Jackson Pollock in het Vittoriano

Posted in Romenieuws on 19 oktober 2018 by Eric

In het Vittoriano is een tentoonstelling begonnen die gewijd is aan de Amerikaanse abstracte expressionistische schilder Jackson Pollock en andere grote vertegenwoordigers van de zogenaamde New York School, waaronder Willem de Kooning, Mark Rothko en Franz Kline. De New York School was een informele beweging van avant-garde schilders, dichters, dansers en muzikanten die actief waren in New York in de jaren tussen 1950 en 1960. De action painter Pollock stond ook bekend als ‘Jack the Dripper’ vanwege zijn revolutionaire manier om verf op canvas aan te brengen. De tentoonstelling in Rome is te bezoeken tot 24 februari 2019 .

In het Vittoriano worden een vijftigtal kunstwerken getoond, waaronder het beroemde Number 27 uit 1950, een 3 m lang doek waarin de kunstenaar volgens kenners ‘een meesterlijke balans vindt tussen de zwarte penseelstreken en de fusie van lichtere, levendige kleuren’. De tentoonstelling wordt georganiseerd door de Arthemisia Group in samenwerking met The Whitney Museum of American Art in New York en werd samengesteld door David Breslin, Carrie Springer en Luca Beatrice.

De Amerikaanse schilder Jackson Pollock (1912-1956) onderging aanvankelijk invloed van onder andere Orozco, de kunst van de Indianen, Picasso en André Masson, en later van de surrealisten, met name van hun automatisme. In 1946 ontstonden zijn eerste geheel abstracte werken. Bekende voorbeelden zijn de seksueel beladen, totemistische schilderijen Male female (1942) en The guardian of secret (1943).

Eveneens in 1946 maakte Pollock zijn eerste abstracte schilderijen die in hoge mate waren geïnspireerd op het werk van Arshile Gorky. Hieruit kwamen zijn fameuze ‘drip-paintings’ voort, die hij tot het begin jaren van de jaren ’50 schilderde. De op de grond gelegen enorme doeken bespatte en besmeurde hij met verf, zonder de kwast in contact te brengen met het canvas. Later zou hij ook direct uit tube en blik werken.

Met deze techniek heeft hij sterke dynamische en ritmische composities gecreëerd die gelden als hét voorbeeld van de door Harold Rosenberg geïntroduceerde term ‘action-painting’. Het schildersvlak is hierbij opgevat als een arena voor een puur intuïtieve handeling. Begin de jaren ’50 keerde Pollock terug naar zijn stijl van werken van vóór 1947. Na zijn dood ontstond een zekere mythevorming rond zijn figuur: van voorman van de action-painting werd hij verheven tot het symbool van een nieuwe schildersgeneratie.

Jackson Pollock
Tot 24 februari 2019
Via di San Pietro in Carcere, Rome

Praktische informatie vind je hier

Je kan een dubbelticket kopen waarmee je tevens toegang krijgt tot de Andy Warhol-tentoonstelling die op dezelfde locatie tot 3 februari 2019 loopt.

ABSTRACT ESPRESSIONISME – ACHTERGROND

Het abstract expressionisme is de gebruikelijke benaming voor een beweging in de schilderkunst die gezien kan worden als een reactie op de geometrisch abstracte kunst en die zich in vele vormen en onder diverse namen tegen het eind van de jaren ’40 in de Verenigde Staten en in Europa manifesteerde. Het abstract expressionisme bereikte in de jaren ’50 zijn hoogtepunt en is van grote betekenis geweest voor de latere ontwikkelingen.

De term werd al in de jaren twintig incidenteel gebruikt, onder meer door de Amerikaanse kunstcriticus A.H. Barr, die hem toepaste op het vroege abstracte werk van Vassily Kandinsky. De bekende Amerikaanse kunstcritius Robert Coates gebruikte iN 1946 de benaming abstract expressionisme om de combinatie van abstracte vormeigenschappen en een emotioneel geladen verfbehandeling aan te duiden die in die jaren kenmerkend is voor het werk van schilders zoals Gorky, Willem de Kooning, Motherwell, Pollock, Rothko, Still, Kline, Gottlieb, Baziotes en anderen. Zij streefden naar een zelfstandige Amerikaanse kunst, los van de Europese stromingen.

In het vroegste stadium waren echter nog duidelijk Europese invloeden aanwezig, met name van de surrealisten, van wie een aantal zich gedurende de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten had gevestigd. Met name het zogenaamde automatisme dat door de surrealisten was gepropageerd, was voor de Amerikanen van belang: het vrije, onbelemmerde schilderen, zo weinig mogelijk gecontroleerd door het bewustzijn. Ook de biomorfe abstracte vormen die zij in de jaren ’40 schilderden, wijzen op surrealistische invloed.

Gaandeweg gingen zich binnen het Amerikaanse abstract expressionisme, waarvoor ook wel de term New York School wordt gebruikt, twee richtingen aftekenen. De eerste zette omstreeks 1947 in toen Jackson Pollock begon te experimenteren met zogenaamde drippaintings: de handeling van het schilderen is hier bepalend voor de compositie.

Deze schilderwijze die de handeling, het moment van de creatieve interactie van de kunstenaar met zijn materiaal, stelt boven het resultaat, en die eveneens door anderen zoals De Kooning, Motherwell en Kline werd beoefend, werd door de criticus Harold Rosenberg aangeduid als action-painting.

Een andere ontwikkeling deed zich voor bij schilders als Newman, Rothko en Still. Zij gaven het primaat aan de kleur: niet de actie van het schilderen, maar de kleur, aangebracht in de vorm van abstracte tekens of grote monochrome kleurvlakken, is het belangrijkst; zij werden daarom colourfield painters genoemd. Hun werk heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan, in de jaren zestig, van de zogeheten ‘postpainterly abstraction’.

In Europa leidde het verzet tegen de geometrisch abstracte kunst tot soortgelijke ontwikkelingen. In Frankrijk waren in de jaren ’40 schilders zoals Wols, Hartung, Mathieu, Michaux, Fautrier en Dubuffet onafhankelijk van elkaar tot een spontane, intuïtieve schilderwijze gekomen. Ook voor hen was het automatisme van de surrealisten een belangrijke inspiratiebron.

Voor hun werk lanceerde de schilder-theoreticus Mathieu in 1947 de aanduiding ‘abstraction lyrique’. Andere benamingen werden geïntroduceerd door de criticus Tapié: ‘art informel’ en ‘un art autre’. In 1954 bedacht de criticus Estienne de term ‘tachisme’ als aanduiding voor het abstracte werk van Bissière, Manessier, Singier en Bazaine, dat gekenmerkt wordt door een beeldopbouw uit kleurvlekken. Later is men de term ook gaan toepassen op het werk van de lyrisch abstracten.

Buiten Frankrijk waren het vooral de Nederlandse Experimentele Groep en de internationale groep Cobra en de Italiaanse kunstenaarscollectieven Movimento Nucleare en Movimento Spaziale die verzet aantekenden tegen de geometrisch abstracte kunst.

Zoals gezegd kreeg de Amerikaanse kunst van de jaren ’40 zeer wezenlijke impulsen van Europese kunstenaars die zich in de Verenigde Staten vestigden. Die vertegenwoordigden de beide richtingen waarin de beeldende kunst in Europa uiteengevallen was: de abstracte en de surrealistische richting.

De belangrijkste vertegenwoordigers van de geometrische abstracte kunst waren Mondriaan en Albers, met nog een aantal vroegere medewerkers aan het Bauhaus: Feininger, Moholy-Nagy, de beeldhouwer Naum Gabo en de architecten Gropius, Breuer en Mies van der Rohe; die van het surrealisme: Ernst, Seligmann, Matta, Dali en de theoreticus Breton.

Een zeer belangrijke rol als bemiddelaarster tussen de Europese en de Amerikaanse kunstenaars speelde Peggy Guggenheim, die in haar galerie Art of this Century zowel abstracten (inclusief kubisten en futuristen) als surrealisten toonde. De verbinding van abstractie en surrealisme teweeg te brengen werd nu het doel van de Amerikaanse kunstenaars en hieruit ontstond het abstract expressionisme, Amerika’s eerste zelfstandige bijdrage tot de beeldende kunst.

Binnen het abstract expressionisme zijn twee richtingen te onderscheiden: enerzijds de action painters, met Jackson Pollock, Franz Kline, Philip Guston en Willem de Kooning als belangrijkste exponenten.

Voor hen was de actie, de geste van beslissende betekenis, en anderzijds de vertegenwoordigers van de colourfield painting of abstract imagists: Barnett Newman, Marc Rothko, Adolph Gottlieb en Ad Reinhardt, die de kleur, veelal in grote, monochrome vlakken aangebracht, belangrijker achtten dan de actie; tussen deze richtingen in stonden Robert Burns Motherwell, Clyfford Still en Bradley Walker Tomlin. In dit verband moet ook Mark Tobey worden genoemd, wiens door de oosterse mystiek geïnspireerde kunst verwant is aan het abstract impressionisme.

Het einde van het abstract expressionisme situeert men rond 1960. De nieuwe generatie had kritiek op het subjectieve, autobiografische karakter ervan, verwierp al het mystieke, symbolische en metaforische en streefde naar een onpersoonlijke, objectieve kunst. Dit streven vond expressie in twee richtingen: enerzijds de pop art, anderzijds de nieuwe abstractie, vaak ‘postpainterly abstraction’ genoemd.

Voorlopers van de pop art, tevens de schakel vormend tussen het abstract expressionisme en de pop, waren Robert Rauschenberg en Jasper Johns. Als belangrijke pop-kunstenaars moeten hier worden vermeld: Claes Oldenburg, George Segal, Jim Dine, Roy Lichtenstein, James Rosenquist, Robert Indiana, Marisol, Andy Warhol en de in Duitsland geboren Richard Lindner. Velen van hen hebben – meegaand in de algemene tendens – ook objecten en grafiek gemaakt.

Vertegenwoordigers van de postpainterly abstraction zijn: Helen Frankenthaler, Morris Louis, Kenneth Noland, Sam Francis en Jules Olitski. Ook Ellsworth Kelly, Jack Youngerman, Nicolas Krushenick, Al Held en Alexander Liberman werkten in grote kleurvlakken; hun kunst wordt vaak gerangschikt onder het begrip ‘hard edge’. Frank Stella en Lee Bontecou zijn vooral bekend om hun shaped canvas-schilderingen; het werk van Larry Poons wordt zowel tot de postpainterly abstraction als tot de pop art gerekend.

Was de dagelijkse, banale realiteit het uitgangspunt voor de pop-kunstenaars, zij werd dat (zij het op andere wijze) ook voor een nieuwe stroming van realisten, die tegen het einde van de jaren ’60 internationale belangstelling verwierf (onder aanduidingen als ‘new realism’, ‘sharp-focus realism’, ‘photographic realism’ of ‘post-pop realism’). De new realists geven in hun schilderijen de dagelijkse werkelijkheid – en dikwijls geïsoleerde fragmenten daaruit – weer met fotografische exactheid, en vaak ook uitgaande van een foto.

Deze realistische stroming is ontstaan aan de westkust, waar kunstenaars als Don Eddy, Robert Bechtle, Ralph Goings, Robert Cottingham, Richard McLean en Paul Staiger werken. Ook aan de oostkust, vooral in New York, bloeide deze richting in het werk van onder meer Howard Kanovitz, Lowell Nesbitt, Philip Pearlstein, Chuck Close, Jack Beal, de in Amerika werkende Brit Malcolm Morley, John Clem Clarke, Richard Estes, John Kacere, Gabriel Laderman en Alfred Leslie.

Vanaf de jaren zeventig In de jaren zeventig kwam een nieuwe, abstracte stroming op: de fundamentele schilderkunst, waarvan de belangrijkste Amerikaanse representanten werden: de in Canada geboren Agnes Martin en voorts Robert Ryman, Brice Marden en Robert Mangold. Een latere generatie keerde terug tot een schilderkunst die zich betrokken voelt bij het verleden; de bekendste representanten hiervan zijn Neil Jenney, Julian Schnabel, Robin Winters en David Salle.

Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig deed zich een veelheid aan stijlen voor. Cindy Sherman werd bekend met geënsceneerde fotografie. Op het gebied van de Amerikaanse naïeve schilderkunst verdienen vermelding: Grandma Moses, Edward Hicks, Morris Hirshfield en John Kane.

Meest noordelijke Romeins bouwwerk ontdekt in Nederland

Posted in Romenieuws on 18 oktober 2018 by Eric

Archeologen hebben in Krommenie (Zaanstad, Nederland) resten van een Romeinse wachttoren blootgelegd die gebouwd is in de eerste eeuw na Christus. Volgens de wetenschappers ter plaatse werden nooit eerder zo ver noordelijk op het vasteland Romeinse restanten gevonden. De wachttoren had aan de basis een oppervlakte van ongeveer 3 bij 3 m. Rondom bevond zich een palissade (een aaneengesloten rij van in de grond geslagen palen of staken) van ongeveer 2.500 m² groot . Er is weinig twijfel dat de toren van Romeinse oorsprong is. De Friezen die in dit gebied leefden bouwden geen wachttorens en op de plek van de opgraving is bovendien Romeins aardewerk gevonden. Ook werd een olielampje dat destijds door Romeinse militairen werd gebruikt opgegraven, evenals  een schrijflei.

De koning van de paparazzi

Posted in Romenieuws on 18 oktober 2018 by Eric

‘Rino Barillari. The King of Paparazzi’ is de titel van een nieuwe tentoonstelling die zopas in het MAXXI begonnen is en waarin voor het eerst de volledige carrière van de Romeinse fotojournalist Rino Barillari wordt belicht. De man wordt in Rome inderdaad de ‘koning van de paparazzi’ genoemd, niet alleen omdat hij al zo lang in het vak zit, maar vooral omdat hij de voorbije zestig jaar zowat elke beroemdheid op deze planeet voor de lens kreeg. Soms met kwalijke gevolgen, want de fotograaf moest meermaals op de loop voor boze filmsterren of woedende lijfwachten.

Zijn stunts zijn in Rome legendarisch. Meer dan wie ook stond hij model voor een hele generatie sensatiereporters die later paparazzi zouden worden genoemd (naar de figuur Paparazzo in Fellini’s La Dolce Vita) en die vrijwel alles doen voor een unieke foto of een primeur. Rino Barillari (73) is vandaag nog steeds aan het werk en woont aan Piazza Navona waar je hem regelmatig op een terrasje kan vinden met een espresso. Vorig jaar huwde hij met de veel jongere Antonella Mastrosanti (29). De tentoonstelling in het MAXXI is te bezoeken tot 28 oktober en wordt georganiseerd door het Istituto Luce Cinecittà.

De tentoonstelling laat ook een aantal cruciale momenten in de geschiedenis van Italië herbeleven. Rino Barillari is immers niet alleen actief als societyfotograaf waarbij hij de internationale showbizz intens volgt, maar werkt ook als persfotograaf voor de grote kranten en persagentschappen en is doorgaans altijd zeer snel ter plaatse als er echt nieuws te rapen valt.

Barillari beleefde de geschiedenis van Italië dus niet alleen tussen de wereldberoemde acteurs, actrices, regisseurs, mediafiguren, prinsen, prinsessen, koningen en koninginnen en in de buurt van de tafels langs de Via Veneto in de Dolce Vita-jaren ’60 en ’70, maar maakte als het ware ook een dagboek van de recente Italiaanse geschiedenis, inclusief de meest pijnlijke en bloedige momenten van de voorbije decennia.

Bij zowat iedere belangrijke persoonlijkheid die de voorbije jaren Rome bezocht, was Barillari in de buurt om dat moment vast te leggen. Door zijn uitgebreide netwerk van tipgevers dat zich uitstrekt over heel Rome, beschikt de fotograaf altijd over gedetailleerde informatie die hij met plezier gebruikt om alweer een primeur binnen te halen. Tot zijn informanten behoren portiers, hoteleigenaars, uitbaters van nachtclubs, kelners, taxichauffeurs, bareigenaars, winkeliers, maar ook ambulanciers en politieagenten.

Hij weet altijd in welk restaurant de vedetten en beroemdheden die Rome bezoeken gaan eten en is ook op de hoogte waar ze overnachten of ’s nachts de bloemetjes gaan buiten zetten. Zijn verplaatsingen doorheen de stad gebeuren razendsnel, meestal per Vespa. Zijn aanpak is altijd dezelfde: eerst foto’s maken, dan pas toestemming vragen. Rino Barillari zit al zo lang in het vak dat de meeste filmsterren hem ondertussen wel kennen. Iemand anoniem benaderen zit er tegenwoordig meestal niet meer in.

Als Rino Barillari aan het werk is gebeurt dat in een verschroeiend tempo en langs routes die volkomen onvoorspelbaar zijn, want zijn tipgevers bellen de hele avond. Zodra zij een bekend personage spotten rinkelt Rino’s telefoon en worden zijn plannen op hetzelfde moment aangepast. In Rome gebeurt veel op één nacht, soms beleeft Rino dus hectische momenten. Slapen lijkt hij nooit te doen. Tussen het fotograferen door worden de interessantste beelden bovendien meteen geleverd aan gewillige redacties. Zo kunnen de ochtendkranten vaak al uitpakken met unieke foto’s die Barillari pas enkele uren voordien heeft gemaakt. Daar kan geen amateur met een smartphone tegenop.

Zijn werk doet hij vandaag, ondanks zijn 73 jaar, nog altijd even gedreven, zij het aan een iets rustiger tempo. Een tijdje geleden zakten we nog eens een nachtje door met de fotograaf die we meer dan 25 jaar geleden toevallig leerden kennen. Tijdens een lang gesprek met heel wat borrels en veel koffie blikte Barillari met plezier terug op zijn loopbaan die zich over zowat zestig jaar uitstrekt. Zijn netwerk is dankzij de moderne technologie nog gegroeid, al bekijkt hij een en ander ook met enige argwaan.

“Een smartphone is best handig. Maar als je het ding laat vallen zijn je foto’s doorgaans weg, tenzij je zo slim was om ze eerder al ergens online op te slaan. Dat probleem heb ik met film nooit gehad. Iedereen met een smartphone is vandaag een potentiële getuige van nieuws. Nooit eerder werd zoveel gefotografeerd. Maar ik zou weleens willen zien of mensen dat nog zouden doen indien ze zoals vroeger moeten betalen voor het ontwikkelen en afdrukken van de beelden. De wereld draait sneller maar is ook vluchtiger en hartelozer geworden”, vindt Barillari.

Ondertussen kent Rino Barillari vele beroemdheden persoonlijk en heeft hij er over het algemeen ook een goede band mee. Vele sterren die hij ooit ontmoette zijn inmiddels al overleden. Vedetten zoals Liz Taylor, Ingrid Bergman, Jacqueline Kennedy, Barbra Streisand, Brigitte Bardot, Ava Gardner, Federico Fellini, Sophia Loren, Claudia Cardinale, Marlon Brando, Anita Ekberg, Audrey Hepburn, Romy Schneider, Kirk Douglas, Raquel Welch, Vittorio Gassman, Charles Aznavour, Anna Magnani, Alberto Sordi, Frank Sinatra, de vier Beatles, Robert De Niro, Grace Kelly, Sylvester Stallone, Claudia Schiffer, Al Pacino, Francis Ford Coppola, Michael Jackson, Demi Moore, Angelina Jolie, Bruce Willis, Elton John, Matt Damon, Madonna, Maradona, Lady Gaga, … de lijst is oneindig lang, maar hij kreeg ze allemaal voor de lens.

Met sommige beroemdheden lag Rino Barillari voortdurend overhoop, al was dat doorgaans maar tijdelijk. Met de bekende acteur Marcello Mastroianni lag hij tientallen keren in de clinch, maar even vaak gingen ze een dag later samen een glas drinken. In mijn vakgebied is fotograferen oorlog, vindt Rino. Je moet durven doorgaan, nooit aarzelen, stelt hij. Daar moest hij soms de gevolgen van dragen. Vooral als beginnende fotograaf kwam hij meermaals onzacht in aanraking met filmvedetten die hij in tegenstelling tot zijn collega’s uit die tijd gewoon benaderde. Dat was toen ongezien. Soms leverde die brutaliteit knappe en unieke beelden op, maar evengoed kon het slechter aflopen.

Legendarisch is de foto, gemaakt door een collega, waarin Barillari door Sonia Romanoff een ijsje in het gezicht geduwd krijgt of die waar hij wordt aangevallen door de reeds lang vergeten acteur Mickey Hargitay. Een gevecht met Peter O’Toole in de Via Veneto in 1963 leverde hem niet alleen een pak slaag, maar ook bekendheid op. De interventies van de opdringerige Barillari werden inderdaad niet altijd door iedereen gewaardeerd. Tijdens zijn werk moest hij niet minder dan 163 keer naar de spoedafdeling voor eerste hulp. Barillari liep tijdens zijn carrière ook elf gebroken ribben op als gevolg van vechtpartijen en moest ooit zelfs een messteek incasseren. Liefst 76 van zijn camera’s werden kapotgeslagen.

In de Dolce Vita-jaren begrepen de meeste vedetten echter al snel dat een krachtige foto die in de wereldpers verscheen hun carrière geen kwaad zou doen. Eén treffend beeld van Rino Barillari in de juiste bladen en er werd een week lang over hen gesproken. Ze vertrouwden erop dat alleen professionele foto’s zouden worden gepubliceerd. Aanvankelijk gebeurde dat ook. Toen steeds meer paparazzi op het toneel verschenen, werden alsmaar vaker ook de meer gênante momenten en privémomenten vastgelegd. Daar konden de geviseerde vedetten niet altijd mee lachen.

Bij de tentoonstelling hoort ook de vertoning van de nieuwe documentaire ‘The king of paparazzi – La vera storia’, geproduceerd door het Istituto Luce Cinecittà en Michelangelo film. De vertoning van deze film vindt eenmalig plaats in de aula van het MAXXI op 27 oktober om 21.30 uur, al zal deze documentaire later nog weleens ergens te bekijken zijn of in het filmcircuit belanden. Aan de film werd twintig maanden gewerkt en bevat naast beelden uit de zogenaamde Dolce Vita-periode van Rino Barillari ook getuigenissen van onder meer Giuseppe Tornatore, Claudia Cardinale, Giancarlo De Cataldo, Henry Sisk, Walter Veltroni en vele anderen.

Het verhaal begint bij de familie Barillari in Limbadi (Calabrië) waar de jonge Rino in 1959 op 14-jarige leeftijd wegliep en naar Rome trok. Rino kwam terecht in een kamer die hij met vijf anderen moest delen en de honger was nooit ver weg. Allerlei kleine klusjes lieten hem met moeite overleven, sparen was er niet bij. Met wat geld dat stiekem uit de Trevifontein werd gevist kocht hij op de rommelmarkt aan Porta Portese een oude Comet Bencini-camera en begon hij voor een kleine vergoeding toeristen te fotograferen aan de vele bezienswaardigheden in Rome.

Al gauw schakelde hij over naar het vastleggen van de gedragingen van gewone mensen die ronddwalen in de stad en kreeg zo het idee om hetzelfde te doen met meer bekende personages. Wellicht zou iemand wel willen zien wat de grote filmsterren in hun vrije tijd allemaal uitspoken? Zo rolde Barillari nog voordat het woord was uitgevonden in het vak van paparazzo. Fellini zou in La Dolce Vita zijn personage baseren op Rino Barillari. In de daaropvolgende jaren zou Rino dankzij zijn doortastendheid en zijn nooit aflatende, soms hardnekkige, pogingen om een beroemdheid te strikken, uitgroeien tot één van de meest bekende paparazzi ooit.

Vanaf halfweg de jaren ’60 volgden de primeurs elkaar op, ook in het harde nieuws, zoals met de exclusieve foto’s van de ontvoerde John Paul Getty III en de beelden van de persoonlijke bezittingen die filmregisseur Pier Paolo Pasolini bij zich droeg toen hij werd vermoord. Barillari maakte ook beelden van aanslagen door de maffia en wist zelfs door te dringen in de Rebibbia-gevangenis om een foto te maken van de gevreesde maffiabaas Salvatore ‘Totò’ Riina die daar in absolute afzondering en onder strenge bewaking zat opgesloten. De maffiabaas was naar verluidt blij met de aandacht van de beroemde paparazzo en zwaaide zelfs naar de camera.

Nadat paus Johannes Paulus II in 1981 op het Sint-Pietersplein was neergeschoten, wist Barillari het ziekenhuis binnen te dringen en zich te verstoppen onder het doek van een draagberrie, vlak naast de kamer waar artsen bezig waren met een levensreddende operatie voor de paus. De fotograaf werd echter betrapt door veiligheidsagenten en hardhandig buitengegooid. Het was één van zijn weinige mislukkingen, want als Barillari eenmaal zijn zinnen had gezet op een bepaalde foto zou die hoe dan ook worden gemaakt. Zijn foto’s vonden en vinden nog steeds gretig afzet bij de grote persagentschappen zoals Ansa, Associated Press en UPI en verschenen wereldwijd in duizenden dagbladen en tijdschriften.

Zelf groeide Barillari in Rome gaandeweg ook uit tot een beroemdheid. Met zijn zwarte snor, de eeuwige sigaret, zijn donkere indringende en altijd alerte ogen, de gevatheid en humor waarmee hij repliceert en uiteraard ook een superieure dosis zelfvertrouwen, dwong hij steevast respect af bij vrienden maar ook bij minder goede vrienden. Zijn verschijning maakt nog altijd indruk. “De man is werkelijk onvermoeibaar. Hij slaapt nooit, is alomtegenwoordig en zo hardnekkig als een bloedhond”, zegt een Romeinse restaurantuitbater waar Rino vrijwel dagelijks eet omdat hij naar eigen zeggen niet vergiftigd wil worden.

Barillari is tegenwoordig zo bekend dat hij zelf vaak door collega’s wordt gefotografeerd als hij in actie is, maar ook als hij gewoon in de stad rondwandelt. Vorig jaar is hij gehuwd en kreeg hij een koekje van eigen deeg. Ondanks sluwe pogingen om het nieuws geheim te houden, lekte de trouwpartij op het laatste nippertje toch uit en werden Rino en zijn jonge bruid bij het verlaten van het stadhuis opgewacht door tientallen fotografen. Hij kon er wel mee lachen. Als hij nu met zijn vrouw Antonella in het openbaar verschijnt is hij zelf het doelwit van paparazzi.

Barillari speelde meermaals cameo’s in verschillende speelfilms. Ook in La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino die in 2013 de Oscar voor de beste buitenlandse film kreeg, is Rino Barillari te zien. In ruil voor zijn medewerking mocht hij onbeperkt foto’s maken op de filmset. In zijn persoonlijke archief bevinden zich momenteel meer dan 400.000 unieke foto’s. Een klein deel daarvan is nu te zien in het MAXXI.

Zijn mooiste prestatie? Niets of niemand in het bijzonder. Er is de voorbije zestig jaar zoveel gebeurd. Het zijn altijd momentopnames. Stukjes van nieuws. Morgen is er ander nieuws. Dixit Barillari. Maar verhalen zoals die van een uitgetelde Sarah Churchill (actrice en dochter van de Britse voormalige premier en politicus Winston) die lazarus op Piazza di Spagna haar roes uitsliep, vertelt hij nog altijd graag. Die foto veroorzaakte toen in Engeland een enorm schandaal.

Daarnaast was er natuurlijk ook wel de trots dat je er als enige in geslaagd was om unieke beelden van een bepaalde gebeurtenis of een beroemdheid te maken. Al aarzelde Barillari soms niet om het lot een handje te helpen. Zo dreigde hem ooit een grote primeur te ontglippen nadat hij (zoals meestal) als eerste bij een bepaalde gebeurtenis was gearriveerd maar meteen daarna ook een paar collega’s zag arriveren. Met een smoesje leidde Barillari de andere paparazzi even af en slaagde erin een stuk doorzichtige kleefband voor hun lenzen te plakken. Alle foto’s die ze daarna maakten waren natuurlijk onscherp en wazig, waardoor de koning van de paparazzi alsnog met de primeur aan de haal gang. Oorlog is oorlog, jawel.

Rino Barillari
The king of paparazzi
Tot 28 oktober 2018
Gratis toegang
MAXXI – Museo nazionale delle arti del XXI secolo
Via Guido Reni 4A, Rome

https://www.maxxi.art/events/rino-barillari-the-king-of-paparazzi/

Persoonlijke website: www.rinobarillari.com

Schrijf nu in voor de daguitstap met S.P.Q.R. naar Mariemont

Posted in Romenieuws on 18 oktober 2018 by Eric

Op zondag 11 november van 8.15 uur tot 18.30 uur maakt onze Romevereniging S.P.Q.R. een daguitstap per bus. Op het gevarieerde programma staan onder meer een bezoek aan Le Bois du Cazier (werelderfgoedlijst Unesco), een Romeinse lunch en een bezoek aan de tentoonstelling Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk. De bus vertrekt om 8.15 uur vanaf parking Bodart, Koning Boudewijnlaan in 3000 Leuven. Inschrijvingen zijn vanaf nu mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt.

Vanaf 10 uur bezoeken we Le Bois du Cazier, ingeschreven op de Lijst van het Wereldpatrimonium van de UNESCO als de belangrijkste mijnsite van Wallonië, als het zinnebeeld van de arbeidsomstandigheden en de immigratie. De mijnramp van 8 augustus 1956 maakte hier 262 slachtoffers, afkomstig uit 12 verschillende landen, een meerderheid had de Italiaanse nationaliteit. Dankzij het bewustmakingswerk rond deze ramp kan de kracht van dit herdenkingspatrimonium niet meer ontkend worden.

Na het bezoek schuiven we aan voor een lunch en vervolgens brengen we met een gids een bezoek aan de tentoonstelling In de tijd van Galenus – Een Griekse arts in het Romeinse rijk. Door het leven van de Griekse arts Galenus van Pergamon (129-216) te volgen beschrijft deze tentoonstelling de medische, farmacologische en sanitaire praktijken in de Romeinse wereld van de eerste eeuwen van ons tijdperk. Want Galenus ging met zijn tijd mee. Zijn geschriften, zijn gevarieerde interesses en de omvang van zijn klantenkring maken het mogelijk vele thema’s te bespreken en stellen ons een geografisch en sociologisch parcours rond de Middellandse Zee voor.

Het programma (50 euro voor clubleden, 55 euro voor niet-leden) omvat de verplaatsing per bus vanuit Leuven naar Mariemont en terug, de begeleiding op de site, de lunch en de toegang tot de tentoonstelling, eveneens begeleid door een gids .

PROGRAMMA

  • 8.15 uur: vertrek vanaf parking Bodart
  • 10 uur: start rondleiding in Le Bois du Cazier (tot 12 uur)
  • 12 uur: vertrek met bus naar Morlanwelz, La Terrasse de Mariemont voor middagmaal
  • 14.30 uur: rondleiding in het Museum van Mariemont, tentoonstelling Galenus
  • 16.30 uur: einde rondleiding
  • 17 uur: vertrek naar Leuven
  • 18.30 uur: aankomst parking Bodart

PRAKTISCH

Deelnameprijs per persoon:

* 50 euro voor S.P.Q.R.-leden
* 55 euro voor niet-leden

Vooraf inschrijven is verplicht. De inschrijvingen worden afgesloten op 3 november. Wie naar de tentoonstelling of de verkenning naar Le Bois du Cazier komt zonder ingeschreven te zijn kan NIET met de groep mee naar binnen.

Stuur een mailtje naar chris@spqr.be met het aantal personen, de namen van de deelnemers en de vermelding ‘lid’ of ‘niet-lid’. Je ontvangt een bevestiging via e-mail.

Bevestig vervolgens je deelname door storting van het vereiste bedrag op bankrekeningnummer BE 58 6528 3976 7579 van S.P.Q.R. Events in 3000 Leuven met vermelding van “…. aantal personen – “Galenus”.

Inschrijvingen zijn vanaf nu mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt.

Dag van de historische woningen in Lazio

Posted in Romenieuws on 17 oktober 2018 by Eric

Inwoners en toeristen die op zondag 21 oktober wat tijd over hebben, kunnen overwegen om Rome even te verlaten en een tochtje te maken in de omgeving van de stad of elders in de regio Lazio. Tijdens de eerste Giornata delle dimore storiche del Lazio, een dag waarbij liefst 72 unieke historische woningen in de vijf provincies van de regio Lazio gratis worden opengesteld voor het publiek. In het grote aanbod zitten kastelen en architecturale complexen, kloosters, kerken en kloosters, grote residenties maar ook kleinere woningen.

Het initiatief is een uitnodiging om de gebaande paden in Rome en de klassiekers in de stad eens te verlaten en even te proeven van de schoonheid elders in Lazio. Het is een mooie gelegenheid om een (klein) deel van het immense erfgoed van woningen, villa’s, parken en historische tuinen in de regio te ontdekken. Op vele plaatsen bleef de charme van het verleden en de geschiedenis bewaard. Zo is het in de provincie Rome mogelijk om de Casale delle Vignacce en de Casale di Boccea te bezoeken, één van de oudste voorsteden van de regio Lazio.

Een kleine greep uit het aanbod in de vijf provincies van de regio (Rome, Latina, Rieti, Frosinone en Viterbo): Palazzo Chigi en Villino Volterra in Arricia, het majestueuze Castello Theodoli van Ciciliano, het Parco Monumentale van Villa Torlonia, de Villa Tuscolana en het Parco dell’Ombrellino in Frascati, het Castello Colonna, het Ninfeo en het Parco degli Elcini van Genazzano, het Casa Gotica in Tivoli, het Palazzo Doria Pamphilj van Valmontone, het Castello Borghese van Vivaro Romano en het Palazzo Rospigliosi in Zagarolo, …

De openingstijden en de wijze van bezoeken kunnen afwijken per site. Reserveren is nodig. Alle praktische informatie kan je terugvinden op de website www.dimorestorichelazio.it.

Geschiedenisboeken over Pompeï moeten aangepast worden

Posted in Romenieuws on 17 oktober 2018 by Eric

Archeologen hebben in een recent ontdekt huis in de verwoeste antieke stad Pompeï een inscriptie gevonden die aantoont dat de informatie over de beruchte vulkaanramp in onze geschiedenisboeken al decennialang fout is. Historici hebben altijd gedacht dat de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius op 24 augustus 79 na Christus abrupt een einde had gemaakt aan de Romeinse stad, maar die datum wordt nu in twijfel getrokken. De Italiaanse minister van Cultuur Alberto Bonisoli spreekt van een zeer belangrijke ontdekking.

Begin deze maand werd in Pompeï een inscriptie in houtskool ontdekt die bijna twee maanden later dan de vermeende datum van de uitbarsting werd gemaakt. De krabbel op de muur werd gevonden in een kamer die tijdens de vulkaanramp door de eigenaars gerenoveerd of herbouwd werd. De muren zijn gedeeltelijk versierd met fraaie fresco’s en ook die bleven prima bewaard.

Over de datum van de vulkaanuitbarsting waren al eerder twijfels gerezen en die lijken nu bevestigd te worden door de recente vondst. Zo  werden in Pompeï menselijke resten gevonden waarbij werd vastgesteld dat die mensen blijkbaar dikke kleren droegen. Te warm voor augustus. Als mogelijke verklaring werd toen nog geopperd dat die kledij was aangetrokken om enige bescherming te bieden tegen de lava en de neerdalende asregen. Maar in Pompeï, waar het leven abrupt tot een einde kwam toen de stad bedolven werd onder een meters dikke laag van vulkanische as en brokstukken., werden eerder ook al resten van herfstfruit gevonden, waaronder druiven en noten. Die konden er in de maand augustus nog niet geweest zijn. In Pompeï werden ook vuurpotten aangetroffen. Dergelijke verwarmingselementen zijn eveneens onlogische attributen in de warme augustusmaand.

Nochtans dachten oudheidkundigen vrij zeker te zijn over de datum van de uitbarsting van de Vesuvius, dit dankzij de geschriften van de Romeinse letterkundige en politicus Plinius de Jongere aan de geschiedschrijver Tacitus. Plinius de Jongere maakte de uitbarsting als zeventienjarige zelf mee en schreef onder meer hoe zijn oom, Plinius de Oudere, daarbij het leven verloor.

In zijn geschriften noteerde hij als datum 24 augustus. De inscriptie die recent werd gevonden maakt duidelijk dat de schrijver zich meer dan waarschijnlijk vergiste. Dat is best mogelijk omdat Plinius het verhaal jaren later schreef en zich wellicht de juiste datum niet meer herinnerde.

Op zich is de gevonden inscriptie niets meer dan gekrabbel in houtskool, een vluchtige graffiti zeg maar. Maar er staat wel duidelijk een datum bij vermeld. Letterlijk staat er geschreven: ‘XVI (ante) K(alendas) Nov(embres) in[d]ulsit pro masumis esurit[ioni]’, wat zoveel wil zeggen als ‘Op 16 november heeft hij op een buitensporige manier gegeten”. 16 november in 79 na Christus komt overeen met 17 oktober in onze tijdsrekening.

Omdat houtskool een kwetsbaar en vluchtig materiaal is, is het volgens de onderzoekers niet mogelijk dat de inscriptie al lang vóór de uitbarsting op de muur is gezet. Wellicht was het een grapje van de arbeiders die de nieuwe fresco’s tegen de muren aan het plaatsen waren. De archeologen denken dat de tekening een week voor de vulkaanramp werd gemaakt, de uitbarsting zou dus eind oktober hebben plaats gevonden, mogelijk op 24 oktober. Precies twee maanden later dus dan tot dusver werd aangenomen.

De antieke Romeinse Pompeï nabij Napels is een archeologische schatkamer omdat het leven er niet alleen in één klap werd stilgezet maar bovendien ook bewaard bleef. Daarom is de stad een zeldzame wetenschappelijke bron voor archeologen. Bij elke opgraving worden nog steeds objecten gevonden die onder andere omstandigheden verloren gegaan zouden zijn. Inmiddels is ongeveer 60% van Pompeï opgegraven. Momenteel is een nieuwe opgravingscampagne aan de gang, waarbij al verschillende belangrijke vondsten tevoorschijn kwamen, waaronder skeletten, vloermozaïeken en fresco’s.

100.000 bezoekers voor Vaticaans paviljoen in Venetië

Posted in Romenieuws on 16 oktober 2018 by Eric

De eerste deelname van het Vaticaan aan de Architectuurbiënnale van Venetië is een groot succes. Sinds de opening van de tentoonstelling op 26 mei hebben al 100.000 mensen het paviljoen bezocht. De zestiende editie van de Architectuurbiënnale heeft als thema Freespace en eindigt op 25 november. De Architectuurbiënnale wordt afwisselend met de Kunstbiënnale om de twee jaar georganiseerd. Op initiatief van de Pauselijke Raad voor de Cultuur was het Vaticaan in 2013 en 2015 eerder wel al aanwezig op de Biënnale voor Hedendaagse Kunst in Venetië.

Tien architecten van verschillende nationaliteiten presenteren hun project in het paviljoen van het Vaticaan op het eiland San Giorgio Maggiore, tegenover het San Marcoplein in Venetië. De architecten krijgen er de kans om hun ontwerp van een hedendaagse kapel in duurzaam materiaal te presenteren. De nadruk ligt zowel op het ontwerp en het constructiemateriaal als op de mogelijkheid om de kapellen later opnieuw te gebruiken, met respect voor hun omliggende natuurlijke omgeving. De inspiratie werd gehaald bij de boskapel uit 1920 van de Zweedse architect Gunnar Asplund (1885-1940) die in de buurt van een begraafplaats in Stockholm werd gebouwd.