De bezoekersroute van de Circo Maximo Experience

17 juni 2019

In een vorige bijdrage kon je lezen over de gloednieuwe Circo Maximo Experience, waarbij bezoekers op het terrein van het enorme Circus Maximus kunnen rondwandelen in een virtuele omgeving zoals die er in de oudheid uitzag. Vandaag vertellen we iets meer over de bezoekersroute die de deelnemers aan deze Circo Maximo Experience afleggen De tocht is verdeeld in acht fasen en duurt ongeveer veertig minuten.

De meeslepende ervaring begint met de presentatie van de Valle Murcia, het gebied gelegen tussen de Palatijnse heuvel en de Aventijn. Deze vallei is altijd een ontmoetingsplaats geweest voor de Romeinse bevolking, maar ook de zetel van vele cultussen en sektes, waaronder deze die gewijd waren aan de godin Murcia, de godin Ceres en de god Consus. Er vonden feesten plaats en, ook reeds in het prille begin, paardensportwedstrijden. Tevens werden hier de rituelen uitgevoerd om de vruchtbaarheid van de velden en gewassen af te smeken.

circomassimo1

De Valle Murcia is een plek die sterk verbonden is met de oorsprong van Rome: hier vond volgens de overlevering ook de mytische Sabijnse maagdenroof plaats. De natuur heeft dit dal als het ware de voorbestemde vorm gegeven van een arena, geschikt voor wagenrennen, de ‘circenses’ vanwaar ons woord ‘circus’ komt. In deze natuurlijke vallei, en later in het hier aangelegde stadion, werden in de Romeinse tijd rennen gehouden voor wagens met twee (biges), drie (triges) of vier (quadriges) paarden, later zelfs tot tien paarden.

Het 500 m lange dal was door de sponsachtige zachtheid van de bodem uiterst geschikt voor paardenrennen omdat valpartijen hier minder ernstige gevolgen hadden. De ruimte voor de toeschouwers, de cavea, werd aanvankelijk gevormd door de natuurlijke hellingen van het dal. Wat we vandaag zien stemt niet volledig overeen met het vroegere Circus Maximus, de huidige hellingen zijn niet deze van twintig eeuwen gelegen, en de ‘arena’ was destijds dieper.

Toch geeft de huidige aanblik een zeer goed idee van wat de Romeinen hier zagen in het prille begin van hun geschiedenis, dit is het laagste gedeelte van de Vallis Murcia, de vallei tussen de Palatijn, de heuvel van de zegevierende Romulus en de Aventijn, de heuvel van de verliezende Remus. Er werden reeds paardenrennen georganiseerd ten tijde van de Etruskische koning Tarquinus Superbus (534-509). Tjdens de Romeinse Republiek onderging het dal enkele transformaties, vooral door de laatste koningen van Rome, de Tarquini, die van het hele gebied een soort evenementenplein maakten, compleet met enkele rijen zitbanken en stoelen.

Toen de ontwikkeling van de stad alsmaar sneller verliep en publieke evenementen een steeds groter belang kregen, werd de ruimte die we nu kennen als het Circus Maximus uitgebreid en verrijkt met allerlei functionele elementen, zoals de carceres, de startkooien voor de paarden en houten tribunes met meer zitplaatsen.

De virtuele reis wordt dan voortgezet met het herbeleven van de transformaties van het Circus van de eerste eeuw v. Chr. tot de eerste eeuw na Chr. Julius Caesar was de eerste die het Circus opvatte als één monumentaal gebouw, gescheiden van alle andere gebouwen in de vallei en waarbij het publiek voor alle voorzieningen onder één dak terecht kon. Caesar zorgde voor een forse uitbreiding: de enorme ruimte was toen 600 m lang en 225 m breed. De eigenlijke piste was zo’n 1.200 m lang. Nooit was er in de wereld een groter en permanent sportcomplex.

Het Circus Maximus was het oudste en grootste circus van Rome. In de oudheid werden in Rome nog vier andere circussen gebouwd. Het Circus Flaminius, op het Marsveld, het Circus van Nero, op de Vaticaanse heuvel (de plek waar de apostel Petrus werd gekruisigd en waarop later de Sint-Pietersbasiliek is gebouwd), het Circus Varianus, behorend bij het Sessorium, het keizerlijke paleiscomplex gebouwd door Septimius Severus en Heliogabalus en het Circus van Maxentius, buiten de stadsmuur, aan de Via Appia Antica.

Tijdens de eerste eeuw na Chr. onderging het Circus Maximus verschillende interventies door opeenvolgende keizers. Keizer Augustus liet de keizerlijke loge bouwen en haalde in 10 v. Chr. de eerste obelisk uit Egypte die op de spina werd geplaatst. In de tijd van keizer Claudius werden de eerste (gedeeltelijk) stenen tribunes gebouwd. Deze tribunes werden volledig verwoest bij de grote brand van Rome in 64. Het Circus Maximus werd herbouwd met nieuwe stenen tribunes die ditmaal met marmer bekleed werden.

De Senaat liet in 81 in de korte oostelijke zijde de grote triomfboog ter ere van keizer Titus bouwen. Deze boog had drie doorgangen en diende als toegang tot het Circus. De imposante Boog van Titus werd in 81 na Chr. ingewijd door de Senaat en het Romeinse volk om de verovering van Jeruzalem in 70 na Chr. te vieren. Opgelet: deze triomfboog mag niet worden verward met de ereboog voor Titus op het Forum Romanum.

De boog vormde een fundamenteel onderdeel van de triomfantelijke zegetochten ter ere van de generaals en zegevierende keizers. De stoet startte vanaf Campo Marzio, trok naar het Circus Maximus, passeerde vervolgens onder de Boog van Titus en trok dan naar de tempel van Jupiter Optimus Maximus op de Capitolijnse heuvel. De driedelige triomfboog was ongeveer 20 m hoog werd bekroond met een grote bronzen quadriga geleid door de keizer, een symbool van triomf en overwinning. In 2015 werden bij opgravingen in het Circus Maximus enkele restanten van de boog teruggevonden (foto’s hierboven en onder). Het travertijnen plaveisel werd blootgelegd en de voeten van een aantal zuilen zijn opgegraven.

Keizer Domitianus liet een nieuw paleis bouwen op de Palatijn. Dit had een groot balkon dat uitkeek op het Circus Maximus, zodat de keizerlijke familie vanuit hun verblijf rustig en comfortabel naar de wagenrennen kon kijken. Het Circus bevond zich toen op het toppunt van zijn pracht. Het was verrijkt met talrijke elementen vol symboliek en religieuze betekenissen die verband hielden met de agrarische festiviteiten, refererend aan de oorsprong en de cyclus van de seizoenen.

Op het hoogtepunt van het Romeinse Rijk konden ongeveer 150.000 toeschouwers in het Circus Maximus plaatsnemen om de wedstrijden te aanschouwen, maar er zijn ook bronnen die 250.000 tot 400.000 toeschouwers vermelden. Gezien de beschikbare ruimte lijkt dat aantal echter overdreven.

In het Circus Maximus mochten vrouwen en mannen gewoon naast elkaar zitten, iets wat in het Colosseum en de theaters zeker niet gebruikelijk was. Toeschouwers konden plaatsnemen in verschillende sectoren op basis van hun sociale klasse. Met zijn gelede structuur was het Circus een uniek monument in zijn soort, in feite een immense machine gecreëerd om te verbazen.

circomassimo2

Naast de wagenrennen, de belangrijkste en meest voorkomende evenementen die plaatsvonden in het Circus, was het ook mogelijk om nu en dan andere activiteiten (vandaag zouden het woord shows gebruiken) te bekijken, zoals jachttaferelen met exotische dieren. Het Circus presenteerde aan de ene kant de carceres (de startstallen van de wagens), terwijl de andere drie zijden de cavea vormden, de tribunes.

Intern was het Circus Maximus verdeeld in drie sectoren: de onderste in metselwerk en de andere twee in hout. De aanwezigheid van houten stoelen en zitbanken zorgde meer dan eens voor de forse uitbreiding van aanvankelijk kleine brandjes, die soms een verwoestend effect hadden. De beruchte grote brand van Rome in 64 na Chr. ten tijde van Nero vond zijn oorsprong in één van de winkels in het Circus.

Keizer Trajanus liet het Circus Maximus op grootse wijze herstellen na een nieuwe verwoestende brand. Het circus was toen drie verdiepingen hoog met aan de buitenzijde open arcaden. In de arcaden op de begane grond waren allerlei winkels, wedkantoren en bordelen gevestigd. Alles werd volledig uitgevoerd in metselwerk, het hout verdween volledig wegens te gevoelig voor brand. De structuren van het Circus Maximus die vandaag nog zichtbaar zijn, behoren tot deze bouwfase.

Na Trajanus is het Circus Maximus niet meer wezenlijk uitgebreid. Verschillende keizers lieten het in latere eeuwen nog wel restaureren en verfraaien. Gaandeweg begon men ook de wagenrennen beter te organiseren. Het dal werd in de lengte in twee stroken verdeeld door een overlangse wal, de spina of ruggegraat, die beide metae of draaipunten met elkaar verbond. Met haar 214 m bepaalde de spina het te volgen circuit waarvan de variabele breedte, 87 m tot de meta prima, en 84 m tot de meta secunda, het afleggen van de ronden over een parkoers van in totaal 568 m riskanter maakte.

De spina was de verhoogde afscheiding in het midden van de renbaan, waar de wagenmenners omheen moesten rijden. Er is in Rome helaas geen enkele spina in oorspronkelijke staat overgebleven. Samen met de diverse circussen werden de tempeltjes en andere bouwerken die er op stonden allemaal afgebroken.

De grote obelisken daarentegen werden na de middeleeuwen weer herbruikt, met name in Rome werden ze na restauratie herplaatst op diverse pleinen. Zo staan de obelisken van het Circus Maximus op de Piazza del Popolo en op Piazza di San Giovanni in Laterano, vlak naast de basiliek Sint-Jan van Lateranen.

Keizer Constantius II had in de vierde eeuw inderdaad nog een tweede obelisk uit Egypte laten overkomen en plaatste die ook op de spina. De spina was inmiddels geëvolueerd in een gemetseld bouwwerk waarop behalve de obelisken ook verscheidene tempeltjes, standbeelden en zelfs een groep bronzen palmbomen stonden. Er verschenen steeds meer beelden van goden op de spina die, soms vanuit kleine tempeltjes, met welgevallen moesten toezien op de wedstrijden.

In 174 v. Chr. plaatste men de septum ova, zeven grote houten kegels waarmee het aantal afgelegde rondes getoond werd. Aan de oostelijke korte zijde, de kant van de San Gregorio Magno, bevond zich een monumentale poort, die in 81 na Chr. werd vervangen door de voormelde triomfboog met drie poorten ter ere van keizer Titus. In de buitenste gordel van het Circus bevonden zich verschillende winkels (tabernae) die zeer populair waren. Er werden diverse commerciële activiteiten uitgevoerd om aan alle behoeften van de bezoekers te voldoen. Je kon er terecht voor de meest uiteenlopende goederen.

De voorlaatste etappe van de virtuele reis dompelt de toeschouwers onder in de transformaties die het gebied van het Circus Maximus vanaf de middeleeuwen tot de eerste helft van de twintigste eeuw doormaakte. De laatste races in het Circus vonden plaats in de eerste helft van de zesde eeuw na Chr. Daarna werd het gebied opgevuld met aarde en vanaf de achtste eeuw werd het doorkruist door verschillende grachten en kleine riviertjes.

De bouw van de Torre della Moletta, een verdedigingsgebouw, gebeurde in de twaalfde eeuw. Na 1600 werden de hellingen van de Aventijnse heuvel bezet door de Joodse begraafplaats, waarvan de cipressen zelfs vandaag nog de oude locatie aangeven. Tegenwoordig bevindt zich hier de stedelijke rozentuin. Eeuwenlang was het Circus Maximus niet meer dan een lang grasveld in de schaduw van de Palatijnse heuvel in Rome. Lang na de val van het Romeinse rijk werden op het Circus Maximus boomgaarden aangelegd.

Later, in 1854, bouwde het Romeinse gasverlichtingsbedrijf op de plaats van het Circus Maximus de eerste gasproductie-installatie voor openbare verlichting. De fabriek nam ongeveer twee derde van het gebied in. In de eerste decennia van de jaren 1900 verhuisden de gazometers richting Trastevere.

Ondertussen waren op deze plek ook molens en pakhuizen gebouwd, waarvan het laatste pas werd gesloopt in 1911. Vanaf 1928 vonden archeologische opgravingen plaats in sommige sectoren van het oude Circus en werd zelfs een klein gedeelte van de ondergrondse ruïnes blootgelegd. Geleidelijk aan werd het hele gebied van het oorspronkelijke Circus Maximus opnieuw zichtbaar gemaakt.

circomassimo3

Door opborrelend grondwater konden de opgravingen en de geplande werkzaamheden die Mussolini in gang had gezet echter niet worden voltooid. Een deel van de vondsten werd zelfs gewoon terug ingegraven. Vanaf 1936 werd het gebied van het Circus Maximus toegekend aan de Nationale Fascistische Partij, die het begon te gebruiken als tentoonstellingsruimte. Er werden nieuwe indrukwekkende paviljoenen gebouwd en zelfs een grote badgelegenheid, bestaande uit drie zwembaden. In 1940, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, werden deze gebouwen ontmanteld.

Tijdens het laatste deel van het virtuele bezoek maak je een dag in het Circus Maximus mee. Dan spreken we natuurlijk over de befaamde wagenrennen. Je kan een opwindende race van quadrigae, een met vier paarden bespannen strijdkar, bekijken terwijl het publiek de renners toeschreeuwt en ophitst. In de snelle en hevige wedstrijd sneuvelen weleens wagens.

De jongste decennia en tot vandaag werd geleidelijk aan geprobeerd om het Circus Maximus zijn oude waardigheid terug te geven. Het gebied is zo goed mogelijk hersteld en nieuwe archeologische onderzoeken hebben wetenschappers in staat gesteld een steeds grotere kennis te verkrijgen van de geschiedenis van deze ongelooflijke plek, die al vele eeuwen een stille getuige is van de grootsheid van het oude Rome.

www.circomaximoexperience.it

Download hier het fragment van de beroemde wagenrace
uit de film Ben-Hur van William Wyler
(uit 1959, maar nog altijd indrukwekkend)

Regisseur Franco Zeffirelli (96) overleden in Rome

15 juni 2019

De Italiaanse film- en theaterregisseur Franco Zeffirelli is na een langdurige ziekte op 96-jarige leeftijd in zijn woning in Rome overleden. Zeffirelli ontwierp en produceerde ook opera-, theater-, film- en televisieproducties. Internationaal was Franco Zeffirelli wellicht het meest bekend omdat hij de filmversie uit 1968 van Shakespeares Romeo en Julia regisseerde waarvoor hij ook een Oscarnominatie kreeg.

Zeffirelli was één van de grote Italiaanse filmmakers van na de Tweede Wereldoorlog. Tot zijn generatie behoorden ook Federico Fellini, Luchino Visconti en Vittorio De Sica. Zeffirelli beperkte zich niet alleen tot films, hij regisseerde ook veel opera’s in Italië en de Verenigde Staten. Zo maakte hij Tosca met Maria Callas. Met de Metropolitan Opera in New York maakte hij onder meer La bohème en Turandot.

Zeffirelli zat ook een tijdlang in de Italiaanse Senaat. Tijdens zijn carrière werkt hij samen met tal van grote sterren zoals Elizabeth Taylor, Richard Burton, Laurence Olivier, Alec Guinness, Faye Dunaway en Jon Voight.

Breng een virtueel bezoek aan het Circus Maximus in Rome

15 juni 2019

In Rome is zopas The Circo Maximo Experience geopend voor het publiek. Het gaat om een innovatieve wandeling in het Circus Maximus waarbij bezoekers met behulp van de allernieuwste multimediatechnologie gedurende 40 minuten kunnen kennismaken met de wagenrenbaan zoals die er in de oudheid uitzag. De combinatie van virtuele realiteit (VR) en ‘augmented reality’ (AR) toont beelden van de werkelijke omgeving maar voegt daar allerlei extra elementen aan toe waardoor je rondwandelt in een nieuwe digitale wereld die er bijzonder realistisch uitziet.

cicusmaximusvirtueel1cicusmaximusvirtueel4

Wie zou het nog niet hebben gezien in Rome: het immense terrein in het hartje van de stad, afhankelijk van de seizoenen soms gelijkend op een grasvlakte of een zanderig stukje steppe, de plek waar in de Romeinse oudheid de wagenrennen werden gehouden, kortom, het Circus Maximus of het Circo Massimo in het Italiaans. Tegenwoordig wordt het terrein nu en dan gebruikt als trefpunt voor popconcerten en grote evenementen, iets waarmee niet iedereen gelukkig is.

circusmaximusconcert

Het stadsbestuur nam zich enkele jaren geleden echter voor de oude structuren aan de zuidelijke zijde opnieuw zichtbaar en indien mogelijk ook toegankelijk te maken, zodat mensen zich een betere voorstelling van de originele grandeur zouden kunnen maken.

Het Circus Maximus was het grootste gebouw van de oudheid en ook één van de grootste aller tijden. De nieuwe virtuele ervaring die je nu in Rome kan meemaken past interactieve displaytechnologieën toe die nog nooit eerder voor een dergelijk groot gebied in open lucht zijn gebruikt.

De deelnemers aan de virtuele tour dragen een speciale bril en worden meegenomen doorheen acht historische fasen van het Circus Maximus, van de eenvoudige en bescheiden eerste houten constructie tot de gloriedagen in het keizerlijke tijdperk. Er wordt gebruik gemaakt van Zeiss VR One Plus-viewers in combinatie met iPhones en stereo-oortelefoons.

cicusmaximusvirtueel5cicusmaximusvirtueel3

Vervolgens wordt ook getoond wat er in de middeleeuwen zoal met deze plek gebeurde. De tijdreis eindigt in de eerste decennia na 1900. Tijdens de tocht kan je indien gewenst een bepaalde fase niet opnieuw beleven, ze volgen elkaar allemaal op, zonder onderbreking. Je kan het traject dus niet even ‘stilzetten’.

Het digitale project kreeg alle steun van de stad Rome en wordt uitgevoerd door GS NET Italia en Inglobe Technologies, de winnaar van de aanbesteding die voor de realisatie van het project werd uitgeschreven. Het geheel is ook op wetenschappelijk verantwoordelijke wijze uitgebouwd. Archeologen en historici hielden toezicht op het project, de virtuele wandelervaring is dus niet zomaar een show, men probeert de werkelijkheid van destijds zoveel mogelijk te benaderen.

De 40 minuten durende bezoekersroute is voorlopig beschikbaar in het Italiaans, Engels, Frans, Duits, Spaans en Russisch. Bij de Italiaanse vertelling hoor je de stemmen van de acteurs Claudio Santamaria en Iaia Forte. Om de visuele inhoud te ondersteunen werden acht originele soundtracks gemaakt.

circusmaximusvirtueel9

Dankzij de nieuwe technologie zal de bezoeker zich volledig kunnen onderdompelen in de geschiedenis van het Circus Maximus. Die wordt vooral duidelijk gemaakt door de architecturale en landschappelijke constructies en de vele wijzigingen te tonen die deze plek doorheen de eeuwen meemaakte.

Zo zie je de oorspronkelijke vallei waar oorspronkelijk slechts enkele gebouwen stonden, je maakt een wandeling in het Circus tussen de winkels uit die tijd en natuurlijk maak je ook een echte, spannende race mee, compleet met een schreeuwend publiek dat de wagenrenners ophitst. Ook de oorspronkelijke en indrukwekkende Boog van Titus, ongeveer 20 m hoog, krijg je dankzij de AR-technologie op ware schaal voor je ogen te zien.

cicusmaximusvirtueel6cicusmaximusvirtueel2
De digitale ervaring is bruikbaar op verschillende tijdstippen van de dag en dat is eerder uitzonderlijk. De technologie is tot dusver eigenlijk alleen maar binnenshuis gebruikt. De nieuwe toepassing waarmee in het Circus Maximus wordt gewerkt is echter ontworpen om onafhankelijk van de dagelijkse lichtvariaties te functioneren.

circusmaximusvirtueel8

De wetenschappelijke reconstructies van de site zijn op de juiste manier gekalibreerd om permanent en nauwkeurig in realtime te blijven werken. Enkel bij regenweer kan de technologie niet gebruikt worden. De technologie laat toe om de 3D-virtuele omgeving onmiddellijk bij te sturen of aan te passen aan de echte omgeving, zodat je tijdens het wandelen geen rare lichteffecten of variaties in de beeldkwaliteit ziet.

Het project is in feite een uitloper van Viaggio nei Fori, de multimediaspektakels die in 2014 begonnen op het Forum van Augustus en een jaar later werden uitgebreid met een soortgelijke ervaring voor het Forum van Caesar en die ook dit jaar tot 3 november opnieuw te bekijken zijn. In 2016 volgde het Ara com’era-project in het Ara Pacis Museum en nu is er dus de Circo Maximo Expericience.

De verschillende routes van het wandeltraject omvatten de vroegere vallei en de oorsprong van het Circus, het Circus in de periode van Julius Caesar tot Trajanus, het Circus in het latere keizerlijke tijdperk, de Cavea, de Boog van Titus, de winkels of tabernae, het Circus in de middeleeuwen en het industriële tijdperk tot de moderne tijd. Ten slotte maak je ook een dagje in het Circus mee.

circusmaximusvirtueel7

Om de verschillende tijdperken en historische fasen van de meer dan tweeduizendjarige geschiedenis van het Circus Maximus te reconstrueren, moesten meer dan 250.000 regels code worden geschreven voor het programma dat de verschillende aspecten van de wandelervaring beheert en de meer dan 1.800 soms erg gedetailleerde 3D-beelden aanstuurt.

De technologie die wordt gebruikt om de bestaande referenties in het gebied in kaart te brengen, bereikt een nauwkeurigheid van 5 tot 10 cm. Dat precisieniveau biedt de mogelijkheid om een vrijwel perfecte virtuele schil te leggen over de huidige omgeving, waardoor interessante gegevens en kenmerken over de oorspronkelijke structuren van het Circus tevoorschijn worden gebracht.

Circo Maximo Experience
Ingang aan de Viale Aventino, Rome
Duur: ongeveer 40 minuten

Open van dinsdag tot zondag
Van 09.30 uur tot 16.30 uur (winterperiode)
Van 09.30 uur tot 19 uur (zomerperiode)
Tussen 24 en 31 december: van 9.30 tot 14 uur.
Laatste toegang: één uur voor sluitingstijd
Gesloten op 25 december, 1 januari en 1 mei.

Tickets: 12 euro
Groepen van meer dan 10 bezoekers en wie geniet van kortingen: 10 euro
Kaarten kunnen ter plaatse worden gekocht, ofwel online via de website of in de toeristische infopunten in de stad.

Bij regenweer is niet mogelijk om de multimedia-ervaring te gebruiken.
Voor wie jonger is dan 13 en de toepassing wil gebruiken, moeten ouders een schriftelijke toestemming tekenen.
De ervaring kan ook worden gebruikt door mensen met een lichamelijke handicap.

Ticket voor een bezoek aan het archeologische gedeelte van het Circus Maximus (zonder de multimedia-ervaring): 5 euro

Hier kan je de zestalige brochure in PDF-formaat downloaden

www.circomaximoexperience.it

Rel over bestuursopvolging KNIR in Rome

14 juni 2019

Een plan van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) om het bestuur van het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome (KNIR) over te nemen leidt tot grote verontwaardiging bij de wetenschappers die betrokken zijn bij deze interuniversitaire onderzoeksinstelling. Dat schrijft het NRC Handelsblad. Het internationaal bekende instituut wordt beheerd door de Groningse universiteit, mede namens de Universiteit Utrecht, de Vrije Universiteit,de Universiteit Leiden, de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit Nijmegen en het ministerie van Onderwijs. Het KNIR houdt zich bezig met onderwijs en onderzoek op gebieden zoals kunstgeschiedenis, archeologie, architectuur en klassieke talen.

Maar in het kader van een strategisch plan, waarbij het KNIR een onderdeel wordt van de internationalisering van de Groningse universiteit, heeft Groningen de eigen aftredend rector magnificus Elmer Sterken naar voren geschoven om vanaf september tot januari ad interim directeur te worden van het instituut. De RUG vindt dat de directeuren van het instituut voortaan direct in dienst moeten zijn van de eigen universiteit. Nu is de programmering nog in handen van een onafhankelijke directeur en drie wetenschappers van het instituut. Het volledige verhaal lees je hier op nrc.nl. 

De huidige directeur van het KNIR, prof. dr. Harald Hendrix, plaatst eveneens vraagtekens bij de benoeming van Sterken. Hendrix stelt dat het gaat om iemand wiens academische expertise als econoom niet aansluit bij de kernactiviteiten van het KNIR en die evenmin beschikt over voor de functie essentiële vaardigheden. Zo beheerst Elmer Sterken geen Italiaans terwijl dat voor het dagelijks functioneren in Rome toch absoluut noodzakelijk is, zeker voor een directeur die naar buiten toe dient op te treden.

Hendrix vreest dat de benoeming van Sterken de wetenschappelijke uitstraling van het KNIR geen goed zal doen, zowel in het gastland Italië, in Nederland als in de rest van de wereld.. Hij schrijft dit in een brief aan de koepelorganisatie Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (NWIB) die eind deze maand de plannen van de RUG voor het KNIR bespreekt. Ook de wetenschappelijke adviesraad van het KNIR deelt de zorgen van Harald Hendrix en roept op om het Groningse voorstel af te wijzen.

Hendrix spreekt van een overname van het KNIR door de RUG. Hij sluit zelfs niet uit dat het instituut in Rome hierdoor de titel ‘koninklijk’ verliest. De Italiaanse staat gaf het terrein in eeuwigdurende pacht aan de Nederlandse staat, op voorwaarde dat er een nationale academie is gevestigd. Door de plannen van de RUG is het volgens Hendrix mogelijk dat het pand weer in bezit komt van Italië. Volgens een woordvoerder van de RUG zijn plannen afgestemd met de andere universiteiten en gaat het nog maar om een conceptnota. De RUG wil voortbouwen op de reputatie van het KNIR maar tegelijk het instituut ook toegankelijker maken voor een bredere groep Nederlandse studenten en wetenschappers.

Archeologen onderzoeken Romeinse villa in Nieuwkerke

14 juni 2019

Archeologen zijn momenteel bezig met het opgraven van een Romeinse villa in Nieuwkerke, een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van Heuvelland, vlakbij de grens met Frankrijk. Dat meldt KW Weekend. Het publiek krijgt op vrijdag 28 juni de kans om de site te bezoeken. De opgravingen duren nog tot begin juli, daarna start de aanleg van een nieuwe weg.

De site is 1,2 ha groot en situeert zich tussen de Heirweg en Seulestraat.  Archeologiebedrijf Ruben Willaert is nu bezig met het blootleggen van de muren. Later zullen de contouren van het gebouw in beeld worden gebracht met een drone en wordt een grondplan gemaakt. De archeologen werken nu stelselmatig de heuvel op in de richting van de Heirweg en hopen daar iets terug te vinden van de vroegere Romeinse weg.  In Bailleul, net over de Franse grens en slechts enkele kilometers hiervandaan werd een tien jaar geleden eveneens een Romeinse villa opgegraven.

In samenwerking met CO7 (CultuurOverleg Zeven, het samenwerkingsverband voor cultuur en erfgoed tussen de gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren en Zonnebeke) en de gemeente Heuvelland wordt op 28 juni een publieksdag gehouden op de site.

Stel je kandidaat voor een onderzoeksbeurs in Rome

13 juni 2019

Onderzoeksbeurzen voor een
periode van één tot drie maanden

Sinds eind 2017 hebben de Academia Belgica, het Belgisch Historisch Instituut te Rome en de Nationale stichting Prinses Marie-José hun respectievelijke werkgebieden gebundeld in een nieuwe stichting onder de naam Academia Belgica – Centrum voor Geschiedenis, Kunsten en Wetenschappen in Rome. Dankzij deze groepering, worden onderzoeksbeurzen voor een verblijf van één tot drie maanden in de Academia Belgica in Rome toegekend met de steun van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en de Fédération Wallonie-Bruxelles.

Komen in aanmerking:

  • Onderzoekers die officieel verbonden zijn aan een Belgische universiteit, hogeschool of wetenschappelijke instelling;
  • Onderzoekers met een diploma van tweede of derde cyclus (master, doctoraat);
  • Onderzoekers die uitmuntende resultaten hebben behaald;
  • Onderzoekers die kunnen aantonen dat hun onderzoeksproject een verblijf in Rome voor de gevraagde periode rechtvaardigt.

Historische wetenschappen, kunstgeschiedenis en letteren worden als prioritaire domeinen beschouwd.

De beurzen bestaan uit:

Voor onderzoekers die tijdens hun verblijf hun huidige loon, vergoeding of beurs ontvangen: het gratis verblijf op de Academia Belgica in een eigen kamer met badkamer met douche gedurende de beursperiode.

Voor onderzoekers zonder loon, vergoeding of beurs: het gratis verblijf op de Academia Belgica in een eigen kamer met badkamer met douche gedurende de beursperiode; een onkostenvergoeding van 700 euro per maand gedurende de beursperiode en de terugbetaling van de reiskosten België-Rome / Rome-België bij het begin en op het einde van het verblijf.

Het aanvraagdossier bestaat uit het ingevulde formulier voor de kandidaatstelling en een schriftelijke aanbeveling van een hoofdocent of hoogleraar verbonden aan een Belgische universiteit of hogeschool.

Postdoctoraal onderzoeksbeurs AB-FWO
voor een periode van zes maanden

Dankzij de steun van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), wordt vanaf dit jaar een onderzoeksbeurs voor een verblijf van zes maanden in de Academia Belgica te Rome toegekend.

Komen in aanmerking:

  • Postdoc-onderzoekers die officieel verbonden zijn aan een Vlaamse universiteit, hogeschool of wetenschappelijke instelling;
  • Onderzoekers met een diploma van derde cyclus (doctoraat);onderzoekers die uitmuntende universitaire resultaten hebben behaald;
  • Onderzoekers die kunnen aantonen dat hun onderzoeksproject een verblijf in Rome voor de gevraagde periode rechtvaardigt.

Historische wetenschappen, kunstgeschiedenis en letteren worden als prioritaire domeinen beschouwd.

De beurs bestaat uit:

Het gratis verblijf op de Academia Belgica in een eigen kamer met badkamer met douche gedurende de beursperiode; een onkostenvergoeding van 750 euro per maand gedurende de beursperiode en de terugbetaling van de reiskosten België-Rome / Rome-België bij het begin en op het einde van het verblijf.

Het aanvraagdossier bestaat uit: het ingevulde formulier voor de kandidaatstelling en schriftelijke aanbeveling van een hoogleraar verbonden aan een Belgische universiteit

Het formulier en de aanbevelingsbrief dienen ten laatste op 15 september 2019 gestuurd te worden naar Nathalie.Berghmans@fwo.be.

Meer informatie: info@academiabelgica.it.

www.academiabelgica.it

De verwoestende kalkovens van Rome

13 juni 2019

Waarom zijn zoveel monumenten uit de oudheid in de loop der eeuwen verdwenen? Het is een vraag die weleens wordt gesteld door wie Rome bezoekt. Er zijn natuurlijk eeuwen voorbij gegaan. Veel materiaal werd in de middeleeuwen gebruikt voor de bouw van paleizen en basilieken. Maar het fraaie en kostbare marmer dat door de Romeinen vaak uit verre landen was aangevoerd, werd op grote schaal gecalcineerd. Kalkbranders maakten gretig gebruik van de enorme hoeveelheden marmer die in Rome aanwezig waren. Na verhitting werd het gecalcineerde marmer een basisingrediënt voor mortelspecie.

kalkovens1

Het genadeloos plunderen van de antieke monumenten door de Romeinse bevolking begon reeds tijdens de vijfde eeuw. Prachtig bewerkt marmer, omvergetrokken zuilen, standbeelden en friezen werden genadeloos verbrand. Door toevoeging van water bij het verhitte marmer bekwam men gebluste kalk die fijn geklopt werd. Na inwerking van de kooldioxide uit de lucht ontstond kalk die toegevoegd werd aan een mengsel van cement en zand. Op die manier bekwam men een beter klevende substantie die gebruikt werd bij het metselwerk en de bepleistering van muren.

Dit vandalisme duurde eeuwenlang zonder dat de paus of een andere gezagsdrager tussenbeide kwamen. Daardoor heeft de lokale bevolking de stad meer schade toegebracht dan de opeenvolgende invallen van de barbaren. In bepaalde kringen kwam vanaf de vijftiende eeuw eindelijk enige reactie. De kunstenaar Rafaël zette zich bijvoorbeeld actief in voor het behoud van de antieke ruïnes en monumenten. In 1515 stelde hij samen met zijn vriend Castiglione in opdracht van paus Leo X de Medici een inventaris op.

In dit rapport schrijft Rafaël dat hij al kijkend, tekenend en metend heel Rome bezocht en dat ‘het ontdekken van zoveel prachtige dingen hem groot genoegen verschafte’ maar aan de andere kant ‘ook diepe droefheid bezorgde’.

Wat verder lezen we: ‘want ik heb gezien dat deze nobele stad, die ooit de koning van de wereld was, nu zo ernstig gewond is dat zij bijna een lijk is. Vergeleken bij de barbaren zou Hannibal een braaf man hebben geleken. Waarom zouden wij de Goten, de Vandalen en andere perfide vijanden van de Latijnse naam bejammeren, wanneer degenen die vóór ieder ander de voogden en bewaarders hadden moeten zijn die de arme resten van Rome moesten verdedigen, zich hebben overgegeven aan een diepgaande studie van de manier waarop deze konden worden vernietigd en weggewerkt?’ Dixit de befaamde kunstenaar.

Rafaël vervolgt: ‘Hoeveel pausen die hetzelfde ambt hebben bekleed als u, Heilige Vader, zij het niet met dezelfde kennis, hebben door de vingers gezien dat oude tempels, beelden, bogen en andere gebouwen die hun bouwers tot eer strekten zijn verwoest en beschadigd? Hoevelen hebben toegestaan dat de fundamenten zelf werden ondermijnd zodat het puzzolaan eruit kon worden opgegraven, waardoor de gebouwen binnen de kortste keren omvielen? Hoeveel kalk is er niet gebrand van de beelden en ornamenten uit de Oudheid?’

Dit stukje bij beetje vernietigen van de stad (urbicide) door onwetende stadsontwikkelaars was volgens de schrijver ‘de grootste schanddaad van onze tijd’. Daarop stelde de paus Rafaël aan als hoofd van de ‘Romeinse antiquiteiten’. Maar dat betekende echter niet dat Rafaël vanaf dan kon voorkomen dat er marmerblokken werden geroofd. Het omgekeerde was eerder het geval, want Rafaël kreeg de leiding bij het verzamelen van materialen die gebruikt zouden worden bij de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek. Het leegroven van het Forum Romanum bleef eigenlijk gewoon voortduren. De schrijver Robert Hughes spreekt van een ‘gruwelijke historische castratie’.

In zijn werk ‘Het Amphitheatrum Flavium’ schrijft Frans Veevaete het volgende. Onder het pontificaat van Nicolas V (1447-1455) hadden de oude monumenten en in het bijzonder het Colosseum zeer zwaar te lijden; veel van het marmer verdween toen in de kalkovens. Een document uit het Stadsarchief, daterend van 1452, leert ons dat aan een bouwondernemer, een zekere Giovanni Foglia uit Como, de toestemming werd verleend om op negen maanden tijd niet minder dan 2.522 karren, volgeladen met travertijn, uit het Colosseum weg te slepen!

Deze kaalslag was bijzonder intens in de periode 1461-1462, toen in de pontificale rekeningen de uitdrukking ‘a cavar marmi a Coliseo’ als een geijkte formule voorkwam. Het marmer van het amfitheater werd inderdaad gebruikt om er de Scala Santa mee te bouwen, de Piazza en de Loggia delle Benedizioni van Sint-Pieter en de kerk van San Marco. In 1462 verscheen er een pauselijke bul ‘Cum albam nostram urbem’, over het bewaren van de antieke monumenten, maar ook deze kon de verdere verminking niet tegenhouden.

kalkovens2

Onder Paulus II (1464-1471) werd het travertijn gebruikt bij de constructie van het Palazzo Venezia; de kerkvorst gaf zijn architecten zelfs de toelating, indien nodig, nog enkele bogen te slopen. En zo ging het er het gehele Cinquecento aan toe: tussen 1480 en 1550 werd het Colosseum gebruikt als steengroeve voor het Palazzo della Cancelleria, het Palazzo Farnese, en voor de verfraaiing van vele andere Renaissancepaleizen, waaronder deze op het Capitool. Met het goedvinden van paus Urbanus VII werd het travertijn van de bogen die in 1664 waren ingestort hergebruikt bij de bouw van het Palazzo Barberini.

De ontmanteling ging nog door tot het begin van de negentiende eeuw: de grote bewondering van de Kerk voor het oud heidkundig patrimonium moest het in de praktijk steeds afleggen tegen de lucratieve overwegingen dat de bouwmaterialen voor kerken en paleizen kosteloos en in overvloed voor het grijpen lagen. De bekende archeoloog Rodolfo Lanciani (1845-1929) geeft wel toe dat onder de duizenden documenten die hij heeft nagekeken, er nergens een te vinden was, waarin de algehele sloping van het gebouw werd bevolen.

Na het dieptepunt van 1084 begon de bevolking in Rome opnieuw toe te nemen. Men moest daarom nieuwe woningen bouwen en ook grote paleizen, want Rome was immers het centrum van de Kerk en de verblijfplaats van de pausen. Men had het voordeel dat de bouwmaterialen er voor het grijpen lagen. Als gevolg daarvan werd Rome één grote steengroeve: omdat de ovens niet konden volgen werden bakstenen muren ontmanteld; voor de funderingen waren grote blokken travertijn of tufsteen nodig, die men van onder de keizerlijke paleizen weghaalde, zodat die verder gingen instorten.

Ook kalk om mortelspecie aan te maken was er in overvloed, want die kon men verkrijgen door marmer te verhitten, tot het calcineerde tot calciumoxide (ongebluste kalk of CaO). Rome werd niet alleen één grote steengroeve maar tevens één grote kalkoven, waarin duizenden tonnen stukgeslagen beeldhouwwerken, zuilen en marmerplaten verdwenen.

En ook brons bleek er in overvloed aanwezig te zijn, dankzij de vele ruiterstandbeelden die Rome telde, de talrijke bronzen portretbustes en de bronzen klampen van het Colosseum waarmee de travertijnblokken aan elkaar gehecht waren. Ook de bronzen bekleding van vele andere gebouwen, waaronder het Pantheon, moest eraan geloven.

Romeinse loden sarcofaag ontdekt in centrum van Granada

12 juni 2019

Tijdens opgravingen in het centrum van de Andalusische stad Granada troffen archeologen tot hun grote verrassing een Romeinse sarcofaag aan, vermoedelijk uit de periode tussen de derde en de vierde eeuw na Christus. De doodskist was verzegeld en vervaardigd uit lood. Dat meldt de website INSpanje.nl. De vondst werd gedaan tijdens archeologische werkzaamheden in het oude gebouw van de Caja General de Ahorros y Monte de Piedad de Granada die worden uitgevoerd door Gespad Al-Andalus Arqueología. Archeologen hadden eigenlijk verwacht om resten uit de Moorse tijd aan te treffen.

De vondst is van groot historisch belang. Het gaat om de tweede loden sarcofaag die in Granada werd aangetroffen na de kist die in de negentiende eeuw opdook bij de bouw van de Gran Vía in de stad. Archeologen bestuderen de vondst die later in het Archeologisch Museum van de stad geopend zal worden. De inhoud van de zeldzame sarcofaag is nog niet bekend. Experts rekenen alleszins op een schat aan informatie. De vondst van een loden sarcofaag is volgens onderzoekers opmerkelijk omdat de Romeinen hun doden doorgaans cremeerden en als ze werden begraven, gebeurde dat in houten kisten. Er zijn tot nu toe weinig loden grafkisten gevonden. Het dure materiaal wijst erop dat de overledene vermoedelijk van hoge komaf was.

In 2016 schreef National Geographic Magazine nog uitgebreid over de vondst van een loden sarcofaag in Córdoba en nog verder terug in de tijd verscheen een lijkkist met dezelfde karakteristieken in Cádiz met een uitzet die bestond uit een lantaarn, twee kopjes en een glazen schaal. In het Nationale Archeologische Museum bevindt zich nog een doodskist van lood uit de eerste eeuw na Christus die werd ontdekt in de provincie Jaén. .Het is de bedoeling om de pas ontdekte sarcofaag van Granada in de toekomst tentoon te stellen. (Bron: INSpanje.nl).

Het wit en het purper

11 juni 2019

Het wit en het purper is een historische roman van de Nederlandse schrijfster Willemijn van Dijk over de beruchte eerste dynastie van het Romeinse keizerrijk. Het boek geeft een inkijk in het leven van de Romeinse keizers en hun familie aan het begin van onze jaartelling. Een omgeving waarbinnen de macht steeds verschuift en je zomaar ineens staatsvijand nummer één kunt zijn.

Pallas wordt op jonge leeftijd in Griekenland als slaaf verkocht. Hij belandt in Rome bij de tante van de keizer. Na jarenlange dienst krijgt hij zijn vrijheid, maar blijft in dienst van de familie. De status van de trouwe Pallas stijgt tot ongekende hoogte, helemaal tot aan het hof van keizer Claudius.

Claudius is al oud, maar zijn enige mannelijke erfgenaam is nog te jong is om hem op te volgen. De vindingrijke Pallas ziet een kans om door te dringen tot de meest intieme adviesraad van Claudius. Zijn besluit om het gevaarlijke spel van hoge politiek aan het Julisch-Claudische hof te spelen maakt de weg naar de top vrij, maar tegen welke prijs…

In ‘Het wit en het purper’ beschrijft Willemijn van Dijk (35) in krachtig proza het leven van een vrijgelatene in het Rome van de eerste eeuw na Christus. Zij schreef eerder Via Roma. De geschiedenis van Rome in 50 straten en De opvolger een literaire biografie van keizer Tiberius. Haar werk is vertaald in het Engels, Duits en Koreaans.

Het wit en het puper
Auteur: Willemijn van Dijk
Aantal pagina’s: 320.
Eerste druk: april 2019
Uitgever: Ambo | Anthos
ISBN 978 90 263 4138 0
Prijs: 21,99 euro
E-book: 12,99 euro

De dag van de dwarrelende rozenblaadjes in het Pantheon

8 juni 2019

Zondag 9 juni is het weer zover. Voor wie de kans heeft om erbij te zijn en tijdig een plaatsje te veroveren, moet morgen om 10.30 uur proberen om de eucharistieviering in het Pantheon bij te wonen. Het is dan Pinksteren, de dag waarop vele duizenden rozenblaadjes doorheen de enorme oculus van het historische gebouw op het publiek regent. Dat gaat zelfs zolang door tot zich op de vloer een dikke laag met rozenblaadjes vormt. Uiteraard neem je er eentje mee naar huis. Als souvenir of, zoals sommigen geloven, als geluksbrengertje voor de rest van het jaar.

pantheonkoepel1

De oculus, waarlangs in de Romeinse oudheid de rook van de offeranden opsteeg, heeft een diameter van 8,72 m en is de enige lichtbron in het interieur van het Pantheon. De opening is afgezet met brons en symboliseert de zon. Tijdens de middeleeuwen beweerde men dat de duivel de punt van de koepel had weggehaald. Zoals bekend werd het Pantheon later getransformeerd van tempel tot een kerk, de Basilica di Santa Maria ad Martyres. Het is meteen de reden waarom dit prachtige gebouw uit de oudheid doorheen de eeuwen nog zo goed bewaard is gebleven.

Op Maria-Hemelvaart werd destijds een beeld van Maria omhoog gehesen en met Pinksteren, wanneer de paus in het Pantheon een mis kwam opdragen, liet men rozenblaadjes door de opening omlaag dwarrelen. Deze laatste traditie bleef behouden, omdat de Heilige Geest met Pinksteren zichtbaar werd in de vorm van vlammetjes boven de hoofden van de apostelen. Daarom wordt ook nu nog op deze feestdag, tegenwoordig in samenwerking met de Romeinse brandweer, verwijzend naar de vlammetjes, in het Pantheon een speciale mis opgedragen.

De ‘Vigili del fuoco’ nemen dan plaats op de koepel en beneden onder de opening. Wanneer de priester op het einde van de mis de woorden ‘fons vivus, ignis, caritas’, ‘levende bron, vuur, liefde’ uitspreekt, laten de pompiers ontelbare rozenblaadjes in de kerk dwarrelen. Na een tiental minuten is de vloer onder de oculus bedekt met een dikke laag, zwaar geurende blaadjes.

Romeinse gidsen vertellen aan toeristen weleens dat wie onder de koepelopening staat en het geluk heeft duivenpoep op zijn of haar hoofd te krijgen, onsterfelijk wordt. Dan toch maar liever een rozenblaadje…

Tijdens de renaissance werd de koepel soms beklommen door bewonderende bezoekers, vaak artiesten, om van bovenaf door de oculus te kijken. Dat deed ook de toen 36-jarige keizer Karel V bij zijn bezoek aan Rome in 1536. Een jonge page die in dienst was van de familie Crescenzi en die de keizer begeleidde, bekende later aan zijn vader dat hij op dat moment de drang voelde om de keizer door de opening naar beneden te duwen. Zijn vader antwoordde: ‘In mijn tijd handelden we in plaats van tijd te verliezen door erover te praten’. Als de jongen zich toen niet had kunnen bedwingen, zou de geschiedenis er vandaag wellicht helemaal anders hebben uitgezien.

De Romeinen waren op dat moment de beruchte Sacco di Roma (de Plundering van Rome nog niet vergeten, die een tiental jaren eerder had plaatsgevonden. Op 6 mei 1527 ging een ongedisciplineerd leger van 25.000 Duitse en Spaanse soldaten zich te buiten aan plundering, verwoesting, ontering, verkrachting en duizenden moorden. Paus Clemens VII was met zijn gevolg via de Passetto vanuit het Vaticaan gevlucht naar de onneembare Engelenburcht. De rest van Rome was volledig aan de indringers overgeleverd.

De stad beleefde toen de ergste plundering uit haar geschiedenis sinds de Visigoten van Alarik in 410. Met dit wapenfeit werden de vijandelijkheden tussen keizer Karel V en paus Clemens VII (1478-1534) beslecht. Het had er de schijn van dat alles in naam van Karel V gebeurd was, maar hij was er niet rechtstreeks bij betrokken. Tijdens de moordpartij bevond hij zich in Madrid.

Toen Karel het nieuws vernam, probeerde hij zijn blazoen op te poetsen. Op 24 februari 1530 zagen de twee hoofdrolspelers elkaar terug in Bologna. Paus Clemens VII heeft toen de Habsburger Karel V officieel gezalfd tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Maar de Romeinen hebben de keizer nooit vergeven wat er met hun stad was gebeurd.

Tot op halve hoogte bestaat de cella van het Pantheon uit een cilinder, daarboven verheft zich een halve bol. De raaklijn van de bol met de cilinder vormt de kroonlijst of attiek die op halve hoogte, 21,65 m, rondom de cella loopt. De cilindervormige hal draagt de machtige koepel, een halve bol met doormeter 43,3 m, dus het dubbele van 21,65 m die op de halve hoogte van de ruimte begint. Doordat de totale hoogte exact gelijk is aan de diameter kan men spreken van een perfecte bol die met haar onderste helft in een cilinder werd opgenomen.

De koepel van het Pantheon is de grootste koepel die ooit zonder gewapend beton werd gemaakt. Hij werd het voorbeeld voor alle latere koepelconstructies zoals deze in Firenze met een doormeter van 41,47 m, de koepel van de Sint-Pietersbasiliek met 42,52 m en dus 78 cm minder, tot de Aya Sophia in Constantinopel met 33 m. Naar verluidt ontwierp Michelangelo de koepel van de San Pietro bewust een beetje kleiner uit respect voor de bouwers uit de oudheid.

pantheonkoepel2

Binnen de koepel zien we op vijf rijen telkens 28 uitgespaarde vierkante cassetten (caissons), die naar de opening of oculus toe kleiner worden, waardoor het boleffect sterk wordt benadrukt. Deze 140 cassetten, die natuurlijk voor een gewichtswinst zorgden, waren versierd met vergulde bronzen rozetten of sterren op een blauwe achtergrond die het uitspansel suggereerden. De dikte van de koepel neemt naar boven toe af: waar hij op de trommel rust is hij 5,9 m dik, bij de opening bovenaan ‘slechts’ 1,5 m. Naar schatting werd 5.000 ton beton gestort (andere simulaties spreken echter van 3.000 ton).

Lange tijd werd verkeerdelijk verondersteld dat de koepel uit een systeem van baksteenribben met gietwerk ertussen was samengesteld. De koepel werd echter op een houten raamwerk gegoten in een soort beton dat verkregen werd door mortel dat uit kiezelsteen en baksteengruis bestond, te mengen met puzzolaan of pozzolaan in plaats van het klassieke basalt. Puzzolana of puimsteen, is roodachtige vulkanische aarde genaamd naar het stadje Pozzuoli bij Napels. De Solfatara is de enige van de drie vulkanen rond Pozzuoli die nog enigszins actief is. In de Romeinse tijd stond deze plek bekend als het Forum Vulcani en was ze aan deze god gewijd.

De specie werd gestort in verschillende concentrische stroken met telkens een verschillende verhouding van de ingrediënten. De zwaarste materialen zoals travertijn en baksteen werden onderaan de koepel gebruikt en de lichtere tufsteen, puimsteen en puzzolaan met drooggebluste kalk bovenaan bij de oculus.

Website Pantheon

Download hier een filmpje met de dwarrelende rozenblaadjes in het Pantheon