Even genieten van de Estate Romana 2018

Posted in Romenieuws on 11 juli 2018 by romenieuws

In Rome is het jaarlijkse zomeranimatieprogramma, de Estate Romana 2018, al meer dan een maand in volle gang. Ook dit jaar kan je tot 30 september genieten van talrijke culturele activiteiten, waaronder films, lezingen, concerten, theater en nog veel meer. Het Estate Romana-festival wordt al sinds 1977 elke zomer door de de stad Rome georganiseerd en vindt plaats op verschillende locaties in het centrum en de buitenwijken.

Ook wij doen het tot 15 augustus wat rustiger aan, wat betekent dat je tot die datum hier slechts sporadisch een nieuwsje zal kunnen lezen. In afwachting vind je hier alvast ook de (voorlopige) kalender met activiteiten die S.P.Q.R. de komende weken en maanden organiseert. Deze agenda wordt binnenkort nog aangevuld. Clubleden van S.P.Q.R. worden natuurlijk persoonlijk op de hoogte gehouden. Voor wie deze dagen op reis vertrekt: we wensen jullie een heel deugddoende vakantie, in Rome, Italië of elders!

Tweede ingang voor Vaticaanse Musea

Posted in Romenieuws on 11 juli 2018 by romenieuws

Er wordt momenteel volop gebouwd aan een tweede ingang voor de Vaticaanse Musea. Die moet er mede voor zorgen dat de soms zeer lange wachtrijen sneller worden weggewerkt en het museum, één van de drukst bezochte ter wereld, eenvoudiger toegankelijk maken.

De ingreep maakt deel uit van een pakket andere maatregelen die een bezoek aan de beroemde musea moeten vergemakkelijken. Bezoekers van de Vaticaanse Musea kunnen al langer hun tickets online bestellen. Onder de vorige museumdirecteur, prof. Antonio Paolucci, werden de openingsuren gevoelig uitgebreid, met onder meer de introducties van nocturnes op vrijdagavond in de maanden mei, juni, juli, september en oktober en andere speciale rondleidingen zoals een bezoek in de ochtend met een ontbijt en privérondleidingen.

De huidige ingang van de Vaticaanse musea is gelegen aan de Viale Vaticano, ongeveer 850 m vertrekkend vanaf het Sint-Pietersplein (naar rechts als je vóór de basiliek staat). De metrohalte Cipro bevindt zich op zowat 600 m van de museumingang. Volgens kunsthistorica Barbara Jatta, die op 20 december 2016 door paus Franciscus benoemd tot directrice van de Vaticaanse Musea, zal de nieuwe ingang het museumbezoek niet alleen vereenvoudigen, maar er ook voor zorgen dat de minder bekende onderdelen zoals het Museo Etnologico door het grote publiek ontdekt worden.

Volgens Jatta worden de museumzalen, met als blikvanger de Sixtijnse Kapel, dagelijks door ongeveer 25.000 belangstellenden bezocht. Het aantal bezoekers blijft bovendien jaar na jaar stijgen. Wie het museum in alle rust wil bezoeken, krijgt het advies om van dinsdag tot vrijdag tussen 12 en 2 uur ’s middags langs te komen. Dat blijkt momenteel de rustigste periode te zijn, al is het begrip rustig in de Vaticaanse Musea natuurlijk relatief.

Jatta legt ook de nadruk op het belevingsaspect tijdens het museumbezoek. Zo is er sinds maart ook een hoogtechnologische, driedimensionale voorstelling te zien op basis van het werk van Michelangelo, waarvoor de Britse popartiest Sting de muziek componeerde.

In een recent interview verklaarde Jatta dat ze zich vaak enorm ergert aan het lompe en cultuurloze gedrag van sommige bezoekers. Mensen schrikken er niet voor terug om kauwgom te plakken onder houten banken uit de zeventiende eeuw. Schoonmakers vinden elke dag massa’s achtergelaten voorwerpen, waarvan halflege waterflessen nog tot de onschuldigste voorwerpen behoren.

Tijdens de recente officiële opening van een gerestaureerd deel van het museum zette een vader zijn kind gewoon bovenop een museumstuk om een foto te kunnen maken. Van dit soort verhalen, die steevast getuigen van een gebrek aan respect, heeft de directrice er helaas een heleboel in voorraad.

Gallo-Romeinse stripfiguur Alex krijgt tentoonstelling in Brussel

Posted in Romenieuws on 11 juli 2018 by romenieuws

De Gallo-Romeinse stripheld Alex staat van 14 september 2018 tot 6 januari 2019 centraal in een tentoonstelling in het Museum Kunst & Geschiedenis (de nieuwe naam voor het Jubelparkmuseum) in Brussel. De expo is een initiatief van uitgeverij Casterman en komt er ter gelegenheid van het 70-jarige bestaan van de stripfiguur Alex die op 16 september 1948 voor het eerst te zien was in het weekblad Kuifje. De stripreeks speelt zich af in de klassieke oudheid (vanaf het jaar 53 v. Chr.), toen het Romeinse Rijk werd geregeerd door het eerste triumviraat. Alex is een creatie van de Franse tekenaar Jacques Martin. Na zijn dood in 2010 werd de reeks gewoon voortgezet. Tot dusver zijn er 12 miljoen albums verkocht met vertalingen in 15 talen.

Van alle helden die het pantheon van de stripwereld bevolken, is Alex een van de meest bijzondere personages. Tussen 1948 en 1988, het jaar waarin Het Paard van Troje verscheen, het laatste album van de hand van Jacques Martin, en zelfs daarna nog, trotseerde deze jonge Gallo-Romein talloze gevaren en kwam hij in contact met de meest uiteenlopende beschavingen. Al die tijd droeg hij eerlijkheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel, idealen die zijn geestelijke vader zeer dierbaar waren. Vandaag wordt Alex beschouwd als de ware voorloper van het ‘historische stripverhaal’. Het lijkt een wat vage definiëring, maar het is Jacques Martin’s verdienste dat hij als allereerste nauwgezet aandacht schonk aan de historische geloofwaardigheid van zijn verhalen.

De hoofdfiguur van de stripreeks, Alex Graccus, leren we in de eerste albums kennen als slaaf in het door Crassus aangevallen rijk van de Parthen. Hij is van oorsprong geen Romein, maar een Galliër. In het eerste deel van de reeks, Alex de Onversaagde, wordt hij als zoon aangenomen door een Romein (Honorus Galla Graccus) die op zijn sterfbed opbiecht ooit Alex’ vader Astorix aan een Egyptische slavenhandelaar te hebben verkocht, zodat zijn moeder stierf van verdriet en Alex in handen van de Feniciërs viel. Als aangenomen zoon wordt Alex dus een Romeins staatsburger en voelt zich gaandeweg ook meer een Romein dan een Galliër.

Het lezen van Alex is een manier om op speelse wijze de klassieke oudheid te verkennen. De tekeningen zijn helder en bieden een zeer realistische historische context. Kenmerkend voor de Alex-reeks is daarbij een constante verandering van sfeer en decors. Aan het einde van het eerste album geeft Julius Caesar te kennen dat hij Alex wel wil meenemen naar Gallië, waar hij wat te doen heeft. In het tweede album, De gouden sfinx, wordt Alex hoofdman van zijn stam en verslaat Julius Caesar de befaamde Gallische leider Vercingetorix bij Alesia, waarop Caesar aan Alex vraagt of hij iets voor hem wil uitzoeken in Egypte. Daar leert Alex zijn vriendje Enak kennen, die hem tijdens vele volgende avonturen zal vergezellen. In het derde album, Het vervloekte eiland, reist Alex naar Carthago en langs de Zuilen van Hercules om iets voor Caesar op te lossen.

Ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Alex organiseerden Uitgeverij Casterman, het internationale stripfestival van Angoulême en de Cité internationale de la bande dessinée et de l’image een unieke tentoonstelling gewijd aan het werk van Jacques Martin. Deze grote retrospectieve was, vanaf haar inhuldiging op 25 januari 2018 tijdens het festival van Angoulême tot 13 mei 2018, te zien in het Stripmuseum van Angoulême. Binnenkort komt de tentoonstelling ook naar het Museum Kunst & Geschiedenis, ter gelegenheid van het Stripfeest in Brussel dat plaatsvindt van 14 tot 16 september.

De expo biedt een overzicht van vier decennia -tussen 1948 en 1988- creatief werk van Jacques Martin. Met Alex als centrale figuur gaat de tentoonstelling ook in op de unieke stijl van Jacques Martin, gaande van zijn vroegste publiciteitsopdrachten tot het latere werk waarin zijn persoonlijke grafische en narratieve stijl tot volle wasdom is gekomen. Voor de Brusselse editie wordt de scenografie van de tentoonstelling volledig vernieuwd en geïntegreerd in de museumzalen waar de prestigieuze collecties van de oudheid zijn ondergebracht. Er worden 150 originelen per thema samengebracht (onder meer: historische referenties en thema’s als ‘de vrouw’, ‘homoseksualiteit’ en ‘de verbeelding’). Ze stellen het œuvre van Jacques Martin voor door de avonturen van zijn legendarische held te belichten.

Alex. De Kunst van Jacques Martin
Museum Kunst & Geschiedenis
Jubelpark 10, 1000 Brussel
www.kmkg-mrah.be
info@kmkg-mrah.be

Einde restauratie Casale di Santa Maria Nova wordt gevierd met tentoonstelling

Posted in Romenieuws on 10 juli 2018 by romenieuws

De Casale di Santa Maria Nova, vlak naast de Villa dei Quintili aan de Via Appia Antica is gerestaureerd en dat wordt meteen gevierd met de gloednieuwe tentoonsteling Appia. Self portrait. Il mito dell’Appia nella fotografia d’autore, die vanaf nu tot 30 september 2018 te bezoeken is.

Het opknappen van de Casale di Santa Maria Nova verliep alles behalve vlot. Het begon met een speurtocht naar de eigenaar die in het buitenland woonde (naar verluidt een filmproducent) en die niet meer omkeek naar het inmiddels bijna bouwvallige eigendom. Na lange onderhandelingen kon het complex in 2006 door de Italiaanse overheid worden gekocht en begon een langdurige restauratie die in verschillende fasen verliep.

De restauratie heeft alle historische fasen van het complex duidelijk gemaakt. De oorspronkelijke kern van het complex werd gebouwd in de eerste helft van de tweede eeuw, vlakbij een reusachtige ondergrondse watercisterne. Deze watertank is ongeveer 45 m bij 6 m groot en archeologen zijn lange tijd bezig geweest met de verwijdering van tonnen puin en dierenkadavers waarmee de put was gevuld.

Archeologen hebben overigens pas vrij recent het enorme belang van deze watertank kunnen doorgronden. Opvallend is dat de top van de cisterne bedekt was met een mozaïekvloer die eeuwenlang verborgen bleef onder gras en landbouwgrond. Het gaat om een bijzonder staaltje van Romeinse engineering.

De ondergrondse tank is gebouwd met bakstenen die nog de merktekens dragen van de consuls uit 123 na Chr. (Petino en Aproniano). Daardoor is de ontstaansperiode van de cisterne precies te bepalen.Ook de arbeiders (slaven?) die de watertank vervaardigden lieten soms een inscriptie na in de bakstenen terwijl de verse klei nog aan het drogen was. De cisterne voorzag de nabijgelegen Villa dei Quintili van water.

Tijdens de regering van keizer Commodus fungeerde de tank als warmwaterreserve voor de thermen van de Praetroriaanse garde, de speciale militaire eenheid die bestond uit elitesoldaten die samen de keizerlijke lijfwacht vormden.Het water voor de thermen en de opslagfaciliteiten van de Villa dei Quintili werd geleverd door regenval en het Quintili-aquaduct. Het moest in de eerste plaats dienen voor de Thermen van Commodus, de dagelijkse watervoorziening van de bewoners van de villa en de bevloeiing van de omliggende boomgaarden.

In de late oudheid werd louter ter verdediging de toren van het gebouw opgetrokken. Vanaf de middeleeuwen werd de boerderij het hart van een uitgestrekt landbouwgebied. Tijdens de renaissance werd de voormelde watertank gebruikt als waterput door monniken die vlakbij de Santa Maria Nova verbleven. Waarschijnlijk hebben ze nooit geweten dat hun water afkomstig was uit een originele Romeinse cisterne.

De oude boerderij maakt deel uit van de eeuwenoude geschiedenis van de Via Appia Antica en het is dan ook geen toeval dat net hier een interessante tentoonstelling met 84 foto’s over de Via Appia door de eeuwen heen werd opgebouwd. Hetfotomateriaal komt uit historische archieven en uit de collectie van bekende hedendaagse fotografen. De getoonde foto’s, een mix van nostalgie en archeologie, zijn nog tot 30 september te bekijken in de Casale di Santa Maria Nova.

Je ziet geleerden met jas en hoed in groep wandeling langs de Via Appia, je maakt kennis met de boeren en schaapherders (die er vandaag nog altijd zijn) en bijzonder leuke beelden, zoals een fantastische Sophia Loren die tussen twee filmopnames door op de Via Appia zit te genieten van een picknick. Het gaat hier om de avonturenfilm Legend of the Lost uit 1957.

We zien ook het Romeinse platteland, zonder de fraaie parasoldennen. Die karakteristieke statige rij bomen die de Via Appia Antica vandaag zo’n majestueus uitzicht verlenen, werden hier pas geplant tussen 1909 en 1913 door Antonio Muñoz. De parasolden (pinus pinea) is een conifeer die oorspronkelijk uit het westelijke Middellandse Zeegebied komt en goed bestand is tegen de wind. Reeds in het oude Rome werd de boom aangeplant in kuststreken. De parasolden kan 25 tot 30 m hoog worden.

De zaden van de kegel zijn eetbaar en algemeen bekend onder de naam pijnboompit. Pijnboompitten zijn al sinds de Romeinse tijd een delicatesse. Ze worden rauw of geroosterd gegeten, gebruikt om gerechten een nootachtige smaak te geven en vormen één van de ingrediënten van pesto. Omstreeks 200 v. Chr. werden de zaden gebruikt om de spijsvertering te bevorderen, tegen verkoudheid, nierklachten en buikpijn.

In de nabije toekomst zullen de tickets voor de twee betaalde sites aan de Via Appia Antica (de Villa dei Quintili en de Tombe van Cecilia Metella) worden geïntegreerd in één nieuw ticket dat ook toegang geeft tot de Casale di Santa Maria Nova.

Er is nu ook al de La Mia Appia Card, die 10 euro kost en gedurende één jaar onbeperkt toegang geeft tot alle drie voormelde monumenten. In de gerestaureerde boerderij wordt ook een cafetaria ingericht, een welkom rustpunt na een lange wandeling op de Via Appia Antica.

Santa Maria Nova

Fototentoonstelling Appia Self-Portrait

Villa dei Quintili

(ook geldig voor de Tombe van Cecilia Metella, 2 opeenvolgende dagen)

Tomba di Cecilia Metella

(ook geldig voor de Villa dei Quintili, 2 opeenvolgende dagen)

La Mia Appia Card

(te koop op de toeristische infopunten, eerstdaags ook online beschikbaar)

Eternal City: architectuurfoto’s over Rome uit de RIBA-collectie in het Vittoriano

Posted in Romenieuws on 9 juli 2018 by romenieuws

In het Vittoriano (Piazza Venezia), dat is het monument voor koning Vittorio Emanuele II, ook wel bekend als het Altare della Patria, is de fototentoonstelling Eternal City begonnen. De expo brengt een unieke reeks beelden samen die werden geselecteerd uit duizenden foto’s over Rome uit de collectie van het RIBA, dat is het Royal Institute of British Architects.

De foto’s zijn zonder uitzondering gemaakt door bekende en onbekende Britse architectuur- en landschapsfotografen. De tentoonstelling in het Vittoriano is een samenwerking tussen het RIBA, de British School in Rome en de Polo Museale del Lazio. Ze is gratis te bezoeken en dit tot 28 oktober 2018. De tentoongestelde foto’s die Rome op een vaak unieke manier in beeld brengen, zijn verdeeld in vier complementaire secties: de Oudheid, de Moderne tijd, Stedelijke landschappen en Atmosferen.

Tot de fotografen behoren onder meer James Anderson, Tim Benton, Richard Bryant, Ralph Deakin, Ivy en Ivor de Wolfe, Richard Pare, Monica Pidgeon en Edwin Smith. Hun beelden overspannen de beginperiode van de fotografie tot het heden. Er zitten zeer opmerkelijke foto’s bij. Zo zien we de prominent aanwezige koepel van de Sint-Pietersbasiliek, schijnbaar in een veld, in de buurt van rieten hutjes; het is een beeld van een ons onbekend Rome dat vandaag niet meer bestaat.

Eternal City doet zijn naam ook eer aan door ons een zorgvuldige blik te gunnen op archeologische details, unieke landschappen en uiteraard ook architectuur. De tentoongestelde collectie herinnert er ons in dit digitale kleurentijdperk ook nog even aan hoe mooi zwart-zwitfotografie kan zijn.

Naar aanleiding van de tentoonstelling worden ook een aantal bijeenkomsten op het dakterras van het Vittoriano gepland. Zo is er op dinsdag 10 juli om 20.30 uur een gesprek met Paolo Rosselli, een architectuurfotograaf die verschillende monografieën heeft gepubliceerd, waaronder eentje over de Spaanse architect Santiago Calatrava.

Op donderdag 19 juli is het de beurt aan Mark Menghi en Allegra Martin, een leerling van Guido Guidi, zowat de pionier van de Italiaanse landschapsfotografie. Dinsdag 24 juli zjn Antonello Frongia en Andrea Simi te gast.  Ook op 5 en 12 september zijn er gespreksavonden, onder meer met Marco Iuliano (professor Architectuur in Liverpool), criticus Paolo Mascilli Migliorini en fotograaf Libero De Cunzo.

Vergilius in topvorm

Posted in Romenieuws on 8 juli 2018 by romenieuws

De Nederlandse hoogleraar en classicus Piet Schrijvers heeft na de Aeneis en de Georgica nu ook de Bucolica van de Romeinse dichter Vergilius in vertaling uitgegeven, en gelardeerd met een drietal indrukwekkende en fraaie essays: ‘Het wiel van Vergilius’, ‘Hollandse herderszangen’, en ‘Gouden tijden keren terug’. De Bucolica bundelt tien gedichten of eclogen. Het werk werd geschreven tussen 42 v. Chr. en 39 v. Chr. Vergilius publiceerde het in 38 v. Chr. onder impuls van Asinius Pollio. Met de Bucolica introduceerde Vergilius de zogenaamde herderspoëzie of pastorale poëzie als compleet nieuw genre in de Latijnse literatuur. In deze gedichten staat niet het harde werk van de herders centraal, maar hun geïdealiseerde vrijetijdsleven. De tweetalige Bucolica is fraai gebonden met stofomslag en telt 152 bladzijden.

De Eclogae van Vergilius zijn gecomponeerd naar het voorbeeld van de idyllen van de Griekse dichter Theocritus. Een jeugdige Vergilius wendt het erotische herderslied aan om de vrijmoedigheid van de dichter en de onvergankelijke roem van het dichterschap te bezingen. De pastorale thema’s van natuurlijke eenvoud en onschuld en van onbekommerd liefdesleven laat Vergilius in de Bucolica de hoofdrol spelen.

Als lofzang op de paradijselijke weligheid van het buitenleven in een gedroomd landschap van gelukzaligheid is de Bucolica ook de dichterlijke tegentoon in de politiek-revolutionaire periode na de moord op Julius Caesar tot de vestiging van het principaat van keizer Augustus en de Pax Romana.

Vergilius’ schepping is het lied van een nieuwe politieke mythologie, van een verlangen naar politieke rust en vrede, van de verwachting van een Gouden Eeuw in de Romeinse geschiedenis. Vergilius presenteert Arcadië – puur en ruig, landelijk en vredig – als utopische tegenpool van de machtspolitieke troebelen in Rome.

Dat de Bucolica past en standhoudt in de ontwikkeling van Vergilius’ oeuvre, laat vertaler Piet Schrijvers zien in zijn essay ‘Het wiel van Vergilius’. In ‘Hollandse herderszangen’ beschrijft hij verschillende aspecten van de bucolische traditie in de Nederlandse en de in de Nederlanden lang levendige Latijnse letteren. In het essay ‘Gouden tijden keren terug’ schetst Schrijvers de literaire weerslag van het politieke Gouden-Eeuw-denken in de Nederlanden in het perspectief van het Huis van Oranje.

De invloed van Vergilius’ Bucolica op de Europese literaire en artistieke traditie is immens: de tien Eclogae vormen sedert hun verschijning in de eerste eeuw v. Chr. de inspiratie van zowat alle pastorale beeldende kunst, muziek en literatuur. Het lyrische landschap, het land van onze dromen, waar alom en ongebreideld de vrijmoedigheid van de god Pan heerst, heet vanaf dan Arcadië: bruisende beekjes, welig en lommerrijk lover, grazige weiden, exotisch geboomte, grotten en bronnen, zoemende bijen en kwetterende vogels.

Uiteraard is het meestal heerlijk weer, net te warm om te werken maar koel genoeg om te vrijen en ruzie te maken. Het is eeuwig lente in Arcadië! De herders houden zich voornamelijk bezig met hun tamelijk gevarieerde seksleven en met muziek en poëzie, die op haar beurt weer grotendeels erotisch van karakter is. Wedijver, zowel in amoureuze als in literaire zin, is een belangrijk aspect van de bucolische wereld, maar conflicten worden beslecht met het woord, niet met het zwaard.

Piet Schrijvers is Leids hoogleraar emeritus Latijnse taal- en letterkunde, bestendig en lyrisch vertaler, begeesterd en veelzijdig essayist. Voor zijn oeuvre vertalingen uit het Latijn is hij gelauwerd met de Martinus Nijhoff Prijs, de meest vooraanstaande prijs voor vertalers in het Nederlands taalgebied.

Ongeëvenaard is hij als bezorger en vertaler van Horatius’ Verzamelde gedichten, van Lucretius’ Natuur van de dingen, van Seneca’s tragedies, de vrouwelijke: Medea, Phaedra, Trojaanse vrouwen, en de mannelijke: Thyestes, Agamemnon, Oedipus, Hercules. Met deze uitgave van de tweetalige Bucolica/Buitenleven completeert Piet Schrijvers zijn vertaling van het volledige werk van Vergilius dat het magistrale Aeneas/Aeneis omvat, en het ‘beste gedicht van de beste dichter’, Landleven/Georgica.

OVER VERGILIUS – ACHTERGROND

De dichter Publius Vergilius Maro (70 v. Chr. – 19 v. Chr.) werd geboren in Andes (vandaag Pietole) nabij Mantua (Mantova). Volgens gegevens uit de wellicht niet geheel betrouwbare Vitae Vergilianae (ontstaan na de dood van de dichter in de periode toen een Vergilius-cultus tot ontwikkeling kwam) zou hij een zoon zijn van arme landlieden. Hij zou echter wel een goede opvoeding hebben gekregen en al op jeugdige leeftijd contacten hebben onderhouden met invloedrijke personen zoals de gouverneur van Gallia Cisalpina, Gaius Asinus Pollio, en van Egypte, Gaius Cornelius Gallus.

Tijdens een reis naar Griekenland, ondernomen met het doel enkele correcties aan te brengen in zijn laatste werk, de Aeneis, zou Vergilius door ziekte overvallen zijn, voortijdig zijn teruggekeerd en direct na aankomst in Brindisi zijn overleden. Hij zou begraven zijn in Napels.

Afgezien van de kleinere gedichten van de Appendix Vergiliana, die deels terecht, deels ten onrechte aan Vergilius worden toegeschreven, zoals het epyllium Culex (de mug), het realistisch landelijke Moretum (stamppot), de levenslustige elegie Copa (de waardin), of de verzameling Catalepton (kleinigheidjes), was de eerste grote bundel (tien gedichten), die hem als dichter bekendheid gaf, de Bucolica, ‘herderszangen’ uit 39 v. Chr. die tot de belangrijkste producten behoren van de Latijnse bucolische poëzie.

Zijn Georgica (het landleven) uit 29 v. Chr., is Vergilius’ eerste grote gedicht waarmee hij zich plaatste naast zijn voorganger Lucretius. Het is verdeeld over in boeken, achtereenvolgens over veldgewassen, over bomen en heesters (wijnstok, olijf e.a.), over het vee, in het bijzonder het paard, en over de bijen. Afgezien van zijn eigen kennis van de natuur en het landleven, vond Vergilius veel materiaal in de prozawerken over de landbouw van onder andere Cato en zijn tijdgenoot Varro.

De dichterlijke vorm is beïnvloed door Lucretius; evenals deze doet hij de afzonderlijke boeken voorafgaan door prologen, voegt tussen de meer exacte uiteenzettingen poëtische uitweidingen in en brengt aan het eind van de boeken slotstukken aan van lyrische of dramatische aard.

De kroon op Vergilius’ dichterschap wordt gevormd door de Aeneis, een epos in twaalf boeken, waaraan hij gedurende het laatste decennium van zijn leven werkte; of dit gedicht voltooid is, is onzeker. Vóór zijn dood zou hij zijn vrienden verzocht hebben het manuscript te vernietigen, aangezien hij het werk niet af achtte (een aantal halve verzen en enkele onvolkomenheden en tegenstrijdigheden in de opzet lijken dit te bevestigen).

Keizer Augustus gaf echter opdracht het gedicht uit te geven zoals het was. Niet zo verwonderlijk, want het heeft als achtergrond de persoon en de grote daden van keizer (Octavianus) Augustus, een onderwerp dat vanuit een legendarische voortijd, de geschiedenis van Troje, wordt ontwikkeld. Hiermee sluit Vergilius aan bij de traditie van het Latijnse epos (o.a. Naevius en Ennius).

Zijn eigen onovertroffen prestatie wordt echter gevormd door de volmaakte harmonie waarin hij mythe en historie dooreen heeft weten te weven. De held van het verhaal is de Trojaanse prins Aeneas die in Italië een nieuw rijk sticht. Aeneas staat voor Octavianus Augustus, wiens geslacht, de gens Iulia, hierdoor wordt teruggevoerd tot het Trojaanse verleden en die aldus een goddelijke stammoeder (Venus) krijgt.

De omzwervingen van Aeneas en zijn strijd in Italië gaven de dichter de gelegenheid belangrijke momenten uit de latere Romeinse geschiedenis, mét de voornaamste helden, en daarnaast de idealen van de politiek van Augustus, via voorspellingen, droombeelden en dergelijke tot leven te wekken. Op deze wijze hebben zijn tijdgenoten dit, naar het uiterlijke raam van de gebeurtenissen mythologische epos kunnen zien als de ideale geschiedenis van het Romeinse volk.

Ook in een ander opzicht heeft de Aeneis in een nationale behoefte voorzien; Vergilius heeft aan de Romeinen hun eigen Ilias en Odyssee geschonken. Het eerste deel van de Aeneis, de omzwervingen van Aeneas, vormt de pendant van de Odyssee, het tweede deel, de strijd om de hegemonie over Italië tussen de Trojanen en de Rutuliërs in de vlakte van Latium, is de tegenhanger van de Ilias.

De Aeneis is vooral indrukwekkend door de uitingen van warme humaniteit, van gevoelvol, vaak melancholisch begrip voor het menselijk lot, van kosmisch perspectief, waardoor het hoog boven de literatuur van zijn tijd uittorent. De Aeneis is naar vorm en inhoud een gaaf kunstwerk, dat voor tijdgenoten en nageslacht tot het grootste monument van de Latijnse letteren geworden is.

Het werk van Vergilius is spoedig na zijn dood in de school terechtgekomen: leraars en filologen hebben er zich snel meester van gemaakt en zijn gedichten hebben door de eeuwen heen een stroom van publicaties gevoed; de oudste ten dele bewaarde commentaar op de gedichten van Vergilius is die van Servius (begin vijfde eeuw).

In de nationale literaturen van volgende eeuwen komt Vergilius steeds terug. Dante koos hem als gids in de Divina Commedia. In de middeleeuwen heeft Vergilius ook een grote rol gespeeld in de volksfantasie, die hem tot de tovenaar Vergilius maakte wiens avonturen in de zogenaamde Volksboeken van Virgilius hun fantasievolle vorm gekregen hebben.

Bucolica/Buitenleven
Auteur: Vergilius
In het Nederlands vertaald door Piet Schrijvers
Afmetingen: 20 x 248 x 179 mm
Gewicht: 573 g
Aantal pagina’s: 152
Eerste druk van deze uitgave: april 2018
Uitgever: Historische Uitgeverij
ISBN10 9065 5404 66
ISBN13 9789 0655 4046 1
Prijs: 24,95 euro

Rome krijgt er met Palazzo Merulana alweer een nieuw museum bij

Posted in Romenieuws on 7 juli 2018 by romenieuws

Sinds kort heeft Rome er alweer een nieuw museum en cultuurcentrum bijgekregen. Met een oppervlakte van 1.800 m² en vier verdiepingen biedt Palazzo Merulana de stad voortaan een nieuwe ruimte voor kunst en cultuur. Het museumgedeelte huisvest de kunstverzameling van de Cerasi-stichting, een belangrijke collectie Italiaanse kunst uit de vroege twintigste eeuw, goed voor ongeveer negentig werken. Palazzo Merulana zal ook fungeren als ruimte voor boekpresentaties, ontmoetingen met auteurs en schrijvers, grote namen uit de hedendaagse kunst en zelfs opleidingen in de ambachtelijke en artistieke sfeer.

Het gebouw aan de Via Merulana 121 dateert uit 1929. Vroeger waren hier de kantoren van de dienst Gezondheid van de stad Rome gevestigd. Na decennia van leegstand en verval (sommige delen van het gebouw werden al meer dan 60 jaar niet gebruikt) werd het pand de voorbije drie jaren grondig opgeknapt. Dat restauratieproject kostte 5 miljoen euro. Het volledige gebouw met vier verdiepingen werd aangepakt.

Het management van het museum werd De toevertrouwd aan Coopculture, de grootste coöperatie van Italië inzake erfgoed- en culturele activiteiten. De collectie van Claudio en Elena Cerasi, bekend van het gelijknamige prominente bouwbedrijf CCC (Costruzioni Civili Cerasi) achter grote projecten zoals het MAXXI (Museo nazionale delle arti del XXI secolo di Roma) bestaat uit 90 kunstwerken, waarvan het grootste deel werd gecreëerd tussen de twee wereldoorlogen.

Het grootste deel van de collectie bevindt zich op de eerste verdieping waarvan de prachtige centrale salon gevuld is met werken van kunstenaars als Balla, Cambellotti, de Chirico, Donghi, Capagrossi, Casorati, Pirandello en Severini. Het gelijkvloers van het palazzo kan gratis worden bezocht. Je vindt er ook een kunstboekhandel en een (tot nog toe) sober buitenterras om desgewenst iets te drinken.

De tweede verdieping biedt ruimte voor tentoonstellingen en bevat werken van Boetti, Mafai, Raphaël en Schifano, terwijl de bovenste verdieping gereserveerd is voor culturele evenementen. Palazzo Merulana wil samenwerken met de artistieke scene van Rome, in het bijzonder met de vele culturele verenigingen in de multi-etnische wijk Esquilino waarin het gebouw zich bevindt. Naast visuele kunst moet er op termijn zelfs ruimte zijn voor kleinere theater-, muziek- en filmevenementen.

Ondernemer Claudio Cerasi kreeg tijdens de openingsplechtigheid felicitaties van burgemeester Virginia Raggi die hem dankte voor zijn enorme geschenk aan de stad en waarmee hij zijn grote liefde voor Rome toont. Tickets om het volledige Palazzo Merulana te bezoeken kosten slechts 4 euro en, in tegenstelling tot veel andere musea in Rome, is Palazzo Merulana ook op maandag open (maar gesloten op dinsdag).

De openingstijden zijn op weekdagen van 14 tot 20 uur en in het weekend van 10 tot 20 uur. In Rome is het echter altijd aangewezen om vooraf even op de website te controleren of de openingstijden niet gewijzigd zijn. Het museum opent op aanvraag van groepen en scholen ook tijdens de voormiddag.

Palazzo Merulana – Praktisch