Een bezoek aan de Santa Prisca in Rome

Op de Aventijnse heuvel vind je aan de Via di S. Prisca de gelijknamige basiliek. De Santa Prisca strijdt met de Basilica di Santa Pudenziana op de Esquilijn om de eer de oudste kerk van Rome te zijn. De stichting zou dateren uit het einde van de tweede eeuw. De kerk werd herbouwd tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw. De kerk werd bovenop een Mithrastempel gebouwd. Dit mithraeum kan je bezoeken, het is één van de best bewaarde van Rome. Het heeft unieke fresco’s van de zeven initiatiestadia tot de cultus. Over dit ondergrondse gedeelte van de Santa Prisca lees je wat meer in een volgende bijdrage. De kerk werd ernstig beschadigd en is verschillende keren gerestaureerd. Voor wat betreft het interieur is de antieke oorsprong alleen nog te herkennen aan de veertien zuilen uit de oudheid, al zijn ook die gedeeltelijk weggewerkt in de zeventiende-eeuwse barokpilasters.

De Santa Prisca is al sinds 112 een titelkerk. Vandaag is de titularis de Amerikaanse kardinaal Justin Francis Rigali. Eerder was de Santa Prisca de titelkerk van Angelo Roncalli, de latere paus Johannes XXIII (1953), Giovanni Urbani (1958), José da Costa Nunes (1962), Giovanni Benelli (1977) en Alfonso López Trujillo (1983).

Na door Petrus zelf te zijn gedoopt, werd Prisca gemarteld en tijdens de regering van Claudius (41-54) op de Via Ostiensis onthoofd. Zij zou als eerste vrouw de marteldood gestorven zijn. Haar stoffelijke resten werden begraven op de Aventijn in de titulus Aquilae, die vanaf dan titulus Aquilae et Priscae ging heten.

Zo wordt er in de biografie van Leo III (795-816) gesproken van de ‘titulus Aquilae en Priscae’ en op een inscriptie boven de ingang uit de negende of de tiende eeuw, werd de kerk ‘het huis van Aquila e Prisca’ genoemd.

Het huis dat een titulus werd, zou toebehoord hebben aan het joodse echtpaar Aquila e Priscilla, sommigen identificeren Prisca met Priscella, of beweren dat het misschien hun dochter was. Over dit joodse echtpaar is wel veel bekend, want ze zijn de eerste joodse christenen die we kennen, althans bij naam. Zij hadden gastvrij onderdak verschaft aan Petrus en hem toestemming gegeven proselieten of nieuwbekeerden te dopen met water uit de naburige Faunusbron.

In 49 verdreef Claudius (41-54) de joden uit Rome omdat zij voortdurend voor onrust zorgden, onder hen ook Aquila en Priscilla. In Korinthe maakten zij kennis met Paulus, dit lezen we in Handelingen 18.2, waar Paulus de herinnering ophaalt in zijn epistel tot de Romeinen “Groet Prisca en Aquilas, mijn bondgenoten in het werk van Jezus Christus, die hun hoofd hebben veil gehad om mijn leven te redden”. Ze worden ook genoemd in 2 Tim. 4:19. Wellicht is het echtpaar in Klein-Azië gestorven zonder Rome nog ooit teruggezien te hebben.

Onder de kerk en ook langs de Via di Santa Prisca, hebben archeologen resten gevonden van rijke herenhuizen die dateerden uit het einde van de eerste eeuw en het begin van de tweede eeuw. Algemeen wordt aangenomen dat de antieke ruimte onder de kerk de oude titulus is, vooral omdat er ook een klein oratorium werd teruggevonden dat nog gehavende christelijke fresco’s heeft. Wanneer de basilica op de titulus gebouwd werd, is niet meer te achterhalen. Priesters van de titulus Priscae ondertekenden de akten van de synode van 499.

Paus Adrianus I (772-795) restaureerde de kerk in 772 maar in 1084 werd ze zwaar beschadigd tijdens de inval van Robert Guiscard. Tijdens het pontificaat van Paschalis II (1099-1118) werd ze hersteld en versterkt. Een brand in het begin van de vijftiende eeuw verwoestte de kerk gedeeltelijk.

Dit leidde in 1456 tot een nieuwbouw waarbij van de oude kerk vrijwel niets behouden bleef. Maar ook deze vijftiende-eeuwse kerk zou later grotendeels verdwijnen, de huidige kerk is een nieuwbouw uit de zeventiende eeuw met een barokke gevel van Carlo Lombardi (1554-1620), de man die in 1615 ook de gevel van de Santa Francesca Romana tekende.

Op het einde van de rechterbeuk bevindt zich een doopvont die een dertiende-eeuwse bewerking is van een groot Dorisch kapiteel uit de tweede eeuw. Volgens de overlevering zou deze doopvont nog door Petrus gebruikt zijn. Dat staat ook gegraveerd in het kapiteel en verscheidene reisgidsen maken hier melding van. Maar kunsthistorisch kan dit dus helemaal niet.

De fresco’s uit de zeventiende eeuw verbeelden het martelaarschap van de heilige. Ze zijn het werk van Anastasio Fontebuoni (1580-1626) die ook het apsisfresco in de Santa Balbina op de gelijknamige piazza maakte. in zijn hand vinden we de gebroeders Zuccari terug.

Het altaarstuk uit 1600 toont ‘Doop van de Heilige Prisca’, het is een werk van Domenico Passignano (1559-1638). Ook hij was een navolger van de Zuccari’s en gekend als een fel colorist, dit paneel wordt beschouwd als zijn meesterwerk.

Het altaar in de crypte van de kerk bevat relieken van de heilige. De fresco’s in de crypte zijn van de hand van Antonio Tempesta en dateren uit het begin van de zeventiende eeuw.

Advertenties

2 Reacties to “Een bezoek aan de Santa Prisca in Rome”

  1. Hansoli Says:

    Hier nog de link naar de website
    http://archeoroma.beniculturali.it/en/archaeological-site/mithraeum-st-prisca
    Ik ben zelf nog niet geweest, maar wil er eind september graag langs. Misschien kunnen we samen gaan?

  2. Hansoli Says:

    Het vermelden waard is dat in de krogten van de kerk overblijfselen zijn van de oude Mytra cultuur, zoals ook bij de San Clemente. Deze zijn alle 2e en 4e zondag van de maand te bezoeken. resevering verplicht op +39.06.39967700

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s