Een bezoek aan Campo Verano

Posted in Romenieuws on 25 februari 2017 by romenieuws

De naam van het grootste kerkhof van Rome is terug te voeren op Lucius Aelius Verus, de medekeizer van Marcus Aurelius (161-180). L ucius Ceionius Commodus (130-169) zoals zijn oorspronkelijke naam luidde, was Romeins keizer van 161 tot 169 en werd door keizer Antoninus Pius in 138 geadopteerd en opgevoed met diens oudere adoptiefzoon Marcus Aurelius, die hem bij Pius’ dood (in 161) als medekeizer aanstelde.

Het uitgestrekte gebied dat buiten de stadsmuren lag, werd pas in 1831 tijdens de dan heersende cholera-epidemie ingenomen als het officiële Romeinse kerkhof. Vóór die tijd lag de San Lorenzo fuori le mura hier in een vredige, landelijke afzondering. Het begraven in kerken en op kleine ruimten binnen de stad werd in 1870 verboden. Sindsdien worden de Romeinen begraven op het reusachtige kerkhof Campo Verano, dat zich rond de San Lorenzo heeft gevormd. Een uitzondering geldt voor de paus, sommige kardinalen, bepaalde prelaten en prinsen en vorsten van koninklijken bloede.

De Italianen hebben doorgaans een afkeer van lijkverbranding en begraven hun doden ook niet graag onder de grond. Liever laten ze een grafkapel bouwen of sparen ze minstens zo lang tot een plekje in een muurnis kan woren gekocht. De dode wordt gebalsemd, in een zinken sarcofaag geplaatst en dan in de muur geschoven die soms vijf verdiepingen hoog is. Voor elke nis brandt een lampje.

Slechts de armsten worden, dicht bijeen, in de grond begraven, na tien jaar weer uitgegraven, waarna hun resten voorts worden bewaard in het Ossario. Een bezoek aan deze begraafplaats kan behoorlijk imponerend overkomen en valt niet in enkele woorden te beschrijven, je moet het zelf meemaken.

Het oudste deel van het kerkhof, nabij de ingang, werd ontworpen door Giuseppe Valadier. Indien je bij de ingang van het kerkhof de eerste weg naar rechts neemt, loop je pal op het grauwe graf van Garibaldi, een naar Italiaanse normen uiterst eenvoudig monument. Je treft op de hele begraafplaats schitterende tombes aan, maar ook heel eenvoudig uitgevoerde monumenten. Alle rangen en standen liggen hier vredig naast elkaar.

Op het Campo Verano werden talrijke beroemdheden uit de filmwereld begraven, zoals Vittorio de Sica, Roberto Rosselini, Marcello Mastroianni, maar ook vele andere bekende Italianen, zoals de dichter en Nobelprijswinnaar Giuseppe Ungaretti en de schrijver Alberto Moravia, om er maar een paar te vermelden. Merkwaardig is de kapel met glazen front opgericht voor Clara Petacci, de maîtresse van Mussolini.

Concurrentie luchtvaartmaatschappijen is moordend

Posted in Romenieuws on 24 februari 2017 by romenieuws

De luchtvaartmaatschappijen Ryanair, EasyJet en Vueling verminderen in alle stilte hun aanbod op Brussels Airport of hebben dat al gedaan. De concurrentie is naar verluidt te groot. Wie tot voor kort van Zaventem (Brussels Airport) naar Rome wilde vliegen, kon elke dag kiezen uit vier (relatief) goedkope luchtvaartmaatschappijen: Ryanair, Vueling, Brussels Airlines en Alitalia. Wie echt goedkoop naar Rome wilde en het niet erg vond om in Milaan over te stappen kon vanuit Brussel voor een spotprijsje ook vertrekken met Easyjet.

Door het overaanbod kunnen de luchtvaartmaatschappijen de vluchten op  citytripbestemmingen zoals Rome amper rendabel maken. Meer dan tien vluchten per dag naar één bestemming bleek teveel van het goede. Daarom hebben verschillende maatschappijen de jongste tijd hun aanbod vanuit Zaventem in alle stilte verkleind. Zo vliegt Ryanair deze zomer nog 16 keer per week naar Rome, tegenover 21 keer nu. Het Spaanse Vueling, onderdeel van de groep rond British Airways, schrapte vorig jaar al zijn vluchten naar Rome. Ook EasyJet heeft zijn vluchten naar Milaan al stopgezet. Zelfs TUI Fly (ex-Jetairfly) zetten vorig jaar al zijn vluchten van Antwerpen-Rome en Oostende-Rome stop wegens gebrek aan succes. Rome is een perfecte citytrip-bestemming, maar er was teveel concurrentie, klinkt het bij TUI Fly.

Brussels Airlines, dat recent werd overgenomen door Lufthansa, houdt relatief goed stand. Een nieuwe strategie met relatief goedkope tickets naar Europese bestemmingen in combinatie met een uitgebreid netwerk in Afrika, zorgen ervoor dat vele reizigers de maatschappij trouw blijven. Wie enkel reist met handbagage is bij Brussels Airlines nauwelijks duurder af dan bij Ryanair. Daardoor lijkt niet Brussels Airlines maar Vueling en mogelijk ook EasyJet in Zaventem de concurrentiestrijd tegen Ryanair te verliezen.

Daniele da Volterra in Galleria Corsini

Posted in Romenieuws on 23 februari 2017 by romenieuws

In Galleria Corsini aan de Via della Lungara 10 in Rome zijn tot 7 mei twee zeldzame doeken van de Italiaanse schilder en beeldhouwer Daniele da Volterra te bewonderen: Eliah in de woestijn en een Madonna met kind. ?De twee schilderijen worden unaniem beschouwd als meesterwerken en behoren al meer dan een eeuw tot de collectie van de familie Pannocchieschi d’Elci uit Siena. Ze worden vrijwel nooit getoond aan het publiek. Daniele da Volterra schilderde ze terwijl hij in Rome was tijdens het bewind van paus Paulus III Farnese (1534-1549). De doeken tonen de cruciale invloed en de enorme impact die Michelangelo’s Laatste Oordeel op da Volterra had.

Vele werken van Daniele da Volterra (1509-1566) zijn verloren gegaan. Volterra, wiens familienaam Ricciarelli luidde, had zijn leerschool te Siena in het atelier van Sodoma. Vanaf 1535 werkte hij in Rome, waar hij aanvankelijk met Pierino del Vaga samenwerkte. Zijn stijl – een verbinding van Sienees maniërisme en michelangeleske robuustheid – gaf hem groot aanzien. In 1547 voltooide hij de decoratie van de Sala Regia in het Vaticaan. In 1550 schilderde hij een fries in palazzo Farnese in Rome.

Zijn vriendschap met Michelangelo kreeg gestalte in de verschillende portretbustes die hij van hem maakte. Fraaie exemplaren zijn te zien in Casa Buonarotti in Firenze (1564) en in het Musée du Louvre in Parijs (1569). Daniele da Volterra was ook een begaafde tekenaar. Zijn bijnaam Braghettone (broekenschilder) dankt hij aan het feit dat hij, in opdracht van paus Pius IV, een aantal naaktfiguren in Michelangelo’s Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel te Rome van gewaden voorzag. Tijdens een speciaal belegd symposium in april 1990 werd overigens beslist deze gewaden niet weg te halen bij de restauratie.

Een toegangsticket voor Galleria Corsini kost 9 euro is combineerbaar met Palazzo Barberini (drie dagen geldig).

www.barberinicorsini.org

Het huis van kardinaal Bessarione

Posted in Romenieuws on 22 februari 2017 by romenieuws

Aan de Via di Porta San Sebastiano 8 wandel je langs een ouderwetse tuin. Fragmenten van antiek beeldhouwwerk wisselen er af met buxusboompjes, het glinsterende water van een fontein klatert langs een antieke terracottavaas omlaag. Dit is de tuin van het Casina del Cardinal Bessarione. Het fraaie huis kan je op zaterdag en zondag van 9 tot 14 uur bezoeken (max. 15 personen) maar enkel na afspraak op tel. nr. 06 06 08.

Kardinaal Bessarione (1402-1472) was een Griekse humanist die aan verschillende concilies deelnam en zich toelegde op de hereniging van de Griekse en de Latijnse kerken. Paus Nicolaas V (1447-1455), de oprichter van de Biblioteca Apostolica Vaticana, gaf hem de opdracht Aristoteles te vertalen, een bewijs van de toenmalige universaliteit van de Kerk.

Bizar genoeg is het niet met absolute zekerheid geweten dat de kardinaal hier wel degelijk gewoond heeft. Het huisje is echter wel uniek in Rome, het is een typevoorbeeld van het soort buitenverblijfje, weg van de stadsdrukte, dat Bessarione’s tijdgenoot Leon Battista Alberti, elke geleerde kon aanbevelen. De deurposten, de haarden en de muurschilderingen zijn vijftiende-eeuws en zodanig goed bewaard dat je vrijwel nergens in Rome soortgelijke kunst aantreft.

In de eerste grote kamer die je vanuit de loggia betreedt, zie je festoenen met wapperende linten die tussen geschilderde steunbalken hangen. In een tweede kamer bestaat de versiering uit een uniform patroon van acanthusbladeren en granaatappels. Alle kamers zijn ingericht met schilderijen, vaatwerk en meubilair uit die tijd. Het geeft een bijzonder mooi beeld van een Romeins woonhuis aan het begin van de renaissance. Tot 1940 was in dit huis nog een herberg gevestigd.

Recente opgravingen hebben onder de kelder structuren uit de eerste eeuw aan het licht gebracht, waardoor duidelijk werd dat het gebouw drie bouwfases heeft gekend. Een eerste gebouw situeert zich vanaf het begin van de keizerlijke periode tot de eerste helft van de tweede eeuw. Hiervan resten nog overblijfselen van een mozaïekvloer met zwarte en witte tegels en een muur in opus mixtum. De middeleeuwse fase is terug te vinden in het zuid-westelijke deel van het gebouw, waar zich in het begin van de veertiende eeuw een ziekenhuis bevond, wat in dezelfde periode uitgroeide tot een benedictijner klooster. I

In de tweede helft van de vijftiende eeuw werd het gebouw nogmaals uitgebreid, ditmaal in de richting van de straat en verscheen ook de loggia op de eerste verdieping. In die periode hebben er alleszins kardinalen gewoond, waaronder Giovanni Battista Zeno en Marcello Crescenzi en ook, met zekerheid geweten, de kardinaal van Tusculum die vreemd genoeg echter nergens met naam wordt vermeld. Giovanni Bessarione was echter van 1449 tot 1468 actief in dit bisdom. Het is dus waarschijnlijk dat het om dezelfde persoon gaat, maar volledige zekerheid is er zoals verteld echter niet.

In 1600 werd het Casina door paus Clemens VIII opgenomen in het Collegio Clementino, de onderwijsinstelling die hij in 1595 had opgericht. Na de Italiaanse eenwording werden heel wat religieuze instellingen afgeschaft, waaronder het Collegio Clementino. De goederen en gebouwen die bij het college hoorden werden door de Italiaanse staat in beslag genomen of verkocht.

Het Casina del Cardinal Bessarione werd in 1926 werd verkocht aan de stad Rome. In de daaropvolgende jaren werd het gebouw gerestaureerd. In 1933 opende het als herberg, die echter maar zeven jaar zou openblijven. Vandaag wordt het gebouw regelmatig gebruikt voor conferenties of officiële bijeenkomsten voor gasten van het stadsbestuur.

Het indrukwekkende palazzo Ruspoli

Posted in Romenieuws on 20 februari 2017 by romenieuws

Op de hoek van Largo Goldoni met de Via del Corso staat het indrukwekkende palazzo Ruspoli Memmo uit 1586 dat er met zijn zwaar uitgevoerde ‘rustica’ eerder Florentijns dan Romeins uitziet. Het gebruik op de benedenverdieping van steenblokken die ‘in bosschage’ bewerkt zijn, geeft een indruk van grote kracht en stevigheid, maar het toont vooral de rijkdom en status van de bouwheer. Vandaag wordt het gebouw regelmatig gebruikt voor tentoonstellingen. Er wonen nog steeds Ruspoli’s in deze palazzo. Het gebouw is sinds 1990 eigendom is van de financier Roberto Memmo.

Het enorme palazzo werd in 1586 ontworpen door de Florentijnse beeldhouwer en architect Bartolomeo Ammannati (ook Ammanati) (1511-1592), een leerling van Baccio Bandinelli (Firenze) en architect Jacopo da Sansovino (Venetië). Na de dood van Bandinelli (1560) nam hij diens opdracht over voor het ontwerpen en uitvoeren van de Neptunusfontein op Piazza della Signoria (voltooid in 1575) in Firenze, maar dat werd geen succes (‘Ammannati, che bel marmo hai rovinato’, wat een mooi stuk marmer heeft u vernield). Aldus de critici.

Maar Bartolomeo Ammannati realiseerde ook mooie kunstwerken. Zo vervaardigde hij als beeldhouwer twee grafmonumenten in de San Pietro in Montorio in Rome en werkte hij aan het ontwerp en het bovenscherm van het nymphaeum in de Villa Giulia. Ook beitelde hij de Madonna boven het graf van Rafaël in het Pantheon en een piëta in de Santa Maria dell’Anima.

Het is dus absoluut niet zo dat de man niets kon of slecht werk afleverde, maar in sommige publicaties is hij vreemd genoeg de geschiedenis ingegaan als een matige kunstenaar, iets wat dus zeker niet het geval was. De kritiek op zijn werk is vermoedelijk de wereld ingestuurd door jaloerse collega’s. De geschiedenis zou echter duidelijk maken welk talent de man bezat.

Als architect was Ammannati trouwens een belangrijke vertegenwoordiger van het maniërisme. In Firenze bouwde hij onder meer het Palazzo Riccardi-Manelli (1557-1575) en de Ponta Santa Trinità (1567-1569, dat na de verwoesting in 1944 werd herbouwd) en voltooide hij het door Brunelleschi ontworpen Palazzo Pitti (1560 en later). Ammannati was gehuwd met de dichteres Laura Battiferri.

Vele muziekliefhebbers kennen wellicht markies Ruspoli die tijdens het begin van de achttiende eeuw in dit Romeinse palazzo woonde. In zijn opdracht werden door verschillende meesters zowat vijftig cantaten gecomponeerd. De componist Georg Friedrich Händel (1685-1759) was bij Ruspoli enige tijd in vaste dienst als lid van zijn ‘virtuosi di canto e suono’, vocale en instrumentale virtuozen. Hij componeerde hier zijn tweede Italiaanse oratorium, ‘La Resurrezione’, dat met Pasen 1708 in dit paleis onder leiding van Corelli zijn première beleefde. In die periode was Domenico Scarlatti (1685-1757) in Venetië en Rome één van de toonaangevende componisten.

Händel schreef voor dezelfde Ruspoli ook de schitterende cantata ‘Alla Caccia’, bedoeld voor een jachtpartij georganiseerd door de markies. Van de vele werken die Händel in Rome componeerde maakte hij later dankbaar gebruik door ze tot aria’s om te werken voor opera’s die soms heel snel klaar moesten zijn en waarvoor de reeds gecomponeerde muziek zich uitstekend voor een tweede gebruik leende.

Gedurende eeuwen was het palazzo Ruspoli een must voor alle begoede Romereizigers, die vooral kwamen kijken naar de indrukwekkende statietrap. Deze fraaie trap, het absolute pronkstuk in dit gebouw, bestaat uit honderd treden die elk gekapt werden uit een marmerblok met een breedte van drie meter. Het geheel werd ontworpen door Martino Longhi de jongere (1602-1660) die ook de mooie Sant’ Antonio dei Portoghesi tekende.

Van deze trap, één van de mooiste in Rome, is een heel klein stukje te zien wanneer de poort open staat. De poort werd echter definitief gesloten nadat vóór de hoofdingang van palazzo Ruspoli prins Caetani werd vermoord. Enkele jaren geleden werd ze voor het eerst sinds lange tijd weer geopend, toen de nieuwe eigenaar op het gelijkvloers van het palazzo een kunstgalerij opende. Sindsdien kan je bij bepaalde tentoonstellingen en kunstexpo’s even een blik op de trap werpen en, indien je letterlijk stoute schoenen aantrekt, er zelfs even een klim op wagen.

Hortense Eugénie de Beauharnais (1783-1837), de stief- en schoondochter van Napoleon, en als gemalin van Lodewijk Napoleon koningin van Holland van 1806 tot 1810, was de dochter van keizerin Joséphine, de eerste echtgenote van Napoleon. Uit haar vroeger huwelijk met generaal De Beauharnais. Zij werd in 1802 aan Lodewijk Bonaparte uitgehuwelijkt. Uit dit zeer ongelukkige huwelijk werden drie zoons geboren.

Vanaf 1825 huurde Hortense de Beauharnais in palazzo Ruspoli een ruim appartement om er met haar twee zonen (eentje was inmiddels gestorven) de winter door te brengen. Ze was een charmante kletskous die alle pleziermakers van Rome in haar salon ontving. Haar jongste zoon, Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (1808-1873), de latere Napoleon III, maakte een einde aan dit luxe leventje. Hij raakte betrokken bij een republikeins complot en werd samen met zijn moeder uit de Pauselijke Staat verbannen. Later zouden de zaken natuurlijk grondig veranderen, toen hij zich na een geslaagde staatsgreep liet uitroepen tot keizer der Fransen.

ACHTERGROND – NAPOLEON III

Op 2 december 1851, de verjaardag van de keizerkroning van Napoleon I, vond met veel machtsvertoon en bloedvergieten een staatsgreep plaats. De door Karel Lodewijk ingestelde en benoemde Senaat herstelde daarop precies een jaar later het keizerrijk met hem, als keizer Napoleon III, als heerser. Hij zou keizer blijven tot 1870. Toen een verbintenis met een vorstendochter onmogelijk bleek, huwde hij in 1853 de Spaanse gravin Maria de Montijo y de Guzman (1826-1920).

Na de triomf van de in bondgenootschap met Groot-Brittannië gevoerde Krimoorlog (1853-1856) herinnerde een aanslag van de Italiaanse revolutionair Orsini (1858) hem wellicht aan het lidmaatschap (in zijn jeugd) van de Carbonari. Hij kwam de Italiaanse nationale beweging onder Cavour te hulp en voerde een oorlog tegen Oostenrijk met overwinningen bij Magenta en Solferino (1859), als beloning waarvoor Sardinië een jaar later Nizza (het huidige Nice) en Savoye aan Frankrijk moest afstaan.

Ook de koloniale en wereldpolitiek hadden zijn interesse, getuige zijn bemoeienissen met West-Afrika, Cochin-China, China en het mislukte avontuur in Mexico (1862-1867). Tussen 1859 en 1869 werd door een Franse onderneming ook het Suezkanaal gegraven. Zijn hulp aan de Italiaanse beweging vervreemdde hem echter van de reactionairen en de klerikalen, die uiteindelijk ook de Kerkelijke Staat in gevaar zagen komen.

Frankrijk raakte ook geïsoleerd in het buitenland: van het inmiddels tot stand gekomen koninkrijk Italië (zonder Rome) door steun aan de paus, en van Rusland door een poging tot interventie bij een Poolse opstand in 1863. De Luxemburgse kwestie, de diplomatieke beroering die in het najaar van 1866 ontstond over de politieke status van het Groothertogdom Luxemburg, dat sedert 1815 door de Nederlandse koningen werd geregeerd in personele unie met Nederland, zorgde voor een zware diplomatieke nederlaag tegenover het steeds sterker wordende Pruisen (1867).

Juist naar aanleiding hiervan begon zich een oorlogspartij onder de minister van Oorlog, Niël, op de strijd voor te bereiden, niet gesteund, maar wel te weinig gecontroleerd door de keizer. Deze werkte trouwens, gedwongen door binnenlandse onrust, serieus aan verdere liberalisering van het staatsbestel (1868). Om de oppositie de wind uit de zeilen te nemen, stelde hij het eerste parlementaire ministerie-Ollivier aan (1870), voerde een liberale grondwetswijzing door (1870) en liet de gewonnen goodwill peilen door een inderdaad zeer gunstig plebisciet: 7 tegen 1,5 miljoen stemmen.

Zijn stedenbouwkundige reconstructie van Parijs, uitgevoerd door Georges Haussmann, was niet alleen een keizerlijk prestige-object, maar was tevens bedoeld om door krotopruiming de barricadenoorlog te voorkomen. Inmiddels had de pas sedert mei in functie zijnde minister van Buitenlandse Zaken, Gramont, de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) onafwendbaar gemaakt na het beruchte Emser Depesche-telegram, dat de aanleiding werd voor de oorlog.

In 1859, 1865 en 1870 trad keizerin (Eugénie) Maria de Montijo tijdens de afwezigheid van de keizer als regentes op. De keizerin steunde de ultramontaanse krachten in Frankrijk en beïnvloedde Napoleons politiek ten aanzien van Italië, Mexico en Pruisen. Ultramontanen was de naam waarmee in de middeleeuwen de ‘aan de overzijde der bergen’ (de Alpen) wonende volken door de Italianen werden aangeduid. In de negentiende eeuw werd het woord door niet-katholieken in Noord-Europa gebruikt als scheldnaam voor katholieken. Dezen zouden ‘over de Alpen’, bij de paus, alle richtlijnen halen en de belangen van de eigen staat aan die van Rome ondergeschikt maken.

Na keizerin (Eugénie) Maria de Montijo vanaf 28 juli 1870 andermaal het regentschap te hebben opgedragen, verbleef de keizer als opperbevelhebber in Metz. Hij durfde de verantwoordelijkheid echter niet langer aan, en begaf zich op 14 augustus naar het leger van Mac-Mahon, waarmee hij op 2 september in krijgsgevangenschap raakte. Na zijn vrijlating op 19 maart 1871 trok hij zich als balling terug naar Engeland. Na de val van het keizerrijk in 1870 vestigde Maria de Montijo zich eveneens in Engeland. Uit het huwelijk tussen Napoleon III en Maria de Montijo werd in 1856 een zoon geboren. Haar zoon stierf kinderloos, nog vóór haar dood.

Fraaie fibula’s tentoongesteld in Leiden

Posted in Romenieuws on 20 februari 2017 by romenieuws

Fibula’s is de naam van een kleine tentoonstelling over het kledingaccessoire die archeologen het meest vinden: fibula’s. Met deze spelden werden kledingstukken dichtgemaakt, vooral mantels. De expo is nog tot 7 januari 2018 te bekijken in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. In de museumvitrines van de tentoonstellingsruimte (naast de vaste collectie Archeologie van Nederland, op de tweede verdieping) liggen bijna vierhonderd fibula’s. Het zijn vakkundig gemaakte en vaak prachtige voorwerpen. Ze vertellen veel over het leven en de mode in de oudheid en de Middeleeuwen.

Fibula’s kwamen in Nederland voor van de Bronstijd, rond 1000 v. Chr., tot circa 1000 na Chr. De tentoonstelling toont exemplaren uit alle periodes, afkomstig uit nederzettingen, begraafplaatsen en heiligdommen. Driekwart komt uit Nederland, de rest uit heel Europa. Fibula’s waren modegevoelig en hun vorm veranderde steeds. Mannen droegen altijd één mantelspeld, in de regel op de schouder. Vrouwen gebruikten vaak verschillende fibula’s om jurken, rokken en mantels te sluiten. De spelden werden massaal gesmeed of gegoten. Meestal werden ze gemaakt van brons, maar soms ook van edelmetaal. Veel fibula’s hebben de vorm van een dier of gebruiksvoorwerp, en sommige zijn voorzien van een tekst.

De oudste in Nederland gevonden spelden hebben twee grote schijven en heten daarom ‘brilfibula’. Maar het talrijkst in de meeste museumcollecties zijn de Romeinse fibula’s. Net vóór het begin van onze jaartelling kwamen Romeinse legers naar onze streken. In hun kielzog namen ze handelaars, handwerkslieden en hun families mee. Ze introduceerden veel nieuwe fibula-types waarvan vele exemplaren uiteindelijk in de bodem terechtkwamen.

De fibula’s die je kan zien op deze tentoonstelling komt uit de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden, maar ook uit de collectie van Museum Het Valkhof in Nijmegen. Daarnaast liggen er fibula’s uit verschillende privé-verzamelingen in de vitrines. De tentoonstelling Fibula’s is gemaakt in samenwerking met dr. Stijn Heeren, coördinator van het project Portable Antiquities of the Netherlands (PAN). Het project is in het najaar van 2016 gestart om alle metaalvondsten in kaart te brengen, met name voorwerpen die met metaaldetectoren gevonden zijn. Het is gebaseerd op het succesvolle Portable Antiquities Scheme (PAS) in Groot-Brittannië, dat heeft aangetoond dat metaalvondsten uit privécollecties het beeld van het voorkomen en de verspreiding van allerlei types voorwerpen behoorlijk kunnen veranderen.

Welkom op het 9de Italiaanse Vinofestival Leuven

Posted in Romenieuws on 17 februari 2017 by romenieuws

Op zaterdag 18 en zondag 19 februari 2017 vindt voor de negende keer het jaarlijkse Vinofestival van S.P.Q.R. plaats in de Seatsruimte van voetbalclub OHL Leuven, Eneco-stadion Den Dreef, Kardinaal Mercierlaan 46 in 3001 Heverlee. Zaterdag 18 februari kan je er terecht van 14 tot 20 uur, op zondag 19 februari van 14 tot 19 u.

Op deze niet-commerciële wijnproeversbeurs kunnen uitsluitend Italiaanse wijnen worden geproefd. Vijftien standhouders (het maximum toegelaten aantal) presenteren elk een vijftiental Italiaanse wijnen. Er is uiteraard keuze tussen bubbels, rosé, wit en rood. In het aanbod bevindt zich ook een stand met ‘Italian food’.

Het Italiaanse Vinofestival van S.P.Q.R. is het enige wijnevenement in ons land waarbij door verschillende leveranciers en invoerders uitsluitend Italiaanse wijnen worden aangeboden. De organisatie is in handen van S.P.Q.R., de vereniging van Romevrienden, die ondertussen vijftien jaar actief is.

Het is niet zo moeiljk om veel stands te presenteren en veel wijnen aan te bieden, maar S.P.Q.R. kiest zeer bewust voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. Daarom wordt het aantal standhouders bewust beperkt gehouden en mag elke deelnemer slechts een vijftiental wijnen presenteren. Op die manier kan elke bezoeker rekenen op persoonlijke uitleg, waarbij je op een rustige manier wat meer te weten kan komen over een bepaalde regio, druif of wijn.

Dit jaar wordt dit festival dus voor de negende keer georganiseerd. Er zijn drie nieuwe deelnemers. Standhouders die er al eerder waren brengen nieuwe ontdekkingen mee. Bezoekers kunnen ook weer terecht bij een proefstand met ‘Italian food’. Alle leden van S.P.Q.R. ontvangen op vertoon hun lidmaatschapskaart een exclusieve en nuttige S.P.Q.R.-gadget. Niet-leden kunnen deze ter plaatse aankopen zolang de voorraad strekt.

Zowel de particuliere wijnliefhebbers als mensen die beroepshalve bezig zijn met wijn (horeca, delicatessen, hotelscholen,…) zullen tijdens deze tweedaagse wijnhappening ongetwijfeld nuttige informatie kunnen vergaren en natuurlijk… veel proeven! De toegangsprijs bedraagt 8 euro, degustatieglas en degustatieboekje inbegrepen. Voor clubleden van S.P.Q.R. ligt op vertoon van hun lidmaatschapskaartje een leuk geschenkje klaar.

De belangstelling voor wijn is de jongste jaren alsmaar gegroeid en is vandaag groter dan ooit. Mensen ontdekken graag nieuwe producten maar S.P.Q.R. wil bezoekers vooral de mogelijkheid bieden meer te leren over allerlei aspecten van Italiaanse wijn en hen kennis laten maken met het enorme aanbod van dit immens rijke wijnland.

info@vinofestival.be
www.vinofestival.be