Speciale rondleidingen bij zonsondergang in Thermen van Caracalla

1 oktober 2020

Elke dinsdagavond, tot 20 oktober, kan je in de Thermen van Caracalla in Rome een speciale rondleiding meemaken bij valavond.

Deze ‘Caracalla Sunset-tours’ omvatten een bezoek aan het ondergrondse gedeelte van het thermencomplex en het Mithraeum, dat voor het eerst wordt heropend sinds de virusuitbraak in maart.

caracalla_sunset

De rondleidingen vinden plaats in het Italiaans of het Engels. Het aantal personen per groep is beperkt tot twintig, dus best niet te lang wachten als je een ticket wil bemachtigen.

Er zijn elke dinsdag (dus op 6, 13 en 20 oktober) telkens vier rondleidingen per avond, met vertrek om 18.40 uur, 19 uur, 20 uur en 20.20 uur. De wandeling duurt ongeveer een uur.

Vooraf een online ticket boeken is verplicht en dat kan via de Coopculture-website.

Eerste afleveringen televisieserie Romulus eerst te zien op Filmfestival Rome

30 september 2020

De eerste twee afleveringen van de gloednieuwe tiendelige televisieserie Romulus zullen in wereldpremière worden gepresenteerd tijdens het komende filmfestival van Rome in het Auditorium Parco della Musica. Het vijftiende Festa del Cinema di Roma vindt plaats van 15 tot 25 oktober. Pas daarna zal deze nieuwe productie van Sky Italia op televisie worden uitgezonden.

romulus_serie1Foto: Sky Italia.

De televisiereeks kan worden beschouwd als een soort vervolg op de film Il Primo Re van Matteo Rovere, die ook ditmaal de regie in handen heeft, samen met Michele Alhaique en Enrico Maria Artale. Net als in de speelfilm spreken de personages in de nieuwe serie Latijn.

De hoofdrolspelers zijn drie zeer jonge acteurs: Andrea Arcangeli, in de rol van Yermos, de prins van Alba; Marianna Fontana die de Vestaalse Ilia speelt en Francesco Di Napoli als de jonge slaaf Wiros.

Andere acteurs en actrices zijn onder meer: Giuseppe Schillaci, Emilio De Marchi, Simon Rizzoni, Federico Diust, Corrado Invernizzi, Federico Mariotti, Francesco Pacelli, Brutius Selby, Vanessa Scalera, Giovanni Buselli, Silvia Calderoni, Sergio Romano, Massimiliano Rossi, Demetra Avincola, Ivana Lotito en Gabriel Montesi.

romulus_serie2Foto: Sky Italia.

Matteo Rovere schreef ook het scenario van Romulus. Terwijl Il Primo Re vooral focuste op de botsing tussen de legendarische tweeling die door een wolvin was grootgebracht, gaat in Romulus het verhaal wat verder.

We maken kennis met de eerste allianties tussen de Latijnse volkeren in de omgeving van Rome, maar ook met de tegenstellingen tussen de verschillende gemeenschappen. De mensen leven onder leiding van de koning van Alba in een uiterst precaire situatie.

De enscenering toont een primitieve en brute wereld, gekenmerkt door geweld en de onverbiddelijke kracht van de natuur, waarbij de oorzaak van rampen toegeschreven wordt aan de goden.

Groot literair festival op komst in Rome

30 september 2020

Rome lanceert donderdag een groot en nieuw literair festival. De drie belangrijkste jaarlijkse literaire evenementen van Rome (Letterature – Festival internazionale di Roma, Libri Come en Più libri più liberi) bundelen hun krachten en pakken nu uit met één groot evenement: het Insieme Festival.

Het grootschalige boekenfeest wordt georganiseerd door AIE (Associazione Italiana Editori), het Istituzione Biblioteche di Roma en de Fondazione Musica per Roma, in samenwerking met het Parco Archeologico del Colosseo en Zètema Progetto Cultura en met steun van de SIAE (Società Italiana degli Autori ed Editori).

insieme4

Volgens de organisatoren wil Insieme (Italiaans voor ‘samen’) zowel schrijvers, uitgevers, wetenschappers, boeken, filosofen, kunstenaars, musici als lezers en boekenliefhebbers verenigen in één groot evenement. Kortom: zowat de hele literaire wereld van Italië wordt verwacht op Insieme.

Het nieuwe literatuurfestival vindt plaats van 1 tot en met 4 oktober. Gedurende deze vier dagen vinden meer dan honderd evenementen plaats, waaronder ontmoetingen met (soms wereldberoemde) Italiaanse maar ook buitenlandse auteurs, lezingen, video- en kunstvoorstellingen, artistieke en muzikale uitvoeringen en signeersessies.

Zo wordt onder meer Paolo Giordano (De eenzaamheid van de priemgetallen) verwacht, evenals de Nigeriaanse schrijver Wole Soyinka (De vertolkers en Dagen der duisternis,…), de eerste Afrikaan die (in 1986) de Nobelprijs voor Literatuur ontving.

Door de reisbeperkingen in sommige landen zullen niet alle buitenlandse auteurs live aanwezig zijn. Die interviews of onmoetingen worden dan gestreamd. Alleen signeersessies zijn in dat geval niet mogelijk. Dat zal onder meer het geval zijn met Salman Rushdie (Midnight’s Children, De duivelsverzen). Ook wie thuisblijft zal de meeste activiteiten kunnen streamen.

insieme3

Ook Antonio Scurati is erbij. Die won vorig jaar de Premio Strega, de meest prestigieuze literaire prijs van Italië, voor M. Il figlio del secolo, een monumentale roman over de opkomst van Mussolini en het fascisme.

Van dat boek werden alleen al in Italië inmiddels bijna 300.000 exemplaren verkocht. Er zijn intussen heel wat vertalingen beschikbaar, ook in het Nederlands: M. De zoon van de eeuw.

Een greep uit de vele schrijvers, essayisten en artiesten die hun aanwezigheid hebben bevestigd: Franco Arminio, Stefania Auci, Javier Cercas, Cristina Comencini, Gianrico Carofiglio, Giulio Cavalli, Maurizio De Giovanni, Claudia Durastanti, Stefano Mancuso, Vito Mancuso, Andrea Marcolongo, Michela Murgia, Valerie Perrin, Valeria Parrella, Francesco Piccolo, Massimo Recalcati, Virgilio Sieni, Chiara Valerio, Manuel Vilas, Yuval Noah Harari, Maylis de Kerangal, Edoardo Albinati, Zerocalcare en vele anderen.

Op Insieme kan je natuurlijk ook boeken kopen en bekijken: liefst 168 uitgevers uit heel het land hebben er een stand. Niet alleen de kleine en middelgrote uitgevers, maar ook de grote en belangrijke Italiaanse uitgeverijen zijn aanwezig. Ook belangrijk om weten: het Insieme Festival en alle evenementen zijn gratis toegankelijk.

insieme2

Het nieuwe festival is te beleven op verschillende plaatsen, waaronder het Auditorium Parco della Musica in het noorden van de stad, maar ook op enkele verrassende buitenlocaties: de Basilica van Maxentius, de Tempel van Venus en Roma (Forum Romanum) en het Stadio Palatino op de Palatijnse heuvel.

Het boekenfestival krijgt steun van de stad Rome, de regio Lazio en het Centro per il libro e la lettura del Mibact. Op de gloednieuwe website van het Insieme Festival vind je alle praktische details en het programma. Dat kan je hier ook downloaden in PDF-formaat.

Het Insieme Festival en de bijhorende evenementen zijn allemaal gratis toegankelijk, maar vooraf reserveren via de festivalwebsite is verplicht voor alle activiteiten.

Stampa

De klassieke coronamaatregelen zoals het dragen van mondmaskers blijven geldig. De festivalgangers zullen ook een temperatuurscan moeten ondergaan. De organisatoren garanderen dat er voldoende fysieke afstand tussen de bezoekers wordt bewaard. Aan alle bezoekers wordt ook gevraagd tenminste 15 minuten vóór de aanvang van een activiteit aanwezig te zijn.

Via de website kan je gratis een plaatsje reserveren voor een activiteit naar keuze.  Vooraf reserveren is verplicht.

www.insiemefestival.it

Rome geteisterd door overstromingen

29 september 2020

Heel wat Europese landen kregen de voorbije dagen af te rekenen met forse regenbuien en najaarsstormen. Ook Rome werd flink bedeeld. Op heel wat plaatsen in de stad waaiden bomen omver. De brandweer kreeg in een paar uur tijd meer dan vijftig oproepen om bomen te komen wegslepen.

Maar het waren vooral de talrijke overstromingen in talrijke straten en op pleinen die nog eens pijnlijk duidelijk maakten in welke slechte toestand het Romeinse wegen- en rioleringsnet zich bevindt.

Nu zijn overstromingen tegenwoordig geen exclusiviteit meer. Zowat heel Europa krijgt ermee te maken. Eén van de oorzaken is het toenemende gebruik van straat- en terreinverharding zoals asfalt en beton, waardoor het regenwater veel minder snel weg kan. Anderen zien het als een waarschuwing voor een klimaatverandering.

In Rome is de voornaamste reden in ieder geval gekend. De wegen en het rioleringsstelsel verkeren in zodanig slechte staat dat er bij de minste regenval altijd wel ergens problemen ontstaan. Bij echt forse regenbuien wordt de toestand vaak problematisch.

slechtewegenrome1

Straten en pleinen veranderen dan in openluchtbaden. Het water zorgt ervoor dat de vele gaten en putten in de weg, de loszittende stenen, de ongelijk liggende en verzakte kasseien en andere oneffenheden in het wegdek niet meer zichtbaar zijn, waardoor vooral scooters en auto’s te maken krijgen met levensgevaarlijke toestanden.

In Rome zijn de voorbije jaren nauwelijks herstellingen uitgevoerd aan de wegen. De riolering werd al vijf jaar niet meer gereinigd. De riolen van Rome zijn bovendien erg oud. Zelfs de meest recente stelsels zijn al meer dan zestig jaar in bedrijf en werden gebouwd tussen 1950 en 1960.

Al die tijd is ook het auto- en busverkeer in de stad fors toegenomen, waardoor de wegen in een sneller tempo versleten geraken en de rioleringstunnels soms het gewicht van de vele voertuigen niet meer aankunnen en instorten. Ook de mangaten zitten vaak verstopt met afval en bladeren en worden zelden of nooit gereinigd.

Volgens de beheersovereenkomst met de stad Rome moet de reinigingsdienst AMA garanderen dat 92% van de straten dagelijks worden geveegd en opgeruimd. Maar AMA zit in geldnood en slaagde er sinds 2018 niet meer in om meer dan 65 procent van het openbare domein proper te houden. Daardoor spoelt veel klein rondslingerend afval de riolering in, waarna die verstopt raakt en bij regen voor overstromingen zorgt.

slechtewegenrome3

Ook de stad Rome kampt met een gigantische schuldenberg van ongeveer 13 miljard euro. Niet alle aannemers zitten te wachten om opdrachten voor de stad uit te voeren omdat ze vrezen dat ze pas na vele maanden of helemaal niet betaald gaan worden. Ten slotte moet Rome nog altijd afrekenen met de gevolgen van het ‘Mafia Capitale’-schandaal.

Zoals bekend zat de stad jarenlang in de wurggreep van maffiosi, corrupte politici, omgekochte ambtenaren, ondernemers met gangsterallures en zelfs voormalige terroristen. Die werkten allemaal mee aan een systeem dat de overheid al sinds het jaar 2000 vele honderden miljoenen euro’s heeft gekost.

Onderhoudswerkzaamheden in de Romeinse straten werden jarenlang zeer gebrekkig of met slechte bouwmaterialen uitgevoerd en soms zelfs helemaal niet, ook al liet de aannemer in kwestie zich er wel voor betalen.

Wegenwerken liepen in Rome systematisch fout omdat wegenbouwers en andere firma’s in samenspraak met corrupte ambtenaren wel het geld op zak staken, maar de opdracht gewoon niet, of in het beste geval slechts rommelig en zonder kwaliteitsgaranties of -controle uitvoerden.

Toen de bende werd opgerold kreeg het netwerk in de media al gauw de naam ‘Mafia Capitale’, of ‘hoofdstedelijke maffia’ omdat de criminelen zo diep waren doorgedrongen in het bestuurlijke en administratieve hart van Rome.

Talrijke kopstukken uit de ambtenarij en het stadsbestuur bleken betrokken te zijn bij één van de grootste schandalen die de stad sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gekend.

Maffieuze ondernemers of hun stromannen kochten bovendien lokale politici en topfiguren bij de stadsdiensten om. Die regelden het zo dat bepaalde aannemers systematisch als laagste inschrijver werden beschouwd en zo de meest winstgevende aanbestedingen konden binnenhalen.

Het criminele netwerk sleepte op die manier onterecht talrijke contracten in de wacht. Concurrenten grepen steevast naast de opdrachten, waardoor hun financiële reserves opdroogden en sommigen failliet gingen.

Interessant voor de fraudeurs waren vooral het groenonderhoud, de wegen- en infrastructuurwerken, het schoonmaken van de straten, de huisvuilophaling en afvalverwerking, maar ook de uitbating van zigeunerkampen en opvangcentra voor vluchtelingen en asielzoekers bleken erg lucratief.

Als de werken al werden uitgevoerd, gebeurde dat met minderwaardige bouwmaterialen, afgekeurd asfalt of beton dat meer zand dan cement bevatte. Het onderhoudscontract voor openbaar groen en het verwijderen van onkruid was doorgaans nog gemakkelijker uit te voeren: dat liet men gewoon groeien.

slechtewegenrome2

Op die manier vloeiden vele miljoenen euro’s naar de bankrekeningen van de frauduleuze ondernemers en hun medeplichtigen. Verantwoordelijke ambtenaren die betrokken waren bij het systeem deelden in de winst en moesten daarom uiteraard ook zwijgen.

Door de Mafia Capitale-affaire is Rome zeer voorzichtig geworden in het gunnen van aanbestedingen. Sinds 2017 werd jaarlijks een miljoenenbudget voorzien om de waterafvoer op de voornaamste wegen en pleinen te herstellen en om de meest acute problemen grondig aan te pakken. Dat geld werd al drie jaar na elkaar niet uitgegeven en staat in afwachting geblokkeerd op een afzonderlijke bankrekening.

In 2017 werden inderdaad een aantal dringende werken aanbesteed en na het annuleren van de opdracht, gebeurde dat nog eens in 2018. Maar tussen de inschrijvingen op de aanbestedingen bevonden zich telkens abnormaal lage prijsoffertes en andere onregelmatigheden, waardoor Rome vreesde dat ze opnieuw ging te maken krijgen malafide aannemers die de werken niet of met slechte materialen zouden uitvoeren.

De administratieve procedures blijven tot vandaag aanslepen. De recente overstromingen hebben echter iedereen nog eens wakker geschud. Het stadsbestuur liet het voorbije weekend weten dat de aanbestedingen voor een aantal dringende wegenwerken binnen de 45 dagen zullen worden gegund.

De stad lanceerde vorig jaar wel het zogenaamde Stradenuovi-actieplan, dat deel uitmaakt van het verkiezingsprogramma van burgemeester Raggi. Omdat er de voorbije legislaturen nauwelijks werkzaamheden gebeurden aan het wegennet, is de problematische wegen- en rioleringsinfrastrutuur van Rome uitgegroeid tot een belangrijk punt van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Daarom worden nu in sneltempo op diverse plaatsen in de stad nieuwe asfaltlagen gelegd en verschijnen in de buitenwijken zelfs nieuwe fietsstroken. Ook het kasseienplan past in die vernieuwingsstrategie.

veneziakasseien2

Op verschillende plaatsen, zoals bijvoorbeeld in de Via Nazionale, worden de kasseien weggehaald en vervangen door een asfaltlaag. De weggehaalde stenen zullen gebruikt worden voor de herbekleding van 113 andere en kleinere straten, meestal in het historische centrum.

Romeinse arbeiders weten intussen perfect hoelang de verwaarlozing van de wegen- en rioleringsinfrastructuur al aan de gang is. Bij recente opruimacties ontdekten ze in rioleringsputten lege blikjes Coca Cola van meer dan twintig jaar oud. Het afval was dus de voorbije twee decennia nooit opgeruimd.

Ook ontdekte men dat in sommige waterafvoeren asfalt was gestort, wellicht door malafide aannemers die hun bouwmaterialen per slot van rekening ergens kwijt moesten. Daarnaast bleken sommige ondergrondse waterleidingen niet meer aan elkaar gekoppeld te zijn, zodat het water niet langer werd afgevoerd en ter plaatse in de grond stroomde.

Kostbare collectie bibliotheek Subiaco wordt gedigitaliseerd

28 september 2020

De befaamde bibliotheek van Subiaco, ongeveer 50 km ten oosten van Rome, begint met de digitalisering van haar kostbare collectie werken uit de periode van de scholastiek. Het project wordt gecoördineerd door de Biblioteca Nazionale Centrale di Roma (BNCR) en het Consortium of European Research Libraries (CERL).

subiaco(4)

De weergaloze collectie van de bibliotheek van de Santa Scolastica di Subiaco, met 130.000 drukken van de 16de tot de 21ste eeuw, 420 codices en 206 incunabelen, is vandaag eigendom van het Italiaanse Ministerie van Cultuur. De digitalisering wordt financieel mogelijk gemaakt dankzij de Polonsky Stichting.

subiaco(1)

Eén van de blikvangers van de collectie is het eerste gedrukte exemplaar van de De civitate Dei (Over de stad Gods), een werk van kerkvader Augustinus dat hij schreef tussen 413 en 426 in het Latijn. Het werd op 12 juni 1467 uitgegeven door de Duitse drukkers Conrad Sweynheym en Arnold Pannartz.

De territoriale abdij van Subiaco (Abbatia Territorialis Sublacensis in het Latijn) is een benedictijnenabdij en één van de drie die zijn gesticht door Sint-Benedictus van Nursia. Subiaco is de oudste van de drie en de moederabdij van alle benedictijnenabdijen. Het klooster ligt op een heuvel net buiten Subiaco, een stadje met amper negenduizend inwoners.

subiaco(5)

De abdij heeft twee afzonderlijke vestigingsplaatsen. Het Monastero del Sacro Speco werd gebouwd tegen de heuvelwand en bevindt zich vlak boven de grot die Benedictus gebruikte als kluizenaarsruimte. Het Monastero di Santa Scolastica is gelegen bovenop de heuvel.

Benedictus trok zich vaak terug in de grotten in de heuvels en zijn groeiende reputatie als spirituele gids zorgde er vrij snel voor dat een aantal volgelingen hem opzochten en zich ook in de omgeving vestigden. Zo ontstonden na verloop van tijd verschillende religieuze gemeenschappen, waaronder een daarvan werd genoemd naar de zus van Benedictus, Scholastica.

Op zoek naar rust en bezinning trok Benedictus zelf verder naar Montecassino, waar later een tweede klooster volgens zijn leefregels werd opgericht. In Subiaco werd de Abdij van Sint-Scholastica in de negende eeuw (in 828 en in 876) tweemaal vernield door de Saracenen, een Noord-Arabisch volk dat reeds in de achtste eeuw trouw aan de islam had gezworen.

In de loop van de middeleeuwen werden alle moslims en later alle tegenstanders van de christenen, of ze nu Arabisch, Perzisch of Turks waren, aangeduid als Saracenen. Met Saracenen werd verwezen naar moslims uit de Levant, als men het over Moren had, ging het over moslims uit Noord-Afrika en het Iberisch Schiereiland.

Het is onzeker of de in de middeleeuwen gebruikte benaming verband houdt met het volk waaraan reeds in de klassieke oudheid werd gerefereerd. De Saracenen waren vooral in de middeleeuwen berucht in Europa als piraten en plunderaars.

Zo werd in 846 de oude Sint-Pietersbasiliek in Rome geplunderd, waarbij grote schade aan het gebouw werd toegebracht. Onder meer het graf van de heilige Petrus werd geschonden en de gouden deuren werden geroofd. Ook de Sint-Paulus buiten de Muren (San Paolo fuori le Mura) werd toen aangevallen.

subiaco(2)

Het klooster van Subiaco werd echter steeds herbouwd en groeide in de tiende eeuw vooral dankzij de bescherming en ondersteuning van meerdere pausen, waarvan enkele benedictijnenmonnik waren. Vooral de elfde en de twaalfde eeuw waren een gouden tijdperk voor de abdij die fors bleef groeien en hierbij ook grote economische en politieke macht verwierf.

In de vijtiende, zestiende en zeventiende eeuw had de abdij te lijden onder de geldzucht van een aantal pausen die de abdij financieel plunderden, ook door de abdijen te verlenen in commendam aan derden.

Het was pas toen paus Benedictus XIV in 1753 de abdij terug soevereiniteit bood, dat het tij keerde en de abdij terug bloeide. In 1915 kende paus Benedictus XV het privilege van een territoriale abdij toe. Alexander VI, Pius VI en Pius VII waren pausen die eerder abt van de abdij waren geweest.

Twintigjarige stelt zich kandidaat als burgemeester van Rome

27 september 2020

Virginia Raggi, de burgemeester van Rome, kent haar eerste uitdager voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. De twintigjarige Federico Labuono heeft zich zopas kandidaat gesteld voor het burgemeesterschap. Hij is daarmee de jongste kandidaat voor die functie in de geschiedenis van Italië.

De jongeman behoort tot de recent opgerichte nieuwe politieke partij La Giovane Roma 2021, die uitsluitend bestaat uit jongeren onder de 25 jaar. De nieuwe partij belooft dat ze zich vooral zal concentreren op de talenten en ideeën van jonge mensen en bewust ver weg zal blijven van de traditionele politiek.

giovaneroma

In het logo van La Giovane Rome bevinden zich de Italiaanse driekleur en de Romeinse wolvin. Dit jaar vieren we de 150ste verjaardag van Rome als hoofdstad van Italië. Ter ere van deze viering hebben we de historische kleuren van Rome, goudgeel en bloedrood, en die van de Italiaanse vlag gekozen. Met de Lupa Capitolina erbij heeft het logo ook een belangrijke historische en politieke referentie, legt Labuono uit.

De jonge kandidaat-burgemeester is ervan overtuigd dat de politiek zoals die vandaag bedreven wordt, voor vele mensen geen perspectief meer biedt. Hij geeft toe dat er misschien mensen zijn die zich zullen storen aan zijn jonge leeftijd, maar zegt dat het niet de jongeren zijn die verantwoordelijk waren voor het wanbeleid van de voorbije jaren.

Federico Labuono is geboren in Lecce en groeide op in Bari (Puglia). In 2015, op vijftienjarige leeftijd, trok hij met zijn moeder naar Rome. De jongeman is blij met die beslissing, want in Rome kreeg hij naar eigen zeggen kansen die geen enkele andere plek in Italië hem had kunnen bieden. Toch dacht Labuono aanvankelijk dat er iets mis was met de stad, tot hij besefte dat de oorzaak bij het bestuur lag, dat jarenlang talrijke zaken heeft verwaarloosd.

De jongerenlijst is vastbesloten een front te vormen tegen de Partito Democratico (PD) en de Vijfsterrenbeweging (M5S). Bij die laatste partij worden de jongste weken meer interne ruzies uitgevochten dan er beleidsbeslissingen worden genomen. Zowel centrumlinks als centrumrechts zijn nog op zoek naar een kandidaat-burgemeester.

Het wordt natuurlijk een uitdaging en we weten dat het een moeilijke strijd zal zijn. Maar we gaan er alles aan doen om de gevestigde politici in Rome ongerust te maken. We moeten stoppen met denken dat jong zijn gewoon een overgangsfase is. Als voldoende mensen beseffen hoe slecht het beleid van de voorbije jaren was, zijn we zeker niet helemaal kansloos, zegt de jonge kandidaat.

Federico Labuono combineert studie en werk. Hij lanceerde al twee startups, houdt zich bezig met communicatie en publicaties en werkt als strategisch adviseur voor bedrijven en politici. Door The Post Internazionale (TPI), een Italiaanse onlinekrant, werd hij uitgeroepen tot één van de twintig meest veelbelovende jongeren van Italië.

La Giovane Roma is niet links of rechts, al wie de waarden van de grondwet respecteert is welkom. De kandidatenlijst moet de komende maanden nog worden aangevuld met talentrijke jongeren.

De lanceringsvideo is er al. Het is een filmpje van amper een minuut dat in het eerste deel bliksemsnel een aantal problemen van Rome toont en vervolgens focust op de schoonheid van de stad. De filmbeelden zijn voorzien van muziek van Marco Cutini, een twintigjarige componist die zich bij het Lobuono-team heeft aangesloten.

giovaneroma2

We laten Federico Labuono even aan het woord.

We zullen zeker niet tot de favorieten behoren. We zijn niet arrogant en we kennen onze grenzen. We weten uiteraard niet hoe het zal aflopen, welk percentage we zullen halen of hoeveel stemmen we zullen krijgen. Maar de komende verkiezingen bepalen de toekomst van de stad. De kandidaat die wint kan Rome redden of definitief in de afgrond duwen.

Maar hoewel we buitenstaanders zijn in de Romeinse politiek, vormen we nu al het grote nieuws van deze verkiezingen. Rome bevindt zich al vele jaren in een onzekere fase. Er is geen echt stadsproject, er zijn geen vooruitzichten en het huidige bestuur lijkt geen duidelijke visie te hebben voor de toekomst van de stad.

Het is te gemakkelijk om anderen voortdurend te schuld te blijven geven van de structurele problemen die er zijn en die maar niet opgelost geraken. Veel heeft ook te maken met de tekortkomingen van de eigen politieke agenda.

We horen vrijwel dagelijks dat de toestand in Rome hopeloos is en dat de stad onbestuurbaar is geworden. Wel, we zijn dat beu gehoord en we gaan daar iets aan doen. Wij presenteren een concreet project, het zal ambitieus en gedurfd  zijn, maar dat betekent niet dat het niet ernstig en haalbaar is.

Voorafgaand aan de lancering van La Giovane Roma hebben we elke dag non-stop gewerkt. We hebben een programma geschreven dat een antwoord geeft op één simpele maar beslissende vraag: hoe zou je willen dat Rome is?

Om dat te weten te komen lezen we even een stukje in het verkiezingsprogramma van La Giovane Roma.

We willen een stad die weer een echte hoofdstad is, die niet onderdoet voor de steden uit het noorden. Een stad die tijd, energie en middelen investeert in cultuur en toerisme. Een stad waarin jongeren, universiteiten en opleidingen centraal staan. Een stad die eindelijk avant-garde wordt vanuit een digitaal, innovatief en start-up perspectief.

Een stad waar je je leven niet riskeert als je op bussen stapt, waar de ingang van de parken toegankelijk is en niet geblokkeerd wordt door omgevallen bomen. Een hoofdstad waarin we kunnen terugkeren om te praten over het heden en de toekomst, waaruit we niet gedwongen worden te vertrekken om werk te kunnen vinden.

Een Rome waar het woord groei rijmt met duurzaamheid, waarin bedrijven investeren en niet delokaliseren . Een Rome waarin het centrum en de periferie één zijn, waar iedereen gedegen onderwijs krijgt en niemand wordt gedwongen op straat te leven. Een stad die haar naam eer aan doet, die hartstocht en sentiment aanmoedigt zonder bang te zijn voor groei en ontwikkeling.

giovaneroma3

Federico Labuone besluit:

De jongste weken stelden talrijke mensen ons de vraag: waarom zou ik stemmen op een lijst van jonge mensen die waarschijnlijk niet in staat zullen zijn om de talloze problemen waarmee de stad worstelt, op te lossen?

We antwoorden dan: waarom zou je dat niet doen? Waarom vertrouw je mensen niet die er echt voor willen gaan, ook al zijn ze jong? We horen al jaren dat jongeren de toekomst van het land zijn, laat ons dan ook proberen die toekomst vorm te geven. We willen jongeren terug naar de stembus halen, net als degenen die al jaren niet meer hebben gestemd.

https://lagiovaneroma2021.it

Het eerste promotiefilmpje van La Giovane Roma

Muur van keizer Justinianus ontdekt in Ceuta

27 september 2020

Archeologen van de Spaanse Universiteit van Cádiz hebben deze zomer in de stad Ceuta de resten van een ruim 3 m hoge muur ontdekt die aan het einde van de zesde eeuw vermoedelijk gebouwd werd door keizer Justinianus (527-565).

De oorspronkelijke muur dateert uit de tijd van Marcus Aurelius (161-180). Honderd jaar na de bouw werd een toren tegen de muur geplaatst en nog eens twee eeuwen later volgde een nieuw stuk muur. Archeologen vermoeden dat het nu ontdekte gedeelte daarvan deel uitmaakte en dat keizer Justinianus de opdracht gaf voor de bouw van deze laatste muur.

ceuta5Keizer Justinianus zoals hij staat afgebeeld op een mozaïek
in de basilliek van San Vitale in Ravenna.

Justinianus staat bekend voor zijn poging om de eenheid in het Romeinse Rijk te herstellen, maar daar slaagde hij niet blijvend in. Zijn regering wordt daarom als het einde van de klassieke oudheid beschouwd.

De opgravingen gebeurden in het Baluarte de la Bandera, een zestiende-eeuws bolwerk in Ceuta. De ontdekte resten bieden archeologen nieuwe informatie over deze stad aan de Noord-Afrikaanse kust in de Romeinse en Byzantijnse tijd.

Ceuta ligt aan de Noord-Afrikaanse zijde van de Straat van Gibraltar, aan de Middellandse Zee. Voorheen viel ze onder bestuur van de Spaanse provincie Cádiz. Sinds 1995 is het een Ciudad Autónoma, een Autonoom Stadsgewest binnen het Spaanse koninkrijk.

ceuta1

Ceuta grenst aan de Marokkaanse kuststad Fnideq. Marokko beschouwt Ceuta, de oostelijker gelegen vestingstad Melilla en zeven onbewoonde eilandjes voor de Noord-Afrikaanse kust, die samen de zogeheten Plazas de soberanía vormen, als bezet Marokkaans grondgebied.

ceuta2

Tijdens de opgravingen kwamen de onderzoekers ook terecht op een aardlaag met bijzonder veel materiaal uit zee, waaronder honderden schelpen, resten van tonijn, zee-egels, talrijke dieren en zelfs het bot van een gier.

Voor archeologen is een dergelijke vondst een dankbare bron van informatie. Niet alleen komen ze meer te weten over het dierenleven in de zesde eeuw, maar er kan vooral uit opgemaakt worden welke vissen of schaaldieren toen door de mensen werden gegeten.

Daarnaast werd in de omgeving van de muur ook veel aardewerk gevonden, evenals enkele stukken metaal en munten. Heel bijzonder is een fragment van een amfoor uit de eerste eeuw met een inscriptie. Die wordt nu bestudeerd en zal in principe één van de pronkstukken worden in het museum dat in de toekomst op de vindplaats zal worden opgetrokken.

ceuta3

De vondsten zijn in behoorlijk goede staat, wat voor Ceuta ongewoon is. Romeinse artefacten die daar worden ontdekt verkeren meestal in een bedenkelijke toestand omdat in de middeleeuwen een nieuwe stad werd gebouwd bovenop de Romeinse aanwezigheid. Daarna volgden nog  bouwwerken uit de Portugese tijd en kwam ook het moderne Ceuta er nog bij.

Wetenschappers ontdekten ook dat Ceuta in de tweede helft van de zevende eeuw is getroffen door een aardbeving. Daardoor verschoof een stuk van de Romeinse muur van zijn plaats en ontstonden er verschillende scheuren.

De muur is echter gebouwd met Romeinse degelijkheid. Hij stortte niet in omdat hij steunde op dikke pakketten aarde. Het is door die aardlagen te bestuderen dat nu bepaald kon worden in welke periode de aardbeving plaatsvond.

ceuta4

Bij de opgravingen werd ook een antropoloog betrokken omdat vlakbij de  muur ook botten van mensen zijn gevonden. De archeologen vermoeden dat het gaat om de lichamen van minstens dertien personen, zowel volwassenen als kinderen. De lijken werden hier destijds wellicht opgestapeld om verbrand te worden, zodat infecties konden worden voorkomen.

Manuscript Mysteries III – De Bourgondische hertogen en hun familiaire Cicero

26 september 2020

Zonder de middeleeuwse handschriften zouden we maar bitter weinig van de klassieke Romeinse schrijvers weten. In de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) wordt een schat aan minder bekende handschriften bewaard. En ieder handschrift vertelt een eigen verhaal, een verhaal dat soms tot Rome reikt.

Vandaag aflevering drie van Manuscript Mysteries: de Bourgondische hertogen en hun familiaire Cicero. De vorige bijdragen in deze reeks waarin Rome nooit ver weg is, kan je hier nalezen.

Deze reeks wordt verzorgd door dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België.

* * * * *

‘Hoe kan iets zijn wat eigenlijk niet kan zijn?’ vroeg de Grote Speurder zich af. En hij schudde het hoofd. U kent inmiddels genoeg van zijn denkwijze om uit deze op het eerste oog cryptische woorden te begrijpen dat hij worstelde met een handschrift van een klassieke Latijnse tekst in de verzameling van de hertogen van Bourgondië.

De hertogen van Bourgondië waren boekliefhebbers, bibliofielen. Dat zat in hun genen. Ze waren Franse prinsen uit het huis van Valois net als Jean, duc de Berry, en koning Karel V (die van Frankrijk, niet onze Karel V van twee eeuwen later). Filips de Goede (regering 1419-1467) en Karel de Stoute (regering 1467-1477) bezaten op het moment van hun overlijden meer dan 900 items, althans volgens de inventaris van de erfenis. Dat was gigantisch.

Van deze 900 handschriften zijn er nu nog ruim 390 bewaard, 270 in Brussel en 120 elders in de wereld (waarvan er 60 na 1815 illegaal in Parijs zijn blijven hangen).

manu_iii(5)

De meeste van deze handschriften waren in het Frans, de taal van het hof. Slechts een relatief klein deel was in het Latijn, een enkele codex (en dat is zo ongeveer letterlijk te begrijpen: één enkele codex) was in het Nederlands of het Duits. Van de ca. 270 handschriften die op dit moment in Brussel bewaard worden, is de helft zonder veel versiering.

Van de andere helft hebben de meeste handschriften één miniatuur, ruim 60 handschriften zijn zonder meer luxestukken, museumstukken, vaak op fijn perkament, met verschillende miniaturen en mooie initialen waarin het bladgoud niet geschuwd werd.

Juist deze miniaturen krijgen traditioneel de meeste aandacht, vaak zonder de samenhang met het boek, laat staan de verzameling als geheel, te benadrukken. Maar de decoratie van een handschrift (en miniaturen vormen de meest luxueuze en derhalve duurste schakel in de hiërarchie van deze decoratie) staat in nauw verband met het handschrift zelf: deze decoratie structureert namelijk de tekst (en daardoor het handschrift).

Het gaat dus nooit om illustratie zoals wij die in onze gedrukte boeken en deze nieuwsbrief kennen, ook al krijgt de bezoeker van tentoonstellingen en musea en de lezer van prachtboeken over deze handschriften gemakkelijk die indruk.

De hertogen van Bourgondië hadden een duidelijke voorkeur voor ridderromans in proza en voor kronieken of andere historische werken. Daarnaast treft men uiteraard de nodige kerkelijke en religieuze boeken aan, soms devote beschouwingen, vaker liturgische boeken, nooit pure wetenschappelijke speculatieve theologie.

Zuiver wetenschappelijke boeken zijn ook geen zwaartepunt. Wel vindt men een bijzondere belangstelling voor het Nabije Oosten, wat verband houdt met de plannen van Filips de Goede om op kruistocht te gaan.

manu_iii(7)

De literatuur van de klassieke oudheid wordt vooral vertegenwoordigd door Franse vertalingen van Xenophons Cyropaedia, de Alexanderroman van Curtius Rufus, Boethius’ Consolatio philosophiae en de Facta et dicta memorabilia van Valerius Maximus, een verzameling voorbeelden die eigenlijk voor redenaars bedoeld waren, maar in de middeleeuwen als morele exempla gelezen werden.

De grote klassieke auteurs, Vergilius, Ovidius, Horatius, Cicero, zijn nagenoeg afwezig. Dit ontbreken van de klassieke Latijnse literatuur in het Latijn (en dus niet in vertaling) wijst er al op dat het eigenlijke Humanisme aan het Bourgondische hof geen ingang gevonden had. Dat Humanisme was ontstaan in Noord-Italië in de veertiende eeuw en was gericht op het herstel van de klassieke Latijnse taal.

Terwijl de hertogen van Bourgondië hun boeken verzamelden of zelfs lieten maken (de meeste kostbare topstukken van de Koninklijke Bibliotheek zijn in zekere zin ‘voor ons’ gemaakt…), kwam dit Humanisme met name in Noord- en Midden-Italië tot bloei en volwassenheid. De meeste handschriften van klassieke schrijvers dateren uit het vijtiende-eeuwse Italië.

Dit alles wist de Grote Speurder zeer wel en derhalve keek hij verbijsterd naar het handschrift uit de collectie van de hertogen in zijn handen want dat bevatte niets meer of minder dan de volledige Latijnse tekst van Cicero’s traktaat over de plichten (De officiis) en van zijn correspondentie met allerlei bekenden (Epistulae ad familiares). Note bene: de volledige tekst!

manu_iii(4)

Dit boek had normaal niet in deze collectie mogen zitten, het schopt tegen alles wat we denken te weten aan. En dan nog de Ad familiares! Hij kon zich toch niet vergist hebben in wat hij altijd over de Bourgondische hertogen had gezegd? Dat het een cultureel achterlijk hof was dat niets wist van het Humanisme dat op hetzelfde moment de grote Italiaanse steden in vuur en vlam zette? Firenze, Padua, Ferrara, ja Rome?

‘Rome’, zuchtte de Grote Speurder en een glimp van de Via Appia, van de tempeltjes op het Forum Boarium, van het Olifantje van de Minerva vloog aan zijn ogen voorbij. Hij schudde het hoofd alsof hij deze beelden van zich wilde afzetten. Nee, hij vergiste zich nooit. Dat was heel hinderlijk voor iedereen die met hem in contact kwam, maar daar kon hij verder zelf niets aan doen. Hij had nu eenmaal altijd gelijk. Dus dat moest nu ook wel zo zijn.

Ms. 9764-66 dateert van rond 1400 of net een fractie later. Het is een handschrift met een spannende geschiedenis achter zich. Samen met nog vier andere (waarvan drie in Brussel) hoorde het toe aan Godevaert de Wilde, waterbaljuw van Sluis in 1402-03 en opnieuw van 1413 tot 1420, ontvanger-generaal van Vlaanderen en Artois van 1409 tot 1413 en in 1420-22, raadsheer van de hertog sinds 1409. Hij overleed op 16 oktober 1430.

Godevaerts handschriften kwamen op dat moment in het bezit van zijn zoon Gossuinus. Een mooie naam en een even mooie carrière, want ook Gossuinus volgde een briljante loopbaan aan het Bourgondische hof: van 1441 tot 1445 president van de Raad van Vlaanderen (niet te verwarren met die van WO I) en vanaf 1445 president van de Raad van Holland. Toen liep het mis.

In 1449 kwam Gossuinus in heftig conflict met de procureur generaal van Holland en Zeeland. Een conflict dat uitdraaide op een beschuldiging van sodomie oftewel homoseksualiteit. Dat was dodelijk: Gossuinus werd in 1449 op kasteel Loevestein, net op het huidige drieprovinciepunt tussen Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland, onthoofd. Gossuinus’ handschriften kwamen aan hertog Filips de Goede die van één ding overtuigd was: van boeken heb je er nooit genoeg, ook al doe je er niets mee.

manu_iii(2)

Naast ms. 9764-66 gaat het hier over ms. 9881-82 met de tragedies van Seneca (heel spectaculair en bloederig én heel geliefd in de latere middeleeuwen), ms. 9902 met de Facta et dicta memorabilia van Valerius Maximus (heel leerrijk en saai en uitermate geliefd aan het Bourgondische hof), ms. 9596-97 met het Speculum regum van ene Alvarus Pelagius en ms. Latin 9675 uit de Parijse Bibliothèque nationale de France met het Liber floridus van Lambertus van Sint-Omaars.

Vijf handschriften in totaal, alle in het Latijn en drie met teksten uit de klassieke oudheid. Hoogst ongebruikelijk in de verzameling van de hertogen van Bourgondië: in feite gaat het hier om precies de helft (ik herhaal: de helft!) van alle bewaard gebleven Latijnse handschriften van klassieke auteurs uit de bibliotheek van de Bourgondische hertogen. De Grote Speurder had dus inderdaad gelijk dat dit uitzonderlijk is, dat het eigenlijk niet klopt.

Maar daar is de kous niet mee af. Want dit is een Nieuwsbrief van een vereniging van Romevrienden (of Romemaniakken, zo u wilt) en, bij uitbreiding, van vrienden van Italië, en Italië lijkt nog steeds heel ver weg in dit betoog.

Vier van deze vijf handschriften hebben een verwant schrifttype en een even nauw verwante decoratie (initialen en randversiering) die men toeschrijft aan de zgn. Meesters van Guillebert de Mets, actief in Gent tussen pakweg 1420 en 1430. Daarmee dateert men deze vier handschriften in de jaren 1420 met Gent als plaats van ontstaan.

Maar niet ms. 9764-66. Dat is duidelijk van Italiaanse oorsprong (oef, daar zijn we!). De letters zijn ronder. De decoratie van de initiaal met auteursportret op f. 1r is Italiaans van stijl. Bovendien staat er op f. 50r de naam van een eerdere bezitter: Petrus de Urbe veteri oftewel Pietro di Orvieto.

Dit individu is helaas niet te traceren, maar hij moet tussen ruwweg 1400 en op zijn laatst 1425 eigenaar van dit handschrift zijn geweest. De productie van dit handschrift zou ik rond 1400 zelf plaatsen, misschien in de eerste vijftien jaar van de eeuw.

Hoe kan een Italiaans handschrift met twee werken van een Romeins klassiek auteur dat eigendom is geweest van iemand afkomstig uit Orvieto in het bezit komen van een hoog ambtenaar uit de Bourgondische administratie? Normaal gebeurt dat door aankoop of schenking. Voor zover wij weten is Godevaert de Wilde nooit in Italië geweest, maar in Brugge wemelde het van de Italianen.

Pietro di Orvieto zal een intellectueel gevormd man zijn geweest, maar of hij in de handel zat dan wel een kerkelijke of wereldlijke politieke functie had, ontgaat ons volledig, al lijkt het tweede meer voor de hand te liggen. Al die functies komen in principe in aanmerking om in die vroege vijftiende eeuw een uitwisseling te laten plaatsvinden, vermoedelijk in Gent of Brugge. Er kan zelfs een derde, ons onbekende tussenschakel zijn geweest, we hebben er het raden naar.

Maar eigenlijk is dit niet het echte mysterie. En dat wist de Grote Speurder ook. In de late middeleeuwen reisden boeken tussen de Zuidelijke Nederlanden en Italië. Daar is niets bijzonders aan. Maar dit? ‘Ad Familiares’, herhaalde de Grote Speurder fluisterend, quasi prevelend. ‘Dat kan niet. Dat is te vroeg. Hoe kan een handschrift van de Ad Familiares op dit moment in de Nederlanden zijn?’ En hij keek verontrust.

Cicero schreef ongeveer evenveel brieven als wij e-mails. Het verschil is dat er nogal wat van zijn hand bewaard zijn gebleven (het afsluiten van een account is net iets gemakkelijker!) en na zijn dood gepubliceerd zijn.

Dat gebeurde in bundels, gegroepeerd naar de bestemmeling: de brieven aan zijn goede vriend Atticus in de Epistulae ad Atticum, die aan zijn broer Quintus (de legaat van Julius Caesar in Gallië, die door de Nerviërs zonder succes belegerd werd ergens in onze contreien nadat Ambiorix het legioen van Sabinus en Cotta had uitgemoord) in de Epistulae ad Quintum fratrem, en die aan de overige vrienden en bekenden in de Epistulae ad Familiares.

manu_iii(6)

Tot daar niet meteen een probleem. MAAR: in de middeleeuwse handschriften zijn de Ad Familiares nooit volledig overgeleverd. Bepaalde handschriften hebben de ene helft, andere de andere, maar nooit alle zestien boeken samen.

Op eentje na, dat afkomstig is uit de abdij van Lorsch, gekopieerd was in de eerste helft van de 9de eeuw en in handen kwam van bisschop Leo van Vercelli (ca. 988-1026). Sindsdien had het volume in dat Noord-Italiaanse Vercelli een lange Doornroosjesslaap genoten tot het ontdekt werd door Pasquino de’Capelli. (Helaas weten we niet of Pasquino het volume ook gekust heeft.)

Daarmee zitten we in de spannende periode dat Italiaanse humanisten overal in Europa op obscure plaatsen klassieke teksten ontdekken, werken die soms eeuwen ongelezen hadden gesluimerd. Op dezelfde manier had Petrarca, jawel de beroemde Petrarca persoonlijk, de tekst van een onbekende redevoering van Cicero, de Pro Archia, ontdekt in het obscure Luik.

Dat handschrift is sindsdien weer verloren gegaan: men kent Cicero’s tekst voornamelijk langs Petrarca’s kopie en kopieën van die kopie, maar er is nog wel één ouder middeleeuws handschrift van de Pro Archia en dat zit – jawel, de Grote Speurder speurt groot en goed – in Brussel (ms. 5348-52, elfde eeuw), afkomstig uit de abdij van Gembloux.

Pasquino de’Capelli is minder beroemd dan Petrarca en hij ging ook minder ver van huis, maar eropuit gestuurd door Coluccio Salutati, de beroemde kanselier van Firenze, deed hij de vondst van zijn leven in Vercelli. In 1392 werd het handschrift voor Salutati gekopieerd in Milaan. Deze kopie is bewaard, net als het origineel dat kort daarop eveneens naar Firenze kwam.

Met andere woorden: op het moment dat ms. 9764-66 in Italië (voor Pietro di Orvieto?) gekopieerd werd, was de volledige tekst pas net ontdekt en weer in omloop. Het gaat dus om een heel bijzondere vroege kopie van Cicero’s brieven Ad Familiares die normaal op dit moment (ik herhaal: ten laatste in de jaren 1420) nauwelijks in de Nederlanden had kunnen zijn. En al helemaal niet in de bibliotheek van de hertogen van Bourgondië. Maar goed, die hebben het eigenlijk alleen maar ingepikt. Maar ook dan nog: dit is eigenlijk te vroeg.

Dat Godevaert zijn andere handschriften laat kopiëren in Gent in de jaren 1420, wijst er in ieder geval op dat hij op dat moment belangstelling in boeken had. Had hij de Cicerocodex eerder verworven en is dat de aanleiding geweest om de andere vier handschriften te laten maken? Of heeft hij Cicero’s brievenboek in dezelfde periode als de andere in handen gekregen? We hebben er – zoals zo vaak – het raden naar.

De Grote Speurder wuifde vaag met zijn hand. We zijn nog altijd niet op het punt waar het schoentje echt wringt! Als inderdaad iemand in de Nederlanden in de jaren 1420 de brieven van Cicero Ad Familiares leest, dan is dat intellectueel voorpaginanieuws, dan is dat sensatie, dan is dat een bericht waarbij de hoofdredacteur zijn reporter ernstig van onder zijn bril bekijkt en vraag of hij dat echt wel degelijk vier of vijf maal gecheckt heeft. WANT DIT KAN EIGENLIJK NIET !

‘Ziet u nu eindelijk wat ik al in het begin bedoelde?’, vroeg de Grote Speurder. ‘We hebben hier een uitzonderlijk handschrift, een vroege codex met de volledige tekst van Cicero’s Epistulae ad Familiares, dat naar het schrifttype en de overigens niet echt heel artistieke initiaal met het fantasieportret van Cicero te beoordelen ook echt uit het begin van de vijftiende eeuw moet stammen, eerder rond 1400 zelf dan uit 1420 zelfs.

En dat uitzonderlijk vroege volledige handschrift van deze tekst zit in de collectie van een notoir niet-humanistisch hof, waar men geen Latijn las en zich alleen voor de eigen spektakelstukken interesseerde, maar niet voor de klassieke oudheid. Hoe kan dat?’

Toen glimlachte de Grote Speurder en zei: ‘Ik zal het u laten zien. Het is eigenlijk heel eenvoudig. Hoe kan het onmogelijke? Welnu, het onmogelijke kan niet. Dus is het niet.’

Lezers wordt nu vriendelijk verzocht niet wanhopig te gillen, weg te rennen of geërgerd de computer uit te zetten. De Grote Speurder spreekt en legt uit! ‘Wat is een handschrift? Een handschrift is een uniek historisch materieel object dat je dus ook als zodanig moet interpreteren. Welnu, interpreteren volgt op kijken en beschrijven. Kijk nu eens.’

En de Grote Speurder sloeg het handschrift zacht en voorzichtig open en streelde even over de band. ‘Maak abstractie van de decoratie en de tekst. Wat blijft er over? De rest: de materialiteit, alles wat is toegevoegd, de historische sporen. De fout van de meeste lieden die zich met handschriften bezighouden, is dat ze alleen naar de plaatjes kijken (dat zijn de lieden uit de klasse der kunsthistorici) of dat ze hardnekkig alleen naar de tekst kijken (deze lieden horen tot de nog vreemdsoortigere sekte der filologen).

manu_iii(3)

Een derde mogelijkheid is er niet, want historici hebben er helemaal geen kaas van gegeten. Welnu, denk dat allemaal weg, zoek naar het niets, naar het codicologische nirvana. En dan, dan pas kun je zien waar het om gaat.’

En waar gaat het dan om in ms. 9764-66? Welnu, heel eenvoudig, zoals de Grote Speurder al zei. Het handschrift bestaat uit twee aparte delen, die ook afzonderlijk vervaardigd zijn en pas in tweede instantie (maar nog altijd aan het begin van de vijftiende eeuw) zijn bijeengevoegd. Beide zijn van Italiaanse oorsprong.

Het eerste deel bevat Cicero’s De officiis, een werk dat de hele middeleeuwen door veel is gelezen en geciteerd. Het tweede deel bevat de Ad Familiares, dat – zoals gezegd – op het moment van kopiëren net was ontdekt.

Het eerste deel bevat tal van aantekeningen in de marge en wel – en dit is van kapitaal belang! – in een noordelijke, gotische hand: dat kan dus zeer wel Godevaert de Wilde zelf zijn geweest, want wie anders komt er in aanmerking?

Pietro di Orvieto had ongetwijfeld een zuidelijke hand, ook als hij nog echt gotisch zou hebben geschreven. En na 1449 zat het boek bij de hertogen en toen schreef niemand er meer in. Het moet dus ofwel Godevaert ofwel Gossuinus zijn geweest.. Deze aantekeningen bewijzen dat deze tekst intensief en aandachtig is gelezen en bestudeerd.

En nu komt het. Het tweede deel bevat GEEN AANTEKENINGEN. Met andere woorden: er zijn geen gebruikssporen in dit tweede deel. En dat maakt het tragisch. Want dat betekent dat eigenlijk niemand bijzondere aandacht besteedde aan dat eerder uitzonderlijke deel van dit volume.

Die De officiis hadden ze zelfs in de Artes-bibliotheek van de piepjonge universiteit van Leuven die in 1425 net kwam kijken. Die De officiis had je overal. Maar Ad Familiares had je nergens, behalve in Italië, bij enkele geleerde humanisten in Firenze, Ferrara, Padua, Rome. En die onbekende Pietro di Orvieto dus.

Kortom: Godevaert de Wilde had een heel bijzonder handschrift en HIJ WIST HET NIET EENS. Hij las alleen het werk dat hij goed kende, omdat iedereen dat kende. En hetzelfde geldt voor Filips de Goede. En Karel de Stoute. En eigenlijk voor iedereen. Tot de Grote Speurder kwam, zag, overwon.

manu_iii(1)

Het volstaat niet dat een bepaald werk in een bibliotheek voorhanden is. Dat is het begin. Zoals professor IJsewijn zaliger gedachtenis zei: ‘Als je een boek níet hebt, zul je het zeker niet lezen of gebruiken.’ Maar het hebben van een boek is geen garantie dat je het ook inderdaad zúlt lezen.

Middeleeuwse handschriften bevatten vaak verschillende teksten. Sommige daarvan zullen meer gelezen zijn dan andere, maar zolang je geen materieel bewijs in de vorm van gebruikssporen in het handschrift zelf of eventueel citaten in een door een mogelijke lezer geschreven tekst hebt, kun je gebruik nooit echt bewijzen.

In het geval van ms. 9764-66 werd een populair werk van Cicero samengevoegd met een nieuw ontdekt. Maar wat een boer niet kent, dat vreet hij niet, zeggen ze bij ons in de Kempen, en dus las Godevaert met veel belangstelling zijn De officiis, ongetwijfeld heel tevreden met zijn aankoop of zijn geschenk. Hij heeft nooit beseft dat het tweede deel van zijn handschrift iets echt speciaals was.

En omdat men de bibliotheek van de hertogen van Bourgondië vooral vanuit kunsthistorisch oogpunt heeft bestudeerd en eigenlijk voornamelijk naar de miniaturen en de decoratie heeft gekeken, heeft niemand er ooit bij stilgestaan dat er in deze verzameling die nauwelijks klassieke Latijnse teksten bevat, toch een heel bijzonder en merkwaardig handschrift met klassieke literatuur zit.

De moraal van dit verhaal? Kijk. Kijk naar wat er voor je ligt en niet alleen naar wat je meteen denkt te zien. Kijk en aanschouw, aanschouw en interpreteer, interpreteer en leer. Observation and deduction, zei Sherlock Holmes. Gelijk had hij. De Grote Speurder is niet voor niets de Grote Speurder…

Nieuwsbrief Cicero: ms. 9881-82 bevat de tragedies van Seneca en is te Gent vervaardigd. In de initiaal een fantasieportret van Seneca.

Ms. 9764-66 is de codex waar het verhaal om draait. Op f. 1r een renaissance-portret van Cicero. F. 58r is het begin van de tekst van de brievencollectie van Cicero.

Met dank voor deze bijdrage aan
Dr. Michiel Verweij
Oude en kostbare drukken
Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel

Morgen en zondag Europese Erfgoeddagen in Rome

25 september 2020

Dit weekend, zaterdag 26 en zondag 27 september, kan je ook in Rome deelnemen aan de Giornate Europee del Patrimonio, de Europese Erfgoeddagen. Het tweedaagse initiatief is dit jaar gewijd aan het thema onderwijs, en omvat in Rome talrijke activiteiten in musea, bibliotheken, culturele academies en archeologische sites. De symbolische toegangsprijs bedraagt 1 euro.

giornatepatrimonio2020

Worden onder meer opengesteld: het Capo di Bove-complex in het Parco Archeologico dell’Appia Antica, het Antiquarium van de Villa dei Quintili en het Casale di Santa Maria Nova, het Parco delle Tombe Latine, het Archivio di Stato di Roma (Rijksarchief), het Museo delle Civiltà, het Auditorium di Mecenate, de Ara Pacis, de Galleria Borghese, en vele andere.

Sommige sites zijn ook ’s avonds toegankelijk. Zo kan je bijvoorbeeld terecht op het Forum Romanum van 19.15 tot 21.45 uur (ingang langs Largo della Salara Vecchia, laatste toegang om 21 uur). Reserveren is niet nodig, maar de bezoekers moeten de gebruikelijke Covid-19 preventiemaatregelen volgen.

europeanheritagedays

De Europese Erfgoeddagen of Monumentendagen worden sinds 1991 jaarlijks in heel Europa gehouden en zijn bedoeld om het gemeenschappelijke culturele erfgoed van de Europeanen in de kijker te plaatsen.

Het gedetailleerde programma vind je op deze website.

Rome Safe Tourism lanceert promotiefilmpje om bezoekers te lokken

25 september 2020

Vóór de viruscrisis had Rome weinig of geen problemen met de impact van het massatoerisme. Het kon in bepaalde periodes of op bepaalde dagen weleens flink druk zijn in de stad, maar Rome kon de vele bezoekers nog altijd aan. Situaties in steden zoals in bijvoorbeeld Venetië en Barcelona, waar bewoners protesteerden tegen de toestroom van toeristen en de toenemende onleefbaarheid van hun stad, waren in Rome niet aan de orde.

Colosseum (2)

Bij sommige populaire bezienswaardigheden werden de limieten soms wel bereikt. Zo was vooral het Colosseum een enorme publiekstrekker en kregen ook de Vaticaanse Musea dagelijks een enorm aantal bezoekers te verwerken.

Het is in november nog maar twee jaar geleden dat gidsen in Vaticaanstad getuigden over de te grote drukte in de Vaticaanse musea. Bezoekers kregen het regelmatig benauwd in de uitgestrekte musea en vielen soms zelfs flauw in de gangen.

Vooral de Sixtijnse Kapel kreunde op piekdagen onder een bezoekersaantal van soms meer dan 30.000 mensen. Met dat aantal werd overigens ook de veiligheidslimiet bereikt.

safetourism(2)

Vandaag zijn de musea in Rome grotendeels leeg en lopen er nauwelijks mensen rond op de archeologische sites. Nergens zijn er nog lange wachtrijen, want overal moet je een bezoek vooraf online reserveren.

Vaak wordt ook gewerkt met tijdsblokken. Ter illustratie: de Vaticaanse musea ontvangen nu nog maximaal 1.600 bezoekers per dag, vroeger waren er dat dus gemiddeld tussen de 25.000 en 30.000.

Een logisch gevolg van de forse daling van het aantal bezoekers, veroorzaakt door de maatregelen tegen het coronavirus, is dat dit ook meteen voelbaar is in de kassa. De beperkingen knagen aan de inkomsten van de musea en archeologische sites.

Dat kan op langere termijn weer voor nieuwe problemen zorgen. De toeristische sector is de levensader van Rome en jaarlijks goed voor een miljardenomzet. Het feit dat die machine nu grotendeels is stilgevallen, zorgt voor economische en persoonlijke drama’s.

Het overgrote deel van de hotels in Rome is al maanden gesloten. Wie toch open is, krijgt af te rekenen met een ondermaatse kamerbezetting. Voor september en oktober komen tot dusver nauwelijks reservaties binnen.

Dat is overigens ook te merken aan de tegenvallende boekingen in de luchtvaartsector. Die staat waarschijnlijk bovenaan het lijstje van de grootste economische slachtoffers van de viruscrisis.

Van een echt herstel in de luchtvaart is geen sprake. Vanaf midden juni, toen de meeste grenzen in Europa weer opengingen, was er een lichte heropleving.

Van begin juli tot half augustus kende het vliegverkeer de grootste piek sinds maart, al zat men inzake omzet nog altijd gemiddeld 60 procent onder de cijfers van vorige zomer. Tegen het einde van de zomervakantie was dat al 63 procent.

Brussels Airport ontving in juli en augustus 80 procent minder passagiers dan vorig jaar. De lichte heropleving van de luchtvaart zakt nu weer in elkaar.

Dat komt door het einde van de zomervakanties, maar ook door de wirwar van Europese maatregelen en kleurencodes, waardoor reizen in Europa volkomen onvoorspelbaar is geworden.

Omdat ze er doorgaans terecht van uitgaan dat er doorgaans nog voldoende plaats is op een vlucht, boeken reizigers hun tickets erg laat of zelfs op het laatste moment.

Dat maakt het voor luchtvaartmaatschappijen moeilijker om hun toestellen zo goed mogelijk te vullen, waardoor er al eens geschoven wordt met vluchtschema’s.

Colosseum (1)

Rome is gelukkig niet langer een volkomen lege spookstad zoals tijdens de lockdown dit voorjaar. De filmpjes die toen werden gemaakt zijn nog altijd griezelig om naar te kijken.

Het is echter duidelijk dat het levensritme van de stad fundamenteel hapert en dat er niet meteen veel beterschap op komst lijkt.

Toeristen uit Europese landen duiken met mondjesmaat op in de stad, maar dat is niet genoeg. De grote groepen bezoekers uit de Verenigde Staten, Zuid-Amerika, de Aziatische landen en het Midden-Oosten zoals Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, mogen het land voorlopig nog niet in.

Het feit dat er nauwelijks toeristen zijn, drijft talrijke ondernemers in de sector stilaan tot wanhoop. Daarom heeft de stad Rome recent en samen met de toeristische diensten, het label ‘Rome Safe Tourism’ in het leven geroepen.

Houders van dat certificaat moeten een vastgelegd gezondheidsprotocol naleven en garanderen dat alle veiligheidsregels en hygiënische maatregelen in hun zaak nauwgezet worden opgevolgd. Ze volgen ook vaste routines voor het ontsmetten van de ruimtes en andere faciliteiten die door klanten of gasten worden gebruikt.

romesafetourism (1)

Om alle partijdigheid te vermijden werd via een openbare aanbesteding gezocht naar enkele onafhankelijke certificeringsbedrijven.

Die controleren de betreffende handelszaken, hotels of restaurants en gaan na of de genomen gezondheidsmaatregelen voldoen aan de criteria en in hoeverre overal in de zaak altijd een fysieke afstand van minstens een meter tussen de klanten kan worden bewaard.

De vier geaccrediteerde certificeringsbedrijven zijn Quaser Certificazione, Bureau Veritas Italia, DEKRA Testing and Certification en RINA Services.

In het kader van Rome Safe Tourism werd ook een grote publiciteitscampagne gelanceerd die mensen moet overtuigen weer naar Rome te komen.

Daarvoor werd nu ook een eerste promotiefilmpje gemaakt dat wordt losgelaten op televisiezenders en andere media. Je kan het hier bekijken.

Het spotje duurt slechts 45 seconden, maar geeft veel zin om meteen een kijkje te gaan nemen in Rome. Wat natuurlijk de bedoeling is.

romesafetourism (2)