Latijnse leeskring NKV Leuven: Ovidius, Amores

Posted in Romenieuws on 23 september 2017 by romenieuws

Het NKV (Nederlands Klassiek Verbond), afdeling Vlaams-Brabant/Leuven, organiseert in samenwerking met het Instituut voor Klassieke Studies van de KULeuven ook dit jaar weer een Latijnse leeskring. Voor de 16de maal zal deze onder leiding staan van S.P.Q.R.-clublid dr. Michiel Verweij. Dit jaar staat het eerste werk van Ovidius op het programma, de Amores, meer bepaald het eerste boek.

De sessies vinden altijd plaats op maandagavond 19.30 uur in lokaal 06.15 van het Erasmushuis (faculteitsgebouw Letteren), Blijde Inkomststraat 21, 3000 Leuven, en duren tot ca. 21 uur. Deelname is gratis; voor de tekst wordt gezorgd. Centraal staat het lezen van de Latijnse tekst zelf: voorbereiding door de deelnemers is niet nodig. Een redelijke voorkennis is wel gewenst: wie in het middelbaar Latijn gevolgd heeft, moet in principe mee kunnen.

De eerste sessie vindt plaats op maandag 2 oktober. Nadere informatie is te verkrijgen bij de docent: michiel.verweij@kbr.be. Mis deze unieke kans niet om een Latijnse dichter een Latijnse dichter te zien lezen, want Pratensis legit Nasonem!

Tweeduizend jaar geleden, in 17 of 18 n. Chr., overleed de Romeinse dichter P. Ovidius Naso in zijn ballingsoord Tomi aan de Zwarte Zee. Ovidius is met name bekend om zijn Metamorphoses of Gedaanteverwisselingen, een episch gedicht in 15 boeken waarin hij een schat aan Griekse en Romeinse mythen op briljante wijze vertelt. Daarnaast is ook nog tamelijk bekend de Ars amatoria of Minnekunst, een gedicht in drie boeken dat zich presenteert als een soort leerdicht of handboek voor het vinden (en houden) van een geliefde.

Daarmee is zijn productie nog lang niet uitgeput. In feite is Ovidius de Latijnse dichter van wie het omvangrijkste oeuvre is overgeleverd. Zo kennen we nog de Amores (drie boeken liefdeselegieën), de Heroides (brieven van heldinnen uit de mythologie aan de geliefden die hen in de steek hebben gelaten), de Remedia amoris (een ‘afleerdicht’ voor de liefde), de Fasti (een bewerking van de eerste zes maanden van de Romeinse kalender), de Tristia en de Epistulae ex Ponto (klaagdichten uit de ballingschap), terwijl van andere werken slechts fragmenten over zijn.

In tegenstelling tot Vergilius en Horatius hoorde Ovidius nooit tot de kring van Maecenas of keizer Augustus zelf. In feite is hij een vertegenwoordiger van de generatie die de Burgeroorlogen niet meer heel bewust heeft meegemaakt en er ook niet van geleden heeft. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door tintelende en sprankelende verzen. Uiteindelijk werd hij in 8 n. Chr. om nooit opgehelderde redenen door keizer Augustus naar Tomi verbannen.

Na de oudheid was er vanaf de 12de eeuw opnieuw grote belangstelling voor het oeuvre van Ovidius. Dat succes hield enkele eeuwen aan: in de Renaissance en Barok was zijn werk een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de schilderkunst en de muziek. Vanaf het begin van de 19de eeuw taande zijn ster: men vond hem te oppervlakkig, lichtzinnig, frivool, gespeend van echt en diep gevoel. Sinds het eind van de 20ste eeuw is de slinger weer de andere kant op gegaan: Ovidius geldt in onze postmodernistische tijd als de dichter die ons het meest aanspreekt. Zijn werk is oneindig speels, wordt gekenmerkt door ironie en door groot technisch meesterschap. Zijn verzen zijn soepel en Ovidius is een briljant verteller.

Advertenties

Enkele tips voor toekomstige Italië- en Rome-reizigers

Posted in Romenieuws on 23 september 2017 by romenieuws

Begin augustus lanceerden we een oproep om een toffe Italiaanse vakantie- ervaring of een leuke reistip uit Rome of elders met ons te delen. We kregen alvast een uitgebreide reactie van ons trouwe clublid Hugo De Keersmaecker, iemand die jullie ondertussen wellicht kennen als een uitstekende begeleider in Rome. Je kan trouwens nog steeds inschrijven voor een nieuwe reeks wandelingen die dit najaar in Rome plaatsvinden. De vakantie bracht hem (uiteraard) weer naar Italië, ditmaal naar twee verschillende streken. Hierna lees je enkele tips van Hugo. De foto’s in deze nieuwsbrief zijn ook van zijn hand.

“We eindigden in Rome, maar eerst deden we enkele kunststeden aan in het zuiden van Lombardije en het noorden van Emilia Romagna, d.w.z. in de vlakte tussen het Gardameer en de Apennijnen. De steden Mantova, Cremona, Parma, Modena en zelfs Bologna worden te weinig aangedaan door niet-Italiaanse toeristen, maar zijn een bezoek meer dan waard. Uit dat alles geef ik graag enkele tips door”, vertelt Hugo.

Een sportieve tip: tussen Mantova en Peschiera del Garda loopt een uitstekend fietspad. Het is volledig geasfalteerd, perfect bewegwijzerd en bijna volledig autovrij. Je vertrekt aan het Lago Superiore bij Mantova en volgt grotendeels de rivier Mincio doorheen velden en bossen. Na 40 km bereik je het Gardameer, waar een totaal ander landschap zich voor je ogen ontvouwt. Het fietspad is volledig vlak, zodat ook een niet geoefende fietser de tocht heen en terug op één dag kan afleggen. In Mantova vind je wel een paar fietsenverhuurders; als je start aan het Gardameer zal je er daar nog veel meer vinden.

Een transporttip: om je tussen de grootste steden te verplaatsen met het openbaar vervoer, is de hogesnelheidstrein een zeer handig en goedkoop middel. Met de Frecciarossa, de Frecciabianca of de Frecciargento leg je bv. de 375 km tussen Bologna en Roma Termini af in 2 uur 15’, en als je tijdig boekt betaal je daarvoor amper 25 euro per persoon.

Een gastronomische tip: onze mosterd heet in het Italiaans ‘senape’, maar in Mantova produceert men ‘mostarda’. Die smaakt ongeveer zoals de mosterd die wij kennen maar is zachter door het fruit dat erin gemarineerd is, en hij ziet er eerder uit als vloeibare honing. Zo heb je mostarda met fijne stukjes appelen, of met peren, of sinaasappel of kiwi of …, of met een mengeling van dat alles. Het smaakt heerlijk bij vleeswaren (bv. culatello, Parmaham of salami) of bij harde kazen zoals grana padano. In Mantova bezoek je niet enkel het Palazzo Ducale, maar zeker ook het Palazzo Te met de fresco’s van Giulio Romano. Vooral de Sala dei Giganti is adembenemend!

Een architecturale ontdekking: Modena is vooral bekend om zijn aceto balsamico en om Ferrari, maar de Dom is werkelijk een parel van Romaanse bouw- en beeldhouwkunst.

Een muzikale tip: liefhebbers van klassieke muziek moeten in Cremona zeker het recent herbouwde Museo del Violino bezoeken, waar je meer verneemt over het ontstaan en de bouw van de viool. Je bewondert tevens een collectie topstukken van Stradivarius en Guarnieri, en je krijgt uiteraard ook muziek te horen in perfecte akoestische omstandigheden. In de stad tref je nog talrijke ateliers aan van liutai (vioolbouwers) en uiteraard bezoek je daar ook de Dom waarvan het middenschip volledig overdekt is met fresco’s. Op de 100 m hoge Torrazzo geniet je van een uniek vergezicht over de vlakte van Lombardije; bij helder weer zie je zelfs de toppen van de Alpen uitsteken boven de horizon.

Parma is meer dan kaas en ham: wie geïnteresseerd is in theatergeschiedenis ontdekt in het Palazzo della Pilotta in Parma een verbluffend theater uit de zeventiende eeuw, gebouwd naar het model van de antieke theaters. De cavea is volledig in hout opgetrokken en biedt ruimte aan 3.000 toeschouwers. Bezoek in Parma zeker ook de Camera di San Paolo, met de fresco’s van Correggio.

Flaneren in Bologna: wie houdt van flaneren, kan dat urenlang doen onder de kilometerslange portieken van Bologna. In die universiteitsstad borrelt tot diep in juli een studentikoze sfeer. De gangen van het oude universiteitsgebouw (Biblioteca dell’Archiginnasio) zijn bijna helemaal overdekt met wapenschilden van professoren en voorname studenten uit vroegere tijden. Werp zeker ook een blik op het Teatro Anatomico, destijds gebruikt voor dissecties in de lessen geneeskunde, en op de statige Sala dello Stabat Mater. Eén negatieve tip: het Museo Civico Archeologico is ontmoedigend oubollig.

Een tip voor Romeliefhebbers die open staan voor religieuze tradities: op de eerste zaterdag na 16 juli begint in Trastevere (Rome) het Festa de’Noantri. Die dag wordt een miraculeus Mariabeeld vanuit de Sant’Agata in processie doorheen Trastevere overgebracht naar de San Crisogono, waar ze wordt binnengedragen na een eresaluut van de fanfare van de Bersaglieri. Bij die gelegenheid voel je de devotie nog zinderen bij de Trasteverini. De avond nadien wordt het beeld teruggebracht naar de Sant’Agata. En dat is nog maar het begin van twee weken religieuze en volkse feesten.

Een dag in het Vaticaan: wie geboeid is door Vaticaanstad, de geschiedenis en de rijkdommen van het ministaatje (en welke Romeliefhebber is dat niet), komt ruimschoots aan z’n trekken met het programma Vatican Full Day. Daarmee mag je een uur vóór de gewone openingstijd binnen in de Vaticaanse Musea, vervolgens maak je een geleide wandeling doorheen de tuinen van Vaticaanstad en daarna word je per trein overgebracht naar Castel Gandolfo.

Daar bezoek je eerst het pauselijke paleis en na het vrije middagmaal rijdt een busje je rond door de uitgestrekte en gevarieerde tuinen van het pauselijk paleis. Bij elk van die vier bezoeken krijg je een audiogids ter beschikking. Ten slotte keer je per trein terug naar Rome. De kostprijs van zo’n ganse dag is 40 euro per persoon, heus niet veel! Er zijn bovendien kortingen voor kinderen, groepen en studenten. Lees als achtergrond ook: Iedere zaterdag met de trein vanuit Vaticaanstad naar Castel Gandolfo.

Tot slot een dorstlessende maar toch ‘cultureel verantwoorde’ tip voor wie houdt van bier én van Rome: je kan deze twee liefhebberijen combineren tijdens een bezoek aan de Abbazia delle Tre Fontane (Quartiere Ardeatino, Roma sud), vlak bij de EUR-wijk.

Sinds enkele jaren commercialiseren de paters in de abdij hun heerlijke trappistenbier Tre Fontane en is dit ook in België op de markt. Voor wat Nederland betreft weten we het niet zeker, maar we vermoeden dat de handelsgeest van onze noorderburen het nodige heeft gedaan om dit ook voor hun land in orde te brengen. Hou er wel rekening mee dat deze Romeinse trappist bij een degustatie ter plaatse natuurlijk nog veel beter smaakt!

Activiteiten S.P.Q.R. in Rome en in België

Posted in Romenieuws on 22 september 2017 by romenieuws

WANDELINGEN IN ROME

* Dinsdag 31 oktober 2017 van 13.30 tot ca. 17.30 u. – Rondleiding in Rome, met onder meer Piazza Navona, het Pantheon, Sant’Ignazio, de Trevifontein, de Spaanse Trappen en het Altaar van de Vrede van Augustus. Maximaal 10 deelnemers. Aan de gids betaal je een vrije bijdrage. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op hugo@spqr.be.  Meer informatie: www.romemetgids.be.

* Woensdag 1 november 2017 van 9.30 tot ca. 17.30 u. – Rondleiding in Rome, met onder meer Forum Romanum, Colosseum, San Clementebasiliek, Capitoolplein, Vittoriano en de Zuil van Trajanus. Maximaal 10 deelnemers. Aan de gids betaal je een vrije bijdrage. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op hugo@spqr.be. Meer informatie: www.romemetgids.be.

* Donderdag 2 november 2017 van 9.00 tot ca. 13 u. – Rondleiding in Rome: Sint-Pietersplein, Sint-Pietersbasiliek en de Engelenburcht. Maximaal 10 deelnemers. Aan de gids betaal je een vrije bijdrage. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op hugo@spqr.be. Meer informatie: www.romemetgids.be.

* Vrijdag 3 november 2017 van 9.30 tot ca. 13 u. – Rondleiding in Rome: onbekende schatten aan de oostzijde van het centrum: o.a. de Santa Maria Maggiore, het Museo Nazionale Romano, de Thermen van Diocletianus en het bekendste beeldhouwwerk van Bernini. Maximaal 10 deelnemers. Aan de gids betaal je een vrije bijdrage. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op hugo@spqr.be. Meer informatie: www.romemetgids.be.


ACTIVITEITEN IN BELGIE

* Zaterdag 23 september van 14 uur tot 17 uur. – Eerste tweedehandse Italiaanse boekenmarkt. Locatie: stedelijke bibliotheek Tweebronnen (ingang Rijschoolstraat 4 of Diestsestraat 47) in 3000 Leuven. Een aantal leden en niet-leden of verzamelaars bieden tweedehands boeken, dvd’s, documenten, reisgidsen, stadsplannetjes, kaarten, munten, muziek, posters, … aan die te maken hebben met Italië. Alle clubleden krijgen op vertoon van hun lidmaatschapskaartje een gratis drankje aangeboden. Kom even snuffelen en een glaasje drinken. Informatie: chris@spqr.be.

* Zondag 29 oktober 2017 om 12 u. – Tweede Italiaanse S.P.Q.R.-lunch. Maximum 80 plaatsen. Uitnodiging volgt via de nieuwsbrief van S.P.Q.R. Aanmelden via mail kan echter nu al op chris@spqr.be. Clubleden van S.P.Q.R. hebben voorrang bij inschrijving.

* Zondag 10 december 2017 om 10.30 uur. – Bezoek aan de tentoonstelling ‘Pompeii – The Immortal City’. Twee groepen van 20 personen. Begeleiding door professionele gidsen. Kostprijs: 12 euro (clubleden S.P.Q.R.) of 15 euro (niet-leden). De uitnodiging volgt nog via de reguliere nieuwsbrief van S.P.Q.R. maar je kan je nu alvast inschrijven via chris@spqr.be. Clubleden van S.P.Q.R. hebben voorrang bij inschrijving. Een promofilmpje van de tentoonstelling kan je hier bekijken.

Nederlanders in Rome

Posted in Romenieuws on 21 september 2017 by romenieuws

Bij uitgeverij Prometheus verscheen zopas het boek ‘Nederlanders in Rome’ van Arthur Weststeijn. Neen, dit boek heeft niets te maken met de gelijknamige vereniging die in Rome actief is, al is het natuurlijk wel een beetje op hun maat geschreven. Het boek neemt je mee langs een aantal plekken in Rome waaraan een Nederlands verhaal is verbonden. Overal in de eeuwige stad zijn immers nog sporen terug te vinden van de bewoners die we vandaag Nederlanders noemen. Nederlanders in Rome is een alternatieve reisgids voor alle liefhebbers van Rome en als boek evenzeer te genieten door thuisblijvers als tijdens je reis naar of doorheen de eeuwige stad.

Precies tien jaar geleden verscheen het nog altijd indrukwekkende boek en inmiddels door verzamelaars gezochte Fiamminghi in Rome – Vlaamse voetsporen in de Eeuwige Stad. De auteurs en samenstellers Hedwig Zeedijk, Hugo Vanermen en Carine Cuypers deden toen precies hetzelfde: via zestien wandelingen ontdekte de lezer in dit rijk geïllustreerde boek gaandeweg een heleboel sporen van Vlamingen in Rome. Dergelijke verhalen maken dankzij de link met de ‘Fiamminghi’ een verkenning van Rome nog boeiender.

Arthur Weststeijn die als historicus verzeilde in Rome en een tijdlang verbonden was aan het Koninklijk Nederlands Instituut Rome (KNIR) doceert tegenwoordig Italiaanse geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ook hij ging op zoek naar sporen die Nederlanders in de loop der eeuwen achterlieten in Rome, al is de uitdrukking ‘Nederlanders’ een beetje beperkt. ‘Fiamminghi’ vormden immers een ruimer begrip. Het is moeilijk om ‘Vlamingen’ en ‘Nederlanders’ te definiëren, ook al omdat de landsgrenzen in al die eeuwen voortdurend verschoven.

Noem je mensen die in Antwerpen geboren zijn maar in Utrecht stierven Vlamingen of Nederlanders? In Italië bestond het onderscheid tussen Nederlanders en Vlamingen niet: mensen uit onze streken werden eeuwenlang steevast omschreven als Fiamminghi: al wie afkomstig was uit de gebieden die we nu Oost- en West-Vlaanderen, Antwerpen en Brabant noemen, een deel van het huidige Frans-Vlaanderen, maar evenzeer uit streken als het huidige Nederland en zelfs Duitsland.

In ieder geval zijn er in Rome enorm veel getuigenissen van de aanwezigheid van ‘Fiamminghi’ in het verleden terug te vinden. Dat geldt zowel in de schilderkunst en de beeldhouwkunst als in de urbanisatie, de architectuur, de literatuur, de muziek en de wetenschappen. Het is dus zeker geen slechte zaak nog eens een boek te wijden aan de sporen die onze streekgenoten vooral tussen de vijftiende en de achttiende eeuw nalieten in een Rome en welke invloed ze hadden in een dergelijke stad.

Weststeijn gaat echter nog dieper terug in de tijd en brengt bv. ook een verhaal over de Bataafse lijfwachten van keizer Nero. Voorts heeft hij het over de antieke ruïnes waar kunstenaars en dichters hun verbeelding de vrije loop lieten en over de kroegen en kerken waar ze hun toevlucht zochten. We volgen een prinses van Oranje-Nassau die met haar minnaar naar Rome vluchtte en een Amsterdamse ingenieur die de Tiber wilde verleggen.

Natuurlijk kennen we nog het verhaal van die kardinaal uit Utrecht die plots tot paus werd verkozen en samen met een drogist uit Delft dalen we af in de donkere catacomben. Met een Brabantse priester gaan we op audiëntie bij Benito Mussolini en met de schrijver Couperus kijken we uit over de koepels van de eeuwige stad.

In zijn voorwoordje omschrijft de auteur zijn werk als een boek voor iedereen die van Rome houdt. Voor de beginners die de stad voor het eerst ontdekten, voor de liefhebbers die er af en toe hun vleugels uitslaan, maar ook voor de ervaren Romegangers die er jaar in jaar uit terugkomen. Deze alternatieve reisgids bevat een zevental tochten door Rome en de auteur zou geen Nederlander zijn indien hij niet de tip zou geven dit per fiets te doen.

Maar wandelen kan natuurlijk ook en als de afstanden wat te groot worden kan je uiteraard ook gebruik maken van tram of bus. Bij iedere tocht hoort ook een kort gastronomisch intermezzo, al zegt Weststeijn er meteen bij dat dit de enige uitstapjes zijn waarbij het boek geen garantie biedt voor geboden kwaliteit omdat in Rome niet alles eeuwig is. Je kan maar beter gewaarschuwd zijn.

Dat de vele wegen die naar Rome leiden vaak door Nederlanders zijn bewandeld, inspireerde het Koninklijk Nederlands Instituut Rome (KNIR) een paar jaar geleden tot de creatie van het digitale project Hadrianus, vernoemd naar de Nederlandse paus Adrianus VI.

Op deze interessante website kunnen de Nederlandse voetstappen in Rome door iedereen worden nagelopen. Een kaart op de website geeft ‘net als Google Maps’ keurig met rode stippen aan op welke plekken de Nederlandse werken te zien zijn of waar de artiesten hebben gewoond.

PROLOOG UIT HET BOEK NEDERLANDERS IN ROME
door Arthur Weststeijn

Rome geeft zich niet makkelijk gewonnen. Steeds proberen ze het weer, de Nederlanders. Met hun lange lijven en korte broeken overspoelen ze dagelijks de stad, in de stellige overtuiging dat ze die wel even zullen veroveren. Want ze hebben zich thuis toch goed voorbereid, zes reisgidsen gelezen, alle pastasoorten uit het hoofd geleerd en opgezocht tot hoe laat je precies cappuccino mag drinken?

Maar steevast volgt de ontgoocheling. Je ziet het kleine drama zich ontrollen op iedere straathoek: de huisvader die vertwijfeld om zich heen kijkt met de camera in de aanslag, tevergeefs op zoek naar een kort moment van stille esthetiek tussen het langsrazende verkeer; de verdwaalde koppeltjes die, door honger overmand, de verlangde romantiek laten varen voor een klef stuk pizza; de schoolklassen die jaren werden klaargestoomd met Livius, maar nu van de sokken worden gereden door zwermen opgevoerde brommertjes.

En al snel slaat de schrik op de Nederlandse gezichtjes om in onbehagen – teleurstelling misschien wel. Is dit allegaartje van geknotte zuilen en protserige façades nu echt het tijdloze centrum van de westerse cultuur? Ligt hier, tussen al die oude stenen, werkelijk de bakermat van onze beschaving?

Er is geen Nederlander die zo veel verwoede pogingen heeft gedaan om Rome te overmeesteren als de schrijver Louis Couperus. Eind negentiende eeuw ging hij er voor het eerst naartoe, op zijn dertigste, en hij kwam terug, steeds opnieuw. Zelfs als hij weg was uit Rome achtervolgde de stad hem, naar Nederland, naar Indië, om als decor op te duiken in een van zijn vele romans. En in een van die romans, Langs lijnen van geleidelijkheid, wordt het gevoel van teleurstelling in de Eeuwige Stad prachtig verbeeld.

De roman vertelt over de chique Haagse dame Cornélie de Retz van Loo, een vrijgevochten feministe die haar toevlucht zoekt in Rome. Na aankomst neemt Cornélie haar intrek in het pension van een markiezin, ze krijgt een lunch voorgeschoteld van macaroni, biefstuk, pudding en droge vijgjes, en daarna huurt ze een rijtuig om maar eens de stad te gaan bekijken. De verwachtingen zijn hooggespannen, want Cornélie heeft zich als dame van stand natuurlijk goed voorbereid. Ze heeft foto’s bekeken van de belangrijkste kunstwerken, talloze boeken gelezen over de geschiedenis, en ze denkt Rome al helemaal te kennen als de ideale stad waar de tijd heeft stilgestaan.

De teleurstelling is groot. Want de realiteit van Rome is weerbarstig: de stad biedt geen verstilde momentopnames als in een fotoalbum, maar een onontwarbare kluwen van uitgerolde filmspoelen die helemaal door elkaar zijn gehusseld. De uiteindes zijn onvindbaar, iedere periode van de geschiedenis is met een andere verweven, niet eenmaal, maar steeds weer, op ieder plein, in iedere kerk, bij ieder eeuwenoud monument. De ontgoocheling slaat bij zo veel onbegrijpelijke wirwar genadeloos toe – ook bij Cornélie.

Ze dacht Rome met gemak te kunnen veroveren, en zoals iedereen die voor de eerste keer in Rome is wilde ze alles in een keer zien, ‘zij wilde de gehele stad ineens omhelzen’. Maar die omhelzing valt bitter tegen. Rome laat zich niet zo makkelijk inpalmen, en Cornélie voelt zich afgewezen, belazerd zelfs. Waren al die schilderijen en gebouwen niet veel mooier op de foto dan in het echt? Na de zoveelste teleurstelling in de Sixtijnse Kapel heeft Cornélie er genoeg van en houdt ze de eer aan zichzelf. Ze besluit ‘vooreerst niets meer te gaan zien’.

Niets meer willen zien: dat is wat Rome de eerste keer met je doet. Ik kan me mijn eigen gevoel van teleurstelling, en uiteindelijk lethargie, nog goed herinneren. Zoals zo veel Nederlanders kwam ik voor het eerst in Rome in de vijfde klas van de middelbare school. Het zou het hoogtepunt worden van onze schooltijd, wisten we, want Rome was de stad van Augustus en Michelangelo, van Catullus en Caravaggio.

Maar het viel tegen, of beter gezegd: we begrepen er niets van. Het Forum bleek een zooi op elkaar gestapelde stukken steen, en kerk-in-kerk-uit tolden we op en neer van Renaissance naar Barok, en weer terug. Het hoofd stond ook ergens anders: ’s avonds lonkte de filmische Trevifontein met alle verleidingen van la dolce vita. In een moment van jeugdige hybris waanden we ons Anita Ekberg – en ik weet nog goed hoe een struise lokale agente me als een nat katje uit het water viste, me stevig beetpakkend bij mijn doorweekte T-shirt. De boete was navenant, al leek alles toen in de tijd van de lire kapitalen te kosten; en we waren nog maar net op tijd terug voor de avondklok in het klooster midden in de stad waar we verbleven. De volgende morgen wachtte, als altijd, een hard broodje en een sterke kop koffie als ontbijt. Het bezoek aan een bijzondere villa uit de Renaissance ging grotendeels verloren in de onvermijdelijke kater. En een paar dagen later zaten we alweer terug in de trein naar huis, een kleine desillusie rijker.

Enkele jaren later probeerde ik het weer, en ging ik langs bij mijn broer die als uitwisselingsstudent in Rome woonde. Maar het is tekenend dat ik me ook van dat bezoek vooral nog de lijfelijke indrukken herinner: de drukte op het plein in een buitenwijk waar ik mijn broer als bij toeval tegen het lijf liep; het sprintje door een lege, donkere straat om de laatste metro naar huis te halen; de schaduw van een olijfboom in een zonovergoten klassiek landgoed. En die onwillekeurige herinnering aan kleine details bleef ook daarna, bij volgende bezoeken. De dunne jurk van een vriendinnetje in het park van Villa Borghese, de lentezon op een binnenplaats in de studentenbuurt San Lorenzo, het geklater van de fontein bij de kerk Santa Maria in Trastevere.

Rome openbaart zich eerst via de zintuigen – en pas later volgt de geest. De ruïnes van de Oudheid zijn in eerste instantie niets meer dan ruïnes, oude stenen die als bron van schaduw dienen of als rustplaats in een hete, drukke, afstandelijke stad. De fresco’s in al die kerken en musea zijn in eerste instantie niets meer dan grote lappen verf en figuren en kleur, zonder duidelijke boodschap of betekenis. Maar op een gegeven moment gebeurt er iets, en dan ontrafelt zich langzamerhand de kluwen van de geschiedenis. Op een gegeven moment geeft Rome zich gewonnen.

Dat overkwam ook Couperus’ Cornélie. In het pension van de markiezin ontmoette ze een jonge Nederlandse kunstenaar, die haar vroeg waarom ze eigenlijk naar Rome was gekomen.

– Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook kunnen gaan… Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt mij tegen.

– Hoe dat? – Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet waarom, maar ik krijg die indruk. En ik ben tegenwoordig in een stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts.

Hij glimlachte.

– Kom, zeide hij. Ga mee naar de Palatijn. Ik moet u Rome laten zien. Rome is zo mooi.

Arthur Weststeijn

Nederlanders in Rome
Auteur: Arthur Weststeijn
Taal: Nederlands
Afmetingen: 20 x 200 x 125 mm
Gewicht: 313 g
Uitgeverij Prometheus
Eerste druk september 2017
ISBN10 9035 1447 83
ISBN13 9789 0351 4478 1
Prijs: 17,99 euro

Paolo Sorrentino draait film over Silvio Berlusconi in Rome

Posted in Romenieuws on 20 september 2017 by romenieuws

De Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino die in 2014 een Oscar kreeg voor zijn voorlaatste film La Grande Bellezza, draait momenteel in hartje Rome scènes voor een film over de voormalige Italiaanse premier Silvio Berlusconi. Weinig verbazingwekkend wemelt het op de filmset van jonge dames in korte rokjes en met hoge hakken. De film krijgt als titel Loro (Zij), waarmee de hele hofhouding van Il Cavaliere, de bijnaam van Berlusconi, wordt bedoeld. Het is bovendien een woordspeling op het ‘oro’ (goud), waarmee de levensweg van de voormalige charmezanger geplaveid was.

Voor de rol van ex-premier Berlusconi doet Sorrentino een beroep op zijn fetisjacteur Toni Servillo, bekend van La Grande Bellezza. Acteur Riccardo Scamarcio moet zich inleven in de rol van Ganpi Tarantini, de man die ervan beschuldigd wordt Berlusconi’s beruchte bungabungafeestjes te hebben georganiseerd. Elena Sofia Ricci speelt de rol van Veronica Lario, de (ondertussen) ex-vrouw van Berlusconi.

Voor zijn negende langspeelfilm heeft de cineast het voorrecht gehad door Berlusconi zelf te zijn ontvangen. De om zijn ijdelheid bekendstaande zakenman was zo vereerd met een biopic over hemzelf door zijn favoriete regisseur dat hij zelfs zou hebben voorgesteld opnames te maken in zijn stulpje op Sardinië, het familiemausoleum nabij Milaan maar ook in de woning waar de seksfeestjes plaatsvonden.

Sorrentino wilde naar eigen zeggen een film over Berlusconi maken, omdat de man zowat de verpersoonlijking is van het ‘Italiaan zijn’. In 2008 zorgde de uit Napels afkomstige cineast al voor heel wat ophef met de film Il Divo, die het verhaal vertelt van de Italiaanse minister-president Giulio Andreotti, die zeven keer werd verkozen tot premier van Italië en die deelnam aan 33 regeringen.

Il Divo richtte zich met name op zijn laatste regeerperiode in 1992 tot de rechtszaak waarin hij werd beschuldigd van banden met de maffia. De rol van Andreotti werd toen eveneens gespeeld door Toni Servillo. Andreotti was zowat het tegengestelde van Berlusconi: gesloten, achterdochtig en supersaai. Berlusconi daarentegen is een showfiguur die zo lijkt weggelopen uit een film van Fellini.

Overigens kwamen het leven en het werk van Berlusconi in 2006 ook al eens uitvoerig aan bod in Il Caimano (De kaaiman), ook al een bijnaam van Silvio, van regisseur Nanni Moretti. Die is echter allesbehalve een fan van de ex-voorzitter van AC Milaan. In zijn tragikomische film haalde hij de ex-premier behoorlijk door de mangel.

Eerste tweedehandse Italiaanse boekenmarkt van S.P.Q.R.

Posted in Romenieuws on 20 september 2017 by romenieuws

Een aantal leden en niet-leden van S.P.Q.R. of verzamelaars bieden op zaterdag 23 september van 14 uur tot 17 uur tweedehands boeken, dvd’s, documenten, reisgidsen, stadsplannetjes, kaarten, munten, muziek, posters, … aan die te maken hebben met Italië. Locatie: stedelijke bibliotheek Tweebronnen (ingang Rijschoolstraat 4 of Diestsestraat 47) in 3000 Leuven.

Alle clubleden krijgen op vertoon van hun lidmaatschapskaartje een gratis drankje aangeboden. Kom even snuffelen en een glaasje drinken. Download hier de affiche (PDF-formaat), print ze uit en hang ze op een opvallende plaats voor je raam of bij een winkel in je buurt. Je mag ze natuurlijk ook mailen naar al je geïnteresseerde vrienden en vriendinnen. Je doet er ons een groot plezier mee! Informatie: chris@spqr.be.

De waterput van Aesculapius in de Basilica San Bartolomeo all’ Isola

Posted in Romenieuws on 19 september 2017 by romenieuws

Er is nog wel meer te vertellen over het Tibereiland in Rome, maar dit is voorlopig onze laatste bijdrage over dit onderwerp. Gisteren las je over het ontstaan van de Basilica San Bartolomeo all’Isola, vandaag stappen we hier even binnen, met vooral aandacht voor de mysterieuze waterput in de kerk, wellicht de bron van Aesculapius.

Het interieur van de basilica lijkt bij een eerste blik wat somber, de kapellen geven een ietwat rommelige indruk. De zuilen zijn antiek, ze behoorden wellicht tot de tempel van Aesculapius of tot één van de andere tempels die in de oudheid op deze plaats gebouwd werden. Slechts twee zuilen, de derde links en rechts, hebben hun prachtige antieke basis behouden. Het is hoe dan ook andermaal een fraai staaltje van materiaalrecuperatie uit de oudheid.

De minder aantrekkelijke stucco-kapitelen werden tijdens de zeventiende eeuw toegevoegd. De fresco’s en schilderijen zijn van kleine meesters uit de zeventiende en de negentiende eeuw, sommigen raakten zwaar beschadigd door de talrijke overstromingen die zoals je de voorbije dagen kon lezen, in de loop der tijd enorme vernielingen hebben aangericht.

In het midden van de monumentale trap naar het koor, op de tweede trede, is het bovenstuk te zien van een diepe waterput. Hij is interessant omdat hij boven een schacht staat die 12 m diep is en wellicht overeenstemt met de genezende bron in de vroegere tempel van Aesculapius.

Dat is niet met zekerheid geweten, maar een dergelijke bron bevindt zich ook in de Aesculapius-tempel in Agrigento op Sicilië. De Romeinse architect en ingenieur Vitruvius die een tijdgenoot was van Caesar en Augustus, vermeldt dat alle tempels van Aesculapius hun eigen fontein met stromend water moesten hebben, een verband tussen de waterput op deze plek en de originele Aesculapiusbron is dus zeker aannemelijk.

De kerk van Otto III werd wellicht zodanig gesitueerd dat de put van Aesculapius net in het midden van de toegang tot het koor kwam te liggen. De rand is diep ingesneden door het eeuwenlange wrijven van de koorden om emmers water boven te halen. De put is tegenwoordig zorgvuldig dichtgemaakt om te vermijden dat iemand op het onzalige idee zou komen erin te kruipen.

Aan het gebruik van deze waterput kwam een einde in het begin van de negentiende eeuw toen het water te vervuild was geraakt. De moeilijk leesbare inscriptie luidt ‘Os putei s(an)c(t)i circu(m)dant orbe rotantf’ of ‘heiligen staan in een kring rond de opening van de put’.

Een andere gedocumenteerde maar vandaag verdwenen inscriptie luidde: ‘Wie dorst heeft, kome naar de fontein om bij de bron een heilzame dronk te nemen’. Rondom staan vier figuren, de eerste stelt Christus voor met een kruis in de nimbus, de tweede links is de heilige Bartolomeüs die het mes van zijn terechtstelling in de hand houdt, hij werd zoals gisteren verteld levend gevild. De derde figuur rechts is de heilige Paulinus.

De vierde figuur, gericht naar het koor, is keizer Otto III. Wetende dat Otto III slechts 21 jaar werd, lijkt ons deze beeltenis niet erg waarheidsgetrouw. De keizer draagt een scepter en een kroon en heeft een schijf in de hand waarop een kerk is afgebeeld met links ervan een campanile. Ook hier klopt iets niet: de klokkentoren die zich links van de kerk verheft, dateert immers net als de overige Romeinse campaniles uit de twaalfde eeuw. Ook hebben de letters van de hiervoor geciteerde inscriptie niet meer de vroegere kracht en grootsheid die ze nog in het begin van de elfde eeuw bezaten.

Naar alle waarschijnlijkheid werd dit kleine monument dus vervaardigd in de loop van de twaalfde eeuw en behoort het zeker niet tot de oorspronkelijke kerk van Otto III. De afbeelding van Otto III werd dus vermoedelijk meer dan anderhalve eeuw na zijn dood uitgevoerd.

Het hoogaltaar bestaat uit een badkuip uit de oudheid in rood porfier, ze bevat de relieken van Bartolomeüs. De kuip komt ongetwijfeld uit één van de Romeinse thermen, maar van welk badcomplex dit exemplaar afkomstig is valt niet meer te achterhalen.

Vóór het altaar zie je nog twee kleine stukken van de cosmatenvloer die omstreeks 1100 geplaatst werd, de rest werd in de loop der eeuwen door de Tiber weggespoeld. Zoals je de voorbije dagen kon vernemen is dat niets nieuws op deze plek.

In het transept rechts hangt tegen de muren een vreemde metalen ‘korf’ met een grote schaal. We lezen ‘catino di fattura araba, utilizzato dall’ imperatore Otto III, fine Xe s. per trasportare da Benevento a Roma i resti di S. Bartolomeo. Rubato da ignoti nel gennaio 1981, è ritrovato nel maggio 1985’.

Volgens de overlevering was het in deze verpakking dat de resten van de apostel Bartolomeûs in Benevento arriveerden. In ieder geval bevonden ze zich hierin toen Otto III de overblijfselen van de apostel naar Rome bracht. De korf werd gestolen in 1981 maar teruggevonden in 1985. Het is van oorsprong een Arabisch werk dat vervaardigd werd omstreeks het jaar 1000.

Rechts van de apsis (boven de trappen) bevindt zich een kapel met naast de trappen twee leeuwen, zoals men die wel vaker in middeleeuwse kerken aantreft. De kapel zelf is zeer oud, en dateert wellicht zelfs van vóór de stichting van de kerk in 997.

Het laat-zestiende-eeuwse plafond is zwaar maar mooi. Boven het altaar bevindt zich een interessant elfde-eeuws fresco dat nog niet zolang geleden herontdekt werd. Onder het altaar van de kapel ligt het lichaam van de heilige Theodora.

In de linkermuur steekt een kanonkogel met een diameter van 14 cm, die tijdens het Franse beleg van 1849 vanaf de Janiculusheuvel werd afgevuurd. Hoewel de kogel insloeg in een op dat ogenblik volle kerk raakte als bij wonder niemand gewond. De kogel heeft men laten zitten op de plaats waar hij doel trof; er wel wel een gedenkplaat rond gebouwd die herinnert aan de gebeurtenis.

Links van de apsis bevindt zich een kapel die gewijd is aan de heiligen Adalbertus en Paulinus. Ook hier bevat de vloer nog een deel van het oorspronkelijke cosmatenwerk. De kapel werd destijds gesponsord door de houders van de vele watermolens op de Tiber die Paulinus als patroonheilige hadden gekozen. De molens zie je nog afgebeeld op twee kleine zeventiende-eeuwse fresco’s, links en rechts van het altaar en op de linker achtermuur.

Omdat deze molens erg belangrijk waren voor de voedselvoorziening van de stad werd hun aanwezigheid op de stroom toch aanvaard, hoewel ze onrechtstreeks de oorzaak waren van frequente overstromingen. De molenaars bouwden rond hun molen immers een complete constructie, nodig voor de opslag en de verwerking van het graan. Door het grote aantal molens werd de richting van de rivier beïnvloed, wat elders en in sommige omstandigheden voor overlast zorgde.

De deur rechts in deze kapel leidt naar de sacristie waar enkele trappen leiden naar een klein overgebleven deel van de originele crypte. Deze is meestal gesloten maar als je een priester of toezichthouder aantreft is deze soms weleens bereid om de deur even te openen. Een eurobiljet als bijdrage voor de parochie doet soms wonderen. Ook vanuit de kleine tuin naast de linkerkant van de kerk kan je soms de crypte bereiken, maar ook deze is niet altijd toegankelijk.

Merkwaardig zijn de kapitelen in de vorm van arenden, het keizerlijke embleem van Otto III. In de rechter zijbeuk bevat de tweede kapel (gezien vanaf de hoofdingang) op het altaar het missaal van de op 24 maart 1980 vermoorde kardinaal Romero van San Salvador. Gevolg gevend aan de wens van paus Johannes-Paulus II werd de San Bartolomeo all’ Isola zoals eerder verteld een memoriaal voor de christelijke martelaren van de twintigste eeuw.

Ten slotte kunnen we nog vermelden dat zich in de (meestal niet te bezoeken) kleine kloostertuin nog enkele resten bevinden van de tempel van Aesculapius. Al kan het evengoed een andere Romeinse tempel zijn, dat valt niet meer te achterhalen. Bijna twintig jaar geleden werd in de fundamenten van die oorspronkelijke kerk een gedeelte van de nog steeds indrukwekkende tempelmuren blootgelegd die dateren uit ongeveer 290 v. Chr. Om welke tempel het juist gaat is nog altijd niet met zekerheid geweten.

Volgens het verhaal bevond zich hier oorspronkelijk de tempel van Aesculapius, maar zoals eerder verteld werden nadien op dezelfde plek ook nog andere heiligdommen ingericht, gewijd aan Jupiter Jurarius, Semo Sancus Dius Fidius, Gaia, Faunus, Vejovis, Tiberinus en Bellona. Archeologisch onderzoek is hier overigens niet gemakkelijk omdat de diep ondergronds gelegen ruimte bij de minste stijging van de rivier onder water stroomt.