Colosseum experimenteert met zelf te kiezen tijdsblokken

21 januari 2019

Het Colosseum mocht vorig jaar 7,4 miljoen bezoekers verwelkomen. Dat zijn er 400.000 meer dan in 2017. In het verleden werd al eens geopperd om het aantal bezoekers in het Colosseum te beperken, maar dat plan is inmiddels ook alweer afgevoerd. Ieder jaar bezoeken steeds meer mensen het Flavische Amphitheater, waardoor het beroemdste en tevens meest geliefde monument van Italië voor heel wat inkomsten zorgt. Elke cent is welkom voor de Italiaanse overheid die een staatsschuld torst die de 2.500 miljard euro benadert.

colosseummetro

Alfonsina Russo, de directeur van het Parco Archeologico del Colosseo, hoopt dat bij de 400.000 extra bezoekers van 2018 ook meer inwoners van Rome waren die hun weg naar het Colosseum (terug)vonden. Russo wil de Romeinse gezinnen en jongeren immers vaker naar de archeologische bezienswaardigheden en musea lokken.

Daarin past ook de maatregel die Alberto Bonisoli, de Italiaanse minister van Cultuur en Erfgoed wil nemen. Vanaf dit jaar, vermoedelijk op elke laatste donderdag van de maand, zal het Colosseum tijdens de laatste twee uren vóór de sluiting gratis toegankelijk zijn. De maatregel moet nog bekrachtigd worden.

Vanaf nu is het ook mogelijk om voor het Colosseum een ticket te kopen met een vast bepaalde toegangstijd. Je kan dus voor jezelf een tijdsblok reserveren. Dat kan voor zowel individuele bezoekers als groepen online gebeuren. Het gewone open ticket blijft minstens tot 30 september 2019 verkrijgbaar. De toegang tot het Colosseum blijft om veiligheidsredenen hoe dan ook beperkt tot maximum 3.000 bezoekers tegelijk. Ook al heb je een bepaalde toegangstijd gereserveerd, als die limiet bereikt is gaan de deuren onherroepelijk een tijdje dicht. Op drukke momenten kan dat zorgen voor een rij wachtenden aan de ingang.

Afhankelijk van het succes en de evaluaties zal na 30 september worden beslist om vanaf dan wellicht voor iedereen een ‘biglietto ad ingresso con orario’ in te voeren, net zoals dit bijvoorbeeld moet gebeuren bij een bezoek aan de Galleria Borghese, al telt het Colosseum natuurlijk een pak meer bezoekers.

Het valt dus af te wachten of de massa bezoekers die zich met het nieuwe ticket komen aanbieden aan de (speciale) ingang, organisatorisch allemaal vlot kunnen verwerkt worden. Het is in ieder geval slechts één van de manieren die men wil testen om de wachttijden voor het Colosseum te verminderen.

Het nieuwe ticket biedt net als de gewone open tickets gedurende twee opeenvolgende dagen ook toegang tot het Forum Romanum en de Palatijn. De prijs is ook hetzelfde. Het ticket geeft tevens toegang tot de tijdelijke tentoonstelling Roma Universalis. L’impero e la dinastia venuta dall’Africa die nog tot 25 augustus in het Colosseum kan worden bezocht.

Bezoekers moeten zich 30 minuten vóór de geboekte tijd aanbieden bij de speciale toegangspoort om de veiligheidscontroles te passeren en de toegangsprocedure te voltooien. Een vertraging van 15 minuten na de geboekte tijd is toegestaan maar wie te laat komt is zijn of haar ticket kwijt. Gekochte tickets kunnen niet worden terugbetaald of verplaatst naar een andere datum of naar een ander tijdslot op dezelfde dag.

De directie van het Colosseum vraagt nogmaals om zo weinig mogelijk voorwerpen of tasjes mee te nemen in het Colosseum. Alles moet immers door de veiligheidscontrole. Wie allerlei dingen bij zich heeft vertraagt de toegang voor zichzelf en voor anderen. Alle voorwerpen, ook mobiele telefoons of fototoestellen, tassen, rugzakken, enz. worden net als op de luchthavens gescreend. Het mee naar binnen nemen van rugzakken, grotere tassen, trolley’s en dergelijke is niet toegestaan. De veiligheidscontroleurs beslissen ter plaatse wat kan en niet kan.

Online tickets Colosseum / Forum Romanum / Palatijn

Uitnodiging voor een pianoreis door Italië

16 januari 2019

Alle muzikale wegen leiden naar Rome en Italië. S.P.Q.R. organiseert op woensdag 13 maart om 20 uur een exclusief pianoconcert in zaal Wagehuys in Leuven. Deze verrassende en boeiende Italiaanse muziekreis wordt uitgevoerd door Nathan Vanden Bulcke aan de piano en becommentarieerd door Claire Stacino. Op het programma staan zowel klassieke, twintigste-eeuwse als hedendaagse stukken van voornamelijk Italiaanse componisten.

Nathan Vanden Bulcke studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Hij is verbonden aan de academies van Brasschaat en Londerzeel. Hij heeft tevens zijn eigen jazztrio opgericht, het Pine Trio, waarmee hij eigen composities afwisselt met verrassende covers.

Tijdens de pauze en na de voorstelling is er gelegenheid om iets te drinken en wat na te praten. Wij bieden de clubleden van S.P.Q.R. op vertoon van hun lidmaatschapskaart graag een gratis drankje aan. Tickets voor dit concert kosten 12 euro. De verkoop wordt verzorgd door 30CC Leuven en dat kan gebeuren via verschillende kanalen (balie, tickettelefoon en online).

CONCERT PRAKTISCH

Woensdag 13 maart om 20 uur

Zaal 30CC/Wagehuys, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven

Locatie-info: https://www.30cc.be/nl/locatie/30ccwagehuys

Tickets: https://www.30cc.be/nl/tickets

Online tickets kan je hier boeken

Vragen? Meer informatie nodig?
Contacteer chris@spqr.be.

Strijd om Trevimuntjes weer losgebarsten

15 januari 2019

Bij zowat elk nieuw stadsbestuur in Rome duikt in de loop van de legislatuur meestal weleens de traditionele discussie over de bestemming van de euromuntjes in de Trevifontein op. Dat gebeurt nu ook weer. De behoorlijk grote som geld die de toeristen samen jaarlijks het water ingooien kan iedereen wel gebruiken. Het gaat om ongeveer 1,5 miljoen euro (opbrengst van vorig jaar) en voor Virginia Raggi, burgemeester van de stad Rome die opgezadeld zit met een schuld van zowat 13 miljard euro, is elke cent welkom.

Het geld dat wekelijks (en in het drukke seizoen soms twee keer) in de vroege ochtend onder streng politietoezicht door arbeiders uit de Trevifontein wordt gevist, ging de jongste jaren naar de katholieke liefdadigheidsorganisatie Caritas. Die vereniging houdt zich bezig met het beheer van opvanghuizen, het aanbieden van maaltijden en gratis medische zorg voor kansarmen. Voor hun werking maakt een gift van 1,5 miljoen euro heel wat verschil: het gaat om ongeveer 15 procent van hun werkingsbudget. In het verleden ging het geld van de Trevifontein onder meer ook al naar sociale woningbouw en het Rode Kruis. Ook werden er de huurwoningen van enkele minder begoede families mee betaald en bekostigde Trevigeld de exploitatie van een sociaal café. Ook een sociale winkel voor minder welstellende gepensioneerden deelde al eens in de opbrengst, evenals nog enkele andere kleinere goede werken.

Vóór de invoering van de euro bestond de opbrengst uit ongeveer evenveel lires als vreemde valuta, tegenwoordig bestaat het overgrote deel van de buit uit euromuntjes, al zitten er bij iedere opruimbeurt toch nog wel wat geldstukken van andere continenten. Sinds de introductie van euro is de opbrengst vrijwel ieder jaar gevoelig gestegen. Omdat in Rome de meeste bezoekers doorgaans betalen met euro’s moeten tegenwoordig veel minder munten gesorteerd worden dan vroeger. Die tijdrovende en dure klus is dus ook grotendeels afgeschaft.

Rome kampt niet alleen met een gigantische schuld maar heeft ook nauwelijks geld om de eigen infrastructuur en het wegennet te onderhouden. Een pot met gratis geld, ook al is dit in het jaarlijkse budget van een stad zoals Rome slechts een beperkte financiële injectie, is dus altijd welkom. Burgemeester Raggi probeerde het vorig jaar al eens, maar slaagde er nu in om de gemeenteraad te overtuigen om het geld van de Trevifontein vanaf 1 april een andere bestemming te geven. Lees: de stadskas. Virginia Raggi, in Rome het boegbeeld van de Vijfsterrenbeweging (MoVimento 5 Stelle of M5S), de partij die samen met Lega ook het land bestuurt, kreeg al het verwijt dat ze geld afpakt van de armste inwoners van Rome. De vereniging Caritas hoopt dat het Romeinse stadsbestuur nog eens nadenkt en de beslissing terugdraait. Volgens de jongste berichten zou dat kunnen gebeuren, al blijft het afwachten tot 1 april om daar zeker van te zijn.

Het is een traditie om met je rug naar de Trevifontein staan en dan zonder achterom te kijken over je linkerschouder een muntje in de waterbassin te gooien. Zo zou je zeker nog eens terugkeren naar Rome. Er circuleren ook verhalen dat wie twee muntjes gooit een hartstochtelijk liefdesavontuur zal beleven en drie muntjes zouden zelfs goed zijn voor een bruiloft. De gewoonte om muntjes in de fontein te gooien dateert uit 1870, maar het gebruik werd pas echt beroemd door de film Three Coins in the Fountain van Jean Negulesco uit 1954. De Trevifontein kreeg een haast mytische status in 1960, toen de beroemde Federico Fellini-film La Dolce Vita werd utigebracht. Daarin vereeuwigden de hoofdrolspelers Anita Ekberg en Marcello Mastroianni hun fameuze scène in het bassin van de fontein, nog steeds het onderwerp van talloze posters en filmaffiches.

Op de plaats waar nu de Trevifontein staat lag de tussenstop van de Aqua Virgo, een antieke waterleiding van 21,2 km lang, die in 19 v. Chr. werd aangelegd door Agrippa om zijn thermen vlakbij het Pantheon van water te voorzien. Die werd in 1453 hersteld door paus Nicolaas V die er meteen ook een bescheiden fontein liet oprichten. Pas veel later zou de huidige monumentale fontein worden opgericht. Dat gebeurde in de periode 1732-1751 met geld dat paus Urbanus VIII had bijeengebracht met een extra belasting op wijn.

De Trevifontein bevindt zich eigenlijk tegen de achtergevel van het Palazzo Poli. Het ontwerp werd getekend door Gian Lorenzo Bernini maar pas vijftig jaar later uitgevoerd door Nicolà Salvi, een vuurwerkmaker en ontwerper van toneeldecors. Bernini zelf heeft zijn fontein dus jammer genoeg nooit zelf gezien. Giuseppe Pannini voegde in 1762 de beelden van Pietro Bracci toe. Paus Clemens XIII wijdde de fontein in datzelfde jaar officieel in. Ook Nicolà Salvi was toen al elf jaar dood.

In het fonteindecor zie je nog de uitbeelding van zeegod Oceanus die op een grote schelp staat, voortgetrokken door twee gevleugelde paarden die door tritons worden geleid. Het rechterpaard is rustig, het linker niet. Dit zou de de rustige en onstuimige verschijningsvormen van de zee symboliseren. De rechtertriton blaast op een hoornschelp, een krijgstrompet die ook in het oude Rome werd gebruikt. In de nissen staan voorts nog de beelden van de gezondheid (rechts) en de overvloed (links) door Filippo della Valle. Bovenaan staan de vier seizoenen uitgebeeld, bewaakt door de beelden van Castor en Pollux.

De naam Aqua Virgo zou ontstaan zijn toen soldaten van Marcus Agrippa (die de schoonzoon was van keizer Augustus) opdracht hadden gekregen op zoek te gaan naar water. De weg naar een bijzonder zuivere bron in de bergen werd hun gewezen door een jonge virgo (maagd). Op het rechter bas-reliëf van de Trevifontein is te zien hoe de maagd de soldaten de weg wijst naar de bron. Aan de linkerzijde legt Agrippa aan Augustus zijn plan uit om water naar de stad te brengen. Een andere uitleg is dat de naam afkomstig is van het woordje virga, de wichelroede waarmee vroeger nogal eens naar ondergrondse bronnen werd gezocht.

Het water van de Trevifontein werd door Romeinen eeuwenlang meegenomen op reis tegen ziekte. Het stond bekend om zijn zuiverheid en helende kracht. Het zou het bovendien (volgens velen ook vandaag nog) het lekkerste water uit de stad zijn. Michelangelo weigerde ander water te drinken dan uit deze bron. Tot ver in de negentiende eeuw lieten de pausen vaatjes water uit de Trevifontein naar het Vaticaan brengen. In de periode 2014-2015 werd de fontein nog eens grondig gerestaureerd. Dat project kostte 2,5 miljoen euro, een bedrag dat integraal werd gesponsord door het modehuis Fendi.

Beeldhouwwerken Pablo Picasso in de Galleria Borghese

14 januari 2019

Het zijn de laatste weken dat je in de Galleria Borghese een bijzondere tentoonstelling over Pablo Picasso kan bezoeken. De eerste tentoonstelling in Italië die volledig gewijd is aan het werk van Picasso als beeldhouwer eindigt op 3 februari. De expo is opgevat als een reis door de tijd en toont chronologisch 56 kunstwerken van de maestro die hij maakte tussen 1902 en 1961. De tentoonstelling omvat tevens heel wat nooit eerder gepubliceerde foto’s en projecteert tussen de vele kunstvoorwerpen ook video’s die de conceptie en de realisatie van de sculpturen tonen.

Het eerste contact tussen Picasso en Italiaanse kunst vond plaats in 1917 in Rome en Napels. Toen hij tijdens een reis kennismaakte met de antieke muurschilderingen in Pompeï raakte hij onder de indruk van de Romeinse oudheid en kreeg na een bezoek aan de Galleria Borghese en de Sint-Pietersbasiliek ook belangstelling voor de renaissance. Wat deze laatste periode betreft, was Picasso net zoals vele van zijn voorgangers vooral onder de indruk van de meesterwerken van Bernini en Michelangelo.

De tentoonstelling in de Galleria Borghese is eigenlijk een weerspiegeling van zijn ervaringen met de Italiaanse kunst. Ze doen nadenken over de grote thema’s met betrekking tot de schilder- en beeldhouwkunst uit de renaissance, een periode waarin talrijke nieuwe kunstzinnige ideeën ontstonden en vorm kregen. Picasso wist daar met een voor zijn tijd bijzonder moderne toets zeer goed op in te spelen.

Zoals altijd op een museumlocatie wisselen de antieke kunstwerken van de Galleria Borghese en het moderne werk van deze tijdelijke tentoonstelling elkaar af. Dat zorgt soms voor schitterende en zelfs grappige combinaties. Voor deze tentoonstelling is een uitgebreide catalogus beschikbaar in het Italiaans en het Engels. Voor een bezoek aan de Galleria Borghese dien je vooraf een ticket te reserveren. Er wordt gewerkt met tijdsblokken.

Picasso. La Scultura
Galleria Borghese
Piazzale del Museo Borghese 5, Rome
Praktische informatie
Tickets

picasso

PABLO PICASSO – ACHTERGROND

De Spaanse schilder, tekenaar, beeldhouwer, grafisch kunstenaar en keramist Pablo Ruiz Picasso werd geboren in Malaga op 25 oktober 1881 en overleed in Mougins op 8 april 1973. Hij begon zijn artistieke activiteiten onder leiding van zijn vader, die in 1891 benoemd werd tot hoogleraar aan de kunstacademie te Coruña. In 1895 volgde diens benoeming aan de academie in Barcelona, waar de zoon in 1896 voor de tekenklas werd ingeschreven.

Toen hij zestien jaar was, vond de eerste tentoonstelling van Picasso’s werk plaats. In Barcelona verkeerde Pablo in de kring van jonge, vooruitstrevende schilders en schrijvers, die hem in contact brachten met de internationale stromingen in de beeldende kunst. In het najaar van 1897 werd hij toegelaten tot de Koninklijke Academie San Fernando te Madrid, die hij echter al in het volgende jaar verliet: hij ging schilderen op het land.

In 1900 keerde hij terug naar Barcelona waar het vooruitstrevende blad Joventud (Jeugd) zijn tekeningen publiceerde. In hetzelfde jaar maakte hij zijn eerste reis naar Parijs, waar schilders als Henri Toulouse-Lautrec-Monfa zijn voorbeeld waren. In 1901 werkte Picasso in Madrid, waar hij met zijn vriend Soler het tijdschrift Arte Joven (Jonge Kunst) oprichtte. Hij maakte de illustraties voor het eerste nummer dat nu een zeer gegeerd collectors item is.

Een tweede reis naar Parijs leverde hem ook daar, in de kunsthandel Ambroise Vollard, een tentoonstelling op. Een lovende bespreking hiervan in de Revue Blanche en de eerste contacten met de Parijse artistieke avant-garde waren het gevolg van die expo. Tegelijkertijd begon bij Picasso (zo signeerde hij voortaan zijn werk) de zogenaamde blauwe periode: uitbeeldingen van figuren aan de rand van de maatschappij (bedelaars, straatzangers, …) in een dof blauw, zonder enige aanduiding van hun omgeving, als geïsoleerde, tragische wezens. Deze periode duurde tot 1904, het jaar waarin hij zich definitief in Parijs vestigde.

In 1905 kwam Pablo in contact met Guillaume Apollinaire, de voorman van de vooruitstrevende kritiek in Parijs, en kwam hij ook in contact met de eerste verzamelaars van zijn werk. Fernande Olivier werd zijn eerste levensgezellin. Met deze veranderingen kwam een nieuwe kleur zijn werk binnen: de roze periode nam een aanvang, gekenmerkt door uitbeeldingen uit het leven van circusartiesten. In dit jaar ontstonden ook zijn eerste plastische werken en eerste etsen. De lichte, warme sfeer van de roze periode duurde echter niet lang.

In 1906 toonde Picasso’s werk, onder invloed van Oud-Spaanse beeldhouwwerken, een wending naar een stijl waarin de driedimensionale werking van de voorwerpen een grote rol ging spelen: het portret van de Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein (1906, Museum of Modern Art, New York) is het meesterwerk van deze periode.

Het jaar 1907 bracht opnieuw een kentering: de herdenkingstentoonstelling van Cézanne moedigde Picasso nog meer aan tot het onderzoek naar de derde dimensie in de schilderkunst. Misschien werkte ook de waardering van beeldhouwwerk van de schriftloze volken deze ontwikkeling in de hand, hoewel hij dit altijd heeft ontkend. In 1907 ontstond het grote schilderij Les demoiselles d’Avignon (Museum of Modern Art, New York), dat het uitgangspunt vormde voor deze nieuwe ontwikkeling: het kubisme.

Deze stijl is door Picasso, samen met Georges Braque en met de voortdurende geestelijke en materiële steun van Daniel Henry Kahnweiler, de kunsthandelaar met wie hij in 1907 kennismaakte, in de periode 1907-1914 ontwikkeld. Het kubisme (en wij citeren) “gaat uit van het onderzoek naar ruimtelijke hoedanigheden van de voorwerpen, door de vormen van de dingen en van de omgevende ruimte tot hun samenstellende elementen te ontleden en ze volgens de beginselen van de stereometrie te behandelen”.

In 1909 ontstonden Picasso’s eerste kubistische landschappen, waarin de vormen stelselmatig als kubussen en andere geometrische lichamen zijn behandeld, in 1910 de portretten van Kahnweiler (Chicago Art Institute), Fritz Uhde (collectie Sir Roland Penrose ) en Vollard (Poesjkinmuseum, Moskou), die de vormen van de geportretteerden in vlakjes ( ‘plans superposés’) ontleden.

In 1911 zette deze ontwikkeling zich voort tot een vormentaal waarin figuren en voorwerpen in stillevens tot facetten worden ontleed en waarbij de verschillende aanzichten van één voorwerp – van voren, van opzij, van boven – in de schildering worden samengevoegd. Het kubisme wil niet de optische indruk van de voorwerpen uitbeelden, maar hun begripsmatige voorstelling. De vorm krijgt de volle aandacht, de kleur wordt beperkt tot tinten van oker, grijs en groen.

In de overgang van 1912 tot 1913 kwam in deze werkwijze een verandering, en wel door de uitvinding van een nieuwe techniek: de zogenaamde papiers collés. Picasso, en met hem Braque en Juan Gris, gingen nu niet meer uit van de analyse van een voorwerp, maar van hun voorstelling ervan: uitgeknipte stukken papier van zeer karakteristieke vorm vertegenwoordigen op deze werken de voorwerpen: een samenvoeging van twee lange rechthoeken stelt bijvoorbeeld een fles voor. Door deze nieuwe werkwijze, het synthetisch kubisme, kreeg de kleur weer een nieuwe waarde in deze werken. De verdere ontwikkeling van het kubisme werd echter door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog onderbroken.

In 1915 verbaasde Picasso zijn bewonderaars met realistische portrettekeningen van zijn vrienden Vollard en Max Jacob, gehouden in strakke contourlijnen. In 1917 ging hij met Jean Cocteau naar Rome, om er de aankleding van diens ballet Parade (muziek van Erik Satie) te verzorgen. Hij ontdekte er mede dankzij de fresco’s in Pompeï de kunst van de oudheid en de renaissance en ontmoette er tevens Igor Strawinsky en vooral de danseres Olga Kochlova op wie hij smoorverliefd werd en met wie hij in 1918 trouwde.

In de ontwerpen voor balletdecors van de volgende jaren en in zijn schilderijen komen nadien klassieke motieven naar voren, naast andere werken die in een consequent kubistische stijl zijn gehouden. Zo staat in 1921 zijn klassieke compositie Drie vrouwen bij de bron naast het kubistische werk Drie muzikanten (beide Museum of Modern Art, New York).

Picasso beschikte vanaf die tijd vrijelijk over zijn stijlmiddelen: in de klassieke trant vooral werken over het thema moederschap – ingegeven door de geboorte van zijn zoon Paolo -, in kubistische stijl de reeks grote stillevens. Naast deze werken kwam, als een andere vernieuwing, in 1925 zijn werk De dans (Tate Gallery, Londen) te staan, waarin de ontketende driften en verhevigde hartstochten, die tot nu toe buiten zijn oeuvre stonden, het thema vormen. Van dit werk leidt een rechte lijn naar zijn zogenaamde monsterperiode van het einde van de jaren twintig, waarin agressieve, wanstaltige figuren een levensgevoel van dreiging en onlust vertolken.

In het begin van de jaren dertig traden twee nieuwe tendensen naar voren: de hernieuwde bezigheid met de plastiek – waarvoor hij het kasteeltje Boisgeloup aankocht en als atelier inrichtte – en de oriëntatie op een eigen mythologische thematiek. Deze persoonlijke mythologie werd versterkt door zijn belangstelling voor het stierengevecht, gewekt tijdens een Spaanse reis in 1934, en kreeg een bijzondere betekenis door het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936.

Een jaar later publiceerde hij zijn satirische ets Droom en leugen van Franco. Deze richting in zijn werk bereikt een hoogtepunt in zijn grote schildering Guerníca (jarenlang in bruikleen bij het Museum of Modern Art, New York, sinds 1981 in Spanje, Madrid) voor het Spaanse paviljoen op de Wereldtentoonstelling 1937 in Parijs, een werk waartoe de aanval van Duitse vliegtuigen in dienst van Franco op de open Baskische stad Guerníca hem inspireerde.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkte Picasso in volledige afzondering in zijn Parijse atelier: hier ontstonden de stillevens van alledaagse voorwerpen en de serie schilderijen van een vrouw in een leunstoel. Na de bevrijding van Parijs in 1944 werd Picasso met een grote tentoonstelling van zijn recente werk in de Salon d’Automne gehuldigd. In hetzelfde jaar trad hij toe tot de Franse Communistische Partij. Een reeks van Parijse stadsgezichten dateert uit deze jaren; zij zijn de voortzetting van de sobere stijl van de oorlogsjaren.

Een nieuwe fase begon in 1946, met een verblijf aan de Franse Rivièra en de ontmoeting met Françoise Gilot. In een reeks werken, ontstaan in het Musée Grimaldi in Antibes, bezong hij de levensvreugde. Dit nieuwe thema vond tevens uiting in een reeks lithografieën en in het decor van keramische voorwerpen, twee technieken die Picasso toen ontdekte. Hij verhuisde naar Vallauris in Zuid-Frankrijk, waar hij in de keramische fabriek Madoura ging werken.

In 1950 werd deze nieuwe stijl door het uitbreken van de koude oorlog afgebroken: Picasso schilderde in 1951 Massamoord in Korea (verzameling Picasso, Vallauris), in vale, groenige tinten, en in 1952 zijn grote wandschilderingen Oorlog en vrede voor een vredeskapel in Vallauris.

Sinds 1950 hield hij zich tevens bezig met het werk van oude meesters: in de loop der jaren nam deze belangstelling de vorm aan van series, waaruit hij het thema telkens in een reeks doeken varieerde: in 1954 Eugène Delacroix’ Vrouwen van Algiers, in 1957 Velázquez’ Meniñas (bestaande uit 58 schilderijen), in 1961 Déjeuner sur l’herbe van Manet. Dit werken in series strekte zich later ook tot eigen thema’s uit en sindsdien vooral in grafische cycli.

Typerend voor het grote levenswerk van deze vruchtbaarste kunstenaar van de twintigste eeuw is dat Picasso steeds weigerde zich op één stijl – zelfs al was die zijn eigen vinding – vast te leggen en dat hij beweeglijkheid verkoos boven eenheid van stijl of volmaaktheid.

De grootste verzamelingen van zijn werk zijn die van het Musée National d’Art Moderne, Centre Pompidou, te Parijs, het Museum of Modern Art in New York, het Poesjkinmuseum in Moskou en – voornamelijk van jeugdwerk – het Picassomuseum in Barcelona. Ook in Antibes bevindt zich een Picassomuseum.

De enorme verzameling eigen werk liet Picasso aan zijn erfgenamen na. Een selectie daaruit is overgegaan naar de Franse staat. Dat gedeelte wordt getoond in het Musée Picasso in Parijs. Zijn privécollectie werken van andere kusntenaars schonk Picasso aan de Franse staat.

Ovidius. Het verhaal van een dichter: boekvoorstelling door de auteur

13 januari 2019

P. Ovidius Naso (43 v. Chr. – 17/18) is één van de belangrijkste klassieke Latijnse dichters. Naast zijn bekendste werk, de Metamorphoses, schreef hij nog tal van andere werken. In oktober 2018 verscheen een nieuw boek over leven en werk van deze dichter door dr. Michiel Verweij, Ovidius. Het verhaal van een dichter (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2018), het uitvoerigste overzicht in het Nederlands ooit gepubliceerd.

De auteur, dr. Michiel Verweij, komt dit boek op uitnodiging van S.P.Q.R. op dinsdag 29 januari 2019 om 20 uur persoonlijk voorstellen. Plaats van afspraak is lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63 in 3000 Leuven. Het boek kan desgewenst ter plaatse worden gekocht en de auteur zal het graag signeren.

ovidius

In zijn voordracht wordt eerst nader ingegaan op de dichter en zijn werken zelf. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan de manier waarop deze Latijnse werken de eeuwen hebben getrotseerd: de handschriften en de oude edities. In een tweede deel wordt aan de hand van enkele voorbeelden gevolgd hoe enkele verhalen uit de Metamorphoses in opeenvolgende eeuwen in beeld zijn gebracht. Bij dit alles wordt gebruik gemaakt van de rijke verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek van België.

PRAKTISCH

  • Dinsdag 29 januari 2019 om 20 uur
  • Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven.
  • De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Vaticaanse sportclub sluit zich aan bij Italiaans Olympisch Comité

12 januari 2019

Vaticaanstad heeft zich aangesloten bij het Comitato Olimpico Nazionale Italiano (CONI), het Italiaanse Olympisch Comité. Daardoor kunnen atleten van Vaticaanstad wonen of werken in de toekomst deelnemen aan internationale toernooien. Het team dat de naam Athletica Vaticana kreeg, telt een zestigtal mensen, waaronder priesters, zusters, leden van de Zwitserse Garde en ander personeel van Vaticaanstad. Zelfs een 62-jarige professor die in de Vaticaanse Bibliotheek werkt maakt deel uit van het team.

De sportclub Athletica Vaticana bestaat al sinds september 2017, maar sinds 1 januari is de vereniging ook kerkrechtelijk erkend, waardoor de eerste sportfederatie van Vaticaanstad een feit is. In het verleden had het Vaticaan al voetbalploegen en cricketteams afgevaardigd, maar dit is hun eerste officiële sportteam. Monseigneur Melchor Jose Sanchez de Toca y Alameda is de voorzitter van Athletica Vaticana.

Nu Athletica Vaticana rechtspersoonlijkheid heeft en deel uitmaakt van de Italiaanse atletiekfederatie kan het team voor de competities van die federatie uitgenodigd worden. Ook sportverenigingen van het Vaticaan die later worden opgericht, kunnen zich op basis van deze overeenkomst bij overeenkomstige Italiaanse sportfederaties aansluiten. Dat geldt ook voor paralympische sportfederaties. De atleten kunnen nu ook in competitie treden met atleten van andere sportverenigingen.

De ploeg van Vaticaanstad richt zich in eerste instantie op toernooien met een meer symbolische en culturele waarde. Ze kunnen ook deelnemen aan spelen van kleine Europese staten (gereserveerd voor staten met minder dan een miljoen inwoners waaronder Liechtenstein, San Marino en Monaco) en de Mediterrane Spelen. De echte Olympische Spelen zijn allicht nog niet voor morgen.

Athletica Vaticana maakt zijn officiële publieke debuut volgende zondag 20 januari, tijdens een loopwedstrijd van 10 km in Rome ter ere van Miguel Sanchez, een desaparecido uit paus Franciscus’ vaderland Argentinië. Desaparecido’s zijn mensen die ‘verdwenen’ zijn na ontvoeringen tijdens de Argentijnse militaire dictatuur (1976-1983). In die periode raakten minstens tienduizend mensen vermist.

Het Vaticaan publiceerde vorig jaar in juni een dertig pagina’s tellend document, waarin het de bijdrage van sport tot het vreedzaam samenleven van mensen looft. In een begeleidende brief bij dat document schreef paus Franciscus dat mensen in de sport ervaren hoe het is om samen een doel te bereiken en de vreugde ervan te ervaren, maar ook om samen nederlagen te overwinnen. Sport kan volgens de paus de ontmoeting, de rijping, de missie en de hechting van de mensen dienen.

Reeds in 1905 bestond er al een katholiek sportfeest in het Vaticaan. In die periode steunde paus Pius X de plannen van de stad Rome om de Olympische Spelen van 1908 te organiseren. Door een uitbarsting van de vulkaan Vesuvius in 1903 ging dat niet door en liet Rome de eer voor de organisatie aan Londen. In 1960 hield paus Johannes XXIII een toespraak voor de deelnemers aan de Olympische Spelen in Rome.

Rome stelde zich eerder ook kandidaat voor de Olympische van 2020 en 2024. Maar in tegenstelling tot haar enthousiaste voorgangers ziet de huidige burgemeester van Rome Virginia Raggi het niet zitten dat een stad met een schuldenlast van bijna 13 miljard euro, minstens 5,3 miljard euro zou moeten uitgeven om de Spelen te kunnen organiseren. Zij zette alle procedures stop en Rome trok zich terug als kandidaat-organisator. Officieel bleef de Italiaanse regering nog altijd achter de kandidatuur voor de organisatie van de Olympische Spelen staan, maar zonder de steun van de stad Rome is het ondenkbaar dat die in Italië worden georganiseerd.

Virginia Raggi vindt een Romeinse deelname aan de Spelen complete grootheidswaanzin en stelt dat het geld veel beter kan worden geïnvesteerd in propere straten en betere wegeninfrastructuur. De burgemeester weigert zich dan nog uit te spreken over de rol die de maffia in een dergelijke miljardenzaak zou gaan spelen. De stad sukkelde de jongste jaren van het ene financiële schandaal naar het andere.

De basiliek van San Saba in Rome (II)

11 januari 2019

In deze laatste bijdrage van een driedelig minireeksje over de basiliek van San Saba (te vinden aan Piazza Gian Lorenzo Bernini 20, op de zogenaamde piccolo Aventino, de zuidoostelijke top van de Aventijnse heuvel), brengen we een bezoek aan het gebouw zelf. Lees hier de eerste en tweede bijdrage van dit verhaal.

Vóór de gevel van het gebouw staat een porticus uit dezelfde tijd als de kerk, maar de zuilen werden tijdens de achttiende eeuw door massieve pilaren vervangen. In 1463 heeft kardinaal Piccolomini, een neef van paus Pius II, boven deze zuilengalerij een gebouw met een loggia toegevoegd. Later werd de vloer van de loggia verlaagd en werden de vier oorspronkelijke ramen dichtgemetseld en vervangen door de huidige vijf openingen.

Omstreeks de tiende eeuw was de kloostergemeenschap van San Saba zo sterk teruggelopen dat ze werd vervangen door benedictijnen van de abdij van Montecassino. In 1144 werd de groep nog eens aangevuld, ditmaal door monniken van het Franse Cluny.

De prachtige hoofdingang werd in 1205 versierd door Giacomo di Cosma, dé vader van de zogenaamde ‘cosmaten’. Zijn hulp was ingeroepen door de monniken van Cluny. Dit blijkt uit een inscriptie boven de hoofdingang die meldt dat die decoratie werd aangebracht onder paus Innocentius III (1198-1216) en dit door de voornoemde Giacomo. De campanile of klokkentoren dateert uit de elfde eeuw maar de decoratie is grotendeels dertiende-eeuws.

Onder de portico bevindt zich een prachtige verzameling gebeeldhouwde stenen fragmenten waarvan sommige een oosters karakter hebben. Zo staat links in de hoek een eenvoudig gemaakt maar fraai paneel uit de achtste eeuw dat een ridder met een valk toont. Let ook op de bijzonder mooi uitgewerkte sarcofaag met onder andere Juno Pronuba. Naast de kerk ligt de vroegere kloosterhof.

Het oorspronkelijke grondplan van de basiliek bleef behouden, het heeft drie schepen en drie absiden omdat de kerk naar Grieks model werd gebouwd. De grote verscheidenheid in stijl van de veertien antieke zuilen (verschillende schachten, onderstukken en kapitelen) is karakteristiek voor bouwwerken uit de middeleeuwen toen uit geldgebrek en gemakzucht overal klassiek materiaal uit de vele resten van antieke Romeinse gebouwen en tempels werd geroofd. De resultaten van die graaitochten zie je vandaag nog steeds in vele Romeinse kerken en basilieken.

Heel bijzonder is het bestaan van een ‘vierde schip’ dat evenwijdig loopt aan de linkerbeuk. Waarschijnlijk vormde dit oorspronkelijk de verbinding tussen de kerk en het klooster van de oosterse monniken. De monniken van Cluny verplaatsten het klooster en sloten deze ‘gang’ aan de buitenkant af, zodat links een kort vierde schip ontstond.

Hier zien we zoals verteld in het eerste deel van deze minireeks de overblijfselen van fresco’s uit de dertiende eeuw betreffende de ons welbekende heilige Nicolaas van Myra, één der meest vereerde volksheiligen.

De hiervoor vermelde mozaïekwerker Giacomo Cosma ontwierp wellicht ook de prachtige (gerestaureerde) vloer van de kerk, alsook de Schola Cantorum uit 1235 waarvan een deel langs de wand van het rechterschip geplaatst werd. Ter vergelijking vermelden we hier even dat de Schola Cantorum van Santa Maria in Cosmedin dateert uit 1123, deze van de San Lorenzo uit 1254.

Intrigerend is het gebeeldhouwde kopje met ogen van zwartsteen op het fries boven het middelste zuiltje aan de rechterkant. De betekenis van het kopje en van de inscriptie erboven blijven een raadsel. Let ook op de spiraalzuilen die gesigneerd werden door ‘Magister Bassallectus’, behorende tot de familie der Vassalletto die samen met de Cosma-familie gekend zijn als de ‘cosmaten’ die tijdens de twaalfde en dertiende eeuw in Rome ‘cosmatenwerk’ uitvoerden. Ook in de kloostertuin van de Sint-Paulus buiten de Muren bevindt zich werk van deze familie.

In de middelste abside staat het prachtige, door antieke zuilen gedragen ciborium. Oorspronkelijk was de absis met mozaïeken versierd, maar in de tijd van de contrareformatie tijdens de zestiende eeuw liet paus Gregorius III ze vervangen door matig uitgevoerde en vandaag in historisch opzicht vrijwel waardeloze fresco’s die in het beste geval misschien de vroegere decoratie proberen te imiteren.

Daaronder bleef gelukkig wel de fraaie overgerestaureerde schildering uit de veertiende eeuw gespaard (net boven de bisschopstroon). Bovenaan de triomfboog bevindt zich een verrukkelijke ‘Annunciatie’ uit de veertiende eeuw, geschilderd in opdracht van de reeds vermelde kardinaal Piccolomini. Boven de bisschopszetel bevindt zich een mooie marmeren cosmatenschijf. Trappen leiden naar een negende-eeuwse crypte in traditionele ringvorm.

De basiliek van San Saba in Rome (I)

10 januari 2019

Gisteren maakten we kennis met het fameuze fresco van de heilige Nicolaas in de iets minder bekende maar toch belangrijke basiliek van San Saba. Deze bevindt zich aan Piazza Gian Lorenzo Bernini 20, op de zogenaamde piccolo Aventino, de zuidoostelijke top van de Aventijnse heuvel. Ondanks herhaalde verbouwingen heeft deze kerk haar oude karakter uitstekend bewaard. De door bomen omzoomde weg en de ommuurde tuin voor de kerk zien er nog vrijwel hetzelfde uit als op prenten uit de achttiende eeuw. Foto’s uit het begin van de twintigste eeuw laten zien dat de kerk en het klooster van San Saba zelfs in die periode nog op het platteland lagen. Hier tref je weinig toeristen aan.

Louis Couperus (1863-1923) schrijft in december 1893 dat hij de Duitse seminaristen bezig zag ‘schijf te werpen in den ouden kloosterhof’. Het eerste ruimtelijke ordeningsplan van Rome, dat werd opgesteld in 1909, zorgde vanaf 1921 voor de komst van nieuwe volkse parochies zoals Testaccio en San Saba. De naam van deze laatste wijk werd ontleend aan deze basilica en het aanpalende klooster.

Saba was afkomstig uit Capadocië en stierf omstreeks 532. Binnen de oosterse kerk stichtte hij verschillende kloosters, waaronder het nog bestaande ‘Grote Lavra’ in Mar Saba dat gelegen is tussen Jeruzalem en de Dode Zee. De naam ‘lavra’ verwijst naar een groep cellen van in volledige afzondering levende kluizenaars. Toen deze monniken in 613 voor de Perzen moesten vluchten en later in 635 voor de Arabieren, zochten velen hun heil in Rome.

Zij betrokken een gebouw waar een eeuw daarvoor de heilige Sylvia, de moeder en enkele familieleden van Gregorius de Grote zouden hebben gewoond en stichtten in een uit de vierde of vijfde eeuw daterende receptiezaal die werd omgebouwd een klein oratorium, gewijd aan hun heilige Saba. Dit oratorium werd bij recente opgravingen teruggevonden in een gebouw dat inderdaad uit die periode dateert. Onder hun oratorium richtten de monniken, wellicht stiekem, een traditioneel Palestijns kerkhof in, met een dubbele rij graven. Dit gebeurde dus intra muros…!

Het oratorium werd onder paus Gregorius III en zijn opvolger Zacharias (741-752) verlucht met fresco’s waarvan enkele fragmenten in de gang naar de sacristie werden geplaatst. Ze zijn van dezelfde periode als deze in de San Crisogono in Trastevere en de Santa Maria Antiqua op het Forum Romanum en behoren tot de tweede hellenistische kunstgolf in Rome. Omstreeks 900 bouwden de oosterse monniken op de plaats van hun zevende-eeuwse oratorium de huidige kerk, die in de loop der eeuwen vaak werd verbouwd.

De middeleeuwse architectuur van de kerk werd gedeeldelijk gerestaureerd in 1900-1901. De laatste grote restauratie vond plaats in 1943. De portico uit de achttiende eeuw bleef bewaard, al zijn de originele pilaren vervangen door een moderne en minder geslaagde versie. Boven de portiek hebben moderne vensters eveneens de plaats ingenomen van de originele exemplaren uit de vijftiende eeuw. Een dergelijke onevenwichtige en drastische ingreep aan een monument zou vandaag niet meer mogelijk zijn.

Het fresco van de heilige Nicolaas in Rome

9 januari 2019

De komende dagen brengen we een bezoek aan de iets minder bekende maar toch interessante basiliek van San Saba op de zogenaamde piccolo Aventino, de zuidoostelijke top van de Aventijnse heuvel in Rome. In deze bijdrage staan we even stil bij een bijzonder fresco in deze kerk, een afbeelding waarvan vermoedelijk heel wat mensen het bestaan niet beseffen. Wie als bezoeker dit fresco toch opmerkt, staat meestal niet stil bij de betekenis ervan. Jammer, want in deze basiliek straalt de geschiedenis letterlijk van de muren.

In het zogenaamde ‘vierde schip’ dat evenwijdig loopt aan de linkerbeuk van de San Saba, zien we overblijfselen van fresco’s uit de dertiende eeuw van de heilige Nicolaas van Myra, één der meest vereerde volksheiligen. Jawel, het gaat om de bekende kindervriend die traditioneel op 6 december brave kinderen verwent met allerlei lekkers en speelgoed.

De fresco’s tonen een tafereel dat voor een christelijke kerk misschien wat merkwaardig lijkt, want het toont drie naast elkaar liggende naakte jonge vrouwen in een bed. Een legende over Nicolaas vertelt dat dit drie meisjes van een goede en vrome familie waren, waarvan de straatarme vader (afgebeeld rechts op het fresco) wanhopig was omdat zijn dochters zonder bruidsschat in de prostitutie terecht dreigden te komen. Dat zou een leven in zonde betekenen. Nicolaas, die op dit fresco achteraan door het raam kijkt met een zak in zijn hand, was van het probleem van de arme vader op de hoogte. Op een avond wierp hij een zak met goudstukken door het venster zodat de financiële zorgen van de brave man en zijn dochters opgelost waren en de meisjes eindelijk konden trouwen.

Later heeft deze heilige Nicolaas zich tot onze Sinterklaas ontwikkeld, maar zonder de goudstukken. Al bleef de gewoonte waarbij in de dagen vóór Sinterklaas plots snoepgoed doorheen huizen met spelende kinderen werd gegooid nog lang bestaan. Ook geldstukken in chocolade, voorzien van een goudkleurige wikkel, duiken zelfs vandaag nog regelmatig op.

De legende werd in de loop der eeuwen meermaals aangepast. Vooral het aantal zakken goudstukken dat door het raam werd geworpen steeg iedere keer. De aanwezigheid van het tafereel maakt van de San Saba wellicht de beste plaats om eens het verhaal van de ‘goedheiligman’ te vertellen, hierna vrij naar Tom Zwaenepoel (Het Heiligenboek, 2008, uitgeverij Lannoo). Alleen al de bijnaam goedheiligman is een verbastering van ‘goet-hylik man’ (of ‘goed-huwelijks man’), een titel die de heilige Nicolaas verdiende door te zorgen voor de bruidsschat van enkele arme meisjes.

Bij Nicolaas van Myra komen historische waarheid, legende en folklore samen. De figuur die in de legendes naar voren treedt, is waarschijnlijk een combinatie van twee historische bisschoppen die de naam ‘Nicolaas’ dragen. Nicolaas werd geboren in Patara in Lycië aan de zuidkust van het huidige Turkije, en verliest op jeugdige leeftijd zijn ouders. Na een pelgrimstocht naar het Heilige Land wordt hij omstreeks 300 bisschop van Myra, een havenstad in Lycië. Tijdens de christenvervolging onder keizer Galerius Valerius Maximus (305-310) wordt hij gevangen genomen en gefolterd, maar daarna vrijgelaten.

Daardoor nog getekend, neemt hij later deel aan het Concilie van Nicea (325). Door zijn strenge discipline tijdens vastendagen, zijn vergevingsgezindheid en zijn goede wil is Nicolaas een voorbeeld voor zijn tijdgenoten, hij maakt indruk als diplomatische en rechtvaardige onderhandelaar en barmhartige weldoener. Wanneer de ouders van Nicolaas aan de pest sterven, verdeelt hij hun vermogen onder de armen Hij redt drie veldheren die ten onrechte wegens hoogverraad aangeklaagd en ter dood veroordeeld worden. Door een gebed kan hij een storm op zee tot bedaren brengen, wat zijn patronaat van vele havensteden, zoals Amsterdam, en die van schippers en zeelieden verklaart.

De cultus van Nicolaas verbreidde zich snel vanaf 1087, wanneer zijn relieken overgebracht worden naar de stad Bari in de regio Puglia. Sinds de zestiende of de zeventiende eeuw wordt Nicolaas als geschenkbrenger voor de kinderen gevierd. Bij de christelijke interpretatie van het voorchristelijke ‘Sinterklaasfeest’ heeft deze legende een hoofdrol gespeeld en is deze Nicolaas dus inderdaad Sinterklaas.

Zijn reputatie van kindervriend berust onder meer op de volgende legende. Een gewetenloze herbergier doodt drie scholieren en verwerkt hen tot pekelvlees om de misdaad te verhullen. Het vlees komt in handen van Nicolaas, waarna hij de jongens weer tot leven brengt. Als extraatje bekeert hij de herbergier en zijn vrouw. Een andere variant van de legende is minder gruwelijk: hier zitten de drie knapen gewoon opgesloten in een pekelvat en worden ze gered door Nicolaas.

Sinterklaas geeft geschenken aan de kinderen zoals Nicolaas aan de drie dochters van de edelman. De traditie dat de Sint aan de kinderen vraagt of ze braaf en vroom geweest zijn, zou teruggaan op een parabel uit het evangelie van Matteüs. Drie knechten die geld gekregen hebben, moeten zich verantwoorden over wat ze met die centen hebben gedaan (Matteüs 25, 14-23). Brave kinderen worden beloond met geschenken, voor stoute kinderen is er de roe.

Sinds de veertiende eeuw vieren leerlingen van abdijscholen hun patroonheilige op 6 december met de keuze van een ‘kinderbisschop’: voor één dag mag een leerling als bisschop fungeren, uit hun nachtelijke ‘ommegangen’ met de bisschopsfiguur ontstaan later de huisbezoeken van Nicolaas. Daarvoor wordt hij bijgestaan door helpers, in Duitsland door Knecht Ruprecht, in Frankrijk door Père Fouettard (ranselende vader, vader geselaar, zweepvader,…), in Vlaanderen en Nederland door Zwarte Piet.

Er is vóór 1850 in onze streken geen melding van een helpersfiguur voor Sinterklaas. Eeuwen eerder is wel al sprake van duivelachtige zwarte boemannen, die in onze streken weleens Pietje Pek of Zwarte Piet werden genoemd en die werden opgevoerd om kinderen tot gehoorzaamheid te bewegen. Ze waren afkomstig uit de met pek besmeurde hel, vandaar dat ze vaak zwart (of volledig in het zwart gekleed) worden afgebeeld. Ook kobolden en aardgeesten werden vaak afgebeeld als zwarte, duivelachtige wezens. Het feit dat Piet zwart is wordt ook weleens verklaard doordat hij door schoorstenen kruipt om snoep in de huiskamers te werpen, maar dat verhaal is van een veel recentere datum.

In de loop van de negentiende eeuw doken in onze streken als gevolg van de kolonialiseringen in Afrika en elders ook de eerste afbeeldingen op van mensen met een zwarte of bruine huidskleur. Die werden vaak sterotiep en primitief afgebeeld en zo werd, al dan niet met nog wat extra fantasie, uiteindelijk ook Zwarte Piet aangekleed. Eerder al waren er vooral in Italië en Spanje de Moren die op middeleeuwse schilderijen werden afgebeeld in exotische kledij (inclusief de typische baret met een veer) die gelijkenissen vertoont met die van de huidige Zwarte Piet. Daarop is het typische beeld van Zwarte Piet doorgaans gebaseerd. Het waanbeeld dat de kledij van onze huidige Zwarte Pieten refereert aan slavernij of aan de manier waarop slaven destijds werden gekleed slaat nergens op.

Het zou nog een hele tijd duren vooraleer het beeld van de primitieve volksstammen met rare kleren uit Afrika zou verdwijnen. Het is zelfs nog maar zestig jaar geleden dat Congolezen op Expo 58, de grote Wereldtentoonstelling in Brussel, met naakt bovenlijf, in strooien rokjes en zittend voor primitief gebouwde hutten werden opgevoerd als inboorlingen, zeg maar rariteiten uit onbekende en exotische streken.

In de schilderkunst wordt de heilige Nicolaas op diverse wijzen weergegeven. Het vaakst wordt hij afgebeeld als een bisschop met attributen waaronder een kromstaf, een boek, drie broodjes, gouden bollen of geldzakjes, een ton met drie jongens, een anker en een schip. Deze voorwerpen verwijzen naar passages uit zijn leven. Hij geldt als de patroonheilige van Amsterdam, Rusland, advocaten, armen, bakkers, bankiers, gevangenen, herbergiers, kinderen, notarissen, onderwijzers, ongetrouwde vrouwen, pelgrims, schippers, vissers en zeelieden.

Vanaf de vijftiende eeuw knutselen kinderen papieren scheepjes waarin de Sint zijn gaven legt. Later vervangen ze die scheepjes door laarzen, schoenen of kousen waarin de Sint allerlei lekkers kan deponeren. Sinterklaas geeft geschenken aan de kinderen zoals Nicolaas aan de drie dochters een bruidsschat gaf.

San Saba, Piazza Gian Lorenzo Bernini 20, Rome

Het nieuwe kunstencentrum Palazzo Rhinoceros pakt uit met Michelangelo

2 januari 2019

In het hartje van de historische binnenstad van Rome, aan de Via del Velabro 9, opende vorige maand de nieuwe kunstgalerij Rhinoceros. Zoiets gebeurt wel vaker in Rome, maar hier gaat het om een initiatief van de Fondazione Alda Fendi – Esperimenti, die in het aanpalende en volledig gerestaureerde gebouw ook zijn hoofdkwartier zal vestigen. Het ontwerp waarbij, gespreid over zes verdiepingen bestaande panden (waarvan sommige gedeeltes dateren uit de zeventiende eeuw) aan de binnenzijde werden samengevoegd met moderne structuren, is van de bekende Franse architect Jean Nouvel. Het gebouw zelf werd in de volksmond al snel Palazzo Rhinoceros genoemd, een naam die bleef hangen en nu ook officieel wordt gebruikt.

In totaal biedt het gebouw nu plaats aan 24 exclusieve appartementen, maar ook aan een kunstencentrum, tentoonstellingszalen en presentatieruimtes. Jean Nouvel behield de oude elementen van de kamers maar gaf ze tegelijk een hypermodern designjasje. De Spaanse ondernemer Enrique ‘Kike’ Sarasola is aangesteld om de appartementen te beheren.

Interessant voor Romebezoekers die op zoek zijn naar gastronomisch plezier is dat de komende maanden op het dak een exclusief restaurant zal openen dat Caviar Kaspia Roma zal heten. Het zal zich vooral toeleggen op Russisch-geïnspireerde specialiteiten (waarbij dan onvermijdelijk kaviaar aan te pas zal komen) maar ook de fijne Franse en Italiaanse keuken komt aan bod. Vanaf het dak heb je uitzicht op de Palatijn en een aanzienlijk deel van de binnenstad van Rome.

Dat klinkt behoorlijk duur en wellicht wordt het dat ook. De Fondazione Alda Fendi – Esperimenti is een non-profit kunststichting die in 2001 werd opgericht door Alda Fendi, een telg van de beroemde Romeinse modedynastie die niet meteen bekend staat om haar goedkope handtassen en schoenen. De creatieve leiding van de stichting is in handen van Raffaele Curi. De stichting organiseert regelmatig gratis tentoonstellingen en allerlei voorstellingen en uitvoeringen met internationale talenten uit de wereld van muziek, dans, film, theater, opera en de beeldende kunst.

Met Fendi arriveert alweer een nieuwe ondernemer die Rome verrijkt met een particulier kunstencentrum. Eerder dit jaar was er ook al de opening van Palazzo Merulana, een initiatief van de aannemersfamilie Claudio en Elena Cerasi. Vorig jaar was er de lancering van het veelzijdige Musia living (&) arts door Ovidio Jacorossi.

De opening van galerij Rhinoceros ging gepaard met een levensgrote mysterieuze neushoorn die in oktober in de omgeving het Forum Boarium verscheen en er tot vandaag nog steeds staat. Het dier, ook nog eens vervaardigd uit kunststof, was niet iets wat je meteen verwachtte in de omgeving van het Circus Maximus en monumenten zoals de Boog van Janus en de Tempel van Portunus. Het harsbeeld moest samen met aangepaste lichtprojecties de aandacht vestigen op de nieuwe basis van de Fondazione Alda Fendi – Esperimenti en galerij Rhinoceros.

Rhinoceros pakt tot en met 10 maart 2019 in de gloednieuwe galerij alvast uit met een grote primeur. L’Adolescente, een bij velen onbekend beeld van Michelangelo, wordt uitgeleend door de Hermitage in Sint-Petersburg (Rusland) als gevolg van een driejarige overeenkomst met de Fondazione Alda Fendi-Esperimenti die hen elk jaar een lening verstrekt. In de loop van 2019 zal in Rhinoceros ook nog een werk van El Greco en Picasso te zien zijn.

L’Adolescente of de Hurkende Jongen is een kleine marmeren sculptuur (54 cm) van een naakte en in zichzelf gekeerde jongen dat Michelangelo omstreeks 1530 maakte. Het beeld is nooit voltooid maar het gezicht, het haar en het lichaam zijn goed herkenbaar. Het is de enige Michelangelo die in het Hermitagemuseum wordt bewaard. Galerij Rhinoceros toont het beeld centraal in een kamer, vlak naast een opvallende kandelaar (met kunstlicht) die de details van het beeldhouwwerk beter tot uiting laten komen.

Het beeld werd in 1787 door tsarina Catharina II (de Grote) gekocht van een Engelse bankier. Het is de tweede keer in 230 jaar dat dit beeldhouwwerk nog eens in Italië arriveert. De vorige keer gebeurde dat in 2000, in de Uffizi in Firenze. Omdat de Hurkende Jongen zich niet meer in Italië bevindt is dit een door velen vergeten Michelangelo. Het is dus een buitenkansje om dit kunstwerk nog eens in Rome te te kunnen bewonderen.