Vanuit de catacomben in Rome naar de stad Ronse in Vlaanderen

14 december 2018

De Sint-Hermeskerk en -crypte in Ronse worden door het Vaticaan verheven tot basiliek. Op initiatief van de lokale kerkelijke overheid  (deken Michel T’Joen, bisschop Luc Van Looy en kanunnik Ludo Collin) werd met steun van de stad Ronse (burgemeester Luc Dupont en schepen Ignace Michaux) en de medewerking van prof. dr. Anne-Françoise Morel, stadsconservator Eric Devos en Milo Van Driessche eerder dit jaar een uitgebreid dossier ingediend om de kerk te laten erkennen als basiliek. Die aanvraag werd door Rome bijzonder snel goedgekeurd. Ronse wil in de toekomst de banden met Rome aanhalen. Een eerste project werd vorige maand al in gang gezet in de catacombe van Sant’Ermete in Rome.

Met de toekenning van de titel ‘Basilica minor’ (kleine basiliek) krijgt een bepaald kerkgebouw een bijzondere betekenis tegenover andere kerkgebouwen. Redenen om dat te doen is omdat een kerk een bijzondere historische betekenis heeft, omdat ze een bijzondere reliek herbergt of omdat ze het centrum is van een bepaalde devotie of bedevaart. Die redenen zijn zeker aanwezig in de Sint-Hermeskerk en -crypte die samen één geheel vormen. De titel ‘Basilica maior’ (‘grotere basiliek’ ) is voorbehouden aan de vier pauselijke basilieken in Rome: de Sint-Pietersbasiliek (San Pietro), de Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano), de Santa Maria Maggiore en de Sint-Paulus buiten de muren (San Paolo fuori le Mura).

Dat de Sint-Hermeskerk in Ronse nu een basiliek wordt, heeft vooral te maken met de verering van Sint-Hermes. De relieken van de heilige werden lange tijd bewaard in de crypte, maar bevinden zich nu al eeuwenlang in een schrijn boven het Sint-Hermesaltaar in de (boven)basiliek. Ze spelen sinds het jaar 1090 elk jaar de hoofdrol tijdens de zogenaamde Fiertelommegang waarbij de inwoners van Ronse het schrijn in een voettocht van 32,6 km rond de stad dragen.

De betrokkenen zijn bijzonder verheugd dat de erkenning een feit is. “Ronse staat vandaag op de wereldkaart. Het is een blijk van waardering vanuit Rome. Dit is niet alleen voor onze stad, maar ook voor de ruimere omgeving en zelfs heel België van belang. De basiliek komt nu terecht op een internationale lijst van basilieken, waardoor ongetwijfeld meer mensen een bezoek zullen brengen aan Sint-Hermes en Ronse. Bovendien zorgt het voor een nauwere band met Rome, waar ook de catacombe van Sint-Hermes nog steeds bestaat”, verklaren burgemeester Luc Dupont en bisschop Luc Van Looy.

De heilige Hermes wordt traditioneel afgebeeld als een Romeinse krijger, met zwaard en palm. In Ronse wordt hij echter afgebeeld als een Romeinse stadsprefect die te paard de duivel aan een ketting leidt. In Ronse wordt de heilige aangeroepen tegen krankzinnigheid omdat hij de duivel bestrijdt en overwint. Zijn feestdag is op 28 augustus. Hermes leefde en stierf tijdens de christenvervolgingen. Volgens de middeleeuwse legende was hij stadsprefect van Rome. Zijn zoon werd door paus Alexander opnieuw tot leven gewekt, waarna Hermes zich tot het christendom bekeerde en vervolgens op bevel van de keizer onthoofd werd.

Hoewel weinig historische gegevens over hem bekend zijn, behoort hij tot de eerste 52 vroegchristelijke martelaren. Na zijn marteldood werd hij langs de Via Salaria Vetus begraven. Dat graf groeide uit tot een catacombe met een imposante ondergrondse basiliek, die nog steeds bestaat. Het pronkstuk in die ondergrondse basiliek is een fresco uit de elfde eeuw. Daarover lees je in een volgende bijdrage meer.

Volgens de overlevering zouden een aantal relieken reeds door paus Gregorius I (590-604) naar Spoleto gestuurd zijn. In 851 zou bisschop Luipram van Salzburg na zijn bezoek aan Rome relieken van de heilige Hermes meebrengen. Ze waren een geschenk van paus Leo IV (847-855) aan Lotharius I (795-855), die ze op zijn beurt schonk aan de abdij Kornelimünster bij Aken, maar niet vooraleer ook de Dom van Salzburg een deel van de relieken had gekregen.

De benedictijnerabdij Kornelimünster werd kort na de dood van Karel de Grote door zijn zoon Lodewijk de Vrome gesticht niet ver van de plaats waar eerder het Romeinse tempelcomplex Varnenum stond. Deze plaats in de buurt van Aken heette oorspronkelijk Inda, naar het riviertje de Inde dat erlangs liep. Het kapittel van Ronse behoorde tot het Tenement van Inda en zo kwamen de relieken van Sint-Hermes in 860 uiteindelijk in Ronse terecht, waar hij de patroonheilige van de naar hem genoemde kerk zou worden.

Twintig jaar later, in 880, moesten de monniken in Ronse met de relieken en hun kostbaarheden vluchten uit vrees voor de oprukkende Noormannen die de Schelde gebruikten als toegangspoort tot de Lage Landen. Na die bewogen periode keerden de relieken van Sint-Hermes in 940 terug naar Ronse. Op de plaats van de huidige Sint-Hermeskerk verrees toen een nieuwe kerk met kapittelgebouwen in een autonoom domein: de Vrijheid. In een latere fase ontstond op deze plek een prachtige crypte, vandaag één van de grootste in West-Europa. Sinds 1089 worden de relieken hier in een zilveren schrijn bewaard. In dezelfde periode ontstond ook de voormelde Fiertel- of de Sint-Hermesommegang.

Vorige maand bracht een delegatie van Ronse in Rome een bezoek aan de catacomben van Bassilla, ook weleens gespeld als Basilla en tevens bekend als de catacombe van Sant’Ermete. Ze bevindt zich aan de Via Antonio Bertoloni (destijds de Via Salaria Vetus) in de wijk Pinciano. De site is niet toegankelijk voor het publiek en kan slechts worden bezocht na afspraak.

Met het bezoek aan Rome wilde Ronse ook de aanzet geven voor een samenwerking met Rome rond de figuur van Sint-Hermes. De stad Ronse trekt alvast 10.000 euro uit om een nieuwe marmeren plaat te laten maken met de tekst die paus Damasus boven het graf van Sint-Hermes in de catacombe liet plaatsen. In de tekst worden de Griekse herkomst van de heilige, zijn bekeringswerk en zijn marteldood vastgelegd. In de crypte van de basiliek in Ronse komt een kopie van deze marmeren plaat.

Gevangene ontwerpt kerstzegels Vaticaan

12 december 2018

Poste  Vaticane, de postdienst van Vaticaanstad heeft dit jaar de traditionele kerstzegels laten ontwerpen door Marcello D’Agata, een man die wegens activiteiten in dienst van de maffia levenslang opgesloten zit  in de gevangenis van Milaan. Hij schilderde twee prenten met telkens de maagd Maria in de hoofdrol.  Volgens de Vaticaanse Dienst voor Filatelie en Numismatiek weerspiegelt de selectie de oproep van paus Franciscus tot mededogen voor gevangenen, die hun opsluiting niet als het einde, maar als een kans voor een nieuw begin moeten beschouwen. Marcello D’Agata kreeg  in de gevangenis samen met elf andere gedetineerden de kans om via cursussen zijn schilderkunst te verbeteren.

Marcello D’Agata’s schilderij van de Aankondiging toont Maria die naar de hemel kijkt terwijl de aartsengel Gabriël, die een klein boeket van witte lelies vasthoudt, haar aanstaart. Direct boven Maria bevindt zich een witte duif, een symbool van de Heilige Geest, met lichtstralen afkomstig van zijn uitgestrekte vleugels. Op de tweede postzegel staat Maria na de geboorte van Christus, haar handen houden het kindje Jezus vast en nestelen het slapende kind in een moederlijke omhelzing. Een enkele rode kaars vlakbij hen wordt verlicht terwijl de ster van Bethlehem licht van boven uitstraalt.

Grote tentoonstelling illustreert verhalen van de Romeinse dichter Ovidius

12 december 2018

Wanneer je dit jaar in Rome slechts één tentoonstelling bezoekt, laat het dan Ovidio. Amori, miti e altre storie zijn. Zo, daarmee weet iedere lezer meteen waaraan hij of zij toe is. In de Scuderie del Quirinale in Rome is een grote tentoonstelling aan de gang die met honderden artefacten, schilderijen, beeldhouwwerken, en vele andere kunstwerken uit de oudheid en uit andere periodes de liefdesverhalen en de mythes uit het werk van de Romeinse dichter Ovidius illlustreert.

Dat gebeurt op een schitterende manier, zodanig zelfs dat deze expo mag worden beschouwd als één van de hoogtepunten op de Romeinse tentoonstellingskalender van dit jaar. Smaken verschillen uiteraard en we willen de verwachtingen ook niet te hoog stellen, maar we overdrijven niet als we schrijven dat dit er nog eens eentje is om niet te missen. De indrukwekkende catalogus met alle tentoongestelde voorwerpen is eveneens een hebbeding. Dat de tentoonstelling nu opent is geen toeval: het is 2000 jaar geleden dat de beroemde Romeinse dichter overleed. Tot vandaag blijven zijn sprankelende verzen boeien.

DSC08797

Even tussendoor: op dinsdag 29 januari volgt een nieuwe confrontatie met (het werk van) Ovidius. Die dag stelt clublid dr. Michiel Verweij zijn gloednieuwe boek Ovidius – Het verhaal van een dichter voor aan S.P.Q.R. Het boek zal dan ook te koop zijn en de auteur zal het desgewenst signeren. Daarover later meer, nu terug naar de tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale.

Wat zien we zoal? Schoonheid en erotiek, opvallende verleidingstechnieken en uiteraard de wraak van de goden. Voeg daarbij de contrasterende relatie die Ovidius met keizer Augustus had en de mythische figuren uit zijn Metamorfosen en je krijgt een fantastische mix van poëzie en kunst.

Het eindresultaat is een tentoonstelling van hoog niveau. Het zou ons niet verbazen dat, indien je de kans hebt, Ovidio. Amori, miti e altre storie twee keer zou gaan bekijken. De verleiding om dat te doen is overigens groot, want overal in Rome word je geconfronteerd met Ovidius: de stad wordt overspoeld met publiciteit voor de tentoonstelling.

DSC08743

De tentoonstelling omvat liefst 250 bruiklenen afkomstig uit een 80-tal (!) Italiaanse en internationale musea. Vele artefacten zijn afkomstig uit het Museo Archeologico Nazionale di Napoli. Zoals bekend bezit dit buitengewone archeologische museum een grote hoeveelheid muurfresco’s, mozaïeken en andere antieke kunstwerken afkomstig uit de bedolven antieke steden Pompeï, Stabiae, Oplontis, Herculaneum (zoals het fresco van Leda en de zwaan), en andere plekken in de omgeving van de Vesuvius.

De verhalen van Ovidius werden in de Romeinse oudheid gretig gebruikt om villa’s, lustoorden, badplaatsen en dergelijke te verfraaien en het archeologische museum in Napels bezit dan ook vermoedelijk de grootste collectie artefacten met verwijzingen naar het werk van Ovidius ter wereld. De curator van de tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale heeft daar dankbaar en met succes uit geput, al moet kiezen moeilijk geweest zijn.

Maar daar blijft het uiteraard niet bij. Er is bijzonder veel moeite gedaan om de verhalen van Ovidius te illustreren met zoveel mogelijk topstukken, waaronder vele meesterwerken van onder meer Sandro Botticelli (Venus Pudica), Domenichino (Narcissus), Annibale Carraci (De val van Phaëton), Carlo Saraceni (De val van Icarus), Benvenuto Cellini (Ganymedes), Tintoretto, José de Ribera, Poussin, Batoni en vele anderen.

DSC08796

Bij het originele wereldberoemde muurfresco ‘Giardino’ uit het Huis van de Gouden Armband (Casa del Bracciale d’Oro) in Pompeï blijf je zonder meer een tijdje zwijgend staan kijken. Commentaar bij dit indrukwekkende tafereel uit de oudheid is immers overbodig. Pas na enige tijd beginnen de andere werken in de omgeving tot je door te dringen en valt de link met Ovidius op. Wie het werk van Ovidius zeer goed kent, kan oneindig veel visueel plezier beleven aan deze tentoonstelling.

Moderne neoninstallaties van de bekende Amerikaanse conceptuele kunstenaar en fotograaf Joseph Kosuth tonen korte tekstfragmenten en oneliners geïnspireerd op Ovidius maar deze installatie past helaas niet echt bij het geheel en is minder geslaagd. Men heeft een poging gedaan om nieuw en oud enigszins met elkaar te verzoenen, maar dit lijkt niet de juiste manier. Gelukkig is de schreeuwige neon enkel te zien aan het begin van de tentoonstelling.

Ovidio. Amori, miti e altre storie is nog te bezoeken tot 20 januari 2019 in de Scuderie del Quirinale aan de Via XXIV Maggio in Rome en werd met veel zorg samengesteld door Francesca Ghedini.

www.scuderiequirinale.it

Praktische informatie

OVER OVIDIUS

De Romeinse dichter Ovidius stamde uit een vermogend riddergeslacht, studeerde retorica in Rome en maakte reizen naar Athene, Sicilië en Klein-Azië. Hij was korte tijd in staatsdienst, maar gaf al spoedig zijn politieke loopbaan op om zich helemaal aan de dichtkunst te wijden. Hij verkeerde in de kringen van Propertius, Macer en Tibullus, maar viel volgens het verhaal in 8 na Chr. in ongenade bij keizer Augustus. Dat stond misschien in verband met de in moreel opzicht slecht geachte invloed van zijn gedichten en/of met een schandaal waarbij ook Augustus’ kleindochter Julia betrokken was. De dichter zou uitgewezen worden naar Tomi, echter met het behoud van zijn burgerrechten en zijn bezittingen.

Ovidius, na Vergilius en Horatius de grootste Latijnse dichter, was een zeer productieve schrijver en een meester in de poëtische techniek. Uit zijn eerste (jeugd)periode komen vooral speelse verzen, waarin de liefde het onderwerp is, zoals in de uit 50 liefdes-elegieën bestaande (gedeeltelijk aan een waarschijnlijk fictieve geliefde, Corinna, gerichte) Amores (omstreeks 16 v. Chr.), en voorts de Ars Amatoria (rond 1 v. Chr.), een handleiding voor de kunst van de vrijage, beide in disticha, een gedicht of een strofe van een gedicht van twee regels.

Het hoogtepunt van zijn dichterschap bereikte hij met de Metamorfosen, die vrijwel voltooid waren in 8 na Chr. De Metamorfosen zijn een episch-mythologisch gedicht dat de geschiedenis van de wereld doorloopt vanaf het begin tot het tijdperk van Julius Caesar. In navolging van Nicander werden in liefst vijftien boeken vanaf de Chaos, het begin der wereld, tot aan de komst van Caesar en Augustus alle sagen opgetekend die een metamorfose tot slot hebben. Dit werk heeft grote invloed gehad in de oudheid en zeker ook na die tijd, vooral in de renaissance. De verhalende stijl, de vindingrijkheid en de levendigheid die zijn poëzie kenmerken, hebben vele generaties schrijvers en dichters beïnvloed en geïnspireerd.

Uit dezelfde periode als de Metamorfosen dateren de Fasti (zes boeken, niet voltooid), een dichterlijke beschrijving van alle feesten van de Romeinse kalender en hun oorsprong, die afgezien van hun poëtische waarde van zeer groot belang zijn voor de kennis van de Romeinse godsdienstgeschiedenis.

Vanuit zijn ballingsoord schreef Ovidius een groot aantal brieven (Epistulae ex Ponto, 12-13 na Chr.) en treurzangen (Tristia, 8-12 na Chr.) met herhaalde verzoeken om terugkeer naar Rome. In deze tijd schreef hij ook nog Helieutica (postuum verschenen), een gedicht over de vissen in de Zwarte Zee, en het schimpdicht Ibis (omstreeks 15 na Chr.).

Verloren gingen Ovidius’ tragedie Medea, een Gigantomachia en het gedicht Nux. De werken van Ovidius werden eeuwenlang en tot vandaag regelmatig herdrukt en heruitgegeven, ook in het Nederlands.

Nieuwe Sagalassos-tentoonstelling in Leuvense Universiteitsbibliotheek

11 december 2018

In de Leuvense Universiteitsbibliotheek start vanaf 25 mei 2019 een tentoonstelling met als titel De gezichten van Sagalassos. Blik op een levende stad. De expo zal een maand lopen en voor de gelegenheid worden bruikleenovereenkomsten aangegaan met het Jubelparkmuseum en het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, Het Sagalassos Archaeological Research Project van de KU Leuven voert al dertig jaar onderzoek uit in Sagalassos, een archeologische site in Zuidwest-Turkije. Projectbeheerder prof. dr. Jerome Poblome en zijn team werken momenteel ook aan een publieksboek over het thema van de tentoonstelling dat zal uitgegeven worden door Lannoo Campus.

Recent werden de opgegraven menselijke skeletresten bestudeerd om meer te weten te komen over de gezondheid en de levenskwaliteit van de inwoners van deze antieke stad. De interdisciplinaire studie van skeletten biedt immers de mogelijkheid om het leven van deze mensen tot in detail te reconstrueren. Deze tentoonstelling neemt de bezoeker mee doorheen dit onderzoek en toont wat we weten over het leven van een gemiddelde Romeinse man en een Byzantijnse vrouw. Zo kom je onder meer te weten wat deze mensen zoal aten, hoe ze woonden, welke ziektes ze hadden en hoe ze na hun dood begraven werden.

In de depots van Sagalassos en van het Museum van Burdur werd inmiddels ook de selectie en de documentatie van de objecten afgewerkt die vanaf eind november 2019 gedurende een half jaar zullen schitteren in een overzichtstentoonstelling in Istanbul, op touw gezet door het Turkse Yapı Kredi Museum. Er is nog niets beslist, maar met het rectoraat van de KU Leuven en het Leuvense stadsbestuur zijn gesprekken aan de gang om die tentoonstelling later ook naar Museum M in Leuven te brengen.

Tijdens ontmoetingen en gesprekken in Ankara is het Sagalassos-team ook tot definitieve afspraken gekomen over de verdeling van de verantwoordelijkheden in de dossieropmaak om de Sagalassos-site binnen afzienbare termijn kandidaat te laten zijn om Unesco-werelderfgoed te worden. Dankzij de inspanningen van prof. Marc Waelkens staat deze site sinds 2009 op de Unesco-wachtlijst. Na heel wat aftoetsende gesprekken, is nu het pad naar de  definitieve erkenning niet alleen duidelijk maar ook ingeslagen door alle betrokken partijen. Er is nog enorm veel te coördineren, zowel nationaal als internationaal, zodat dit dossier nog wel een tijdje zal aanslepen. Er is alvast interesse en steun van de Turkse overheden, maar ook van het rectoraat van de KU Leuven en van partners zoals het Global Heritage Fund en Aygaz.

Lamborghini van de paus is hoofdprijs in tombola

11 december 2018

De hoofdprijs van een tombola voor het goede doel is een Lamborghini Huracán Rwd Coupé die speciaal op maat van paus Franciscus werd gemaakt en die hem vorig jaar als geschenk werd aangeboden. Geïnteresseerden kunnen een lotje van 10 dollar (of meer, dan verhogen je kansen) kopen om deze auto te winnen.

De opbrengst gaat naar de heropbouw van dorpen die door oorlogsgeweld werden vernield, naar slachtoffers van mensenhandel, naar medische zorgen en naar onderwijs voor de armsten. De exclusieve witte wagen is versierd met gouden strepen, als verwijzing naar de witgele vlag van Vaticaanstad. Je vindt er hier een foto van.

Toen de paus de auto in november 2017 in ontvangst nam, zette hij bovendien zijn handtekening op de motorkap. Het was aanvankelijk de bedoeling om de Lamborghini op een veiling van Sotheby’s in Monaco te verkopen. Bij de officiële verkoop in mei werd een bod gedaan van liefst 715.000 euro. Maar de verkoop werd niet gesloten omdat de hoogste bieder de transactie nooit heeft afgerond. Het Vaticaan heeft daarna in samenspraak met Automobili Lamborghini SpA beslist om de unieke wagen te verloten voor het goede doel.

De winnaar van de auto krijgt een weekend voor twee personen in Rome aangeboden om de prijs  op te halen. De winnaar mag een gast of partner meebrengen. Ze worden samen naar Vaticaanstad gevlogen en kunnen er gratis logeren. De officiële overhandiging van de wagen gebeurt tijdens een privéceremonie in aanwezigheid van paus Franciscus en Stefano Domenicali, de CEO van Lamborghini. De paus zal de sleutels van de Lamborghini persoonlijk aan de winnaar overhandigen.

Het succes van het christendom in het Romeinse Rijk

10 december 2018

Op de valreep bereikt ons dankzij een trouw clublid nog de volgende uitnodiging. Danny Praet (UGent) spreekt op donderdagmiddag 13 december van 12 tot 13 uur met Jos Verheyden (KU Leuven, Theologie) over Het succes van het christendom in het Romeinse Rijk: spontaan of onder dwang? Dit middaggesprek dat voor iedereen toegankelijk is, maakt deel uit van het colloquium Polemics, Rivalry and Networking in Greco-Roman Antiquity dat plaatsvindt op 12, 13 en 14 december, maar kan zonder problemen worden opengetrokken naar gevoeligheden rond religie in onze tijd. Danny Praet geeft een inleiding en treedt dan in gesprek met Jos Verheyden.

Het gesprek vindt plaats in de refter van het Hollands College, Pater Damiaanplein 9 in 3000 Leuven. Elke donderdag organiseert Metaforum, de interdisciplinaire denktank van de KU Leuven die de bestaande wetenschappelijke kennis rond allerlei maatschappelijke kwesties samenbrengt, een middaggesprek waarin een cultureel thema of een actueel onderzoek van de KU Leuven centraal staat. De gesprekken vinden telkens plaats in het Hollands College. Er wordt gezorgd voor broodjes, koffie en thee en daarom worden inschrijvingen op prijs gesteld. Dat kan via deze link.

Muurschildering in Rome zuivert de lucht

9 december 2018

In Rome heeft een streetart-kunstenaar op een gebouw van vijf verdiepingen een reusachtige muurschildering gemaakt met speciale verf die luchtzuiverend werkt. Een oppervlakte van 12 m² die wordt bedekt met Airliteverf is in staat om de schadelijke stoffen die een auto in één dag produceert op te vangen en te neutraliseren. De nieuwe muurschildering in de wijk Ostiense heeft een oppervlakte van ongeveer 1.000 m² en is 35 m hoog. Volgens specialisten heeft het straatkunstwerk daarmee hetzelfde zuiverende effect als een bos met een dertigtal bomen. Het gaat om een Europese primeur.

Sommige mensen beschouwen het werk van straatkunstenaars, de zogenaamde ‘streetart’, louter als veredelde graffiti; maar in een heleboel wereldsteden is deze bezigheid de jongste jaren uitgegroeid tot een ware kunstvorm. Hierbij gaat het uiteraard niet over enkele vieze strepen en rare figuren die met klodders verf op muren worden gekwakt, maar om creatieve en soms bijzonder fraaie ontwerpen en schilderingen; openbare muurfresco’s als het ware. De kunstvorm is inmiddels wereldwijd opgedoken, ook in ons land, maar in Europa was vooral de stad Rome een echte streetart-pionier.

De jongste jaren leefden talrijke straatkunstenaars zich helemaal uit in de Romeinse straten, waarbij vooral de buitenwijken werden opgevrolijkt met tientallen fraaie en soms humoristische muurschilderingen. Vooral in Ostiense, een wijk die inmiddels bijna een synoniem is voor streetart, zijn tientallen moderne muurschilderingen te vinden, waaronder de Wall of Fame van JB Rock en de muurgevel van de Caserma dell’Aeronautica aan de Via del Porto Fluviale die werd gerealiseerd door Blu, één van de bekendste straatkunstenaars van Rome.

Het hoeft overigens niet te verwonderen dat de meeste streetart te vinden is in de Romeinse periferie en niet in het historische centrum, waar het aanbrengen van de minste kras of beschadiging op de beschermde gevels of monumenten een forse boete oplevert. Tot nog toe brachten die reusachtige gevelkunstwerken alleen maar kleur in het straatbeeld, maar de jongste creatie werkt dus ook luchtzuiverend.

De tekening kreeg de toepasselijke naam Hunting Pollution en bevindt zich op de hoek van de Via del Porto Fluviale en de Via delle Conce, één van de drukste kruispunten van Rome en is een werk van de Italiaanse kunstenaar Federico Massa, beter bekend onder zijn artiestennaam Iena Cruz. Het werk toont een witbuikreiger die in een ernstig vervuilde zee op zijn prooi jaagt, een knipoogje naar de muurschildering zelf die op haar beurt jacht maakt op de smog in Rome.

De kunstenaar heeft er 21 dagen aan gewerkt en dit in een sneller tempo dan gewoonlijk, want de verf droogt in vier uur tijd. Federico Massa is afkomstig uit Milaan, maar verhuisde zeven jaar geleden naar Brooklyn New York. Van deze straatkunstenaar met internationale faam zijn werken terug te vinden in wereldsteden zoals Barcelona, Mexico-Stad en Miami.

Hij houdt zich al jaren bezig met de problematiek van milieuvervuiling, de klimaatverandering en bedreigde diersoorten. De vogel op de tekening komt voor in Noord- en Zuid-Amerikaanse kustgebieden en is met uitsterven bedreigd. Daarnaast speelt natuurlijk ook het artistieke een rol: de lange en elegante reiger past perfect bij de hoogte van het gebouw.

De straatartiest gebruikte de speciale verven van het bedrijf Airlite, die de luchtvervuiling verminderen en zo elke muur transformeren in een natuurlijke luchtreiniger. Het smogabsorberende product vermindert het gehalte aan verontreinigende stoffen zoals stikstofoxiden, benzeen en formaldehyde in de lucht met 88%, maar werkt ook zuiverend voor sigarettenrook en elimineert zelfs bacteriën en virussen van de behandelde oppervlakken. De verf heeft tevens een afstotend effect op schimmels, sporen, vuil en onaangename geuren.

Het product is niet nieuw, maar het is wel de eerste keer dat het op een dergelijke schaal in een kunstproject wordt gebruikt. Rome deed al eerder ervaring op met Airlite. Tien jaar geleden werd de Traforo Umberto I, de zogenaamde Umbertotunnel, een drukke autoverbinding die in 1902 dwars door de Quirinaalheuvel werd aangelegd, en de Via del Tritone en de Via Nazionale met elkaar verbindt, gerenoveerd.

De wanden werden gereinigd en vervolgens als test met Airliteverf bekleed. Recent werd een evaluatie gemaakt van dat project en het resultaat is spectaculair. Het zuiveringseffect is er nog altijd en in de 347 m lange en 16 m brede tunnel, die vroeger dagelijks permanent verontreinigd werd door de uitlaatgassen van duizenden auto’s, werden zelfs nesten met spinnen aangetroffen. Vroeger zouden die beestjes geen schijn van kans hebben gehad om te overleven.

Het idee voor een muurschildering met deze verf kwam overigens niet van Federico Massa zelf, maar van Veronica De Angelis van de non-profitorganisatie Yourban2030 die streeft naar bewustwording van milieukwesties via kunst, film, mode en muziek. Het project maakt Rome niet alleen aantrekkelijker in het internationale straatkunstcircuit, maar plaatst de stad ook in de voorhoede van andere wereldmetropolen zoals Londen, Parijs, New York, São Paulo en en Berlijn, steden waar ook bekende streetartprojecten bestaan, maar waar nog nooit een werk van deze artistieke en technologische omvang is gerealiseerd. Zij hadden ook wel graag de primeur van deze ecologische muurschildering gekregen.

Kunstenaar Federico Massa is zo enthousiast over de luchtzuiverende verf dat hij van plan is er nog veel meer schilderingen mee te maken. Zijn streven is om er tegen 2020 nog eens honderd te realiseren, al zullen die vooral in de Verenigde Staten te zien zijn. Een vraag die na de komst van de muurschildering in Rome wordt gesteld, is waarom het gebruik van dergelijke verf beperkt blijft tot een kunstproject. Kan het product in de toekomst, zeker met de gevreesde toenemende opwarming van de steden in het vooruitzicht, niet systematisch worden toegepast bij nieuwe bouwprojecten?

Inwoners van Rome kennen natuurlijk al langer de muurkunst die in hun woonomgeving opduikt, maar inmiddels vinden ook steeds meer toeristen en kunstliefhebbers de weg naar dit speciale maar soms bijzonder fraaie kunstaanbod langs openbare wegen en pleinen. De stad heeft inmiddels een zeer grote streetart-scène en die krijgt volop aandacht. Het stadsbestuur van Rome speelde daar enkele jaren geleden al op in en liet de stedelijke toeristische dienst Turismo Roma een handige folder maken met daarin een stadsplannetje en een lijst met de voornaamste hoogtepunten van streetart-kunstwerken in de stad.

De folder wordt verspreid in musea, in toeristische infokantoren en via andere openbare informatiebalies. Inmiddels bestaat ook al een digitale versie en werd de app Streetart Roma ontwikkeld (voorlopig enkel voor iPhone), waarmee je snel doorheen de stad kan navigeren op zoek naar de mooiste werken. Omdat de meeste toeristen hun bezoek beperken tot de kernstad zijn de buitenwijken bij velen nauwelijks bekend, waardoor de streetart een mooie aanleiding vormt om ook eens een stukje van die minder bekende stadsgebieden te verkennen.

Een filmpje over het Airlite-project in de Umberto-autotunnel in Rome.

www.ienacruz.com

www.airlite.com

www.yourban2030.com

De fontein van de Najaden

8 december 2018

Enkele dagen geleden hadden we het over het ontstaan van Piazza della Repubblica. Vandaag lees je wat meer over het pronkstuk dat zich in het midden van dit drukke plein bevindt. Dat is de Fontein van de Najaden (Fontana delle Naiadi). Het overvloedige water komt uit de Sabijnse heuvels via een aquaduct, de Aqua Marcia uit 144 v. Chr. De huidige fontein vervangt de eenvoudige Acqua Pia-fontein die Pius IX (1846-1878) hier destijds liet plaatsen. Het was meteen het laatste monument in Rome dat door een paus werd onthuld. Dit gebeurde op 10 september 1870, dus slechts tien dagen voordat de nationalistische troepen de stad binnentrokken.

Net als een aantal van zijn voorgangers, was ook paus Pius IX bezig met de reconstructie en de financiering van een oud Romeins aquaduct, dit om het heerlijke heldere water net zoals in de oudheid terug naar de stad te brengen. De Aqua Marcia was in de zesde eeuw zwaar beschadigd door de Goten en bleef sindsdien ongebruikt. Pius IX herstelde het aquaduct opnieuw in ere.

Het beheer van het nieuwe aquaduct werd in 1868 toevertrouwd aan het speciaal hiervoor opgerichte bedrijf Acqua Pia Antica Marcia SpA, waarvan het opschrift en het logo nog steeds terug te vinden zijn op sommige fonteinen en riooldeksels. De nieuwe firma zou lange tijd één van de belangrijkste waterleidingbedrijven van de stad blijven. De oorspronkelijke fontein werd ongeveer 80 m dichter bij het station Termini gebouwd dan de plek waar de Najadenfontein zich vandaag bevindt, ongeveer op de plaats waar vandaag het Monumento ai Caduti di Dogali staat, op de Via Luigi Einaudi.

De fontein was eigenlijk niet meer dan een grote ronde kuip, met een uit rotsen bestaande rand waaruit een aantal waterstralen naar het midden sproeiden. Vanuit het centrum van de fontein spoten vijf waterstralen verticaal omhoog. De middelste straal kwam een stuk hoger dan de rest. De Aqua Pia-fontein beperkte zich echter tot een bescheiden beeldengroep, wat de leiders van het nieuwe Italië, met Rome als hoofdstad, voor een dergelijk centraal punt toch wat minnetjes vonden.

Daarom kreeg de Siciliaanse beeldhouwer Mario Rutelli (1859-1941) opdracht een nieuwe fontein te ontwerpen. Eerder, in 1888, was het in het kader van een stadsontwikkelingsproject eigenlijk nodig om de fontein enkele meters te verplaatsen. Architect Alessandro Guerrieri ontwierp toen een nieuwe fontein met drie concentrische ronde koppen die op verschillende hoogtes moesten geplaatst worden op een achthoekige basis met afwisselend rechte en concave zijden en een centrale bassin. Vier leeuwen fungeerden als versiering. Het project werd echter afgekeurd en het ontwerp van Guerrieri werd nooit gerealiseerd.

Mario Rutelli verwijderde de beeldengroep (fritto misto genaamd) van de Aqua Pia. Die beelden zijn vandaag terug te vinden op Piazza Vittorio Emanuele, zuid-oostelijk van de Santa Maria Maggiore. Rutelli ontwierp vervolgens een indrukwekkend en vooral sierlijk geheel. Het centrale deel dat de Romeinen uomo con il pesce in mano noemen, toont de visser Glaucus uit Boëtië, waarvan Ovidius vertelt dat hij na het eten van toverkruiden in zee sprong en door Oceanus onsterfelijk werd gemaakt.

Glaucus viste bij Anthedon en wierp zijn gevangen vissen in het gras. “De vis die op het gras gesmakt was begon te spartelen, zich om te wippen en op het land gelijk in het water te zwemmen”. Daarna springen al de vissen weer het water in, de kracht van een daar groeiend kruid had dat bewerkstelligd. Glaucus plukte het en kauwde erop, hij kreeg de vreemde trek van het land naar het water, hij duikelde in de zee en sprak negenmaal een “bezweer vers” uit om zijn zondige vlees te reinigen en werd honderdmaal met verse rivieren overstelpt, hij viel in bezwijming en hierna had hij een groene baard, haarlokken die hij over de zee nasleepte, hoge schouders en blauwe armen, ineen gekrulde dijen en benen, met een gevinde vissenstaart. Hij was door de kracht van het wonderkruid in een zeegod herschapen. Vrij naar de Metamorfosen XXII, 5.

De visser op de fontein symboliseert de mens die de natuur in bedwang probeert te houden. De overige, meer suggestieve beelden, tonen vier bronzen najaden die op diverse ‘monsters’ rusten die symbool staan voor de verschillende wateren. Zo worden de zeeën voorgesteld door een zeepaard, de rivieren door een waterslang, de meren door een zwaan en de onderaardse rivieren door een hagedis.

Najaden zijn waternimfen of in het algemeen vrouwen die het voorwerp zijn van erotische belangstelling of seksuele begeerte, en met zo’n thema moest je in het Italië van die tijd wel problemen krijgen. De onthulling van de fontein zorgde destijds dan ook voor heel wat opschudding. Het waren niet zozeer de naakten die de autoriteiten stoorden (de Romeinen waren sinds de oudheid wel wat gewoon) maar volgens een gemeenteraadslid uit die tijd was vooral de inderdaad nogal wellustige houding en uitdrukking van de najaden schokkend.

De perscorrespondenten uit die tijd smulden van het verhaal. Er verschenen veelzeggende commentaren in buitenlandse kranten, zoals “a new fountain in Rome, so spicy” en “the gambolling nymphs which seem drawn from a naughty ‘belle epoque’ magazine”, …

Twee Romeinse zussen, die in hun tijd enige naam hadden gemaakt als zangeres, stonden model voor de najaden. Toen de voluptueuze vormen van de twee dames aan de openbaarheid zouden worden prijsgegeven, zorgde dat voor verontwaardigde reacties en moest de plechtigheid worden uitgesteld. We lezen in een artikel uit die tijd: “quattro signorine piuttosto in deshabillé per non dire in costume adamitico, e questo causo qualche piccolo problema con la pruderie dell’ epoca”.

De conservatieve vleugel in Rome, die de pauselijke wetten nog erg genegen was, slaagde erin om houten panelen rond de fontein te laten plaatsen, zodat de wellust uitstralende beelden niet langer zichtbaar zouden zijn. Dat wekte natuurlijk nog meer nieuwsgierigheid. Al gauw was het een komen en gaan van doorgaans jonge mannen die stonden aan te schuiven om tussen de kieren van de planken even naar de fontein te gluren. ‘Fatsoenlijk’ Rome stond op zijn kop. Enkele weken later braken jongeren die in Rome op stap waren de houten schutting gewoon af en gaven daarmee de fontein voorgoed terug aan de inwoners.

Al die gebeurtenissen hadden ervoor gezorgd dat de controversiële fontein in zowat heel Italië behoorlijk bekend was geworden. Koningin Margherita was zelfs zo benieuwd om de fontein in het echt te zien dat ze haar koetsier de opdracht gaf driemaal rond het kunstwerk te rijden zodat ze alles rustig kon bekijken. De koningin toonde daarbij openlijk haar waardering en keerde voldaan naar huis terug. Na die officiële blijk van waardering heeft niemand ooit nog enige aanstoot genomen aan de beelden.

Als oudere dames bezochten de twee zussen vrijwel dagelijks de fontein, volgens de verhalen mijmerend en op zoek naar hun verloren jeugd. Beeldhouwer Mario Rutelli kwam lange tijd elk jaar minstens één keer uit Sicilië naar Rome om zijn fontein nog eens te bezoeken en om met de beide dames te tafelen. Mario Rutelli maakte ook het monument van Anita Garibaldi op de Gianicolo-heuvel. Francesco Rutelli, die van 1993 tot 2001 burgemeester van Rome was, en later als minister nog een rol zou spelen in de nationale politiek, is de achterkleinzoon van deze beeldhouwer.

De beelden van de Najadenfontein hebben het in de loop der tijd zwaar te verduren gehad. Het brons was van een mindere kwaliteit, waardoor naar verluidt vele pittige details van de dames definitief verloren zijn gegaan. De toenemende vervuiling door uitlaatgassen en smog heeft het monument ondanks een paar opknapbeurten in het verleden ook geen goed gedaan.

Roma Universalis geopend op drie locaties

7 december 2018

In Rome is zopas de tentoonstelling Roma Universalis. L’impero e la dinastia venuta dall’Africa geopend. Die is te bekijken in het Colosseum, op het Forum Romanum en op de Palatijn. Op de laatste twee sites worden voor de gelegenheid zeven nieuwe locaties geopend. In de kijker staan de Romeinse keizers van de zogenaamde Afrikaanse dynastie, die het Romeinse Rijk regeerden tussen het einde van de tweede eeuw en de eerste decennia van de derde eeuw. In de pakweg veertig jaar waarin de Severi aan de macht waren gebeurden in Rome buitengewone dingen. Je hoeft je niet te haasten om de tentoonstellingsroute af te leggen. Je kan ze nog bekijken en bezoeken tot 25 augustus 2019.

universalis
De Severische keizers leverden een fundamentele bijdrage aan de ontwikkeling van kunst en architectuur, niet alleen in Rome, maar in grote delen van het keizerrijk. Deze tentoonstelling wil een zo groot mogelijk publiek laten kennismaken met de laatste periode van het Rijk waarin Rome echt groots was en werd geregeerd door keizers van wie de sterke en blijvende nalatenschap vandaag nog altijd indrukwekkend is.

De tentoonstelling is opgebouwd als een reis in verschillende etappes tussen de monumenten die deze dynastie heeft gebouwd of hersteld in het centrale archeologische gebied van Rome, de zone van het Colosseum tot het Forum Romanum en de Palatijn. Ze toont de geschiedenis van de Severische dynastie en de typische kenmerken ervan. Dit wordt geplaatst in de economische en sociale context van die tijd, een periode die verregaand werd beïnvloed door de grote hervormingen die de Severi hebben doorgevoerd.

De expo brengt ook het verhaal van de intense relatie tussen de Severi en Rome als stad, met de befaamde marmeren stadskaart, de Forma Urbis, waarvan voor het eerst meer dan 10 procent wordt tentoongesteld. Deze kadastrale kaart van de stad Rome in 1:240 is nog steeds van groot belang voor de topografische studie van de hoofdstad.

Ze werd tussen 203 en 209 na Chr. geplaatst aan de Tempel van de Vrede (Templum Pacis, in de late oudheid ook Forum Pacis geheten), waar later de kerk Santi Cosma e Damiano zou komen. De tempel die afbrandde in 192 na Chr. werd herbouwd door Septimius Severus. Het originele pad naar de tempel is nu ook gerestaureerd en toegankelijk voor bezoekers.

Naast het Colosseum zijn heel wat plaatsen op het Forum Romanum en de Palatijn betrokken bij de tourroute. De tentoonstelling brengt het publiek in zeven zones die tot nog toe voor het publiek gesloten waren. Zo worden de ruînes van de zogenaamde Thermen van Heliogabalus (Elagabalus), een plek waarvan nog steeds niet helemaal duidelijk is of het wel degelijk om de badruimte van Elagabalus gaat), voor het eerst volledig opengesteld voor bezoekers, net als het Vicus ad Carinas-complex. De plekken waar de Severi thuis waren (Domus Augustana, Domus Severiana en de huidige Vigna Barberini) krijgen uiteraard ook speciale aandacht.

Het laatste deel van de tentoonstelling richt zich op de artistieke productie van die tijd. Zo wordt in de tempel van Romulus voor het eerst een uitzonderlijke beeldencyclus van portretten en marmeren bustes getoond, die pas in 2013-2014 werden ontdekt. Er is ook aandacht voor het pure ambachtelijke werk uit die tijd, gaande van fijn bewerkt glas tot Tunesisch keramiek en bestek dat vandaag bewaard wordt in het Metropolitan Museum of Art in New York. Drie grote artefacten die recent werden gevonden tijdens werken aan de metro in Napels, zijn voor deze tentoonstelling eveneens naar Rome gebracht.

Alleen al in het Colosseum worden in het kader van Roma Universalis een honderdtal artefacten getoond, afkomstig uit Italiaanse en buitenlandse musea. Hierbij worden ook multimediatechnieken ingezet. De bustes van de hele dynastie zijn uiteraard aanwezig. Verschillende kunstvoorwerpen die op de tentoonstellingsroute te zien zijn werden niet nog zo lang geleden ontdekt en zijn speciaal voor deze gelegenheid versneld gerestaureerd.

De tentoonstelling heeft het enorme potentieel om de link tussen het heden en het verleden te benadrukken, en presenteert een aantal onderwerpen die vandaag nog altijd relevant zijn. Zo zijn er de economische problemen waarmee de Severi werden geconfronteerd en de daaruit voortvloeiende hervormingen. Ook de oorlogen en de verdediging van de oostelijke grenzen en de conflicten die daaruit ontstonden beleven we vandaag opnieuw in Syrië.

Ook ongezien in die tijd: nooit eerder dan bij de Severi kregen vrouwen zoveel macht. Ook de culturele integratie en tolerantie inzake religie, waarbij liefst zeven religieuze overtuigingen werden vermengd, was uniek. Op dat moment kon men spreken van de ‘globalisering’ van het Romeinse Rijk.

De keizers van de Severische dynastie waren aan de macht van 193 tot 235.Het Severische Huis werd gesticht door keizer Septimius Severus (193-211). Men kan hem beschouwen als een voorloper van de soldatenkeizers. Op vrijwel alle gebieden hadden tijdens zijn regering ingrijpende verschuivingen plaats. De Senaat verloor zijn reële macht, de achterstelling van de provincies bij Italië verminderde sterk en het leger kreeg privileges ten koste van de burgers. Rome verfraaide hij met imposante bouwwerken, waaronder de triomfboog op het Forum Romanum die zijn naam draagt.

Na Septimius Severus volgden de keizers Caracalla (211-217), Macrinus (217-218, geen Severische dynastie), Elagabalus (218-222) en Severus Alexander (222-235). De Severische dynastie eindigt met de moord op Severus Alexander en zijn moeder Julia Mamaea in februari/maart 235.

Roma Universalis
L’impero e la dinastia venuta dall’Africa

Colosseum – Forum Romanum – Palatijn
Tot 25 augustus 2019
Gesloten van 25 december 2018 en 1 januari 2019

Tickets en praktische informatie

Bekijk hier een filmpje over de tentoonstelling

Het ontstaan van Piazza della Repubblica

6 december 2018

We hadden het recent over de tijdelijke sluiting van metrostation Repubblica. Meteen komen we bovengronds terecht bij de gelijknamlige Piazza. Ondanks het drukke autoverkeer is dit plein één van de mooiste van het Rome uit de periode na 1870. Het is een ontwerp van Gaetano Koch uit 1896 en werd aangelegd in 1901. Gaetano Koch was de kleinzoon van Joseph Anton Koch (1768-1839), één van de betere Oostenrijkse schilders die bijna zijn hele leven in Rome woonde. De oorspronkelijke naam van het plein was Piazza dell’ Esedra, een verwijzing naar de exedra van de Thermen van Diocletianus die hier lag en als tribune diende voor het volgen van sportwedstrijden.

De rooilijn van de moderne gebouwen rond het plein volgt exact de perimeter van deze exedra. De zuilengalerijen aan deze gebouwen tonen enige gelijkenis met het stadsbeeld in Turijn, wat niet zo verwonderlijk is omdat Vittorio Emanuele II, een telg uit het huis van Savoie met Turijn als residentie, toen koning van Italië was. Vandaag vinden we in deze galerijen enkele cafés, restaurants, een bioscoop en een bankfiliaal, maar zowat een eeuw geleden was dit een favoriete winkelplaats van de rijkere Romeinse burgers.

Een drietal jaren geleden opende in de galerij op nr. 41 een kleine versie van het bekende foodconcept Eataly, dat in niets te vergelijken viel met zijn grote broer aan Piazzale 12 Ottobre. Deze mini-Eataly was geen lang leven beschoren en werd al snel verkocht aan een privé-investeerder. Die opende een paar maanden geleden in dezelfde stijl als Eataly, het autonome concept Officine Italia, waarin ondermeer een grill, een pizzeria, een klassiek restaurant, een bar en een foodmarkt terug te vinden zijn op een oppervlakte van zowat 1.500 m², verspreid over vier verdiepingen die met elkaar in verbinding staan. Je kan er van 8 uur in de ochtend tot middernacht terecht.

De grote boog van het plein wordt, net tegenover de Santa Maria degli Angeli, middendoor gesneden door de Via Nazionale. Ooit was dit zo’n beetje de ‘Champs Élysées’ van Rome, toen er aan beide zijden van de straat nog twee rijen bomen stonden. Deze lange laan, die loopt tot aan de keizerlijke fora, werd aangelegd door de in Brussel geboren aartsbisschop en latere Vaticaanse minister François-Xavier de Mérode (1820-1874), in Rome bekend als Francesco Saverio de Merode. Hij was vanaf 1850 kamerheer en minister van Oorlog van de Pauselijke (of Kerkelijke) Staat onder paus Pius IX. Met zijn ongetrainde ‘zouaven’ verloor hij veldslag na veldslag en uiteindelijk ook Rome.

Maar deze monseigneur had wel bouwkundig en financieel inzicht: hij besefte het belang van een goede, moderne verbinding tussen de nieuwe stationswijk en het oude centrum rond het Piazza Venezia. Met eigen middelen kocht hij tussen 1864 en 1866 gronden rond de San Vitale en ontwikkelde daar het begin van de latere verbindingsas met de bijhorende gebouwen. Aanvankelijk noemde hij de nieuwe laan naar zichzelf (Via de Merode), daarna naar de paus (Via Nuova Pia), maar in 1870 veranderde de naam in Via Nazionale. In 1870 verkocht de Merode alles aan de stad en dat bleek een zeer goede investering te zijn geweest. De Merode werd begraven op het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi in Vaticaanstad.

Als je toch in de buurt bent van Piazza della Repubblica: volg van hieruit even de Via Nazionale. Aan de derde straat links ligt op de hoek de San Paolo dentro le Mura (enkel open op zondag), gebouwd in 1879 door de Britse architect George Edmond Street. Het is de eerste niet-katholieke kerk die in Rome werd gebouwd na de eenwording van Italië. Het gebouw werd grotendeels betaald door de Amerikaanse magnaat John Pierpont (J.P.) Morgan die vooral een zeer hoge toren wilde “zodat de paus die zou zien wanneer hij ’s morgens opstaat”, dixit Morgan.

Het interieur van deze Anglicaanse kerk (de bisschoppelijke kerk van Amerika) heeft zeer mooie mozaïeken met scènes uit de Apocalyps, gemaakt door de Britse schilder-kunstenaar Edward Burne-Jones (1833-1898). Ook in de apsis bevinden zich mozaïeken. Sommige figuren kregen het gezicht van personages uit de negentiende eeuw. Zo herkennen we in Sant’Andrea het gezicht van Abraham Lincoln, lijkt San Giacomo wel heel erg op Giuseppe Garibaldi en stond generaal Grant model voor San Patrizio. Het is best grappig om deze prominente Amerikaanse heren in een Romeinse kerk te zien opduiken.