedurende verschillende periodes verbleef, tussen 1600 en 1607.

rubens_genova

Rubens was niet alleen schilder, maar ook liefhebber en kenner van de antieke en eigentijdse Italiaanse architectuur. Die reputatie was onder meer gebaseerd op de uitgave van de Palazzi di Genova, een modelboek met gevels, doorsneden en plattegronden van renaissancepaleizen en villa’s uit de Italiaanse stad Genua.

In de inleiding van het boek zette Rubens zijn bedoelingen met het werk uiteen. Zo stelde hij met tevredenheid vast dat de gotische bouwkunst, die hij als ‘barbaars’ beschouwde, in zijn vaderland uit de mode geraakte, en dat de klassieke architectuur er herleefde.

Met de Palazzi hoopte hij aan deze ontwikkeling een bijdrage te leveren. De Genuese villa’s en paleizen konden als voorbeeld dienen voor de eigentijdse woonhuizen in Antwerpen en elders in de Zuidelijke Nederlanden.

rubens_genova2

De samenstelling van de tentoonstelling wordt verzorgd door Nils Büttner, gewoon hoogleraar aan de Staatliche Akademie der Bildenden Künste Stuttgart, specialist van Rubens en lid van het redactiecomité van het Corpus Rubenianum Ludwig Burchard en kunsthistorica Anna Orlando, zelfstandig onderzoekster en specialiste van Genovese kunst.

Beiden zullen tijdens de conferentie in de Academia Belgica hun wetenschappelijke vorderingen die gemaakt werden ter gelegenheid van de tentoonstelling voorstellen.

Daarnaast zal Raffaella Morselli zich toespitsen op de archieven van de familie Gonzaga en wat zij onthullen over Rubens’ verblijf in Italië.

Programma

  • Nils Büttner & Anna Orlando: Rubens a Genova. Una breve presentazione
  • Nils Büttner: The Corpus Rubenianum
  • Anna Orlando: La metodologia di ricerca per Rubens a Genova
  • Raffaella Morselli: Gli archivi Gonzaga

Academia Belgica
Via Omero 8, Rome
+39 06 203 986 31
info@academiabelgica.it
https://www.academiabelgica.it/

Succesvolle test met elektrische luchttaxi in Rome

21 november 2022

Op een afgesloten terrein van de luchthaven van Fiumicino in Rome werd recent de eerste bemande testvlucht uitgevoerd met de vliegende taxi van Volocopter, een Duitse start-up gespecialiseerd in de ontwikkeling van eVTOL, elektrische verticale start- en landingsvoertuigen.

Vliegtuigpassagiers die in Rome arriveren zullen vanaf eind 2024 vanuit de luchthaven met een kleine elektrische helikopter naar verschillende plaatsen in het centrum van Rome kunnen vliegen.

Rome zou daarmee de eerste stad in Europa zijn die op vaste basis een dergelijke shuttledienst met luchttaxi’s mogelijk maakt.

volocopter (18)

De nieuwe service met luchttaxi’s is gegroeid uit een samenwerkingsverband tussen Urban Air Mobility, Atlantia, Volocopter en Aeroporti di Roma dat ruim een jaar geleden werd voorgesteld.

Volocopter is een pionier inzake stedelijke luchtmobiliteit, Atlantia is een investeringsholding en Aeroporti di Roma is de grootste luchthavenexploitant van Italië.

Samen met de luchthavenautoriteit ENAC (Ente Nazionale per l’Aviazione Civile) en luchtverkeersleider ENAV SpA (Ente Nazionale Assistenza al Volo) willen de initiatiefnemers de luchtpendeldienst uiterlijk eind 2024 lanceren.

Stedelijke luchtmobiliteit zal volgens Marco Troncone, de CEO van Aeroporti di Roma, een deel van de oplossing zijn voor de zwaar door autoverkeer overbelaste stedelijke centra over de hele wereld.

Als een volledig nieuwe mobiliteitsdienst zal dit door batterijen aangedreven en dus emissievrij luchtvervoer voor mensen en goederen binnen twee tot drie jaar frequent worden aangeboden, stelt Troncone.

volocopter (10)

In tegenstelling tot de Leonardo Express, de luchthaventrein die je vanuit Fiumicino naar station Termini in Rome brengt, zal de VoloCity zoals het toestel werd gedoopt, je vanuit de luchthaven naar verschillende plekken in Rome vliegen.

Bij de bestemmingen in het centrum zal gebruik worden gemaakt van kleine, verticale luchthavens, de zogenaamde vertiports.

Rome is de eerste stad in Europa die beslist heeft om met Volocopter stedelijke luchtmobiliteitsdiensten aan zijn burgers en bezoekers aan te bieden.

Ook in Parijs is een partnerschap in de maak om elektrische luchttaxi’s te kunnen inzetten tegen de Olympische Spelen van 2024. Ook Berlijn zou geïnteresseerd zijn in de elektrische luchttaxi’s.

De testvlucht in Fiumicino was de eerste van zijn soort in Italië en verliep succesvol. Het elektrische toestel vertrok met twee testpiloten aan boord en cirkelde ongeveer vijf minuten op een hoogte van veertig meter waarbij het rondjes vloog voor de aanwezige toeschouwers.

volocopter (14)

De luchtvaartautoriteit Enac en de luchtverkeersleiding hadden vooraf toestemming gegeven voor de korte testvlucht.

De elektrische luchttaxi vertrok voor zijn eerste officiële testvlucht vanuit eerste vertiporto die in Italië werd gebouwd.

Het is een ruimte van ongeveer 5.000 m² op de luchthaven die voorlopig nog fungeert als testinfrastructuur. Hier zullen de toekomstige eVTOL’s in de komende jaren ook worden getest en gecertificeerd.

Tegen 2024 zal de ruimte worden gebruikt als vertiporto, de plek waar de luchttaxi’s volgens een vast pendelschema zullen opstijgen en landen.

volocopter (15)

In de vertiporto bevinden zich ook een parkeerzone voor de toestellen, een overdekte hangar, kantoren, een magazijn en een ruimte voor het opladen van de batterijen.

De bedoeling is om dergelijke vertiports op internationaal niveau te ontwerpen en te bouwen.

Met dit voor ogen werd na de testvlucht ook het digitale platform VoloIQ gepresenteerd. Daarmee is het mogelijk is om de vluchten in de toekomst te organiseren, te beheren en te boeken.

volocopter (17)

De eerste vertiport in Italië en de eerste eVTOL-vlucht met bemanning vormen een belangrijke stap in de richting van de activering van de eerste geavanceerde luchtmobiliteitsroutes tussen de luchthaven van Fiumicino en het centrum van Rome tegen eind 2024, niet toevallig net vóór de start van het Jubeljaar.

De luchthaven en de andere betrokkenen bij het project maken er geen geheim van dat de planning van het project zodanig is opgesteld dat de nieuwe vervoersdienst volwaardig kan worden aangeboden aan de talrijke internationale toeristen die Rome in 2025 ter gelegenheid van het Heilig Jaar zullen bezoeken.

volocopter (16)

Het Duitse bedrijf Volocopter is voorlopig de enige ontwikkelaar van e-VTOL’s (Electric Vertical Take-Off and Landing-toestellen) met een portfolio van multi-copter en fixed-wing producten die kunnen worden gebruikt voor passagiers- en vrachtvervoer.

De VoloCity beschikt over 18 elektrische motoren. De elektrische taxi biedt plaats aan twee passagiers en brengt reizigers in slechts 15 minuten naar het hart van de stad, een reis die per auto minstens 45 minuten zou duren. De Leonardo Express-trein vanuit Fiumicino naar Roma Termini doet er 30 minuten over.

De kostprijs van een verplaatsing met de luchttaxi vanuit de luchthaven naar Rome zal in de beginfase ongeveer 150 euro per persoon bedragen. De initiatiefnemers stellen dat naarmate de service aan populariteit wint, die prijs vermoedelijk zal dalen.

volocopter (12)

Het gaat alleszins om een zeer snelle vlucht, die wordt afgelegd in stilte en zonder enige vervuiling, aldus Christian Bauer van Volocopter.

Volocopter, dat werd opgericht in 2011, rekent erop tegen 2024 een commerciële vliegvergunning te krijgen van EASA (European Union Aviation Safety Agency), het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.

Bezoek eens een archeologische opgraving in Rome

20 november 2022

Ter hoogte van Largo Corrado Ricci in Rome zijn archeologische opgravingen aan de gang. We maakten er eerder al even melding van dat archeologen en kunsthistoriciop maandelijkse basis, bezoekers op deze site verwelkomen.

De beschikbare data zijn iedere maand snel volzet, maar zoals aangekondigd zal het initiatief nu en dan worden herhaald en komen er nieuwe kansen om op deze site onder begeleiding een archeologisch onderzoek van nabij mee te maken.

Scavi in Comune is een recent initiatief van de stad Rome, waarbij geïnteresseerden de kans krijgen om de evolutie van een opgraving te volgen en een blik te werpen op wat normaal gesproken strikt beperkt blijft tot de research- en werkkamers van archeologen en insiders.

De bedoeling is ook om Scavi in Commune in de toekomst uit te breiden, zodat het publiek meer van dergelijke rondleidingen kan meemaken, ook op andere archeologische sites.

In sommige Italiaanse steden zijn dergelijke bezoeken al langer populair. Ze illustreren de voortgang van de werken op een archeologische site, met als doel het publiek vanaf de allereerste stappen bij de onderzoeksactiviteiten te betrekken.

opgravingen_largo_corrado_ricci

De opgraving die kan worden bezocht vindt plaats in de noordoostelijke hoek van het oude Foro della Pace (Forum van de Vrede), in de oudheid bekend als het Forum Pacis of Forum Vespasiani, vlakbij de zogenaamde ‘Colonnacce’.

Dit gebied heeft doorheen de eeuwen talrijke opeenvolgende bouwperiodes meegemaakt, die het huidige archeologisch onderzoek gedetailleerd aan het licht wil brengen.

De actuele opgraving is ook een voorbereiding op de toekomstige uitbreiding van het onderzoeksgebied tot aan de Torre dei Conti, vlakbij het Forum van Nerva, als onderdeel van de stedelijke herontwikkeling en erfgoedinterventies die momenteel worden voorbereid.

Torre_Conti (7)

Vanaf het populaire terras van bar en restaurant Angelino ‘ai Fori’ heb je een uitstekend zicht op zowel de toren als de site.

In de middeleeuwen was het landschap van Rome bezaaid met versterkte torens en vestingen die door adellijke families werden gebouwd als verdediging en om veiligheidsredenen.

Lang niet alle families wisten hun macht te behouden en reeds in de late middeleeuwen werden talrijke torens afgebroken. Andere bouwwerken verdwenen in de daaropvolgende eeuwen als gevolg van aardbevingen of louter door eeuwenlange verwaarlozing.

Vandaag bestaan er in Rome nog enkele tientallen van dergelijke torens, waarvan er heel wat weggestopt of verborgen zitten tussen moderne gebouwen of infrastructuur.

De Torre dei Conti is één van de meest opmerkelijke van deze middeleeuwse Romeinse torens, die vroeger ongeveer 60 m hoog was en daarmee tot de hoogste en meest indrukwekkende van de stad behoorde. De Romeinen omschreven het bouwwerk destijds al gauw als de Torre Maggiore (grote toren).

Ook vandaag is het nog steeds een imposant gebouw, al lopen vele toeristen er meestal nogal achteloos voorbij. Hun blikken en fotoapparatuur zijn op dat punt doorgaans uitsluitend gericht op het Colosseum dat aan het einde van de Via dei Fori Imperiali steeds mooier zichtbaar wordt.

Torre_Conti (6)

De toren werd omstreeks 1203 gebouwd in opdracht van paus Innocentius III Conti (1198-1203) op de fundamenten van het Forum Pacis. De plek was strategisch gekozen, want het gebouw zou worden opgetrokken op de grens van het grondgebied van de rivaliserende familie van de Frangipani.

De toren was bestemd voor Riccardo, de broer van de paus, die het bouwwerk gebruikte als versterkte residentie voor hemzelf en zijn familie, de Conti di Segni.

De bovenste verdiepingen werden in de loop der tijden verwoest door een reeks aardbevingen, maar de grootste klap kreeg de toren tijdens de grote aardbeving van 1349.

De toren werd toen verlaten tot 1620 waarna hij gedeeltelijk werd herbouwd. Andere aardbevingen in 1630 en 1644 veroorzaakten nieuwe instortingen.

Die schade werd aan het einde van de zeventiende eeuw hersteld door paus Alexander VIII (1689-1691) die twee steunberen liet toevoegen om de stabiliteit van het gebouw te verzekeren. Later zou de toren een tijdlang fungeren als stedelijk magazijn, vooral voor de opslag van hout.

Torre_Conti (5)

De huidige geïsoleerde positie ten opzichte van verschillende andere soortgelijke constructies in de buurt, is te wijten aan de aanleg van de Via Cavour aan het einde van de achttiende eeuw en de aanleg van de Via dei Fori Imperiali in de jaren ’30 van de vorige eeuw, tijdens de fascistische periode van Mussolini.

Tijdens die ingrepen verdwenen heel wat omliggende gebouwen onder de sloophamer.

De Torre dei Conti was oorspronkelijk bedekt met travertijn, afkomstig uit de ruïnes van de keizerlijke fora. Dat bouwmateriaal zou in zestiende eeuw nogmaals worden hergebruikt.

Toen werden in opdracht van paus Pius IV (1559-1565) een heleboel stenen uit de Torre dei Conti gehaald om te dienen als bouwmateriaal voor de Porta Pia, een ontwerp van Michelangelo.

Torre_Conti (11)

De Romeinse monumenten, tempels en gebouwen uit de oudheid hebben eeuwenlang gefungeerd als goedkope steengroeve, waar men de blokken marmer en travertijn maar voor het uitkiezen had.

Het is niet meer te achterhalen hoeveel constructies uit het oude Rome op die manier voorgoed verloren zijn gegaan, hoeveel stenen werden hergebruikt in andere gebouwen en hoeveel marmer uit de oudheid in de kalkovens is verdwenen.

In 1937 werd de Torre dei Conti door Benito Mussolini geschonken aan de Arditi, een elite-eenheid van het Italiaanse leger, enigszins te vergelijken met de huidige special forces.

Die groep bleef eigenaar tot 1943. Het is weinig bekend, maar de toren bevat nog steeds het mausoleum van generaal Alessandro Parisi, wiens overblijfselen hier worden bewaard in een oude Romeinse sarcofaag.

Alessandro Parisi, die in 1938 omkwam bij een auto-ongeluk, was de leider van de Arditi.

Torre_Conti (3)

Wie de archeologische site aan Largo Corrado Ricci wil bezoeken, krijgt de raad om gesloten en comfortabele schoenen te dragen. De bezoeken worden alleen in het Italiaans gehouden en de ingang is niet toegankelijk voor mensen met een motorische handicap. Bij regen wordt het bezoek geannuleerd.

De komende weken en maanden kan je op de volgende dagen terecht op de site, telkens van 15 tot 16 uur:

• woensdag 23 november
• woensdag 7 december
• woensdag 21 december

Reserveren is verplicht via tel. 06 06 08, elke dag van 9 tot 19 uur. Elk bezoek is beperkt tot maximaal tien deelnemers. Meer informatie vind je hier.

Wie geen plaatsje meer kan verwerven, hoeft niet te wanhopen. Er komen in de toekomst meer van dergelijke rondleidingen, ook op andere archeologische sites.

Torre_Conti (9)

Nachtelijke concerten in de Romeinse musea

19 november 2022

Vandaag, zaterdag 19 november, organiseert Rome het evenement Musei in Musica.

De formule is eenvoudig: een aantal Romeinse musea blijven open tot 2 uur ’s nachts en behalve het bewonderen van de permanente collecties en de actuele tijdelijke tentoonstellingen, kunnen de bezoekers ook genieten van een rijk gevuld programma met concerten en live-optredens.

Voor de gelegenheid bedraagt de toegangsprijs bovendien slechts 1 euro, tenzij anders aangegeven.

Je kan op 19 november terecht in de deelnemende musea van 20 uur tot 2 uur ’s nachts. De laatste toegang is om 1 uur. De volgende musea werken mee aan het evenement.

musei_in_musica2

De Musei Capitolini, de Centrale Montemartini, de Mercati di Traiano – Musei dei Fori Imperiali, het Museo di Roma, het Museo Napoleonico, het Museo di Roma in Trastevere, het Museo Pietro Canonica, de Musei di Villa Torlonia (met het Casina delle Civette, het Casino Nobile en de Serra Moresca), het Museo delle Mura, het Museo Carlo Bilotti, het Museo di scultura antica Giovanni Barracco, het Museo Civico di Zoologia, het Museo della Repubblica Romana e della memoria garibaldina, de Galleria d’Arte Moderna en het Museo di Casal de’ Pazzi.

Informatie: Tel 06 06 08 (elke dag van 9 tot 19 uur)

Zie ook de websites van de deelnemende musea.

musei_in_musica

Tentoonstelling Cursus Honorum in Rome verlengd tot 23 april 2023

18 november 2022

In de Capitolijnse Musea is al sinds dit voorjaar de tentoonstelling Cursus Honorum. Il governo di Roma prima di Cesare aan de gang.

De expo op het gelijkvloers van het Palazzo dei Conservatori had deze maand moeten eindigen, maar wordt wegens succes verlengd tot 23 april 2023.

curcus_honorum2

De tentoonstelling is gericht op de openbare ambten van de magistraten uit het Republikeinse tijdperk, de cursus honorum, een fundamenteel aspect van het politieke leven van het oude Rome.

Vijf anonieme beelden fungeren als hoofdrolspelers en onthullen de essentie van het politieke leven van het oude Rome in het Republikeinse tijdperk.

Je leest in dit eerder bericht meer over deze tentoonstelling.

Poggio Bracciolini, De varietate fortunae (III)

17 november 2022

Vertaalfeuilleton – Episode 3 – ‘Republiek en Augustus’

Opzet? Een vertaling van boek I – minstens gedeeltelijk – van De varietate fortunae van humanist Poggio Bracciolini. Samengevat: naar Rome in de jaren 1400! In de eerste episode droeg Poggio z’n werk op aan de paus. In de tweede episode besloot zijn gesprekspartner Loschi: ‘Zovele gebouwen van Rome […] vernietigd door het noodlot; van zo’n grote hoeveelheid schitterende zaken blijft er niets of bijna niets over.’ Vanaf vandaag testen we die stelling op zijn waarheidsgehalte, en gaan we op monumentenjacht.

poggio4

Poggio – personage in zijn eigen boek – verklaart zich akkoord met Loschi’s analyse. Natuurlijk wil hij het dan hebben over wat er wél nog overblijft, in de eerste plaats uit de tijd van de republiek. De retorische schrijfstijl wordt nu grotendeels verlaten; soms vindt Poggio het zelfs niet meer nodig om volzinnen te gebruiken. Maar wat we verliezen aan woorden, winnen we aan inhoud. Daarom worden vertaling en duiding hieronder afgewisseld. We geven eerst het woord aan Poggio:

Vertaling (3.1)

Op dat moment zei ik: ‘Antonio, je bent terecht verbijsterd door het onrecht van het Lot, dat met zo’n lelijke verbetenheid deze moeder der steden geteisterd heeft. Dagelijks doorkruis en onderzoek ik haar, en ik sta er niet alleen met open mond naar te kijken, maar ik moet haar zelfs beklagen: bijna niets is ongeschonden, er zijn zeer weinige overblijfselen van die antieke stad, en die zijn dan nog half vergaan en gebroken. Want van alle zowel publieke als private bouwwerken van wat toen een republiek was, zijn de nog te bezichtigen overblijfselen fragmentarisch en beperkt.

Er staan tegen de Capitoolheuvel nog bogen met een dubbele rij, ingewerkt in nieuwe gebouwen; nu is er de bewaarplaats van het zout van de stad. In zeer oude letters, die door de inwerking van het zout nog nauwelijks leesbaar zijn, staat erin gehouwen dat Q. Lutatius Q. F. en Q. Catulus, consuls, op hun kosten voorzien hebben in de onderbouw en het tabularium, een werk dat bewondering verdient wegens de ouderdom op zich.

Ook een graf dicht bij de Capitoolheuvel: senaat en volk schonken het aan C. Poblicius, wegens zijn voorbeeldige en eervolle levenswandel, zodat hijzelf en zijn nakomelingen erin begraven konden worden. En ook een brug over de Tiber, waarover men naar het Tibereiland kan gaan, een zeer oude constructie. Een opschrift getuigt dat L. Fabricius C. F., opzichter van de wegen, gezorgd heeft dat die werd aangelegd, met goedkeuring van consul M. Lepidus M. F.

Er is ook nog een travertijnboog over de weg tussen de Aventijnheuvel en de oever van de Tiber. Uit de gegraveerde letters valt af te leiden dat P. Lentulus Scipio en T. Quintius Crispinus er, na een senaatsbesluit, voor gezorgd hebben dat die er kwam.

Duiding (3.1)

Waarover heeft Poggio het zoal? Hij steekt van wal met een aantal gemakkelijk te identificeren bouwwerken. Over elk daarvan zijn boeken te schrijven; hier houden we het bij de relevante informatie. Wat Poggio erover zegt, houdt steek. De ‘bogen met een dubbele rij’ tegen de Capitoolheuvel behoorden bijvoorbeeld tot het Tabularium – daar zijn de drie tekstcommentatoren het over eens.

Boriaud preciseert: ‘het staatsarchief, waarvan de imposante façade tot op vandaag het Forum Romanum domineert.’ Alle drie vermelden ze ook dat de inscriptie verloren is gegaan, volgens Merisalo al in de 15de eeuw. Maar wanhoop niet: elders op het gebouw vind je nog een gelijkaardig opschrift. (En vergeet natuurlijk ook niet van het uitzicht te genieten.) Suggereer trouwens nooit zomaar dat de archiefruimte zich bevond in de onderbouw, of Lendering geeft je – terecht – een veeg uit de pan.

Het graf van ‘C. Poblicius’, dicht bij de Capitoolheuvel, behoort toe aan C. Publicius Bibulus – een aedilis plebis, daar begraven in de 1ste eeuw v.C. Het graf ligt vandaag links voor het Vittoriano, gezien vanaf Piazza Venezia. Door de spectaculaire bruiloftstaart op de achtergrond vergt het enige moeite om er niet overheen te kijken.

Poggio’s tekst parafraseert de inscriptie op het monument. De brug naar het Tibereiland is uiteraard de Pons Fabricius, nu Ponte Fabricio, tussen het eiland en het centrum van Rome. Hier leest u waarom die ook Ponte Quattro Capi genoemd wordt; het heeft iets met vier hoofden te maken. Ook hier parafraseert Poggio de inscriptie.

ponte_fabricio

Zowel Boriaud als D’Onofrio situeren de ‘travertijnboog over de weg tussen de Aventijnheuvel en de oever van de Tiber’ in de buurt van de S. Maria in Cosmedin, en identificeren haar als een restant van de Porta Trigemina in de republikeinse muren.

D’Onofrio oppert nog dat het om de boog van een aquaduct ging, en situeert preciezer ‘aan het begin van de huidige lungotevere Aventino’. De poort is al lang verdwenen; als troost hebben we nog de tekst van de inscriptie. Terug over naar Poggio.

Vertaling (3.2)

Er zijn ook enkele oude bouwsels die men vandaag Cimbron noemt: een tempel die door C. Marius is opgericht met de buit van zijn overwinning tegen de Cimbren. Zijn trofeeën zijn er nog steeds op te zien.

En er is natuurlijk ook de piramide dichtbij de Porta Ostiense, die in de stadsmuren is opgenomen, het nobele graf van C. Cestius, lid van het priestercollege van zeven Epulones. De erop gegraveerde letters zeggen dat het werk voltooid is, volgens het testament van Ponthus Clamela, in 330 dagen. Aangezien het opschrift nog intact is, verwonder ik me er des te meer over dat de zeer geleerde heer Francesco Petrarca in een van zijn brieven schrijft dat dit het graf van Remus is. Waarschijnlijk volgde hij de communis opinio, en vond hij het niet de moeite waard om het opschrift te gaan zoeken onder het struikgewas. Door dat opschrift te lezen, hebben diegenen die na hem kwamen, en minder kennis hadden, wel een grotere nauwgezetheid aan de dag gelegd.’

Antonio onderbrak me: ‘Het lijkt me het gepaste moment om jouw zorg en nauwgezetheid te prijzen, Poggio: jij ging overal op jacht naar die opschriften, van publieke en private bouwwerken, zowel binnen de stad als daarbuiten, en hebt ze in een boekje samengebracht, zodat liefhebbers van de letteren ze kunnen lezen.’

III. ‘Hoe het ook door de lezers ontvangen wordt’, zei ik, ‘het leek mij in het algemeen belang al die teksten, sommige verborgen tussen bosjes en doornstruiken, nauwgezet aan het licht te brengen en in hun totaliteit op schrift te stellen, om ze ook voor anderen toegankelijk te maken. We hebben al vaak gezien hoe destructief de inwoners van Rome met haar bouwwerken omgaan; zo zal tenminste de herinnering aan de opschriften overleven.

Duiding (3.2)

Poggio ‘vergist zich’ een aantal keer, en dat maakt het extra interessant. Op de huidige Piazza Vittorio Emanuele vind je, behalve bierflesjes en beoefenaars van Tai Chi, een bakstenen bouwwerk dat lang toegeschreven werd aan Marius.

Poggio heeft het over ‘Cimbron’. Het werd ook wel ‘Trofeeën van Marius’ genoemd, naar de twee grote beeldhouwwerken die aan het einde van de 16de eeuw naar de balustrade van het Campidoglio werden verhuisd. Andere namen waren ‘Cimbrum’ en ‘Tempel van Marius’. De trofeeën dateerden in werkelijkheid uit de tijd van Domitianus, en het gebouw is een nymfaeum uit de tijd van Alexander Severus. Dat Marius elders met plundergeld een tempel voor Honos en Virtus heeft laten bouwen, moet hebben bijgedragen aan de verwarring.

piramideCaioCestio

De piramide waarover Poggio het heeft, is uiteraard de overbekende Piramide van Cestius, aan Stazione Ostiense, ideale overstapplaats voor een – ik zeg maar wat – Erasmusstudent die in 2002 richting Marconi en Roma Tre pendelde.

Hier laat humanist Poggio z’n tanden zien. De piramide stond al lang bekend als ‘graf van Remus’. Niemand minder dan Francesco Petrarca had zich hier in een beroemde brief bij aangesloten. De poeta laureatus wordt hier vakkundig geslagen en gezalfd: ‘Waarschijnlijk […] vond hij het niet de moeite waard om het opschrift te gaan zoeken onder het struikgewas. Door dat opschrift te lezen hebben diegenen die na hem kwamen, en minder kennis hadden, wel een grotere nauwgezetheid aan de dag gelegd.’

Heerlijk polemisch, alleen had Poggio ook zelf het opschrift niet goed gelezen: ‘volgens het testament van Ponthus Clamela’? Dat is niet echt wat er staat. Er zaten misschien te veel struiken voor? Bovendien stierf Cestius in de tijd van Augustus.

Toch wuift Poggio zich hier bij monde van Antonio wat lof toe, en wel voor zijn epigrafische activiteit, en heel concreet zijn Sylloge: een epigrafisch verzamelboekje. Poggio’s motivatie is in elk geval nobel: ‘We hebben al vaak gezien hoe destructief de inwoners van Rome met haar bouwwerken omgaan; zo zal tenminste de herinnering aan de opschriften overleven.’ De gedachte zal nog vaak terugkeren.

augustus_prima_porta

Vertaling (3.3)

Dit waren dus de enige zaken die overblijven van de zovele versieringen uit de tijd van de vrije republiek – allemaal door de achteloosheid van het Lot. Wat moet ik zeggen over de grootsheid van de gebouwen van de daaropvolgende tijden, die een gelijkaardige vernietiging hebben ondergaan? Keizers en andere mecenassen hebben veel geld geïnvesteerd in zeer prachtige gebouwen, zowel voor het publieke als het private nut.

De goddelijke Augustus was het gewoon zich erop te beroemen dat hij de stad, die hij in baksteen had ontvangen, naliet in marmer. In navolging van hem hebben zijn schoonzoon Agrippa, Asinius Pollio, Plancus, Cornelius Balbus en andere vrienden de stad met vele werken getooid, en hij heeft er zelf ook in eigen naam enige zaken aan toegevoegd. Maar bijna al die ondernemingen hebben de wreedheid van het verwoestende Lot ondergaan.

Er is nog het Pantheon met zijn portiek, waarvan het dak bronzen in plaats van houten balken heeft, een beroemd werk van M. Agrippa, en een niet erg opvallende boog uit travertijn, tussen de Palatijn en de Tiber, waarop de naam van de goddelijke Augustus staat gebeiteld.

Duiding (3.3)

Over naar de keizertijd dus. Poggio heeft duidelijk Suetonius’ leven van Augustus erbij gehaald. Dat doen wij ook, in de vertaling van D. den Hengst: ‘Omdat Rome niet de schoonheid bezat die paste bij de luister van zijn wereldmacht, en bovendien te lijden had van overstromingen en branden, heeft hij het zo verfraaid, dat hij zich er met recht op kon beroemen dat hij een stad van baksteen had aangetroffen en een stad van marmer naliet.’

Ook Poggio’s namedropping komt, verkort, uit de Keizerlevens. Agrippa, Asinius Pollio, Cornelius Balbus, ‘Plancus’: Munatius Plancus, die de Saturnustempel liet reconstrueren. (De goed geïnformeerde Merisalo geeft als tekstvariant ‘Plantius’, en komt zo – onterecht – uit bij een zekere M. Plautius Silvanus. Het overkomt de besten.)

pantheon_buitenzijde

Overbekend zijn natuurlijk het Pantheon en zijn – misleidende – inscriptie. Wat wij zien, dateert uit de tijd van Hadrianus, niet Agrippa. Berucht is de geschiedenis van de bronzen bekleding, en dan vooral in de 17de eeuw: ‘Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini’. Wat er toen precies met het brons van de portiek gebeurd is, is onderwerp van discussie. Boriaud spreekt – terecht – over kanonnen voor Castel Sant’Angelo, en – gedurfd – Bernini’s baldakijn in de San Pietro.

Tot slot: naar de ‘boog uit travertijn, tussen de Palatijn en de Tiber’, zal je tevergeefs zoeken. Volgens Boriaud werd hij afgebroken in de 15de eeuw, en stond hij oorspronkelijk vóór de Pons Aemilius – de huidige Ponte Rotto. Ook D’Onofrio en Merisalo situeren hem daar, al bevond hij zich volgens die laatste ‘sul Ponte Rotto’, op de brug.

Dat laatste is zo gek nog niet: in de New Topographical Dictionary identificeert Richardson het monument als ‘Fornix Augusti’, ‘Boog van Augustus’, ‘waarschijnlijk geen triomfboog, maar een boog die het bruggenhoofd van de Pons Aemilius sierde, zoals de Boog van Augustus in Rimini’.

Ook Rimini is uiteraard niet gespaard door ‘het Lot’: waar is nu het water? Waar is de brug? Boriaud voegt er trouwens nog aan toe: ‘Waarschijnlijk gaat het over de Porta Flumentana van de republikeinse muur’. De debatten zijn geopend.

De volgende episode volgt, dis iuvantibus, over een drietal weken; Italië roept!

Bruno Vantomme
brunovantomme@hotmail.com

Digitale lezing over terra sigillata in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden

16 november 2022

Twee keer per maand houdt een conservator van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (Nederland) een livestream-lezing over één van de topstukken uit de collectie.

Op zondag 20 november van 14 tot 15 uur vertelt Jasper de Bruin, conservator van de collectie Nederland in de Romeinse tijd, over terra sigillata, het porselein uit de oudheid.

In het Utrechtse fort Vechten hebben de Romeinen veel van dit rode, glanzende aardewerk achtergelaten.

Aan het begin van onze jaartelling bracht het Romeinse leger iets nieuws mee naar de Lage Landen: aardewerk dat op een draaischijf was gemaakt. Vóór die tijd werden alle potten ter plaatse met de hand gekleid.

Binnen het Romeinse aardewerk valt de terra sigillata op. Dit rode, glanzende aardewerk wordt ook wel het porselein van de oudheid genoemd.

Het bevatte fraaie, regelmatige versieringen en was voorzien van stempels van de fabrikant. Terra sigillata betekent ‘gestempelde aarde’.

Terra_sigillata_Vechten

Terra sigillata, gevonden in fort Vechten.
(Foto: Rijksmuseum van Oudheden).

Terra sigillata werd op industriële schaal vervaardigd in ateliers in Italië, Frankrijk en Duitsland en was mateloos populair bij het Romeinse leger. Vandaar ook dat archeologen dit aardewerk vaak in Romeinse legerkampen hebben gevonden, zoals in Vechten, bij Utrecht.

Vechten werd al vroeg gesticht: omstreeks het begin van de jaartelling. Het was niet alleen een buitengewoon groot fort, maar ook een belangrijke handelsplaats. Daarom is er enorm veel terra sigillata gevonden.

In deze topstukkenlezing vertelt Jasper de Bruin wat terra sigillata precies is en hoe het bestudeerd kan worden.

Ook licht hij een tipje van de sluier op van de RMO-tentoonstelling over het Romeinse fort in Vechten, die in juni 2023 zal openen.

De lezing verloopt digitaal via een livestream die door iedereen thuis gratis kan worden gevolgd. Via de chat kan je vragen stellen, die na afloop van de lezing worden beantwoord.

Om deel te nemen hoef je geen extra programma’s te downloaden of te installeren op je computer. Na aanmelding ontvangt je een link, waarmee je via de browser op je pc, laptop, tablet of smartphone de lezing kan volgen.

De stream komt vanaf een kwartier vóór aanvang online. De link blijft bovendien twee weken geldig, zodat je de uitzending nog eens kan herbekijken.

Meld je hier aan voor de livestream

De vergeten stad

15 november 2022

Het inspirerende verleden van Forum Hadriani

Forum Hadriani (het huidige Voorburg in Nederland, genoemd naar keizer Hadrianus) lag aan de noordgrens van het Romeinse Rijk.

Het was met Nijmegen de enige nederzetting in Nederland die Romeinse stadsrechten kreeg. In 2021 werd de Nederlandse limes, waar Forum deel van uitmaakt, uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed.

Auteur Tom Buijtendorp promoveerde op de vergeten stad Forum Hadriani, waar dank zij het grondwater etensresten, schoenen, wagenwielen en wijnvaten bewaard bleven.

Uit de klei doemt het nieuwe mysterie op waarom keizer Hadrianus hier zijn eerste stad stichtte, met een raadselachtig ontwerp. Het biedt een nieuw perspectief op het inspirerende verleden van Forum Hadriani.

forum_hadriani

De onlangs als Unesco Werelderfgoed erkende stad Forum Hadriani bij Voorburg was lang een vergeten stad.

De stad bleef lang onbekend omdat deze in vergelijking met andere Romeinse steden pas laat door archeologen als zodanig herkend is, en er boven het maaiveld niets van bewaard bleef.

Recente opgravingen en vooral herbestudering van oud onderzoek, toonde dat onder het maaiveld een archeologische schat ligt.

Dit was de eerste stad die keizer Hadrianus stichtte. Daarmee geeft deze site ons een uniek inkijkje in zijn nieuwe beleid dat grote invloed had op de ontwikkeling van het Romeinse Rijk.

Bovendien bleven door bijzondere omstandigheden resten bewaard die doorgaans verloren gaan, wat een zeldzaam inkijkje biedt in het dagelijkse bestaan. De goed bewaarde stadsresten vormen de basis van de tijdreis die in dit boek wordt gemaakt.

Forum Hadriani is één van de weinige Romeinse steden in Noordwest-Europa waarvan de plattegrond voor een flink deel valt te reconstrueren.

Een groot deel ligt in zandgrond waarin zelfs vergane resten van leemwanden voor archeologen als een zwarte pentekening herkenbaar bleven.

Het hoge grondwater conserveerde vergankelijke resten die elders verloren gingen, van houten kades en voedselresten tot de inkt in een inktpot en de laatste schoenmode.

forum_hadriani3Forum Hadriani op de
Tabula Peutingeriana of Peutingerkaart.

De herontdekking van de stad bracht het volgende mysterie met zich mee: terwijl keizer Trajanus zijn Forum Traiani in hartje Rome bouwde, stichtte opvolger Hadrianus zijn even grote Forum Hadriani in een verre uithoek van het Romeinse Rijk en gaf hij het stadsplan een mysterieuze draai ten opzichte van de aanwezige nederzetting die hij afbrak. Waarom deed hij dat?

Na uitwerking van de oude opgravingsgegevens waarop hij promoveerde, gaat Tom Buijtendorp in dit boek op zoek naar de mogelijke symbolische en filosofische betekenis achter de keuzes van de artistieke en tegendraadse keizer.

Tom Buijtendorp neemt de lezer mee naar het Forum Hadriani en het Rome van Hadrianus met opmerkelijke aanwijzingen in het Pantheon, de Engelenburcht en Hadrianus’ wereldberoemde villa.

Het boek is opgevat als een virtuele tijdreis, struinend door de straten, opgehouden in de kroeg en een jonge inwoonster recht in de ogen kijkend.

Geïnspireerd door de filosofische interesse van zowel Hadrianus als Marcus Aurelius, die dankzij Hadrianus later ook keizer werd, koos de auteur voor een filosofisch getinte wandeling door de tijd.

hadrianus

Aangevuld met oude bronnen zoals de Vitruviusmens, leest De vergeten stad als een tijdreis naar een andere, wonderlijke wereld.

Het is een spannend avontuur waarin Buijtendorp op fascinerende wijze Romeinse archeologie en filosofie combineert. Een reis die uitnodigt na te denken over ons eigen leven en geluk.

De stad geeft een beeld van het soort omgeving waarin Romeinse filosofen hun werk schreven. Bovendien voegt Forum Hadriani inhoudelijk iets toe.

Het stadsontwerp van Hadrianus vestigt de aandacht op de maatschappelijke dimensie van de Romeinse filosofie, het geluk van de samenleving als geheel.

Dat aspect is sterk onderbelicht in de recente aandacht voor de zeer praktische Romeinse filosofie waarin het vooral over persoonlijk levensgeluk lijkt te gaan.

De reis doorheen de tijd in dit boek brengt de oude wijsheid breder tot leven, persoonlijk en maatschappelijk, met een accent op de praktische betekenis in het heden.

romeinse_rijk_hadrianus

Tom Buijtendorp (1962) werkte jarenlang als journalist voor ‘NRC Handelsblad’ en ‘Quote’ en was werkzaam als stragetisch adviseur in het bedrijfsleven. Hij promoveerde aan de VU op een proefschrift over Forum Hadriani.

Hij publiceert regelmatig over archeologie, historie en bestuur. Eerdere boeken van hem zijn onder meer De gouden eeuw van de Romeinen in de Lage Landen, Het jaar 117, Brittenburg en Caesar in de Lage Landen.

De vergeten stad
Het inspirerende verleden van Forum Hadriani
Auteur: Tom Buijtendorp
Uitgeverij: Omniboek
Eerste druk: 6 oktober 2022
Aantal pagina’s: 256
Geen illustraties
Afmetingen: 215 mm x 141 mm x 18 mm
Gewicht: 438 g
ISBN / EAN 9789401917957
Prijs: 23,99 euro
Prijs e-book: 9,99 euro

Eataly komt eindelijk naar Brussel

14 november 2022

Het Italiaanse foodconcept Eataly komt na jaren discussie over een mogelijke locatie eindelijk naar Brussel, al zal het nog twee tot drie jaar duren vooraleer de nieuwe vestiging klaar is.

De winkel zal zich uitstrekken over het gelijkvloers op de hoek van het Beursplein, de Anspachlaan en de Paul Devauxstraat, en de volledige eerste verdieping, op een oppervlakte van in totaal 3.500 m².

eataly_brussel (3)

In dit culinaire walhalla kunnen liefhebbers van Italiaanse voeding naar hartenlust genieten van het foodcourt-concept met restaurants, cafés, een Italiaanse vers- en supermarkt en een opleidingscentrum.

De Italiaanse keten is inmiddels terug te vinden in talrijke wereldsteden zoals New York, Los Angeles, Sao Paolo, Seoul, München, Stockholm, Parijs en London. Brussel stond al lang op het lijstje en nu is het bijna zover.

eataly_brussel (1)

Het herbestemmingsproject The Dome, op de hoek van het Beursplein en de Anspachlaan in hartje Brussel, kreeg zopas een stedenbouwkundige vergunning van het Brusselse Gewest.

VDD Project Development en Vervoordt r.e. ontwikkelen hier een multifunctioneel gebouw met een oppervlakte van 21.000 m². De werkzaamheden zullen starten in het eerste kwartaal van 2023 en zullen twee tot drie jaar duren.

eataly_brussel (2)

The Dome zal plaats bieden aan 55 huurappartementen, kantoren en dus ook het Italiaanse foodconcept Eataly.

The Dome, verwijzend naar de indrukwekkende koperen dakkoepel die op het Beursplein uitgeeft, kreeg bij de bouw in 1870 de naam ‘Les Grands Magasins de la Bourse’ en huisvestte het eerste grootwarenhuis van België.

eataly_brussel (4)

In 1948 liep het gebouw zware schade op bij een brand en in 1970 werd het gebouw omgevormd tot een winkel- en kantoorgebouw en kreeg het de naam ‘Bourse Center’ mee.

Simulatiebeelden:
VDD Project Development – Vervoordt r.e.
Architectenbureau Coussée Goris Huyghe