Casa del Bicentenario in Herculaneum voor het eerst in 36 jaar opnieuw open voor publiek

19 november 2019

Na een restauratiebeurt die meer dan dertig jaar heeft geduurd, is het zogenaamde Casa del Bicentenario in het antieke stadje Herculaneum nabij Napels weer geopend voor het publiek. De villa is opnieuw in volle glorie hersteld.

Dat het restauratieproject zo lang heeft geduurd komt omdat een eerdere renovatie meer kwaad dan goed had gedaan. Bovendien was de villa al jarenlang verwaarloosd. Herculaneum ligt vlakbij de zee en werd net als Pompeï en een aantal omliggende stadjes en villa’s getroffen door de verwoestende uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 na Chr.

In Herculaneum kunnen bezoekers zich vandaag een goed een beeld vormen van de bouw van een Romeinse domus of huis. Anders dan in Pompeï is hier vaak de bovenverdieping bewaard gebleven, net als vele originele houten bouwelementen. Deze werden in de hete lava verkoold en zijn in die vorm bewaard gebleven. Onder meer in het Casa del Bicentenario zijn heel wat van dergelijke houten bouwelementen te zien.

Herculaneum telde slechts 4.000 inwoners en was kleiner maar rijker dan Pompeï, dat naar schatting 20.000 inwoners telde. Toch is het stadje veel minder bekend dan het wereldberoemde Pompeï. De archeologische resten zijn in Herculaneum ook beter bewaard gebleven dan in Pompeï omdat de laag lava en as er hoger kwamen. Zo kregen plunderaars geen kans en werden ook de gebouwen als het ware beschermd in een soort tijdscapsule.

Bij de vulkaanuitbarsting werd Herculaneum niet getroffen door een regen van as en puimsteen, zoals Pompeï, maar braakte de vulkaan een gloeiend hete pyroclastische stroom uit waardoor talrijke inwoners omkwamen.  Vervolgens werd het stadje bedekt door een dikke laag modder en lava. De laag lava die de stad bedekte was tot twintig meter dik en zorgde er ook voor dat de kustlijn een aanzienlijk stuk opschoof.

Het Casa del Bicentenario is drie verdiepingen hoog en fraai gedecoreerd met fresco’s en mozaïeken. Een slecht uitgevoerde restauratie in de jaren ’30 van de vorige eeuw had de originele kleuren van de schilderingen sterk doen vervagen. Men bracht toen een waslaag aan op de fresco’s maar die zorgde ervoor dat de originele verf losliet waardoor de toestand van de schilderingen fel verslechterde. Daardoor verdween gaandeweg ook de belangstelling voor het huis dat uiteindelijk op de rand van de verloedering stond.

Innovatieve technieken hebben nu de oorspronkelijke heldere kleurenpracht weer tevoorschijn gehaald. Door het toepassen van een nieuwe niet-organische gel is het de conservators gelukt de oorspronkelijke verflaag te stabiliseren en zelfs een aantal kleuren terug te brengen. De eerdere methode met de waslaag  is destijds ook gebruikt bij andere opgravingen in de regio. Om de schade die toen is aangericht aan deze antieke monumenten te herstellen, hopen archeologen en conservators in de komende jaren vaker gebruik te kunnen maken van de recent ontwikkelde techniek met de niet-organische gel.

Resten van het oude Herculaneum werden voor het eerst ontdekt in 1709 bij het slaan van een waterput. Grootschalige opgravingen vonden plaats in opdracht van Karel van Bourbon die in de jaren 1735-1759 koning van Napels was. Via schachten en onderaardse gangen werden kostbaarheden en kunstschatten naar boven gehaald.

De eerste systematische opgravingen in Herculaneum vonden plaats in de periode 1927-1958 onder leiding van archeoloog Amedeo Maiuri. Het Casa del Bicentenario werd ontdekt in 1938, exact twee eeuwen na het begin van de opgravingen in Herculaneum, daarom kreeg het de naam Twee-eeuwen-villa.

De oorspronkelijke bouwheren die het Casa del Bicentenario zowat 2000 jaar geleden optrokken zijn bekend: Gaius Petronius Stephanus en Calantonia Themis. De villa was één van de weelderigste gebouwen van de stad, met uitzonderlijke en delicate decoraties van mythologische taferelen, architecturale thema’s en afbeeldingen van dieren.

Het gebouw lag aan de hoofdstraat van het stadje. In 1983 werd het huis gesloten voor publiek bezoek omdat de bouwvallige woning te onveilig geworden was. Tegenwoordig is ongeveer een derde van Herculaneum opgegraven en zijn er vier huizenblokken blootgelegd met een oppervlakte van 200 x 250 m, ongeveer  4,5 ha. van de in totaal 20 ha.

Romeinen in de Zwinstreek. Recent archeologisch onderzoek tussen land en zee

18 november 2019

De Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) geeft in samenwerking met de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen op woensdag 20 november om 20 uur een lezing over de aanwezigheid van Romeinen in de Zwinstreek. De spreker van dienst is Dieter Verwerft en de lezing vindt plaats in de UA-Stadscampus, Rodestraat 14 (zaal R.004) in Antwerpen.

Lange tijd heerste de opvatting dat de Zwinstreek tijdens de Romeinse periode een onherbergzaam niemandsland was. Te gevaarlijk en te veranderlijk om er te wonen. Recent archeologisch onderzoek verwijst dit idee naar de prullenmand. Een opgraving in Ramskapelle leverde het bewijs voor een permanente nederzetting in dit wispelturige, maar bijzonder rijke landschap.

Om zich aan de invloed van het wassende water te onttrekken, bouwen de Romeinen omstreeks het jaar 200 n. Chr. een terp van 20 op 20 m. De bouw van dit woonplatform vergt een grote inspanning, maar de Zwinstreek is het waard. Op deze plaats, tussen land en zee, hebben de Romeinen toegang tot de natuurlijke rijkdommen van de zee: vis en schelpen, maar nog belangrijker: zeezout!

Tijdens deze lezing ontdek je het verhaal van de Romeinen in de Zwinstreek en hoe archeologen deze boeiende geschiedenis blootgelegd hebben.

Contactloze bankkaart vervangt papieren metroticket in Rome

18 november 2019

Sinds vorige maand kan je in Rome gebruik maken van het metro- en stadstreinnet door met je kredietkaart of een bankkaart contactloos rechtstreeks aan de tourniquet te betalen. Je hoeft dan geen gewoon ticketje meer te kopen, de poortjes openen zich met je betaalpas. Iedereen, zowel inwoners als toeristen kunnen het dus gebruiken.

Rome lanceerde hiermee een nieuw betaalsysteem dat Tap & Go werd genoemd. Het geeft toegang tot alle metrostations van de lijnen A, B / B1, C en tot de spoorwegen Rome-Lido, Rome-Viterbo en Termini-Centocelle. En geen zorgen: de papieren tickets blijven gewoon bestaan.

Hoe werkt het concreet? Je kiest in het metrostation voor het speciale ‘Tap & Go’-tourniquet, dat bovenaan is uitgerust met een speciale elektronische lezer. Je benadert die even met je bankkaart of toestel en zodra het groene lampje aanspringt opent het poortje zich. Je beschikt dan over een virtueel BIT-biljet (Biglietto Integrato a Tempo) dat net zoals het papieren ticket 100 minuten geldig is. Je mag er nadien ook mee op de bus.

Na een metro- of stadstreinrit kan je inderdaad gewoon overstappen op een bus of tram. Omgekeerd gaat dat (nog) niet omdat geen enkele bus al is uitgerust met het Tap & Go-systeem. Controleurs op de bus kunnen met een speciale zakcomputer nagaan of je de rit effectief hebt betaald.

Momenteel is ongeveer de helft van de tourniquets in elk station uitgerust met deze speciale toegangsmogelijkheid, maar het systeem zal de komende maanden worden uitgebreid, al is het niet de bedoeling om alle toegangspoortjes te vervangen. Het papieren metro- en busticket blijft zoals gezegd ook gewoon bestaan.

Het systeem werkt met een contactloze kredietkaart of bankkaart (Mastercard, Visa, American Express, Maestro, Vpay, …). Er worden geen extra commissiekosten aangerekend. De gewone prijs van een BIT-biljet (1,5 euro) wordt van je rekening afgeschreven of komt op de uitgavenstaat van je kredietkaart.

Wie op technologisch vlak helemaal mee is kan desgewenst ook puur digitaal betalen, met een smartwatch of mobiel, ook met ApplePay of GooglePay, of via een ander platform waarop je je eigen bankkaart hebt ingesteld.

Zolang je betaalpas of toestel NFC-compatibel is (Near Field Communication) werkt het. NFC is een technologie waarmee je draadloos kleine hoeveelheden informatie kan uitwisselen binnen een straal van ongeveer 10 cm.

Wie via dit systeem veel gebruik maakt van het metro- en busnet geniet van een klein financieel voordeeltje, het zogenaamde ‘beste tarief’. Na de vijfde rit die het systeem binnen de 24 uur registreert, wordt automatisch een ticket ‘Rome 24 uur’ geactiveerd, wat je totale kostprijs op 7 euro brengt in plaats van 7,50 euro.

Je bespaart dus een halve euro per vijf ritten (normaal 1,5 euro x 5), op voorwaarde dat je die dus binnen de 24 uur maakt en dat alle vijf de ritten betaald werden met dezelfde kaart of toestel.

ATAC ontwikkelde het systeem met een aantal partners, waaronder Mastercard, Emv Transit, Sia, Vix Technology, Intesa San Paolo en PostePay Spa. Volgens ATAC voldoet het systeem aan de privacynormen die vereist zijn voor contactloze betalingen.

atac.roma.it

Een museum gevuld met politiewagens

17 november 2019

Ongetwijfeld zijn er mensen die denken dat ze alle musea in Rome reeds hebben bezocht. Vele jaren geleden dachten wij dat ook, maar vandaag koesteren we die illusie al lang niet meer. Nieuwe afdelingen in bestaande musea worden opengesteld. Lang gesloten en inmiddels gerestaureerde zalen gaan voor het eerst in vele jaren open. Nu en dan opent een compleet nieuw museum.

Polizia (4)

Soms blijven musea die al lang bestaan gewoon onder de radar. Tot die laatste groep behoort ongetwijfeld het Museo delle auto della Polizia di Stato, hoewel het al een tijdje bestaat en er de voorbije vijftien jaar door vrijwilligers hard aan werd gewerkt. We hadden al langer horen vertellen over dit museum, maar kwamen er uiteindelijk toch eerder toevallig terecht, net op de dag dat een gloednieuwe politiewagen werd voorgesteld aan de Romeinse politietop en prominenten.

In het Museo delle auto della Polizia di Stato vind je alle politievoertuigen, motorfietsen en scooters die vanaf de jaren ’30 in de vorige eeuw tot op heden in gebruik (geweest) zijn bij de Italiaanse Staatspolitie. De vele tientallen unieke exemplaren zijn puntgaaf bewaard (of met originele onderdelen in perfecte staat gerestaureerd). Ze worden tentoongesteld in een verlaten paviljoen van de voormalige Fiera di Roma in de Via dell’Arcadia 20.

De ruimte is door vrijwilligers met een politioneel verleden omgevormd tot een heus museum. Niet alleen de voertuigen, maar ook de aankleding en het decor is piekfijn verzorgd. Er is zelfs een heuse souvenirshop, met allerlei gadgets, speelgoed(politie)autootjes, kleding, enz.

In het Museo delle auto della Polizia di Stato staat voor een fortuin aan oldtimers bij elkaar die alles samen in eenvoudige maar aangepaste decors een mooi beeld presenteren van negentig jaar Italiaanse geschiedenis. Dat is de reden waarom niet alleen autoliefhebbers dit museum leuk zullen vinden.

Polizia (2)

Het is onbegonnen werk om hier te vermelden welke voertuigen er allemaal te zien zijn, net zomin als we alle foto’s kunnen tonen die we tijdens ons bezoek maakten. Het museum bezit natuurlijk ook een aantal uitzonderlijke klassiekers en speciale auto’s. Zo staat er een heuse ‘sneeuwkat’ die tijdens de wintermaanden in Noord-Italië onmisbaar was.

Maar evenzeer zijn er legendarische voertuigen te bewonderen zoals de naoorlogse jeeps of de befaamde Moto Guzzi van de Stradale. En wie herinnert zich de Alfa Romeo van de Squadra Mobile niet?

Een andere snelheidsduivel is de Lamborghini Huracán, die vlot 310 km per uur haalde. Ook de befaamde ‘Pantera’ van maarschalk Armando Spatafora, een zwarte Ferrari 250 GTE uit 1962 ontbreekt niet. De Polizia di Stato van Italië is het enige politiekorps ter wereld dat een dergelijke wagen bezit.

Polizia (3)

Spatafora werd opgeleid door testpiloten van Ferrari en raasde in de jaren ’60 van de vorige eeuw door Rome op zoek naar gangsters en dieven die soms beschikten over auto’s die aanzienlijk sneller waren dan de wagens van de Squadra Mobile.

De politiebazen vonden het toen een logische zet om zelf een nog snellere wagen in te zetten die met een maximumsnelheid van 250 km per uur iedere andere weggebruiker het nakijken gaf.

In een gedeelte van het museum worden tevens een aantal historische uitrustingen gepresenteerd, zoals helmen, laarzen, petten en ander materiaal dat door de politie vanaf de jaren ’60 werd gebruikt.

Polizia (1)

Het Museo delle auto della Polizia di Stato is toegankelijk voor iedereen. De toegangsprijs bedraagt slechts 3 euro (gratis toegang voor politiepersoneel in dienst of gepensioneerd).

De opbrengst is overigens bestemd voor het steunfonds voor het personeel van de Polizia di Stato, meer bepaald voor het Piano Marco Valerio, dat opgericht is ten voordele van kinderen van politiefunctionarissen die lijden aan een ernstige ziekte.

Museo delle auto della Polizia di Stato
Via dell’Arcadia 20, Rome
Open van maandag tot zaterdag van 9 tot 13 uur
Gesloten op zondag, in de maand augustus en tijdens de kerstvakantie

Je kan het museum individueel bezoeken, maar wie een rondleiding wil voor groepen of scholen (zelfs buiten de gewone openingsuren) kan telefonisch of via e-mail contact opnemen met de Polizia di Stato.

Tel. 06 514 18 61
museoautopolizia@interno.it
www.poliziadistato.it

De geniale stad

15 november 2019

Nee, het gaat voor één keer niet over Rome, tenminste niet direct. Maar er zijn zo van die boeken die je meteen in huis wil halen zodra je verneemt waarover het gaat. De geniale stad van Koen De Vos is er zo eentje. De auteur vraagt zich in dit boek af waarom Firenze (Vlamingen en Nederlanders gebruiken doorgaans de benaming Florence) in minder dan honderd jaar zoveel kunstenaars en denkers voortbracht, gaande van Leonardo da Vinci, Michelangelo, Machiavelli, Rafaël, Botticelli, Brunelleschi, Donatello, Amerigo Vespucci, Fra Angelico en Lorenzo de’ Medici, om er slechts enkele te vermelden.

Deze kunstenaars en geleerden stonden aan de vooravond van de renaissance, een periode die talloze innovaties in de kunst zou introduceren. Waar kwam die ongeëvenaarde bloei vandaan en hoe is die te verklaren? Hoe is het mogelijk dat een stadje met amper 60.000 inwoners in een tijdsbestek van krap honderd jaar zoveel genieën voortbracht?

Aan de hand van een aantal voorwaarden die volgens de auteur genialiteit mogelijk maken, schetst Koen De Vos in De geniale stad wat het vijftiende-eeuwse Firenze zo bijzonder maakte en hoe zoveel Florentijnse kunstenaars en denkers de loop van de kunstgeschiedenis voorgoed hebben kunnen bepalen.

Het resultaat is een prachtige geschiedenis van een stad die ons blijft fascineren, vooral omdat vrijwel alle beroemde inwoners ook in Rome terechtkwamen en daar fantastische kunstwerken nalieten waarvan we vandaag nog altijd genieten. Deze meesterwerken worden wereldwijd bewonderd en hebben een grote invloed uitgeoefend op onze westerse cultuur.

Het boek wordt verfrist met een aantal mooie kleurenfoto’s. Achteraan bevindt zich een overzicht van de kunstenaars, wetenschappers, uitvinders, filosofen, schrijvers en ontdekkingsreizigers die in de vijftiende eeuw in Firenze geboren zijn of er een aanzienlijk deel van hun leertijd en/of hun leven hebben doorgebracht.

Daarna volgt een selectie van vijftiende-eeuwse Florentijnse schilders, beeldhouwers, architecten, geleerden en schrijvers. Het boek wordt afgesloten met een uitgebreide bibliografie en een register.

Koen De Vos (1971) studeerde Romaanse filologie in Gent, Rome en Bologna, met als zwaartepunt Italiaanse taal- en letterkunde. Tegenwoordig werkt hij als freelance copywriter.

EXTRA

Op de website van de auteur van De Geniale Stad www.koendevos.com kan je een stadswandeling downloaden die geïnspireerd is op het boek.

Koen De Vos schrijft: “Firenze lijkt wel speciaal ontworpen om er doelloos in rond te wandelen – een steegje hier, een pleintje daar – en je ondertussen te vergapen aan een overweldigende hoeveelheid van kunstwerken en architecturale hoogstandjes. Een auto, fiets of Vespa heb je niet nodig. De binnenstad is zo compact dat je alles te voet kunt verkennen en voldoende uitgestrekt dat je er een paar dagen in kunt vertoeven zonder ook maar een moment het gevoel te hebben dat je alles hebt gezien.

Dit is geen klassieke stadswandeling waarin je in sneltempo de belangrijkste highlights afvinkt. Hier geen bezoek aan het Uffizi-museum, de Galleria dell’ Accademia of de Ponte Vecchio – deze bezienswaardigheden zou je waarschijnlijk sowieso bezoeken.

Wat je wel te zien krijgt is een mix van wereldberoemde en minder bekende bezienswaardigheden, doorspekt met verhalen die je een idee willen geven van het leven in het Florence in haar gouden vijftiende eeuw en je willen doen nadenken over de vraag hoe Florence in die honderd jaar zoveel genieën kon voortbrengen – een vraag die in het boek De geniale stad wordt uitgediept.

De stadswandeling is ongeveer acht kilometer lang. Als je ’s ochtends vroeg op pad gaat, stevig doorwandelt en enkel oog hebt voor de route, ben je in twee uur rond. Maar ik neem aan dat dit niet je bedoeling is. Neem de tijd en maak er een daguitstap van met enkele tussenstops voor een snelle espresso, een trage ribollita of, voor de durvers, een broodje lampredotto met een stevig Chianti-wijntje.”

De geniale stad
Auteur: Koen De Vos
Taal: Nederlands
Aantal pagina’s: 330
Eerste druk: oktober 2019
Uitgever: Ambo / Anthos
Bevat kleurenfoto’s
EAN 9789026349690
Prijs: 29,99 euro

Tegenwoordig kan je vanuit Rome zeer snel met de trein naar Firenze maken. Je kan ’s morgens vertrekken, een dagje rondwandelen in Firenze en ’s avonds ben je weer terug in Rome.

Je hebt zelfs de keuze uit twee hogesnelheidstreinen, de Italo en de Frecciarossa van Trenitalia. De twee maatschappijen samen zetten op deze route een vijftigtal treinen per dag in.

De reistijd tussen Rome en Firenze bedraagt slechts 1 uur en 12 minuten. Het goedkoopste ticket boek je al vanaf 10 euro. Met de auto maak je deze trip bij normale verkeersdrukte in een kleine drie uur tijd.

Actie voor behoud van het Antico Caffè Greco

14 november 2019

Romeinen en erfgoedliefhebbers hebben actie gevoerd en petities getekend voor het behoud van het Antico Caffè Greco in de Via dei Condotti 86, de fraaie historische bar die in 1760 werd geopend vlakbij de Spaanse Trappen in Rome. De aanleiding is de eerder aangehaalde mogelijke uitzetting van de huidige uitbaters van de zaak.

Na enkele uiterst rommelige rechtszaken en administratieve bombardementen dreigt op 8 januari na tweehonderd jaar geschiedenis het doek te vallen over één van de oudste koffiebars in Rome. Al is alles nog mogelijk, want de eigenaar van het pand ontkent ook maar iets te willen veranderen in de zaak. Alleen de huidige manager moet weg. De vraag is wie de torenhoge huurprijs op tafel wil leggen.

Het gerechtelijke dispuut speelt zich af tussen Carlo Pellegrini, de voorzitter van de raad van bestuur van Antico Caffè Greco Srl, het bedrijf achter het koffiehuis dat de zaak al meer dan twintig jaar open houdt, en het Israëlische ziekenhuis van Rome dat eigenaar is van het pand. Het ziekenhuis heeft drie vestigingen in de stad, de hoofdzetel bevindt zich op het Tibereiland. De discrete ingang van het ziekenhuis bevindt zich links van de San Bartolomeo-kerk.

Het huurcontract van het Antico Caffè Greco is al twee jaar verstreken en er moet een nieuw contract worden opgesteld. Tot zover geen probleem, alleen was er een probleempje met de huurprijs. Carlo Pellegrini moest tot nog toe 17.000 euro huur betalen. Per maand welteverstaan. Dat is een flinke som, maar volgens de eigenaar is dat veel te weinig voor een handelszaak in de met winkels bezaaide Via dei Condotti, de duurste straat in Rome. De eigenaar beweert dat het pand volgens de huidige markttrends zelfs 6 miljoen euro per jaar moeten opbrengen, wat zou neerkomen op 500.000 euro huur per maand.

Dat lijkt hallucinant veel, maar het is bekend dat de huurders van de grootste panden in de Via dei Condotti dergelijke sommen betalen. Het koffiehuis, dat over een afstand van meer dan 50 m dwars door een huizenblok loopt en nog een uitgang heeft aan de Via delle Carrozze, is ongetwijfeld één van de grootste zaken in de buurt. Toch zijn er steeds meer signalen dat niet iedereen die prijspolitiek blijft volgen. Zo houdt alvast het modehuis Burberry het voor bekeken in de Via dei Condotti. Zij kregen recent ook een aanpassing van het huurcontract voorgeschoteld en beslisten om hun pand dit voorjaar te verlaten.

“Wij zijn zeker bereid om te onderhandelen over een hogere huurprijs. Het is logisch dat de contracten nu en dan worden aangepast. Maar dit is er ver over. De eigenaar deed wel een toegeving en zou nu ook tevreden zijn met een huurprijs van ‘slechts’ 150.000 euro per maand of 1,8 miljoen euro per jaar. Ons koffiehuis is weliswaar een bloeiend bedrijf, maar wij zijn geen dure boetiek waar één klant soms voor honderdduizenden euro’s kleding of juwelen koopt. We kunnen hooguit tien procent van onze omzet aanbieden, dat is maximaal 350.000 euro per jaar, zeg maar ongeveer 29.000 euro per maand”, verklaart Pellegrini.

Het Ospedale Israelitico zit middenin een financiële herstructurering en heeft het geld naar eigen zeggen nodig om te investeren in het verbeteren van de gezondheidszorg door nieuwe geavanceerde machines te kopen. Giovanni Naccataro, de algemene directeur van het hospitaal, berekende dat door het aanslepen van de gerechtelijke procedure, een periode waar het Antico Caffè Greco geen huur meer betaalde, bijna twee miljoen euro heeft gekost. Dat geld is gestolen van mensen die ziekenzorg nodig hebben, argumenteert de directeur.

De zaak kwam dus voor de rechtbank en die besliste uiteindelijk dat de eigenaar alle rechten heeft om een nieuw huurcontract op te stellen. De uitbater riskeert in januari uit zijn zaak te worden gezet, tenzij er alsnog een nieuwe overeenkomst wordt getekend. Onder druk van de vereniging Italia Nostra, die zich inzet voor de bescherming van het Italiaanse erfgoed, is intussen wel het Ministero dei beni e delle attività culturali e del turismo (Mibact) ingeschakeld. Het ministerie van Cultureel Erfgoed en Toerisme werkt inmiddels aan het vaststellen van de identiteits- en erfgoedwaarde van Caffè Greco.

Het pand waarin de koffiezaak gevestigd is, werd in 1953 weliswaar beschermd als monument, maar volgens het Mibact kan het culturele erfgoed van de zaak worden uitgebreid met een aanzienlijke lijst van roerende goederen die als relevant voor het gebouw moeten worden beschouwd en dus niet verwijderd mogen worden. Dit zou dan een aanvulling zijn op het ministeriële beschermingsbesluit dat in 1953 werd doorgevoerd. Volgens artikel 20 van die beschermingscode kan het gebouw dan in geen geval worden gebruikt voor activiteiten die niet compatibel zijn met het erkende historische en artistieke karakter.

In de zaak bevinden zich talrijke decoraties en memorabilia van historisch en artistiek belang die de voorbije eeuwen werden achtergelaten door reizende kunstenaars en artiesten die in Rome verbleven. In totaal bevat het koffiehuis meer dan 300 kunstwerken, wat het tot één van de grootste publieke kunstgalerijen ter wereld maakt. Gaandeweg werd de zaak ook een toeristische attractie.

Drie jaar geleden moest in Rome ook al de historische Bar della Pace de deuren sluiten omdat de huurovereenkomst zonder meer werd opgezegd. Ditmaal is het de forse verhoging van de huurprijs die de uitbaters zuur dreigt op te breken.

Het Ospedale Israelitico, de eigenaar van het historische pand, kwam enkele jaren geleden zelf in een gerechtelijke storm terecht nadat Antonio Mastrapasqua, de toenmalige directeur-generaal van het ziekenhuis betrokken raakte bij een financieel schandaal. In 2014 werd de man officieel op de verdachtenlijst gezet. Het onderzoek omvatte feiten die teruggingen tot 2009 waarbij jarenlang enorme onregelmatigheden werden gepleegd.

Daaronder het uitbetalen van abnormaal hoge vergoedingen, frauduleuze betalingen voor gezondheidsdiensten die nooit werden geleverd, maar ook nooit gereden spookinterventies die als dure ambulanceritten werden geregistreerd, valsheid in geschrifte en valsmunterij. Voor een nachtje in het ziekenhuis werd 4.629 euro in de boeken genoteerd. Van de 12.981 onderzochte ziekenhuisopnames bleken er zowat 94% (bijna allemaal dus) overbodig geweest te zijn. Terugbetalingen voor kleine ingrepen bedroegen 1.459 euro (in plaats van 238 euro) en 1.331 euro (in plaats van 151 euro).

De fraude liep snel in de vele miljoenen. De storm barstte pas echt los toen bleek dat door Mastrapasqua als ziekenhuisbaas aan te stellen, tegelijk ook een enorm belangenconflict was ontstaan. Mastrapasqua, die in allerlei organisaties, bedrijven en instanties een 25-tal mandaten en functies uitoefende, trad immers ook regelmatig op als accountant en revisor voor de overheid. Het bleek dat hij eigenlijk zichzelf controleerde. Wat het ziekenhuis betreft was hij tegelijk particuliere schuldenaar en openbare schuldeiser. Mastrapasqua zag dat anders en pleitte onschuldig.

Uiteindelijk werd een overheidscommissaris aangesteld in het ziekenhuis om de rekeningen grondig uit te klaren. Die is daar nog altijd mee bezig en probeert zoveel mogelijk verdwenen overheidsgeld te recupereren. Daardoor komen nu ook de vastgoedactiva van het ziekenhuis in het vizier. Het is dus niet onmogelijk dat het Antico Caffè Greco uiteindelijk wordt verkocht als de fors verhoogde huurprijs niet op tafel wordt gelegd.

Het prachtige Antico Caffè Greco werd omstreeks 1760 geopend door de Griek Nicolà della Maddalena. Het Caffè Greco heeft in de loop der eeuwen talloze beroemde gasten over de vloer gehad. Goethe kwam er, maar ook Stendhal, Keats, Byron, Shelley, Giorgio de Chirico, Gogol, Baudelaire, Heine, Hans Christian Andersen, Carlo Goldoni, Picasso, Renato Guttuso, Giacomo Leopardi, Charles Dickens, Mark Twain, Casanova, Liszt, Ibsen, Wagner, Modigliani, Angelika Kaufman, Winckelman, Schopenauer, Alberto Moravia, Elsa Morante, Antonio Canova, Pier Paolo Pasolini, Ennio Flaiano, Ludwig II van Beieren, paus Leo XIII, Buffalo Bill, Orson Welles en vele anderen waren er graag gezien.

In het Antico Caffè Greco werd de espresso, het serveren van koffie in kleine kopjes, uitgevonden. Napoleon heeft onvrijwillig de hand gehad in het ontstaan van de espresso. Hij verbood per decreet het gebruik van koloniale waren. De prijs van koffie steeg zo snel dat de caféhouders uit wanhoop gemalen bonen of kastanjes onder hun koffie mengden. Dat was natuurlijk nefast voor de smaak.

In het Romeinse Caffè Greco kwam men op een ander maar geniaal idee: ze verkleinden de kopjes maar vulden die, in tegenstelling tot hun concurrenten, wel met échte koffie. De espresso was geboren. Later werd het verbod op koffie weer opgeheven, maar de kleine kopjes bleven bestaan en veroverden vanuit Rome gaandeweg wereldwijd de koffiehuizen.

Hulde aan de vader van E.T.

13 november 2019

In het Palazzo delle Esposizioni in Rome is de niet alledaagse tentoonstelling La Meccanica dei Mostri. Da Carlo Rambaldi a Makinarium begonnen. Deze expo is speciaal omdat ze hulde brengt aan het baanbrekende en vernuftige werk van Carlo Rambaldi (1925-2012), een naam die bij de meeste mensen allicht geen belletje doet rinkelen.

Rambaldi creëerde vele jaren speciale effecten in de vorm van filmmonsters, aliëns en andere vaak angstaanjagende wezens en is in Hollywood een ware legende. Hij is vooral bekend van de films King Kong, Aliën en E.T. the Extra-Terrestrial. Voor die twee laatste films won hij de Oscar voor de beste speciale effecten. De tentoonstelling is te bezoeken tot 6 januari 2020.

Rambaldi heeft meegewerkt aan zeer veel films. Gaandeweg werd hij in Hollywood ‘de vader van E.T.’ genoemd. De ‘mechatronica’ die hij in zijn ambachtelijke werkplaats in elkaar knutselde zijn onvoorstelbaar levensecht. Op de tentoonstelling is daarvan een schitterende foto te zien. Rambaldi prutst aan één of ander monster terwijl zijn zoontje op zijn buik strips leest, net onder een gevaarlijk uitziende hongerige krokodillenmond.

Rambaldi bouwde nachtmerries maar slaagde er meestal in om in de woeste ogen van een monster of een kwijlend buitenaards wezen toch pure emotie te leggen zodat ze een klein beetje (maar niet teveel) menselijker en zelfs emotioneler werden en vooral geloofwaardiger. Carlo Rambaldi zou een fantastische ontwerper van menselijk ogende robots geweest zijn.

Een potlood en een stuk papier was voor hem genoeg om een uniek ontwerp voor te stellen. Zodra die wezens dan vorm kregen in de werkplaats leken ze angstaanjagend echt, vooral omdat ze ook konden bewegen. Rambaldi begon zijn carrière reeds aan het einde van de jaren ’50 van de vorige eeuw en wist met zijn unieke talent vanuit de Italiaanse filmwereld stilaan door te dringen tot Hollywood.

De tentoonstelling in Rome laat de bezoeker kennismaken met het visionaire genie van de monstermaker en is onlosmakelijk verbonden met zijn gewoonte om altijd te beginnen met de blanco pagina van een schetsboek.

In Palazzo delle Esposizioni wordt als het ware het verhaal van Rambaldi verteld, uitvloeiend in dit van Makinarium, het Italiaanse bedrijf voor speciale effecten dat vandaag het werk van Carlo Rambaldi voortzet en tegelijk ook de weg effende voor de introductie van de digitale cultuur.

Om even te illustreren hoe ongelooflijk realistisch het werk van Carlo Rambaldi was, even het volgende verhaal. Na het verschijnen van de cultklassieker A Lizard in A Woman’s Skin (Una Lucertola con la Pelle di Donna), in 1971 geregisseerd door Lucio Fulci, werd door activisten klacht ingediend wegens wreedheid en mishandeling van dieren. Wat er met een varken en een schaap in de film gebeurde, kon absoluut niet door de beugel.

Rambaldi moest uiteindelijk zichzelf en de filmmaker verdedigen door zijn modellen en poppen mee te brengen naar de rechtbank om te tonen dat het allemaal fictie en speciale effecten waren. Na de indrukwekkende demonstratie in de rechtszaal wreef de rechter zijn ogen uit en verklaarde hij de klacht ongegrond.

La Meccanica dei Mostri
Palazzo delle Esposizioni
Via Nazionale 194, Rome
Tot 6 januari 2020

Praktische informatie

Een heleboel nieuwe activiteiten op komst bij S.P.Q.R.

13 november 2019

De activiteiten van onze Romevereniging S.P.Q.R. vinden zowel in België als in Rome plaats. In België zijn dat uitstappen, een etentje, een bezoek aan een tentoonstelling of een museum, maar vooral ook regelmatige lezingen, meestal gegeven door unieke sprekers of auteurs.

Zo mogen we op  donderdag 21 november Prof. Em. Musicologie Ignace Bossuyt verwelkomen in het Leuvense Museum M. Hij geeft een muzikale lezing met filmfragmenten met als thema Giulio Cesare in Egitto van Georg Friedrich Haendel. Deze opera is een meesterwerk, waarin drama, politiek, liefde en humor grandioos worden vermengd. De muziek is onweerstaanbaar. Dit is een promotie-activiteit waarop uitzonderlijk ook niet-leden welkom zijn.

Enkele weken later, op maandag 13 januari 2020, is het de beurt aan dr. Michiel Verweij, die tijdens een lezing nader zal ingaan op de samenstelling van de tentoonstelling Ovidius in Metamorfose die van 21 november tot 16 februari te bezoeken is in de Leuvense Universiteitsbibliotheek.

Andere data die je alvast kan noteren: op woensdag 12 februari vertelt Italiëliefhebber en auteur Marc Vandenbon over een stukje Rome dat je misschien niet kent.  En op donderdag 2 april is Vaticaan-kenner Tom Zwaenepoel te gast. Onze clubleden krijgen voor al deze activiteiten uiteraard tijdig een uitnodiging.

Dan zijn er volgend jaar natuurlijk ook nog onze inmiddels klassieke wandelingen en rondleidingen in Rome.  Die worden net als vorig voorjaar fors uitgebreid. Niet alleen in aantal, maar ook wat betreft de thema’s.  Naast Eric en Hugo, met wie velen onder jullie in de voorbije jaren ongetwijfeld al een tochtje door Rome maakten, is het team in Rome sinds vorig jaar versterkt met Angelina. Daardoor staan de komende maanden in Rome een aantal nieuwe rondleidingen op het programma.  Je vindt de agenda van alle wandelingen hier.

In de voorbije jaren hebben al heel wat clubleden en andere liefhebbers van Rome wandelingen en rondleidingen meegemaakt in onze lievelingsstad. Velen keerden, hoe kan het ook anders, meermaals terug naar Rome en beginnen de stad inmiddels ook al behoorlijk goed te kennen. We kunnen begrijpen dat sommigen wat uitgekeken geraken op de klassieke paden, al zullen we in ons wandelprogramma altijd rekening houden met de toch nog altijd talrijke mensen die Rome voor het eerst bezoeken.

We zijn er ons ook van bewust dat de thema’s van onze clubwandelingen niet altijd passen in de belangstellingssfeer van de deelnemers. Soms ken je de buurt waar de wandeling plaatsvindt al erg goed. Of interesseren de bestemming of het thema je gewoon niet. Om daar iets aan te doen kan je op bepaalde data in maart (mits tijdige afspraak) zelf kiezen uit een achttal wandelingen.  Raadpleeg aandachtig de beschikbare data in de uitgebreide activiteitenkalender op deze link.

Tot slot willen we ook nog even benadrukken dat S.P.Q.R. een niet-commerciële vereniging is. Wij doen het niet voor de centen, maar uit liefde voor Rome. Het bewijs hiervan lees je in de deelnemingsvoorwaarden bij de activiteiten. Wij werken uitsluitend met kleine groepjes (afhankelijk van de begeleider maximum zes (Eric) tot tien personen (Hugo en Angelina).

Voor leden van S.P.Q.R. zijn de wandelingen en rondleidingen meestal gratis of gebeuren ze op basis van een vrijwillige bijdrage. Enkel de toegangsprijs voor een archeologische site of museum moet (indien nodig) uiteraard worden betaald. Ook niet-leden betalen slechts een kleine of een vrijwillige bijdrage. We vinden het vooral leuk onderweg ook te kunnen praten en kennis te maken met de deelnemers.

Meer zelfs: als we vergezeld worden door prettige mensen, gaan we  met jullie (als het past in onze persoonlijke agenda) na afloop ook altijd graag een hapje eten of een glaasje drinken bij de locals in Rome. We hopen jullie de komende maanden (en bij uitbreiding het hele jaar 2020) bijzonder talrijk in Rome te mogen verwelkomen.

En voor de thuisblijvers: heel graag tot op de komende lezingen en andere activiteiten!

Middeleeuwse pelgrimsgraven ontdekt in de Via del Governo Vecchio

12 november 2019

In de Via del Governo Vecchio in hartje Rome hebben arbeiders tijdens het vervangen van een gasleiding twee middeleeuwse graven ontdekt. Voorwerpen die zich vlakbij de skeletten bevonden maken duidelijk dat het om pelgrims gaat. De Via del Governo Vecchio was destijds één van de hoofdstraten van Rome en behoorde tot de zogenaamde ‘Via Papalis’.

De omtrek van de huidige Via dei Banchi Nuovi en de Via del Governo Vecchio kwam overeen met de Via Papalis. Die werd zo genoemd omdat deze de traditionele route markeerde die de paus tijdens festiviteiten en religieuze ceremonies volgde.

Deze weg verbond het Lateraanse paleis met het Vaticaan en voerde onder meer langs Largo di Torre Argentina, de Campidoglio en het Colosseum. Pausen volgden niet altijd dezelfde route, maar op enkele afwijkingen na kozen ze altijd de handelsstraten voor ceremoniële en ook representatieve doeleinden.

Het eerste graf dat zopas ontdekt werd in de Via del Governo Vecchio was reeds gedeeltelijk vernietigd door eerdere riolerings- en leidingwerken. Het bevatte twee menselijke skeletten. Het eerste is van een vrouw van 25 tot 30 jaar met een schelp in haar hand en het tweede van een man van 30 tot 40 jaar. Naast het vrouwelijke skelet werd ook een bronzen munt gevonden uit de late elfde, begin twaalfde eeuw en andere fragmenten van schelpen.

Ook het tweede graf was beschadigd door moderne infrastructurele werken, uitgevoerd in een periode dat men nog nonchalant omsprong met archeologische vondsten. Hier gaat het om een gedeelte van een soort grafkamer bestaande uit delen van bakstenen muren en gemetste scheidingswanden. De grafresten dateren eveneens uit de middeleeuwen.

De grafkamers behoorden waarschijnlijk tot de middeleeuwse kerk van Santa Cecilia in Monte Giordano, waarvan de oorsprong teruggaat tot 1123, maar die in de eerste helft van de zeventiende eeuw werd afgebroken om plaats te maken voor het Oratorio dei Filippini, ontworpen door Francesco Borromini. Bij de aanleg van dat oratorium werden destijds soortgelijke structuren ontdekt.

De schelpen die naast de skeletten werden gevonden, bevatten twee gaten, waardoor ze met zekerheid kunnen geïdentificeerd worden als behorend tot de kettingen met Sint-Jakobsschelpen die in de middeleeuwen traditioneel door de pelgrims werden gedragen en die we vandaag vooral kennen van de bedevaarders naar Santiago de Compostela in Spanje.

Door al de ontdekte elementen geloven archeologen dat zich hier destijds een begraafplaats voor pelgrims bevond, niet onlogisch omdat dit de oude pelgrimsroute naar de Sint-Pietersbasiliek was. Talrijke pelgrims kwamen na een maandenlange voetreis ziek en ondervoed in Rome aan. Het valt aan te nemen dat veel van hen het op de valreep niet meer haalden en bezweken van uitputting en ontbering.

Onder de twee graven werden twee ossuaria gevonden waarvan eentje een stempel draagt uit de tijd van keizer Trajanus. Het gaat vermoedelijk om knekelhuizen die in de vroege middeleeuwen of zelfs eerder werden hergebruikt voor hetzelfde doel als in de oudheid.

De ontdekking maakt nog maar eens duidelijk hoezeer de ondergrond in Rome letterlijk gevuld is met historische resten en hoeveel archeologische artefacten zich amper een meter tot anderhalve meter onder de voeten bevinden van de vele toeristen die dagelijks Rome doorkruisen.

De ontdekte graven in de Via del Governo Vecchio onthullen een stukje van het middeleeuwse leven in de stad, in een tijdperk waarin Rome de eindbestemming was van grote bedevaarten en worden daarom door archeologen als behoorlijk belangrijk omschreven. De vondst maakt ook duidelijk hoezeer de Romeinen in de late oudheid en de middeleeuwen bezig waren met de cultus van Sint-Cecilia, aan wie ze in totaal zes kerken wijdden.

Nadat de vindplaats werd bestudeerd en in kaart gebracht en de resten werden verwijderd, is het gat in de straat inmiddels alweer opnieuw dichtgegooid. De gevonden resten worden verder bestudeerd en kunnen later nog aanvullende informatie opleveren.

De term ‘pellegrinus’ werd tot de twaalfde eeuw voorbehouden voor hen die naar Santiago de Compostella trokken, een Romereiziger werd ‘romano’ genoemd, een bedevaart naar Rome was een ‘romeria’, zij die naar Jeruzalem trokken noemde men ‘palmieri’.

Het motto van de pelgrim was ‘nulla mihi patria nisi Christus nec nome aliud quam Christiamus’, of ‘ik heb geen ander vaderland dan Christus en geen andere naam dan christen’ een uitspraak die wordt toegeschreven aan de vijfde-eeuwse heilige martelaar-bisschop met de toepasselijke naam Pellegrinus.

Nostalgie voor hongerige cinefielen in Trastevere

11 november 2019

Het voorbije jaar bezocht ik in Rome een restaurant met een speciaal tintje. De zaak heet Checco Er Carettiere en ligt in de wijk Trastevere. Een op het eerste gezicht traditioneel etablissement, met donkerbruine meubelen, tafels bekleed met witte lakens, obers die er al 100 jaar lijken rond te lopen. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw was de internationale jetset hier vaste klant. Zowel mensen uit de filmwereld als bekende politici kwamen er over de vloer.

Voor cinefielen is deze zaak bijzonder. De muren hangen vol met foto’s van bekende Italiaanse filmsterren, zoals je dat ook wel ziet bij zoveel andere Italiaanse restaurants. Meestal in zwart-wit, want laten we eerlijk wezen, de hoogtepunten van de Italiaanse film, zeker op internationaal niveau, zijn al een tijdje achter ons.

Een uitvergrote foto, vlak bij de ingang, intrigreerde mij. Het was een klassefoto uit 1937 met een vijftigtal schoolkinderen uit de wijk Trastevere. Blijkbaar was het beeld gemaakt in de lagere school, de scuola materna De Scala, gelegen vlakbij de kerk Santa Maria della Scala aan Piazza della Scala, overigens niet ver van het restaurant. Vlakbij bevindt zich ook de oudste apotheek van Rome.

Hoe viel deze foto van een klas schoolkinderen te rijmen met al die andere foto’s van filmsterren? Wat blijkt: er prijken op deze foto twee wereldberoemde sterren op filmgebied, die ook nog eens in dezelfde klas zaten: Sergio Leone en Ennio Morricone.

Sergio Leone is als regisseur beroemd geworden om zijn schitterende en innovatieve ‘spaghettiwesterns’, waaronder ‘The good, the bad and the ugly’ met onder andere Clint Eastwood, en ‘Once upon a time in the West’, met onder andere Henry Fonda en Claudio Cardinale. Deze films zijn allebei van muziek voorzien door Sergio’s klasgenoot: Ennio Morricone. Een mytisch duo.

checco (2)

Even terug naar die iconische foto aan de wand. Deze was al eerder opgemerkt door documentairemaakster Denise Janzée, de dochter van de Nederlandse actrice Willeke van Ammelrooij. Zij heeft er een amusante documentaire van gemaakt, waarbij de rode draad wordt gevormd door de zoektocht naar een jongen op de foto tussen Sergio Leone en Ennio Morricone in.

Zijn naam luidde Grisanti, en zonder de clou van de documentaire teveel te verraden, was wel duidelijk dat hij vergeleken met de twee iconen een ‘nobody’ was. Een geweldige vondst van Denise om haar documentaire daarom ‘My Name is Nobody’ te noemen, zoals een andere beroemde western van Sergio Leone, en ook begeleid met de muziek van Ennio Morricone.

In de documentaire gaat het trouwens niet alleen om het achterhalen van de identiteit van die niet zo beroemde klasgenoot, maar ook om de verhalen van andere inwoners uit de op en top Romeinse wijk Trastevere.

Een trailer van de documentaire in kwestie vind je op deze link.

checco (1)

Is restaurant Checco er Carettiere de moeite waard om eens binnen te stappen? Ik vind van wel, hoewel de prijzen iets hoger liggen dan normaal kun je hier prima eten. Diezelfde mening hadden Antonio, Luciano en Eugenia, protagonisten in de recente film ‘Notti magiche’ van de succesvolle regisseur Paolo Virzí (onder meer bekend van La pazza gioia), die zowaar dit restaurant uitkozen om met elkaar een hapje te eten. Zo zie je maar dat een restaurant, dat vol hangt met foto’s uit de filmdagen van weleer, nog steeds een decor vormt voor de films van vandaag.

Checco Er Carettiere werd opgericht in 1935, nadat Francesco en Diomira Porcelli aan de Via Benedetta 13 de taverne Der Burino kochten. Francesco, bekend als ‘Checco’, was tot dan een wijntransporteur en een grote kenner van de Romeinse streekwijnen. Der Burino werd verbouwd tot een restaurant met kwaliteitswijnen uit Lazio. Zijn vrouw Diomira, een uitstekende kok, stond in voor de lekkere gerechten.

Dankzij de bekendheid van Checco, de kwaliteit van de wijnen, het permanente zoeken naar de beste olijfolie, het beste vlees en de verse vis, groeide Checco Er Carettiere al snel uit tot een trefpunt voor fijnproevers. Ook de internationale kunst- en filmwereld en de Romeinse politici ontdekten de zaak. Op een bepaald moment leek het wel alsof iedereen wilde eten bij Checco. De zaak werd al gauw de trots van de buurt en bij uitbreiding Trastevere.

checcoEen onwaarschijnlijk gezelschap samen bij Checco Er Carettiere: schrijver en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez, regisseur Sergio Leone, bokser Mohammed Ali, een piepjonge Robert De Niro en Gianni Minà, een journalist die later heel bekend zou worden. De foto werd genomen in juni 1982.

In 1961 stierf Checco en zijn zoon Filippo, bekend als ‘Pippo’ nam de zaak over. Reeds als jonge knaap was hij betrokken bij de zaak waar bij vaak meehielp. De zaken bleven uitstekend gaan en in 1968 nam Pippo, door de alsmaar groeiende populariteit van de zaak het restaurant aan de Via Benedetta 10, naast de oude taverne over.

Het zag er even niet goed uit toen Pippo stierf. De osteria bleef een hele tijd gesloten. Maar in 2005 beslisten de erfgenamen van Checco en Pippo het pand volledig te restaureren en het oude familietraject nieuw leven in te blazen. Tot vandaag wordt bij Checco Er Carettiere kwaliteitsvoedsel geserveerd voor elk budget. Ook vandaag staan er nog meer dan driehonderd verschillende wijnen op de uitgebreide kaart.

Checco Er Carettiere
Via Benedetta 10-13, Rome (vlakbij Piazza Trilussa)
www.checcoercarettiere.it

Met dank aan clublid
Giuseppe Cascino
voor deze bijdrage