Laatste weken voor tentoonstelling Ovidius in Metamorfose in Leuvense universiteitsbibliotheek

19 januari 2020

Een veertigtal clubleden van S.P.Q.R. brachten gisteren in twee groepen een begeleid bezoek aan de uitgebreide tentoonstelling Ovidius in Metamorfose in de Leuvense Universiteitsbibliotheek (Mgr. Ladeuzeplein 21, 3000 Leuven). Wie deze tentoonstelling nog niet heeft gezien moet zich stilaan beginnen haasten:  ze is nog te bezoeken tot en met 16 februari 2020. De expo is het resultaat van een samenwerking tussen KU Leuven Bibliotheken en de KBR en werd gerealiseerd door curator Michiel Verweij.

Ovidius_logo

Deze tentoonstelling brengt hulde aan het werk van één van de grootste Latijnse dichters: Publius Ovidius Naso (43 v. Chr. – 17/18 na Chr.). Ovidius schrijft op een speelse en relativerende toon, met veel gevoel voor humor en voor drama. Dat maakt dat zijn werk ook vandaag nog gelezen en gesmaakt wordt.

Er gaat uiteraard veel aandacht uit naar zijn meesterwerk, de Metamorphoses, maar ook zijn andere werk, waaronder de rs Amatoria, komt uitgebreid aan bod. De tentoonstelling zoomt ook in op zijn leven, in het woelige Rome in de eerste eeuw voor en na Christus.

Wie denkt enkel boeken en handschriften te zien in deze expositie, heeft het helemaal fout. Het werk van Ovidius is een inspiratiebron voor vele kunstenaars tot op vandaag en dat laat deze tentoonstelling duidelijk zien. Bovendien laten filmpjes in een heus amfitheater en digitaal doorbladerbare kostbare werken toe om je helemaal onder te dompelen in de wereld van Ovidius.

De meeste aandacht gaat naar Ovidius’ beroemde Metamorphoses: de tragische liefde tussen Pyramus en Thisbe, de foute keuze van Midas, de desastreuze wens van Phaeton, de onfortuinlijke Narcissus, de brandende passie van Apollo voor Daphne, de rampzalige vlucht van Daedalus en Icarus en de dramatische lotgevallen van Actaeon en Niobe. Middeleeuwse handschriften, incunabelen en oude drukken verbeelden de verhalen, maar ook schilderijen, beelden en curiosa tonen aan hoe de Metamorphoses tot op de dag van vandaag een inspiratiebron van vele kunstenaars zijn.

ovidius

Bij de tentoonstelling hoort ook het boek  Ovidius. Het verhaal van een dichter, uitgegeven door Amsterdam University Press van de hand van curator Michiel Verweij. De auteur verdiept zich in het leven en werk van de dichter Ovidius. Hij legt daarbij de link naar de vele stukken uit de collecties van KBR die met hun prachtige illustraties, gravures en tekeningen het rijke oeuvre van Ovidius belichten. Deze publicatie is verkrijgbaar in de shop van de Universiteitsbibliotheek en ook te vinden in de boekenwinkel.

Praktische informatie Ovidius in Metamorfose

Romeinse villa Voerendaal geeft geheimen prijs

19 januari 2020

In de speurtocht naar het verleden van de indrukwekkende Romeinse villa in Voerendaal-Ten Hove vormt aardewerk de sleutel. Onder leiding van het Limburgs Museum onderzoekt een team van experts in Venlo de schat aan vondsten die in meer dan een eeuw rond de villa zijn gedaan. Elke simpele scherf van een pot geeft informatie over de leefstijl of economische banden van bewoners van de villa, al moet je die info wel kunnen lezen.

Een vijftiental experts, met elke specifieke kennis over bepaalde soorten aardewerk, metalen objecten, glas of botten, gaan in 2020 aan de slag. Zij maken gebruiken van het digitale overzicht dat archeologen het afgelopen hebben samengesteld van alle opgegraven sporen: muren, paalsporen, kuilen en greppels. Uit die sporen zijn tientallen houten en stenen gebouwen gereconstrueerd die horen bij de Romeinse villa Voerendaal-Ten Hove. Tussen 1892 en 1987 vonden daar vier grote opgravingen plaats, maar nooit zijn de vondsten goed onderzocht.

Dat gebeurt nu dus wel. Een belangrijke taak is weggelegd voor de zeven aardewerkspecialisten die het Limburgs Museum heeft aangetrokken. Want de sporen die gevonden zijn, wijzen op een bewoningsgeschiedenis van wel 600 jaar. Aardewerk kan vooral helpen bij het in kaart brengen van die geschiedenis. Een specialist kan aan de hand van de vorm, baksel, techniek en decoratie meestal redelijk precies bepalen hoe oud scherven zijn. Soms wel met een nauwkeurigheid van 25 jaar.

Rond de villa, die 2000 jaar geleden een agrarisch complex vormde waar graan voor Romeinse grenstroepen werd geteeld, staan gebouwen uit verschillende periodes. Dankzij de scherven kunnen die gebouwen hopelijk redelijk precies worden gedateerd, zodat we de ontwikkeling van de nederzetting in beeld krijgen.

Daarnaast zegt aardewerk iets over de economische netwerken waarin bewoners leefden. Werden er bijvoorbeeld vooral Heerlense potten gebruikt, of kwamen die van verder weg? Zo zijn er scherven gevonden van potten die in Zuid-Spanje gemaakt moeten zijn. Vormen die een uitzondering?

Vaak kan ook nog eens de functie van het aardewerk worden bepaald – werd het gebruikt om uit te drinken, om van te eten of om iets in te bewaren? Soms valt er zelfs iets te zeggen over de oorspronkelijke inhoud. Zo weten we van verschillende amforen dat er bijvoorbeeld olijfolie, vissaus of wijn in heeft gezeten.

Al die specialistische studies zorgen voor nieuwe inzichten waarmee straks het complete verhaal van Voerendaal kan worden verteld. Ze maken duidelijk hoe de mensen hier woonden en leefden en hoe groot hun wereld was.

https://vici.org

www.viabelgicadigitalis.nl

www.viabelgica.nl

www.limburgsmuseum.nl

Vaticaanse apotheek wordt gerenoveerd

18 januari 2020

De Vaticaanse apotheek wordt gerenoveerd en is sinds deze week tijdelijk ondergebracht in een prefabruimte, dit in afwachting van de heropening eind mei. Met gemiddeld tweeduizend klanten per dag behoort de apotheek tot de drukst bezochte ter wereld.

Bijna de helft van de bezoekers heeft geen enkele band met Vaticaanstad. Vandaag telt de apotheek van de paus, die tegenwoordig ook toegankelijk is voor mensen van buiten Vaticaanstad, ongeveer 45 personeelsleden. Wie niet in het Vaticaan werkt moet zich voor een tijdelijke pas laten inschrijven in een speciaal register en moet ook over een geldig medisch voorschrift beschikken.

Apotheek_Vaticaan

De Vaticaanse apotheek werd in 1874 door Eusebio Ludwig Fronmen (Hospitaalbroeders van Sint-Johannes de Deo) opgericht aan de Via della Posta, vlakbij de Porta Sant’Anna in Rome. Na de Lateraanse verdragen van 1929 werd de apotheek verplaatst naar de huidige locatie in Palazzo Belvedere, achter het Vaticaanse centrale postkantoor en tegenover de Vaticaanse supermarkt.

Door de jaren heen werd ernaar gestreefd om gelijke tred te houden met de evoluties in de samenleving. Zo kwam er in 2018 een nieuwe vleugel voor cosmetica en hygiëne-artikelen en vorig jaar werd gestart met onlineverkoop.

Er werd ook ingezet op automatisering. Sinds vorige zomer haalt een in Duitsland gefabriceerde  robot de producten uit de rekken en wordt de voorraad automatisch bijgehouden en aangevuld. De Vaticaanse apotheek heeft ongeveer 42.000 producten en medicijnen beschikbaar. Die zijn ruim een vijfde goedkoper dan bij andere apotheken in Rome.

Toch zijn deze hervormingen en aanpassingen van de apotheek nog ontoereikend. Een grondige modernisering en restauratie van de apotheek was nodig. Zopas is de bediening van de apotheek verhuisd naar een prefabgebouwtje achter het historische gebouw. De moderniseringswerken zullen tot minstens eind mei duren.

In die periode wordt het interieur volledig vernieuwd en worden de vloeren, de verlichting en het plafond vervangen. Zes van de tien kassa’s worden volautomatisch, waarbij medicijnen binnen de acht seconden uit de rekken worden gehaald. De ladekast voor medicijnen wordt uit het onthaal verwijderd, zodat meer ruimte vrijkomt in de verkoopruimte.

Literatuurprijs voor Het wit en het purper van Willemijn van Dijk

17 januari 2020

De Nederlandse schrijfster Willemijn van Dijk (35) heeft met haar boek Het wit en het purper de BNG Bank Literatuurprijs 2020 gewonnen. Dat is een literaire prijs van het Cultuurfonds BNG die jaarlijks wordt uitgereikt aan auteurs onder de veertig die minimaal twee literaire prozawerken uitgegeven hebben. Aan de prijs is een geldbedrag van 15.000 euro en een kunstwerk van de beeldhouwer Theo van Eldik verbonden.

Het wit en het purper speelt zich af in de Romeinse tijd. De hoofdpersoon is Pallas, een vrijgelaten slaaf die zich razendsnel opwerkt in de regering van de keizer Claudius. Het boek is uitgegeven door Ambo Anthos.

Volgens de jury laat Willemijn van Dijk in deze roman over macht en verloochening van je eigen achtergrond, de achterkant van de geschiedenis zien. De jury omschrijft het boek als ‘een groot waagstuk’ en ‘een roman die het verre verleden dichter bij ons brengt dan een bezoek aan de eeuwige stad kan bewerkstelligen’.

‘In een beheerste, soms enigszins statige taal laat Willemijn van Dijk zien dat de Romeinse tijd minder ver van ons af staat dan we wellicht denken. Zij beschrijft zowel het gekonkel, de bruutheid, de losbandigheid, het antisemitisme als de rol van de vrouwen in de Romeinse samenleving’, aldus nog het juryverslag.

De Santa Marta al Collegio Romano

17 januari 2020

Aan Piazza del Collegio Romano 5 vind je de kleine Santa Marta al Collegio Romano, een vroegere kerk die vandaag dienst doet als tentoonstellingsruimte. Het voormalige kerkje ligt tegenover het bekende Liceo Classico Statale Ennio Quirino Visconti op hetzelfde plein. De kleine kerk heeft een mooie ingang. Je kan er een gratis rondleiding volgen waarbij je het verhaal van de kerk te horen krijgt en waarbij ook verschillende restauratietechnieken worden toegelicht.

De oorsprong van de Santa Marta gaat terug tot 1543 toen Ignatius van Loyola hier naast het klooster van de augustinessen een vluchthuis voor getrouwde zondige vrouwen oprichtte. Het initiatief had succes; zo zouden in 1552 al meer dan 300 vrouwen zijn ‘gered’. Sint-Mart(h)a wordt beschouwd als de patroonheilige van getrouwde vrouwen.

Na de dood van de heilige Ignatius werd ook het vluchthuis een klooster. Het kwam in 1570 in handen van de augustinessen, samen met de kerk. Hun klooster werd namelijk te klein waardoor ze ook de gebouwen en terreinen ernaast kochten. Ze wijdden de kerk aan de heilige Marta van Bethanië, de zus van Lazarus en Maria Magdalena.

De façade van de kerk bestaat uit twee duidelijk onderscheiden delen: de onderste helft is zestiende-eeuws. De bovenste helft is het werk van architect Carlo Fontana (1638-1714) die het gebouw in de periode 1671-1674 renoveerde, dit in opvolging van de Romeinse architect Giovanni Antonio De Rossi (1616–1695) die in 1668 aan de eerste fase van dat karwei begonnen was.

In het timpaan is een fresco van Giovanni Battista Gaulli (1639-1709) te zien, de kunstschilder die beter bekend is als Baciccio of Il Baciccio, ook wel geschreven als Baciccia of Il Baciccia. Carlo Fontana werkte niet alleen aan de voorgevel, hij was ook verantwoordelijk voor verbouwingen binnen in de kerk. Zo breidde hij het schip van de kerk uit met zes zijkappellen en herstelde hij de gewelven die op instorten stonden. De fresco’s op het gewelf zijn eveneens van de hand van Il Baciccia.

Door de deur in het centrum van de apsis kom je in een tweede even grote ruimte, dit is het vroegere koor van de kerk. Op de wanden zijn nog resten van de oorspronkelijke frescocyclus te zien, vermoedelijk daterend uit het einde van de zestiende eeuw, begin zeventiende eeuw.

De kerk heeft veel meegemaakt. Aan het einde van de achttiende eeuw, tijdens de Franse overheersing, werden de gebouwen bestemd als vrijmetselaarsloge en overdekte markt. Sinds 1872 is ze staatseigendom.

In 1873 werd het klooster omgevormd tot een kazerne, de kerk wordt een militaire opslagplaats. Dan besliste het Ministerie van Oorlog de kerk af te breken, maar daar stak het Ministerie van Onderwijs een stokje voor.

Vervolgens werd de voormalige kerk in 1907 verbouwd om er het archief van de Questura Centrale te kunnen opslaan. In 1953 werd het gebouw beschermd en tien jaar later beginnen de restauratiewerkzaamheden. In de jaren ’60 van de vorige eeuw wilde men er nog een sportzaal onderbrengen.

Nu is er een restauratie-atelier gevestigd, het Istituto Superiore per la Conservazione ed il Restauro, dat vrij bezocht kan worden. In de vroegere kerk worden fresco’s behandeld, men ziet er de restaurateurs aan het werk. Je kan de Santa Marta beschouwen als een voor het publiek toegankelijk restauratielaboratorium.

In de oude ruimte van het koor restaureert men momenteel de zowat 7.000 fragmenten van fresco’s en stucwerk afkomstig uit de Villa delle Terme bij Tor Vergata, die wordt gesitueerd in de eerste eeuw na Christus. De bedoeling is om zoveel mogelijk fragmenten in elkaar te puzzelen om zo de decoratie van de villa te reconstrueren. Er zijn vitrinekasten met enkele vondsten en wandpanelen met uitleg.

Santa Marta al Collegio Romano
Piazza del Collegio Romano 5, Rome

E-mail: is-cr.santamarta@beniculturali.it

Het gebouw is gratis te bezoeken op weekdagen van 9 tot 17 uur.

De eerste zondag van de maand zijn er gratis rondleidingen om 10, 11, 12, 14, 15 en 16 uur. Groepen tot max. 25 personen. Reserveren is verplicht.

Reservaties

Praktische informatie

Met dank aan clublid
ANN DE LATTER
voor deze bijdrage

Fontana dell’Acqua Paola gerestaureerd

16 januari 2020

De Fontana dell’Acqua Paola, een monumentale fontein die door de Romeinen vaak kortweg Il Fontanone wordt genoemd, glanst na een intense retauratiebeurt weer als nieuw. Het modehuis Fendi, dat stilaan het record ‘fonteinrestauraties sponsoren’ op zijn naam mag schrijven, betaalde 280.000 euro om de werkzaamheden uit te voeren. De fontein kijkt vanaf de Janiculum-heuvel uit over de stad.

De restauratiebeurt omvatte de grondige reiniging van het waterbassin en de stenen. Alle oppervlakken werden ontdaan van alle biologische sporen, kalksteenafzettingen werden verwijderd en alle beschadigingen en scheurtjes werden netjes gedicht. Uiteindelijk werden ook de waterdichtheid van de hele structuur gecontroleerd en het ondergrondse hydraulische systeem nagekeken.

Deze fontein is één van de mooiste van Rome en hoeft in grandeur niet onder te doen voor de veel bekendere Trevifontein. Ze heeft de vorm van een triomfboog en werd in 1612 gebouwd in opdracht van Paulus V Borghese (1605-1621), zijn naam staat gebeiteld bovenaan het fronton. De boog herinnert aan de heropening van het oude aquaduct uit 109 na Chr. dat aangelegd werd door keizer Trajanus.

Het was het derde Romeinse aquaduct dat hersteld werd na de Acqua Vergine en de Acqua Felice. Deze ‘fontanone’ of grote fontein is net zoals de Trevifontein en de Fontana dell’Acqua Felice of Mozesfontein een zogenaamde ‘mostra’- of ‘showfontein’, het monumentale eindpunt van een aquaduct.

De Fontana dell’ Acqua Paola is het werk van Flaminio Ponzio (1560-1613) met de medewerking van Giovanni Fontana (1540-1614), de broer van Domenico. De Fontana’s waren architecten afkomstig uit Melide, een dorp aan het meer van Lugano, op dat moment gezamenlijk bezit van de oude Zwitserse Confederatie en tegenwoordig een deel van Ticino.

De familie Fontana was in Rome actief vanaf de helft van de zestiende eeuw tot het midden van de achttiende eeuw. Ze deden hun naam letterlijk eer aan, want ze waren bijzonder goed bedreven in het bouwen van fonteinen. Domenico is wellicht de bekendste van de familie, maar ook Carlo Fontana (1643-1714) is een beroemde naam in Rome. Tot dezelfde familie behoorden ook Carlo Maderno en Francesco Borromini.

Voor de bouw van de Acqua Paolo werd gebruik gemaakt van materialen die geroofd werden van het Forum van Nerva en van de tempel van Mars Ultor op het Forum van Augustus. Let op de zes zuilen: de vier middelste ervan zijn afkomstig van de gevel van de portiek van de oude Sint Pietersbasiliek.

Ponzio en Fontana bouwden een enorme toegangspoort van vijf bogen voor de aankomst van het water. Bovenaan de fontein bevinden zich de pauselijke tiara en sleutels, boven het wapen van de familie Borghese, een adelaar en een draak, dat wordt ondersteund door engelen.

Vijf overvloedige riviertjes stroomden door de bogen in vijf marmeren kuipen. In 1690 ontwierp Carlo Fontana een extra halfronde grote granieten kuip voor het water dat overstroomde vanuit de kleinere marmeren bassins.

Er werden ook marmeren palen geplaatst om koetsiers te beletten hun dieren aan de fontein te laten drinken. Het water bleek echter te verleidelijk voor vele Romeinen die vaak in het water kwamen baden of er zich in wassen. In 1707 was de paus het beu en werd een verordening uitgevaardigd die inwoners verbood om nog langer in de fontein te baden.

Ondanks het verbod bleven de Romeinen het water gedurende eeuwen gebruiken om behalve zichzelf, hun groenten en later ook hun auto te wassen. Bedenk dat dit hetzelfde water is dat uit de fonteinen op het Sint-Pietersplein sproeit en waarmee de tuinen van het Vaticaan worden bevloeid.

Het Latijnse opschrift boven op de fontein luidt:

PAVLVS • QVINTVS • PONTIFEX • MAXIMVS
AQVAM • IN • AGRO • BRACCIANENSIS
SALVBERRIMIS • E • FONTIBVS • COLLECTAM
VETERIBVS • AQVAE • ALSIETINAE • DVCTIBVS • RESTITVTIS
NOVISQVE • ADDITIS
XXXV • AB • MILLIARIO • DVXIT
ANNO • DOMINI • MDCXII • PONTIFICATVS • SVI • SEPTIMO

De tekst identificeert het gerestaureerde aquaduct verkeerdelijk als het aquaduct Alsietina. De kwaliteit van het water uit de Alsietina was echter slecht en paus Paulus herstelde in plaats daarvan het aquaduct Traiana.

Zittend op de rand van de fontein hebben we een machtig zicht op een aanzienlijk deel van Rome en de verre omgeving. De koepel van de Sint-Pietersbasiliek is zowat het enige belangrijke bouwwerk dat je niet kan zien omdat het zich aan de andere zijde van de heuvel bevindt. Het gebouw aan de overzijde van de straat met het schitterend gelegen dakterras is de ambassade van Spanje.

Een tiental jaren geleden maaken Britse amateurarcheologen en filmmakers bekend dat ze de bronnen van het aquaduct van Trajanus hadden ontdekt. Dat was een mysterie dat archeologen al eeuwenlang bezighoudt.

Edward en Michael O’Neill ontdekten in een weiland, vlakbij een voederplaats voor varkens, onder een sinds lang verlaten en overwoekerde kapel van Santa Fiore, dichtbij het Braccianomeer een reeks ondergrondse kamers, tunnels en waterreservoirs. De eerste bouwels die ze ontdekten waren vervaardigd uit natuursteen, maar al gauw werd duidelijk dat hier veel eerder al, in de oudheid, ook Romeinse bouwmeesters aan het werk waren geweest.

Het zou gaan om het Nymfaeum van Trajanus. De plek bevindt zich dicht bij de oevers van het kleine Lago di Martignano, vlakbij het grotere en beter bekende Lago di Bracciano, in vogelvlucht ongeveer 34 km van Rome, een kleine 60 km via de weg. De nymphaea uit de Romeinse tijd bestonden meestal uit een ronde zaal, gedecoreerd met beelden en beschilderingen. Zij dienden als heiligdom, reservoir en verzamelruimte.

Het nymphaeum was vermoedelijk gebouwd rond de hoofdbron van de Aqua Traiana, een groot aquaduct dat keizer Trajanus in het jaar 109 liet aanleggen. Deze watervoorziening liet in de oudheid onder meer de watermolens draaien voor het malen van graan en voorzag de omgeving van Trans Tiberim (het huidige Trastevere) van water.

Lorenzo Quilici van de Universiteit van Bologna, een hoogleraar gespecialiseerd in antieke topografie en een expert op het gebied van oude aquaducten, steunt de visie van de Britten. Hij meent dat het reservoir en de fundamenten van een latere kapel deel uitmaakten van een omvangrijk nymphaeum, een monumentaal gebouw met bassins ter ere van watergoden uit de klassieke oudheid.

Vader en zoon O’Neill, enthousiaste amateurarcheologen, waren toen al enkele jaren bezig met onderzoek naar de hydraulische systemen en watervoorzieningen uit het Oude Rome en waren bezig met de voorbereiding van een documentaire over aquaducten in Rome. Het kostte hen heel wat doorzettingsvermogen en overredingskracht bij de overheid om toegang te krijgen tot de site.

De ondergrondse ruimte bevindt zich zowat drie meter onder de oude kapel en bestaat uit twee ovaalvormige kamers. Die waren dichtgemetseld, vermoedelijk in de periode dat de kapel werd gebouwd.

Toen het team in gezelschap van Lorenzo Quilici toegang kreeg tot de verborgen kamers ontdekten ze fraai metselwerk in haast onberispelijke staat en dat onmiddellijk als oud-Romeins werd geïdentificeerd. De blauw gekleurde kamers, versierd met veelkleurige bakstenen, geven toegang tot een lange galerijachtige tunnel, die het begin vormt van het aquaduct.

Archeologen wisten wel dat het water van de Aqua Traiana afkomtig was uit de buurt van het Braccianomeer en waarschijnlijk werd gevoed door meerdere kleine en grotere bronnen. De exacte locatie daarvan werd echter nooit ontdekt. Wel bekend zijn de munten die Trajanus liet slaan naar aanleiding van de voltooiing van de bouw van zijn aquaduct. De afbeelding op die munten, een riviergod liggend onder een grote boog geflankeerd door kolommen, zou het nymphaeum kunnen zijn.

De Aqua Traiana bracht zeer zuiver bronwater naar de Janiculumheuvel, bestemd als bad- en drinkwater. Met een kleiner zijaquaduct werd een gedeelte van het water tot in de omgeving van het huidige Vaticaanstad gebracht, waar het in de oudheid mogelijk ook de Naumachie van Trajanus van water voorzag.

De Naumachia Traiana was een groot stadion dat werd gebruikt voor het naspelen van zeeslagen (naumachiae). Dit stadion bevond zich ten zuiden van de Vaticaanse heuvel. De extravagante zeeslagen waren populair onder de Romeinse bevolking en een aantal jaren eerder liet keizer Domitianus in deze buurt reeds een een grote naumachie bouwen.

Zijn opvolger Trajanus liet deze echter na een grote brand in het Circus Maximus afbreken om met de stenen het circus te kunnen herstellen. In 109 liet Trajanus zelf een nieuwe naumachie bouwen, mogelijk op dezelfde plaats als de Naumachie van Domitianus.

In de middeleeuwen verviel het enorme gebouw tot een ruïne, waarna het vrijwel volledig verdween. De buurt tussen de Vaticaanse heuvel, de Engelenburcht en de Via Cornelia stond tot aan de elfde eeuw nog wel bekend als naumachiae en in de achtste eeuw werd hier de kerk San Pellegrino in Naumachia gebouwd. Restanten van de oorspronkelijke Naumachie zijn ten noordwesten van de Engelenburcht teruggevonden.

Twee delen van de fundamenten van tribunes, met gewelfde gangen en restanten van vier rijen zitplaatsen, zijn bewaard gebleven. Uit onderzoek bleek dat op deze fundering waarschijnlijk nog hogere tribunes waren gebouwd die via trappen bereikbaar waren. Onder de arcaden van vele ingangen waren winkels en bordelen gevestigd, waarmee de constructie van de Naumachie te vergelijken was met het circus of het amfitheater.

De bewaard gebleven constructie is gemaakt van beton bekleed met baksteen, wat typerend is voor de tijd van Trajanus. De muren waren bekleed met een waterwerende specie en voorzien van drainagepijpen, waardoor vrijwel zeker is dat dit geen gewoon circus was, maar een stadion waar waterspelen werden gehouden.

Door de grote afmetingen van de Naumachie werd wel lange tijd gedacht dat dit een circus was. Op oude kaarten van Rome in de oudheid staat het gebouw dan ook aangegeven als ‘Circus van Hadrianus’, mogelijk vanwege het Mausoleum van keizer Hadrianus (de huidige Engelenburcht), dat er direct naast stond. Hoe het er bij dergelijke waterspelen precies aan toeging zullen we wellicht nooit weten. 

De bronnen waarmee Trajanus zijn watervoorziening liet voeden, waren ook voor de Etrusken al erg belangrijk. Ook de Romeinen hadden goed begrepen dat zuiver, vers drinkwater een grote verbetering op het vlak van hygiëne en sanitair betekende. Het is geen toeval dat het Romeinse rijk zich ten tijde van Trajanus op het hoogtepunt van zijn macht bevond.

De Aqua Traiana was het tiende aquaduct dat in Rome gebouwd werd. Voordien kreeg de wijk Trans Tiberim alleen drinkbaar water aangevoerd van aquaducten op de oostelijke oever van de Tiber, dat via pijpleidingen aan bruggen naar de wijk moest worden gebracht.

In de eerste eeuw was de bevolking in Trans Tiberim echter sterk toegenomen en dat maakte de aanvoer van meer water noodzakelijk.Het reeds bestaande Aqua Alsietina aquaduct had eveneens Trans Tiberim als eindpunt, maar voerde ondrinkbaar water aan dat alleen werd gebruikt voor het vullen van de Naumachie van Augustus en voor de landbouw.

Het grootste deel van de Aqua Traiana lag op grondniveau, pas bij het naderen van de stad ging het aquaduct op arcaden boven straatniveau verder. De maximale hoogte van het aquaduct was zes meter. Doordat het hoofdreservoir op de top van de Gianicolo stond, kon men de kracht van het naar beneden stromende water gebruiken om een aantal watermolens aan te drijven, die voor de industrie werden gebruikt.

De kracht van het water was groot genoeg om ook de wijken van de stad op de oostelijke oever te bedienen. Via de leidingen aan de bruggen kwam zo voor het eerst water van de westelijke oever het stadscentrum binnen.

Het belangrijkste eindpunt waren de Thermen van Trajanus op de Oppius, die de keizer gelijktijdig had laten bouwen. Wetende dat tot vandaag watervoorziening in heel wat delen van de wereld een groot probleem is, blijft het fascinerend om te zien hoe de Romeinen in de oudheid die problemen al hadden opgelost.

Het aquaduct van Trajanus bleef in gebruik tot inval van de Goten in 537. Een gedeelte van dit aquaduct staat nog steeds overeind, onder meer langs de Via Aurelia, maar ook ondergronds zijn restanten teruggevonden. In tegenstelling tot de andere aquaducten, zijn er van de Aqua Traiana niet veel details meer bekend.

Dit komt doordat dit aquaduct pas werd gebouwd nadat de Romeinse schrijver Frontinus zijn beroemde standaardwerk over de Romeinse watervoorziening al had geschreven, de aquis urbis Romae, ook bekend als de aquae ductu. Daarin wordt de geschiedenis en de capaciteit van de verschillende aquaducten nauwkeurig beschreven.

Feit is wel dat het tussen 1605 en 1615 werd herbouwd in opdracht van paus Paulus V die het omdoopte tot de Acqua Paola. Het systeem voert tot vandaag nog steeds water naar Rome en voorziet onder meer de hierboven vermelde Fontana dell’Acqua Paola op de Gianicolo-heuvel van water.

LEVEL vliegt dertien keer per week van Amsterdam naar Rome

15 januari 2020

De Spaanse luchtvaartmaatschappij LEVEL heeft vandaag op de Vakantiebeurs in Utrecht haar nieuwe zomerschema voor 2020 bekendgemaakt.

De jonge budgetvlieger breidt de vluchten naar Italië gevoelig uit en gaat voortaan onder meer dertien keer per week van Amsterdam naar Rome vliegen. LEVEL wil naar eigen zeggen inspelen op de blijvende grote vraag van Nederlandse reizigers naar stedentrips aan aantrekkelijke prijzen.

LEVEL startte haar activiteiten in juli 2017 en heeft Barcelona als thuisbasis. Sinds april vorig jaar  vliegt de jonge luchtvaartmaatschappij ook via Amsterdam Airport Schiphol naar een aantal populaire bestemmingen. De budgetvlieger beschikt in totaal over dertien vliegtuigen en maakt gebruik van de Airbus A320 en A330.

LEVEL maakt deel uit van de Brits-Spaanse International Airlines Group. Dat is de onderneming die in januari 2011 ontstond na een fusie tussen British Airways en Iberia, respectievelijk de nationale luchtvaartmaatschappijen van Groot-Brittannië en Spanje.

De rol van specerijen in Rome

15 januari 2020

Het Nederlands Klassiek Verbond, afdeling West-Vlaanderen, nodigt uit voor een lezing met als thema ‘De rol van specerijen in Rome’. De lezing wordt gegeven door de vzw Gallische Hoeve en vindt plaats op dinsdag 21 januari 2020 om 19.30 uur in Dienstencentrum Van Volden, Joris Dumeryplein 1 in Brugge (zijstraat Bouveriestraat, parkeermogelijkheden in de buurt).  Na afloop is er een hapje en een drankje voorzien.

De Europese handel in specerijen uit het Nabije en Verre Oosten wordt vaak toegekend aan verschillende middeleeuwse wereldreizigers. Deze handel bestond echter al vele eeuwen. In deze presentatie wordt aangetoond dat specerijen niet enkel een vijftiende-eeuws gegeven zijn, maar dat ze reeds flink ingeburgerd waren in het oude Rome.

Ze werden toen ook niet enkel in een culinaire context gebruikt, maar speelden een ingrijpende rol in de hele maatschappij. Aan de hand van verschillende gekende en minder gekende specerijen worden de verschillende aspecten van specerijen in Rome toegelicht

De vzw Gallische Hoeve te Destelbergen nabij Gent, is een historische en archeologische reconstructie van een landelijke nederzetting uit de late ijzertijd / de vroege Gallo-Romeinse periode, die verschillende aspecten uit dat tijdperk probeert te laten herleven door middel van levende geschiedenis en experimentele archeologie, zonder het educatieve aspect uit het oog te verliezen.

Italiaanse verkeersleiders staken vandaag

14 januari 2020

De Italiaanse luchtverkeersleiding zal vandaag tussen 13 en 17 uur staken. Daardoor komen een heleboel internationale vluchten in de problemen. De verschillende luchtvaartmaatschappijen proberen de verwachte hinder zo goed mogelijk  op te vangen.

De Italiaanse luchtvaartmaatschappij Alitalia laat weten dat de komende uren  een aantal binnen- en buitenlandse vluchten worden geannuleerd. Daaronder ook bestemmingen naar Brussel en Amsterdam.  Een lijst met de afgeschafte vluchten van Alitalia vind je op deze link.

Om de vertragingen enigszins te beperken zet Alitalia na de staking waar mogelijk grotere vliegtuigen in die de reizigers alsnog op hun plaats van bestemming moeten brengen. Voor een overzicht van de geannuleerde vluchten bij andere maatschappijen kijk je best op de respectievelijke websites.

Nieuwe technologie voor inchecken en bagagecontrole op luchthaven Rome

14 januari 2020

De luchthaven Leonardo da Vinci (Fiumicino) in Rome introduceert gloednieuwe en verregaande technologie om passagiers in te checken en hun handbagage te controleren. Het gaat om een testproject dat alleszins zal duren tot 31 maart 2020. Daarna wordt bekeken of het nieuwe systeem voldoet aan de verwachtingen en of alle foutjes eruit gefilterd zijn. Vervolgens worden de nieuwe systemen in principe geleidelijk aan op de hele luchthaven ingevoerd.

Fiumicino

De primeur voor het experiment is, zeker de eerstvolgende weken, weggelegd voor de passagiers van KLM die in Fiumicino de vlucht Rome-Amsterdam nemen. Die vertrekt in Terminal 1. Hier kan gezichtsherkenning worden gebruikt om in te checken.

De passagiers registreren zich met hun paspoort of identiteitskaart aan een optische lezer. Een volgende scan vergelijkt de inhoud van de reisdocumenten en de boekingsgevens zoals het vluchtnummer en gaat na of die bij de juiste naam horen.

Tegelijk registreert een speciale camera de gezichts- en biometrische kenmerken die bij de eigenaar van de documenten horen. Vanaf dan zit je als passagier in de luchthavencomputer en kan je overal vrij rondlopen. Je kan zonder meer je bagage inchecken, losjes door de grenscontrole wandelen en zo rechtstreeks naar de gate. Documenten of een instapkaart hoeven nergens meer getoond te worden.

De technologie is enigszins te vergelijken met het biometrische systeem dat wordt gebruikt voor het ontgrendelen van telefoons of computers via gezichtsherkenning of vingerafdrukken maar is uiteraard wel iets geavanceerder. Nadat de vlucht vertrokken is worden alle gegevens verwijderd uit het systeem.

Bij dit alles is er uiteraard één knelpuntje: passagiers hebben doorgaans wel wat handbagage mee en die moet gecontroleerd worden. Het heeft weinig zin om de passagiers sneller en comfortabeler te laten inchecken als die dan worden opgehouden bij de securitycheck van hun handbagage.

Hiervoor introduceert Rome eveneens nieuwe technologie, al is het daarop nog een maandje wachten. Tussen februari en maart wordt een nieuw en zeer geavanceerd controlesysteem voor de handbagage uitgetest in dezelfde Terminal 1. De technologie is in staat om zowat alles op te sporen wat niet in de handbagage thuishoort, maar ook om meteen te identificeren wat er wel in zit.

Zo kunnen bijvoorbeeld zelfs zeer kleine hoeveelheden explosieven worden geïdentificeerd, maar evengoed drugs of andere gevaarlijke stoffen. Elke afwijking of mogelijk veiligheidsrisico wordt meteen gemeld, zodat de veiligheidsmensen indien nodig zelf even een kijkje in je bagage kunnen nemen.

Het gesofistikeerde systeem heeft nog een ander belangrijk voordeel. Tijdens de controle mag je gewoon alles in je tas laten zitten. Zelfs tablets of laptops hoeven niet meer afzonderlijk door de controle. Ook je favoriete shampoo, parfums of andere vloeistoffen mogen bij dit systeem gewoon terug in de handbagage en hoeven niet meer afzonderlijk te worden aangeboden.

De computer kan vrijwel alle producten en hun samenstelling identificeren en slaat in principe enkel alarm wanneer er gevaarlijke of verboden producten worden geïdentificeerd.

Of dat allemaal even vlot werkt zoals aangekondigd en of de artificiële intelligentie even doeltreffend is als de gemiddelde veiligheidsagent, wordt dus de komende maanden getest.

www.adr.it