Romeinse kunstjagers en hun navolgers

21 september 2019

Het verzamelen van Griekse en Romeinse oudheden is geen recent fenomeen. Zegevierende veldheren namen de fraaiste beelden mee naar Rome en toonden die in triomftochten aan het volk. Bij sommige senatoren ging hebzucht boven staatsbelang. Sommigen moesten zich daarvoor zelfs bij de rechtbank verdedigen. De beruchtste Romeinse kunstrover is Gaius Verres, van wie Cicero een onthutsend beeld schetst.

De Romeinse elite betaalde grof voor Griekse kunstobjecten. Sommige collecties waren beroemd. Talloze voorwerpen werden per schip naar Rome gebracht, maar een aantal heeft zijn bestemming nooit bereikt. Onderzoekingen op de zeebodem vertellen verhalen over exorbitant dure sculpturen, maar ook over gemengde ladingen met kunst voor liefhebbers met een kleine beurs.

Het Romeinse rijk ging ten onder, maar de praktijken van toen keerden terug. Napoleon bracht enorme ladingen roofkunst uit Italië naar het Louvre. Kunstenaars, architecten en gefortuneerde liefhebbers kochten vazen en beelden in Italië en Griekenland en overschreden daarbij soms de grenzen van het betamelijke. De discussie over ‘kunstrovers’ gaat door tot vandaag.

Historicus en auteur Fik Meijer ging op zoek naar kunstverzamelaars in de Romeinse tijd en kwam tot verrassende ontdekkingen. Op woensdag 25 september om 20 uur presenteert hij in de Tempelzaal van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden zijn boek over dit onderwerp: Schoonheid voor het oprapen.

Na afloop van de lezing kan het boek worden gekocht en zal de auteur het graag signeren. De toegang tot de lezing is gratis (exclusief de toegang tot het museum zelf), maar vooraf inschrijven is nodig. Dat kan via het formulier op deze link.

Fik Meijer is op zaterdag 5 oktober ook te gast op het Geschiedenisfestival in Haarlem. Op deze link lees je meer over dit evenement.

Fik Meijer, emeritus-hoogleraar oude geschiedenis, schreef de afgelopen vijftien jaar vele boeken, waaronder Gladiatoren, Keizers sterven niet in bed, Macht zonder grenzen en Via Appia. Ook schreef hij over de Griekse en Romeinse zeegeschiedenis. Op een toegankelijke en pakkende wijze weet hij de oudheid onder de aandacht te brengen van een groot publiek.

Schoonheid voor het oprapen
Romeinse kunstjagers en hun navolgers
Auteur: Fik Meijer
Taal: Nederlands
Aantal pagina’s: 280
Uitgever: Athenaeum
Eerste druk: 12 september 2019
EAN 9789025310394
Prijs: 24,99 euro

Rijksmuseum van Oudheden Leiden
Website Fik Meijer

Een archeologisch bezoek aan de Villa Medici

19 september 2019

Wie benieuwd is welke schatten er onder Villa Medici verborgen liggen en meer wil te weten komen over een boeiend stukje Romeinse geschiedenis, kan een geleid bezoek volgen aan de ondergrondse ruimtes en gangen van dit gebouw. De villa zelf werd in 1540 voor kardinaal Ricci di Montepulciano gebouwd, de gevel werd nooit gewijzigd. De architect was Annibale Lippi, de zoon van Nanni di Baccio Bigio (in feite Giovanni Lippi), bekend van de polemieken met Michelangelo.

In 1576 werd de villa eigendom van kardinaal Ferdinand II de’ Medici. Kardinaal Alessandro di Medici, de latere paus Leo XI (hij was slechts 26 dagen paus – in 1605), woonde ook in deze villa. De villa werd intern herschikt om plaats te maken voor het antieke beeldhouwwerk uit de de’ Medici-verzameling, de stukken verhuisden later naar de Galleria degli Uffizi in Firenze.

In 1803 werd de villa door Napoleon gekocht om er de Académie de France te vestigen. Deze academie was reeds in 1666 in opdracht van Lodewijk XIV gesticht door Jean-Baptiste Colbert. De bedoeling was de kennis van getalenteerde jonge Fransen te verdiepen op het gebied van de oudheid en de Italiaanse renaissance en hen te confronteren met de uitdagingen van de barok.

De tuin van de Villa Medici in Rome is eveneens de moeite waard en werd in 2015 nog uitgeroepen tot het mooiste park in Italië.

De gids wacht ons op in de inkomhal, het bezoek kan beginnen. Vanuit de inkomhal dalen we af naar de ruimtes onder de villa, een gebied dat zich uitstrekt van de Muro Torto tot het aan het Casina Valadier. Op een eerste ondergronds niveau vinden we Romeinse resten van waterleidingen en van verschillende cisternes.

Op de heuvel waren geen bronnen of grondwaterlagen aanwezig en dus waren de bewoners aangewezen op reservoirs met regenwater. De Romeinen hakten een uitgebreid netwerk aan kanaaltjes en putten uit in de tufsteen. De wanden van de gangen en waterreservoirs bekleedden ze met cocciopesto, een waterdicht materiaal.

Via een deur in het portiek in de tuin en een lange trap komen we in ondergrondse ruimtes, de zogenaamde grotte. In deze kelderruimtes werden eeuwenlang olie en wijn bewaard. De witte bepleistering van de muren langs de trap en in de grotte dateert uit de Tweede Wereldoorlog, toen de Banco di Roma de toestemming kreeg om de vroegere kelders van Ferdinando de Medici te gebruiken als caveau.

In januari 1943 werden de bombardementen door de gealliëerde troepen steeds heviger en was de Banco di Roma op zoek naar een schuilkelder voor haar waardepapieren en documenten. De kelders onder Villa Medici boden een ideale ruimte, gelegen in het centrum van de stad en 11 tot 16 m onder het niveau van de Villa.

Vooraleer de documenten te verhuizen, liet de bank een luchtverversingssysteem aanleggen om de vochtige lucht te verdrijven, evenals sanitair, een communicatiesysteem, verlichting, afsluitingen en geblindeerde deuren. De Banco di Roma nam de ruimtes in gebruik, maar liet, om tot nu toe nog niet opgehelderde redenen, de toegang tot één van de zalen dichtmetselen. Het gaat om een ruimte van 2 x 3 m, met een hoogte van 2,5 m.

Op het einde van 1944 verliet de bank de Villa, maar de di dichtgemetselde kamer bleef afgesloten. De technici van de Accademia di Francia beweren dat de ingreep noodzakelijk was om de stabiliteit te garanderen, maar de directie van de Villa is tot dusver niet ingegaan op aanvragen om de ruimte te mogen onderzoeken.

Er wordt al lange tijd druk gespeculeerd over wat er in deze ondergrondse ‘schatkamer’ zou kunnen verborgen zijn: kostbare boeken of kunstschatten die de nazi’s van de Joodse gemeenschap hadden gestolen tijdens de Tweede Wereldoorlog? Dat zou volgens sommigen ook verklaren waarom de ‘voorwerpen’ nooit werden opgevraagd.

Recent kreeg dit verhaal nog een verrassend staartje. De Joodse Gemeenschap van Rome kreeg het verhaal van deze speculaties ook te horen en vroeg aan de Franse Ambassade en de directie van de Villa Medici om de ruimte te mogen onderzoeken. Deze toelating werd geweigerd… De directeur van de Villa voerde aan dat er een paar weken eerder al een onderzoek had plaatsgevonden en dat er geen kunstschatten aanwezig waren… Wordt zeker en vast vervolgd.

We dalen verder af tot 10 m onder het niveau van het plein voor de Villa. We komen in een labyrint van tunnels en smalle gangen uit de Republikeinse periode, uitgegraven in de tufsteen. We zien tevens een recente ontdekking: één van de armen van de waterleiding die afkomstig is van de l’Acqua Marcia, een gang van 2,5 m hoog en 35 cm breed, is volledig intact bewaard.

In het gewelf en de wanden zien we duidelijk de sporen gemaakt bij het uithakken van de ruimte en de kalkafzettingen uit verschillende Romeinse periodes. Een deel van de kanalen is nog niet uitgegraven en wacht nog op verdere ontdekking.

Vanaf de renaissance werd de ‘grotte’ gebruikt als steengroeve voor het delven van tufsteen en pozzolana (puzzolaan) dat in combinatie met kalk een relatief sterk, duurzaam en onder water uithardend bouwmateriaal vormt.

Villa Medici
Viale della Trinità dei Monti 1, Rome

Praktisch:

De rondleiding duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur.
In het Italiaans: op vrijdag, zaterdag en zondag om 15 uur
In het Frans: op zaterdag om 15 uur

De wandeling leidt ook nog naar het grote terras boven de Muro Torto, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op de omgeving.

visiteguidate@villamedici.it
www.villamedici.it

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Taste of Roma 2019 op komst

18 september 2019

In de Giardini Pensili van het Auditorium Parco della Musica (Viale Pietro De Coubertin 30) vindt de komende dagen, van 19 tot en met 22 september, Taste of Roma 2019 plaats. Dit culinaire festival combineert vier dagen lang topgastronomie, talent, passie en plezier, waarbij het publiek kan kennismaken met heerlijke gerechten bereid door zowel sterrenchefs als opkomend jong talent. Je kan ook deelnemen aan activiteiten zoals kookworkshops en uiteraard ontbreekt een selectie heerlijke wijnen niet. Het is al de achtste editie van Taste of Roma, een festival dat steeds populairder wordt. Nieuw dit jaar is een Super BBQ Experience in de gloednieuwe BBQ Academy.

De topkoks van Taste of Roma stellen niet minder dan 56 creaties voor. De gerechten zijn vaak zodanig innovatief en verfijnd dat het ware kunstwerkjes worden. En ja, ze zijn ook nog eens buitengewoon lekker. De smaakcombinaties zijn vaak gedurfd, nooit saai en zelfs als er met eenvoudige basisingrediënten wordt gewerkt altijd creatief. Bij aanwezige koks horen dan ook enkele kampioenen van de Italiaanse keuken. De vele gerechten opsommen is onbegonnen werk. De geselecteerde lekkernijen kan je altijd combineren met een brede selectie heerlijke wijnen en champagnes, cocktails en bieren.

Zelfs de sponsors presenteren zich origineel. Zo kan je terecht in de Tanqueray Bar, kan je op ontdekkingstocht in de Johnnie Walker Discovery Bar of kan je een tafeltje boeken in de Table Residence van Zacapa Rum om in alle rust te genieten van een stijlvolle lunch of diner, bereid door vier topchefs. Een andere attractie van Taste of Roma 2019 is de Salotto del Vino, een wijnlounge die werd ingericht als smaakbus en waar specialisten en wijnbouwers je wijnkennis in theorie en uiteraard met praktische degustaties bijspijkeren. Voor kinderen is er een afzonderlijke proeftuin en een select publiek kan terecht in de Diners VIP-lounge.

Bezoekers van Taste of Roma kunnen tevens deelnemen aan één van de vele culinaire activiteiten zoals kookprogramma’s, masterclasses, workshops, blindproeverijen en andere unieke smaakuitdagingen en -ervaringen. Alles wordt begeleid door de beste culinaire experts die momenteel in Rome en omstreken actief zijn. Chefs onthullen geheimen van hun recepten, geven advies over het beste kookgerei en leggen de bijzonderheden van de verschillende kookmethodes uit. Het publiek kan de voorbereiding meemaken van enkele bijzondere gerechten. Taste of Roma gaat er prat op dat ze de culinaire grenzen van hun bezoekers kunnen verleggen met nieuwe en opwindende smaken.

Taste of Roma 2019 heeft ook goed nieuws voor barbecueliefhebbers: dit jaar wordt één ruimte volledig gewijd aan de wereld van topbarbecue, waar gespecialiseerde chef-koks en topexperts praktische en scenografische weetjes zullen delen om gastronomische recepten te bereiden op de barbecue. Tevens zullen de verschillen tussen de Italiaanse en de Amerikaanse manier van barbecueën worden duidelijk gemaakt.

Natuurlijk valt er in de BBQ-zone ook iets te proeven, zoals een kaas- en vleesburger, ananas met zoete kers en gekaramelliseerde saus, varkensworst bereid met bier en gerookt op kersenhout, kip gemarineerd in limoen en tequila, pittige rundergehaktballetjes met chimichurri en fetasaus en garnalen in kataifi-pasta, zijn slechts enkele van de smakelijke delicatessen die op de barbecue zullen worden bereid.

Taste of Roma vergeet niet om kinderen te verwennen, op te leiden en te begeleiden in de ontdekking van kwaliteitsvoedsel, dit door ervaringen en activiteiten die speciaal voor hen zijn gecreëerd door een team van experts, zoals mini-laboratoria in de keuken, waar jongeren onmiddellijk kunnen leren om gezond en echt voedsel te waarderen. Ze maken tevens kennis met planten en zaden in de moestuin, experimenteren met natuurlijke kleuren afkomstig van extracten van planten en kruiden en proberen samen met jonge chef-koks eenvoudige recepten uit met verschillende ingrediënten.

Er is ook de leuke combinatie van een taalcursus Engels en een kookworkshop voor kinderen van 5 tot 10 jaar. De activiteit vindt plaats in het gezelschap van een leraar Engels die tijdens de voorbereiding de ingrediënten en de sleutelwoorden van het koken toelicht. Een banketbakker helpt bij het mengen van de ingrediënten en het versieren van de cupcakes.

Het gastronomische laboratorium benadert de keuken dan weer met behulp van de wetenschap: het belang van natuurkunde, scheikunde en wiskunde in de keuken wordt uitgelegd met behulp van leuke experimenten, foto’s en videoclips.

Taste of Roma 2019
Van 19 september tot en met 22 september 2019

Donderdag van 19 uur tot 24 uur
Vrijdag van 19 uur tot 24 uur
Zaterdag van 12 uur tot 17 uur en van 19 uur tot 24 uur
Zondag van 12 uur tot 17 uur en van 19 uur tot 24 uur

Auditorium Parco della Musica
Viale Pietro De Coubertin 30, Rome
www.tasteofroma.it

Bekijk hier het filmpje van de vorige editie van Taste of Roma

Wandelingen en rondleidingen met S.P.Q.R. in Rome (maand oktober)

17 september 2019

Op de activiteitenpagina van S.P.Q.R. vind je een lijstje met wandelingen en rondleidingen die S.P.Q.R. in de maand oktober organiseert in Rome. De doelgroep voor deze wandelingen zijn toevallige bezoekers van Rome en mensen die er wonen of werken. Al mag je natuurlijk ook speciaal een reisje naar Rome maken, dat is altijd prettig!.

We verwelkomen in de eerste plaats onze clubleden, maar iedereen is welkom. Het aantal deelnemers is, afhankelijk van de begeleider, wel beperkt tot zes of tien personen. Suggesties voor toekomstige themawandeingen zijn altijd welkom.

De activiteitenagenda wordt regelmatig aangevuld. Zo kan je ook alvast inschrijven op de jaarlijkse Italiaanse lunch die plaatsvindt op zondag 20 oktober en op de toplezing Giulio Cesare in Egitto (1724) die op donderdag 21 november wordt verzorgd door Prof. Em. Musicologie Ignace Bossuyt. Deze lezing vindt plaats op een unieke locatie. Clubleden van S.P.Q.R. kunnen zich nu al inschrijven via chris@spqr.be.

Palazzo Bonaparte opent als kunstcentrum voor het publiek

17 september 2019

De voorbije paar jaar werd het interieur van Palazzo Bonaparte, gelegen op de hoek van de Via del Corso en Piazza Venezia, in alle stilte gerestaureerd. Het enorme pand heet tegenwoordig eigenlijk Palazzo Misciatelli, maar wordt in de volksmond steevast Palazzo Bonaparte genoemd, vooral omdat anders geen mens weet welk gebouw wordt bedoeld.

Op zondag 6 oktober openen de deuren van Palazzo Bonaparte voor het publiek met de toptentoonstelling Impressionisti Segreti, die te zien zal zijn tot 8 maart 2020. Palazzo Bonaparte is niet te verwarren met Palazzo Primoli aan Piazza Ponte Umberto I, waar het Museo Napoleonico gevestigd is.

Eigenaar Generali Italia heeft het gebouw op de hoek van de Via del Corso en Piazza Venezia samen met Arthemisia ingericht als de eerste Valore Cultura van Rome. Dat is het meerjarenprogramma van Generali Italia dat de beste Italiaanse artistieke en culturele initiatieven steunt in de meeste Italiaanse regio’s. Sinds 2015 werden in het kader van Valore Cultura meer dan veertig tentoonstellingen georganiseerd in heel Italië.

De opening van Palazzo Bonaparte betekent minder goed nieuws voor het vlakbij gelegen Vittoriano: Arthemisia sloot met Generali alvast een contract om de komende drie jaar alle toptentoonstellingen die het organiseert te laten plaatsvinden in Palazzo Bonaparte. Wie de komende tentoonstelling zou missen, krijgt de eerstvolgende jaren dus ruimschoots de kans om eens kennis te maken met dit imposante gebouw.

Sinds 1972 is Palazzo Misciatelli/Bonaparte eigendom van verzekeringsmaatschappij Assitalia (later INA Assitalia) waarvan de activiteiten in 2013 volledig werden opgenomen in Generali Italia SpA. De naam Bonaparte op het dakgedeelte bleef doorheen de jaren tot vandaag bewaard. Het gebouw kreeg deze naam omdat Letizia Ramolino, de moeder van Napoleon Bonaparte, na de val van het Franse keizerrijk in dit gebouw ging wonen. Ze is er in 1836 ook gestorven.

In juli kon het publiek gedurende één dag reeds exclusief kennismaken met het gerenoveerde gebouw, maar vanaf 6 oktober is iedereen er welkom om een unieke collectie impressionisten te bewonderen. De ruim vijftig schilderijen komen uit vrijwel nooit eerder ontsloten privécollecties en de meeste doeken waren dan ook nooit eerder publiek te zien, vandaar de titel ‘Geheime impressionisten’. Bij de toppers bevindt zich werk van onder meer Monet, Renoir, Cézanne, Pissarro, Sisley, Caillebotte, Morisot, Gonzalès, Gauguin, Signac, Van Rysselberghe en Cross.

Het gerestaureerde Palazzo Bonaparte is op zichzelf natuurlijk ook een bezoek meer dan waard. Zowat 3.000 m² fraaie mozaïeken, schitterende fresco’s en stucwerk, samengebald in een barokke omgeving met renaissance-trekjes, ontworpen door Giovanni Antonio De Rossi. De architect heeft er twintig jaar aan gewerkt, van 1657 tot 1677. Een bezoek aan Palazzo Bonaparte is dan ook een ontdekking. Het begint al met het grote atrium, de trap en de fraaie vloer met het monument van Canova, die overigens ook de open haarden van de negen kamers ontwierp.

Als je vanaf Piazza Venezia in de richting van Via del Corso wandelt, zie je aan de linkerzijde, bij het begin van de Via del Plebiscito, de grote gevel van palazzo Doria Pamphili (ook Pamphilj) uit het midden van de achttiende eeuw, waarvan de gevel zich uitstrekt tot verderop in de Via del Corso (waar zich ook de hoofdingang bevindt). Rechts van dit paleis, en ervan gescheiden door de nogal sombere Vicolo Doria en de hoek vormend met de Via del Corso, bevindt zich het veel kleinere Palazzo Bonaparte.

De Vicolo Doria heette tot 1871 Via della Stufa, naar een openbaar bad dat zich hier bevond. In Vlaanderen sprak men tijdens de middeleeuwen ook van stedelijke ‘badstoven’. Paus Paulus IV (1555-1559) noemde het Laatste Oordeel in de Sixtijnse kapel een ‘stufato met naakten’. Vandaag verwijst stufato in het Italiaans naar een stoofpot, destijds zoals gezegd naar een openbaar bad, maar waarmee ook een bordeel werd omschreven.

Merk ook op dat het gelijkvloers van de enorme Romeinse paleizen zoals Doria Pamphili vaak gebruikt wordt als handelsruimte. Dat is vooral in Rome blijkbaar een oude en vertrouwde manier om dit soort ruimte in te vullen. We vragen ons af of die traditie teruggaat op de insulae, de woonkazernes van het klassieke Rome, waarvan het gelijkvloers ook een commerciële functie had.

Palazzo Bonaparte werd zoals verteld gebouwd door Giovanni Antonio De Rossi voor markies Giuseppe Benedetto. Het gebouw kwam achtereenvolgens in handen van de familie d’Aste, de familie Rinuccini en de familie Misciatelli. Het was in die tijd zeer rijk aan kunst. De Franse kardinaal Joseph Fesch kocht het gebouw van de familie Misciatelli en liet er zijn halfzus Maria Laetitia Ramolino (1751-1836) wonen, de moeder van Napoleon Bonaparte (1769-1821). Zij was namelijk verbannen uit Frankrijk na de Slag bij Waterloo in 1815 (in het latere België), waarbij haar zoon Napoleon het onderspit moest delven.

Ze woonde er vanaf de val van het Franse keizerrijk tot aan haar dood. Ondanks haar hoop om ooit terug te kunnen keren naar haar vaderland, stierf Laetitia in 1836 in Rome. Ze was de (groot)moeder van keizers, koningen en prinsen maar toch had ze zelf geen adellijke of keizerlijke status overgehouden aan het avontuur van haar zoon. Als Corsicaanse had ze ook nooit de moeite genomen om Frans te leren, ze sprak wel een beetje Italiaans. Kronieken uit die tijd beschrijven dat ze gewoonlijk met een treurig gezicht achter de jaloezieën van de loggia op de eerste verdieping naar de drukte op straat zat te kijken.

De Romeinse dialect-dichter Giuseppe Gioacchino Belli noemde haar ‘de moeder van de grote kolos, hangend op een sofa, geheel ineengeschrompeld, niet dikker dan een dijbeen’. Overigens kregen alle verbannen leden van de keizerlijke familie asiel van paus Pius VII die ondanks alles ogenschijnlijk geen wrok koesterde. Zo konden ook Lucien en Jerome Bonaparte en Lodewijk Napoleon, de voormalige koning van Holland, hun moeder gezelschap houden.

In aanwezigheid van Jerome en kardinaal Joseph Fesch, de fameuze halfoom van Napoleon, stierf de keizerin-moeder hier in Palazzo Bonaparte op 2 februari 1836, ze was 85 en nagenoeg blind. Terwijl het Romeinse carnaval in volle gang was, werd ‘madame mère Laetitia, de mater regum die vijf vorsten baarde’ (dixit Jeroen Brouwers) in alle stilte 200 m verderop begraven in de Santa Maria in Via Lata.

Kardinaal Fesch werd tijdens de Italiaanse veldtocht van 1796-1797 door Napoleon als politiek commissaris toegevoegd aan de Franse strijdmacht. Zijn optreden tijdens deze Italiaanse campagne was doorspekt met schandalen. Zo zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan plunderingen, vooral van schilderijen. De machtsovername van Napoleon in 1799 bood weer mogelijkheden voor de carrière van Fesch. In 1802 werd hij aartsbisschop van Lyon. In 1803 verhief Pius VII hem tot kardinaal-priester en werd hij de Franse gezant aan het pauselijk hof.

Een jaar later begeleidde Joseph Fesch de paus naar de kroning van Napoleon in Parijs. Op de avond van de kroningsdag voltrok Fesch tevens het huwelijk van Napoleon met Joséphine de Beauharnais. Fesch werd vervolgens nog grootaalmoezenier van het keizerrijk, graaf en senator. In 1806-1807 kwam Napoleon in aanvaring met de paus over een aantal politieke en religieuze kwesties. Fesch trachtte de twee tevergeefs met elkaar te verzoenen maar Napoleon betichtte de kardinaal van zwakte en o ndankbaarheid. In 1808-1809 werd de Kerkelijke Staat door Frankrijk geannexeerd.

Napoleon bood in dezelfde periode Fesch de aartsbisschopzetel van Parijs aan. Fesch bedankte echter voor de eer. Na de val van Napoleon keerde de kardinaal terug naar Rome en stierf er in 1839. Zijn fameuze schilderijenverzameling, die meer dan 20.000 doeken zou hebben geteld, is na zijn dood geleidelijk geveild.

Het drie verdiepingen tellende paleis heeft een behoorlijk elegante architectuur met gevelramen. Op de eerste verdieping bevindt zich een typisch uit die tijd overdekt balkon, één van de weinige nog overgebleven dergelijke balkons in Rome. In het atrium dat toegankelijk is vanaf de Via del Plebescito bevindt zich een gedenkplaat voor Maria Laetitia (Letizia) Ramolino.

Impressioniste Segreti
Van 6 oktober 2019 tot 8 maart 2020
Palazzo Bonaparte
Piazza Venezia 5, Rome
Boeking en informatie: +39 06 871 51 11

Tickets
Open tickets

Gratis wifi-netwerk in het Parco Archeologico del Colosseo

16 september 2019

Bezoekers kunnen voortaan nog meer genieten van het culturele erfgoed in het Parco Archeologico del Colosseo, het archeologische park in en rond het Colosseum, waartoe onder meer ook het Forum Romanum, de Palatijn en de Domus Aurea behoren.

In het gebied werden vier nieuwe gratis wifi-hotspots geactiveerd. Die bevinden zich aan de ingangen aan de Boog van Titus en Largo della Salara Vecchia en in het Colosseum. Gebruikers krijgen toegang tot het netwerk via een speciale app en krijgen dan niet alleen extra informatie over de archeologische bezienswaardigheden, maar kunnen ook gebruik maken van hun eigen digitale diensten en sociale media.

Het systeem werd vorig jaar getest en is nu volledig operationeel. De technologische infrastructuur (een 5 GHz draadloze backbone en hotspots voor wifi-distributie met een capaciteit van 300 MB per seconde) is aangelegd door Telespazio, een joint venture tussen Leonardo en Thales, met de steun van partner Noixa.

parcocolosseo.it

Kom lunchen bij S.P.Q.R. en maak kennis met andere Rome- en Italiëliefhebbers

15 september 2019

S.P.Q.R. nodigt je ook dit jaar uit voor een fantastische Italiaanse lunch. Een topkok stelde net als de vorige jaren andermaal een zeer fraaie menu samen (zie hierna) en al die lekkernijen presenteren we jullie graag in de vorm van een overheerlijk driedelig buffet op zondag 20 oktober om 12 uur. Onze reputatie indachtig zorgen we uiteraard ook voor enkele lekkere Italiaanse wijnen. Locatie: zaal Sint Geertrui – Sint-Geertruiabdij 6, 3000 Leuven (Halfmaartstraat, zijstraat Mechelsestraat) Een routeplan vind je hier. OPGELET: geen toegang zonder voorinschrijving!

Dit gezellige culinaire evenement, waar je andere Rome- en Italiëliefhebbers kan ontmoeten en ongetwijfeld nieuwe vrienden en vriendinnen kan maken, is immers zoveel meer dan alleen maar een lunch. De uitgebreide waaier aan Italiaanse gerechten bezorgt je ongetwijfeld (opnieuw) een vakantiegevoel.

Dit lekkers krijg je in opeenvolgende buffetten aangeboden:

  • Antipasti-schotel met aangepaste garnituren, vegetarische pastasalade, carpaccio van tomaat met tapenade van zwarte olijven en broodcroutons met ansjovisboter, tagliata van runderhaas met ruccola en parmezaan, burrata met basilicumpesto, courgettesoep met kruidenkaas en saffraan.
  • Cannelloni di carne, lasagne al funghi misti, zalm met broccoli, ricotta, spinazie en limoensausje, vegetarische balletjes in een kruidige groentensaus, konijnragout met fijne groentjes, aardappelen uit de oven, penne pasta, patate gratinate alle erbe aromatiche, brood en boter.
  • Sorbet (verschillende smaken), panna cotta van vanillebourbon, citroen-ricottataart en fruitsalade.

Alleen je drankjes zijn niet inbegrepen in de prijs.

  • Kostprijs voor S.P.Q.R.-leden: 40 euro per volwassene
  • Kostprijs voor niet-leden : 45 euro per volwassene
  • Kinderen jonger dan 12 jaar betalen op basis van hun leeftijd (bv. 11 jaar = 11 euro; 7 jaar = 7 euro, …

Vooraf inschrijven is verplicht bij chris@spqr.be met vermelding van het aantal personen (en hun naam), of jullie clublid zijn of geen lid, en bij de kinderen, hun leeftijd.

Je betaling op rekeningnummer BE58 6528 3976 7579 op naam van SPQR Events in 3000 Leuven geldt als bewijs van inschrijving. Afsluiting van de inschrijvingen en stortingen: 13 oktober 2019. Wees er zeer snel bij, want het aantal plaatsen is beperkt.

Kom genieten van dit zeer gezellige samenzijn en maak in een ontspannen sfeer kennis met andere Rome- en Italiëliefhebbers. Heel graag tot dan! Voor meer info : e-mail: chris@spqr.be.

De San Lorenzo in Miranda op het Forum Romanum

14 september 2019

We bezoeken vandaag één van de meest intrigerende monumenten van het Forum Romanum: langs de Via Sacra zie je op een hoog podium de recent gerestaureerde tempel van Antoninus Pius en zijn vrouw Faustina de Oudere, met daarin de kerk San Lorenzo in Miranda, die vermoedelijk vanaf de zevende eeuw en in latere eeuwen in de tempel is gebouwd en herbouwd. Dat in en op heidense tempels kerken werden gebouwd, is een bekend gegeven, maar hier geeft het uitzicht dat je vanuit de kerk doorheen de 17 m hoge zuilen over het Forum Romanum krijgt, een bevreemdend effect. Bij valavond is het unieke uitzicht op het verlichte Forum zelfs een welhaast magische ervaring.

mira22

Titus Aurelius Antoninus Pius, die geadopteerd werd door Hadrianus en hem opvolgde, heerste 23 jaar in rust en gematigdheid over het immense Romeinse rijk. De Senaat verleende hem de titel Pius, de rechtschapene. Omstreeks 110 trouwde hij met Annia Galeria Faustina die toen tien jaar was, het huwelijk zou standhouden tot de dood van Faustina in 141. Na haar dood verhief Antoninus Pius zijn vrouw ondanks haar schandalig gedrag tot godin. De Senaat liet in hetzelfde jaar een tempel bouwen, gewijd aan de vergoddelijke Faustina. Op de architraaf staan de letters: DIVAE FAVSTINAE EX S C.

Volgens de door Antoninus ingestelde huwelijksrituelen moesten verloofden in deze tempel voor het altaar van de goddelijke Faustina komen bidden opdat hun huwelijk steeds de voorbeeldige ‘concordia’ van het keizerlijke paar zou mogen naleven. De rechtschapen keizer had duidelijk gevoel voor ironie. Toen Antoninus zelf op 7 maart 161 stierf, besloot de senaat de tempel aan beide op te dragen, daarom werd op de architraaf een regel toegevoegd DIVO ANTONINO ET. De keizer werd begraven in het mausoleum van Hadrianus, de huidige Engelenburcht.

Op het hoge podium staan nog de fraaie 17 m hoge monolithische zuilen met Korinthische kapitelen van de voorhal. De zuilen werden gehakt uit zeldzaam cipollijns marmer afkomstig van het Griekse eiland Euboea. Bovenaan de schachten ziet men duidelijk de groeven die tijdens de late middeleeuwen aangebracht werden voor het bevestigen van de touwen bij een mislukte poging om de zuilen weg te halen.

mira21

Van de cella is alleen aan de zijkanten het bouwwerk uit peperino overgebleven. Oorspronkelijk waren ze met marmer bekleed, maar dat werd tijdens de zestiende eeuw geroofd. De gaten tonen de plaatsen waar de metalen fixatiehaken zaten. De fries met griffoenen en kroonkandelaars die het hoofdgestel op de rechter zijmuur siert, is een juweeltje.

Bij de tempel van Antoninus werd enkele decennia later een standbeeld opgericht voor Julia Domna, de vrouw van Septimus Severus, als ‘mater castrorum’. Deze titel had ze op 15 april 195 gekregen voor de rol die ze als ‘legermascotte’ speelde tijdens de veldtochten van haar man tegen de Parthen. Ook Faustina, de vrouw van Marcus Aurelius had, als eerste keizerin, deze titel ontvangen.

De transformatie van de cella van de tempel van Antoninus en Faustina tot kerk zou kunnen teruggaan tot de zevende-achtste eeuw, doch de eerste vermelding van het heiligdom dateert uit 1192. De kerk werd toegewijd aan de heilige Laurentius omdat men dacht dat hij hier op deze plaats ter dood veroordeeld was.

Het woord miranda zou kunnen verwijzen naar de prachtige dingen die hier te bewonderen vielen (mirare), of naar de naam van een weldoenster met de naam Miranda of naar de familienaam de Miranda. In de elfde eeuw zou hier ook een toren hebben gestaan met de naam Miranda. Omdat Miranda ‘de bewonderenswaardige’ betekent (het in 1948 ontdekte maantje van de planeet Uranus kreeg dezelfde naam) is het evengoed mogelijk dat de naam verwijst naar de ‘bewonderenswaardige’ resten van het Forum Romanum, waar de kerk middenin staat. We zullen het vermoedelijk nooit zeker weten.

mira19

Tijdens de middeleeuwen lag de San Lorenzo in Miranda temidden van de toenmalige medische wijk van Rome, zoals dat eeuwen eerder het Tibereiland was. Op 8 maart 1429 kende Paus Martinus V (Oddone Colonna) de kerk toe aan de Universitas Aromatorium Urbis of Università degli Speziali, de gilde van de ‘apothekers’. De ‘speziale’ verkocht geneeskrachtige kruiden en bereidde geneesmiddelen.

De paus kende de gilde privileges toe, zoals het administratief beheer en de eeuwige opbrengsten van de kerk. In ruil voor deze privileges moest de gilde een klein hospitaal bouwen (het beschikte over niet meer dan vier bedden) ten behoeve van minder fortuinlijke collega’s en de kosten van de kerkdiensten op zich nemen. De kerk is vandaag nog altijd eigendom van het Nobile Collegio Chimico Farmaceutico Universitas Aromatoriarum Urbis. Het collegio is ondertussen wel geëvolueerd van een apothekersgilde tot een hedendaagse instelling met een voornamelijk cultureel karakter.

Een eeuw later, in 1536, kwam Karel V op bezoek en gezien men keizer Karel ondanks zijn verantwoordelijkheid voor de moordende en verwoestende Sacco di Roma in 1527 toch een ‘antieke’ tocht op het Forum Romanum wilde aanbieden, besloot de paus dat er langs de route ook enkele mooie monumenten moesten staan om de gepaste sfeer te creëren.

mira1

Dus werd er beslist de tempel van Antoninus in zijn oude glorie te herstellen en de gevel van de San Lorenzo in Miranda, die de zes antieke zuilen omvatten, te verwijderen. De ‘storende’ elementen van de kerk die buiten de cella uitstaken, afgebroken. Verschillende kapellen, de apsis en de aanbouw tussen de zuilen gingen tegen de vlakte, evenals het hospitaal, de kantoren en het onderkomen van de kapelaan.

De kerk was toen anders georiënteerd, de apsis bevond zich op de plaats van de pronaos. Pas in 1602 kregen de apothekers een nieuwe gevel die wel de oude pronaos met de zes hoge zuilen vrijliet. Ook het interieur werd aangepast aan de heersende barok. In de loop der eeuwen was de site bedolven geraakt onder afval en toen de kerk vanaf 1602 werd heropgebouwd in barokstijl, bouwde men ze 6 m boven het oude niveau. De kerk ligt daarmee zelfs 12 m boven het straatniveau uit de oudheid. Bij de heropbouw staken de kapellen niet meer buiten de cella van de tempel uit, maar lagen ze aan de binnenkant ervan.

mira3

Deze toestand is gedeeltelijk het gevolg van de negentiende-eeuwse opgravingen door Giacomo Boni, waarbij men op zoek ging naar het oude Forum van Augustus en al wat erboven lag wegvoerde. Dit betekende het einde van het romantische Campo Vaccino, zo geliefd bij Poussin, Turner, en vele anderen. De bakstenen trap vooraan is modern, hij omvat het oude bakstenen sokkel van het vroegere brandaltaar. Het onderste deel van een marmeren beeld dat hier bij opgravingen gevonden werd, werd midden de pronaos geplaatst.

mira2

Van de vele schilderijen die de kerk sieren, is er één dat onze speciale aandacht verdient: De Onthoofding van Johannes De Doper. Het werk zou dateren uit de jaren rond 1607. Opvallend is het gebruik van het licht in de stijl van Caravaggio. Het doek zat onder een dikke laag vuil en was daardoor bijna onleesbaar geworden, maar na restauratie werd duidelijk dat het hier een cruciaal werk uit de late zestiende of vroege zeventiende eeuw in Rome betreft.

Het doek is waarschijnlijk van ‘Vlaamse’ makelij. Van alle schilders die actief waren in deze periode in Rome en Napels ziet men een zekere verwantschap met Rinaldo Fiammingo, de geïtalianiseerde naam van de uit Brussel afkomstige Aert Mytens of Arnold Mijtens of Arnold Mytens (1541-1602). Zijn sterfdatum valt echter minder goed te rijmen met de datum waarop het voormelde schilderij zou gemaakt zijn, maar vergissingen in namen en data waren in die tijd zeker niet uitgesloten. Het lijkt in ieder geval om dezelfde kunstenaar te gaan.

Het klare barokinterieur bevat nog enkele andere mooie werken zoals in de eerste kapel links de ‘Madonna met Kind en heiligen’ van Domenichino (1581-1641). Het werk is helaas in slechte staat, wellicht door een mislukte restauratie in 1985. Boven het hoofdaltaar, een werk van da Cortona, hangt een ‘Heilige Laurentius naar het martelaarschap geleid’ door dezelfde meester.

In de ruimtes onder de kerk is een museum ingericht met apothekersbenodigdheden, waaronder een groot aantal potten en vijzels. Het Nobile Collegio beschikt ook over een bibliotheek. Die bestaat uit 3.000 monografieën en 250 zeldzame stukken, waarvan sommigen alleen in deze bibliotheek aanwezig zijn. Het gaat voornamelijk om wetenschappelijke teksten over farmacie, geneeskunde, chemie en de geschiedenis van de gezondheidszorg.

mira17

Net naast de tempel/kerk, langs het pad in de richting van het Colosseum, ligt een tijdens de negentiende eeuw opgegraven begraafplaats of sepulcretum uit de ijzertijd (tiende tot achtste eeuw v. Chr.). Deze plaats dateert dus van vóór de mytische stichting van Rome. In 2007 werd deze necropolis echter met een beschermende zandlaag afgedekt en is ze dus niet meer zichtbaar.

De langwerpige graszoden tonen (of liever toonden) de plaats waar de zowat veertig graven uit de ijzertijd werden gevonden. Men neemt aan dat deze necropolis nog gebruikt werd ten tijde van het Palatijnse Rome, gezien er in de Oudheid een voorschrift bestond dat het begraven binnen het bewoonde gebied verbood. De bewoners van de Palatijn gebruikten deze plaats in het toen nog onbewoonde dal waar zich later het Forum Romanum zou situeren.

Merkwaardig is dat er twee types van graven zijn, deze met teraardebestelling en deze met asurnen. We weten dat de metgezellen van Romulus, die zonder vrouwen waren, de jonge meisjes van hun buurvolk, de Sabijnen, ontvoerden, waarna beide stammen zich verenigden. Wellicht verklaart dit de twee types: de Latijnen die hun doden cremeerden en de Sabijnen die hun overledenen liever begroeven.,

Net voorbij de necropolis (nog steeds richting Colosseum) bevinden zich aan dezelfde kant van het pad, de resten van tien kleine onderaardse kamers van een verdwenen privéwoning. Ze liggen aan weerszijden van een ooit overwelfde gang, die onderaards was ten opzichte van het niveau van de Via Sacra ten tijde van Augustus. Deze kamertjes werden lange tijd beschouwd als deel uitmakend van een lupanar of bordeel, in werkelijkheid zouden het dienstruimtes zijn geweest van een woonhuis. Misschien dienden ze voor de huisvesting van de slaven gezien ze overeenstemmen met de kamers die teruggevonden werden onder het huis van Marcus Aemilius Scaurus, recht tegenover de Titusboog aan de zijde van het Forum.

De San Lorenzo in Miranda is niet toegankelijk via het Forum, de huidige ingang van de kerk bevindt zich in de Via in Miranda op nummer 10.

De kerk is niet vrij toegankelijk maar kan op aanvraag worden bezocht.

Telefoon: +39 06 6792123
Fax: +39 06 6792690
Website: www.nobilecollegio.it
E-mail: nobilecollegio@gmail.com

Online boeking: voor bezoeken: visite@nobilecollegio.it

Praktische informatie

Dit artikel is een bijdrage van
clublid ANN DE LATTER

Opnieuw acties tegen illegale en te grote terrasjes in Rome

13 september 2019

Er woedt in Rome al jaren een strijd tussen de horeca-uitbaters en de (opeenvolgende) stadsbesturen. Inzet: de plaatsruimte die een terrasje mag innemen. Er bestaat in Rome al vele jaren een terrasreglement maar dat werd ook al vele jaren niet of amper toegepast. Tot één van de vorige stadsbesturen besliste dat het genoeg was geweest. Terwijl politiediensten in opdracht van het stadsbestuur probeerden om de wet toe te passen, deden de terrasuitbaters er alles aan om die te ontwijken. Een tijd geleden werd het reglement nog eens aangescherpt en de jongste maanden worden de acties weer opgedreven. Een recente controle bij zeventien horecazaken in de Joodse wijk leverde vorige week meer dan 100.000 euro aan boetes op.

Tot enkele jaren geleden was het bijvoorbeeld op Piazza Navona de gewoonte dat terrassen minstens dubbel zo groot waren dan eigenlijk mocht. Doorgaans namen ze ook een aanzienlijk deel van de rijstrook in. Overtredingen, als die al werden vastgesteld, werden oogluikend toegestaan. Ooit slaagde een stadsbestuur erin een volledig nieuw terrasreglement op te stellen, maar treuzelde vervolgens tot aan de eerstkomende verkiezingen om het goed te keuren. Het volgende stadsbestuur noemde het ontwerp prutswerk en besliste de situatie opnieuw te bestuderen.

Het vorige en na hen het huidige stadsbestuur hebben wel werk gemaakt van een vernieuwd en strenger terrasreglement. Op drukke plaatsen zoals Piazza Navona en Piazza della Rotonda en vele andere in Rome is de jongste jaren wel degelijk ingegrepen. Eenvoudig was dat niet en het verzet vanuit de horecasector was hevig.

Maar de uitbaters hebben na vele duizenden euro’s aan boetes en inbeslagnames van terrasmeubilair hun lesje uiteindelijk geleerd. Op de drukke toeristische plaatsen kijkt men tegenwoordig wel uit met extra of illegaal geplaatste tafeltjes, want het toezicht is er automatisch ook veel groter. Terwijl vroeger het geld zodanig binnenstroomde dat een boete al eens met de glimlach kon worden betaald, is de situatie vandaag ook helemaal anders. Ook in Rome is het voor velen hard werken om te overleven en het einde van de maand te halen.

Anders is het gesteld met de terrasjes in kleinere steegjes en op minder druk bezochte plekjes. Ook die zijn natuurlijk gereglementeerd en mogen slechts een strikt afgebakend deel van het publieke terrein innemen. Jarenlang controleerde ook hier niemand of dat wel wordt nageleefd. Het stadsbestuur greep enkele jaren geleden een eerste keer in toen steeds meer inwoners klacht indienden omdat hun straat amper toegankelijk was, dat ze er als voetganger nauwelijks nog konden passeren of omdat de tafeltjes tot ’s nachts voor hun deur stonden.

Na het opvoeren van de controles concludeerde het stadsbestuur wat iedereen al lang wist: ook in de kleinere straatjes overschreden bars en restaurants ruimschoots de hen toebedeelde terrasruimte. Het rapport maakte melding van “een wildgroei aan terrastafels”. Sommige zaken plaatsten volgens controleurs “vier keer zoveel tafels dan toegelaten”. Al is dat enigszins te relativeren. Op vele plekken mag een uitbater slechts één of twee tafeltjes buiten zetten. Als hij er daar een paar naast zet, en aan de overzijde van de straat nog een paar, heb je er al gauw drie of vier keer zoveel. Maar het mocht natuurlijk niet.

Het huidige stadsbestuur greep ook hier in. Voor sommige straatjes wordt zelfs helemaal geen terrasvergunning meer afgeleverd. Het stadsbestuur verwijst tegenwoordig steeds vaker naar het strenge veiligheidsreglement om acties uit te voeren en zo de uitbaters tot andere gedachten te brengen. Hardleerse horeca-uitbaters die zich dat niet aantrekken en toch tafeltjes plaatsen waar het niet mag of er teveel buitenzetten, riskeren zware boetes en de inbeslagname van hun meubilair. In het verleden is dat (op bescheiden schaal) ook allemaal al eens geprobeerd, maar die initiatieven vielen doorgaans al gauw stil. Ditmaal lijkt het menens.

De stad laat de jongste tijd om de twee weken een razzia uitvoeren in een bepaalde horecawijk. Het doelwit wordt bepaald door de verslagen die controleurs de dagen voordien binnenbrengen. Deze week was de Joodse wijk aan de beurt, meer bepaald het gebied vanaf de Via Arenula, de omgeving van de Via Santa Maria del Pianto en de Via del Portico d’Ottavia.

Zeventien restaurants in de buurt werden gecontroleerd. Er werden 38 overtredingen vastgesteld. Allemaal samen zullen de restauranthouders meer dan 100.000 euro aan boetes moeten betalen. Ook de kosten voor het verwijderen van tafels, stoelen en parasols zijn voor hun rekening. De factuur voor het aantal dagen dat hun materiaal in het een stadsmagazijn, in afwachting van de definitieve verbeurdverklaring, zullen ze eveneens toegestuurd krijgen. Het bedrag kan dus nog aardig oplopen.

Sabrina Alfonsi en Tatiana Campioni, voorzitter en raadslid van het departement Handel van het stadsbestuur verklaren dat de horeca-uitbaters in de Joodse wijk in totaal 245 m² onrechtmatig publiek domein innamen. Bij de actie in het voormalige getto werden 54 tafels, 187 stoelen, zeven parasols, 17 grote menuborden, enkele decoratiestukken zoals wijntonnen, bloembakken en ander kleiner materiaal in beslag genomen.

Recent probeerden een aantal uitbaters dergelijke inbeslagnames te vermijden door hun terrasmeubilair als eigendom te registreren bij een nauwelijks op te sporen buitenlands bedrijfje. De inbeslagname kon dan niet uitgevoerd worden worden omdat de controleurs in feite verwezen werden naar een spookfirma. Een aanpassing van de administratie heeft er echter voor gezorgd dat de betekening van de inbeslagname aan degene die op dat moment de zaak uitbaat of ze open houdt, voldoende is om alles mee te nemen. De eigenaar hoeft niet meer noodzakelijk aanwezig te zijn of op de hoogte worden gebracht.

Ondertussen hangt de restauranthouders in de Joodse wijk nog iets anders boven het hoofd. Er werd een nieuw wijkontwikkelingsplan opgesteld die “de stedelijke configuratie” van het vroegere getto aanzienlijk moet veranderen. In dat plan verdwijnen alle klassieke trottoirs. In de Via del Portico d’Ottavia is enkel nog een twee meter brede strook met terrastafels toegelaten.

De terrasjes mogen echter niet meer vlak tegen de muur staan, maar moeten een stuk verwijderd liggen van het restaurant. Tussen de terrassen en de zaak komt immers een brede voetgangersstrook. In het midden van de weg moet ten allen tijde 3,5 m ruimte openblijven voor voertuigen van hulpdiensten. De lokale vereniging van restauranthouders mag binnenkort tijdens de officiële presentatie van het plan zijn mening nog geven, maar er wordt gevreesd dat alles al grotendeels is vastgelegd.

Nederlandse stichting restaureert klokken van de Friezenkerk in Rome

12 september 2019

Op zondag 24 november worden de gerestaureerde klokken van de Santi Michele e Magno opnieuw in gebruik genomen. Voor het eerst in tientallen jaren zullen de klokken weer luiden in deze kerk die ook weleens de San Michele dei Frisoni wordt geheten en bij het Nederlandstalige publiek veel beter bekend is als de Friezenkerk of de kerk van de Friezen. Het houtwerk van de ophanging is vergaan en het luidmechanisme is in slechte staat, waardoor de klokken al lange tijd niet meer worden gebruikt. De weldoener in dit verhaal is een Nederlandse stichting.

Het restauratieproject werd inderdaad mogelijk dankzij een schenking van de Abe Bonnema stichting uit Leeuwarden. Abe Bonnema (1926-2001) was een Nederlandse architect die in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw een aantal markante kantoorgebouwen heeft ontworpen.

De klokkentoren van de Friezenkerk werd zowat dertig jaar geleden gerestaureerd. Maar toen dat project klaar was, bleek het ophangsysteem van de klokken onveilig en bleven de klokken alsnog buiten werking. De twee kleine bronzen klokken bevinden zich bovenaan de romaanse campanile aan de zuidkant van de kerk. Ze zijn gegoten in 1757 en 1768 door de broers Angelo en Felice Casini, in die tijd bekende klok- en geschutgieters die onder meer het Vaticaan als opdrachtgever hadden. De kleine klok heet Michele e Magno, de grote Maria. Ze dragen opschriften en versieringen.

In opdracht van de Stichting Vrienden van de Friezenkerk heeft klokkenexpert Sjoerd van Geuns, verbonden aan de Domtoren van Utrecht, een onderzoek naar de staat van de klokken uitgevoerd. Op basis hiervan is een restauratieplan gemaakt dat door de eigenaar van de kerk, het kapittel van de Sint-Pieter, is goedgekeurd. Vooraf werd de stabiliteit van de toren onderzocht en goed bevonden.

De klokken in de Friezenkerk zullen worden schoongemaakt en van nieuwe smeedijzeren klepels voorzien, terwijl de ophanging wordt vernieuwd. Oud materiaal wordt behouden of zorgvuldig vervangen, zodat de klokken weer op historische wijze kunnen luiden. Daarnaast komt er een eigentijdse elektronische installatie om de klokken automatisch aan te slaan. Het is de bedoeling om de gerestaureerde klokken op zondag 24 november feestelijk in gebruik te laten nemen door de weduwe van Abe Bonnema. Dat wordt ongetwijfeld een bijzondere dag.

De gespecialiseerde firma Trebino uit Genua zal de restauratie uitvoeren. Trebino is een oud familiebedrijf van klokkengieters en makers van toreninstallaties, dat werd opgericht in 1824. De onderneming is wereldvermaard voor haar klokkeninstallaties. In 1994 installeerde Trebino voor de klokken in de vier Vaticaanse basilieken (de San Pietro, de San Giovanni in Laterano, de San Paolo Fuori le Mura en de Santa Maria

Sinds 1987 is de oude kerk van de Friezen vlakbij de Sint-Pietersbasiliek in Rome in gebruik bij de Nederlandse gemeenschap. De kerk van Santi Michele e Magno (de heilige aartsengel Michael en de vroegchristelijke martelaar Magnus) is net als in de vroege middeleeuwen een geliefd trefpunt van gelovigen, pelgrims, toeristen en nieuwsgierige passanten uit Nederland. Duizenden bezoekers ontdekken elk jaar de Nederlandse kerk in Rome.

De kerk bevindt zich aan de Borgo Santo Spirito 21/41, vlak naast het Sint-Pietersplein. In de praktijk blijkt de Friezenkerk soms toch een beetje moeilijk te vinden. Dat komt omdat het gebouw volledig verstopt ligt achter de huizen van de Borgo Santo Spirito. Je moet dus eigenlijk niet naar een kerk zoeken, maar naar een trap. Die trap begint op amper twintig meter van Bernini’s zuilengang die het Sint-Pietersplein omsluit. Als je de trap oploopt sla je linksaf. Dan sta je in de kerk. In tegenstelling tot de kerk Sint-Juliaan-der-Vlamingen (de San Giuliano dei Fiamminghi) is deze kerk geen eigendom van een gemeenschap of stichting, maar behoort ze tot het Vaticaanse patrimonium.

Ruim 1300 jaar geleden werd Willibrordus benoemd tot aartsbisschop van de Friezen, in die tijd een verzamelnaam voor alle bewoners langs de Noordzee, van Vlaanderen tot Denemarken, de zogenaamde Zeven Friese Zeelanden. De kerk van de Friezen is in Rome het enige bestaande gebouw dat nog rechtstreeks herinnert aan de scholae, de pelgrimskerken van verschillende volken, bij het graf van Petrus.

Sinds 1990 is het de ‘nationale’ kerk van Nederland in Rome. Vóór 1990 was dat de Santa Maria dell’Anima, die echter gedeeld werd met Duitsland en Oostenrijk. In 1990 wist mgr. Martinus Muskens (1935-2013), die in 1994 bisschop van Breda zou worden, maar op dat moment de rector van het Nederlands College in Rome was, de oude band tussen de Santi Michele e Magno en Nederland te herstellen.

Toen er een pestepidemie uitbrak liet paus Gregorius de Grote (590-604) een smeekprocessie houden, die vanuit de Santa Maria Maggiore vertrok in de richting van de Tiber. Op een gegeven moment zag hij boven het mausoleum van Hadrianus (de huidige Engelenburcht) de aartsengel Michaël verschijnen met een zwaard in de handen. De paus zag hoe de engel het zwaard terugstak in de schede ten teken dat aan de pestepidemie een einde was gekomen.

Uit dankbaarheid hebben de Romeinen toen rond het mausoleum van Hadrianus een negental Michaëlkerken gebouwd. Eén daarvan namen de Friezen in de achtste eeuw, zowat tweehonderd jaar later, in bezit als hun vestiging in Rome. Rondom de kerk bouwden de Friezen gastverblijven, een ziekenhuis en een kerkhof.

De scholae van de Friezen wordt genoemd bij de ontvangst van paus Leo III na zijn terugkeer in Rome in 799, bij de begroeting van Karel de Grote in 800, en door Lodewijk II in 844. In 845 verdedigden de Friezen samen met de inwoners van de andere scholae de Sint-Pieter en bijbehorende wijk tegen de inval van de Saracenen, helaas werden de scholae geplunderd. Kort daarna werd de wijk door een muur omgeven, waarvan nog altijd resten te zien zijn.

Het complex werd in 1084 verwoest door de Noormannen, maar vanaf 1141 herrees de kerk, groter en mooier dan de eerste kerk geweest moet zijn. Het was een romaans bouwwerk, met oude zuilen, en een fraaie klokkentoren. Die klokkentoren bestaat nog steeds, maar het kerkgebouw zelf ziet er nu heel anders uit dan toen het gebouwd werd.

In de achttiende en de negentiende eeuw werd het interieur zo ingrijpend gewijzigd, dat alleen kleine details die ouderdom nog verraden. Zo zijn er bijvoorbeeld twee fragmenten van een grafplaat voor een zekere Hebus, een Friese ridder die in 1004 in Rome op negentigjarige leeftijd overleed. Van het oude, originele kerkje dat bij de kleine nederzetting van weleer hoorde is niets teruggevonden. Het moet volledig verwoest zijn door oorlogsgeweld.

San Michele kreeg later gezelschap van San Magno, een zuid-Italiaanse bisschop uit de derde eeuw, wiens gebeente de Friezen tijdens een veldtocht tegen de Saracenen hadden ontdekt en naar Nederland wilden brengen. Paus Leo IV hield dat echter tegen en de relieken bleven uiteindelijk in Rome waarna de kerk zijn dubbele naam kreeg. In 1989, het herdenkingsjaar van de heilige Willibrordus (658-739, afkomstig uit Northumbrië), de aartsbisschop van de Friezen, kreeg het complex zijn oorspronkelijke bestemming als ontmoetingsplaats voor de pelgrims uit het noorden terug.

Boven het hoogaltaar hangt een afbeelding van de aartsengel Michaël die verschijnt aan Gregorius de Grote en bisschop Magnus; aan de zijkant sterven mensen aan de pest. Links van de absis bevindt zich een steen die Helena (de moeder van keizer Constantijn) zou hebben meegebracht uit het Heilige Land. Het zou volgens de overlevering de steen zijn waarop Abraham zijn zoon Isaac legde om hem aan God te offeren.

In de crypte vindt men resten van de vroeg-christelijke kerk. Links van het hoogaltaar bevindt zich de kapel boven de Heilige Trap. Aan de straatzijde, dus in de Borgo Santo Spirito (dat is de naam van de straat die naar de Tiber leidt) is er op nr. 14 ook een toegang naar deze ‘Scala Santa’.

Bijzonder is het altaar, dat dateert van omstreeks 90 na Chr. en toen een onderdeel vormde van een grote heidense graftombe. In de voorzijde van het altaarblok staat de tekst gegraveerd: “Dit is de steen waarop de Maagd Maria eertijds, volgens gebruik van de Hebreëen, in de tempel haar zoon heeft opgedragen”. Deze steen en zou eveneens door Helena in de vierde eeuw vanuit Jeruzalem naar Rome zijn gebracht.

Het is niet onmogelijk dat deze stenen vroeger gebruikt werden voor aanschouwelijk godsdienstonderricht. Uiteindelijk wist men niet beter of men had met originele voorwerpen te maken en vormden zij de voor kerken begeerde objecten om pelgrims aan te trekken. Vanaf de veertiende of vijftiende eeuw werden beide marmerblokken bewaard in het Jacobuskerkje, gelegen halfweg tussen de Sint-Pieter en de Tiber. Door de aanleg van de Via della Conciliazione werd dit kerkje aan het eind van de jaren dertig afgebroken.

De Friezenkerk is gebouwd tegen de Gianicolo of Janiculusheuvel. Dankzij deze unieke ligging is zij bewaard gebleven toen in de zestiende eeuw alle gebouwen die onder aan de heuvel stonden werden gesloopt voor de bouw van de Sint-Pietersbasiliek. Toen werd de kerk een satellietkerk van de Sint-Pieter, waar de Cappella Giulia repeteerde, en waar verschillende Broederschappen, al of niet met de Sint-Pieter verbonden, hun thuis vonden. De kerk behoort zoals verteld tot de extra-territoriale bezittingen van het Vaticaan.

De enige Broederschap die nu nog van de kerk gebruik maakt en die haar namens het Kapittel van de Sint-Pieter in juridisch eigendom heeft, is de Aartsbroederschap van het Heilig Sacrament, bestaande uit broeders die allen op een of andere manier in de Fabbrica van de Sint-Pieter werkzaam zijn of zijn geweest en die regelmatig de plechtigheden in de basiliek opluisteren. De kerk staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

De Kerk van de Friezen kent door haar ouderdom echter heel wat bouwtechnische problemen. Een Nederlandse Stichting met zetel in Hilversum, de Vrienden van de Kerk der Friezen, houdt zich reeds lange tijd bezig met het inzamelen van giften, die van mei 2008 tot november 2009 een belangrijke restauratiefase van de kerk mogelijk maakten. Ondanks die vele inspanningen is het onderhoud van de Friezenkerk een proces dat nooit stopt, iets wat wel voor meer monumentale gebouwen in Rome opgaat.

Tussen 1998 en 2003 werd tijdens een historisch onderzoek van de kerk ontdekt dat een aantal reeds bestaande scheuren in bepaalde muren waren vergroot. Diepgaand onderzoek naar de stabiliteit van de kerk door ir. Leonardo della Chiaie toonde aan dat er ongebruikelijke ‘bewegingen’ waren gebeurd in het kerkgebouw. Ze waren het grootst rond het jaar 2000.

De ingenieur vermoedde toen dat de oorzaak van de scheuringen te wijten was aan de aanleg van de grote parkeergarage in de voet van de Gianicoloheuvel, vlakbij Vaticaanstad. Daardoor is de vochthuishouding in de bodem onder de kerk veranderd en dat zou hebben gezorgd voor de bewegingen. Metingen hebben echter aangetoond dat de bewegingen tegenwoordig vrijwel verdwenen zijn, ze hebben hetzelfde patroon gevolgd als de omliggende gebouwen.

De sacristie is als nieuw uit de restauratie te voorschijn gekomen. Hier is één van de twaalfde-eeuwse Romaanse zuilen, die tijdens een restauratie in de achttiende eeuw allemaal in de muren en pilasters waren weggewerkt, in volle lengte opnieuw zichtbaar gemaakt. Er is een houten entresol (via een trap te bereiken) aangebracht, waardoor meer opbergruimte is gecreëerd. Tevens werd een middeleeuws deurgat ontdekt uit de tijd van de bouw van de kerk, door de restaurateurs voorzien van een ijzeren sierhek, dat voortaan toegang verleent tot een nieuwe ruimte met tongewelf.

Deze ruimte naast de Memoriekapel heeft altijd al bestaan, maar was afgesloten omdat zij tot honderd jaar geleden functioneerde als verzamelgraf voor leden van de Broederschap. De beenderen zijn allemaal verzameld en met piëteit naar een ander verzamelgraf overgebracht. De ruimte is geheel gebruiksklaar gemaakt. Er hangt een devotielamp die aangeeft dat zich onder de vloer nog steeds stoffelijke resten bevinden. Een poortje links in dit coemeterium, eveneens bij de laatste restauratie ontdekt, geeft toegang tot een smalle bergruimte. Archeologisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat deze ruimte een deel van een Romeinse cisterne is geweest.

De meest opzienbarende vondsten gebeurden in deze Memoriekapel. Toen de zich daarin bevindende cementvloer werd opengehakt kwam daaronder een vloer te voorschijn van opus spicatum, kleine steentjes gelegd in visgraatmotief. Dit was een wijze van vloerleggen die in de Romeinse tijd gebruikelijk was. De vloer die in de Friezenkerk werd gevonden dateert vermoedelijk uit de laat-Romeinse tijd, al stellen sommigen dat de vloer eigenlijk veel dieper zou moeten liggen en niet min of meer op gelijk niveau met de vloer van de kerk.

Een tweede vondst in de Memoriekapel was een anoniem graf, gegraven doorheen de cementen vloer en de visgraatvloer. In dit graf zijn de stoffelijke resten gevonden van tenminste een zestal personen, vermoedelijk elders opgegraven en hier bijeen gebracht. Tussen deze beenderen werd een jacobsschelp ontdekt, eenzelfde soort schelp die je op oude afbeeldingen kan zien en die pelgrims op hun hoed of mantel droegen tijdens hun bedevaart naar Santiago de Compostella of een andere bedevaartsplaats. De schelp is dan ook van twee gaatjes voorzien, die dienden om er een draad doorheen te halen om hem op een kledingstuk te bevestigen.

Deze schelp wijst erop dat het om beenderen van pelgrims gaat. Uit welke tijd? Uit de middeleeuwen, de vroege of de late? Zijn zij van uitputting in Rome gestorven? Zijn het de stoffelijke resten van (belangrijke?) Friezen, die ooit vlak bij hun scholae begraven zijn en later in een verzamelgraf werden bijeen gelegd? Niemand die het antwoord op deze vragen zeker weet. De Friezenkerk herbergt ongetwijfeld nog heel wat raadsels. Probeer ze bij gelegenheid zeker eens te bezoeken.

www.friezenkerk.nl