Vlaamse leraar in Romeinse toga bakt pannenkoeken in het Latijn

4 april 2020

Een leuk nieuwsje is zeker welkom in deze barre virustijden. Nicholas Van Laerhoven, een leraar Latijn van  het Sint-Martinuscollege in Overijse presenteert een originele online les voor zijn thuiszittende leerlingen. Gekleed in een Romeinse toga legt hij in het Latijn uit hoe je pannenkoeken bakt. Het filmpje kreeg als titel Lagana contra coronam of pannenkoeken tegen corona.

Normaal waren Nicholas en zijn leerlingen op dit moment bezig aan een elfdaagse reis die hen in Rome, Pompei, Napels en Sicilië had moeten brengen. Maar de viruscrisis stak daar een stokje voor.

Van Laerhoven probeert het Latijn actief te gebruiken, als een levende taal. Latijn is volgens hem geen dode taal maar een bevroren taal. Het is niet omdat Latijn nu niet meer als moedertaal wordt gebruikt, dat je het niet kan spreken. In de klas stimuleert Nicholas zijn leerlingen om af en toe iets te vertellen in het Latijn.

De leerlingen reageren naar verluidt enthousiast op het filmpje van hun leraar dat ze omschrijven als hun leukste huiswerk ooit.  Het eerste wat de leerlingen moeten doen is hun handen wassen. Lavate manus, spoort Nicholas hen vanuit zijn keuken aan.

Daarna overloopt hij alle ingrediënten en instrumenten in het Latijn, gaande van bloem (far) tot een grote pan (sartago magna). In het filmpje gebruikt hij woorden en uitdrukkingen die de leerlingen zouden moeten kennen. Op die manier wordt hun Latijn nog wat opgefrist.

Je kan het filmpje hier bekijken

Kleine aardbeving vlakbij Rome

3 april 2020

In Marcellina, een kleine gemeente op ongeveer 20 km afstand van Rome, werd een aardbeving met magnitude 3 geregistreerd. Er is geen schade, maar veel van de ongeveer 6.000 inwoners liepen in paniek en al roepend de straat op.

Volgens het l’Istituto Nazionale di Geofisica e Vulcanologia (INGV) bevond het epicentrum van de aardbeving zich ten oosten van Marcellina, vlakbij Tivoli, op een diepte van bijna 16 km.  De schok werd op sommige plaatsen in het centrum van Rome lichtjes gevoeld.

Toestand in Noord-Italië blijft zorgwekkend

3 april 2020

Hoewel de virusepidemie Italië nog altijd zwaar op de proef stelt, zagen gezondheidsexperts de voorbije dagen enkele lichtpuntjes in de gegevens over het aantal besmettingen en het aantal doden. Al enkele dagen op rij leek het aantal nieuwe besmettingen ongeveer gelijk te blijven. De overheid hoopte dat de epidemie een piek had bereikt en dat er binnenkort een daling te zien zou zijn.

Maar de recentste datagegevens die de Italiaanse autoriteiten zopas vrijgaven zijn opnieuw zorgwekkend. Onder meer in de provincies Milaan, Bergamo, Brescia en Turijn is het aantal besmettingen weer flink gestegen. Alles samen zijn in het land nu al 115.242 mensen besmet met het virus, 4.668 meer dan een dag eerder.

De voorbije 24 uur werden in heel Italië 760 overlijdens als gevolg van het coronavirus gemeld. Woensdag was sprake van een stijging met 727. Het totale aantal doden in Italië is gisteravond opgelopen tot 13.915.

Italiaanse vlag brengt hoop in donkere dagen

2 april 2020

In heel Italië en in verschillende buitenlandse steden is op talrijke gebouwen en monumenten de Italiaanse driekleur (groen, wit en rood) geprojecteerd om de inwoners moreel te steunen bij de viruscrisis die het land momenteel doormaakt. Ook in Rome werden de bekendste monumenten en gebouwen in een driekleurig jasje gestoken. Dat leverde een prachtig filmpje op dat met een drone werd gemaakt.

Daarnaast zijn dinsdag in heel Italië de vlaggen halfstok gehangen uit medeleven met de slachtoffers en uit solidariteit met de hulpverleners. Ook Vaticaanstad deed mee. Om 12 uur werd een minuut stilte gehouden.

Tijdens het voorbije weekend steeg in Italië het officiële aantal doden als gevolg van het coronavirus boven de tienduizend. Ondertussen klimt de officiële teller stilaan naar de 13.000 overlijdens. De spontane zangmomenten en concertjes op de Italiaanse thuisbalkons zijn inmiddels verstomd. Met zoveel slachtoffers is alleen maar stille berusting mogelijk.

Voortaan worden in Rome ’s nachts ook enkele belangrijke monumenten permanent verlicht: de regeringskantoren in Palazzo Chigi (Piazza Colonna), het senaatsgebouw (Palazzo Madama aan Piazza Madama), de hoektoren van de presidentiële ambtswoning (Palazzo del Quirinale) en het stadhuis van Rome op de Campidoglio. De gebouwen blijven verlicht tot het einde van de viruscrisis. Het Colosseum, dat traditioneel ook altijd in de schijnwerpers wordt gezet bij dergelijke gelegenheden, volgt binnenkort.

Daarnaast worden de nationale kleuren op nog twee andere Romeinse landmarks geprojecteerd: de ontmantelde gazometro in Ostiense, die voor vele Romeinen een belangrijk icoon en herkenningspunt is en het gebouw van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) aan de Viale delle Terme di Caracalla.

De Italiaanse vlag werd tijdens het voorbije weekend ook in verschillende andere steden, van Noord tot Zuid-Italie, geprojecteerd, waaronder Turijn, Milaan, Verona, Firenze en Bari.

Ook buitenlandse steden steunden de Italiaanse actie. Zo was de nationale driekleur onder meer te zien op monumentale en iconische gebouwen in New York, Parijs, Sarajevo, Mostar, Tirana, Jeruzalem, Dubai en Rio de Janeiro.

vlag

Niet zoveel mensen weten het, maar de officiële kleurenspecificaties van de Italiaanse vlag werden pas vastgelegd in maart 2003, dat is 207 jaar nadat de driekleur voor het eerst in Italië opdook. Toen werd bepaald welke tint de kleuren precies hebben. Het zou echter nog duren tot 2006 vooraleer deze kleuren ook officieel werden aangepast en gebruikt.

De Cisalpijnse Republiek, gesticht in 1797, gebruikte een verticale driekleur in de kleuren van de huidige Italiaanse vlag, maar in een andere ratio. De Cisalpijnse Republiek was een vazalstaat van het napoleontische Frankrijk.

Groen, wit en rood zijn ook de traditionele Milanese kleuren, maar het is onduidelijk of en in hoeverre de totstandkoming van de huidige Italiaanse kleuren daarvan is afgeleid. Het staat wel vast dat het ontwerp van de Italiaanse vlag is afgeleid van de vlag van Frankrijk, waarbij het blauw van de Franse vlag werd vervangen door groen.

Er is geen officiële symboliek aan de kleuren toegekend, maar de Italianen hebben in de loop der tijd wel geprobeerd een symbolische betekenis te geven aan de verschillende kleuren.

Zo zou het varengroen staan voor de heuvels en vlakten, het wit voor de besneeuwde Alpen en gletsjers en het scharlakenrood voor het bloed dat vergoten is bij het verenigen van de Italiaanse gebieden. Er is ook een meer smakelijke uitleg die naar de Italiaanse keuken verwijst: groen zou staan voor basilicum, wit voor mozzarella en rood voor tomaat.

Die laatste versie is ook het verhaal dat bij een pizza margherita wordt verteld. Die zou vernoemd zijn naar de Italiaanse koningin Margaretha van Savoye (1851-1926), de echtgenote van koning Umberto I. Toen het koninklijk paar in 1889 in Napels verbleef wilde de koningin graag een lokale specialiteit proeven.

Een plaatselijke kok, Raffaele Esposito van pizzeria Brandi, werd ontboden naar Palazzo di Capodimonte, de zomerresidentie van de koning, en bakte een klassieke Napolitaanse pizza volgens een eenvoudig recept dat al lang bestond, met basilicum, mozzarella en tomatensaus erop.

De koningin zou bijzonder gecharmeerd geweest zijn omdat dit de kleuren van de Italiaanse vlag waren en schreef later een bedankbrief aan de kok. Een kopie van deze brief, gedateerd 11 juni 1889, hangt nu nog steeds aan de muur van pizzeria Brandi.

De kok Raffaele Esposito zou deze pizza vervolgens vernoemd hebben naar Margaretha. Een gedenkplaat aan de gevel herinnert eraan dat op deze plaats in het jaar 1889 de pizza Margherita werd geboren. Vandaag is het de eenvoudigste maar ongetwijfeld de meest bekende Italiaanse pizza die je bovendien wereldwijd kan vinden.

Bekijk hier het filmpje met de tricolore projecties in Rome

Een kijkje op Piazza Barberini

1 april 2020

De Via Sistina brengt ons van bovenaan de Spaanse Trappen tot aan de in 1642 aangelegde Piazza Barberini, ooit het voorplein van het Palazzo Barberini, vandaag een prachtig museum. De zijde aan de overkant met de lage gebouwen (snackbars en een bioscoop) vormt de achterkant van het park van het palazzo, hier bevond zich de in 1875 afgebroken monumentale toegang.

piazzabarberini (3)

Vandaag ligt de ingang en het bijhorende museum aan de Via Quattro Fontane in het verlengde van de Via Sistina, dit was eigenlijk de vroegere zijingang van het Palazzo Barberini.

In het midden van Piazza Barberini staat de Fontana del Tritone uit 1643, een werk van Gian Lorenzo Bernini. De Italiaanse componist Ottorino Respighi (1879-1936) wijdde in zijn ‘Fontane di Roma’ (1916) een deel aan ‘La Fontana di Tritone al mattino’, met een reidans van najaden en tritons.

piazzabarberini (2)

De bijna een eeuw jongere Trevifontein mag dan misschien wel de indrukwekkendste zijn, deze Tritonfontein behoort zeker tot de elegantste fonteinen van Rome.

Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) introduceerde hier een nieuwigheid door travertijn te gebruiken in plaats van marmer. Bernini was ‘de man die fonteinen ontwierp alsof hij ze strooien kon’.

Dat citaat komt uit de nog steeds fantastische ‘Gids voor Rome’ van de Nederlandse schrijver Leo van Egeraat – 1923-1991), zowat de vader van de hedendaagse verhalende reisgids, wiens boeken over Rome en Italië in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw werden gepubliceerd, maar die ook vandaag nog altijd boeiend en leerrijk zijn en waaruit we graag blijven citeren.

In het midden van een geometrische vijver dragen vier ondersteboven gekeerde dolfijnen op hun staart een gigantische sint-jakobsschelp die zijn twee geribbelde helften als een boek opent waardoor een triton zichtbaar wordt terwijl hij op een trompethoorn (kinkhoorn) blaast.

piazzabarberini (1)

De ‘muziek’ is een verticale straal water die glinstert in het Romeinse zonnelicht, op de pauselijke schilden zie je de altijd aanwezige bijen van de familie Barberini. De familie Barberini voerde bijen in haar familiewapen en die beestjes zie je in Rome vaak terug in de woningen en monumenten die deze familie verwezenlijkte.

Triton, een god uit de Griekse mythologie, was een zoon van Poseidon (of Neptunus bij de Romeinen) en Amphitrite. Wanneer Poseidon in een vrolijke bui was, ging hij naar het wateroppervlak met zijn vierspan. Triton, half mens, half vis, reed vervolgens over het water met paarden en zeemonsters en blies ondertussen op zijn kinkhoorn om de golven te bedaren.

piazzabarberini (6)

Triton heeft een bijrolletje in het Romeinse epos Aeneis. In de sprookjes van Hans Christian Andersen is hij de vader van de kleine zeemeermin. Triton wordt in de Griekse mythologie meestal voorgesteld met het hoofd en de romp van een man en de staart van een vis, een meerman.

Door de link met Neptunus was het logisch dat astronomen één van de manen van de planeet Neptunus de naam Triton gaven. Leuk is dat veel later bleek dat op het oppervlak van de maan Triton gasgeisers actief zijn die griezelig veel lijken op de watergeiser boven deze fontein van Bernini. Alleen zijn de stralen op Triton acht tot tien kilometer hoog.

piazzabarberini (5)

Tot het einde van de achttiende eeuw speelde zich voor de fontein op de Piazza Barberini een macaber gebruik af. Op handkarren werden voor dit kunstwerk de op straat of in de Tiber gevonden lijken tentoongesteld terwijl een stadsomroeper de mensen opriep om hen te komen identificeren.

De Fontana del Tritone gaf haar naam aan de brede, drukke laan, de Via del Tritone, die vanaf het plein naar beneden loopt richting Via del Corso. De straat is populair bij het winkelend publiek. Wij gaan even (kijkend naar de Tritonfontein) naar links waar de Via Vittorio Veneto begint.

piazzabarberini (12)

Op de hoek van Piazza Barberini met de Via Veneto staat immers nog een tweede en wat minder opvallende fontein van Gian Lorenzo Bernini, namelijk de Fontana delle Api, de bijenfontein uit 1644. Ze toont drinkende bijen en een bijenkoningin die weg wil vliegen.

piazzabarberini (10)

Deze bescheiden fontein is minder spectaculair dan de vorige, maar ook hier stroomt het water in een geopende sint-jakobsschelp. De opdrachtgever was Urbanus VIII Barberini (1623-1644), ‘whose bees buzz all over Rome’.

piazzabarberini (9)

De Fontana delle Api is één van de twee fonteinen die werd gerestaureerd als goedmaker voor de vernieling van de beroemde Barcacciafontein aan de voet van de Spaanse Trappen. Die raakte begin 2015 beschadigd tijdens rellen met Nederlandse Feyenoordfans, maar de stad Rome zorgde zelf voor een snelle herstelling.

piazzabarberini (8)

Enkele Nederlanders in Rome namen het initiatief om via de speciaal hiervoor opgerichte vereniging Salviamo la Barcaccia geld in te zamelen en daarmee als gebaar van goede wil en verzoening de restauratie van een andere fontein te financieren. Dat werden uiteindelijk twee fonteinen. De tweede was de Fontana dei Giardini di Viale Tiziano in het noorden van Rome.

Oorspronkelijk werd de bijenfontein geplaatst op de hoek van het Palazzo Soderini, tussen Piazza Barberini en de Via Sistina. Deze fontein werd omstreeks 1870 ontmanteld en kwam terecht in de stedelijke magazijnen.

Vele jaren later, tussen 1915 en 1916, werd het monument herbouwd op de huidige locatie, in een nogal geïsoleerde positie en leunend tegen een aantal blokken van travertijn.

piazzabarberini (11)

Bij die gelegenheid werden heel wat versleten stukken en onderdelen vervangen, in zoverre zelfs dat vandaag nog enkel de bijen en het centrale deel van het schelpbekken de enige originele onderdelen zijn van het oorspronkelijke monument.

Toen de Fontana delle Api destijds werd ingehuldigd stond er volgens het verhaal een inscriptie op die foutief aangaf dat de fontein was ingehuldigd in het 22ste jaar van het pontificaat van de paus, en dit terwijl het 21ste jaar van Urbanus VIII nog niet voorbij was.

piazzabarberini (13)

Uit bijgeloof vreesde men dat de foutieve ‘XXII’ een ongunstig voorteken zou kunnen zijn dat misschien wel het overlijden van de paus aankondigde. Om het gevaar te bezweren werd de laatste ‘I’ al snel na de inhuldiging van de fontein weggekapt.

Maar in de hemel was blijkbaar al beslist over het lot van Urbanus VIII: de paus stierf welgeteld acht dagen vóór het begin van het 22ste jaar van zijn pontificaat, dat duurde van 6 augustus 1623 tot 29 juli 1644. De toch al bijgelovige Romeinen werden nadien nog bijgeloviger.

Het voorval zorgde ook voor heel wat spot bij het sprekende standbeeld Pasquino: ‘Havendo li Barberini succhiato tutto il mondo, ora vogliono succhiare anche il tempo’ (Nadat de Barberini eerst de hele wereld hebben leeggezogen willen ze nu ook de tijd opzuigen’). Op de fontein staat in het Latijn dat het water ter beschikking staat van ‘mensen en dieren’.

Palazzo Zuccari in de Via Gregoriana

31 maart 2020

Nu we gisteren ronddwaalden in de Via Sistina, is het misschien interessant om even een kijkje te nemen in de vlakbijgelegen en haast evenwijdig lopende Via Gregoriana, waar zich op het nr. 28-30 een opmerkelijk gebouw bevindt.

zuccari (6)

Het Palazzo (of Palazzetto) Zuccari, waar vandaag de Bibliotheca Hertziana – Max Planck-Institut für Kunstgeschichte is gevestigd, valt meteen op door de toegangsdeur en de ramen die werden uitgebouwd met afschrikwekkende monsterachtige monden.

De locatie gaat terug tot de oudheid. Het palazzo is gebouwd op een stukje van de befaamde tuinen van Luculus die zich in de eerste eeuw vanaf hier tot aan de huidige Pincio uitstrekten. Tijdens de werken aan de bibliotheek werden talrijke mozaïeken en resten gevonden uit 60 v. Chr. die ooit deel uitmaakten van de beroemde lusttuinen.

De schilder Federico Zuccari, die het gebouw in 1591 zelf had ontworpen en gebouwd nadat hij een jaar eerder de grond had gekocht, ontwierp deze duivelachtige deur als een fantastische ingang van zijn tuin. Vandaag is het de toegang tot de bibliotheek van het onderzoeksinstituut.

zuccari (4)

De nieuwe bibliotheek werd ontworpen en in het historische pand geïntegreerd door de Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg. Niets laat vermoeden dat het historische gebouw vandaag een moderne architecturale parel herbergt.

In 1590 kocht Federico Zuccari een stuk grond aan de drie jaar eerder aangelegde Via Sistina, dicht bij de Monte Pincio. De naam en faam van Zuccari was toen al lang gemaakt maar paus Sixtus V was de jaren voordien volop bezig geweest met de stadsontwikkeling en probeerde vooral ambachtslieden en kunstenaars naar Rome te lokken.

Door het toekennen van speciale privileges en voordelen hoopte de paus dat die zich definitief in de stad zouden vestigen. Dergelijke mensen waren volgens de paus erg nuttig om te helpen de stad te verfraaien en aangenamer te maken om in te leven. Daarin had de man natuurlijk geen ongelijk.

De Bibliotheca Hertziana, Max Planck Instituut voor Kunsthistorische Documentatie, is ontstaan dankzij de Joodse filantrope Henriette Hertz (1846-1913). Een jaar voor haar dood, in 1912, bepaalde ze dat de Kaiser-Wilhelm-Society (later Max Planck Instituut) de beschikking kreeg over Palazzo Zuccari op voorwaarde dat er een kunsthistorisch instituut zou worden opgericht.

De Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg bouwde met – voornamelijk – staal en travertijn in het historische pand een nieuwe bibliotheekvleugel met daarin een trapeziumvormige binnenplaats. Daar omheen bevinden zich de leeszalen die apart lijken te staan maar toch deel uitmaken van het architectonische geheel.

Naar eigen zeggen had de architect de terrastuinen van Lucullus voor ogen toen hij de bibliotheek ontwierp. Zoals gezegd laat niets vermoeden dat in het historische Palazzo Zuccari een dergelijk stuk moderne architectuur verborgen zit.

De Bibliotheca Hertziana, Max Planck Instituut voor Kunstgeschiedenis, beschikt over een gespecialiseerde bibliotheek met op dit moment ongeveer 270.000 boeken. De fototheek bezit ongeveer 800.000 foto’s.

Wat Italiaanse kunst aangaat is de Bibliotheca Hertziana één van de beste documentatiecentra ter wereld. De Bibliotheca Hertziana, thuisbasis van het Max Planck Institut für Kunstgeschichte, staat dan ook goed aangeschreven bij de wetenschappelijke gemeenschap en bij studenten.

De restauratie van het gebouw en de werken aan de bibliotheek duurden meer dan tien jaar. Een grondige renovatie van de bibliotheek was door een gebrek aan ruimte en de verplichte aanpassingen aan allerlei (veiligheids)normen al langer nodig.

Er werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven, waarna er ruim een decennium werd gewerkt aan (vooral) het interieur van Palazzo Zuccari. Het project zou uiteindelijk 23 miljoen euro kosten, waarvan 17 miljoen euro werd gesubsidieerd. De rest van het geld kwam van privésponsors, waaronder bedrijven zoals BASF en Siemens.

In Palazzo Zuccari bevindt zich nu een constructie van staal en glas die wordt gesteund door grote palen die 45 meter diep in grond zitten. Door gebruik te maken van een soort ondergrondse brug kijk je uit op de antieke overblijfselen uit de tuinen van Lucullus die hier werden ontdekt, gaande van vazen en planten tot mozaïeken.

Deze werden gevonden op een diepte van 9 meter onder het huidige straatniveau. De afbeeldingen, waaronder eentje van Cupido op een dolfijn en een met een wolvenkop in groen en goud, dienden waarschijnlijk als versiering van een groot nymphaeum, een kunstmatige grot met waterpartijen.

zuccari (2)

Opgravingen onder de bibliotheek brachten ook een marmeren buste van Venus aan het licht, vermoedelijk was dit één van de beelden die het nymphaeum versierden. De vondsten dateerden uit de eerste eeuw na Christus.

“De architectuur van de oude Romeinse tuinen kwam tot leven waar wij bijstonden. Het leek wel een droom,” verklaarde Maria Antonietta Tomei, van de Romeinse Archeologische Dienst destijds na de ontdekking. De opgravingstermijn werd een paar keer verlengd in de hoop meer vondsten te doen. De restauratiewerken in Palazzo Zuccari waren toen al zes jaar aan de gang.

De exacte omvang van de befaamde tuinen van Lucullus is onbekend, maar waarschijnlijk strekten ze zich uit over de hele Pincioheuvel, van het Piazza del Popolo in het noorden, de Porta Pinciana in het oosten tot de omgeving van de huidige kerk Trinità dei Monti aan het Piazza di Spagna.

Van het oorspronkelijke tuinencomplex zijn niet veel restanten teruggevonden. Slechts een aantal fragmenten van terrassen en de fundamenten van gebouwen zijn al eerder opgegraven.

De Pincio heeft sinds de middeleeuwen steeds zijn functie als privépark voor belangrijke inwoners van de stad behouden. In de twintigste eeuw werd het park op de heuvel bij de Villa Borghese gevoegd waardoor het hele gebied kon uitgroeien tot een gigantisch openbaar park waar Romeinen zich vooral op warme dagen graag komen ontspannen.

De beroemde tuinen van de Romeinse generaal Lucius Licinius Lucullus vormden het model voor latere tuinen in de stad en werden verder ontwikkeld door de Romeinse keizers. De tuinen werden in de eerste eeuw voor Christus ontworpen rondom een patriciersvilla en waren één van de eerste pogingen landschapsarchitectuur toe te passen in het westen.

Lucius Licinius Lucullus was een beroemd Romeins militair en politicus uit de eerste eeuw v. Chr. Hij behoorde tot de conservatieve optimates. Hij was quaestor onder de dictatuur van Sulla (87-85 v. Chr.) en één van de zeldzame integere medewerkers van deze dictator. Lucullus was consul in 74 v. Chr. en voerde in die hoedanigheid met succes oorlog tegen koning Mithridates VI van Pontus (in de Derde Mithridatische Oorlog).

Tegelijkertijd voerde hij in de provincie Asia een financiële sanering door van de steden, die onder zware schuldenlasten gebukt gingen als gevolg van de woekerpraktijken van de Romeinse belastingpachters en geldschieters. Door zijn toedoen werd de rente van 48% tot 12% verlaagd en renteachterstanden, die de 100% te boven gingen, werden kwijtgescholden.

Daardoor kwam Lucullus in aanvaring met de belangen van de financiële wereld die tegen hem begon te ageren, zodat hij in 67 v. Chr. zijn commando moest overdragen aan Gnaeus Pompeius Magnus maior op aandringen van de hem vijandig gezinde equites.

Verbitterd hield Lucullus zich sindsdien buiten de politiek en wijdde zich tot zijn dood in 56 v. Chr. aan de verfraaiing van zijn huizen en parken, zijn visvijvers, zijn waardevolle bibliotheek en zijn kunstverzameling. Hij liet hiervoor onder meer zijn befaamde tuinen aanleggen en gaf zich over aan een leven vol extravagante luxe.

Lucullus werd beschouwd als de rijkste man van Rome, na Crassus. Lucullus raakte ook bekend om zijn spreekwoordelijk geworden weelderige en buitengewoon verzorgde maaltijden en zijn voorliefde voor exotische gerechten. Hoeveel hedendaagse restaurants dragen niet de naam Lucullus?

Zijn tuinen, die zoals verteld begonnen op de Pincio, even buiten de stadsmuur, liepen van de top tot aan de voet van de heuvel, waar het Marsveld lag. Lucullus liet er terrassen met fonteinen aanleggen en bouwde een grote villa met een aantal eetzalen die elk een eigen naam hadden. Zo kreeg één van de meest luxueuze zalen de naam Apollo.

Hij bouwde in het complex ook een openbare bibliotheek uit, waar zijn befaamde en omvangrijke boekencollectie een plaats kreeg. In de tuinen kweekte hij een grote hoeveelheid exotische planten, waarvan hij er veel had meegebracht tijdens zijn campagne in het oosten.

De bekendste hiervan was de kersenboom, die hij zo in Europa introduceerde en had ontdekt in de stad Cerasus in Klein-Azië (een kolonie van Sinope). Het woord kers (cerise in het Frans) is rechtstreeks terug te leiden tot Cerasus.

In het jaar 46 kwamen de tuinen in handen van de consul Valerius Asiaticus. Messalina, de derde vrouw van keizer Claudius, wilde de tuinen echter dolgraag hebben en dwong Asiaticus tot zelfmoord, waarna ze het complex in bezit nam.

Lang heeft ze er niet van kunnen genieten, want in 48 bedroog ze haar man, was er sprake van een samenzwering tegen haar echtgenoot en werd ze in de villa ter dood gebracht. Daarna werden de befaamde tuinen van Lucullus keizerlijk bezit.

In de loop van de tweede eeuw werden de tuinen verkocht aan de familie Acilii Glabriones, die er een nieuwe villa lieten bouwen. Hierna stond het complex bekend als Horti Aciliorum.

Vanaf 271 werd de Aureliaanse Muur om Rome gebouwd en de Pincioheuvel met zijn tuinen viel toen voor het eerst binnen de stadsgrenzen. In de vijfde eeuw kwamen de tuinen in het bezit van de familie Pincia. Het complex stond toen bekend als de Domus Pinciana en de huidige heuvel ontleent hieraan zijn naam.

De oorspronkelijke bewoners van het palazzo, de schilderende broers Federico en Taddeo Zuccari (soms ook wel Zuccaro of Zucchero geschreven) werden er door hun vader al vroeg op uitgestuurd om afzonderlijk van elkaar de schilderkunst onder de knie te krijgen. Hiervoor verhuisden ze van Sant’Angelo in Vado naar Rome.

Als één van de meest gewaardeerde schilders van zijn tijd kreeg Taddeo Zuccari talrijke opdrachten, onder meer van paus Julius III. Twee van zijn belangrijkste werken zijn de beschildering van de Mattei-kapel in de Santa Maria della Consolazione (1553-1556) en van de Frangipani-kapel in de San Marcello al Corso (1558-1559).

Bij de uitvoering van de frescocyclussen in het Farnesepaleis in Caprarola (1560-1561) werd hij geholpen door zijn broer Federico. De jaren daarna schilderde hij voorts in het Vaticaan (Cortile della libreria, Sala Regia), in de Pucci-kapel van de Trinità dei Monti en in de ‘cappella maggiore’ van de Santa Maria dell’ Orto.

Taddeo Zuccari was ook een vaardig tekenaar; zijn tekeningen zijn van groot belang voor de reconstructie van zijn geschilderd oeuvre, dat door Vasari gedetailleerd beschreven is, maar waarvan een deel is verdwenen.

Federico was een eclecticus en ontwikkelde zich tot één van de belangrijkste vertegenwoordigers van het late maniërisme. Hij reisde door de Nederlanden en Frankrijk en verbleef een tijd in Engeland (1574-1575), waar tal van geschilderde en getekende portretten, onder andere van koningin Elizabeth, aan hem worden toegeschreven, en in Spanje (1586-1588), waar hij in het Escoriaal voor Filips II werkte.

In 1593 werd hij de eerste directeur van de Accademia di San Luca in Rome, die hij mee heeft opgericht. Federico maakte in zijn kunsttheoretische verhandeling onderscheid tussen de ‘disegno interno’ (idee) en ‘esterno’ (vorm). Zeer interessant zijn de 87 tekeningen die hij maakte voor Dantes Divina commedia (Uffizi, Firenze).

Door de prenten die naar zijn schilderijen zijn gemaakt, heeft hij veel invloed uitgeoefend op tijdgenoten, ook buiten Italië. Bekende geschriften van Federico Zuccari zijn Idea de’pittori, scultori ed architetti (1607) en Passaggio per l’Italia (1608).

zuccari (3)

In zijn vroegere door hemzelf ontworpen woonhuis, het Palazzo Zuccari, bevinden zich eveneens fresco’s van zijn hand. Het gebouw is zoals in het begin verteld vooral bekend van de deur en ramen die werden uitgebouwd met afschrikwekkende monden.

Federico Zuccari heeft hiervoor waarschijnlijk inspiratie gevonden in het Parco dei Mostri in Bomarzo, nabij Viberbo, zo’n 70 km ten noorden van Rome. Dat park opende in 1552. Naar verluidt was het de bedoeling om bezoekers te doen aarzelen om naar binnen te gaan. Daardoor was het effect bij het zien van de prachtige tuin daarna extra groot.

zuccari (5)

Federico heeft zijn mooie huis zelf nooit voltooid gezien, want hij stierf voordat het volledig klaar was. In zijn testament werd wel bepaald dat de woning moest dienen voor de opvang van buitenlandse kunstenaars.

Terwijl het gebouw letterlijk rust op de geschiedenis van Rome kijk je vanop het prachtige terras uit over de Eeuwige Stad. Rondleidingen in de Biblioteca Hertziana kunnen op aanvraag gebeuren.

Bibliotheca Hertziana
Max-Planck-Institut für Kunstgeschichte
Via Gregoriana 28-30, Rome

Max-Planck-Gesellschaft
+ 39 0669 993 227
institut@biblhertz.it

Bibliotheca Hertziana
+39 0669 993 242
info@biblhertz.it

Alle informatie vind je op www.biblhertz.it

Italië blijft tot minstens 12 april afgesloten van de buitenwereld

30 maart 2020

Italië verlengt de noodmaatregelen tegen het coronavirus voorlopig tot Pasen. Daardoor blijven het uitgaansverbod en alle opgelegde sluitingen van kracht tot minstens 12 april. De verlenging van de maatregel moet nog officieel worden bekendgemaakt, maar lekte vandaag uit na een vergadering van het wetenschappelijke en technische comité. Minister van Volksgezondheid Roberto Speranza ontkende het bericht niet maar gaf nog geen details. De totale quarantaine in Italië zou oorspronkelijk nu vrijdag 3 april aflopen.

Een wandeling door de Via Sistina in Rome

30 maart 2020

We hadden het recent over de culinaire hotspots Mosaico en Da Sistina in het vorig jaar heropende Hotel de la Ville in de Via Sistina, vandaag vertellen we iets meer over deze straat. In het verleden werd ze soms ook wel ‘strada Felice’ genoemd, dit naar de voornaam van paus Sixtus V (1585-1590, geboren als Felice Peretti da Montalto) die de weg in 1587 aanlegde. Ze maakt de verbinding tussen Piazza della Trinità dei Monti en Piazza Barberini.

Naar Romeinse normen gemeten is de hele buurt hier vrij recent, ze is niet meer dan 400 jaar oud. In tegenstelling tot zijn voorgangers die zich uitsluitend op de leefbaarheid van de oude stad hadden gericht, besloot Sixtus V de stadskern uit te breiden binnen de wijde omtrek van de Aureliaanse muur, met de oude woonwijken die sinds de vijfde eeuw braak lagen.

Sixtus V, de vader van de moderne stadsplanning ontwierp tevens een netwerk van wegen die stervormig van de Santa Maria Maggiore uitstraalden en de basiliek verbond met de andere basilica’s en voor pelgrims belangrijke plaatsen.

Laten we even de Via Sistina volgen. Op nr. 48 woonde de Deense classicistische beeldhouwer Bertel Thorwaldsen (1768-1844). Zijn sindsdien volledig herbouwde huis was de ontmoetingsplaats voor vele kunstenaars. Ook koning Ludwig I van Beieren kwam er ooit op bezoek.

Een eeuw eerder werd dit huis bewoond door Giambattista Piranesi (1720-1778), de auteur van de vele mooie etsen van Rome waarover heel wat boeken bestaan en waarvan kopieën vandaag nog overal in de boekenkraampjes verkocht worden. De etsen werden zelfs in dit huis gemaakt.

Het huis op nr. 59 was de woning van graaf Stroganoff en vóór hem werd het bewoond door de flamboyante etser, schilder en dichter Salvator Rosa. Het meesterwerk van Gabriele d’Annunzio (1863-1938) ‘Il Piacere’ uit 1889, in Nederlandse vertaling ‘Het kind van de lust’, heeft dit huis en het Palazzo Zuccari als setting.

In het boek wordt Rome op prachtige wijze in beeld gebracht, de zestiende-eeuwse hoven en weelderige barokpaleizen worden tot in detail beschreven zodat de stad bijna één van de hoofdpersonages wordt. Met deze roman werd de decadente estheticus d’Annunzio op slag een cultfiguur.

Links op nr. 72 woonde de bekende Zwitserse kunstschilderes Angelika Kauffmann (1741-1807). De woning is nu opgenomen in het Hotel de la Ville waarmee je eerder kennis kon maken. In de tuin plantte Angelika Kauffman dadelpalmen die Goethe gekweekt had uit pitten, de boompjes kwamen er tot volle groei.

Iets verder, op de hoek met de Via Francesco Crispi (de eerste straat die de Via Sistina kruist) staat links (nr. 104) het ongewijzigde huis waarin de Deense sprookjesverteller Hans Christian Andersen (1805-1875) een tijdlang verbleef. Hij vertelt onder andere (een foute versie van) het verhaal van het gestrande bootje dat aanleiding gaf tot de Fontana della Barcaccia voor de Spaanse Trappen.

Michelangelo, zo schrijft Andersen, die de ontwerptekening voor de fontein moest maken, koos het motief van het scheepje zodat nu in het ronde bekken een stenen boot ligt waaruit water spuit. Wij weten dat het ontwerp het werk was van Pietro Bernini (1562-1629) de vader van Gian Lorenzo (1598-1680) en dus niet van Michelangelo. Andersen verbleef vier keer in Rome en maakte er meer dan honderd pentekeningen.

De Via Crispi loopt ook rechts (dalend), daar bevindt zich links de bakstenen San Giuseppe a Capo le Case. In het bijhorende klooster van de Zusters van de Heilige Drievuldigheid bevindt zich een Scala Sancta, een heilige trap. Deze trap heeft echter niets te maken met Jeruzalem, Pontius Pilatus of met de heilige Helena.

Hij werd daar in 1717 geplaatst door Tommaso Mattei, een leerling van Bernini, op initiatief van zuster Serafina, de toenmalige kloosteroverste. Omdat haar medezusters het klooster niet mochten verlaten om naar de echte heilige trap bij de Lateraanbasiliek te gaan, verleende paus Clemens XI exclusief aan de zusters dezelfde aflaten voor hun trap. Achter het hoofdaltaar van de kerk is de trap door een glazen deur zichtbaar.

We keren terug naar de Via Sistina. Daar bevindt zich links op nr. 113 een klooster waar volgens bepaalde bronnen Franz Liszt in oktober 1861 twee kamers zou betrokken hebben, dit in afwachting van de uitspraak door de paus betreffende zijn huwelijksplannen met prinses Carolyne Sayn-Wittgenstein, een verhaal dat je hier nog eens kan nalezen.

Op nr. 126 woonde Luigi Rossini (1790–1857), een bekende artiest die bekend stond omwille van zijn fraaie etsen van de oude Romeinse architectuur. Zijn buurman op nr. 125 was de schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852), die hier zijn vaste stek had. Tussen 1837 en 1847 verbleef Gogol negen keer in Rome.

Op deze plek schreef hij het eerste deel van zijn meesterwerk ‘Dode Zielen’ dat in mei 1842 verscheen. Gogol wilde aanvankelijk een trilogie te schrijven, maar alleen deel 1 is volledig overgebleven.

De schrijver verbrandde heel wat pagina’s uit deel 2 omdat hij er niet tevreden over was, zodat daarvan slechts enkele fragmenten bewaard bleven. Achteraf had hij spijt van deze vernietiging. Gogol zag zijn Dode Zielen als een soort moderne Divina Commedia.

Hij tekende in het eerste deel het ‘inferno’ van het Russische leven in heel zijn verschrikking. De bedoeling was een tweede deel te bevolken met edele zielen om de lezer in het derde deel binnen te leiden in het paradijs. Dode Zielen wordt thans gerekend tot de grote werken uit de wereldliteratuur.

Iets verder, op nr. 129, vinden we het Teatro Sistina, dat humoristisch toneel brengt maar vooral gekend is voor de uitvoering van grote internationale musicals. Het gebouw werd in 1946 ontworpen door Marcello Piacentini op de voormalige locatie van het Pontificio Istituto Eclesiastico Polacco. Het werd ingehuldigd op 28 december 1949 als een bioscoop, maar werd later vooral gebruikt voor theater- en cabaretvoorstellingen.

Eenzame paus geeft Urbi et Orbi-zegen op verlaten Sint-Pietersplein

29 maart 2020

Helemaal alleen, op een verlaten Sint-Pietersplein, heeft paus Franciscus vrijdagavond het Urbi et Orbi (voor de stad en de wereld) uitgesproken. Dit is de belangrijkste zegen van de katholieke kerk en wordt door de paus eigenlijk alleen gegeven ter gelegenheid van Kerstmis en Pasen. Ook nadat hij verkozen is tot paus is het gebruikelijk dat de nieuwe kerkleider deze zegen uitspreekt.

Franciscus maakte nu een uitzondering vanwege de ernst van de viruspandemie. Italië overschreed dit weekend de kaap van de 10.000 dodelijke slachtoffers. De paus stond alleen op een geïmproviseerd podium vlak voor de Sint-Pietersbasiliek. Het Sint-Pietersplein zelf is al een aantal dagen gesloten voor het publiek. Het Urbi et Urbi werd door miljoenen Italianen gevolgd op televisie.

Naast de paus bevond zich het beroemde miraculeuze kruis uit de San Marcello al Corso. De paus was op 15 maart al eens op bezoek geweest in die kerk om er te bidden bij het kruis. Donderdag werd het met goudpoeder beklede levensgrote kruis, waaraan wonderlijke krachten worden toegeschreven, naar het Vaticaan gebracht. Het is niet bekend hoe lang het beeld daar blijft.

In 1522, zestien dagen nadat het crucifix in een processie door Rome werd gedragen, stopte de toen heersende pestepidemie. Dit was de aanleiding tot de oprichting van de broederschap van de ‘Santissimo Crocifisso’.

Een ander object op het tijdelijke pauselijke podium vrijdagavond was het aan Sint-Lucas toegeschreven Byzantijnse icoon met de eretitel Salus Populi Romani. Dit icoon van de Madonna en het Christuskind met een evangelieboek wordt bewaard in de Cappella Paolina van de Santa Maria Maggiore-basiliek. Ook daar was de paus op 15 maart persoonlijk gaan bidden.

Paus Gregorius I liet het icoon tijdens de paasfeesten in 593 door heel Rome dragen om het ​​einde van een epidemie af te smeken. Ook paus Gregorius XVI vereerde het icoon in 1837 door te bidden voor het einde van een choleraplaag.

Het icoon is één van de afbeeldingen waarvan wordt aangenomen dat ze door de apostel zelf zijn geschilderd. Het zou in Rome vanuit Kreta gearriveerd zijn in 590 na Chr. tijdens het pontificaat van paus Gregorius de Grote (590-604), die het persoonlijk verwelkomde bij aankomst. Het icoon werd in een boot vol bloemen de Tiber opgevaren tot in het centrum van de stad. Het kunstwerk werd in 2018 gerestaureerd door de Vaticaanse Musea.

De uitdrukking Salus Populi Romani gaat terug op het rechtssysteem en de heidense rituelen van de oude Romeinse Republiek. Na de legalisering van het christendom door keizer Constantijn door het Edict van Milaan in 313 na Christus, werd de uitdrukking overgenomen als een titel voor de maagd Maria.

Archeologiedagen uitgesteld tot 9, 10 en 11 oktober 2020

28 maart 2020

Omdat het onduidelijk is hoe lang de viruscrisis nog zal aanslepen, hebben de organiserende partners beslist de jaarlijkse Archeologiedagen niet te laten plaatsvinden op 29, 30 en 31 mei 2020, maar deze uit te stellen naar 9, 10 en 11 oktober 2020.

Dat geeft de organisatoren van kleine en grote initiatieven zekerheid en voldoende tijd om hun activiteit voor te bereiden. Het is immers de bedoeling om opnieuw een boeiend en uitgebreid programma te kunnen samenstellen voor de derde editie van de Archeologiedagen. Tijdens de Archeologiedagen kunnen jong en oud kennismaken met het verleden onder onze voeten.

archeologiedagen

In heel Vlaanderen kan je gedurende drie dagen deelnemen aan allerhande archeologische activiteiten: een archeologische fietstocht, een Romeinse kookworkshop, een bezoek aan een opgraving, … Vorig jaar telden de Archeologiedagen 27.000 bezoekers.

De Archeologiedagen zijn een gezamenlijk initiatief van de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen, de Vereniging van de Vlaamse Provincies en het Forum Vlaamse Archeologie.

www.archeologiedagen.be