Nieuwe aanbieder start in Rome met duizend elektrische deelsteps

7 juni 2020

De introductie van deelfietsen is in Rome nooit echt gelukt. Sinds 2008 volgde het ene initiatief na het andere. Zodra een firma het opgaf, was er altijd wel weer een nieuwe kandidaat om een ander project te lanceren. Ze flopten bijna allemaal en de meesten gaven het na een paar jaar op of gingen failliet, al blijven nieuwe firma’s het proberen.

Heel wat steden hebben sinds enkele jaren ook de elektrische deelfietsen en elektrische deelsteps ontdekt. In Rome zijn er momenteel twee aanbieders, Lime en Bird. De bedrijven overleven, maar spectaculaire resultaten boeken ze niet. Zopas verscheen met het Amerikaanse Helbiz een nieuwe speler op de markt.

Helbiz schakelt het elektrisch deelvervoer in Rome nog een versnelling hoger. Het Amerikaanse bedrijf installeert momenteel duizend elektrische steps in de straten van Rome. Om de introductie in Rome bekend te maken voerde Helbiz zelfs een internationale reclamecampagne.

Het nieuwe e-stepsproject werd in Rome door het stadsbestuur en Helbiz voorgesteld aan de Trevifontein. Dat monument werd door Helbiz als campagnebeeld gebruikt, tot zelfs op Times Square in New York (foto hieronder).

timessquare
De burgemeester van Rome, Virginia Raggi, wil zich meer richten op alternatieve mobiliteit en auto’s in de binnenstad zoveel mogelijk bannen. In dat kader past ook het plan van het stadsbestuur om nieuwe fietsroutes te creëren.

Die moeten de geïntegreerde mobiliteit met het openbaar vervoer bevorderen. Rome zou graag meer fietsen en steps gebruikt zien worden voor de kortere afstanden, en de bus, tram of metro voor langere verplaatsingen. Raggi ziet in de elektrische deelsteps ook een lokmiddel voor toeristen.

estep2

Helbiz organiseert en beheert het gebruik van de elektrische deelsteps helemaal zelf. Het systeem werkt als volgt. Wie een elektrische scooter wil lenen moet eerst de gratis mobiele app van Helbiz downloaden op zijn of haar smartphone of tablet.

Dat programma zoekt het dichtstbijzijnde e-step voor je op, waarna je het voertuig kan ontgrendelen door een QR-code op het stuur te scannen. Gebruikers moeten minimum 18 jaar oud zijn.

Het tarief bedraagt 1 euro als startgeld en vervolgens 15 cent per minuut voor de rit. Eenmaal klaar met de rit, kunnen gebruikers de scooter in ‘stille modus’ parkeren, ze hoeven het voertuig niet terug te brengen naar een ophaalpunt.

Het bedrijf biedt ook een abonnementsformule aan, Hellbiz Unlimited. Dat kost 29,99 euro per maand. Gebruikers kunnen dan een onbeperkt aantal dagelijkse ritten van 30 minuten maken, met minimaal 20 minuten tussen elke rit.

In het historische centrum van Rome zullen voor inwoners en toeristen de komende dagen alvast in totaal een duizendtal e-scooters beschikbaar zijn. Die worden verdeeld in de omgeving van het Vaticaan, de districten Parioli / Pinciano, Flaminio, Trieste, Nomentano / Università, San Lorenzo, San Giovanni, Rione Prati, Trionfale / Medaglie d’Oro, Portuense, Marco Polo, Garbatella / Ostiense, Tor Marancia / Montagnola, Ardeatino, San Paolo / Marconi en Prati della Vittoria.

In vele steden ontstond de voorbije jaren kritiek op het gebruik van deelfietsen. In grote steden zijn soms wel zes of zeven verschillende aanbieders actief. Die beconcurreren elkaar keihard tot er uiteindelijk maar een paar overblijven.

Er ontstaat vooral ergernis omdat de deelfietsen of steps zomaar kunnen worden achtergelaten in de straten. Dat mag, omdat de bedrijven de voertuigen ’s nachts met behulp van een gps-volgsysteem opsporen, de batterij opladen als het nodig is en ze daarna weer naar een afhaalpunt brengen. Vooral voetgangers klagen omdat de steps en fietsen vaak slordig worden neergegooid en voor hinder zorgen.

esteps(5)

Rome ontsnapt daar niet aan. Voor de gebruikers komt daar nog eens de problematische toestand van de wegen bij. Hoewel sommigen er anders over denken is fietsen in Rome, met de vele kasseien en gaten in de wegen, het gebrek aan fietspaden en het drukke en soms levensgevaarlijke autoverkeer, niet altijd zo aangenaam als wordt voorgespiegeld.

In het historische centrum wordt weinig gefietst. Als je al fietsers ziet zijn het doorgaans buitenlanders: expats of toeristen. Vele Romeinen vinden fietsen zwaar, gevaarlijk, langzaam en onhandig.

Amper 1 procent van alle inwoners gebruikt (soms) een fiets. De heuvels van Rome dwingen fietsers ook tot meer fysieke inspanning, al is dat met de komst van elektrische fietsen wel grotendeels opgelost.

Het kunnen in ieder geval allemaal redenen zijn waarom deelfietsprojecten nooit echt hebben gewerkt in Rome, al kregen de deelvoertuigen ook vaak af te rekenen met vandalisme.

De fietsen werden beschadigd, gestolen of in de Tiber gedumpt. Soms werden fietsen ter plaatse aan de afhaalpunten in stukken gezaagd om ze vervolgens te verkopen als oud ijzer. Meer dan één deelfietsenaanbieder is eraan failliet gegaan.

Ook de handelaars gingen niet altijd vrijuit. Bars en restaurants moesten in sommige gevallen terrasruimte inleveren om de fietsenrekken een plaats te geven. Dat vonden ze niet prettig. Volgens Roma Mobilità werden de deelfietsprojecten daarom hier en daar bewust gesaboteerd.

Er is nooit iemand op heterdaad betrapt, maar de harde strijd die soms moest worden gevoerd om de horeca-uitbaters te dwingen hun terrassen te beperken ten voordele van de fietsen, spreekt volgens de mobiliteitsdienst boekdelen.

estep1

Door het gebrek aan fietspaden en signalisatie kan je Rome ook niet echt fietsvriendelijk noemen. Al kan je de oevers van de Tiber wel beschouwen als een reusachtig en behoorlijk veilig fietspad.

De burgemeester beseft zelf ook dat de infrastructuur en de wegen in de stad als gevolg van het jarenlange wanbeleid en de praktijken van de Mafia Capitale-bende in slechte staat verkeren en niet echt uitnodigen om een fietstochtje te maken.

Raggi stelde recent dan ook een plan voor om, verspreid door de stad en zo snel mogelijk, 150 km nieuwe fietspaden aan te leggen. Die snelle aanleg is overigens relatief: de jongste paar weken bakenden arbeiders langs enkele drukke wegen met verf een fietsstrook af waardoor meteen een aantal extra kilometers fietspad ontstonden.

Meer dan dit soort haastige ingrepen zullen er voorlopig niet gebeuren, want de stad kijkt aan tegen een schuldenberg van zowat 13 miljard euro en de stadskas is helemaal leeg. Momenteel zijn er andere prioriteiten, ondanks de beloftes die de burgemeester nu al maakt in aanloop naar het komende verkiezingsjaar.

Een drukke weg voorzien van een verfstrook maakt de omstandigheden voor fietsers ook niet veiliger en de meeste inwoners beseffen dat wel. Vooral met de wetenschap in het achterhoofd dat Romeinse autobestuurders allesbehalve vertrouwd zijn met fietsverkeer. Met wat verfstrepen erbij gaat het stadsbestuur de Romeinen zeker niet op de fiets krijgen.

esteps(4)

Virginia Raggi zei tijdens de presentatie van de Helbiz-steps bij de Trevifontein dat Rome klaar is om een nieuw hoofdstuk te schrijven in het stedelijke ecologisch en duurzaam vervoer. Ze riep de Romeinse pendelaars op om hun auto in te ruilen voor fietsen en elektrische steps.

De meeste Romeinen hebben nog altijd een eigen wagen en nemen daar niet graag afscheid van. Ook de klassieke Vespa blijft erg geliefd. Toch verliezen forenzen in Rome jaarlijks meer dan 250 uren of een volledige werkmaand in het verkeer, hoewel de helft van hen op minder dan 10 km van de werkplek woont. Dat is het op één na slechtste resultaat ter wereld. Alleen in de Colombiaanse stad Bogotà duurt pendelen nog langer.

esteps(3)

Het valt dus af te wachten of Helbiz erin slaagt meer gebruikers te motiveren dan zijn voorgangers en concurrenten. De trieste restanten van sommige vorige fietsendeelprojecten zijn hier en daar nog steeds in het Romeinse straatbeeld te zien.

De voormalige fietsenrekken of oplaadpunten die nog niet overal zijn opgeruimd, worden vandaag gebruikt als stelplaats voor scooters of staan gewoon in de weg. De gemarkeerde openbare ruimte die bestemd was voor de fietsen wordt nu gebruikt als parkeerplaats voor auto’s.

esteps(2)

Het stadsbestuur introduceerde recent wel een nieuwigheid: wie met de fiets reist mag zijn of haar voertuig op elk moment meenemen op de metro, in bussen en op trams.

De mogelijkheid om fietsen mee te nemen op het openbaar vervoer is een experiment dat gelanceerd werd in het kielzog van de eerste versoepelingen na de lockdown door de viruscrisis. Men ging ervan uit dat forenzen uit vrees voor een virusbesmetting aanvankelijk zoveel mogelijk het openbaar vervoer zouden vermijden.

Werknemers gingen slechts geleidelijk weer aan de slag en omdat er amper autoverkeer in de stad was en de bussen, trams en metro’s nauwelijks reizigers hadden, was het een interessant initiatief om de combimobiliteit te testen.

Of de maatregel na afloop van de viruscrisis nog wordt voortgezet valt af te wachten. In normale omstandigheden is het in Rome tijdens de spitsuren al erg moeilijk om zelf nog een plekje in een overvolle bus of een metrostel te veroveren.

Bij die massa reizigers nog een fiets of step willen duwen is doorgaans onmogelijk en zal door andere reizigers ook niet worden gewaardeerd. De kans is groot dat het initiatief in de echte praktijk, bij een normale bezetting van de metro’s en bussen, weer wordt afgeschaft of beperkt tot de daluren.

esteps(1)

Ten slotte nog dit weetje. De exploitanten van de elektrische steps en elektrische fietsen, die zoals verteld over een volgsysteem en dus een kleine computer beschikken, zijn verplicht om de realtime data die de gebruikers genereren door te geven aan de mobiliteitsdienst van de stad.

Het stadsbestuur van Rome wil met behulp van de permanente monitoring van deze datagegevens de verplaatsingen, mobiliteitsknelpunten en mogelijke parkeerproblemen beter in kaart brengen. Voor alle aanbieders samen beperkt het stedelijke reglement het aantal e-steps ook tot 16.000.

Romeinse stadsmusea zijn eerste zondag van de maand weer gratis toegankelijk

6 juni 2020

Nu het normale dagelijkse leven in Rome zeer langzaam terugkeert (mondmaskers en andere veiligheidsmaatregelen even buiten beschouwing gelaten), zijn de stedelijke musea vanaf nu iedere eerste zondag van de maand weer gratis toegankelijk.

Zondag 7 juni krijg je de eerste kans na de lange lockdown om dat te doen. Er is één groot verschil met vroeger: ondanks de gratis toegang zal je toch verplicht een ticket moeten reserveren en een tijdslot kiezen. Dat kan  telefonisch via 06 06 08. Men moet immers kunnen nagaan hoeveel personen op een bepaald moment toegang hebben.

De inmiddels vertrouwde veiligheidsmaatregelen gelden in alle musea. Bij aankomst in het museum moeten bezoekers op hun beurt wachten om binnen te komen en de fysieke afstand bewaren. Alle bezoekers krijgen een thermische scan. Wie meer dan 37,5° koorts heeft krijgt geen toegang. Het dragen van mondmaskers is verplicht.

We sommen nog eens de musea op die elke eerste zondag van de maand gratis toegankelijk zijn: de Capitolijnse Musea, Palazzo Braschi, de Markten van Trajanus, de Ara Pacis, de Centrale Montemartini, het Museo di Roma in Trastevere, de Galleria nazionale d’arte moderna e contemporanea, Villa Torlonia, het Museo Civico di Zoologia, het Museo Carlo Bilotti, het Museo Barracco, het Museo Napoleonico, het Museo Canonica, het Museo della Repubblica Romana e della memoria garibaldina, het Casal de ‘Pazzi en het Museo delle Mura.

Ook de archeologische zone van de keizerlijke fora (met ingang aan de Zuil van Trajanus) en het Circus Maximus (zonder de Circo Maximo Experience) zijn gratis toegankelijk op de eerste zondag van de maand.

Tentoonstellingen die in de musea lopen zijn tijdens de gratis bezoekdag doorgaans ook toegankelijk. Uitzonderingen zijn Canova: Eterna bellezza in Palazzo Braschi (verlengd tot 21 juni) en C’era una volta Sergio Leone in de Ara Pacis (verlengd tot 30 augustus).

Rechtbank verbiedt hamburgerrestaurant aan de Thermen van Caracalla

6 juni 2020

De Amerikaanse fastfoodgigant McDonald’s geeft zijn plannen op om vlakbij de historische site van de Thermen van Caracalla een hamburgerrestaurant te openen.  Hoewel McDonald’s een vergunning van de lokale overheid in handen had, werd die onder druk van de publieke opinie, de media en archeologische verenigingen uiteindelijk opgeschort. De fastfoodketen trok daarop naar de rechtbank om die beslissing ongedaan te maken. Tevergeefs, zo blijkt nu uit een recent arrest.

McDonald’s wilde aanvankelijk enkel een drive-in openen op het terrein van het voormalige Eurogarden, een groot particulier tuincentrum van zowat 35.000 m² aan de Viale Guido Baccelli 85, vlak naast de Thermen van Caracalla.

macdoncaracalla(2)

Wat later volgden plannen om ook het vroegere winkelgebouw van het tuincentrum om te bouwen tot een restaurant van 800 m² met 250 zitplaatsen. Nieuwbouw kwam er niet aan te pas. In de plannen waren ook een speeltuin en een botanische tuin voorzien, evenals de aanleg van een parkeerterrein. Het bedrijf kreeg voor dit alles een vergunning van de lokale overheid.

Maar toen de plannen op 25 juli van vorig jaar bekend werden, ontstonden in Rome meteen protesten van archeologische verenigingen en erfgoedorganisaties. Die haalden zelfs de internationale media waardoor ook andere gezaghebbende historici uit de heele wereld zich met de zaak bemoeiden. Onder zware druk gezet kon burgemeester Virginia Raggi niet anders dan het project opschorten.

macdoncaracalla(1)

Daar was McDonald’s uiteraard niet blij mee, maar Raggi kreeg bij de ommezwaai van het stadsbestuur steun van haar partijgenoot Alberto Bonisoli, toen nog minister van Cultuur in de regering Conte I en net als de burgemeester van Rome lid van de MoVimento 5 Stelle (M5S) of Vijfsterrenbeweging, Hij steunde de beslissing om de vergunning in te trekken en verklaarde dat een dergelijke uitbating niet mogelijk was vlakbij een historische site zoals de Thermen van Caracalla.

McDonald’s pikte het plotse intrekken van de vergunning niet en trok naar de  Tribunale Amministrativo Regionale (TAR) van Lazio, de regionale administratieve rechtbank.  Zopas verwierp die in beroep eveneens de vergunning. McDonald’s krijgt dus geen toestemming om vlakbij de Thermen van Caracalla een fastfoodzaak te openen.

macdoncaracalla(3)

Het bedrijf is in principe nog niet helemaal uitgeprocedeerd, maar geeft het plan om zich in het voormalige tuincentrum te vestigen op. De locatie aan de Viale Guido Baccelli zou volgens McDonald’s goed geweest zijn voor een zestigtal jobs.

Eerder dit jaar moest McDonald’s ook al zijn plannen opgeven om vlakbij het Pantheon een nieuwe grote hamburgerzaak te openen. Ook die kwestie werd voor de TAR uitgevochten en door het Amerikaanse bedrijf in hoger beroep verloren.

De multinational wilde op amper tien meter van het Pantheon, aan Piazza della Rotonda 1, een vestiging openen van 440 m², gespreid over twee verdiepingen en de kelderruimte. In dat pand bevond zich vroeger een bankkantoor. McDonald’s betaalt (of betaalde, dat is niet bekend) voor het gebouw een huurprijs van 68.000 euro per maand.

De hamburgergigant had echter een leep truukje gebruikt om aan een vestigingsvergunning te geraken. McDonald’s had de licentie gekocht van een ijsjeszaak op hetzelfde plein, aan de Piazza della Rotonda 64, en zo het recht verworven om in deze zone handelsactiviteiten uit te oefenen.

Maar de ijsjeszaak was slechts 34 m² groot. McDonald’s wilde ineens een volledig pand verbouwen en plaats bieden aan een veel groter publiek. De zaak kwam onder de aandacht van de buurtbewoners toen via de media uitlekte dat de Amerikaanse multinational liefst 1,2 miljoen euro had betaald voor de handelslicentie van de ijsjeszaak.

Dat enorme bedrag deed de alarmbellen rinkelen, ook bij het stadsbestuur dat zich blijkbaar van geen kwaad bewust was. Ondertussen was McDonald’s al volop bezig met de verbouwingen van het pand en het zag er niet naar uit dat het project wettelijk nog tegen te houden was. De nabijheid van een monument zoals het Pantheon was geen bezwaar omdat McDonald’s niets zou wijzigen aan de buitenzijde van het gebouw.

Maar toen verscheen bovenop het pand een hoge ventilatiepijp in glanzend staal, bedoeld om de bakgeuren van de restaurantkeuken af te voeren. Dat leverde opeens extra munitie aan de tegenstanders van het project. Nu had het bedrijf immers een duidelijke bouwovertreding begaan. De blinkende metalen schoorsteen vlakbij een historisch monument kon onmogelijk gedoogd worden.

Bovendien torende de metalen buis hoog boven de gebouwen uit en belemmerde daardoor het uitzicht op andere monumenten, waaronder de koepel van de Sant’Ivo alla Sapienza, het meesterwerk van Borromini. Hoewel McDonald’s bereid was om de ventilatieschacht te vervangen door een minder opvallend exemplaar in roestkleurig cortenstaal, oordeelde de rechtbank dat het project moest worden stopgezet.

Vooral het feit dat de licentie van een kleine horecazaak in feite werd misbruikt om een veel grotere ruimte te creëren en zo het stadsbeeld te verstoren, werkte in het nadeel van de Amerikaanse multinational. Daar kwamen nog de bouwovertreding en tal van bezwaren van buurtbewoners bij.

pantheon_buitenzijde
Tegenstanders riepen ook ‘architecturale redenen’ in om de komst van de fastfoodzaak te verhinderen. De enorme en wereldwijd erkende historische en architecturale waarde van het Pantheon was voor de rechtbank nog een extra argument om het hoekpand ongeschikt te verklaren voor zijn nieuwe bestemming.

McDonald’s kreeg het bevel  de ventilatieschacht volledig af te breken en de werken stil te leggen. Die zouden al vergevorderd geweest zijn. Ook de handelslicentie werd ingetrokken. Het Amerikaanse bedrijf had voor de rechtbank tevergeefs geargumenteerd dat ijsjes ook fastfood zijn en dat ze dus handelden in overeenstemming met de voorwaarden zoals opgesomd in de handelsvergunning. Maar die visie werd door de TAR dus niet gevolgd.

Er is nog altijd een onderzoek bezig hoe de overdracht van de handelslicentie precies is verlopen. Want ook na de verkoop aan McDonald’s bleef de ijsjeszaak gewoon open. Illegaal, of hadden ze twee vergunningen? Duidelijk is het nog niet.

In de handelswetgeving van de stad Rome staan beperkingen voor het starten van handelszaken in de buurt van monumenten en in archeologische zones, maar gedetailleerde regels ontbreken.

Het gebouw waar McDonald’s wilde intrekken is een oud bankkantoor en niet beschermd, net zomin als het interieur. Alleen aan de armaturen van de ingangen en ramen mocht niets gewijzigd worden, al konden ze wel worden vervangen door vergelijkbare elementen. Voorlopig staat het pand  leeg tot een nieuwe huurder opdaagt.

Restanten van Romeins aquaduct ontdekt in Nijmegen

5 juni 2020

Bij opgravingen in Nijmegen zijn restanten gevonden van het Romeinse aquaduct dat tussen Berg en Dal en Nijmegen liep. De ontdekking maakt volgens archeologen duidelijk welke route het aquaduct vanuit de heuvels volgde naar het Romeinse legerkamp in Nijmegen.

De vondst gebeurde op een diepte van 3 m in een inmiddels alweer dichtgegooide bouwput aan de Bosweg. Een diepe ingraving met een vlakke bodem werd door de archeologen geïnterpreteerd als de resten van een houten bak of goot waardoor het water stroomde. Van de sporen in de grond zijn monsters genomen die in een labo verder worden onderzocht. De opgravingswerkzaamheden zijn inmiddels afgerond.

Het terrein aan de Bosweg was al in beeld als mogelijk tracé voor het aquaduct, maar omdat er aan het maaiveld niets zichtbaar was bestond er nog twijfel. Die twijfel richtte zich niet op de vraag of er sprake was van een aquaduct, maar meer op de exacte loop en de vorm die het aquaduct hier heeft gehad. Dankzij het nu uitgevoerde onderzoek is nu duidelijk dat het aquaduct hier inderdaad lag, en dat het in een diepe geul ingegraven was.

Het aquaduct maakte volgens de archeologen deel uit van de militaire infrastructuur aan de Romeinse rijksgrens en was dus belangrijk. Het aquaduct bestond uit een verzameling van gegraven dalen, opgeworpen dammen en intussen verdwenen houten goten.

Die goten liepen niet over grote stenen bouwwerken, maar over aarden dammen. Hoewel de houten goten voor zover bekend overal zijn vergaan, zijn de aarden dammen en de kunstmatige dalen nog altijd zichtbaar in het landschap.

Met dit gotensysteem werden verschillende bronnen ten oosten van Nijmegen verbonden en werd het drinkwater over een ongeveer 5 km lange route naar het legerkamp op de Hunnerberg geleid.

Op de Hunnerberg bevond zich vanaf ongeveer 71 na Chr. het enige legioen in wat nu Nederland is: de Legio X Gemina. Een Romeins legioen telde ongeveer 5.000 soldaten.

Rondom de legerplaats was een militair dorp gesticht (een canabae legionis) waar ook nog eens duizenden mensen woonden en werkten. Naar schatting verbleven zeker 10.000 tot 15.000 mensen op de Hunnerberg.

De dagelijkse behoefte aan proper drinkwater was ongetwijfeld groter dan er lokaal te vinden was. De Romeinse oplossing voor dergelijke problemen was de aanleg van een aquaduct. Dit bracht al het beschikbare drinkwater uit de wijde omgeving naar de Hunnerberg.

Bronnen: Archeologie Online / Historiek.net

Vaticaan brengt reeks nieuwe munten uit

5 juni 2020

Het Vaticaan brengt op 23 juni een herdenkingsmunt uit naar aanleiding van de 250ste verjaardag van de geboorte van de Duitse componist Ludwig van Beethoven (1770-1827). Tegelijk worden ook nieuwe munten geslagen met het wapen van paus Franciscus en naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de geboorte van de heilig verklaarde paus Johannes Paulus II (1978-2005).

vaticaansemunt2020

De collectie omvat twee euromunten met het pauselijke wapen die erg populair zijn bij muntenverzamelaars en die elk jaar opnieuw worden uitgegeven. De Beethovenmunt heeft een waarde van 5 euro.

Andere speciale munten hebben een nominale waarde van 10 euro. Er komt ook een speciale gouden munt naar aanleiding van de publicatie Dei Verbum tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie, met een waarde van 100 euro.

Het volledige uitgifte-programma voor 2020 van Vaticaanse munten en postzegels kan je hier bekijken.

Italiaanse zorgverleners krijgen weekje gratis toegang tot de Vaticaanse Musea

4 juni 2020

De Vaticaanse Musea zijn inmiddels weer open en zullen uitzonderlijk een week lang (van 8 tot 13 juni) gratis toegankelijk zijn voor artsen, verpleegkundigen, zorgverleners en ander medisch personeel. Op die manier wil het Vaticaan  de werknemers in de Italiaanse gezondheidssector danken voor hun inzet tijdens de viruscrisis.

Gezondheidswerkers hebben de komende twee weekends (op 6 en 7 juni en op 13 en 14 juni) tevens gratis toegang tot de pauselijke villa’s en tuinen in Castel Gandolfo, de zomerresidentie van de paus met uitzicht op het meer van Albano. Die site opent opnieuw vanaf zaterdag 6 juni, al is het voorlopig enkel in de weekends. De speciale trein tussen Vaticaanstad en Castel Gandolfo blijft tot nader order opgeschort.

museivaticaniingang

Bezoekers moeten hun bezoek in ieder geval vooraf online reserveren, ook als ze willen genieten van de gratis toegang. Iedere bezoeker moet een mondmasker dragen en bij de ingang zijn of haar lichaamstemperatuur laten meten. Wie meer dan 37,5° koorts heeft, komt er niet in. Ook in de pauselijke residentie in Castel Gandolfo is het dragen van een mondkapje verplicht.

Er zijn ook nieuwe openingstijden in de Vaticaanse Musea: van maandag tot donderdag van 10 tot 20 uur (laatste toegang om 18 uur) en op vrijdag en zaterdag van 10 tot 22 uur (laatste toegang om 20 uur). De bezoeken aan de pauselijke villa’s in Castel Gandolfo zijn mogelijk op zaterdag en zondag van 10 tot 18 uur (laatste toegang om 17 uur).

Alle details vind je op de website van de Vaticaanse Musea

Rome houdt zones met beperkt verkeer open tot 30 augustus

4 juni 2020

In Rome blijven de zones met beperkt verkeer (Zona a traffico limitato of ZTL) tot 30 augustus open. De maatregel is al een tijdje geleden ingevoerd maar wordt dus verlengd. Het stadsbestuur wil door het vlotter toegankelijk maken van alle stadsdelen de handelaars en bedrijven helpen. Die moeten als klanten voorlopig alleen de eigen inwoners, toeristen zijn er nog niet.

De Zona a traffico limitato werden ingesteld om de historische gebouwen en het milieu in de binnenstad te beschermen tegen schadelijke uitlaatgassen. Motorvoertuigen worden in de stad zoveel mogelijk geweerd. In de praktijk wordt het verkeer op bepaalde uren van de dag (meestal tijdens de spitsuren) uitsluitend voorbehouden aan het openbaar vervoer, de hulpdiensten, de bewoners van het gebied en mensen met een speciale vergunning.

Traffic restriction zone in Rome, Italy

Wie illegaal een ZTL binnenrijdt zal na verloop van tijd een boete in de bus krijgen, ook degenen die niet in Italië wonen. Aan het begin van elke ZTL hangen borden om je te waarschuwen. Camera’s registreren wie er in en uit rijdt en stellen vast of die automobilist daar toestemming voor heeft.

Dat zijn dus in principe enkel degenen die in dat bepaalde gebied wonen of werken. Toeristen die in een hotel verblijven dat in een Zone Traffico Limitato gelegen is en met de auto in Rome arriveren, moeten hun nummerplaat onmiddellijk doorgeven aan de receptie van het hotel. De hotelmedewerkers melden je dan bij het centrale systeem aan als gast zodat er later geen boete volgt.

Talrijke buitenlandse bezoekers hebben zich al laten strikken door (vaak onwetend) een ZTL binnen te rijden. Let daarom altijd zeer goed op de verkeersborden als je in Rome met de wagen rondtoert, al is het door het vaak drukke verkeer niet altijd gemakkelijk om te borden aandachtig te bekijken. Bij twijfel keer je best om.

ztl1

De icoontjes en aanduidingen onder het verbodsbord hebben betrekking op de voertuigen die wel de zone in mogen, zoals bijvoorbeeld bussen, politie en hulpdiensten. Soms zie je twee hamertjes naast de tijden staan. Dit betekent dat het ZTL-verbod niet geldt op zon- en feestdagen. Dan mag je de ZTL dus wel binnenrijden.

Het maakt niet uit hoelang je in een Zona a traffico limitato verblijft. Zodra je er zonder toestemming binnenrijdt, ben je geregistreerd en is de boete al in de maak. Met huurauto’s is het extra opletten. Sommige verhuurbedrijven rekenen forse administratiekosten aan voor binnengekomen boetes. Het bedrag kan variëren van 70 tot 100 euro en wordt afgehouden van je  kredietkaart.

Vaticaanstad speelt al 500 jaar voetbal

3 juni 2020

Op 7 januari 1521 organiseerden de toenmalige Pauselijke Staten onder het goedkeurende oog van paus Leo X (1513-1521) een Florentijnse voetbalwedstrijd. Dat was een (verre) voorloper van het hedendaagse voetbal en rugby.

Voor de eerste wedstrijd van het moderne voetbal zoals wij dat vandaag kennen, moest echter nog gewacht worden tot na de Tweede Wereldoorlog.

vaticanalg

Toch is Vaticaanstad één van de enige soevereine staten ter wereld die geen lid is van de internationale voetbalorganisatie, schrijft de Fédération Internationale de Football Association (FIFA) op haar website.

Dat is des te opmerkelijker omdat Vaticaanstad acht voetbalploegen heeft en er sinds 1972 een voetbalcompetitie wordt georganiseerd. Daarnaast is er ook een bekercompetitie en een supercup.

Sinds 2007 wordt ook de Clericus Cup gespeeld, een jaarlijkse internationale voetbalcompetitie voor rooms-katholieke priesters en seminaristen.

De FIFA meldt nog een ander interessant weetje. Het Vaticaan ging in feite al in 1947 met een voetbaltornooi met vier teams van start. Maar dat initiatief werd al gauw stopgezet omdat er regelmatig gevechten uitbraken tussen de supporters…

Het verdriet van Sextus Pompeius

3 juni 2020

Avonturen met opschriften – XI

Vorig jaar begonnen we met de rubriek ‘Avonturen met opschriften’, een reeks bijdragen speciaal bestemd voor het aanzienlijke aantal classici en liefhebbers van de Latijnse taal onder onze leden (maar uiteraard ook bijzonder leerrijk voor alle anderen). Wij krijgen hiervoor de gewaardeerde medewerking van een specialist terzake, dr. Michiel Verweij van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit is de elfde bijdrage in deze reeks.

Wij zijn al lang gewend aan een straatbeeld vol tekst: reclameborden, uithangborden, wegwijzers, aankondigingen enzovoort. In het oude Rome was dat niet minder het geval. Gelukkig (voor ons) zijn heel wat van die getuigenissen op duurzaam materiaal bewaard gebleven. Gelukkig (voor ons) hadden de Romeinen de gewoonte om heel veel opschriften te maken en er zijn er dan ook tienduizenden bewaard. Op verzoek van S.P.Q.R. stel ik enkele van deze teksten voor. Op zoek naar het verhaal dat er achter zit. Vandaag deel XI. De vorige bijdragen in deze reeks kan je hier nalezen.

‘Het is duidelijk geen Ovidius. En ook Pratensis doet beter,’ dacht Schrijver dezes. Ondertussen vulde nog steeds een zachte vroege lentelucht zijn longen, terwijl de vogels kwetterden langs alle kanten. De pijnbomen weerspiegelden het zonlicht van deze volmaakte dag aan het eind van februari.

Het coronavirus leek heel ver weg. De Via Appia was zoals de Via Appia moet zijn: de idylle die wij ons van ‘het Klassieke’ voorstellen. Een domein van fris groen, bucolisch landschap, antieke resten. En … klassieke poëzie, ook al was de auteur dan duidelijk geen Ovidius.

Schrijver dezes stond een eind verder dan waar de Turranii hun eeuwige slaap slapen, bij een monument dat in de negentiende eeuw hersteld was door Luigi Canina. Canina was een van de eersten die van het standpunt uitgingen dat vondsten zoveel mogelijk ter plaatse moesten blijven.

appiapompeius(3)

Vanuit dat idee had hij dus ook een aantal grafmonumenten langs de Via Appia laten herstellen, d.w.z. een bakstenen kern laten oprichten en daar dan stukken opschrift en beeldhouwwerk die in de directe omgeving waren gevonden, op laten aanbrengen.

Met de steen waar Schrijver dezes nu bij stond, was heel wat werk gemoeid geweest, want op de eenvoudige bakstenen piloon was een groot opschrift bevestigd dat was samengesteld uit zeker 35 fragmenten en fragmentjes en zelfs stukjes fragment.

Ondanks alle gaten was het duidelijk dat het opschrift in versvorm was gesteld. Klassieke poëzie dus op een opschrift, rechtstreeks uit de oudheid, zonder de varianten, correcties en mogelijke verschrijvingen van middeleeuwse of humanistische kopiisten die de teksten van de klassieke dichters normaal kleuren.

Wat hierbij natuurlijk hielp was dat stukken van de lijst van het opschrift aan de tekst vastzitten. Daardoor was het mogelijk om tenminste de rand van de tekst met zekerheid te reconstrueren. En gelukkig waren net enkele stukken met een deel van de lijst van enige omvang, vooral aan de linkerkant.

Zo is ook zo ongeveer het eind van alle regels / verzen zeker, ook al hebben we daar vaak toch weer niet zoveel aan, omdat er aan deze kant maar enkele letters op staan: maar die hebben we dan toch. Voor de rest was het passen en meten. Door al dit gedoe is men er in geslaagd om een aanzienlijk deel van het opschrift te reconstrueren. Daarbij zijn vier dingen duidelijk:

  1. De tekst is niet compleet;

  2. De tekst is in principe in elegische disticha geschreven, dus in tweeregelige strofen met een dactylische hexameter en een dactylische pentameter;

  3. Het gaat om een Sextus Pompeius, zoon van Sextus, die zijn jong gestorven kinderen (een jongen en een meisje) beweent;

  4. De auteur van dit gedicht was geen groot dichter.

Even voor de goede orde: het elegisch distichon. U zult er toch echt aan moeten geloven. Dit distichon (letterlijk: tweeregelige strofe) bestaat uit een eerste vers van zes voeten (de hexameter), bestaande uit dactylen (lang-kort-kort) die kunnen worden vervangen door spondeeën (lang-lang), en uit een tweede vers (de pentameter) dat eigenlijk bestaat uit twee halve hexameters met steeds de structuur lang-kort-kort lang-kort-kort lang.

Na de eerste helft in dit tweede vers volgt een zware ‘cesuur’, een breuk, een stopmoment. Terwijl in het eerste halfvers de twee korte lettergrepen door één lange kunnen worden vervangen, kan dat in het tweede halfvers absoluut niet. In principe vormen de twee verzen een eenheid van gedachte of beeld en eindigt het tweede vers op een soort pointe. Een voorbeeld:

Saecula uoluuntur: super arua incantat alauda,
Lentas dum flauens Dummela mittit aquas.

‘De eeuwen wentelen voort: boven de akkers zingt een leeuwerik,
Terwijl de gele Dommel zijn trage wateren stuwt.’

Voor de goede orde: dat is niet Ovidius, maar wel Pratensis. En Schrijver dezes vindt vooral het tweede vers heel geslaagd. Ipse dixit.

Tijd om dan eindelijk de tekst van het bewuste opschrift eens onder ogen te nemen (CIL, VI, nr. 24.520; Epigraphische Datenbank Clauss: EDCS-13800768):

HIC SOROR ET FRATER VIV[                                            ]A PA[..]NTIS
AETATE IN PRIMA SAEV[                                       ]IA[            ]T
POMPEIA HIS TVMVLIS CO[                           ]NTEL[                       ]RIS
HAERET ET PVER INMITES QVE[                                             ] DEI
5 SEX. POMPEIVS SEXTI PRAECLA[                                                     ]VSTVS
QVEM TENVIT MAGN[                                                             ]VS
INFELIX GENITOR GEMINA[                                                              ]CTVS
A NATIS SPENRANS QVI DED[                                                ]OS
AMISSVM AVXILIVM FVNCTAE POS[                                         ]A NATAE
10 FVNDITVS VT TRAHERENT INVIDA[                               ]AREM
QVANTA IACET PROBITAS PIETAS QVAM VERA[        ] VLTA EST
MENTE SENES AEVO SED PERIERE [B                 ]I
QVIS NON FLERE MEOS CASVS POSSITQ D[..]ORE
[         ]VRARE QVEAM BIS DATVS ECCE ROGIS
15 S[                ]NT[     ] MANES IAM NATI NVMEN HABETIS
[.]ER VO[.] CV[.] VOTI NON VENIT HO[..] MEI

Sommige dingen zijn vrij gemakkelijk aan te vullen. Zo is het laatste woord van v. 1 ongetwijfeld PA[re]NTIS ‘van (hun) vader’, terwijl v. 16 zelfs helemaal aangevuld kan worden tot [p]ER VO[s] CV[r] VOTI NON VENIT HO[ra] MEI Per uos cur uoti non uenit hora mei ‘waarom komt door uw toedoen niet het uur van mijn wens?’

appiapompeius(2)

Dat laatste houdt vermoedelijk een wens in om weer met zijn kinderen te worden verenigd en dus zelf te sterven. Ook het laatste woord van v. 13 is duidelijk D[ol]ORE ‘door leed’. Maar elders is het herstellen van de tekst heel wat moeilijker, ook al is de algemene teneur wel duidelijk.

Laat ons eerst een vertaling geven van wat er staat (met deze gemakkelijke aanvullingen):

‘Hier zus en broer levend [ ]van hun vader
In hun vroegste jeugd, een grimmige [ ]
Pompeia in dit graf [ ]
Rust en een jongen die de onbarmhartige [ ] goden
Sex(tus) Pompeius, zoon van Sextus beroe[md ]ustus
Die hield een groot [ ]
Ongelukkige vader door dubbele [ ]
Van zijn kinderen hopend wie [ ]
Verloren hulp van zijn gestorven [ ] dochter
Opdat volledig wegsleuren de jaloerse [ ]
Hoe grote degelijkheid ligt hier, wat voor echte vroomheid is [ ]
In geest oud gingen ze teloor [ ]
Wie kan niet mijn lotgevallen bewenen in verdriet?,
[ ] kan ik nu tweemaal een brandstapel mij is gegeven?
[ ] Manes, hebt u nu macht over mijn zoon,
Waarom komt door u niet het uur van mijn wens?’

Met excuses voor de soms onhandige vertaling en constructie in het Nederlands die uiteindelijk de lacunes zoveel mogelijk op de oorspronkelijke plaats moesten laten…

Het spreekt vanzelf dat de epigrafisten en filologen het niet konden laten om te proberen dit opschrift aan te vullen. Dat is op zich een lofwaardig streven, zolang men niet uit het oog verliest dat het om een hypothetische reconstructie gaat en dat men nooit echt zeker is dat dit de oorspronkelijke tekst is. Juist omdat dit gedicht niet met behulp van de epigrafische conventies kan worden benaderd, is enige voorzichtigheid geboden…

Een voorbeeld, zij het even nog zonder vertaling (Carmina Epigraphica Latina, 1057):

Hic soror et frater uiu[i sunt plag]a par[e]ntis,
Aetate in prima saeu[a rapi]na [tuli]t.
Pompeia his tumulis co[gn]o[mi]ne E[leuthe]ris haeret
Et puer, immites que[m rapuere] dei,
5  Sext(us) Pompeius Sexti praec[l]a[ro nomine I]ustus,
Quem tenuit magn[um forma pudorque dec]us.
Infelix genitor, gemina [sic morte coa]ctus
A natis sperans qui ded[it ipse rog]os.
Amissum auxilium functae post [gaudia] natae,
10         Funditus ut traherent inuida [fata l]arem.
Quanta iacet probitas, pietas quam uera [sep]ulta est;
Mente senes, aeuo sed periere [breu]i.
Quis non flere meos casus possitq(ue) dolere?
[Qui d]urare queam bis datus ecce rogis?
15  Si sunt di manes, iam nati numen habetis:
Per uos cu[r u]oti non uenit hora mei?

De tekst zoals die hier letterlijk van het internet geplukt is volgt niet helemaal de vorm van het opschrift. Dat geldt met name voor r. 4, waar haeret zonder dat dat gesignaleerd is, maar metrisch wel correct, naar v. 3 is verplaatst. Als r. 4 van het opschrift in zijn huidige vorm een vers zou zijn, dan was het metrisch inderdaad niet correct, omdat (even een technisch intermezzo, met excuses aan de niet-Latijnstaligen) de cesuur in de pentameter niet gerespecteerd worden

Bovendien zou haeret et puer een creticus opleveren (lang-kort-lang). Voor wie dit niet kan volgen, geen paniek; het gaat om twee doodzonden tegen de Latijnse versleer die de dichter op eeuwige hoon en schimp zouden komen te staan.

De versie zoals deze op bovenstaande internetsite staat, vertoont overigens zelf ook enkele editoriale doodzonden die ons toch even moeten waarschuwen niet te gemakkelijk te vertrouwen op wat we op het net vinden en ons er zeker niet te afhankelijk van te maken: het is al vaker gezegd, maar een kritische omgang met het wereldwijde web is zeker gewenst.

In de oorspronkelijke boekeditie zijn deze dingen uiteraard (?) wel keurig genoteerd. Zo vervangt men in v. 8 het SPENRANS van het opschrift door sperans ‘hopend’. Het eerste bestaat inderdaad niet, maar je mag dit toch eigenlijk niet zonder spoor doen. Het zou correcter zijn om dat aan te geven…

Bovendien wordt zo eveneens stilzwijgend in v. 13 het substantief in de ablatief dolore ‘met verdriet’ veranderd in het werkwoord dolere ‘verdriet hebben’: dat had eigenlijk wel aangegeven mogen worden, want dit is een ingrijpende verandering in de tekst. Vermoedelijk ingegeven door het que dat er net aan voorafgaat.

Maar dat staat bij possit ‘zou kunnen’ en verbindt daarom nog niet flere ‘huilen’ en dolere ‘verdriet hebben’… Toegegeven, het is versvulsel, die -que, maar daar kunnen wij niets aan doen. Zoals gezegd: het is echt Ovidius niet. En ook Pratensis doet beter.

Een twijfelachtig vers is ook v. 5 waarin men het cognomen van Sextus Pompeius aanvult tot Iustus. Dat kan best, maar het vers telt één voet te veel en is dus een dactylische heptameter. Dat kan niet. Sommige epigrafisten vullen zelfs na Sexti nog aan, maar dat kan metrisch al helemaal niet, zo’n dactylische octometer die dan ook nog eens een creticus bevat: hier gaat de correctie- en aanvullingsdrang die veel filologen eigen is, toch echt te ver.

Het is soms niet zo moeilijk om te zien waar het schoolmeesterachtige imago van classici en oud-historici vandaan komt… Nog los daarvan zou juist een filoloog beter moeten weten dan een creticus te schrijven. Brr. Schokkend. Onthutsend. Gooi ze voor de leeuwen, stop ze op galeien, laat ze tredmolens draaien tot ze erbij neervallen, maar laat dit soort lieden nooit meer één enkele letter op papier mogen zetten!

Wat moeten we nu verder denken van deze aanvullingen? Schrijver dezes voelde, toen hij bezig was, dat zijn publiek met stijgende spanning op zijn eigen aanvulling zou wachten… Hij kent zijn publiek! Helaas, Schrijver dezes is een bescheiden persoon die weet wanneer hij wijken moet. Sommige voorstellen van zijn voorgangers zijn namelijk gewoon goed, ook al mocht u dat misschien verbazen…

Zo in v. 10 [fata lare]m: funditus ut traherent inuida fata larem ‘zodat het afgunstig lot het huis grondig verwoest’. Dat had Schrijver dezes zelf ook al gezien voordat hij in de boeken ging speuren wat anderen hiervan hadden gemaakt…

Ook sepulta ‘begraven’ in v. 11 lijkt heel aanvaardbaar, want mooi in evenwicht met iacet ‘ligt’ uit de eerste helft van het vers. Ook de aanvulling van het tweede halfvers in v. 4 tot que[m rapuere] dei ‘die de goden weg roofden’ is heel aanvaardbaar (en zelfs voor de hand liggend).

In andere gevallen waagt Schrijver dezes zich wel aan een eigen idee. Tot vreugde dan wel ontsteltenis van zijn lezers. Het zal weliswaar geen Ovidius worden, maar wellicht toch een beetje Pratensis.

Zo bijv. in v. 14. Qui durare queam (zoals voorgesteld in de traditie) ‘hoe kan ik voortgaan’ is mogelijk, maar Schrijver dezes dacht ook aan Quid curare queam ‘waarvoor zou ik nog zorgen?’, ‘waar zou ik me nog druk om maken?’. Dat gaat evengoed. Daarmee is in ieder geval de eer van Schrijver dezes gered…

In andere gevallen is de aanvulling uit de Carmina epigraphica Latina toch echt weinig elegant, zoals in v. 6: quem tenuit magnum forma pudorque decus ‘die van grote schoonheid, schroom en deugd is’ en dat met maar één voegwoord.

Nogmaals: de dichter van deze verzen was geen Ovidius (of Pratensis), maar dit is echt balanceren op het randje en een vers als v. 10 doet toch beter vermoeden (en hopen!) dan juist deze aanvulling. Nog afgezien van het feit dat de metrische fout in het voorgaande vers gewoon blijft staan.

Even speculeren: als in r. 4 haeret eigenlijk nog tot v. 3 hoort en niet tot v. 4, waarom zou Iustus (als dat inderdaad de naam was…), niet tot v. 6 kunnen horen. Daarmee zou men de heptameter (met zijn onreglementaire zeven voeten) kunnen vermijden.

Stel dat we lezen: Sextus Pompeius Sexti praeclara ex gente / Iustus quem tenuit / magn[…]us ‘Sextus Pompeius, Sextuszoon, uit een beroemd geslacht / Iustus die is van grote […]’. Daarmee is v. 5 met al die spondeeën en lange lettergrepen zeker niet mooi, maar uiteindelijk wel correct. U voelt al: het bloed van Schrijver dezes kriebelt. Een incompleet opschrift vraagt, zoals gezegd, om aanvulling en elke aanvuller is gelijk voor de wet!

Wat zoeken we nu nog? We hebben één lange eerste lettergreep (zoals dat hoort): magn[…]. Dit is een adjectief (magnus ‘groot’) dat gezien tenuit (letterlijk:) ‘hij hield’ in de nominatief moet staan, want bij het onderwerp moet horen. Daardoor kan het in deze situatie alleen mannelijk (magnus) of vrouwelijk (magna) zijn. Dat betekent ook dat het bijbehorend zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk moet zijn.

Dan hebben we de laatste lettergreep (of in ieder geval een deel daarvan), eindigend op –us: dat kan de uitgang van een adjectief in het mannelijk zijn of de nominatief van een zelfstandig naamwoord.

We moeten dus nog aanvullen: kort-kort lang-kort-kort. Daarvan moet tenminste één lettergreep gereserveerd blijven voor het woord dat eindigt op –us. Volgens de eisen die men in die tijd stelde zoeken we hiervoor eigenlijk naar een woord dat uit twee lettergrepen bestaat.

Theoretisch is het mogelijk om ons hiaat als volgt in te vullen: magn[us + tweede adjectief, gevolgd door –que ‘en’ + substantief beginnen met een medeklinker en eindigend op ]us.

Tweede mogelijkheid is: magn[a + tweede adjectief beginnend met een medeklinker en bestaande uit twee lettergrepen + que OF tweede adjectief beginnen met een medeklinker en bestaande uit drie lettergrepen + substantief beginnend met een medeklinker en bestaande uit twee lettergrepen eindigend op]us.

In het tweede geval moet het woord op -us vrouwelijk zijn en die zijn er niet veel. bovendien is het belangrijk om één ding goed in de gaten te houden: als je nl. twee medeklinkers na elkaar hebt, wordt de voorafgaande lettergreep meestal lang.

Schrijver dezes keek even weg over de weg. Die ontrolde zich schier eindeloos en kaarsrecht naar de verte. Een bucolisch landschap. Soms loopt er nog een schaapskudde, maar vandaag was dat niet het geval. Het was het evenbeeld van ‘Klassieken’ zoals zich dat als idylle in zijn bewustzijn genesteld had.

appiapompeius(4)

Groen, klassiek puin, Latijn. Wat wil een mens nog meer? Hier je huis hebben! Je huis? Domus! Dat betekent zowel huis als familie. Is vrouwelijk én heeft de vereiste metrische structuur. Dus: magna … domus. Nog een adjectief zoeken. Eventueel beata ‘gelukkig’?

Het werkwoord tenuit staat toch in de verleden tijd. Door een contrast te maken met het gelukkige verleden komt de huidige droevige toestand scherper uit de verf. Dus: Iustus quem tenuit magna beata domus ‘Iustus die behoorde tot een eens groot en gelukkig huis’. Het is maar een idee, maar het heeft zin. Geen Ovidius, maar toch al een beetje Pratensis.

Ook v. 7 blijft spannend. Infelix genitor gemina[ ‘Ongelukkige vader door tweevoudige’. Dan nog tweeëneenhalf vers waarvan het laatste woord eindigt op –ctus. Dat kan coactus ‘gedwongen’ zijn (zoals de aanvulling in de Carmina epigraphica Latina voorstelt), maar ook luctus ‘rouw’ of planctus ‘klacht’ komen volgens Schrijver dezes in aanmerking, al heb je dan een zelfstandig naamwoord in de nominatief en dat is toch minder handig.

Zelfs tactus ‘getroffen’ kan nog, of ictus (dat hetzelfde betekent). Als we het distichon vertalen met de aanvulling uit de Carmina epigraphica Latina, dan krijgen we iets als ‘Ongelukkige vader, door dubbele dood zo gedwongen, hopend van zijn kinderen die hen zelf op de brandstapel legde’. Dat laatste uiteraard om hun lichamen te cremeren, niet als een soort mensenoffer…

Schrijver dezes heeft toch moeite met dat coactus: hij ziet niet goed wat dat moet inhouden. En sic ‘zo’ is ook niet heel elegant: bovendien, waar staat dat dan bij? Van de andere kant is gemina duidelijk ablatief met lange a, als het tenminste volledig is. Dat vraagt om een ander vrouwelijk substantief in deze naamval.

Morte zoals in de Carmina epigraphica Latina wordt voorgesteld, is zeker geschikt. Maar dan ontbreekt er een lange syllabe of twee korte ervoor en een korte lettergreep erna. Dat heeft waarschijnlijk tot coactus geleid, maar dat resultaat is toch niet helemaal bevredigend. We zoeken hier nog kort-kort (of: lang) lang-kort-kort lang.

Schrijver dezes keek weer even weg over de weg. Verderop werd het steeds groener. Pijnbomen en cipressen, twee boomsoorten, cipressen de bomen van de dood. Toen kreeg hij een van zijn verschrikkelijke ingevingen: geminata morte peractus ‘door de dubbele dood getroffen’, want ook peractus van peragere ‘doorsteken, gaan tot het uiterste enz.’ zou kunnen. Hm, dit is eigenlijk niet zo slecht. Weliswaar nog geen Ovidius (al gebruikt hij het woord in deze betekenis!), maar toch al wel Pratensis.

appiapompeius(1)

De rechterbovenhoek van de tekst is ernstig beschadigd. Daarbij doet zich ook nog eens het merkwaardige feit voor dat op een van de stukken marmer wél letters te zien zijn die met de derde regel overeen zouden stemmen, maar niet voor regels 1 en 2.

Hoort dit stuk dan eigenlijk wel tot dit opschrift? Bovendien is aan wat er in r. 3 staat geen touw vast te knopen. De Carmina epigraphica Latina doen een lofwaardige poging, zij het met een vers dat zeer zwaar op de hand ligt, maar heel overtuigend is het toch niet.

Als we nu deze voorstellen in de reconstructie van de Carmina epigraphica Latina opnemen, is het aangepaste resultaat (met weglating van de aanvulling in r. 3):

Hic soror et frater uiu[i sunt plag]a par[e]ntis,
Aetate in prima saeu[a rapi]na [tuli]t.
Pompeia his tumulis co[  ]ris haeret
Et puer, immites que[m rapuere] dei,
5  Sext(us) Pompeius Sexti praec[l]a[ra ex gente]
I]ustus quem tenuit magn[a beata dom]us.
Infelix genitor, gemina[ta morte pera]ctus
A natis spe{n}rans qui ded[it ipse rog]os.
Amissum auxilium functae post [gaudia] natae,
10         Funditus ut traherent inuida [fata l]arem.
Quanta iacet probitas, pietas quam uera [sep]ulta est;
Mente senes, aeuo sed periere [breu]i.
Quis non flere meos casus possitq(ue) dolore?
[Quid c]urare queam bis datus ecce rogis?
15  Si sunt di manes, iam nati numen habetis:
Per uos cu[r u]oti non uenit hora mei?

In vertaling:

‘Hier liggen zus en broer levende [wond] van hun vader:
In hun vroegste jeugd werden zij grimmig [geroofd]
Pompeia rust in dit graf [ ]
En een jongen die [wegnamen] de onbarmhartige goden.
Sex(tus) Pompeius, zoon van Sextus uit een beroe[md geslacht],
Iustus afkomstig uit een eens groot [en gelukkig huis],
Ongelukkige vader door dubbele [dood doorstoken],
van zijn kinderen hopend wie [zelf hen begroef],
Verloren hulp van zijn gestorven dochter na [de vreugde],
Zodat het huis volledig vernietigt het jaloerse [lot]
Hoe grote degelijkheid ligt hier, wat voor echte vroomheid is [hier begraven]
In geest rijp, gingen ze in [korte] tijd teloor
Wie kan niet mijn lotgevallen bewenen in verdriet?,
[Wat interesseert me nog] nu ik tweemaal een brandstapel zag?
[Als ze bestaan, de] Manes, hebt u nu macht over mijn zoon,
Waarom komt door u niet het uur van mijn wens?’

Dat klinkt toch nog niet zo gek of onwaarschijnlijk. Wie weet, lijkt het wel wat op de oorspronkelijke tekst…

De moraal van het verhaal: neem een reconstructie van een opschrift altijd voor wat het is: een poging tot aanvulling. Soms is dat vrij zeker, soms is het maar een mogelijkheid en is er echt ook nog iets anders te bedenken.

Schrijver dezes knikte tevreden. Dit was mooi werk geweest. Hoe droevig het ook was voor Sextus Pompeius en zijn twee kinderen. Hij wandelde verder langs de zonovergoten Via Appia, terwijl de vogels hun voorjaarszang lieten klinken. Niet Ovidius, wel Pratensis.

Het Frecce Tricolori-team heeft een uniek uitzicht over Rome

2 juni 2020

Wie vandaag in Rome was heeft ongetwijfeld de doortocht van de Frecce Tricolori, het demonstratieteam van de Italiaanse luchtmacht gezien en gehoord. Ter gelegenheid van de nationale feestdag vlogen de negen vliegtuigen twee keer in V-formatie over Rome, terwijl ze de groen-wit-rode Italiaanse driekleur lieten uitwaaien over de stad.

Er verzamelden zich heel wat mensen op Piazza Venezia, waar de officiële ceremonie aan het Vittoriano plaatsvond, en aan het begin van de Via del Corso, hoewel je het luchtspektakel best van een grotere afstand kan bekijken, zoals bijvoorbeeld op de Pincioheuvel.

Kenners weten waar ze moeten gaan staan om de doortocht zo goed mogelijk in beeld te brengen. Al zijn een vaste hand en een goede zoomlens ook onmisbaar voor de amateur-filmmaker.

Wat zelden wordt getoond is wat de piloten zelf zien als ze over Rome vliegen. Die beelden zijn voor Romeliefhebbers onweerstaanbaar. Het vliegtuig nadert het historische centrum, je herkent tal van bekende plekken en monumenten en dan komt opeens het Vittoriano in zicht.

Na de eerste passage maakt de piloot een grote bocht en nadert dan opnieuw het stadscentrum. Romekenners kunnen dankzij de camera in de cockpit de bekende plekken en gebouwen in de stad gemakkelijk identificeren. Het filmpje dat je hier kan zien werd gemaakt tijdens het Festa della Liberazione op 25 april.

Het demonstratieteam werd opgericht in 1961. De officiële naam van de groep is ‘313 ° Gruppo Addestramento Acrobatico, Pattuglia Acrobatica Nazionale (PAN) Frecce Tricolori’.

Sinds 1983 vliegen de teamleden met een Aermacchi MB-339A, een kleine straaljager met twee zitplaatsen die vaak wordt gebruikt als trainingstoestel. De MB-339 werd in de jaren ’70 van de vorige eeuw door het Italiaanse luchtvaartbedrijf Aermacchi ontwikkeld als licht aanvalsvliegtuig. Het haalt een snelheid van ongeveer 900 km/uur.