Tentoonstelling William Turner in Rome

Posted in Romenieuws on 23 juni 2018 by romenieuws

Liefhebbers van de Engelse romantische kunstschilder Joseph Mallord William Turner (1775-1851) kunnen voor het eerst in zeer lange tijd in Rome nog eens een collectie van zijn kunstwerken bij elkaar zien, en dit tot 26 augustus 2018 in het Chiostro del Bramante in hartje Rome. De tentoonstelling voert de bezoeker langs zes zalen en nodigt uit om chronologisch de evolutie van de artistieke taal van deze belangrijke romantische schilder te ontdekken.

De collectie die in Rome wordt getoond is afkomstig uit het Tate Britain in Londen, een onderdeel van de Tate Gallery, een netwerk van vier musea. De samenwerking met het Tate Britain markeert overigens het begin van een belangrijke samenwerking met het Chiostro del Bramante. We zullen in de toekomst dus nog wel wat Britse kunstwerken in Rome zien opduiken.

De curator van de Turner-expo is David Blayney Brown. Vele tentoongestelde werken van Turner komen uit de oorspronkelijke privécollectie van de kunstenaar. Het zijn doeken die hij maakte voor zijn eigen plezier en waarin hij zijn herinneringen aan reizen, emoties en landschappen vastlegde. Het was immers de gewoonte van de kunstenaar om gedurende de zomer een zestal maanden in open lucht te werken en tijdens de winter in zijn studio vast te leggen wat hij de voorbije maanden allemaal had gezien. We krijgen hier in Rome dus te maken een heel persoonlijke William Turner.

In totaal worden in Rome meer dan negentig kunstwerken getoond, waaronder schetsen, studies, aquarellen, tekeningen en een selectie schilderijen die nooit eerder samen was in Italië. Natuur en romantiek komen bij Turner samen in een perfecte weergave van het sublieme. Turner inspireerde meer dan één generatie kunstenaars, waaronder Claude Monet, Caspar David Friedrich, Vincent Van Gogh, Edgar Degas, Paul Klee, Franz Marc, Camille Pissarro, Wassily Kandinsky, Gustav Klimt, Mark Rothko, James Turrell en Olafur Eliasson, om er slechts een aantal te vermelden.

William Turner werd al zeer jong, in 1789, als student tot de Royal Academy toegelaten en legde zich aanvankelijk vooral toe op het maken van topografische aquarellen. Zijn vroege werk is beïnvloed door John Cozens, wiens schetsen hij in aquarel kopieerde, en door Richard Wilson. Van zijn tijdgenoot Thomas Girtin nam hij de techniek over om de kleur direct op halfabsorberend papier aan te brengen, zonder de tot dan toe gebruikelijke onderschildering.

Na Girtins dood (1802) was Turner de onbetwiste meester op het gebied van de topografische en architectuurschildering, maar zijn belangstelling ging al spoedig uit naar een breder terrein. Hij bestudeerde de Hollandse zeeschilders (zoals ook blijkt uit zijn historiestuk De Slag bij Trafalgar, 1806-1809; Tate Gallery, Londen) en de Venetianen en onderging sterk de invloed van de idyllische landschappen van Claude Lorrain (Dido building Carthage, 1815; National Gallery, Londen).

Turner maakte reizen door Yorkshire en Schotland, door Frankrijk en Zwitserland en keerde terug met honderden schetsen, die hij later vaak in schilderijen verwerkte. In de eerste fase van zijn kunstenaarschap heeft hij heel vaak het natuurgeweld uitgebeeld, zoals in het historiestuk Hannibal crossing the Alps (1812; Tate Gallery, Londen), waarin de herinnering aan een sneeuwstorm in Yorkshire is vastgelegd. Twintig jaar later zou het geweld van de natuurkrachten opnieuw een thema in zijn werk gaan vormen.

Tussen 1810 en 1835, zijn zogenaamde middenperiode, leverde Turner tal van grote doeken aan rijke opdrachtgevers en maakte hij tevens etsen voor een aantal boeken, waaronder het Liber studiorum (1807-1819). In 1819 ondernam hij een reis naar Italië, een tocht die resulteerde in honderden schetsen van Rome, maar vooral van Venetië. De speling van het licht probeerde hij in kleuren vast te leggen.

In de laatste fase van zijn artistieke leven, na een tweede Italiaanse reis in 1828, hield de kunstenaar zich steeds intensiever bezig met het schilderen van het licht. Vanaf dan lijkt het onderwerp (zoals bv. Rain, steam and speed; Tate Gallery, Londen) zelfs van secundair belang: vormen en details worden slechts vaag aangegeven op brede vlakken van geel, wit, roze, rood, koel grijs en blauw in tal van schakeringen. Petworth, het huis van zijn vriend en beschermer Lord Egremont, waar Turner vele malen verbleef, is vaak het onderwerp van deze werken, die een hoogtepunt vormen in zijn oeuvre.

Hoewel Turner reeds in 1802 (het jaar van zijn opname in de Royal Academy, het instituut waaraan hij van 1807 tot 1838 perspectief doceerde) een gewaardeerd kunstenaar was en hoewel zijn meer academische olieverfschilderingen en zijn aquarellen aftrek bleven vinden, konden zijn kleurexperimenten en zijn fanatiek zoeken naar steeds nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden, samen met zijn ‘ontrouw aan de natuur’, weinig genade vinden in de ogen van zijn tijdgenoten.

Criticus John Ruskin schreef echter lovend over hem in zijn ‘Modern painters’ (deel 1, 1843) en later is men Turner geleidelijk gaan beschouwen als een van de origineelste Britse schilders en Engelands belangrijkste schilder van landschappen en zeestukken. Zijn invloed op het impressionisme is onmiskenbaar. Na de tentoonstelling van zijn werk op de Biennale in Venetië in 1948 was er een nieuwe golf van invloed van Turner op de moderne schilders merkbaar.

In het British Museum in Londen worden ongeveer 19.000 tekeningen en aquarellen van Turner bewaard. Een groot deel van zijn olieverfschilderingen bevindt zich in de Tate Gallery en de National Gallery, eveneens in Londen.

De Turner Prize, die sinds 1984 jaarlijks wordt uitgereikt aan een Britse kunstenaar is genoemd naar de schilder. De organisatie is in handen van de Tate Gallery. De Turner Prize is op publicitair vlak uitgegroeid tot Engelands belangrijkste kunstprijs en wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, hoewel alle kunstvormen meedingen en verscheidene schilders de prijs hebben gewonnen. Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld 40.000 pond.

De catalogus van de tentoonstelling ‘Turner – Opere della Tate’ is uitgegeven door Skira Editore.

Het Chiostre del Bramante biedt regelmatig speciale rondleidingen aan door een kunsthistoricus, zoals bijvoorbeeld nu zaterdag 23 juni om 11.30 uur en zondag 24 juni, eveneens om 11.30 uur. Reserveren voor deze rondleiding kan tot woensdag 20 juni via infomostra@chiostrodelbramante.it.

Chiostro del Bramante
Via della Pace, Rome
+39 06 688 090 35
www.chiostrodelbramante.it

Online tickets kan je hier boeken.

Romeinse topchef Alessandro Narducci overleden

Posted in Romenieuws on 23 juni 2018 by romenieuws

In Rome is de bekende chef-kok Alessandro Narducci (29) van het sterrenrestaurant Acquolina overleden na een zwaar verkeersongeval. Hij botste samen met zijn collega en vriendin Giulia Puleio (25) op de Lungotevere della Vittoria, niet ver van het Foro Italico, met zijn scooter tegen een zware Mercedes. De gevolgen waren bijzonder zwaar. De twee motorrijders overleefden de klap niet; de chauffeur van de auto werd met zware verwondingen overgebracht naar een ziekenhuis. De politie is urenlang bezig geweest met het vaststellen van de omstandigheden van het ongeval.

Met Alessandro Narducci verliest Rome een groot culinair talent. Wat deze jonge chef in zijn zaak presenteerde grensde aan het ongelooflijke. Zijn actuele menukaart spreekt wat dit betreft voor zich. Narducci was de bezieler van restaurant Acquolina en het bijhorende Acquaroof-terras aan de Via del Vantaggio 14, een zijstraat van de Via di Ripetta in hartje Rome. Het restaurant maakt deel uit van het vijfsterrenhotel The First Roma. Hopelijk kreeg je de voorbije maanden de kans om er eens te eten, want wat je hier kon beleven komt na vandaag dus nooit meer terug.

Het restaurant wist op zeer korte tijd talrijke foodies en culinaire liefhebbers te bekoren. Zelfs vanuit het buitenland kwamen koks zien en proeven wat deze jonge kok allemaal uitspookte. Alessandro Narducci koos als basis steevast voor de traditionele Romeinse keuken, maar gooide daar een ongelooflijke hoeveelheid creativiteit en originaliteit tegenaan en combineerde dat allemaal met een fantastische visuele presentatie, zonder dat die fraaie plaatjes belangrijker werden dan wat er op het bord lag. De inspecteurs van Michelin sloegen tilt bij een eerste bezoek en gaven de zaak meteen een ster. Er waren ongetwijfeld nog onderscheidingen op komst. Dergelijke culinaire talenten duiken echt niet zo vaak op.

Het Acquolina-restaurant en het Acquaroof-terras zijn tot nader order tijdelijk gesloten. Het personeel is in shock en in rouw. Alessandro Narducci was de voorbije drie dagen de hoofdrolspeler geweest van het Vinòforum-evenement dat momenteel in Rome plaatsvindt. Hij verzorgde er showcookings en avondevenementen. Vinòforum, dat nog loopt tot 24 juni, zal niet sluiten, maar alle microfoons worden uitgeschakeld en er zal geen muziek meer worden gespeeld als een teken van respect voor Alessandro Narducci. De andere deelnemende koks beraden zich morgen over een hulde aan hun collega.

Nieuwe verlichting voor Tor Fiscale

Posted in Romenieuws on 22 juni 2018 by romenieuws

Na jaren verwaarlozing en zelfs een dreigende instorting is de nog steeds indrukwekkende Tor Fiscale in Rome veilig gesteld en kreeg het monument zopas zelfs nieuwe buitenverlichting. Het ruim dertig meter hoge monument vlakbij de Via Latina bevindt zich in het Parco Tor Fiscale dat met een kort pad verbonden met het aquaductenpark. Beide parken maken deel uit van het grotere Parco Regionale dell’Appia Antica. Deze omgeving wordt doorkruist door verschillende oude Romeinse aquaducten waarvan de immense resten nog steeds zichtbaar zijn. We brachten hierover recent nog een bijdrage.

De Tor Fiscale dateert uit de dertiende eeuw, er wordt voor het eerst melding van gemaakt in 1277. De toren heeft een rechthoekige vorm en is gemaakt van tufsteen. Aan de westzijde bevindt zich een kleine holle boog, wellicht gebouwd om het gewicht van de muur boven de fundamenten van de aquaducten te verlichten. De toren werd oorspronkelijk omringd door een muur waarvan de overblijfselen tot het midden van de twintigste eeuw te zien waren.

Oorspronkelijk diende het gebouw als uitkijktoren, en vormde het een onderdeel van een klein kasteeltje dat eigendom was van de familie Annibaldi. In de latere middeleeuwen werd het een versterkt militair gebouw, perfect centraal gelegen om de boerderijen, de wijngaarden en de molen in de zone rond de Via Appia en de Via Latina te verdedigen. Lange tijd werd aangenomen dat de naam Fiscale afkomstig was van een belastinginningfunctie, omdat hij een tijdlang werd gebruikt voor de opslag van graan en tarwe. Het landgoed en de toren zouden echter ooit eigendom geweest zijn van de pauselijke penningmeester.

In recentere tijden sloeg de verwaarlozing toe. In de periode 2003-2010 begonnen eindelijk restauratie- en consolidatiewerkzaamheden. Het hele proces werd begeleid door de universiteit van Firenze. Het project kostte 1 miljoen euro. Na de restauratie moest de toren nog veilig worden gesteld, zodat in de toekomst regelmatige rondleidingen en bezoeken mogelijk worden. Nu is het bijna zover.

Vooraleer de toren toegankelijk wordt, wil Rome eerst een vlottere verbinding creëren met de graftombes aan de Via Latina en het Aquaductenpark. Daarvoor zijn enkele onteigeningen nodig en moeten de Italiaanse staat, de regio Lazio en de stad Rome samenwerken, waardoor een en ander niet zo vlot gaat als de beheerder van het Parco Regionale dell’Appia Antica zou willen. Het kan dus nog even duren. Maar in afwachting kan je hier altijd alvast een kijkje gaan nemen, het park is vrij toegankelijk.

Het park werd in de oudheid doorkruist door zes Romeinse aquaducten, waaronder de Aqua Claudia, de Aqua Marcia en de Aqua Anio Novus. Een groot deel van de Aqua Marcia werd afgebroken om plaats te maken voor de Aqua Felice, die in de middeleeuwen werd gebouwd. De Aqua Claudia werd in de loop der eeuwen bijna volledig ontmanteld om bouwmaterialen te leveren voor de bouw van nieuwe huizen in de omgeving.

Tor Fiscale
Via dell’Acquedotto Felice 120, Via di Torre Branca
Bus: 650, 675, 663, 664, 765
Metro A: Porta Furba
www.parcoappiaantica.it

Vlaming schrijft spannende thriller die zich volledig afspeelt in Rome

Posted in Romenieuws on 22 juni 2018 by romenieuws

De Vlaming Stefaan Werbrouck heeft een spannende thriller geschreven die zich volledig afspeelt in Rome. Het boek kreeg als titel Adrenaline en is nu verkrijgbaar in de boekwinkel. Binnenkort komt Adrenaline ook als e-book beschikbaar. De auteur vertelde ons dat dit boek in de nieuwe Rione Monti-reeks het eerste deel is in een serie van twaalf. Momenteel werkt hij aan het tweede en het derde boek. Ieder jaar zal een nieuw deel verschijnen. Hou ze in de gaten, want dit worden onverbiddelijke bestsellers. Stop bij je eerstvolgende trip naar Rome alvast het eerste deel in je koffer.

Adrenaline (een titel waarvan het een hele tijd duurt vooraleer je beseft waarvoor die eigenlijk staat) laat de lezer in het begin van het verhaal kennismaken met de speurders van de Squadra Mobile van de Polizia di Stato (Rione Monti) in Rome. Het team is weinig rust gegund en kreeg bovendien zopas versterking in de persoon van Carla die de groep zal bijstaan als profiler. Iemand die een daderprofiel kan schetsen is zeker welkom, want Rome is immers in de ban van een seriemoordenaar die door de media Il Mostro wordt genoemd.

Een terechte naam, want in enkele weken tijd werden in het historische centrum van de stad twee jonge vrouwen ontvoerd en vermoord. Hun lichamen worden leeggebloed teruggevonden, het hart blijkt doorboord te zijn met een naald. De Squadra Mobile beseft dat een meedogenloze psychopaat aan het werk is en het team zet alles op alles om de identiteit van de dader te achterhalen.

De speurders kunnen echter niet verhinderen dat een derde vrouw wordt ontvoerd, een vriendin en medewerkster van burgemeester Virginia Raggi nog wel. Tussen de killer en de Squadra Mobile ontspint zich een dodelijk kat-en-muisspel, waarbij Il Mostro de politie uitdaagt en hen altijd weer een stapje voor is. Het wordt echt akelig wanneer een lid van het team in handen valt van Het Monster. Een race tegen de tijd begint.

Stefaan Werbrouck, overigens een clublid van S.P.Q.R., woont en werkt sinds enkele jaren in Rome en dat is goed te merken aan de vele geschiedkundige anekdotes en de soms erg gedetailleerde plaatsbeschrijvingen die het boek stofferen. Dat maakt deze uitgave meteen ook tot een hebbeding voor Romeliefhebbers wegens heel erg herkenbaar. Wedden dat toeristen binnenkort een Guinness gaan proeven in de Finnegan Irish Pub?

Zoals het hoort bij een misdaadverhaal houdt de auteur de vaart er flink in, mede dankzij heel wat nevenintriges waardoor de lezer niet alleen systematisch kennismaakt met de hoofdpersonages maar ook wordt ondergedompeld in hun persoonlijke leefwereld. Door wat ze meemaken komt ook de stad Rome tot leven, inclusief de kleine kantjes ervan.

Het verhaal is bijzonder filmisch geschreven en spannend tot de laatste bladzijden. Dat is wellicht geen toeval. Werbrouck werkte eerder als scenarist voor de VTM-serie Wittekerke, waar hij later headwriter werd. Van 2006 tot 2013 was hij scenarist en scripteditor voor de politieserie Zone Stad. In 2008 was hij ook headwriter van de telenovela LouisLouise. Hij publiceerde al eerder thrillers, evenals jeugdboeken, romans en gedichten.

Als schrijver debuteerde hij in 1997 bij uitgeverij Manteau met de misdaadroman De Offerdans, die in 1998 werd gevolgd door De verdronken dood. Hij is ook de auteur van de jeugdboeken Kadogo en De Erfgename. In 2007 verscheen van hem Joachim. Over leven op het land, een roman over het leven van een landbouwgezin in Haïti.

Stefaan Werbrouck was ook een tijdlang actief als beeldend kunstenaar, met installaties en beelden in brons. Hij maakte onder meer De Papeters, een levensgroot dansend beeldenpaar op het Kerkplein van de West-Vlaamse gemeente Dentergem.

Maar nog even terug naar het boek. Nu we Adrenaline hebben gelezen, wordt meteen duidelijk waarom dit het eerste deel van een nieuwe reeks is. Het is onmogelijk om de Rione Monti-serie na dit boek te stoppen. Hoewel Het Monster wordt gevat, is het voor elke lezer duidelijk dat er nog een andere moordenaar in Rome rondloopt.

Daarnaast kampen sommige personages met problemen die nog lang niet uitgeklaard zijn. Zo moet Elisa Ferrari haar Siciliaanse kwestie nog oplossen. De getormenteerde Cristiano Clementi heeft nog veel meer om over na te denken en de muzikale charmeur Ivan Bellini verbergt wellicht nog meer persoonlijke geheimpjes.

Een vervolg is dus inderdaad onvermijdelijk en het is duidelijk dat we de komende jaren de leden van de Squadra Mobile – Rione Monti goed zullen leren kennen. Niemand die van een goed verhaal houdt zal dat jammer vinden. In het tweede deel waaraan hij nu werkt zal de auteur overigens ook het Vaticaan bij de intrige betrekken. Altijd nuttig om de verhaallijn wat geheimzinniger en spannender te maken…!

Ten slotte één laatste opmerking: het was een behoorlijke verademing nog eens een boek te lezen zonder storende taal- en spelfouten.

Adrenaline
Auteur: Stefaan Werbrouck
Taal: Nederlands
Afmetingen: 27 x 210 x 149 mm
Gewicht: 481 g
Eerste druk: juni 2018
Uitgeverij: Witsand
ISBN10 9492 9340 43
ISBN13 9789 4929 3404 8
Prijs: 22,50 euro
Binnenkort beschikbaar als e-book

Adrenaline is het eerste verhaal in de nieuwe Rione Monti-reeks die volgens de planning uit 12 delen zal bestaan.

Bestel Adrenaline bij de Standaard Boekhandel

Bestel Adrenaline bij Bol.com

De hoogste heuvel van Rome

Posted in Romenieuws on 21 juni 2018 by romenieuws

Een tijdje geleden kregen we de vraag wat nu het hoogste punt van Rome is. We beloofden daar via een nieuwsbrief op te antwoorden, bij deze dus. Heel wat mensen maken tijdens hun verblijf in Rome weleens een wandeling naar de Janiculum (Gianicolo), de heuvel waar je, terwijl Garibaldi in eigen persoon op je neerkijkt, kan genieten van een spectaculair uitzicht over Rome. Maar het kan in Rome nog hoger. De Monte Mario in het noordwesten van Rome verheft zich 139 meter boven de stad en is daarmee de hoogste plek van Rome.

Alleen al het uitzicht op de Tiber, die je vanop het hoogste punt op zowat zijn hele kronkeltocht doorheen Rome kan volgen, is meer dan de moeite waard. Hoe langer je geniet van de stad die aan je voeten ligt, des te meer details begin je op te merken in het reusachtige landschap waarop je neerkijkt. De tienduizenden daken, de talrijke koepels, de vele bekende gebouwen, je krijgt er amper genoeg van.

De Monte Mario-heuvel behoort (evenmin als de Gianicolo) niet tot de beroemde zeven heuvels waarop Rome zou gebouwd zijn, maar is wel een interessante plek. Rond de heuvel bevindt zich een fraai natuurpark met een totale oppervlakte van 204 hectare. Het is een belangrijke biologische corridor tussen het verstedelijkte gebied ten noorden van Rome en de historische stad. Je kan het park bereiken langs verschillende ingangen (ondermeer langs de Via Gomenizza, de Via dei Colli della Farnesina, de Via della Vittoria,…).

In het natuurpark bevinden zich onder meer drie villa’s, waaronder de Villa Mellini. Eén gebouw is ingericht als astronomisch observatorium van Rome, waar ook het Museo Astronomico Copernicano is ondergebracht. Dit laatste kan je bezoeken op aanvraag. Deze locatie werd voor de Italiaanse kaarten tot het eind van de jaren ’60 van de vorige eeuw gebruikt als nulmeridiaan (in plaats van Greenwich). Het observatorium wordt tegenwoordig nog maar weinig gebruikt omwille van de nogal sterke lichtvervuiling in de buurt. Dichtbij bevindt zich ook een zendmast van de RAI.

Op de heuvel vind je ook de kerk en het klooster van Santa Maria Rosario. In de zeventiende eeuw bouwde kunstenaar en architect Pietro da Cortona (1596-1669) op de flanken van de Monte Mario zijn Villa Pigneto. De villa had onder meer een siertuin die zich uitstrekte over verschillende niveaus van de heuvel. De villa was voltooid in 1630, maar was vijftig jaar later al sterk vervallen. De laatste restanten van de villa, de ruïnes van de oorspronkelijke structuur, verdwenen in de negentiende eeuw.

In de oudheid kenden de Romeinen deze heuvel als Mons Vaticanus of Clivus Cinnae, naar de praetor Lucius Cornelius Cinna. Hij was de aanvoerder van de populares, schrok niet terug voor geweld en was een tegenstander van de optimates onder Lucius Cornelius Sulla. Cinna’s dochter Cornelia Cinna was sinds ongeveer 85 of 84 v. Chr. de vrouw van Gaius Julius Caesar, die ondanks de druk van Sulla’s aanhangers, weigerde van haar te scheiden.

De heuvelrug maakte deel uit van de zogenaamde ager vaticanus, en werd daardoor, net als de Janiculum-heuvel, soms Mons Vaticanus genoemd. De huidige naam, volgens sommige bronnen, komt van Mario Mellini, een kardinaal die halfweg de vijftiende eeuw op deze heuvel een villa bezat. In de middeleeuwen was het gebied echter ook bekend als Monte Malo, dit vanwege de moord op een zekere Giovanni Crescenzio, een edelman die hier omstreeks 960 zou zijn gedood. De huidige naam zou een verbastering van malo kunnen zijn.

Archeologische opgravingen in de omgeving van de Monte Mario hebben ondermeer werktuigen en pijlpunten uit vuursteen opgeleverd en dierlijke tanden. De overblijfselen dateren van ongeveer 65.000 jaar geleden en behoren tot de vroegste sporen van menselijke aanwezigheid die gevonden zijn in de omgeving van Rome.

Aan de westelijke zijde van de heuvel ligt een vrij dure wijk met dezelfde naam. Wie hier een huis huurt of koopt behoort zeker tot de hogere klasse. Enkele woonwijken zijn Balduina, Belsito, Della Vittoria, Fort Boccea Quartaccio en Torresina. De drie laatste zijn het meest recent. Monte Mario Alto, op de Colle Sant’Agata werd gebouwd in de jaren ’20 van de vorige eeuw door een een coöperatie van postbodes. De kern is het commerciële district ‘quartiere’ Trionfale, waar het historische marktplein een bezoek best waard is.

Hier en daar proef je zelfs nog de sfeer van de jaren ’50, al doen de voortdurende bouwuitbreidingen het gebied geen goed. Recente werken aan de ringweg rond Rome, de Grande Raccordo Anulare (GRA) hebben bovendien een stuk afgeknaagd van het beschermde gebied ten noorden van de ringweg.

Op het hoogste punt van de Monte Mario bevindt zich de bar annex restaurant Lo Zodiaco. De keuken in het restaurant, waar de tafels aan de voorzijde een prachtig uitzicht over Rome bieden, is internationaal georienteerd maar evenzeer bekend voor de echte cucina romana. Een ideale plek voor een romantisch dineetje, al dan niet bij kaarslicht, of om een uniek moment te beleven met een groepje vrienden. In Lo Zodiaco worden regelmatig evenementen zoals live-optredens en shows georganiseerd. De zaak bestaat al sinds 1956. Vele beroemdheden en filmsterren kwamen hier al even genieten van de keuken en natuurlijk van het fantastische uitzicht op Rome.

Parco Monte Mario

Nieuwe Vaticaanse munten op komst

Posted in Romenieuws on 19 juni 2018 by romenieuws

Goed nieuws voor muntenverzamelaars. Vlak voor de zomervakantie worden door het Vaticaan drie nieuwe en naar verluidt bijzonder fraaie munten in omloop gebracht die ongetwijfeld gretig hun weg zullen vinden naar verzamelaars wereldwijd. Het gaat om exemplaren met daarop de afbeelding van de Laocoön­groep uit de Vaticaanse Musea (2 euro) en de koepel van de dom van Firenze (5 euro). Deze laatste munt herdenkt het feit dat het 600 jaar geleden is Filippo Brunelleschi (1377-1446), die de Santa Maria del Fiore ontwierp, besliste zich uitsluitend aan de bouwkunst te wijden. Volgende maand komt ook nog een derde Vaticaanse munt, eentje van 10 euro, in omloop. Daarop staat een afbeelding van het doopsel van Jezus.

Daarmee stopt het niet. Dit jaar is het tevens 500 jaar geleden dat de Venetiaanse schilder Jacopo Robusti, veel beter bekend als Il Tintoretto (Het Ververtje), werd geboren. Om dat te gedenken wordt in de Republiek San Marino (de enclave die onringd is door Italië) eveneens een bijzondere 2 euromunt uitgegeven. De munt wordt, zoals wel vaker gebruikelijk in het ministaatje San Marino, verdeeld in een luxe verpakking. De oplage bedraagt slechts 60.500 exemplaren. Het is een wettig betaalmiddel, maar gezien de veel hogere verzamelaarswaarde is het natuurlijk niet slim om een dergelijke munt in de winkel uit te geven.

De munt toont een deel van Tintoretto’s schilderij ‘Visitazione’ (De Visitatie of het bezoek van de Maagd Maria aan haar familielid Elizabeth). Het is de omhelzing tussen beiden die in beeld gebracht is. De zwangere Maria ging op weg om haar nicht Elisabeth te bezoeken om de vreugde omwille van de aangekondigde geboorte van Jezus met haar te delen. Het schilderij uit 1588 wordt bewaard in de Scuola Grande di San Rocco, een Venetiaanse broederschap waarvoor Tintoretto vele muur- en plafondschilderingen vervaardigde.

De schilder en tekenaar Jacopo Robusti (1518-1594) vestigde zich vanaf 1539 als zelfstandig meester in Venetië. Zijn vader was verver, in het Italiaans tintore. Daardoor kreeg hij als bijnaam Tintoretto, de kleine verver of het ververtje. Of hij tot de leerlingen van Titiaan (1487-1576) heeft behoord, is een vermoeden maar geen zekerheid.

Zijn vroegste zelfstandige werken tonen hoe hij zich aanvankelijk oriënteerde op Bonifazio Veronese, Andrea Schiavone, Parmigianino en gaandeweg meer en meer op Michelangelo. Daarvoor is vermoedelijk zijn verblijf in Rome verantwoordelijk (in 1546) waar hij werk van Michelangelo schetste in zijn streven de innerlijke bewogenheid van zijn figuren door expressieve houdingen te accentueren.

Tintoretto’s eerste gedateerde doek, De bevrijding van de slaaf (Galleria dell’ Accademia, Venetië, 1548) dat werd vervaardigd voor de Scuola (broederschap) di San Marco, getuigt eveneens van Michelangelo’s invloed (de ronddraaiende beweging van de compositie, de gecompliceerde standen van atletische figuren), maar de behandeling van licht en kleuren is onmiskenbaar Venetiaans. Na 1548 ging Tintoretto op een meer gedempt kleurengamma over en werd zijn voordracht meer bezonnen.

Het licht werd een belangrijk element om de dramatiek te vergroten en hij maakte ontwerpen in was, waarmee hij experimenteerde door ze op verschillende manieren te belichten. Sommige figuren keren ook in meerdere werken terug, ze worden uit verschillende hoeken geschilderd, soms met een wisselende lichtinval. Ook in compositioneel opzicht begon hij nu naar monumentale en decoratieve effecten te zoeken, zoals in de Tempelgang van Maria (1555; San Maria dell’ Orto, Venetië).

Tussen 1560 en 1594 ontplooide hij een uiterst snelle, virtuoze techniek: hij modelleerde met een bijna schetsmatige penseelstreek direct in de kleur. Daarbij was zijn toepassing van het clair-obscur baanbrekend voor de ontwikkeling naar de barokschilderkunst. De indrukwekkendste prestatie uit die jaren was de omvangrijke versiering van de Scuola di San Rocco, een gebouw waarvan hij tussen 1565 en 1587 drie grote zalen verrijkte met imposante doeken met voornamelijk bijbelse voorstellingen.

Vanaf 1574 namen Tintoretto en zijn helpers ook deel aan de decoraties van het Dogenpaleis met allegorische en historische motieven. De dramatische contrasten van licht en diepe schaduwen in Tintoretto’s late werken, de overgang naar een de vormen tot fosforescerende schimmen omtoverende lichtbehandeling, verlenen zijn werken het visionaire karakter dat in de religieuze kunst na de Contrareformatie een onmisbare factor werd.

De figuren, op zichzelf zeer realistisch weergegeven, kregen langzamerhand een heroïsche en haast bovennatuurlijke allure door het lichtspel en door hun plaatsing in de ruimte: hij zette hun bewegingsassen graag haaks of schuin op het vlak en ontwikkelde daarbij zeer suggestieve, ritmische arrangementen, zoals de Venetiaanse School ze nog niet kende. Een beroemd voorbeeld van een diagonaalsgewijs door de ruimte verlopende compositie waardoor de illusie van oneindige diepten wordt opgeroepen, is Het Laatste Avondmaal in de San Giorgio Maggiore te Venetië (1594). Tintoretto schilderde ook prachtige, vrij sobere portretten. Zijn zoon Domenico en dochter Marietta waren eveneens schilder.

In het voorjaar van 2012 was in Rome nog een grote overzichtstentoonstelling van Tintoretto te zien. Op verschillende plaatsen in Rome, onder meer in de Galleria Colonna en in Palazzo Barberini, vind je schilderijen van Tintoretto. Behalve in Venetië, vind je ook in Parijs, Madrid en Wenen eveneens kunstwerken van Tintoretto.

OVER BRUNELLESCHI ACHTERGROND

De Italiaanse goudsmid, architect en beeldhouwer Filippo Brunelleschi (1377-1446) was de eerste renaissance-architect en één van de grootsten. Zijn hoofdwerken staan in Firenze. In Rome werden klassieke bouwwerken door hem opgemeten en vooral onderzocht op hun constructieve elementen en ruimtewerking.

Brunelleschi’s poging om zijn gegevens goed op papier te krijgen bracht hem tot het uitvinden van het lineaire perspectief: het werken met verdwijnpunt(en) waar alle zichtassen samenkomen. Het was een middel om de driedimensionale ruimte op een vlak oppervlakte weer te geven, waarbij alle afstanden meetbaar zijn. Deze wetenschappelijke ontdekking had een enorme uitwerking op de kunsten.

Filippo Brunelleschi begon zijn carrière als goudsmid en beeldhouwer en won in 1402 samen met Lorenzo Ghiberti de prijsvraag voor een ontwerp van de bronzen deuren voor het baptisterium in Firenze; zijn mededinger kreeg uiteindelijk de opdracht. Als beeldhouwer was hij nog enige tijd werkzaam, maar na enkele kleinere architectonische opdrachten zou hij zich vanaf 1418 volledig aan de bouwkunst wijden. Het Ospedale degli Innocenti (ontworpen 1419, gebouwd 1421-1444) wordt beschouwd als het eerste renaissancegebouw.

Kenmerkend voor de nieuwe architectuur is helderheid: de betekenis van elk onderdeel moet duidelijk zijn, zo ook de onderlinge relatie van de delen. Een ander kenmerk is de toepassing van onderdelen ontleend aan de klassieke oudheid: zuilen, lijstwerken en frontons. De combinatie van zuilen en bogen is daarentegen ontleend aan Toscaanse gebouwen uit de elfde en de twaalfde eeuw, zoals de San Miniato al Monte in Firenze.

In de zwikken tussen de bogen zijn medaillons van Andrea della Robbia aangebracht. De opdracht om de koepel van de dom in Firenze (1420-1436) te bouwen, stelde Brunelleschi door de omvang en de constructie voor problemen; als oplossing hiervoor gebruikte hij een constructiewijze in horizontale lagen (net zoals het Pantheon te Rome), bracht hij twee afzonderlijke schalen aan die elkaar wederzijds steunen (waardoor de koepel zodoende lichter werd qua gewicht), evenals verticale ribben (net als in de gotiek). Tevens gaf hij de koepel een slank profiel, zodat er minder zijwaartse druk was.

Een ander vermaard gebouw is de Sagrestia Vecchia (1420-1429), een grafkapel voor Cosimo de’ Medici, aan de San Lorenzo vast te bouwen. Hiermee oogstte Brunelleschi veel lof, zodat hij ook de opdracht kreeg een nieuw plan te maken voor de hele kerk. De San Lorenzo (begonnen 1421, inwendig voltooid 1469) is gebaseerd op vierkante eenheden, echter met kleine afwijkingen. Opmerkelijk is verder het gebruik van licht: het middenschip baadt in het licht, de zijbeuken zijn schemerig en de kapellen zijn donker.

De basiliek Santo Spirito (eerste ontwerpen vanaf 1432, bouw vanaf 1444) beantwoordt aan strenge maatverhoudingen: het vierkant van de viering is de basismoduul voor de hele compositie; de viering heeft dezelfde oppervlakte als het koor en het transept. Op de oorspronkelijke plattegrond is het schip vier maal zo lang en twee maal zo hoog als breed. Voorts hebben ook de zijbeuken een vierkante plattegrond en zijn twee maal zo hoog als lang. Bij de uitvoering is echter afgeweken van de oorspronkelijke plattegrond en maatvoering.

Intussen was Brunelleschi begonnen aan de Pazzi-kapel (1429) bij het klooster Santa Croce, gebaseerd op zuivere verhoudingen zoals 1:3, 2:3 en een vierkant. De eerste centraal aangelegde kerk in de renaissance was de Santa Maria degli Angeli (1434), waarvan de bouw na drie jaar stopte. Het ontwerp was zeer geavanceerd en vond pas veel later navolging. Brunelleschi was in zijn kerken steeds op zoek naar de ideale ruimtevorm: een synthese tussen lengterichting en centraalbouw. In 1972 werd bij opgravingen in de Santa Maria del Fiore-basiliek van Firenze het graf van Brunelleschi ontdekt.

Rome behoort tot de beste wifi-aanbieders

Posted in Romenieuws on 18 juni 2018 by romenieuws

Voor wie op reis absoluut online wil blijven, is een verblijf in Rome, Lissabon en Boedapest het meest geschikt. In Rome en Boedapest beschikken ongeveer 80% van de accommodaties over internet, in Lissabon is dat zelfs 84%. Amsterdam staat op de zevende plaats in de ranglijst met 75%, net achter Berlijn en Brussel (76%). Dat blijkt uit een onderzoek naar de meest internetvriendelijke Europese bestemmingen dat recent werd uitgevoerd door van HomeToGo, een zoekmachine voor vakantiehuizen.

Anno 2018 lijkt de reiziger meer dan ooit volkomen afhankelijk te worden van digitale hulpmiddelen. Ongeveer 70 tot 75% van de reizigers vinden een goed wifi-signaal belangrijk op hun vakantiebestemming. 20 tot 25% van de ondervraagden zegt zelfs stress en spanningen te ondervinden als er geen internet beschikbaar is. Hoe zou men anders uitstapjes  kunnen boeken, restaurants kunnen vinden en de juiste weg uitstippelen zonder routeplanners en digitale kaarten?

Vakantiegangers zijn nog niet allemaal verslaafd aan hun digitale snufjes maar ze zijn wel goed op weg. Een kwart van de reizigers heeft liever wifi dan een zwembad op de vakantiebestemming. Bijna 70% verkiest een bestemming met wifi boven een vakantieverblijf zonder. Bijna de helft van de ondervraagden heeft minder contact met familie en vrienden thuis als er geen wifi op de vakantiebestemming is, telefoneren doen ze niet zo graag. Bijna vier op tien heeft een meer ontspannen vakantie als er internet op de bestemming beschikbaar is.