De triomfboog van Gallienus

23 mei 2019

Aan de Via di San Vito, vlak naast de gelijknamige kerk, ongeveer halverwege tussen de Santa Maria Maggiore-basiliek en het Piazza Vittorio Emanuele II, vind je de minder bekende triomfboog van Gallienus (Arco di Gallieno of Arcus Gallieni).

Deze triomfboog werd in de derde eeuw opgericht ter herinnering aan keizer Gallienus (260-268) die door zijn Illyrische officieren vermoord werd. Hij was de zoon van Valerianus (253-260) die oorspronkelijk pro-christen was, maar vanaf 257 vervolgingen oplegde in het hele Romeinse Rijk, Gallienus maakte hieraan prompt een einde zodra hij zelf keizer werd.

De triomfboog werd oorspronkelijk echter niet voor de keizer gebouwd, maar diende eigenlijk als vervanging van de Porta Esquilina in de Muur van Servius Tullius (de Mura serviane), de eerste stadsmuur die rond Rome werd gebouwd. Deze stadspoort werd omstreeks 7 v. Chr. in opdracht van keizer Augustus opgetrokken en kreeg de naam van de wijk waar ze zich bevond (Esquilino).

Ze bestond oorspronkelijk uit drie bogen. De middelste hiervan is nog te zien, maar de twee kleinere poorten aan weerszijden hiervan en die bestemd waren voor voetgangers, werden in de middeleeuwen gesloopt om plaats te maken voor huizen. De boog is dus een restant van de voormalige stadspoort en werd opgetrokken door de voorts onbekende Marcus Aurelius Victor ter ere van keizer Gallienus en zijn vrouw Cornelia Salonina.

De Boog van Gallienus bestaat vandaag uit een enkele doorgang en is gebouwd met blokken travertijn. De boog is 8,9 m hoog, 7,3 m reed en 3,5 m diep. De boog wordt gesierd door pilasters in de Korinthische orde. De architraaf is voorzien van de gedeeltelijk bewaard gebleven inscriptie die de keizer eert. De oude inscriptie uit de tijd van keizer Augustus werd weggehakt, waarna dunne platen marmer op de architraaf werden aangebracht waarin een nieuwe inscriptie werd gebeiteld. Vlakbij de Boog van Gallienus bevindt zich de kleine Fontana dei Monti.

Nederlandse school in Rome zoekt leerkrachten

22 mei 2019

De Nederlandse School in Rome ’t Kofschip is op zoek naar leerkrachten. Het gaat om de volgende vacatures:

  1. Een gemotiveerde PO-leerkracht. Het gaat om 3 uur les op zaterdagochtend in het gebouw van de Scuola Svizzera di Roma (Via Marcello Malpighi 14), van september 2019 tot en met juni 2020.
    kofschip
  2. Een al even gemotiveerde VO-leerkracht, die van september 2019 tot en met juni 2020 op zaterdagochtend 3 uur les wil geven, dit in het gebouw van de Scuola Svizzera di Roma (Via Marcello Malpighi 14), en/of 2 uur op woensdagmiddag op St. George’s International School op de Via Cassia.

De leerkracht:

  •  organiseert zelfstandig lessen in de Nederlandse taal en cultuur aan gecombineerde groepen en zorgt daarbij voor een plezierige en veilige leeromgeving in de klas;
  •  houdt zich op de hoogte van vernieuwingen in het onderwijs;
  • levert een bijdrage aan de organisatie van evenementen, aan het op peil houden van leermiddelen, bibliotheek en lesmateriaal.

Profiel

De leerkracht is in het bezit van een onderwijsbevoegdheid voor de betreffende vacature (PO of VO). Eventueel komen ook kandidaten in aanmerking waarvoor vrijstelling aangevraagd kan worden.

De voorkeur gaat uit naar een leerkracht:

  •  met onderwijservaring en -affiniteit, zo mogelijk in het lesgeven in Nederlands als tweede taal bij voorkeur in het buitenland;
  •  die ervaring/kwalificaties heeft op het gebied van zelfstandig werken en bij voorkeur ook met gedifferentieerd lesgeven in combinatieklassen;
  • die een sterk gevoel heeft voor eigen verantwoordelijkheid, initiatieven neemt, besluitvaardig is, goed kan improviseren, flexibel en optimistisch is.

Ervaring op een NTC-school is gewenst, maar geen voorwaarde.

Eenmaal in de twee jaar zal de leerkracht deelnemen aan de bijscholing van de NOB (Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland) in Nederland.

Er is geen financiële ondersteuning voor huisvesting mogelijk.

Voor meer informatie kan je contact opnemen met de Coördinator van de School, Dianne Di Benedetto: school@nederlandersinrome.net.

Het gouden huis van keizer Nero

22 mei 2019

Gisteren kon je lezen dat archeologen in het Gouden Huis van keizer Nero, de Domus Aurea, na bijna 2000 jaar een nieuwe en tot dusver onbekende ruimte ontdekten. Nero’s voormalige paleis dat werd gebouwd na de grote brand van Rome in 64 na Chr. heeft zeker nog niet alle geheimen prijsgegeven . De archeologische site is uniek omdat het paleiscomplex pas in de vijftiende eeuw is herontdekt. Grote delen van het gebouw zijn bewaard gebleven, hoewel de opvolgers van Nero alles hebben geprobeerd om alle herinneringen aan deze keizer uit te wissen.

Lang heeft Nero van zijn onvoltooide gouden huis, dat op het huis van de zonnegod zinspeelde, niet genoten. In 68 pleegde Nero zelfmoord, daarbij geholpen door zijn slaaf Epafroditus. Na Nero’s dood werd zijn mooie paleis binnen een decennium ontdaan van het bladgoud, al het marmer en ivoor. De keizer had zich immers niet geliefd gemaakt en onderging na zijn dood de zogenaamde damnatio memoriae, letterlijk een ‘vervloeking van de nagedachtenis’, waarbij de Romeinen probeerden de herinnering aan een bepaalde persoon volledig uit te wissen. De dode werd onteerd door alles wat aan hem of haar zou kunnen herinneren weg te nemen uit het collectieve geheugen.

Dat was de reden dat Nero’s opvolgers het prachtige nieuwe huis al snel systematisch begonnen te ontmantelen. Onder keizer Vespasianus startte de bouw van het Colosseum op de plaats waar een grote vijver van Nero’s paleis lag. Keizer Titus maakte van de badplaatsen openbare plekken, bouwde thermen op het terrein en bleef wonen in een gedeelte van het gouden huis. Na een brand in 104 liet ook keizer Trajanus op de puinresten zijn eigen thermen bouwen door Apollodorus van Damascus, die ook het Forum van Trajanus ontwierp. Het kwam er eigenlijk op neer dat de Domus Aurea al vrij snel onder een enorme heuvel puin en aarde werd bedekt.

Het enorme complex bleef daardoor eeuwenlang verborgen onder zand en afval en verdween inderdaad uit de herinnering. Dat duurde tot de vijftiende eeuw, toen een wandelaar per ongeluk door een spleet (vermoedelijk ontstaan door een verzakking) in de ondergrondse gangen terecht kwam. Er gebeurden in de daaropvolgende maanden voorzichtige verkenningen van het ondergrondse complex en op het einde van de vijftiende eeuw kropen durvers en nieuwsgierigen door gaten, net onder de plafonds van het paleis dat toen nog niet als zodanig was geïdentificeerd, naar binnen. Zo ontdekten renaissanceschilders schitterende fresco’s in een voor hen volkomen onbekende locatie.

Sommigen dachten dat ze in mysterieuze en sprookjesachtige grotten waren terechtgekomen. Naar verluidt lieten Pinturicchio en wellicht ook Michelangelo en Rafaël zich met touwen in deze ‘onderaardse grotten’ zakken en kopieerden ze de plafondfresco’s (‘grotesken’), die bijzonder goed bewaard waren gebleven. Zo vormden de originele muurdecoraties uit de eerste eeuw een inspiratiebron voor de grote meesters uit de renaissance. Ook kunstgeschiedenis herhaalt zich.

In de daaropvolgende eeuwen werd de site geleidelijk in kaart gebracht, maar van het volledig blootleggen of opgraven van het paleis was geen sprake. Daarvoor is de site veel te groot en is de ondergrond tot vandaag onvoldoende stabiel. In de twintigste eeuw stond het Gouden Paleis op het verlanglijstje van menige toerist, tot de site na een ernstige aardverschuiving in 1984 een eerste keer gedurende lange tijd voor het publiek werd gesloten.

Het Domus Aurea-complex werd pas opnieuw gedeeltelijk opengesteld op 23 juni 1999. Die gebeurtenis werd in Rome als erg belangrijk beschouwd en werd toen gevierd met een vertoning van de film Quo Vadis op groot scherm op de Piazza del Popolo. Dat gebeurde in aanwezigheid van de acteur Peter Ustinov, die de rol van keizer Nero vertolkte.

Sinds die tijd werden gedeeltes van het complex onregelmatig opengesteld voor het publiek. Je kon er slechts in kleine groepjes binnen mits het vooraf reserveren van een ticket. Zelfs op het hoogtepunt kon je nooit meer dan 25 tot 30 kamers bezoeken. Toch was dat voor vele bezoekers een unieke ervaring, want het complex was sinds het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw altijd gesloten geweest. Toeristen die na het jaar 2000 in Rome arriveerden hadden het Gouden Huis meestal nog nooit gezien.

De ondergrondse Domus Aurea bleef echter voor problemen zorgen. Nieuwe en onregelmatige instortingen als gevolg van insijpelend water en lekkages zorgden ervoor dat het Gouden Huis ook na 1999 meer dan eens voor kortere periodes de deuren voor het publiek moest sluiten. Een echt veilige site is het nooit geweest. Op 30 maart 2010 stortte een aanzienlijk gedeelte van het complex in. Twee jaar eerder was de site al volledig gesloten voor het publiek, precies omwille van toenemende meldingen van instortingsgevaar. Om veiligheidsredenen was het niet meer verantwoord om bezoekers toe te laten.

Tijdens de instorting in 2010 kwam het dak over een oppervlakte van ongeveer 60 m² naar beneden. Ook een stuk van het onderliggende deel van het gebouw werd toen instabiel bevonden. De gevolgen waren zichtbaar op de hele archeologische site, over een lengte van zowat 130 m². In de toegangstunnel naar het Gouden Huis, die gebruikt werd voor de opslag van archeologisch materiaal, kwamen flink wat stenen los. De brandweer en de civiele bescherming kwamen er toen aan te pas om de hele omgeving veilig te stellen.

Als oorzaak van de zware instorting werd de overvloedige regenval in die periode aangewezen. Er werd gesuggereerd dat zich regenwater had verzameld op het dakgedeelte en dat zou uiteindelijk de onderliggende grondlagen instabiel hebben gemaakt. Het gebouw is sinds de herontdekking echter altijd al in vrij slechte staat geweest en er gebeurden in het verleden al heel wat kleine en minder kleine instortingen. Dit was echter wel de zwaarste van de voorbije 50 jaar.

Ondanks alle schade en verzakkingen bleef het eigenlijke complex toch grotendeels gespaard, maar heel wat kamers werden definitief gesloten voor publiek bezoek. Soms hadden de instortingen echter positieve gevolgen. Zo werd tijdens werkzaamheden die volgden op een nieuwe instorting in 2006, een onderaardse gang ontdekt die tot vlakbij de fundamenten van het nabijgelegen Colosseum loopt. Sinds eind 2014 werden opnieuw enkele van de naar schatting 153 kamers in Nero’s voormalige paleis opnieuw opengesteld voor het publiek.

In het voormalige paleis sta je op het niveau van het Forum Romanum. Omdat het onder de grond ligt, is het een hele opgave om je voor te stellen dat hier ooit licht binnenviel, waardoor fresco’s, mozaïeken, marmer en bladgoud schitterden, zonnestralen in vijvers, meren en fonteinen weerkaatsten en de bewoners uitzicht op Rome hadden. Het monumentale bouwwerk was eigenlijk een afspiegeling van het Romeinse rijk, met wouden vol wilde dieren, exotische tuinen, wijngaarden en baden met zwavelhoudend water.

De architecten van het Domus Aurea waren Severus en Celer. Het huis was een stuk groter dan de oppervlakte van het huidige Vaticaanstad en omringd door een kilometerslange zuilengalerij. Het paleis, gebouwd van baksteen, werd versierd met marmer en bladgoud, waaraan het complex zijn naam dankt. Het Gouden Huis bestond eigenlijk uit een hele reeks aansluitende villa’s en paviljoenen, waartussen kunstmatig gecreëerde bossen en velden lagen. In het centrum van het complex lag een groot meer (hier staat nu het Colosseum) en ook elders op het terrein bevonden zich verschillende vijvers.

Het Gouden Huis werd waarschijnlijk alleen gebruikt voor feesten en orgieën, want in het complex zijn (tot nog toe) geen slaapkamers ontdekt. Vreemd genoeg ontbreekt ook van de keukens en toiletten ieder spoor. Dat laat vermoeden dat nog lang niet alle kamers zijn ontdekt. Op de vijvers werden alleszins drijvende banketten gehouden, aan de oevers lagen in bordelen jonge vrouwen en knapen te wachten tot hun diensten nodig waren. Niet alleen de volledige gevel was met goud bekleed, ook binnenin was alles versierd met goud, ivoor, parelmoer en edelstenen. In 2009 werd tegenover het Colosseum op de Palatijnse heuvel ook de beroemde met de zon meedraaiende eetzaal van Nero ontdekt. De ontdekking van deze ‘coenatio rotunda’ maakte duidelijk dat het Domus Aurea zich destijds nog veel verder uitstrekte dan tot op dat moment was aangenomen.

Nero was een dromer die het mooiste paleis van Rome wilde bouwen. Hij wilde van zijn paleis, gebouwd tussen 64 en 68, een groot theater maken. Keizer Nero begon met de bouw na de grote brand in 64, waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat hij die (zoals weleens wordt beweerd) zelf heeft laten aansteken om de stad te ontdoen van bepaalde, ongezonde wijken, zodat op die manier plaats kon worden gemaakt voor nieuwbouw. Een keizer zoals Nero had daarvoor wel andere middelen en vooral macht ter beschikking als hij dat echt had gewild. Waarschijnlijk was de grote brand gewoon een ongeluk met grote gevolgen. In een dichtbevolkte stad zoals Rome ontstonden in de oudheid wel vaker branden en brandjes, soms met grote gevolgen.

Wat we wel weten is dat Nero onsterfelijk wilde zijn. Hij onteigende 80 hectare privé-grond voor een paleis dat zelfs zijn woning niet was, maar louter diende om gasten te ontvangen. Overigens leed Nero ook aan grootheidswaanzin en heeft hij Rome ooit nog willen omdopen tot Neropolis. Nero liet door Zenodorus, een Griekse beeldhouwer, ook een 37 m hoog standbeeld van zichzelf maken, gekleed als de zonnegod Apollo (de Colossus Neronis), en plaatste het vlakbij de hoofdingang van het paleis. Hieraan heeft het Flavische Amphitheater, vandaag bekend als het Colosseum, zijn naam te danken.

In 1998 werden in de Thermen van Trajanus nog een aantal onbekende fresco’s en mozaïeken ontdekt, die eveneens afkomstig zijn uit Nero’s vroegere Gouden Huis. In 2004 legde men bij opgravingen een grote mozaïek bloot. Het stelt een tafereel voor, dat met de wijnoogst te maken heeft. Eén ding is zeker: het Domus Aurea heeft nog lang niet alle geheimen prijsgegeven. Het is de vraag of dat ooit zal gebeuren. Waar nu het Colosseum staat, bevond zich in Nero’s tijd nog een uitgestrekt kunstmatig meer dat deel uitmaakte van het Gouden Huis.

Met behulp van de VR-brillen waarmee je vandaag bij een bezoek aan het Domus Aurea een wandeling in de virtuele realiteit van Nero’s oudheid kan maken, krijg je zin om even te zwemmen. Het kleinste stukje marmer, de fresco’s, het stucwerk en versieringen worden zichtbaar in de virtuele omgeving. Je kan zelfs vaststellen hoe vernuftig en vakkundig Nero’s architecten het licht in de kamers konden doseren, dit om ten allen tijde een maximaal effect te bereiken. Dankzij nieuwe technologieën leeft Nero’s bouwkundige droom ook vandaag nog altijd voort.

Praktische informatie en tickets Domus Aurea

Nieuwe kamer ontdekt in Domus Aurea

21 mei 2019

Het Gouden Huis van keizer Nero, de Domus Aurea, heeft na bijna 2000 jaar een nieuwe kamer prijsgegeven. Archeologen hebben in Nero’s voormalige paleis een nieuwe en tot dusver onbekende ruimte ontdekt die de Sala della Sfinge werd gedoopt, de Zaal van de Sfinx. Opvallend is dat de meeste weelderige fresco’s in de kamer nog behoorlijk intact zijn. Ook de originele kleuren zijn nog in opvallend goede staat.

De ontdekking dateert al van eind vorig jaar maar werd tot dusver stilgehouden. De kamer is inmiddels bestudeerd en zopas werden enkele beelden vrijgegeven. Of en wanneer de kamer door het publiek kan worden bezocht is niet bekend, maar de kans dat dit gebeurt is niet erg groot. De bekendmaking van de ontdekking volgt kort na de recente opening van de Domus Transitoria, het eerste paleis van Nero op de Palatijn. De keizer verving dit paleis na de grote brand van Rome in 64 n. Chr. door de Domus Aurea.

Zoals in Rome vaak gebeurt werd de nieuwe kamer per toeval ontdekt. Archeologen zijn al lange tijd bezig met tal van restauratie- en verstevigingswerken in de Domus Aurea dat iets meer dan 150 bekende kamers telt die echter lang niet allemaal toegankelijk zijn. Nero’s voormalige praalpaleis kreeg in het recente verleden meermaals af te rekenen met instortingen en wateroverlast en zelfs de enkele kamers die tegenwoordig open zijn voor het publiek moesten de jongste jaren om veiligheidsredenen regelmatig tijdelijk worden gesloten voor bezoekers.

Tijdens een restauratie in één van de kamers (nummer 72) werd een opening in één van de muren ontdekt. Nader onderzoek bracht aan het licht dat deze toegang gaf tot een aangrenzende en tot dan onbekende nieuwe rechthoekige ruimte met een tongewelf. De kamer is versierd met fresco’s van panters, centauren, sfinxen, exotische vogels, zeedieren, mytische waterwezens, planten en takken met groene, gele, rode blaadjes, slingers van bloemen en fruit. Het gaat om talrijke elegante figuurtjes die werden aangebracht op een witte muur, verdeeld in vierkanten en omzoomd met rode of goudgele kleuren.

Een aanzienlijk gedeelte van de nieuwe kamer ligt nog steeds begraven onder tonnen zand dat er vermoedelijk al ligt sinds de tijd dat de architecten van keizer Trajanus op diens bevel bovenop het voormalige paleis van de gehate Nero een nieuw thermencomplex bouwden. De aarde kan voorlopig zeker ook niet worden afgegraven om de stabiliteit van het hele archeologische complex niet in gevaar te brengen.

Of dat in de toekomst gaat gebeuren hangt af van het beschikbare personeel en van het definitieve veiligheidsonderzoek naar de stabiliteit van het ondergrondse complex. Precies aan het veiligstellen van de structuur is de jongste jaren hard gewerkt. Vermoedelijk zal men de archeologische site niet opnieuw in gevaar brengen door te gaan graven in een onbekende kamer.

Wat er wel te zien is vertelt de archeologen alleszins al veel over deze behoorlijk grote ruimte. De architectuur sluit aan bij wat bekend is over deze periode, net als de decoraties die ook terug te vinden zijn in andere kamers uit Nero’s tijd die ontdekt zijn in en rond de Palatijn. Fresco’s die in andere ruimtes van de Domus Aurea werden ontdekt zijn vaak aangetast door eeuwenlange waterinfiltraties, maar de nu blootgelegde tekeningen verkeren zoals verteld in relatief uitstekende staat.

In de Domus Aurea zijn in het verleden al heel wat kamers blootgelegd. De huidige ruïnes zijn ongeveer 220 m lang en 70 m diep, maar het bouwwerk was in de Oudheid dus heel wat groter. De voorgevel was twaalf meter hoog. De huidige ingang – een hoog tongewelf – behoort niet tot het Domus Aurea, maar maakte deel uit van de Thermen van Trajanus, die op de fundamenten van Nero’s paleis zijn gebouwd.

De Domus Aurea is in Rome behoorlijk uniek omdat het complex pas in de vijftiende eeuw is ontdekt. Het Gouden Paleis werd zoals verteld gebouwd door keizer Nero na de grote brand van Rome 64 na Chr. Grote delen van het paleis zijn bewaard gebleven, hoewel de opvolgers van keizer Nero alle herinneringen aan Nero probeerden uit te wissen.

Na een aantal woelige jaren is de veiligheid van de Domus Aurea tegenwoordig weer gewaarborgd, vooral omdat het omliggende park volledig wordt heraangelegd. Die werkzaamheden zijn nog altijd aan de gang. De wortels van de bomen in de omgeving drongen door de plafondgewelven van een aantal kamers in het Gouden Huis en richtten vernielingen aan. Door de gaten sijpelde ook water binnen, wat voor extra problemen zorgde. Er ontstonden zelfs een paar ernstige instortingen en verzakkingen.

De herinrichting van het park is een erg drastische en vooral dure ingreep. Vrijwel alle bestaande bomen moeten wijken. De nieuwe en lichter gestructureerde tuin zal wat betreft het Gouden Huis waterdicht worden en de site niet meer kunnen beschadigen. Het gaat om een oppervlakte van ongeveer 16.000 m². De interventie voor de volledige heraanleg is geraamd op 17,5 miljoen euro. Voor de tweede fase is nog eens 15 miljoen euro nodig. Op technisch vlak moet het geheel in 2020 voltooid zijn. Rome is echter berucht om het niet halen van dergelijke deadlines.

Sagalassos-archeologen reconstrueren twee Byzantijnse hoofden

19 mei 2019

Een internationaal onderzoeksteam heeft op basis van goed bewaarde skeletten twee levensechte gezichtsreconstructies gemaakt van oorspronkelijke inwoners van de Romeinse stad Sagalassos. Luc Sels, de rector van de KU Leuven en archeologen Jeroen Poblome en Sam Cleymans die eveneens verbonden zijn aan de Leuvense universiteit, stellen op maandag 20 mei het eindresultaat voor en publiceren tegelijk een nieuw boek over het onderwerp.

gezichten1

Door te ontdekken hoe mensen, steden en beschavingen doorheen de jaren veranderden, krijgen we een heldere blik op onze eigen leefwereld. Van gezondheid tot eetgewoonten, van wonen tot werken en van haarmode tot begrafenispraktijken: De gezichten van Sagalassos levert een uniek inzicht in de evolutie van een van de best bewaarde antieke steden rond de Middellandse Zee.

Jeroen Poblome is als archeoloog verbonden aan het Sagalassos Archaeological Research Project. Hij is directeur van het project en gewoon hoogleraar in de klassieke archeologie aan de KU Leuven. Sam Cleymans is archeoloog en lid van het Sagalassos Archaeological Research Project. In zijn doctoraat onderzocht hij de gezondheid en levenskwaliteit van de Romeinse en Byzantijnse bevolking van Sagalassos.

In de Leuvense Universiteitsbibliotheek start vanaf 25 mei 2019 tevens een tentoonstelling met als titel De gezichten van Sagalassos. Blik op een levende stad. De expo zal een maand lopen en voor de gelegenheid worden bruikleenovereenkomsten aangegaan met het Jubelparkmuseum en het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, Het Sagalassos Archaeological Research Project van de KU Leuven voert al vele jaren onderzoek uit in Sagalassos, een archeologische site in Zuidwest-Turkije.

gezichten2

Dertig jaar geleden al groef het Sagalassosproject de eerste menselijke skeletten op in Sagalassos. Ondertussen werden 188 skeletten vrijgelegd in 131 graven. Recent werden de opgegraven stoffelijke resten bestudeerd met archeologische, fysisch antropologische, chemische en genetische methodes om meer te weten te komen over de gezondheid en de levenskwaliteit van de inwoners van onze antieke stad. De interdisciplinaire studie van skeletten biedt immers de mogelijkheid om het leven van deze mensen tot in groot detail te reconstrueren. Daarenboven zijn gesloten grafcontexten bijzonder interessant om te achterhalen wanneer deze mensen leefden en stierven, tot welke sociale klasse of familie ze behoorden en hoe hun identiteit door hun nabestaanden in grafgebruiken werd geprojecteerd.

De resultaten van dit onderzoek naar de skeletten en begravingen van Sagalassos werden gebundeld in een tentoonstelling. Deze tentoonstelling neemt je mee doorheen het levensverhaal van een Romeinse man (tweede-vroeg derde eeuw na Chr.) en een Midden-Byzantijnse vrouw (elfde-dertiende eeuw na Chr.). Zo ontdekt de bezoeker wat de archeologen weten over hun leven, maar ook over wonen, werken en sterven in Sagalassos in deze periodes. Wat aten deze mensen zoal, hoe woonden ze, welke ziektes hadden ze en hoe werden ze na hun dood begraven: het komt allemaal aan bod in deze tentoonstelling. Hun leven wordt gebed in het landschappelijke en culturele kader van de stad en de historische regio Pisidië, waartoe Sagalassos behoorde.

De fascinerende geschiedenis van Palazzo Rondinini, vandaag de meest exclusieve club van Rome

17 mei 2019

Het achttiende-eeuwse Palazzo Rondinini bevindt zich aan de Via del Corso 518-419, dichtbij Piazza del Popolo en is het laatste grote adellijke palazzo dat werd gebouwd in het stadscentrum, maar niet één van de minste. Het behoorde achtereenvolgens toe aan de adellijke families Rondinini, Capranica, Borghese, Odescalchi en Sanseverino. Vandaag is het gebouw eigendom van de bank Monte dei Paschi di Siena, die sinds 1990 de eerste en tweede verdieping verhuurt aan de Nuovo Circolo degli Scacchi, een culturele kring met een indrukwekkende ledenlijst.

Deze club telde en telt vele namen uit de hoogste adel onder zijn leden, zoals de Aldobrandini, Borghese, Colonna, Ludovisi, Orsini, Torlonia, Lante della Rovere en Ruspoli. Ook Vittorio Emanuele di Savoia (de zoon van de laatste Italiaanse koning Umberto II en de Belgische Marie José) was lid vóór hij in 2006 uit de Club werd geweerd wegens onethisch gedrag. Ook topindustriëlen zoals de Agnelli’s, Luca Cordero di Montezemolo, hoge magistraten, militairen en wetenschappers mogen de salons van dit rococopaleis betreden. Officieel is de Circolo een private culturele vereniging zonder winstoogmerk, die als doel heeft de culturele interesse en de vriendschapsbanden van de leden te bevorderen.

Leden van de Circolo moeten zich houden aan een aantal sociale, ethische en morele regels, zowel in hun privéleven als in het verenigingsleven. De vereniging stelt ontmoetingsruimtes ter beschikking voor sociale, culturele en sportieve activiteiten. Politieke of religieuze bijeenkomsten zijn niet toegelaten.

In 1744 namen markiezin Margherita Ambra samen met haar tweede man Alessandro Rondinini jr. hun intrek in een aantal gebouwen aan de Via del Corso die ze hadden gekocht, waaronder het atelier van de schilder Cavalier d’Arpino (1568-1640). Hun zoon markies Giuseppe Rondinini of ook Rondanini (1725-1801) was een gekend mecenaat, archeoloog en kunstverzamelaar en liet de gebouwen uitbreiden en verbouwen tot het huidige Palazzo Rondinini, met de bedoeling het blazoen van de familie op te poetsen na een aantal politieke en economische problemen en er een woonhuis/museum van te maken om zijn kunstcollecties in onder te brengen.

De werkzaamheden werden uitgevoerd door Gabriele Valvassori, de architect van de familie Doria Pamphilj, die het grootste deel van de externe structuur realiseerde, en Alessandro Dori die verantwoordelijk was voor het ontwerp van de gevel aan de zijde van de Via del Corso en voor de binneninrichting. Na vier jaar waren de verbouwingswerken klaar en in 1764 kon de enorme kunstcollectie van de markies, één van de belangrijkste collecties kunst en oudheden uit die tijd, worden verhuisd.

Tot deze verzameling behoorden twee topwerken, de Pietà Rondanini, het laatste werk van Michelangelo, waaraan hij nog werkte een paar dagen voor zijn dood en dat vandaag wordt bewaard in Castello Sforzesco in Milaan, en de Medusa Rondanini, een meer dan levensgroot marmeren beeld van Medusa, een Romeinse kopie van een verloren gegaan Grieks bronzen origineel uit de vijfde of late vierde eeuw v. Chr. dat vandaag te zien is de Glyptothek van München.

Het masker van Medusa hing op de binnenplaats en maakte in 1780 grote indruk op Goethe die aan de overzijde van de Via del Corso woonde en het Palazzo en de kunstcollectie verschillende keren bezocht. Het masker inspireerde ook een andere kunstenaar: Antonio Canova nam in 1801 de Medusa Rondanini als model voor zijn Medusa van het marmeren beeld Perseus met het hoofd van Medusa, dat zich nu in de Vaticaanse Musea bevindt. Tijdens zijn Grand Tour in Italië kocht Ludwig van Beieren de Medusa van de erfgenamen van markies Rondinini, zo kwam het masker in Munchen terecht.

De Pietà Rondanini van Michelangelo dankt zijn naam aan de gelijknamige familie die het beeld in 1744 kocht en het in een nis op de binnenplaats en later in de bibliotheek van het palazzo zette. In 1904 werd het gebouw verkocht aan graaf Roberto Sanseverino Vimercati die het beeld op een Romeins begrafenisaltaar uit de tijd van keizer Trajanus plaatste. Hier zou het beeld op wens van de erfgenamen blijven staan tot 2015. Reeds in 1952 werd het gekocht door de stad Milaan voor het Castello Sforzesco, waar het nu nog steeds te bewonderen is.

Als we door de grote houten poort van het palazzo naar binnen gaan, staan we in een overwelfde doorgang geschraagd door twaalf antieke zuilen die de verbinding vormt met de binnenplaats van het palazzo. In de binnenhof wordt onze aandacht getrokken door de wand aan de overkant met de fontein met drie nissen met antieke Romeinse beelden. In de muren rondom zit een deel van de oorspronkelijke collectie oudheden ingewerkt: marmeren reliëfs, opschriften in het Latijn en het Grieks, delen van sarcofagen, …

Boven de fontein is een uurwerk bewaard met een Romeinse wijzerplaat die is onderverdeeld in 6 uren, en niet in 12, die werd pas ingevoerd in 1846 door paus Pius IX. Volgens de Romeinse of Italiaanse tijdsindeling begon de dag een half uur na zonsondergang, bij het luiden van het Ave Maria. We bezochten de eerste verdieping, een opeenvolging van rijkelijk gedecoreerde salons, plafonds met schilderijen met heldere kleuren (op droge kalklaag) en fresco’s, bladgoud, friezen, lambriseringen, antieke spiegels, meubels, putti, beelden, schitterende lusters, en luxueuze marmeren vloeren met mozaïeken in de meest diverse marmersoorten.

In het wapenschild en in de fresco’s op muren en plafonds, in het stucwerk en in de veelkleurige vloeren herkennen we veelvuldig de symbolen van de familie: de drie vliegende zwaluwen (rondini) en de zeef om het koren van het kaf te scheiden (crivello). Vanwaar de afbeelding van de zeef? Dat zit zo: de stamvader van de Rondinini was Fosco Crivelli uit Brisighella, hij nam de familienaam Rondinini aan nadat zijn zoon Rondinino Crivelli in 1425 het leven had gered van Guidantonio Manfredi in een veldslag bij de Pieve Tho. Fosco Crivelli werd Fosco Rondinini, de zoon ging voortaan als Rondinino Rondinini door het leven.

Op het vaatwerk en servies dat de leden van de club tegenwoordig gebruiken, is het wapenschild te zien van de Nuovo Circolo degli Scacchi, een schaakbord met 8 x 8 zilveren en groene velden, gevat in een ceintuur met een gesp en het cijfer 1872, de datum waarop de Circolo werd gesticht.

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Win gratis tickets voor La Terra dell’Abbastanza

17 mei 2019

Eind deze maand verschijnt de nieuwe Italiaanse film La Terra dell’Abbastanza in een aantal Belgische bioscoopzalen. Met hun debuutfilm voegen de in Rome geboren tweelingbroers Damiano en Fabio D’innocenzo (31) een nieuwe dimensie toe aan de wereld van de maffia-misdaad.

We mogen van filmverdeler Cinemien vijf duotickets aan onze leden schenken om deze film gratis te bekijken. Om één van deze tickets te winnen volstaat het om vóór dinsdag 21 mei het juiste antwoord door te sturen op de onderstaande vraag. De winnaars krijgen hun tickets door de filmverdeler thuisgestuurd.

De goede vrienden Mirko en Manolo wonen met hun alleenstaande ouders in de buitenwijken van Rome. Zij leven in armoedige omstandigheden en moeten hun steentje bijdragen om de huishoudens draaiende te houden. De jongens delen dezelfde dromen over een leven met vrouwen, seks en geld.

Als ze per ongeluk iemand aanrijden en hierdoor betrokken raken bij de lokale maffia verandert dit hun manier van leven en hun vriendschap radicaal. Al snel leven ze in weelde, raken ze bedwelmd door het snelle geld en verliezen ze het contact met de werkelijkheid. De vrienden raken steeds verder verwijderd van hun oude leven, ze belanden in een spiraal van geweld en slaan daarmee een weg in die onomkeerbaar lijkt.

De trailer van de film kan je hier bekijken.

De film is vanaf 29 mei te zien in Antwerpen (Cartoon’s), Brugge (Lumière), Brussel (Flagey / Cinematek), Gent (Sphinx), Charleroi (Quai 10), Luik (Grignoux), Luxemburg (Utopia), Namen (Cameo) en Doornik (Imagix).

Wil je deze film gratis bekijken? Filmverdeler Cinemien geeft vijf keer twee tickets weg. Stuur het juiste antwoord op de onderstaande vraag samen met je volledige naam en adres vóór 21 mei naar terra@spqr.be. We verloten de tickets onder alle juiste inzendingen. De vijf winnaars worden bekendgemaakt in één van onze volgende nieuwsbrieven en krijgen hun duoticket thuisgestuurd.

QUIZVRAAG

De in Rome geboren acteur Luca Zingaretti die in La Terra dell’Abbastanza de rol van Angelo vertolkt, is de broer van de in Italië al even bekende Nicola Zingaretti.

Deze Nicola Zingaretti is:

1) een bekende filmregisseur
2) een gevierde televisiepresentator
3) een succesvolle politicus
4) een geliefde charmezanger

De wedstrijd is inmiddels afgesloten. De vijf winnaars van een duoticket zijn: Lutgard Van der Heyden, Jan Goovaerts, Heleen Vertessen, Eddy Robberecht en Dirk Rosselle. Zij krijgen hun tickets door de filmverdeler thuisgestuurd.

Rome herdenkt 50 jaar maanlanding

17 mei 2019

In Rome houden filosofen, theologen en wetenschappers op zaterdag 18 mei en zondag 19 mei in het Centro Convegni Bonus Pastor aan de Via Aurelia 208 een tweedaagse internationale workshop ter herdenking van de landing op de maan. Eén van de eregasten morgen is Franco Malerba, de eerste Italiaanse astronaut die in 1992 meevloog met het ruimteveer Atlantis. De organisatie is in handen van de Scuola Internazionale Superiore per la Ricerca Interdisciplinare (SISRI), de Internationale Hogeschool voor Interdisciplinair Onderzoek die verbonden is aan de Pontificia Università della Santa Croce, de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis.

Het thema van de studietweedaagse is de wetenschappelijke en menselijke vooruitgang 50 jaar na de landing van de mens op de maan. De SISRI wil met het evenement de emotie onder de aandacht brengen die toen wereldwijd werd ervaren toen men getuige was van het evenement. Iedereen die oud genoeg is weet doorgaans nog precies waar hij of zij was toen Neil Armstrong op 21 juli 1969 de eerste stappen op de maan zette. De deelnemers van de tweedaagse reflecteren vanuit de ruimtevaart en zijn ontwikkelingen over het idee van vooruitgang. Er wordt ook stilgestaan bij de vele nieuwe technologische toepassingen die de verovering van de ruimte heeft meegebracht en de perspectieven voor de toekomst.

Het nymphaeum in Via degli Annibaldi

16 mei 2019

Je loopt er gewoon voorbij op weg naar het Colosseum, maar op zowat zes meter diepte onder de drukke Via degli Annibaldi, zit een schitterend, en dat mag je letterlijk nemen, Romeins nymphaeum verborgen. Minder dan de helft van een nymphaeum om precies te zijn, want in 1895, bij de aanleg van de Via degli Annibaldi, bouwde men niets vermoedend de steunmuur van deze weg dwars door dit juweeltje. Pas toen werd duidelijk wat hier onder de grond verborgen lag en werd het resterende gedeelte opgegraven.

Wat overblijft geeft evenwel een goed beeld van de oorspronkelijk rechthoekige ruimte met een semi-ellipsvormige apsis met een marmeren badkuip (1,45 m diep), fonteinen en mozaïeken. Het plafond en de wanden met de vier (van de oorspronkelijke negen) nissen zijn ingelegd met het glinsterende parelmoer van murexschelpen, vongole, mosselen en oesterschelpen, met marmer, gekleurd glas en puimsteen. Tijdens de opgravingen werden fragmenten van de standbeeldjes uit de nissen teruggevonden en van de loden buizen voor de watertoevoer. De apsis van de monumentale fontein was waarschijnlijk overdekt met een halve koepel.

Het nymphaeum dateert uit de periode van het einde van de Republiek of uit de tijd van keizer Augustus en behoorde wellicht bij de eetzaal van een domus van een kapitaalkrachtige patriciër, maar van deze woning werden geen sporen teruggevonden. De grote brand in 64 na Christus verwoestte de hele wijk en het nymphaeum verdween voor eeuwen onder een dikke laag puin.

In 1986 heeft de stad Rome de mozaïekwanden gerestaureerd en behandeld om ze te beveiligen tegen verder verval. Sindsdien kan het nymphaeum worden bezocht door groepjes van maximum acht personen en na telefonische afspraak.

Ninfeo di Via degli Annibaldi – Praktische informatie

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Rome boekte vorig jaar bijna 37 miljoen overnachtingen

15 mei 2019

Het toerisme in Italië blijft fors groeien. Vooral de kunststeden, met Rome op kop, doen het bijzonder goed. Vorig jaar werden liefst 113,4 miljoen bezoekers genoteerd in de honderd belangrijkste kunststeden. Dat is 26,3 procent van het totale aantal toeristen in Italië, die met 430 miljoen zijn. De grootste groeier in de stedenlijst is Materia in de regio Basilicata. Maar ook het aantal buitenlandse bezoekers in dorpen neemt toe. 91 procent van de reizigers is tevreden over de culturele bestemmingen die ze aantreffen in Italië.

toerisme

Ongeveer 60 procent van de toeristische aanwezigheid in de kunststeden is te danken aan buitenlandse bezoekers. Samen gaven ze vorig jaar tijdens hun verblijf in Italië ongeveer 15,5 miljard euro uit, dat is 11 procent meer dan het jaar ervoor. Bezoekers uit andere landen die om louter culturele redenen naar Italië komen, geven meer uit dan het gemiddelde van alle buitenlandse toeristen.

Rome staat in Italië aan de absolute top, zowel wat betreft het aantal bezoekers als de aanwezigheid van buitenlandse toeristen. Vorig jaar werden in Rome 15,2 miljoen aankomsten en 36,6 miljoen overnachtingen genoteerd. Vergeleken met 2017 is dat alweer een toename van 1,1 miljoen bezoekers. Wie Rome bezoekt blijft er gemiddeld 2,4 nachten. Buitenlandse toeristen zijn goed voor 64 procent van de aanwezigheden.

toerisme2

Opvallend is dat bijna driekwart van alle ‘culturele’ toeristen geconcentreerd zijn in de meest populaire bestemmingen. Dat zijn, in volgorde van populariteit, Rome, Milaan, Firenze, Venetië, Turijn, Napels, Bologna, Verona, Genua en Pisa. Deze tien steden lokten samen meer dan 84 miljoen van het totale aantal van 113,4 miljoen kunststadbezoekers.

Het aantal toeristen dat een bezoek bracht aan Matera (die dit jaar de titel van Culturele Hoofdstad van Europa draagt) is de jongste zeven jaar gestegen met 176 procent. Het aantal buitenlandse bezoekers is in dezelfde periode gestegen met 216 procent.

2018 was in alle opzichten ook het jaar van de kleine dorpen. De meer dan 5.500 Italiaanse dorpen registreerden vorig jaar 22,8 miljoen aankomsten en 95,3 miljoen aanwezigheden. Samen gaven ze naar schatting 8,8 miljard euro uit.

57,3 procent van de bezoekers kwam uit het buitenland. Hun aantal is de voorbije zeven jaar gestegen met 31,5 procent. Het aantal Italiaanse toeristen in de dorpen daalde met 5,4 procent.