De Vlaamse engel met het zwaard

Posted in Romenieuws on 15 januari 2018 by romenieuws

Als je op het dakterras van de Engelenburcht staat, word je helemaal bovenaan geconfronteerd met het vier meter hoge bronzen beeld van de aartsengel Michaël uit 1752, een werk van de Vlaming Pieter Antoon Verschaffelt. De negentiende-eeuwse Franse schrijver Stendhal noemde het ‘een naïef tienermeisje worstelend met een zwaard dat ze weg wil’. Let naast het beeld ook op de klok, de ‘campana della Misericordia’ die de voltrekking van de doodvonnissen aankondigde.

Reeds in 1544 werd bovenop de Engelenburcht, op de plaats waar vroeger het vierspan van keizer Hadrianus stond, een marmeren beeld van de aartsengel Michaël geplaatst, een werk van Raffaello da Montelupo. Volgens bepaalde bronnen zou het plaatsen van de engel een idee van Michelangelo (1475-1564) geweest zijn.

Het huidige bronzen engelenbeeld dateert uit 1752 en is al de vijfde versie. Het is een werk van de Vlaamse architect en beeldhouwer Pieter Antoon Verschaffelt, die in Rome gekend was als Pietro il Fiammingo. Verschaffelt (1710-1793) was geboren in Gent waar hij ook zijn eerste opleiding kreeg.

Omstreeks 1730 vertrok hij ter vervolmaking van zijn vak naar Parijs. Tussen 1737 en 1752 verbleef hij in Rome, waar zijn werk vandaag nog terug te vinden is in onder meer de Santa Maria Maggiore, de Santa Maria dell’ Anima en in de Musei Capitolini. Naast decoratief werk maakte hij vooral beelden.

Naast het beeld van Michaël op de Engelenburcht zijn vooral enkele van zijn marmeren portretbustes vermeldenswaard, zoals deze van paus Clemens XII (Palazzo Corsini, Rome) en van paus Benedictus XIV (Musei Capitolini, Rome). Deze kunstwerken maken duidelijk dat Verschaffelt vooral een goede observator was, waardoor ook zijn beelden van een bijzonder realistisch niveau zijn.

In 1752 wordt hij door keurvorst Karl Theodor van de Pfalz als hofbeeldhouwer en architect naar Mannheim gehaald. Hij maakte decoratieve sculpturen voor Schloss Benraht (1757), tuinbeelden voor Schwetzingen (1772), talrijke portretten, en reliëfs en sculpturen voor paleis Bretzenheim te Mannheim (1782-1788). Van dit laatste paleis was hij tevens de architect, evenals van het Zeughaus in Mannheim (1778).

Intussen kreeg Verschaffelt ook de opdracht voor het praalgraf van bisschop Maximiliaan-Antoon van der Noot (1759-1778, Sint-Baafskathedraal, Gent). Vermoedelijk heeft hij ook ontwerpen geleverd voor de Frankenthaler porseleinmanufactuur. In vergelijking met zijn Duitse collega’s is zijn rococostijl zeer gematigd, waardig en verfijnd. Verschaffelt stierf in 1793 in Mannheim.

Goethe schrijft dat hij in Rome les kreeg over het begrip ‘perspectief’ van Maximilian von Verschaffelt (1754-1818), ‘de zoon van de directeur van de collectie van oudheden in Mannheim’. Vader Pieter Antoon had zijn naam op dat moment inderdaad gewijzigd in ‘von Verschaffelt’. Zijn zoon Maximiliaan, schilder en architect, verbleef in Rome tussen 1782 en 1793. Bij de dood van zijn vader nam hij diens functies in Mannheim over, later zou hij directeur voor gebouwen en parken worden in München.

De paus die een kardinaal liet wurgen in de Engelenburcht

Posted in Romenieuws on 14 januari 2018 by romenieuws

We bevinden ons nog steeds in het Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo, beter bekend als de Engelenburcht. De voorbije dagen kreeg je al een paar sterke verhalen te lezen, maar op deze plek gebeurde nog veel meer. Op de tweede verdieping vind je, staande bovenaan de trap, rechts enkele middeleeuwse lokalen die tijdens de zeventiende eeuw heringericht werden. Ze vormen de ‘armeria inferiore’, de lokalen bevatten een collectie wapens. Vóór ons, aan de overzijde van de cortile, naast de trap achteraan, staat de door Michelangelo ontworpen gevel van de kapel die in 1514 voor Leo X Medici (1513-1521) gebouwd werd op de plaats van de vroegere kapel van Gregorius de Grote.

Staande op de bovenste trede van de trap van paus Paulus III, zie je links een deur die naar een aantal kamers leidt die zijn genoemd naar de pausen die ze hebben laten inrichten. De eerste twee heten de Sale di Clemente VIII. De eerste en grootste heeft een schitterende zeventiende eeuwse schoorsteenmantel van stucwerk en midden op het plafond het wapen van de familie Aldobrandini (de familie van Clemens VIII).

Links van de schouw staat een buste van Paulus III, geboren als Alessandro Farnese (1534-1549). Een interessant weetje is dat dit beeld op zijn sterfdag door de straten van Rome werd gesleept en uiteindelijk in de Tiber werd gekieperd waar het later werd teruggevonden en opnieuw bovengehaald. De paus was als oprichter van de Romeinse inquisitie niet erg geliefd, maar men was vooral zijn schaamteloosheid en nepotisme niet vergeten. Reeds toen hij nog bisschop was had Alessandro Farnese een maîtresse, die hem zelfs vier kinderen schonk. Eenmaal paus, haalde hij een sterk staaltje van zelfbediening uit door zijn kleinzonen Alessandro Farnese (14 jaar) en Ascanio Sforza (16 jaar) de kardinaalstitel te geven.

Een andere kleinzoon van Paulus III, Ottavio Farnese trad als graaf van Parma in het huwelijk met Margaretha van Oostenrijk, die onder de naam Margaretha van Parma bekend werd als landvoogdes der Nederlanden. Zij was geboren in Oudenaarde als een buitenechtelijk kind van keizer Karel V. Haar moeder was het dienstmeisje Johanna van der Gheynst, de dochter van een tapijtverkoper uit Nukerke, een deelgemeente van Maarkedal. Over deze illustere Margaretha, in Italië beter bekend als Madama, hebben we het een andere keer. Het Palazzo Madama in Rome, waar zij vele jaren woonde, is naar haar vernoemd. Vandaag is het de zetel van de Italiaanse Senaat, te vinden vlakbij de Piazza Navona.

Maar even terug naar de Engelenburcht. De doorgang tegenover de schouw leidt naar een centraal lokaal dat nog tot de oorspronkelijke Romeinse bouwfase behoorde. Hierboven bevond zich immers het cilindervormige tempeltje met wellicht de sarcofaag van Hadrianus, onder ons bevindt zich de urnenkamer die we vorige week bezochten.

De Sala della Giustizia ligt dus op de middenas van het mausoleum van Hadrianus. Boven de ingangsdeur zien we de ‘Engel der Gerechtigheid’ (1545-1549) geschilderd door Perino del Vaga (1500-1547) die tot de kring van Rafaël behoorde. Hij had veel succes met zijn gesofistikeerde en vernieuwende stijl. De aartsengel heeft het zwaard van de gerechtigheid in de rechter- en de wereldappel met kruis in de linkerhand. Het lokaal werd wellicht als kapel gebruikt. De twee grote vensters in deze ruimte kijken uit op de cortile dell’ Angelo vanwaar we komen, en anderzijds op de cortile van Alexander VI, ook wel teatro del pozzo genoemd.

Vanuit de Sala della Giustizia leidt een gangetje naar de Sala dell’ Apollo. In 1547 werd deze ruimte door Luzio Luzi (1528-1573) op vraag van Paulus III versierd met grotesken, een van oorsprong antiek-Romeins ornament dat samengesteld was uit sierlijke bladranken en menselijke, dierlijke en fabelfiguren.

Omstreeks 1500 werden deze motieven herontdekt in de resten van het Domus Aurea van keizer Nero waar de frescoschilder Fabullus ze twintig eeuwen geleden op de paleismuren had aangebracht. Omdat de duistere ruimten van de onder de grond verdwenen ruïnes deden denken aan grotten, ‘grottesche’ in het Italiaans, werden de versieringen al gauw grotesken genoemd.

Eén van de openingen in de vloer van de Sala dell’ Apollo (rechts voor de schouw) is de eerder vermelde primitieve liftschacht die we in de spiraalweg bij de toegang van de burcht tegenkwamen. Onder een andere opening bevindt zich een negen meter diepe put die uitkomt in een ruimte zonder toegang (vergeetput), de ‘bruttissima caverna’ volgens Cellini.

Aan het einde van de Sala dell’ Apollo leidt rechts van de schouw (met het wapen van Paulus III) een deur naar de kapel van Leo X (20). Ze bevat een mooie ‘Madonna met Kind’, een reliëf door Raffaello da Montelupo (1503-1570). Hij was de assistent van Michelangelo die een groot deel van het praalgraf van Julius II in de San Pietro in Vincoli verwezenlijkte.

Aan de overkant van vorige doorgang voert een deur naar de twee Sale di Clemente VII waar de ongelukkige paus (1523-1534) tijdens de Sacco di Roma verbleef. De zalen hebben houten plafonds waarop de naam van de paus werd aangebracht. De schilderingen dateren uit de vijftiende en de zestiende eeuw. In één van de zalen heeft Giulio Romano (1492-1546) de fries geschilderd.

Een trapje leidt naar de badkamer van Clemens VII, het is een aardig, vermoedelijk door Romano (of mogelijk ook door Giovanni da Udine, eveneens een assistent van Rafaël) met vrolijke grotesken beschilderd kamertje. De wanden van de kleine ruimte werden volgens de oude Romeinse technieken van buitenaf verwarmd met hete lucht afkomstig van de stookplaatsen beneden, die ook het hete water voor het marmeren bad leverden.

Via de gang komen we rechts op de grote cortile di Alessandro VI die de symmetrische tegenhanger is van de cortile dell’ Angelo. Let op de mooie marmeren waterput (1500). Tijdens de pontificaten van Leo X Medici (1513-1521) en Pius IV Medici (1555-1559) werden hier theatervoorstellingen gegeven.

Langs de korte rechterzijde bevinden zich enkele duistere cellen (prigioni storiche of historische kerkers). Op hetzelfde niveau bevonden zich reusachtige magazijnen voor olie en graan, die respectievelijk 22.000 liter en 350 ton konden bevatten. De graansilo’s werden later omgebouwd tot gevangenissen. Het raam rechts van de waterput is dat van de Sala della Giustizia die we daarnet bezochten. Volgens de overlevering hebben in deze historische kerkers onder meer Giordano Bruno, Beatrice Cenci en haar stiefmoeder, Benvenuto Cellini en kardinaal Carlo Carafa gevangen gezeten. De laatste (gesloten) kerker zou nog sporen vertonen van Cellini’s houtskooltekening van ‘God de Vader, Christus en engelen’.

Carlo Carafa, wellicht één van de meest gehate gevangenen die de Engelenburcht ooit te gast had, was een telg van de machtige adellijke familie Carafa die afkomstig was uit het koninkrijk Napels. Van de vijftiende tot in de negentiende eeuw waren er tientallen kardinalen, bisschoppen en prelaten met de naam Carafa. Deze rijke adellijke familie leefde vertakt in vele Italiaanse vorstendommen. Carlo Carafa werd uit zijn vaderland Napels verbannen omwille van bendevorming en geweld. In Corsica kreeg hij het ook lastig nadat hij beschuldigd werd van een moordpartij op Spaanse soldaten.

Maar in 1555 bereikte de familie Carafa het hoogtepunt van haar macht met de verkiezing van Giovanni Pietro Carafa (1476-1559) tot paus Paulus IV. Deze rustige en bijna tachtigjarige paus had zijn hele leven gepleit voor devotie en kerkelijke hervormingen, maar veranderde plots van mening toen hij de pauselijke kroon op het hoofd kreeg. Hij zou zich erin bekwamen om zijn familie zoveel mogelijk te bevoordelen en te bedienen met allerlei gunsten. Ook Carlo kreeg een lekker brokje toegeworpen: hij werd benoemd tot kardinaal en vervolgens tot staatssecretaris van de Pauselijke Staat. Carlo Carafa werd in Rome al gauw berucht en gehaat voor zijn vele geweldplegingen en alomtegenwoordige corruptie.

Zijn pauselijke oom Paulus IV liet hem echter begaan, maar moest hem in 1559 toch noodgedwongen uit zijn ambt als staatssecretaris ontzetten na beschuldigingen van openlijke homoseksualiteit. Carlo werd als staatssecretaris vervangen door zijn neef Alfonso Carafa, maar mocht zelf toch zijn kardinaalstitel en alle bijhorende gunsten behouden. In 1559 zag hij echter een mooie kans om absolute macht te verwerven door de hoofdprijs in de wacht te slepen. Hoewel hij als kardinaal niets voorstelde, liet zijn titel hem toe om deel te nemen aan het conclaaf waar een opvolger voor zijn oom zou gekozen worden.

Na een conclaaf dat maar liefst vier maanden duurde, werd buiten alle verwachtingen echter Gianangelo de’ Medici (1499-1565) gekozen als paus Pius IV. Hij kwam uit een eenvoudige familie uit Milaan en was geen familie van de machtige Medici’s uit Firenze. Hij zou de overdreven inquisitiemaatregelen van Paulus IV voor een deel ongedaan maken en de diplomatieke verhoudingen met de Habsburgers (zowel keizer Ferdinand als Filips II) herstellen. Zijn belangrijkste en invloedrijkste daad was de heropening van het tien jaar eerder geschorste Concilie van Trente (1562) waardoor dit een jaar later tot een goed einde gebracht kon worden.

Maar vooraleer dit alles werd gerealiseerd, stelde de nieuwe paus meteen na zijn verkiezing eerst orde op zaken. Pius IV aarzelde niet om af te rekenen met de lastige Carlo Carafa, wiens misdadige gedrag vele kardinalen een doorn in het oog was, maar in wie de paus ongetwijfeld ook een rivaal zag die hem mogelijk kon bedreigen of die hem minstens het leven zuur zou gaan maken. Vermoedelijk hebben de twee elkaar al tijdens het lange conclaaf meermaals in de haren gezeten, al zijn dat natuurlijk speculaties.

In ieder geval werden Carlo en zijn oudste broer Giovanni in 1560 in opdracht van de paus gearresteerd op beschuldiging van verregaande corruptie. De beide broers werden gevangen gezet in de Engelenburcht, veroordeeld tot de dood en enkele maanden later, in 1561, door een beul gewurgd. Het was het einde van het zoveelste machtsspel in Rome, en weer eentje waarvan de Engelenburcht in de loop der vele eeuwen een stille getuige is geweest.

Drie partijen hebben interesse in Alitalia

Posted in Romenieuws on 14 januari 2018 by romenieuws

Na Lufthansa  en de Amerikaanse investeerder Cerberus heeft nu ook Air France-KLM samen met het Britse easyJet een bod gedaan op de failliete boedel van de Italiaanse luchtvaartmaatschappij Alitalia. Eerder al liet ook Ryanair weten interesse te hebben om een gedeelte van de Alitalia-vloot over te kopen, maar dat aanbod lijkt nu te worden genegeerd. De Italiaanse minister van Industrie Carlo Calenda verklaarde immers dat enkel de biedingen van Lufthansa, Cerberus en Air France-KLM zullen besproken worden met de tijdelijke bewindvoerders van Alitalia. Daarna zal er een korte periode worden ingelast om erachter te komen welk van deze biedingen de beste is en welke nog kunnen worden verbeterd.

Air France-KLM gaf geen commentaar op het nieuws dat de Italiaanse regering bekendmaakte. Het Frans-Nederlandse concern was in 2009 al eens betrokken bij een doorstart van Alitalia maar beleefde weinig plezier aan die investering. Het Italiaanse bedrijf bleef verlies op verlies stapelen. Toen het opnieuw met de pet rond moest bij de aandeelhouders, besloot Air France-KLM niet langer mee te doen en zijn belang te laten verwateren.

Etihad Airways sprong in het gat, maar wist Alitalia evenmin op de rails te krijgen. Het bedrijf uit Abu Dhabi trok zich vorig jaar terug als geldschieter, waarna Alitalia failliet ging. Sindsdien wordt gezocht naar een koper. Alitalia beschikt over een relatief jonge vloot van ongeveer honderd vliegtuigen. Ook de landingsrechten in Rome en Milaan zijn van grote waarde. De partij die Alitalia overneemt zal wel de garantie eisen dat er flink kan worden gesaneerd. Sinds de oprichting in 1947 leed het voormalige staatsbedrijf vrijwel uitsluitend verliezen. Er werken nu nog zo’n 12.500 mensen.

De schatkisten van paus Sixtus IV

Posted in Romenieuws on 12 januari 2018 by romenieuws

In de Engelenburcht leidt aan de overzijde van de cortile di Alessandro VI een trap naar de derde verdieping van het imposante gebouw. Daar loopt een deels open gang rond het cilindrische middenstuk van het complex. Voordat de kamers die op de loggia uitkomen tot gevangeniscellen werden omgebouwd, werden ze gebruikt om vaste gasten van de burcht onder te brengen. Hier heeft destijds ook lange tijd het kanon gestaan dat precies op het middaguur werd afgevuurd. Later werd dit kanon vanaf de Gianicolo (Janiculum) afgevuurd, een traditie die tot vandaag bleef bestaan. In de Engelenburcht is tevens een cel voor politieke gevangenen uit de periode omstreeks 1850 gereconstrueerd.

Een dertigtal meter naar links, tot net vóór het cafetaria, kom je bij de loggia van Paulus III die in 1543 door Sangello de jonge gebouwd werd. Men heeft hier een weids uitzicht over Rome, in de verte zien we de Monte Mario-heuvel. Vanaf deze loggia treurde ook paus Clemens VII Medici (1523-1534) toen hij tijdens de plundering van Rome de rook zag opstijgen uit zijn fraaie villa op de Monte Mario, de huidige Villa Madama, die ontworpen werd door Rafaël.

Als je de loggia van Pius IV volgt, bereik je na zowat een halve cirkel de loggia van Julius II die recht op de Engelenbrug uitkijkt. Het uitzicht is indrukwekkend. Het is leuk om even alle koepels in Rome te situeren die je kan herkennen, en heel in de verte de beelden op het fronton van de Sint Jan van Lateranen te zoeken. Ook blikvangers zoals het Pantheon en het Vittoriano kan je van hieruit moeiteloos terugvinden. Met een verrekijker of een goede telelens op je fototoestel, wordt Rome van hieruit nog beter zichtbaar en kan je een hele tijd doorbrengen met een fantastische zoektocht naar monumenten.

We keren onze rug naar het mooie stadspanorama en beklimmen de enkele trappen voor ons. Zo bereiken we de pauselijke appartementen van Paulus III Farnese (1534-1549). Na het beleg van de Sacco di Roma in 1527, liet deze paus hier een aantal weelderige vertrekken inrichten die door diverse gangen en trappen van de rest van het gebouw afgezonderd waren. Gisteren hadden we het al even over deze paus, die niet afkerig was van de wereldlijke en vleselijke geneugten, maar ook een gehaaide politicus en gedreven hervormer, die zich doorheen de geopolitieke strubbelingen in Europa moest worstelen.

Bij de versiering van de zalen wilde hij via een ingewikkelde allegorie zijn eigen ego onderstrepen. De lange tekst die als een fries rond de zaal loopt verhaalt hoe Paulus III de Engelenburcht herstelde en versierde ‘quare olim intra hanc arcem collapsa…’.

De eerste zaal, de Sala Paolina of de Sala del Consiglio, is de meest indrukwekkende. Hier moesten de bezoekers wachten totdat de paus hen in audiëntie ontving. In een volgende bijdrage komen we nog even terug op deze bijzondere zaal, want hier werd door een zeer opmerkelijke man gastronomische geschiedenis geschreven. Ook deze prachtige fresco’s werden uitgevoerd door Perino del Vaga (1501-1547) en zijn medewerkers.De schilderingen stellen taferelen voor uit het Oude Testament en uit het leven van Alexander de Grote. Midden op de wand tegenover de ingang zie je de aartsengel Michaël die zijn zwaard in de schede steekt.

Op een amusante trompe-l’oeil fresco direct rechts bij het binnenkomen, is door een (geschilderde) half geopende deur een figuur zichtbaar die een trap opgaat. Het is zodanig geschilderd dat het symmetrisch aansluit met de echte trap die vanaf de deur aan de andere zijde van de wand omhoog leidt. Het verhaal gaat dat deze in het zwart geklede gestalte de advocaat van Beatrice Cenci voorstelt, maar haar rechtszaak en executie vond zo’n 50 jaar na het beschilderen van het vertrek plaats. Het is dus twijfelachtig of dit klopt. Wellicht is dit het portret van Fulvio Orsini, die als goede vriend van Paulus III verantwoordelijk was voor de ideeën die hier op de fresco’s voorgesteld dienden te worden.

De deur rechts, achteraan de Sala del Consiglio, geeft toegang tot de vaak gesloten Camera del Perseo, deze werd zo genoemd naar het mooie fries dat hier door een medewerker van Perino del Vaga werd geschilderd. Scènes uit de mythe van Perseus wisselen af met naast eenhoorns gezeten maagden (de eenhoorn was het motief uit het wapen van de kardinaal-slotvoogd Tiberio Crispo).

Het schilderij met ‘Christus draagt het Kruis’, naast het linker venster, is een werk van Sebastiano del Piombo (1485-1547). Let ook op de zeventiende-eeuwse Vlaamse wandtapijten. Vanuit deze zaal heeft men een zicht op de pauselijke slaapkamer, de Camera di Amor e Psyche die haar naam kreeg naar een fries langs het plafond. Het illustreert het verhaal van het wonderschone meisje dat door de zoon van Venus werd bemind. Louis Couperus was helemaal buiten zichzelf over deze fresco’s, hij schreef: ‘als ik zo een slaapkamer had, ik stond nooit op, geloof ik’.

We gaan terug naar de Sala del Consiglio en na enkele treden volgen we een met fresco’s in Pompeiische stijl versierde gang. Zo bereiken we de weelderige bibliotheek die ook in groteske stijl werd beschilderd. Aan de overzijde van de bibliotheek volgen nog enkele vertrekjes die boven de loggia van Paulus III liggen, de Camera dell’ Adriano en de Camera dei Festoni waar de ‘Baccanale’ hangt, een werk van Jacob Jordaans.

Dan leidt een korte trap naar drie vertrekjes, waaronder de Saletta del Delfino en de Saletta della Salamandra. Het middelste is gekend als ‘La Cagliostra’ omdat hier de beruchte graaf Alessandro Cagliostro (1743-1795) gevangen zou hebben gezeten. De man was echter helemaal geen graaf, maar heette Giuseppe Balsamo en had het regelmatig aan de stok met de Inquisitie. Hij hield zich immers bezig met allerlei occulte praktijken en hield regelmatig geheimzinnige seances. Hij was één van de bekendste figuren die zich in de tweede helft van de achttiende eeuw bezighielden met het occulte en magie.

Toen hij in Rome echter een vrijmetselaarsloge probeerde te vestigen was voor de Kerk de maat vol en werd Cagliostro in 1791 door de Inquisitie aangehouden en opgesloten in de Engelenburcht. Er volgde een proces waarbij Cagliostro werd beschuldigd van ketterij, magie en vrijmetselarij. Hij werd ter dood veroordeeld, maar dit vonnis werd door de paus omgezet naar levenslange opsluiting in de Engelenburcht.

Na een mislukte ontsnappingspoging werd Cagliostro overgebracht naar het Forte di San Leo in San Leo (provincie Rimini), waar hij werd naar verluidt werd vermoord op 26 augustus 1795. De berichten over zijn dood werden in heel Europa niet geloofd. Pas na een onderzoek waarvoor Napoleon persoonlijk de opdracht had gegeven, geloofde het volk uiteindelijk dat Cagliostro effectief overleden was.

We keren terug naar de bibliotheek waar we aan de overzijde de toegang vinden tot een rond vertrek dat behoorde tot het oorspronkelijke bouwwerk van Hadrianus, dit is de Sala del Tesoro e dell’ Archivio Segreto. Deze naam is, in tegenstelling tot de ruimte, modern. Langs de wanden staan nog steeds de originele notenhouten archiefkasten uit de renaissance en in het midden van het vertrek staan drie loodzware schatkisten uit de veertiende eeuw die vroeger het goud, de juwelen en de meest kostbare relieken van de Heilige Stoel bevatten.

In deze kisten verborg Sixtus IV della Rovere (1471-1484), drie miljoen scudi in goud en 1,6 miljoen in zilver, wat toen de grootste massa baar geld was in heel Italië en wellicht in heel Europa. Dat geld kwam van de verkoop van ambten, door nieuwe ‘monti’ of openbare leningen in te stellen en vooral door het heffen van meedogenloze belastingen.

Paulus III Farnese (1534-1549) bracht ook de voornaamste stukken van het geheime Vaticaanse archief naar deze kamer. Geheim dient hier geïnterpreteerd als persoonlijk, zoals we in ‘secretaris’ het woord ‘secret’ terugvinden. In 1870 werd het Archivio Segreto Vaticano opnieuw overgebracht naar het Vaticaan. Paus Sixtus V (1585-1590) maakte van deze ruimte tevens zijn persoonlijke bankkluis. Hier werden de rijkdommen verzameld om de pauselijke militaire operaties te betalen.

De Sala del Tesoro e dell’ Archivio Segreto behoort tot de centrale kern van het mausoleum en is gelegen boven de ‘Sala della Giustizia’ waarmee het misschien één geheel heeft gevormd, want het verlaagde concave plafond is laat-middeleeuws. Vanaf de negentiende eeuw werd ook deze zaal gebruikt als gevangenis.

Rechts bevindt zich de Scala Romana met een oude Romeinse trap die eveneens behoorde tot het mausoleum van Hadrianus. Hij leidt naar de Sala delle Bandiere en de ronde Sala delle Colonne en geeft ten slotte toegang tot het dakterras van de burcht. Van hieruit heb je andermaal een fantastisch uitzicht over heel Rome. Het terras zelf bezoeken we in een volgende bijdrage.

Italianen op 4 maart naar de stembus, Berlusconi duikt weer op

Posted in Romenieuws on 12 januari 2018 by romenieuws

Italië trekt op 4 maart naar de stembus en Silvio Berlusconi (81) is weer helemaal terug. De man is weliswaar veroordeeld wegens fiscale fraude en kan geen politiek ambt meer uitoefenen, maar in de regeringsvorming en de samenstelling van het politieke programma kan hij een belangrijke rol spelen. De veroordeelde ex-premier domineert ook de politieke debatten. Met zijn partij Forza Italia is Berlusconi het centrum van een rechtse coalitie, die verder bestaat uit de rechts-populistische Lega Nord en de rechtse Fratelli d’Italia.

Volgens recente opiniepeilingen zou dat blok bijna 40% van de stemmen kunnen halen, wat genoeg is voor een parlementaire meerderheid. De populistische Vijfsterrenbeweging en de sociaaldemocratische PD verdelen de rest van de stemmen, maar liggen minstens 10% achter op de rechtse coalitie. Hoewel de rechtse coalitie voorop ligt in de opiniepeilingen, is de vrees groot dat de verkiezingen van 4 maart leiden tot een totale blokkering van de Italiaanse politiek, waarbij geen enkel blok een duidelijke meerderheid heeft.

Berlusconi belooft de hervormingen van de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel die werden doorgevoerd door de voormalige PD-premier Matteo Renzi, terug te draaien. Berlusconi pleit ook voor een vlaktaks, een oud stokpaardje van Il Cavaliere. Tijdens de campagne voor zijn eerste premierschap in 1994 stelde Berlusconi al eens een vlaktaks voor. Uiteindelijk zou Berlusconi vier keer premier van Italië worden, maar zijn vlaktaks kwam er nooit.

De partijen rond Berlusconi rekenen erop dat lagere belastingen voor personen en bedrijven leiden tot meer consumptie en productie. Matteo Renzi reageerde alvast giftig: ‘Ik geloof niet dat Berlusconi een bedreiging vormt voor de democratie, hij is een bedreiging voor de Italiaanse economie.’

De urnenkamer van de keizerlijke familie

Posted in Romenieuws on 11 januari 2018 by romenieuws

We bevinden ons nu al enkele dagen in de Engelenburcht (het Castel Sant’Angelo, kwamen te weten hoe dit imposante gebouw aan zijn naam kwam en leerden gisteren dat hier zelfs pausen werden vermoord. In opdracht van een vrouw nog wel. Het diepste gedeelte van de Engelenburcht, bereikbaar via de dalende ingangsweg die men weleens de vestibule noemt, is nog steeds die van het complex uit de tweede eeuw: deze weg brengt ons diep in het hart van het ronde deel van het originele mausoleum van Hadrianus. Hierlangs kwam destijds ook de begrafenisstoet van de keizers. Op het einde van deze vestibule bevindt zich een nis waarin ooit het beeld van Hadrianus stond.

Op het einde van de vestibule, begint rechts de oorspronkelijke, schuin oplopende 125 m lange spiraalvormige opgang naar de grafkamer van Hadrianus. De wanden waren tijdens de oudheid bekleed met marmer, het plafond met stucwerk en de vloer geplaveid met zwart-wit mozaïek, waarvan enkele fragmenten bewaard bleven (te bekijken, maar met hekken afgezet). De ventilatie gebeurde door middel van de vier luchtkokers die je tijdens je wandeling zal zien. De vierde en laatste koker, aan het einde van de spiraal, is een bijzondere. Deze is afgezet met travertijn en bedekt met een rooster. Deze koker werd vanaf 1734 gebruikt voor de installatie van een zeer rudimentaire lift.

In verschillende gidsen en boeken over Rome wordt beweerd dat die lift er kwam ten behoeve van de gehandicapte en zeer zware paus Leo X (1513-1521), maar dat is niet correct. De lift was oorspronkelijk bedoeld voor de commandant van de burcht en bestond uit een soort zetel die met koorden omhoog getrokken werd. De primitieve lift werd bij latere gelegenheden natuurlijk ook gebruikt door verschillende opeenvolgende pausen die, als ze het konden vermijden, liever niet wandelden, maar zich lieten verplaatsen in draagstoelen en koetsen. Een lift die hen tot in hun residentie bracht, was uiteraard een bonus.

Op het einde van de stijgende spiraal vinden we links de rechte ‘rampa diametrale di Alessandro VI’ hier gekend als de cordonata, een oplopende trap die diametraal door het mausoleum loopt. Naar rechts (dus tegenover het begin van de trap) bevindt zich de huidige uitgang van de Engelenburcht. Deze uitgang vormde gedurende vele eeuwen de enige toegang tot de Engelenburcht omdat de antieke spiraalweg pas in 1823 werd ontdekt. Ook dit is een feit dat vele bezoekers niet beseffen.

Ongeveer halfweg de voormelde cordonata, stap je door een houten poort waarachter zich de oorspronkelijke urnenkamer bevindt. Op die plaats is de trap overgegaan in een licht stijgende loopbrug. Tot 1822 bevond zich hier een ophaalbrug zodat de paus en het garnizoen zich van de buitenwereld konden afschermen. Destijds bevond zich hier boven ons hoofd een reservoir dat gevuld kon worden met kokende olie (er was steeds een reserve van 22.000 liter olijfolie aanwezig in deze ‘oleria’).

De vierkante urnenkamer, 8 m bij 8 m, is de essentie van het mausoleum van Hadrianus. In drie van de vier wanden zien we de nissen waar de gouden urnen stonden. Hier bevond zich ook de as van Vibia Sabina (overleden in 136), de vrouw van Hadrianus en deze van hun geadopteerde zoon Lucius Ceionus Commodus (niet te verwarren met de latere keizer Commodus, de zoon van Marcus Aurelius).

De geadopteerde zoon van Hadrianus was bestemd als zijn opvolger en kreeg de naam Lucius Aelius Verus Caesar. Hij werd geboren rond 102 als telg van een oude eerbiedwaardige Etruskische familie. De man had echter een zwakke gezondheid en overleed in 138. Uiteindelijk zou Antoninus Pius de nieuwe keizer worden.

Sabina was een dochter van Matidia, een nicht van keizer Trajanus, die zelf geen kinderen had. Het politieke huwelijk met Hadrianus werd gearrangeerd door Pompeia Plotina, de echtgenote van Trajanus. Het huwelijk vond plaats in 100, waardoor Hadrianus’ positie als opvolger versterkt werd.

Het werd echter een ongelukkig huwelijk. Zij begeleidde haar man wel op zijn zeer talrijke reizen door de Romeinse provincies, maar Hadrianus besteedde weinig aandacht aan haar en toonde zelfs openlijk meer belangstelling voor andere getrouwde vrouwen en jonge mannen zoals de knappe jongeling Antinoüs. Het huwelijk van Hadrianus met Sabina bleef ook kinderloos.

Als gevolg van Hadrianus’ gebrek aan belangstelling begon Sabina aan een reeks overspelige avonturen, die echter niet werden geduld door de keizerlijke entourage. Zo werd Septicius Clarus, de baas van de Praetoriaanse garde, als gevolg van te intieme relaties met de keizerin de laan uitgestuurd. Ook de historicus Suetonius zou de gunsten van Sabina wel hebben gewaardeerd. Hem werd uiteindelijk de toegang tot de keizerlijke archieven verboden, een relatief milde straf, maar eentje waar hij als geschiedkundige vorser niet mee kon lachen.

De dood van Sabina in 136 werd vanaf het begin in twijfel getrokken en het is mogelijk dat Hadrianus haar heeft vergiftigd (of laten vergiftigen), zoals de geruchten in die tijd gingen, of dat zij zelfmoord heeft gepleegd. Dat zou in dit laatste geval een schande geweest zijn, en een feit dat in deze periode zeker niet publiek zou worden gemaakt.

In deze grafkamer stonden in de oudheid de urnen van acht keizers: Hadrianus (117-138), Antoninus Pius (138-161), Marcus Aurelius (161-180), Lucius Verus (161-169), Commodus (180-192), Pertifax (193), Didius Julianus (193) en Septimus Severus (193-211).

Julia Domna, de Syrische vrouw van Septimus Severus, die zelfmoord pleegde na de moord op haar zoon Caracalla, werd om onduidelijke redenen eerst bijgezet in het mausoleum van Augustus, later werd haar urne overgebracht naar het mausoleum van Hadrianus. Toen de Goten in augustus 410 Rome plunderden, zouden ze uit het mausoleum alle urnen geroofd hebben. Ze zijn in ieder geval nooit meer teruggevonden.

De urnenkamer toont enkel nog de naakte travertijnblokken met enkele resten van de verdwenen marmeren bekleding (let op de hechtingsgaten). En waar stond de urne, bijgezet in een grote sarcofaag, van de bouwheer Hadrianus? Dat weten we niet met zekerheid, maar wellicht bevond die zich in het cilindervormige tempeltje bovenop het mausoleum. Hadrianus stierf in zijn villa in Baiae, en werd eerst in Pozzuoli begraven, maar later herbegraven in zijn toen nog onvoltooide mausoleum.

Na voltooiing van zijn grafmonument werd hij door zijn opvolger, Antoninus Pius, gecremeerd en bijgezet, samen met de urne van Sabina en zijn adoptiefzoon Lucinus. De porfieren sarcofaag waarin zich de urne van Hadrianus bevond bleef lange tijd bewaard maar werd weggehaald door paus Innocentius II (1130-1143) om in de Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano) als zijn tombe dienst te doen. Helaas werd deze grafkist bij een brand in 1360 vernield.

De Latijnse tekst die in de linker nis aangebracht is, werd door Hadrianus op zijn sterfbed geschreven. De keizer richtte zich als volgt tot zijn ziel ‘kleine ziel, tere en zwevende ziel, gezel van mijn lichaam dat je gastheer was, je gaat nederdalen in bleke, harde en naakte oorden, waar je moet afzien van de spelen van weleer’.

Oorspronkelijk had de muur tegenover de ingang van de urnenkamer geen doorgang, de cordonata eindigde dus op deze plaats. Het was Bonifacius IX (1389-1404) die de muur openbrak om de hogere delen van het complex te kunnen bereiken en uit te bouwen. Je kan tegenwoordig verder klimmen tot aan een overloop met een rond venster. Hier draaide de trap van Bonifacius naar rechts.

De Farnesepaus Paulus III (1534-1549) sloot dit deel echter af en liet een doorsteek naar links maken, die na nog twee reeksen trappen toegang geeft tot de pittoreske cortile dell’ Angelo (of cortile d’Onore), zo genoemd naar de eerste marmeren engel uitgevoerd door Raffaello da Montelupo (1505-1566) die zich hier bevindt.

Kunstenaar Louis ‘Lowie’ Peeters: geliefd in Italië, onbekend in België

Posted in Romenieuws on 10 januari 2018 by romenieuws

Op 1 februari  is het precies twintig jaar geleden dat Louis (Lowie) Peeters (1931-1998) overleed. Het is een naam die weinig mensen zullen kennen. Deze kunstenaar uit Oud-Turnhout wordt op 2, 3 en 4 februari, telkens van 10 tot 18 uur, herdacht met een tentoonstelling in de Watermolen van Retie. Het Het is een kleine expo met enkele van zip topwerken in oude eik, Portugese leisteen en witte marmer uit zijn Italiaanse periode. Lowie Peeters was een veelzijdige artiest die actief was als dichter en beeldhouwer, maar ook als ontwerper, tekenaar en schilder. Die veelzijdigheid was een enorme troef maar tevens zijn grootste handicap. Lowie paste niet in een bepaald vakje en werd daardoor totaal vergeten. Op het internet vind je van deze kunstenaar geen enkel spoor.

Maar in Italië was hij wel bekend.  In opdracht maakte Louis Peeters in 1971 portretten in Portugese leisteen, onder meer van paus Paulus VI en van de actrice Sofia Loren met haar zoon Carlo. Nadien volgen nog portretten in leisteen van Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen, van componist Johann Strauss en van de populaire zanger Roy Black. Met het prachtige borstbeeld van paus Paulus VI slaagde Lowie Peeters erin om een plaats te veroveren in de Vaticaanse Musea in Rome. Heel weinig Vlamingen hebben hem dat ooit voorgedaan. Paulus VI stond van 1963 tot 1978 aan het hoofd van de Rooms-katholieke kerk en was de voorganger van paus Johannes Paulus I. Lowie vervaardigde het pausbeeld in 1971 uit Portugese leisteen, zijn geliefkoosde steen.

Lowie Peeters werd op zaterdag 31 oktober 1931 geboren als Henricus Ludovicus Peeters. Zijn eerste tentoonstelling heeft plaats in Retie, in het plaatselijke studentenlokaal (1961).  Maar het zou nog bijna tien jaar duren vooraleer hij echt als een artiest door het leven zou gaan.  In de jaren ’60 van de vorige eeuw werkte Louis Peeters als binnenhuisarchitect en als onderwijzer in de beeldhouwkunst.

De kritieken waren nochtans niet slecht. Zo schreef het ‘Nieuwsblad van Mol’: “Juist door het uitwerken van interieurs hetzij woonkamers, hetzij inkomhalls, stelde hij vast dat er geen kunstenaars waren die zijn ideeën konden uitwerken.  En, waar hij tussendoor al eens in hout gebeiteld had, beproefde hij een nieuw materiaal, dat het best zijn ideeën kan uitwerken: de leisteen.  Die werd al snel een volwaardige grondstof voor kunstuiting.Peeters weet het bas-reliëf als decoratief element te gebruiken met een verbazend resultaat.”

Na twee tentoonstellingen in eigen land (Hasselt en Namen), ingericht door het toenmalige Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand, vestigde Louis Peeters zich in 1970  in Italië.  Zijn werken in leisteen vielen er onmiddellijk in de smaak maar ook in de prijzen. De Italiaanse pers schrijft: “Zijn onderwerpen ontstaan uit een onweerstaanbare dwang en naargelang de invallen van zijn dichterlijke visioenen herinnerend aan tijd en ruimte.  Opmerkelijk is een beeld van Jesus Christus dat getuigt van grootse macht en betovering in dewelke de beeldhouwer er is in geslaagd om een verheven zachtheid en uitdrukkingskracht in te boezemen.”

Begin 1972 start Louis Peeters met een rondreizende tentoonstelling doorheen Duitsland waar hij door de critici gunstig wordt onthaald.  Na de opening in Bensberg volgen nog acht Duitse steden, waaronder Keulen en Soest.  Ook onze Noorderburen kunnen een enkele maal kennismaken met de halfverheven beeldhouwwerken van Peeters in ’s-Hertogenbosch. De critici zijn lovend: “De techniek is als het ware schilderend beeldhouwen.  Als non-conformist ligt zijn stijl tussen primitief futurisme en neorenaissance, zonder surrealist te zijn.  Zijn werk getuigt van expressievolle inspiratie, originele humor, gevoel voor detail en een vleugje romantiek.”

In 1975 begint voor Louis Peeters een nieuw avontuur in Italië.  Hij strijkt neer in Paliano (provincie Frosinone), tussen Rome en Napels.  Eerst zet hij het nabijgelegen Serrone en vervolgens het gehele dorp Paliano op papier (pentekeningen en aquarellen). Deze opdracht krijgt hij in 1976 naar aanleiding van het Europese Jaar van het Bouwkundig Erfgoed.  Dat is ook het jaar dat Louis Peeters twee fresco’s van drie bij twee meter schildert, eentje op de gevel van de Santa Maria-kerk, een andere op de gevel van het gemeentehuis van Paliano. In de Corriere di Frosinone lezen we: “Louis Peeters heeft door zijn oplettende oog een ware sluier opgelicht en ontmoette onze kleine fonteinen, torens en pleintjes, gebarsten huizen met schaduw en licht en de zuivere berglucht.”

Aan het einde van de jaren ’70, begin ’80 keert Louis Peeters terug naar België met tentoonstellingen in Kasterlee, Keerbergen, Herentals en Damme, de bruiloftstad van Karel de Stoute. Geen wonder dat Louis Peeters (voortaan ‘Lowie’) zich vestigde aan de kust. Zijn werken zijn nu ook te zien in de culturele centra van Westkapelle en Knokke-Heist (C.C. Scharpoord), waarna het een tijdje stil wordt rond ‘de lachende beeldhouwer’. In die periode kan je wekelijks zijn cursiefjes horen die hij zelf voorleest op de regionale radio Valko.

Pas in 1988 verschijnt Lowie opnieuw ten tonele.  In ‘De Stulpe’, zijn nieuwste werkplaats in Westkapelle, worden nieuwe kunstwerken bedacht en vervaardigd in hout.  Meestal gaat het om driedimensionale uitbeeldingen van samengestelde woorden.  Zoals een borstel (borst/stel) of een muizenis (muizen/nis). “Lowie Peeters is niet in één kastje te krijgen: hij schildert, hij tekent, hij schrijft en hij beeldhouwt.  In de meeste van zijn werken, ook in zijn sculpturen in leisteen, marmer en hout, is een onnavolgbare techniek met humoristische inslag terug te vinden”, schrijft De Zwinkrant.

Na hard zwoegen, volgen in 1989 tentoonstellingen in Sluis (Nederland), Oostkerke, Oostende en in ‘Den Bemd’ in Retie. Bij het 900-jarige bestaan van Oostkerke in 1989 maakt Lowie 26 prachtige pentekeningen van deze poldergemeente. Voorts werkt hij mee als illustrator van het ‘Humorblad’ dat wekelijks gratis wordt verspreid aan de Oostkust.

Eind 1990 gaat Lowie op zoek naar een andere formule van exposeren.  In plaats van naar de mensen toe te gaan, moeten de mensen nu naar hem toe komen.  Hij opent in Damme een ‘ateljee’ in het middeleeuwse pand ‘De Oude Beurs’ waar zijn houtsculpturen en tekeningen permanent worden tentoongesteld.  Wie geluk heeft kan de kunstenaar er ‘live’ aan het werk zien.

“Een artiest moet niet alleen techniek hebben, hij moet ook over veel fantasie beschikken.  En dat laatste heeft Lowie Peeters zeker, want deze fantasierijke duizendpoot is een humoristisch man, iemand die eenvoudig wil leven en werken tussen wie van hem houdt. Het is inderdaad voor een stuk beredeneerd wat hij doet, vooraf geschetst, maar toch blijft een groot stuk improvisatie in de groei geborgen”, schrijft de krant Het Volk in die periode.

Deze werkwijze typeert niet enkel de manier waarop zijn kunstwerken tot stand komen, maar bovendien zijn ze kenmerkend voor zijn levenswandel: voor een stuk beredeneerd, vooraf geschetst, maar grotendeels afhankelijk van de inspiratie van het ogenblik.

In de jaren ’90 keert Lowie uiteindelijk terug naar zijn geboortestreek, de Antwerpse Kempen.  Een oude belofte en een diep verlangen zijn daardoor uitgekomen. Hij verblijft er in ‘De Linde’ in Retie en werkt er gedurende twee jaar aan zowat 100 nieuwe pentekeningen, omdat het beeldhouwen voortaan teveel fysieke kracht vergde.  Geen water- of windmolen, geen kapelletje of waterplas, geen sneeuwlandschap of karrespoor in de streek ontsnapte aan het oog van de tekenaar. Deze werken waren in 1995 te zien op de laatste tentoonstelling van Lowie Peeters in ‘De Linde’ in Retie, bijna 35 jaar na zijn eerste expo in diezelfde gemeente. Louis ‘Lowie’ Peeters overleed op zondag 1 februari 1998.

Vele jaren later, in 2015, verscheen voor het eerst een 110 bladzijden tellend boek over Louis Peeters, met als titel Bamiskoppen uit Corsendonk. Het bevatte teksten en tekeningen van de kunstenaar en werd in beperkte oplage (80 exemplaren) in eigen beheer uitgegeven door zijn broer Rik Peeters. Nu, twintig jaar na het overlijden van Lowie, wil de familie ook de inventaris opmaken van al zijn beeldhouwwerken om ze van de vergetelheid te redden. De kunstenaar heeft in de jaren ’60 van de vorige eeuw in vele Kempense villa’s kunstwerken gemaakt die vast verbonden zijn met de structuur van de woningen. Zo maakte hij taferelen in leisteen, in basreliëf, verwerkt in schouwmantels of onder de trap in de inkomhal.

Later kwamen de kunstwerken los van de woning en evolueerden ze van twee naar drie dimensies. Lowie Peeters was gefascineerd door de Italiaanse grootmeesters en droomde van een eigen plek in de kunstwereld. Hoewel een vergelijking met Michelangelo of Rafaël helemaal niet aan de orde is, verdient het oeuvre van Lowie Peeters zeker een plaats in de Vlaamse kunstgeschiedenis.

In 1970, 1971, 1972 en 1973 behaalde Lowie Peeters in Rome vier keer op rij de eerste prijs van een internationale kunsttentoonstelling in de categorie beeldhouwwerken:

* 1970 – Jezus Christus (Il Cristo), beeld in oude eik.

De buste van Jezus Christus in oude eik levert Louis Peeters in 1970 de eerste prijs op, een gouden medaille en een speciale oorkonde, tijdens de tweede collectieve internationale kunsttentoonstelling Un Quadre Per l’Estate in Rome, ingericht door ‘Finestra sul mondo’.  Hij ontvangt de prijs op 23 juni 1970 uit handen van kardinaal Dino Staffa. Aansluitend exposeerde Louis ook in ‘Il Grifo’ in Grosseto (Toscane).

* 1971 – Vader en zoon: beeld in oude eik.

Louis Peeters woonde verschillende jaren in Rome.  Hij exposeerde er in de kunstgalerijen ‘La Tor Sanguigna’ en het ‘Palazzo dell Esposizione’. Daar is ook het beeld ‘Vader en zoon’ te zien, een kunstwerk in oude eik, waarmee hij opnieuw de eerste prijs wegkaapt op de internationale kunsttentoonstelling Pittori d’oggi in Rome, opnieuw ingericht door ‘Finestra sul mundo’.  Hij krijgt er op 9 maart 1971 een gouden medaille en een speciale oorkonde van het Italiaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken en een beker van de Kamer van Koophandel van Rome.

* 1972 – Emancipatie (Croce Bellissima), beeld in Portugese leisteen.

In maart 1972 staat Louis andermaal in het midden van de belangstelling in Rome. Met het werk ‘Croce Bellissima’ (Emancipatie) in leisteen wint hij de eerste prijs. Hij krijgt uit handen van signore Ravalli, de gouverneur van Rome, een speciale oorkonde en de zilveren beker van de gouverneur. De tentoonstelling Rassegna internazionale d’arte contemporanea werd ingericht door ‘Arte Nel Mondo’ en toonde in het Palazzo delle Esposizione de werken van 106 schilders en 38 beeldhouwers uit verscheidene landen. Op 7 maart 1972 exposeert Louis een dag lang in een tram die de binnenstad van Rome doorkruist. Er hangen zo’n 40 schilderijen en het beeld ‘Eva’ in oude eik. Heel wat Romeinen keken die dag blij en verrast door deze originele opstelling. “Dalla terra dei Rubens e dei Rembrandt le sculture su lavagna di Louis Peeters”, aldus een kop in de Italiaanse pers. Regelmatig keert Louis Peeters terug naar zijn heimat om er zijn gelauwerde werken te tonen, o.a. tweemaal in Postel, Mol en Zichem; en ook in zijn geboortedorp Oud-Turnhout, in Geel en Turnhout.

* 1973 – Obi Es? (Waar zijt gij?), beeld in Portugese leisteen.

In mei 1973 wint Louis voor de vierde keer op rij een belangrijke prijs in Rome. Met ‘Ubi Es?’ (Waar zijt gij?) in leisteen krijgt hij een gouden medaille en felicitaties van aartsbisschop Pietro Sfair.  De tentoonstelling ‘Premio Internazionale Nuovo Dimensioni nell’arte’ heeft plaats in het Palazzo delle Esposizioni en werd gesponsord door Clelio Darida, de burgemeester van Rome.

De familie van Louis ‘Lowie’ Peeters vraagt aan iedereen die een werk van deze kunstenaar in bezit heeft, om een seintje te geven via tompeeterstp4@icloud.com. Het is de bedoeling een zo volledig mogelijke inventaris van zijn werk op te stellen. Mogelijk verschijnt dit jaar een tweede boek over de kunstenaar met een overzicht van zijn beeldhouwwerken, schilderijen en tekeningen.