Eerbetoon aan Marcello Mastroianni met tentoonstelling in Ara Pacis

13 november 2018

In het Ara Pacis Museum in Rome is ter gelegenheid van het dertiende Filmfestival de tentoonstelling Marcello Mastroianni begonnen, waarbij met foto’s, video’s, filmaffiches, memorabilia en getuigenissen hulde wordt gebracht aan de beroemde Italiaanse filmacteur Marcello Mastroianni die in meer dan 160 films meespeelde. De tentoonstelling is te zien tot 17 februari 2019.

mastroianni

De sluwe blik van Mastroianni, zijn natuurlijke uitstraling en puurheid die voor talloze vrouwen een onweerstaanbaar sexy combinatie vormden, waren niet de enige succesfactoren van de Italiaanse acteur. Naast zijn onmiskenbaar fysieke talenten waren het vooral de mix van charisma, enige luiheid, humor en eenvoudig die van Marcello Mastroianni één van de grootste Italiaanse acteurs ooit maakte. En dan zijn stem…

In deze tentoonstelling maakt de bezoeker 22 jaar na de dood van de acteur opnieuw kennis met de beroemde filmacteur. Mastroianni vond vele jaren lang zijn weg va de ene set naar de andere. Onvergetelijke personages en scènes zoals die waarin hij Anita Ekberg in La Dolce Vita achternaloopt doorheen het klaterende water van de Trevifontein, maakten van hem een wereldbekend Italiaans icoon.

De tentoonstelling in het Ara Pacis Museum vertelt het verhaal van de artistieke reis die Marcello Mastroianni maakte. Hij speelde tussen de jaren ’40 en het einde van de jaren ’90 van vorige eeuw mee in meer dan honderdzestig films. Samen waren ze goed voor vele internationale onderscheidingen, drie Oscarnominaties als Beste Acteur, twee Golden Globes, acht Donatello Awards, twee Awards voor Beste Acteur op het Filmfestival van Cannes en twee keer de Volpi Cup op het filmfestival van Venetië.

Marcello Mastroianni heeft vanaf zijn figurantenrol in La marionetta van Carmine Gallone (1939) tot aan zijn rol in Voyage au début du monde, 1996) van Manoel de Oliveira een uiterst rijke filmcarrière weten op te bouwen. Hij maakte zijn filmdebuut in een Italiaanse versie van Les Misérables in 1948. Hij werd later één van de beroemdste filmsterren. Vooral in de jaren ’60 kende hij veel succes. Verschillende malen schitterde hij samen met Sophia Loren.

Mastroianni werd geboren op 28 september 1924 in Fontana Liri ten zuidoosten van Rome (provincie Frosinone). Hij had al in verschillende films gefigureerd, toen hij in 1947 als amateurtoneelspeler werd ontdekt door Luchino Visconti. Hij speelde toen in stukken van Tennessee Williams en Shakespeare.

Le Notti bianche (1957, naar Dostojewski) maakte hem beroemd en al snel volgden films zoals La dolce vita (1960), La notte (1961) en Otto e mezzo (1963). Mastroianni bleek de aangewezen vertolker van intellectuelen die gearriveerd zijn en bij wie maatschappelijk succes samengaat met falen in het privéleven.

Romantische of komische rollen in I soliti ignoti (1958), Divorzio all’Italiana (1962), Ieri, oggi, domani (1964), Casanova 70 (1965) en Gli amanti (1968) consolideerden zijn positie als Europa’s populairste acteur, terwijl hij daarnaast ook bleef spelen in artistiek ambitieuze films als L’uomo dai cinque palloncini (1965), Lo straniero (1967), Leo the last (1969), I girasoli (1969), Una giornata particolare (1977), Storia di piera (1982) en Enrico IV (1984).

Mastroianni speelde in meer dan 160 films; zes maal onder regie van Federico Fellini, vijf maal onder regie van Vittorio De Sica; zeven maal met Marco Ferreri en Mario Monicelli en negen maal met Ettore Scola. Tot aan Used People (1992) sloeg hij alle aanbiedingen van Hollywood af, maar hij filmde wel in Frankrijk, Rusland, Griekenland, Brazilië en Portugal.

Marcello Mastroianni kreeg Oscar-nominaties voor Divorzio all’italiana, Una giornata particolare en Oci Ciornie. Hij werd in Cannes onderscheiden voor Dramma della gelosia (1970) en Oci Ciornie. Vlak voor zijn dood vertrouwde hij zijn herinneringen aan de camera toe voor de portretdocumentaire Mi ricordo, si mi ricordo (1977). Tot in zijn laatste levensjaar bleef hij ook het theater trouw. In 1966 richtte hij de productiemaatschappij Master-films op.

Enkele bekende films met Marcello Mastroianni:

L’assassino (1960); Vie privée (1961); I compagni (1963); Matrimonio all’italiano (1964); Salut l’artiste (1973); La grande bouffe (1973); C’eravamo tanto amati (1974); Allonsanfàn (1974); Ciao maschio (1977); Mogliamente (1977); La città delle donne (1979); La terrazza (1980); La pelle (1980); La nuit de Varennes (1982); Gabriella (1983); Maccheroni (1985); Ginger e Fred (1986); L’Apiculteur (1987); Oci Ciornie (1987); Intervista (1987); Che ora è? (1989); Cinema Paradiso (1989); Stanno tutti bene (1990); To metero vima to pelagou (1991); De eso se no habla (1993); Used people (1993); Un deux trois soleil (1993); Prêt-à-porter (1994); Sostiene Pereira (1995); Trois vies et une seule mort (1995) en Voyage au début du monde (1996).

Marcello Mastroianni
Ara Pacis Museum
Tot 17 februari

Praktische informatie

Online tickets

Maquette van het oude Rome wordt gerestaureerd in Brussel

12 november 2018

Vanaf volgend schooljaar wacht bezoekers aan de maquette van het oude Rome in het Museum Kunst & Geschiedenis in het Jubelpark in Brussel een interactieve en meeslepende ervaring. Een nieuwe klank- en lichtinstallatie zal de maquette veel beter tot haar recht laten komen. Er worden ook nieuwe technologieën zoals 3D-animatie, apps en virtual reality ingezet. De restauratie is zopas begonnen met de schoonmaak van de maquette. De eigenlijke restauratie zal acht maanden duren en wordt gefinancierd door het Fonds Alexis Liénard, beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Het Fonds, opgericht in 2014, wil bijdragen aan een kwaliteitsvol onderwijs van het Grieks en het Latijn in België.

maquette
De maquette van het oude Rome zoals de stad eruitzag omstreeks de vierde eeuw is één van de sleutelwerken van de afdeling Klassieke Oudheid in het Museum Kunst & Geschiedenis waaraan zich jaarlijks tienduizenden bezoekers uit de hele wereld komen vergapen. Het Fonds Alexis Liénard wil dit belangrijke stuk erfgoed en dit uitzonderlijk pedagogisch instrument in ere herstellen. De voornaamte ingreep is de restauratie van de klank- en lichtinstallatie van de maquette.

De maquette zelf is echter ook een zeldzaam stuk erfgoed. De Franse architect Paul Bigot (1870-1942) maakte vier versies van de maquette, waarvan enkel zijn originele werkmodel (momenteel in bewaring bij de universiteit van Caen, Normandië) en het exemplaar in het Jubelpark van Brussel bewaard bleven. In de kelders van het Instituut voor Kunst en Archeologie van Parijs bevindt zich wel nog een bronzen en niet helemaal afgewerkte kopie. De Brusselse maquette is de enige die ingekleurd is en tentoongesteld wordt in een groot nationaal museum. Dit schaalmodel op 1/400ste meet 11 x 4 m en vormt het hoogtepunt van elk schoolbezoek aan het Museum Kunst & Geschiedenis. De maquette heeft een grote pedagogische meerwaarde voor scholieren, studenten architectuur en archeologen.

Hoewel ze opmerkelijk goed bewaard bleef, werd het toch hoog tijd om dit schaalmodel en dan vooral de geluids- en lichtinstallatie te restaureren. Ook de verlichting en het projectiesysteem zullen een volledige transformatie ondergaan, met de integratie van nieuwe technologieën. Zo komt het museum tegemoet aan de verwachtingen van een publiek dat leeft op een dieet van technologische snufjes, met interactieve ervaringen gebaseerd op film, apps en 3D-animaties over de stadsplanning van het oude Rome en de recentste spectaculaire archeologische ontdekkingen. De kostprijs van het restauratieproject wordt geschat op 200.000 euro.

Vooraleer de eigenlijke restauratie kan beginnen, is eerst een scan nodig. Daarvoor moet de maquette schoongemaakt worden. Voor deze poetsbeurt die momenteel aan de gang is, werden aan weerszijden van de maquette twee stellingen geplaatst, overbrugd met een plank op een halve meter boven de maquette. Gelegen op deze plank maken de restaurateurs de maquette tot in de kleinste hoekjes schoon met een borsteltje. Na de schoonmaak volgt de scan. De restauratie zelf begint eind dit jaar en zal ongveer acht maanden duren. Verschillende experts zullen de maquette tijdens deze periode uitgebreid bestuderen.

Paul Bigot studeerde in Parijs architectuur aan de Ecole Nationale Supérieure des Beaux-Arts. In 1900 won hij de Prix de Rome voor architectuur en kwam hij terecht in de Villa Medici op de Pincioheuvel in Rome, niet ver van de Spaanse Trappen. Sinds 1803 bevindt zich hier een vestiging van de Franse Academie. Jonge Franse kunstenaars die de Prix de Rome winnen mogen er enkele maanden verblijven. Sinds 1968 worden er behalve beeldende kunstenaars ook andere cultuurdragers gehuisvest zoals schrijvers, archeologen en zelfs koks.

Terwijl Paul Bigot resideerde in de Villa Medici, presenteerde hij een schaalmodel van het grootste bekende gebouw van de Romeinen, het Circus Maximus. Dat werk genoot veel bijval. Daarna maakte hij een evocatie van heel Rome. In 1908 kreeg Bigot het voorstel om zijn grote reliëfkaart te presenteren in de sectie Archeologie op de Internationale Tentoonstelling van Rome die in 1911 zou plaatsvinden.

Bigot was daar aanvankelijk niet erg voor te vinden omdat zijn maquette nog lang niet klaar was, maar uiteindelijk werd ze, nog steeds in behoorlijk ‘ruwe vorm’ toch voorgesteld in het Museo Nazionale Romano – Terme di Diocleziano. Het werk werd zeer goed ontvangen in de archeologische wereld. De commentaren waren lovend en motiveerden Bigot om de daaropvolgende jaren nu en dan voort te werken aan zijn monumentale maquette.

In 1925 werd Paul Bigot benoemd tot professor aan de Ecole Nationale Supérieure des Beaux-Arts in Parijs. Vijf jaar later liet hij aan de Rue Michelet in Parijs een huis bouwen met de bedoeling om er een Instituut voor Kunst en Archeologie (L’Institut d’art et d’archéologie) te openen. Op de vierde verdieping werd een grote ruimte voorbehouden om zijn inmiddels erg grote maquette van Rome te installeren. Ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 werd het reliëf nog eens getoond aan het publiek in het Palais de Chaillot, dat door Bigot speciaal voor de Wereldexpo was ontworpen.

In die periode besliste Bigot ook om een aantal wijzigingen aan zijn maquette aan te brengen. Er waren ondertussen immers heel wat nieuwe archeologische ontdekkingen gebeurd in Rome waarvan verschillende belangrijke gebouwen zeker een plaatsje moesten krijgen op de maquette. Samen met de wijzigingen wilde Bigot zijn maquette ook herbouwen in een veel duurzamer materiaal waarbij voor brons werd gekozen. Het prestigieuze project valt echter stil door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de dood van Paul Bigot in 1942. Onder impuls van architect Henry Lacoste werd één van Bigot’s maquettes vlak na de Tweede Wereldoorlog door het Brusselse museum verworven.

De maquette van Paul Bigot in het Brusselse museum is niet te verwarren met de grote maquette (Il Plastico) die sinds 1955 wordt bewaard in het Museo della Civiltà Romana in Rome, waar ze één van de belangrijkste bezienswaardigheden is. Ze is gemaakt uit gips en heeft een doorsnede van meer dan 18 m. Deze maquette werd in opdracht van Benito Mussolini gebouwd tussen 1933 en 1937 door de archeoloog en architect Italo Gismondi (1887-1974). Gismondi werkte echter tot 1971 aan uitbreidingen en correcties naar aanleiding van alsmaar nieuwe inzichten, waardoor de kaart van het oude Rome regelmatig moest worden bijgesteld.

Uiteindelijk bereikte de maquette de omvang van de gehele stad binnen de Aureliaanse Muur. Tussen 1990 en 1991 werd de Romeinse maquette gerestaureerd. Foto’s van de maquette worden regelmatig gebruikt in folders en boeken om een beeld te geven van hoe het oude Rome eruitzag. In Romeinse winkels en kiosken zijn ook mooie posters te koop met afbeeldingen van (een stuk van) de maquette.

De maquette van Gismondi is gebouwd op een schaal van 1:250 en heeft daarmee dezelfde afmetingen als de Forma Urbis Romae, de grote marmeren stadskaart van Rome uit het begin van de derde eeuw. De maquette in Rome is echter gebaseerd op een topografische atlas van het oude Rome van Rodolfo Lanciani (1845-1929) die eveneens Forma Urbis Romae heet en werd gepubliceerd in 1901. De maquette beeldt de stad uit aan het begin van de vierde eeuw na Chr., de tijd van keizer Constantijn de Grote (306-337), toen Rome zijn grootste omvang bereikt had. Vrijwel alle beroemde antieke monumenten stonden toen nog overeind en de bouw van de grote christelijke basilieken en kerken was nog niet begonnen.

Vaticaan kiest dit jaar voor zandsculptuur als kerststal

11 november 2018

Het Vaticaan laat dit jaar op het Sint-Pietersplein een bijzondere kerststal bouwen. Vanaf 7 december wordt naast de grote kerstboom vóór de Sint-Pietersbasiliek een zandsculptuur van het traditionele kersttafereel gerealiseerd. Die zal fungeren als kerststal. Zandkunstenaar Rich Verano uit Florida, die zich de voorbije veertig jaar specialiseerde in prachtige zandsculpturen, leidt een internationaal team van elf kunstenaars dat vandaag in Rome al is begonnen met de voorbereidingen voor het tafereel dat gesneden wordt uit grote, samengeperste zandblokken.

De plaatsing van deze zeer speciale kerststal is een idee van de burgemeester van Jesolo (regio Veneto), een kuststadje in het noorden van Italiê dat sinds 1998 vooral bekend is om het jaarlijkse zandsculpturenfestival. Hij contacteerde een jaar geleden patriarch Francesco Moraglia van Venetië, die op zijn beurt het voorstel in Rome ter sprake bracht. Met een positief resultaat dus.

Er is slechts één probleem: de kerststal wordt weliswaar vervaardigd met speciaal zand en is bestand tegen lichte regen. Maar bij stormachtig weer of hevige regenval dreigt het tijdelijke bouwwerk gewoon af te brokkelen en te verdwijnen. De kerstboom en de kerststal blijven in principe tot de eerste zondag na Driekoningen op het Sint-Pietersplein staan. Of dat zal lukken is met het wispelturige eindejaarsweer in Rome nog af te wachten.

Italiaanse regering overleeft vertrouwensstemming

11 november 2018

De Italiaanse regering heeft deze week een vertrouwensstemming in de Senaat overleefd en zo de weg vrijgemaakt voor een strenge migratiewet. Vooral vicepremier Matteo Salvini van de extreemrechtse partij Lega drong aan op een snelle goedkeuring van die wet. Maar de coalitiepartner, de MoVimento 5 Stelle (M5S) of de Vijfsterrenbeweging, ontstond weerstand tegen de standpunten van Salvini. Daarom kwam het tot een vertrouwensstemming.  Uiteindelijk kreeg de regering nog vlotjes het vertrouwen. Slechts vijf senatoren van de Vijfsterrenbeweging onthielden zich van de stemming.

Volgens Salvini is er helemaal geen probleem in de regeringscoalitie. Of Lega en de M5S effectief vijf jaar lang zullen regeren wordt volgende week weer op de proef gesteld. Dinsdag moet Italië een nieuwe begroting voorleggen aan de Europese Commissie. Een eerder ontwerp voldeed niet aan de Europese criteria. De Italiaanse regering weigert haar plannen voorlopig aan te passen, ondanks de toenemende druk van Brussel.

Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) zou de Italiaanse minister van Financiën, Giovanni Tria, hebben gewaarschuwd dat de Italiaanse regering wegens de hoge overheidsschuld en de lage economische groei meer inspanningen moet leveren dan de Europese regels voorschrijven. Voorlopig laat Tria zich niet van zijn stuk brengen en blijft hij bij het officiële standpunt dat de Italiaanse begroting niet wordt aangepast. Als Rome de begroting niet aanpast, kan de Europese Commissie sancties nemen. Europa kan zelfs een procedure wegens overmatige schuld in gang zetten.

Burgemeester van Rome vrijgesproken in corruptiezaak

11 november 2018

Virginia Raggi, de burgemeester van Rome, is vrijgesproken van het afleggen van een valse verklaring in een corruptiezaak. Daardoor kan ze aanblijven als burgemeester en is een crisis in de regeringspartij de MoVimento 5 Stelle (M5S) of de Vijfsterrenbeweging warvan Raggi één van de boegbeelden is, voorlopig afgewend.

Raggi werd in 2016 verkozen als de eerste vrouwelijke burgemeester van Rome. Eén van de speerpunten van haar partij is de aanpak van corruptie en de wijd verspreidde vriendjespolitiek. Maar een half jaar na haar aantreden begon de Italiaanse justitie een onderzoek naar mogelijk machtsmisbruik door Raggi. De zaak draaide om de benoeming van de directeur van Turismo Roma. Dat was de broer van een voormalige adviseur van Raggi, tevens haar vertrouweling.

Het onderzoek richtte zich op de rol van Raggi bij deze benoeming. Volgens de openbaar aanklager heeft de burgemeester daarover gelogen, maar de rechter was het daar niet mee eens. Indien Raggi zou veroordeeld zijn, had ze in principe moeten opstappen als burgemeester. De ethische code van de Vijfsterrenbeweging schrijft namelijk voor dat partijgenoten die veroordeeld worden vanwege corruptie al hun openbare functies moeten opgeven.

Het wordt te druk in de Vaticaanse Musea

10 november 2018

Zoals begin juli gemeld wordt momenteel gebouwd aan een tweede ingang voor de Vaticaanse Musea. Die moet het alsmaar toenemende aantal bezoekers helpen kanaliseren. Het Vaticaan denkt er nu ook aan een bezoekerslimiet in te stellen voor de wereldberoemde musea die alsmaar meer bezoekers te verwerken krijgen. Vooral de Sixtijnse Kapel kreunt op piekdagen onder een bezoekersaantal van meer dan 30.000 mensen. Met dat aantal is overigens ook de veiligheidslimiet bereikt.

De Vaticaanse Musea bestaan uit in totaal 54 galerijen met vele duizenden kunstschatten. Meer dan zes miljoen bezoekers trekken elk jaar naar het Vaticaan om er de gebouwen en kunstvoorwerpen te bewonderen. De grootste attractie is ongetwijfeld de Sixtijnse Kapel, die dagelijks een gemiddelde van zowat 25.000 bezoekers te verwerken krijgt. Een vaste limiet op het aantal bezoekers voor de Vaticaanse Musea werd tot dusver nog niet gesteld.

Verschillende media meldden de voorbije dagen dat een aantal museumgidsen daar wel om vragen. Anonieme gidsen getuigen over de voorbije warme zomermaanden, waarin museumbezoekers flauw vielen of het benauwd kregen in de uitgestrekte gangen van het museum. In de Vaticaanse Musea is vrijwel nergens airconditioning aanwezig. De Sixtijnse Kapel en enkele andere kamers met waardevolle fresco’s zijn wel uitgerust met een klimaatregelingsysteem.

Kunsthistorica Barbara Jatta, die op 20 december 2016 door paus Franciscus werd benoemd tot directrice en verantwoordelijke van de Vaticaanse Musea (in opvolging van Antonio Paolucci), verklaart dat wordt gewerkt aan een limiet die het aantal bezoekers beperkt. Die maatregel zou ingaan in de loop van 2019. Hoe hoog het maximale dagelijkse aantal bezoekers zou mogen zijn, is nog niet bekend. Een Spaanse firma onderzoekt momenteel het ook het huidige ticketsysteem. Naast de voormelde tweede ingang komen er mogelijk ook langere openingsuren.

In een repliek op de klachten van sommige gidsen vraagt Jatta dat gidsen hun klanten ook eens naar de minder drukke delen van de musea zouden meenemen. Naast de grote blikvangers heeft het museum immers nog oneindig veel meer te bieden. Maar vele toeristen zijn daarin niet geïnteresseerd. Zij willen enkel de grote blikvangers bezoeken. De Vaticaanse musea brengen elk jaar na aftrek van alle kosten ongeveer 100 miljoen euro op. De helft daarvan gaat rechtstreeks naar de Vaticaanse staat.

De massa vermijden?

Breng een virtueel bezoek aan de Sixtijnse kapel.

Nederlandse ambassade in Rome zoekt receptionist/vertaler

10 november 2018

De Nederlandse ambassade in Rome zoekt een receptionist/vertaler voor de afdeling interne en consulaire zaken. Het betreft een tijdelijke functie van 1 jaar. Het gaat om een 38-urige werkweek met een bruto maandsalaris tussen de 2.082 en de 3.123 euro (schaal 5).

De job omvat typische receptiewerkzaamheden, zoals het ontvangen, het te woord staan en het doorverwijzen van bezoekers, maar ook beveiligingstaken, het registreren van bezoekers en het beheer van de telefooncentrale en van de keukens.  Vertaalwerkzaamheden (van het Nederlands naar het Italiaans en omgekeerd) gebeuren bij de consulaire afdeling, bij diverse administratieve en financiële taken en als tolk.

Bij de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Rome werken ongeveer 35 mensen. De post heeft een beleidsafdeling, een aantal vak-attaché-afdelingen en een afdeling Interne en Consulaire Zaken, met als hoofd de operationeel manager.

De kandidaat beschikt over een diploma Nederlands – Italiaanse tolk/vertaler en heeft minimaal twee jaar aantoonbare relevante ervaring in een vergelijkbare organisatie. Het Nederlands en Italiaans dienen vloeiend te zijn, zowel schriftelijk als mondeling, met Italiaans als moedertaal. Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid in het Italiaans dient aantoonbaar van het hoogste niveau te zijn. Een goede kennis van de Engelse taal strekt tot aanbeveling. Representativiteit en klantvriendelijkheid zijn belangrijk, evenals stressbestendigheid, gevoel voor veiligheid en integriteit, administratieve vaardigheden en gevoel voor verhoudingen en protocol.

Geïnteresseerden kunnen per e-mail een sollicitatiebrief met cv te sturen naar operationeel manager Natalie van Harn: natalie-van.harn@minbuza.nl.

Villino Hüffer in Rome opent in 2021 als museum

9 november 2018

In Villino Hüffer aan de Via Nazionale 191 in Rome is tijdens restauratiewerken een kunstwerk ontdekt van de futuristische schilder Giacomo Balla (1871-1958). De muurschildering is ongeveer 80 m² groot. De kunstenaar maakte ze toen hier in de jaren ’20 van de vorige eeuw de bekende jazz- en nachtclub Bal Tic Tac was gevestigd. Sinds 2001 is het gebouw eigendom van de Banca d’Italia die hier haar historische archief bewaart. De bank wil in 2021 in Villino Hüffer een gloednieuw museum openen.

hufferSimulatiebeeld: Studio Muzi & Associati

Over wat daar precies zal te zien zijn houden alle betrokkenen momenteel de lippen nog verzegeld. Het was zelfs helemaal niet de bedoeling dat het nieuws over het nieuwe museum nu al uitlekte, maar de ontdekking van Giacomo Balla’s muurschildering heeft opnieuw de aandacht van de media en het publiek op Villino Hüffer en de stilaan voltooide restauratiewerkzaamheden gevestigd.

Wel kon achterhaald worden dat het Romeinse ingenieursbureau Studio Muzi & Associati vorig jaar de opdracht binnenhaalde voor het ontwerp, de inrichting, de invulling en de algemene design voor het toekomstige museum en de bijhorende tuin (zie simulatiebeelden hieronder). Ook het architectenteam aan de Via di Monserrato blijft discreet over de toekomstplannen van hun klant Banca d’Italia.

Het archief van de bank dat nu al in Villino Hüffer wordt bewaard, bevat belangrijke documenten over de geschiedenis van de vroegere Italiaanse lire en over de Italiaanse economische geschiedenis in het algemeen. Aan het archief is ook een uitgebreide bibliotheek verbonden. Het archief werd in 2009 bekroond met de Europese prijs voor het best bewaarde bedrijfsarchief. De kans is behoorlijk groot dat de bank iets met die collectie gaat doen en hier in 2021 een museum over de geschiedenis van de Italiaanse munt opent. Maar voorlopig blijft dat dus afwachten.

Nadat nachtclub Bal Tic Tac de deuren sloot kreeg het pand een commerciële bestemming. Kunstkenners waren wel op de hoogte van het bestaan van de muurschildering, maar dachten dat het kunstwerk in de loop der jaren verloren was gegaan. Het zat echter verstopt achter houten panelen, een vals plafond en een laag verf. De ontdekte muurschildering van Giacomo Balla wordt momenteel gerestaureerd en volledig in ere hersteld. Ze zal na de openstelling van het gebouw ook door het publiek kunnen bezichtigd worden.

De fraaie neoklassieke villa werd ontworpen door de Franse architect Jules Antoine François Auguste Pellechet (1829-1903) en werd tussen 1880 en 1883 gebouwd voor de schatrijke Duitse zakenman Wilhelm Hüffer (1821-1895). Hüffer verdiende zijn fortuin met de invoer van Cubaanse sigaren en textielhandel. Omstreeks 1850 verwierf hij zelfs het monopolie voor de tabaksinvoer in Frankrijk. In 1870, toen de Frans-Pruisische oorlog begon, besliste de zakenman om zijn activiteiten in Duitsland op te doeken en naar Rome te verhuizen.

Hüffer vestigde zich aanvankelijk in Palazzo Borghese en wist zich met zijn vele geld gemakkelijk een plaatsje te verwerven bij de high society van Rome. Hij slaagde er zelfs in om zich de titel van baron te laten toekennen. In 1879 voelde Hüffer zich inmiddels goed thuis in Rome en kocht hij een stuk grond langs de toen pas aangelegde Via Nazionale. Daar liet hij door Jules Pellechet een eigen woning bouwen naar waar hij in 1883 verhuisde. De bouw van de nieuwe villa droeg ook bij tot de ontwikkeling van de aangrenzende gebieden, waaronder de tuinen van Palazzo del Quirinale, vandaag het presidentiële paleis.

Villino Hüffer is van de straat gescheiden door een groot smeedijzeren hek met de initialen WH en een binnenplaats met palmbomen. Pellechet ontwierp een gevel die eerder doet denken aan Parijs dan aan Rome. Het rechthoekige gebouw is verdeeld over drie verdiepingen in elegante en sobere renaissance-vormen. De begane grond bestaat uit een reeks gebogen toegangspoorten.

De eerste verdieping, met Franse hoge ramen, deed dienst als woonkamer. De drie centrale vensters worden gemarkeerd door Korinthische kolommen. De tweede verdieping is minder lang en heeft rechthoekige ramen. Het bovenste dakgedeelte is typisch Italiaans: helemaal plat en niet schuin aflopend. De binnenzijde van het gebouw ziet eruit als een groot atrium dat vooral opvalt door het veelvuldige gebruik van tweekleurig marmer, Toscaanse zuilen en prachtige bas-reliëfs. Het interieur van het gebouw lijkt op een decor voor de eerste acte van La Traviata door Giuseppe Verdi en is bijzonder luxueus uitgevoerd.

De Italiaanse schrijver, dichter en politicus Gabriele d’Annunzio sprak altijd vol lof over het gebouw vanwege de elegantie en het comfort van de kamers. In het algemeen is men er in de loop der jaren in geslaagd om de originele structuur en de decoratieve elementen van het gebouw uitstekend te behouden. Een trap, vanaf boven verlicht door een groot dakraam van ijzer en glas, leidt naar de hoofdverdieping. Rond de centrale ruimte (vroeger de balzaal), bevinden zich verschillende ruimtes waar de familie Hüffer destijds recepties en banketten organiseerde. Andere kamers dienden als rookruimte, biljartkamer, ontvangstsalon en badkamer.

Aan de muren van de woonkamer hangen schilderijen van Annibale Brugnoli (1843-1915), één van de meest gewaardeerde Perugiaanse frescoschilders van zijn tijd en die beroemd werd omwille van zijn mythologische, historische en muzikale onderwerpen. Dezelde kunstenaar schilderde in Villino Hüffer ook de allegorie van Flora in het midden van het rijkelijk versierde stucplafond. Brugnoli had in 1880 de prachtige frescoschilderingen voor de koepel van het Teatro dell’Opera di Roma (toen nog Teatro Costanzi) gemaakt en Wilhelm Hüffer was daar zo van onder de indruk dat hij zijn eigen woning ook door Annibale Brugnoli liet verfraaien.

De oorspronkelijke gebeeldhouwde decoraties en plafonds, geïnspireerd op zowel de oudheid als de renaissance bleven eveneens behouden. Het geheel doet denken aan de loge van Palazzo Borghese, waar Hüffer aan het begin van zijn verblijf in Rome een tijdlang woonde. De man vond dit wellicht zo mooi dat hij zijn architect een soortgelijke ruimte liet ontwerpen.

Wilhelm Hüffer was ondanks zijn enorme rijkdom ook begaan met kunst en sociale werken. Zo bekostigde hij in Rome een restauratiebeurt van de Trevifontein, iets wat rijke ondernemers vandaag nog altijd doen. In 1889 stichtte hij in zijn geboortestad Münster het Höfferstiftung-orthopedisch ziekenhuis.

Villino Hüffer (ook weleens Villa Huffero of Villino Huffero geheten) wordt beheerd door het Fondo Ambiente Italiano (FAI), een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk en kan op afspraak (gedeeltelijk) worden bezocht voor zover dit de restauratiewerkzaamheden niet hindert. Omdat die in hun laatste fase verkeren is een bezoek aan het gebouw momenteel niet altijd mogelijk.

De in Turijn geboren Italiaanse schilder Giacomo Balla, een autodidact, bracht in 1900 enkele maanden in Parijs door waar hij onder de invloed kwam van impressionisme en neo-impressionisme. Daarna maakte hij in Rome kennis met de schrijver (Emilio) Filippo Tommaso Marinetti en de schilders Umberto Boccioni en Gino Severini die hem overtuigden van de kracht van het futurisme. Balla behoorde tot de ondertekenaars van het Futuristisch manifest (1910).

Balla’s Hond aan de riem (1912, Museum of Modern Art, New York) is één van de eerste karakteristieke voorbeelden van de futuristische schilderkunst, waarin de in de tijd achtereenvolgende bewegingsfasen door elkaar overlappende beelden tegelijkertijd worden weergegeven. Na enkele jaren keerde Balla zich echter meer en meer van het futurisme af en hoewel hij bij tijd en wijle nog wel figuratieve stukken schilderde is het grootste deel van zijn oeuvre geheel of half abstract. Zijn werk bevindt zich voornamelijk in particulier bezit.

Een deel van de ontdekte muurschildering van Giacomo Balla, waarover je hier een filmpje kan zien.

De geheimen van de Crypta Balbi in Rome

9 november 2018

Op woensdag 21 november 2018 om 20 u. geeft Guido Cuyt een gratis lezing met als thema De geheimen van de Crypta Balbi in Rome. Speciaal voor deze lezing brengt de spreker een maquette op schaal 1:250 mee die de hij zelf construeerde. Ze toont de eigenlijke Crypta Balbi, het theater van Balbus, de tempel van Vulcanus, de Porticus Minucia Frumentaria, met daarin de tempel van de Nimfen. De lezing heeft plaats in de UA-Stadscampus, Rodestraat 14 in  Antwerpen en wordt georganiseerd door de AVRA in samenwerking met de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen.

De Crypta Balbi in Rome is een zuilengang van Balbus uit de tijd van Augustus, verbonden aan het gelijknamige theater. Lange tijd was men niet zeker over de exacte ligging van het complex. Maar een kritische studie van de Forma Urbis, het marmeren stadsplan van Rome uit circa 200 na Chr. heeft omstreeks 1960 duidelijkheid gebracht. Dit leidde ook tot het ‘herschikken’ van een hele reeks gebouwen op het Marsveld, zoals het Circus Flaminius en de tempel van Bellona. Maar we weten nu ook dat de Porticus Minucia Frumentaria, de zuilengang die bestemd was voor de graanuitdelingen, vlak naast de Crypta Balbi lag.

Opgravingen die sinds 1981 gebeurden hebben een aantal geheimen van de Crypta Balbi opgehelderd. Archeologen hebben nu een duidelijk beeld van de overgangsperiode van de late oudheid naar de vroege middeleeuwen, een periode waarvoor men voorheen geen interesse had. Op de site is een modern archeologisch museum gebouwd, één van de mooiste in zijn soort.

Muntschat van Roksem naar Romeins museum Oudenburg

8 november 2018

Het Romeins Archeologisch Museum van Oudenburg, dat dit jaar zijn tiende verjaardag vierde, kreeg alsnog een mooi verjaardagsgeschenk: de beroemde (en soms beruchte) Romeinse muntschat van Roksem. Die werd bij toeval ontdekt in 1970, in een lading zand afkomstig van de uitzandingswerken op de plaats Hoge Dijken, meer bepaald op een stuk land tussen de Roksemput en de Brugsesteenweg. Het zand werd gebruikt voor een bouwplaats in Stene. De schat bevond zich tot voor kort in privé-bezit in Oostkamp, tezamen met de pot waarin hij oorspronkelijk was geborgen. De pot is vervaardigd uit gewoon grijs aardewerk. Het is eigenlijk een drinkbeker, op de bolle buik versierd met een rolstempel. De beker was bij de vondst gebroken en kon slechts gedeeltelijk worden gerecupereerd.

In 1995 werd de muntschat al eens ontleend uit een Oostendse privéverzameling voor de tentoonstelling Licht in de middeleeuwen. 1250 jaar Roksem en de kerstening in westelijk Vlaanderen. Nadien verdween die opnieuw in een bankkluis en vervolgens in privéverzamelingen. Dankzij toevallige contacten, gevolgd door intense, ‘geheime’ maar aangename gesprekken, anonieme sponsoring en financiële steun van de Erfgoedkring 8460 Oudenburg komt deze schat nu definitief toe aan de stad Oudenburg. Hij werd eergisteren tijdens een kleine plechtigheid overhandigd.

Enkele Vlaamse instellingen, zoals het Gallo-Romeins Museum in Tongeren en het Provinciaal Archeologisch Museum in Velzeke, evenals het Koninklijk Museum voor Kunst & Geschiedenis in Brussel, pronken terecht met een gelijkaardige muntschat. De muntschat van Roksem stond al enkele keren in de belangstelling, maar was zelden te zien. Straks kan iedereen dit Roksemse pronkstuk, bestaande uit een vijftigtal bronzen en zilveren munten en de bijhorende foedraal in eenvoudig Romeins aardewerk, in het RAM komen bewonderen en dromen over de historische achtergrond ervan.

De Romeinse muntschat  bestaat uit 49 munten, waaronder 38 sestertii (brons) en 11 denarii (zilver). De munten werden geslagen tijdens de eerste drie eeuwen van onze tijdrekening, onder twaalf verschillende keizers. De vroegste munten zijn van keizer Vespasianus (69-79 na Chr.), de jongste van Balbinus (238 na Chr.). De 38 bronzen munten zijn de oudste en werden geslagen vanaf de regering van keizer Vespasianus (69-79 na Chr.) tot deze van Commodus (180-193 na Chr.). De zilvermunten zijn de jongste en werden geslagen vanaf de regering van keizer Commodus (180-193 na Chr.) tot deze van Balbinus (238 na Chr.).

De muntschat van Roksem is een mooi voorbeeld van een depot dat bij de monetaire hervorming van 238 na Chr. werd afgesloten. In 238 na Chr. stopte Gordianus III met de muntslag van de denarius, dit ter ondersteuning van de antoninianus, die van dan af massaal werd aangemunt. Dit had tot gevolg dat de sterkere denarius werd hersmolten of massaal werd opgepot en als ‘appeltje voor de dorst’ werd bewaard.

De echte reden voor het verstoppen van de schat is onbekend. Het enige wat met zekerheid geweten is, is dat de schat nà het jaar 238 aan de grond werd toevertrouwd. Er zijn weinig of geen redenen om aan te nemen dat zich in het jaar 238 na Chr., of tijdens de jaren kort daarop, in het kustgebied catastrofale gebeurtenissen hebben afgespeeld. De regio was nog in volle economische expansie. Dit blijkt duidelijk uit de opgravingen in Oudenburg waar de archeologie een nederzetting in volle bloei toont.

Vanaf het midden van de derde eeuw zou het tij echter keren. De periode van keizer Gallienus (253-268) en de tegenkeizer Postumus (260-269) kunnen als de meest dramatische uit de derde eeuw worden omschreven. Het kustgebied werd toen immers getroffen door twee catastrofes: de invallen van Germaanse plunderaars vanuit de Noordzee en het begin van een vernatting van het kustgebied wat economische implicaties had zoals de teloorgang van de zoutwinning en de schapenteelt.

Tijdens deze bewogen tijden werden tal van muntschatten aan de grond toevertrouwd, waarvan de eigenaar nooit meer opdaagde. De muntschat van Roksem is daarom een treffende getuigenis van één van de meest dramatische periodes uit de Romeinse geschiedenis van onze streken. Em. prof. dr. Hugo Thoen lanceerde nog niet zo lang geleden een nieuwe theorie. De periode van het wegsteken van de schat valt samen met periodes van verhoogde activiteiten in het Romeinse fort van Oudenburg. De hiermee gepaard gaande troepenverplaatsingen zouden weleens de oorzaak kunnen geweest zijn voor het verstoppen van de muntschat.