Geld en economie bij de Romeinen

17 februari 2020

Koen Verboven geeft op woensdag 19 februari om 19.30 uur een lezing met als thema ‘Geld en economie bij de Romeinen’. De lezing wordt georganiseerd door UPV en Het Geuzenhuis, het ontmoetingscentrum voor vrijzinnig humanisten in Gent (Kantienberg 9 in 9000 Gent). De toegangsprijs bedraagt 3 euro (leden) of 5 euro (niet-leden). Er wordt gevraagd vooraf in te schrijven via deze link.

Geld en kapitaal spelen vandaag een cruciale rol in onze samenleving. Koen Verboven verduidelijkt de gang van zaken in het Romeinse rijk. Hoe zag kapitaal er toen uit? Welke rol speelde de staat of religie? Kende men krediet? Had iedereen toegang tot de economie? Kende Rome ook devaluaties en bankencrisissen? Welke remedies kenden zij? Koen Verboven is professor Oude Geschiedenis en Economische Geschiedenis aan de UGent.

Het Raffaello-jaar in Rome (update)

17 februari 2020

Gli Arazzi di Raffaello dal 17 al 23 febbraio 2020 eccezionalmente esposti nella Cappella Sistina.

Raffaello in mostra a Roma alle Scuderie del Quirinale dal 5 marzo al 2 giugno 2020.

Raffaello, gli incontri prima della mostra: a Palazzo Altemps dal 6 al 27 febbraio 2020 tre incontri gratuiti a tema.

Amore e Psiche: la Regia Calcografia traduce Raffaello, mostra gratuita a Roma dal7 aprile al 10 luglio 2020 all’Istituto Centrale per la Grafica.

Raffaello nella Domus Aurea. L’invenzione delle grottesche in mostra a Roma dal 24 marzo 2020 a gennaio 2021 nella Domus Aurea.

All’alba di Raffaello. La Pala dei Decemviri del Perugino in mostra nella Pinacoteca Vaticana dal 8 febbraio al 30 aprile 2020.

De stadsmuren van Rome tussen verleden en heden

16 februari 2020

De Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) geeft in samenwerking met het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) en de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen op woensdag 19 februari 2020 om 20 uur een lezing met als thema ‘De stadsmuren van Rome tussen verleden en heden’. De spreker van dienst is Jan Gadeyne en de lezing vindt plaats in de UA-Stadscampus, Rodestraat 14 (zaal R.004) in Antwerpen. De toegang is gratis.

Alhoewel de stadsmuren van Rome relatief goed bewaard zijn gebleven, zijn er weinig monumenten van de stad die op minder aandacht van de inwoners en toeristen kunnen rekenen dan deze unieke resten van de antieke stadsinfrastructuur. Dit is niet alleen het geval voor de archaïsch-republikeinse muur van de zesde en de vierde eeuw v. Chr., maar ook voor de Aureliaanse muur, de grootste muur die de stad ooit heeft gehad.

Alhoewel tot vandaag nog ongeveer twee derde van de muur bewaard is gebleven, zijn er weinig mensen die het de moeite vinden om het monument beter van nabij te leren kennen. Zelfs de inwoners van Rome zien de Aureliaanse muur meer als een hindernis dan als een getuige van de geschiedenis van de stad. En toch, al die verschillende materialen en bouwtechnieken die we vandaag in de muur kunnen zien, zijn evenveel snapshots van wat er in de laat-antieke, middeleeuwse, renaissance, barokke en moderne periodes van Rome gebeurd is.

De lezing gaat eerst kort over die andere muur: die uit de archaïsch-republikeinse periode, die minder goed bewaard is gebleven, maar waarvan de resten vandaag verweven zijn in het stadslandschap van de late negentiende – vroege twintigste eeuw. Daarna zal de Aureliaanse muur aan de beurt komen, waarvan kort de bouw en historiek worden belicht om dan over het verband tussen de muur en de stad erbinnen en erbuiten te praten.

Tenslotte gaat het over de interesse die de muur de jongste tijd weer mag genieten dankzij verschillende projecten die zowel buurtverenigingen als universiteiten voorstellen om de Aureliaanse muur een actieve plaats te geven in het dagelijkse leven van de Romeinen.

La Fornarina onderweg naar de Scuderie del Quirinale

15 februari 2020

We hebben al eerder verteld over de grote tentoonstelling over Raffaello die dit voorjaar van 5 maart tot 2 juni te bezoeken is in de Scuderie del Quirinale. De voorverkoop gaat sneller dan de hogesnelheidstrein Rome-Firenze en het is nu al duidelijk dat dit evenement één van de hoogtepunten in dit Raffaello-jaar zal worden.

Tot nog toe zijn in voorverkoop al liefst 50.000 tickets verkocht en dat hebben ze in de Scuderie del Quirinale nog nooit meegemaakt. Het is dit jaar precies 500 jaar geleden dat de beroemde kunstenaar stierf. De voorbereiding van de tentoonstelling is volop aan de gang.

Zoals bekend komen talrijke bruiklenen uit musea wereldwijd naar Rome, maar ook in de Eeuwige Stad zelf is behoorlijk wat werk van Rafaël te bewonderen. Een aantal doeken verhuizen eveneens tijdelijk naar de Scuderie del Quirinale. Die transporten zijn volop aan de gang.

Gespecialiseerde technici uit de verschillende musea maken soms van de gelegenheid gebruik om de kostbare kunstwerken gedurende enkele dagen te onderwerpen aan nieuwe wetenschappelijke onderzoeken. Dat gebeurde recent ook met het wereldberoemde bakkersmeisje van Rafaël.

La Fornarina is een schilderij dat doorgaans te bewonderen is op de eerste verdieping in Palazzo Barbarini. Het is een portret van Margherita of Margarita Luti, een bakkersdochter die de minnares van Rafaël was.

Over het verloop van haar leven is weinig geweten. Toen het schilderij in 1519 werd onthuld veroorzaakte de afbeelding van een vrouw met blote borsten nogal wat ophef.

Op haar armband staat de handtekening van Rafaël. Pas in 2001 kwam bij een restauratie en een röntgenanalyse van het doek opnieuw aan het licht dat de vrouw ook een robijnrode verlovings- of trouwring draagt. Die ring bleef bijna vijf eeuwen verborgen.

De geverfde ring heeft geleid tot heel wat speculaties over een mogelijke geheime verloving tussen Rafaël en zijn aanbeden model. Misschien was Rafaël niet alleen in het geheim met haar verloofd, maar zelfs getrouwd, dat komen we wellicht nooit te weten.

De relatie moest in ieder geval geheim blijven omdat Margherita als bakkermeisje van lage komaf was en Rafaël tot de elite behoorde. Een dergelijke relatie zou een schandaal betekend hebben en had hem zijn positie aan het pauselijke hof kunnen kosten.

Hun geheime liefdesaffaire moest ook tot elke prijs verborgen blijven omdat Rafaël reeds verloofd was en verondersteld werd om te trouwen met Maria Bibbiena, de nicht van zijn rijke en machine beschermheer, de Romeinse kardinaal Medici Bibbiena. De kunstschilder stelde dat huwelijk echter voortdurend uit en het is er uiteindelijk nooit van gekomen.

Rafaël hield er overigens meerdere maîtresses op na en vereeuwigde verschillende van hen ook in portretten, waarbij sommigen zelfs werden afgebeeld als de Madonna. Ook dat had een schandaal kunnen veroorzaken als dat toen bekend was geraakt.

Margherita Luti stond behalve voor La Fornarina met zekerheid ook model voor het werk La Donna Velata. Sommige kunsthistorici herkennen het gezicht van Luti echter ook in nog andere werken van Rafaël.

In Palazzo Barberini hebben experts en technici van het museum onder heel wat (inter)nationale mediabelangstelling het schilderij ontdaan van het beschermende glas en de lijst. Het uit de vergulde kader halen van het doek was het meest delicate moment van de hele operatie.

Er werd bovendien van de gelegenheid gebruik gemaakt om een gigapixel-opname van het doek te maken, een heldere en ultrascherpe foto met een superhoge resolutie, die details aan het licht kan brengen die onmogelijk met het menselijke oog te zien zijn.

Het doek werd vervolgens voorzichtig in een geklimatiseerde glazen doos geplaatst. Chiara Merucci, de chef van het technische labo van Palazzo Barberini, noemde ook die ingreep een spannend maar zeer delicaat moment.

Oude schilderijen hebben doorgaans niet zozeer te lijden van hitte of kou, maar zijn wel gevoelig voor temperatuurschommelingen. Door het kunstwerk voor de tijdelijke verhuis naar de tentoonstelling meteen in een speciale klimabox te plaatsen wordt dat vermeden.

Vooraleer de Fornarina Palazzo Barbarini verliet, gebeurde er nog een drie dagen durend speciaal technisch onderzoek. Het doek krijgt onder meer een speciale macroscan met röntgenfluorescentie.

Dankzij de hoge resolutiebeelden van de chemische elementen die deze ingreep zal opleveren, zullen onderzoekers in staat zijn de aard van de gebruikte pigmenten, de verftechniek en de staat van conservering te kennen. Het is een techniek die bij de vorige restauratie van het schilderij twintig jaar geleden nog niet bestond.

Merucci vertelt dat intussen ook al werd ontdekt dat de eerste schets van het schilderij met een rood potlood is gemaakt op populierenhout. In de eerste versie bevond zich ook een landschap op de achtergrond dat nadien door Rafaël werd vervangen door een mirtestruik en een tak van kweeperen, een symbool van vruchtbaarheid.

Dit gebeurde waarschijnlijk om het meisje op het doek nog meer in de kijker te plaatsen dan hij al deed met de geschilderde armband met daarop ‘Raphael Urbinas’. Of was het misschien een verborgen boodschap dat Luti de moeder van zijn kind zou worden…?

Naast de voormelde grote tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale vinden de komende maanden in Italië en Rome nog andere Rafaël-evenementen plaats.

Zo toont het Vaticaan de beroemde grote wandtapijten uit het Brusselse atelier van Pieter van Aelst, maar die werden ontworpen door Rafaël, gedurende één week, van 17 tot 23 februari, uitzonderlijk in de Sixtijnse Kapel. Dat is de plek waar de decoratieve tapijten oorspronkelijk hingen.

Raffaello
Van 5 maart tot 2 juni 2020
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16, Rome
www.scuderiequirinale.it

Nieuwe tentoonstelling in Rijksmuseum Amsterdam: Caravaggio-Bernini. Barok in Rome

14 februari 2020

In de Philipsvleugel van het Rijksmuseum in Amsterdam begint vandaag de nieuwe tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Barok in Rome. De tentoonstelling is elke dag te bezoeken van 9 tot 17 uur en dit tot en met 7 juni 2020. De expo vertelt het verhaal over het enorme artistieke elan in Rome en de radicale vernieuwingen in de kunst die zich ruwweg tussen 1600 en 1640 situeerde.

Op de tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Barok in Rome zijn ruim zeventig kunstwerken te zien van tijdgenoten van Caravaggio en Bernini en uiteraard ook een aantal werken van de twee beroemde meesters zelf. De schilderijen en beeldhouwwerken zijn afkomstig uit internationale musea en uit particuliere collecties.

In de eerste decennia van de zeventiende eeuw  schudde een nieuwe generatie ambitieuze kunstenaars, aangevoerd door de briljante schilder Caravaggio en de geniale beeldhouwer Bernini, de enigszins ingedutte Eeuwige Stad Rome wakker. Zij introduceerden een nieuwe kunsttaal, waarbij niet langer elegantie de norm was, maar het oproepen van emoties centraal stond: de barok.

Theatrale kunst met drama, dynamiek en bravura. Een kunst waarbij schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur innig samenwerkten. Een revolutie in de westerse kunst, die in Rome begon en in heel Europa zijn sporen naliet. Het is echter ook de kunst die aan Nederland voorbijging, de joyeuze Italiaanse tegenhanger van de ingetogen en sobere cultuur van de protestantse zeventiende eeuw.

De Romeinse barok bracht een artistieke revolutie mee die in heel rooms-katholiek Europa werd gevoeld. Gangmakers waren de schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) en de beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Rond deze twee genieën schaarden zich veel andere artistieke talenten.

Rome was in de eerste decennia van de zeventiende eeuw op artistiek vlak ‘booming’. De Eeuwige Stad werd in korte tijd een internationale snelkookpan vol nieuwe artistieke ideeën en initiatieven. Dit bruisende klimaat vormde de voedingsbodem voor een nieuwe stijl, die pas veel later de barok zou worden genoemd, naar het woord barocco voor de grillige vorm van een natuurlijke parel.

Bovendien trokken schilders en beeldhouwers meer dan ooit gezamenlijk op. De hoofdpersonen van de tentoonstelling (Caravaggio, Bernini en hun geestverwanten) belichamen deze artistieke verbroedering. Hun werken vertellen samen het verhaal over het enorme artistieke elan in Rome en de radicale vernieuwingen in de kunst, ruwweg tussen 1600 en 1640. De leidraad zijn de voornaamste termen uit het artistieke vocabulaire van die tijd, begrippen als verwondering (meraviglia), levendigheid (vivezza), beweging (moto), scherts (scherzo) of afschuw (terribilità).

De barok begint op het moment dat Caravaggio omstreeks 1600 in de Tiberstad furore maakte door zijn schilderijen met een volkomen nieuw, indringend naturalisme en een krachtig clair-obscur. Zijn radicale kunst zette een beweging in gang met vele volgelingen, later Caravaggisti genoemd, onder wie vader en dochter Gentileschi, Borgianni, Bartolomeo Manfredi, Guercino, Baglione en Mattia Preti maar ook Nederlanders als Ter Brugghen, Honthorst van Van Baburen.

Enkele jaren na Caravaggio’s dood in 1610, manifesteerde het multitalent Bernini zich met een reeks indrukwekkende en technisch virtuoze beelden vol beweging, dramatiek en natuurlijke levendigheid. Bernini gaf in de navolgende decennia met zijn sculptuur Caravaggio’s erfenis een nieuwe richting, die het aanzien van Rome compleet veranderde: zijn vernieuwingen zijn nog steeds voelbaar op tal van terreinen, van levensechte portretten tot imposante grafmonumenten, van gebeeldhouwde fonteinen tot kerkarchitectuur.

De hoogtepunten van de tentoonstelling in Amsterdam zijn Caravaggio’s betoverende Narcissus, Jongen gebeten door een hagedis, zijn Doornenkroning, en werken van Bernini, zoals zijn zelden getoonde jeugdwerk Bacchus, zijn ontroerende Sebastiaan, de buste van Medusa, maar ook rake marmeren portretten van Thomas Baker, kardinaal Richelieu, en een geschilderd Zelfportret.

Daarnaast worden schilderijen getoond van onder andere Ludovico en Annibale Carraci, Guido Reni, Giovanni Baglione, de Gentileschi’s, Nicolas Poussin, Simon Vouet, en de excentrieke Tanzio da Varallo. Beeldhouwwerken van Alessandro Algardi, waaronder zijn zwart-marmeren Sonno (Slaap), de dansende Rondinini Faun van de Romeinse Vlaming François du Quesnoy, en een nooit eerder getoond bronzen paard in volle draf van Francesco Mochi.

De tentoonstelling wordt vormgegeven door het in Amsterdam gevestigde bureau Formafantasma, bestaande uit het duo Simone Farresin en Andrea Trimarchi. Deze Italiaanse vormgevers hebben voor een elegante, ingetogen stijl gekozen die de barokke taal van de kunstwerken alle ruimte laat. Door subtiel kleur- en materiaalgebruik – onder meer door toepassing van Kvadrat-stoffen in warme tinten – wordt een eigentijdse omgeving gecreëerd voor de krachtige zeventiende-eeuwse kunst.

De tentoonstelling kwam tot stand in nauwe samenwerking met het Kunsthistorisches Museum in Wenen waar deze tentoonstelling reeds van 15 oktober 2019 tot 19 januari 2020 te zien was.

BAROK – ACHTERGROND

In de tentoonstelling staat vooral de opkomst van de barok centraal. Maar wat zijn belangrijke dingen die je moet weten over de vroege barok? De belangrijkste taak van kustenaars was om emoties (‘affetti’) op te roepen. Kunstenaars verleidden hun publiek met kunstwerken waar veel emotie in zit. Hiermee wilden ze dezelfde emotie oproepen bij de kijker en de (vaak religieuze) boodschap beter binnen laten komen.

De barok ging grotendeels aan Nederland voorbij omdat het te katholiek was. In het overwegend protestantse land vond de barok nauwelijks weerklank. Het zou te bombastisch, dramatisch of overdadig zijn.  De naam barok werd eerst gebruikt om grillige wilde parels te omschrijven. Pas in de late achttiende eeuw wordt ‘barok’ ook als naam voor de kunststroming gebruikt die in Rome omstreeks 1600 ontstond en in de zeventiende eeuw bijna heel Europa in haar ban kreeg.

De vroege barok was ook van invloed op het werk van Rembrandt en zijn tijdgenoten. Ondanks het protestantisme dat overheerste in de Nederlanden zijn de werken van meesters zoals de schilders Rubens, Rembrandt en beeldhouwer Quellinus ondenkbaar zonder hun barokke vakbroeders.

Voor het eerst gingen schilders, beeldhouwers en architecten nauw samenwerken. Zo ontstonden zogenoemde totaalkunstwerken waarbij bouwkunst, beeldhouwkunst en schilderkunst één grootse, theatrale eenheid vormen. De schilderkunst wordt veel naturalistischer en indringender Caravaggio was de meester van clair-obscur (licht-donker effecten) en de dramatische vertelling. Hij is meester van de essentie, van het alledaagse naturalisme en van de indringende boodschap, direct gericht op een schokeffect bij de kijker.

Daarnaast wordt ook steen voor het eerst echt “tot leven gebracht”. Bernini was de geniale alleskunner die de grenzen van de beeldhouwkunst tot het uiterste oprekte. Hij maakte het bijna schilderachtig, ‘levend’ en natuurlijker dan ooit. Bernini ontwierp ook gebouwen, fonteinen, meubels, toneeldecors, hij schilderde (vooral zichzelf) en schreef daarnaast gedichten en toneelstukken.

Rome is dé culturele plek to be in Europa aan het begin van de zeventien eeuw. Vanuit heel Europa kwamen kunstenaars naar de Eeuwige Stad. Ze werden aangetrokken door de resten van de Oudheid, het nieuwe elan van de katholieke kerk en de vernieuwende kunst van Caravaggio en Bernini. Bovendien kreeg het begrip ‘schoonheid’ een nieuwe betekenis: ook het lelijke en gruwelijke werd mooi gevonden. De invloedrijke dichter Giambattista Marino noemde dat horror va col diletto, het gruwelijke en het aangename gaan samen.

Luchtvaartmaatschappij Air Italy stopt activiteiten

13 februari 2020

De Italiaanse luchtvaartmaatschappij Air Italy houdt ermee op. Ongeveer 1.200 mensen verliezen hun job. De voornaamste reden voor de stopzetting van het bedrijf zijn de fors oplopende verliezen. Tot 25 februari 2020 worden de vluchten van Air Italy overgenomen en verzekerd door andere maatschappijen.

Air Italy maakte vorig jaar ongeveer 200 miljoen euro verlies, in 2018 ging het om 164 miljoen euro. De aandeelhouders van Air Italy zijn prins Aga Khan (51%) en Qatar Airways (49%).

Air Italy werd pas twee jaar geleden opgericht en was eigenlijk een doorstart van Meridiana. De budgetvlieger wilde een graantje meepikken na de problemen bij het slabakkende Alitalia, een ander zorgenkind van de Italiaanse luchtvaartsector. Het voortbestaan van Alitalia hangt nog altijd aan een zijden draadje.

Van Castellum tot Monasterium naar Castrum

13 februari 2020

Tongeren had in de Gallo-Romeinse tijd meer straten en dus meer bewoning dan tot nog toe werd aangenomen. Na het vertrek van de Romeinen groeide het middeleeuwse Tongeren pas weer vanaf de tiende eeuw, vanuit een ommuurde pre-stedelijke kern rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Dat gebeurde vooral onder invloed van Notger (ook wel Notker), de achttiende bisschop van Luik.

Tijdens de recente presentatie van de nieuwe monografie Van Castellum tot Monasterium naar Castrum van stadsarchivaris Steven Vandewal werd een nieuwe hypothese over de ontwikkeling van het middeleeuwse Tongeren naar voor gebracht. Het boek werd voorgesteld in de basiliek voor ongeveer 130 belangstellenden. De studie wordt uitgegeven door het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (KLGOG) in samenwerking met het Stadsarchief Tongeren.

Terwijl het Gallo-Romeinse Tongeren met naar schatting vijfduizend inwoners een behoorlijk grote stad was, was de stad in de tiende eeuw nog maar amper een hectare groot en telde het vermoedelijk niet meer dan 500 tot 600 inwoners. Die pre-stedelijke middeleeuwse kern situeerde zich rond de toen veel kleinere, nog Karolingische, Onze-Lieve-Vrouwkerk.

Dat gebied kreeg in de late tiende eeuw een ommuring. De grote middeleeuwse muur zou pas rond Tongeren komen vanaf 1240. De grote Romeinse muur uit de tweede eeuw en de kleinere Romeinse muur uit de vierde eeuw waren toen al in verval of reeds gedeeltelijk afgebroken om te dienen als bouwmateriaal.

Volgens Steven Vandewal werd in de negentiende eeuw gedacht dat die ommuring uit de tiende eeuw resten waren van een castellum, een Romeinse versterking rond de Romeinse basiliek. Die Romeinse basiliek is meer dan waarschijnlijk uitgegroeid tot de eerste kerk van de Lage Landen, de huidige Onze-Lieve-Vrouwbasiliek.

Dat gebouw werd in de eerste eeuwen na het vertrek van de Romeinen in het vrijwel verlaten Tongeren toch onderhouden en ze overleefde de tijd. Maar in het begin van de twintigste eeuw stelt deken en historicus Jan Paquay dat die muurresten uit de tiende eeuw niet Romeins zijn, maar de ommuring van een klooster. Geen castellum dus, maar een monasterium.

Na een nieuwe studie pleit Steven Vandewal nu toch voor een castrum. Volgens de archivaris was die muur een pre-stedelijke versterking. De kern van het toenmalige Tongeren was niet louter religieus. Het was een mix van religieuze en burgerlijke gebouwen. Er stond bijvoorbeeld ook een lakenhal.

Die versterkingswerken gebeurden volgens Vandewal op initiatief van de Luikse bisschop Notger (930-1008). Dat is zowat de beroemdste bisschop die het prinsbisdom ooit heeft gehad, de man die Luik groot maakte. Harde bewijzen heeft Steven Vandewal niet, wel aanwijzingen.

“Vier bisschoppen kregen jaarmissen in Tongeren. Eén van die vier was Notger. De drie andere kunnen gelinkt worden aan belangrijke bouwfases voor Tongeren dat immers bij Luik hoorde. Alleen Notger niet, maar hij staat wel in dat Tongerse obituarium (een jaargetijdenboek waarin een lijst werd bijgehouden van de doden die moesten herdacht worden door een religieuze gemeenschap) vermeld voor zo’n jaarmis.

Net in die periode laat Notger heel wat versterkingswerken uitvoeren, niet alleen in Luik en Maastricht, maar ook in andere Luikse steden als Fosses en Thuin. Het was een tijd dat veel soldaten doorheen het Luikse land trokken in een machtsstrijd om Lotharingen. Notger wilde ook Tongeren verdedigen en legde er meteen zijn claim op.

Tongeren was immers interessant. Het lag aan een belangrijke handelsweg, de oude heirbaan Bavay-Keulen. Tongeren had bovendien prestige, Romeins prestige nog wel. Lieten de bisschoppen van Maastricht, en nadien die van Luik, zich immers niet nog lang de bisschop van de Tungri noemen?

Omstreeks het jaar 1000, tijdens de ambtsperiode van Notger, werd ook de Sint-Niklaaskerk in Tongeren gebouwd. Die werd in 1818 afgebroken en stond waar nu het Stadhuisplein is. De heilige Nicolaas werd vanuit het Byzantijnse rijk eind tiende eeuw ook in het westen populair.

De bouw van de Tongerse Sint-Niklaaskerk linkt Vandewal aan de met de Duitse keizer getrouwde Theophanu (960-991), een Byzantijnse prinses die Notger goed gekend heeft. Zij was een (aangetrouwde) nicht van de Byzantijnse keizer Johannes I Tzimiskes. Op 14 april 972 huwde zij in de Sint-Pietersbasiliek in Rome met keizer Otto II en werd zo keizerin van het Heilige Roomse Rijk. Paus Johannes XIII verzorgde de huwelijksplechtigheid. Na de dood van Otto II werd Theophanu regentes voor haar zoon keizer Otto III.

Het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (KLGOG) van Tongeren werd opgericht in 1851. Het lag onder andere aan de oorsprong van de oprichting van het standbeeld van Ambiorix en in de jaren 1950 van de oprichting van het Gallo-Romeins Museum en het Moerenpoortmuseum.

Het KLGOG geeft ook jaarlijks publicaties uit, beheert een erfgoedbibliotheek, organiseert congressen en onderhoudt een voortdurende wetenschappelijke werking. Verschillende vrijwilligers en werkgroepen zijn actief bezig met verschillende thema’s.

Van Castellum tot Monasterium naar Castrum
Steven Vandewal
185 blz.
Uitgever: KLGOG / Stadsarchief Tongeren
Prijs: 35 euro
info@klgog.be
www.klgog.be

Nadenken over de toekomst van tumuli in Gutschoven en Vechmaal (Belgisch Limburg)

12 februari 2020

In Gutschoven en Vechmaal, deelgemeenten van Heers in de provincie Limburg (België) liggen twee Gallo-Romeinse grafheuvels of tumuli. Deze twee erfgoedrelicten zijn eigendom van de provincie Limburg. Beide zijn beschermd als monument en liggen in een beschermd dorpsgezicht.

De provincie Limburg wil de ontsluiting van de beide tumuli optimaliseren om meer publiek te bereiken. De creatieve ontsluiting moet eveneens rekening houden met natuur en cultuur, op basis van de voorwaarden van het Regionaal Landschap en Onroerend Erfgoed. De provincie Limburg wil daarom een participatief traject opzetten met alle betrokken partijen.

Dat moet leiden tot een projectdefinitie voor de uitwerking van een ontwerp voor de beide tumuli. Tijdens een recente workshop kregen inwoners en belanghebbenden de kans om mee na te denken over hoe het verhaal van deze beschermde grafheuvels kan worden verteld. Alle ideeën die naar voor kwamen worden nu verwerkt. Daarna gaat een ontwerper ermee aan de slag om de grafheuvels van Heers opnieuw op de kaart zet te zetten.

De tumuli van Gutschoven en Vechmaal behoren tot het collectieve geheugen van de inwoners van Heers. Hoewel ze oorspronkelijk opgericht waren als markante Romeinse grafmonumenten, lijken ze vandaag op te gaan in het Haspengouwse landschap. In 2019 besliste het Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed om een participatietraject op te starten dat moet leiden tot een nieuwe invulling voor de tumuli.

“Zonder erfgoed verliezen we onze identiteit en onze rijke Limburgse geschiedenis. Daarom is het belangrijk dat we samenwerken om deze grafheuvels te beschermen en ze weer relevant te maken. Het is echter belangrijk hiervoor een maatschappelijk draagvlak bij de bevolking te hebben”, verklaart provinciaal gedeputeerde van Erfgoed en Toerisme Igor Philtjens

Precies daarom organiseerde de provincie Limburg samen met ruimtelijk managementbureau PLOT en de gemeente Heers, recent een workshop in het administratief centrum. Belanghebbende organisaties, eigenaars, pachters, maar ook de dorpsbewoners kregen de kans om na te denken over de toekomst van de tumuli in Heers. Ongeveer veertig aanwezigen gaven tijdens de workshop hun mening en brachten creatieve ideeën aan om de tumuli van Vechmaal en Gutschoven te ontsluiten.

“Voor het verhaal dat we willen vertellen hebben we de hulp van de inwoners nodig. We willen weten wat er moet gebeuren om deze grafheuvels opnieuw tot leven te wekken. Hoe kun je deze tumuli consolideren, ontsluiten en toeristisch aantrekkelijk maken? De tumuli in Heers maken ook deel uit van een groter Romeins verhaal. Deze Gallo-Romeinse grafheuvels werden langs de heirbanen opgetrokken voor de grootgrondbezitters van het Civitas Tungrorum tussen het einde van de eerste eeuw en de derde eeuw van onze jaartelling. Ze vormen al eeuwen een baken in het landschap”, aldus Frank Geunes van PLOT.

Voor erfgoedconsulent Robert Nouwen is het essentieel om het sacrale karakter van de grafheuvels te bewaren. Ingrijpende maatregelen vernietigen de essentie van zo’n grafmonument. Je zou errond bijvoorbeeld wel een zichtas kunnen creëren en een erfgoedwandeling of -fietstocht uitstippelen. Gids Jos Vandebrouck vindt een uitkijktoren of platform voor een goed overzicht van de site ook een optie. Bezoekers kunnen ook gebruikmaken van digitale hulpmiddelen zoals QR-codes en geocaching.

Gemeenteraadslid Jan Leus vond dat je beter voor beleving kan zorgen. Volgens hem  is de tumulus in Gutschoven in de jaren ’80 van de vorige eeuw al volledig afgegraven.  “Het sacrale is hier verdwenen. Je zou de tumulus kunnen ophogen zodat het een echte blikvanger wordt die toeristen kunnen verkennen”, aldus het raadslid.

Uitnodiging – Rome, andere paden

11 februari 2020

Lezing door Marc Vandenbon

Woensdag 12 februari 2020 om 20 uur

In de lezing Rome, andere paden vertrekt de gepassioneerde Italiëliefhebber en auteur Marc Vandenbon vanuit tien belangrijke bezienswaardigheden in Rome om de bezoeker te wijzen op de verrassende dingen die eveneens in de onmiddellijke omgeving van deze toeristische hoogtepunten te zien zijn.

Jammer genoeg worden die door het grootste deel van de Romebezoekers niet opgemerkt. Wat valt er bijvoorbeeld nog te zien in de buurt van het Colosseum? Welk alternatief bestaat er voor de toeristenmarkt Campo de’Fiori? Moet je nu echt alle grote kerken bezoeken of zijn er leuke alternatieven?

Evengoed kan je de typische Romeinse straatjes nemen in plaats van drukke boulevards om van het ene hoogtepunt naar het andere te wandelen. En ondertussen oog hebben voor de talloze kleine fonteintjes en hippe winkeltjes. En nog zoveel meer…

PRAKTISCH

  • Woensdag 12 februari om 20 uur
  • Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven.
  • Klik hier voor het routeplan
  • De toegang is gratis, iedereen is welkom.

Zoals altijd: heel graag tot dan!

Het clubbestuur van S.P.Q.R.

Cinecittà brengt hulde aan Federico Fellini (1920-1993)

10 februari 2020

Het is precies honderd jaar geleden dat de beroemde Italiaanse filmregisseur Federico Fellini (1920-1993) werd geboren. Die verjaardag wordt uitgebreid herdacht in zijn geboortestad Rimini maar ook Rome, de stad waar hij woonde en werkte, zal dit jaar heel wat aandacht aan de filmmaker besteden.

In de filmstudio Cinecittà opende vorig weekend Felliniana – Ferretti sogna Fellini, een nieuwe permanente tentoonstelling die tot tenminste 31 december 2020 (en vermoedelijk veel langer) zal te zien zijn.

felliana

Federico Fellini wordt beschouwd als één van de markantste regisseurs van de twintigste eeuw. In zijn carrière kreeg hij vier keer een Oscar voor de beste buitenlandse film en ontving hij twaalf individuele nominaties.

In april wordt een tentoonstelling over Fellini gepland in Palazzo Venezia, maar in afwachting kunnen liefhebbers dus al terecht in Cinecittà. De nieuwe tentoonstelling Felliniana werd uitgebouwd in Palazzina Fellini op het terrein van de filmstudio Cinecittà aan de Via Tuscolana.

Ze draagt de onmiskenbare stempel van Dante Ferretti, de Oscarwinnende scenograaf die voor Federico Fellini één van de magische architecten en uitwerker van zijn visioenen was, een kunstenaar-ambachtsman die in staat was om Fellini’s dromen vorm te geven.

Maar ook Francesca Lo Schiavo is nadrukkelijk aanwezig, de echtgenote van Ferretti en eveneens een internationaal vermaarde decorbouwer die al zeven keer werd genomineerd voor een Oscar. Drie keer mocht ze het begeerde beeldje meenemen naar Rome.

Cinecittà was voor Fellini de plek waar hij zijn eigen universum kon uitbouwen. De regisseur kon zich uitleven in de filmstudio’s en op de indrukwekkende sets. Het waren voor hem droomruimtes waar hij zich kon onderdompelen in de eigen verbeelding.

Meer nog dan Rome zelf, was Cinecittà voor Fellini de ideale stad. De tentoonstelling in de filmstudio zelf laat ons kennismaken met die wondere wereld zoals de regisseur die heeft ervaren.

Cinecittà geeft met dit initiatief een prachtig postuum geschenk aan Fellini en aan de miljoenen mensen die zijn films bewonderen. Het is onbegonnen werk om te vertellen wat er allemaal te zien is, dit is één van die expo’s die je gewoon zelf moet beleven.

Aan de opbouw in Palazzina Fellini werd meer dan een half jaar intens gewerkt. De realisatie was in handen van het Istituto Luce-Cinecittà, de Cineteca di Bologna en de CSC-Cineteca Nazionale.

De tentoonstelling dompelt je onder in de verbeelding van Fellini en in de dromerige en suggestieve verhalen die tot leven werden gebracht door zijn vele filmtechnici op de filmset. Dante Ferretti is er daar slechts eentje van.

Alleen al de verzameling filmaffiches is de moeite van het bekijken waard, maar evenzeer krijg je het verhaal van Fellini’s Fiat 125, de auto waarmee de regisseur naar zijn werk in Cinecittà reed, vaak vergezeld door Dante Ferretti.

Het was ook met deze auto dat hij ’s nachts graag met zijn vrienden door de Romeinse straten dwaalde en waarin vaak gesprekken plaatsvonden en ideeën werden uitgewisseld tussen de regisseur en zijn vrienden-medewerkers.

Wie tegenwoordig Cinecittà bezoekt kan heel wat beleven (zie kaderstukje onderaan), maar de nieuwe tentoonstelling Felliniana is een kleine parel die de filmliefhebber zeker in dit Fellinijaar niet mag missen.

Het is een ode aan de filmwereld en aan één van de meest representatieve Italiaanse regisseurs, maar ook aan de vele arbeiders en decorbouwers die vaak het onmogelijke realiseerden op de filmset.

Cinecittà
Via Tuscolana 1055, Rome
Metrohalte A – Cinecittà
Tel. 06 722 932 69
visit@cinecittaluce.it

https://cinecittasimostra.it/

https://cinecittasimostra.it/orari-e-biglietteria/

De gloednieuwe tentoonstelling Felliniana maakt vanaf nu deel uit van het uitgebreide Cinecittà-circuit, de permanente tentoonstellingsroute die het publiek elke dag kan volgen in de Cinecittà filmstudios.

Deze route bestaat uit tentoonstellingen in en het bezoeken van enkele historische gebouwen zoals het legendarische Teatro 5 (enkel wanneer er geen opnames plaatsvinden) en het bezoek aan enkele oude filmsets en decors.

Daaronder het antieke Rome (uit de televisieserie Roma), het middeleeuwse Firenze (uit de Borgia’s), de nagebouwde tempel van Jeruzalem en zelfs het nagebouwde interieur van een duikboot.

En wist je dat het enorme waterbassin waarin in 1959 de zeeslag in Ben-Hur is opgenomen zich ook nog altijd op de terreinen van de filmstudio bevindt? Het was te groot en te kostbaar om te worden afgebroken en het is uiteindelijk al die jaren blijven staan. Deze en vele andere weetjes ontdek je tijdens een bezoek aan Cinecittà.