Enkele opmerkelijke winkels in de Via di Ripetta in Rome

23 februari 2019

Een tijdje geleden kon je het verhaal lezen van Il Marchese, de eerste amarobar in Europa (met meer dan 500 soorten amari op de kaart) en die zich vestigde aan de Via di Ripetta in het hart van de stad. Vandaag vertellen we iets meer over deze straat, die één van de oudste in Rome is en die ook nog de oorspronkelijke route volgt. Reeds in de eerste eeuw bevond zich hier een druk gebruikt pad. Vermoedelijk was de weg reeds in gebruik tijdens de bouw van het Mausoleum van Augustus. De straat maakt deel uit van de zogenaamde Tridente, de drietand die vanaf Piazza del Popolo wordt gevormd door links de Via del Babuino richting Spaanse Trappen, de Via del Corso (tussen de twee kerken) richting Piazza Venezia en rechts de Via di Ripetta zelf, richting Tiber en Vaticaan.

Vanaf de Piazza del Popolo stort deze drietandige vork zich in het stadshart van Rome, de aantrekkingskracht van het stratenspel versterkt het verwachtingsvolle gevoel dat gedurende vele eeuwen bij de Romereiziger werd opgewekt zodra die door de Porta del Popolo de stad binnenstapte. In een boekje uit 1686 staat geschreven dat de eerste indruk die een reiziger kreeg ‘zo groots was dat hij meteen bij het begin al een belofte inhield van de wonderbaarlijke zaken die in deze stad te vinden zouden zijn’. De auteur had gelijk.

De waaier van de drie straten roept de perspectieven van de Italiaanse renaissancetheaters in herinnering die vanaf het proscenium (voortoneel) de blik van de toeschouwer naar de diepte leidde. Dat proscenium wordt hier gevormd door de twee kerken waarvan de gevels niet precies loodrecht op de blikrichting staan, maar lichtjes naar de Via del Corso gedraaid, zodat het oog net als door openstaande deuren instinctief de straat in wordt geleid.

In 1518 werd de Via di Ripetta deftig aangelegd en kreeg ze van paus Leo X, de zoon van Lorenzo de’ Medici (Il Magnifico), de naam Via Leonina. Die werken verliepen alles behalve vlot. De paus dreigde toen zelfs met de ex-communicatie van de architecten en wegenbouwers (Antonio da Sangallo il Giovane, Raimondo Capodiferro en Bartolomeo della Valle) indien de straat niet voltooid zou geraken.

De kosten werden onder meer betaald met een speciale belasting op de activiteiten van prostituees. Die dames hadden daarmee dubbele pech: niet alleen moesten ze betalen, ze waren ook nog één van hun favoriete werkterreinen kwijt. De hoertjes vertoefden immers graag in het donkere wegje dat later zou uitgroeien tot de Via di Ripetta. In het begin van de zeventiende eeuw waren er in Rome ongeveer 13.000 prostituees, dat was toen 18% van de vrouwelijke bevolking, ouderen en kinderen inbegrepen.

Ondanks de inspanningen van paus Leo X kwam de buurt slechts langzaam tot ontwikkeling. In de zestiende en de zeventiende eeuw zorgde de toenemende vraag naar bouwmaterialen wel voor toenemende activiteiten op de Tiber. Heel wat bouwmateriaal werd via de rivier met platbodems (die langs de oever werden voortgetrokken) getransporteerd naar de Ripetta (de houthaven bij Piazza del Popolo) of het begin van de huidige Via Marmorata (de haven voor steen). Vanaf daar werd het met karren verder gebracht naar de bouwplaatsen. Het ging vooral om materiaal dat afkomstig was van de travertijngroeves in Tivoli.

In 1704 gaf paus Clemens XI opdracht tot de bouw van een rivierhaven langs de Tiber die, om ze te onderscheiden van de Ripa Grande, de haven in Trastevere, het verkleinwoordje ‘ripetta’ meekreeg, letterlijk: kleine steiger of kade. De haven, ook wel Porto Clementino geheten, werd gebouwd door Allesandro Specchi en Carlo Fontana. De huidige Via di Ripetta bevindt zich gedeeltelijk op de nu verdwenen plek waar vroeger de havenactiviteiten plaatsvonden. De havenkaaien bevonden zich op de plaats waar nu de Passeggiata di Ripetta loopt.

De trappen, de fundamenten voor de aanlegplaatsen en de stenen drinkbakken voor de lastdieren die nodig waren om de goederen van de scheepjes te vervoeren, werden gedeeltelijk gebouwd met brokstukken die na een aardbeving uit de gewelven van het Colosseum waren gevallen. Travertijn was een dankbaar en stevig bouwmateriaal en het feit dat er opeens zomaar een heleboel stevige stenen beschikbaar waren, heeft de werken aan de nieuwe haven aanzienlijk versneld. Hoeveel bouwmateriaal en stenen van het Colosseum zich vandaag nog onder en langs de Via di Ripetta en in het water bevinden is onbekend.

Toch was de kleine rivierhaven, waar naast bouwmaterialen ook wel wat voeding en wijn werden aangevoerd, nooit een groot succes en na een aantal jaren sloeg de verwaarlozing dan ook reeds toe. Ook de grillige Tiber bleef voor problemen zorgen. In de zomer belemmerde de lage waterstand de scheepvaart. Soms trad de rivier dan weer buiten de oevers en dat zorgde steevast voor overstromingen en veel ellende. De Tiber heeft Rome in het verleden veel comfort bezorgd en ziektes bespaard, maar was anderzijds ook regelmatig de oorzaak van talrijke rampen. Tijdens de keizertijd waren de overstromingen minder frequent dan tijdens de middeleeuwen. Dat kwam omdat de Romeinen slim genoeg waren om de Tiber regelmatig uit te baggeren. Na de val van het Romeinse Rijk gebeurde dat niet meer.

De regelmatige overstromingen van de Tiber, gecombineerd met een gebrekkig onderhoud, zorgden na een aantal jaren voor afbrokkelende stenen en gebouwen die ernstig werden aangetast door vocht en schimmels. De rivier werd vanaf 1877 ingemuurd. Deze gigantische werken duurden tot in 1926. Een gedeelte van de binnenstad veranderde daardoor grondig van uitzicht en een aantal gebouwen moest omwille van de werken verdwijnen. De kaaimuren beschermen tot vandaag de inwoners tegen het water. De enorme muren die nu de Tiber in bedwang houden, strekken zich uit over een lengte van 8 km. De rivier is sinds de aanleg van de enorme damwanden niet meer tot in de stad geraakt.

Het project kende wel wat tegenstanders, maar evenveel mensen vonden het niet erg dat de architectonisch toch wel fraaie haven in de negentiende eeuw moest verdwijnen voor de bouw van de huidige grote dijkmuren langs de Tiber. Die bedwingen nu weliswaar de rivier, maar waren tijdens de bouw ook de reden dat heel wat bouwkundig erfgoed grondig werd verwoest. Ook de voormalige Tiberhaven werd grotendeels vernietigd en verdween onder water en onder de grond. De rest werd weggevoerd als bouwafval.

Het enige wat nog overblijft van dit prachtige stukje Rome uit het meer recente verleden, zijn de Fontana dei Navigatori op Piazza del Porto di Ripetta en de twee Colonne del Porto di Ripetta, waarop enkele grote Tiber-overstromingen staan aangegeven. Ze vormen originele en stille getuigen van de handelsgeest, de schippers en de kooplui die nog niet zo heel lang geleden deze hele omgeving domineerden met drukke handelsactiviteiten. Destijds wandelden de burgers op zondag net zoals vandaag op Piazza Navona heen en weer langs de havenkade.

Enkele jaren geleden werd de Via di Ripetta verkeersarm gemaakt en dat heeft de aantrekkelijkheid van deze straat toch wat vergroot, al is er op zich niet zo heel veel te zien. Op nr. 222 bevindt zich de Accademia di Belle Arti di Roma en voorts zijn er in deze straat enkele merkwaardige winkels te vinden.

Daaronder de legendarische beenhouwerij Antica Macelleria Annibale (op nr. 236) die reeds bestaat sinds 1888. Het decor bleef sinds de opening ongewijzigd. Stap er zeker eens binnen en let op de lange toog in carraramarmer en op het halfreliëf dat ossen voorstelt. Ook de vleeshaken zijn nog origineel.

PizzaRè (op nr. 14) is in heel Rome gekend voor zijn uitzonderlijke pizza’s. De keuze is enorm. We genoten lang geleden ook van een uitstekende maaltijd in de piepkleine en wat rommelige trattoria La Buca di Ripetta (op nr. 36). De zaak bestaat nog altijd maar we durven niet vertellen of de keuken nog even lekker is. Als het restaurant nog in familiale handen is, nemen we aan van wel, maar dat zal je zelf moeten testen.

Op nr. 29 in de Via di Ripetta vinden we op de hoek Porcellane Squatriti Federico, waar men collectiepoppen herstelt. Als wijnliefhebber moet je absoluut ook eens Enoteca Buccone (op nr. 19-20) bezoeken, gevestigd in een oud koetshuis. Het is wellicht één van de meest selecte wijnhuizen van Rome. De keuze aan wijnen is gigantisch.

Vlaanderen opent permanente vertegenwoordiging in Rome

22 februari 2019

Vlaams minister-president Geert Bourgeois opent op maandag 25 februari een Vlaamse diplomatieke post in Rome. Vreemd genoeg weigerde de persdienst van Bourgeois ondanks herhaalde vragen tot dusver elke mededeling over de nieuwe Vlaamse permanente vertegenwoordiging, maar het nieuws werd vorige maand nogmaals bevestigd tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsdrink van de Belgische ambassadeur in Rome. Het nieuws wordt vandaag ook gemeld door het Vlaamse weekblad Bouwkroniek. De algemene afgevaardigde voor Rome wordt Geert De Proost die eerder in New York actief was. Hij blijft op post tot 2024. Deze zogenaamde ‘diplomatieke beweging’ wordt om de vijf jaar doorgevoerd en valt samen met de ambtstermijn van de Vlaamse Regering.

Hoewel Italië flink geleden heeft onder de crisis en een hoge schuldenlast torst, blijft het land voor Vlaanderen een politiek en economisch zwaargewicht. Een Vlaamse afvaardiging in Rome is volgens de Vlaamse regering dan een logische keuze. Zodra de brexit een feit zal zijn valt te verwachten dat het gewicht van Italië, als derde grootste land van de Europese Unie na Frankrijk en Duitsland, nog zal toenemen. Italië is ook lid van de G7 en bij uitbreiding uiteraard van de G20. Italië is de vijfde exportmarkt voor Vlaanderen.

Daarnaast zijn in de Italiaanse hoofdstad verschillende belangrijke instellingen gevestigd, met uiteraard het Vaticaan als religieus wereldcentrum, maar ook verschillende instellingen van Europa en de Verenigde Naties inzake ontwikkelingssamenwerking, landbouw en voedselzekerheid, zoals de voedsel- en landbouworganisatie FAO (Food and Agriculture Organization), het Wereldvoedselprogramma (WFP), het International Fund for Agricultural Development (IFAD), de European Training Foundation, het Joint Research Centre en de European Food Safety Authority.

De nieuwe post moet fungeren als verbindingsbureau tussen deze instellingen maar ook inzetten op het verstevigen van de huidige bilaterale, culturele en onderzoekssamenwerking en op het uitbouwen van de politieke contacten, zowel in Rome als in de verschillende autonome regio’s van het land. Daarnaast zijn er heel wat kansen op culturele samenwerking, zeker voor de hedendaagse kunst, met de Biënnale van Venetië en de Architectuurbiënnale van Milaan. Er is een gedeeld cultureel erfgoed door wederzijdse interesse door de eeuwen heen. Er is tevens een band inzake oude kunst.

Het is de bedoeling dat de nieuwe diplomatieke Vlaamse post in Rome zal inzetten op de versteviging van de huidige samenwerking en op de uitbouw van politieke contacten, zowel in Rome zelf als in de verschillende autonome regio’s. Bourgeois wil de aanwezigheid van Vlaanderen op het wereldtoneel benadrukken. Daar hoort onder meer een eigen diplomatiek korps bij. De regering wil het Departement Internationaal Vlaanderen ook uitbouwen tot een echt Vlaams ministerie van Buitenlandse Zaken.

De nieuwe Vlaamse vertegenwoordiging in Rome is een aanvulling op de bestaande kantoren van Flanders Investment & Trade (FIT) en Toerisme Vlaanderen in Rome en Milaan. Vlaanderen heeft al diplomatieke posten in Brussel (de Europese Unie), Den Haag, Berlijn, Parijs (twee posten), Londen, Wenen, Madrid, Warschau, Genève (de Verenigde Naties), Pretoria en New York.

Inzake personeel wordt in Rome uitgegaan van één algemene afgevaardigde van de Vlaamse regering (Geert De Proost) en een administratieve medewerker. De financiering van de nieuwe diplomatieke post gebeurt binnen de bestaande portefeuille van het Vlaamse buitenlands beleid.

Op zondag 24 februari strijkt een uitgebreide officiële Vlaamse delegatie in Rome neer, waaronder minister-president Geert Bourgeois en kamervoorzitter Jan Peumans. ’s Avonds is er een audiovisiuele kunstvoorstelling in Palazzo Doria Pamphilj aan de Via del Corso (foto boven en onder), met onder meer een optreden van het vocaal-instrumentale Sollazzo Ensemble en het vocaal ensemble Cappella Pratensis (Alamire Foundation) dat gehuisvest is in het Huis van de Polyfonie in Heverlee, Leuven.

Ze brengen er de Missa Cum jocunditate van Pierre de la Rue, een uitvoering die het ensemble in 2016 uitbracht op cd. Het gezelschap krijgt ook een rondleiding in de kunstcollectie van het museum, waarin zich onder meer werk bevindt van Vlaamse meesters zoals Memling, Rubens, Bruegel en Metsys.

Maandag wordt in het Istituto Centrale per la Grafica (Palazzo Poli, eigenlijk de voorzijde van de Trevifontein) de nieuwe Vlaamse vertegenwoordiging in Italië geïnstalleerd. Er zijn toespraken van minister-president Geert Bourgeois en van de nieuwe algemeen afgevaardigde Geert De Proost. Ook Maria Antonella Fusco, de directeur van het Istituto Centrale per la Grafica en Bart Demuyt, de directeur van de Alamire Foundation (KU Leuven) en AMUZ (Festival van Vlaanderen – Antwerpen) zeggen een woordje.

Aansluitend volgt de opening van Arte Musicale della Polyfonia Fiamminga. De Sala Dante van het Istituto Centrale per la Grafica ontvangt de hoogtechnologische media-installatie Speculum Musurgica van de Vlaamse kunstenaar Rudi Knoops. Samen met een digitaal verhaal (met de digitale weergave van zes muziekmanuscripten) over de muziekkalligraaf Petrus Alamire (ca. 1470-1536) biedt dit innovatieve project van de Alamire Foundation, het Centre of Excellence voor muzikaal erfgoed van de KU Leuven en AMUZ (Festival van Vlaanderen – Antwerpen), een unieke inkijk in de wereld van de Meesters van de Vlaamse Polyfonie. Het wordt een feestelijke avond in het teken van Vlaamse polyfonie en innovatie. Na afloop volgt een receptie. Dinsdag 26 februari volgt in de Academia Belgica nog een conferentie met als thema ‘De toekomst van de Europese Unie’.

Over het feit of een afzonderlijke Vlaamse diplomatieke post naast de reeds overal aanwezige Belgische diplomatieke korpsen zin heeft, zijn al een aantal discussies gevoerd. Sommigen vinden die dubbele aanwezigheid verwarrend of stellen dat het weinig zin heeft omdat de naam ‘Vlaanderen’ in tegenstelling tot ‘België’ in het buitenland veel minder bekend is. Anderen zeggen dat de installatie van een regionale diplomatieke post noodzakelijk is om het Vlaamse buitenlands beleid te versterken, zeker nu de internationale vrijhandel en de Europese samenwerking onder druk staan.

Toch even aanstippen dat de twee Belgische ambassades in Rome – de ambassade en het consulaat-generaal in Italië en de ambassade van België bij de Heilige Stoel – een paar jaar geleden werden samengebracht in één gebouw. De Belgische ambassade in Rome die behalve voor Italië ook verantwoordelijk is voor Malta en San Marino, verliet het gebouw aan de Via dei Monti Parioli en zit nu samen met hun collega’s aan de Via Giuseppe de Notaris, waar zich eerder al de Belgische ambassade bij het Vaticaan bevond. De Belgische ambassadeur in Italië is Frank Carruet, de ambassadeur bij de Heilige Stoel is Jean Cornet d’Elzius. Beide Belgen vertegenwoordigen ons land momenteel dus respectievelijk in Italië en in Vaticaanstad.

Nieuwe postzegels ter gelegenheid van 90-jarige Verdrag van Lateranen

20 februari 2019

Het Vaticaan brengt een speciale postzegelset op de markt ter gelegenheid van de verjaardag van het Verdrag van Lateranen dat vorige week maandag precies 90 jaar geleden werd gesloten. Er worden in totaal 40.000 stuks uitgegeven op een speciaal verzamelaarsvelletje met een waarde van 8,40 euro. Samen met de zegel is ook een speciaal geborduurde stoffen stempel beschikbaar, gepresenteerd in een exclusief mapje. Het borduursel werd vervaardigd door een Oostenrijks bedrijf dat in totaal tienduizenden meters metaaldraadjes en zijden garen gebruikte voor de productie.

Stampa

Op elke zegel staat het embleem van het Vaticaan, bekroond met kruis en kroon en omgeven door de sleutels van Petrus. In het midden staan de data 1929 en 2019 en onderaan Citta del Vaticano. Op de linkerkant van het postzegelvelletje is de kaart van Vaticaanstad te zien, rechts bevinden zich de pausen Pius XI en Paus Franciscus, kruiselings afgewisseld in twee waardes van respectievelijk 1,10 en 1,15 euro.

De speciale dagstempel die werd gebruikt tijdens de eerste uitgiftedag op 11 februari is uiteraard niet meer verkrijgbaar en zal in de toekomst enkel nog te vinden zijn bij verzamelaars of in gespecialiseerde winkels. Het ontwerp is van Orietta Rossi en de zegels werden gedrukt bij de Koninklijke Joh. Enschedé, een postzegel- en bankbiljettendrukkerij uit het Nederlandse Haarlem. Ook de Italiaanse postdiensten geven een gelegenheidszegel uit als herdenking van het Verdrag en dit in een oplage van 600.000 exemplaren. De zegel is zowel in Vaticaanstad als in Italië verkrijgbaar. Ook deze zegel heeft een waarde van 1,10 euro.

lateranen2

Daarop staat prominent de Sala della Conciiazione van het Palazzo del Laterano waar de overeenkomsten werden getekend en die nog steeds de originele tafel en stoelen uit die periode bevat. Deze zegels werden gedrukt door het Istituto Poligrafico e Zecca dello Stato en zijn te koop in het postkantoor en de filateliebalie in Vaticaanstad en in de hoofdkantoren van de grootste Italiaanse steden.

Paus Franciscus bezoekt Capitool op 26 maart

19 februari 2019

Paus Franciscus bezoekt op dinsdag 26 maart het Senatorenpaleis op de Captitolijnse heuvel, waar hij de gemeenteraadsleden van Rome zal ontmoeten. Dat gebeurt op uitnodiging van burgemeester Virginia Raggi. Het is de eerste keer dat Jorge Mario Bergoglio een officieel bezoek zal brengen aan het stadsbestuur van Rome. Franciscus is naar verluidt blij met de uitnodiging. Het is al tien jaar geleden dat een paus nog eens naar het Capitool kwam. Benedictus XVI bezocht Palazzo Senatorio op 9 maart 2009 en werd daar verwelkomd door de toenmalige burgemeester Gianni Alemanno. In de Giulio Cesare-aula in het stadhuis bevindt zich een marmeren gedenkplaat van dit bezoek.

Een blijvende herinnering aan het Verdrag van Lateranen

18 februari 2019

Vorige maandag was het precies 90 jaar geleden dat het Verdrag van Lateranen gesloten werd en daarmee werd ook Vaticaanstad zoals we het ministaatje nu kennen in het leven geroepen. Je kon gisteren over deze geschiedenis een uitgebreide bijdrage lezen. De toenmalige Italiaanse dictator Benito Mussolini wilde die belangrijke gebeurtenis visueel weergeven door het aanleggen van een open verbinding tussen de stad Rome en het Vaticaan, als een teken van conciliazione of verzoening. Zo ontstond de Via della Conciliazione.

Deze éénrichtingslaan der ‘Verzoening’ is 420 m lang en loopt van de Engelenburcht tot het Sint Pietersplein. Ze werd tussen 1936 en 1950 aangelegd. De komst van deze door velen verguisde laan resulteerde weliswaar in een onbelemmerd uitzicht op de Sint Pietersbasiliek en het Sint-Pietersplein, maar ging ten koste van de oude Borgo-wijk.

De plannen voor de nieuwe straat waren in 1931 klaar. Om ze te realiseren moest de oude wijk tussen de Borgo Vecchio en Borgo Nuovo (twee smalle straatjes in het verlengde van het Sint-Pietersplein, richting Tiber en Engelenburcht) worden afgebroken om zo de toeschouwer reeds vanuit de oude binnenstad van Rome een rechtstreekse blik op de basiliek van Sint-Pieter te geven. De afbraak van deze Spina di Borgo begon in oktober 1936 en duurde bijna een jaar. Daarbij werd in totaal 600.000 m³ bebouwing verwijderd.

De werkzaamheden aan de straat zelf werden onderbroken door de Tweede Wereldoorlog, en pas in 1950 kon het project worden afgesloten met de aanleg van twee evenwijdige rijen van in totaal 28 moderne obelisken die als lichtmasten dienen. In de tijd vóór Mussolini naderde de bezoeker die van de Tiber kwam, de basiliek langs de Spina, als het ware de ruggengraat van de Borgo, gevormd door twee mooie oude straten die min of meer parallel naar het Sint Pietersplein van Bernini liepen, maar die het uitzicht op de basiliek niet zoals nu meteen op een spectaculaire manier prijsgaven.

Toen hier nog een wirwar van steegjes lag, zag men de zonovergoten gevel van de basiliek pas wanneer men er vlak vóór stond, vandaag is het ooit zo wezenlijke deel bij het naderen van de Sint-Pietersbasiliek, de echte verrassing, volledig verdwenen. In 1937, het jaar vóór Hitlers eerste bezoek aan Rome, besloot Mussolini deze betrekkelijk geleidelijke onthulling van de basiliek en zijn koepel, te veranderen in puur melodrama vanuit een éénpuntsperspectief. Het resulteerde in een reusachtige laan in de stijl van Albert Speer die de plaats heeft ingenomen van beide straten, de Borgo Vecchio en Borgo Nuovo die samen de Spina di Borghi vormden.

Aan de Borgo Vecchio lag omstreeks 1550 de herberg Il Falcone Bianco die werd uitgebaat door de Nederlandse waardin Magdalena. Er kwamen schilders over de vloer, maar ook Hendrik van Brederode was hier te gast. Ook het huis en het atelier van Rafaël gingen met de aanleg van de nieuwe straat verloren. Wanneer we vandaag langs deze vrij saaie laan (hoewel er heel wat opmerkelijke gebouwen staan, maar daar moet je wel wat tijd voor nemen) de basiliek naderen, zakt de machtige koepel steeds verder weg en zal uitzonderlijk geheel achter de gevel schuil gaan.

Dit is uiteraard een architectonische fout die men onrechtvaardig in de schoenen schuift van Carlo Maderno die de kerk van een langschip voorzag en daarmee het oorspronkelijke plan van een Grieks kruis met een koepel in het centrum opgaf. Toch zit in deze fout enige symboliek: de koepel heeft zijn lokkende taak, de reiziger wordt opgenomen in de armen der kerk (de zuilengalerij van Bernini) en kan vanaf dan al zijn aandacht wijden aan het godshuis zelf en het hart ervan, namelijk het graf van Petrus.

Het is de uitleg waarmee deze ingreep uit de jaren dertig van vorige eeuw wordt verklaard, maar die architecturaal eigenlijk niet te verantwoorden valt. Een stad moet evolueren en vernieuwen, maar de vernietiging van de Borgo-wijk is zeker niet de meest doordachte en beste urbanistische ingreep die tijdens de voorbije eeuwen in Rome werd uitgevoerd.

90 jaar geleden werd in Rome het Verdrag van Lateranen gesloten

16 februari 2019

In Rome en het Vaticaan werd vorige maandag de negentigste verjaardag gevierd van het Verdrag van Lateranen, de naam waaronder de overeenkomsten gekend zijn die op 11 februari 1929 werden gesloten tussen de Heilige Stoel en het koninkrijk Italië. Het Verdrag van Lateranen maakte een einde aan het uit 1870 daterende geschil tussen het Vaticaan en Italië. Er werd een concordaat gesloten en Vaticaanstad werd een onafhankelijke soevereine staat.

Pas in 1984 werd dit concordaat na vijftien jaar onderhandelen vervangen door een nieuw verdrag. Rome zou vanaf dan niet langer de ‘Heilige Stad’ heten, de Italiaanse gelovigen gingen hun priesters en de bouw van nieuwe kerken voortaan zelf betalen, het godsdienstonderwijs op de openbare scholen was niet meer verplicht en allerlei belastingfaciliteiten voor kerken en kloosters werden afgeschaft.

Vóór de sluiting van het Verdrag van Lateranen omvatte de toenmalige Kerkelijke of Pauselijke Staat het gebied waarover de paus sinds de achtste eeuw wereldlijk soeverein was. Het bestond in hoofdzaak uit de stad Rome en Midden-Italië. De verovering van het gebied door de naar eenheid strevende Italiaanse staten (1860-1870) leidde tot de zogenaamde Romeinse Kwestie, die pas in 1929 werd opgelost door het sluiten van het voormelde Verdrag en waarbij de paus erkend werd als soeverein van Vaticaanstad.

In 1870, na het vertrek van de Franse troepen, konden Italiaanse troepen Rome binnentrekken en werd de aansluiting van de Kerkelijke Staat bij Italië een feit. Bij de Garantiewet van 13 mei 1871 erkende de Italiaanse staat de onschendbaarheid en soevereiniteit van de paus (echter zonder territorium), verleende hem de bevoegdheid tot het houden van concilies, stelde hem in het bezit van de paleizen van het Vaticaan, Lateranen en Castel Gandolfo en schonk hem een jaargeld.

Paus Pius IX was daarmee niet tevreden, weigerde elke medewerking met de Italiaanse regering, protesteerde tegen het feit dat de positie van de paus nu wettelijk door de Italiaanse Staat was geregeld en weigerde zich buiten de Vaticaanse territoria te begeven. Hij heeft zich binnen de muren van het Vaticaan altijd een gevangene gevoeld. Zijn opvolgers deelden dit standpunt. Pas in 1929 kwam de paus (Pius XI) met de Italiaanse staat tot overeenstemming door het sluiten van het voormelde Verdrag van Lateranen.

Een belangrijke rol hierin was weggelegd voor kardinaal Pietro Gasparri (1852-1934). Hij had een hoofdaandeel in de samenstelling van de Codex Iuris Canonici, het wetboek van canoniek recht van de Rooms-Katholieke Kerk. Van 1926 af voerde hij de onderhandelingen tussen de Heilige Stoel en Italië, die leidden tot het Verdrag van Lateranen. Op 11 februari 1929 ondertekende hij samen met Mussolini dit verdrag.

Vaticaanstad (Città del Vaticano in het Italiaans, maar officieel eigenlijk Stato della Città del Vaticano) of Status Civitatis Vaticanae zoals de Latijnse benaming ook wel mooi klinkt, is de ongeveer 44 ha grote ministaat die binnen de grenzen van Italië in het noordwesten van Rome werd opgericht in 1929 ten behoeve van de paus. Daarbij horen ook de immuniteit genietende, en buiten Vaticaanstad gelegen pauselijke bezittingen, namelijk de basilieken Sint-Jan van Lateranen, Maria Maggiore en de Sint-Paulus buiten de Muren, evenals het zomerverblijf in Castel Gandolfo.

Het ommuurde complex dat we vandaag kennen als Vaticaanstad bestaat uit het pauselijk paleis met uitgestrekte tuinen en de Sint-Pietersbasiliek met het gelijknamige ervoor gelegen plein. Tot het grondgebied behoren uiteraard ook de Vaticaanse Musea. De Heilige Stoel heeft ook bezittingen op Italiaans grondgebied. Deze bezittingen zijn dus geen Vaticaans grondgebied. Volgens het Verdrag van Lateranen hebben deze bezittingen echter een extraterritoriale status, vergelijkbaar met de status van een ambassade.

Ook in het Vaticaan wordt als munteenheid de euro gebruikt. Vaticaanstad heeft eigen euromunten maar die zijn behoorlijk zeldzaam en grote aantallen bevinden zich in handen van verzamelaars. De bevolking van Vaticaanstad kan onderverdeeld worden in staatsburgers en andere bewoners. Bij de eerste groep (het staatsburgerschap wordt verleend, men kan het niet door geboorte krijgen) horen de leden van het pauselijke corps diplomatique (die vrijwel allen in het buitenland wonen), de leden van de Zwitserse Garde, de in Rome wonende kardinalen en een kleine groep leken

Tot de andere bewoners behoren voornamelijk mannelijke en vrouwelijke geestelijken en ordeleden die in dienst van het Vaticaan zijn. Daarbuiten zijn er nog enkele duizenden mensen die een andere (meestal Italiaanse) nationaliteit bezitten en die louter werkzaam zijn in Vaticaanstad.

Het staatshoofd is de paus, het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk. Volgens de grondwet van 7 juni 1929 heeft hij als soeverein van Vaticaanstad ‘alle wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden’. Hij wordt wat zijn wetgevende taken betreft, bijgestaan door een pauselijke commissie, de Pontificia Commissione per lo Stato della Città del Vaticano en door de Gouverneur van de Staat.

In de commissie, die wordt geleid door de kardinaal-staatssecretaris, hebben nog zes kardinalen zitting, die voor vijf jaar worden benoemd. Er bestaat sinds 1969 een adviserend orgaan, de Consulta dello Stato, waarin uitsluitend leken zitting hebben. Aan de voormelde commissie is ook de uitvoerende macht gedelegeerd. In afhankelijkheid van haar fungeren het zogenaamde Gouvernement (Governatorato) en een aantal directoraten (Direzioni Generali).

Het gouvernement wordt gevormd door het secretariaat-generaal en de bureaus voor juridische zaken, personeelszaken, de financiële administratie, filatelie en numismatiek, het postbedrijf, het goederenvervoer, de bewakingsdienst en de dienst voor informatie aan pelgrims en toeristen. De belangrijkste directoraten zijn die voor de monumenten, musea en kunstgalerijen, voor de economische zaken, het gezondheidswezen, Radio Vaticana en de Vaticaanse sterrenwacht.

Het Vaticaan heeft een eigen rechtbank, met drie soorten rechtsprekende instanties, met onder andere een rechtbank van eerste aanleg, een hof van appel (hoger beroep) en een hof van cassatie, die tevens bij de kerkelijke rechtspraak zijn ingeschakeld. Vaticaanstad heeft in de meeste landen diplomatieke vertegenwoordigers, die tevens vertegenwoordiger (nuntius) van de Heilige Stoel zijn. Tevens is het Vaticaan als waarnemer vertegenwoordigd in de Verenigde Naties, de UNESCO en de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.

De Zwitserse Garde, een in 1506 door paus Julius II opgericht korps van katholieke Zwitsers, die de lijfwacht van de paus vormen en de toegangen tot Vaticaanstad en de pauselijke paleizen bewaken, is bij de meeste mensen wel bekend. Hun fotogenieke pakjes zijn geliefd bij bezoekers van de Sint-Pietersbasiliek.

Voor de algemene veiligheid staat echter de Gendarmerie van Vaticaanstad in, het Corpo della Gendarmeria dello Stato della Città del Vaticano, die uit de oude Pauselijke Gendarmerie is ontstaan. Deze politiedienst ontstond in 1970 nadat paus Paulus VI de Palatijnse Garde en de Nobelgarde had ontbonden. Beide verzorgden een aantal politietaken. Aanvankelijk heette het korps Vigilanza dello Stato della Città del Vaticano (kortweg de Vigilanza), maar onder paus Johannes Paulus II kreeg het in 2002 zijn huidige naam.

De Palatijnse Garde, ook wel Paleisgarde of Eregarde (Guardia Palatina d’Onore), was een militaire eenheid van de Kerkelijke Staat. Deze Garde werd in 1850 opgericht onder impuls van paus Pius IX en was bedoeld als een infanterie-eenheid. Ze hield zich bezig met wachtlopen en het verdedigen van de Kerkelijke Staat tegen aanvallen van buiten. In 1877 schonk de Garde een kostbare tiara aan paus Pius IX, de zogenaamde Palatijnse tiara, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van diens bisschopswijding.

Na de Italiaanse eenwording en het opheffen van de Kerkelijke Staat in 1870-1871, zag ook de Garde zich gedwongen zich terug te trekken binnen het territorium van Vaticaanstad. D e Palatijnse Garde bestond louter uit vrijwilligers, vooral Romeinen, die voor hun werkzaamheden slechts een bescheiden onkostenvergoeding kregen. De eenheid werd om die reden in het Italiaans ook wel Eregarde genoemd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht de garde actief tegen SS-troepen die probeerden de pauselijke zomerresidentie Castel Gandolfo in te nemen. Op 14 september 1970 werd de Pauselijke Garde door paus Paulus VI opgeheven. Voormalige gardisten konden lid worden van de Sint-Petrus en Sint-Paulus Vereniging, een groepering die tot vandaag bestaat.

De pauselijke Nobelgarde, Edelgarde of Edelwacht was een officierenkorps van ongeveer 90 leden, belast met de bewaking en bescherming van de paus en niet te verwarren met de Zwitserse Garde, die al veel langer bestond. De Nobelgarde werd op 11 mei 1801 opgericht door paus Pius VII. Ze bestond vooral uit edellieden afkomstig uit vooraanstaande Romeinse adellijke families.

De leden van deze garde kregen geen vergoeding voor hun diensten en moesten zelf zorgen voor hun uitrusting. Deze bestond uit een dienstuniform, een semi-gala uitrusting, een gala-uitrusting en een grote blauwe mantel. Aan het hoofd van de Nobelgarde stond een kapitein wiens graad overeenkwam met die van generaal in het Italiaanse leger. Paus Paulus VI besliste in 1970 dat de Nobelgarde samen met alle andere pauselijke legereenheden (behalve de Zwitserse Garde) moest worden opgeheven.

De huidige Gendarmeria is belast met reguliere politietaken, met uitzondering dus van de persoonsbeveiliging en de bewaking van objecten. Die taken worden uitgevoerd door de Zwitserse Garde. Sinds 2008 is de Gendarmeria aangesloten bij Interpol. Ook de Vaticaanse brandweer is ondergebracht bij het korps. Het korps beschikt sinds 2007 over een eigen anti-terreureenheid.

Aan de gendarmerie zijn ook de taken van de verkeerspolitie toegewezen. In de periode 1969-1970 werden de arbeidsverhoudingen vastgelegd in een uitgebreid reglement, dat onder meer de hoogte van de salarissen, de pensioenen en de secundaire arbeidsverhoudingen regelt.

De Fondo Assistenza Sanitaria is verantwoordelijk voor de gezondheidszorg. Het Vaticaan heeft een groot aantal instellingen voor hoger onderwijs, die vrijwel allemaal buiten Vaticaanstad, in Rome, gevestigd zijn. De belangrijkste daarvan zijn de pauselijke universiteiten, de Gregoriana, de Lateranense, de Urbaniana, de Università di San Tomaso d’Aquino en de Salesiana.

Daarnaast zijn er pauselijke instituten zoals die voor gewijde muziek, christelijke archeologie en voor de studie van het Arabisch en de islam en de pauselijke academies voor archeologie en voor natuurwetenschappen. Het dagblad van het Vaticaan is de l’Osservatore Romano. Radio Vaticana werd gesticht in 1931. In 1983 werd ook een televisiestation opgericht.

Alle economische activiteiten zijn in handen van de overheid. Er wordt geen inkomstenbelasting of btw geheven en er bestaan geen indirecte belastingen. Er zijn twee grote staatswinkels die een uitgebreid assortiment goederen tegen vastgestelde (lage) prijzen verkopen en waar – naast inwoners van Vaticaanstad – ook houders van een speciale vergunning toegang hebben.

Het Vaticaan heeft eigen inkomsten uit de uitgifte van postzegels en de circulatie van de eigen munten. Daarnaast beschikt het, als uitvloeisel van de bepalingen van het Verdrag van Lateranen, over een aandelenpakket (met naar verluidt zowel binnen- als buitenlandse belangen), waarvan de waarde niet bekend is, en over onroerend goed, dat alleen al in de stad Rome ongeveer 5.000 woningen omvat.

Het Istituto per le Opere di Religione (IOR) is de staatsbank. In 1979 publiceerde het Vaticaan voor het eerst begrotingscijfers. In de jaren ’90 van de vorige eeuw zorgden financieel wanbeheer, bankschandalen en de waardevermindering van de dollar voor aanzienlijke tekorten. Het Vaticaan beschikt over een eigen postdienst en telefoonnet. Er bestaat nog altijd een aansluiting op het spoorwegnet van de Italiaanse staatsspoorwegen en het ministaat beschikt ook over een helihaven.

Het Lateraan is een paleis op de Monte Celio in Rome (oorspronkelijk bezit van het Romeinse adellijke geslacht van de Lateranen) dat door een keizerlijke schenking tijdens Constantijn de Grote eigendom van de Rooms-Katholieke Kerk werd. Gedurende het grootste deel van de middeleeuwen was het de residentie van de pausen: er hebben 161 pausen gewoond.

Na de branden van 1308 en 1361 bleef het lange tijd ongebruikt. Het huidige paleis werd gebouwd onder paus Sixtus V tussen 1585 en 1589 naar ontwerp van Domenico Fontana. Van 1854 tot 1963 diende het als museum voor antieke en vroeg-christelijke kunst. De zogenaamde Scala Santa leidt naar de vroegere pauselijke huiskapel.

Auteur Jelle Dehaen presenteert zijn boek De schaduw van Caesar

16 februari 2019

In de recent verschenen historische roman De schaduw van Caesar krijgen we een unieke inkijk in de Romeinse oudheid en in de persoonlijkheid van een grootse, maar lang vergeten Romein: Marcus Cornelius Balbus. Een man die zijn leven wijdt aan Caesar en de Republiek. Of toch niet? Hij is dé meesterintrigant van het oude Rome. Hij is een rijke aristocraat die zijn leven wijdt aan één taak: van Gaius Julius Caesar de machtigste man van de Republiek maken.

Scrupules heeft Balbus niet. Hij smeedt bondgenootschappen met gezworen vijanden, deelt kwistig smeergeld uit en saboteert de gladiatorenspelen van zijn vijanden. Gedurende de vier decennia waarin hij in Rome aan de touwtjes trekt, schrijft hij talloze brieven aan zijn trouwe vriend Lucius. Daarin schept hij op over zijn triomfen en klaagt hij bitter over zijn nederlagen.

Auteur Jelle Dehaen studeerde geschiedenis en filosofie. Hij werkt als freelancejournalist. De schaduw van Caesar is zijn debuutroman. Hij komt zijn boek op uitnodiging van S.P.Q.R. persoonlijk voorstellen op woensdag 20 februari 2019 om 20 uur. Plaats van afspraak is lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven. Een aantal exemplaren van het boek zijn ter plaatse te koop. De auteur zal zijn werk na de lezing graag signeren. De toegang is gratis, iedereen is welkom.

PRAKTISCH

  • Lezing en boekvoorstelling De schaduw van Caesar
  • Woensdag 20 februari 2019 om 20 uur
  • Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven

Romeinse restaurant-uitbater verdacht van maffiabanden maar gaat vrijuit

15 februari 2019

In Rome heeft de openbare aanklager Francesco Minisci het onderspit gedolven in de rechtszaak die Justitie had aangespannen tegen de uit Calabrië afkomstige ondernemer Salvatore Lania. De man werd ervan verdacht de werkelijke eigenaar te zijn van enkele bij toeristen zeer populaire restaurants en winkels en die zaken te gebruiken om op grote schaal maffiageld wit te wassen. De zaak veroorzaakte vier jaar geleden heel wat ophef in Rome.

De onderzoeksrechter bracht nauwgezet de economische, commerciële en criminele geschiedenis van Salvatore Lania in beeld. Zo werd duidelijk dat de man jarenlang geen cent belastingen betaalde. Enkel in 1998 gaf hij 660 euro inkomsten aan. Ondertussen kocht Lania wel restaurants en winkels. Daar waren forse bedragen mee gemoeid. Zo verwierf hij in 2012 Er Faciolaro voor meer dan twee miljoen euro. De restaurants werden volgens het gerecht gerund door stromannen, terwijl Lania als werkelijke eigenaar uit beeld bleef. De naam van de Calabrees werd vroeger al eens genoemd toen in Rome een enorme en wereldwijde actieve bende smokkelaars werd opgerold. Die hielden zich vooral bezig met het verhandelen van in China geproduceerde namaakgoederen. Maar ook toen ging hij vrijuit.

Ditmaal werd Lania samen met acht anderen gedagvaard en zijn bedrijven werden in 2015 in beslag genomen door de overheid. De Direzione Investigativa Antimafia (DIA) kan in het kader van de Italiaanse antimaffia-wet dergelijke acties ondernemen wanneer er sterke vermoedens bestaan van infiltratie door de maffia, in dit geval de Ndrangheta. De rechter sprak echter alle gedaagden vrij en heeft bevolen dat alle activa moeten worden teruggegeven. De geviseerde restaurants bevinden zich allemaal in de Via dei Pastini, vlakbij het Pantheon. Het gaat om Er Faciolaro, La Rotonda en Il Barroccio. Ook  de poppen- en speelgoedwinkel La Bottega di Mi & Chi in de Via della Rotonda werd weer vrijgegeven.

Bouw stadion AS Roma kan eindelijk beginnen

15 februari 2019

Het heeft alles bij elkaar bijna zes jaar geduurd, maar nu kan voetbalclub AS Roma eindelijk beginnen met de bouw van een nieuw stadion. Het stadsbestuur van Rome had de plannen voor het Stadio della Roma vorig jaar al goedgekeurd, maar het duurde bijzonder lang vooraleer alle formaliteiten waren afgehandeld. Een laatste technische studie van de Universiteit van Turijn werd deze week afgeleverd en daarmee zijn nu alle obstakels voorlopig van de baan. Burgemeester Virginia Raggi aarzelde niet om het goede nieuws meteen de wereld rond te sturen.

Het nieuwe stadion wordt gebouwd in de wijk Tor di Valle, op de oever van de Tiber zal plaats bieden aan 52.500 toeschouwers. Rond het stadion komen winkels en restaurants. Ook de omgeving wordt heraangelegd en de faciliteiten voor het openbaar vervoer worden uitgebreid. Het totale project zal minstens 2 miljard euro kosten, waarvan 400 miljoen euro alleen al voor het voetbalstadion. De bouw zal tenminste twee jaar duren.

AS Roma droomt al jaren van een nieuw stadion. De bouw ervan werd goedgekeurd in maart 2017 en heeft al veel vertraging opgelopen, maar dat is in Rome met grote bouwprojecten niet ongebruikelijk. De arrestatie van een aantal betrokkenen bij het dossier die ervan worden verdacht steekpenningen te hebben betaald om bepaalde formaliteiten vlugger te laten verlopen, heeft het dossier niet vooruit geholpen.

AS Roma speelt zijn thuiswedstrijden nog steeds in het Stadio Olimpico dat het sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw deelt met stadgenoot voetbalclub Lazio. Het huurcontract met het Stadio Olimpico loopt in 2020 af, dus voor het seizoen 2020-2021 zal in ieder geval nog een oplossing moeten worden gezocht.

Het nieuwe hoofdkwartier van AS Roma wordt veel meer dan alleen maar een stadion. Er komen een aantal grote winkels, restaurants, woningen, appartementen en bijhorende wegeninfrastructuur in een brede straal rond de plek waar het stadion wordt gebouwd. Het nieuwe stadion van AS Roma, één van de grootste voetbalclubs in Italië, wordt volledig gefinancierd met privékapitaal.

Clubvoorzitter James Palotta hoopt binnen twee jaar klaar te zijn met de bouw. Het ontwerp van architect Dan Meis is geïnspireerd op het Colosseum. Het stadion wordt neergezet op het terrein van de oude paardenrenbaan in de wijk Tor di Valle, in het zuidwesten van de stad. De site is gelegen bij het kruispunt van de Grande Raccordo Anulare (GRA), de ringweg rond Rome en de snelweg naar de internationale luchthaven van Fiumicino.

De architectuur is een eerbetoon aan de rijke geschiedenis van Rome. Het stadion zal worden gebouwd met de modernste technologieën en wordt opgetrokken in een indrukwekkende en veelzijdige combinatie van staal en glas met een stenen gevel die refereert aan de klassieke bogen van het Colosseum.

Het stadion mag dan wel geïnspireerd zijn op het beroemde amfitheater, die naam wordt principieel niet overgenomen omdat er nu eenmaal slechts één Colosseum is. AS Roma is op zoek naar partners die hun naam aan de toekomstige arena zouden kunnen geven. De voorlopige naam is Stadio della Roma.

Het ovaalvormige stadion zal voor grote internationale evenementen uitbreidbaar zijn met nog eens 7.500 zitplaatsen, waardoor er 60.000 toeschouwers terecht kunnen. De tribunes worden in drie lagen opgesteld. Naast het nieuwe stadion zal nog een kleinere voetbalstructuur met verschillende velden worden gebouwd, bestemd voor trainingen. Er is ook plaats voor een sportschool, een revalidatiecentrum en andere nuttige faciliteiten die direct te maken hebben met de voetbalclub.

Rond het stadion wordt een compleet AS Roma-dorp gebouwd, met veel groen, winkels (waaronder een Nike Megastore), restaurants, een fanshop, een conferentiehal en een ontspanningszone met onder meer een interactief museum. Die zullen allemaal permanent open zijn. AS Roma rekent ook buiten de wedstrijden op de komst van bezoekers, fans en toeristen.

Ook op andere vlakken zijn de raakpunten en de gelijkenissen met de oudheid groot. Zo zullen de spelers, net als de gladiatoren zo’n 2000 jaar geleden, net vóór het begin van de wedstrijd via een hydraulisch platform tot op het voetbalveld worden gebracht. Er wordt speciale aandacht besteed aan de versterking van het openbaar en privévervoer van en naar het nieuwe stadion. Er wordt onder meer gedacht aan een nieuwe busroute. Een nieuw infrastructuurplan voor de hele omgeving moet een gemakkelijke toegang verzekeren voor zowel auto’s als het openbaar vervoer.

Er komen ruime parkeervoorzieningen, ook voor fietsers. Deze laatsten zullen gebruik kunnen maken van nieuwe fietspaden. De aanleg van al die infrastructuur gaat nog eens honderden miljoenen euro kosten. Het hele project zal een enorme impact hebben op de plaatselijke werkgelegenheid en op termijn duizenden vaste jobs creëren, zowel dankzij de rechtstreekse clubactiviteiten als door de ontwikkeling van de commerciële ruimtes en het ontspanningsgedeelte in de AS Roma-zone.

De Amerikaanse architect Dan Meis (58) wordt erkend als één van ’s werelds meest vooraanstaande ontwerpers van sport-en uitgaansgelegenheden. Hij begon zijn loopbaan met grootschalige maatschappelijke en commerciële architectuur en werkte als jonge designer mee aan bekroonde kantoortorens in Chicago, New York, Duitsland en Zuid-Afrika.

Gaandeweg specialiseerde hij zich in sport- en entertainment-architectuur en ontwierp hij tal van baanbrekende faciliteiten, waaronder de Manchester Evening News Arena in England, de Saitama Arena in Japan, het Comerica Theatre in Phoenix, het Safeco Field in Seattle, het Lincoln Financial Field in Philadelphia en het Paul Brown Stadium in Cincinnati. Zijn ontwerp voor het Los Angeles Staples Center staat bekend als het grootste sportcomplex dat ooit werd gebouwd. Dan Meis heeft zijn eigen onafhankelijke studio, MEIS, en werkt vanuit zijn kantoor in Venice Beach, Californië. In 2001 verscheen hij in Time magazine als één van de ‘100 Innovators in The World of Sports’.

Ook de concurrerende voetbalclub SS Lazio overwoog een aantal jaren geleden om een nieuw stadion buiten de stadsgrenzen van Rome bouwen, maar voorlopig ontbreekt het geld dat AS Roma met de Amerikaanse clubvoorzitter wel aan boord heeft. Lazio denkt door te verhuizen naar de buitenwijken van Rome veel beter bereikbaar te zijn voor zijn fans, die veelal in de steden en dorpen rond Rome wonen, terwijl AS Roma het populairst is in de binnenstad.

Als het nieuwe Lazio-stadion er ooit komt, zal het wellicht Stadio delle Aquile worden genoemd. Lang niet alle fans en spelers van Lazio zien de bouw van een nieuw stadion zitten. Ook Lazio speelt momenteel zijn thuiswedstrijden in het Stadio Olimpico. De Romeinse club deelt dit stadion dus met AS Roma, de concurrent uit de eigen stad.

Op 9 januari 1900, op een bankje voor de Piazza della Liberta aan de Tiber, besloten de negen vrienden Luigi Bigiarelli, Giacomo Bigiarelli, Odoacre Aloisi, Arturo Balestrieri, Alceste Grifoni, Giulio Lefevre, Galileo Massa, Alberto Mesones en Enrico Venier de sportclub Società Podistica Lazio op te richten. Omdat er al een turngroep bestond met de naam Roma, kozen ze als naam voor hun club voor de regio waarin Rome zich bevindt: Lazio. Als kleuren kozen de oprichters de blauw–witte combinatie uit de Griekse nationale vlag. In eerste instantie hield de groep zich enkel bezig met marathons.

Pas twee jaar na de oprichting ontmoetten de jongens Bruto Seghettini, een speler van Racing Club de Paris, die de jonge kerels het voetbalspel leerde. Al snel verspreidde de jeugd het voetbalspel door heel Rome, en Lazio was de eerste en enige voetbalclub in de Italiaanse hoofdstad. In de aanvankelijk enkel vriendschappelijke wedstrijden was Lazio vrijwel onverslaanbaar.

In 1907 boekte de club haar eerste succes toen Lazio werd uitgenodigd op het hoog aangeschreven toernooi in Pisa, waar naast organisator Pisa ook teams uit Livorno en Lucca meededen. De drie wedstrijden die tijdens die dag werden gespeeld werden allemaal door Lazio gewonnen. Het was het begin van een roemruchte voetbalgeschiedenis.

De Associazione Sportiva Roma (AS Roma) wordt voornamelijk gevolgd door Romeinen uit het zuiden en oosten van de hoofdstad, terwijl rivaal Lazio meer aanhangers telt in de noordelijke wijken en in de rest van de provincie Lazio. De aanhang van AS Roma komt van oudsher uit arbeiderswijken, in tegenstelling tot de rijkere aanhang van Lazio. Er bestaat een enorme rivaliteit tussen AS Roma en SS Lazio. De derby’s zijn elk jaar de belangrijkste wedstrijden van het seizoen.

De clubkleuren van AS Roma zijn bordeaux-oranje en de ploeg wordt gewoon de ‘giallorossi’ (‘rood-gelen’) genoemd. Eén van de symbolen van de stad, de wolvin met Romulus en Remus, is eveneens terug te vinden in het logo van AS Roma. De wolvin staat symbool voor Rome als stad, terwijl de adelaar (gebruikt door Lazio) het Romeinse Rijk symboliseert. Geen van deze symbolen is gebruikt in het stadswapen van Rome, dit is gewoon een paarsrood schild met de gouden letters S.P.Q.R. erop. AS Roma speelt sinds 1953 in het Stadio Olimpico. Dit wordt zoals verteld gedeeld met aartsrivaal Lazio. De harde kern van de supporters zit op de tribune achter het zuidelijke doel, de zogenaamde Curva Sud.

Het stadionproject is zeer welkom in Rome, al is het vooral de combinatie van sport en beton waarvoor in Rome, en bij uitbreiding in heel Italië, veel moet wijken. Tegenstanders van het project beweerden eerder dat de geplande locatie van het stadion niet groot genoeg zou zijn om een volwaardig sportcomplex neer te zetten. Zo zou er volgens de critici onvoldoende ruimte zijn voor bijhorende faciliteiten zoals parkings, voldoende grote toegangswegen, restaurants en winkels.

Ze verwezen ook naar de lastige bouw van de hippodroom in 1958, een project dat heel wat problemen opleverde. Zo moesten er enorme betonnen palen in de grond worden geheid omdat de ondergrond van het terrein erg drassig en modderig was en vrij instabiel bleek te zijn. Dat is te verklaren doordat de locatie zich vlakbij de Tiber bevindt. Daardoor bestaat ook altijd het risico op overstromingen. Het hippodroom Tor di Valle was één van de grootste in Europa.

Niet ver hier vandaan bevindt zich ook een grote rioolwaterzuiveringsinstallatie van Acea, die op bepaalde momenten zorgt voor felle geurhinder in de omgeving. Ook dat feit was een argument in de klachtennota van de tegenstanders van het project. Al;e bezwaren werden echter weggewuifd of ongegrond bevonden nadat de opdrachtgevers enkele aanpassingen beloofden.

Geen grootschalig bouwproject in Italië zonder minstens een zweem van corruptie. In juni vorig jaar arresteerde de Italiaanse politie negen personen die worden verdacht van corruptie bij de bouw van het nieuwe stadion voor voetbalclub AS Roma. Het gaat om verschillende bekende zakenmensen en politici. In totaal werden zestien mensen geviseerd, maar niet iedereen werd opgepakt.

Bouwondernemer Luca Parnasi wordt ervan verdacht lokale politici te hebben omgekocht om op die manier enkele administratieve stappen te versnellen en te vergemakkelijken. De gearresteerde zakenlui en politici worden er tevens van beschuldigd deel uit te maken van een criminele organisatie. AS Roma zelf is als club niet betrokken bij de zaak. Tot de gearresteerden behoren naast Luca Parnasi, de eigenaar van Eurnova, het bedrijf dat het stadion zal bouwen, ook Luca Lanzalone, de president van het water- en energiebedrijf Acea (waarvan de stad Rome met 51% meerderheidsaandeelhouder is).

Ook Adrea Palozzi (Forza Italia), de voorzitter van de Regionale Raad moest een tijdje de cel in, evenals Michele Civita (Partito Democratico, de voormalige baas van de dienst Urbanisatie en Stadsplanning van de stad Rome), Paolo Ferrara, de fractieleider van de Vijfsterrenbeweging (M5S) in het Capitool, Davide Bordoni, de fractieleider van Forza Italia in het Capitool en Mauro Vaglio, de voorzitter van de balie van Rome en tevens M5S-kandidaat voor de Senaat bij de jongste verkiezingen (waar hij overigens niet verkozen werd). De meeste betrokkenen worden ervan beschuldigd aanzienlijke geldsommen (tot 25.000 euro) te hebben ontvangen voor onbestaande prestaties of, in het geval van de advocaat, opdrachten ter waarde van 100.000 euro.

Romeinse Limespad is Wandelroute van het Jaar

14 februari 2019

Het Romeinse Limespad is verkozen tot Wandelroute van het Jaar 2019. Tijdens de eerste beursdag van de Fiets en Wandelbeurs in Gent werd de bijbehorende trofee uitgereikt aan routebeheerder Wandelnet, het startpunt voor wandelend Nederland. Het nieuwe LAW 16 pad is 275 kilometer lang en volgt de loop van de vroegere noordgrens van het Romeinse Rijk, de Limes. De wandeling komt langs Nijmegen (Noviomagus), maar voert onder meer ook langs Leiden (Matilo), Alphen aan den Rijn (Albaniana), Woerden (Laurum) en Utrecht (Trajectum).

Volgens de jury is het thema goed uitgewerkt met een beschrijving in twee richtingen, gedetailleerde kaartjes en achtergrondinformatie. Wijzigingen worden bijgehouden op de website en er zijn gps-tracks beschikbaar. Het traject voert over smalle paadjes, door heuvelachtige bossen, over graspaden tussen velden en weiden, over dijken en jaagpaden langs rivieren en kanalen. De wandelroute brengt je in de buurt van historische steden, molens, forten en gereconstrueerde wachttorens. De jury van de Fiets- en Wandelbeurs beoordeelt voorgedragen trajecten in Nederland, België en Luxemburg.