Derde elektrische buslijn voor Rome

22 oktober 2020

De elektrische minibusjes die Rome sinds enkele jaren inzet, en die intussen al aan de tweede generatie toe zijn, vormen een gemakkelijke en snelle manier om je tussen bepaalde zones in het historische centrum te verplaatsen. Sinds half oktober verzorgen de elektrische busjes met lijn 100 een nieuwe en derde route in de stad.

elekbus(1)

De andere lijnen waar elektrische busjes worden ingezet zijn de 119 (actief in de zone Tridente met eindpunt op Piazza Venezia) en lijn 117, die de verbinding maakt tussen Piazza San Giovanni in Laterano en Largo Chigi.

De nieuwe route werd bepaald na samenspraak tussen de Romeinse vervoermaatschappij ATAC en het stadsbestuur. Er werd vooral rekening gehouden met de bereikbaarheid van de winkelstraten in het stadscentrum. Het is grotendeels dezelfde route die shuttlebusjes eerder al in de eindejaarsperiode gebruikten.

elekbus(2)

Voor shoppers of mensen die vanuit de stadsrand naar het centrum willen, volgt de nieuwe lijn 100 een interessant traject. Er is bovendien ook een halte vlakbij het metrostation Barberini, waar reizigers desgewenst kunnen overstappen op de metrolijn A.

De elektrische buslijn 100 rijdt non-stop een cirkelvormige route met als start en eindpunt de Via di Porta Pinciana. Het busje passeert onder meer aan de Via Ludovisi, met de autoparking Ludovisi, die plaats biedt aan 500 auto’s. Automobilisten kunnen daar desgewenst overstappen op het busje dat hen recht naar het winkelgebied in het stadscentrum brengt.

elekbus(4)

Het traject voert de reizigers vervolgens langs de Via Veneto, de Via del Tritone, de Via dei Due Macelli, de Via della Mercede, de Via delle Convertite, de Via dei Prefetti, de Via Monte Brianzo, de Via Vittoria Colonna, Piazza Cavour, de Via Cicerone, Largo Fontanella Borghese, de Via del Corso, Largo Chigi, en van daaruit weer naar de Via del Tritone en de Via Veneto om zo terug te keren naar de Via di Porta Pinciana.

Rome stelt vanaf vrijdag een verplichte avondklok in

21 oktober 2020

Vandaag wordt alweer een nieuw hoofdstuk van de virusthriller geschreven: in de regio Lazio en dus ook in Rome, wordt vanaf vrijdag een avondklok ingesteld. Wie geen goede reden heeft om op straat rond te lopen (bv. voor het werk, op weg naar een dokter of ziekenhuis, …) wordt verplicht om van 24 uur tot 5 uur ’s ochtends binnen te blijven.

De verordening die dat mogelijk maakt, wordt in de loop van de avond door Nicola Zingaretti, de president van de regionale raad van Lazio, ondertekend. De maatregel geldt voor iedereen, dus ook voor toeristen, en zal tenminste dertig dagen duren.

De ingreep gebeurt in een poging om de felle stijging van het aantal coronabesmettingen te beperken. De jongste dagen namen de cijfers alarmerende proporties aan. Italië wil tot elke prijs een nieuwe totale lockdown vermijden, maar beseft dat die niet meer veraf is als het aantal ziektegevallen niet daalt.

romenacht

Wellicht zal er net als tijdens de lockdown dit voorjaar, ook voor de avondklok worden gewerkt met een autocertificazione, een document met een aantal identiteitsgegevens dat je op zak moet hebben en waarin staat waar je naartoe gaat en waarom je ’s nachts een verplaatsing maakt. Wie zonder toestemming na middernacht op straat rondloopt, riskeert een boete van 400 tot 3.000 euro.

Ook in het onderwijs is een kleine revolutie op komst. Vanaf maandag zullen de middelbare scholen in Rome zich moeten gaan richten op afstandsonderwijs. Minimaal de helft van de leerlingen, behalve de eerstejaars, zullen verplicht thuis moeten blijven en online de lessen volgen.

Bij de universiteiten ligt dat aantal nog hoger en zal 75 procent van de ingeschreven studenten de lessen voortaan op afstand moeten volgen. Ook hier is een uitzondering gemaakt voor de eerstejaarsstudenten.

Vrijdag nationale staking openbaar vervoer in Italië

21 oktober 2020

In heel Italië zal het openbaar vervoer donderdagavond en vrijdag worden getroffen door een nieuwe staking die 24 uren zal duren. Ze wordt georganiseerd door de vakbond CUB (Confederazione Unitaria di Base).

In de grote steden (Rome, Milaan, Turijn en Napels) zijn er ook betogingen. De stakers willen onder meer een hoger loon, minder belastingen, meer werkzekerheid en betere rechten. 

De nationale staking begint donderdagavond 22 oktober om 21 uur en eindigt op vrijdag 23 oktober om 21 uur. In Rome heeft de staking gevolgen voor bussen, trams, metro en de treinverbinding Roma-Lido, Termini-Centocelle en Roma-Civitacastellana-Viterbo.

stakingcub

Er is wel een verplichte minimum dienstverlening in de spitsuren, zowel in de ochtend (tot 8.30 uur) en ’s avonds van 17 tot 20 uur. Het hele vervoersnet zal echter af te rekenen hebben met zware verstoringen en geannuleerde ritten.

De staking heeft ook gevolgen voor de treindiensten van de Ferrovie dello Stato (FS). Trenitalia deelt mee dat het regionale vervoer en essentiële diensten gegarandeerd zijn van 6 tot 9 uur en van 18 tot 21 uur.

De verbinding tussen Roma Termini en de luchthaven in Fiumicino is verzekerd met vervangende bussen ingeval de Leonardo Express-trein niet zou rijden.

In Rome zijn de pendelaars de stakingen meer dan beu. Op 25 september werd het openbaar vervoer in Rome ook al eens stilgelegd. De Romeinse reizigers worden als gevolg van de viruscrisis al wekenlang geconfronteerd met overvolle bussen en metrotreinen.

Heel het land verkeert in crisis en nu komt dit er nog eens bij. Als er iemand zou moeten staken, zijn wij het wel. Niemand die het openbaar vervoer gebruikt, is verbaasd dat het virus in Italië weer aan een felle opmars bezig is, klinkt het bij misnoegde busgebruikers in Rome.

Taxichauffeurs in Rome hebben veel te weinig werk

21 oktober 2020

Een beroepsgroep die in het hele viruscircus een beetje vergeten wordt en eveneens zware economische klappen krijgt, zijn de taxichauffeurs in Rome. In normale omstandigheden zijn in Rome ongeveer 8.000 taxi’s beschikbaar, vandaag wordt slechts de helft van het aantal voertuigen ingezet.

Dat is een bewuste keuze van de taxisector. De chauffeurs, doorgaans zelfstandigen, werken al een hele tijd met wisselende diensten, een dag wel en één dag niet. Maar zelfs dan zijn er nog steeds teveel taxi’s op de baan.

taxiroma

Er is immers nog altijd bijzonder weinig werk. Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar, is het aantal oproepen voor ritjes de voorbije zes maanden met 80 procent gedaald.

De reden ligt voor de hand. Er zijn nog steeds erg weinig toeristen, dus ook veel minder vervoer van en naar de luchthaven, naar het station of naar andere bestemmingen. Evenmin verdwaalde of vermoeide toeristen die in de loop van de dag of ’s avonds snel naar hun hotel willen.

Ook de restaurants draaien op een laag pitje. Dat betekent weinig of geen klanten die aan de eetgelegenheid worden afgezet en op een later uur weer naar hun hotel worden gebracht.

Dan zijn er de vele ambtenaren en ander kantoorpersoneel die in Rome werken. Die verplaatsten zich vroeger regelmatig door de stad, voor lunches, vergaderingen of andere afspraken. Nu werken ze bijna allemaal thuis en gebeuren de meeste meetings online. Taxi’s hebben ze daarbij uiteraard niet nodig.

Voor de Romeinse taxichauffeurs heeft dat alles één gevolg: ze zien meer dan zwarte sneeuw. Hun spaargeld is op. Van het Istituto Nazionale della Previdenza Sociale (INPS) kregen ze tijdens de lockdown enkele maanden 600 euro. De regio Lazio kwam eenmalig met 800 euro over de brug. Dat volstaat natuurlijk niet om rond te komen in een stad zoals Rome en dat geld is uiteraard ook al lang op.

Lang moet de huidige toestand niet meer duren. Talrijke chauffeurs hebben letterlijk niets meer en lijden zelfs honger. Tijdens een betoging aan het hoofdkantoor van de regionale raad vroegen de taxichauffeurs aan de overheid aandacht voor hun financiële problemen. De taxisector dringt aan op betere en meer steunmaatregelen.

Dit is een demonstratie uit wanhoop. We organiseerden die zelf, zonder overleg met de vakbonden. Die zijn op de hoogte van de situatie maar er beweegt weinig, verklaarde een taxichauffeur tijdens de actie.

De taxisector is inderdaad één van de beroepsgroepen die sterk te lijden hebben onder de gevolgen van het Covid-19-virus. Door het schaarse aantal klanten krijgen ze lang niet voldoende geld binnen om rond te komen.

Een chauffeur verdient nu gemiddeld tussen de 700 en 1.000 euro per maand, tenminste als hij of zij het geluk heeft gehad om wat klanten te hebben, want vaak is het heel wat minder.

De kosten blijven echter dezelfde: sociale bijdragen, verzekering, belastingen, de vaste vergoeding om gebruik te mogen maken van de taxicentrale, het onderhoud van de wagen en natuurlijk de benzine. Reken voor dit alles op gemiddeld 500 tot 600 euro per maand.

Dan blijft er niet veel over, stelt een afgevaardigde van de Federazione Italiana Trasporti (FIT), een organisatie die op haar beurt aangesloten is bij de Confederazione Italiana Sindacati Lavoratori (CISL).

Volgens de chauffeurs heeft de viruscrisis bovendien een heleboel extra kosten meegebracht. Ze moeten nu investeren in mondmaskers en ander beschermingsmateriaal. In de taxi’s hebben de zelfstandige chauffeurs op eigen kosten wanden van plexiglas geplaatst. Gemiddelde kostprijs: 200 euro.

Nicola Di Giacobbe van de Unione Italiana Conducenti Auto Pubbliche (Unica Taxi CGIL) schetst een zeer somber beeld. Rome is niet dood, maar voor ons scheelt het niet veel. Er zijn geen grote evenementen of concerten, geen seminaries of vakbeurzen en dus ook nauwelijks zakenlui die moeten vervoerd worden. Op toeristen moeten we momenteel al helemaal niet rekenen. Vooral Amerikanen, fervente taxigebruikers, en Aziaten worden gemist.

De 8.000 taxi’s van Rome zijn er in normale omstandigheden op voorzien om de transportnoden in een stad zoals Rome te kunnen opvangen. Dat betekent dat de vier tot vijf miljoen inwoners en bezoekers in de meeste omstandigheden doorgaans vrij vlot en zonder lange wachttijden een taxi kunnen oproepen.

Door de zelf opgelegde wisselende shiften zijn er nu slechts 4.000 voertuigen beschikbaar, maar de sector schat dat 1.500 tot 2.000 taxi’s ruimschoots zouden volstaan. Meer potentieel is er momenteel niet.

Een fenomeen dat wel wordt vastgesteld is dat chauffeurs op de dagen dat ze kunnen werken vaak zeer veel uren actief zijn. Ze proberen uiteraard zoveel mogelijk ritten te doen, maar omwille van de onvermijdelijk optredende vermoeidheid aan het einde van de dag, komt dat de veiligheid niet altijd ten goede.

Sommigen verdienen ’s avonds laat, als het openbaar vervoer ermee ophoudt, nog weleens iets aan mensen die nog laat op pad zijn. Maar nu de horeca en het nachtleven weer aan strakkere banden werden gelegd, vallen ook die inkomsten weg. Restaurants gaan dicht om middernacht, nachtclubs en discotheken zijn volledig gesloten.

De sector bekijkt momenteel of het mogelijk is om nieuwe activiteiten te ontwikkelen of bijkomende diensten aan te bieden, bijvoorbeeld voor scholen, ouderen of anderen, als een soort aanvulling op het lokale openbaar vervoer.

We moeten hoe dan ook een oplossing zoeken, anders overleven we dit niet, vat Loreno Bittarelli, de president van Radiotaxi 3570 samen. Deze coöperatieve groepeert ongeveer 3.700 taxi’s in Rome en ontvangt op een gemiddelde normale dag 30.000 oproepen. Van dat aantal kan vandaag alleen maar worden gedroomd.

In enkele bijdragen schetsen we een beeld van de actuele situatie in verschillende sectoren die direct of indirect te maken krijgen met de gevolgen van de viruscrisis. Eerder kwamen in deze miniserie al de winkels en de detailhandel, de hotelsector en de restaurants aan bod.

Publiek mag meekijken tijdens restauratie Romeinse sarcofaag

20 oktober 2020

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (Nederland) kan je meekijken naar de restauratie van de Romeinse sarcofaag van Simpelveld. Je kan ter plaatse vragen stellen aan de restaurateurs. Het herstel van de stenen grafkist vindt plaats in één van de museumzalen van de vaste tentoonstelling Nederland in de Romeinse tijd.

Er wordt gewerkt op weekdagen in een speciaal hiervoor gebouwd atelier met doorkijkwanden. Bezoekers zijn welkom van dinsdag tot en met donderdag van 14 tot 17 uur. De live-restauratie duurt naar verwachting nog tot midden januari 2021.

sarcofaag_simpelveld (3)Renske Dooijes restaureert de sarcofaag van Simpelveld.
(Foto: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In 1930 werd bij de gemeente Simpelveld (vlakbij Heerlen, Nederlands-Limburg) een Romeinse sarcofaag gevonden. De zandstenen kist van 240 cm lang, 105 cm breed en 76 cm hoog, was in stukken gebroken en werd gerestaureerd. De vulmaterialen, lijmresten en de oude restauraties zijn inmiddels aan vervanging toe.

De sarcofaag weegt ongeveer 800 kg. Om het gewicht te ondersteunen en het object beter te kunnen verplaatsen, werd er een houten frame onder geplaatst. Ook die constructie dateert uit de jaren ’30 en is niet meer stabiel. De instabiele onderkant heeft tijdens het verplaatsen zelfs schade veroorzaakt aan de oude restauraties.

Daarom wordt de kist helemaal uit elkaar gehaald en opnieuw in elkaar gezet en voorzien van een modern frame. Ter plekke onderzoeken de restaurateurs hoe ze de lijmen en vulmiddelen kunnen verwijderen en vervangen zonder de zware kist te beschadigen.

Daarnaast wordt gekeken of er wellicht nog verf- en pigmentresten, mogelijke sporen van beschildering, te vinden zijn. Röntgenonderzoek moet duidelijk maken of er in de sarcofaag metaalwerk zit dat bij vroegere restauraties geplaatst is om de sarcofaag bij elkaar te houden.

Eveneens met röntgenonderzoek hopen de restauratoren ook te achterhalen of het klontje ijzer op de bodem van de kist inderdaad een verroest mesje is, zoals altijd werd aangenomen. Men wil ook nagaan of op het ijzerklontje geen textielresten te vinden zijn. Die kunnen wijzen op kleding of andere stoffen die in het graf zijn meegegeven.

Het beeldhouwwerk aan de binnenkant van de sarcofaag maakt het artefact tot een uniek overblijfsel uit de Romeinse tijd. Op de wanden is de eigenares van het graf afgebeeld, te midden van haar bezittingen in de luxe kamers van haar villa.

sarcofaag_simpelveld (1)

In de kist zijn crematieresten, sieraden en parfumflesjes gevonden. Waarschijnlijk lagen er nog meer grafgiften in, maar een gat in één van de wanden van de sarcofaag doet vermoeden dat grafrovers de kist in het verleden gedeeltelijk hebben leeggehaald.

Onderzoek naar het botmateriaal in 2016 wees uit dat de dame van Simpelveld tussen 35 en 50 jaar oud was toen ze stierf. Ze leidde een goed leven, zonder zware arbeid. Het kleine Romeinse grafveld waar de sarcofaag is opgegraven, lag naast een villacomplex.

sarcofaag_simpelveld (2)

Tussen 1937 en 1947 heeft het Rijksmuseum van Oudheden daar tijdens verdere opgravingen de restanten van twee gebouwen gevonden. Eén van die gebouwen is vermoedelijk de villa waar deze vrouw heeft gewoond.

De restauratie van de sarcofaag vormt voor de onderzoekers een aanleiding om de grafgiften opnieuw te bestuderen en de relatie met de twee nabijgelegen graven nader te onderzoeken. Daarnaast zijn er plannen voor een groot onderzoeksproject naar de twintig Romeinse villaterreinen die het museum in de vorige eeuw in Limburg heeft opgegraven.

Simpelveld bevindt zich in een regio met veel luxe Romeinse villa’s en rijke graven. Dit gebied strekt zich uit van Noordwest-Frankrijk, via Midden-België tot Keulen. In de Romeinse tijd werd hier veel geld verdiend met de graanhandel.

Rijksmuseum van Oudheden
Rapenburg 28
2311 EW Leiden
Tel: 071 5163 163
info@rmo.nl
www.rmo.nl

Italië verstrengt nogmaals veiligheidsmaatregelen

19 oktober 2020

De Italiaanse regering neemt nog maar eens strengere veiligheidsmaatregelen in een poging om het coronavirus zoveel mogelijk in te dijken. Dat maakte premier Giuseppe Conte bekend tijdens een persconferentie in palazzo Chigi.

De nieuwe beperkingen komen er omdat Italië nu al 11.705 besmettingsgevallen per dag registreert. De regering wil tot elke prijs een nieuwe lockdown voorkomen en wil ook geen herhaling van het horrorscenario zoals dit voorjaar, waarbij duizenden slachtoffers vielen.

Volgens de nieuwe regels mogen in een restaurant voortaan nog maximaal zes personen aan tafel zitten. Het sluitingsuur voor restaurants en bars met bediening aan tafel blijft behouden op middernacht. Zaken waar geen bediening aan tafel mogelijk is, moeten al om 18 uur dicht. Afhaalservice is toegestaan tot middernacht.

Burgemeesters krijgen de bevoegdheid om zelf te beslissen of straten en pleinen waar mensen zich verzamelen of waar mogelijk samenscholingen kunnen ontstaan, vanaf 21 uur te sluiten voor het publiek. Alleen bewoners en handelaars krijgen dan nog toegang.

pantheon

Ambtenaren zullen voor minstens 75 procent thuis moeten werken, privébedrijven krijgen de sterke aanbeveling om hetzelfde te doen. Festivals en lokale beurzen zijn verboden, maar nationale en internationale beurzen blijven toegestaan. Bingohallen, gokwinkels en speelhallen moeten om 21 uur sluiten.

Sportactiviteiten worden sterk beperkt. Contactsporten op amateurniveau, inclusief competities, zijn verboden, tenzij ze zijn goedgekeurd door officieel erkende sportinstanties. Een beslissing over het al dan niet sluiten van sportscholen en zwembaden zal later deze week worden genomen.

De scholen blijven voorlopig open. Aan de middelbare scholen wordt wel gevraagd de aankomst- en vertrektijden van de leerlingen te spreiden om te vermijden dat teveel jongeren tegelijk onderweg zijn. Scholen worden ook aangemoedigd om te investeren in digitaal leren en dit ook toe te passen, zonder dat daarbij het fysieke onderwijs wordt opgeschort.

Op 7 oktober voerde Italië, in navolging van wat Rome al eerder deed, een nationale mondmaskerplicht in, ook in open lucht. Kort daarna volgde een verbod op feesten en een sluitingsuur om middernacht. Discotheken en nachtclubs blijven helemaal gesloten.

italiaansevlag

Italië verlengde eerder ook de noodtoestand tot 31 januari, waardoor de autoriteiten speciale bevoegdheden kregen om de Covid-19-crisis snel aan te pakken en de bureaucratie voor het toepassen, wijzigen of intrekken van dringende maatregelen indien nodig, wegneemt.

Ook in Vaticaanstad woekert het virus. Elf van de 135 leden van de Zwitserse garde raakten besmet, wellicht een gevolg van de jaarlijkse plechtigheid voor de eedaflegging van de nieuwe rekruten die op 4 oktober plaatsvond. Alle besmette wachters zitten in quarantaine en al wie mogelijk met hen in contact is geweest, wordt getest.

Ministerie van Volksgezondheid

Statistisch overzicht per regio

zwitsersewacht

Nieuw album Ennio Morricone met onuitgebrachte muziek op komst

19 oktober 2020

Op vrijdag 6 november verschijnt bij Decca Records een nieuw album van de op 6 juli overleden Romeinse componist Ennio Morricone. Het postume album, wellicht het eerste in een langere reeks, kreeg als titel Morricone Segreto en bevat zeven niet eerder uitgebrachte nummers, aangevuld met eerder uitgegeven werk uit wat misschien wel de rijkste creatieve periode van Morricone is geweest, tussen het einde van de jaren ’60 en de vroege jaren ’80.

morricone_segreto

Morricone Segreto wordt beschreven als “een sonische reis door mysterieuze stemmen, fuzzgitaren, luchtige strijkers, griezelige synths en moderne grooves” en wordt gebracht in de typische stijl van de wereldberoemde componist.

De donker getinte en psychedelische kant van de maestro leverde muziek op die in die tijd zo modern klonk dat de nummers tot vandaag nog altijd ongelooflijk actueel zijn. Dit is duidelijk niet de Morricone van nummers zoals The Mission, Once Upon a Time in America ​​of The Good, The Bad and The Ugly.

Morricone Segreto is het bewijs dat zelfs een gevierde en gerenommeerde legende als Ennio Morricone ‘geheimen’ kan hebben die nog moeten worden onthuld. De Italiaanse componist verwierf de meeste bekendheid dankzij zijn samenwerking met regisseur Sergio Leone. Het nieuwe album verschijnt vier dagen voordat Morricone 92 jaar zou geworden zijn.

Bekijk hier de trailer van Morricone Segreto

De nummers op Morricone Segreto

Vie-Ni (alt. Take) – QUANDO L’AMORE Ė SENSUALITÀ – 1973
Fantasmi Grotteschi (edit) – STARK SYSTEEM – 1980
Vita e Malavita – STORIE DI VITA E MALAVITA – 1975
Tette e Antenne, Tetti e Gonne – LA SMAGLIATURA – 1975
Patrizia (alt. take – con voci) INCONTRO – 1971
Per Dalila – IL BANDITO DAGLI OCCHI AZZURRI – 1980
18 Pari – UN UOMO DA RISPETTARE – 1972
Psychedelic Mood – LUI PER LEI – 1970
Fuggire Lontano (edit) – L’AUTOMOBILE – 1971
Jukebox Psychédélique – PEUR SUR LA VILLE – 1975
Fondati Timori – LA SMAGLIATURA – 1975
Edda Bocca Chiusa – LUI PER LEI – 1970
Non Può Essere Vero – MIO CARO ASSASSINO – 1972
Eat It (versione singolo) – EAT IT – 1969
Nascosta nell’Ombra – QUANDO L’AMORE Ė SENSUALITÀ – 1973
Dramma su di Noi – SPOGLIATI, PROTESTA, UCCIDI – 1972
Lui per Lei – LUI PER LEI – 1970
Beat per Quattro Ruote – L’AUTOMOBILE – 1971
Stark System (Rock) – STARK SYSTEM – 1980
Il Clan dei Siciliani (Tema n. 5) – IL CLAN DEI SICILIANI – 1969
René La Canne – RENE LA CANNE – 1977
Ore 22 – SAN BABILA ORE 20: UN DELITTO INUTILE – 1976
Sinfonia di una Città – 2:47 | COPKILLER – 1983
L’Incarico – UN UOMO DA RISPETTARE – 1972
L’Immoralità (edit) – L’IMMORALITÀ – 1978
Macchie Solari (The Victim) – MACCHIE SOLARI – 1974
Inseguimento Mortale – LA TARANTOLA DAL VENTRE NERO – 1971

Beroemde Torlonia-collectie te zien in Palazzo Caffarelli

18 oktober 2020

Een klein deel van de beroemde Torlonia-collectie, door velen beschouwd als ’s werelds belangrijkste privécollectie van oude marmeren sculpturen, is te zien op een nieuwe tentoonstelling in Palazzo Caffarelli, de onlangs gerestaureerde exporuimte in de Capitolijnse Musea van Rome (ingang langs de Via delle Tre Pile, aan de rechterkant vanaf Piazza del Campidoglio).

torlonia

De tentoonstelling zal te bezoeken zijn tot 29 juni 2021. Samen met de recent afgesloten tentoonstelling rond de schilder Raffaello, werd de Torlonia-expo begin dit jaar al aangekondigd als één van de culturele topevenementen van 2020. Dat heeft een goede reden.

De langverwachte tentoonstelling I Marmi Torlonia. Collezionare Capolavori zou oorspronkelijk reeds op 4 april begonnen zijn, maar – je kan het uiteraard al raden – ook deze opening werd afgeblazen door de uitbraak van het ellendige Covid-19 virus en de maandenlange lockdown die daarvan het directe gevolg was.

Vanaf vandaag krijgen kunstliefhebbers nu eindelijk toch nog een aantal maanden de kans om een stukje van de unieke Torlonia-verzameling te komen bewonderen.

De tentoongestelde sculpturen werden geselecteerd door curatoren Salvatore Settis en Carlo Gasparri en de bekende ontwerper David Chipperfield Architects is verantwoordelijk voor de visuele vormgeving van de tentoonstelling.

De privécollectie die in de periode tussen de vijftiende en de negentiende eeuw door de familie Torlonia bij elkaar werd gebracht, bevat een onschatbare verzameling van in totaal, hou je even vast, 620 schitterende marmeren sculpturen uit de oudheid.

Het waren er ooit nog meer, maar een deel ervan raakte doorheen de eeuwen verspreid of werd verkocht. De wereldberoemde collectie staat internationaal bekend als The Torlonia Marbles.

Op de tentoonstelling in Rome worden, verspreid over veertien zalen, in totaal 92 objecten getoond, een fractie van de volledige verzameling dus, maar zelfs in die beperktheid meer dan de moeite waard. Als er dit jaar nog één tentoonstelling is die je moet gezien hebben, is het wel deze.

Het gaat zowel om bustes, reliëfs, beelden, vazen, sarcofagen als decoratieve elementen uit het oude Rome. De meeste kunstvoorwerpen zijn van marmer, al zijn er ook enkele werken uit brons en albast te zien.

De reden dat met zoveel belangstelling wordt uitgekeken naar deze tentoonstelling, is dat de marmeren objecten zeer lange tijd verborgen bleven. Ze zijn intussen al meer dan zeventig jaar niet meer getoond aan het publiek.

Dat kwam zo. In 1875 opende prins Alessandro Torlonia een privémuseum, het Museo Torlonia, in een oud graanpakhuis aan de Via della Lungara, tussen Porta Settimiana en Palazzo Corsini in Trastevere.

De man had eigenlijk vooral ruimte nodig om de enorme verzameling die zijn familie doorheen de eeuwen had verworven op te slaan en alles onderbrengen in een museum leek een goede oplossing. Zo had het publiek er ook iets aan en verdiende de familie er nog een centje mee, redeneerde de prins.

Maar na de Tweede Wereldoorlog bleef het museum gesloten voor gewone bezoekers. Toegang tot de enorme familiecollectie, die verspreid was over liefst 77 kamers, werd slechts uitzonderlijk verleend aan experts, wetenschappers, belangrijke politici of bezoekende binnen- of buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.

In 1976 sloot het museum in Trastevere definitief de deuren en moest de collectie weggehaald worden om plaats te maken voor de bouw van een complex met 93 luxe-appartementen.

De enorme verzameling werd noodgedwongen verplaatst naar de kelders van Villa Albani, die eveneens eigendom is van de aristocratische familie Torlonia.

Daar bleef de onschatbare collectie marmeren kunstwerken meer dan vier decennia opgeslagen, zorgvuldig stofvrij verpakt, maar dus onzichtbaar voor het publiek.

Al krijg je bij een bezoek aan Villa Albani meer dan genoeg andere kunstwerken te zien. Naar verluidt zouden zich in de villa alles samen meer dan duizend beelden, schilderijen en andere kunstvoorwerpen bevinden.

Pogingen van opeenvolgende regeringen en stadsbesturen om de adellijke familie te overtuigen om de kunstwerken openbaar tentoon te stellen of de collectie desnoods te verkopen, haalden niets uit.

De aankoop van een dergelijke verzameling in haar geheel zou trouwens geen optie geweest zijn. Er is vermoedelijk geen enkel museum of overheidsorgaan dat voldoende geld op tafel kan leggen om deze fantastische verzameling volledig te kunnen verwerven.

Alleen al de waarde van wat nu wordt getoond in Palazzo Caffarelli wordt voorzichtig geraamd op minstens 125 tot 150 miljoen euro, en dat is dus nog geen zesde deel van de volledige collectie. Indien de kunstvoorwerpen afzonderlijk zouden geveild worden, brengen ze vermoedelijk nog veel meer op.

De onwil van de familie Torlonia om de kunstwerken te tonen, had ook veel te maken met het feit dat het stadsbestuur van Rome bij de sluiting van het museum in Trastevere in 1976 had ontdekt dat het Museo Torlonia destijds was verbouwd zonder bouwvergunning. De stad was zo inhalig om de familie Torlonia daarvoor alsnog een flinke boete aan te smeren.

Dat leidde niet alleen tot een langdurig juridisch gevecht tussen de familie en de stad, maar ook tot veel boosheid en wrevel. De familie Torlonia verweet de stad alleen maar te denken aan geld en geen waardering te hebben voor het feit dat Rome jarenlang had kunnen genieten van een unieke verzameling kunstwerken in een privémuseum dat de overheid helemaal niets had gekost. Kortom, de relaties waren meer dan verzuurd.

Na langdurige gesprekken tussen de Italiaanse minister van Cultuur Dario Franceschini en de Fondazione Torlonia, de stichting die sinds enkele jaren de bezittingen van de familie beheert, werd op 16 maart 2016 toch een overeenkomst getekend met de overheid.

Daarin werd bepaald dat een deel van de verzameling gedurende enige tijd aan het publiek mocht worden getoond, dit op voorwaarde dat de organiserende overheid alle kosten op zich nam en ook de gigantische verzekeringspolis betaalde.

Als gevolg daarvan zullen nu, vier jaar na de overeenkomst, voor het eerst in zeventig jaar 92 topstukken uit de verzameling-Torlonia worden tentoongesteld. Na Rome vertrekt de tentoonstelling voor een uitgebreide reis langs een aantal buitenlandse steden.

Waar de tentoonstelling overal zal halt houden en hoe lang die wereldtournee zal duren, is nog niet bekend. In plaats van stof te verzamelen in een kelder of opslagplaats, zullen de kunstwerken de komende jaren alleszins door heel wat mensen kunnen gezien worden. Wereldwijd zal het publiek nu voor het eerst kunnen kennismaken met de ongelooflijk mooie Torlonia-sculpturen.

Er zijn geruchten dat de collectie na afloop van de buitenlandse avonturen wellicht een vaste plek in Rome zou kunnen krijgen, waar ze dan pemanent aan het publiek kan worden getoond. Onder meer het vandaag compleet verwaarloosde en nog te restaureren Palazzo Rivaldi aan het Forum Romanum wordt genoemd als mogelijke locatie.

De Capitolijnse Musea staan als eerste in de rij om de verzameling in bruikleen te verwerven, maar zover is het dus nog lang niet. Het is al een mirakel dat de familie Torlonia na de jarenlange vete met het stadsbestuur kon overhaald worden om een aantal topstukken vrij te geven voor een tijdelijke tentoonstellling.

Alsof het al niet bijzonder is dat deze unieke en eeuwenoude verzameling weer het daglicht ziet, werden alle tentoongestelde werken de voorbije jaren netjes gerestaureerd. Dat enorme project werd gefinancierd door het luxe juwellershuis Bulgari, waarmee de familie Torlonia al vele jaren een goede relatie onderhoudt.

Anna Maria Carruba, die toezicht hield op de restauratie van de sculpturen, ondekte op een marmeren reliëf van een Romeins haventafereel sporen van de kleuren waarmee het oorspronkelijk was beschilderd.

Het is nog maar eens een (zeldzaam) bewijs van het feit dat de marmeren sculpturen in de oudheid werden versierd en levendiger gemaakt met verf. Eén van de tentoongestelde stukken, een Grieks beeld van een rustende geit, werd de laatste keer gerestaureerd door niemand minder dan Gian Lorenzo Bernini.

Veel tentoongestelde stukken maken overigens duidelijk waar fantastische beeldhouwers zoals Bernini, Michelangelo en Canova hun inspiratie hebben gehaald. Net als de onbekende kunstenaars uit de oudheid, wisten ook zij hun figuren ongelooflijk levensecht uit te beelden.

Wat is er nu zo bijzonder aan deze verzameling marmeren voorwerpen? Het gaat zonder meer om de mooiste en best bewaarde objecten uit de oudheid die vandaag nog ergens te vinden zijn. Hier zie je geen beelden zonder handen, afgehakte armen, verdwenen benen of preuts verwijderde penissen.

Wie deze verzameling bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat de familie Torlonia altijd vooraan in de rij stond en de eerste keus kreeg wanneer een voorwerp werd ontdekt of te koop werd aangeboden. Vermoedelijk was dat ook zo.

Wereldwijd zijn zowat alle musea jaloers op deze privécollectie, die, mits permanent en in zijn geheel tentoongesteld, een gigantische trekpleister zou vormen.

De Capitolijnse Musea in Rome en en de Vaticaanse Musea, toch absolute toppers als het gaat om hun collectie artefacten uit het oude Rome, zouden er veel voor over hebben om deze topstukken permanent binnen hun muren te hebben.

De Torlonia-collectie is doorheen de eeuwen steeds aangevuld met nieuwe aanwinsten. Als ze de kans zag, kocht de familie ook belangrijke particuliere verzamelingen op en haalde er vervolgens de allerbeste stukken uit. In die zin is de volledige 620 beelden tellende collectie eigenlijk een verzameling van verzamelingen.

Zo verwierf ze de mooiste stukken uit de verzameling van de adellijke familie Albani en kon ze de hand leggen op de belangrijke verzameling van de beeldhouwer en restaurateur Bartolomeo Cavaceppi (1716-1799) die ook een goede vriend en tipgever was van Johann Winckelmann.

De familie Torlonia wist ook het mooiste deel van de collectie van markies Vincenzo Giustiniani (1564-1637), een rijke bankier en verzamelaar van antieke kunst, binnen te halen.

De overige stukken van de markies bevinden zich vandaag nog steeds in het Palazzo Giustiniani vlakbij het Pantheon, dat deel uitmaakt van de Senaat van Rome en onder meer plaats biedt aan de kantoren van de senaatsvoorzitter en de senatoren.

Daarnaast werd de ongeëvenaarde Torlonia-collectie verder uitgebreid dankzij opgravingen die de voorbije eeuwen gebeurden op de uitgestrekte landgoederen die de schatrijke familie in de omgeving van Rome in haar bezit had.

Zo werden schitterende artefacten bovengehaald aan de Via Latina, in de omgeving van de Villa di Massenzio en de Villa dei Quintili aan de Via Appia, maar ook in Sabina en Tuscia.

De antieke kunstwerken hebben in het verleden verschillende van de talrijke woningen van de familie gesierd en verhuisden onderling regelmatig van locatie.

In haar totaliteit geeft de collectie Torlonia in ieder geval een zeer representatieve en bevoorrechte dwarsdoorsnede van de geschiedenis van het verzamelen van oudheden in Rome van de vijftiende tot de negentiende eeuw.

De tentoonstelling vertelt dus eigenlijk ook het ontstaan en de geleidelijke vorming van deze bijzondere privéverzameling die wereldwijd haar gelijke niet kent.

De in Palazzo Caffarelli tentoongestelde voorwerpen zijn niet alleen schitterende voorbeelden van antieke beeldhouwkunst, maar tevens een weerspiegeling van een cultureel proces waarmee de meeste belangrijke collecties in de loop der eeuwen te maken kregen: de cruciale overgang van een verzameling familiestukken naar een museum, een proces waarin de stad Rome en bij uitbreiding heel Italië een onbetwistbare rol hebben gespeeld.

Een filmpje over de tentoonstelling kan je hier bekijken.

I Marmi Torlonia. Collezionare Capolavori
The Torlonia Marbles. Collecting Masterpieces
Musei Capitolini
Palazzo Caffarelli
Van 14 oktober 2020 tot 29 juni 2021

Dagelijks open van 9.30 tot 19.30 uur
24 en 31 december: 9.30 – 14.00 uur
Laatste toegang een uur voor sluitingstijd
Gesloten: 25 december, 1 januari, 1 mei
Curatoren: Salvatore Settis en Carlo Gasparri
Tickets verplicht in voorverkoop
Tel. +39 060608 (dagelijks van 9 tot 19 uur)

ALLE INFO EN BOEKINGEN: www.torloniamarbles.it

Website Capitolijnse Musea

Controleer vóór een bezoek altijd deze pagina met laatste mededelingen.

De catalogus (320 pagina’s, kostprijs 37,05 euro) wordt uitgegeven door Electa.

Website Stichting Torlonia

De foto’s die dit nieuwsbericht illustreren bewijzen dat je deze fantastische tentoonstelling niet mag missen. Enkel clubleden van S.P.Q.R. konden deze beelden reeds eerder bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link

De San Rocco en de San Girolamo dei Croati

17 oktober 2020

Om onze kleine reeks over de omgeving van Piazza Augusto Imperatore, de Ara Pacis, de gebouwen rond het plein, het horologium van Augustus  en de vernieuwingen zoals het vijfsterrenhotel van Bulgari die hier op komst zijn, helemaal rond te maken, besluiten we met even iets te vertellen over de twee kerken die zich vlakbij het Mausoleum van Augustus bevinden. Het zijn de San Rocco all’Augusteo en de San Girolamo dei Croati.

roccogiro(2)

Links (meest noordelijk) staat de San Rocco. De kerk was oorspronkelijk de kapel van de in 1500 gestichte broederschap van San Rocco, bestaande uit herbergiers en schuitenvoerders van de vlakbij gelegen Ripetta-haven.

Toen tijdens de veertiende eeuw in Italië de pest heerste, wijdde Rochus (1295- 1327), een edelman uit Montpellier die zijn vermogen had uitgedeeld aan de armen, zich aan het helpen van de slachtoffers

In 1317 trok hij te voet naar Rome. Onderweg verpleegde hij zieken, bij voorkeur pestlijders, en verwierf spoedig naam omdat hij sommigen genas door het kruisteken over hen te maken.

Op de terugreis werd hij in Piacenza zelf door de pest besmet. Hij trok zich terug in een bos waar een hond hem elke dag een stuk brood zou gebracht hebben. Uiteindelijk werd hij door een engel genezen. Bij zijn terugkeer in Montpellier werd Rochus op bevel van zijn oom als spion gevangen genomen.

Hij verbleef vijf jaar lang, tot aan zijn dood, in de gevangenis. Toen hij stierf verscheen er een engel in glanzend licht die verkondigde dat allen die Rochus aanriepen tegen de pest, genezen zouden worden. Dit verhaal ging onmiddellijk rond in Montpellier. Zijn oom liet het lichaam van Rochus met veel eerbied opbaren en liet uit wroeging talrijke erediensten opdragen.

Later werd zijn lichaam overgebracht naar de San Rocco in Venetië, behalve een arm die zich hier in de Romeinse San Rocco bevindt. Rochus is de patroon van artsen, chirurgen, apothekers en hondenliefhebbers.

Op zijn feestdag, 16 augustus, worden in deze kerk kleine gewijde broodjes aan de gelovigen uitgedeeld (twee per persoon, samen met een bidprentje), waarvan er traditioneel ook een aantal naar de paus worden gebracht.

Bij het begin van de zestiende eeuw besloot de broederschap van San Rocco een ziekenhuis voor mannen op te richten, aanvankelijk met vijftig bedden. Daarna volgde ook een afdeling voor vrouwen en werd een kraamkliniek toegevoegd, speciaal voor de schippersvrouwen.

Belangrijk was dat ook ongehuwde moeders hier opgevangen werden. Ze moesten hun naam niet opgeven en droegen ter herkenning enkel een nummer. Tijdens hun verblijf mochten ze desgwenst zelfs een sluier dragen om hun anonimiteit te waarborgen. Daarom werd het ziekenhuis het hospitaal der gesluierden genoemd.

De bevalling zelf en de eerste week van het verblijf waren gratis. Wanneer de moeder of het kind de bevalling niet overleefden, werden ze anoniem begraven. De afgestane borelingen werden naar het weeshuis van het Santo Spirito in Sassia-hospitaal aan de Borgo Santo Spirito gebracht.

Het ziekenhuis van San Rocco was taboe voor alle autoriteiten, zelfs de politie had er geen toegang. De instelling bleef bestaan tot 1878. Bij de opgravingen die door Mussolini in de omgeving van het mausoleum gebeurden, en de daaropvolgende heraanleg van het plein en de bouw van de INPS-gebouwen, werd het voormalige ziekenhuis afgebroken.

roccogiro(13)

De gevel van de San Rocco dateert uit 1832 en werd ontworpen door Giuseppe Valadier, de architect die onder meer ook Piazza del Popolo vorm gaf. Het is een neoklassieke hommage aan Palladio en de San Giorgio in Venetië.

Het interieur van deze kerk is naar Romeinse maatstaven niet zo spectaculair. Het mooi opgebouwde hoogaltaar toont de ‘heilige Rocco in glorie’. Met beetje geluk krijg je toegang tot de sacristie, waar zich een mooi barok altaarstuk uit 1660 bevindt. Het toont de heilige met Sint-Antonius en slachtoffers van de epidemie.

Het altaarstuk werd gemaakt door de Italiaanse kunstschilder Giovan Battista Gaulli (1639-1709), beter bekend als Baciccio, Il Baciccio of Baciccia. Zijn werk werd beïnvloed door Rubens en Van Dyck. In 1657 trok hij naar Rome waar hij een leerling werd van Bernini (1598-1680).

In 1669 reisde Baciccio naar Parma en bestudeerde daar de fresco’s van Correggio (1489-1534). Hij werd vervolgens een van de meest vooraanstaande frescoschilders van Rome.

Tot zijn belangrijkste werken behoren de fresco’s in de Sant’Agnese in Agone (periode 1668-1671), de Gesù (1672-1683) en de Santi XII Apostoli in Rome (1707).

roccogiro(6)

Buiten zien we tegen de rechterzijgevel van de San Rocco een ‘idrometro’, een watermeter waarop de niveaus van een aantal grote overstromingen van de Tiber worden aangegeven, beginnend met december 1495.

Let op de onvoorstelbare hoge waterstand in december 1598, toen in Rome 1.500 doden vielen. De overstroming was toen zo erg dat het proces en de daaropvolgende executie van Beatrice Cenci moest worden uitgesteld.

roccogiro(7)

Na de aanleg van de enorme kaaimuren die de Tiber tegenwoordig bedwingen, zijn er geen overstromingen meer geweest en moeten ze dus ook niet meer worden aangeduid. De laatste markering dateert van 1878.

De kerk rechts van de San Rocco is de San Girolamo dei Croati a Ripetta, ook wel bekend onder de oudere namen San Girolamo degli Illirici en San Girolamo degli Schiavoni, van de Slaven.

Tijdens de renaissance werd ze gebouwd als nationale kerk voor de Slavische gemeenschap, vooral Kroaten, Serviërs en Bosniërs die omstreeks 1400 gevlucht waren voor de Turken. Ze is gewijd aan de heilige Hiëronymus en vandaag is het nog steeds de nationale kerk van de Kroaten in Rome.

De bakstenen bogen tussen de twee kerken vormden het sluitstuk voor het door Mussolini heraangelegde Piazza Augusto Imperatore. Boven de fontein zien we A(nno) XIX, zijnde het 19de jaar van de Era Fascista die begon bij de mars op Rome in 1922. Van hieruit is het zicht op het koor en de koepel van de vlakbijgelegen San Carlo al Corso bijzonder mooi.

Tegen de middelste boogpijler bevindt zich de Fontana della Botticella. Deze fontein met ‘aqua vergine’ dat wordt afgeleid van de Trevifontein, werd in 1774 gebouwd en bekostigd door de schippersvereniging van Ripetta.

roccogiro(14)

We zien een wijnvat met erboven een glimlachende herbergier, al is het volgens sommigen een havenarbeider of een brouwersgast.

De San Girolamo werd in de vijftiende eeuw door paus Nicolaas V (1447-1455) gesticht ten behoeve van de voor de Turken gevluchte Illyriërs die zich in Rome hadden gevestigd.

Hij schonk deze gemeenschap ook een gastenverblijf, een ziekenhuis en een kleine kerk die gewijd was aan Margaretha van Antiochië. De Illyriërs wijdden de nieuwe kerk aan hun nationale patroonheilige Hiëronymus van Stridon.

Ruim een eeuw later gaf paus Sixtus V (1585-1590) de kerk aan de Kroatische gemeenschap. Ze kreeg de status van kapittelkerk en de paus verordonneerde dat alleen Kroatische priesters kanunnik van het kapittel konden worden.

In de negentiende eeuw werd de San Girolamo dei Croati in opdracht van paus Pius IX (1846-1878) grondig gerestaureerd. In het voormalige hospitaal is vandaag het Kroatische College gevestigd. De San Girolamo is sinds 1566 een titelkerk. De huidige houder van de titel is de Kroatische kardinaal Josip Bozanic.

De INPS-gebouwen op Piazza Augusto Imperatore

16 oktober 2020

Vorige vrijdag vertelden we over het nieuwe vijfsterrenhotel dat het juwelenhuis Bulgari in 2022 zal openen op Piazza Augusto Imperatore. Daarvoor wordt één van de drie voormallige INPS-gebouwen ingenomen, namelijk het reusachtige pand aan de noordzijde van het plein. Twee andere gebouwen van het Istituto Nazionale della Previdenza Sociale bevinden zich aan de oostelijke en zuidelijke zijde van het plein.

inps(9)

Mussolini liet de enorme panden tussen 1936 en 1938 ontwerpen door architect Vittorio Ballio Morpurgo ter herdenking van de sterfdag van keizer Augustus. Vittorio Morpurgo hanteerde de strakke en rationalistische stijl die kenmerkend zou worden voor de Romeinse architectuur uit die periode en waarvan hij één van de bekendste uitvoerders zou worden.

Voor het bouwen van de drie enorme panden moesten 120 gewone huizen worden afgebroken. Het plein zelf werd eveneens in die periode aangelegd. Ook het zogenaamde Auditorium Augusteo, dat zich toen nog bovenop de ruïnes van het mausoleum bevond, verdween toen.

In de visie van Morpurgo domineerde het mausoleum het centrum van een plein dat door Mussolini was opgevat als een moderne versie van een Romeins forum, uitgerust met arcades voor commerciële activiteiten, openbare kantoren en ruimte voor tentoonstellingen en shows.

De toen uiterst moderne en imposante architectuur werd benadrukt door het gebruik van typisch Romeinse materialen en kleuren, zoals het okerkleurige travertijnmarmer en de rode bakstenen.

inps(10)

In een fraaie monumentenstad zoals Rome, is Piazza Augusto Imperatore vandaag helaas één van de lelijkste en meest rommelige pleinen van de stad. De Nederlandse auteur Leo Van Egeraat (1923-1991) wiens verhalende reisgidsen over Rome en Italië meer dan een halve eeuw geleden werden gepubliceerd, maar die ook vandaag nog altijd boeiend en leerrijk zijn, omschreef de plek in zijn tijd al als ‘een totaal verdorven pleinruimte die foeilelijk is’.

Nu de restauratie van het Mausoleum van Augustus vrijwel klaar is, kondigt zich ook de herinrichting van het plein aan. Dat is geen dag te vroeg. De plannen van de Romeinse architect Francesco Cellini bleven jarenlang in de koelkast liggen, maar zouden nu toch eindelijk worden uitgevoerd.

Nu hier ook een vijfsterrenhotel neerstrijkt, is het meer dan ooit nodig om deze historische omgeving eindelijk weer de waardering te geven die ze verdient.

Piazza Augusto Imperatore, waar het Mausoleum van Augustus fungeert als centraal punt, is een typisch voorbeeld van monumentale vormgeving tijdens de fascistische periode.

De karakteristieke bouwstijl van de rond het plein opgetrokken INPS-gebouwen werd opgesierd met ronkende teksten, klassieke motieven (waaronder bijvoorbeeld de godin Roma met de tweeling Romulus en Remus) en decoratief klassiek en modern oorlogstuig.

inps(3)

Het gebouw in de richting van de Via del Corso, naast het koor van de San Carlo, draagt bovenaan als tekst: ‘Il popolo Italiano è il popolo immortale che trova sempre una primavera per le sue speranze, per la sua passione, per la sua grandezza’.

Op de gevel van het grote gebouw aan de noordkant (richting Piazza del Popolo) lezen we ‘hunc locum ubi Augusti manes volitant … ornandum censuit anno MDCCCCXL’, of ‘deze plaats waar de schim van Augustus rondwaart is in 1940 opgericht op bevel van ….’.

De naam van Mussolini en de verwijzingen naar de Duce op de vierde regel werden na de oorlog volgens de (blijkbaar nog altijd geldende!) wetten van de in de oudheid gangbare ‘damnatio memoriae’ onder een laagje cement verborgen. Inmiddels heeft de tijd (of een gewillige hand) de letters weer opnieuw zichtbaar gemaakt.

inps(4)

Na het partijcongres in oktober 1922 besloten de fascisten de macht te grijpen onder leiding van de toen 39-jarige Mussolini. Met dezelfde woorden waarmee Julius Caesar destijds de Rubicon overstak (alea iacta est) begon op zondag 22 oktober de mars op Rome.

Koning Vittorio Emanuele III (die koning was van 1900 tot 1946) wilde bloedvergieten vermijden en ontbood de Duce in Rome. Mussolini arriveerde per trein in een geleende ochtendjas en met een zwart hemd. ‘Mijn verontschuldigingen voor mijn kledij, ik kom rechtstreeks van het slagveld‘, zei hij tegen de koning.

Vittorio Emanuele III, die gedurende zijn zeer lange heerschappij het koninkrijk Italië twee keer betrokken zag raken bij een wereldoorlog, bood Mussolini het premierschap aan en droeg ook de macht over.

Op 28 oktober 1922 trokken de fascisten de stad binnen, de eerste dag van het eerste jaar van de ‘era fascista’ die twintig jaar zou duren.

De naam ‘fascisten’ werd afgeleid van de ‘fasces’, die in de Romeinse oudheid het symbool waren van het gezag van de hogere magistraten, in de vorm van een samengebonden roedenbundel. Dit symbool tref je ook vandaag hier en daar nog aan op Piazza Augusto Imperatore, in de versie van Mussolini welteverstaan.

inps(13)

Een fascis bestond doorgaans uit een bundel berkenroeden die werden samengehouden door roodlederen riemen. in het geval van een aangestelde dictator omsloten de berkenroeden een bijl.

De roeden waren symbolisch voor de ‘macht om te straffen’. De bijl symboliseerde de ‘macht over leven en dood’ en de riemen de ‘macht om te arresteren’.

inps(23)

Mussolini liet de roedenbundel opnemen in de Italiaanse vlag, maar ook in het staatszegel van de Verenigde Staten en in het logo of zegel van een aantal Amerikaanse overheidsorganisaties prijkt de fascis.

De rationalistische strengheid van de architectuur van de INPS-gebouwen wordt gecompenseerd door de fresco’s van Antonio Barrera, die het atrium aan de Via della Frezza versieren en verschillende uitzichten op het Mausoleum van Augustus weergeven.

Het grootste van de drie INPS-gebouwen, aan de noordkant van het plein, werd in 1938 versierd met een enorme mozaïek van meer dan 70 m² op de gevel.

Het is een ontwerp van kunstenaar Ferruccio Ferrazzi die hier zijn versie van de mythe van de oorsprong van Rome voorstelde met, om kosten te besparen, mozaïeken in plaats van de oorspronkelijk ontworpen marmeren inleg.

In 1940 versierde Giulio Rosso het atrium aan de voorzijde van de Via di Ripetta met taferelen van het Romeinse openbare leven dat zich afspeelde in de omgeving van de Trinità dei Monti, Piazza del Popolo en de inmiddels verdwenen rivierhaven Ripetta.

inps(16)

Aan het oostelijke uiteinde van het plein staat een tweede gebouw met twee laterale zijdelen die de centrale verzonken gevel flankeren, uitgerust met een grote portiek ondersteund door grote kolommen en versierd met een fries gesneden in de architraaf.

Het is een gezamenlijk werk van Morpurgo en Alfredo Biagini. In hetzelfde blok, rond Largo degli Schiavoni, bevindt zich de apsis van de grote San Carlo al Corso-kerk.

inps(15)

Het derde INPS-gebouw bevindt zich aan de zuidkant van het plein en huisvest momenteel het Collegio degli Illirici, dat voltooid werd in 1941.

De datum A XIX op het viaduct dat verbinding maakt tussen het Collegio en de San Rocco-kerk, verwijst naar het negentiende jaar van het fascistische tijdperk: 1941.

Boven de datum bevindt zich een vereenvoudigd reliëf van de voormelde fasces. Op de gevel van dit gebouw zien we ook drie grote mozaïeken uit 1938 die verhalen vertegenwoordigen over de kerstening van de Kroaten.

Het zijn werken van de Kroatische schilder, schrijver, illustrator en cartoonist Jozo Kljakovic (1889-1969) die in deze periode als politiek vluchteling verbleef in het Pontificio Collegio Croato di San Girolamo.

Het Istituto Nazionale della Previdenza Sociale (Nationaal Instituut voor Sociale Zekerheid) is de belangrijkste entiteit van het Italiaanse openbare pensioenstelsel.

De hoofdactiviteit van het INPS bestaat uit het verstrekken van pensioenen en andere uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid aan wie er recht op heeft. De financiering gebeurt met de verplichte bijdragen van werknemers in loondienst. In de praktijk is dat een percentage van het loon.

Meer weten over Piazza Augusto Imperatore? Clublid Sandrina Bokhorst presenteert morgenavond 17 oktober om 20 uur het nieuwe webinar IMPERIUM! Augustus en Mussolini op Piazza Augusto Imperatore. Het webinar verloopt in het Nederlands. Kun je niet op dat tijdstip, dan is er altijd een terugkijk-mogelijkheid. Aanmelden kan via deze link.

De kostprijs om deel te nemen bedraagt 15 euro. Clubleden van S.P.Q.R. krijgen 1,5 euro korting op deze prijs (kortingscode SPQR). Info: sandrina@persoonlijkrome.nl.