AS Roma bouwt nieuw voetbalstadion

Het nieuws is nu officieel. Voetbalclub AS Roma bouwt een nieuw sportstadion. Het complex wordt neergezet op de terreinen van de hippodroom in Tor di Valle, aan de zuidwestelijke rand van de stad. De Amerikaanse ondernemer James Pallota, de voorzitter van voetbalclub AS Roma bevestigde het nieuws vanuit Disneyland in de Verenigde Staten waar de voetbalclub op winterstage is. Het project verloopt in samenwerking met ondernemer Luca Parnasi (Grupo ParsItalia), de eigenaar van het ippodromo. Het nieuwe stadion moet klaar zijn tegen de start van het voetbalseizoen 2016-2017 en zal plaats bieden aan 55.000 tot 60.000 voetbalfans. Voor de bouw worden duizend werknemers ingezet die het karwei moeten klaren in ongeveer 24 maanden. Het stadion wordt ontworpen door de Amerikaanse architect Dan Meis uit Los Angeles, gespecialiseerd in het ontwerpen van grote sport- en entertainmentfaciliteiten . Het toekomstige stadion wordt de nieuwe thuisbasis voor AS Roma. De club deelt al sinds eind de jaren ’50 het huidige Stadio Olimpico met aartsrivaal Lazio.

Tegenstanders van het project reageerden al dat de geplande locatie van het stadion niet groot genoeg is om een volwaardig sportcomplex neer te zetten. Zo zou er volgens de critici onvoldoende ruimte zijn voor bijhorende faciliteiten zoals parkings, voldoende grote toegangswegen, restaurants en winkels. Ze wijzen er ook op dat de bouw van de hippodroom in 1958 heel wat problemen opleverde. Zo moesten er enorme betonnen palen met een totale lengte van 13 km in de grond worden geheid omdat de ondergrond van het terrein erg drassig en modderig was en vrij instabiel bleek te zijn. Dat is te verklaren doordat de locatie zich vlakbij de Tiber bevindt. Daardoor bestaat ook altijd het risico op overstromingen. Het hippodroom Tor di Valle is één van de grootste in Europa.

Niet ver hier vandaan bevindt zich ook een grote rioolwaterzuiveringsinstallatie van Acea, die op bepaalde momenten zorgt voor felle geurhinder in de omgeving. Ook dat feit is een argument in de klachtennota van de tegenstanders van het project. De komst van het stadion zal ook mobiliteitsproblemen opleveren, laten verkeersexperts weten. Zo zou de stopplaats Tor di Valle op de lijn Roma-Lido moeten worden aangepast en het aantal treinritten worden opgedreven. Ondanks al die kritische opmerkingen is de kans dat het stadion niet wordt gebouwd vrijwel nihil.

Niet alleen is een dergelijk groot project in de huidige crisisperiode meer dan welkom, het is vooral de combinatie van sport en beton waar in Rome, en bij uitbreiding in heel Italië, veel voor moet wijken. Voor beton wordt in Rome altijd ruimte gevonden, reageren milieuactivisten cynisch. Nu ook de factor Luca Parnasi in beeld is gekomen wordt alles nog veel concreter. De Grupo ParsItalia zette de voorbije jaren het ene na het andere grote project neer, zoals momenteel bv. de luxueuze Eurosky-toren in de EUR-wijk.

Het bedrijf heette vroeger Sogene en was een relatief kleine dochterfirma van de Società Generale Immobiliare, een bedrijf dat reeds in 1862 werd opgericht en sinds de jaren ’30 van vorige eeuw werd gecontroleerd door het Vaticaan. Dit bouwbedrijf heeft heel wat steden in Italië mee vorm gegeven en was gedurende lange tijd één van de grootste grondbezitters van Rome. De grootste bloei kwam er na de tweede wereldoorlog, toen in Rome een heleboel nieuwe wijken werden gebouwd, waaronder Nomentano en Trieste. De firma was echter ook veranwoordelijk voor landschappelijk zeer controversiële projecten zoals de meeste grote villa’s aan de Via Appia Antica en het Cavalieri-Hilton hotel.

De beruchte advocaat en maffia-bankier Michele Sindona, lange tijd één van de meest agressieve bankiers ter wereld, die een enorm imperium van banken en andere financiële instellingen bestuurde, had reeds sinds de jaren ’50 goede banden met het Istituto per le Opere di Religione (IOR), beter bekend als de Vaticaanse bank. Dankzij die uitstekende contacten kreeg hij in 1968 de controle over de Società Generale Immobiliare.

Datzelfde jaar begon Sindona zaken te doen met Roberto Calvi, de al even beruchte directeur van de Banco Ambrosiano, ook wel de bankier van God genoemd. Via de Banco Ambrosiano werden grote sommen geld van de Rooms-katholieke kerk en van de maffia belegd in Zuid-Amerika. Calvi betaalde steevast hoge intresten en had speciaal voor zijn grote beleggers vele honderden spookbanken en schimmige bedrijfjes in alle delen van de wereld opgericht die alleen op papier bestonden. Via dit ondoorzichtige labyrint kreeg hij de kans om zijn duistere praktijken te verdoezelen. Sindona, die zeer vertrouwelijke banden had met de Cosa Nostra, slaagde erin de activa van het bloeiende bouwbedrijf op korte tijd volledig weg te sluizen. Sindona, van wie later kwam vast te staan dat hij voor honderden rijke Italianen enorme sommen zwart geld naar het buitenland liet verdwijnen en ook fungeerde als witwasser voor maffiabazen zoals Stefano Bontade, John Gambino en Salvatore Inzerillo, investeerde tientallen miljarden in beleggingsbedrijven, onroerend goed en hotels, voornamelijk in Florida, Aruba en de Nederlandse Antillen.

De komst van Michele Sindona was het begin van de ondergang van de Società Generale Immobiliare. Het bedrijf kwam al snel in een langdurige crisis terecht die eindigde met het faillissement in 1987. In de nasleep daarvan werd Sogene, een firma die deel uitmaakte van de Società, door de curator verkocht aan Sandro Parnasi die het herdoopte tot de Grupo ParsItalia. Vandaag heeft zijn zoon Luca de leiding van het bouwbedrijf. Luca is gehuwd met televisiester Chistiane Filangieri. ParsItalia heeft naar verluidt geen kapitaal maar wel de uitstekende contacten met de vastgoedportefeuille van het Vaticaan kunnen verwerven. Of dat klopt is niet duidelijk maar in ieder geval behoort de groep rond Luca Parnasi tot één van de meest succesvolle projectontwikkelaars van Italië.

Met Michele Sindona liep het minder goed af. Tijdens diverse processen zou blijken dat de man al sinds de jaren ’40 betrokken was bij allerlei maffieuze praktijken. Het was op aanbeveling van godfather Lucky Luciano dat Sindona werd aangesteld als verbindingsman tussen de Amerikaanse regering en de Siclliaanse maffia. Die laatste organisatie moest ingeschakeld worden als bondgenoot in de strijd tegen Hitler en Mussolini, dit ter voorbereiding van de Amerikaanse invasie in Sicilië. In 1944 legde Sindona zelf het contact met maffiabaas Calò Vizzini. Na de oorlog begon Sindona vanuit Milaan te werken aan langdurige en vruchtbare contacten met de meeste grote Amerikaanse maffiabazen.

Op 12 oktober 1957 was Sindona aanwezig bij het beruchte congres in Hotel del Pelmes in Palermo in Sicilië van de belangrijkste hoofden van de Amerikaanse en de Siciliaanse Cosa Nostra. Onder de aanwezigen bevonden zich alle grote bazen en kopstukken van de maffia, waaronder Joe Bananas, Joseph Palermo, John Di Bellis van de familie Genovese, Vito Vitale, Genco Russo en Lucky Luciano. De politie en overheidsdiensten stonden erbij en keken er naar. In januari 1974 werd Sindona door de Amerikaanse ambassadeur in Rome gelauwerd als Man van het Jaar. Enkele maanden later begon, na het faillissement van één van zijn Amerikaanse banken, begon het kaartenhuisje van Sindona in te storten. Hij werd beschuldigd van bedrieglijke bankbreuk en moest de Verenigde Staten ontvluchten. Het doek viel definitief op 13 juni 1980, toen een Amerikaanse rechter Sindona tot 25 jaar veroordeelde. Wat later wordt hij ook beschuldigd van moord en het, via huurmoordenaars, aanzetten tot moord.

Door de arrestatie van Michele Sindona kwamen de banden tussen de Vaticaanse bank onder leiding van aartsbisschop Paul Marcinkus, de maffia en de loge Propaganda Due (P2) aan het licht. Tijdens een huiszoeking in Sindona’s kantoren in Milaan werd ontdekt dat hij in nauw contact stond met Licio Gelli en de geheimzinnige loge P2. Dat bleek een dekmantel te zijn van een tot op heden niet volledig opgehelderde samenzwering waarbij 963 mensen betrokken waren, gaande van agenten van geheime diensten, politici, grote beleggers, topbankiers, hoge ambtenaren en personen uit de showbusiness. Opmerkelijk was het grote aantal katholieken op de ledenlijst van P2. Twee weken voor de huiszoeking had het Vaticaan nog een persbericht verspreid waarin werd gemeld dat katholieken op straffe van excommunicatie geen lid mochten zijn van de vrijmetselarij. P2 bleek later de spin in het web van talrijke complotten en schandalen, gaande van de bomaanslag op Piazza Fontana, de olieschandalen, diverse intriges van de geheime diensten, de banden tussen Gelli, Sindona en Calvi, de internationale financiële wereld, de maffia, de CIA en plegers van staatsgrepen.

Op 25 september 1984 werd Sindona uitgeleverd door Amerika en overgebracht naar de Regina-Coeli-gevangenis in Rome. Een nieuwe Italiaanse rechtszaak mondde uit in Sindona’s veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf op 19 maart 1986. Nadat hij enkele interviews gegeven had waarin hij dreigde maffiageheimen prijs te geven, stierf Sindona enkele dagen later in de zwaar beveiligde gevangenis van Voghera na het drinken van een espresso met daarin een flinke dosis cyaankali. In het kielzog van Sindona ging ook de Banco Ambrosiano van Roberto Calvi ten onder. Calvi werd met vastgebonden handen en zijn zakken vol stenen opgehangen aangetroffen onder de Blackfriars-brug in Londen. Hoewel diverse politiediensten deze gebeurtenis lange tijd klasseerden als zelfmoord, was het overduidelijk dat Calvi geliquideerd was in opdracht van zeer machtige figuren die zelfs in staat waren de werking van de gerechtelijke diensten te beïnvloeden. De precieze omstandigheden rond de dood van zowel Calvi als Sindona werden nooit opgehelderd.

De Associazione Sportiva Roma (AS Roma) wordt voornamelijk gevolgd door Romeinen uit het zuiden en oosten van de hoofdstad, terwijl rivaal Lazio meer aanhangers telt in de noordelijke wijken en in de rest van de provincie Lazio. De aanhang van AS Roma komt van oudsher uit arbeiderswijken, in tegenstelling tot de rijkere aanhang van Lazio. Er bestaat een enorme rivaliteit tussen AS Roma en SS Lazio. De derby’s zijn elk jaar de belangrijkste wedstrijden van het seizoen, mede doordat de Romeinse clubs zelden hebben deelgenomen aan de titelstrijd. In het seizoen 2007-2008 en in het seizoen 2009-2010 maakte AS Roma echter tot en met de laatste speeldag kans op de titel.

De clubkleuren van AS Roma zijn bordeaux-oranje en de ploeg wordt gewoon de ‘giallorossi’ (‘rood-gelen’) genoemd. Eén van de symbolen van de stad, de wolvin met Romulus en Remus, is eveneens terug te vinden in het logo van AS Roma. De wolvin staat symbool voor Rome als stad, terwijl de adelaar (gebruikt door Lazio) het Romeinse Rijk symboliseert. Geen van de symbolen is gebruikt in het stadswapen van Rome, dit is gewoon een paarsrood schild met de gouden letters S.P.Q.R. erop. AS Roma speelt sinds 1953 in het Stadio Olimpico. Dit wordt gedeeld met aartsrivaal Lazio. De harde kern van de supporters zit op de tribune achter het zuidelijke doel, de zogenaamde Curva Sud.

Eén reactie to “AS Roma bouwt nieuw voetbalstadion”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.